CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2026.06.02 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 juli 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 en 24 juni 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2, 9, 16 en 30 juni 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 535.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

En daar kunt u dan met zijn allen ook nog eens wat van gaan vinden. Maar we zijn daar al heel goed op ingeleid vanavond. Dank u wel. De eerste vraag, daarvoor geef ik de heer Van der Graaf het woord. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de presentatie. U had het op een gegeven moment over een ambtelijke beoordeling als het minder complex is. Maar heeft ook een voorbeeld van wat daaronder wordt verstaan? Want dat is mij niet helemaal duidelijk. De heer Reijke: Dat gaat over plannen waar weinig interpretatie aan is. Bijvoorbeeld een dakkapel van een bepaalde breedte. Als die maat helder is en als je weet, je moet zoveel meter bijvoorbeeld uit de gootlijn blijven of zoveel meter uit het zijdakvlak, dan kun je daar goed een ambtelijk advies al over geven. En nogmaals, op het moment dat daar twijfel is, zal de ambtelijke beoordeling altijd weer bij ons terechtkomen om te kijken, we twijfelen nog een beetje, kunnen jullie daar een advies op geven? De voorzitter: Nog een vervolgvraag. De heer Van der Graaf: Dank u wel. Helder. Duidelijk voorbeeld. Dank u wel. En nu veronderstel ik, en dat wil ik graag even bevestigd hebben, als het een ambtelijke beoordeling betreft, die procedure gaat dan ook sneller, neem ik aan? In vergelijking met jullie er zelf naar moeten kijken. De heer Reijke: Wij kunnen heel snel oordelen, hoor. Dat zal misschien ietsje schelen.

Maar eens in de twee weken hebben wij een vergadering en dan geven wij een oordeel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie heel veel handen de lucht ingaan. Ik heb eigenlijk de neiging om gewoon een rijtje te gaan maken. Maar de heer Noordam was echter eerder. 39 De heer Noordam: Ik ga bij de rest het gras voor de voeten wegmaaien. Ik heb een viertal vragen, mag ik die allemaal tegelijk stellen? De voorzitter: Ja. En ik hoor al iemand zeggen, ik heb er ook vier. Laten we wel een beetje timemanagement doen. De heer Noordam: Ik heb alle tijd. Je hoort vaak van mensen dat mensen zeggen dat ze tegengewerkt worden door welstand. Herkennen jullie dat? De heer Reijke: Dat ze dat zeggen, dat herken ik wel. Maar dat dat zo is, dat herken ik niet. Wat ik net ook al aangaf, af en toe moet je streng zijn. Dan gaat het over de beoordeling. Maar ik vind het heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen begeleiden en beoordelen. En dat beoordelen komt helemaal aan het einde en dat begeleiden, dat proces is vaak een proces waarbij je met elkaar probeert om er het beste van te maken. De heer Noordam: Helder. Dat is eigenlijk ook al een antwoord op mijn tweede vraag, want waar zien jullie de mogelijkheden om het bouwtempo te verhogen? We staan voor een enorme opgave in Dordrecht.

En hoe krijgen we dat zo snel mogelijk door dat tunneltje heen? De voorzitter: Nog meer vergaderen dan om de twee weken, misschien. De heer Reijke. De heer Reijke: Ik heb niet het idee dat wij de storende factor daarin in zijn, dat die vertraging daadwerkelijk door ons zou komen. Ik denk dat het wel eens kan gebeuren dat zaken vertraging oplopen, maar dat heeft dan ook wel een doel. Dat doel is namelijk om naar een betere omgevingskwaliteit te streven. En daar heb je heel lang nog veel plezier van. En op het moment dat je een aantal dingen maar laat lopen, dan krijg je daar later last van. En dat is wanneer het misschien enige vertraging op zou kunnen lopen, maar over het algemeen leidt dat niet, wat ons betreft, tot vertraging. En dat is ook absoluut niet de bedoeling. De voorzitter: Nog een laatste vraag. Nog twee. Nummertje drie dan. De heer Noordam: Er zijn landelijke regels, ook voor welstand. Volgt Dordrecht die of stapelen wij daar nog extra regels bovenop? De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Als het over de nieuwe Omgevingswet, gaat dan staat er in die Omgevingswet eigenlijk maar één ding. Dat is dat er een adviescommissie moet zijn met betrekking tot rijksmonumenten. Dat is het enige wat verplicht is. Vroeger waren welstandscommissies verplicht in Nederland. Nu kun je daarvoor kiezen als gemeente.

En we zien nog steeds dat heel veel gemeentes dat ook daadwerkelijk doen. Ook gemeentes die eerder dachten, misschien kunnen we wat dingen loslaten, die dan toch daarop terugkeren. Het is nog steeds zo dat de meeste gemeentes voor een welstandscommissie kiezen. Maar dat moet ik eerlijk zeggen, het is niet verplicht. 40 De heer Noordam: De laatste vraag. Er is eigenlijk ook al een antwoord op gegeven, maar ik ga toch nog even stellen. De redelijke eis van welstand is een 6 min, hebben we net gehoord. We gaan niet voor de 5, we gaan voor de 6 min. Maar het lijkt wel of de welstand altijd voor de 10 wil gaan. Ik heb net al iets gehoord dat u zei, hoe dichter bij de kern van Dordrecht we komen, hoe hoger de lat gaan leggen. Maar hoe gaan jullie daarmee om? De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Je moet je realiseren dat redelijk eis van welstand op een hoger niveau ligt in de binnenstad dan op een andere plek waar misschien wat minder mensen er last van hebben of minder mensen langskomen. Hoe centraler zo'n plek ligt en hoe waardevoller ook zo'n plek wordt gevonden, ook door jullie als gemeenteraad, hoe strenger wij zijn in de eisen. Maar dan gaat het nog steeds over die redelijke eisen van welstand. En natuurlijk, vakidioot als wij zijn, gaan wij in principe voor de 10.

Maar wij weten ook op een gegeven moment, dit voldoet aan de redelijke eisen van welstand en dat zou het dan ook kunnen zijn. Je probeert wel mensen uit te dagen om die kwaliteit beter te maken, maar we houden ons aan de criteria zoals die in de welstandsnota staan. En als dat het hoogst haalbare blijkt te zijn, dan is dat niet anders. Dan voldoet het aan redelijke eisen van welstand. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende zo? Dan geef ik nu het woord aan … Er komt nog een aanvulling. Mevrouw Riehl: U vroeg net of wij ons aan bepaalde landelijke richtlijnen houden. Wat betreft monumenten, er zijn natuurlijk ontzettend veel monumenten plannen zowel in de kleine commissie als in de grote commissie. En de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft landelijke richtlijnen opgesteld over hoe we monumenten beoordelen. En die volgen wij zoveel mogelijk, tenzij het gemeentelijk beleid daar iets van afwijkt. In dat opzicht doen we het in Dordrecht niet veel anders dan in andere monumentensteden en hebben met de binnenstad ook te maken met een rijksbeschermd stadsgezicht. Daar zijn de criteria extra zwaar en moeten we ook daar gewoon toetsen volgens de criteria zoals in de welstandsnota zijn opgesteld. Dat nog even ter aanvulling over landelijke richtlijnen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Riehl. Dan geef ik voor de volgende vraag het woord aan de heer Gündogdu.

Daarna komt mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt mag dan voor. Het was niet persoonlijk. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af of er criteria zijn in de huidige welstandsnota waar tegenaan loopt en die u graag ofwel ruimer ofwel juist strakker geregeld zou zien. De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Dan ga ik toch even het woord aan iemand anders geven, want die ervaring heb ik nog niet. Een van de anderen. 41 De heer Baijense: Ik wil er best wat over zeggen. Ik adviseer ook een paar andere gemeentes en eigenlijk is de welstandsnota van Dordrecht best wel kernachtig en to-the- point. Er zijn nog niet zoveel dingen die eenvoudiger of minder complex zouden kunnen. Er zijn gemeentes, die hebben voor elk deel van de stad andere regels voor hoe een dakkapel moet zijn. En dat is in Dordrecht al zo gemaakt dat het al best overzichtelijk is. Iedereen die welstandsnota leest kan eigenlijk al best wel veel voorsorteren op een goed advies van ons. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Op een gegeven moment kwam in de presentatie voorbij dat in wijken met een hoog welstandsniveau ook hogere eisen worden gesteld. Voor een binnenstad met beschermd stadsgezicht en zo snap ik dat. Maar als je een laag welstandsniveau hebt in een wijk is het juist ook prettig om daar iets van hele mooie kwaliteit toe te voegen.

Ik snap die keuze niet 100 procent merken. De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Dat is jullie keuze. Mevrouw Van Vugt-Roose: Prima. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, u had nog een vraag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dan beperk ik me even, want er zijn nog meer mensen met een vraag. Ik vroeg me nog twee dingen even af. Tegen welke problemen lopen jullie vooral in die kleine commissie aan? Wat gaat er daar het vaakst fout? En wat zijn de meest voorkomende verkeerde plannen bij de grote projecten. De voorzitter: Mevrouw Riehl. Mevrouw Riehl: Kunt u toelichten wat u bedoelt met wat er fout gaat bij de kleine commissie? Mevrouw Van Vugt-Roose: Niet dat de kleine commissie het fout zou doen. Maar welke plannen moet u het vaakst afkeuren? Of dat u zegt, hier geven we een negatief advies op. Mevrouw Riehl: Dat zijn vaak plannen die dan volstrekt niet voldoen aan de criteria zoals die in de welstandsnota zijn opgesteld. Mensen komen enthousiast met een plan en maken een aanbouw of een dakkapel die niet aan alle criteria voldoet zoals ze netjes zijn opgeschreven. We zeggen, we keuren ze niet af, maar we houden ze aan. En dan leggen we uit wat er wel moet gebeuren. En dan hopen we dat ze de volgende keer terugkomen en dat het dan binnen die redelijke eisen van welstand wel voldoet.

Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik bedoelde eigenlijk, gaat het meestal om dakkapellen die te groot zijn of juist om aanbouw die helemaal verkeerd … Maar een keuze, niet alles. Maar wat komt het vaak voor? En dezelfde vraag voor de grote projecten. 42 De voorzitter: De heer Baijense. De heer Baijense: Wat je ook nog wel eens ziet, is dat iemand gaat verbouwen aan een monument, niet wetende dat alles vergunningsplichtig is. En meestal gaat eerst de afdeling erfgoed van de gemeente daar poolshoogte nemen en daar adviezen over schrijven. En dan komt het bij ons. En dan is er vaak al heel veel kwaad geschied. Dat is heel jammer. Of dat het onwetendheid is van de aanvrager of mensen proberen het. Dat is moeilijk te beoordelen. En dat is ook eigenlijk niet relevant voor ons, alleen dan komt zo'n plan eigenlijk veel te laat bij ons. En dan is het een beetje letterlijk puinruimen. Dat is jammer. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Riehl, zou u de microfoon uit willen zetten? Dank u wel. De heer Gündogdu, uw vraag. De heer Gündogdu: Voorzitter, vragen. Maar ik houd het kort. In ieder geval bedankt dat u ons heeft meegenomen in datgene wat u doet. En ik heb een aantal punten voor mij opgeschreven. In ieder geval goed vormgeven. Bij mij dan rijst dan de vraag, wat is goed? Maar dat is een andere discussie. En het gaat met name om ruimtelijke kwaliteit.

Ik ben dan even benieuwd, wanneer komt u met uw advies richting het college? Is dat na het bestemmingsplan, vaststellen van een bestemmingsplan? Of dat er concreet een omgevingsvergunning wordt verleend? Kortom, wat is uw ruimte om alsnog wat in het kader van kwaliteit op de plannen in te brengen? Dit is mijn eerste vraag, voorzitter. De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Dat zijn heel veel vragen, volgens mij. Dat maakt niet uit. Er zitten een aantal aspecten aan. Als het over reguliere bouwplannen gaat, dan adviseren wij erop op het moment dat dat ook stedenbouwkundig passend is. Oftewel, dat het past in het bestemmingsplan of omgevingsplan zoals het nu heet, dan wel dat er vanuit de afdeling stedenbouw is aangegeven, wij gaan mee in deze ontwikkeling en dit zijn de kaders en daarbinnen kunnen jullie adviseren. Dat is de reguliere welstandsbeoordeling eigenlijk. Dat redelijke eisen van welstand verhaal. Ik heb ook aangegeven dat wij steeds vaker adviseren in een veel vroeger stadium. Dat betekent dat we met elkaar het gesprek hebben. Dat kan zijn op stedenbouwkundige kwaliteiten. Dat kan zijn naar aanleiding van een plan wat is vastgesteld en waarbij de bouwplannen nog in een heel pril stadium zijn. Dan ben je al in een heel vroeg stadium.

Het kan ook zijn dat het puur nog gaat om het vormgeven van de stedenbouwkundige randvoorwaarden, het stedenbouwkundig plan, misschien het beeldkwaliteitsplan. Ook daar hebben we, soms met de gemeenteambtenaren, maar soms ook met de architecten die het aan het uitwerken zijn, het gesprek dan over. Dat zijn collegiale overleggen. Dat zijn geen wettelijke kaders waar wij dan aan voldoen. Maar dat gaat over het gesprek en in ons brede adviseringsveld om te kijken hoe wij een goede ruimtelijke kwaliteit en het liefst een goede omgevingskwaliteit kunnen realiseren. De voorzitter: De heer Gündogdu. 43 De heer Gündogdu: Om het dan voor mij echt goed begrijpelijk te maken, voorzitter. Ik ga het inleiden met een kort voorbeeld. Recent heeft het college besloten om op het Gezondheidspark de ruimte die beschikbaar was in een omgevingsplan, of destijds bestemmingsplan, is vastgelegd voor ‘…’(02:45:48) bij 800 woningen, waar ook ruimtelijke kwaliteit plannen zijn gemaakt, vrij te geven aan een ontwikkeling van het ziekenhuis. U heeft daarover denk ik een advies uitgeschreven destijds in dat hele proces. Het raadsvoorstel wat nu bij ons ligt, bij de raad, bent u ook daarover, want het gaat over ruimtelijke kwaliteit, om advies gevraagd? De heer Reijke: Ik kijk even naar mijn collega's. Mevrouw Riehl: Voor zover ik weet hebben wij daar helemaal niets mee van doen gehad.

Ik heb het in de krant gelezen. Maar dat komt bij ons op tafel zodra er een plan gemaakt is. Dit soort besluiten staan wij natuurlijk gewoon helemaal buiten. Pas als er tekeningen gemaakt worden en als er een ontwikkeling is, dan pas gaan wij weer het vooroverleg in en dan gaat het weer de hele molen in. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Dat klopt. Maar u had al plannen beoordeeld en passend gevonden in de ruimtelijke kwaliteit, waar u eigenlijk de bewaker van bent. Die had u al vastgelegd. En de gemeenteraad had dat ook geaccordeerd. En nu komt er een verandering, dus ik ben benieuwd wanneer u dan weer in beeld komt om de nieuwe plannen te beoordelen Mevrouw Riehl: Zo snel mogelijk, hopen we natuurlijk. Dan kunnen we het nog in vooroverleg goed met elkaar erover hebben. Maar dat hangt ook van de aanvrager af. De voorzitter: Genoeg zo, mijnheer Gündogdu? Want ik zie dat er een vervolgvraag is bij de heer Cobben. De heer Cobben: Ik heb drie vragen die ik graag zou willen stellen. De voorzitter: Dat mag ook. En dan daarna de heer Hoogduijn. En u had ook, mevrouw Van Dorresteijn? En ook wel een beetje met het oog op de tijd, want we hebben nog een kwartiertje, dus dat geef ik u mee om zorgvuldig met de tijd om te gaan. De heer Cobben: Vraag één.

In februari is een krantenartikel verschenen over vertragingen van bouwplannen doordat jullie adviezen niet werden doorgestuurd. Onder welke verantwoordelijkheid viel die vertraging? Viel die onder jullie commissie? Of zo nee, onder wiens verantwoordelijkheid viel dat dan wel, het niet doorsturen van jullie adviezen, waardoor allerlei plannen werden vertraagd? De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Daar is mij niets van bekend. Ik weet niet wie er … De heer Cobben: Dan is dat een vraag voor de griffie. Want als jullie dat niet kunnen beantwoorden, dan moet de gemeente het zelf kunnen beantwoorden, lijkt mij. 44 De voorzitter: Zou via de microfoon … Zou u misschien eerst uzelf even voor willen stellen, dat we weten wie u bent? De heer Van Son: Goedenavond. Mijn naam is Edwin van Son. Ik werk als stedenbouwkundige bij de gemeente Dordrecht. En de organisatie van de adviescommissie zit eigenlijk bij ons team, wellicht. En rondom de jaarwisseling aren er een aantal problemen rondom de bezetting van de commissie en was er ziekte van de secretaris, waardoor een aantal plannen gewoon in de advisering bleven hangen. Dat heeft tot vertraging geleid. Dat hebben we zo snel mogelijk opgepakt, om daar een versnelling in aan te brengen met een aantal collega's, om daarin bij te springen.

Dat hebben we ook zo snel mogelijk recht gebracht, maar dat heeft wel tot enige vertraging rondom de rondom de jaarwisseling geleid. De voorzitter: De heer Cobben. De heer Cobben: Dat heeft eigenlijk te maken met het functioneren van jullie als commissie, als ik het zo mag zeggen. De heer Van Son: Nee, dat heeft niet direct te maken met het functioneren van de commissie. U moet zich voorstellen, de secretaris verzorgt de verslagen van de commissie. Dat is eigenlijk een functie, daar hebben we er maar één van binnen de organisatie. Op het moment dat die door omstandigheden wat langer uitvalt, is daar een vertraging door ontstaan in de verslaglegging. En dat is zo snel mogelijk opgepakt door de ambtelijke organisatie, om dat snel bij te springen. En dat is met de omgevingsdienst eigenlijk zo snel mogelijk weer vlotgetrokken. Maar dat heeft wel tot enige vertraging geleid. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk wel even in het kader van de orde dat we niet te veel concrete situaties in moeten gaan. Het is een introductie van de commissie aan ons als commissie. En ik denk vragen of concrete casussen, dat we die beter op een andere manier via de griffie kunnen stellen. De heer Cobben: Jawel. In verband daarmee, ik heb jullie verslag gelezen, jaarverslag.

Ik kom uit het bedrijfsleven en ben gewend dat het een verslag ook moet dienen om te kijken, hoe functioneert de commissie? Ik zie in jullie verslag allerlei cijfers staan over het aantal adviezen dat jullie afgeven, maar wij kunnen op basis van jullie verslag helemaal niet beoordelen hoe goed jullie werken. Er staat niet bij wat de doorlooptijd is geweest van de adviezen. Er staat niet bij hoeveel plannen zijn af gekeurd door jullie en tot welke vertraging dat heeft geleid. En mijn verzoek aan jullie is om dat voortaan wel op te nemen in het jaarverslag. Echt cijfers op basis waarvan we kunnen beoordelen, hoe functioneert jullie commissie? Nu ontbreekt dat gewoon. Dat krantenartikel was een opstapje naar deze vraag. Een andere vraag, ik hoop dat u daar nog antwoord op kan geven. Dat hoeft niet nu. Dat kan ook later. De voorzitter: Is dit uw laatste vraag? De heer Cobben: Een andere vraag die ik heb is, ik heb een paar verslagen gelezen van jullie en ik zie dat er vaak op heel erg detailniveau om wijzigingen wordt gevraagd. Waarvan ik me afvraag, hoe erg is dat? Het geeft mij het gevoel dat je toch wel min of 45 meer aan de goden bent overgeleverd.

En mijn vraag is, zijn jullie bereid om voortaan alleen te toetsen op evidente afwijking van de criteria en die afwijkingen ook te vermelden in het verslag, zodat ook anderen daar een oordeel over kunnen vormen? Dat is eigenlijk mijn laatste vraag op dit moment. De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Als het over het jaarverslag gaat, we gaan even kijken hoe we daarmee mee om kunnen gaan, dat dat voor iedereen helder is wat wij doen en dat dat op een goede manier in zo'n verslag terechtkomt. Daar kunnen we zeker naar kijken. Wat u net noemde, ik weet daar niet de details van. Ik heb net iets verteld over redelijke eisen van welstand en dat dat bij sommige, zeker bij monumenten, dat dat vaak over details gaat. En dat je ook op die detailniveau je advies moet geven. En dat zou dan kunnen betekenen dat het op sommige plekken wat gedetailleerder is dan op andere plekken, maar wij proberen ons natuurlijk zo goed mogelijk te houden aan die gebiedsgerichte criteria. Dat laat onverlet dat wij vaak wel een aantal adviezen meegeven aan de aanvrager waarbij we zeggen, als je dit en dit nog zou doen, dan zou dat wel tot een substantiële verbetering kunnen leiden. Dat is een advies. Dat is geen dwingende eis die we dan stellen. Dat verschil is er wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga eerst andere mensen echt het woord geven. De heer Hoogduijn van D66.

De heer Hoogduijn: Dank u wel, voorzitter. En allereerst ook dank aan de commissie voor hun komst naar ons toe en de heer Reijke voor de presentatie en de toelichting op de werkzaamheden van de commissie. Ik heb twee vragen die verschillen van elkaar. En ik ga proberen het kort te houden. Ik ben erg benieuwd naar de afweging die u maakt als het aankomt op het uitbrengen van een ongevraagd advies. Gaat het dan bijvoorbeeld over dat een plan dreigt onder die min 6 te komen? Een plus 5, of zo. Is dat dan al gelijk een reden voor u om een ongevraagd advies uit te brengen? De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Een ongevraagd advies gaat erover op het moment dat er niet een plan is ingediend, maar wij op een bepaalde locatie een ontwikkeling constateren. Dat kan iets zijn waarvan wij geen weet hebben gehad en waar wij achter komen en waarvan we dan zeggen, dat zou goed zijn om daar wat nader op in te gaan. Het kan ook een bepaalde ontwikkeling zijn in de bouwwereld of in de wereld die wij constateren, waarvan wij zeggen, het is goed om daar voortaan aandacht aan te besteden. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen er opeens heel veel zonnepanelen verschenen. Dan zou het handig kunnen zijn om daar ook beleid op te gaan maken. Als het gaat over warmtepompen, dan is het best goed om daar beleid op te gaan maken. Dat zou een ongevraagd advies kunnen zijn in die tijd.

Kijk daar nog een keer naar. En ook als raad, het is goed om daar aandacht aan te besteden in bijvoorbeeld de wijziging of de verandering van een komende welstandsnota. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hoogduijn. 46 De heer Hoogduijn: Dank u wel voor uw antwoord. Mijn andere vraag gaat over toegankelijkheid, want ik krijg van veel inwoners en ondernemers, specifiek van de binnenstad, vaak terug dat zij graag aanpassingen zouden willen doen aan hun gebouw, om ervoor te zorgen dat die beter toegankelijk wordt voor onder andere mensen die wat ouder zijn of mensen met een beperking. Alleen dan krijg ik ook vaak te horen dat hun verzoeken worden afgewezen. Dat zijn welwillende ondernemers die ervoor willen zorgen dat een gebouw toegankelijk wordt. En het gaat inderdaad vaak om een aanpassing op een monumentaal pand. Heeft dat dan te maken met die landelijke richtlijnen voor monumentale panden en dat daar niet zoveel aanpassingen, zulke aanpassingen, op gemaakt mogen worden? Of heeft dat ergens anders mee te maken? Mevrouw Riehl: Toegankelijkheid is ook voor monumenten heel belangrijk. En ik moet u eerlijk zeggen, we hebben geen een plan gehad de afgelopen drie jaar die daar specifiek op inging. Als er mensen zijn in de binnenstad die plannen hebben voor toegankelijkheid van hun gebouw, dan kunnen ze gewoon iets indienen en dan kijken we ernaar.

En in alle redelijkheid moeten we daar dan een advies over geven. Het is niet zo dat een monument nooit toegankelijk kan zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Dorresteijn en daarna mevrouw Van Herwijnen. En dan gaan we naar een afsluiting van deze commissie toe. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank, voorzitter. En jullie natuurlijk ook bedankt voor de presentatie. Ik had twee vragen, dus ik begin met de eerste. Jullie gaven net die casus aan van de V&D en daar had ik dan een vraag over. Jullie geven aan, er zijn aandachtspunten en aanbevelingen gedaan. Is een ontwikkelaar dan verplicht om die over te nemen en is er anders geen positief advies? Of is er een positief advies en zijn er daarnaast aanbevelingen om het nog beter te maken? Dat was de vraag. En ik vroeg me dan ook af, hoe kan het dat de afdronk eigenlijk zo erg verschilt? Komt dat vaker voor, dat jullie denken, dat was eigenlijk een topadvies en dat u dan terug hoort, paniek, alles is afgeschoten? Bij wijze van spreken. Dat was mijn eerste vraag. De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Om met het laatste te beginnen, ik heb begrepen dat dat inderdaad wat vaker gebeurt. Als het gaat over dit specifieke plan, dat is nog in vooroverleg.

Dat betekent dat wij nog geen definitief oordeel geven, maar wat wij vaak wel doen is aangeven, op hoofdlijnen zijn wie hiermee akkoord en gaat het om de uitwerking. En we willen die uitwerking natuurlijk nog zien om ons uiteindelijke oordeel te kunnen geven. Maar in dit geval ging het voor een heel groot deel ook om een aantal aanbevelingen om de zaken nog beter te maken. De voorzitter: Mevrouw Van Dorresteijn, u had nog één vraag. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel. En de tweede vraag, bedankt ook voor het antwoord, is, hebben jullie in beeld hoeveel procent van de plannen door jullie wordt 47 aangehouden? En hebben jullie ook inzicht in wat het effect daarvan is op de doorlooptijd van zo'n plan? De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Dat heb ik nog niet. En ik kijk ook even naar die kant. Hebben jullie daar een beeld van? De heer Smit: Ik zou het zo niet kunnen zeggen. De heer Reijke: Misschien is het goed om daar in een volgende keer wat aandacht … De heer Smit: Ik ben overigens Dennis Smit, secretaris van de commissie. De commissie vergadert iedere twee weken. Als het gaat om overzichtelijke wijzigingen, wat meestal het geval is, dan kan dat altijd heel snel weer in de commissie komen. De voorzitter: Dank u wel. Helder. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel, voorzitter. Ik had toch nog even een vraag aan het burgerlid, mevrouw Kruisinga.

Want van de andere leden is natuurlijk bekend, wat is de expertise? Ik was heel erg nieuwsgierig, waarom wilde deelnemen aan deze commissie? Is dat uw kennis van de stad of interesse in een bepaald gebied van de ruimtelijke kwaliteit? Dat wilde ik graag nog eventjes van u horen. De voorzitter: Mevrouw Kruisinga. Mevrouw Kruisinga: Nummer 1 is de liefde voor deze stad. Ik woon hier nu 26 jaar en ik vind ook al overal wat van. Ik ben heel erg geïnteresseerd in wat hier gebouwd wordt en of dat wel van kwaliteit is. Maar ik kijk daar als burgerlid naar. Ik kijk daarnaar, als ik inwoner was, als ik daarnaast zou wonen, wat zou ik daarvan vinden? Als ik in die buurt zou wonen en het zou gebouwd worden, past dat dan wel in die straat of in die buurt? Of is het echt … Afzichtelijk mag ik niet zeggen, want dan krijg je weer een kop, natuurlijk. Maar ik kijk daar wel naar vanuit het perspectief van, hoe zou een burger daarnaar kijken? Hoe zou een inwoner van de stad daarnaar kijken. En dat is mijn rol. De voorzitter: Dank u wel. We zitten vlak voor het einde van de commissie. Ik zag de heer Vroon, die had nog een vraag. Die geef ik toch nog even de gelegenheid om zijn vragen te stellen. De heer Vroon: Dank u wel, voorzitter.

Zeker aanhakend op mevrouw Dorresteijn over, als daar een verschil zit, hoe gaan jullie daarmee om? Om toch in plaats van een 8 naar een 7 min te komen, zodat die krantenkoppen en dat gevoel wat er leeft weg te nemen? De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Ik weet niet helemaal of ik uw vraag begrijp. Want nogmaals, wij hadden helemaal niet het idee dat wij aan het vertragen waren. Dat staat ook letterlijk in het verslag, we hopen dat het plan snel gerealiseerd kan worden. En het ging over een vooroverleg en het ging ook nog over het feit dat er een uitwerking zou moeten komen 48 die we nog zouden moeten beoordelen. Dat is wat er letterlijk gezegd is in de commissievergadering. En dat daar een ander verhaal in de krant verschijnt, daar kan ik niet zoveel aan doen. Gelukkig, denk ik dan ook. Maar dat is wel een feit. De voorzitter: Een kleine vervolgvraag. De heer Vroon: Voorzitter, dat snap ik. Maar om dan te zeggen, jongens, we gaan er niks aan doen of we laten het zo. Zijn daar dan vervolggesprekken over dat we elkaar wel gaan begrijpen? Of dat er een vervolggesprek komt van, waar zit de interpretatie dat het anders is geïnterpreteerd, ons advies? De voorzitter: De heer Reijke. De heer Reijke: Ik had het gevoel dat de ontwerpers het heel goed hadden begrepen, waar wij het over hadden met elkaar. En volgens mij zat er bij de ontwikkelaar ook niet zo heel veel licht.

Dat is in ieder geval wat ik heb overgehouden aan die vergadering. Dat daar een ander verhaal terecht is gekomen, daar kan ik niet zo heel veel aan doen. Wij hadden een goed gesprek onder collega's en dan merk je dat degenen die aan de andere kant zitten misschien over een aantal dingen wel even moeten nadenken, maar dat er wel wederzijds begrip was over, hoe zorg je ervoor dat hier een plan wat in de aard gewoon hartstikke goed is, wat een hoge kwaliteit heeft, dat je dat op een goede manier neer kan zetten? En let wel, het is natuurlijk ook wel een hele belangrijke plek. Dat moeten we ons ook realiseren. Daar wil je als commissie ook wat meer aandacht aan besteden. En dan gaan die redelijke eisen van welstand ook een stukje omhoog. De voorzitter: Dank u wel. Wij zijn aan het einde gekomen van deze beeldvormende commissie. Ik dank u hartelijk voor de duidelijke uitleg en de goede beantwoording van de vragen, in een gezelschap waar iedereen ook overal wat van vindt. Dat horen we al. En we kunnen er nog uren over doorspreken, denk ik. En dat gaat volgend jaar ook nog gebeuren, begreep ik. De vraag is of wij als commissie op dit moment voldoende zijn geïnformeerd of dat wij behoefte hebben aan nog een beeldvormende sessie op dit onderwerp. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik heb niet meteen behoefte aan nog een technische sessie.

Ik zou alleen nog één vraag beantwoord willen zien, want er wordt hier heel veel over vertraging gesproken. Maar ik wil weten, hoeveel wordt er door de ambtelijke beoordelingen afgewezen? En zit daar die al dan niet vermeende vertraging? Dat wil ik graag even uitgezocht hebben. De voorzitter: Dat is een technische vraag die genoteerd wordt dan, denk ik. Dank u wel. De heer Noordam. De heer Noordam: Misschien een beetje een vervolg op de vraag, voorzitter. Is het mogelijk dat dat ook, wat er in januari gebeurd is, een stukje uitleg nog nader gegeven wordt? Ik begreep net dat het aan een secretaris lag, maar we hebben ook de jaarstukken net gelezen. Jullie hebben alle cijfers in beeld. Kan daar ook een stukje onderbouwing van gegeven worden, hoelang de doorlooptijd is van de aanvragen? Want 49 ik snap dat jullie elke twee weken vergaderen, maar dat kan dan misschien wel tien keer in de vergadering komen. Wat is een doorlooptijd? De voorzitter: Dank u wel. Die vraag wordt ook genoteerd. De heer Hoogduijn. We moeten even opletten dat we niet de hele commissieronde weer gaan doen, want er zit al een volgende voorzitter met smart te wachten. Om 21.00 uur begint gewoon, 1 minuut geleden, de volgende vergadering. De heer Hoogduijn: Ik zal hem snel afmaken. Even in het verlengde van mevrouw Van Vugt.

Ik ben ook benieuwd of mijn vraag over toegankelijkheid eerst in dat filter terechtkomt van de ambtelijke organisatie, voordat dat bij de welstandscommissie komt. De voorzitter: Dank u wel. Dit zijn allemaal vragen die meegenomen worden. Ik hoor verder niemand roepen, ik zou dolgraag nog een extra beeldvormende sessie willen, dus ik stel voor dat wij hierbij constateren dat u voldoende bent geïnformeerd op dit moment. Dan dank ik u hartelijk voor uw deelname aan deze goede vergadering. Dan vraag ik u vriendelijk uw vaatwerk mee te nemen naar de pantry en wens ik u een goede avond. 4. Afgeven definitieve verklaring van geen bedenkingen voor Wieldrechtse Zeedijk 2a - Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Van den Aardwegh-van Leeuwen (CDA) Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Bijl (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. In ’t Veld (VSP Dordrecht) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Dhr. Winters (D66) Portefeuillehouder: De heer Merx Overige aanwezigen: mevr. Bontekoe, mevr. Brisam-Vermeeren, dhr. Hesper, dhr. Rikkers, mevr. Seger, dhr. Vermaas, mevr. Verschoor, dhr.

Visser, mevr. Zijdemans 50 De voorzitter: Beste mensen, goedenavond. En sorry voor de vertraging, dat we iets later beginnen. Maar we moesten even de wissel goed organiseren. Welkom allemaal. Welkom bij deze oordeelsvormende commissievergadering over het raadsvoorstel het afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen voor de Wieldrechtse Zeedijk 2a. Allereerst van harte welkom aan alle raads- en commissieleden, aan iedereen die hier vanavond in de zaal zit of op een andere manier met ons meeluistert. Op de tribune zit inmiddels ook wethouder Merx. Welkom ook ambtelijke organisatie. En natuurlijk inderdaad welkom aan alle insprekers voor vanavond. Ik zal u zo even aangeven hoe we in ieder geval het eerste deel van de avond zullen laten verlopen. Maar voordat ik daarmee begin, wil ik eerst even een rondje maken voor het verslag en vraag ik alle raads- en commissieleden hun naam en hun partij kort te noemen. En ik begin aan voor mij de linkerkant. Gaat uw gang. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. De heer Pauwels: Sam Pauwels, GroenLinks-PvdA. Mevrouw Kamphuis; Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Jolanda van den Aardwegh, CDA.

De heer Winters: Hank Winters, D66. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van der Bijl: Richard van der Bijl, Beter voor Dordt. De voorzitter: En links van me zit onze commissiegriffier. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is David Schalken en ik zit vanavond deze vergadering voor. Ik ga naar de aanleiding voor deze commissievergadering en dat is het raadsvoorstel over het afgeven van een ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Deze is in de raad van 14 oktober 2025 aangenomen met 25 stemmen voor en 11 stemmen tegen. De vraag voor de raad is nu of de ingediende zienswijzen aanleiding geven nu tot een ander besluit te komen ten aanzien van de definitieve verklaring van geen bedenkingen. Het 51 verzoek van de Partij voor de Dieren voor een oordeelsvormende bespreking kreeg voldoende steun en de politieke vraag daarbij is, wil de nieuwe raad deze ontwikkeling nog steeds toestaan of houdt zij vast aan de doelen uit de omgevingsvisie, zoals een groene, onbebouwde polder? Zo heb ik het volgens mij goed verwoord. Er hebben zich naar aanleiding van deze bespreking 9 insprekers gemeld.

En omdat het voorliggende raadsvoorstel niet eerder beeldvormend op de agenda heeft gestaan, is hiervoor vanavond de gelegenheid om bij aanvang van deze oordeelsvormende bespreking nog in te spreken. En ons Reglement van Orde geeft aan dat de commissie na de insprekers bepaalt of het onderwerp daarna ook direct oordeelsvormend kan worden behandeld of dat dit na een later moment wordt doorgeschoven. En dat zou zomaar het geval kunnen zijn op het moment dat er vanuit de insprekers nieuwe informatie komt. Maar dat gaan we bekijken, nadat we de insprekers de gelegenheid hebben gegeven om in te spreken. Maar we starten allereerst met de insprekers. En om het een beetje ordelijk, zoals je dat zegt, te laten verlopen, stel ik voor dat we dat in 3 blokjes doen. Allereerst de omwonenden die zich al lang geleden hebben aangemeld en vooraf een inspreekbijdrage hebben ingestuurd. En als tweede blokje de omwonenden die zich later hebben aangemeld. En als derde ook inspreek ruimte voor de initiatiefnemer. En bij elk blokje wil ik vragen dat we eerst inderdaad luisteren naar de insprekers en daarna per blokje de gelegenheid geven tot het stellen van vragen vanuit de commissie. En dan na het laatste blokje, zoals ik net al aangaf, bepaalt de commissie of we dan direct door kunnen naar de oordeelsvormende besprekingen of dat we dat wellicht op een later moment doen.

Ik wil als eerste graag het eerste blokje insprekers naar voren vragen. Ze krijgen allemaal 5 minuten ongeveer. Waarbij ik de insprekers in ieder geval wil vragen om niet allemaal hetzelfde verhaal te vertellen, maar een aanvulling te doen op wat eerder is gezegd door de spreker daarvoor. En ik heb me net helaas niet aan iedereen kunnen voorstellen, maar ik zou als eerste graag naar voren willen roepen mevrouw Zijdemans, de heer Hesper, mevrouw Brisam. En dat waren ze. Welkom natuurlijk namens de commissie hier aan tafel. En fijn dat u langskomt om uw inspreekbijdrage te doen. En om het voor mij een beetje ordelijk te houden, probeer ik deze volgorde aan te houden. Dan wil ik eerst vragen aan mevrouw Zijdemans voor haar bijdrage. Mevrouw Zijdemans: Goedenavond allemaal. Ik heb al eens eerder gebruik gemaakt van de inspreektijd. Ik denk dat ik destijds toen ook al heel veel informatie heb laten zien. En ditmaal, zoals jullie hebben kunnen lezen, heb ik eigenlijk een aantal vragen aan jullie gesteld. En ik hoopte dat jullie mij vanavond van antwoorden daarvoor konden voorzien. De voorzitter: Dat is eigenlijk kort en krachtig uw bijdrage. U verwijst inderdaad naar wat u ingestuurd heeft. Dank u wel. Ik ga naar de heer Hesper. De heer Hesper: Geachte leden van de gemeenteraad. Dank dat ik hier vandaag mag spreken.

Laat ik beginnen met iets aangeven wat ik normaal nooit zou doen, namelijk dat ik stellingen ga poneren zonder volledige onderbouwing. Dat vind ik onwenselijk, maar in dit dossier zitten zoveel fouten, zoveel van juridische en procedurele gebreken, dat het onmogelijk is om die in 5 minuten allemaal uiteen te zetten. Daarom verwijs ik u ook naar mijn schriftelijke onderbouwing. Daar staat alles in. Gedocumenteerd, controleerbaar, feitelijk. Maar vandaag wil ik 1 kernpunt neerzetten en dat is dit. U wordt gevraagd een besluit te nemen waarvan iedereen kan zien dat het juridisch niet 52 houdbaar is. De rechtbank was eerder glashelder. Essentiële stukken ontbraken, de feitelijke grondslag klopte niet, de motivering was tegenstrijdig, onderzoeken waren niet volledig of niet actueel en de belangen van omwonenden waren onvoldoende meegewogen. Precies dezelfde fouten liggen nu opnieuw voor u. Niet een paar. Allemaal. En het gaat verder. Op 15 november 2024 vernietigde de rechtbank de vergunning. Nog geen week later, op 21 november, verstrekte de gemeente een opdracht aan het hoveniersbedrijf voor het ophogen van zijn oprit zijn oprit voor 2,5 duizend euro. De gemeente is hier vergunningverlener, handhaver, procespartij en privaat opdrachtgever op hetzelfde perceel, bij dezelfde aanvrager. Dat is bestuurlijk onzuiver en dat creëert de schijn van bevoordeling.

Het dossier is niet volledig. Het is aantoonbaar onvolledig. Onder artikel 3.4 van de AWB moeten alle relevante stukken ter inzage liggen, maar er ontbreken nog steeds aanvraagstukken, verkeersveiligheidsanalyses, dijkveiligheidstoetsen, ecologische actualiteit en de invoer van het akoestisch model en een watervergunning. En de wet is helder. Zonder volledig dossier mag de raad niet besluiten. Toch wordt u gevraagd dat wel te doen. Dan is er het geluid. 77 decibel piekbelasting. Het akoestisch rapport laat pieken zien van 77 decibel in tuinen, op gevels. Dat overschrijdt de VNG-richtwaarden en de VNG-grenswaarden. En de provinciale stiltegebiedsregels. OZHZ erkent de overschrijding, maar motiveert niet waarom dit toch acceptabel zou zijn. Er is geen stap via motivering. Er is geen cumulatieanalyse. Er is geen alternatieve afweging. En opnieuw worden tuinen genegeerd, terwijl de rechtbank daar al expliciet over heeft geoordeeld. En dan de ecologie. De actuele beveractiviteit is genegeerd. Het staat in de zienswijzen. Er zijn NDFF-waarnemingen en foto's en video's van de bevers. Direct langs dit perceel. De bever is een strikte beschermde habitatrichtlijnsoort en toch baseert OZHZ zich op een quickscan uit 2020. Dat is niet zorgvuldig en in strijd met vaste jurisprudentie. Dan het verkeer en de dijkveiligheid. Er is geen objectieve onderbouwing.

De verkeersintensiteit stijgt met 50 procent op een smalle dijk, zonder passeerstroken, op een regionale waterkering. Er is geen verkeersveiligheidsanalyse. Er is geen dijktoets. Er is geen aslastberekening. Geen toets door het waterschap. En het college doet alsof dit een detail is, maar dit is een juridisch gebrek. Dan de bestemming, de omgevingsvisie, het stiltegebied. Het plan wijkt af van bestemming recreatie 1. De omgevingsvisie zegt, geen nieuwe bedrijfsfuncties in de nieuwe Dordtse Biesbosch. Het perceel ligt in een provinciaal stiltegebied. Een piek van 77 decibel is daar per definitie onaanvaardbaar. En toch wordt u gevraagd dit te negeren. En dan naar aanleiding van de inspraak van de initiatiefnemer die nog komt. De gedachte, hij is al 7 jaar bezig, dat moet meewegen, dat is begrijpelijk, maar dat is juridisch niet juist. Het nadeel van de initiatiefnemer is privaat, financieel en zelfgekozen. Hij kocht de grond zonder planologische zekerheid. Hij koos ervoor een bedrijf te willen vestigen op een recreatiebedrijf. Dat is ondernemersrisico. Daartegenover staat het nadeel van de omwonenden, de ecologie, de verkeersveiligheid en het stiltegebied. Dat is collectief, structureel, onomkeerbaar en ruimtelijk relevant. De Omgevingswet en jurisprudentie zijn glashelder. Publieke belangen wegens waarde dan private economische belangen.

Een VVGB mag niet worden gebaseerd op medelijden, frustratie of financiële teleurstelling van 1 ondernemer. Dat zijn geen ruimtelijke belangen. U mag hier niet mee instemmen. U bent gebonden aan artikel 3.2 van de AWB, artikel 3.46 van de AWB, artikel 3.11 van de ANWB en artikel 2.12 van de Wabo. Het dossier is niet volledig. Het is niet controleerbaar, niet handhaafbaar en juridisch niet verdedigbaar. Een VVGB op basis van dit dossier is per definitie vernietigbaar. Geachte 53 raadsleden, u staat voor een kruispunt. U kunt kiezen voor een zorgvuldig juridisch houdbaar besluit of voor een 3e vernietiging. Het dossier is niet besluitrijp, niet volledig, niet controleerbaar, niet juridisch verdedigbaar. U bent niet verplicht om dit besluit te nemen, u bent verplicht om een zorgvuldig besluit te nemen. Ik vraag u daarom dringend, geef geen VVGB af op basis van dit dossier. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ook heel fijn dat u zich goed aan de tijd houdt. De heer Hesper: Dat is ingestudeerd. De voorzitter: Heel fijn. Dank u wel. Dat is echt keurig. Ik ga naar mevrouw Brisam- Vermeeren. Ga uw gang. Mevrouw Brisam-Vermeeren: Hallo allemaal, fijn dat ik mag inspreken. Mijn naam is Frances en met mijn gezin woon ik in een straat pal achter de Wieldrechtse Zeedijk. Wat zou het fantastisch zijn om hier te wonen, dacht ik jaren geleden, vaak als ik wandelde over die dijk.

Nog niet wetende dat ik er later ook daadwerkelijk een huis vlakbij zou hebben. En nog steeds wandel ik elke dag over die dijk, soms zelfs twee keer per dag. Zo hup, het natuurgebied in. En sterker nog, vlak voordat ik hiernaartoe kwam, heb ik er nog een rondje gelopen. Elke dag. Rust, dat is wat ik er vind. Iets wat ik en vele anderen met mij ook echt nodig hebben. Als jonge moeder met een drukke baan en heel veel reistijd is het een van de weinige manieren waarmee ik mezelf mentaal een beetje stabiel kan houden. Wandelen over die dijk, het natuurgebied in, elke dag. Ik sla het nooit over. Dat is ook precies waarom ik het oprecht doodzonde zou vinden als er zo'n actief bedrijf komt aan die dijk. Het voelt als het neerzetten van een storende radio in een therapie ruimte. Waarom kiezen voor meer verkeer, meer geluid, meer onrust op een van die zeldzame plekken in onze gemeente waar nog rust te vinden is? Waarom nou daar? Beste gemeenteraad, dit stukje van Dordrecht is echt een parel en die rustig die er te vinden is heeft mij al door zoveel moeilijke periodes in mijn leven heen geholpen. Dat gun ik iedereen, ook toekomstige ontdekkers van die prachtige dijk daar, en alles wat erachter ligt. Zoals ik al zei heb ik jonge kinderen. Dat betekent dat ik het kort houd vanwege het tijdstip en ga ik zo meteen ook direct vertrekken. En morgen wandel ik weer over de dijk. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel ook voor uw bijdrage. Daarmee hebben we het eerste blokje insprekers gehad en vraag ik aan de commissieleden of ze eventueel vragen hebben voor de insprekers. Is er iemand die ik het woord mag geven? Mevrouw Kamphuis, ga uw gang. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voor het inspreken. En ik heb al die brieven gelezen. Alleen ik vraag me af, ik nog geen tijd om te kijken wat achter die artikelnummers zat. De heer Hesper: Artikel 3.2 van de AWB betreft zorgvuldige voorbereiding. Artikel 3.46 van AWB betreft een deugdelijke motivering. Artikel 3.11 van AWB betreft volledige ter inzagelegging en 2.12 van de Wabo gaat over goede ruimtelijke ordening. 54 De voorzitter: Een helder antwoord op een duidelijke vraag. Is er nog een andere vraag? De heer Struijk. De heer Struijk: Dank, voorzitter. Allemaal bedankt voor de bijdrage. Ik heb een vraagje voor mevrouw Brisam-Vermeeren. Ik zou haar een hand kunnen geven. Afstand is te groot. Ik wandel er ook elke dag. Ik heb er ook vandaag gelopen. Ik wandel er ook regelmatig twee keer. Ik vraag me wel eerlijk gezegd, waar bent u nu precies bang van? Ik loop ook regelmatig eromheen. Er is maar één plekje waar je iets kunt zien van waar de plek is waar mogelijk iets gevestigd gaat worden en dat is als je pal voor de ingang staat. Verder, of je nou rechts, links of aan de achterkant staat, is niets te zien.

Als ik die stukken lees, begrijp ik dat daar 's morgens wat verkeersbewegingen zijn en 's middags ook. En voor de rest zie ik niet in dat de rust meer verstoord wordt dan bijvoorbeeld nu de auto's die naar de stalhouderij rijden en de motoren op de landbouwweg. Waar bent u nu precies bang voor? Mevrouw Brisam-Vermeeren: Ik denk dat u dan toch niet mijn verhaal helemaal goed gehoord heeft. Het gaat met name om het verkeer. Want u zegt, er komt maar alleen 's middags en 's ochtends misschien wat bij. En inderdaad, er is nu ook verkeer. En daar moet ik ook wel eens flink voor opzij als daar nu loop. Ik ben eigenlijk zelfs wel een keer van mijn sokken gereden toen ik stond te schuilen voor de regen onder een boom. Met name over al die auto's die daarbij komen maak ik me zorgen. Want als je de dijk afloopt dan, dan kan je linksaf langs die Sportlaan. Daar gaat nu superveel verkeer heen en die komen dan straks ook allemaal terug naar dat hoveniersbedrijf. Daar maak ik me druk om. Eerlijk gezegd, ik ben gewoon heel erg bang dat ook als dit bedrijf daar wordt gevestigd is dat stop één en dan wordt het drukker verkeer. En voor je het weet, dit kon er, dan kan er dat komen. Dat is ook wel een achterliggende gedachte. De voorzitter: Dank u wel. Een korte vervolgvraag. De heer Struijk: Korte vervolgvraag, voorzitter.

Weet dan überhaupt nog meer locaties die vergelijkbaar zijn waar ook zo'n soort bedrijf ergens zou kunnen komen aan die dijk? Het is mij niet bekend, dus die angst begrijp ik eerlijk gezegd niet goed. Mevrouw Brisam-Vermeeren: Dat kan ik me misschien voorstellen, maar op dit moment is dat wel een angst die ik heb. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mijnheer Van der Graaf, ga uw gang. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik snap de angst op zich wel, hoor. Alleen als die angsten niet uit blijken te komen, zou u dan over een tijdje ook kunnen zeggen, bij nader inzien valt het toch wel mee? Zoveel overlast heb ik er toch niet van en achteraf bezien waren de angsten ongegrond. Mevrouw Brisam-Vermeeren: Is die mogelijkheid er toch ook dat je uiteindelijk toch het wel hebt, misschien? Dat is het antwoord. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pauwels. 55 De heer Pauwels: Dank u, voorzitter. Een vraag aan eigenlijk alle drie de insprekers. Sowieso bedankt hiervoor. Wat doet het handelen van de gemeente en de raad met uw vertrouwen in de gemeente en de raad? Mevrouw Zijdemans: Daar zou ik wel graag antwoord op willen geven, gezien ik al zeven jaar bezig ben met dit. Ik vind gewoon, er zijn nou eenmaal regels op gesteld en daar moet aan gehouden worden. Ik vind, er kan niet zomaar omheen uitgebreid worden om het maar een bepaalde richting op te duwen.

En het heeft in ieder geval er voor mij heel erg voor gezorgd dat ik echt nog 0,0 vertrouwen hierin heb, want ik moest überhaupt helemaal zelf met heel veel moeite uitvinden hoe het hier binnen allemaal werkt. Daarom heb ik de eerste keer tijdens juli besluit over verlenen van de vergunning ook gemist. Want het is als burger niet echt heel erg toegankelijk. Dit doet in ieder geval ons geen goed. De voorzitter: Misschien nog een reactie ook. Ga uw gang. De heer Hesper: Ik denk dat in de basis van mijn vertrouwen in de gemeente wel aanwezig was. Maar ik moet ook wel zeggen dat ik ook geschrokken ben van het feit dat de gemeente een opdracht geeft voor dat ophogen van die opritten in dit dossier. Dat verbaast mij zeer. En lijkt het mij, de raad en in de checks and balances hebben ze een rol naar het college. Ik verwacht ook dat die dan ook nu genomen wordt. En als dat zou gebeuren, dan is dat goed voor mijn vertrouwen. Laat ik dat zo zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Brisam, misschien ook nog een reactie richting de heer Pauwels? Nee. Dank u wel. Zijn er nog meer vragen? Nee, die zijn er niet. Dan wil ik u als insprekers in ieder geval heel erg bedanken. En dan vraag ik voor het tweede blokje mevrouw Seger, mevrouw Verschoor, de heer Visser, de heer Vermaas en de heer Bontekoe. Als die willen komen zitten. Dank u wel. En ook welkom hier aan tafel.

En excuses dat ik me net niet heb kunnen voorstellen, zodat ik nog niet weet welke personen hier nu zitten. Want ik mis een van de insprekers die hier wel op mijn lijstje staat. Maar ik ga op volgorde. Als eerste mevrouw Seger. Welkom aan tafel. En als u als eerste uw inspreekbijdrage wil doen, dank u wel. Mevrouw Seger: Zeker. Mijn eerste zorg voor mijn buurvrouw. Goedenavond. Ik houd van mijn stad. Ik woon er al bijna heel mijn leven. En ik zou toch mogen verwachten dat Dordrecht een stad is waar de gemeenteraad op zijn minst luistert naar haar burgers. Dat u luistert. Maar niks is minder waar. Ik heb samen met mijn buren zienswijzen ingediend over de plannen voor de Wieldrechtse Zeedijk, maar er wordt niet eens serieus naar gekeken. Er wordt niet op gereageerd. We hebben niet eens een bevestiging van ontvangst ontvangen. Ik vind het schandalig alles wordt in 1 klap van tafel geveegd met argumenten of bevindingen die niet eens kloppen. Sorry dat ik het zo moet zeggen, maar zijn jullie niet goed wijs om überhaupt ook maar een seconde na te denken over het toestaan van een bedrijf in een natuurgebied? Want ja, dat is het. Het is een natuurgebied. Er leven beschermde diersoorten die genieten van de rust en de ruimte. Elke dag zie ik die daar als ik daar wandel, net als de hele wijk. De bevers en de mooie, prachtige vogels.

Daarbij kijk ik vanuit mijn woonkamer en mijn tuin direct op de dijk, dus ik woon direct aan de dijk. 56 Auto's en scooters rijden er nu al als gekken en het is wachten totdat er weer een keer iemand wordt aangereden. Er wandelen ontzettend veel mensen met hun kinderen, even, kinderen, veel kinderwagens en kleine kinderen die net kunnen fietsen, maar van hun sokken worden gereden omdat mensen niet normaal kunnen rijden. Er kan niet nog meer verkeer bij. Dat is simpelweg onmogelijk en levensgevaarlijk. Wij zijn hier een aantal jaar geleden speciaal komen wonen voor de ligging. Juist hier met de aanleg van de Landbouwweg is de Wieldrechtse Zeedijk rustiger en veiliger geworden. Nog niet rustig en veilig genoeg, maar beter dan vroeger. Mijn buurvrouw die woont hier al vanaf het begin dat deze huizen er zijn. Dat is een jaar of 40. Toen was de Landbouwweg er nog niet. Het is een verademing nu de Landbouwweg er is en zij kan mij het beste de verhalen vertellen, zij is te oud om hier vanavond te zijn, hoe toen was en nu. Die is als de dood dat er straks weer meer verkeer wordt. Nog meer verkeer en herrie op die dijk is voor ons echt onacceptabel.

Hoe kan het toch dat de gemeenteraad een voorlopige verklaring van geen bedenkingen überhaupt heeft afgegeven, ondanks alles wat er niet klopt? Onderzoeken en bevindingen die simpelweg niet waar zijn, wetten en regels die u gewoon overtreedt. U doet blijkbaar niet aan waarheidsvinding en vindt het niet belangrijk wat inwoners denken of vinden, want u luistert simpelweg niet. Wat er dan overblijft zijn blijkbaar hele andere belangen die hier een rol spelen. Iets anders kan ik namelijk niet bedenken. Daarom vandaag deze oproep aan u om goed te kijken naar alle feiten die op tafel liggen. De feiten. En niet toe te staan dat een bedrijf zich daar vestigt. En tot slot heb ik nog een laatste vraag aan u. Ik wil ook heel graag een nieuwe oprit. Naar wie van de gemeente kan ik de factuur sturen om die te laten betalen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Als tweede heb ik op mijn lijstje staan mevrouw Verschoor. Mevrouw Verschoor gaat uw gang. Mevrouw Verschoor: Ik ben me even aan het bezinnen, want ik vind me zeer in het pleidooi van zowel Iris als de dame die hier naast mij zat. Ook ik woon aan de dijk, wandel daar met mijn jonge dochter, vind daar mijn rust. Vind het ontzettend belangrijk dat dit beschermd blijft. Niet voor mij voor, dit stukje natuur. We gingen niet herhalen, dus ik laat het hier even bij. Maar ik onderschrijf het 100 procent.

De voorzitter: Dank u wel. Ook duidelijk. En nu voor mijn beeld, want ik heb hier alleen nog drie heren staan als inspreker. Maar er is ook nog een dame. Mag ik eerst uw achternaam vragen en u het woord geven? Mevrouw Bontekoe: Ik ben mevrouw Bontekoe. Mijn man heeft liever dat ik het woord doe. De voorzitter: Die heb ik hier anders staan. Ga uw gang. Mevrouw Bontekoe: De belangrijkste dingen zijn sowieso vanuit zakelijk oogpunt, maar net ook al heel persoonlijk benoemd, over de grote zorgen die wij hebben. Ik woon ook aan de dijk, mijn tuin grenst aan de dijk. Ik zit daar heel graag en wij kijken op de schaapjes, maar natuurlijk ook op het verkeer wat over de dijk heen komt. En wat ons heel erg beangstigt is sowieso de manier van rijden die heel erg aan het veranderen is. Bijna wekelijks zien we bijna-ongelukken op dat kleine stukje dijk tussen het kruispunt Schenkeldijk en het stukje manege. En dat zijn voertuigen, busjes die steeds harder 57 rijden. We hebben het vaak meegemaakt. Ik loop daar ook heel vaak dat een man moedwillig aangereden werd door iemand die vond dat de fiets met zo'n ding ervoor, een kar ervoor, bakfiets, die reed een beetje in de weg, daar kond die niet omheen. En die man werd voor onze ogen van die dijk afgereden. Dat is geen incidentje. Dat gebeurt regelmatig. Je ziet regelmatig mensen van die dijk af, stoppen, tegen prikkeldraad.

ik heb eerste klas zicht en dat is niet fijn. Ik ben daar komen wonen op het moment dat de weg nog niet klaar was, de Landbouwweg. En dat is een verademing geweest en dat is niet voor niks geweest. In die tijd was het gewoon echt gevaarlijk om daar dat stukje dijk, en vooral ons stukje dijk, is het smalste, is het drukste, daar wilde je echt niet lopen, wandelen, fietsen. Dat is toegenomen sinds de Landbouwweg geopend is. Er lopen steeds meer mensen, er fietsen meer mensen, paarden. Alles komt eroverheen. We willen toch niet terug naar zo'n situatie dat we weer dat stukje dijk zo gevaarlijk maken? Ik snap echt totaal niet dat deze keuze gemaakt wordt. 50 procent meer bewegingen. En dat zijn geen fietsen. Dat zijn auto's met aanhangers, onhandige voertuigen die veel plek in beslag nemen, waardoor andere weggebruikers in gevaar komen. Ik vind het echt heel belangrijk dat er echt heel serieus naar gekeken wordt en niet dat we wachten tot er echt iemand weer in het ziekenhuis ligt omdat er weer iemand aangereden is. En dit gaat gewoon zeker gebeuren. Wij zien het gewoon heel vaak bijna misgaan. En dan hebben we het niet eens over het geluid, maar daar is al even over gesproken. Denk er ook eventjes aan, de huizen zoals die staan onderaan deze Wieldrechtse Zeedijk, staan in een ring. Het is een soort geluidskom. Als wij in de tuin zitten.

Mensen lopen over de dijk, ze praten normaal tegen elkaar, kunnen wij letterlijk het gesprek volgen. Letterlijk. We kennen alle tragedies van de Dordtenaren die over de dijk lopen. Dat is niet overdreven. Dat is niet meegenomen in de onderzoeken. Ik heb het nergens gezien. Maar dat is wel wat voor ons ook wel een heel belangrijk item is. Dank u wel voor deze tijd. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. En dan heb ik hier op mijn lijstje staan de heer Visser. Ga uw gang, mijnheer Visser. De heer Visser: Dank u wel. Ik zal proberen de punten alleen aan te halen die nog niet genoemd zijn. Zoals inderdaad de procedures, bouwen in de polder, komt allemaal ter sprake natuurlijk. De weg ernaartoe, wat al werd aangegeven door de vorige inspreker. Ik heb hem vandaag nog even opgemeten. Het is 3.45 breed en een normale vrachtwagen, als je het goed op internet opzoek, is 3.15 breed. Dan blijft er 30 centimeter over. Een wielrenner is al breder dan 30 centimeter. In principe, en dat is een stuk van 150 meter, kan daar een vrachtwagen niemand passeren. En ik ga ervanuit bij het hoveniersbedrijf dat er grote vrachtwagens komen met spullen. Het zijn geen fietsen, het zijn geen scooters. Dat stuk zal heel lastig zijn in mijn ogen en veel problemen veroorzaken.

Wat ik verder in de memo zag, wordt het gebaseerd op de grootte van de bedrijfsloods, dat daar 50 procent van de voertuigen wordt toegenomen. Waar ik bang voor ben, blijft het bedrijf steady? Gaat het uitbreiden? Wordt het later groter, zal er ook meer verkeer komen. Dat is wat mij ongerust maakt. Als het bedrijf gaat groeien, zal er nog meer verkeer komen, wat nu inderdaad in mijn ogen last is. Er staat nu een bord op de dijk, verboden voor auto's en motoren tijdens de spitstijden, tijdens 6.30 uur tot 8.30 uur en van 16.00 uur tot 19.00 uur. Dat bord staat er, neem ik aan, niet voor niets. Diezelfde spitstijden, neem ik aan, dat ook de mensen naar het 58 hoveniersbedrijf komen om te leveren of de werknemers om spullen op te halen. Ik neem aan dat het bord er staat om de dijk rustig te houden. En dat zal juist toe gaan nemen. Hetzelfde, het verkeer zal toenemen, ook op het kruispunt Schenkeldijk-Zeedijk. Daar zit er een stukje voor. Daar gaan nu ook raadsvergaderingen over, om daar een brug voor te maken voor de fietsers en om de Zuidendijk af te sluiten. Datzelfde punt zullen die vrachtwagens en al het verkeer dat naar het hoveniersbedrijf ook moeten passeren. Dat zal daar ook extra druk geven. De Landbouwweg heb ik gehad.

Wat mijn voorstel is ook, om de raad een keer een werkbezoek te doen aan de locatie om duidelijkheid te verschaffen, om eens een keer te gaan kijken hoe het eruitziet, hoe het bedrijf eruitziet en hoe het kruispunt er zit. In de memo verkeer staat dat het kruispunt overzichtelijk is, maar de Oude Veerweg, de dijk loopt naar beneden weer. In principe, voertuigen die vanuit de Oude Veerweg erheen komen, kunnen niet zien wat voor verkeerde vanaf de Schenkeldijk komt, omdat hij hoger aan. Want er staat in de memo verkeer, dan gaan we borden plaatsen, mocht het nodig zijn. Ik vind borden niet echt een oplossing. Dat is wat ik hierover te zeggen heb. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser. Dan blijft de heer Vermaas over. Mijnheer Vermaas, gaat uw gang. De heer Vermaas: Goedenavond. Bedankt allemaal dat ik tijd krijg om een woord te voeren. Ik spreek hier niet namens mezelf, maar uiteraard namens de bewoners aan de Wieldrechtse Zeedijk. Wij wonen op deze bijzondere plek in Dordrecht. De Wieldrechtse Zeedijk is geen bedrijventerrein, geen doorgaande verkeersroute en geen industriële locatie. Het is een rustige woonomgeving waar mensen bewust voor hebben gekozen. Een plek waar we kunnen genieten van rust, ruimte, natuur en het unieke karakter van de dijk.

Juist daarom maak ik me zorgen over deze vergunning die werd aangevraagd voor een vestiging van een hoveniersbedrijf op deze locatie. Een hoveniersbedrijf brengt nu eenmaal bedrijfsactiviteiten met zich mee. Dat betekent bedrijfswagens die af- en aanrijden, aanvoer en opslag van materialen, machines die worden geladen en gelost en daarbij behorende geluiden. Hoe zorgvuldig een ondernemer ook werkt, deze activiteiten passen naar mijn mening niet bij het karakter van deze smalle en rustige dijk. Voor de bewoners betekent dit een aantasting van de woonkwaliteit. Het rustige moment in de tuin, het genieten van de omgeving en de stilte die hier zo kenmerkend zijn komen onder druk te staan. Er is al over gesproken, maar ook de verkeersveiligheid verdient gewoon de aandacht. De Wieldrechtse Zeedijk is een relatief smalle dijk. Grotere bedrijfswagens en regelmatige transport van materialen zorgen voor extra druk op de weg die er oorspronkelijk niet voor bedoeld is. Dat heeft gevolgen voor de bewoners, fietsers, wandelaars en andere gebruikers van de dijk. Maar er is meer dan alleen de menselijke kant. We wonen hier midden in een waardevol natuurgebied. In de directe omgeving is de bever actief. Daarnaast wordt de omgeving bezocht door de ijsvogel. Een bijzondere vogel die juist afhankelijk is van rust en een geschikte leefomgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1109/documents/49365