2.3 2026.06.02 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Alleen als je zuiver naar je begroting kijkt, zou je ook kunnen zeggen, ik pak een correctie op basis van de cao-ontwikkeling op mijn personeelskosten en dat combineer ik met de indexatie op materiële budgetten en naar rato pas ik daar ook mijn ozb op aan, zodat je ook je inkomsten vanuit je ozb deels kan gebruiken voor compensatie cao-ontwikkeling en deels voor materiële budgetten. Dat wordt daarmee bedoeld. De heer Hagoort: Mijnheer Van Antwerpen. De heer Van Antwerpen: Ik vroeg me af, zit er ook ergens nog een draaiknop bijvoorbeeld bij verbonden partijen? Want als je kijkt net bij het stukje over de jaarstukken en nu ook bij de Perspectiefnota, een grote hap van het Dordtse geld zit in de verbonden partijen. En ik denk dat als ergens veel geld zit, valt er ook wat meer te halen dan een lantarenpaal minder zetten. De heer Hagoort: Hij staat hier niet letterlijk, maar dit is zeker een zoekrichting. Ik maak even een verwijzing naar pagina 7, betrekken bij begroting 2027. Huidige college inderdaad ook doorlegt naar het nieuwe college. Ziet u bijvoorbeeld onder nummertje 42 GRS aanvullende ombuigingen begroting 2027. Dit is een zoekrichting die verder uitgewerkt moet worden. Maar daar zie je wel dat die ook verder doorgelegd wordt. Niet alles, maar het is er in ieder geval eentje. De heer Gündogdu: Mag ik daarop aanvullend iets vragen? Dat is een gemeenschappelijke regeling.
Ik neem aan dat ook andere gemeenten daar dan iets over gaan vinden. De heer Brouwer: Wat je ziet is dat we daar met een aantal deelnemers in die GR wel samen kijken wat er mogelijk is. We trekken samen op. Er is een clubje collega- controllers die regelmatig met elkaar zitten, die stukken bekijken en die ook samen met zo'n verbonden partij wel eens op zoek gaan naar waar ruimte is. We proberen daar zoveel mogelijk gezamenlijk in op te trekken, want dan heb je meer kans. De heer Hagoort: Andere vragen over de draaiknoppen? Opmerkingen? Dan gaan wij richting afronding. Met jullie in ieder geval aan te geven, ook deze planning staat redelijk strak in de stijgers met een technische vragenronde die al loopt op 8 juni. Eindigt wel om 08.00 uur. Beantwoording daarna. En dan treedt ook de 2e ronde aan. Er is volgende week al een auditcommissie waarin er hernieuwd gekeken wordt naar deze documenten en op gereflecteerd gaat worden. 2e technische ronde, 15 juni op de maandag. Beantwoording. En daarna wordt er toegewerkt naar de algemene beschouwing op 23 juni in de middag. Moties- en amendementenperiode. Oordeelsvormende commissievergadering op 7 juli. Allemaal ter voorbereiding naar 14. Eventueel de uitloop, niet helemaal in lijn der verwachting liggend, daar moet ik voorzichtig mee zijn, 14 juli 14.00 uur de grote vergadering ter vaststelling van de Perspectiefnota 2027.
Dan ben ik door mijn verhaal heen. Wil ik u nogmaals uitnodigen om eventueel een 19 nakomende vraag of nu te stellen of via de briefjes in te leveren. En loopt dat niet via deze briefjes hier vooraan, dan komen ze wel via de technische vragenronde. De heer Brouwer: Als jullie nog technische vragen hebben of duiding nodig hebben, jullie kunnen altijd contact opnemen via de griffie, neem ik aan. Als je direct nog iets meer toelichting wil, dan kunnen jullie altijd vragen naar mevrouw De Graaf, mijnheer Hagoort of mijn persoon. Soms voorkomt dat heel veel technische vragen en geeft het iets meer duiding op de zoektocht. De heer Hagoort: Dank voor die toevoeging. Lijntjes zijn kort en die uitnodiging was al tijdens de inleiding gemeentefinanciën gedaan. Die wordt nogmaals herhaald bij deze. Ik dank jullie wel voor jullie komst en een hele fijne dag verder. De heer Schalken-den Hartog: Beste mensen. Het is nog geen 19.00 uur, maar er zijn hier jongeren van het Jongerennetwerk en die willen graag een gedicht aan ons voordragen voor 19.00 uur nu. En dat gaan ze nu doen. Graag even stil, dan kunnen we het gedicht goed horen allemaal. Stilte, alstublieft. Ga je gang. Lid Jongerennetwerk: Wat gezellig dit allemaal. Even kijken. Het is een korte, grote overkoepeling, omdat mentale gezondheid natuurlijk hele specifieke dingen kunnen zijn.
En als we over ieder klein dingetje moeten schrijven, dan kan ik u vertellen, dan ben ik over 10 jaar waarschijnlijk nog bezig. Ik ga hem nu heel even voorlezen. Je ziet hem lachen, elke dag. Alsof het leven lichtjes was. Maar wat je ziet is niet altijd waar, want niet iedere strijd is zichtbaar, voor elkaar. Want achter woorden schuilt soms strijd. Achter stilte, eenzaamheid. Achter het gaat goed en geen probleem, zit soms een verhaal dat niemand weet. Mentale gezondheid is niet iets wat je ziet. Het is geen wond, het is geen pleister. Vaak verdriet. Maar juist daarom is luisteren zo fijn, want niemand hoeft alleen te zijn. Dus iedereen, vraag eens echt, hoe gaat het met jou? En wacht wat langer op een antwoord, oprecht een trouw. Soms begint herstel heel klein, door simpel heel even met zijn allen mens te zijn. Daarom, deze week staan we stil. Maar hopelijk niet alleen vandaag, want mentale gezondheid verdient natuurlijk aandacht. Iedere dag. Dank u zeer. De heer Schalken-den Hartog: Dank je wel. Super. Dan ga ik over 1 minuut de huidige vergadering openen, want het is nog net geen tijd. 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer. Schalken-den Hartog Raadsgriffier: De heer Van Soest Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van der Bijl (Beter voor Dordt) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Portefeuillehouders: De heer. Merx, de heer Veldman 20 De voorzitter: Beste mensen.
En toen was het nu wel 19.00 uur, dus ik wilde graag starten met het vragenhalfuurtje van 2 juni 2025. Welkom hier allemaal. En ook welkom aan iedereen die op een andere manier meeluistert. We hebben vanavond drie vragen, drie onderwerpen. En als eerste hebben we een vraag van Beter voor Dordt. Die gaat over de fietsenstalling station Stadspolders. En de heer Van der Bijl gaat hem kort toelichten. Mijnheer Van der Bijl, gaat uw gang. De heer Van der Bijl: Voorzitter. Op 24 februari werden vragen gesteld over de overlast door foutgeparkeerde fietsen bij station Stadspolders. Het college gaf toen aan verbodsborden te gaan plaatsen en extra handhaving in te zetten om overlast te voorkomen. Uit een recent bericht op Dordrecht.net blijkt uit een hele reeks recente foto's dat nog steeds sprake is van veel fout gestalde fietsen. Hinder voor omwonenden en belemmeringen voor voetgangers. Tegelijkertijd werd ook heel positief meegedacht over preventieve oplossingen. Daarom de volgende vragen aan het college.
Is het college bekend met de aanhoudende overlast en deelt het college de conclusie dat de eerder genomen maatregelen onvoldoende effect hebben gehad? 21 Is het college bereid te onderzoeken of een aangepaste inrichting van de openbare ruimte door het plaatsen van groenvoorzieningen het foutparkeren op deze locatie kan voorkomen? En vraag drie, welke aanvullende maatregelen overweegt het college te nemen om de overlast voor omwonenden en de belemmering van voetgangers daar structureel op te lossen? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En wie van het college mag ik het woord geven? Mijnheer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. En een volkomen terecht punt. Ik ben er vorige week nog geweest en verbaast je over het gemak waarmee mensen naar het station fietsen, de fiets voor de trap neerzetten, afstappen en naar boven lopen, geen rekening houdend met mensen die misschien daarna ook nog van of naar het station moeten. We hebben inderdaad toegezegd om hier maatregelen op te nemen en handhavend op te treden. En wat we toen dachten was, we zetten een bord neer en zijn we klaar. We moeten even een verkeersbeleid nemen. Blijkt dat we de APV moeten aanpassen. Daar wordt nu aan gewerkt. En ik heb ook nog vandaag, mede naar aanleiding van uw vragen, gezegd, dan moet het toch wel heel snel gebeuren, want het duurt gewoon te lang.
En het wordt opgepakt en er wordt nog wat extra gas opgegeven. En snel na het reces hopen we en met een aanpassing van de APV te komen en met een verkeersbesluit dat daar een bord geplaatst mag worden. En dan kunnen we snel overgaan tot handhaving. En dat gaat natuurlijk eerst met een waarschuwingsperiode en dat soort zaken. We hebben ook nog even gecheckt, is het ook zo dat het niet anders kan, dat mensen hun fiets buiten de fietsenstalling neerzetten? Nee, dat is niet zo. Er is voldoende gelegenheid, alleen sommige mensen moeten dan 10 of 20 meter verder lopen en die moeite wordt al niet meer eens genomen. Ik denk dat handhavend optreden in dit geval vooralsnog de beste oplossing is. Mocht daar blijken dat dat toch niet voldoende helpt en er inderdaad toch een tekort is, dan moeten we andere maatregelen nemen. Ik zeg u toe dat snel na het reces, en dan hoop ik dat de raad er snel mee instemt, er een APV-wijziging komt en een verkeersbesluit. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Bijl, voldoende antwoord op uw vraag? De heer Van der Bijl: Ja. Bedankt voor de toezegging. Dank u wel. Dan gaan we naar de tweede vraag. En dat is ook een vraag van Beter voor Dordt en die gaat over de verkeerssituatie bij Voetbalvereniging Wieldrecht. En mijnheer Katif gaat hem toelichten. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Eergisteren was het helaas opnieuw raak in de Wilgenwende.
Een auto reed met hoge snelheid de Laan van Braets in, komend vanuit Buitenplaats en onderweg naar voetbalvelden van VVV Wieldrecht. Gelukkig vielen er geen slachtoffers, maar het incident onderstreept opnieuw een probleem dat al langere tijd speelt. Met name in het weekend worden bezoekers van VVV Wieldrecht door navigatiesystemen nog steeds de wijk ingestuurd. Ze lopen vervolgens vast op het fietspad, moeten keren en rijden vaak met hoge snelheid weer terug, of parkeren op plekken waar er niet geparkeerd mag worden. Hierdoor ontstaan er gevaarlijke situaties in een wijk waar dagelijks veel kinderen buiten spelen, fietsen en steppen. Juist daarom maken bewoners zich zorgen over de veiligheid, want een ongelukje zit in een klein hoekje, voorzitter. En naar aanleiding hiervan heeft Beter voor Dordt een 22 drietal vragen. Is het college bekend met de verkeersoverlast en onveilige situatie op Laan van Braets en in de Wilgenwende op wedstrijddagen van VVV Wieldrecht? Is het college bereid om in overleg met VVV Wieldrecht en navigatieaanbieders te onderzoeken hoe verkeer beter naar de sportvelden kan worden geleid en onnodig verkeer in de Wilgenwende kan worden voorkomen? En de laatste vraag, voorzitter.
Kan het college bezien of aanvullende bewegwijzering richting VVV Wieldrecht mogelijk is, vergelijkbaar met oplossingen die elders in Dordrecht zijn toegepast? Tot zover, voorzitter, de vragen. De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. En ik denk dat ik naar de heer Veldman mag voor het antwoord. De heer Veldman: Dank u wel, voorzitter. En dank ook voor de vraag. Voorzitter, als het mag wel even vooraf nog een opmerking, want deze vraag gaat over een Fixi-melding die gisteren is gedaan. En twee weken terug kreeg ik ook een vraag over Fixi-melding en die was zelfs al afgedaan ongeveer nog voordat wij de bespreking hadden gehad. Ik zou echt willen vragen of bij het indienen van dit type vragen even na wil gaan hoe dat zit. Want als er een Fixi-melding is gedaan, wordt er opvolging aan gegeven. En als dat niet goed gaat of te lang duurt, dan kunt u mij prima aan het jasje trekken. Dat even vooraf. Voorzitter, zoals ik zei, gisteren is er een situatie aangekaart via de bewonersmelding in Fixi. Die is bekend bij de gemeente en daar gaan we ook mee aan de slag. Ik moet zeggen dat er eerder over deze situatie geen meldingen bekend zijn bij de gemeente. Dat gaan we uitzoeken, hoe dat zit.
En als wij nu nagaan in de navigatiesystemen, dan geven eigenlijk de meest gebruikte navigatiesystemen zoals Google Maps, Apple en Waze, verwijzen bezoekers wel via de juiste route naar VVV Wieldrecht. Het lijkt erop, in ieder geval op dit moment, dat de navigatie slechts een kleine rol speelt in dit zoek verkeer. Wel gaan we in overleg met VVV Wieldrecht om te kijken naar wat hun bevindingen zijn, of zij dit herkennen bij de bezoekers. En we zullen ook aan handhaving vragen om te kijken hoe het met foutparkeren gesteld is. En dan kunnen ze gelijk waarnemen of er ook andere verkeersovertredingen zijn. En als er aanleiding is, gaan we natuurlijk naar de bebording en zo kijken. Maar we moeten eerst even uitzoeken wat er precies aan de hand is. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. U heeft korte vervolgvraag? De heer Katif: De wethouder geeft aan dat voordat er überhaupt vragen gesteld mogen worden, dan moet je eerst even controleren of er een Fixi-melding wel of niet. Ik denk dat ieder raadslid het recht heeft om die vragen te stellen. Bij deze doe ik het ook. En twee, ik ben blij dat u in ieder geval even hier achteraangaat. De voorzitter: Ik denk geen nieuwe vraag. En dan gaan we daarmee naar het derde onderwerp en dat is een onderwerp over maatregelen van Rijkswaterstaat. En mijnheer Klerk van het CDA gaat hem toelichten. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter.
De gemeenteraad werd door het college via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de afsluiting van de Zwijndrechtse brug voor, laat ik het eenvoudig zeggen, zwaar verkeer. En vanaf morgen, woensdag 3 juni, mogen zij niet meer gebruikmaken van de Zwijndrechtse brug. En met het oog op ook de 23 afsluiting van de Papendrechtsebrug is dit maar weer een grote streep door de rekening voor de bereikbaarheid van onze stad. En daarom heeft het CDA de volgende vragen. Wat vindt het college van deze maatregel van Rijkswaterstaat en de betekenis hiervan voor de bereikbaarheid van onze stad? En wat kan en wil het college eraan doen om onze stad ook voor zwaarder verkeer wel bereikbaar te houden? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Wederom naar de heer Veldman. De heer Veldman: Dank u wel, voorzitter. En dank ook voor de vragen, terechte vragen. Voorzitter, wat het college ervan vindt. Wij staan in nauw contact met Rijkswaterstaat over de bereikbaarheid van onze stad en alle werkzaamheden die de komende pak hem beet wij 10 jaar rond onze stad gepland zijn. Dat vooraf, voorzitter. En dat geldt ook voor deze specifieke maatregel om de verkeersbrug tussen Zwijndrecht en Dordrecht af te sluiten voor vrachtverkeer, touringcars, land- en bosbouwvoertuigen. Zoals de heer Klerk zei, dat gaat vanaf morgen in. En dat dit nodig is, vinden we betreurenswaardig.
En daar zijn we ook kritisch over, want het toont aan dat de staat van het onderhoud van de infrastructuur in Nederland, denk ik in zijn algemeenheid, maar ook hier in deze regio, echt verbetering verdient. Daar hebben wij een opvatting over. Tegelijkertijd, en dat zeg ik erbij, hebben wij ook begrip voor de maatregel. Want we mogen denk ik ook dankbaar zijn dat wij in dit land instanties hebben die de conditie van onze bruggen en tunnels en andere infra monitort, in de gaten houdt, en als er aanleiding toe is ook maatregelen neemt. Hoewel die wel heel vervelend zijn. Dat onderstreep ik. Met deze maatregel blijft de brug wel voor het meeste verkeer beschikbaar. Uiteraard brengen wij bij Rijkswaterstaat de impact van deze maatregel onder de aandacht en zijn we daar ook over in gesprek. En dat brengt me eigenlijk bij uw 2e vraag. Hoe nu verder? Zo vat ik hem even kort samen. Rijkswaterstaat onderzoekt nog op dit moment of landbouwverkeer tot 20 ton, dus er zit nog wel een limiet op qua gewicht, tijdens de afsluiting van de Papendrechtsebrug toch over de verkeersbrug zou kunnen, of dat constructief kan. Maar dat wordt nog onderzocht. Ik kan dat wel nog wat verder duiden. Een deel van het landbouwverkeer zit onder die 20 ton. Maar als er, ik noem maar wat, een volle giertank achter zit, gaat zo'n combinatie er ruim overheen.
En er moet gekeken worden hoe daar controles op mogelijk zijn of hoe dat te regelen. Dat is eigenlijk de praktische kant van deze kwestie. We zijn daarover in nauw contact. Maar voorzitter, we zitten wel op een eiland met een beperkt aantal mogelijkheden qua ontsluiting. De Heinenoordtunnel en de Moerdijkbrug zijn dan op een gegeven moment de ontsluitingsroutes. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende antwoord op uw vraag, denk ik, mijnheer Klerk? Dan zijn we door de drie vragen voor het vragenhalfuurtje heen en dan wens ik u een prettige vergaderavond. 3. Inspreekverzoek Gebruik leegstaande panden voor maatschappelijke initiatieven en jongerenontwikkeling Voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz 24 Aanwezig: Mevr. Burgaz (GroenLinks-PvdA) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van der Heiden (VVD) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Noordam (VVD) Mevr. Nzolani (SP) Mevr. Oldenwening (D66) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Struijk (ChristenUnie/SGP) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Mevr. De Vries (GroenLinks-PvdA) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Dhr. Van de Vreede (VVD) Dhr. Vroon (VSP Dordrecht) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Winters (D66) Mevr. Yachou (DENK) Portefeuillehouder: - De voorzitter: Goedenavond. Ik wil hierbij de vergadering openen.
Dit is een beeldvormende commissievergadering over het gebruik van leegstaande panden voor maatschappelijke initiatieven en jongerenontwikkeling. En ik heet in ieder geval van harte welkom alle raads- en commissieleden, onze inspreker, de heer Ali, voorzitter van stichting ‘…’(01:41:10). En ik wil ook nog eventjes benoemen, de Jongerennetwerk leden op de publieke tribune ook van harte welkom. En alle mensen thuis. Voor dit verslag vraag ik de aanwezige raads- en commissieleden even hun naam en fractie te noemen. En ik begin aan mijn rechterzijde. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Yachou: Majda Yachou, DENK Dordrecht. De heer Vroon: Youri Vroon, VSP Dordrecht. Mevrouw Vol-van der Holst: Daniëlle Vol-van der Holst, Partij voor de Dieren. De heer Noordam: Joost Noordam, Dordtse VVD. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. 25 Mevrouw Oldenwening: Dineke Oldenwening, D66. Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. Mevrouw De Vries: Frouke de Vries, GroenLinks-PvdA. Mevrouw Burgaz: Mihriban Burgaz, GroenLinks-PvdA. De voorzitter: En dan ook nog eventjes de tweede rang, vanaf u, de heer Winters. De heer Winters: Hank Winters, D66.
Mevrouw Van der Heijde: Daniella van der Heiden, Dordtse VVD. De heer Van de Vreede: Marijn van de Vreede, Dordtse VVD. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben Irma van Herwijnen en ik ben vanavond uw voorzitter. De heer Ali heeft gevraagd om te mogen inspreken over het gebruik van leegstaande panden voor maatschappelijke initiatieven en jongerenontwikkeling. En de agendacommissie heeft met dit inspreekverzoek ingestemd en het onderwerp voor vanavond geagendeerd. De heer Ali heeft overigens een korte toelichting toegestuurd en die kunt u bij de stukken vinden. Ik wil nu het woord geven aan de heer Ali en hij heeft een spreektijd van 5 minuten. Succes. De heer Ali: Dank u wel, alle commissieleden en voorzitter. Ik ben Ilyas Ali, voorzitter van de stichting ‘…’. Ik spreek vandaag in voor een leegstaand pand, maar ik spreek niet namens de stichting, ik spreek namens alle Dordtenaren. Het gaat over, de woningen zijn heel belangrijk. Dat is sowieso geen discussie. Dat is van deze tijd. Maar mensen hebben ook begeleiding nodig, ontmoetingsplekken en kansen. Vanuit mijn betrokkenheid als inwoner van Dordrecht, jongeren en maatschappelijke initiatieven zie ik behoefte. De ontmoetingsplekken en de ruimtes zijn er niet meer.
Er zijn heel veel leegstaande panden tegenwoordig en dan zien we echt dat er steeds meer ruimtes zijn. Net als een voorbeeldje, daar heb ik al 3 locaties gestuurd die al een tijdje al leeg zijn. Dat is de Meerpaal, dat is in Noordendijk. Dat is al vanaf 2021. Maar nu staat hij in het bestemmingsplan om zorginstelling te worden. Maar mijn vraag was, vanaf 2021 tot nu was al die ruimte al leeg. Er konden echt heel veel mensen mee helpen, heel veel mensen kunnen begeleiden, heel veel mensen kunnen ondersteunen. Ik noem deze locatie niet omdat ik wil bepalen wat ermee moet gebeuren, maar ik noem ze om een belangrijke vraag op te roepen. Hoe zorgen we dat de leegstaande, vrijgekomen panden veranderen en gebruik niet alleen gekeken wordt naar het gebouw zelf, maar ook naar de maatschappelijke ontwikkeling aan mensen en jongeren? Juist de locaties bevinden zich in buurten waar echt jongeren hulp nodig hebben, ouderen 26 begeleiding nodig hebben en eenzame mensen die echt nergens naartoe kunnen. Wanneer een gebouw langdurig leegstaat, dan blijven die kansen onbenut. Kansen voor jongeren, kansen voor ouderen, kansen voor die. Er is geen tijd om de jongeren te begeleiden. Maar voor gebouwen kan het soms jaren duren om te wachten.
Maar voor jongeren en begeleiding, met die tijd, met de nieuwe maatschappij, wat er nu aan de hand is, wat mensen begeleiding nodig hebben, hulp nodig hebben, met achterstallige betalingen, jongeren die geen toekomst hebben, die weten niet welke richting er is. Er zijn geen echte plekken waar jongeren bij elkaar kunnen komen om zich te kunnen ontwikkelen. Zo blijft ook dit gebouw niet leeg. Als je dit gebouw kan gebruiken, dan heeft het een betekenis voor de jongeren. Het belangrijkste is voor mij, het gaat over dat de gebouwen niet echt gebruikt kunnen, omdat we hebben nu een paar gebouwen die leeg zijn. En we hebben bij onze gemeenschap nu een paar jongeren die heel veel begeleiding nodig hebben. En we hebben altijd heel veel gemeenschappen, stichtingen, die overal mee hulp kunnen krijgen. Maar als een gebouw mensen kan begeleiden die de taal niet kunnen, die brug niet kan aan lokale ruimte ... Wijken heb je nu, maar die brug is veel te hoog voor mensen om naar die wijkteams te gaan, omdat die vertrouwen en die taal en die laagdrempelige moeite er is. En dat probeer ik nu te zeggen, jongens, dat leegstaande pand is bedoeld om mensen echt te begeleiden, dat wij als stichting mensen kunnen helpen en elke stichting elke bijdrage kan leveren. En er zijn heel veel mensen die echt plekken zoeken.
Je hebt een sportschool, die zoekt naar een gebouw om jongeren te kunnen laten sporten, maar die hebben er geen ruimte voor. Je hebt een zorginstelling die gewoon weinig ruimte heeft. Die wil groter gebouw om meer mensen te kunnen begeleiden. Want je hebt zoveel kansen om dat gebouw te kunnen gebruiken. Maar dat gebouw wordt echt niet echt heel veel aan besteed, wordt gewoon langdurig stilgehouden. Mijn bedoeling is gewoon om van tevoren, voor dit gebouw leeg is, even met maatschappelijke ontwikkeling, jongeren, te kijken, wat kunnen wij doen voor dit gebouw met die wijk? Een voorbeeldje van het gebouw aan de Simon van Gijnweg. Dat zit midden in Crabbehof, waar in de wijk echt heel veel jongeren zijn, waar problemen zijn en dat gebouw is leeg. Het wordt niet gebruikt. Mensen lopen langs. Dit gebouw is waar je echt jongeren kan begeleiden, kan helpen en jongeren bij elkaar kunnen komen. Er wordt heel veel geklaagd, wat moeten we met de jongeren doen? Jongeren hebben heel veel dit, ze hebben niks te doen. Natuurlijk. Waar kunnen jongeren terecht? Waar kunnen jongeren hulp krijgen? Waar kunnen jongeren begeleiding ontvangen? Ik vraag gewoon om even te kijken naar die gebouwen, waarom ze leeg zijn of het doel van het gebouw.
Wat kunnen wij doen met de maatschappij waar dit gebouw afhankelijk van is? Dat we gewoon met de gemeenschap even meekijken, wat kunnen wij doen voor het gebouw in plaats van het een lange tijd leeghouden? De voorzitter: Mijnheer Ali, zou u tot een afronding willen komen? De heer Ali: Ja. Jongeren groeien, ouderen hebben geen tijd. Jongeren groeien sneller en die ontwikkelingsfase missen ze. Ouderen worden er snel eenzamer. Die tijd is er niet. Daarom zeggen we, zolang we die tijd nu hebben om dat gebouw te kunnen gebruiken in plaats van een nieuw gebouw te gaan ontwikkelen, geld te gaan investeren, 5-6 jaren plannen te doen, wil ik zeggen, de gebouwen die we nu hebben even gebruik van maken. 27 De voorzitter: Dank u wel. Ik geef nu de gelegenheid aan de commissie en de raadsleden om vragen te stellen aan de heer Ali. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag aan de heer Ali. U gaf zojuist aan dat de stichting waar u aan bent verbonden heel veel jongeren ondersteunt. Wat doet u zoal? Wat voor ondersteuning is dat en welke doelgroep trekt die stichting? En waar bent u op dit moment gevestigd? Zomaar een aantal vragen. De heer Ali: Ik ondersteun de jongens die de taal niet kunnen, vooral taalondersteuning. En de jongens met sporten, activiteiten om sporten te doen. En wij doen het nu in een kleine ruimte in Patersweg.
We zitten nu al met de stichting als 700 mens gemeenschap in Dordrecht, maar we doen het dan in de Patersweg in een kleine ruimte om de jongens te begeleiden. Maar er zijn honderden kinderen en die kan je echt niet daar begeleiden en ondersteunen. De voorzitter: Mevrouw Yachou. Mevrouw Yachou: Dank u wel, voorzitter. Kan de inspreker aangeven of hij vooral pleit voor tijdelijke beschikbare stelling van leegstaande panden of voor een structurele huisvestingsoplossing voor maatschappelijke organisaties? De heer Ali: Wie ik nu kan helpen. Maakt niet uit. Tijdelijk, vast. Als ik iemand nu kan helpen, kan begeleiden. Wil ik nu voor 3 weken, voor 2 uurtjes, voor 3 dagen. Wie ik ermee kan assisteren. De voorzitter: U heeft een vervolgvraag. Mevrouw Yachou: Ik denk dat mijnheer mij niet volledig begrijpt. Ik bedoel, het gebruiken van het pand, is dat voor tijdelijk of voor structureel een huisvestingsoplossing wat u zoekt? Gaat u tijdelijk gebruikmaken van de panden of is het de bedoeling dat u zich daar permanent gaat huisvesten? De heer Ali: Beiden. Als ik het tijdelijk kan gebruiken als het pand 3 jaar leeg is. Als ik het tijdelijk kan gebruiken, gebruik ik het voor tijdelijk. Als het langdurig is, kunnen we langdurig helpen. Zolang je iemand kan begeleiden en assisteren en helpen. De voorzitter: De heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel, voorzitter. Een vraagje aan de heer Ali.
U weet dat er panden leegstaan. Heeft u wel eens rechtstreeks gewoon het verzoek gedaan, kan dit pand door mijn organisatie of door een andere organisatie voor zolang gebruikt worden? De heer Ali: Ik heb een paar keer de gemeente benaderd, vastgoed benaderd. Het antwoorden is, wij beheren het pand niet, terwijl duidelijk staat in de krant, de gemeente weet niet wat de bedoeling is van het bestemmingsplan. Maar ik krijg een antwoord terug, gemeente is niet eigendom van een gebouw of in vastgoed. Arcade vastgoed ben ik naartoe … Ik ben zoveel kanten begeleid dat ik het niet weet. De voorzitter: De heer Noordam. 28 De heer Noordam: Ik begrijp dat u best wel succesvol bent met de stichting. Dat u veel jongeren wil en kan helpen en dat u daar ook ruimte voor nodig hebt. Maar stel je voor dat er een ruimte beschikbaar gesteld wordt door de gemeente en u bent echt succesvol op die plek en de huur zou stoppen. Wat zou u dan verwachten van de gemeente? Verwacht u dan opnieuw een vervangende plek? Of gaat u dan zelf op zoek naar een locatie? Want u vraagt nu de tijdelijke gebouwen, dat die gebruikt kunnen worden door uw stichting. Maar op het moment dat dat zou stoppen, dat tijdelijk gebruik. De heer Ali: Dan ga ik gewoon verder zoeken. Het gaat over die momenten die ik mensen kan begeleiden, helpen en assisteren, zolang die panden net als Noordendijk. Die is zal vanaf 2021 tot nu leeg.
Als dat moment heel veel mensen kunnen begeleiden voor ondersteuning van taalgebruik, dan had je met de maatschappij en iedereen kunnen leren. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt had nog een vraag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel. Ik denk dat wij delen dat we graag willen dat mensen geholpen worden en dat daar ontmoetingsplekken voor zijn. En ik heb eigenlijk een paar vragen. Waarom is de stap naar het sociaal wijkteam te hoog of de drempel te hoog? U gaf dat even aan en ik weet nog niet goed waarom. Want in elke wijk zit een sociaal wijkteam. En de andere vraag is, zo’n gebouw, als de gemeente aangeeft dat dat ze het zelf niet beheren, is er een andere eigenaar. En vindt u het dan logisch dat toch de gemeente zegt, u moet het pand beschikbaar stellen? De heer Ali: Ik snap die laatste vraag niet. Mevrouw Van Vugt-Roose: Soms zijn panden niet van de gemeente, maar gewoon van iemand. En dan verwacht u toch dat de gemeente zegt, dat pand moet nu op een andere manier gebruikt worden. Maar dat ligt misschien bij de eigenaar. Ik wil daar graag uw gedachten over. De heer …: Misschien kan ik die vraag beantwoorden. De panden zijn wel in eigendom van gemeente, alleen soms geeft de gemeente het beheer aan een andere partij. Panden die genoemd worden zijn wel in eigendom van de gemeente. En de gemeente geeft ook wel online aan, meld je aan als je gebruik wil maken van dit pand.
Uiteindelijk als je de aanmelding doet, dan blijft het heel stil aan de andere kant. Dat is een beetje wat hij aangaf. De panden die wij hadden benaderd zijn eigendom van de gemeente, alleen het beheer ligt soms anders. De eerste vraag misschien nog. Mevrouw Van Vugt-Roose: De eerste vraag was waarom de drempel voor een sociaal wijkteam te hoog is. De heer …: We zien bij verschillende gemeenschappen, met name de Somalische gemeenschap, waar wij zelf de begeleiding en de ondersteuning van doen, dat er een best hoge drempel is om zich te melden bij loketten. We merken dat als het via ons loopt, dat het een makkelijkere weg is, zodat wij de brug kunnen leggen naar die loketten. Wij kunnen de mensen makkelijker bereiken en makkelijker verbinden met wijkteams, gemeente of sociale dienst, of het nou politie is of waar de meldingen 29 vandaan komen. We merken dat het gemeenschappen zijn die korte lijntjes hebben en waar mensen eerder naartoe komen dan de wijkteams. Vandaar de drempel die wij zien. Die kunnen wij opvullen en vervolgens de brug leggen naar partijen en systemen waar ze terecht kunnen. De heer Ali: En dan wil ik even toevoegen, die loketten zijn gewoon van 09.00 uur tot 17.00 uur open, maar wij zijn gewoon dag en nacht bezig voor de gemeenschap. De problemen zijn niet van 09.00 uur tot 17.00 uur.
We zijn altijd na 17.00 uur, het maakt niet uit welke tijd het is, beschikbaar om die mensen te begeleiden en ondersteunen. Maakt niet uit, Somalische gemeenschap, Syrische gemeenschap, alle gemeenschappen die elkaar kunnen begrijpen assisteren en helpen we bij. De voorzitter: De heer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog niet helemaal scherp wat eigenlijk precies de vraag is van de inspreker. Want als ik het zo beluister beschikken ze over een pand, maar dat is te klein geworden voor de activiteiten. Ze willen wat groters. Ze hebben een pand gezien aan de Simon van Gijnweg, als ik het goed begreep. En dat pand is volgens de inspreken van de gemeente, maar de gemeente heeft aangegeven dat het niet zo is, begrijp ik eruit. Maar mijn vraag is, waarom wordt er zo gefixeerd op dit pand? Zijn er geen andere panden die ook zouden kunnen voldoen aan hetgene wat jullie zoeken? De heer …: De inspreker, zoals die aangaf, het gaat om alle leegstaande panden. Het is niet per se dat wij als stichting of als partij in een bepaalde pand willen. Dat is een voorbeeld. Maar waar het hier om gaat is het verzoek of in ieder geval om hier neer te leggen, er is veel leegstand, terwijl er veel maatschappelijke initiatieven zijn die tijdens de leegstand gebruik kunnen maken van een pand, waardoor je Dordtenaren helpt en ook buurten met elkaar verbindt.
En de vraag is, waarom zou je dan 2, 3, 4 jaar wachten met de leegstand als je in de tussentijd het beschikbaar kan stellen aan een maatschappelijke organisatie die dat goed kan invullen voor de buurt? Je ziet ook wel ontwikkelingen waarbij de buurthuizen verdwenen zijn en dat de ontmoeting in wijken steeds minder wordt. En als zo'n pand al midden in een wijk ligt, zien wij dat als een potentie om die verbinding in de wijken te versterken. De voorzitter: De heer Van der Graaf heeft een vervolgvraag. De heer Van der Graaf: Dank u wel voor deze toelichting. Als ik het goed begrijp, pleit u eigenlijk voor betere inzet van de leegstaande panden die wij hier in Dordrecht hebben, toch? Dat is één. Alleen wat ik dan nog niet begrijp is dat het verhaal begon met dat jullie een pand hebben en dat jullie eigenlijk uit jullie jasje zijn gegroeid. Wat belet jullie dan om op zoek te gaan naar een ander pand dan waar de inspreker in eerste instantie aan refereerde? Want er is, wat u terecht aangeeft, meer leegstand. Misschien bij een ander pand dat er wel succes te behalen valt voor jullie. De heer …: Zoals hij aangaf, we hebben niet bij één pand gekeken naar meerdere panden vanuit onze organisatie. En het pleidooi is ook niet om ons een pand toe te kennen, maar om te kijken naar leegstand en maatschappelijke organisaties om die verbinding te leggen.
Wij zijn hier niet om te vragen, geef ons een pand, maar wij zijn 30 hier om eigenlijk aan te geven, er is veel leegstand. Waarom zou je die leegstand niet invullen met de maatschappelijke vraag die er leeft? De voorzitter: Mevrouw Burgaz. Mevrouw Burgaz: Dank u, voorzitter. En ook dank aan de insprekers. U noemt specifiek jongerenontwikkeling. Kunt u misschien toelichten welke kansen voor jongeren volgens u verloren gaan wanneer maatschappelijke organisaties niet vroegtijdig betrokken worden bij vrijkomende panden? De heer …: Wij zien dat jongeren tegenwoordig weinig ontmoetingsplekken hebben waar ze elkaar kunnen ontmoeten, waar ze ook begeleiding kunnen krijgen en waar ze een stukje kunnen ondernemerschap kunnen uitvoeren. En we zien ook wel jongeren op straat. We zien in bepaalde gebieden dat jongeren liever buiten gaan hangen, waardoor je een bepaald veiligheidsvraagstuk krijgt. En ik denk dat je dat veiligheidsvraagstuk kan invullen door de jongeren een invulling te geven aan hun dag. Dat je kan kijken, jongeren gaan naar school. Sommigen gaan niet naar school. Maar hoe kan je de jongeren een dag invulling geven waardoor je de veiligheid ook beperkt in bepaalde omgevingen, waar je ook geen hangjeugd hebt? En daar krijgen we regelmatig meldingen over.
En eigenlijk zou je die jongeren een plek kunnen geven waarin je ze een dag invulling kan geven en kan begeleiden naar of ondernemerschap, opleiding of sporten, dat ze in ieder geval beter zijn met zich ontwikkelen in plaats van dat ze voor overlast zorgen op straat. De voorzitter: U heeft een vervolgvraag. Mevrouw Burgaz: Ja, dank u. Kent u misschien voorbeelden uit Dordrecht of uit andere gemeenten waar leegstaande panden succesvol zijn ingezet voor maatschappelijke- of jongereninitiatieven? De heer …: In Dordrecht ken ik ze niet. Vandaar ook de vraag hier, is dat een idee om te doen? Wat wij wel zien is dat bijvoorbeeld in Amsterdam en Utrecht het weleens wordt toegepast. En we hebben het gevoel dat daar misschien problematiek bij jongeren iets groter is, misschien bij die grotere gemeentes. Maar we zien wel dat daar projecten zijn gedraaid waarbij maatschappelijke organisaties een tijdelijke plek hebben gekregen voor het ontwikkelen van jongeren. En dat zijn soms ook langdurige projecten. De voorzitter: De heer Gündogdu had nog een vraag. De heer Gündogdu: Voorzitter, misschien niet direct rondom locaties, maar ik ben puur vanwege mijn interesse. U geeft aan dat u om en nabij 700 mensen in uw bestand heeft. Althans, dienstverlening aan verleent. En u staat 24 uur paraat om die mensen te ondersteunen. In hoeverre is er samenwerking met … Sociaal wijkteam is zojuist genoemd.
Want die wijkteams, voor uw beeldvorming, zijn echt professionals die mensen kunnen ondersteunen, jong en oud, noem maar op. Hoe is de interactie? Hoe is de samenwerking? Zijn jullie voor elkaar makkelijk te vinden? 31 De heer Ali: Ja, die werken al samen. Die zijn altijd makkelijk. Als er problemen zijn, dan bellen ze ons en dan begeleiden we ook die mensen en ondersteunen we ook hen om mee te begeleiden. Maar het vervolg om de jongeren en die ouderen te begeleiden stopt, want dan moet je iets ergers hebben om mensen meer te kunnen begeleiden. Met het wijkteam hebben we altijd contact, met de jongeren, R-Newt heb ik ook contact mee. Met elk instantie. Met de wijkagenten hebben we contact, met GGZ. We hebben met iedereen contact. De voorzitter: De heer Vroon wil nog een vraag stellen. En dan wil ik als laatste mevrouw Yachou nog eventjes een laatste vraag. Dan wil ik tot afronding komen. De heer Vroon. De heer Vroon: Voorzitter, dank u wel. Aanvullend op de heer Gündogdu inderdaad. Zien jullie niet meer de verbinding daar? Dat het sociaal wijkteam jullie echt meeneemt in wat er mogelijkheden zijn binnen zo'n wijk of binnen een naburige wijk, in plaats van echt zelf te gaan lobbyen of zelf wat te gaan zoeken? De heer …: We zien wel een samenwerking met de wijkteams. Maar als het gaat om huisvesting is het een ander vraagstuk.
We hebben het gevoel dat de wijkteams het druk genoeg met hun werkzaamheden. Iets in de huisvesting is niet iets wat wij met ze bespreken of waar we het over hebben. We hebben het wel meer over inhoudelijk samenwerken. We hebben ook niet het gevoel dat zij de aangewezen partij zijn die gaan over leegstand van panden. Maar dat is een beetje onze perceptie misschien. De voorzitter: Mevrouw Yachou. Mevrouw Yachou: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, allereerst, ik sta er echt positief tegenover en ook mijn team, mijn fractiegenoten, tegenover het tijdelijk beschikbaar stellen van leegstaande panden voor maatschappelijke doeleinden en stichtingen. Alleen hebben jullie wel nagedacht over de mogelijke gevolgen dan voor de directe omgeving? Verkeer, parkeren, geluid, bezoekersstromen? En op welke dagen gaan die activiteiten plaatsvinden en in welke frequentie? De heer …: Daar hebben we natuurlijk over nagedacht. Het is niet de bedoeling dat wij grote groepen, een grote gemeenschap of grote bewegingen of in de wijk hebben. Het is de bedoeling dat er een ontmoetingsplek komt waar mensen in de buurt terechtkunnen voor een kopje koffie of voor wat extra begeleiding. Dat je kan ontmoeten, maar dat je ook gelijk een dag invulling krijgt. Wij verwachten niet dat we heel veel overlast hebben.
Maar we hebben natuurlijk wel contact gehad met de wijkagenten en de betrokken wijkmanager in de regio's en daarover gesproken. En die zien soms ook wel problematieken die een locatie kan oplossen. We zien vaak een leegstaand pand. En we merken ook wel dat bij verschillende agenten of wijkmanagers zij ook de behoefte aangeven, als die locatie wordt opengesteld voor de buurt, zou het wat meer rust geven in de wijk. De heer Ali: Ook even toevoegend. Als je jongeren iets positief geeft, dan gaat het ook minder overlast creëren, omdat de jongeren meer zin hebben en meer enthousiast zijn. De voorzitter: Dan wil ik tot afronding komen van deze vergadering. Ik wil beide heren in ieder geval hartelijk bedanken voor het inspreken en het beantwoorden van alle vragen. 32 De commissieleden hebben in ieder geval goed naar u geluisterd. Het is ook na vanavond aan hen om hier eventueel een vervolg aan te geven. De commissieleden ieder geval bedankt ook voor het luisteren. En dan sluit ik hierbij de vergadering. En vergeten jullie in ieder geval ook niet jullie flesjes en kopjes mee te nemen. 4. Introductie leden, taken en werkwijze Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Dordrecht Voorzitter: De heer Klerk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Cobben (Forum voor Democratie) Mevr. Van Dorresteijn (GroenLinks-PvdA) Dhr. Van der Graaf (PVV) Dhr.
Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hoogduijn (D66) Mevr. Van der Heiden (VVD) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Mevr. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Noordam (VVD) Mevr. Nzolani (SP) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Dhr. Vroon (VSP Dordrecht) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Dhr. Winters (D66) Mevr. Yachou (DENK) Portefeuillehouder: - Ambtelijke ondersteuning: De heer Van Son Overige aanwezigen: dhr. Baijense, mevr. Kruisinga, dhr. Reijke, mevr. Riehl, dhr. Smit De voorzitter: Goedenavond, raads- en commissieleden. Het wordt vanzelf stil. Dat is mooi. Ik open hierbij de beeldvormende commissievergadering over de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Over, waarschijnlijk ook met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Ik heet van harte welkom alle raads- en commissieleden hier aan tafel. Ik weet niet of de raadscommissieleden op de tribune ook deelnemen aan de commissie. Ja? Oké. Dan neem ik jullie zo ook mee in de voorstelronde. Daarnaast een bijzonder welkom aan de vertegenwoordigers van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Naast mij zitten de heer Remco Reijke, Jan-Willem Baijense, Anne Martine Kruisinga en mevrouw Anouk Riehl. Zij zullen zich straks ook voorstellen. En ook een welkom aan de gasten op de publieke tribune en de kijkers thuis.
Voor het verslag vraag ik u om u even kort voor 33 te stellen met uw naam en de naam van de fractie namens wie u hier zit. En ik begin voor mij aan de rechterhand. De heer Van der Graaf: Brian van der Graaf, PVV. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. Mevrouw Lindner: Naomi Lindner, Beter voor Dordt. Mevrouw Yachou: Majda Yachou, DENK Dordrecht. De heer Vroon: Youri Vroon, VSP Dordrecht. De heer Noordam: Joost Noordam, Dordtse VVD. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. Mevrouw Nzolani: Cherry Nzolani, SP Dordrecht. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, GroenLinks-PvdA. De heer Pauwels: Sam Pauwels, GroenLinks-PvdA. De heer Cobben: Servaas Cobben, Forum voor Democratie. De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie. De heer Baijense: Jan-Willem Baijense, architect en lid van de commissie. Mevrouw Riehl: Anouk Riehl, bouwhistoricus en architect en lid van de monumentencommissie. Mevrouw Kruisinga: Anne Martine Kruisinga, burgerlid van de commissie. De heer Reijke: Remco Reijke, stedenbouwkundige en voorzitter van de commissie. De heer Den Boer: Marc den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: Dan gaan we achterin verder. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren.
Mevrouw Van der Heiden: Daniella van der Heiden, Dordtse VVD. De heer Winters: Hank Winters, D66. 34 De voorzitter: Dank u wel. En mijn naam is Albert Klerk en ik ben de voorzitter in deze commissievergadering. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, voorheen ook wel bekend als de Welstands- en Monumentencommissie, is een belangrijk adviesorgaan voor de gemeente. Haar adviezen krijgen regelmatig aandacht in de media. Op 12 mei heeft de raad nieuwe leden benoemd en zittende leden herbenoemd. En in 2022 heeft de raad afspraken en regels over de adviescommissie vastgelegd in een verordening. Het is goed om ook, gezien de nieuwe leden in de commissie, maar ook in de nieuwe raadsperiode die voor ons legt, wellicht de leden aan u te introduceren. En met de commissie bedoel ik de gemeente, de commissie hier de aanwezig, te informeren over de taken en de werkwijze van deze adviescommissie. De heer Remco Reijke is voorzitter en stedenbouwkundig lid van de adviescommissie. Hij geeft een toelichting op de samenstelling en het werk van de adviescommissie. En na afloop van die presentatie is er ruimte voor vragen. Ik denk dat dat de goede opzet is. Dan geef ik u het woord. De heer Reijke: Dank u wel. Hij staat er al. Heel goed. Allereerst mijn grote dank dat jullie ons hebben uitgenodigd om iets te laten zien van hoe wij werken, want ik denk dat dat wel belangrijk is.
Uiteindelijk zijn wij ook een commissie die door jullie zelf zijn ingesteld. Dan is het ook wel goed als wij het een en ander daarover vertellen. Ik ben pas voorzitter, het begin van de vorige maand. En ik kwam vroeger al wel vaker in Dordrecht. Dan ging ik meestal met mijn vrouw mee naar Vreeken’s Zaden, de snoepwinkel voor mensen met groene vingers. Ik hield het daar wel even vol, maar daarna dook ik dan toch al snel de historische binnenstad in van Dordrecht. Was daar al zeer van onder de indruk. En toen er een functie voorbijkwam, vrijkomende functie om voorzitter van de commissie hier zo te worden, hoefde ik niet lang te twijfelen. En ik ben dan ook heel erg blij dat ik uiteindelijk ben aangenomen. Intussen heb ik met een aantal mensen van de gemeente de stad al mogen doorploegen en ook al veel meer andere dingen dan alleen de binnenstad mogen zien. Ik ga hier met heel veel plezier hier aan deze klus beginnen. En ik ben ook heel erg gelukkig dat ik een heel mooi team bij mij heb. We kunnen straks, als ik de presentatie heb gedaan, met elkaar ook jullie vragen met heel veel plezier beantwoorden. Een stad die goed is vormgegeven draagt bij aan een aangename leefomgeving. Dat is een quote die op ons jaarverslag van 2025 staat. En daar gaat het natuurlijk ook om.
En wij proberen daar zo goed mogelijk vorm aan te geven, om ervoor te zorgen dat die samenhang tussen al die verschillende zaken, tussen de gebouwen, tussen de openbare ruimte, tussen de omgeving, op een goede manier wordt vormgegeven. Even vooraf, wat is onze rol? Wij hebben een adviserende rol aan het college. Dat doen wij gevraagd, maar ook ongevraagd. Op het moment dat wij ontwikkelingen constateren waar wij heel blij of misschien een beetje verdrietig van worden, dan zullen wij ook niet schromen om daar het een en ander over te zeggen. Het gaat om het bereiken en in stand houden van die goede omgevingskwaliteit. Ik gaf het net al aan, wij worden door jullie benoemd. En bijzonder daarbij is dat ten opzichte van veel andere commissies in Nederland wij wat extra expertise hebben in de commissie. Iemand die zich bezighoudt met natuurinclusief bouwen en ecologie. Dat is een bijzonder onderdeel en dat past ook wel in de nieuwe Omgevingswet, waarbij een wat bredere commissie gevraagd wordt en waar het om de omgevingskwaliteit gaat, en niet alleen maar om die ruimtelijke kwaliteit. U bepaalt ook waar wij over adviseren. In de wet staat alleen dat het bij rijksmonumenten verplicht is. En wij adviseren dan niet zomaar met onze natte vinger, maar wij doen dat op basis van 35 vastgesteld beleid, de welstandsnota. En op basis daarvan geven wij ons deskundig advies.
Het zijn openbare vergaderingen, ongeveer eens in de 2 weken, soms eens in de 3 weken. Als u een keer een kijkje wilt nemen, dan bent u van harte welkom. Vinden wij ook prettig dat daarmee die openheid een beetje gestimuleerd wordt. De commissie. We hebben een aantal mensen al aan voorgesteld. De commissie bestaat uit deze leden. Veerle Herzberg is lid voor natuurinclusief bouwen. Zij is niet aanwezig. En de restauratiedeskundige en architect, Jorrit Mulder, is er dit keer ook niet bij. Maar voor de rest is de commissie compleet, ook omdat ze het belangrijk vinden om dit aan u te vertellen. Hoe werken wij? We hebben eigenlijk een opbouw waarbij we in 2 soorten commissies werken. De grote commissie die gaat echt over de grotere bouwplannen. De plannen van een grotere complexiteit of meerdere woningen, dat zijn de plannen die in de voltallige commissie altijd worden behandeld. Dat gaat ook over grotere gebiedsontwikkelingen, zoals Stadswerven en de Spuiboulevard, maar ook over ingewikkelde transformaties van monumenten. En in de kleinere commissies komen de kleinere plannen. Uitbouw, meestal niet in een heel gebouw, maar veranderingen aan een gebouw komen daar naar voren. En dat wordt door 2 leden gedaan. Verder hebben we ook nog een ambtelijke beoordeling. Dat zijn kleinere bouwplannen waarvan het oordeel eigenlijk als bekend mag worden verondersteld.
Dat zijn wat minder complexe plannen. En daar doet de ambtelijke ondersteuning zelf de beoordeling van. Als zij twijfelen, dan komt het alsnog bij ons in de commissie terecht. Het is eigenlijk een drietrapsraket. Dan hebben ook nog supervisie. Een aantal grotere projecten zit een supervisor op. Daar krijgen we nog steeds de plannen van te zien, maar over het algemeen zullen wij de adviezen van de supervisor overnemen, omdat dat natuurlijk al in een vroeg stadium is gewikt en gewogen. In het jaarverslag van 2025 hebben we ook een aantal trends en ontwikkelingen geconstateerd die op dit moment spelen. Dat zijn de plannen die we vorig jaar voorbij hebben zien komen. Dat zal dit jaar ongetwijfeld ook nog blijven spelen. Een aantal grootschalige ontwikkelingen. Transformatie van bijzondere monumenten. Dan nog een aantal andere zaken die met monumenten of met de reconstructie van monumenten te maken hebben. Verdichting. Hoe zorg je ervoor dat je ook in je bestaand stedelijk gebied woningbouw kunt realiseren? En we kwamen ook een aantal modulaire bouwsystemen tegen. Ik zal daar straks nog even wat voorbeelden van laten zien, maar dat zijn een beetje de trends die we vorig jaar hebben geconstateerd. Hier wat beelden van die ontwikkelingen. Dit is uit het jaarverslag van 2025. En als het goed is, hebben jullie dat al ontvangen. Dan kunt u daar verder ook nog wat meer naar kijken.
Dat zijn een aantal grootschalige ontwikkelingen. Een aantal ontwikkelingen die op gebouwniveau zijn. Daar zit vaak ook de transformatie van gebouwen in. Een hele bijzondere, Singel 207, een oud woongebouw waar zelfs nog de toiletten in originele staat waren. Dat is een hele bijzondere. Dat vinden we ook altijd heel mooi, om daar met de ontwerper, met de architect die daarmee bezig is, het gesprek ook mee aan te gaan. En onder andere Villa Jorissen, een gebouw waar de verduurzaming ook een hele belangrijke rol speelde. Hoe zorg je ervoor dat een gebouw wat zo oud is ook op een goede manier geïsoleerd kan worden en verduurzaamd kan worden? Dan nog wat bijzondere zaken. De reconstructie van de schoorsteen op het Onderwijsmuseum, waar een aantal enthousiaste architecten mee bezig is om dat uiteindelijk voor elkaar te krijgen. En een heel bijzonder project, een loge waar een architect aan het ontwerpen is om daarvoor te zorgen dat daar daadwerkelijk ook woningen weer in gerealiseerd kunnen worden. Die transformatie van 36 een bedrijfsgebouw naar woningbouw, in deze tijd waar we echt grote behoefte aan woningen hebben, is dat natuurlijk een hele mooie ontwikkeling. Dan een aantal modulaire projecten die we niet altijd te zien krijgen, omdat het vaak tijdelijke projecten zijn.
En als er iets tijdelijk is, met een looptijd korter dan 15 jaar, dan hoeft het niet aan ons te worden voorgelegd. Maar soms zie je ook wel dat een ontwikkelende partij toch het advies van ons vraagt om toch met ons te sparren hoe je tot een betere kwaliteit kunt komen. Nog even wat cijfers. Dit zijn de totale adviezen bovenaan van de afgelopen 4 jaar. En je ziet vanaf 2022 ineens een enorme afname van het aantal adviezen. We hebben even gekeken, waar komt dat door? Dat had er vooral mee te maken dat eigenlijk in de afloop van de coronaepidemie heel veel mensen niet gingen verhuizen, maar probeerden om hun huis iets te vergroten, te verduurzamen, iets te veranderen. En daar kwamen heel veel aanvragen van binnen. En voor de rest zie je dat het verloop wel redelijk gelijk is gebleven. Het neemt ietsje af, maar de grootte van de plannen neemt juist wat toe. Dat zie je natuurlijk niet direct in de cijfers terug. En als je kijkt naar de monumentenplannen afzonderlijk, dan zie je dat die juist aan het toenemen zijn, dat daar veel aandacht voor is, voor de restauratie van deze panden. Dan nog even wat kijkjes in de keuken van hoe wij dat dan precies doen. Ik denk dat de procedure helder is. Waar wij voor aan de lat staan is, voldoet het plan aan redelijke eisen van welstand? Oftewel, is het een 6 min? Dat is de ondergrens waar wij naar kijken.
En dan kijken wij niet naar het gebouw alleen, maar we kijken het ook in de omgeving. Het gaat er juist om dat het plan op een goede manier in zijn omgeving is ingepast. Dat is ook een belangrijk onderdeel van onze advisering. Vandaar ook dat er een welstandsnota is en in die welstandsnota staan ook gebiedsgerichte criteria, zodat wij ook weten, wat zijn de aandachtspunten van een bepaalde plek? Waar moeten wij goed naar kijken? Waar moeten wij vooral op ingaan? Is dat een heel gevoelig gebied, heb je heel streng welstandstoezicht? Of is het een gebied waar dat wat losser kan worden gelaten en heb je een wat minder streng welstandsbeleid? Dat gaat over plannen die nog niet gerealiseerd zijn. Het kan ook gebeuren dat er iets al is gerealiseerd en dat wij dat dan te zien krijgen. En dan is aan ons de vraag, is er sprake van een exces? Of is dit zo ernstig dat hier moet worden ingegrepen? Oftewel, is het in ernstige mate in strijd met de redelijk eisen van welstand? Dat is net even anders dan bij een nieuw plan. Welstand lijkt misschien af en toe een kwestie van smaak. En ik denk een jaar of 20-30 geleden, toen er nog geen welstandsnota's waren, zou dat nog wel eens zo kunnen zijn.
Maar op dit moment is het zo dat elke gemeente, en dat is hier zeker geen uitzondering, een welstandsnota heeft waar heel nadrukkelijk en heel nauwkeurig de verschillende criteria staan omschreven, en op basis waarvan wij, natuurlijk met een interpretatie vanuit onze deskundigheid, een advies op geven. Het gaat niet over mooi of lelijk, het gaat over ruimtelijke kwaliteit. Want die discussie over mooi of lelijk, over mooi of lelijk valt niet te twisten. Daar valt wel degelijk over te twisten. Maar voor ons gaat het daar niet om. Soms kan je zeggen, dit is niet de architectuurstijl waar wij op zouden vallen. Maar we kijken dan nog steeds, wat is die architectonische kwaliteit en past het ook in de omgeving? Dat is een heel belangrijk onderdeel van onze advisering. Is het een manier van ontwerpen die passend is in die omgeving? Dat was nog gebruikelijk als je kijkt naar de welstandscommissies van een aantal jaar geleden, om dat vooral oordelend te doen. Oftewel, iemand kwam met een plan dat ongeveer af was. De folder was nog net niet gedrukt. En wij krijgen het plan dan ter advisering en gaven daar een oordeel over. Wat wij steeds vaker zien en 37 wat wij ook stimuleren, is dat wij dat plan in een veel vroeger stadium krijgen.
Dat wij niet alleen de bouwplannen, maar zelfs ook de stedenbouwkundige plannen, in een vroeg stadium krijgen, zodat wij met elkaar het gesprek kunnen hebben over, wat zijn die kwaliteiten die je wil gaan halen? Wat is de goede manier om op deze plek een gebouw neer te zetten? En dan gaan we het niet meer hebben over een 6 min. Dan willen we naar een 8 of een 9. Misschien wel een 10. Dat is de manier waarop we het liefst natuurlijk het gesprek hebben. En wij merken ook dat de ontwerpers dat heel erg prettig vinden. Die vinden het helemaal niet leuk dat ze een bijna af plan afgekeurd zien worden, maar ze vinden het wel heel prettig om met elkaar het gesprek te hebben over, wat zijn de kwaliteiten? Waar kunnen we nog wat dingen verbeteren? Wat is het effect van welstand, zoals we dat weleens noemen? En dan komt het heel vaak voor dat de architect en zelfs ook de opdrachtgever zegt, het is er eigenlijk best wel beter op geworden naar aanleiding van het advies van welstand en naar aanleiding van het gesprek dat we hadden. Betekent ook dat als wij naar de advisering kijken, dat we heel veel vooroverleg hebben en dat dat dan nog niet echt de bouwplantoetsing is of de toetsing voor de omgevingsvergunning, maar dat er eigenlijk een proces nog aan voorafgaat. Het gesprek op niveau. Het collegiaal overleg, zoals we het ook wel noemen.
In de welstandsnota staan een aantal zaken benoemd, een aantal basiscriteria. Dat zijn algemene uitgangspunten. Dat zijn algemene uitgangspunten die je bijna overal in Nederland terug ziet komen. Dat zijn ook de uitgangspunten waar wij op terugvallen op het moment dat wij, omdat een gebied snel aan het veranderen is, of omdat er een heel bijzondere ontwikkeling is gekomen, niet direct op die gebiedsgerichte criteria kunnen toetsen. Dan grijpen wij terug op de basiscriteria, wat is een goede vormgeving? Daarnaast, naast die gebiedsgerichte criteria, hebben we ook nog objectgerichte criteria. En dat gaat over zaken als dakkapellen, uitbouwen, kleinere elementen waar je een wat meer gerichte, objectieve of gesloten regel aan kunt geven. Daar zijn die criteria ook wat strakker neergezet en gaat het veel meer over bepaalde afmetingen, bepaalde materialisering die je dan vastlegt. Dan nog iets over het niveau. Daar heb ik net ook al iets over aangegeven. Op het moment dat je in een gevoeliger gebied zit, zal het welstandsniveau hoger zijn. Dat is eigenlijk een beetje de regel. En dat betekent ook dat wij kritischer zullen zijn op die kwaliteit en daar meer nog de aandacht voor vragen. Op het moment dat zowel die cultuurhistorische aspecten als die architectonische aspecten eigenlijk samenkomen, zul je merken dat wij daar nog strikter en nog strenger op zullen zijn.
Toch nog even terug. De voorzitter noemde het net ook al even, de aandacht in de in de media. Ik begreep ook dat hier vanuit de raad vragen over zijn gesteld. Ik vind het toch wel goed om daar even de aandacht op te vestigen. De kop luidt, nieuwbouwplan in gevaar door wensen gemeente. Dat zijn wij in dit geval. En wij hadden daar toch een hele andere afdronk van toen dat overleg was geweest. En dat kunt u ook lezen in het verslag, wat ook openbaar is, waarin wij juist hebben aangegeven dat we het een heel mooi plan vonden en dat we ook hoopten dat het heel snel door zou gaan. Dat we een aantal aandachtspunten hebben en dat we een aantal aanbevelingen hadden ten aanzien van de nadere uitwerking, dat is logisch, want het is ook nog een plan wat in vooroverleg was. Je hebt met elkaar het gesprek. Daar komen een aantal zaken uit. dat kan best wel betekenen dat er nog wat extra werk in zit. Maar we hebben ook een aantal adviezen in dit kader gegeven waarvan wij het idee hebben, daar wordt het plan alleen maar goedkoper op. Alleen een aantal adviezen om dingen juist niet te doen, omdat daar de kwaliteit, vinden wij, van verbetert. Ik denk dat het goed is om dat met jullie te delen, 38 dat wij vaak dingen in een gesprek met elkaar proberen beter te maken, proberen te delen en dat het niet zo zwart-wit is als wellicht in de krant is verschenen.
Onze afdronk was net even een beetje anders dan wat er uiteindelijk in het AD is verschenen. Bijna afsluitend. Nogmaals even de nadruk op het feit dat het niet gaat om dat ene individuele gebouw, dat kunstwerkje wat door een kunstenaar wordt gemaakt, maar juist het feit dat jij iets maakt in een gebouwde omgeving, dat jij iets maakt wat zichtbaar is vanuit de openbare ruimte en dat je zoekt naar een bepaald evenwicht tussen de verschillende zaken. Op het moment dat je vraagt, zou je welstand voor je huis willen hebben, dan wordt er vaak gezegd, dat vinden we alleen maar lastig. Maar op het moment dat de vraag gesteld wordt, als je buurman iets gaat bedenken, zou het dan handig zijn dat er welstand is? Dan wordt er bijna altijd ja gezegd. Ik denk dat het daar een beetje om gaat, dat juist dat dat algemene belang wat wij proberen te bewaken, een ruimtelijke kwaliteit voor die prachtige stad die jullie zijn, om dat op een goede manier neer te zetten en daarmee ervoor te zorgen dat je ook voor de toekomst een stad hebt om trots op te zijn. Daar wilde ik het bij laten. De voorzitter: De commissie staat te popelen om vragen aan u te gaan stellen. Het was een bijzonder helder verhaal. Ik heb uit betrouwbare bronnen mij ook nog laten vertellen dat er medio volgend jaar waarschijnlijk een nieuwe welstandsnota vanuit het college naar uw raad komt.