CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2025.05.13 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 1 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 27 mei en 5 juni 2025 en de Dordtse Dinsdag van 13 mei, 20 mei, 3 juni en 10 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3, en 522.628 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT – DORDTSE DINSDAG D.D. 13 MEI 2025 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder R. van der Linden De voorzitter: Beste mensen, welkom allemaal bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 13 mei, met vandaag twee onderwerpen waar vragen over zijn. Het eerste onderwerp is de Pasar Malam. En het tweede onderwerp is de verkeerssituatie op de Krispijnseweg. Maar als eerste de vragen van de Pasar Malam. Er zijn meerdere partijen die hier vragen over hebben gesteld. En ik stel voor dat ik op basis van de inbreng een korte inleiding doe. En dat de betrokkenen daarna hun vragen kunnen stellen. Met het verzoek elkaar niet te herhalen natuurlijk en elkaar inderdaad vooral aan te vullen met vragen. En dan kan de wethouder daarna in één keer de beantwoording doen. De organisatie van de Pasar Malam heeft dit jaar besloten om de Pasar niet te organiseren in Dordrecht, vanwege meerdere factoren. De opbouwtijd, de veiligheid, de financiering en de stijgende kosten. Meerdere partijen uit deze raad betreuren dit natuurlijk en vinden dat de Pasar Malam in Dordrecht niet mag ontbreken.

En daar zijn een aantal vragen voor. En als eerste ga ik naar mevrouw Lammens van de VVD. Uw vragen. Gaat uw gang. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. De Dordtse VVD, de Fractie van der Spoel en GroenLinks heeft behoefte aan helderheid en stelt daarom deze vragen. Klopt het dat het college van B&W, net als de gemeenteraad, het nieuws over het niet doorgaan van de Pasar heeft moeten vernemen uit de media? Is het college het met ons eens dat de nieuwe Marktverordening juist mogelijkheden biedt voor extra opbouwtijd? Is dit duidelijk gemaakt aan de organisatie? Hoe moeten we de opmerking van de organisatie over de onzekerheid van de financiering duiden, mede gelet op de hogere subsidie die door ons aandringen, in 2023 was dat, beschikbaar is gesteld aan de organisatie van de Pasar? Punt 4, ziet het college, net als wij, het risico dat op deze manier een waardevol evenement als de Pasar Malam de komende jaren aan de neus van Dordrecht voorbijgaat? De laatste vraag. Het plotseling vertrek van Istimewa laat zien hoe kwetsbaar de gemeente is. Aangezien er in Nederland meerdere partijen zijn die Pasars organiseren, is dit wellicht het moment om als gemeente het gesprek aan te gaan met andere organisaties en te verkennen welke structurele en duurzame samenwerkingsvormen mogelijk zijn. Is het

1

college bereid om actief in gesprek te gaan met verschillende organisaties, waaronder ook andere Indische of culturele initiatiefnemers dan alleen Istimewa, om de mogelijkheid te verkennen voor een toekomstige bestendigheid en veilig georganiseerd Indisch evenement in Dordrecht? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Stolk van de Verenigde Senioren Partij. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. De Pasar Malam is natuurlijk een populaire en verbindende manifestatie binnen onze stad, die bijdraagt aan culturele diversiteit, ontmoeting en samenhorigheid. Het wegvallen ervan is natuurlijk een groot gemis voor velen. Voorzitter, daarom hebben wij ook vragen. Door de te korte opbouwtijd van maar circa elf uur kan de organisatie de veiligheid van het publiek, medewerkers, vrijwilligers, et cetera niet waarborgen. Is het mogelijk dat zij een langere opbouwtijd krijgen? En hoe kan dit wel gerealiseerd worden? Volgens de organisatie is de hoogte van de subsidie voldoende om het evenement te organiseren. Echter weten zij in een veel te laat stadium of deze subsidie wordt toegekend en of deze volledig wordt toegekend. Hierdoor is de onzekerheid over de financiën te hoog.

Kan voor dit grote evenement als de Pasar Malam het proces vervroegd worden, of kan er voor de Pasar Malam, net als voor andere grote evenementen, een structurele jaarlijks terugkerende subsidie gegeven worden? Veel organisaties, zoals de Pasar Malam, klagen hierover. En is het college hiervan op de hoogte? En zo ja, wat gaat het college hier dan doen om dit vlot te trekken? Is het college bereid om een spoedprocedure te starten, zodat de Pasar Malam dit jaar nog doorgang kan vinden? Lukt het binnen twee weken, dan redt de organisatie dit ook. Wij hebben ook inmiddels overleg gehad met de organisatie. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan is ook de heer Gündogdu van Op Ons Eiland, die nog wat aanvullende vragen had. De heer Gündogdu: Voorzitter, inderdaad. In ieder geval bedankt aan mijn collega's die al een inleiding en de nodige vragen hebben gesteld. Wij hebben ook een aantal vragen ingediend. Voorzitter, net als de voorgaande sprekers maken wij ons ook zorgen over een traditie, die mogelijk dreigt te verdwijnen. In dat kader hebben we de volgende vragen. Voorzitter, de Pasar Malam heeft een landelijke uitstraling. En vanuit onze Subsidieverordening hebben wij vastgesteld dat evenementen met een landelijke uitstraling tot 45 duizend euro subsidie kunnen ontvangen.

En we hebben kunnen achterhalen dat vorig jaar een subsidie is verstrekt van 14 duizend euro voor dit evenement. Kan het college verklaren waar het verschil zit tussen die 45 en 14 duizend euro, wat is toegekend? Voorzitter, daarnaast, wij begrijpen uit de media dat in ieder geval het Statenplein een wat moeilijk in te richten gebied is, vanwege de korte opzettijd. En is het college bereid om met de organisatoren aan de slag te gaan, althans te inventariseren of er mogelijk een andere locatie in de stad geschikt is, waarbij hopelijk ook de kosten wat lager zijn dan op het Statenplein? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor alle vragen. En dan ga ik denk ik naar de heer Burggraaf voor het antwoord. Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Veel partijen met vragen over dit evenement, de Pasar. En dat is begrijpelijk. Het was ook te zien in de stad dat veel mensen

2

geschrokken waren door de mededeling dat de Pasar dit jaar niet wilde gaan organiseren, of Istimewa besloten had om het dit jaar niet te gaan organiseren. En het is wel in onze evenementenkalender echt een evenement van grote waarde. Want het is voor de Indische gemeenschap een jaarlijks terugkerend evenement, maar ook voor de diversiteit aan bezoekers, de warmte die het biedt van ontmoeting, van proeven, van beleving, midden in de zomer, maakt het gewoon een uniek evenement, die echt past in onze evenementenkalender. Wij waren verrast ook te horen dat dit besluit was genomen. Dat hoorde de organisatie in ieder geval pas een paar dagen voor het verschijnen van het artikel. Ik las het zelf uit de krant. En de vraag was even, hoe zit het met die financiële zekerheid? Wanneer weet je dat als organisatie? Daarvoor hebben medewerkers van ons ook al contacten gehad in het najaar vorig jaar. En aangeboden aan de organisator, ga je subsidie indienen. Je hebt twee momenten in het jaar eigenlijk. Het budget wordt gesplitst. Dien hem alvast in de eerste ronde in, dan heb je sneller zekerheid. Dat is niet gebeurd. Dat is pas in deze ronde geweest. En die commissie zit deze dagen bij elkaar om die subsidies te beoordelen. Die zekerheid was er eerder geweest als ze gewoon eerder de aanvraag hadden gedaan. Dan voor wat betreft het bedrag ervan.

De evenementensubsidieregeling kent verschillende categorieën. En we hebben een speciale commissie die het college adviseert over in welke categorie een evenement valt. En op basis van de begroting en de toelichting erbij welk bedrag ze dan adviseren om toe te kennen aan subsidie. Dat was de andere vraag van Op Ons Eiland, hoe zat dat vorig jaar? En toen was die grens voor regionale activiteiten 20 duizend. Dat is inmiddels 25 duizend euro geworden, omdat u als raad onlangs meer budget voor de evenementensubsidies hebt verstrekt. En vervolgens in die weging heeft de commissie aangegeven, het is ook een commercieel evenement. Er staan natuurlijk veel kramen, die uiteindelijk ook gewoon geld opleveren. En toen heeft de commissie gezegd, we subsidiëren alleen de muzikale onderdelen van het evenement. En dat kwam uiteindelijk tot dat bedrag uit. Dan heb je inderdaad nog een andere categorie. Dat zijn de begrotingssubsidies, zoals een Big Rivers, een Dordt in Stoom en dergelijke. Daar gaat u zelf als raad over. U heeft zelf een aantal evenementen vastgesteld waarvan u zegt, dat is een dusdanig groot evenement voor de stad, een langjarig iets, daar stellen we een begrotingssubsidie op vast, zodat een organisatie elk jaar weet voor welk bedrag ze in aanmerking kunnen komen.

Dit evenement komt uit een subsidiepot, wat ik al zei, wat ongeveer, uit mijn hoofd, per ronde zo'n 150 duizend euro aan budget kent. En zeker deze ronde altijd meer aanvragen kent dan er kan worden toegewezen. De commissie moet echt ook uit schaarste kiezen. Als je het hebt over een bedrag van 45 duizend euro, dat zou dan gewoon bijna een derde van dat budget zijn. Dat betekent natuurlijk ook dat je heel veel andere evenementen dan moet teleurstellen. En u heeft ook als kader meegegeven dat we een diversiteit aan evenementen in de stad willen faciliteren. Dat even in de context van de evenementen. Dan het punt van de opbouwtijd. Dat is eigenlijk al alle jaren een uitdaging geweest, want ze hebben inderdaad maar 11 uur de tijd om op te bouwen. En dat komt, omdat de markt er staat. En voordat die weg zijn, dan is de opbouwtijd beperkt. Dat was dit jaar niet anders dan andere jaren. Het verraste ons ook om te horen dat dat nu opeens een probleem vormde, wat eerdere jaren, ik geloof het, zeker een uitdaging zal zijn geweest, maar waarom het dit jaar dan opeens niet meer haalbaar werd geacht. En we weten ook dat het evenement altijd zegt, als de markt er niet zou zijn, dan zou het voor ons een stuk makkelijker zijn. Ik durf zelf wel de stelling aan dat

3

als zij bijvoorbeeld op de zaterdag zouden plaatsvinden, dan heb je veel meer publiek, misschien dat je dan zelfs helemaal geen subsidie nodig hebt voor zo'n evenement. Maar goed, nu staat de markt op het Statenplein. Dus het kan niet op de zaterdag. In de Marktverordening staat inderdaad een mogelijkheid om de markt te verplaatsen bij regionale activiteiten. Maar er staat ook dat dat 12 weken van tevoren bij de markt voorgelegd moet worden, en dat we dat niet zomaar doen. En dat vraagt ook wel even goed overleg. Dat moet je ook goed kunnen plannen. Daar was de organisator blijkbaar niet van op de hoogte. U vraagt, kunt u nog een keer met ze in gesprek? Dat gaan we doen. We kunnen die subsidieaanvraag nog met de commissie mee laten gaan. Ik kan het gesprek aangaan met de markt. Maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat ik die kansen niet heel groot acht, als het gaat om verplaatsing van de markt of dat vroeger afbouwen, want we zitten gewoon nu al in mei en het gaat over augustus. Dat is wel erg kort dag aan het worden. Maar dat wil niet zeggen dat zo'n type evenement, nogmaals, erg waardevol is voor de stad.

Dat is ook waarom ik vanmorgen de oproep heb gedaan aan eigenlijk alle organisatoren die iets doen rondom de Indische gemeenschap, die de elementen heeft die in dit evenement zitten, om ook zich bij ons te melden en te kijken, wat kunnen we misschien nog doen om het dit jaar te doen? En ik denk ook dat we gewoon echt voor komende jaren moeten kijken. Nogmaals, het is iets wat gewoon past bij onze stad. Wat we graag meerjarig zekerheid op moeten hebben. Ook maar eens even voor ons om te kijken, hoe gaan we die uitvraag dan doen? Want misschien zijn er gewoon meer organisaties die het in onze stad zouden willen organiseren. En dan kan je het ook met een uitvraag doen. Nogmaals, niet voor dit jaar, maar voor volgend jaar en de jaren daarna. Kom maar met een aanbod. Breng uw propositie naar de gemeente. En dan kiezen we daar de beste uit. En dan kan je misschien voor meerdere jaren dat meteen ook vastleggen. En dan kan je erop bouwen. Dat lijkt mij iets wat, gegeven de kwetsbaarheid die we nu hebben ontdekt, een verstandige route om dat richting volgend jaar te gaan doen.

En als laatste gaan we voor dit jaar, met een aantal mensen die zich inmiddels ook in mijn mailbox gemeld hebben en gezegd hebben, wat jammer, wij hebben ook een idee om, niet zo groot als het was, maar op een andere vorm iets voor de Indische gemeenschap en die warme ontmoeting die het biedt in de zomer te kunnen bieden. Daar gaan we mee in gesprek. En dan gaan we volgende week eens even kijken wie we dan nog wat kunnen faciliteren in de zomer. Want het klinkt ver weg, maar 15 augustus is in evenementenland gewoon heel snel. Waar je ook nog vergunningverlening, toetsing, et cetera hebt zitten. Ik hoop dat ik zo een beetje een compleet beeld heb geschetst, voorzitter. De voorzitter: Dat gaan we zien. Ik zie mevrouw Lammens, nog een vervolgvraag? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, ik heb een heel klein vraagje nog. U had het over de eerste termijn dat ze de subsidie konden aanvragen. Wanneer is zo’n eerste termijn? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Dat is in het najaar geweest. Uit mijn hoofd gezegd, was het ergens in december dat dan het besluit rond die tijd valt. Dan weet je het gewoon. Echt voordat je met het organiseren begint eigenlijk heb je dan ook zekerheid over die subsidiebijdrage. Dat is in ons proces gewoon in te passen. Mevrouw Stolk: Voorzitter.

4

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk nog, en daarna de heer Gündogdu. En dan gaan we daarna naar het volgende onderwerp. Mevrouw Stolk: Ik had nog een vraag over die spoedprocedure. Dat als we het eventueel nog door willen laten gaan dit jaar, bent u dan bereid om een spoedprocedure te doen met deze organisatie? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, de subsidieaanvraag was al ingediend. En die heeft de commissie niet behandeld, omdat van het weekend het nieuws kwam dat het niet doorging. De commissie kan dat alsnog gaan beoordelen. Ik heb begrepen dat de organisatie wel heeft gezegd, we gaan het niet doen als we niet meer opbouwtijd hebben. Dat zou betekenen dat de markt plaats moet gaan maken. Dat wil ik best aan ze voorleggen. Maar nogmaals, het is wel erg kort dag. Ik acht die kans niet groot. Maar ik ga dat wel doen, want niet geschoten is altijd mis. Maar de kansen acht ik niet heel groot. Maar ik ga het wel doen. En tegelijkertijd staat de open uitnodiging, nogmaals, naar elke andere organisatie die zegt, alle ingrediënten die in zo'n evenement zitten, daar hebben wij ook een idee van hoe dat dit jaar nog zou kunnen plaatsvinden. Die kunnen zich nog melden voor 20 mei, want dan hebben we nog de tijd om die ook te beoordelen en te kijken of dat nog gefaciliteerd kan worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu.

De heer Gündogdu: Voorzitter, de wethouder gehoord hebbende, hij gaat tot het naadje om dit evenement mogelijk te maken. Een belangrijk knelpunt is de opbouwtijd, waarvan de organisatoren zeggen, dat lukt ons eenvoudigweg niet. Hebben wij mogelijk een andere locatie, bij voorkeur rondom de binnenstad, waarvan we kunnen zeggen, dat aanbod willen we ook voorleggen voor de organisatoren om dat evenement wellicht daar te faciliteren? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Nee, voorzitter, u heeft bij de Startnotitie voor het evenementenbeleid ons ook de opdracht gegeven om evenementenlocaties in beeld te brengen. We zijn daar heel ver mee. Na de zomer komen we met het nieuwe evenementenbeleid. En er zit ook een oriëntatie in van alle mogelijke evenementenlocaties. En dan is dat in de binnenstad gewoon schaars. Dat is ook natuurlijk de reden waarom u zelf in de Marktvisie heeft vastgesteld, het Statenplein is een perfect evenementenplein. We gaan de markt op een andere plek in de binnenstad een plek geven, zodat je daar de ruimte hebt om ook vaak evenementen te doen. Dat wil zeggen, er is gewoon schaarste in evenementenlocaties. Wat zou een alternatieve locatie kunnen zijn? Je zou kunnen denken aan de plek waar het circus staat in Amstelwijck, maar dan zit je wel erg ver van de binnenstad af. Ik denk niet dat een organisatie daar om zit te springen.

En verder zou ik eigenlijk niet een ruimte in de binnenstad weten van deze omvang waar je zoiets zou kunnen organiseren.

5

De heer Gündogdu: Voorzitter, bijvoorbeeld een Weizigtpark. Ligt niet direct in het centrum, maar aangrenzend. De heer Burggraaf: Nogmaals, voorzitter, ik heb net aangegeven, de deur staat open voor mensen die initiatieven hebben om deze zomer nog wat te doen, tot 20 mei. We hebben de organisatie aangeboden om alsnog hun subsidieaanvraag te laten beoordelen door de commissie. En we zullen vragen bij de markt of zij toch nog bereidheid hebben om te verplaatsen. Maar ik neem het ze niet kwalijk als ze zeggen, dat komt allemaal veel te kort dag. Maar nogmaals, niet geschoten is altijd mis. Dat gaan we doen. En dat is de verdere route die we volgen. En ik zal u informeren, zodra we daar een beslissing over genomen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar het volgende onderwerp. En dat komt van de Verenigde Senioren Partij. En dat gaat over de verkeerssituatie op de Krispijnseweg. Mijnheer De Vries, zou u de vraag, mijnheer Stolk, dat mag ook, kort willen toelichten? De heer Stolk: Goedenavond, sinds de herinrichting van de Krispijnseweg met brede rijwegen, gescheiden fietspaden en een onoverzichtelijke indeling signaleren wij een toename van bijna en ongevallen. De huidige weginrichting lijkt onbedoeld aan te zetten tot te hard rijden. Bewoners uiten toenemende zorgen, zeker na een recent ongeluk wat geweest is.

Ook verwijzen wij naar een ernstig incident enkele maanden geleden, waarbij een slachtoffer na een aanrijding ernstig gewond raakt. De VSP maakt zich grote zorgen en roept op tot spoedige maatregelen om de verkeerssituatie te verbeteren. De VSP wil in het kader de volgende vragen voorleggen. Is de wethouder bekend met het feit dat de bewoners van de Krispijnseweg vaker de rijbaan als race ervaren, door structurele en forse snelheidsovertreding, met alle bijbehorende risico's? Wat vindt de wethouder van de toenemende zorg onder de bewoners over de verkeersveiligheid? Welke maatregelen ziet de wethouder om de verkeersveiligheid op korte termijn te verbeteren? En is de wethouder bereid deze maatregelen te nemen? De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En dit is een vraag voor de heer Van der Linden. En die zit links. Gaat uw gang, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Op link. Dank voor de vraag. U heeft me hier eerder over aangesproken. Vanuit die kant herken ik hem. Afgelopen maanden heeft zich een aantal keer een ernstig ongeval voorgedaan. Dat klopt. Wat wij niet herkennen, is dat we dat ook terugzien in meldingen die wij binnenkrijgen. We hebben wel natuurlijk een aantal keren een heel ernstig ongeval gehad. En ik spreek met veel mensen over de Krispijnseweg. Een deel zegt, prima, ik voel me er veilig.

Ik heb ook wel eerder signalen gehad van, er wordt af en toe ook wel hard gereden. We gaan wel naar aanleiding van deze vraag, iets eerder dan dat we van plan waren, eens even alle data bekijken. Het is altijd zo, als je een weg groot onderhoud hebt gegeven, dan ga je een jaartje later kijken, hoe gaat het met de snelheid? We kennen de outliers, de uitzonderingen, die met waanzinnige snelheden de Krispijnseweg passeren, of zoals gisteravond met waanzinnige snelheden en veel lawaai door de Voorstraat tuffen. Dat was niet uw schuld, mevrouw Kruger. Denk het niet. Maar goed. Die kennen we. Maar het algemene beeld herken ik nog niet zo. Maar we gaan de data bekijken, om te kijken of dat klopt. En wat we in ieder geval kunnen doen dan. Maar dat wil ik niet

6

doen na over één nacht ijs gaan. Maar dat hebben we bijvoorbeeld wel gedaan bij de Van Baerlestraat. We kunnen natuurlijk drempels aanleggen in de weg. En dat doen we dan meestal op een aantal wegen met van die korte drempels, en soms ook met wat langere plateaudrempels. Dat kan. Maar zo'n maatregel wil je alleen nemen als dat nodig blijkt uit data en niet op basis van, hoe ernstig ook, een aantal losse ongevallen. Maar daar kunnen we op terugkomen. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ik heb nog even een tussenvraag eigenlijk over de verkeerssituaties. De meeste ongevallen gebeuren ook door af te slaan. De wagens rijden rechtdoor, of tenminste willen afslaan, komen de fietsers, de fatbike en alles. En dan gebeurt het. Het zijn aanrijdingen, maar het is ook met slachtoffers. En misschien kan de wethouder dan ook, als u toch gaat … Of ook een slachtoffer daarbij is overleden, want dat was niet … De voorzitter: Nog een korte reactie van de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Korte reactie. Dat heb ik via-via ook vernomen. En meestal als er een ernstig ongeval is, hebben we natuurlijk contact met de politie. En als daar slachtoffers bij vallen, krijgen we dat expliciet te horen. Alleen als dat na verloop van tijd gebeurt, moeten we daar op een andere manier achter komen. Maar daar gaan we even in overleg.

De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik u allen danken voor uw aandacht en een goede vergaderavond wensen. 3. Vaststellen bestemmingsplan 19e herziening Dubbeldam, locatie Oranjekwartier Zuid – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Dhr. De Gelder (ChristenUnie/SGP) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: -

7

Overige aanwezigen: dhr. Van der Ven, dhr. Kaijim, mevr. Diepstra De voorzitter: Dames en heren, mijnheer Den Heijer ook, zonder bordje. Maar goed dat ik weet hoe u heet. Maar voor de rest welkom in ieder geval, ook aan die kant. We hebben het over het bestemmingsplan negentiende herziening Dubbeldam, Oranjekwartier Zuid. Beeldvormend. En er hebben zich twee mensen als inspreker gemeld. De heer Van der Ven en de heer Kaijim. En mevrouw Diepstra ook daar, ter ondersteuning in ieder geval dan. Prima. Kan allemaal hier. Is geen enkel probleem. U heeft gewoon elk, zoals dat hoort bij dit soort commissies, ongeveer vijf minuten om een verhaal te vertellen, wat uw mening is over dit bestemmingsplan. Eerst een rondje nog maken natuurlijk. Ik kan ze natuurlijk op gaan noemen ook. Ik geef eventjes door. Links beginnen wie we daar hebben voor de ChristenUnie/SGP. De heer De Gelder: Peter de Gelder, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Meer: Frans Bauke van der Meer GroenLinks. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Den Heijer: Rolin den Heijer, Dordtse VVD. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Oostenrijk: Theo Oostenrijk, CDA. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt.

De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. De heer Stolk: En Leo Stolk, VSP. Inspreker 1: Theo Kaijim, Dubbeldreef. Inspreker 2: Sjaak van de Ven, Dubbeldreef. Inspreker 3: Sara Diepstra. De heer Boogaard: En André Boogaard, commissiegriffier.

8

De voorzitter: Mijn naam is John van der Net. Ik zit deze commissie voor. Ik heb net al uitgelegd, ongeveer vijf minuten mag u uw mening geven met betrekking tot dit plan. Zal ik eerst bij de heer Kaijim beginnen? Ik geef u het woord. Mijnheer Kaijim. De heer Kaijim: Geachte raadsleden. De voorzitter: We hebben tijd genoeg. Gaat uw gang. De heer Kaijim: Ik en mijn buren wonen sinds 1976, en mijn buurman nog langer, met veel plezier in de bijna historische panden van de Dubbeldreef. De rustigste straat van Dordrecht en de eerste huurwoningen van de vroegere gemeente Dubbeldam. Nu worden deze door Trivire aangemerkt als slechte woningen. Ze zijn er zelf debet aan geweest. Ze laten ze inspecteren door diverse bedrijven, die dan een rapportje schrijven, zonder in de woning of tuin te zijn geweest, maar wel een verslag schrijven. Het is wie betaalt die bepaalt. Trivire pleegt geen preventief onderhoud aan de woningen, geen onderhoudsbeurten, zoals schilderwerken en dergelijke. Laten ze rustig achteruitgaan. Alleen op klacht komen ze een reparatie plegen, als je ze kunt bereiken. Zelfs overdag is dat een crime. Dan sta je drie kwartier in de wacht. Ook een spoedklus ’s avonds, dan komen ze niet. Als je ook iets hebt aan waterleiding, dan komt er een, hoe heet het, rioolspecialist. En ook niet via hun website. Ze zijn gewoon onbereikbaar als je ze belt.

Je staat gewoon drie kwartier in de wacht. Bij de vroegere Trivire was dat onbespreekbaar geweest. De klant was toen nog koning. Deze woningstichting is niet zo aardig meer voor zijn huurders. Zo intimideerden ze. Diverse oude dames zijn bij me aan de deur geweest, omdat iemand had verteld dat ik ook vroeger bij Trivire heb gewerkt. Dat was het eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel. Dat was denk ik een duidelijk verhaal. Wilt u uw microfoon inderdaad uitzetten? En wat ik altijd dan doe na een dergelijk betoog, kijk ik eerst even naar de commissie of er nog mensen zijn die vragen hebben over uw verhaal. Ik zou zeggen, wie heeft er eventueel nog een vraag voor de heer Kaijim? Niemand. Sorry, de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb naar u geluisterd. Maar het is mij niet helemaal duidelijk wat u anders wil dan in het voorgestelde bestemmingsplan gebeurt. Wat is uw commentaar daarop? De heer Kaijim: Ik wil daar gewoon blijven wonen, zonder dat er iets aan die woningen gedaan wordt. Alleen groot onderhoud aan de buitenkant. Binnen heb ik het zelf al helemaal verbouwd. Heb ik meer dan 20 duizend euro aan uitgegeven. Dat is helemaal opgeknapt. Vanaf 1976 tot nu toe heeft Trivire nog nooit een klacht bij me binnen hoeven te doen. Ik heb het altijd zelf gedaan. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, dank.

Er wordt aangegeven, Trivire doet eigenlijk heel weinig aan onderhoud in uw straat. Is dat een beeld wat in het hele buurtje voorkomt? Is dat uw beeld? Of is dat specifiek alleen die straat?

9

De heer Kaijim: Nee, dat is specifiek overal zo. Over deze woningstichting is helemaal veranderd, want sinds dat ik weg ben gegaan, toen zijn er verschrikkelijk veel mensen weggegaan. Niet voor mij hoor, of iets dergelijks. Maar dat zal ook de leeftijd zijn geweest. Zelfs de directeur is weggegaan. Er is een nieuwe directeur gekomen en ander personeel. En geen eigen onderhoudsdienst meer. De voorzitter: De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank u wel, voorzitter. In het voorstel zelf staat dat er sinds 2019 een uitgebreider participatietraject is. En het heeft meerdere malen ook plaatsgevonden, kunnen wij lezen. Bijna elk jaar wel meerdere keren. Hoe heeft u dat ervaren? Zijn er ook gesprekken met u sinds 2019? De heer Kaijim: Nee, dat is pas in het laatste jaar geweest, tot tenminste 2024, totdat ze kwamen vragen wat ik zou willen, als ik een andere woning zou nemen. Toen zijn ze er al van uitgegaan dat je er eigenlijk uitgaat. En daar zijn ze al in 2021 mee begonnen. Toen wist Trivire zelf ook nog niet of ze daar toestemming voor kregen. Maar ze probeerden de mensen wel uit te gaan verhuizen, ergens wat kan niet natuurlijk. De voorzitter: De heer Stolk heeft ook een vraag aan mijnheer Kaijim. De microfoon altijd even uitzetten. Dank u wel. De heer Stolk: Het gaat eigenlijk over de huur.

Is er de afgelopen jaren wel huurverhoging geweest? De heer Kaijim: Nee, er is geen huurverhoging geweest. De laatste twee jaar is er geen huurverhoging geweest. De voorzitter: Ik hoorde dat mevrouw Diepstra, was het, ook even een reactie wil geven hierop. Kunt u de microfoon weer uitdoen, mijnheer Kaijim? De heer Kaijim: Ja, ik zet hem weer uit. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Diepstra: Onlangs hebben we een brief gekregen dat de huurverhoging dit jaar niet doorgaat. Dat het hetzelfde blijft. En daarbij de mededeling inderdaad dat de huizen gesloopt of gerenoveerd worden. Dat stond er expliciet bij. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stolk. De heer Stolk: Ik hoor ineens dat ze gesloopt of gerenoveerd worden. Mevrouw Diepstra: Dat vonden wij ook heel vreemd. De heer Kaijim: In principe hadden ze nog sloopvergunning. De voorzitter: Dat was hem, mijnheer Stolk? De heer Stolk: Ja.

10

De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank voor uw toelichting en uw komst hiernaartoe. Inderdaad, mijn collega naast mij sprak over het participatietraject wat heeft plaatsgevonden. En ik lees hier ook dat er huis-aan-huisbezoeken bijvoorbeeld zijn geweest. En een zorg bij een deel van de groep mensen is dat de plannen vertraagd worden door bijvoorbeeld procedures, omdat veel mensen op leeftijd ook graag die doorstroming zouden willen maken. Geldt dat voor uzelf ook? De heer Kaijim: Nee, voor mij geldt dat ook niet. Maar voor de meeste geldt dat niet. Ik begrijp niet hoe ze daaraan komen. Want de meeste mensen die in de Dubbeldreef nog wonen, die willen er blijven wonen. Maar gewoon, omdat ze al het vermoeden hebben dat ze eruit moeten, dan ga je toch wel een keuze maken voor iets anders natuurlijk. De voorzitter: Aanvulling nog. De heer Den Heijer: Het is voor ons natuurlijk van belang dat wij goed naar uw belang kijken, maar ook naar het belang van de hele stad. En ik snap ook dat als ik zie hoe uitvoerig het participatietraject is geweest, dat zien we niet wekelijks op die manier voorbijkomen. Dat nemen we wel mee. Gelijktijdig moet ik ook goed naar u luisteren. Ik ben daarom ook blij dat u uw klanken laat horen. Dat nemen wij namelijk ook mee. Tegelijkertijd komen er ook meer huizen bij op die plek.

Hoe kijkt u daar zelf naar? De voorzitter: De heer Kaijim, de microfoon. Geeft niks. De heer Kaijim: Als je zelf erg graag ergens woont, dan wil je niet dat dat gesloopt wordt natuurlijk. Je wil zelf niet verhuizen. Kijk, ze hebben zelf natuurlijk op Dubbeldam bij Pap een heel groot land gehad, wat Pap heb gekocht, die kwekerij. En daar zijn bungalows op gekomen, waar drie gezinnen in kunnen wonen, in één zo’n bungalow. En er wonen ook mensen met zijn tweeën maar in. De voorzitter: Daar kunnen we natuurlijk ook heel veel van gaan vinden. Maar ik zit even qua tijd ook voor de commissie, dat we zo meteen naar mijnheer Van der Ven moeten eventjes. Natuurlijk mag dat. De heer Den Heijer: Voert u zelf wel het gesprek nu over eventueel verhuizen of doorstromen naar de nieuwe plek? De heer Kaijim: Nee, nog niet. De voorzitter: Dank u wel in ieder geval. De heer Kaijim: Dat zal op het laatst gebeuren, denk ik. Maar ik bedoel, voorlopig nog niet. Voorlopig blijf ik er nog even tegenin gaan en uitzoeken wat ik kan veranderen eraan. De voorzitter: Ik ga het woord geven aan de heer Van der Ven en mevrouw Diepstra, om hun verhaal te vertellen hier met betrekking tot dit plan. Gaat uw gang.

11

De heer Van de Ven: Het is zo, ik woon daar 58 jaar. En een oude boom moet je niet gaan verpoten, want die gaat kapot. Ik heb een hele mooie tuin. Alles gewoon ook zelf opgeknapt. Echt alles gedaan. En ik wil er ook gewoon niet weg. En dan krijg je een bericht op je dak van, mijnheer Van der Ven, waar wilt u wonen? U hebt de voorkeur voor een huis? Ik ga altijd achteruit. Mijn huis is groot zat. En als je er 58 jaar in zit, dan denk ik ook niet aan die asbest, want dan had ik allang platgelegen. En dat is mijn bewoording. En ik hoop dat ik er gewoon in mijn kist weg mag. Voorlopig niet. Eerst een pensioenfonds even een tijdje hierna kijken. De voorzitter: Ik vind het een zeer duidelijk verhaal, wat dat betreft. Mevrouw Diepstra, heeft u ook nog een stukje? Gaat uw gang. Mevrouw Diepstra: Even ter aanvulling en verduidelijking. Ik heb met mijnheer Van der Ven de zienswijze opgesteld, omdat mijnheer Van der Ven geen computer heeft. We hebben het samen doorgesproken, en ik vul even aan wat hij nog verder te zeggen heeft. Naar aanleiding van de zienswijze hopen wij natuurlijk dat de sloopvergunning niet wordt toegekend en dat de zienswijze gegrond wordt verklaard, omdat Sjaak wil er heel graag blijven wonen. En in eerste instantie is hij niet bevraagd als bewoner zelf en is het ook niet zijn ervaring dat het slecht onderhouden is.

Want Theo zijn huis en Sjaak zijn blok, dat zijn aparte huizen, zijn ensemblewoningen. We hebben ook bij de Historische Vereniging een monumentenlijst gevonden, waardoor we aan kunnen tonen dat het een gemeentemonument is, en wel degelijk van cultureel en historisch belang voor Dubbeldam. Het is ook een ensemblewoning, waardoor de voorgevel heel belangrijk is en natuurlijk moet blijven bestaan. Verder, het asbestverhaal hier is als reactie door uw gemeente gegeven dat er een 100 procent inventaris moet zijn. En die is er op dit moment nog niet. Het zou raar zijn als de sloopvergunning wordt toegekend. Wil je nog iets aanvullen? De heer Van de Ven: Ik wil nog graag iets zeggen. De voorzitter: Mijnheer Van der Ven, zegt u het nog eens. De heer Van de Ven: Nou ben ik het even kwijt. Maar dat is de leeftijd. De voorzitter: Zal ik gewoon dan eventjes naar aanleiding van uw verhaal en van mevrouw Diepstra nog een keer naar de commissie kijken of men daar ook nog een reactie op wil hebben. Mevrouw De Jager. Mevrouw Jager, neem me niet kwalijk. Mevrouw Jager: Ik neem het u niet kwalijk, mijnheer Van der Net. Ik heb wel een vraagje. Heeft u in de verhalen van de laatste tijd ook van Trivire gehoord waarom ze willen slopen? De heer Van de Ven: Dat heb ik gehoord. Maar ze hebben ook een grote fout gemaakt. Ze hebben mijn voorgevel gefotografeerd en de inhoud uit een oud huis.

Mijn vloer was verrot, ik had schimmel, ik had asbest, terwijl dat het huis bij ons staat op een betonnen plaat. Er zit geen kelder, geen rotte vloer in. Ik bedoel, ze hebben mijn gevel gebruikt, omdat die zogezegd verrot is, wat helemaal niet waar is. De voorzitter: Gaat uw gang.

12

Mevrouw Diepstra: In antwoord op uw vraag, dat hebben we gehoord, dat hebben ze aangegeven, want ze willen meer woningen daar kunnen plaatsen. Maar zoals ik al zei, die twee woonblokken staat echt niet in de weg, want het zijn de laatste van de straat. Als ze de rest zouden slopen, zou dat geen bezwaar zijn, bij wijze van spreken. En voor ons idee hebben we dan meer het idee dat jullie beter bij de Boomgaard beurt wat minder villa's kunnen bouwen, als je toch meer ruimte en meer gebouwen kwijt wil kunnen. De voorzitter: Mevrouw Jager, was dat voldoende voor u? Mevrouw Jager: Dat was voor dit moment voldoende, want ik was benieuwd of de mensen dat ook wisten. De voorzitter: Dan de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: U zei iets over monumentale status. Geldt dat specifiek voor de twee panden waar u het nu over heeft of over een groter deel van de straat? Mevrouw Diepstra: Alleen de 2 panden. De heer Van der Ven woont in een dubbele woning. Daar woont nog een vrouw bij, aan de andere kant. En Theo woont in de andere dubbele woning. Het zijn alleen deze 2 panden. De heer Van der Meer: Het zijn 4 woningen in totaal? Mevrouw Diepstra: Het zijn 4 woningen in totaal, nummer 47, 49, 51 en 53. De heer Van der Meer: En 53. Dank u wel. De voorzitter: Ga ik weer even rondkijken naar de commissie of er nog vragen zijn? De heer Stolk, gaat uw gang.

De heer Stolk: U had het over slopen of renoveren. Hebben jullie ook gedacht om te laten renoveren? Hebben jullie het daarover gehad? Zijn jullie bereid om dat te aanvaarden? De heer Van de Ven: In principe ben ik het wel bereid, maar ik zou niet weten wat ze moeten renoveren. Dat is het leuke. Kijk, boven stook ik niet, want dat is allemaal droog en warm. En het dak hebben ze jaren geleden de dakpannen vernieuwd. En ze hebben verder er weinig aan gedaan. De bedrading hebben ze vernieuwd, omdat er zat die gebreide bedrading in en ijzeren buizen. Dat als je die pijp beetpakt, dan stond je even stijf. Dat hebben ze moeten vernieuwen, want dat is logisch. Achterstallig onderhoud is dat. Maar het is er niet. De voorzitter: Maar mijnheer Kaijim, even wachten, want de heer Van der Ven heeft antwoord gegeven op een vraag van de heer Stolk nog. U wilt nog wat aanvullen dan? Natuurlijk, mevrouw Diepstra. Mevrouw Diepstra: Mijnheer Van der Ven is zelf heel handig. En daardoor is er in zijn huis in principe weinig achterstallig onderhoud, omdat hij gewoon een ontzettend goede

13

klusjesman is, die goed voor zichzelf en zijn gezin altijd heeft gezorgd. En kom gewoon kijken bij zijn huis, zou ik zeggen. Als u het wil renoveren, graag. Toch? De heer Stolk: Helder. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Stolk, is dat voldoende? Dan kijk ik nog een keer rond. En dan zie ik niemand meer die daar nog wat over wilde zeggen. Dan wil ik in ieder geval als afsluiting, je micro, in ieder geval de heer Kaijim, de heer Van der Ven en mevrouw Diepstra bedanken voor het inspreken. En de vervolgcommissie zal daar wat van moeten gaan vinden. Het plan is nog niet ingediend. De heer Boogaard: Er moet nu besloten worden over het behandelen van het plan. De voorzitter: Van het plan. De heer Boogaard: Er ligt een raadsvoorstel. De commissie moet bepalen of dat als hamerstuk naar de raad gaat, dan wel het oorspronkelijke voorstel. De voorzitter: Ik zit even te twijfelen, want ik had ook iets anders gehoord. Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Volgens mij was het oorspronkelijk als hamerstuk geagendeerd in de gemeenteraad. En punten die genoemd zijn, ook over monumentenstatus, hebben we terug kunnen lezen in de stukken die voorliggen. Ik denk eerlijk gezegd dat dat … Maar ik kijk ook even rond naar mijn collega's, of het naar de raad kan. De voorzitter: Het voorstel blijft hangen om dit stuk te hameren.

En dan is de vraag, kijkende naar de commissie, of dit stuk als een hamerstuk naar de raad kan gaan of dat er nu toch ook nog reden is om hier echt oordeelsvormend over te praten. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Kunnen we het niet aanhouden voor een paar weken of zo? De voorzitter: Waarom? De heer Stolk: Want ik denk dat we nu horen van de bewoners zaken waarvan wij niet wisten, laat ik het zo zeggen. En ik denk toch dat wij als VSP met die mensen ook eens in de straat zelf gaan kijken. En ik vind dat we kunnen het hameren, maar ik denk toch dat we daar gaan kijken. De voorzitter: Maar het staat u natuurlijk vrij, net zoals ieder commissielid of raadslid, om daar te gaan kijken en te praten, maar dat wil nog niet zeggen natuurlijk dat dit stuk dan daardoor moet worden aangehouden. Kijk, wat u voorstelt, is om dit stuk aan te houden. Daar zijn we meestal niet zo van, of moet er echt een hele goede reden voor zijn. En ik zie hier op dit moment niemand die daarin meegaat.

14

De heer Stolk: Dat is de vraag eigenlijk, zijn er mensen die daar ook mee eens zijn om nog even verder onderzoek te doen? De voorzitter: De heer Schalken-den Hartog. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, is het misschien een idee tegemoet te komen aan wat de heer Stolk aangeeft? Als het wel als hamerstuk naar de raad gaat, dan hebben we nog twee weken of zo voordat er een raadsvergadering is. De komende week kunnen mensen die dat willen of partijen die dat willen, kunnen daar nog gaan kijken. En als dat zou betekenen dat het eigenlijk geen hamerstuk meer zou moeten zijn, dat kan altijd bij het begin van die vergadering worden besloten dat er een motie komt of dat het wel besproken wordt, als daar een meerderheid. De voorzitter: Ik denk dat dit een goed voorstel is van de heer Schalken-den Hartog in het proces. De heer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: We duiken nu het proces in. Even reagerend op de heer Schalken, natuurlijk is er ruimte. Als er een motie wordt ingediend, dan wordt het per definitie een bespreekstuk. Maar zonder een motie kan je toch niet het zonder redenen verklaren om het tot een bespreekstuk te laten zijn? De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, volgens mij geef ik dat ook niet aan. Het wordt als hamerstuk opgevoerd op de raadsagenda.

En op het moment dat er vanuit de raad een motie of een amendement komt om het voorstel te amenderen, dan wordt het vanzelf een bespreekstuk. De voorzitter: Kijk, dat is het voorstel. We begrijpen elkaar. Daar gaat het om. En ik kijk naar de heer Stolk, maar ook naar anderen. Kijk, over twee weken is het in de raad. U heeft natuurlijk de mogelijkheid om gelijk vanavond of morgen eventueel nog wat vragen te stellen aan het college met betrekking tot wat hier natuurlijk verteld is. En dat kunt u dan eventueel meenemen over twee weken weer, om daar eventueel door middel van een amendement of een motie wat mee te doen. Is dat akkoord voor eenieder? U heeft het woord niet meer, helaas. Zal ik het proberen uit te leggen dan? Daar heeft u gelijk in. Ik zal het pogen even aan te geven. De commissie heeft u aangehoord? U heeft eigenlijk aangegeven, dit plan moet weg. Is niks voor ons. Op dit moment vindt de raad nog steeds dat dit plan wel moet doorgaan. Maar er is wel bij gezegd dat er door middel van wat u net verteld heeft, dat daar nog mensen misschien bij u aan de deur komen of dat er nog wat vragen gesteld worden aan de wethouder, die eventueel van invloed kunnen zijn. Over twee weken is het stuk in de raad. En mocht daar reden voor zijn, dan kan eenieder raadslid daar nog een amendement over indienen, om bijvoorbeeld te zeggen, die vier huizen niet. Dat zou kunnen, in theorie.

Is dat duidelijk? Ja. Dan sluit ik deze bijeenkomst en dank ik u hartelijk in ieder geval. 4. Vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit – Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz

15

Aanwezig: Dhr. Aarden (Partij voor de Dieren) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: Ambtelijke ondersteuning: dhr. Cornax, dhr. Persoon, dhr. Langenberg Overige aanwezigen: dhr. Hinborch, dhr. Schreuder, mevr. Verleun, dhr. Gast, dhr. Van Pelt De voorzitter: Een hele goedenavond allemaal. Het is een drukke avond ook weer, zeker in deze commissie. Niet alleen in deze commissie, maar ook in de andere commissies. Gelukkig veel belangstelling vanuit de stad ook. En zeker ook ten aanzien van dit onderwerp, vanuit allerlei organisaties die wat willen komen vertellen. Fantastisch. Daardoor is het wel zo dat we echt even heel strak weer, net als de vorige keer, in de tijd gaan zitten, om iedereen de mogelijkheid te geven om iets te vertellen. En aan u, commissieleden, raadsleden om uw vragen te stellen.

Mochten we niet helemaal uitkomen in de tijd, want helaas kunnen we nu niet uitlopen, omdat er meteen weer na ons om 22.00 uur een volgende commissie komt, dan kunt u altijd nog technische vragen stellen of nog even met de mensen die ingesproken hebben, onder het genot van een lekkere Spa blauw of rood, nog iets doorspreken. Het onderwerp. Waar gaan we het eigenlijk over hebben? Het raadsvoorstel vaststellen Dordtse Omgevingsvisie 2.0, het eiland met kwaliteit. Het is ook weer beeldvormend. Daar hebben we het vorige keer ook over gehad. Inspreker en een technische sessie. U kunt vragen stellen. Welkom alle raads- en commissieleden. En hebben we een wethouder? Nee. Misschien wordt die even gehaald, maar die zit geloof ik ook bij een andere commissie nog, bij het Maasterras. Ik vraag voor het verslag aan de raads- en commissieleden en degenen die hier aan tafel zitten of die zich even willen voorstellen. Begin ik even hier aan mijn linkerkant. De heer Cornax: Lauran Cornax, beleidsadviseur ruimtelijke ordening, gemeente Dordrecht. De heer Persoon: Teun Persoon, beleidsadviseur ruimtelijke ordening, gemeente Dordrecht. De heer Langenberg: Sven Langenberg, clustermanager ruimtelijke strategie en beleid. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA.

16

De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Aarden: Tristan Aarden, Partij voor de Dieren. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. Inspreker 4: Jan Schreuder. Inspreker 5: Esjmund Hinborch. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De voorzitter: En ik ben Kitty Kruger, uw voorzitter vanavond. Op 8 april heeft u een eerste technische sessie gehad over de opzet en de rol van de Omgevingsvisie 2.0. Aan het einde van die vergadering is door de commissie een aantal onderwerpen benoemd waarover nog meer technische toelichting gewenst is. Vorige week stond de klimaatadaptatie, duurzame energieopwek en het voorzieningenaanbod in de wijken centraal. Voor vanavond gaan we het hebben over de woningbouwlocaties in de stad, De Staart en het buitengebied en stadsrand. Indieners van zienswijzen op de Omgevingsvisies zijn uitgenodigd, heb ik net ook al gezegd, om in te spreken. En voor vanavond hebben zich vier insprekers gemeld.

Ik stel voor om eerst alle insprekers aan het woord te laten. In ieder geval, we hebben het nu verdeeld in twee blokjes. En dan per blokje de insprekers aan het woord te laten. En daarna kunt u nog even wat vragen stellen. Als de insprekers zijn geweest, dan krijgen we nog mensen van de ambtelijke ondersteuning om wat presentaties nog te laten zien. We beginnen vanavond met het eerste blokje. En dan wil ik graag aan de heer Hinborch vragen om in te spreken. Gaat uw gang. De heer Hinborch: Dank u wel. Mijn naam is Esjmund Hinborch. En ik spreek in als oudvoorzitter van de Vereniging Behoud Biesbosch. Mijn inspraakreactie gaat vooral over de Biesbosch. Met de Hollandse Biesbosch heeft Dordrecht een groot deel van het Nationaal Park de Biesbosch binnen haar gemeentegrenzen. Een vermaard internationaal natuurgebied. Niet voor niets heeft dit gebied de Europese status en bescherming van Natura 2000-gebied. Je zou verwachten dat de Biesbosch, waar we als Dordrecht trots op

17

kunnen zijn, een duidelijke plaats heeft gekregen in de Dordtse Omgevingsvisie. Helaas is dat niet het geval. In de gehele Omgevingsvisie is de Biesbosch een ondergeschoven kindje geworden. En daarom ben ik hier in uw commissie om in te spreken. Met wat goede wil, vind je hier en daar best wel wat teksten over de bescherming en bijzondere waarde van de Biesbosch, maar veel is het niet. In de gebiedsindeling van de Omgevingsvisie komt de Biesbosch als herkenbaar gebied niet eens voor. De Dordtse Biesbosch is opgegaan in het buitengebied en de Sliedrechtse Biesbosch wordt, samen met de betreffende stadswijk, voortaan De Staart genoemd. Vanuit het Biesboschcentrum vaar je straks niet de Biesbosch in, maak kennelijk De Staart in. Met name deze laatste keuze in de Omgevingsvisie vind ik onterecht en misplaatst. Ik heb daar in mijn zienswijze op gewezen. Maar het college blijft bij de keuze om stadswijk en Nationaal Park als één deelgebied te beschouwen, met de naam De Staart. En waarom? Citaat uit de Nota van Beantwoording. “Het doel is om natuur en stadsleven te verenigen, waardoor een aantrekkelijk gebied ontstaat waar recreëren, wonen, werken en natuur samenkomen.” Dat kan een prima doel zijn, maar niet voor de Biesbosch. Beperk dat doel en ook de term getijdenpark De Staart tot de stadswijk en het industriegebied De Staart, met direct aangrenzende randzones.

Dat zijn een deel van het Wantij en de Beneden-Merwede en het recreatiegebied De Merwelanden. Meer niet. Noem de Biesbosch gewoon bij zijn naam. Die kent iedereen. En iedereen weet wat de Biesbosch is. Een uniek natuurgebied en een Nationaal Park met recreatief medegebruik. En geen deel van een stadswijk. Ga zo'n gebied niet geforceerd mengen met de stedelijke opgave van de echte Staart. Het is onjuist en onnodig. Waar dat toe leidt, zie je nu al in hoofdstuk A.6.8. Pakweg 90 procent van de tekst over De Staart gaat over de ingewikkelde stedelijke opgave voor de stadswijk en het industriegebied. Op zich begrijpelijk. Een miniem deel, misschien 10 procent, gaat over de Biesbosch. Zie hier al het ondergeschoven kindje. Ik pleit daarom voor een passender gebiedsindeling in de Omgevingsvisie. Maak een deelgebied Hollandse Biesbosch, bestaande uit de Dordtse en Sliedrechtse Biesbosch, en de strook langs de Nieuwe Merwede. En beperk het deelgebied De Staart tot de stadswijk, het industriegebied en de aangrenzende water- en recreatiegebieden. Dat is voor iedereen, voor Dordtenaren, voor recreanten en toeristen duidelijk dat de Biesbosch de Biesbosch is en blijft, en niet het staartje van een Dordtse stadswijk. En dat geeft ruimte om voluit te gaan voor eenduidige bescherming van het Dordtse deel van het Nationaal Park.

In dit verband wil ik u ten slotte nog wijzen op de bijzondere verantwoordelijkheid die de gemeente Dordrecht heeft voor de Hollandse Biesbosch. De nationale park status is zwak, sinds het Rijk op afstand staat en alleen nog wat procesgeld beschikbaar stelt. Het Overlegorgaan Nationaal Park is al lang geleden opgeheven. En de provincie heeft zich nagenoeg teruggetrokken. De recreatieschappen en het parkschap zijn opgeheven. Daarmee is feitelijk de gemeente Dordrecht nog als enige overheid verantwoordelijk voor een internationaal natuurgebied. Ik hoop dat de gemeente dat ook in haar Omgevingsvisie onverkort tot uiting brengt. Ik dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hinborch. Dik binnen de tijd. Zelfs binnen vier minuten. Goed voorbeeld. Goede start. Dan gaan we nu over naar de heer Schreuder. Mag ik u vragen uw zienswijze te vertellen?

18

De heer Schreuder: Goedenavond, voorzitter, dames en heren, mede namens mijn vrouw Marjoke van de Merwe wil ik u hartelijk danken voor de mogelijkheid om onze inbreng te mogen delen over de Dordtse Omgevingsvisie 2.0. Mijn naam is Jan Schreuder. Dordrecht hecht terecht veel waarde aan aantrekkelijk en gezond wonen, economische diversiteit en de kwaliteit van natuur en water. Het onderwerp Omgevingsvisie 2.0 geeft dit weer. Hierin komen veel ambities samen voor een sterk en groen Dordrecht, voor al haar inwoners. De Omgevingsvisie 2.0 is een integrale langetermijnvisie voor het grondgebied van Dordrecht en heeft een bindend karakter voor de bestuursorganen van de stad bij besluitvorming over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het voorgestelde plan inzake woningbouw is stapelen en verdichten. Maar misschien zijn er ook andere mogelijkheden dan appartementen of boven industriegebouwen wonen. Een kaart van 1800 geeft de stad Dordrecht met de verschillende polders eromheen weer. Veel woningen in Dordrecht staan in de voormalige polders. De stad heeft kunnen groeien tot de huidige omvang, doordat er gebouwd is in de polder. Het gedeelte van de Zuidpolder, Zuidrand Dubbeldam waar wij uw aandacht voor vragen, is omsloten door de Stevensweg, Oudendijk, Laantje van Middenhoeve en de Zuidendijk.

En is geen polder, zoals men misschien gewend is, met een open polderlandschap en wijds uitzicht. Als je in deze polder staat, kijk je alleen tegen bebouwing aan. Deze polder is van alle zijden omsloten met bebouwing. Hier is landbouw en natuur niet beeldbepalend en ecologisch van lage waarde. Dit gedeelte van de Zuidpolder is gelegen binnen de bebouwde kom en valt eigenlijk, naar ons idee, niet onder het buitengebied. In het verleden is Dubbeldam-Zuid gebouwd in de Zuidpolder. Wij willen graag een bijdrage leveren aan de doorstroming in Dordrecht, Dubbeldam en mogelijkheden bieden om een groene wijk te creëren voor grondgebonden woningen met veel groen. Naar ons idee is dit de meest logische plek voor grondgebonden woningen met een tuin en veel groen in Dordrecht. Dit gedeelte van de Zuidpolder kunt u volgens ons ook zien als een wijkje erbij of inbreiding, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Een totaal moratorium op woningbouw buiten de stad is naar ons inziens een ontwikkeling die niet wenselijk is bij deze woningnood, en zet Dordrecht voor de komende decennia op slot. Wij danken u voor uw aandacht en wensen u veel wijsheid toe voor uw te nemen besluit voor de toekomst van de woningbouw in Dordrecht. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schreuder. En sommige mensen gaan iedere keer PR’s maken, want u heeft nu al 2 minuten 44.

Dat is nog sneller als de vorige inspreker. We hebben goed de vaart erin. Ik wil even aan de commissieleden vragen, wie heeft er een vraag aan een van de twee heren? De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Aan de eerste inspreker, de heer Hinborch, als ik het goed genoteerd heb. Die spreekt over de Biesbosch die onvoldoende herkenbaar is in de Omgevingsvisie. En hij wil dat duidelijker naar voren laten komen. Maar mijn vraag is, als we er een andere samenstelling van gebieden en een ander etiket opplakken, wat betekent dat in uw visie voor wat er in dat gebied moet gebeuren? Met andere woorden, wat ziet u als de functie, de toegankelijkheid, enzovoort, van het gebied wat u als Biesbosch bestempelt, idealiter? De heer Hinborch: Dank u wel. De vraag is duidelijk. Kijk, ik heb in mijn verhaal betoogd dat het op zich een goed doel kan zijn om stedelijke functies met natuur te vermengen. En wat meer natuur met name, in dit geval, in De Staart onder te brengen. Maar dat gaat

19

in feite over een kleine rand rond De Staart. Kijk, we kennen allemaal het recreatiegebied De Merwelanden. We kennen de jeugdherberg, het Wantij wordt heringericht, de Beneden-Merwede heeft ook mogelijkheden. En dat zijn prachtige mogelijkheden om die echt in de stad te brengen. Maar ga je wat verder, ga je richting Otterpolder, richting Stededijk of nog verder naar het oosten, dan hebben we het over Natura 2000-gebied, eigendom van Staatsbosbeheer, waar in dit geval in ieder geval nooit toestemming zal komen vanuit de Natuurbeschermingswet om iets stedelijks te gaan doen. Het is puur natuur. Het is Nationaal Park, Natura 2000-gebied. Het heeft een heel andere betekenis, heel andere functie dan de stadswijk De Staart, waar ik het met de Omgevingsvisie eens ben dat daar hele grote opgaven liggen. Op het moment dat je dat één gebied gaat maken, met de notie van, we gaan dat met elkaar mengen, dan, denk ik, in de uitvoering kan dat ten koste van de Biesbosch gaan, maar het kan ook ten koste van De Staart gaan. Want De Staart is op zichzelf al ingewikkeld genoeg. Ga daar de Biesbosch als extra lading niet nog eens bijslepen. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat dat gewoon onder één noemer wordt geschoven. En in die zin betekent het voor mij ook veel meer of kan het veel meer gaan betekenen dan een naamverschrijving.

Je kan zeggen, what’s in a name? Maar in dit geval is er heel veel in a name, in mijn beleving. De voorzitter: Dank u wel. Een hele korte aanvulling, want we hebben echt weinig tijd en er zitten meer partijen. De heer Van der Meer: Snap ik. Maar mijn vraag is in essentie, wat is het dan meer? Een groot deel van het gebied wat u noemt, is niet toegankelijk. Maar de Nieuwe Dordtse Biesbosch is bijvoorbeeld wel toegankelijk. Hoe kijkt u daartegenaan? De heer Hinborch: Dat is een onderwerp waar je heel lang over kunt praten. Maar kijk, we hebben in een aantal jaren een hele, denk ik, logische en mooie zonering in het buitengebied en de Biesbosch gekregen. We hebben de Nieuwe Dordtse Biesbosch gekregen, die natuur en recreatie op een fantastische manier mengt, dicht bij de stad. Heel geliefd bij heel veel Dordtenaren, is mijn beleving. En de Dordtse Biesbosch en de Sliedrechtse Biesbosch zullen altijd ver weg van de stad liggen. En je zult grote fietspaden of misschien wel autowegen moeten gaan maken om dat beter te ontsluiten. Dat is hopelijk niet aan de orde. En dat is ook zo onlogisch in een gebied wat een internationale natuurfunctie heeft. Je hebt in de loop van de tijd met de recreatiezonering en het Biesboschcentrum en de Nieuwe Dordtse Biesbosch en De Elzen heel veel natuurlijke recreatiegebieden gekregen rond de stad.

En mijn betoog is, mijn pleidooi is, laat die gebieden die ver weg van de stad liggen vooral aan de natuur. En als je een bootje hebt of met een rondvaart meegaat, kan je daar ook komen. Het is niet volledig ontoegankelijk. Maar laat daar vooral de rust voor de natuur de hoofdzaak zijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ook richting de heer Hinborch. U heeft dat via een zienswijze aangegeven. En even voor mijn beeld, kunt u misschien nog kort schetsen waarom er vanuit de kant van de gemeente niet meegegaan wordt in uw zienswijze?

20

De heer Hinborch: Sorry. Ik zei, eerlijk gezegd begrijp ik dat zelf ook niet helemaal. Maar ik heb een citaat uit de Nota van Beantwoording aangehaald. En daar staat, en dat lees je ook in de Omgevingsvisie, “Het doel is om natuur en stadsleven te verenigen en te integreren.” Dat snap ik. Maar dat doe je niet voor de hele Biesbosch, want je gaat geen stad in de Biesbosch brengen. En dat is kennelijk zo zwaarwegend voor het college, dat dat een naam van De Staart voor dat deel van de Biesbosch rechtvaardigt. Ik snap het eerlijk gezegd ook niet. Ik kan het in die zin ook niet uitleggen. De heer Schalken-den Hartog: Misschien moeten wij die vraag dan aan het college stellen. De voorzitter: Dat lijkt me een heel goed idee. De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb aan allebei de heren een vraag. Als eerste voor de heer Hinborch. Natura 2000-gebied, begrijp ik, daar kunnen wij volgens mij niks aan doen. Dat is op een hoger niveau vastgelegd. We hebben De Staart waar industrie en woningen staan. Hoe ziet u dat gebied ertussen, wat nu de Merwelanden is, wat wel recreatie is? Ziet u dat als onderdeel van De Staart dan of van de Biesbosch? En dan heb ik ook nog een vraag voor de heer Schreuder. U heeft het over het gebiedje achter de Stevensweg, om dat bijvoorbeeld te bebouwen. Hoe ziet u dat voor zich? Op wat voor manier? Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: De heer Schreuder eerst, of de heer Hinborch. De heer Hinborch: Het gaat de gemeente om de menging van functies. Natuur, recreatie met stedelijke functies. In mijn betoog heb ik gezegd, doe dat voor een niet al te groot gebied. En we hebben die gebieden eigenlijk al. Dat zijn de Merwelanden. Dat is straks het gebied van de Derde Merwedehaven. Dat zal uiteindelijk ook een recreatiefunctie krijgen, die dienstig is aan De Staart. En dan heb je daarmee al diverse vierkante kilometers vanaf De Staart tot aan de Helsluis, zal ik maar zeggen, waar die menging van stedelijk recreatief gebruik en ook natuur aanwezig is. We hebben daar nog een akkefietje met de Hel- en Zuilespolder, maar dat is een ander onderwerp. En verder hebben we dan nog het Biesboschcentrum, met de uitloop daarvan. En we hebben de golfbaan. En dat zijn allemaal die randgebieden waar die menging heel goed is. En ik denk zelf, als ik erover doordenk, dat je in De Staart zelf ook nog best wat extra groen aan zou kunnen brengen. Ik denk dat de opgave die de gemeente dan eigenlijk aan het hele gebied toekent, dat je die op een fantastische manier aan een veel kleiner gebied kan ophangen. En laat de Biesbosch met rust, nogmaals. De voorzitter: Dank u. En dan de tweede vraag aan de heer Schreuder. De heer Schreuder: In antwoord op uw vraag.

Zoals ik het zie, denk ik, dit is aan de rand van de stad, tegen het buitengebied aan, dat daar eigenlijk grondgebonden woningen met veel groen … Wat ik ook genoemd heb, ik denk dat daar die wijk of die percelen uitermate geschikt voor zijn. De voorzitter: De heer Stolk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/907/documents/41175