CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2025.07.15 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 23 september 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 1, 2 en 15 juli 2025 en de Dordtse Dinsdag van 8 juli 2025 Vergaderzalen 1, 3, 549.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

62

medio volgend jaar. Al dat verhaal bij elkaar lijkt het ons verstandig een beeldvormende sessie te doen in het tweede kwartaal van volgend jaar, waarbij we al die zaken de revue laten passeren en waarbij we ook mee kunnen nemen wat de stand van zaken is van het denken. Dat vult dan wel in wat u wilt, denken wij. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Deze beeldvormende sessie, kan ik me voorstellen, gaat dan over de visie van de bibliotheek en ook de inpassing daarvan van de Bibliotheekwet en wat dat betekent voor Dordrecht in de nieuwe bibliotheek? De heer Van der Kruijff: Ja, dat is een van de onderdelen, niet het enige onderdeel, maar dat zit zeker in scope. Mevrouw Schnabel: Precies. Heel fijn. En toch nog eventjes ook ter verduidelijking op de toezegging. Want klopt het dat we aan de start van 2027 dan ook een stand van zaken krijgen over hoe het met de maatschappelijke en financiële effecten gaat die mogelijk meespelen met de bezuiniging? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, we hebben aangegeven dat voor maatregelen die ingaan in 2026 we die maatregelen zullen opnemen in de begroting voor 2027, moet ik zeggen, voor de begroting voor 2027. Dat is in het najaar van 2026. En dan komt dat allemaal voorbij. Aansluitend op dat tweede kwartaal. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt.

Mevrouw Van Vugt-Roose: Kunnen we dan ook op de hoogte gesteld worden van het gesprek wat met de andere gemeenten gevoerd wordt op dat moment? De heer Van der Kruijff: Jazeker. En zeker, mijn voorstel is gewoon al die dingen bij elkaar te brengen, omdat ze elkaar beïnvloeden. Voorzitter, dan de motie van Gewoon Dordt over de legeskosten, om dat inzichtelijker te maken. Daar kunnen we ons alles bij voorstellen. In het algemeen is het wel zo dat, dat is even een technisch antwoord, de gemeente bezig is met de nieuwe applicatie om dat ook preciezer te kunnen doen. En dat strookt net niet met de termijn die gevraagd wordt door Gewoon Dordt. We willen dit in het algemeen graag toezeggen, maar we hebben er wel iets meer tijd nodig om aan te kunnen sluiten op het proces wat ook loopt al binnen de gemeente om dit mogelijk te maken. En mijn collega Van der Linden zal nog iets specifieker ingaan op een aantal gebieden die hen betreffen. De voorzitter: En het is M28. De heer Van der Kruijff: Dat is M28. Dat is correct, voorzitter. Dan hebben we de motie Koers houden van Forum voor Democratie. Die kijkt vanuit een hele andere dimensie naar deze Perspectiefnota dan we als college gedaan hebben. Maar we herkennen ons

63

toch niet in het feit dat we niet strategisch zouden nadenken. We hebben een Agenda 2030, we hebben een Woonvisie, we hebben een Duurzaamheidsvisie, we hebben een Visie sociaal domein. En zo kan ik nog wel doorgaan. Van al die visies wordt gehandeld. En hebben we ook als college bedacht vanuit het bestuurlijk kader, en dat mag u ook wel een visie noemen, hoe we daar dan mee om willen gaan om tot deze bezuinigingen te komen. En dat het landelijk bestuur besluit heel veel miljarden in defensie te stoppen, daar kunt u van alles van vinden. Wij zouden als Dordrecht ook graag meer middelen krijgen vanuit landelijk, maar daar kunnen we hier lokaal niet onze Perspectiefnota op aanpassen. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik zou daar graag wat over willen vragen aan de wethouder. Want ik weet niet of de wethouder ook Auditcommissies terugkijkt waar hij niet bij is. We hebben een Auditcommissie gehad op 13 mei jongstleden, waar het toch wel uitgebreid besproken is met de accountants. Die ook wel het advies hebben uitgebracht om verder te kijken dan de huidige strategie die wordt gekozen. En dat gewoon heel goed onderbouwd te doen en toch aan het college te vragen om daarnaar te willen kijken.

Is dat dan iets wat de wethouder zo naast zich neerlegt? Is dit iets wat hij niet heeft teruggezien? Is dit iets wat hij niet heeft teruggekoppeld gekregen van de ambtelijke ondersteuning? Hoe mag ik dat zien? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik heb in ieder geval vanuit de ambtelijke ondersteuning niet teruggekregen dat wij onze Perspectiefnota om deze reden anders zouden moeten insteken. Ik heb ze niet allemaal nagekeken, dat kan ik u ook bekennen. Mevrouw Pichel: Mag ik een vervolgvraag stellen? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: En als ik dan toch nu aan de wethouder vraag, we hebben daar echt een uitgebreid gesprek over gehad met de accountant die een advies heeft uitgebracht, is dat dan nog wel iets waar de wethouder oren naar heeft, of niet? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de Auditcommissie is een technische commissie met ook technische opvattingen. Dit klinkt mij toch redelijk politiek in de oren. Ik ben al verbaasd over die combinatie. Maar als u vindt dat we daar nog een keer het politiek debat over zouden moeten voeren, moet u dat een keertje politiek laten agenderen. Vanuit het college zien we daar geen aanleiding toe op het moment. De voorzitter: We laten hem hierbij.

64

Mevrouw Pichel: Mag ik heel even zeggen, dat is wel een misvatting van de wethouder, want het is totaal niet politiek. De Auditcommissie is natuurlijk niet politiek. En puur technisch kijken naar strategische keuzes is natuurlijk ook niet een politiek keuze. Alles wat eruit volgt misschien wel. Maar dit is wel echt strategisch bekeken en gewoon puur technisch op de financiële keuzes die er liggen en niet politieke keuzes. De voorzitter: Waarvan akte. We gaan door. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Ik liet even het antwoord van de heer Van der Kruijff op mij indalen over de termijn die te kort was om een inzicht te geven in de leges. We hebben eigenlijk die datum genoemd, omdat we dachten, wellicht kan het dan nog bij de Legesverordening, om die aan te passen. Wat lijkt de wethouder wel een realistische termijn? Want daar zit natuurlijk voor mij geen enkel probleem. Het gaat er vooral om dat het in beeld komt. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, moet ik even kijken of daar iets bij staat, want dat durf ik niet zomaar op eigen houtje te vertellen. Welk motienummer was het ook alweer? Kunt u me helpen? 28. Ik heb hem gevonden. We zijn gestart met de nieuwe applicatie waarvan we kostprijzen … Of deze applicatie al volledig in werking is, is nu nog niet zeggen. Er staat nog geen termijn achter wanneer die er wel is.

Dat moet ik u nog even schuldig blijven. Misschien krijg ik het in de tussentijd ingefluisterd, en dan zorg ik dat u het nog wellicht krijgt via de heer Van der Linden, als die aan de beurt is. Dan laat ik hem dat weten. De voorzitter: We doen een oproep tot influisteren richting de tribune. Dat was hem? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de tijd is op. De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De heer Van der Kruijff: Want er zijn natuurlijk ook heel veel vragen zonder moties en amendementen gesteld. Maar daar moet ik het antwoord op schuldig blijven, als we onszelf aan de tijd houden, gezien de deadline die ook gesteld is. De voorzitter: De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ik heb er begrip voor dat de wethouder Financiën zich aan de tijd wil houden, maar ik heb een hele essentiële vraag gesteld. Namelijk, waarom wijken de gerealiseerde resultaten over de verschillende jaren tientallen miljoenen euro's af van de begrotingsresultaten? En ik hoorde een fractielid van het CDA zeggen, dat komt door de coronacrisis. Dat zou voor 2020 en 2021 best kunnen, maar de coronacrisis was eigenlijk begin 2022 toch min of meer afgelopen. Dat verklaart die jaren erna niet. Ik wil heel graag van de wethouder Financiën een antwoord op deze vraag. De heer Van der Kruijff: Dat kan voorzitter, ik heb het bij me, maar mijn tijd was alleen op.

65

De voorzitter: Reageert u nog op deze vraag. Maar ik vind dit wel een beetje een eerste termijn vraag, eerlijk gezegd. Maar, wethouder, gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Het is aan u. Voorzitter, om te beginnen is 2024 weer een redelijk normaal jaar met een niet enorm positief rekeningresultaat. Over 2023 waren de 26,5 miljoen Oekraïne-gelden als meevaller en 9 miljoen technisch incidentele middelen vanuit de reserve afschrijving. Dat was incidenteel. Vanuit 2022 was het 11,6 miljoen incidentele vrijval op de stelpost gemeentefonds. Zagen we ook niet aankomen. 9 miljoen Oekraïne-gelden zagen we ook niet aankomen. En 7 miljoen extra bijdrage algemene uitkering vanwege de corona. Die corona zagen we ook niet aankomen. Dat is overigens allemaal al een keer beantwoord in technische vragen, die eerder door het CDA zijn gesteld in die tijd. De voorzitter: En zo is het. De heer Van Leeuwen: Maar dat geloof ik dan. Maar we moeten met elkaar wel kunnen constateren dat er een aantal bedragen in zitten die we niet hebben zien aankomen de afgelopen jaren. En ik heb dan ook wel vraagtekens over de begroting op dit moment. Dat was eigenlijk mijn punt. Ik heb er geen concrete aanwijzing voor dat het niet zou kloppen, want anders had ik het ingediend. Maar ik heb een bepaald cynisme erover, laat ik het even zo zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dat snap ik.

Maar ik denk dat we in een tweede termijn niet over moeten doen wat wel echt thuishoort in de eerste termijn. Laten we daar elkaar een beetje scherp op houden. Maar alle begrip. Wethouder, ik zag een interruptie nog aan mijn linkerzijde. Niet het geval. Dan was dat hem, wethouder van Financiën. De heer Van der Kruijff: Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Dat zijn dan 4 moties. De eerste is motie M2a van Beter voor Dordt, Digitale veiligheid eerst. Die verzoekt om een rapportage in het vierde kwartaal te leveren. Daar kunnen we zeker in voorzien. En het is een zeer belangrijk thema. Uw oproep om 2 keer per raadsperiode daar verantwoording over af te leggen, is wat ons betreft ook een logisch verzoek. Laten we verder oordeel aan u als raad. Dan hebben we motie … Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik wil de heer Burggraaf nogmaals benadrukken dat, mocht daar enige extra expertise op nodig zijn, ik weet waar hij die kan vinden. De heer Burggraaf: Dank voor uw aanbod. Het is zeker een complexe materie. Daar gaan we gebruik van maken. Dank u. Motie M10a, Voorkom stapeling van korting op

66

evenementensector en werk samen aan een gezellige stad, van GroenLinks, VVD, BvD, en OOE. Daar zitten heel veel herkenbare onderdelen in, voorzitter. Ook het college wil bij de verdere uitwerking goed zorg besteden aan het voorkomen van stapelingen, te abrupte bezuinigingen, kostenverhoging bij evenementen. De oproep om dat vooral goed met de evenementensector gezamenlijk uit te gaan werken, nemen we absoluut ook ter harte. En de vertegenwoordigers daarbij te betrekken en daar waar onderzoek naar altijd regeldruk te verminderen dan wel de kostprijs niet ongewenst omhoog te laten lopen voor evenementen, daar zullen we ons zeker ook voor inzetten. Daarmee is deze motie wat ons betreft oordeel raad. En is het goed in ieder geval te horen in het debat ook dat velen van u in de raad de evenementensector en al onze evenementen in de stad zo'n groot hart toedragen. Het maakt onze stad absoluut uniek. Dan hebben we motie M15 van BvD, Behoud onze evenementen, ze zijn goud voor de stad. Daar zijn we het in ieder geval wel mee eens, dat het goud voor de stad is. Toch ontraden we deze motie, omdat u in deze motie oproept om op het budget op de wijkwensen te gaan bezuinigen, een ton. En daar heeft het college juist niet voor gekozen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De heer Burggraaf: U maakt een andere keuze dan het pakket wat wij aan u hebben voorgelegd.

En kunnen we daarom niet anders dan ontraden. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, wij stellen niet voor om te bezuinigen op het wijkbudget, maar om het wijkbudget anders te organiseren en anders te vullen, waardoor het geld vrijvalt voor de evenementen, om het correct weer te geven. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Daar heeft het college een andere weging op gemaakt. Dat is de reflectie daarop. Dan hebben we de motie M26, Partij voor de Dieren, De vervuiler betaalt havengeld. Ook deze motie ontraadt het college. Deze beweging is vooral ingezet om te zorgen dat er extra inkomsten uw kant op komen, of naar de gemeente toekomen op de havengelden. Nu is het zo dat de meeste van de rivercruiseschepen al voldoen aan de bronzen en de zilveren Green Award en de Binnenvaart Emissie Label-systematiek. Als je daar ook nog weer eens een keer korting op gaat toepassen, dan ben je echt een gat in je begrote inkomsten aan het schieten. We snappen wel de oproep om met de sector in gesprek te gaan. En echt in lijn ook met het Schone Lucht Akkoord wat we hebben, de routekaart Zero Emissie Binnenhavens, te blijven werken aan verbeterslagen van de rivercruisesector.

Op dat aspect gaan we absoluut met de sector in gesprek en zullen we ook eens onderzoeken in hoeverre de enkele schepen die nog niet aan die labels voldoen we kunnen kijken of we die kunnen weren dan vanuit Dordrecht. Dat is onder andere wat in Rotterdam ook gebeurt. Om dat beeld even recht te zetten, in Rotterdam is er ook geen differentiatie in tarief. Daar is gewoon de stelling, u moet als rivercruisemaatschappij zo'n label hebben. En als u het niet heeft, dan kunt u niet aanmeren. Heeft u hem wel, kunt u wel aanmeren. Dan waren er ook nog wat vragen van GroenLinks hieromtrent. De heer Groenewege: Voorzitter.

67

De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: De wethouder beweert dat onze motie een gat in de begroting slaat. Maar zoals wij het hebben begrepen, wordt deze korting al gehanteerd, 15 procent korting voor gecertificeerde schepen in Dordrecht. Daar verandert als het college zegt, de meeste schepen hebben al een brons of zilver certificaat, die korting niet. Dan wordt er toch geen gat in de begroting geslagen? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Dat is niet correct. Het klopt dat het havenbedrijf kortingssystematieken toepast op binnenvaartschepen, maar niet op rivercruiseschepen, riviercruiseschepen. En dat is waar we het nu over hebben. En GroenLinks zei, we zien een aantal randvoorwaarden die belangrijk zijn. Zorg dat het vooral duurzaam gebeurt. Investeren in walstroom en dergelijke. Absoluut, staat ook voor het college op nummer één. Dat is ook de reden waarom we gisteren een intentieovereenkomst hebben gesloten met Viking, een grote riviercruisemaatschappij, die daar ook in de markt zelf al flink op aan het innoveren is. We verwachten van daaruit uiteindelijk in de samenwerking ook meer te kunnen bereiken. En als het gaat om spreiding van de druk, is ook absoluut een randvoorwaarde wat ons betreft de … We willen de riviercruiseschepen zo faciliteren dat het extra inkomsten voor de gemeentelijke begroting oplevert.

Dat het ook veel bezoek aan de binnenstad oplevert. Voor onze ondernemers en de musea extra inkomsten oplevert. En we willen zorgen dat het voor omwonenden een fijne, prettige leefomgeving is. En sterker nog, doordat we gaan investeren rondom de verschillende aanmeerplekken, kunnen we ook echt de directe leefomgeving voor de bewoners juist verbeteren. Bijvoorbeeld een aantal vergroeningsmaatregelen zit erin. En inderdaad ook wat spreiding over de verschillende locaties. Waarbij wel duidelijk is dat Wantij-West, dat heeft u al eerder in uw ontwikkelplan Wantij-West in de visie ook bekrachtigd, een hele belangrijke eerste aanmeerplek is. Maar er zijn er meerdere in de stad. Zodat we ook daar oog houden voor spreiding van de druk. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Wacht. Stop. Eerst de heer Groenewege, dan de heer Oostenrijk. De heer Groenewege: Dank u wel. Het college geeft aan te gaan onderzoeken of nietgecertificeerde schepen geweerd kunnen worden uit de havens. Dat is één stap. Maar er zijn natuurlijk meerdere tredes van certificering. Als deze methode wordt gehanteerd, dan stimuleer je in ieder geval niet dat de schepen elektrisch worden. Dan voldoen ze misschien aan het minimale certificaat, maar daarna is er geen prikkel meer om verder te verduurzamen. Erkent de wethouder dat? De voorzitter: Korte reactie van de wethouder.

De heer Burggraaf: Dat is wat ik probeerde te beantwoorden met de toezegging dat we met de sector in gesprek zullen gaan vanuit het Schone Lucht Akkoord waarmee we werken, binnen de routekaart Zero Emissie Binnenhavens voor binnenvaart, die we ook

68

hebben. En van daaruit met de sector ook kijken, hoe kunnen we verder blijven stimuleren dat die verduurzaming en steeds betere voortstuwing, die nog gezonder is, zal ik maar zeggen, of nog minder uitstoot geeft aan de omgeving, dat we die beweging wel krachtig voort kunnen blijven zetten. Dat zullen we absoluut ook met de sector doorzetten. De voorzitter: De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Voorzitter, de wethouder heeft gezegd dat hij in gesprek gaat met belanghebbenden. En dat is mooi. Wanneer kunnen we daar een reflectie van zien? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: En u bedoelt dan specifiek met de sector, als het gaat over de verduurzaming. Bedoelt u dat? De heer Oostenrijk: Ja. En ook het imago wat we als Dordrecht willen uitstralen, dat we een stad zijn die propageert om zo duurzaam mogelijk hier aan te leggen. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter. De heer Oostenrijk: En dat zou ook in de nadere tarifering toch eigenlijk min of meer zichtbaar moeten zijn. De heer Burggraaf: Dat is wat ik net zei, het college ontraadt het om dat via de tarifering te doen. Hoe vaak zullen we dat doen? Op het moment dat er wat te melden is, zullen we in een raadsinformatiebrief het meenemen in de investeringen die we rondom de rivercruise doen. En daar zullen we u ook informeren over de verduurzamingsstappen die rond de sector zijn.

Want ik denk dat het ook zeer waardevol is om dat een keer in de breedte met u als raad te delen. Want er gebeurt veel meer in die sector en veel meer innovatie, denk ik, dan velen van u realiseren. De heer Oostenrijk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Is de wethouder bereid om ook de bredere belangen mee te nemen richting deze gesprekken? Dat we ook voorkomen dat we een dubbele maat hanteren richting ongeveer alle schepen die langs ons eiland gaan. Het is een van de drukst bevaren rivierroutes van heel Europa. En dat we nu een uitzondering maken voor cruiseschepen, terwijl allerlei duwbakken de hele dag langs ons eiland gaan en die worden op dit moment dan ontzien. En dat we onszelf dan daarmee niet uit de markt prijzen. Is de wethouder ook bereid om dat perspectief mee te nemen in dat gesprek met de sector? De voorzitter: De wethouder.

69

De heer Burggraaf: Voorzitter, dat is precies waarom ik net liet weten dat het college graag met de sector samen in gesprek gaat om ernaar te kijken. Want het is echt waar dat juist de riviercruisemaatschappijen ook enorm bezig zijn met een stukje verduurzaming. Als voorbeeld, als je als gast op een schip zit, vind je het ook heel fijn dat je aan de walstroom zit, want dat betekent dat je veel rustiger als je aan de wal ligt op het schip kan zitten, die ook hun eigen balkonnetje hebben, et cetera. Laten we het besef hebben dat heel veel van de belangen die er zijn ook echt vaak gelijk zijn. En laten we ook juist van die krachten in de markt gebruikmaken. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, de wethouder reageert nu vooral op tarieven voor cruiseschepen, maar de motie is natuurlijk breder. Die gaat ook over binnenvaartschepen. Begrijp ik daaruit dat hij daar geen problemen mee heeft, met de motie? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, om even twee dingen te scheiden. Eén is, de rivercruiseschepen, daar gaan de gemeenten zo meteen over de havengelden en de inning ervan. Het verdere contract dat we met het Havenbedrijf hebben als het gaat om de aanmeerplekken voor binnenvaartschepen en dergelijke blijft gewoon lopen via de systematiek, zoals we die altijd al hebben gedaan.

En daar werken we met uniforme regels, die zowel gelden bij het Havenbedrijf in het Rotterdamse gebied, als dat ze gelden in het Dordtse gebied. Alleen de riviercruiseschepen wordt een gemeentelijke verantwoordelijkheid, net zoals dat in Rotterdam ook niet een verantwoordelijkheid is die onder het HBR valt, maar gewoon een verantwoordelijkheid is die direct vanuit de gemeente Rotterdam wordt gevoerd. De voorzitter: Vervolg uw betoog alstublieft. De heer Burggraaf: Dat was hem voorzitter. Ik heb alle moties gehad. De voorzitter: Dank, wethouder. Dan gaan we naar wethouder Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Dank u. Ik dacht, laat ik eens beginnen met de rollen omdraaien. Meerdere partijen hebben het college waardering gegeven voor wat er nu ligt. En ik wil eigenlijk mijn waardering uitspreken richting de raad, naar aanleiding van de eerste termijn, maar ook naar aanleiding van de discussie en het gesprek in de commissies, waarin we het Sociaal Domein uitvoerig besproken hebben en waarin ik in ieder geval wel gemerkt heb dat het allergrootste deel van deze raad echt inziet dat we moeten ingrijpen op dat Sociaal Domein om de zorg ook echt bereikbaar en beschikbaar en betaalbaar te houden voor de meest kwetsbare inwoners. Mijn dank daarvoor. En ik zie dat ook terug in de moties en amendementen die voorliggen.

En met een positieve boodschap beginnen, laat ik dan nu direct met het zuur beginnen. En dat zijn de 2 amendementen die er liggen. A4, Schrap beperking mobiliteit gebruikers Drechthopper, die eigenlijk vraagt om de 24-uursmaatregel te schrappen, die ontraden wij als college. Juist omdat die 24 uur ons de mogelijkheid geeft om beter en efficiënter te plannen, waarmee we betrouwbare dienstverlening kunnen leveren. Datzelfde geldt

70

voor amendement 5, Scootmobielen niet uitsluiten van de Drechthopper. Daarmee wordt eigenlijk de hele maatregel geschrapt. Ik denk, om redenen die we al vaker besproken hebben, ontraadt het college dit amendement. Ik pak daar wel gelijk even motie 13a bij, die niet via een amendement, maar met een motie de maatregel in ieder geval iets verzacht voor onze inwoners en vraagt om een mogelijkheid te bieden voor scootmobielrijders, om ook gebruik te kunnen maken van de Drechthopper, zij het in beperkte vorm. Deze motie zijn we positief over. Wij kunnen uitwerken op wat voor manier we dat kunnen doen. We denken zelf dat het makkelijkste is om te kijken naar een aantal kilometers of beperkt aantal ritten. Maar daar kunnen we binnen de gestelde termijn op terugkomen. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Even een vraag richting de wethouder, met betrekking tot het niet meer gebruik mogen maken van mensen die nu een scootmobiel hebben van de Drechthopper. Wanneer nu blijkt dat heel veel mensen hun scootmobiel weg gaan doen, omdat ze dan wel van de Drechthopper gebruik kunnen gaan maken, hebben we dan niet ook gewoon een probleem? Of hoe gaat u er dan mee om? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik kan me die vraag wel voorstellen.

En ik zou me kunnen voorstellen dat zoiets gebeurt als de Drechthopper helemaal onbereikbaar wordt voor mensen die een scootmobiel gebruiken. Wat we zeggen, is dat de maatregel geldt voor scootmobielgebruikers binnen Dordrecht. Dat betekent dat je binnen Dordrecht gebruik moet maken van de scootmobiel, als je daar een voorziening voor hebt aangevraagd, en niet van de Drechthopper. Maar moet je ergens in de regio zijn, kun je gewoon gebruikmaken van de Drechthopper. Moet je verder weg, is er Valys. Dat is dan niet onze voorziening, maar die is er wel. Het gaat om een straal binnen Dordrecht, waarmee wij dat risico als nihil inschatten. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Maar, voorzitter, is het niet zo dat heel veel mensen met een scootmobiel nu gebruikmaken van de Drechthopper, ook binnen Dordrecht, als bijvoorbeeld met slecht weer of slechte andere omstandigheden, fysieke gezondheid, naar de huisarts moeten of naar een begrafenis willen? Die mensen kunnen dadelijk niet meer gebruikmaken van de Drechthopper. En wellicht gaan al die mensen er wel voor kiezen om hun scootmobiel in te leveren, zodat ze gebruik mogen blijven maken van de Drechthopper. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Eerst even technisch, waarom ik denk dat dit niet zal gaan gebeuren.

Mensen met een scootmobiel gebruiken vaak ook de scootmobiel om even naar de winkel te gaan. Daar gaan ze de Drechthopper niet voor bellen. Ik denk niet dat er iemand is die zegt, doe mij maar de Drechthopper in plaats van de scootmobiel. Maar

71

nogmaals, daarom heb ik net ook positief geoordeeld op de motie, ik dacht van het CDA en andere partijen, moet ik even schuldig blijven wie nog meer, om de scootmobielrijder niet in de regen te laten staan. Waarmee we zeggen, dan moeten we een beperkt aantal kilometers of een beperkt aantal ritten voor scootmobielgebruikers binnen Dordrecht wel mogelijk maken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dan nog een korte interruptie. De voorzitter: De heer Schalken, laatste keer. De heer Schalken-den Hartog: Want ook Beter voor Dordt heeft zijn naam onder die oproep gezet. Zo van, alles beter dan niets. Maar is de wethouder het niet met ons eens dat dat ook weer een hoop administratieve rompslomp en gedoe gaat vragen, terwijl u al zo weinig mensen heeft? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, dat schat ik in van niet. Iemand komt een indicatie in dit geval dan aanvragen voor een scootmobiel. En dan kunnen we direct regelen dat daar een beperkt aantal kilometers voor de Drechthopper of een rittenkaart of iets dergelijks … Dat gaan we uitwerken en daar komen we over bij u terug. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder. Mevrouw Van Benschop: Dan de motie 7a van de VSP en het CDA. Daar kunnen wij hartstikke positief over zijn.

Ik kan hem zelfs omarmen, omdat ik denk dat het goed is om inderdaad in beeld te brengen, wat doen we al? Gewoon voor de inwoner die dat dan ziet, maar ook voor deze raad. En daar kunnen we in de lopende beleidsontwikkelingen dan ook toetsen, hebben we dit al geregeld of hebben we hier nog wat op te organiseren? Ik omarm de motie. En als die nog in stemming wordt gebracht, dan zie ik graag de uitkomst. Dan motie 12a, dat zijn de kaders voor het sociaal fonds. Ook daar kunnen we positief op adviseren. Het oordeel is uiteraard aan de raad. Ik heb alleen een aanvulling. En dat is dat er nu gesproken wordt over de maatregelen pas in laten gaan in 2027. Maar als de amendementen niet worden aangenomen op de Drechthopper, dan gaat de maatregel Drechthopper in 2026 al in. En daarvan heb ik eerder al toegezegd dat we daar met een overbruggingsregeling zouden komen dat we hem wel opvangen. Maar ik kan die maatregel niet uitstellen tot na 2026. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. Hier. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: De opmerking van de wethouder snap ik, maar die is ook verwerkt in de motie, in een noot. We vullen elkaar daar aan, denk ik. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: De wethouder.

72

Mevrouw Van Benschop: Dat zie ik nu inderdaad. Heb ik niet goed gekeken. Bedankt. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Nog een vraag over sociaal fonds en de kaders. In de motie staat aangegeven dat we tot een definitie van kwetsbaarheid komen. We zijn een beetje bezorgd op wat voor manier dat dat gaat. En we kunnen ons natuurlijk voorstellen dat dat gewoon goed gaat. Maar is daar ook al een idee bij? Gaan we dat samen in de commissie vormen of ligt dat er al? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Nee, dat ligt er nog niet. En het voorstel dat in de motie wordt gedaan, is om met een uitgewerkt voorstel te komen voor de begroting 2027. En dan kan ik me voorstellen dat het gewoon via de reguliere BOB-route, beeldvormend, oordeelsvormend, besluitvormend, door de raad gaat. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Van Benschop: Dan heb ik er nog eentje. Dat is motie 22, Glansrijke toekomst met jongeren. De jeugdstrategie. De vorige keer moest ik het antwoord even schuldig blijven, omdat ik nog niet helemaal doorhad wat de jeugdstrategie was. Heb ik inmiddels onderzocht. Ik ben blij met de, beperking is niet het goede woord, maar meer het smaller maken, gericht op het programma Glansrijke toekomst, ook omdat we daar binnen dat programma al in gesprek zijn met jongeren.

En wij kunnen ons heel goed voorstellen dat als de raad deze motie aanneemt, dat we aan de slag gaan met een soort kerngroep om op die thema's zo’n jeugdstrategie, noem ik het dan maar even, light, te ontwikkelen. En als dat tot goede resultaten leidt en als we zien dat jongeren daar ook op aangaan en daar graag aan bij willen dragen, is er altijd de mogelijkheid om te kijken of je dat in de toekomst verder kunt uitbouwen. Deze geven wij oordeel raad. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Hoe moet onze fractie dit relaas van de wethouder beschouwen? Is dat een toezegging dat zij dat hoe dan ook gaat doen, of heeft zij deze motie nodig om het te gaan doen? Oordeel raad, toch? Mevrouw Van Benschop: Het is oordeel aan de raad. Voor een deel doe ik dit en blijven we dat ook doen. Maar er wordt hier wel wat extra's gevraagd om bijvoorbeeld ook bestaande participatietrajecten te betrekken, om de raad erover te informeren. Ik moet er wel bij zeggen dat ik me afvraag of het najaar van 2026 helemaal haalbaar is om het allemaal uitgewerkt te hebben. Maar we kunnen wel in het najaar in ieder geval een planning delen. De voorzitter: Dank. Dan was dat hem. Dank, wethouder Van Benschop. Het woord is aan de heer Van der Linden. Nog steeds jarig.

73

De heer Van der Linden: Dank, voorzitter. Nog steeds jarig. 4 moties. Even kijken, motie 8. Even kijken hoor. Dat was de motie over het Onderwijsmuseum. Die kunnen we natuurlijk van harte overnemen en omarmen. Ik neem aan dat u daar stemming over wilt om met zijn allen dan te zeggen, goed idee. Daar hoort wel een opmerking bij. We hebben natuurlijk het gesprek gehad met het ministerie. En het ministerie snapt helemaal hoe Dordt erin zit, snapt ook wat de wens is, zegt ook, wij hebben een opdracht en die opdracht is helder, wij voeren een opdracht uit. Die opdracht komt van de Tweede Kamer. Die komt vanuit besluitvorming over een Voorjaarsnota. Willen we dat wijzigen, dan is het ministerie een prima adres om mee te praten, maar je wijzigt het in de Tweede Kamer. Daar zitten fracties die we allemaal goed kennen. Ik zou u wel willen vragen om dan ook uw partijen aan te spreken en aan te sporen om in gezamenlijkheid tot andere oordeels- en besluitvorming te komen. En ik wil daar best bij helpen, maar dan hoor ik dat graag van u. Tot zover. Motie helemaal akkoord. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Wel nog even een vraag vanuit Gewoon Dordt.

Wij vroegen ons af, als er gesprekken gevoerd worden, zoals met het Onderwijsmuseum, wordt er dan meegenomen hoe zij zelf ook het museum interessanter kunnen maken, zodat er echt daadwerkelijk meer bezoekers zijn, betalende bezoekers? De voorzitter: De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja, dat wordt gedaan. En op zich, het aantal bezoekers, 30.000, is hartstikke mooi. Dat is een mooi aantal. En natuurlijk kun je wel praten over, wat is de basis voor je financiering? En daar voeren we gesprekken over. En daar vindt ook het museum … Zoekt ook wel naar mogelijkheden om die basis te verbreden. Maar goed, de essentie van het hele gesprek is natuurlijk ook wel geweest, zonder die 6 ton, en het moet eigenlijk wat meer geld worden van het Rijk, valt die basis wel weg. Wat je verder ook verzint. De heer Den Heijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Ik probeer de wethouder te volgen in zijn appreciatie van deze motie. Enerzijds zegt hij, politiek gezien of ambtelijk gezien, in gesprek met het ministerie is het een gepasseerd station. En uiteindelijk ligt de beslissingsbevoegdheid nu bij de politiek, bij deze raad in contact met Kamerleden die inmiddels al besloten hebben dat deze bezuiniging in de Voorjaarsnota landt.

Wanneer acht de wethouder dan de uitvoering van deze motie als succesvol? De heer Van der Linden: De bedoeling van deze motie is om het Nationaal Onderwijsmuseum open te houden en ook bestaanszekerheid te geven. Dat kan niet zonder een landelijke poot onder de financiering. Dat weten we allemaal. Daar heb je het

74

Rijk voor nodig. Als ik kijk naar wat er beschreven staat als opdracht, daar kan ik goed over terugkoppelen wat de uitslag is van een gesprek. Alleen het ministerie voert natuurlijk gewoon een opdracht uit van zijn/haar opdrachtgever, namelijk de Tweede Kamer. En de Tweede Kamer heeft bij de Voorjaarsnota, waar natuurlijk 2.400 andere dingen in stonden, gezegd dat de landelijke subsidie gaat stoppen. Er is nog wel een zorgplicht op, ook ten aanzien van, hoe ga je om met de collectie? Daar zijn we ook wel over in gesprek. Daar hoort ook geld bij. Maar uiteindelijk, als je deze motie serieus wil nemen en als je als raad van Dordrecht zegt, wij willen dat museum behouden en daar hoort ook een landelijke financiering bij, dan moet dat in de Tweede Kamer geregeld worden. En dan wijs ik u er ook op natuurlijk als er dit najaar een begrotingsbehandeling plaatsvindt met een Kamer die naar alle waarschijnlijkheid dan net 2 weken een nieuwe samenstelling heeft. De heer Den Heijer: Nou ga ik op glad ijs, voorzitter, waar u mij toestaat. Dan leg ik het eigenlijk uit, neem deze motie alstublieft aan, want dan formuleert u eigenlijk een taak voor uzelf en helpt u mij een beetje in de gesprekken richting de ambtelijke minister, een Kamer die van samenstelling wisselt. Laten we het maar gewoon doen. Moet ik hem dan een beetje zo uitleggen, deze motie? De heer Van der Linden: Heel graag.

Want als ik mij er met een hele enge taakopvatting vanaf maak, kan ik vinkjes zetten bij elk gesprek wat ik voer, maar dan hebben we geen resultaat. Het resultaat bereik je in een Kamer. Een Kamer die naar alle waarschijnlijkheid heel veel kleur en variëteit zal kennen. Hartstikke interessant in Nederland. Daar hebben we ook alle variëteit in deze Raadzaal bij nodig. De voorzitter: Punt. De heer Van der Linden: Dank u. Dan is de volgende motie, motie 25. Ik pak hem er even bij. Dat is de motie over de Rioolvervuiler betaalt. Daar heb ik al even wat contact over gehad met de heer Groenewege, met de indiener. Verzoekt om 2 dingen, namelijk het plafond af te schaffen en bij de opstelling van nieuwe tarieven zorg te dragen voor een rechtvaardige verdeling van de lasten. Dat tweede bolletje kunnen we natuurlijk invulling aan geven. Daar kunt u ook uw oordeel over uitspreken. Het eerste bolletje, zo even afschaffen, is best ingewikkeld, vanwege uitvoering. We moeten dan heel goed weten en meten wat we wel in rekening kunnen brengen, maar ook omdat er maar een beperkte groep van belanghebbenden is bij dit plafond. En die wil je niet onevenredig belasten. En daar kan juridisch iets van gevonden worden.

Ik zou willen verzoeken om deze motie iets aan te passen, waarbij het tweede bolletje overeind blijft en wordt geformuleerd dat bij het opstellen van nieuwe tarieven het plafond ook wordt afgeschaft. Dan is hij veel haalbaarder in de praktijk. En dan geef ik hem graag oordeel raad. En ik weet dat de heer Groenewege daar ook ideeën over heeft, over de formulering. Ik denk dat we dat snel kunnen regelen na afloop van mijn termijn. De voorzitter: De heer Groenewege gaat het nu regelen zelfs.

75

De heer Groenewege: Dan ben ik aan de beurt om een toezegging te doen. Wij zeggen toe om in derde termijn met een nieuwe versie te komen, die houdbaar is voor het college. De heer Van der Linden: Goed. De voorzitter: Dat klinkt goed. De heer Van der Linden: En dan ga ik die ook vast appreciëren. Dank u. Dan hebben we motie 28. De heer Klerk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Ik had nog even een vraag naar aanleiding van deze motie. Want er werd gesteld, er is een plafond. Maar de kostendekkendheid van de rioolbelasting is nagenoeg 100 procent, of 99 procent, las ik in oude stukken. Maar ook als deze motie aangepast wordt aangenomen, dan is het nog steeds zo dat de kostendekkendheid niet boven de 100 procent gaat komen. Dat is nog een vraag die ik heb aan de wethouder. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Linden: Ik denk dat het korte antwoord ja is. Dat klopt. En het iets langere antwoord kan ik ook geven. Dat is nog steeds compact. We kijken natuurlijk ook naar de grondslag van de rioolheffing. En we hebben natuurlijk de laatste jaren gezien dat er allerlei beleidsonderwerpen wel of niet worden meegenomen. En daar moeten we het over hebben. Dat gaan we dit najaar en begin volgend jaar ook nog doen. De voorzitter: De wethouder gaat verder. De heer Klerk: Nog een vervolgvraag? De voorzitter: De heer Klerk.

De heer Klerk: Dat zou betekenen dat inderdaad volgens mij de intentie van de motie ook is, dat daarmee, ik ga hem even heel erg platslaan, huishoudens op dat gebied ontlast worden? De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Linden: In theorie is dat mogelijk. Dank u. Dan gaan we naar motie 28, Leges. Even kijken. Dan heb ik hem mis. Daar is al een en ander over gezegd. En die motie kunnen we goed in behandeling nemen. Op zich best een hele concrete vraag, wat kost eigenlijk bijvoorbeeld een trouwerij? En er zijn allerlei vormen van dienstverlening die we hebben, niet alleen in dit gebouw, maar ook in onze hele organisatie. En soms is dat helemaal niet eenvoudig te zeggen wat het dan kost. Daar doen we inspanningen op. En ambtelijk kreeg ik ook mee, dat zouden wij eigenlijk ook heel goed vinden om eens te weten, wat kost dat? Daar gaan we mee aan de slag. De aard van de motie is gericht op vooral het element dienstverlening. Want we hebben natuurlijk nog veel meer leges,

76

maar ik pak hem even op dienstverlening. Daar zou ik zeggen, oordeel raad. Maar ik vind het een hele goede om mee te nemen. De laatste motie. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Begrijp ik hieruit dat de heer Van der Linden ook nog niet ingefluisterd was over de termijn die realistischer is? De heer Van der Linden: Mij is ingefluisterd dat de begroting 2026 te snel lijkt. Maar de toezegging is wel om zo snel mogelijk hierop terug te komen. Mevrouw Koene: Dank. De heer Van der Linden: Even kijken. Dan gaan we naar motie 30, Begin bij het begin. Op pagina 14, meen ik, van de Perspectiefnota ziet u staan dat een groot deel van de ombuigingen op cultuur vindt plaats binnen de Dordtse Museum Organisatie. Daar kunnen we ook een en ander echt wel doen, denken we. Onderdeel daarvan is natuurlijk ook een aantal subsidieregelingen voor kunstenaars. En daar kijken we dan naar. En op dit moment weten we dat we die opdracht wel uitvoeren. We weten ook dat die pas vanaf ‘28 effect zal hebben. Er is nog tijd. Ik zou willen voorstellen om deze, als die aangenomen wordt … Ik zou hem eigenlijk soepel willen overnemen. De begroting 2026 is te snel, maar bij de uitwerking van die voorstellen komen we hierop terug. Zo wil ik hem dan appreciëren. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: U zegt, 2026 is te vroeg.

Wat zou dan wel haalbaar zijn? De heer Van der Linden: Kijk, er wordt nu gekeken naar een aantal voorstellen als gevolg van de formulering die we nu hebben gekozen. In de bedrijfsvoering van het museum zelf. En deze 2 ton is natuurlijk een beetje apart. Blijf je het in het museum doen of niet? Zijn er andere middelen of niet? Er werd ook verwezen naar een productieregeling. Die was incidenteel gefinancierd. Die stopt niet omdat we andere beleidskeuzes maken, maar die stopt omdat het incidentele potje op is. Deze 2 ton zit wel in onze structurele regelingen. Maar daar kijken we wel naar. Ik denk, tussen eind ‘26 en medio ‘27 komen we daarop terug. Mevrouw Kruger: Dank. De heer Van der Linden: Dan waren dat de vier moties die we nu aan de orde hebben. Tijdens de woordvoering van de VVD, bij de heer Rolin den Heijer, werd gerefereerd aan een motie die vorig jaar oktober is aangenomen. En daarin werd opgeroepen om camerahandhaving ten aanzien van, laten we zeggen, scooters en fatbike met kenteken op te nemen en dat ook met camera's te doen. Want er wordt natuurlijk ook op gehandhaafd door andere middelen. En dat vindt ook steeds meer plaats. Heel goed. Ik

77

heb even geprobeerd om de stand van zaken van het voorstel te achterhalen. De medewerker die daarmee bezig is, is met verlof. Maar ik weet wel dat eraan gewerkt wordt. Ik wil daar best op toezeggen dat we onmiddellijk na de vakantie met een voorstel gaan komen. Dat zal begin oktober uw raad bereiken. Er zit een risico of een procesding in. Ik weet nog toen we de pollers gingen vervangen door camera's, een aantal jaren geleden, heeft het enige tijd langer genomen, omdat we toen zaten met allerlei juridische overwegingen die het al dan niet mogelijk maakten om te gaan handhaven met camera's. Die overwegingen zijn nu een paar jaar verder. Zijn we makkelijker in geworden. Weten we meer van. Maar dat is nog een overweging die wat tijdvertragend kan werken. Maar afgezien daarvan zou ik zeggen, meteen na het reces kunnen we u een voorstel doen toekomen. De heer Kuhlmann: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kuhlmann. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De heer Kuhlmann: Ik hoorde de wethouder verschillende data noemen, maar hij noemde ook dat het dan in oktober bij ons ligt. Ik vind dat eigenlijk heel erg laat. Als we bedenken dat we er mondelinge vragen over hebben gesteld, meer dan een jaar geleden, met de oproep, laten we dit aanpakken. Toen zei de wethouder, dat kan ik nog niet doen, daar wil ik een motie voor hebben. We zijn met een motie gekomen, een hele brede motie.

VVD, Partij voor de Dieren, VSP. Als je die partijen achter elkaar krijgt bij een onderwerp, dan is het echt iets heel breeds gedragen. Bleek ook. Bijna unaniem aangenomen. En waar we om hebben gevraagd, kom met een voorstel uiterlijk 15 april. 15 april is gekomen en gegaan. En dan vind ik het eigenlijk wel erg laat als we straks pas in oktober, meer dan een jaar later … Er zijn in de tussentijd ook slachtoffers gevallen. Mensen die worden aangereden met scooters, met brommers. Ik snap, de wethouder wil ook op vakantie gaan. Maar lukt het niet, hij heeft zijn zomerpak al aan, zie ik, om gewoon dat dat voorstel er in september bij de eerste Agendacommissie ligt? De heer Van der Linden: Drie dingen daarover. A, ik ga niet op vakantie. Dat is zo. B, we hebben een aantal procesrisico's. En daar heb ik u op gewezen. C, u heeft volkomen gelijk. Dit had er gewoon moeten liggen op 15 april. Ik had op 16 april ook wel vragen van u verwacht natuurlijk, op 17 april of 18 april. Maar u heeft volkomen gelijk. Er is opgedragen, kom met een voorstel, tweede kwartaal, 15 april. Had ook 20 april kunnen zijn misschien. Maar we hebben geconstateerd vanmiddag bij het terugleggen, waar is het gebleven? We hebben het nog niet. Daar gaan we zo snel als mogelijk een goed voorstel op maken. Daar hoort natuurlijk ook een budget bij. Daarom is het ook een raadsvoorstel wat we u moeten doen.

Ik kan nu niet, bij afwezigheid van iemand die daaraan werkt, veel concreter worden dan ik nu zeg. Dat is waar u het mee moet doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Punt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter.

78

De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Mag ik weer een voorstel doen om nu gewoon toch 2 uur te pauzeren en het straks weer op te pakken? Er moeten nog enkele wethouders. Er komt een derde termijn met nog gewijzigde moties. Ik denk, nu doorgaan, dat het al gauw nog 1,5 uur duurt. De voorzitter: En volgens ons Reglement van orde moeten we ook nu stoppen. Dat betekent dat we gaan schorsen tot 20.00 uur. Behalve als u een ander ordevoorstel doet. We schorsen nu tot 20.00 uur. En daarna gaan we door met de tweede termijn van het college. Daarna een derde termijn van de raad en stemmingen. Het is 20.00 uur. De schorsing is voorbij. Dat is fijn. U ziet er allemaal weer fris en fruitig uit, voorzien van brandstof. Mevrouw Stolk maakt nuancerende gebaren bij fris en fruitig. Ik denk dat dat voor ons allemaal wel geldt. Maar het goede nieuws is, we gaan het vanavond afronden, als we allemaal even onze schouders er nog onder zetten. En we hebben geschorst halverwege de tweede termijn van het college. Dat betekent dat ik nu het woord geef aan wethouder Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Een paar moties en een amendement. Amendement Meer kinderen sporten en bewegen heb ik in de eerste termijn al beantwoord. Daar is niks aan veranderd. Doen, zou ik zeggen.

Weet alleen dat een raad in de volgende periode weer iets heel anders kan beslissen met reserveringen, maar goed. Dan de motie M23, de jeugdboa's, moet ik echt afraden. We hebben daar in de commissie ook uitgebreid met elkaar over gesproken. Ik maak me al zorgen over het aantal handhavers, zeker als we volgend jaar afscheid moeten gaan nemen van acht handhavers, om uit dat team ook nog eens een keer twee extra te halen voor het Dordt West en Centrum, om die op te leiden en speciaal daarvoor aan het werk te zetten. Dat geeft een oneigenlijke druk op de bestaande organisatie. Om die reden ben ik dat niet van plan. Anderzijds is het ook niet nodig. Onze boa’s krijgen allemaal scholing. En ook in de permanente her- en bijscholing zit een blokje, hoe ga je om met bepaalde groepen, waaronder jeugd? En datgene wat we in de commissie besproken hebben, lijkt ook een hele hoop op jeugdwerk. En die worden erin betrokken. En daar waar boa’s nodig zijn, worden ze ook meegenomen. Maar ze zijn vooral voor te handhaven. En wat u vraagt, is toch iets met jeugdwerk. En ik was het, eerlijk gezegd, tenzij u mij dwingt met deze motie, niet van plan, omdat het aantal wensen wat u uitspreekt … En terechte wensen als het gaat over afval, hondenpoep, overlast, mensenhandel, ondermijning, en ga zo maar door. Velen van u zijn vorige week bij de handhaving geweest. Het loopt over de schoenen.

En ik kan het gewoon niet maken om daar twee mensen uit weg te halen. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij hebben de motie natuurlijk aangepast op basis van wat vorige week in de commissie is gesproken. En ons inziens zou het juist een winwinsituatie kunnen zijn, omdat jeugdboa’s veelzijdig ingezet kunnen worden. Naast jeugdboa, kunnen ze ook gewoon handhaver zijn. Zou de wethouder daar nog kort op kunnen reageren in hoeverre dat dan ook conflict zou veroorzaken?

79

De heer Merx: Ik draai hem om. Het zijn handhavers die zich ook met jeugd bezighouden. En dat doen namelijk al onze handhavers. En vorige week, wat was het, zaterdag, meen ik, of een doordeweekse avond, donderdagavond was het, was er in het Wantij een groot evenement met heel veel jeugdigen, met handhaving en politie. Een jachtspel waarbij ook contact wordt gelegd met de jeugd. En dat doen we allemaal. En onze handhavers staan in contact met ook de jeugd om wie het gaat. We hoeven niet met iedere jeugdige … Want met heel veel jeugdigen gaat het gewoon hartstikke goed. Hoeven we helemaal niet naar om te kijken. Maar er zijn ook jeugdigen die wel wat extra aandacht hebben. En die krijgen ze ook, dan wel van jongerenwerk, dan wel van de handhaving, dan wel van anderen, dan wel in combinatie. Ik draai hem eigenlijk om. Ik zeg, onze handhavers moeten vooral handhaven, maar moeten ook rekening houden met de groepen die er zijn en daarmee om kunnen gaan. En daar worden ze ook voor opgeleid. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Nog een korte aanvullende vraag. Dank voor de heldere uitleg.

Betekent dat ook, en dit is meer ter verduidelijking voor mezelf, dat die affiniteit met jongeren wel altijd wordt meegenomen als het over het opleiden van handhavers gaat? De heer Merx: In de permanente her- en bijscholing zit gewoon een blok ook, hoe ga je om met jongeren? Dat krijgen onze boa's mee. Spelen, daar over de dekking van de motie heeft wethouder Van der Kruijff al een en ander over gezegd. Voor de rest kunnen wij hem gewoon in behandeling nemen. Ik moet wel een kanttekening maken. Er loopt op dit moment een onderzoek naar spelen, bewegen en ontmoeting, omdat we dit natuurlijk wel aan zagen komen. Het wordt steeds moeilijker om die speelplekken overeind te houden. Hoe dan wel? Er loopt op dit moment een onderzoek. Dat onderzoek is in ieder geval niet afgerond voor de begrotingsbehandeling. We kunnen wel met een startnotitie komen, waarin we in grote lijnen schetsen waar we mee bezig zijn en waar we eigenlijk naartoe willen gaan. En waar we dan ook aankondigen dat we met dat onderzoek bezig zijn. En dat we daar dan op een later moment op terugkomen. Maar deze motie kunnen we dan ook op die manier in behandeling nemen. Dan kom ik alweer tot mijn laatste motie, want de motie M4, de Roemernorm, is ingetrokken. Motie M18, Inhuur, kunnen we gewoon in behandeling nemen. Een prima motie.

Steunt ook eigenlijk onze lijn die we met elkaar inzetten om te streven naar, want zo lees ik hem ook, het landelijk gemiddelde. En het kan eronder, maar soms zijn er situaties waar je niks aan kan doen. En je wil toch je resultaten en je ambities bereiken. Dan zit je soms erboven. Maar de ambitie steunen we. En we willen ook met alle liefde en plezier daar bij jaarverslagen en dergelijke verantwoording over afleggen en u daarin meenemen. Dat was het, voorzitter. Nee, nog een ding. De VVD-fractie vroeg, wat is er nodig als we meer boa’s hebben? Dat is een heel simpel antwoord, geld. Maar de vraag is iets breder, denk ik. We gaan in beeld brengen, en dat is niet zo ingewikkeld, we hebben een routekaart met u vastgesteld, wat gaan we allemaal doen? Die nemen we nog eens bij de hand. En hoe gaat het eigenlijk daarmee? En wat zouden we misschien extra nodig hebben als het noodzakelijk is? In ieder geval een ding is zeker, het aantal Fixi-meldingen waar onze handhavers dagelijks mee op pad gaan, neemt hand over hand toe.

80

De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter. Begrijpelijk dat de wethouder de bal ook dan weer teruglegt. Dan moet ik eerlijkheidshalve ook gewoon toegeven, het structurele budget is er gewoon op dit moment niet. Tegelijkertijd willen wij altijd wel kijken naar de mogelijkheden die er zijn. Die toezegging noteren we. Tegelijkertijd neemt de wethouder daar dan ook in mee dat die wijkboa's nu twee à drie dagen per week in de wijk aanwezig zijn. En wat het gewoon kost om dat vijf dagen in de week te doen, want dat staat ook in die routekaart. Als we eens moeten gaan kijken, waar zou je iets meer kunnen doen? Nu ligt het scenario vooral minder op tafel. Dan zouden we dat ook graag inzichtelijk willen zien. De heer Merx: Zeker. De voorzitter: Dank, wethouder Merx. De heer Hartmeijer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Toch even nog een vraag over die VVD-moties, over speelplekken en evenementen, dacht ik. De wethouder zegt, we nemen ze in behandeling en dan kijken we naar de dekking, maar het is wel lastig. In navolging van de heer Van der Spoel eigenlijk ook, dat vind ik toch nog wel een beetje magertjes, als je het hebt over de dekking. Zou de wethouder nog iets meer daarover kunnen zeggen, om mij over de streep te trekken? De heer Merx: Kijk, wat er aan de hand is, ik heb het over spelen.

Ik heb het niet over evenementen gehad. Wat er aan de hand is, dat wij eigenlijk 5 ton tekortkomen om het huidige speelareaal op het huidige niveau te houden. Die hebben we niet. Er zijn partijen die hebben een motie nu ingediend, die zeggen, we hebben hier een stukje dekking en daar een stukje dekking. Daar heeft wethouder Van der Kruijff over gezegd, dat moeten we gewoon in de komende periode tot aan de begrotingsbehandeling wel met elkaar even goed uitzoeken, hoe solide is die dekking? En dat moeten we in kaart brengen. Maar dat neemt niet weg dat we desondanks, en daar roept deze motie ook over, anders moeten we gaan nadenken over ons speelbeleid, omdat ook met deze dekking we nog onvoldoende hebben om dat gat te dichten. Dus beide. En ik hoop dat ik u daarmee over de streep heb getrokken, maar dat is niet mijn taak. De voorzitter: Wethouder Merx, nog een momentje, want de griffier wijst mij erop of u nog even advies wil geven over motie M16, Stapsgewijze verlaging externe inhuur richting de Roemernorm. De heer Merx: Ik dacht dat die ingetrokken was. Ik dacht dat het M4 was. Als dat nog steeds hetzelfde dictum heeft en 1 procent per jaar … Sorry? Die heb ik dan niet gezien. Heb je hem bij de hand toevallig? Maar als die norm nog steeds is elk jaar met 1 procent omlaag, dan moet ik hem afraden, want dat heb ik vorige keer ook al gezegd.

Daarom vind ik die tweede motie die u heeft ingediend zo mooi, omdat dat een richting geeft van die 18 procent. Kijk, of je daar je aan kan houden? Precies, dat is ongeveer hetzelfde. Het

81

dictum komt in ieder geval op hetzelfde neer. Daarom vind ik die tweede motie zo mooi, want dat geeft richting, dat geeft aan waar wij heen moeten werken met elkaar. En die Roemernorm gaat verder. En daar kan ik me gewoon niet aan committeren, omdat ik nooit kan beloven dat we dat gaan halen. Dit is een beetje wishful thinking geweest van mijnheer Roemer in die tijd, en de rest van de Kamer die ermee ingestemd heeft, want we hebben ook ambities. En die ambities moeten we afzetten tegen het personeel. En als u dit ons oplegt, dat betekent dat we dan op een gegeven moment gewoon bepaalde ambities niet meer gaan doen. En dan komen dingen tot stilstand. En dat zijn ook zaken die u volgens mij ook niet wil. Vandaar dat ik, sorry, deze motie moet ontraden. De voorzitter: Dank, wethouder Merx. Dat was hem dan? Dank u wel voor uw beknopte tweede termijn. Wethouder De Jonge. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, de laatste in de rij. Ik heb een paar moties en nog wat vragen. Eerste motie, Klimaatneutraal, M1a. In gewijzigde vorm blijft het college deze ontraden. De bullet is veranderd. Niet alleen de tijdlijn, maar er is ook gezegd dat de uitvoering moet worden vertraagd. Als we dat nu gaan doen, dan gaan we juist onze inwoners en bedrijven raken, want dan krijgen zij geen hulp meer voor energie besparen en geen lagere energiekosten.

En we zitten nu juist ook in een fase waarin we heel veel landelijke subsidies hebben binnengehaald, die we de komende jaren aan onze inwoners kunnen geven, juist in die kwetsbare wijken en mensen met een kleine portemonnee. Dat moet je volgens het college ook niet willen vertragen. We hebben willen aangeven dat er echt wel een vraagteken zit wat het Rijk gaat doen met middelen. Maar dat heeft echt met de fase te maken na 2030, hoe gaan we die sprong, waarin we ook weer moeten gaan kijken naar technologieën, verder invullen? De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, toch een vraag aan de wethouder. Want ik begreep, ik ben niet bij de commissiebehandeling geweest, maar dat daar ook letterlijk is gezegd dat we niet voldoende middelen hebben om met elkaar ervoor te zorgen dat we klimaatneutraal kunnen zijn in 2040. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Ik denk niet dat ik het zo letterlijk heb gezegd. Ik heb gezegd dat wij rijksmiddelen krijgen waarmee wij capaciteit als gemeente kunnen organiseren, zal ik het even zeggen, waardoor wij de ondersteunende hulp kunnen bieden aan de inwoners en de ondernemers om te doen wat ze moeten doen.

Als dat geld wegvalt, dan valt de ondersteuning vanuit de gemeente weg, maar dan kunnen onze inwoners en ondernemers nog steeds verder met hun opgaven en wij alleen als gemeente met een kleine club mensen verder ondersteunen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken.

82

De heer Schalken-den Hartog: Nog een korte interruptie. Want het is wat Beter voor Dordt betreft ook niet de bedoeling om alles wat nu in gang is gezet te stoppen. Wij willen vooral voorkomen dat we extra investeringen moeten doen en onze bewoners en ondernemers en andere organisaties gaan belasten, omdat we coûte que coûte in 2040 klimaatneutraal willen zijn. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat probeer ik net uit te leggen. We hebben nu de hinkstap-sprong. De hink en de stap hebben we in kaart. Daar is alles op ingericht. Dat kunnen we prima met de middelen die we hebben doen. En daarna krijg je de sprong. Dan moeten we met elkaar weer kijken, wat is er nog nodig en hoe gaan we dat doen? En zoals wij dat nu doorgerekend hebben, is 2040 gewoon een haalbare einddatum om in Dordrecht klimaatneutraal te kunnen zijn. En daar houden we elkaar goed mee op de hoogte. We monitoren dit goed. En op die manier wordt ook u als raad steeds meegenomen over hoe reëel nog steeds 2040 is. De voorzitter: Dank. Wethouder, gaat u verder. Mevrouw De Jonge: Dan ga ik door naar de motie Waardebepaling vastgoed. Daar hadden we het twee weken geleden ook al even over. Het is vrij nieuwe materie. Ik zag ook het filmpje wat in de commissie werd gedraaid. Het is moeilijk te begrijpen wat de impact is van wat hier gevraagd wordt.

Het roept ook best veel vragen op bij mij, bij mijn medewerkers bij Vastgoed. Ik heb toen ook twee weken geleden gezegd, ik adviseer eigenlijk om eerst een technische commissie te doen, zodat we alle kennis en begrip krijgen van wordt hier gevraagd. En dan kunnen we denk ik nog met elkaar kijken, wat is er nodig als de wens er is om dat wel of niet te doen? Deze ontraadt het college nog steeds. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. De woorden van de wethouder klinken me niet onbekend in de oren, zeker niet gezien wat we in de commissie hebben gedaan. Het is inderdaad een nieuwe materie. Elders in het land wordt het al op meer plekken uitgevoerd. Wij denken dat het een prachtige methodiek is.

Maar omdat dat inderdaad nogal veel vragen oproept en we ook het college de ruimte willen geven om te ontdekken wat het allemaal is, lijkt het ons beter om kleinere stappen te nemen en het dan goed te doen. We komen na het reces met een agenderingsvoorstel, om bijvoorbeeld tijdens een beeldvormende sessie kennis uit te nodigen om daadwerkelijk eens uit te leggen wat dat nu allemaal inhoudt. Bij deze trekken we deze motie in. Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat is dan de nieuwe informatie. En ik zie wel uit naar die commissie, met interesse. Ga ik door naar motie 6, dierenparkjes. Hebben we al

83

aangegeven, oordeel raad. Motie 14a, Dagrecreatieterrein, is aangepast, zoals we hem hebben besproken. Die neemt het college over. Motie 11a, het Materialendepot, is ook aangepast zoals we hem hebben besproken in de commissie. En ook vanuit de organisatie krijg ik mee, mooie motie. We wilden dit gaan doen. En dit geeft ons echt de steun om deze ook verder met de handreikingen en de voorbeelden op te pakken. Die nemen we over als college. Dan heb ik vragen gekregen over het Energiehuis. En voorzitter, ik denk dat we kunnen constateren dat uw raad niet blij is met de situatie die er is in het Energiehuis. En datzelfde geluid geldt voor het college, geldt ook voor de hoofdhuurder van het Energiehuis. En vorige week heb ik ook nog met deze hoofdhuurder gesproken. En wat we wel hebben uitgesproken, je moet niet naar elkaar gaan wijzen, maar we moeten samen naar oplossingen gaan zoeken dat het Energiehuis een bruisend centrum gaat worden. En daar moeten we de schouders onder gaan zetten. Er werd gerefereerd naar een motie uit september 2024. Die is toen bij de Cultuurnota ingediend. En die ging inderdaad over, hoe krijgen we die levendigheid erin? Die zat toen bij collega Van der Linden. En daar zit hij officieel ook nog wel. Maar gaandeweg kwamen wij dat tegen, dat wil je kijken wat erin kan, dan kom je ook aan de technische uitdagingen van dit gebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/910/documents/42346