CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2025.01.21 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 525.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

En wij geloven dat het dan ook eerlijk en reëel is om iedereen aan dezelfde lijn te evalueren. Dat je niet bij de een bepaalde elementen uitvraagt en bij de ander andere elementen. Daarvoor hebben we een framework opgesteld, waarbij we eigenlijk aan de hand van deze zes componenten alle stakeholders, zowel interne medewerkers als van de gemeente die betrokken zijn geweest, maar ook de partners in de wijk en de bewoners, aan de hand van deze zes componenten eigenlijk het gesprek zijn aangegaan. Zodat iedereen op basis van dezelfde lijn in staat was om hun visie, ervaringen alles te delen met dat wat bekend was. Uiteraard als iemand geen ervaring had bij bijvoorbeeld de planfase, dan hebben we dat onderdeel ook niet behandeld met diegene. Hier ben ik al doorheen geweest. Ik heb een aantal elementen uit het onderzoek, en dit is allemaal ook terug te lezen in het rapport, er even uitgepikt. Bij component 1, de planvorming, is inderdaad wat net werd gezegd met name door gemeentelijke medewerkers benoemd, de quote zegt dat geloof ik ook, dat de ervaring leefde dat het plan onder stoom en kokend water tot stand is gekomen. En dat is een term die we meerdere keren in gesprekken terug hoorden. Onder veel haast, onder veel druk. Dat was wel tekenend voor die fase. En ook een aantal reacties op de doelstelling met het rapportcijfer.

Waarbij werd aangegeven dat men het toch wel lastig vond dat het rapportcijfer een 7,6 als uitgangspunt voor deze wijk toch wel onrealistisch werd gezien, vanwege de faciliteiten in het gebied, maar ook kwetsbare doelgroepen. Een onhaalbaar streven, volgens sommigen. Ook werd er aangegeven dat het Kromhout-Kasperspad niet kan worden vergeleken met de binnenstad, vanwege de aanwezigheid van de ggz-instellingen, het Leger des Heils en de

41

ligging nabij centraal station. Onrealistische doelstelling. En af en toe zijn er wat quotes, uiteraard allemaal geanonimiseerd. Als we kijken naar de opstartfase, inderdaad ook de aandachtsregisseur, die werd met name ook door gemeentelijke medewerkers en de partners in de wijk gezien als echt wel iemand die daadkracht, korte communicatielijnen ... Ook bewoners bevestigden ons dit, dat dat als positief werd gezien. En de professional noemt hier ook dat het belangrijk was om iedereen betrokken te houden in het hele proces. Bijvoorbeeld met het SOS-overleg, wat hij organiseerde met partners in de wijk, wat ervoor zorgde dat iedereen altijd op de hoogte was. Dat was een overleg zonder bewoners. Die partners sloten ook aan inderdaad in de avonden bij de beheergroep, maar hadden een eigen SOS-overleg met korte lijnen, om inderdaad op acute zaken te kunnen handelen. In de uitvoering zijn inderdaad een aantal dingen genoemd, aan de hand van de pijlers vanuit het plan van aanpak die positief werden benoemd. Ik ga er niet superlang bij stilstaan, omdat dit ook allemaal in het rapport heel duidelijk staat toegelicht. Een aantal aandachtspunten is inderdaad ...

Wat positief werd ervaren, was dat vanuit de gemeentelijke medewerkers waren de eigen handhavers in de wijk die positief waren, maar ook de inzet van de Verbindingskamer en de Buurtkamer, waarbij wel nadrukkelijk werd aangegeven dat de inzet van buurtwerk meer outreachend kan zijn. Dat ze de buurtwerkinzet wel erg afwachtend en passief vonden, waarbij men toch wel het fijn vindt dat daar meer contact wordt gelegd, actief met bewoners. Een groot aandachtspunt is het afval in de wijk. Dat hoorden we ook vanuit de bewoners terugkomen. Grote zorgen ook over het mogelijk komen van het pasjessysteem met afval. Dat werd ook genoemd. En verkeersoverlast in de wijk, met grote behoefte aan daar meer handhaving op en verkeersdrempels. Dan het punt van de samenwerking. Zoals al eerder benoemd, ook door de bewoners, ervaren zij de samenwerking met de gemeente op dat moment niet als gelijkwaardig. Dat kwam vaker naar voren. Waar wel ook de uitdagingen vanuit de interne medewerkers vanuit de gemeente werd genoemd, in hoeverre dit dan haalbaar is ook binnen hun eigen kunnen in hun functie en wat er mogelijk is vanuit de gemeente daarin? Daarin wel ook de uitdaging. Waarbij wel juist weer heel erg werd gezien dat de samenwerking met het Leger des Heils verbeterd is, volgens partners en bewoners.

Waarbij werd benoemd dat de organisatie is toch wel veranderd van een vrij gesloten organisatie naar een meer open organisatie en ook zich steeds meer laat zien in de wijk, aansluiten bij activiteiten en daarin zijn best doet om echt die beweging ook te maken om met bewoners mee te denken. Hier twee quotes. Die vond ik erg tekenend om even tegen elkaar af te zetten. En het gaat hier met name om de samenwerking van de beheergroep. Boven in een quote van een professional uit de wijk en onderin vanuit de bewoners. De toon van de bewoners heel helder. Wordt elk netwerk benoemt. Veel behoefte aan een gelijkwaardige samenwerking, ook binnen de beheergroep. Waarbij de externe professional de beheergroep ook waardeert, maar dat er wel ook wordt gezegd, meer behoefte aan een strategische inzet van de beheergroep. En niet de beheergroep als een soort moment om actuele dingen te bespreken, die zij als partner al opgepakt hebben of daar al mee bezig zijn. Meer een strategische invulling van die beheergroep. De OCD-onderzoeken. Ook hier wordt aangegeven dat die als beperkt worden gezien vanuit de bewoners. Waarbij interne medewerkers juist weer aangeven dat dit ook gewoon de lijn is van heel Dordrecht. De leefbaarheidsonderzoeken worden op dezelfde manier uitgevoerd in alle gebieden in Dordrecht. Op het moment dat er aanpassingen doorgevoerd worden voor het Kromhout-Kasperspad heeft dat ook

42

effect op hoe de metingen gedaan zouden moeten worden in andere wijken en gebieden in Dordrecht. Maar er zit hier wel ook een behoefte vanuit de bewoners van, kan dit aangevuld worden met meer andere onderzoeksmethoden mogelijk, om inderdaad een diversere populatie te spreken of andere vragen toe te voegen. Maar daarin de uitdaging, want als je daar de inzichten tegen elkaar wil kunnen afzetten in Dordrecht, dan betekent dat ook dat andere wijken en gebieden daarin mee moeten. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Mag ik daar even een vraag op stellen? Ik hoor u zeggen dat de lijn die doorgetrokken wordt als er een verandering is, dan is het, in iedere wijk wordt dezelfde lijn doorgetrokken. Zou het niet verstandiger zijn om te kijken wat de problematiek is in die wijk en dan kijken wat daarvoor nodig is? Want niet iedere wijk vraagt namelijk dezelfde aanpak. De voorzitter: Mevrouw De Groot. Mevrouw T. de Groot: Dit gaat echt over de onderzoeken van de OCD, Onderzoekcentrum Drechtsteden. Op het moment dat we bij het Kromhout-Kasperspad een onderzoek op een bepaalde manier inrichten ... Het gaat hier om de leefbaarheidsonderzoeken van het OCD, niet om afwijkende onderzoeken.

En die doen die leefbaarheidsonderzoeken voor heel Dordrecht op dezelfde manier, zodat je ook als gemeente Dordrecht die wijken en gebieden goed tegen elkaar af kunt zetten. En op het moment dat een wijk dan afwijkt, omdat bepaalde vragen afwijken, dan kan je die vergelijking met andere wijken niet meer maken. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord, mevrouw De Groot. Ik ga u een heel klein beetje tot spoed manen. Mevrouw T. de Groot: Kijk, conclusies. De voorzitter: Dat er nog wat ruimte is voor vragen zo meteen. Mevrouw T. de Groot: Had ik al bedacht, dit. De conclusie is inderdaad, vanuit de cijfers kijkende, zie je dat de cijfers een verbetering laten zien ten opzichte van 2020. Een belangrijke conclusie is wel ook dat zowel van professionals, gemeentelijke medewerkers en bewoners om de inzet niet per direct in een keer af te schalen. Dat is niet wenselijk, omdat de wijk toch blijvende aandacht nodig heeft. Helemaal vanwege de kwetsbare doelgroepen die in de wijk gevestigd zijn. En ook met name de behoefte vanuit de bewoners. Een belangrijke kanttekening is wel dat we in de wijk het KromhoutKasperspad inderdaad het Leger des Heils hebben zitten. U gaf al aan dat we het daar niet over gaan hebben. Dat zal ik kort houden. Maar het gaat er wel om dat jullie daar al een visie Van opvang naar wonen voor hebben.

En in principe wordt die problematiek binnen die visie al behandeld. En verdere conclusies zijn dat je inderdaad een basisniveau van aandacht wil behouden in de wijk, een langetermijnvisie opstellen, het blijven betrekken van bewoners en het ontwerpen van een integrale aanpak, zodat op het moment dat de inzet in het Kromhout-Kasperspad iets doet en de problematiek

43

verplaatst naar omliggende wijken, dat we hem daar ook kunnen opvangen. En dat het geen heen en weer flipperkast wordt van overlast tussen de wijken. Dat was hem. De voorzitter: Dat spreekt voor zich, die laatste. Een volgende keer hoeft u in ieder geval niet er tegenop te zien om een presentatie te houden voor een commissie, want dat gaat prima. Mevrouw T. de Groot: Ik ben wel buiten adem. De voorzitter: En dan ga ik kijken of het vragen beantwoorden ook zo goed gaat. Wie van de collega's mag ik het woord geven? Wie heeft er een vraag? Of was de presentatie zo helder dat er geen vragen meer over zijn. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik wil, via de voorzitter, vragen, ik hoorde u zeggen, er was een groep mensen die hadden geweigerd om mee te doen aan een onderzoek. Mogen wij weten waarom? Mevrouw T. de Groot: De reden daarvan was ook voor ons niet helemaal helder, maar in ieder geval dat ze de noodzaak er denk ik niet van inzien. Maar het was het Actiecomité in ieder geval. De voorzitter: Duidelijk antwoord. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Zou ik ook nog even een vraag mogen stellen aan de heer Van Diejen? De voorzitter: Dat mag natuurlijk. Niet meer aan de insprekers, maar wel aan mensen van de ambtelijke ondersteuning. Is helemaal geen probleem. Mevrouw Van Herwijnen: Prima.

De voorzitter: Of hij antwoord kan geven of wil geven, dat weet ik niet, maar dat zien we zo. Mevrouw Van Herwijnen: Dat zien we zo wel dan. Ik zie bij de conclusie van de aanpak dat er wordt voorgesteld om een langetermijnaanpak op te stellen. En dat voorstel zie ik niet terug in het besluit, bij het raadsvoorstel. Waarom is daarvoor gekozen om dat niet op te nemen? De voorzitter: Mijnheer Van Diejen, kunt u daar antwoord op geven? De heer Van Diejen: Wij hebben dat inderdaad niet in het besluit zo genoemd, maar wel in de toelichting op beslispunt 3, dat we inderdaad de integraliteit en langetermijnvisie voor het gebied willen waarborgen. Het is wel degelijk de bedoeling van de gemeente om daarmee aan de slag te gaan. De voorzitter: Duidelijk, mevrouw Van Herwijnen? Dan gaat mevrouw Kruger daar nog een vraagje over stellen. Mevrouw Kruger: Precies.

44

De voorzitter: Ook aan mijnheer Van Diejen? Mevrouw Kruger: Ja. Even hierop volgend. Want het is natuurlijk leuk om te zeggen, het is de bedoeling dat op termijn ... Er wordt nu gevraagd over bijvoorbeeld een verlenging voor een half jaar. Het is al afgelopen. We zitten nu half januari. Een verlenging, is dat aansluitend op december of zeggen we, aansluitend vanaf januari, februari, wanneer we daarmee gaan beginnen? En hoe zit die tijdlijn dan in elkaar van ... We zijn van plan om een langetermijnvisie samen te gaan stellen. Wanneer gaan we daar ... Zijn we daarover aan het denken of we dat gaan doen of gaan we dat doen? Per wanneer? En hoe loopt dan de tijdlijn? De voorzitter: Mijnheer Van Diejen. De heer Van Diejen: De bedoeling is dat die zes maanden ingaan vanaf het moment dat u als raad een besluit neemt. En daarnaast, wij willen graag die langetermijnvisie opstellen, maar we zijn uiteindelijk ook afhankelijk van u die de kaders stelt. En of u zegt, wij gaan daarmee akkoord. Het kan best zijn dat u als raad een ander voorstel heeft. En dan zullen wij daarmee aan de slag moeten. Maar ons voorstel is om met een langetermijnvisie aan de slag te gaan, samen met bewoners. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Een plan voor lange termijn.

En ik hoor dan dat dat binnen zes maanden moet, want dan moet dat plan er liggen en dan hebben we een nieuw plan van aanpak. Of zie ik dat verkeerd? De heer Van Diejen: Ik denk dat een visie is uiteindelijk weer net anders dan een plan van aanpak. In het plan van aanpak zagen we dat we vaak zeer veel concrete maatregelen bedachten. En volgens mij is het ... Zonder overigens te veel op zaken vooruit willen lopen, want we moeten dit uiteraard met de partners en de bewoners doen. Maar het idee is wel om daar een visie van te maken over, hoe gaan we met dat gebied verder? En dat uit die visie weer nieuwe maatregelen volgen. De voorzitter: Mijnheer Van der Net heeft een vervolgvraag. De heer Van der Net: Ik hoor nu geen plan, maar een visie. En dan is mijn volgende vraag natuurlijk, die visie, is die er dan binnen zes maanden? En dan hebben we een visie. Maar aan een visie hebben we niks, want dan moet er uiteindelijk een uitvoering aan worden gegeven, toch? Ik probeer eventjes het ook in een tijdsbeeld te zien. De voorzitter: Wordt de visie omgezet in een plan? De heer Van Diejen: Uiteraard volgt na een visie de uitvoering. Een visie, plan, excuus, ik gebruikte die woorden door elkaar, maar ik bedoel daar hetzelfde mee. De voorzitter: Is een jurist. Mevrouw Stolk en daarna mijnheer Klerk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, de termijn is al verlopen van het plan.

Hoe is het nu geborgd tot aan de tijd dat er een visie en een plan ligt? Waar wordt dat dan van betaald? Wat

45

gebeurt er nu in die wijk? Gaat dat allemaal weer terug naar af tot de nieuwe visie er is? Want ik ben het met de heer Van der Net eens, we gaan eerst een visie maken en dan krijgen we een uitvoeringsplan. Wat gaat er in die tussenliggende periode in die wijk gebeuren en hoe gaan we die mensen erbij betrekken dat dat geborgd is dat het niet binnen een half jaar weer terug is bij af? De voorzitter: Mijnheer Van Diejen.

De heer Van Diejen: Op het moment zetten wij zoveel mogelijk van de maatregelen, die al werden genomen, door. Daarnaast zit er een begrotingswijzigingsvoorstel bij de beslispunten, om het geld wat nog niet is uitgegeven over te hevelen naar de jaartallen 2025 en 2026, om ook zeker verder te kunnen gaan met de dingen die we al deden. En daarnaast horen wij natuurlijk ook dat sommige dingen die wij deden misschien niet het gewenste effect hebben. En daarover moeten we ook vooral met de bewoners verder in gesprek om te kijken, als wij deze plannen hebben, hoe kijkt u daarnaar en hoe kunnen we dan dat zo goed mogelijk doen? De voorzitter: Vervolgvraag, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat was niet helemaal de vraag die ik had. Alles wat je doet, kost geld. Het plan is afgelopen. U vraagt geld, maar het plan is al afgelopen. Hoe gaan we vanaf nu, vanaf het moment dat het plan is afgelopen uitvoering geven dat die wijk op niveau blijft? In ieder geval, laat ik het zo zeggen, die wijk is nog niet op niveau, dat vinden wij, maar hoe houden we het een beetje op niveau, zoals het was en dat het niet terugloopt naar hoe het hiervoor was? Snap je een beetje wat ik bedoel? De voorzitter: Hoe kunnen we de toestand stabiliseren en is daar geld voor? De heer Van der Net: Voorzitter, mag ik heel even orde. De voorzitter: Mijnheer Van der Net.

De heer Van der Net: Ik bedoel, ik begrijp mevrouw Stolk heel goed hoor. En die vraag heb ik ook wel. Maar het is wel nu denk ik ook in ieder geval de vraag of we dat dan aan de ambtelijke ondersteuning moeten vragen? Want het neigt toch wel naar politiek op dit moment. De voorzitter: Het neigt ernaar, maar het was niet helemaal politiek. De heer Van der Net: Ik geef het even aan. U bent de baas. De voorzitter: Ik snap u, maar ze vroeg, het was een financiële vraag. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even reagerend erop. Volgens mij hebben we een beeldvormende vergadering. Is het juist de bedoeling dat we ook technische vragen stellen, om ons dadelijk een oordeel te kunnen vormen hoe we verdergaan.

46

De voorzitter: Is helemaal waar hoor. Alleen het idee van mijnheer Van der Net was dat de technische vraag toch wel behoorlijke politieke trekjes had. Maar in ieder geval, u heeft geprobeerd er een antwoord op te geven. En misschien nog een laatste zetje. De heer Van Diejen: Ik zal proberen het zo goed mogelijk vanuit mijn rol inderdaad te beantwoorden. U heeft als raad ooit 1,5 miljoen vrij of vastgesteld voor de aanpak Kromhout-Kasperspad. Daar zit nog geld in wat wij willen overhevelen, om die maatregelen die wij al nemen tot op zekere hoogte door te stellen, maar wel onze oren open te houden voor verbeteringen. Dat is het geld wat eigenlijk u al als raad heeft vrijgemaakt voor dit plan van aanpak. En dan moet daarnaast aan die langetermijnvisie worden gewerkt, om dan daarna ook nog te zorgen dat de komende, we noemen, vijf à tien jaar de wijk niet nog beter wordt en de problemen verder worden aangepakt. De voorzitter: Wel beter hopen we, maar dat is vast de bedoeling. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Ik had ook nog een vraag. Die ziet ergens anders op. Die ziet op het raadsvoorstel. Daar wordt tweemaal gesproken over het Bewonersplatform. Wie is dat? Is dat de beheergroep? En als we het over het besteden van middelen ... Dat wij dit samen met de bewoners willen doen.

Wordt daarmee ook de beheergroep bedoeld of wordt daar iets breders mee bedoeld? De voorzitter: Mijnheer Van Diejen, kunt u daar antwoord op geven? De heer Van Diejen: Daar wordt ook zeker de beheergroep mee genoemd. Maar ik denk dat, of ik denk niet, als er andere groepen zijn binnen het Kromhout-Kasperspad die daar ook over mee willen denken, we verwelkomen alle bewoners, zij het zoveel mogelijk in georganiseerd verband om mee te werken. De voorzitter: De heer Klerk. De heer Klerk: Dan toch nog even iets concreter. Maar wie is dan het Bewonersplatform? Als we het over die term hebben, hebben we het dan over de beheergroep. De voorzitter: Nee. U weet het? Dan moet u het maar doen, want u heeft het volgens mij ook genoemd. Doe het maar eventjes, want met antwoorden worden wij wijzer. Mevrouw Karsten: Sinds jaren zijn de bewoners actief. Al twaalf jaren zijn er bewoners actief in de beheergroep. En die bewoners hebben een aantal jaren geleden, ook naar aanleiding van de situatie die er toen was, gezegd, het gaat alleen maar over de dingen die niet fijn zijn. En we moeten ook aandacht hebben voor wat er wel goed gaat. De gezelligheid in de wijk. En dat maakt dat we bewoners hebben opgeroepen, laten we eens met elkaar kijken wat we zouden kunnen doen. Een Bewonersplatform hebben we gevormd.

De beheergroep is daar wel heel erg initiërend in, maar ondertussen is dat Bewonersplatform al iets van zeventig buurtbewoners. En proberen steeds daar meer mensen bij te trekken. En wij werken met de Buurtplu. En in die Buurtplu zitten banen en daar zitten een soort thema's. En al doende ontwikkelen we ons naar een structuur, waarin we hopen dat eigenlijk alle buurtbewoners aanwezig zijn.

47

De voorzitter: Uitvoerig antwoord. Maar ik denk dat het duidelijk is. Het is een groep bewoners uit de wijk. Helemaal goed hoor. Verhelderend. Ik kijk rond. En als er niemand meer een vraag heeft, dan gaan wij richting een afronding. We hebben in ieder geval weer aardig wat informatie gekregen over hoe het erbij staat en wat het vervolgtraject is, of niet. Hebben wij nu voldoende informatie of is er nog behoefte aan een aanvulling? Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik zit even te denken, want ik hoor net twaalf jaar alweer dat dat speelt. Ik denk, alweer twaalf jaar daarmee bezig. Maar we hebben ooit eens ook zo'n rondleiding gehad, juist ook met die Buurtplu en werd er alles ... Dat is ook alweer een tijd geleden. Ik vraag me af of de raadsleden die er nu zijn, of die dat allemaal hebben meegemaakt? Zijn we er toen geweest? Dat is nog te kort. Ik dacht, anders dan moeten we misschien toch weer even ... De voorzitter: Niet nodig blijkbaar. Mevrouw Kruger: Maar dat hoeft niet. De voorzitter: Dat hoeft niet. Als er geen behoefte is aan nog meer informatie, dan weet u dat er drie smaken zijn. Dan kunnen we gaan kiezen. Dit stuk gaat als hamerstuk naar de raad. Het kan ook als stemstuk naar de raad. Dan gaan we in de raad erover stemmen. Het kan ook dat u nog een oordeelsvormende vergadering wil. En in dat laatste geval hebben we meer dan de helft van de aanwezige fracties nodig.

En volgens mij zijn er twaalf fracties aanwezig. Hebben we zeven voorstanders nodig en hebben we ook politieke vragen nodig. Wie is er, laat ik daarmee beginnen, voor een oordeelsvormende vergadering? Dan is het zeker voldoende. Dan is het ruim voldoende. Afgerond die 7,6 is dat dan, die ik heb horen noemen. Politieke vragen. Wie? Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Even kijken. Ik citeer uit eigen werk, voorzitter. Hebben we voldoende vertrouwen dat als de situatie weer teruggaat naar normaal dat het leefbaar blijft in de wijk? De voorzitter: Heb je hem, André? Heel goed. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Hoe oordeelt de commissie over de participatie en betrokkenheid van bewoners bij de voortgang van het plan van aanpak? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik ga het toch even proberen. Is de vorm van deze instelling, van de opvang, zoals die nu gesitueerd is, opvang en crisis en alles wat erbij komt, nog van deze tijd? De voorzitter: Maar dan heeft u het over het Leger des Heils? Mevrouw Kruger: Ja. De voorzitter: Daar gaat het niet over.

48

Mevrouw Kruger: Want het speelt wel in de buurt. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik ga mevrouw Kruger toch een beetje helpen, want het is wel een onderdeel van het probleem in die wijk. Om het helemaal buiten beschouwing te laten, vind ik dat we de bewoners in die wijk enorm tekort doen. Wil je bewoners een stem geven, gehoord ... Ik heb de insprekers gehoord. Ik heb goed naar ze geluisterd. Wil je ze goed mee laten participeren, en ik weet, je kan niet altijd je zin krijgen, dat weten we allemaal, maar laten we dan in ieder geval ... En daar wil ik het dan ook wel over hebben, dat er een terugkoppeling komt waarom we iets niet doen, terwijl het wel gevraagd is? Want dan krijg je ook waarschijnlijk meer draagvlak. Maar om daar een politieke vraag nu even van in elkaar te flansen? De voorzitter: Als ik even terugkom op die vraag van mevrouw Kruger, dat is natuurlijk de vraag of dat nodig is, aangaande het raadsvoorstel wat voorligt, het plan van aanpak? Ik denk dat het Leger des Heils met het plan van aanpak niet zo heel veel van doen heeft. Mevrouw Kruger: Ik zit nog ook te denken ... Ik denk heel veel, maar ik zit nog ... De voorzitter: Sommigen zijn het niet met me eens, merk ik. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik zit nog aan een andere vraag ook te denken.

Want ik zit ook even te zoeken hoor, hoe of wat? Want we hebben ten aanzien van de instelling op zich gewoon, en de opvang en alles, ook nog wel te maken. Ik denk ook aan de mensen die daar zijn, die hebben daar ook last van hoe het allemaal geregeld is. Maar er wonen ook mensen. Dat zijn ook inwoners van die buurt. En dan heb ik het niet over de crisisopvang, maar ook over voor de bewoners die daar zitten. Worden die daar dan ook bij betrokken? Want dan kan je wel een stukje van het Leger des Heils erbij betrekken. De voorzitter: Dat is wel een aardige. Die wordt in ieder geval door de griffier driftig genoteerd. En mijnheer Van der Net heeft misschien ook nog een briljante. De heer Van der Net: Ik ben even aan het nadenken, helemaal met mevrouw Stolk eigenlijk wel eens. Want we benoemen de olifant in de kamer eigenlijk dan niet. En dat is dan toch ook wel, vind ik, kwalijk. En ik vind toch wel dat wij ook hier als commissie uiteindelijk kunnen bepalen of we dit toch als onderwerp mee willen nemen. De voorzitter: Natuurlijk. Dat mag u zeker doen. De heer Van der Net: Daarom. De voorzitter: Daar zijn jullie de baas. De heer Van der Net: Als daar een meerderheid voor is om dat inderdaad op die manier gewoon ook mee te nemen in de discussie, denk ik dat het een goede zaak is.

49

De voorzitter: De griffier fluistert mij in dat een vraag zou kunnen zijn, in hoeverre het Leger des Heils in het plan van aanpak een plekje krijgt? Is dat een aardige suggestie? De heer Van der Net: Briljant. Echt. De voorzitter: Alle eer voor mijn rechterhand. De heer Gorter: Toch niet alleen het Leger des Heils wat daar zit? Voorzitter, het is toch niet alleen het Leger des Heils wat daar zit? Yulius zit daar toch ook? De voorzitter: Nee. De heer Gorter: Niet meer? De voorzitter: Nee, allang niet meer. U wordt oud, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Gelukkig wel. Net 60. De voorzitter: Niemand meer? Dan is bij dezen besloten dat er een oordeelsvormende vergadering komt. We hebben voldoende politieke vragen om daar een gezellig uurtje van te maken. En we zien er allemaal naar uit. Ik dank nogmaals de insprekers. Ik dank ook de heer Van Diejen en mevrouw De Groot en alle aanwezigen voor hun belangstelling. En ik wens u nog een fijne avond. Ook die mevrouw De Groot bedankt. Ik hoopte zo dat jij een vraag zou stellen aan mevrouw De Groot, maar is niet gebeurd. Fijne avond nog. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 maart 2025.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38195