2.3 Concept Notulen Gemeente Dordrecht Commissie Fysieke Leefomgeving 8 juni 2021.pdf
Tekst van het document
Laat dat helder zijn. Of als we daarvoor de verbrandingsmotor van de auto moeten inleveren. Maar gaat dat lukken met deze energiestrategie? Gewoon Dordt staat voor een eerlijk en realistische politiek en wij hebben grote twijfel bij of het lukt met de strategie die hier voor ligt. Wij vroegen daarom vorige week ook over dat gat tussen de energieopwekking en de energiebehoefte die er is in onze regio, zeker wanneer we massaal overstappen op elektrisch rijden. Het gat tussen opwekking en
45
verbruik is gewoon enorm en juist daarom is er meer nodig dan 30 regio’s met een regionale energiestrategie. Ik ben blij dat meer partijen aangeven dat er vanuit het Rijk, vanuit de nationale overheid, meer regie en meer initiatief genomen zou kunnen worden. Ook de heer Van der Meer noemde dat gelukkig en daar zou wat ons betreft en daar steun ik de VVD in, een energiebron bij moeten. We redden het niet met alleen maar wind en zon en ook Gewoon Dordt zegt dan die extra energiebron zal dan uiteindelijk toch kernenergie moeten zijn. En ja, meneer van D66, dat duurt lang om te bouwen, maar we hebben ook al ongelooflijk veel tijd verspild om die eerste schop in de grond te kunnen zetten, maar we moeten wel die kant op. En daarom is er echt meer regie nodig, vanuit het Rijk, want dat red je niet, je gaat als Drechtsteden of als Dordrecht niet besluiten een kerncentrale te bouwen, dat lukt gewoon niet. Weilanden vol zonnepanelen, de heer Alexander Jansen noemde het al, zonneweide is een verkeerd woord. In mijn jeugd ging je op een zonneweide liggen als je bruin wou worden en niet omdat daar zonnepanelen liggen. Met de heer Van der Meer ben ik het eens dat de techniek voortschrijdt, dat er vast nog goede andere alternatieven gaan ontstaan.
Voor nu denk ik toch dat we ook moeten kiezen voor iets waar tot dusver een taboe op rust, maar wat wel bij gaat dragen aan relatief schone energie en daarom ook aan de doelstelling die we met elkaar zo huldigen en daar wou ik het dan nu maar even bij laten. De voorzitter: Nou, bijna, want meneer Oostenrijk heeft nog een vraag voor u. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, … De voorzitter: Sorry, maar is meneer Van der Meer misschien nog eerst of vindt u het goed om …? Meneer Van der Meer? De heer Oostenrijk: Ik wacht geduldig hoor. De voorzitter: Ja, zie ineens dat er nog één boven staat. Klein scherm, kleine lettertjes. Meneer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ja, een vraag aan de heer Kleinpaste, hoewel hij hem gedeeltelijk beantwoord heeft, want hij zegt van we gaan het niet redden er zit een te groot gat in. Toen zei hij van daar moet de landelijke overheid bijkomen en die moet dat met kernenergie oplossen. Dat is kennelijk de oplossing waar hij voor kiest. Nou, over kernenergie, daar zitten een hoop voor- en nadelen aan, daar komen we vast nog een keer over te spreken, maar gaat hij ervan uit dat daarmee die kloof waar hij het over heeft wel plotseling opgelost is? De heer Kleinpaste: Ja, net als dat de heer Verbakel het vorige week niet heel concreet kon beantwoorden omdat dat echt een hartstikke moeilijk probleem is.
Ik betwijfel of kernenergie het volledige gat gaat oplossen, maar we komen wel veel dichter bij een evenwicht tussen opwekking en verbruik dan wanneer je het taboe op kernenergie vasthoudt, dus in die zin vraagt het bij en dan nog steeds is er heel veel nodig, waaronder ook en gelukkig wijst u daarop, wijst collega Oostenrijk daarop, veel meer met isolatie. Dat is ook waarom ook Gewoon Dordt zegt we moeten veel meer de burger
46
verleiden, faciliteren en op weg helpen om daar meters te kunnen maken, met een resolverend fonds. Met meer geld dat we kunnen inzetten om mensen met een smalle beurs te kunnen helpen. Dus daar vinden we elkaar wel, maar kernenergie … De heer Van der Meer: Ja, maar een vervolgvraag dan nog. Is de heer Kleinpaste niet bang dat er een andere kloof gaat ontstaan, namelijk tussen aan de ene kant de terechte oproep om met besparing zoveel mogelijk energieverbruik te reduceren en aan de andere kant de oplossing voor de energie die we nog nodig hebben voor ons uit te schuiven en niet op korte termijn daar maatregelen voor te nemen. Dan creëren we een nieuw gat. De heer Kleinpaste: Ik was wel gecharmeerd van dat beeld dat de heer Noldus gebruikte over de marathon, we zijn hier niet met een sprint bezig, maar met een marathon en kernenergie komt dan verder op in die 42 kilometer volledig tot zijn recht denk ik dan. Dus ik ben niet zo bang voor die kloof. Ik denk dat we alle mogelijke manieren die gaan bijdragen, tussen nu en 2050 echt moeten gaan inzetten. De voorzitter: Prima. De heer Van der Meer: Het is natuurlijk wel duidelijk dat dat niet automatisch goed komt en dat we er toch veel meer over moeten praten met elkaar. De heer Kleinpaste: Zeker … De voorzitter: Dat lijkt mij een goed plan, alleen … De heer Kleinpaste: Ik denk dat dat goedkomt. De voorzitter: Ja.
Er zal nog veel meer gepraat moeten worden, ben ik van overtuigd, maar voorlopig wil meneer Oostenrijk graag nog even iets kwijt aan u. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, al die discussies rond energiewinning en of dat nu kernenergie is of wind op zee, of whatever dan ook. We hebben het vanavond over twee gespreksonderwerpen. De Regionale energiestrategie en de Transitievisie Warmte 21. Daar hebben we het over. Dan vind ik ook dat daar onze discussie over gaat, omdat namelijk het eventuele gat dat zou kunnen ontstaan tussenwarmtebehoefte en warmtewinning, die zorg die deel ik ook, alleen het is weinig vruchtbaar om daar in het kader van de raad van Gorcum, of van, sorry, van Dordrecht, het er uitgebreid over te hebben. Dus wat dat betreft, ik vind het allemaal interessant, maar laten we ons baseren en beperken tot de mogelijkheden en de onmogelijkheden die we hier op ons eiland kunnen genereren. De heer Kleinpaste: Ja, met alle respect, meneer Oostenrijk, ik ben dat gewoon niet met u eens. En ik vind het belangrijk dat we ook vanuit die 30 regionale energiestrategieën de boodschap naar Den Haag gaat dat de nationale regie echt zal moeten toenemen. Want we gaan het niet alleen in onze regionale energiestrategie, maar ook in die 29
47
andere, niet redden zonder dat we die samenhang beter gaan aanbrengen. Dus we zullen dat signaal ook vanuit deze regio moeten afgeven. De voorzitter: Dank u zeer. Meneer Jansen vindt dat we moeten ophouden met praten en gaan bouwen, maar ik denk dat we toch ook altijd in gesprek moeten blijven. Mevrouw Klein-Hendriks heeft nog een opmerking en dan wil ik toch wel graag naar de wethouder toe, anders komt de man niet meer aan bod. En dat zou ik ook sneu vinden. Gaat uw gang. Mevrouw Klein-Hendriks: Aan de heer Kleinpaste inderdaad, is toch dat het me steeds verbaast dat Gewoon Dordt de regie naar het rijk stuurt, terwijl we dan eigenlijk alles uit handen geven. Ja, dat verbaast me van Gewoon Dordt. Maar dat is even een … De voorzitter: Dat is een opmerking, geen vraag. Behoeft geen reactie. Ik weet niet of u er nog een reactie op wilt geven, maar … De heer Kleinpaste: Nou ja, ik zei regie is iets anders dan alles uit handen geven, dus … De voorzitter: Zo is het. De heer Kleinpaste: Het is wel degelijk een mix van die beiden en als ik dat onvoldoende helder heb gezegd, nee, het is wel degelijk een mix van die beiden. De voorzitter: Nou, daar laten we het dan bij, het is helder. Het is duidelijk. Dan wil ik nu graag over naar wethouder Van der Linden, denk ik. Ja. Toch? De heer Van der Linden: Zeker … De voorzitter: Wethouder Van der Linden, gaat uw gang.
De heer Van der Linden: Dank u wel, … De voorzitter: U heeft een minuut of 20, dus… De heer Van der Linden: Oh ja. De voorzitter: Ja? De heer Van der Linden: Dat is de gemiddelde interruptie van elke raadslid ... De voorzitter: Nou, nee, nee, nee, nee, niet overdrijven. De heer Van der Linden: Nee, dat is waar. Ik moet even iets … De voorzitter: Nou ja, ik zei ook ongeveer, hè. Maar probeer het compact te houden. De heer Van der Linden: Oké. De voorzitter: U zit wel in het duister.
48
De heer Van der Linden: Ik zit in het halfduister … De voorzitter: Het is net of u in een tent op de camping zit. De heer Van der Linden: Mijn bijdrage aan de energiebesparing, dank u. De voorzitter: Oké. De heer Van der Linden: Ja. Bedankt voor het afgelopen anderhalf uur waarin een hele hoop is gewisseld, deels tussen jullie zelf. Ik heb me proberen te beperken tot de vragen, opmerkingen die richting de stukken gaan of richting het college. Misschien eerst even over de ambitie. Een aantal van u geeft aan realistisch stuk, sommigen zeggen nou het mag wel wat meer, anderen zeggen het is wel goed. In het begin van het stuk staat aangeschreven wat de RES beoogt en de RES beoogt niet het hele klimaatprobleem in Nederland op te lossen. Dat kan ook niet. De RES beoogt 35 terawatt aan energie te besparen, of te verminderen en ons bod vanuit onze regio is daar 1% van, ongeveer. Dat past ook bij onze oppervlakte, onze bevolkingssamenstelling en ook, het is zelfs nog iets meer dan wat je zou kunnen verwachten, want wij hebben ook een behoorlijke industrie. Is dat genoeg, is dat niet genoeg? Het is passend. Gaan we daarmee het klimaatprobleem oplossen? Daar is veel meer voor nodig. Daar is ook voor nodig dat de industrie die niet in de RES zit ook een bijdrage levert, dat is voornamelijk landelijke regie.
Daar is ook voor nodig dat we nadenken over een heleboel andere dingen die landelijk geregeld worden. Een belangrijkste is helemaal niet politiek. Het allerbelangrijkste is wat je kan doen, dat kunnen we zelf doen. Vanaf nu, vanavond. Nadenken over wat we eten. Nadenken over hoe we wonen. Nadenken over hoe we reizen en ook hoe we niet hoeven te reizen en ook nadenken hoeveel spullen we halen uit alle delen van de wereld. Dat is heel simpel, daar kunt u zelf mee beginnen, daar heeft u geen politiek voor nodig. Maar nu zitten we hier voor de politiek en daar gaan we praten over onze stukken. Er zijn een heleboel mooie en goede opmerkingen gemaakt over wat is opgenomen. Ik probeer me eventjes te richten op een paar hoofdlijnen. Er gingen best veel vragen over het warmtenet en dat is ook logisch, want het warmtenet is in onze stad nu al een heel belangrijke voorziening. Eind van de collegeperiode denken we op 9000 woningen en equivalenten te zitten, er komen er nog meer bij. Het warmtenet is niet van ons, het is van HVC, zoals u weet. Het warmtenet, daar dragen we met z’n allen graag aan bij omdat het echt een goede bijdrage levert op dit moment.
Stel dat je tegen jezelf zegt ik wil mijn huis verduurzamen, dan kun je natuurlijk een hele hoop isoleren, daar begint het altijd mee, maar als je echt een ander energiesysteem wil, dan is een warmtenet op dit moment het best beschikbaar en ook het best betaalbaar. Een nul-op-de-meterwoning of een allelectric woning is voor veel mensen echt buiten bereik op dit moment. Bekende voorbeelden van mensen die daar toch in investeren en dat is hartstikke mooi, maar een complete nul-op-de-meterwoning of alles elektrisch, dat is dan toch vaak een wat kostbare aangelegenheid. Laat onverlet dat je natuurlijk ook de andere keuzes, zoals de hybride warmtepomp enzovoorts, echt wel kan maken. Daar ben je vaak niet helemaalnul-op-de-meter, of niet helemaal van het gas af, maar je kunt wel een bijdrage leveren. Het warmtenet is dus eigenlijk nu één van de beste opties die je kan hebben. Hoe wordt het dan gevoed? Het klopt, op dit moment wordt het gevoed door het afval.
49
Dat afval dat is er al, dat wordt geproduceerd door ons allemaal en ook door, het is ook handel, inderdaad. Dat klopt. Zolang het er is, is het goed om dat in ieder geval een nuttige bestemming te geven. Overigens ben ik, zoals u ook wel weet, fel aanhanger van de gedachte dat je het moet scheiden, zodat je zo weinig mogelijk hoeft te verbranden en ook slagen alle collega’s en ik erin om als afvalwethouder, om een scheidingspercentage heel hoog te krijgen, dan nog houd je genoeg afval over om het warmtenet mee te voeden. De voorzitter: Wethouder, het spijt me bijzonder, u bent nog maar net aan het woord, maar toch rollen de interrupties al langs. Meneer Noldus, om te beginnen. De heer Noldus: Ja, voorzitter, dank. De wethouder gaat in op een best wel belangrijk punt waar best wel ook wat discussie over is geweest, over het warmtenet ook in relatie tot de punten die wij gemaakt hebben over die hybride warmtepompen en maar goed, daar zit natuurlijk de vraag van ons die we gesteld hebben achter. De wethouder geeft aan dat je met het warmtenet daar veel laagdrempelige, maatschappelijk goedkoper en energiezuiniger dit kunt realiseren dan met andere varianten.
Dat is ook de reden dat wij juist de vraag hebben gesteld over die hybride warmtepompen, juist omdat daar ook een 70% gasbesparing in te realiseren is en als we de technische vragen of de beantwoording van de vragen die GroenLinks heeft gesteld zien, zien we dat er ook met het warmtenet slechts, tussen aanhalingstekens, een besparing van 70% te realiseren is, ten opzichte van mensen die wonen die aan gas vastzitten, terwijl je bij een warmtenetaansluiting toch hele hoge infrastructuurkosten hebt, maar ook de kosten voor de aanpassing van de woning an sich, in termen van isolatiewaarden, et cetera. Dus vandaar het gevoel dat we hebben en de vraag die we daarbij hebben, wat maakt dan het warmtenet, voor dit type woningen, een zoveel betere oplossing dan misschien een tussenvorm voor de komende 20 jaar, hybride warmtepompen, wat echt gewoon een korte terugverdientijd heeft en nu beschikbaar is en op iedere woning past? De voorzitter: Misschien heeft de wethouder een antwoord, maar ik vind het wel een heel technisch verhaal worden. De heer Van der Linden: Ik zet even de warmte-oplossing naast de andere totale oplossingen, all-electric of nul-op-de-meter. En dan in dat geval is, voor zover ik weet, de warmte-oplossing nu het goedkoopst. Kost ongeveer enkele tienduizenden euro’s per huis en all-electric of nul-op-de-meter kost vaak een ton.
Natuurlijk zijn er heel veel tussenstappen die je ook kan nemen, daar heb je meestal ook nog een cv-aansluiting nodig, bijvoorbeeld de hybride warmtepomp, de hybride cv-ketel, heb je ook een cv voor nodig. Nou, dan heb je dus niet alles opgelost. Wel de helft, hoor, ik ben zelf ook even aan het nadenken, want mijn cv gaat er nog niet uit voorlopig. Dan is het een hele goede tussenstap, maar voor een totale oplossing is het warmtenet nu vaak de voordeligste oplossing, maar goed, de rest is misschien meer geschikt voor technische vragen. De heer Noldus: Ja, als ik nog één opmerking maken, voorzitter, want dat is dan wel wat we nog missen in die RES, die opvatting daarbij. Want dit is voor heel veel mensen, verwachten wij, wel een oplossing op korte termijn die die een hoop angst en twijfel zou
50
weghalen en u zegt zelf u overweegt dat en dat is niet zonder reden, omdat het namelijk een hele logische, economisch interessante en ook duurzame oplossing is. De heer Van der Linden: U verwijst naar de RES, ik denk dat u de Warmtevisie bedoelt. De heer Noldus: Ja, in beide, ja. De heer Van der Linden: Beide, ja. De heer Noldus: Maar in meerdere mate de Warmtevisie, klopt. De heer Van der Linden: Ik kom hier zo nog even een beetje terug. De heer Noldus: Oké. De heer Van der Linden: Maar ik maak dit … De voorzitter: Oké, maar voordat u verder kunt gaan is het ook meneer Van der Meer nog even, wil graag nog iets kwijt aan u. De heer Van der Linden: Ja. De heer Van der Meer: Ja, de voorzitter is daar geloof ik niet zo heel erg voor, maar ik ga toch nog even een vraag stellen. En dat gaat met name, ik wil niet de technisch discussie voeren, maar de stelling die u hier in zijn algemeenheid verkondigde, die de wethouder hier in zijn algemeenheid verkondigt, dat het warmtenet nu de betere en de goedkopere oplossing is, is mij veel te algemeen. Het is niet per definitie beter, omdat blijkt dat een groot deel gewoon niet duurzaam gemaakt kan worden. De antwoorden die u zelf ook al op onze technische vragen heeft gegeven maken dat duidelijk.
En ten tweede is ook steeds in allerlei discussies en ook door allerlei deskundigen aangegeven dat er op dit moment voor bijvoorbeeld particuliere eigenaren of voor alleenstaande woningen, dat warmtenet helemaal niet de goedkoopste oplossing is. Vandaar dat ik ervoor zou pleiten om de warmtevisie veel evenwichtiger uit een aantal opties te laten bestaan, waarbij wat mij betreft zeker in een overgangsperioden ook hybride opties horen. Dat zeg ik graag in de richting van de heer Noldus en daardoor ook voor eigenaren die nu geen optie zien in het warmtenet, veel meer aanknopingspunten te komen om mee te gaan. De voorzitter: Ja, dank u wel, meneer van der Meer. Gaat u verder, de reactie graag. De heer Van der Linden: Ja, dit is precies wat ik zou gaan zeggen. Als ik, ik woon in een wijk waar het warmtenet niet komt, voorlopig. Ik heb niet de middelen om te zeggen weetje wat, we gaan morgen even het hele huis opnieuw redesignen en alles van het fossiel halen. Dus voorlopig moet ik het doen, dat kan ik leuk vinden of niet, maar moet ik het doen met tussenoplossingen. Ik heb natuurlijk isolatie, ik heb uiteraard zonnepanelen, die heeft iedereen die even nadenkt. En de middelen heeft en het dak wat geschikt is en een koophuis. En dan is de volgende stap inderdaad zo’n tussenvorm, dat is de keus en als je niet in een wijk zit waar je collectief op het warmtenet wordt
51
aangesloten dan heb je in verreweg de meeste gevallen voorlopig, als je niet een nieuwbouwhuis bouwt, te doen met een combinatie of een tussenvorm. Dat is niet erg, maar dat is wel hoe het nu zit. En natuurlijk, we gaan ook heel huizen bouwen in onze stad en natuurlijk komt daar geen gas meer op en er zijn allerlei andere oplossingen, maar het bestaan systeem, wat bijna alle huizen hebben en wat goed functioneert, nog niet versleten is, helemaal terug naar nul en dan iets anders erin leggen, dan is het warmtenet grosso modo op dit moment het meest effectief en het meest kosteneffectief ook. Met al die opmerkingen erbij mag ik nu even doorgaan met hoe het warmtenet over een paar jaar gaat? Want … De voorzitter: Van mij mag u doorgaan, graag. De heer Van der Linden: Mooi. Het warmtenet draait dus nog steeds op afval, dat hebben we toch maar, enzovoorts. En er is voldoende geothermie beschikbaar in onze regio en HVC heeft er ook een opsporingsvergunning voor en de berekeningen zijn wel dat er voldoende warmte is, of voldoende geothermie om een heel groot deel van het warmtenet mee te voeden. Het zal ook zo zijn dat, want we hebben nu eigenlijk een bron, we hebben nu de afvalcentrale, Maar in onze regio zijn veel meer bronnen beschikbaar. Er zijn meer technische installaties, er zijn meer fabrieken en op een gegeven moment ga je natuurlijk de ringleiding vergroten.
Het is zelfs denkbaar dat de hele leiding ooit richting het Rotterdamse zal gaan. Het is allemaal ver weg, want we zijn nu al 10 jaar bezig in Dordrecht en wij zijn nu een ringleiding, die inmiddels ook in Sliedrecht wordt aangelegd. Kortom, die infrastructuur gaat groeien. Daarmee komen meer bronnen beschikbaar en is de leveringszekerheid ook beter te regelen. Dat even over en misschien een laatste opmerking. Af en toe wordt er ook gevraagd naar de businesscase enzovoorts. Die hebben wij niet, hè. HVC heeft business case. Het lijkt me best verstandig om en misschien kan het in uw raadsperiode of misschien nog deze, eens een keer het gesprek met HVC te voeren van hoe kijkt HVC aan tegen de ontwikkeling van zo’n warmtenet? Dat is natuurlijk een heel goed gespreksonderwerp. Even kijken, een hele andere vraag, ik ga ze een beetje van boven naar beneden doen, kwam van de heer Gündogdu van Beter Voor Dordt, is er genoeg ambtelijke capaciteit? Nou, klopt dat wij hebben relatief gezien best een uitgebreide capaciteit. We hebben vijf of zes fte hiervoor aan het werk, voor onze eigen lokale opgave. Nou, daar heeft u het vorige maand in de raadsinformatiebrief over gehad wat we allemaal aan het doen zijn, waar ook isolatie inzit en duurzame opwekking en heleboel andere dingen.
Met onze opgave hebben we 56 man aan het werk en daarnaast is er natuurlijk ook nog capaciteit voor vergoedingen enzovoorts, waar ook nog veel op wordt geleverd. Als je kijkt naar wat de RES beoogd dan is dat natuurlijk een parapluplan en als je alles wat in het land gaat gebeuren rond verduurzaming, de energieopwekking, enzovoorts, als je dat wilt financieren, dan horen daar afspraken bij met het Rijk. Wij hebben de ervaring opgedaan als gemeentes de afgelopen 10 jaar, dat transities die voor een deel naar gemeentes gaan best kostbaar blijken te zijn. U kent de sociale transities, jeugd, Wmo, enzovoorts. Daar is extra geld bij georganiseerd, na heel veel debatten en na heel veel moeite. De gemeentes hebben zich wel voorgenomen dit niet nog eens een keer op deze manier te laten gebeuren, dus we willen echt goede afspraken maken over de uitvoeringskosten van wat we allemaal van plan zijn en daar hoort ook bij financiering.
52
Ook van een deel van de organisatie en personeelskosten. Natuurlijk rekenen we dan ook op het nieuwe kabinet, op dit moment is dat nog niet helemaal helder. Andere vraag, daar verwezen meer mensen naar, hoe betrekken we inwoners. Hoe betrekken we inwoners bij deze grote transitie? Nou, dat is natuurlijk eigenlijk, ik wil niet zeggen de beste vraag, maar dat is wel één van de meest wezenlijke vragen die er zijn en alleen al het voorval dat we net handen maakt duidelijk je kunt niet over dé inwoner praten. Er zijn inwoners die zeggen joh, hartstikke leuk dat je langskomt, ik heb het al lang zelf geregeld. Zelf ontworpen, zelf gefinancierd, het is nu voor elkaar. En er zijn natuurlijk ook mensen in onze stad die ook wel andere thema’s hebben waar ze eerst mee bezig zijn, omdat ze misschien allerlei sociale thematiek hebben, of omdat ze slecht wonen, enzovoorts. Dan is dit niet het eerste waar je aan denkt. Bovendien, de grote middengroep heeft ook een aantal momenten, dat blijkt uit onderzoek en dat blijkt ook wel uit de contacten die we opdoen, een aantal momenten in het leven waarbij hij denkt oh, hoe zou het eigenlijk met de energie zijn? Stel, je gaat verhuizen, stel je gaat een nieuwe keuken kopen, stel je gaat … Je hebt opeens extra middelen, een erfenis of wat ook, stel je koopt een nieuwe auto, dat zijn momenten om in zulke grote bewegingen te denken.
Dat merken we ook als we het hebben over alle contacten die we opdoen bij het energieloket. We hebben de afgelopen jaren een aantal malen inkoopacties gedaan en zonnepanelen, isolatie, er wordt ook over warmte gepraat. Nou, en dan blijkt dat heel veel mensen een concrete aanleiding nodig hebben om te denken aha nu moet ik het even goed uitzoeken, want ik ga verhuizen. Want ik ga een keuken kopen, of want, mijn fornuis is aan vervanging toe, weet je wat, zal ik op inductie overgaan? Concrete momenten. Bereiken we daarmee iedereen? Nee, we bereiken wel zoveel mensen dat we steeds merken dat al die mensen met zo’n moment bezig zijn, dat ze dan ons weten te vinden in toenemende mate. De mensen weten natuurlijk ook het Google-stuk van internet te vinden en ze weten ook hun buurt te vinden en ze weten op allerlei manieren wel informatie te vinden. Is dit voldoende? Dat kunnen we niet zeker weten. We merken wel dat die vraagstukken steeds concreter worden en dat het er ook steeds meer worden. Daar stoppen we veel energie en tijd in en we proberen ook, dat is dan vooral het energieloket in concrete vorm, zo concreet mogelijk de antwoorden te organiseren. Even kijken, hoor. Dan even een paar concrete vragen van de heer Noldus. Een concrete vraag ging over de windturbines.
Er is in dit land één instantie die gaat over de vraag hoeveel windturbines er komen en dat is de gemeenteraad van Dordrecht. Niet de RES. Dat hebben we bij het begin van het RES-proces ook gezegd, hartstikke mooi, we gaan alle plannen en alle ideeën die we hebben in onze regio bij elkaar leggen en kijken of het ambitieus genoeg is en wat er dan voor ruimte is en we hebben ook steeds aangegeven voor wind is het duidelijk. We hebben een Structuurvisie Wind. Die formuleert wat er kan en waar het kan. Daar hebben we lang over gedaan en daar is denk ik al in 2013 mee begonnen en hij is meen ik in 16 vastgesteld. Hij heeft de ruimte aangewezen, westkant A16 en werd aangewezen onder welke voorwaarden het kan en waar het kan en in de structuurvisie die nu vastgesteld is zit nog een beetje ruimte, dat klopt. Maar elke plek waar nog ruimte zit, zitten ook ernstige belemmeringen, dus ik verwacht niet dat met de structuurvisie die nu hebben, dat er nog andere initiatiefnemers komen die zeggen nou, in die structuurvisie zit nog een beetje ruimte, daar wil ik hem hebben, want er zijn steeds dusdanig veel omgevingseffecten te verwachten, dat daar serieuze kosten mee gemoeid zijn, of andere belemmeringen. Nou, dat dus eventjes over het
53
kader waar het over gaat. Voor wind is dat het kader en daar is in de RES rekening mee gehouden. Kernenergie. Nou, uit mijn hoofd, er zijn drie plekken waar kernenergie zou kunnen. Maasvlakte, Borssele of de Eemshaven. Nou, ik maakte net op de app al de grap de Groningers moeten het weer oplossen. Ik weet helemaal niet of dat actueel gaat worden. Ik zie ook, natuurlijk, het maatschappelijke debat waarin het woord kernenergie vaker voorkomt, ook bij partijen die daar tot voor twee, drie jaar terug eigenlijk nooit over nagedachten. Dat gaan we gewoon merken, of niet. Het is door een aantal van u gezegd hoe moeilijk het is en hoe verleidelijk het is, hoeveel subsidie erin zit, enzovoorts. Nou, en ook aardgas, dat zal zeker nog een hele lange tijd een rol spelen en deze transitie is in 2050, zoals we nu kunnen voorzien, tot een afronding aankomen en alleen al in de binnenstad zullen wij nog heel lang, want daar zitten natuurlijk een leidingstelsel wat helemaal niet past voor het warmtenet. We zullen nog heel lang met aardgas of biogas of ander groen gas bezig moeten, los van alle andere plekken waar het zo zal zijn. De voorzitter: Wethouder, er is een … De heer Van der Linden: Ik hoor een … De voorzitter: Ja, een interruptie van meneer Kleinpaste voor u. De heer Van der Linden: Oké.
De heer Kleinpaste: Ja, voorzitter, één: als de Groningers het oplossen gebeurt het wel goed, dus laat ik dat ook vast gezegd hebben. Maar ik ben benieuwd of de wethouder die genuanceerd reageert op het pleidooi over kernenergie, of hij wel met mij eens is dat we wel te kampen hebben met dat gat tussen de opwekking van niet-fossiele energie en het verbruik en het verbruik zal ook met heel veel maatregelen niet snel genoeg teruggedrongen worden om dat in balans te brengen. Dus welke alternatieven heeft de wethouder dan nog achter de hand? De heer Van der Linden: Mag ik daar een minuutje extra voor pakken, voorzitter? De voorzitter: Jazeker. De heer Van der Linden: Want in de eerste RES die we hadden, dat was in 2018, 2017 eigenlijk, was niet terawattuur, maar was pèta-joule het ingrediënt waar we mee werkten. Het energiegebruik en daar zag je inderdaad een wig. Je zag je kan heel veel besparen. Besparen, besparen, besparen. Daar begint het altijd overal mee, maar je ziet ook een energievraag. Nou, je kunt deze duurzaam maken, maar er blijft een gat zitten. Nou, in de huidige RES gaan we niet uit van de energievraag als zodanig, we gaan uit van een besparingsmodel.
Nou, de hoeveelheid, die 0,35 terawattuur die we besparen, die als je dat landelijk omslaat en ook alle andere maatregelen van het Rijk, enzovoorts, erbij neemt en ons eigen gedrag, waar we een hoop aannames over kunnen doen en die ga ik ook allemaal serieus overwegen, dat weet ik zeker. Dan kun je er komen in 2030 en daarna in 2050. Dat is in één zin. Is dat realistisch? Ik kan het me niet voorstellen dat we dat nu kunnen verzinnen en dat het over 10 jaar helemaal zo blijkt het geval te
54
zijn, want die energiebehoefte die blijft heel groot. Dat zie ik ook. Ik zie ook dat de elektrificatie van het wagenpark alleen al, dat dat enorme energievragen oplevert. We zien niet voor niks dat de Stedins van deze wereld heel veel aandacht vragen voor de netcapaciteit, de keuzes die gemaakt worden en waar dan wel en niet extra geïnvesteerd moet worden. Dat gesprek loopt goed, maar ik kan niet helemaal voorspellen hoe goed het loopt en hoeveel wig tussen vraag en aanbod er overblijft. Ik begon mijn verhaal wel met de ambitie die we hebben, die realistisch is, die past bij ons deel van de totaalvraag van het landelijke bond, in relatie tot waar de RES over gaat, die dus over heel veel dingen niet gaat. Dat is het meest concrete wat ik nu kan zeggen. Dan, naar een paar andere vragen … De heer Kleinpaste: Dank u. De heer Van der Linden: Ja? De heer Oostenrijk en een aantal anderen vroegen om aandacht voor isoleren. Nou, dat ook in relatie tot de monitoring. Nou, monitoring van energieadoptie, dus de opwekkant, dat valt makkelijker te doen dan de isolatiemonitoring. Je kan op een gegeven moment wel zien of een huis meer of minder energie, of een stal meer of minder energie gebruikt, maar als dat te danken is aan isolatie of aan de thermostaat minder hoog zitten, dan lijkt me heel moeilijk aanwijsbaar.
We merken wel aan, dan noemen we de conversie, van de gesprekken die wij hebben op het energieloket, als een aantal mensen zegt hee nu ga ik echt isoleren, want dat is zo’n simpele maatregel, dat moet ik natuurlijk gewoon doen. Daar begin ik mee en dan kom ik bij het CDA terug voor iets anders. Dus daar merken we wel dat die beweging wel gemaakt wordt, maar ik denk dat die 20% vooral te zien zijn als een aantal aannames op basis van een aantal kentallen. Concreter kan ik daar nu niet over worden. We stoppen daar wel veel energie in en veel aandacht. In de gesprekken die we hebben met het energieloket, maar ook via de andere projecten, ook met de maatschappelijke initiatieven die er zijn in onze stad. Dan is een aantal heeft gezegd we doen eigenlijk niet voldoende. Er zou best meer kunnen gebeuren, aan het stimuleren, aan het beschikbaar stellen van middelen en instrumenten. Nou, natuurlijk kan dat. Natuurlijk kunnen we met meer middelen meer doen. Ik denk als je kijkt naar onze inzet en dan heb ik het over lokale inzet, onze lokale opgave en ik zet hem naast wat hier in de RES en de Warmtevisie wordt geformuleerd, dan hebben we echt heel veel te doen en dat kunnen we ook goed beetpakken. We zijn niet klaar over 30 jaar als we niet op een gegeven moment nog meer inzet plegen, maar voor nu hebben we gewoon veel te doen.
De voorzitter: En dan moet ik u helaas weer even onderbreken. Meneer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Ja, voorzitter, de heer Van der Linden heeft zojuist iets gezegd over en dat snap ik wel een beetje, over de lastigheid, om die 20% reductie van energieverbruik aan te tonen, maar als die daarbij blijft steken, dan betekent het dus dat die ambitie als water zo dun is als ik weet niet zijn. Dus dat wordt lastig. Aan de andere kant zeg ik er zijn natuurlijk wel middelen om dat op een andere manier te meten. Als een woning, al is het maar dat je het ziet bij verkoop, dat een woning op een gegeven moment, die ooit eerder een G-label heeft gehad, dan moet die bij verkoop opnieuw gelabeld worden. Daar kan je in ieder geval de energie, laten we zeggen de
55
labels voor in herkennen en dat is dus wel zeker een methode, zij het niet waterdicht, maar dat je in ieder geval de grens kunt zien van hee en dan heb ik het met name over het oude woningbezit met die wij allebei kennen in onze stadswijken, dat je daar op een gegeven moment de trends kunt zien van gebeurt er wel iets of gebeurt er nu niet iets. De heer Van der Linden: Klopt. Dat is zo en dan kun je nooit helemaal aantoonbaar maken of het te danken is aan isolatie of ook aan andere dingen, maar het klopt wel. Door een labelsprong en die labelsprongen hebben we bij huis wel in beeld, bij het verkopen komen die zeker aan de orde en natuurlijk, alle grote projecten komen vanuit de aanpassing van de corporaties en zo, dan zie je ze ook. Dat klopt, dan kun je dat in beeld hebben. Want die monitoren we sowieso, de labels. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Linden: Ja, dank. Even kijken, ik was bezig met ja, een aantal van u geeft aan van moeten we niet meer doen? Nou ja, als u meer zou willen doen, dan moet je ook overwegen waar je het instopt. Kijk, ik denk eigenlijk dat particuliere woningeigenaren, die hebben in veel gevallen graag iets willen doen en als ze die mogelijkheid hebben, kunnen ze wel aan middelen komen.
Dat is natuurlijk niet alle, eigenaren met een smalle beurs, zoals ze dat noemen, daar hebben we dan ook onze lokale regeling voor ingezet, die is aangeboden en ik hoop met de heer Oostenrijk en een aantal anderen dat die snel wordt uitgeput en snel resolveert, maar misschien moet daar nog wat meer bij. Dat zou heel goed kunnen en dat zou ik een goed teken vinden, want dan word je goed gevonden en goed uitgeput. Huurders, ik meen de heer Portier die deed een suggestie, moeten we niet de corporaties voorfinancieren? Ja, dat is een oordeel dat u als raad zou kunnen hebben, daar zijn natuurlijk wel serieus middelen mee gemoeid dan en corporaties hebben op zich wel de opdracht om zelf hun woningvoorraad te verduurzamen, daar hebben ze ook in onze regio goede stappen mee. Warmtenet, maar ook een aantal andere stappen. Maar goed, dat laat ik even aan u over. Je zou je wel de vraag kunnen stellen, stel je zou extra middelen hebben, stel bijvoorbeeld een paar miljoen, wat zou je daar mee doen? Nou, dat is misschien een ander gesprek waard, dat zou natuurlijk best een goede exercitie zijn. Dan heeft een aantal … Oh ja, mevrouw Klein-Hendriks van de ChristenUnie-SGP vroeg naar aandacht voor bijvoorbeeld de installateurbranche hier in Dordt. Want de beweging maak je uiteindelijk ook met iemand die verstand heeft van techniek en het kan installeren.
Nou, dat is een groep mensen die heel belangrijk is daarin. Die zelf ook opvattingen kan hebben, over nee, doe mij nog een tijdje cv hier in dit huis. Of nee, je moet nu de warmtepomp nemen, noem maar op. Ik weet dat onder andere bij het duurzaamheidscentrum is een warmtecentrum ingericht. Dat is één van de zeven opleidingscentra in dit land, mbo-niveau, waar de nieuwe generatie wordt opgeleid, maar waarin ook heel erg veel mensen uit het vak worden bijgeschoold en dat is natuurlijk hartstikke mooi. Ik kan niet in de hoofden kijken, niet iedereen zal dezelfde opvatting hebben over hoe het dan gaat en hoe het dan als ze allemaal dezelfde keuzes maken. Maar het lijkt me wel goed om daar nog eens een gesprek mee te hebben. Met onder andere bijvoorbeeld Duurzaamheidsfabriek om te kijken wat de effecten zijn. Dan, even kijken … Ja, Welstand en monumenten, is bekend. Monumenten gaan we zorgvuldig mee om en volgens sommigen is dat iets te zorgvuldig. Ik heb een vraag
56
langs horen komen over dubbelglas, daar was volgens mij nog een keer een technische vraag over gesteld en die wordt nog een keer uitgezocht, dus daar komen we nog even op terug en verder gaat het iets bezijden de RES en de Warmtevisie, denk ik, maar misschien is dat nog een keer een debat waard. Ik denk dat ik de initiële vragen even gehad heb. De voorzitter: Nou, dat is helemaal prachtig. Ik zat net te denken van zou ik kunnen vragen of u af wil ronden, maar ik denk hij zal er wel bijna zijn. Dank u wel zover. Ik zie verder geen opmerkingen meer. Dan denk ik dat we af kunnen gaan ronden en dan is mijn volgende vraag aan eenieder, wij hebben twee raadsvoorstellen, een Warmtevisie en een RES. Eerste vraag is over de RES. Het gaat er natuurlijk om of de stukken als hamerstuk naar de raad kunnen ook niet. Van belang is als we het willen bespreken, zijn er moties of amendementen onderweg, of komen die onderweg? Dat is het eerste wat ik graag zou willen weten en ik zou ook graag in de chat vernemen of iemand al ideeën heeft om dat te gaan doen, want dat scheelt een hoop denkwerk. Meneer Van der Meer. Zegt u het eens. De heer Van der Meer: Ja, voorzitter, ik denk dat er allerlei punten zijn waarop er behoefte is aan aanscherping.
Ik treed graag met andere partijen in overleg en er is volgende week ook een motie- en amendementenmarkt op regionaal niveau georganiseerd en ik kan me niet anders voorstellen dan dat daar een aantal zaken uit naar voren komen met betrekking tot besparing, met betrekking tot warmte, met betrekking tot windenergie, met betrekking tot ondersteuning. Dat zal ongetwijfeld gebeuren en ik zal daar, of ik, GroenLinks zal daar ongetwijfeld een bijdrage aan leveren. De voorzitter: Ja, dat is voor mij dan nog niet helder of daar ook moties of amendementen uit gaan komen, maar meneer Noldus denkt hetzelfde. Ik zit even naar de griffier te kijken. Sorry? De heer Van der Meer: Ik heb nog geen concrete ideeën over … De voorzitter: Nee. Ja, het zit er natuurlijk wel in, maar … Eén momentje. De voorzitter: Ja. Nou, ons voorstel is om hem sowieso als bespreekstuk dan naar de raad te doen. Nu is het alleen de vraag van gaan we dat doen aangaande de moties en amendementen die eventueel worden ingediend of moeten we de discussie breder trekken in de raad? Dat willen we graag even weten van u. Dus geef het even aan in de chat. Ik kan me zo voorstellen dat meneer Van der Meer en meneer Noldus daar wel iets over te zeggen hebben, misschien anderen ook wel. Meneer Jansen wil het graag breder trekken en meneer Kleinpaste wil alleen over de moties.
Meneer Oostenrijk alleen over de moties, meneer Loekemeijer breder. Mooi. Fifty-fifty, zo’n beetje. Meer mensen alleen voor de amendementen en de moties. Nou, nee, nu komen er weer meer mensen voor breder. We gaan straks … Nee, we gaan niets straks even, gaan we straks even tellen? Ja. Het zit er wel in dat het gewoon breder gaat worden dan … Ja, nou ja. Ik denk dat we het voorlopig erop moeten houden met wat ik zie, er zijn toch best wel wat mensen die de discussie wat breder willen trekken. Daar gaan we denk ik ruimte voor
57
geven, maar dat verneemt u nog van ons. In ieder geval gaat de RES als bespreekpunt naar de raad. Niet? Ja, dat gaan we ook doen, meneer Oostenrijk, tellen, maar weet u hoe snel die lijst voorbijschiet? De griffier houdt het bij, maar ik kan zo snel niet tellen en praten en precies het punt pakken. U hoort dat van ons en dan nog eventjes over de transitie … Nee, de Warmtetransitie … Ik ben het woord gewoon kwijt. De TVW, laat ik het zo maar noemen dan. Wat doen we daarmee? Willen we die ook als bespreekpunt in de raad? Viermaal breder. Oh, meneer Struijk heeft viermaal breder geteld. Ik weet het niet, de griffier telt ook. TVP in dezelfde discussie? Nou, we moeten wel apart beslissen of ze naar de raad gaat en hoe die naar de raad gaat. Wij dachten er goed aan te doen ze apart te laten beoordelen door jullie. Gezamenlijk bespreken. Gezamenlijk bespreken samen met de RES. Samen. Net als de RES. Dus gezamenlijk. Eén agendapunt in de raad van maken, van die twee. Zien we dat goed? Ja. Oké, heeft de griffier ondertussen geteld over … Meneer Oostenrijk wil dan alleen moties en amendementen. Is daar bezwaar tegen? Ik zie geen bezwaren. De griffier heeft en mededeling.
De heer Den Boer: Nou, misschien als ik ook even dit stencil volg en wellicht dat een suggestie zou kunnen zijn om de RES en de Transitievisie Warmte wel gezamenlijk te bespreken en dan is het aan eenieder om aan te geven om in te gaan op de moties en amendementen breder, maar de spreektijd beperkt het één en ander uiteraard al. Als u uitgaat van de spreektijd van vijf minuten, als er de nodige moties en amendementen zijn, dan worden mensen daartoe denk ik vanzelf wel wat beperkt. Dus dat zou wellicht nog een voorstel kunnen zijn om beide onderwerpen in combinatie te bespreken met een bespreektijd van 5 minuten en dan is het aan eenieder zelf om in te gaan op de moties en amendementen of dat nog dat iets breder te trekken. De voorzitter: Goed. Vijf minuten, gezamenlijke bespreking, moties en amendementen en als er tijd voor is kunt u wat breder gaan, mocht daar behoefte aan zijn. Zullen we het zo doen dan? Zullen we het maar doen dan, zou onze vroegere voorzitter gezegd hebben. Oké, iedereen kan zich daar wel in vinden, merk ik. Dan doen we dat zou. Dan hebben we dat ook uitgewerkt. Dan zijn wij bijna erdoorheen, dat is goed ook, want het is kwart over elf. Sluiting 20.Rondvraag De voorzitter: Hebben we alleen nog de rondvraag. Heeft er iemand nog iets voor de rondvraag? Zo te zien niet, ik zie niks verschijnen.
Rest mij u … Oh, meneer Kleinpaste kan zich er niet in vinden, maar legt zich erbij neer. Ja, als de meerderheid … Dat is de democratie, hè. Meerderheid beslist. Er zijn geen vragen voor de rondvraag. 21.Sluiting De voorzitter: Rest mij niets dan u verder een prettig laatste stukje van de avond te wensen en tot ziens.
58
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 13 juli 2021.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
59