CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2026.06.02 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 juli 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 en 24 juni 2026 en de Dordtse Dinsdag van 2, 9, 16 en 30 juni 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 535.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De dieren zijn onderdeel van wat onze omgeving zo bijzonder maakt en het zou jammer zijn als toenemende bedrijvigheid deze natuurwaarde onder druk zet. Wat deze situatie extra moeilijk te begrijpen maakt, is dat er alternatieve locaties beschikbaar lijken te zijn die veel beter passen bij een hoveniersbedrijf. Verder richting de Biesbosch zijn er wegen en locaties ontwikkeld waar bedrijvenactiviteiten beter kunnen worden ingepast en waar de overlast voor omwonenden aanzienlijk kleiner is. Op 59 dergelijke plekken zijn de infrastructuur en de omgeving veel beter afgestemd op het bedrijfsverkeer en opslag van materialen. Mijn boodschap van vanavond is daarom geen boodschap tegen ondernemerschap. Integendeel juist. Ondernemers zijn belangrijk voor onze samenleving en verdienen ruimte om hun bedrijf uit te oefenen. Maar de vraag die hier voorligt is niet of één hoveniersbedrijf bestaansrecht heeft. De vraag is of deze specifieke locatie daarvoor geschikt is. Naar mijn overtuiging is dat niet het geval. Ik vraag de vergadering daarom om niet alleen naar de aanvraag zelf te kijken, maar ook naar de gevolgen van de leefbaarheid, de verkeersveiligheid, de natuur en het woongenot van de bewoners van de Wieldrechtse Zeedijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Complimenten aan alle insprekers, zo prettig binnen de tijd.

Zijn er vragen vanuit de commissie aan deze insprekers? Mijnheer Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Rijden er nu al vrachtwagens over de dijk? En hoe ziet het eruit als dat gebeurt qua gevaar of verkeerssituaties? Mevrouw Bontekoe: Er rijden vrachtwagens over de dijk. HVC rijdt natuurlijk daar, want die moeten op bepaalde plekken zijn. En vanuit manege rijden er ook zware wagens af en toe over. En zoals mijn buurvrouw ook heeft aangegeven, op het moment dat zo'n vrachtwagen over de dijk gaat, dan moet iedereen aan de kant springen. Als je daar fietst, de dijk ligt vrij hoog, dus de bermen wat lager. Je moet daar gewoon heel goed uitkijken. Wat vaak gebeurd is, er rijden gewoon heel veel mensen met kinderen. Die moeten gewoon afstappen en ik vind het echt supereng als die er langskomen. Gebeurt nu nog vrij sporadisch, omdat beide manege en HVC rijden niet zo heel vaak over die dijk heen. Maar wanneer dat wel gaat gebeuren, hebben we gewoon echt een hele grote uitdaging. Jullie, denk ik, om dat te verantwoorden. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Een vraag van mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik ben zelf op de dijk gaan kijken en ik weet hoe smal en nog smaller en ietsje breder is. En ik weet ook dat het gevaar kan opleveren.

Maar is een van jullie met de ondernemer in gesprek geweest om te vragen wat voor wagens daar komen te rijden en hoe vaak? De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? De heer Vermaas: Ik niet. Ik heb geen nummer van de ondernemer. Ik weet dat het volgens mij nu in Dubbeldam zit, maar daar houdt het mee op. Laat ik het zo zeggen. Ik ga ervanuit, de vrachtwagens komen. En ik zal heus dat hij een kleinere auto zal hebben voor zijn werknemers. Maar er rijden ook wielrenner groepen met 30 man. Want het is een hele mooie recht doorgaande weg, de Wieldrechtse Zeedijk. Dan komen ze met 30 wielrenners achter elkaar in peloton daaroverheen. De voorzitter: Ik zie je een lampje van mevrouw Verschoor. U wilde er nog op reageren? Mevrouw Seger: Ik ben mevrouw Seger. De voorzitter: Mevrouw Seger, sorry. 60 Mevrouw Seger: Dat staat wel in de stukken beschreven. Er staat ergens iets van hoeveel verkeer ze verwachten. Daar hebben we naar gekeken en dat is de summiere informatie die we hebben. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer vragen vanuit de commissie? De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Bedankt in ieder geval voor het inspreken. Heel goed naar uw zorgen geluisterd. Desalniettemin toch even de vraag die zojuist is gesteld. Want u bent direct belanghebbende. U bent bewoner van die omgeving, van de dijk. En er zit ook een ondernemer.

Begrijp ik goed dat er eigenlijk minimaal of geen contact is met de ondernemer over deze ontwikkeling? De heer Visser: Ik heb ook geen contact gehad met de ondernemer. Dat klopt. Mevrouw Bontekoe: Ik denk dat het wel heel belangrijk is om te melden dat hij als bewoners pas op de hoogte kwamen van deze plannen door dat wij een abonnement hebben op zo'n mail over vergunningen die verstrekt worden en dat soort dingen van de gemeente. En dat we toen op dat moment pas lazen dat deze plannen er waren. Dit is het antwoord. Mevrouw Seger: Zeker. We weten pas sinds een paar maanden dat deze plannen daar zijn. Wat mij betreft, en eigenlijk ons allemaal, zagen we die mail en ze hebben daar totaal door overrompeld. En het is denk ik goed als u dezelfde vraag stelt aan de ondernemer. Die had ons ook kunnen informeren dat dit in onze wijk ging gebeuren. De voorzitter: Nog een aanvulling, mevrouw Bontekoe? Mevrouw Bontekoe: Een kleine aanvulling. Ik las pas welke ondernemer dat was op het moment dat ik deze stukken kon inlezen. Dat is twee weken geleden. De voorzitter: Dank u wel voor de aanvulling. En dat was denk ik de laatste vraag van dit rondje. Ik wil u ook hartelijk danken voor het inspreken. En dan gaan we naar het volgende blokje en daar zal de heer Rikkers inspreken.

En misschien kan ik ook even van de gelegenheid uitnemen om in ieder geval aan te geven dat de heer Den Heijer namens de VVD aan tafel is komen zitten, voor het verslag. Er was even kort overleg of dat er ook iets op het scherm getoond kan worden. Even een momentje om te kijken of dat eventueel nog geregeld kan worden, om iets op het scherm te tonen. Dat is dan niet helder in de voorbereiding geweest. Het gaat denk ik niet lukken. Maar volgens mij zit het wel bij de stukken die de commissieleden hebben gekregen en moeten de commissieleden dat er even zelf bij pakken, want anders gaan we inderdaad wel de orde van de vergadering helemaal omgooien. Mijnheer Rikkers, ik geef u het woord. Gaat uw gang. De heer Rikkers: Dank u wel. Ik had inderdaad even gevraagd om, ik had 2 documenten toegevoegd en dat was een tijdlijn en een bovenaanzicht voor het plangebied. Ik dacht, 61 degenen die misschien niet weten waar het precies over gaat. Een bovenaanzicht, een beeld zegt meer dan 1000 woorden. Misschien dat jullie hem zelf even op je eigen scherm erbij kunnen zoeken. Maar de tijdlijn en het overzicht van bovenaf geeft best een helder inzicht in de huidige situatie. Ik wil u ook bedanken dat ik hier kort de tijd krijg om even in te spreken. Ook fijn om de mensen uit de buurt te horen.

En mensen die mij niet kennen of mij niet gesproken hebben, weet, je mag mij altijd even bellen, Hoveniersbedrijf Baan Hofman, en ik nodig je uit voor een bak koffie. En we kunnen altijd even van gedachten wisselen. Dat is geen enkel probleem. De vorige inspraakronde heb ik mijn zegje niet gedaan en daar heb ik achteraf spijt van, omdat er best wel een eenzijdig verhaal ontstond. Ik heb nu bij de stukken een tijdlijn gedaan. En bij die tijdlijn gaat het eigenlijk om het verloop van de vergunning. Wij zijn al lang bezig met de vergunning. We zitten nu op 7 jaar, wat gewoon veel te lang is. Toen wij de percelen kochten, wisten we dat het best wel veel tijd in beslag zou nemen. Maar 7 jaar, dat is echt te gek. Een uitgebreide procedure hoort 26 weken te duren. En bij de eerste vergunningaanvraag zaten op 99 weken. Dat is een behoorlijke overschrijding. En nu de 2e vergunningsaanvraag hoorde weer 26 weken te zijn en dan zitten we nu op 81 weken. Dit houdt gewoon in dat de termijn van de 1e vergunning gewoon 4 keer overschreden is en de 2e vergunning drie 3 is overschreden. Mijn vraag aan de gemeente is, kom over de brug en lever wat toegezegd is. De vergunning moet gewoon afgegeven worden. Ook als ondernemer heeft dit veel impact en staat dit ook de bedrijfsvoering en de beslissingen die gemaakt worden rondom bedrijfsvoering in de weg.

Ik weet niet of u inmiddels ook het bovenaanzicht van het plangebied erbij hebt. Om het plangebied heen heb ik een blauw kader gezet. En het blauwe kader is eigenlijk het gebied waar de bedoeling is dat er een bedrijfsgebouw komt met een bedrijfswoning. Er wordt steeds gezegd, dat is een stil ruimtelijk gebied, het is een stiltegebied, natuur. Ik heb alle bebouwing die om plangebied heen zit rood gearceerd. Je ziet dan dat er eigenlijk aan de verschillende zijden, aan de zuidzijde en de westzijde zit nu een groot hippisch centrum. Er zitten eigenlijk gewoon ondernemers. En aan de noordzijde hebben we nu bebouwing. En aan de oostzijde zit de Oude Veerweg met de dijk en die wordt afgeschermd door een grote windhaag. Zelfs vanaf de Oude Veerweg is eigenlijk het plan locatie niet te zien. Waarom doel ik hierop? Als je over natuurgebied praat of over een open poldergebied, dan praat ik over een gebied wat wel daar te vinden is, maar daar moet je 300-400 meter verderop zijn. Als je voorbij de Randhoeve gelopen bent, dan krijg je een vrij zicht De Elzen in. En dan ben ik het helemaal met u eens, dan praten we over een stil gebied. Dit is een stukje geïsoleerde grond wat geen bestemming heeft, wat nergens op aangesloten kan worden en waar geen andere functie kan als een bepaalde activiteit. Als we dan kijken, wat mag daar nu? Er zit nu een recreatieve functie op.

Dat houdt in dat daar gewoon dagrecreatie gevoerd mag worden. Je zou daar een speelpark kunnen beginnen, je zou er een trampolinepark kunnen beginnen. En je mag daar ook een woonhuis bijbouwen. Als we dan kijken naar geluid, aantrekkend verkeer, dat staat niet in verhouding met het verkeer wat een hoveniersbedrijf aan zou trekken. Ik wil daar echt even een punt maken om echt even het verhaal helder te hebben, over wat voor specifiek gebied praten we hier? We praten gewoon niet over een gebied midden in De Elzen of waar dan ook. Je praat echt over geïsoleerd gebied waar gewoon al een functie op zit en waar gewoon al veel mag. Dat wilde ik eventjes helder verwoord hebben. Dan hoorde ik er ook een aantal over het aantal verkeersbewegingen. In de onderzoeken die gedaan worden wordt altijd 62 uitgegaan van een worst case scenario. Die gaan altijd uit van in het gekste geval. Dat zit ook in de onderzoeken. Het is goed om te weten dat onze projecten zich altijd ergens in de omgeving bevinden. Tuinen aanleggen en onderhouden doen wij niet op een bedrijfslocatie, maar dat wordt altijd bij de klant thuis gedaan. Wat gebeurt er? Die jongens komen 's morgens op het werk aan, die pakken een bus, gaan naar een locatie ergens in Dordrecht of ergens in Zwijndrecht, ergens in Ridderkerk. Die gaan daar heel de dag hun werk doen. Die komen eind van de dag terug en die gaan huis.

Het is niet zo dat daar heel de dag verkeersbewegingen zijn. Het vrachtverkeer gaat ook gelijk naar de plek toe waar de werkzaamheden uitgevoerd worden. De vrachtwagen lost op de locatie waar gewerkt wordt. Die komt helemaal niet bij ons op de zaak. Het zou van de gekke zijn. Dan zou ik vrachtwagens eerst laten lossen op de zaak en ik ga dan alles weer verkassen met aanhangers weer naar de projectlocatie. Dat is niet het geval. Ook het vrachtverkeer zal minimaal gehouden worden en dat staat ook duidelijk in de vergunning beschreven, dat er een beperking zit op het aantal vrachtwagenbewegingen wat er mocht zijn. De voorzitter: Ik wil nu net mijn knopje gaan drukken of mijnheer Rikkers wil afronden. De heer Rikkers: Tot slot wil ik de raadsleden ook vragen de verklaring van geen bedenkingen te accorderen voor de aankomende gemeenteraadsvergadering. Het hele dossier is inmiddels genoeg tegen het licht gehouden. De bezwaren die geuit worden is een constante herhaling van zetten. Het is nu tijd om dit langlopende dossier af te ronden. Bedankt voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Vanuit de commissie, zijn er vragen? Als eerste de heer Van Antwerpen en daarna mevrouw Van den Aardwegh. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel.

Voorzitter, ik hoor de inspreker zeggen dat een vergunning is toegezegd en dan heb ik eigenlijk daar de vraag op, wie, wat, waar, wanneer? De voorzitter: Mijnheer Rikkers. De heer Rikkers: Als u in de tijdlijn kijkt … De heer Van Antwerpen: Die heb ik gezien. Maar laat ik hem scherper zetten. Die vergunning, heeft u dat zwart op wit gekregen van een wethouder? Of hoe zit dat precies in elkaar? De voorzitter: De heer Rikkers. De heer Rikkers: Als u naar de tijdlijn kijkt, dan ziet u dat er verkennende gesprekken zijn geweest met de gemeente Dordrecht om te kijken naar de aanpassingen van de bestemming. We hebben die kavel gekocht en die kavel hebben we gekocht met het doel waar we nu mee bezig zijn. Daarin ga je eerst een verkennende ronde doen met de gemeente. Ga je kijken, wat zijn de mogelijkheden? Wat kunnen we hier en wat kunnen we hier niet? Daar zijn we tot de conclusie gekomen, of daar heeft de wethouder akkoord gegeven dat we dit verder mogen onderzoeken. Daarmee heb je natuurlijk niet gezegd, je krijgt daar geheid je vergunning op. Alleen die vergunning is al een keer afgegeven. 63 Deze vergunning is geen nieuwe vergunning. Deze vergunning is al een keer afgegeven. Het enige is dat de vergunningen niet op een goede manier gekoppeld waren aan elkaar. W66, het inrit deel, was niet meegenomen in de uitgebreide procedure.

W200 was wel meegenomen in de uitgebreide procedure, waardoor ze alle 2 vernietigd zijn. Nu zijn ze gekoppeld aan elkaar en zou dat probleem opgelost moeten zijn. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Een korte vervolgvraag en dan ga ik daarna naar mevrouw Van den Aardwegh. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, klopt dan mijn conclusie dat het niet expliciet is toegezegd, die vergunning? Dat maak ik uit uw antwoord op. De heer Rikkers: Dat klopt. De voorzitter: Dank u wel. Kort antwoord op een korte vervolgvraag. Mevrouw Van den Aardwegh. Mevrouw Van den Aardwegh-van Leeuwen: Dank, voorzitter. Vanuit de verhalen van u en van de bewoners komt er duidelijk naar voren dat er veel angst is voor verkeersbeleid, dat er veel zijn. En mijn vraag is ook, over hoeveel werknemers hebben we het die elke ochtend komen en elke middag weer weggaan? De voorzitter: Mijnheer Rikkers. De heer Rikkers: We hebben het over 5 bedrijfsbussen, 10 medewerkers die echt op pad gaan en we hebben 3 medewerkers, inclusief ikzelf, die op kantoor zitten. De voorzitter: Dat is ook een kort en krachtig antwoord. Zijn er nog meer vragen vanuit de commissie? Eerst de heer Groenewege en daarna de heer Gündogdu. En dan de heer Struijk. De heer Groenewege: Ik ben ook vooral benieuwd naar de visie van de initiatiefnemer zelf.

En dan ook bijvoorbeeld de visie op, wat is een stiltegebied en wat houdt dat in? Vindt de initiatiefnemer zelf dat een toename van vrachtverkeer passend is in een provinciaal stiltegebied? De voorzitter: De heer Rikkers. De heer Rikkers: De vraag is of het vrachtverkeer toeneemt. De heer Groenewege: De initiatiefnemer had het zelf over een beperkte toename van vrachtverkeer. Vindt hij dat passend in een provinciaal stiltegebied? De voorzitter: De heer Rikkers. De heer Rikkers: Als dat beperkt is, moet dat geen probleem zijn. De voorzitter: Kort en krachtig antwoord. Ik ga naar de heer Gündogdu. 64 De heer Gündogdu: Voorzitter, bedankt. En bedankt voor de inspreker. De vraag die ik zojuist stelde aan de bewoners wil ik graag ook aan u voorleggen. U bent al geruime tijd in conclaaf met de gemeente. Is op enig moment ook richting u aangegeven als initiatiefnemer van een mogelijke ontwikkeling dat toch wel een belangrijk onderdeel is om het gesprek aan te gaan met uw directe buren, om het zo te zeggen? Eén, is dat bij u bekend? En twee, heeft u daar ook aan voldaan? Dank u wel. De voorzitter: De heer Rikkers. De heer Rikkers: Jazeker. We praten over participatie. In de tijdlijn ziet u dat ook staan, dat wij het ook besproken hebben met onze buren.

De plannen hebben wij vanaf, ik zal niet zeggen dag één, maar wel bij het eerste concept ontwerp zijn we bij alle buren langs geweest om hen te informeren over de plannen en wat ze daarvan vonden. Wij hebben wel echt geprobeerd om de buren daarbij te betrekken. Klopt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor dat met name geluid, herrie, dat dat een punt van zorg is. En ook die vrachtwagens. Ik kom daar toch nog heel even op terug. Dan heb ik eigenlijk twee vragen. De eerste is, concreet, er staat wel iets over in de stukken, maar ik wil het ook mondeling horen, over hoeveel vrachtwagens hebben we het nu? En hoe groot is zo'n vrachtwagen? Dat is de eerste vraag. En de tweede vraag hoeveel lawaai, wat moet ik me daarbij voorstellen, gaat dat bedrijf overdag produceren? De voorzitter: Mijnheer Rikkers. De heer Rikkers: Overdag zal het net zo stil zijn als dat het nu is, of net zo luidruchtig zijn als het nu is, omdat wij overdag weg zijn. Tenminste, die jongens zijn op de klus en die zijn elders aan het werk. Hoeveel vrachtwagens komen er? Dat was een andere vraag. We hebben nu de maximum van 2 tot 3 vrachtwagens in de week. Dat is gesteld in de vergunning. Zelf verwacht ik dat het er maximaal 1 zal zijn, maar we hebben ruimte om 2 tot 3 vrachtwagens kwijt te kunnen. En hoeveel geluid produceert het? Vroeg u nog.

Er werd net ook in inspraak gezegd, 77 decibel. Op zich is dat wel een mooi voorbeeld om te geven. Wanneer praten we over 77 decibel? Dat is op het moment dat een vrachtwagen zijn remontluchting afgaat. Hij komt naar beneden, de afrit af. Hij gooit zijn ontluchting open. Dat geeft een piekbelasting. 77 decibel. Dat is 1 moment. Dat heeft gewoon puur met remgeluid te maken. Daarom komt hij niet door stap 2 heen van het geluidsonderzoek en zit er een beperkingen op het vrachtverkeer. Maar dat is de enige reden. Op het moment dat die vrachtwagen elektrisch is, probleem opgelost. De voorzitter: Ik zie nog een vervolgvraag van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Twee zelfs, als het mag. We hoorden van de bewoners dat spitsuren gemotoriseerd verkeer op de dijk niet is toegestaan. Hoe gaat u daar in uw bedrijfsvoering mee om? De voorzitter: De heer Rikkers. 65 De heer Rikkers: Het gaat om bestemmingsverkeer. De heer Groenewege: U heeft daar geen last van? De heer Rikkers: Wij hebben daar geen last van.

De heer Groenewege: En dan mijn tweede vraag, zou het voor u niet veel praktischer zijn om de voorzieningen te hebben van een bedrijventerrein, zoals goed openbaar vervoer, bereikbaarheid via brede wegen, de nabijheid van andere bedrijven, waar misschien samenwerkingen mee mogelijk zijn? Is dat niet een prettigere werklocatie voor uw onderneming dan ergens in the middle of nowhere aan een dijkje? De voorzitter: Mijnheer Rikkers. De heer Rikkers: Mooie vraag. Het probleem van de bedrijventerreinen in Dordrecht is dat het altijd een pand is wat net op het perceel past. De grond is duur in Dordrecht, dus die panden worden gebouwd naar de grootte dat het perceel is. Je hebt daardoor geen buitenruimte nodig. Wat wij nodig hebben, voor onder andere onze planten, is buitenruimte. Dat is eigenlijk het grootste issue dat wij niet op een industrieterrein een plek kunnen vinden. De voorzitter: Dank u wel. Concreet antwoord. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik hoorde u net zeggen dat de vrachtwagens op de locatie waar de klus is meestal gaan lossen. Maar als de vrachtwagen bij u op de trein komt, wat gaat u dan daar lossen? De voorzitter: Mijnheer Rikkers. De heer Rikkers: Wat die vrachtwagen zal doen, dat zal denk ik een pakketdienst zijn. Dat zal een keer een vrachtwagen zijn die groenvuil op komt knijpen bij ons op de zaak.

Net als dat hij bij de buren bijvoorbeeld de mest op komt knijpen, komt die bij ons het groenafval op knijpen. Veel meer zal het niet zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Winters, gaat uw gang. D66. De heer Winters: Naast u zit een manege en vanaf het kruispunt. Is er ooit onderzocht om via een soort overpad van die manege naar uw terrein toe te rijden? De voorzitter: Dank u wel. Heeft u een antwoord? De heer Rikkers: Jazeker. Dat hebben we onderzocht. We hebben eigenlijk alle uitritten onderzocht. We hebben gekeken of we het via de Randhoeven konden doen, we hebben gekeken of we het via het hippisch centrum konden doen. Hippisch centrum was de mooiste optie voor ons geweest, alleen zij zitten met veel les klanten. Het aantal verkeersbewegingen is daar extreem hoog, omdat je daar, ik schat, 75 paarden hebt en van die 75 paarden is de helft ook nog lespaard, dus daar komen ook nog een keer 4 verschillende rijders per dag per paard. Waardoor je je voor kunt stellen dat zo'n 66 eigenaar er niet blij van wordt als hij nog meer verkeersbeleid over zijn terrein heen krijgt. Dat kregen wij niet voor elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Toch nog even een vervolgvraag erop, want ik hoorde u ook zeggen dat het aantal extra verkeersbewegingen juist heel beperkt is.

Maar nu zegt eigenlijk dat het best wel aanzienlijk is als het via hippisch zou gaan. Of begrijp ik dat dan verkeerd? De voorzitter: Mijnheer Rikkers. De heer Rikkers: Volgens mij zijn dat niet mijn woorden geweest. Maar vanuit de context vanuit het hippisch centrum, vanuit de manege, die heeft toch heel veel verkeersbeleid. En alles wat daar extra bijkomt, zit hij niet op te wachten. De voorzitter: Duidelijk. Ik heb het idee dat er geen vragen meer vanuit de commissie zijn. Wil ik ook danken voor het graag inspreken. En dan hebben we daarmee de eerste ronde van de bespreking van dit onderwerp gehad. En is eigenlijk mijn vraag aan de commissie of de commissie vindt dat we door kunnen met de oordeelsvormende bespreking van dit onderwerp, of dat gezien de insprekers en de nieuwe informatie dat oplevert er partijen zijn die zeggen dat ze dat eerst nog mee terug willen nemen naar de fractie voordat er een oordeelsvormende vergadering komt. En ik ga even kijken waar het meeste draagvlak voor is. Een reactie vanuit de commissie. Ik zie de heer Groenewege als eerste, als initiatiefnemer. Daarna de heer Gündogdu. De heer Groenewege: Ik denk dat het passend zou zijn om in ieder geval de bijdrage van de insprekers, om de gelegenheid te hebben om die in onze bijdrage te verwerken. Ik zou daar zelf in ieder geval prijs op stellen.

De voorzitter: En dat betekent dat we het nu niet verder bespreken en dat er een nieuwe oordeelsvormende vergadering komt op 16 juni, zou dat dan zijn. Dat is uw voorstel. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, aanvullend op wat mijn buurman aangeeft. Ik heb nog een aantal technische vragen die ik wil stellen aan het college. De voorzitter: Die zouden dan ook gesteld kunnen worden vanaf nu, zodat we op 16 juni dan oordeelsvormend kunnen spreken. Zijn er andere fracties met een reactie op het of een voorstel? Mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Heel kort. Ik sluit me aan bij de twee voorstellen, eigenlijk. Stellen we het maar een weekje uit, of twee. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, ik ben eigenlijk nieuwsgierig naar de technische vragen die gesteld willen worden, zodat ik een oordeel kan treffen of ik meestem of niet. 67 De voorzitter: Daarmee geeft u aan, ik zou graag de antwoorden op die technische vragen afwachten voordat er een oordeelvormende bespreking is? Mevrouw Kamphuis: Nee. Mijnheer Gündogdu wilde vragen stellen en die vragen zou ik graag willen weten. De voorzitter: Maar volgens mij geeft de heer Gündogdu aan dat hij die vragen nog wil gaan formuleren richting het college voordat de bespreking komt, toch? Als ik het goed invul. Mijnheer Pauwels van GroenLinks-PvdA.

De heer Pauwels: Wij willen dan graag een politieke vraag stellen. En dat is, wordt het algemeen belang het beste gediend met het afgeven van deze verklaring. De voorzitter: Dat zou een politieke vraag zijn die dan voor een oordeelsvorming bespreking kan worden meegenomen. Zijn er nog andere fracties die zich erover willen uitspreken? Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Wij sluiten ons aan bij de woorden van collega Groenewege en collega Gündogdu. De voorzitter: Mijnheer Struijk, gaat uw gang. De heer Struijk: Voorzitter, een opmerking ter aanvulling. Ik heb van een van de insprekers in ieder geval, en misschien wel van meerdere, best wel wat aantijgingen gehoord richting het college die dat niet goed gedaan heeft en dat niet goed. Misschien winnen we wel tijd als wij de reactie daarop voor de volgende vergadering hebben. De voorzitter: Dat lijkt me een hele mooie aanvulling om een compleet beeld te krijgen. Ik denk dat ik kan concluderen, ik heb nog niet van iedereen een reactie gehoord, maar dat de meerderheid toch is voor een oordeelsvormende bespreking op een later moment. En dat zal dan 16 juni zijn. Waarbij inderdaad de politieke vraag sowieso al is de vraag zoals die eerder door de heer Groenewege van de Partij voor de Dieren is gesteld, aangevuld met de politieke vraag van de heer Pauwels van GroenLinks-PvdA.

En ik weet niet of er nog andere partijen zijn met een aanvullende politieke vraag, anders gaan we daarmee het oordeelsvormende debat in. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik wil ook graag weten van de collega's, bijvoorbeeld door een vraag van hoe denken wij erover, eerst wel een vergunning afgeven, toen is de rechtszaak geweest, toen weer niet en nu is de voorlopige beslissing het verleden jaar gevallen? Hoe denkt de raad erover dat het van de ene beslissing naar de andere gaat? De voorzitter: Ik denk dat daar onze commissiegriffier wel een mooie formulering van kan maken. Mijn voorstel is om het inderdaad oordeelsvormend op 16 juni terug te laten komen, zodat iedereen zich daarop kan voorbereiden. Waarbij we ervan uitgaan dat de griffie hard zijn best doet om ervoor te zorgen dat we op tijd alle informatie hebben en antwoorden hebben op de vragen die nog komen. Dan voor nu in ieder geval heel erg dank aan alle insprekers voor het inspreekrecht. De inspreekronde is nu voorbij. Dan stel ik voor dat ook de fracties in hun reactie, in hun oordeelsvormende betoog op 16 juni, 68 ook aandacht geven aan de vragen die u ook aan de raad heeft gesteld. Een goede aanvulling. Dank u wel. Nogmaals dank aan alle insprekers. Dank voor de moeite die u heeft genomen om hier te komen. De heer Groenewege heeft nog een punt voor ik ga afsluiten.

De heer Groenewege: Ik bedenk me, is het niet handig om dat even als politieke vraag toe te voegen, zodat we het echt niet vergeten? Om als politieke vraag toe te voegen, wat is het antwoord van de commissies op de vragen van mevrouw Zijdemans? De voorzitter: Dat is een goede aanvulling. En de commissiegriffier zal dat ook meenemen in de voorbereiding, zodat de fracties dat mee kunnen nemen. Nogmaals allemaal dank. En voor nu vraag ik aan iedereen die wat te drinken heeft meegenomen om alle spullen ook mee te nemen, zodat we deze tafel en deze kamer zo meteen weer netjes schoon opleveren. Dank u allemaal. Prettige avond. Wel thuis. En ik sluit deze vergadering. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 juli 2026. De griffier, De voorzitter, G.J.P. van Soest N. Mol 69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1109/documents/49365