2.3 2025.01.21 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Tegelijkertijd lees ik ook in de RIB dat we daar inderdaad maar beperkt invloed op kunnen hebben. En tegelijkertijd dan toch de vraag, hoe is dat contact met huisartsen hier in de regio en in de stad? Hoe verloopt dat contact? Staan hun ook achter die visie om toch wel te sturen op en te verminderen van? Hoe wordt erop gereageerd en hoe is dat contact? Mevrouw Van Oostrom: Ik kan natuurlijk niet exact antwoord geven, want ik weet er wel wat vanaf, maar niet exact. Ik zal niet het volledige goede antwoord misschien geven. Maar we hebben echt wel goede contacten, proberen we te onderhouden met de huisartsen. Dat is wel lastig, want ook de huisartsen zijn natuurlijk praktijken. We hebben er best wel veel. Volgens mij dik vijftig. En die zijn ook in ... Er is DrechtDokters hier bijvoorbeeld. Dat is de koepel van de huisartsen. Daar hebben we wel degelijk contacten mee. Bestuurlijk wordt er ook over gesproken. Ook in het kader van de IZA bijvoorbeeld hebben we er afspraken mee. Daar zit ook die POH bijvoorbeeld in verweven nu. Die contacten zijn er, maar daar moeten we wel werk van maken. Dat is ook wel een speerpunt ambtelijk waarin we zeggen, we gaan voor 2025 nog meer inzetten om die samenwerking met die huisartsen. De voorzitter: Even tussendoor, wat is IZA? Mevrouw Van Oostrom: Het Integraal Zorg Akkoord. De voorzitter: Er zitten ook mensen aan tafel die dat niet per se weten.
Mijnheer De Heer. Is dat een vervolg ...
20
De heer De Heer: Het was een aanvullende opmerking op het antwoord wat ik kreeg. En dan laat ik hem los. De voorzitter: Ik wilde net zeggen, want ik had iemand anders beloofd De heer De Heer: En ik noemde dat vooral inderdaad ... En ik ben blij met het antwoord dat daar meer aandacht naartoe moet, omdat ik inderdaad van Dordrecht Sociaal ook hoor, we moeten die cultuurverandering. En dat wil je niet doen zonder dan de huisarts. Ik denk dat daar inderdaad terecht een hoop aandacht naartoe mag. De heer Riemens: Mag ik heel kort aanvullen? De voorzitter: Ja. De heer Riemens: We werken met de huisartsen eigenlijk op twee vlakken samen. Aan de ene kant gaat dat om Sociaal Recept. Dat gaat over patiënten die bij de huisarts komen, waar de huisarts eigenlijk constateert, hier is niet zozeer somatisch iets aan de hand, maar hier is veel meer sociaal iets aan de hand. Die samenwerking gaat heel goed. Wat ingewikkeld is voor huisartsen, op het moment dat het gaat om een jeugdhulpvraag, is dat zij in een consult eigenlijk een besluit moeten nemen over, ga ik doorverwijzen, ja of nee? Daar helpt die POH Jeugd bij. Maar die hebben ze niet allemaal.
De weg voorwaarts, zou ik bijna willen zeggen, en dat is voor ons ook echt een vraagstuk is, hoe zorgen we ervoor dat eigenlijk het Sociaal Wijkteam een hele logische verwijspartner wordt voor huisartsen? Zodat het niet is, ik doe niks of ik verwijs naar de specialistische zorg. De voorzitter: Ik had eerst mijnheer Gorter nog. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Even richting de ambtelijke ondersteuning. Ik ga ook wel mee met het beperken van het aantal zorgaanbieders en dat dat uiteindelijk een financieel voordeel gaat opleveren. Hoe heeft dat op dit moment dan zo uit de hand kunnen lopen? Want als ik begrijp, zijn er heel veel hele kleine aanbieders. Ik ben ook wel benieuwd hoeveel dat er zijn. En is er niet sprake van een bepaald keurmerk of certificering waaraan je minimaal moet voldoen om überhaupt in aanmerking te kunnen komen voor een overeenkomst? Ik denk maar een spuiterij. Niet elke autosloop of autospuiter mag aan een verzekeraar leveren. Hoe zit dat in deze branche? Kan iedereen zomaar, zonder enige vorm van certificering, hulp aanbieden? De voorzitter: Daar gaat mevrouw Stevens een aanvullende vraag eerst op stellen. Mevrouw Stevens: Dank u wel. Mijn aanvullende vraag is ook, dat heb ik ook in de Stap gelezen, over die fraude. En dat gaat natuurlijk met name over de aanbieders.
Mijn vraag is ook, in hoeverre wordt dan daar rekening mee gehouden, aanvullend op die vraag? De voorzitter: Ik vind hem bijna geschikt voor de wethouder. Maar ik vind hem schuren richting politiek. Dat bedoel ik meer eigenlijk. De heer Gorter: Voorzitter, dat doet u goed.
21
De voorzitter: U mag hem technisch beantwoorden, mevrouw Van Oostrom. Mevrouw Van Oostrom: Ik zal hem even ... En daarna geef ik het woord aan Annebeth, want Annebeth is ook contractmanager geweest bij de SOJ. In onze verordening staan de kwaliteitseisen waaraan jeugdhulpaanbieders moeten voldoen. Zoals SKJ geregistreerd en dat soort zaken. Dat staat daarin verwerkt. Niet zomaar iedereen kan jeugdhulpaanbieder worden. In 2022 hebben we best wel wat jeugdhulpaanbieders erbij gekregen, omdat toen het woonplaatsbeginsel veranderde. Daardoor werden wij als gemeente verantwoordelijk voor kinderen die elders in het land woonden, maar wel toch ooit in Dordrecht woonden en andersom. We hebben toen een uitruil ... Daarmee kregen we ook best wel wat jeugdhulpaanbieders erbij. Jij kunt denk ik nog verder aanvullen. Ik denk ook gewoon maatschappelijk, die eenpitters die ontstaan. En dat is iets wat gewoon maatschappelijk ... Er is dan toch aanbod. Vraag maakt aanbod. De heer Gorter: Voorzitter, geef ons eens een beeld, hoeveel aantallen ... Waar praten we nu over? Want ik heb geen idee. Hoeveel aanbieders zijn er? Mevrouw Tricht: Bedoelt u gecontracteerde aanbieders? De heer Gorter: Waar de gemeente zaken mee doet. Mevrouw Tricht: Ongeveer 120 over alle segmenten heen. De voorzitter: De wethouder gaat dit technisch doen. Let op. De heer Van der Linden: Zeker.
De fraudevraag is natuurlijk steeds relevanter aan het worden. Hij is sowieso relevant, want maatschappelijk geld moet terechtkomen op de plekken waar het hoort. En als dat niet zo is, dan moet je er tegen optreden. Alleen al vanwege het feit dat we zoveel vraag hebben naar hulp en dat we steeds met een arbeidsmarkttekort zitten en met een financiële uitdaging wordt het nog relevanter. En daar slagen we ook steeds beter in. De technische beantwoording is, we halen steeds meer geld terug daar waar het hoort. De voorzitter: Kijk, dat klinkt altijd goed. Mevrouw Van Oostrom: En als ik aan mag vullen? We zien ook in andere gemeenten ... We kijken natuurlijk ook ... Soms is het gewoon goed jatten ook belangrijk. Klinkt een beetje gek. Precies. We zien bij de gemeente Breda ... Die hebben dat ook ingezet. En die halen echt forse bedragen terug. Er is echt wat te behalen. De voorzitter: Volgens mij wilde mijnheer Blenman wat zeggen, toch? En dan kom ik daarna bij u. De heer Blenman: Ik ben benieuwd hoe de kwaliteit van de zorg hieronder gaat lijden of gaat verbeteren. Met name met hoe de huidige status, althans de verhalen die ik zelf hoor en zelf heb meegemaakt, binnen de jeugdhulp ... Want daar wordt bijvoorbeeld heel veel van de kast naar de muur gestuurd. Dat zorgt er ook weer voor dat er heel veel kosten zijn en dat er heel veel bezetting komt binnen de jeugdzorg.
Want dan word je van de ene specialist naar de andere specialist gestuurd.
22
Dan zijn ze bezig met je, maar dan krijg je alsnog niet de juiste hulp. Ik ben benieuwd hoe het verminderen van de zorgaanbieders, de verandering naar de toegangspoorten ervoor gaat zorgen dat je alsnog de juiste zorg krijgt, terwijl er eigenlijk een indicatie is. Als ik naar zulke verhalen luister, dat er eigenlijk niet de juiste zorg wordt verleend. En dan is, met name met de vraag van mevrouw Kruger, waar hebben we het over? Wordt er wel gekeken naar de juiste zorgvraag bij de jeugd die dat nodig heeft? En worden ze wel naar de juiste plekken gestuurd, als het gaat om kwaliteit, als het gaat om ... Mevrouw Van Oostrom: Als ik daar even op mag ... De voorzitter: Mevrouw Van Oostrom. Mevrouw Van Oostrom: Kwaliteit staat voorop. En ik vraag me af inderdaad, op het moment dat we minder jeugdhulpaanbieders hebben, en dat zijn grotere spelers, dat ze juist, zou je zeggen, meer kwaliteit zouden moeten kunnen bieden. De voorzitter: Even. Mevrouw Rietstap, u had het woord niet gekregen. Mevrouw Van Oostrom heeft even de vraag. Mevrouw Van Oostrom: En daar komt bij dat we ... We werken op dit moment met segmenten. We zijn bij de nieuwe inkoop ook bezig met segment 1 en 5, om dit te combineren en juist daar dat een aantal strategische partners onvoorwaardelijke hulp moeten kunnen bieden. Inderdaad waar we nu soms ... Wij spreken dan van een carrousel.
Inderdaad sommige jongeren zitten echt in een carrousel. Dan worden ze van het een na het andere ... Dat is echt heel schrijnend. En dat moet je niet willen. Daar moeten we van leren, om juist te voorkomen dat bij de jongere kinderen, dat we dat niet meer gaan doen. En daarin zijn we in de inkoop aan het kijken, hoe kunnen we met een aantal partners juist die samenwerking, dat strategisch partnerschap zo invullen dat zij zeggen, wij staan voor die club jongeren onvoorwaardelijk. Iemand van ons biedt die hulp. En ambulant voegen we er dingen in samen. Maar die jongere zal nooit alleen komen te staan. Daar gaan wij onvoorwaardelijk voor. En dat is wel het doel waar we nou naar streven in vooral die duurdere segmenten. De voorzitter: Eerst mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Ik had nog even een vraag. Ik kom toch nog even terug op die zorgaanbieders. U zegt, er zijn heel veel eenpitters. Waarop worden de nieuwe zorgaanbieders afgewezen bij de gemeente? Dat ze geen contact hebben met de gemeente. Mevrouw Tricht: Er zijn een aantal momenten waarop er eigenlijk ingekocht wordt. Dat was dan in 2022 en dadelijk in 2026 een nieuw moment. Waarbij we de afgelopen jaren in segment 2, dat is het wonen segment ... We zien dat er te weinig pleeggezinnen zijn en te weinig gezinshuizen. Dat is het segment wat altijd is opengebleven.
En voor de andere segmenten, eigenlijk na het inkoopmoment worden die gesloten. Je kan daarin dan niet opnieuw toetreden, tenzij er een dusdanig aanbod is waarvan we zeggen, dat hebben we nog niet. En dat moet dan aan bepaalde vereisten voldoen.
23
En dan kunnen we dat alsnog toevoegen in het inkoopstuk. En ook bij de eenpitters moet u vooral denken bijvoorbeeld aan losstaande gezinshuizen, die dan ook meetellen als een aanbieder. De voorzitter: Maar pgb even ... Ik mag helemaal geen vraag stellen eigenlijk. Eerst mijnheer Van den Berg dan mevrouw Balorian. De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Ik had ook even een vraag met betrekking inderdaad tot het terugbrengen van de aanbieders. Natuurlijk onvoorwaardelijkheid werd net benoemd. Continuïteit is denk ik zeer belangrijk voor jongeren met een hulpvraag. Hoe voorkomen we dat daar dan straks weer problemen eigenlijk ontstaan, doordat we die aanbieders niet meer contracteren? Mevrouw Tricht: Wat er nu eigenlijk gebeurt in dat segment, is dat er vaak sprake is van contra-indicaties. Bijvoorbeeld, een ggz-aanbieder die zegt, dit kind heeft een te laag IQ. Ik kan jou niet opnemen. En vanwege je lage IQ, maar je gebruikt, kan het weer niet bij een LVB-aanbieder. Door de aanbieders gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor de problematiek van de jeugdige, is het zo dat die contra-indicaties dan zullen verminderen. Althans, dat is ons uitgangspunt. En we de aanbieders die zich gaan inschrijven op dat segment gezamenlijk verantwoordelijk stellen voor de taak om de jeugdige op te nemen. Daar waar ze eigenlijk nu kunnen duiken, zal dat dadelijk niet meer kunnen.
De voorzitter: Ik zie geknik, dat is positief, bij mijnheer Van den Berg. Mevrouw Balorian. Mevrouw Balorian: Ik heb een vraag over knop 1 eigenlijk. Hoe verminderen we de vraag naar jeugdhulp? En ook ik zit hier een beetje als leek. Ik ben voornamelijk benieuwd naar, wat zetten we in ter preventie? Wat voor instrumenten worden bijvoorbeeld gebruikt? Worden instrumenten zoals sport gebruikt om de vraag te verminderen? Dat eigenlijk. Mevrouw Van Oostrom: Dat is echt enorm breed wat we hier in Dordrecht allemaal doen. Het jongerenwerk is bijvoorbeeld een partij, onderdeel van Dordrecht Sociaal. We hebben op sportgebied ook allerlei life goals, interventies die eigenlijk bedoeld zijn om gewoon heel preventief met jongeren aan de slag te gaan om te voorkomen ... Op het onderwijs wordt natuurlijk ook ingezet, ook met mentale problematiek. We hebben bij de GGD Gezonde School ambassadeurs, die natuurlijk proberen om op scholen voorlichting te geven aan kinderen, maar ook aan ouders en aan onderwijzers en docenten. Je kunt het zo gek niet bedenken. En er is echt wel heel veel. De voorzitter: Als laatste, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik sla het graag weer plat. Ik hoor heel veel bv'tjes die slecht of nauwelijks met elkaar samenwerken.
Wordt het niet eens tijd dat daar een leiding op komt? Iemand die, dan ga ik een beetje op de stoel van die mijnheer zitten, ervoor zorgt dat die partijen wel echt met elkaar gaan praten. En ook ervoor zorgen dat uiteindelijk die hulp op de juiste plek terechtkomt, op de juiste manier, voor het minste geld en zo snel mogelijk. Misschien tijd voor een koepel? Maakt
24
niet uit hoe je het noemt, maar ik heb het gevoel dat het allemaal partijtjes zijn die naast elkaar werken. Daar moet je wat mee doen. De voorzitter: Daar gaat de wethouder nou nog een antwoord op geven. En dan ga ik afronden. De heer Van der Linden: Ik snap de vraag en ik snap ook wel een beetje, niet de frustratie zo zeer, maar wel het gevoel wat erachter zit. We hebben het over de zorgmarkt. We hebben het over cliënten. Dat zijn allemaal foute woorden in dit verband. Dat is totaal niet aan de orde. Dat zijn een waanzinnig slecht soort woorden wat je gebruikt. Waanzin. Maar goed, het staat wel in de wet. Maar dat hebben we kennelijk georganiseerd in dit land zo met elkaar. Uiteindelijk gaat het over een morele vraag. En de morele vraag is 1, is het normaal dat 1 op 7 kinderen in een maatschappij jeugdzorg krijgt of is je maatschappij dan moreel ... De Amsterdamse wethouder gebruikt het woord failliet. Is je maatschappij dan moreel failliet? Prima vraag. De voorzitter: We zaten hier niet voor de mening. De heer Van der Linden: Zo is het. Het is een mening van een Amsterdamse wethouder. De tweede vraag. De heer Gorter: Wethouder, ik voel dat de die Dordtse wethouder dat een beetje deelt, maar dat is een constatering. De heer Van der Linden: Dat is een constatering.
De heer Gorter: Hoe gaan we er in Dordrecht voor zorgen dat we van die 1 op 7 naar bijvoorbeeld 1 op 10 gaan? De heer Van der Linden: Ik ga even een illusie nu alvast weer terugduwen. Ik heb niet de illusie dat wij van al die moeilijke staatjes ... Die 69 kinderen die een ton of meer kosten, daar kun je, eventjes zo hoor, geen geld halen. Ik heb ze niet allemaal in mijn hoofd, maar meestal zijn het mensen die hun leven lang echt veel zorg nodig hebben. Die allergoedkoopste werken weer zo. De goedkoopste kinderen, het helpt heel erg als je even een SoVa-training kan krijgen of even een beetje extra aandacht. Die middengroep zit natuurlijk ook cowboygedrag bij. Ik heb een leuk dingetje verzonnen. Daar ga ik lekker veel geld mee verdienen door vragen op te halen. Soms terecht, vaak niet. Maar wat ik eigenlijk zou willen, is dat we niet denken, mijn kind heeft een vlekje, het gaat even niet zo goed. Wat is er mis? Hup jeugdhulp. Maar dat we daar voorafgaand al twintig andere vragen hebben gesteld. Want je gaat natuurlijk ook naar voetbal misschien, of weet je wat, ga eens meer buitenspelen. Leg het scherm eens weg. Ga eens opvoeden, ook een hele goede. Of zorg ervoor dat je in ieder geval niet jouw problemen als ouder afwentelt op een kind. Dat zijn er nog maar 5. En er zijn er nog wel 20. En dan komt misschien Dordt Sociaal in beeld.
Die gaat ook nog een stuk of 10 vragen stellen. En ik zou het mooi vinden als helemaal aan het eind ook nog de gedachte is, we hebben nu alles bekeken, misschien is jeugdhulp iets. Dat zou mooi zijn. En dan ben ik ervan overtuigd, als je meer als samenleving gaat functioneren, meer als mens gaat
25
functioneren, enzovoorts, dat de vraag naar jeugdhulp echt niet opdroogt. Die zal er zijn. Die blijft, maar niet meer 1 op 7, want dat kunnen we en willen we ook niet meer betalen. Nog een anekdote en dan stop ik. Ik heb een keer aan tafel gezeten ... De heer Gorter: Ik wilde even reageren, voordat je met die anekdote begon. De heer Van der Linden: Vorig jaar met een jeugdzorgaanbieder. En die zei, hoor eens, mijnheer de wethouder, tot twee jaar terug zou ik hebben gezegd, problemen, stuur meer geld, veel geld graag. Nu zou ik zeggen, hier heb je het weer terug. Ik heb geen mensen meer. En dan wordt hij interessant. Want dan heb je tien mensen op een wachtlijst, die heb je, en dan kun je er maar acht helpen. Welke acht ga je dan helpen en tegen welke twee zeg je nee, natuurlijk gaan we jou niet helpen met jeugdzorg, er zijn nog heel veel andere dingen. Dan wordt hij interessant. De voorzitter: Stop. De heer Van der Linden: Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Stop. Dames en heren, volgens mij was dit een mooie afronding en een mooie noodkreet van de wethouder. Maar wij hebben een raadsinformatiebrief hier vanavond liggen. Aan de hand daarvan is die presentatie gedaan en hebben we geprobeerd het gesprek te voeren. We hadden best wat tijd, maar dat is toch vrij ingewikkeld om iedereen een klein beetje aan het woord te kunnen laten.
En als wij als raad een klein beetje willen sturen op die knoppen, wij willen daar wat mee of we hebben daar ideeën over en dat soort dingen, dan is het best wel teleurstellend om te lezen dat we in het eerste kwartaal een verordening krijgen die we dan wel of niet moeten goedkeuren. Mijn vraag is eigenlijk, is er misschien behoefte aan een soort tussenstap, wat we vanavond hebben gehoord, dat we dat kunnen laten zakken, dat we eventueel nog wat vragen kunnen stellen en dat we nog een extra avond inplannen? Ik bedoel, het is mijn idee. Het moet eigenlijk uit de commissie komen. Maar dat het een extra avond is, waarin we toch nog even het idee hebben dat we wel daadwerkelijk iets met die knoppen concreet kunnen meegeven. Want ik heb niet het idee dat we dat vanavond hebben gedaan. De heer Gorter: Voorzitter, chapeau. De heer Boogaard: Maar dat is dan een soort consultatiesessie, als opmaat naar de verordening? De voorzitter: Als de griffie het zo wil noemen, we zijn tegenwoordig super bureaucratisch aan het worden, dan vind ik het allemaal prima. Consultatie als tussenoplossing naar de verordening. Ik wilde net zeggen, zullen we de mogelijkheid ook bieden om dat dan even te inventariseren van de week? Dat we daar allemaal eventjes op terug kunnen komen richting de griffie. Mevrouw Kruger.
Mevrouw Kruger: En dan zeker ook wat net mevrouw Stevens, mevrouw Inge, de buurvrouw zei, ook wat meer met criteria. Zodat we ook allemaal eens weten waar we het over hebben. En dat we eens een beetje dezelfde dingen denken, in plaats van de
26
ene verstaat dit eronder, de ander dat, zo. Ik weet het ook niet helemaal goed, maar ik weet het wel. De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Korte aanvulling. Wat mij betreft mag het dan ook echt een scherpe consultatie zijn, zodat we echt tot de kern komen. De voorzitter: Kunnen we het hiermee afronden? Mijnheer Blenman. De heer Blenman: Het verzoek tot informatie van waar de grootste groei is, dat vind ik wel interessant. Meer data daarover, dat lijkt me wel mooi. De voorzitter: Nou doet hij het ineens niet. Is ook nog mooi. Mevrouw Rietstap dan als allerlaatste. Mevrouw Rietstap: De laatste vraag is eigenlijk, omdat ik een ander beeld heb over dat we niks aan de kosten van die 69 jongeren kunnen doen, hoe de wethouder zo precies weet dat we daar niks aan kunnen doen? De voorzitter: Die nemen we mee. Maar daar gaan we op dit moment niet verder op in, want we sluiten nu af. Daar komen we op terug. Fijne avond allemaal. 4. Kennis nemen van het Vervolg plan van aanpak Kromhout-Kasperspad – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Struijk raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter voor Dordt) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Klerk (CDA) Mevr.
Kruger (GroenLinks) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder M. Merx
27
Overige aanwezigen: mevr. Karsten, dhr. Noordam, dhr. Van Diejen, mevr. De Groot, mevr. De Jong, mevr. Schreutelkamp De voorzitter: Wij zijn hier bijeen om te spreken over het raadsvoorstel Vervolg plan van aanpak Kromhout-Kasperspad. Ik heet hartelijk welkom, zoals gebruikelijk de raads- en commissieleden, wethouder Merx, die zit achterin namens het college, we hebben twee insprekers, die zitten hier en die gaan zichzelf zo meteen voorstellen. Dan weet u gelijk wie is. We hebben ook wat mensen van de ambtelijke ondersteuning, maar dat lijkt me beter dat ik die straks ook zichzelf eventjes laten voorstellen. En dan denk ik dat ik ongeveer de meesten gehad heb. Dan heet ik uiteraard ook welkom de belangstellenden hier fysiek aanwezig of thuis. En zoals gebruikelijk bij ons doen we even een voorstelrondje. En ik ga aan de linkerkant beginnen, bij de gasten. Dat is jammer. Als u even de microfoon aan wil zetten, één voor één uw naam wil noemen en dan de microfoon weer uit, want anders gaat het allemaal rondzingen. Mevrouw Karsten: Mirjam Karsten. De heer Noordam: Joost Noordam. Mevrouw M. de Groot: Megan de Groot, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht.
Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Van der Net: John van der Net, voor de Dordtse VVD. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier.
28
De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk. En ik ben vanavond voorzitter. Korte toelichting, de reden van deze vergadering. Het college heeft de afgelopen vier jaar uitvoering gegeven aan het plan van aanpak Leefbaarheid Kromhout-Kasperspad. Die aanpak is geëvalueerd. En het college doet voorstellen voor het vervolg. Vanavond is daarom een beeldvormende bespreking gepland van het raadsvoorstel over dat vervolg, waarbij onderzoeksbureau Het Onderzoekshuis een technische toelichting, middels een presentatie, geeft. Dat gaat u straks krijgen. Het Actiecomité Kromhout-Kasperspad en de beheergroep hebben een brief gestuurd, met het verzoek om deze te betrekken bij het dossier. En die brieven heeft u kunnen lezen, want die zitten er inderdaad bij. Verder kunt u bij deze bespreking ook betrekken de beantwoording door het college van de artikel 40-vragen die de VVD over de overlast Kromhout-Kasperspad heeft gesteld. Ook die beantwoording vindt u toegevoegd. Misschien ten overvloede eventjes, om straks ook de bespreking een beetje te stroomlijnen, we gaan het eigenlijk niet hebben over bijvoorbeeld een gebruikersruimte. En ik zag gisteren ook nog een mail voorbijkomen, even kijken hoor, op verzoek van de buurtbewoners. En die hebben het dan over differentiatie van opvanglocaties.
Sommigen hebben het misschien gelezen, sommigen nog niet, maar daar gaan we het nu gewoon nog eventjes niet over hebben. Mevrouw Kruger, bent u ook gerustgesteld, want daar was u bang voor, denk ik of niet? Jammer dan. Bent u aan het verkeerde adres vanavond. Ik ga het woord geven aan de insprekers. Wilt u beginnen? Mevrouw Karsten: Dat is prima. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Karsten. En ik geef u vijf minuten precies. En ik ben streng. Succes. Mevrouw Karsten: Ik heb geoefend thuis. Geachte aanwezigen, ik ben Mirjam Karsten. En ik spreek hier namens de bewoners die deelnemen in de beheergroep KasperspadKromhout en die betrokken zijn geweest bij de verschillende fases van het plan van aanpak. Bij de start in 2021 van het Bewonersplatform De Buurtplu hebben we elkaar de vraag gesteld wat het wonen in ons vierkant Kromhout-Kasperspad en alle dwarswegen fijn maakt? Dat was een hele fijne en mooie opsomming. Het ligt centraal, het ligt vlak bij het park, het centrum, bij cultuur, scholen en station, mensen groeten je op straat en nog veel meer. Het zijn de redenen waardoor al generaties buurtbewoners actief zijn op verschillende manieren in deze buurt. Ook ik woon al ruim twintig jaar in het Kasperspad. Steeds heb ik andere bewoners gezien die zich actief inzetten om met elkaar het goed te hebben in de buurt.
Halloweentochten, spelletjesmiddagen in de speeltuin en ook met het aankaarten van de zaken die niet goed lopen in de wijk bij gemeente, woningbouwcorporatie en de organisaties Yulius en het Leger des Heils. Een jaar of wat geleden ben ik ingestapt in de beheergroep. Een overleg gestart op initiatief van bewoners, met een afvaardiging van gemeente, wijkorganisaties en bewoners natuurlijk. Op deze manier met elkaar in gesprek over de thema's in de wijk en met elkaar in onderlinge samenwerking te kijken wat er verbeterd kan worden. Het vormen van de beheergroep is daarmee een doorontwikkeling op wat andere bewoners voor ons al deden. En aandacht voor die samenwerking is heel hard nodig. In twee recent door ons en het Leger des Heils georganiseerde dialoogsessies over samenwonen in de wijk waren bewoners aanwezig die nog maar net, minder dan een jaar, maar ook al heel lang woonden in het gebied, denk aan veertig jaar. Hierdoor
29
ervaren we met elkaar hoe al generaties lang er gezocht wordt naar een goede samenwerking met de wijkorganisaties en met de gemeente. Er wordt verzucht, omdat het lijkt alsof hetzelfde gesprek steeds opnieuw gevoerd lijkt te moeten worden. Het maakt moe en ontevreden. We snappen heel goed dat een paar jaar geleden het Actiecomité met gestrekt been erin is gegaan. Stop ermee om in deze buurt zonder overleg, inspraak en onze instemming grote plannen met veel consequenties zomaar te starten. In onze brief, die u ook heeft gekregen, illustreren we met voorbeelden hoe weinig duurzaam het is als de samenwerking blijft bestaan uit een top-down beweging, waardoor bewoners steeds moeten knokken om baas over eigen wijk te blijven. Het is zuur dat terugblikkend over het plan van aanpak gezegd wordt dat het onder hoge druk tot stand is gekomen en we ook als bewoners het gevoel hebben dat een enorme bak met geld verdampt lijkt te zijn in deze stoomketel. Wat zou er gebeurd zijn als wij als constante factor in de buurt anders aan tafel hadden kunnen zitten? Want hoe zijn wij verder gegaan afgelopen jaren? Ik geef een paar voorbeelden. Het is ons gelukt om afgelopen jaar De Buurtplu groepsapp te laten groeien van zeven personen naar nu bijna zeventig buurtbewoners. Als bewoners informeren we elkaar, delen leuke en minder leuke zaken en stellen kleine en grote vragen.
Het is gelukt om twee keer al met elkaar een goed bezochte buurtmaaltijd te organiseren in de Vlindertuin. Het is gelukt dat een groot aantal bewoners met hulp van de Verbindingskamer een superleuke en gezellige buurtbarbecue heeft georganiseerd in de speeltuin. We prikken alweer twee jaar elke vrijdagochtend met een wisselende groep van bewoners, aangevuld met tijdelijke bewoners en werkers van het Leger des Heils, de buurt schoon. En in de Vlindertuin kijken we naar een goede, stevige muur, die met plan van aanpak gelden is neergezet, die flink wat jaren mee kan. Niet helemaal zoals ze dat wilden als bewoners, want die hardnekkige bureaucratie. En groeien wij als bewoners in hoe wij willen zijn in de buurt. De buurt is van ons. Wij wonen er. Het is de hoogste tijd dat we als partner gezien gaan worden, als het gaat om zaken die invloed hebben op ons wonen en leven in de wijk. We willen niet meer meedoen aan schijnparticipatie. We willen samenwerken en samen sturen op een volwassen manier. We hebben afgelopen jaren laten zien dat er ontzettend veel denk- en doekracht in ons vierkant zit en zien dat steeds meer buurtbewoners aanhaken met verschillende achtergronden en talenten. Maar dan nu terug naar het raadsvoorstel. Als het gaat om de keus om wel of niet te verlengen, willen we nadrukkelijk zeggen dat we het wenselijk vinden om te verlengen.
Er zijn veel situaties opgepakt afgelopen jaren, maar nog niet met een blijvend effect. Wij zouden ook graag zien dat in de verlengde periode het voorwaarde is dat bewoners anders positie krijgen aan tafel. Meebepalen hoe resterend geld wordt besteed, met het oog op blijvend effect. Wij willen jullie ook vragen om hier voorwaarden voor te bepalen, zodat dit mogelijk wordt. Zodat op die manier het ook een plan van ons kan worden. Dank. De voorzitter: Dank u wel. En het oefenen, mevrouw Karsten, heeft geholpen. Keurig op tijd. Mijnheer Noordam, en het zou heel mooi zijn als u vooral aanvullende opmerkingen ook nog heeft. Ik ben heel benieuwd. Nee hoor, maar twee keer hetzelfde dat .. De heer Noordam: Geachte commissie, ik ben Joost Noordam en spreek in als een buurtbewoner die deelneemt ook in de beheergroep. Vanavond staat het onderwerp, het plan van aanpak en de evaluatie van Kromhout-Kasperspad op de agenda. Wij hebben natuurlijk, net als deze commissie, het plan van aanpak en de evaluatie uitvoerig bestudeerd. En natuurlijk heeft deze commissie, net als wij, gezien dat de eindconclusie
30
van de evaluatie behoorlijk afwijkt van wat er in het rapport zelf staat. In onze schriftelijke reactie hebben we al aangegeven wat de verschillen zijn. Die ga ik nu ook niet herhalen. Dat was het verzoek ook. Wel moeten we opmerken dat het plan van aanpak afliep afgelopen december. Nu zijn we halverwege januari, voordat er gesproken wordt over een verlenging van een half jaar. Deze verlenging hebben we zelf als bewoners voorgesteld. Daarnaast, we hebben ook een Omgevingsvisie Centrum en 19eeeuwse Schil. Een punt uit die visie ga ik wel benoemen. En die visie legt de nadruk op een aantrekkelijke, veilige en leefbare binnenstad en 19e-eeuwse Schil. Overlast en vervuiling mogen de leefbaarheid niet aantasten, ook niet in drukke stedelijke gebieden, zoals het Kromhout. De komende jaren wordt er voorzien dat er een flinke toename zal zijn van mensen die dakloos worden. Dit zal nog veel meer druk gaan geven op onze wijk. Daarnaast zien we ook een toename van het aantal vage panden in onze buurt. Er is veel illegale bewoning en daarbij behorende overlast, zoals vuildumpingen op straat. Drugsdealers en drugsgebruikers zijn inmiddels een normaal fenomeen geworden in onze wijk. We vinden het verschrikkelijk dat de speeltuin niet een veilige omgeving kan zijn voor kinderen, door dit gebeuren. Ook zijn er regelmatig gewelddadige conflicten in de wijk, confrontaties.
De handhaving en politie zijn al overbelast. En hier zal nog meer druk op komen. Wij denken dat meer inzet van handhaving en politie uiteindelijk niks gaat oplossen. Verder is er ook een meldingsmoeheid bij de bewoners. Er wordt continu tegen bewoners gezegd dat je moet melden. Maar als je dan als voorbeeld een melding doet over een verward persoon en je krijgt dan na twee dagen een melding terug dat die persoon niet aangetroffen is, dat werkt niet motiverend om weer te melden. En dan krijgen we weer te horen dat de overlast in de wijk blijkbaar wel meevalt als je naar het aantal meldingen kijkt. Afgelopen vier jaar is er een bedrag van een miljoen euro uitgegeven aan het plan van aanpak. Als je nu kijkt wat er bereikt is met dat geld, dan word je er wel droevig van. Er is veel inzet geweest van onze speciale wijkregisseur, Steven Wierckx. En daar zijn we wel dankbaar voor geweest. Want we denken, als hij er niet geweest was, dat de buurt nog veel verder achteruitgegaan was. Nu zijn we, denken we, ongeveer gelijk gebleven. Alle inzet die er geweest is, is van korte duur termijn geweest. We hebben borden in de wijk gekregen met een samenscholingsverbod. Ook zijn er borden geplaatst met alcoholverbod. Dat is met de beste bedoelingen geweest, maar als wijk zitten we niet te wachten op deze borden.
We willen een wijk worden, zoals elke andere wijk in Dordrecht, waar het fijn wonen is, met veel groen en mooie contacten met bewoners. Wat willen wij wel als bewoners? Oplossingen gebaseerd op lange termijn. Dat het OCD-onderzoek nog enkele jaren voortgezet wordt. Dat er volop ingezet wordt op vage panden. Aanpak drugsgebruik en drugshandel. En dat wij als buurtbewoners niet alleen gehoord worden, maar ook daadwerkelijk betrokken worden. En dat de gemeente daadkracht toont en doet wat ze beloven. En ook dat alle visies die er al zijn geen visioenen moeten blijken te zijn. En dat wij als bewoners meebeslissen over de gelden die nu nog beschikbaar zijn voor onze wijk. Ik wil u bedanken voor het aanhoren en hoop dat de gemeente aan de slag gaat met onze wensen. De voorzitter: Mijnheer Noordam, hartelijk dank voor uw inspraakbijdrage. En ook u keurig binnen de tijd. En ik zie dat de eerste al popelt om vragen te stellen. En die krijgt zo meteen ook het woord. Ik vind het fijn als degenen die vragen hebben zo meteen ook eventjes duidelijk aangeven aan wie ze de vraag hebben. Dat maakt het wat makkelijk.
31
En dan even aan de insprekers, als u een vraag gaat beantwoorden, dan drukt even op het knopje. En als u klaar bent met het antwoord weer eventjes uit doen, anders dan krijgen we hier een galm. Mijnheer Van der Net, u heeft een vraag en misschien wel twee. De heer Van der Net: In ieder geval, ik probeer altijd een samenvatting te zoeken in beide verhalen. En wat ik hoor, is in ieder geval het belangrijkste ervan dat jullie denken dat het plan van aanpak moet worden doorgezet, maar dat jullie meer betrokken worden uiteindelijk ook bij wat er gebeurt in de buurt om dat te bestrijden natuurlijk wat daar speelt. Dat weet ik heel goed. Is dat een goede samenvatting van de belangrijkste punten? De heer Noordam: Dat is zeker een goede samenvatting. We willen ook graag, als er iets bedacht wordt, dat we ook mee kunnen denken met wat er bedacht moet gaan worden voor de wijk. En niet dat er al iets bedacht is, dat we dan mee aan tafel kunnen schuiven om dat tot misschien een eindoplossing te brengen. We willen vooraf gekend en gehoord worden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Net, voldoende? Mevrouw Kruger, u heeft een vraag voor? Mevrouw Kruger: Degene die het antwoord weet. De voorzitter: Dan mogen ze dat zelf uitvechten. Mevrouw Kruger: Het gaat mij er even ... Want de heer Van der Net vroeg net over ... Nou ben ik het kwijt.
De inspraak en dat u zegt ook, ik wil van tevoren ... We willen tegelijk aanschuiven, niet achteraf ja of nee kunnen zeggen of nog een beetje een zienswijze kunnen geven. Maar heeft u het idee dat de gemeente duidelijk heeft welke problemen er spelen? U heeft net een aantal dingen genoemd, maar is dat naar uw idee duidelijk dat daaraan gewerkt wordt? De voorzitter: Mevrouw Karsten.
Mevrouw Karsten: Ik denk dat er wel goed zicht is op welke problemen er spelen. Maar ik denk dat de gemeente niet goed doordrongen is nog van hoe dat is vanuit het perspectief van bewoners. En dat maakt ook dat het woord betrokken, hadden we het even over ... Ik denk dat wij eigenlijk gewoon partner willen zijn. Met elkaar naar die wijk kijken en samen sturend op wat er nodig is. En niet alleen betrokken worden als de gemeente denkt, laten we die bewoners eens vragen hoe zij daarover nadenken? Mevrouw Kruger: Mag ik nog kort even iets vragen? De voorzitter: En korte vervolgvraag. Mevrouw Kruger: U voelt zich eigenlijk, als ik het goed begrijp, niet gehoord en niet gezien, terwijl u heeft het idee, de problemen worden wel gezien of in ieder geval de
32
illegale panden, dat zal men weten. Maar als bewoner, u voelt zich niet gehoord en niet gezien? Mevrouw Karsten: Ik denk dat het voor een gemeente moeilijk is om in te leven hoe het is als bewoner. En als je dan een bewoner niet constant aan tafel hebt, en in welke vorm, daar moet je met elkaar het over hebben, dan krijg je dat een gemeente gaat nadenken voor een bewoner. Ik denk dat iedereen, zoals jullie hier zitten, dat kent in je eigen woonsituatie. Wij kennen het in ieder geval heel erg goed. En daarom is het ook dat wij gewoon aan tafel willen zitten. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende, mevrouw Kruger? Dan ga ik naar mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, een vraag aan de heer Noordam. Ik denk dat ik hem hoorde zeggen dat hij zelf niet heel veel verbetering heeft gezien, of in het meest gunstige geval dat het gelijk is gebleven. Tegelijkertijd denk ik vanuit het rapport te zien dat er een verbetering is in de cijfers, ook deels gebaseerd op het OCD-onderzoek, waar mijnheer Noordam wel van zegt, laten we dat doorzetten. Ik zoek even naar waar dan de toegevoegde waarde voor hem zit in het doorzetten van dat OCD-onderzoek. Want hoe schatten we dat dan vervolgens op waarde? De heer Noordam: Doorzetten? Ik bedoel misschien niet het OCD-onderzoek, maar het plan van aanpak nog met een half jaar. Maar dat willen we bewust, dat het doorgezet wordt.
Want als wij niet achter de voortzetting plan van aanpak staan, dan gaan we terug naar de normale manier zoals elke wijk in Dordrecht in de reguliere gang. En dan hebben we helemaal niks meer te vertellen. De voorzitter: Minder te vertellen. De vervolgvraag, mijnheer De Heer? De heer De Heer: Dat is even om te dubbelchecken. Het niet per se uw verzoek, laten we dat OCD-onderzoek de komende jaren doorzetten, of wel? De voorzitter: Mevrouw Karsten. Mevrouw Karsten: Dat is wel ons verzoek ook. We hebben ook bewust als bewoners ... Samen weten we allebei wat we zeggen. We hebben samen als bewoners van de beheergroep invloed geprobeerd te hebben op de type vragen van het OCD-onderzoek, omdat we daar steeds beter van zagen dat het niet de informatie ophaalde die je wilde hebben. Ook dat bijvoorbeeld per huishouden maar één iemand vragen mag beantwoorden, terwijl, ik noem maar wat, mijn buurman heeft twee volwassen dochters en die maken hele andere dingen mee dan de buurman. En dat soort type informatie moet ook meegenomen worden. En dan krijg je veel beter een echt breed beeld. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Gorter en mevrouw Striebeck, ik heb u ook gezien. U bent de volgende. De heer Gorter: Ik ben de volgende of ben ik nu? De voorzitter: U was iets eerder dan mevrouw Striebeck.
33
De heer Gorter: U ging zo snel. In de brief die wij gehad hebben van de gemeente, en ik stel hem even aan mevrouw ... Als ik u goed beluister dan zegt u eigenlijk, wij worden niet gehoord door de gemeente. Als ik deze brief lees, dan staat daar iets anders. Er staat dat de gemeente wel nadrukkelijk samenwerkt met partners uit de wijk, waaronder het Leger des Heils, bewoners en de gemeente zelf. En dat er heel veel activiteiten en input wordt opgehaald en uiteindelijk in het plan van aanpak worden gestopt. Wie heeft nu gelijk hier? De voorzitter: Mevrouw Karsten, kunt u daar antwoord op geven? Mevrouw Karsten: En heeft u het dan over het evaluatierapport of de brief die wij geschreven hebben? De heer Gorter: Nee, de brief die wij gekregen hebben van de portefeuillehouder. Daar staat op bladzijde 2 ... Dat begint met, om de leefbaarheid in het gebied te verbeteren. En dat eindigt met, gelijkwaardige deelnemers. Als ik dat stukje lees en ik hoor uw verhaal, dan staan die lijnrecht tegenover elkaar. Dan vraag ik me af, wie van de twee heeft gelijk? De voorzitter: Mevrouw Karsten. De heer Gorter: Of zit het ergens in het midden? Mevrouw Karsten: Wij hebben natuurlijk gelijk. De voorzitter: Ik had niet anders verwacht.
Mevrouw Karsten: Met de jaren groeien wij, dat zei ik ook net, heel erg in een stukje bewustzijn van, hoe zitten wij nu aan tafel in dit verhaal? Ik bedoel, wij zien ook dat partijen tijd vrijmaken om bijvoorbeeld structureel in de avond met elkaar te zitten in een beheergroep construct. Toch merken we gewoon nog steeds dat keuzes die gemaakt worden, dat we die geïnformeerd krijgen. Die krijgen we, ik noem maar wat, door de inzet van SUS-wachten. Dat hebben we in onze brief bijvoorbeeld ook genoemd als voorbeeld. Daar hebben wij heel nadrukkelijk op aangegeven, wij zien daar volstrekt 0,0, geen waarde van. Beter gezegd, nog heel veel feedback ook over wat we wel zien gebeuren en wat zelfs ongewenst is. Vervolgens zijn er weer nieuwe SUS-wachten. En dat is een typisch voorbeeld van dat we zeggen, wat gebeurt er met onze informatie en wat wij zien en wat wij ervaren? We zitten aan tafel, maar wij vinden niet dat het hetzelfde is als goed samenwerken en samen sturing. Misschien vanaf de kant van de gemeente voelt dat zo, maar vanuit onze kant voelt dat niet zo. En goede samenwerking moet van beide kanten goed voelen. De voorzitter: Mijnheer Gorter, u heeft nog een vervolgvraag, zie ik. De heer Gorter: Dus staat u lijnrecht tegenover de bewering die de wethouder in de brief schrijft die wij ontvangen hebben. De voorzitter: Mag kort.
34
Mevrouw Karsten: Wij zien dat er veel inzet is gepleegd. Dat zien we wel. Als het gaat om goede samenwerking, dan hebben wij daar een andere opvatting over. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Ik hoor dat u het plan van aanpak wil voortzetten. Maar dan wilt u dat natuurlijk wel met alle punten die u aan heeft gegeven? Dat is duidelijk, dat zou dan daar duidelijk bij betrokken moeten worden. De voorzitter: Er wordt driftig geknikt. Antwoord is ja. Mevrouw Kruger en daarna mevrouw De Groot. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Ik sla even aan op die SUS-wachten, want dat is zo'n ... Dat helpt, zeggen ze dan. Maar u zegt, wij vinden het niet van een toegevoegde waarde. En waarop baseert u dat, dat het niet van toegevoegde waarde is? De voorzitter: De heer Noordam. De heer Noordam: We noemden ze weleens kort gek weg SUF-wachten. Maar even erbuiten dan. Wij zagen ze wel rondlopen in de wijk, maar we kregen nooit geen terugkoppeling van wat de taak was wat ze deden in de wijk en wat de toegevoegde waarde is. Ze hadden wel bepaalde punten die ze moesten aflopen. Misschien heeft het op bepaalde mensen effect als ze er rondlopen, maar wij zagen daar geen toegevoegde waarde in. We willen liever iets structureels. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw M. de Groot: Dank u wel, voorzitter.
Ik ging eigenlijk een beetje aan op wat mevrouw net zei over dat de samenwerking niet goed voelt vanuit de bewoners met de gemeente. Maar ik vraag mij dan af wat voor u de beste situatie zou zijn qua die samenwerking? Hoe ziet u die samenwerking voor zich om dit plan aan te pakken? De voorzitter: Mevrouw Karsten. Mevrouw Karsten: We hebben nu afgelopen twee maanden met de evaluatie ... Hebben we met de informatie ... Zien we steeds beter hoeveel geld ermee gemoeid is. Hoeveel geld er nu nog over is. En we zien ook dat een aantal onderwerpen, ook in de brief die mee is gestuurd, dat de gelden wel geoormerkt zijn voor onze wijk. Maar we hebben helemaal niet het gevoel dat we daar echt invloed op hebben. We hebben wel die thema's geagendeerd, maar het blijft een beetje onduidelijk, hoe zit dat precies met het geld? Als het gaat om wat wij willen aan gewenste situatie, en dat hebben we ook al voorbesproken met de wijkregisseurs, die weten dat ook al van ons, de nieuwe wijkregisseurs, als er nog vijf ton over is, dan vinden we gewoon dat we met elkaar daar een plan voor moeten maken waar het naartoe moet gaan. De voorzitter: Helder? Mevrouw Karsten: Een stukje samen sturing eigenlijk.
35
De voorzitter: Is goed zo? Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen die wel met elkaar te maken hebben. De eerste hoorde ik mevrouw Karsten zeggen. U had het over een enorme bak geld die is verdampt in de stoomketel. Is dat dan het gevolg van, wat u ook aanhaalde, de top-downbenadering? Dat er te veel over de wijk werd besloten in plaats van dat u een volwaardig gesprekspartner was? Is dat wat ik proef? En dat is eigenlijk ook de tweede vraag. Ik hoor u ook beiden zeggen, de verlenging is wenselijk, maar wel meer als volwaardige gesprekspartner aan tafel zitten. Klopt het? Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Mevrouw Karsten, die 4 miljoen die verdampt is nog even wat verduidelijking. En hoe ziet u dan de verlenging? 4 miljoen. 1 miljoen. Mevrouw Karsten: Ik hoop 1 miljoen. De voorzitter: Maakt niet zoveel uit. Mevrouw Karsten: Wat er afgelopen jaar is gebeurd, er zijn veel dingen ook acuut opgepakt. Er waren ook gewoon acute situaties. Daar moest ook acuut op gehandeld worden. Alleen je hoopt natuurlijk, als zo'n plan van aanpak er is, dat je dat vele geld ook zo inzet dat je blijvend effect houdt. Dat is er gewoon niet nu. Die muur staat voorlopig wel even. Maar verder is er eigenlijk heel weinig veranderd als het gaat om een blijvende andere situatie. Eigenlijk is het nu precies zoals vier jaar geleden.
Er is wel heel veel gebeurd, maar het is niet duurzaam De voorzitter: Duidelijk, denk ik. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, een vraag over die aandachtsregisseur, die hier is geweest en in het voorstel, zoals we het nu hebben, ook zou komen te vervallen. Tegelijkertijd lees ik ook in het rapport, op pagina 71, dat er een zorg is bij professionals dat de wijk terug zou kunnen vallen in problematiek als er geen centrale regie, bijvoorbeeld via die aandachtsregisseur is. Ik ben even benieuwd naar de reflectie van de bewoners op die aandachtsregisseur en hoe hun het inschatten? Zijn er risico's wanneer hij inderdaad straks niet meer aanwezig is? En jullie kijk daarop. De voorzitter: Je keek naar mijnheer Noordam. De heer Noordam: We zijn uiteraard heel blij geweest met de aandachtsregisseur. Maar die heeft natuurlijk voor een bepaalde periode een rol moeten spelen. En dat was aanpakken van de problematiek in de wijk. Die is eigenlijk op de korte termijn gaan werken. Wat we nu wel vooral moeten, is dat we het gaan inbedden in een lange termijn. Ik kan er best mee leven dat dat weer terugkomt. Of tenminste ik niet, maar de wijk kan ermee leven als het weer terugkomt bij de normale wijkregisseur. Want we hebben er inmiddels een tweede bij gekregen, om dat een klein beetje te verdelen. En ik denk dat dat beter is.
Wat we ook een beetje hebben moeten constateren, of wij denken dat vooral, is dat er toch een buitenstaander was die intern ook tegen de organisatie opliep, omdat een langere termijnvisie lastig op te zetten was.
36
De voorzitter: Mevrouw Kamphuis en dan ... Mijnheer De Heer nog een vraag? De heer De Heer: Ja, korte vraag. De voorzitter: En dan mevrouw Kamphuis. En dan wil ik eigenlijk afronden, want er is ook nog een presentatie. De heer De Heer: Kort even de check. Omdat het gaat over die langetermijnvisie, denk ik ook te begrijpen dat u zegt dat die langetermijnvisie misschien beter dan geborgd zou zijn bij de gewone wijkregisseurs die nu erbij komen? De heer Noordam: Als ze ook lang genoeg bij de gemeente blijven werken, dan gaat het misschien wel goed werken. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ten eerste, dank u wel voor het inspreken, beiden. Dan wil ik via de voorzitter vragen aan mevrouw, het is van korte duur die plannen, welke plannen heeft u in gedachten wat ter verbetering van de wijk kan worden gemaakt? De voorzitter: Heeft u zelf verbeterplannen? Mevrouw Karsten: Een van de dingen die wij afgelopen jaren ontdekt hebben, is bijvoorbeeld dat de speeltuin is echt het hart van het vierkant. Iedereen die bij ons woont, sommige mensen wonen er echt al heel lang, die heeft iets met die speeltuin, als kind, als ouder of whatever. En daar komen ook weer nieuwe woningen. Dat krijgt ook weer een andere functie.
Wat wij heel graag willen, A, dat het geld wat nu gezegd ook al is, dat gaat naar die speeltuin toe, dat dat echt ook, ook als het pas over twee jaar kan, naar die speeltuin kan. En wat we heel graag willen, dat bijvoorbeeld zo'n voorbeeld echt met mandaat en voorwaarden vanuit jullie, dat we ook echt gewoon hele duidelijke kaders kunnen krijgen als wijk met de partners, zoveel geld is er beschikbaar, dit moet er, dit mag er. En dat we dan echt met de wijk, met de bewoners en de organisaties samen kunnen kijken, wat gaat toevoegen en wanneer wordt dit echt een prachtige plek voor iedereen? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger, u keek zo teleurgesteld. Stel uw vraag nog maar even. Mevrouw Kruger: Fijn. Dank u wel. De Buurtkamer is toch ook de plek waar de politiepost zit? Dat is de Buurtkamer? Want ik heb begrepen toen ook dat de politiepost daar juist werd gesitueerd, zodat het makkelijk was voor de buurt om daar terecht te komen. Heeft u die ervaring ook dat er voldoende aanwezigheid is van politie in die post, zodat dat daadwerkelijk die uitwerking heeft? De voorzitter: Mijnheer Noordam. De heer Noordam: We zien zeker dat de politie daar regelmatig zit. Dat zal ook wel een goede uitwerking hebben. Maar een combi tussen politiepost en een Buurtkamer is toch
37
wel wat gevoelig. Want wij proberen ook mensen te betrekken uit de buurt in de Buurtkamer. En de inloop naar de Buurtkamer is erg matig. De voorzitter: Een vervolgvraag. Mevrouw Kruger: Voorzitter, u denkt dan ... Mijnheer, u ... De voorzitter: Mijnheer Noordam. Mevrouw Kruger: Mijnheer Noordam denkt dan dat dat vooral ook komt door de combinatie met de politie, dat mensen dan denken, daar ga ik niet heen, want ... De heer Noordam: Dat is een vermoeden. In de Buurtkamer is er ook een financieel spreekuur. Dat is voor mensen die echt hulp nodig hebben. Die hebben natuurlijk veel meer complexe problemen. Die komen daar ook niet binnen, naast een politiebureau. De voorzitter: Dank u wel, in ieder geval voor het inspreken en het beantwoorden van de vragen. Ik denk, heel waardevol. Het tweede deel van deze avond, van dit programma, dan ga ik, nadat ik u bedankt heb, het woord geven aan in ieder geval de heer Van Diejen voor een korte introductie. En dan zou ik mijnheer Van Diejen willen vragen om hier plaats te nemen. Schuift u maar gewoon twee stoeltjes op. Dat moet denk ik wel kunnen. Mevrouw De Groot van het Onderzoekshuis wil een presentatie geven. En die kan misschien op de stoel van mevrouw Stolk. Als die dan eventjes een stoeltje opschuift, mevrouw Stolk. Want een presentatie geven daar vandaan ... Staat er nog een stoel naast? Dat is helemaal prima.
Als ze maar een microfoon heeft, of komt er een loopmicrofoon? En heb ik nog een vraag, mevrouw De Jong, zit die hier ook al? Daar is hij al aan het appen. Dat wordt al geregeld. We hebben een griffier. Kom op. Mevrouw De Jong, zit die ... Wel fijn als u denk ik ook eventjes gewoon erbij komt zitten. En dan gaat u gewoon maar eventjes daar ... Want het zou zomaar kunnen dat u misschien ook ... Neem maar een bordje ambtelijke ondersteuning. Zullen we even wachten tot Clark ... Is hij al gereed, Clark? Die mag daar, denk ik. Toch hier? Doe jij het met behulp van die presentatie? Clark toch even ... Sorry voor de overlast, maar is wel goed voor je conditie. Voor degenen die het niet helemaal gevolgd hebben, in ieder geval, dit is de heer Van Diejen. Achteraan zit mevrouw De Groot van het Onderzoekshuis. En mevrouw De Jong van de ambtelijke ondersteuning heeft ook plaatsgenomen. En wie weet is daar straks ook nog een vraag voor. De heer Van Diejen gaat een korte introductie geven. Mevrouw De Groot gaat een presentatie houden. En uiteraard is daarna weer er gelegenheid voor het stellen van verduidelijkende technische vragen. Mijnheer Van Diejen. De heer Van Diejen: Dank u wel. Goedenavond, mijn naam is de heer Van Diejen. En mijn collega en ik zijn hier vandaag, Lena de Jong, voor de ambtelijke ondersteuning. En wij ...
Tenminste, ik geef even een korte terugblik in wat er de afgelopen paar jaar is gebeurd. Op 17 februari is inderdaad het definitieve plan van aanpak vastgesteld. En daarbij is ook de al benoemde aandachtsregisseur aangesteld, die daar de afgelopen jaren hard aan heeft getrokken. Ooit in het plan van aanpak was er een uitgangspunt, dat was meer, beter en anders, waarbij we meer en beter van de dingen wilden die goed gingen en anders van de dingen die nog niet goed gingen. En daarbij werd vastgehouden aan de
38
stadsbrede beleidskaders, zoals die waren vastgesteld, zoals de visie Van opvang naar wonen en het Integraal Veiligheidsplan. En daarnaast moest er in het gebied specifieke aandacht zijn door bepaalde voorzieningen die in de wijk zaten. Denk aan de opvang en andere zaken. Vervolgens hebben we de afgelopen paar jaar een aantal zaken opgepakt in het gebied. We hebben ingezet op het verbeteren van veiligheid. Er is ook een persoonsgerichte aanpak geweest op overlastgevers. Er werd daarnet al gesproken over verschillende zaken rondom vastgoed. En daar zijn ook wat zaken opgepakt, zoals bijvoorbeeld de Buurtkamer. En daarnaast zijn er afvalcoaches geweest voor de aanpak schone wijk, SUS-wachten, een paar wijkhandhavers, enzovoorts. Dit is geen uitputtende lijst. En daarna kwam het voorstel hoe we dan verder moesten. En daarin hebben we eigenlijk met elkaar geconstateerd dat de wijk niet losgelaten kan worden. Dat er nog genoeg te doen is. Het programma komt officieel wel ten einde, hoewel we inderdaad voorstellen om dat tijdelijk te verlengen. En dat is eigenlijk vooral om de langdurige aandacht voor het gebied vast te stellen. Waarbij we inderdaad met bewoners en partners willen werken aan die langetermijnvisie, waar vraag naar is en die wij zelf eigenlijk ook als broodnodig zien.
En daarnaast zijn we op het moment bezig met het versterken van de persoonsgerichte aanpak, omdat we hebben gemerkt dat de huidige aanpak bij een deel van de overlastgevers nog niet afdoende is. Aan het einde van de aanpak hebben we het Onderzoekshuis gevraagd om te evalueren wat er goed is gegaan, beter had gekund, misschien gewoon ook niet goed is gegaan. En wij scharen ons achter de conclusies die het Onderzoekshuis in het rapport heeft aangegeven. En daarbij wil ik het eigenlijk ook laten al en vooral het Onderzoekshuis het woord geven. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Het apparaatje komt eraan. Mevrouw T. de Groot: Hele pakket vanavond. Kijk, dank je wel. Ik sta echt wel heel vaak voor heel veel groepen. En dit vind ik dan toch wel een beetje spannend zo voor zo’n commissie. Is dat gek? Nee? Gelukkig. Dan weten jullie in ieder geval ... De voorzitter: Het is niet gek, maar het is ook niet nodig. Mevrouw T. de Groot: Komt niet vaak voor. Welkom, mijn naam is inderdaad Tessa de Groot, van het Onderzoekshuis. Ik ben hier met mijn collega Lucy Schreutelkamp. En ik ga jullie meenemen. Ik heb tien minuten. Bent u bij mij ook streng? De voorzitter: Elf sta ik toe. Mevrouw T. de Groot: En collega Lucy is hier ook. Misschien aanwezigen hier die ook een van ons hebben gesproken. We hebben het onderzoek, de evaluatie gedaan met een aantal collega's.
En ik ga jullie daar vandaag in meenemen. Met de kanttekening dat de hele presentatie van het onderzoek ruim twee uur duurde afgelopen jaar. Ik had een kleine uitdaging ook, omdat ik snap jullie uitdaging ook van die vijf minuten, om het in tien minuten te doen. Ik hoop dat ik volgbaar ben. En uiteraard daarna de vragen. We zijn er. Dat is mooi. Ik neem jullie mee in een aantal dingen van de evaluatie. Een aantal kwantitatieve gegevens die we hebben geanalyseerd. De kwalitatieve inzichten die we hebben opgehaald. En ook de keuze waarom we het onderzoek zo hebben ingericht, zoals we dat hebben gedaan. En de belangrijkste conclusies van het onderzoek. Zoals u in het rapport ook kon lezen, en in de stukken die waarschijnlijk zijn meegeleverd, hebben we de evaluatie ingericht aan de hand van een mixed method methode. Dat
39
houdt in dat we zowel kwantitatieve data hebben geanalyseerd, maar alle beschikbare documenten, raadsbrieven, de voortgangsrapportage, het plan van aanpak ook hebben geanalyseerd. En daarnaast zijn we in gesprek gegaan met stakeholders, die betrokken zijn geweest bij het plan. Zoals u ook kon lezen, zijn er 34 respondenten gesproken in dit onderzoek. En ik kan me voorstellen dat u denkt, voor zo’n wijk, dat kan misschien best wel een beetje weinig zijn en wat zegt dat dan? Ik kan me ook voorstellen dat daar misschien vragen over zijn. Ik ben u voor geweest om die alvast even toe te lichten. Want ik herken me ook wel in wat de bewoners net aangaven van de OCD-onderzoeken. Dat is namelijk ook iets wat wij hebben teruggehoord, dat daar mogelijk wat meer kwalitatieve informatie ook of ander soort vragen naar boven kunnen komen. Alleen deze evaluatie had niet als doel om de algemene leefbaarheid, hoe die ervaren wordt door bewoners, op te halen. Deze evaluatie had als doel om het plan van aanpak te evalueren. En dat hebben we ook gedaan met iedereen die betrokken is geweest bij het plan van aanpak. Zoals u kunt zien, zijn er 13 gemeentelijke medewerkers gesproken, 7 professionals van externe organisaties die werkzaam zijn in de wijk en 14 bewoners. Van de bewoners zijn dat bewoners van het Bewonersplatform en de Verbindingskamer.
Het Actiecomité is ook uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek, maar die hebben geweigerd deel te nemen. Als u kijkt naar de verhoudingen, dan ziet u ook dat er 13 gemeentelijke medewerkers zijn die geïnterviewd zijn. Dat lijkt in verhouding dan wat veel ten opzichte van de anderen. Dat heeft ook alles te maken met verloop binnen de organisatie. We hebben ook mensen gesproken die helemaal aan het begin bij het opstellen van het plan betrokken zijn geweest en nu op dit moment werkzaam zijn elders in Dordrecht of überhaupt ergens anders. Ik neem jullie eventjes mee in de kwantitatieve cijfers. De indicatoren die zijn vastgesteld door de gemeente om de aanpak te monitoren, dat zijn een aantal indicatoren geweest met als belangrijkste het rapportcijfer prettig wonen vanuit het leefbaarheidsonderzoek van het OCD en de indicatoren van de sociale samenhang, de fysieke verloedering en de sociale overlast. De toelichting vindt u hier en zijn mogelijk ook bij u al bekend. En de cijfers daarvan, van de afgelopen jaren, zoals die door het onderzoek zijn opgehaald, vindt u in dit overzicht. Als we kijken naar het rapportcijfer prettig wonen. We gaan straks het er even over hebben wat men ervan vindt, dat dit rapportcijfer is aangehouden als belangrijkste indicator. Maar u ziet dat dit rapportcijfer wel gestegen is. Waarom tot 2023? Wij hebben dit onderzoek vorig jaar gedaan.
En op dat moment waren de cijfers van ‘24 nog niet beschikbaar. Maar u ziet dat het cijfer is gestegen van een 6,0 naar een 6,7. Het uitgangspunt was om een 7,6 volgens mij daarvan aan te houden. De pijler van het sociale stuk is het vanaf 2021 gemeten. In 2020 nog niet. En die is gelijk gebleven, ieder jaar een 5,3. Daar is geen verslechtering en geen verbetering te zien. Bij de fysieke pijler zie je de schaalscore van de fysieke verloedering in percentages. Hoe hoger, hoe meer verloedering. Die is afgenomen met 13 procent. En de pijler van veiligheid, waar ook een schaalscore te zien is. Hoe hoger, hoe meer overlast. Die is ook gedaald. Als je kijkt naar deze cijfers, inderdaad alleen op basis van de cijfers vanuit de OCD-onderzoeken, dan zie je dat de inzet vanuit het plan van aanpak, als we deze cijfers moeten geloven, dat daar een verbetering te zien is. Zeg ik ook altijd, wat zeggen cijfers? Ze zijn heel erg handig Ik was erg blij dat ik net hoorde ... De voorzitter: Een vraagje tussendoor, vindt u dat goed?
40
Mevrouw T. de Groot: Dat kan. Gaat het ook van mijn tijd af? De voorzitter: Nee hoor, de klok wordt stilgezet. Mevrouw T. de Groot: Anders heb ik een probleem. De voorzitter: Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Even een korte vraag. Ik zie inderdaad bij die pijler algemeen dat het cijfer stijgt, maar op alle andere onderdelen zie ik dalende scores. Wat ligt daaraan ten grondslag? Hoe kan dat? Mevrouw T. de Groot: Dalend is eigenlijk beter. Bij de schaalscore fysieke verloedering, hoe hoger het cijfer, hoe meer verloedering. En hij neemt af. Er ontstaat minder verloedering, op basis van deze cijfers. De heer Klerk: Dank u wel. Zo legde ik mijn schoolrapporten vroeger ook altijd uit. Grapje. Dank u wel. De voorzitter: Vandaar dat je nu zulke vragen stelt. Ik snap hem. Mevrouw T. de Groot: Het zijn geen slechte vragen. Maar goed, ik snap ook wel de context van, wat zeggen cijfers? En als we het hebben over de OCD-onderzoeken, dan pleit ik ook altijd van, ga juist ook in gesprek en in verbinding. Dat hebben we ook gedaan. Daar neem ik jullie ook graag in mee. Dat is de kwalitatieve evaluatie. En wat we daarin gedaan hebben, toen deze opdracht werd uitgezet, kregen wij ook een briefing. Werd ons bekend dat er meerdere partijen, externe partijen, interne medewerkers, bewoners betrokken zijn geweest bij de evaluatie.