2.3 2025.05.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
21
De heer Stolk: Het is eigenlijk een korte vraag op hetgeen wat Gewoon Dordt heeft gezegd. U spreekt over dat binnen de bebouwde kom is dat stuk. De voorzitter: U heeft het tegen de heer Schreuder? De heer Stolk: Ja, tegen mijnheer Schreuder. En kunnen we dat ergens lezen? Want dat is mijn eerste vraag. En de andere vraag was eigenlijk, wat kan je er bouwen en hoeveel kan je bouwen? De voorzitter: Mijnheer Schreuder, kunt u zo iets … De heer Schreuder: Ja, ik kan u straks een kaartje laten zien, waarin ik laat zien dat het binnen de bebouwde kom ligt. En wat er gebouwd mag worden, dat is niet aan ons, denk ik. Dat is in samenspraak met de andere eigenaren en met de gemeente. De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Ik hoor u zeggen, mijnheer Schreuder, ik hoor u zeggen, binnen de bebouwde kom. U bedoelt waarschijnlijk de gemeentegrenzen, want hele stukken van de polder zijn dan ook binnen de bebouwde kom, maar dat is natuurlijk niet zo. Dat zijn de gemeentegrenzen waar het dan binnen ligt. En ik vind het een beetje verbazingwekkend dat u met groot gemak een stuk buitengebied ... De voorzitter: Graag via de voorzitter spreken. Mevrouw Jager: Voorzitter, ik vind het een beetje verbazingwekkend dat mijnheer Schreuder een stuk wat te boek gezet is als buitengebied verklaart tot plek waar we wel kunnen bouwen.
En ik vraag me af hoe u daarbij komt, of hoe mijnheer Schreuder daarbij komt. De voorzitter: Graag, want het is een beetje een politieke vraag, zoals u hem nu stelt. U heeft de vraag gesteld, hoe komt u op het idee om dat te doen? De heer Schreuder: Omdat als ik in de polder sta, dan kijk ik alleen tegen bebouwing aan. En als ik aan de andere kant van de Zuidendijk sta of ik sta bij de Zeedijk, dan heb ik het gevoel dat ik in de polder sta. En als ik op kaartjes kijk, dan zie ik dat het binnen de bebouwde kom ligt. Op die twee zaken baseer ik dat daar mogelijkheden liggen. Ik zie ook geen weidse blik, zoals ik gewend ben in een polder. De voorzitter: Dank u wel. We hebben nog tijd voor een vraag, denk ik. Twee vragen. Wie? Ik kijk even rond. Dan gaan we nu even wisselen. We hoeven geen vragen te stellen om de tijd vol te doen. Dat weet ik, altijd. Dan wil ik de heren danken voor het inspreken. En in de pauze kunt u altijd nog, of na afloop, de heren bevragen. En dank u wel. En dan wil ik vragen om de volgende sprekers aan tafel te komen zitten. Dat is mevrouw Verleun. Heb ik dat goed? Ja. Namens het BPD Bouwfonds, Van Pelt vastgoedmanagement en Heijmans Vastgoed. En de heer Gast, namens Platform Duurzaam Dordrecht. Mijnheer Gast, u kunt ook al aan tafel komen zitten. Staan de sheets klaar? Deze is de juiste, denk ik. Je had de goede voor je.
Kijk eens aan, mevrouw Verleun, mag ik u het woord geven?
22
Inspreker 6: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Geachte gemeenteraad, geachte commissie, dank u voor de uitnodiging om tijdens deze avond in te spreken. Ik voer het woord namens BPD Gebiedsontwikkeling, Heijmans en Van Pelt. Iets later na de introductie zal ik ons voorstellen. De aanleiding waarom we hier zitten, is de Dordtse Omgevingsvisie 2.0 die u binnenkort gaat vaststellen. In het ontwerp van de Omgevingsvisie legt u ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast voor de lange termijn. Deze visie die u gaat vaststellen, is niet vrijblijvend. Om in juridische termen te spreken, is een Omgevingsvisie zelfbindend. Dat betekent dat u als gemeentebestuur uzelf bindt aan de Omgevingsvisie. Hij geldt voor de huidige en komende bestuursperiodes, en kan niet zomaar worden aangepast. Het is een visie die de koers tot 2040 bepaalt. Uit de Dordtse Omgevingsvisie 2.0, Eiland met kwaliteit, spreekt trots op Dordrecht. Terecht. Ook wij zijn trots op Dordrecht. Wie zijn wij? Mijn naam is Sigrid Verleun, ontwikkelingsmanager bij BPD, de grootste gebiedsontwikkelaar van Nederland, gericht op betaalbaar wonen. Financieel sterk, met de Rabobank als moeder. Wij ontwikkelen ongeveer 6 duizend woningen per jaar, meer dan de helft onder de betaalbaarheidsgrens. In al onze ontwikkelingen staat duurzaamheid centraal.
Naast mij, rechts van mij, zit Wouter ter Brake, directeur Heijmans. Heijmans heeft veel in Dordrecht gebouwd. Niet alleen bekend als aannemer van bouw en infra, met zelfs een vestiging in Dordrecht, ook sterk in de woningbouwontwikkeling. Alleen al in Landgoed De Hoven, De Tromptuinen en het Leerpark gaat het om meer dan duizend woningen die de laatste jaren in Dordrecht zijn ontwikkeld. Heijmans opereert landelijk, met aandacht voor mens en natuur. En aan de andere kant van mij zit Gijs van Pelt, directeur van Van Pelt Ontwikkelt. Een lokale ontwikkelaar, al 2 generaties gevestigd in Dordrecht. Van Pelt heeft al veel moois gebouwd in deze stad, en hoopt ook nog veel bij te kunnen dragen. Wij zijn ontwikkelaars en eigenaar van gronden in de polder, maar hebben ook allemaal een persoonlijke binding met de stad. Mijn familie komt ervandaan, mijn vader is geboren aan de Dubbeldamseweg. Mijn collega Peter, die in het publiek zit, woont om de hoek van het gebied waar we het straks over gaan hebben. Ook Gijs woont om de hoek. Veel projecten vertragen, omdat men denkt, niet in mijn achtertuin. Dat is niet onze benadering. We hebben het beste voor met de stad. We zijn trots als wij eraan bij mogen dragen, met een duurzame aanpak. Wij willen bijdragen aan de groei van de stad.
Wat hebben we daarvoor nodig? Wij vragen u de mogelijkheid voor wonen in de polder samen met ons te onderzoeken, en daarvoor ruimte te houden in de Omgevingsvisie. Deze verkenning is aanvullend op de huidige binnenstedelijke plannen. Die zijn sowieso nodig. Als die mogelijkheid er namelijk niet komt, kan dat gevolgen hebben voor een gezonde groei. Het gaat om het belang van de stad, haar toekomstige inwoners en haar bedrijvigheid. Dat vragen we, omdat we constateren dat de huidige plannen onvoldoende ruimte bieden om groei te faciliteren, qua aantal en qua programma. Ik ga dat toelichten aan de hand van een aantal sheets, die u ook al heeft ontvangen. Ik probeer het verhaal kort te houden, om zodoende ook voldoende ruimte voor vragen te houden. Op basis van de prognoses van ABF Socrates, een onafhankelijk databureau, telt Dordrecht tot 2040 ruim 10 duizend woningzoekenden. Qua omvang vergelijkbaar met de wijk Sterrenburg. Het gaat om een uitbreiding van 20 procent van het aantal woningen in de stad. Dat komt door groei en veranderende gezinssamenstellingen. Huishoudens worden kleiner, waardoor meer huizen nodig zijn. De huidige planvoorraad in Dordrecht bestaat uit 8 duizend woningen. Dat is inclusief zachte plannen. Over het
23
algemeen houden overheden 30 procent overcapaciteit aan, omdat een deel van de plannen kan sneuvelen of in lagere dichtheid wordt uitgevoerd. Naast een kwantitatieve mismatch hebben we ook te maken met vraag en aanbod die niet op elkaar aansluiten. De huidige planvoorraad bestaat voornamelijk uit appartementen, terwijl ruim de helft van de woningzoekenden een huis met een tuin wil. De druk is overal in Nederland hoog. In Dordrecht is de druk echter nog hoger dan in de rest van de Drechtsteden. Dat blijkt uit de zogenaamde Hittekaart van Nederland, die BPD elk jaar publiceert op basis van analyse van onafhankelijke databronnen. Als niet aan de vraag wordt voldaan, is het risico dat woningzoekenden buiten Dordrecht gaan kijken of dat woningzoekenden vanuit de regio, die zich in Dordrecht zouden willen vestigen, toch niet in Dordrecht gaan wonen. En dat is jammer, juist omdat het bouwen voor gezinnen, ouderen en kwetsbare groepen in bijna alle partijprogramma's voorkomt. Een greep uit de partijprogramma's van de politieke partijen in Dordrecht. Naast de vraag naar ruime appartementen is er veel vraag naar grondgebonden woningen. We bouwen voor starters, gezinnen en ouderen. We nemen de bestaande behoefte als uitgangspunt en maken ruimte voor groei. We willen Dordtse gezinnen en jongeren voor de stad behouden.
Het gaat te ver om alle quotes voor te lezen, maar het is duidelijk dat wonen voor jullie allemaal een belangrijke rol inneemt. En waar kan dat dan? Wij zien het gebied ten oosten van de Stevensweg, die de heer Schreuder ook al aankaartte, als een geschikte locatie voor gezinnen, ouderen en bijzondere doelgroepen. Ingekaderd aan drie zijden bebouwing kan dit een mooie overgang worden van de stad naar het land. In lijn met groenblauw Dordrecht, het Lineair Stadspark en de plannen voor de Dordtse Biesbosch kan nieuw Dubbeldam een belangrijke schakel in het recreatieve en ecologische netwerk worden. Zoals te zien is op de verbeelding, kan de ontwikkeling van Nieuw Dubbeldam bijdragen aan het toegankelijk maken van de polder, waardoor mensen kunnen genieten van de polder. Er ontstaat een nieuwe verbinding tussen de 19e-eeuwse Schil en de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Hoe willen we dit bereiken? Voor ons zijn 3 principes van wezenlijk belang om tot een succesvolle en geslaagde gebiedsontwikkeling te komen. Het gaat om een sociaal, gezonde en duurzame ontwikkeling, aansluitend op de beleidsdoelen van de gemeente. De thema's worden in de volgende sheet verder belicht. Een sociale ontwikkeling van Nieuw Dubbeldam bestaat uit 3 hoofdthema's. Het gaat om een plek voor iedereen, onafhankelijk van leeftijd, afkomst of verdienvermogen.
Een wijk waar men omkijkt naar elkaar en plekken om een praatje te maken met de buren. Mensen komen elkaar tegen in het Huis van de Buurt. Ook bewoners van de omliggende buurten zijn welkom. Hierdoor wordt Nieuw Dubbeldam niet alleen fysiek, maar ook in sociale opzichten verbonden met de andere wijken. Wij zetten in op 60 procent betaalbaarheid. Ook gezinnen, die zijn aangewezen op het vinden van een sociale huurwoning, kunnen hier terecht. Een gezonde ontwikkeling van Nieuw Dubbeldam bestaat uit 3 hoofdthema's. De ontwikkeling is de kans om de groenblauwe structuur van Dordrecht af te maken. De Dordwijkzone wordt verbonden met de Nieuwe Dordtse Biesbosch, volgens de spelregels van jullie eigen groenblauwDordrecht.nl. Met water sensitieve, koele, groene plekken worden klimaatrisico 's, zoals droogte, hitte en wateroverlast geadresseerd, en kan zelfs de klimaatdruk op omliggende wijken worden verlicht. De groene wijk nodigt uit tot bewegen binnen de wijk, maar ook door aantrekkelijke routes van Dordrecht naar de polder. Zo wordt de polder nog toegankelijker gemaakt. Ook voor een duurzame ontwikkeling hebben we 3 thema's gedefinieerd. De ecologie van het gebied wordt verrijkt en versterkt. We werken met duurzame materialen in de bouw. Het
24
draait om het vinden van een gezonde balans tussen de mens en het milieu, zonder de aarde uit te putten. De planontwikkeling wordt gestuurd door kennis van bodemtype, waterpeil, maaiveldhoogte en de kansen en knelpunten die eruit voortkomen. De gebouwde omgeving wordt natuurinclusief ontwikkeld, met flora en fauna als medebewoners. Deze vormt een schakel in het groenblauwe netwerk. Met deze thema's hebben we als BPD en Heijmans veel ervaring. Vanwege de schaal van ons bedrijf kunnen we adviseurs in dienst nemen die de ontwikkelaars hierin adviseren. Een van hen zou hier ook bij zijn, maar kon er uiteindelijk niet bij zijn. We hebben wat sheets toegevoegd met wat voorbeelden, maar die kunnen jullie niet zien. Die kunnen we later doorsturen. Ik kan er heel kort iets over zeggen. Bijvoorbeeld, de Wielewaal in Rotterdam is een sociale wijk waar mensen naar elkaar omkijken. In het buurthuis is iedereen welkom. En als u interesse heeft, kunt u googelen op de Wielewaal. Een ander project van Heijmans is een project met tiny houses, waar hele kleine grondgebonden huizen worden neergezet in een landschappelijke setting. Ook hadden we een project toegevoegd op de oude vliegbasis Valkenburg, project Valkenhorst. Een heel groenproject, waarbij de wethouder zich uitspreekt over de fijne samenwerking en het grote aandeel betaalbare woningen.
Ook in Culemborg heeft Heijmans een heel natuurinclusief project gerealiseerd, waar biodiversiteit en duurzaamheid centraal staan. De voorzitter: En zo zijn er nog heel veel voorbeelden, denk ik. Sorry dat ik u even onderbreek. Inspreker 6: We hebben nog één minuut. De voorzitter: We moeten echt een beetje af gaan ronden. Inspreker 6: Terug in Dordrecht. Het zou toch mooi zijn als hier straks sprake is ook van zo’n gezonde, moet ik wel naar de volgende sheet, duurzame en sociale wijk. De voorbereiding begint met het onderzoek naar de gebiedseigen kenmerken, mogelijkheden en onmogelijkheden. Deze eerste quickscan langs diverse aandachtspunten, levert geen noemenswaardige belemmeringen op voor een gebiedsontwikkeling. Er is onder andere gekeken naar hittestress, wateroverlast en stikstof. Onderzoek naar archeologie heeft een oude kreekrug in beeld gebracht, die deels langs de Stevensweg loopt. Deze kan een identiteitsdrager worden van de ontwikkeling. Nieuw Dubbeldam valt volgens de gemeentelijke Parkeernota, vastgesteld in april ’25, onder de rest bebouwde kom. Dat is denk ik waar de heer Schreuder ook naar verwees. En dat zien we rechtsonder in het plaatje. Samenvattend is ons pleidooi om in de Omgevingsvisie de locatie Nieuw Dubbeldam als ontwikkelingslocatie niet onmogelijk te maken. Uitbreiding is heel nadrukkelijk complementair aan de huidige plannen.
Dat willen we doen door woningen te ontwikkelen in een groene omgeving, met respect voor het landschap en de natuur. We maken een duurzame wijk, waar mens en dier samenleven, en creëren we een gezonde samenleving. Zo kunnen gezinnen blijven en bieden we kwetsbare doelgroepen de ruimte. Ik dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verleun. Dat was een heel verhaal. Ik wilde nu de tweede spreker, de heer Gast, het woord geven. Die zit aan mijn linkerkant. Moet ik toch gewend zijn naar links te kijken. Ik kijk altijd eerst naar links en dan naar rechts als ik oversteek. Ik verzin het terplekke. Dank u wel. Mijnheer Gast, gaat uw gang.
25
Inspreker 7: Dames en heren, ik ben Ron Gast. Ik vertegenwoordig het Platform Duurzaam Dordrecht. En dat doen we ook echt. We gaan ervoor, voor een duurzaam Dordrecht. De voorzitter: Mijnheer Gast, we wachten heel even. Mag ik u heel even onderbreken, want uw presentatie staat nog niet op het scherm. We hebben even geappt. Dat is de nieuwe technologie van tegenwoordig. Dan kan je even hulptroepen inroepen via de app. Graag. Maar Clark heeft het allang weer hersteld. Inspreker 7: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Gast, gaat uw gang. Inspreker 7: Dank u wel. U heeft als commissie en als raadsleden al heel veel dingen gehoord en gezien. Wij doen het als Platform Duurzaam Dordrecht op een eenvoudige manier, maar we gaan nu wel uitleggen waar wij staan. De Omgevingsvisie is vorige week besproken voor het energetische deel. Vanavond spreken we over het ruimtelijk deel. Maar er is nog een ander belangrijk deel, dat is de sociale aspecten. Die komen niet specifiek nu aan bod, maar ik vraag er wel even de aandacht voor. Kom ik straks nog even daarop terug. Als je het hebt over Dordrecht, dan heb je het heel vaak over de stad. Maar als je het hebt over andere mensen die naar Dordrecht toekomen, die hebben het over het eiland. En we weten met elkaar dat Dordrecht een bijzondere positie heeft in het Drechtstedengebied. Op welk schaalniveau wil je insteken? Volgende.
Kijk, dit zijn de verschillende schaalniveaus die we beleidsmatig tegenkomen. De Omgevingsvisie van Dordrecht moet wel worden afgestemd en passend gemaakt worden met die van de provincie, van het Rijk en het waterschap. Het is heel handig om te weten wat die andere overheden van plan zijn met ditzelfde gebied, omdat je bij de uitvoering dan samen kan werken, waardoor je ook medefinanciers krijgt vanuit die andere bestuurslagen. Bijvoorbeeld van de provincie Zuid-Holland is bekend dat ze de afgelopen jaren tientallen miljoenen, of in ieder geval vele miljoenen aan Dordrecht hebben toegekend voor het realiseren van de Dordtse programma's. Strategisch is de Omgevingsvisie heel erg belangrijk, op welk niveau je ermee omgaat. De volgende. De centrale doelstelling, daar zijn we het absoluut mee eens. Evenwichtige ontwikkeling van stad en eiland. En u hoort bij sommige insprekers alleen maar een verhaal over de stad. De stad moet dit, de stad wil dat, de stad wil zus, de stad wil zo. Maar het gaat uiteindelijk om stad en landschap, stad en polder, stad en natuur. Die komen elkaar tegen. En zo heb ik het maar even genoemd. Je komt ze tegen aan de grens. En is het goed als gemeente die grenzen ook te bewaken. Aan de ene kant is dat het Nationaal Park De Biesbosch. Daar heeft de heer Hinborch over gesproken.
Die heeft al laten zien dat dat een bovenlokaal belang is dat moet worden behartigd. We hebben het niveau van de polders. Iedereen kent de polders de Biesbosch, omdat daarin ook de nieuwe Dordtse Biesbosch aangelegd is, als begrenzing van het stedelijk gebied. Dan ga je richting centrum, kom je de groene stadsgrens tegen. En uiteindelijk kom je het stedelijk gebied tegen. En daarvan zeggen wij, versterk het stedelijk gebied. Niet door allerlei vragen weer weg te schuiven en open polders als oplossing te zien, waardoor je aan de echte stedelijke opgave niet toekomt, want je schuift het probleem gewoon voor je uit. Volgende. Wonen. Dan komt dat sociale aspect weer even in beeld. Het bouwen van woningen is een ruimtelijke opgave. Het bieden van voldoende volkshuisvesting is een sociale opgave. Wij pleiten ervoor zodanig
26
te gaan bouwen dat het voldoet aan die sociale noodzaak. Wat is er nodig voor de inwoners? Voldoende woningdifferentiatie, met mogelijkheden voor starters en studerenden en senioren. Er is een overaanbod van grondgebonden woningen. De laatste jaren zijn er appartementencomplexen bijgebouwd, maar er is nog steeds een tekort voor starters, studerenden en senioren. Laten we daar nog de energie in gaan stoppen. Waar doen we dat dan? Even terug. Juist. Waar doen we dat stedenbouwkundig? In het centrum. In het centrum bouwen is vooral interessant voor een aantal specifieke doelgroepen, waaronder studenten en jongeren. We hebben de 19e-eeuwse Schil, die aandacht vraagt in het onderhoud. We hebben de jaren 30-woonwijken. En daar is al door de gemeente heel veel energie in gestopt. Wielwijk, Crabbehof, Krispijn, Oud-Krispijn, Nieuw-Krispijn. We vinden het belangrijk dat die ook weer een herstart krijgen op het niveau waar ze tot nu toe zijn beland, en dan nog verder. En de nieuwe woonwijken. En daar vatten wij dan onder Stadspolders, Sterrenburg en de nieuwe uitbreidingen. De voorzitter: Kunt u tot een afronding komen. Inspreker 7: Dat zijn de plekken waar gebouwd kan worden. Ik ga afronden. Het tweede element naast de stad is het groen. Dat is groenstructuur XXL aanpassen, hebben we erbij gezet. Dat kan je met name zoeken in de zone langs de N3.
Wij pleiten voor een soortement van planopgave te formuleren om bij alle afritten van de N3 naar de stad toe te kijken wat voor clusters je daar zou kunnen realiseren van meervoudig grondgebruik, wonen, parkeren, sportvoorzieningen. Op die manier creëer je een nieuwe situatie voor de stad. En als laatste, het geheel moet een landschappelijk kader hebben. Doe dit dan op twee manieren. Een kader in de stad, want bomen geven structuur aan straten en aan wijken. En buiten de stad pleiten we ervoor de zone tussen Dordrecht en de Dordtse Kil tot aan de binnenstad toe. Die A16-zone wordt gekenmerkt door veel asfalt en veel gebouwen, dozen, om die in te bedden in een landschappelijke structuur. Als laatste ... De voorzitter: Allerlaatste, want u gaat ruim over uw tijd. Inspreker 7: Integraal afstemmen van die programma's. Het gaat om een duurzame ontwikkeling van stad en landschap. Stel de inwoners en de natuur beiden centraal, maar bewaak het en laat het niet wegkapen door een aantal partijen die daar hun winst denken te boeken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer. Commissie, wie wil aan wie een vraag stellen? Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik sloeg eigenlijk aan op wat mevrouw Verleun zei. Maar het is een technische vraag voor de ambtelijke ondersteuning. Want mevrouw Verleun gaf aan dat de Omgevingsvisie niet aangepast kon worden.
Dat is logisch. We stellen nu de Omgevingsvisie vast. Maar dat dat gevolgen heeft voor bijvoorbeeld de Zuidpolder. In onze veronderstelling zitten wij van, als het bestemmingsplan ooit aangepast wordt door nieuwe inzichten of een andere politieke wind, na de verkiezingen bijvoorbeeld, dan moet dat toch mogelijk zijn om het bestemmingsplan aan te passen? En dan wordt de Omgevingsvisie automatisch aangepast. Is die veronderstelling correct of niet correct?
27
De voorzitter: Ik zal nu het woord geven aan de ambtelijke ondersteuning, maar zo meteen komen die ook nog aan de beurt. En het is denk ik belangrijk. Kunt u die onthouden zolang? Dan komt hij strakjes terug. Wie heeft er nog een vraag aan mevrouw Verleun of aan … Ik had mijnheer Roggekamp net knikkend het eerste woord gegeven. Alstublieft. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik had ook een vraag aan mevrouw Verleun. En dat is eigenlijk voor mij een beeld van, u geeft aan, 60 procent betaalbare woningen in dat gebied, zelfs sociaal. De vorige sessie hebben ook heel veel gehoord over hittestress. Kan dat met elkaar? Toch zoveel betaalbare woningen, wat toch vaak minder grond heeft, meer steen dan groen, in combinatie met te zorgen dat de hittestress daar niet omhooggaat? Inspreker 6: Dank u wel voor uw vraag. Dat kan. En we zullen afspraken moeten maken over de dichtheden die we accepteren. Uiteindelijk zal het daaraan liggen. Maar als je bijvoorbeeld accepteert dat er wat appartementengebouwtjes van vier lagen hoog komen in een setting, dan kan dat heel goed. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel. Ook een vraag aan mevrouw, over betaalbaar wonen. Betaalbaar wonen volgens de landelijke definitie is op het ogenblik meer dan 4 ton. Dat is lang niet voor iedereen betaalbaar.
Wat verstaat u onder betaalbaar? En over hoeveel echt betaalbare woningen, voor starters bijvoorbeeld, zou het in dit gebied kunnen gaan? En aan de heer Gast heb ik de vraag, of hij wat meer kan toelichten wat hij bij de aanpassing van het Stadspark bedoelt? Daar heeft hij iets over gezegd. De voorzitter: Mevrouw Verleun. Inspreker 6: Dank voor uw vraag, mijnheer Van der Meer. Dat is inderdaad een hele goede vraag. En die discussie voeren wij natuurlijk ook. Wij hebben intern, dan kijk ik Peter even aan, nu de betaalbaarheidsgrens op 405 duizend euro. De NHG-grens is op 450, of zelfs nog meer, 460 duizend euro, afhankelijk van de duurzaamheidsmaatregelen. En de provincie hanteert weer andere grenzen. Dat zal de dialoog zijn. Maar bij BPD realiseren we ons dat 4,5 ton een hele hoop geld is voor veel mensen, en hanteren we zelf een andere definitie. Maar uiteindelijk zal het natuurlijk wel gaan om het hele pakket dat je met elkaar afspreekt, want als de betaalbaarheid hoger is, dan is er weer minder geld om te investeren in groen. Je zal daar altijd met elkaar de balans in moeten vinden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gast. Inspreker 7: Als het gaat om een verandering van de groenstructuur. Als je op het ogenblik kijkt wat in de groenstructuur zit, dan zijn dat heel veel sportvelden.
Maar als je op detail inzoomt, dan is meer dan de helft van die sportvelden parkeerplek voor alle bezoekers van die sportvelden. Als je dat zou kunnen veranderen, door die parkeerplekken groen te maken en de parkeerproblemen op een andere manier op te lossen. En in ons idee zou je de behoefte
28
aan parkeerplekken kunnen oplossen door clustergewijs bij alle op- en afritten van de N3 zo'n combinatie te maken van woningbouw, parkeren en groen. En zie dit als een uitdaging. En kijk of het toepasbaar is? Dat kan bij de afrit van het Gezondheidspark. Kan bij de afrit van de Reeweg, ‘…’ zone. En zo zijn er meer op- en afritcomplexen waarbij je dat zou kunnen uitproberen. Daarmee creëer je ook stedenbouwkundig een ander fenomeen, een andere kwaliteit. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pauwels. De heer Pauwels: Dank u. Allereerst een vraag aan mevrouw Verleun. U noemde sociale huur. Ik ben heel erg benieuwd naar of u misschien een indicatie kan geven van hoeveel sociale huurwoningen te realiseren zouden zijn? Natuurlijk zal dat een grove schatting zijn. En dan ben ik ook benieuwd naar, u noemde referentieprojecten, welk aandeel sociale huur in die referentieprojecten had, bijvoorbeeld in percentage van het aantal gerealiseerde woningen? En dan heb ik ook nog een vraag aan de heer Gast. Namelijk, wat vindt u van woningbouw in bijvoorbeeld de Zuidpolder en in Nieuw Dubbeldam? De voorzitter: Mevrouw Verleun. Inspreker 6: Dank u wel voor uw vraag. Wij ontwikkelen zelden woonwijken waar het aandeel sociale woningbouw onder de 30 procent is. Dat mag ook niet meer. Dan krijgen we ook geen omgevingsvergunning meer. Daar zijn we aan gehouden.
Als je het gebied, waar we het nu over hebben, berekent met de dichtheid waarop de wijk Sterrenburg is gebouwd, dat is ongeveer 30 woningen per hectare, en dat is ook een gezond uitgangspunt, waar wij in andere gebiedsontwikkelingen ook mee rekenen, dan zou het om 900 woningen gaan. Als je ervan uitgaat dat 30 procent sociale huur is, dan heb je het ongeveer over 300 woningen. Als we naar 60 procent betaalbaar gaan, dan is er nog eens 30 procent onder die grens, die we dan met elkaar zouden moeten vaststellen. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Gast. Inspreker 7: Even een klein zijstraatje. Toen ik in Dordrecht groot werd, hadden we Dubbeldam als een zelfstandige gemeente. En toen werd het wijk 9. En naar de toekomst toe, wordt dat straks wijk 12 of wijk 13, als je daarvoor kiest. Mijn betoog is er vooral op gericht om te zeggen, je hebt een stedelijk gebied, je hebt een buitengebied, bewaak die grenzen, ga daar niet overheen. Die discussie is feitelijk een herhaling van dat wat 20 jaar geleden heeft gespeeld hier in de gemeente, of misschien wel 25 jaar geleden. Maar elke keer is er wel weer een poldertje dat je erbij kan pakken. Net zolang tot je gewoon misschien wel in het nationale park aan het bouwen bent. Ons verhaal is duidelijk, niet doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dank ook voor de presentatie.
Ik hoorde ook aan het eind uw oproep, maak het in de Omgevingsvisie niet onmogelijk. Welke onmogelijkheden ziet u in de Omgevingsvisie dan op dit moment? Inspreker 6: Op dit moment is eigenlijk heel duidelijk gesteld, niet bouwen in de polder. Dan kan je je afvragen wat de natuurwaarde van de polder is van het gebiedje waar we
29
het nu over hebben. Maar op dit moment staat het redelijk duidelijk dat daar geen ruimte is voor woningbouwinitiatieven. En dat zouden we jammer vinden, vooral als we zien wat de woningbouwprognose is. Op basis van onderbouwde bronnen is dat meer dan 10 duizend woningen. Die kan je niet kwijt in het binnengebied, binnen de stadsgrens. Als je een gezonde groei van je stad toewenst, dan zal je dit moeten overwegen. En we zeggen niet dat het direct moet, maar we vragen wel om het niet onmogelijk te maken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Nog afgezien van of je het ene wil wensen of het andere, de Nieuwe Dordtse Biesbosch is aangelegd, onder andere om verser water aan de zuidkant van de stad te realiseren. Dan vraag ik me af, als je dat zou wensen om in dat stuk een hele nieuwe woonwijk te bouwen, hoe ga je dat dan doen met alles wat je nodig hebt daar? Hoe ga je dat doen met je water? Want dan past het allemaal niet meer. Hoe ga je dat doen met elektriciteit, waar nu al zo ontzettend veel over te tobben is? Je kunt natuurlijk ook dat stukje wel leuk groen maken en zorgen dat het met het open gebied in verbinding komt te staan. Het is maar net wat je wilt. De voorzitter: Dat is inderdaad de politieke afweging die we straks gaan maken. Mevrouw Jager: Dat is een politieke afweging.
Maar de vraag waar het bij mij om draait is, hoe ga je dat doen met de voorzieningen die met veel pijn en moeite zijn aangelegd, zodat er onder andere het verse water in de sloten aan de zuidkant is, als je daar weer een woonconcentratie bij gaat bouwen? De voorzitter: En uw vraag is, is dat mogelijk? Mevrouw Jager: Is dat mogelijk? Heeft u dat meegenomen? Heeft u daar een plan voor? Inspreker 6: We hebben een quickscan gedaan, met een heleboel onderzoeken. Daar is de elektriciteitsvoorziening niet in meegenomen. En we weten dat dat een knelpunt is in heel veel gebieden. Dat zou ook hier onderzocht moeten worden. Maar dat is niet anders dan het nog verder verdichten van het centrum, en daar de opgave zoeken, want dan zou je diezelfde opgave hebben in het centrum. Die woningbehoefte is er nou eenmaal. In het centrum zijn er nu onvoldoende plannen. Dan is de ene optie daar meer verdichten. Dan raak je gezinnen kwijt uit je stad, die een huis en een tuin willen.
En een andere optie is voor dit stukje polder de mogelijkheid te onderzoeken om te kijken of aanvullend aan alle plannen, die je sowieso nodig hebt en die je sowieso moet doorzetten en die we ondersteunen, om ook te kijken of je een buurtje, ik zou het geen wijk noemen, want zo groot is het niet, ik zou het een buurt noemen, met eengezinswoningen kan toevoegen in een groene setting, waarbij de ecologie wordt versterkt en de verbinding naar de polder wordt verbeterd op een aantal punten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu.
30
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik heb ook een aantal vragen aan mevrouw Verleun. De voorzitter: Een aantal. Probeer het echt te beperken, want we hebben eigenlijk al geen tijd meer. De heer Gündogdu: Maar dat is toch wel belangrijk bij dit onderwerp, voorzitter. Om te beginnen, hoe groot is uw grondpositie van deze drie partijen in het gebied? En wat is de verdeling, in die zin? Is dat hele polderlandschap volledig jullie eigendom? Daar ben ik benieuwd naar. En daarnaast, voorzitter, bouwen in de polder is altijd een enorm gevoelig onderwerp hier in de stad. En ik ga ervan uit, als u hier een presentatie komt geven, dat u ook wel wat bewoners in de directe omgeving heeft gesproken, hoe zij überhaupt tegen een dergelijke ontwikkeling staan. Ik ben ook wel even benieuwd wat de reflectie daarop is. Inspreker 6: Ik wil daarvoor graag het woord geven aan de heer Van Pelt, die naast mij zit. Hij woont in Dordrecht. En hij kent de polder nog beter. En hij heeft bewoners gesproken. Inspreker 8: Goedenavond allemaal, ik woon zelf toevallig Laantje van Middenhoeve. Ik kijk precies op het gebied uit. Maar misschien nog even een kleine nuance, als ik zo vrij mag zijn? Ik zal het heel kort houden. Heel kort. Ik snap het. Kijk, de meeste plannen die u heeft in Dordrecht, die in de Omgevingsvisie zijn, is Maasterras, Gezondheidspark, et cetera.
Dat zijn eigenlijk voornamelijk appartementen, 99 procent appartementen. Zoals mevrouw Verleun al schetste, 11 duizend woningen, 40 procent eengezinswoningen. In de plannen die u nu heeft, gaat die nergens terugkomen. U maakt nergens eengezinswoningen. Het kan natuurlijk een keuze zijn om te zeggen, wij maken geen eengezinswoningen. Wij vinden, de polder, wat in mijn optiek geen polder is, dit gedeelte, gaan wij niet bebouwen. Dat is een keuze. Maar dat betekent dat u eigenlijk geen eengezinswoningen bouwt. Dat betekent dat u geen onderdak biedt voor gezinnen die een woning zoeken. Dat is een keuze die geheel aan u is, bouwen, wel of niet, en wat is dan de locatie? In ieder geval in de binnenstad gaat u geen eengezinswoningen kunnen realiseren in de aantallen die u nodig heeft. Even dan nog de vraag op de omgeving. Ik woon zelf in die omgeving. Kijk, wat een beetje leeft in de buurt waar ik woon, is eigenlijk, elke 10 jaar komen er weer ontwikkelaars. Die komen weer met nieuwe plannen. En denk ik waar de buurt meer behoefte aan heeft, is eigenlijk, laten we eens een keer een plan uitwerken waar iedereen gelukkig van wordt, elke inwoner van Dordrecht. En dat doen in gezamenlijkheid. Niet een paar ontwikkelaars die zeggen, we maken een plannetje, zo gaan we het doen. Nee, het is eigenlijk samen, waterschap, Trivire of een ander woningbouwvereniging, gemeente, diverse partijen.
En samen dan een plan verzinnen wat past binnen de omgeving, wat goed doet aan de natuur, wat eigenlijk een verbetering is van de natuur, want dat is mogelijk. Daar moeten we eigenlijk naar op zoek. Ik verwacht eigenlijk weinig weerstand van de omgeving. Natuurlijk, er zijn altijd mensen die weerstand geven. Alleen het plan wat er vroeger lag, waren 220 dure woningen, een golfbaan. Met alle respect, dat klonk een beetje als een soort elitedorp. En ik snap wel dat heel veel mensen in Dordrecht zeggen, daar kan ik niet wonen, daar gaan we de polder niet voor opofferen. Maar als wij natuurlijk een woningbouwplan maken, wat varieert van sociale
31
woningbouw tot het allerduurste en alles wat ertussen zit, dan hebben we een heel ander verhaal. En het is vooral, kijk, u moet het niet zien van dat wij … De voorzitter: Eventjes afronden, alstublieft. Inspreker 8: Sorry, ik ben soms lang van stof. De voorzitter: Daarom. Inspreker 8: Maar dit is een belangrijk punt natuurlijk. In mijn optiek, en ik heb me goed laten informeren, maar ik hoor graag het tegendeel, de Omgevingsvisie is niet zomaar een boekje dat u zegt, dat doen we. In mijn optiek, als deze er ligt en u zegt, we gaan toch dat stukje bebouwen, dan zult u deze moeten aanpassen. En dan kunt u alles wat we nu hebben gedaan of wat u heeft gedaan en de ambtelijke organisatie, ik zeg geen apparaat, die kan het dan allemaal weer opnieuw gaan doen, met alle zienswijzen. Plus dat u dan een goede reden moet hebben waarom u dit, wat u nu heeft gaat vaststellen, gaat wijzigen. En één ding kunt u in ieder geval niet meer aanreiken, en dat zeggen, we hebben nu woningnood, want die gaat denk ik niet meer op, want dat hebben we nu al. Het is eigenlijk aan u of u gezinnen een plek geeft in de stad of dat u zegt, de gezinnen moeten elders gaan zoeken. De voorzitter: Dank. Voor mijn geduld. Voor mijn part gaan we heel de avond door, maar ik zit ook gewoon aan tijd gebonden.
Ik heb net al gezegd, u kunt dadelijk na afloop nog mensen misschien aanschieten of andere afspraken maken met de insprekers. En we kunnen ook nog beslissen dat we nog een keer een beeldvormende sessie nodig hebben. Komen we strakjes op. Ik wil deze ronde nu afsluiten. Ik wil de insprekers bedanken, ook voor het grote beeld wat u heeft laten zien. U ook, mijnheer, hartelijk dank. En dan gaan we over naar de volgende ronde. U kunt plaatsnemen op de tribune. Dank u wel. We hebben weer wisseling van de presentatie nodig. Misschien dat Clark dit ook op deze manier … U wilt iets uitdelen? Dat is prima hoor. Dat kan. Niet doen. Clark. Dat moet hij horen. Maar hij zit misschien in andere ruimte. We hebben nu een hele korte pauze ingelast, omdat we wisselden van presentatie. Niet echt, maar er zijn nu een aantal mensen weggelopen. Ik probeer nu door te gaan praten re hopen dat ze terugkomen. En anders gaan we gewoon beginnen maar. Is een beetje zonde. Misschien helpt dat. Vroeger bij V&D wel. Dan wil ik nu het woord geven aan de heer Cornax, projectleider van de Omgevingsvisie 2.0. Gaat uw gang. De heer Cornax: Dank u wel, voorzitter. Lauran Cornax, projectleider Omgevingsvisie 2.0. Zoals aan het begin van deze sessie al aangegeven, hebben we 8 april een aantal onderwerpen geïnventariseerd bij deze commissie.
Een aantal onderwerpen waarop nog een aanvullende technische toelichting gewenst was vanuit de commissie. Een deel van die onderwerpen hebben we schriftelijk beantwoord. Een deel van die onderwerpen hebben we vorige week behandeld, in een beeldvormende sessie. En vandaag staan nog de resterende onderwerpen op het programma. We gaan het hetzelfde aanpakken als vorige week. Ik zal eerst even stilstaan bij hoe dat onderwerp nu verwerkt is in de Omgevingsvisie 2.0, die na uw vaststelling definitief is. Hoe het nu verwerkt is. En daar wat technische toelichting op. En vervolgens kunt u vragen stellen over dat onderwerp. Ik zal vandaag stilstaan bij de volgende 3 onderwerpen. Woningbouwlocaties.
32
De voorzitter: Mag ik heel even onderbreken? Deze zaal is heel gehorig. En als er op de tribune gepraat wordt, dan stoort dat een beetje. Ik wil u vragen even niet te doen. Dank u. De heer Cornax: Het eerste onderwerp woningbouwlocaties. Daar werd een technische toelichting op gevraagd. Vervolgens De Staart. En dan meer specifiek de Struyk Verwo locatie. Daar zijn ook technische vragen over gesteld. En die beantwoording daarop is ook bij de stukken gevoegd. En als laatste onderwerp het buitengebied en de stadsrand. Ikzelf zal toelichting geven op de eerste 2 onderwerpen. En mijn collega, Teun Persoon, op het derde punt. Dan de woningbouwlocaties. Wat zeggen we hierover in de Omgevingsvisie 2.0. Allereerst hebben we de centrale ambitie dat we als Dordrecht willen groeien, waarbij kwaliteit centraal staat. Dat volgt ook uit de Groeiagenda Drechtsteden 2030. Daar is dat ook al in geïntroduceerd. En groeien, waarbij kwaliteit centraal staat is bijvoorbeeld ontwikkelen, met aandacht voor de 7 verschillende doelen die we stellen in de Omgevingsvisie, en daar recht aan doen. En op die manier ook bij te dragen aan die doelen die gesteld zijn. We hebben een hoofdopgave opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0, die uitgaat van een realisatie van 11 duizend woningen. Dat was in de Omgevingsvisie 1.0 10 duizend woningen.
Maar na amendering van de Woonvisie is daar de realisatie van duizend woningen nog bovenop gekomen. Dat verwerken we nu in de 2.0. We zetten hoofdzakelijk in op binnenstedelijke groei, het zogenaamde verdichten, waarbij we eigenlijk dat ook willen gebruiken als aanjager voor een kwaliteitsverbetering van de stad. Niet alleen woningen toevoegen, maar ook kijken waar je dan aan de verschillende doelen kan bijdragen. Hoe kunnen we met de ontwikkeling bijdragen aan een gezonde stad of een klimaatadaptieve stad of een biodiverse stad? Een van de ruimtelijke keuzes die is toegevoegd aan deze Omgevingsvisie 2.0 is dat we streven naar verbetering van de bestaande woningvoorraad en dat we verdichten waar mogelijk en passend. Ook deze kaart is in de Omgevingsvisie opgenomen. Het is de doelkaart van het doel aantrekkelijke stad. En op deze kaart zijn onder andere de grote woningbouwprojecten aangegeven, zoals Maasterras, Gezondheidspark, Leerpark, Amstelwijck. Maar zijn ook nog een aantal verdichtingslocaties aangegeven, waaronder de verdichtingslocaties rondom stations, die goed bereikbaar zijn. En ook verdichtingslocaties rondom wijkcentra. Even kijken. Die verdichtingslocaties volgen eigenlijk uit de verdichtingsplannen, waar uw raad eerder ook kennis van heeft kunnen nemen door middel van een Startnotitie Verdichtingsplannen. Daarin zijn eigenlijk 2 uitwerkingssporen aangekondigd.
Allereerst het versterken van de wijkstructuren. Daarvoor zijn 9 verdichtingsprincipes. Ik zal ze zo meteen laten zien. Die zijn voorgesteld. Daarbij is aangegeven dat niet elk principe zich leent voor elke wijk. Dat is wel wijkafhankelijk. Maar daarbij kunt u denken aan het optoppen van woningen, het herontwikkelen van panden, in de bestaande wijkstructuur aanvullingen doen. Daar zijn verschillende voorbeelden van, ook in Dordrecht. Dat was ook opgenomen in de Startnotitie. Ik heb daar nu in deze presentatie even geen voorbeelden van opgenomen, maar die zijn er wel. Het tweede uitwerkingsspoor zijn de wijkoverstijgende locaties. En die volgen eigenlijk hoofdzakelijk uit de verdichtingsprincipes 5 en 6. Nabij de stationsgebieden, nabij de wijkvoorzieningen. Dat zijn de wijkoverstijgende locaties, waar in potentie ook de grotere gebiedsontwikkelingen mogelijk zouden zijn. Dit is een kaartje wat ook bij die Startnotitie was meegegeven. Ook hier zien we weer de verschillende stations, die aangewezen zijn als aandachtsgebieden, en de verschillende wijkcentra. En dat was even kort over de woningbouwlocaties, of in
33
ieder geval de verdichtingslocaties, zoals we ze zouden willen opnemen in de Omgevingsvisie 2.0. En daarbij moet ik trouwens nog zeggen, en dat is wel een belangrijk punt … De voorzitter: Er staat wel vragen. Dat had er niet tussen moeten staan, want we gaan gewoon over naar het volgende dingetje, tot we alle drie de presentaties hebben gehad. De heer Cornax: Echt waar? De voorzitter: En dan doen we vragen. De heer Cornax: Sorry. Een belangrijk punt wat ik hier nog aan toe wil voegen, is dat naast die verdichtingsprincipes, die we op kaart weergeven rondom de wijkcentra, rondom de stations, gelden de algemene verdichtingsprincipes ook voor de verschillende wijken. Het optoppen staat nu niet op deze kaart, maar eigenlijk gemeentebreed zou dat van toepassing kunnen zijn, maar vraagt wel om een afweging of zo'n locatie zich daarvoor leent of niet. De voorzitter: Ik had nog even een onderonsje met de griffier, het voorstel was wel geweest om inderdaad per blokje vragen te stellen. Kunnen we doen, maar dan moet u wel de vragen heel concreet stellen, zodat we dat binnen een paar minuten afgehandeld hebben. Wie lijkt dat beter? Want anders krijgen we heel veel informatie tegelijk. De heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: Over hoeveel woningen ruwweg zou het kunnen gaan op de plekken die u als verdichtingsmogelijkheid hebt aangegeven? En hoe groot zijn die woningen? Want voor zover ik weet gaat men nog steeds uit van minimaal 70 vierkante meter. De heer Cornax: In die verdichtingsstudie is inzichtelijk gemaakt dat wanneer die 2 uitwerkingssporen benut worden dat je richting 2032, en dat is volgens mij ook in dat voorstel Startnotitie aangegeven, voldoende planvoorraad zou kunnen creëren om die hoofdopgave van 11 duizend te realiseren woningen te bereiken tegen die tijd. De oppervlakte van die woningen. Ik denk dat we ons als gemeente in ieder geval houden aan dat minimale oppervlakte, maar de precieze afmetingen kan ik nu nog geen uitspraak over doen. De voorzitter: De heer Pauwels. Dan kom ik daar. De heer Pauwels: Ik heb eigenlijk een aantal vragen. Er staat, er is een woningbouwopgave, 11 duizend woningen. Hoe snel kunnen we hoeveel woningen daadwerkelijk verwachten? Want verdichten is nogal iets wat behoorlijk ambitieus kan zijn. Dat is niet de makkelijkste manier om iets te bouwen. Hoeveel woningen staan er over 5 jaar, hoeveel woningen staan er over 10 jaar, en hoe concreet is dat nu? De voorzitter: Lijkt me een goede vraag. Mijnheer.
34
De heer Cornax: Dat is een goede vraag. In principe leveren we elk jaar of jaarlijks of halfjaarlijks een voortgangsmonitor op, waarin dat wordt weergeven. En daar wordt ook, hoe moet ik dat zeggen, een samenvatting gegeven eigenlijk van de overzichten van zachte planvoorraad, harde planvoorraad en realisatie. De precieze aantallen kan ik nu zo niet oplepelen, maar uw raad krijgt die informatie wel halfjaarlijks of jaarlijks. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pauwels: Ik heb een simpele vervolgvraag. Namelijk, gaan we die opgave redden dan? De heer Cornax: Als we die verdichtingsstudie moeten geloven, dan is de potentie er in ieder geval wel. Of we het echt gaan redden, ik ben geen helderziende, helaas. De voorzitter: Dank u wel. Dan wilde ik naar de heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Mijn eerste vraag lijkt er wel een beetje op. Is er in de studie echt meegekeken naar of die 11 duizend woningen in die verdichting echt erin passen? En is er al geplot of dat er is? En mijn tweede vraag is, we hebben daarnet een heel mooi plan gehoord, past dat binnen die verdichtingsprincipes? De heer Cornax: Sorry, wat was de eerste vraag? De heer Roggekamp: Of jullie al een studie hebben gemaakt of die 11 duizend woningen echt binnen die verdichting passen, zonder elk voetbalveldje vol te bouwen, bijvoorbeeld? De heer Cornax: Die analyse is gedaan.
En in die verdichtingsstudie is wel de conclusie getrokken dat als die uitwerkingssporen bewandeld worden, dat die 11 duizend woningen te halen zijn. En de tweede vraag? De heer Roggekamp: De tweede vraag was, we hebben net een heel mooi plan gehoord, past dat binnen die verdichtingsprincipes? De heer Cornax: Het is in principe buiten de stedelijke contour. In die zin zou er in mijn ogen geen sprake zijn van verdichting, omdat het buiten de stedelijke contour is gelegen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Langenberg: Voorzitter, mag ik daar een aanvulling op doen? De voorzitter: Korte aanvulling. De heer Langenberg: Dat gaat lukken. Als het gaat om die 11 duizend woningen, dat is niet alleen maar letterlijk de verdichting van de verdichtingsprincipes, zoals die verkend is, maar dat zijn ook de grotere plannen die op dit moment in uitvoering zijn. Het totaalpakket is de opgave van 11 duizend woningen, waarop ook onder andere bijvoorbeeld wat nu voorligt, of in ieder geval in de volgende kamer, het Maasterras. Het is een totale optelsom van alle ontwikkelingen. Niet alleen letterlijke verdichting. De
35
tweede vraag over die verdichting. Dit zijn verdichtingsprincipes binnen de bebouwing, zoals we in de stad kennen. Als je vraagt, is een polder een ontwikkeling volgens de verdichtingsprincipes, dat zit niet op elkaar verbonden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Mijnheer Cornax, bedankt voor uw toelichting. Ik heb even een vraag over verbeteren van bestaande voorraad, want dat is nogal een uitdaging in de stad. In de Omgevingsvisie staat er eigenlijk relatief weinig over verbeteren van bestaande voorraad, terwijl we relatief veel oude voorraad aan woningen hebben. Krijgt dat zijn vervolg nog in de wijkvisies, of hoe moeten we dat zien? Hoe gaan we het straks concreet maken wat precies in welke wijk, wanneer die oude woningen gaan aanpakken? De heer Cornax: In de gebiedsprogramma's worden dat ook wel, daar in de wijk waar het van toepassing is, als prioriteit aangemerkt. En daarnaast hebben we bij de gemeente opgaves lopen, zoals bijvoorbeeld Klimaatneutraal 2040. Daar zou dat een van de uitwerkingen van kunnen zijn, dat de gemeente in ieder geval helpt bij verduurzaming. En het is natuurlijk maar de vraag, wanneer het over particulier bezit gaat, in hoeverre je daar echt invloed op kan uitoefenen. Maar er wordt op verschillende manieren en op verschillende wegen daaraan bijgedragen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Laban.
De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Als het gaat over het verdichten, kunt u dan iets zeggen over hoe die plannen eruitzien in diverse soorten woningen? Kunnen we daar ook bijvoorbeeld halen die 30 procent sociale huur, een stukje betaalbare koop, naast duurdere appartementen? Grondgebonden woningen is denk ik helemaal niet aan de orde. De heer Cornax: In de Omgevingsvisie geven we aan dat het streven is naar een gedifferentieerd woningaanbod, gedifferentieerde wijken ook. In die zin zal je bij programma's voor bijvoorbeeld de wat grotere ontwikkelingen dat ook wel willen meegeven, dat daar differentiatie in zit. De voorzitter: En mevrouw Boom had al een technische vraag nog liggen. Wilt u die nu beantwoord zien? Mevrouw Boom-Vos: Nee, want ik heb eigenlijk een soort aanvullende vraag als de heer Laban. Ik vind het moeilijk voor mijn overweging, zoals we net zeiden, bouw in de polder. Maar ten opzichte van het verdichten, de heer Laban vroeg ook al, kunt u laten zien hoeveel woningen het zijn? Is het ook mogelijk om qua ruimtelijk inzicht aan te geven exact waar die verdichtingsplekken, want nu zien we alleen een huisje met rondjes eromheen, met de grootte van de huizen? Hoeveel appartementen, hoeveel woningen, en wat zijn de hoogte van de kosten? Want verdichten is altijd duurder dan op een weiland bouwen.
Heeft dat ook heel erg gevolgen voor de betaalbaarheid? Laat ik het even kort zeggen. Moeilijke vraag. Is er een soort verdichtingslocatie, waardoor je het aantal woningen ziet, waar die gebouwd worden en wat voor soort woningen en de gemiddelde aanschafkosten?
36
De heer Cornax: Of dat allemaal nu al inzichtelijk is, dat denk ik niet. Je kan wel inzichtelijk maken binnen Dordrecht, wat zijn de locaties die zich lenen voor bepaalde verdichtingsprincipes? Op welke plekken kunnen we optoppen? Op welke plekken kunnen we de bestaande wijkstructuur aanvullen? Dat kan inzichtelijk gemaakt worden. En ook rondom die stationsgebieden en rondom die wijkvoorzieningen, daar kan je een uitwerking aan geven. Dat zal wel een hele klus zijn, om dat te gaan doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Langenberg: Mag ik daarop aanvullen? De voorzitter: Heel kort. De heer Langenberg: Ik zal mijn best doen. De voorzitter: Excuus dat ik zo kort ben, maar we komen in tijdnood. Maar dan breek ik in. De heer Langenberg: Eerder in de raad is er een Startnotitie over de verdichtingsstudies geweest. Daar hebben we de verdichtingsprincipes voor vastgesteld. En op basis van die principes is er een verkenning gaande over, wat is de potentie daarin? En die zit even in de afrondende fase. Qua informatie, die u stelt, die zullen daar dan ook in ieder geval concreter worden. Of letterlijk het antwoord geven, weet ik niet. Als het gaat echt om de betaalbaarheid, wat gaat dat allemaal doen met kosten, et cetera, zover gaat het niet. En is, eerlijk gezegd, ook niet aan ons, maar eerder aan ontwikkelaars en dergelijke. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers.
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ook een vraag ten aanzien van de verdichtingsprincipes en in relatie tot andere voorzieningen. We hebben natuurlijk het eerdere keren ook gehad over de Knoop Leerpark bijvoorbeeld, waar sportvoorzieningen voor de hele stad eigenlijk gelokaliseerd zijn. En mijn vraag dan is, welke principes zijn daar nu leidend in? Want we hebben sportprincipes, we hebben zo meteen de Omgevingsvisie, we hebben de visie op het gebied van de verdichting. Maar mijn vraag is, wat is uiteindelijk voor ons als gemeenteraad het leidende document, op basis waarvan we een dergelijke ontwikkeling wel of niet door laten gaan? En waar moet ik als gemeenteraadslid dan daar de voorkeur in aangeven? De heer Cornax: In de Omgevingsvisie proberen we al het verschillende beleid, zover het ook vooral op de fysieke leefomgeving ziet, samen te brengen. Uitgangspunten vanuit de Sportvisie, die bijvoorbeeld gaan over het behoud van het sportareaal, die hebben we ook opgenomen in deze Omgevingsvisie. Dat zal aan de orde zijn, ook wanneer een Knoop Leerpark verder wordt onderzocht of wordt uitgewerkt. Dan is dat wel iets om rekening mee te houden.
De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, dat vind ik ingewikkeld, want dan hebben we toch best wel conflicterende uitgangspunten in de Omgevingsvisie staan, aangezien die twee principes, je kunt toch niet het een en het ander tegelijkertijd doen?
37
De voorzitter: Als u dat een ingewikkelde vraag vindt, dat kan hoor, dan schuiven we die op. De heer Cornax: Ik zou me kunnen voorstellen dat mogelijkheden zijn te bedenken in meervoudig ruimtegebruik, om maar eens even iets te noemen. Het hoeft natuurlijk ook niet per se op dezelfde plek plaats te vinden. Misschien is er elders nog wel een andere oplossing te bedenken, waarbij je wel verdicht en ook je sportareaal behoudt. De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar het volgende blokje, De Staart. Mevrouw Boom-Vos: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Mag mijn technische vraag nog beantwoord worden? De voorzitter: Die kan zo nog beantwoord worden. We gaan eerst even nu naar dit blokje. Mevrouw Boom-Vos: Dadelijk. Helemaal goed. De heer Cornax: Tweede onderwerp waar ik vanavond toelichting op geef, is het onderwerp De Staart. En dan in het bijzonder de Struyk Verwo locatie. Daar werd op 8 april ook nog een technische toelichting op gevraagd. Zoals net ook aangegeven, er zijn ook technische vragen gesteld. Die zijn ook beantwoord. Een deel van dit verhaal is mogelijk wat herhaling van de beantwoording van de technische vragen. Wat zeggen we over deze locatie van Struyk Verwo in de Omgevingsvisie? Daarin is een ruimtelijke keuze toegevoegd, waarin we aangeven dat we gaan verkennen hoe we de wijk Stadswerven in oostelijke richting kunnen gaan uitbreiden.
En daarom wijzen we dat gebied ten oosten van het huidige Stadswerven aan als transformatiegebied, waarbij het gebied zich zou kunnen lenen voor transformatie naar een woongebied, maar ook naar een gebied waar lichte bedrijvigheid een plek vindt of een stadsverzorgende economie een plek kan vinden, die misschien ook goed mengbaar is met wonen, nieuwe woningen, maar ook rekening houdt met de omliggende bedrijvigheid, waar ik zo meteen nog eventjes kom. We hebben het dan over deze locatie, Struyk Verwo locatie, waarbij we hier de Merwedestraat zien. En dan betreft het deze, plot kan ik het niet noemen, want het zijn verschillende percelen, kavels. Waarom is deze locatie interessant voor verdichting? Waarom hebben we die zo expliciet genoemd in deze Omgevingsvisie? Dat is omdat deze locatie zich binnen het bestaande stedelijk gebied bevindt, maar ook dicht bij het centrum. We kunnen hier een kwalitatieve verdichting voorzien. Nu is het een betonfabriek. Zou je kunnen transformeren naar een aantrekkelijk woongebied of misschien een gemengd gebied, waar je wonen en lichte bedrijvigheid samen voorziet. Daarnaast hebben we als gemeente daar ook grondeigendom. Wat dat betreft kunnen we wat meer aan het stuur zitten, voor wat betreft de ontwikkeling hier, of in ieder geval de uitgangspunten daarvoor.
En ook in de Omgevingsvisie 1.0 is al aangegeven dat er een verkenning zou gaan plaatsvinden naar dit gebied, maar die heeft uiteindelijk nooit concreet plaatsgevonden. Daarvoor willen we juist in deze Omgevingsvisie 2.0 nog een keer goed
38
de aandacht daarop vestigen. Maar op deze locatie moeten we ook rekening houden met een aantal zaken, waaronder de huidige gebruikers. Dat zijn bedrijven, dat is een vereniging, dat zijn omwonenden natuurlijk, en ook omliggende bedrijven. Daarnaast is er een provinciale beleidskeuze, die vanuit de provincie Zuid-Holland wordt aangegeven, dat eigenlijk het bedrijventerrein dat er is binnen de provincie behouden moet blijven. Dat is nog wel een uitdaging, als je die locatie van een betonfabriek zou willen transformeren naar een woongebied. Daarbij moeten we wel zeggen dat we verkennen met de provincie of onze inzet op de Tweede en Derde Merwedehaven misschien als een bepaalde mate van compensatie kan dienen voor deze locatie. En we hebben rekening te houden met milieuzonering van de bestaande bedrijven, vanuit de Eerste Merwedehaven. Een bunkerstation ligt daar aan het water. Maar bijvoorbeeld ook de Merwedestraat heeft een bepaalde geluidsproductie, en daar dien je rekening mee te houden. Daarnaast zijn er ook nog vrijwarings- en beperkingengebieden vanuit de rivier, vanuit Rijkswaterstaat. Dat zijn toch weer een paar gebieden waar je rekening mee moet houden. Maar dat is in ordegrootte van 20 tot 50 meter vanaf de waterkant. Voor zover denk ik even de toelichting specifiek op deze locatie.
De voorzitter: En dan beginnen we met de technische vraag van mevrouw Boom, die u had opgeschreven. De heer Cornax: De vraag was, kan bij een bestemmingsplanwijziging of eigenlijk een omgevingsplanwijziging dan ook gelijk de Omgevingsvisie worden aangepast? Dat was de vraag? Ja. In principe toetst uw raad een initiatief, waarvoor dan een omgevingsplanwijziging noodzakelijk is, aan de Omgevingsvisie. Als dat niet past binnen de Omgevingsvisie, zijn er twee opties. We gaan geen medewerking verlenen aan het plan, want het past niet binnen de visie die uw raad heeft vastgesteld, of er wordt geconcludeerd, dit plan is van zoveel toegevoegde waarde voor Dordrecht of is van zulk belang, dat we bij de vaststelling van de Omgevingsvisie dat nog niet hadden voorzien of nog niet scherp hadden. En dat we met voortschrijdend inzicht eigenlijk tot de conclusie komen dat die Omgevingsvisie op dat punt een wijziging benodigd. Het is natuurlijk wel wat opmerkelijk. Wanneer we in de Omgevingsvisie een bepaalde richting aangeven, soms ook wel principiële richtingen, en als we daar dan over een jaar of wat op terugkomen, dat getuigt dan misschien wat minder van echt langetermijnvisie, in die zin. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Echt een technische vraag. Mijnheer had het net over stadsverzorgende economie bij de stad.
Wat is die stadsverzorgende economie? De heer Cornax: Dat kan gekwalificeerd worden als lichte bedrijvigheid, bijvoorbeeld bedrijfsverzamelgebouwen of wat kleinere bedrijfslocaties, waar bijvoorbeeld een loodgieter zijn werkspullen stalt of een loods heeft, wat niet echt een zware milieucategorie heeft en je eigenlijk ook niet op je Merwedehavens wil hebben, maar wat wel een mooie buffer zou kunnen vormen tussen je woningen enerzijds en je zware industrie anderzijds.
39
De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. U geeft aan dat het perceel van Struyk Verwo gemeentelijk eigendom is. Zijn er tussen de Merwedestraat en de rivier nog meer plekken waar de gemeente eigendommen heeft? De heer Cornax: Over de hele breedte, dat durf ik niet te zeggen. Dat zou goed kunnen. Dat kunnen we ook zo opzoeken. De voorzitter: Zoeken we op. De heer Cornax: Maar dat weet ik zo niet uit mijn hoofd. De voorzitter: Komt naar u toe. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, mijnheer Cornax gaf zojuist aan, we hebben in de Omgevingsvisie 1.0 al aangegeven dat we een verkenning zouden starten. Dat is er niet helemaal van gekomen. Die tijd kan ik me ook heel goed herinneren. Maar nu doet zich een kans voor om in ieder geval voor dit terrein, vanuit ons perspectief echt wel een langgekoesterde wens, nu een uitspraak te doen. Wat is de afweging om die vergaande uitspraak van, we willen dit gebied ontwikkelen als woningbouwlocatie, zou onze voorkeur zijn, nog niet op te nemen?
De heer Cornax: Omdat we als gemeente eerst een haalbaarheidsonderzoek willen doen, denk ik, om echt te kunnen toezeggen dat we de hele plot zouden willen gebruiken voor woningbouw. Er zijn ook andere doelen die we hebben als gemeente, bijvoorbeeld dat we plek willen bieden voor die stadsverzorgende economie. Waarbij we nog willen verkennen, welke functie voorzien we daar nu precies? En omdat de locatie is ogenschijnlijk een mooie locatie, maar je moet ook wel rekening houden met nog verschillende zaken, zoals net genoemd, bijvoorbeeld die milieuzonering, et cetera. En dan is de vraag, daar moeten we achter komen van, hoeveel ruimte heb je effectief nog over om woningen daar te realiseren? De voorzitter: De heer Stolk. De heer Langenberg: Voorzitter, mag ik aanvullen? De Omgevingsvisie is ook een visie wat natuurlijk in abstractie gewoon op opgave richting geeft aan de stad, waar het op moet. Als we op elke locatie specifiek moeten gaan uitspreken of hier woningbouw komt, ja of de nee, en of er een bedrijventerrein ja of te nee komt, dat gaat veel te ver voor een Omgevingsvisie. Het geeft een richting aan, wat uiteindelijk ook een verdere uitwerking vraagt. Zo ook op themaniveau als op ontwikkelniveau. Daar is ook de Omgevingsvisie niet voor.
En als laatste paar zinnen, voorzitter, excuus, als het gaat om het aanpassen van de Omgevingsvisie op een daadwerkelijke als het gaat bijvoorbeeld om het buitengebied als aanwijzing, dan klopt het ook dat woningnood niet zomaar een goed argument zou zijn, gezien de situatie van nu, met in de toekomst. Je moet dat zeker zwaarwegend onderbouwen. Maar dat kan bijvoorbeeld wel zijn als je opgaves die
40
je in de Omgevingsvisie hebt gesteld niet haalt met de huidige contouren of de richting die je hebt. En dat je zegt, daar wijzen we op. Omdat je dan tot die conclusie komt. De voorzitter: Dank u. De heer Stolk. De heer Stolk: Ik had nog een vraag. Het terrein van Peute, wat nu eenmaal leeg is, is daar nog iets van in de Omgevingsvisie te vinden? En wat denken we aan? De voorzitter: Het terrein van Peute. De heer Cornax: Dat heb ik even niet scherp op dit moment. Daar zou ik schriftelijk op terug willen komen. De voorzitter: Helemaal goed. De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. We hebben het er al een paar keer over gehad, maar ik blijf het toch ingewikkeld vinden, en voor mij wordt het af en toe steeds onduidelijker van, wat is een aanleiding om een eventuele gebiedsvisies of een Omgevingsvisie richting de toekomst weer te wijzigen? Want aan de ene kant wordt er gezegd, er moeten zwaarwegende redenen zijn om dat weer te doen. We willen dat voorlopig niet doen. En aan de andere kant, als het gaat over dit specifieke voorbeeld, zeggen we ook, we nemen het er niet helemaal in op, want we weten eigenlijk nog niet richting de toekomst wat we precies willen. Maar dat vind ik ingewikkeld.