CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2024.10.22 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 november 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 5 november en 11 november 2024 en de Dordtse Dinsdag van 22 oktober 2024 Vergaderzalen 1, 3 en 542.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Er moet duidelijkheid komen over wat er gebeurt als de vluchtelingen langer blijven. Hoe zorgen wij dan voor... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, een interruptie. Mevrouw Stolk: Ik mag toch gewoon interrumperen? De voorzitter: Jazeker, maar ik zat zo aandachtig naar de heer Katif te luisteren, dat ik u niet zag. Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Katif, omdat hij het over balans heeft. Gaat Beter voor Dordt nu instemmen met deze flexwoningen of zegt u van, de belangen van de bewoners zijn belangrijker op dit punt? De voorzitter: Mijnheer Katif. De heer Katif: Ik zou de vragen met ja en nee willen beantwoorden, maar ik wil eerst even mijn verhaal... En ik hoor namelijk de discussie in de commissie. En wellicht dat wij nog straks, als het stuk of tenminste het besluit in de raad behandeld gaat worden, dan zullen wij even ons eitje leggen. Maar daar krijgt u voor mij nu even nog geen antwoord. En dat is een eerlijk antwoord, denk ik. Voorzitter, ik bleef bij, hoe zorgen wij er dan voor dat de woonproblemen van alle inwoners van onze stad worden aangepakt en opgelost? Het is aan het college om hier in een vroeger stadion duidelijker, transparanter over te communiceren. Het woord communiceren, participeren is vaak eigenlijk hier de revue gepasseerd.

Zodat de betrokkenen ook echt voelen dat hun inbreng wordt meegenomen in de besluitvorming. Voorzitter, Beter voor Dordt pleit voor een concreet plan van aanpak, wat in samenspraak met betrokkenen wordt vormgegeven om het draagvlak onder de bewoners te vergroten. Hiermee wordt geprobeerd de zorgen van de inwoners serieus te nemen en hun betrokkenheid te stimuleren. En ik rond echt af, voorzitter. We blijven kritisch kijken naar dit proces en zullen de belangen van alle Dordtenaren blijven verdedigen. We moeten onze menselijke verantwoordelijkheid nemen, maar dat mag

39

niet betekenen dat de zorgen van onze inwoners genegeerd worden. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw inbreng voor de eerste termijn. De heer Groenewege van de Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Dank u wel. Voorzitter, de Partij voor de Dieren is voor mededogen met oorlogsvluchtelingen. Dat staat als een paal boven water. Maar het doel heiligt niet de middelen. En met een aantal middelen heeft de Partij voor de Dieren veel moeite. Wij kunnen de redenering van het college over de participatie volgen. Maar dat betekent niet dat we het ermee eens zijn. De Partij voor de Dieren maakt haar eigen afweging. Op de meeste locaties ligt een woonbestemming. Maar niet op alle locaties vinden we die toegekende bestemming terecht. En daarmee richt ik me in mijn bijdrage, met het oog op de tijd, vooral op de 67 tot 75 woningen die in Wielwijk zijn ingepland. Allereerst de Cornelis Evertsenstraat, waar 52 tot 60 flexwoningen zijn voorzien, vlak naast de A16. Het college zegt, de luchtkwaliteit voldoet hier aan wettelijke normen. Maar de GGD adviseert in de Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid om tussen huizen en snelwegen minimaal 150 meter afstand te houden. Dit beleidsadvies is in 2023 nog geactualiseerd en helemaal bij de tijd. We moeten concluderen dat de wettelijke normen volgens de GGD onvoldoende bescherming bieden voor een goede gezondheid.

En de GGD is toch ook echt een overheidsinstantie. Minimaal 150 meter afstand. En de afstand die het college hier voorstelt, is de helft daarvan. In onze kwetsbare wijken zien we een gezondheidskloof. Mensen in Wielwijk hebben het gemiddeld gezien niet zo breed. En we weten dat mensen met een smalle portemonnee in slechtere gezondheid leven. En dan moeten ze ook nog eens in een extra ongezonde leefomgeving wonen. Hoe dichter bij de snelweg, hoe ongezonder. Dit effect heeft de snelweg natuurlijk niet alleen op Wielwijkers, maar ook op Oekraïners. De Partij voor de Dieren wil huidige, nieuwe en tijdelijke Dordtse inwoners niet veroordelen tot gezondheidsproblemen als hart- en vaatziekten, luchtwegaandoeningen en een grotere kans op diabetes en dementie. En dat betekent dat, totdat er iets met de A16 gebeurt, deze locatie wat ons betreft afvalt voor woningbouw, zowel permanent als tijdelijk. Dan de Cornelis Trompweg, waar 15 flexwoningen zijn voorzien op 18 meter afstand van een bestaande flat, met een blinde muur ten koste van een groenstrook. Eén bewoonster van die flat heeft ingesproken. Maar de Partij voor de Dieren vermoedt dat dit een groep bewoners is die de weg naar de overheid niet zo goed kent. Niet zo goed als bewoners van het Rudyard Kipling-erf, waar we uiteraard ook veel respect voor hebben.

Maar dat Wielwijkers die weg niet zo goed kennen, betekent niet dat hun belangen niet of minder mee zouden moeten tellen. Op het perceel aan de Cornelis Trompweg ligt nu een gemengde bestemming. Maar gezien het aaneengesloten bouwvlak lijkt het ons nooit de bedoeling te zijn geweest om hier twee flats vlak tegenover elkaar te plaatsen. Notabene met blinde muren. En als klap op de vuurpijl zouden deze bewoners dan ook nog meer parkeerplaatsen voor hun raam door de neus geboord krijgen. De groenstrook wordt volgebouwd. Er komt nog meer blik voor de voordeur. En dat wordt dan verpakt als een win-win. Dat maakt het wel heel bont. En op deze locatie kunnen we als Partij voor de Dieren het college ook niet volgen. De heer Van der Net: Voorzitter.

40

De voorzitter: Mijnheer Van der Net, ter interruptie. De heer Van der Net: Ik kan het betoog natuurlijk van de heer Groenewege goed volgen. Alleen hij zit nu een aantal locaties weg te strepen als niet acceptabel. Begrijpt de heer Groenewege, via u, voorzitter, dat dan ook uiteindelijk natuurlijk het heel moeilijk wordt om de hoeveelheid Oekraïners te gaan opvangen? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik begon ons betoog met, het doel heiligt niet te middelen. En dat was eigenlijk een achtervang voor deze opmerking die u maakt. Want we snappen het doel, maar niet ten koste van alles. En op deze locaties hebben we zulke sterke bedenkingen om hier woningbouw te realiseren, dat we daar toch tegen zijn. Dan verzinnen we maar wat anders voor Oekraïners en duurt het maar wat langer om dat te realiseren, maar dat is het gevolg daarvan. De voorzitter: Dat leidt tot een vervolginterruptie. De heer Van der Net.

De heer Van der Net: De heer Groenewege geeft gewoon aan van, ik weet het ook niet en we zien wel. En dat neem ik hem dan ook kwalijk, omdat je natuurlijk wel met het probleem zit, de gemeente zit met het probleem dat we die mensen toch ergens moeten gaan opvangen. En u geeft aan van, die niet, die niet en we zien wel wat ervan komt. Ik ben dat niet gewend van u in ieder geval, mijnheer Groenewege. Ik zal toch willen vragen of u wat beter wilt nadenken over wat we dan doen met die Oekraïners. De voorzitter: Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Die oproep neem ik ter harte. De voorzitter: Nog een interruptie van de heer Uysal, GroenLinks. De heer Uysal: Aanvullend op de vraag van de heer Van der Net. Ik vind het inderdaad ook te kort door de bocht van de heer Groenewege van Partij voor de Dieren dat we dit voorstel dan maar van de baan moeten laten schieten. Dat betekent ook dat de gebiedsontwikkeling van de Spuiboulevard, waar ook heel veel betaalbare huisvesting, waar u denk ik heel erg van gecharmeerd bent en uw partij, dat dat project vertraagd gaat worden. Hoe kijkt dan de heer Groenewege daar tegenaan? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ik heb niet op alle vragen antwoord, want ik heb niet alle informatie in mijn hoofd zitten. Zo simpel is het gewoon. Ik weet niet welke andere mogelijkheden er zijn om Oekraïners te huisvesten.

Wat voor ons voorop staat, is dat het doel niet de middelen heiligt en dat wij met een aantal woningbouwlocaties, waaronder de twee die ik noemde in Wielwijk, niet akkoord kunnen gaan. Ik vind dat Wielwijkers al genoeg meloenen hebben moeten slikken. Die zin heb ik al eerder uitgesproken in de raad. Dat vinden wij als Partij voor de Dieren een kwetsbare wijk, waar je heel voorzichtig

41

mee moet omspringen. Waar de luchtkwaliteit slecht is, moet je niet de ene na de andere woning plaatsen. En dan duurt het maar wat langer om iets te vinden voor de Oekraïners. Dan moeten ze maar tijdelijk in onze buurgemeente opgevangen worden. Daar vinden we dan wel wat op. De voorzitter: Dat leidt tot een vervolginterruptie. En ik meen te ontdekken dat dat antwoord misschien niet naar uw smaak, nogmaals, gaat zijn. Maar wellicht leidt een korte vraag tot meer. Gaat uw gang. De heer Uysal: Voorzitter, ik heb vorige week een nieuw begrip van de heer Groenewege geleerd, tijdens de gemeenteraad. En dat was namelijk een Nirvana drogreden. En dat betekent dat je in de politiek nooit keuzes kan maken met de volle honderd procent kennis en nooit de optimale keuze die je hebt. En ik begrijp uit de antwoorden van de heer Groenewege dat dit ook niet optimaal is. Maar weegt dat dan niet af tegen het vraagstuk waar we nu staan, aan de ene kant dat alle gebiedsontwikkeling die we hebben gepland in onze stad, dat die door moeten gaan? Maar ook dat we te maken hebben met de huisvesting van mensen die huis en haard hebben moeten achterlaten, dat we hen ook hier moeten opvangen? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, wij schrijven deze voorgestelde locaties in Wielwijk niet af, omdat ze niet perfect zouden zijn. We vinden ze verre van perfect.

Zo verre van perfect dat we ze gewoon niet goed genoeg vinden. Daarom schrijven we ze af. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Groenewege: Ik was al bijna bij een afronding. Ik heb het gehad over twee locaties in Wielwijk. Ik denk dat de rest van de commissie het prima zal hebben over de overige locaties. Wij overwegen op deze twee locaties amendementen. We zijn gerustgesteld door het antwoord van het college dat dat niet betekent dat de andere drie niet door kunnen gaan. En wat er vanuit de rest van de fracties komt, dat zullen we afwachten. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor u inbreng. Mevrouw Kamphuis van de SP. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen, zetten we grote vraagtekens bij een aantal gekozen locaties. Als eerste het grasveldje naast de school in Stadspolders, een stukje groen in de buurt, wat een belangrijke sociale functie vervult. Er wonen in dat buurtje veel kleine kinderen, die graag op dit veldje spelen en gaan spelen. En ook de buurt gaat af en toe naar deze plek voor gezellige buurtbijeenkomsten. De sociale omgeving gaat in één klap verloren door de flexwoningen.

Is in die wijk niet ergens anders een groen plekje te vinden? En waarom zijn er al putjes geslagen in het veld, terwijl dat we hier nog in besluit bezig zijn? Zijn er al voorbereidingswerkzaamheden gedaan, vraag ik aan de wethouder, via u, voorzitter? Dan Wielwijk. Bewoners die wij daar gesproken hebben, hebben ook niks tegen Oekraïners, net zoals in Stadspolders. Maar er leeft wel het gevoel dat deze wijk al veel op hun bord hebben gekregen en gaat krijgen. Zeventig procent van de flexwoningen gaat daar komen, terwijl dat er ook flats, SSF, en Watersteyn einde van de straat in de

42

buurt staan, waar ook problemen uit voortkomen. Straks komen de mensen uit het azc, die in hun wijk misschien wel boodschappen gaan doen. Op de locatie waar de meeste flexwoningen komen, stond ooit hoogbouw wat daar af is gebroken in verband met de fijnstof. En dan zou je denken, maar deze woning staat er wat verder af. Van de week één keer langs het raamkozijn gegaan en het doekje zit vol fijnstof, terwijl dat het gisteren nog is schoongemaakt. Er is nog fijnstof. Wij vragen ons af, aan de wethouder, waarom wel flexwoningen? Hoe ziet de wethouder dat? De bewoners begrijpen niet waarom andere wijken, zoals De Hoven, Dubbeldam of Zuidhoven, altijd maar ontzien worden. En wij denken dat ze daar een heel goed punt hebben. Het is toch nauwelijks voor te stellen dat de nu gekozen locaties echt de enige opties zijn op ons grondgebied. Dat kunnen wij niet geloven. Dan nog de participatie. Die is ronduit slecht verlopen. Iedereen wist op het moment dat de mensen in de Crownpoint kwamen wonen, dat ze er op een zekere dag weer uit moesten vertrekken. Eigenlijk al na een jaar. Genoeg tijd om de mensen uit de stad te betrekken bij het zoeken naar locaties en ook hun bezwaren te wegen. Nu is er een inloopavond geweest. De mensen hebben het maar aan moet horen en ze konden niet meedenken. Gemiste kans. En nu moet het onder druk van een subsidie er snel doorheen gejast worden.

Dit onderwerp had op alle kanten beter gekund. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. De heer Roggekamp van Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook bij dit traject zien we vergelijkingen met andere trajecten in Dordrecht, die invloed hebben op bewoners van de stad. Participatie blijft steeds lastig. Wijken worden opgeslurpt om een politiek punt te kunnen maken. Er is een coalitieakkoord, wat zegt dat binnen de gemeentegrenzen alles volgebouwd kan worden en daarbuiten niet. Dat heeft de coalitie vastgesteld. Maar is dit nog steeds het meest beste? Maar voorzitter, mogelijk heeft het college het mandaat om zelf te kiezen dat de Oekraïners in kleine groepjes in wijken worden opgevangen. Dat zou best kunnen, maar vindt het college het wel handig dat ze die keuze zelf gemaakt hebben en niet eerst aan de raad voorgelegd, om zo te kunnen kijken wat er nog meer voor opties waren? En voorzitter, vanaf het begin van de regeringsperiode zijn we als Gewoon Dordt al voor tijdelijke woningen geweest, vooral voor de opvang van bijvoorbeeld jongeren. Maar ons is altijd aangegeven dat dit niet mogelijk was en veel problemen gaf. Ik zou daarom ook graag van het college horen wat er nu veranderd is, dat er nu in één keer zoveel flexwoningen gebouwd kunnen worden, waar dat een half jaar geleden nog echt niet kon.

En ook gelet natuurlijk op alle reacties die hier nu zijn geweest, voorzitter. De voorzitter: Is het uw inbreng of een interruptie? De heer Uysal: Een interruptie graag, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Uysal: Even op het laatste punt, twee punten eigenlijk. Want ik hoor de heer Roggekamp van Gewoon Dordt vragen stellen aan het college. En hij vraagt zich daarbij ook af, voorzitter, of aan de raad niet een voorstel gedaan zou kunnen worden? Heeft de heer Roggekamp zelf dan voorstellen of ideeën?

43

De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Jazeker, hebben wij ideeën. Maar had het wel van tevoren aangegeven moeten worden, want wij zijn geen collegepartij en wij zijn ook niet gehouden om alleen binnen de stadsgrenzen te denken. Wij kunnen ruimer denken. Maar dat we dat van tevoren met heel de raad willen bespreken. De voorzitter: Volgens mij nog een vervolginterruptie van de heer Uysal. De heer Uysal: Ik ben blij dat de heer Roggekamp die discussie aansnijdt van verdichting of de stedelijke ontwikkelkaders dan eventueel verruimen. Ik denk dat dat inderdaad een goed aandachtspunt is, om dat met elkaar te voeren. Ik denk dat dat ook het beleid was van de voorgaande colleges, niet alleen dit college, om binnen de stedelijke kaders te verdichten. Maar even een ander punt waar ik op terug wil komen. Want de heer Roggekamp vraagt zich af hoe het ineens kan zijn dat we voor al deze mensen nu wel flexwoningen uit de grond kunnen stampen. Maar volgens mij heeft het college ook vorig jaar nog 333 flexwoningen neergezet op het Leerpark. Is het later kantoorpand van Yulius omgebouwd tot appartementen, waar nu ook jongeren, starters en studenten in verblijven. Volgens mij gebeurt er al heel veel op dat punt. Ziet de heer Roggekamp dit ook zo? De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Nee voorzitter, dat zien we zeker niet zo.

Er is één project op het Leerpark geweest waar tijdelijke woningen zijn gezet, omdat er gewoon geen vaste woningen gebouwd mogen worden, omdat het te dicht bij de N3 is, want dat is te gevaarlijk. Dat is de reden dat het tijdelijke woningen zijn. Maar er zijn veel meer mogelijkheden om echt tijdelijke woningen neer te zetten, die een aantal jaren ook of een andere bestemming kunnen krijgen of inderdaad echt gesloopt kunnen worden op andere punten in Dordrecht. En daar hebben we al vanaf het begin van de regeerperiode al aandacht voor gevraagd. En het antwoord dat wij steeds kregen was van, dit kan niet. Dit is niet mogelijk in Dordrecht. Heeft te veel gevolgen. Heeft te veel problemen. En nu komen er in één keer zoveel flexwoningen bij. En we zien ook vanavond weer wat dat in de wijken voor problemen geeft. Mogelijk heeft het college er helemaal gelijk in gehad, maar waarom dan nu die draai? De voorzitter: Dat is de vraag inderdaad die u nu in de arena werpt. Ik stel voor dat de rest daarop kan reageren als ze hun inbreng hebben. Dan gaan we naar de heer Uysal van GroenLinks. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Voorzitter, ik wil allereerst beginnen met mijn oprechte waardering en bewondering uitspreken voor de bewoners.

Het gaat mij, en ik denk ook heel de commissie, zeker niet in de koude kleren zitten dat de bewoners hier de moeite voor nemen om in te spreken, om contact op te zoeken met politieke partijen, om zich constructief op te stellen, ook tegenover het college, om samen na goede oplossingen te kijken. En ik zie ook dat er veel onderzoek is gedaan. Er zijn appgroepen opgericht. En er zijn voorstellen gedaan. Echt mijn oprechte dank ook aan de bewoners. En ik wil hierbij ook aangeven dat wij als commissie en als raadsleden gewoon in een hele lastige situatie zitten om een besluit te nemen. We zijn er wel uiteindelijk voor om een besluit te

44

nemen. En ook mijn complimenten aan de bewoners, aan de omwonenden dat de toon van het debat ook heel, wat ik net zei, constructief was. Want we leven wel in een tijdgeest waarin de toon van het debat, als het gaat over vluchtelingen en asielzoekers, enorm onwenselijk is. En ik heb dat bij de bewoners helemaal niet gehoord. En ook als GroenLinks staan wij voor een eerlijk en een humaan vluchtelingenbeleid. En laten we eerlijk zijn, dat is de afgelopen tijd niet gebeurd als we kijken naar Crownpoint. We hebben net ook bij de technische toelichting gehoord dat er geen sprake was van privacy. Dat de mogelijkheden om te recreëren of deel te nemen aan de samenleving ook niet heel erg optimaal waren.

En wat ons betreft staat een eerlijk en een humaan vluchtelingenbeleid toch voor zorgen voor goede opvang, zorgen dat deze mensen zich snel thuis voelen in onze stad en ook zorgen dat ze zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren, actief deelnemen aan de samenleving en naar het onderwijs gaan. En als we na dit voorstel kijken... De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti, ik wilde eigenlijk net mevrouw Kamphuis het woord geven. En dan geef ik u vervolgens het woord. Ik sta twee vragen toe. Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank je wel. Ik hoor, via u, voorzitter, sorry, mijnheer zeggen van, we willen een humane opvang. Wij willen dat ook. Maar hoe denkt mijnheer over die fijnstof die die mensen dan binnenkrijgen bij de Cornelis Evertsenstraat? De voorzitter: Dank. Ik geef ook mijnheer Safranti dan even kort het woord. Kunt u op beide vragen ingaan. De heer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: Ik moet even terugdenken wat ik wilde vragen. Het ging meer met name over de opsomming van mijnheer Uysal. Ik wilde eigenlijk vragen waar dat op gebaseerd was? Mijnheer Uysal gaf aan dat ze niet naar school konden gaan, kunnen participeren. Al die opsommingen die ik net gehoord heb. Ik wilde eigenlijk vragen waar mijnheer Uysal dat vandaan heeft dat dat niet goed gaat op dit moment? De voorzitter: Helder. De heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter.

We hebben inderdaad die vraag ook gesteld, die mevrouw Kamphuis van de SP aan mij nu stelt. Namelijk, hoe zit het met fijnstof? En we hebben als antwoord gekregen dat de luchtkwaliteit is verbeterd en dat overal in de stad wordt voldaan aan de normen van luchtkwaliteit. Het is inderdaad een terecht aandachtspunt. En die vraag hebben wij ook gesteld. En dit is het antwoord wat wij kregen. Daar zijn wij wel blij mee. En als reactie op de heer Safranti van DENK, dat was meer een schets hoe wij als GroenLinks naar een eerlijk en rechtvaardig humaan vluchtelingenbeleid kijken. Dat mensen onderdeel worden van de samenleving. Dat mensen zich thuis voelen in de samenleving. En dat mensen gaan werken. En ook naar het onderwijs gaan. Dat wil niet zeggen dat die constateringen niet gebeurt. Maar wel

45

dat wij zo een vluchtelingenbeleid voor onze ogen zien. En dat dit voorstel daaraan tegemoet komt. De voorzitter: Dat leidt tot een vervolgvraag bij mevrouw Kamphuis. En daarna geef ik mijnheer Groenewege het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik heb net dit doekje laten zien van één dag fijnstof. Hoe goed is die luchtkwaliteit? Naar ons idee niet zo goed. Maar ik vroeg wat mijnheer Uysal het zelf vond? Niet wat het college had geantwoord. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Weet u, voorzitter, ik ben geen deskundige. Ik heb als raadslid het college te controleren. En dat doe ik op basis van de vragen die ik heb gesteld, weliswaar technisch van aard. En ik heb het gewoon te doen met de antwoorden die ik van het college krijg. En uiteraard gaan wij zelf wel op zoek naar en ook in gesprek met bewoners, maar dit zijn wel de antwoorden van het college. En ik mag er volgens mij wel vanuit gaan dat het college naar eer en geweten antwoord geeft op onze vragen. De voorzitter: De heer Groenewege. Want ik zie u buiten de microfoon nog iets zeggen. Mevrouw Kamphuis: Sorry, voorzitter. Dat is niet de vraag, maar laat maar. De voorzitter: Dan gaan we door naar de heer Groenewege. Die wilde ook een interruptie plaatsen bij de heer Uysal. De heer Groenewege: Dank u wel. De heer Uysal zegt, ik ben geen deskundige.

Ik ben afhankelijk van informatie vanuit het college. Nou zijn er meer informatiebronnen dan het college, zoals bijvoorbeeld de zeer deskundige mensen van de GGD. Die zeggen, de luchtkwaliteitsnormen van de landelijke overheid zijn niet streng genoeg. Mensen die dicht bij een snelweg wonen zijn onvoldoende beschermd. Je zou geen woningbouw moeten doen binnen 150 meter van een snelweg. Hoe duidt GroenLinks dat advies? En wat doet GroenLinks daarmee? Negeert GroenLinks dat advies van de GGD volledig? Want zo klinkt het wel. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, dan ben ik bijna geneigd om terug te komen op de Nirvana drogreden. Maar weet je wat het is, we hebben elke keer te maken met informatie die wij krijgen vanuit verschillende hoeken. En uiteindelijk moeten wij keuzes gaan maken. En ik ben het met de heer Groenewege eens dat wij niet beschikken over de volle honderd procent kennis en informatie. Ook niet over de deskundigheid en de ervaring. Je moet je ergens op gaan baseren. En ik baseer mij op de antwoorden die ik krijg van het college. Dat is volgens mij niet zo heel gek. En als alle fracties hebben wij vragen kunnen stellen. En we moeten het gewoon doen met antwoorden die we krijgen. De heer Groenewege: Voorzitter, dat hoeft helemaal niet. De voorzitter: De heer Groenewege, gaat uw gang.

46

De heer Groenewege: Dank u wel. We hebben ook andere informatiebronnen, zoals ik aangaf. En de heer Uysal heeft niet gemotiveerd waarom hij de informatie vanuit de GGD, en een beleidsadvies wat vorig jaar nog is geactualiseerd van de GGD om niet zo dicht bij een snelweg huizen te bouwen, negeert. GroenLinks van alle partijen. Kan de heer Uysal dat uitleggen? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, nogmaals, wij doen het altijd met de informatie die wij krijgen. En wij laten ons graag ook informeren door andere deskundigen en partijen. Alleen ik vind dat ook wel heel ver gaan om alles wat daar nu in de buurt gebeurt op GroenLinks af te schuiven. En nogmaals, de informatie die wij op dit moment voor ons hebben, stelt ons gerust dat we daar gewoon kunnen voldoen. Dat daar wordt voldaan aan de normen die zijn gesteld, door ook de instanties die de heer Groenewege misschien aan refereert. Dat is wat het is, voorzitter, voor ons. De voorzitter: Dank. Was u ook klaar met uw inbreng voor de eerste termijn? De heer Uysal: Nee, nog niet. Ik was ongeveer op de helft. Dan ga ik verder als u dat toestaat. De voorzitter: Dan gaat u met rasse schreden door, volgens mij. Gaat uw gang. De heer Uysal: Ik had het, voorzitter, over het voorstel dat vooral uit gaat van huisvesting en niet over de opvang. En eigenlijk zouden wij het daar ook niet meer over willen hebben.

Want ooit zijn ze in Crownpoint opgevangen met het idee dat dat tijdelijk was, voor een paar maanden. En dat was ook een noodopvanglocatie, met de voorzieningen die daar ook voor bedoeld waren. Ook deze mensen, de Oekraïners hebben recht op een fatsoenlijk dak boven het hoofd. En in dat kader zijn we wel blij dat er verspreiding plaatsvindt over de stad, zodat ze ook echt actief kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat ze ook onderdeel worden van de samenleving. En niet op één kluitje opgesloten zitten. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: U maakt netjes ruimte. Mevrouw Kamphuis wil graag een vraag stellen. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik wil, via u, aan de heer Uysal vragen wat hij van... Hij zegt, het is verspreid. Maar wat vindt u dan van zeventig procent in Wielwijk? Dat is niet echt verspreiding, denk ik. De voorzitter: Dat is ook even de politieke vraag. Komt u daar in uw inbreng op terug of kunt u daar nu al antwoord op geven? De heer Uysal: Ik kan daar nu ook antwoord op geven. Wat betreft de locaties, is het ook weer zo dat wij als raad wel ooit met elkaar hebben afgesproken dat we binnen de stedelijke kaders gaan bouwen. Dat verdichtingsfenomeen. En er zijn gewoon niet zo heel veel plekken waar je bouwlocaties hebt, waar je kunt bouwen. Je bent heel erg afhankelijk van de locaties die beschikbaar zijn. Als ik dan ook luister naar de technische

47

toelichting die we net hebben gekregen en hoe ik dat gemotiveerd heb gehoord, hoe dat dan is gegaan de verkenning van de locaties, dan heb ik niet de indruk dat er weinig of minder dan de huidige locaties bekend zijn. Ik heb wel de indruk gekregen dat er meerdere locaties onderzocht zijn. En op basis van de eisen die gesteld worden aan veiligheid en leefbaarheid zijn dit de vijf locaties die naar voren zijn gekomen. En naast de eisen is er ook rekening gehouden met voorzieningen, een school en andere soorten voorzieningen voor deze locatie. En ik vind dat wel acceptabel voor de huidige locaties. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, tot slot. Gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Heel kort. Dure wijken, zoals De Hoven, Zuidhoven, neem de Staart, heb je een heel mooi groot grasveld. Heeft u daarnaar gekeken, vraag ik via de voorzitter? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik heb daar persoonlijk niet naar gekeken, voorzitter. Ik kan me die vraag wel heel goed voorstellen. Ik bedoel, u vindt mij ook aan uw zijde als het gaat om eerlijke spreiding over de stad. Maar als we kijken naar de eisen, als we kijken naar het tijdspad, dan zijn de locaties die nu worden aangeboden denk ik het meest haalbaar. En dat is ook wat we horen, de meest haalbare locaties.

En alle overige locaties, heel goed dat die ook worden aangedragen, maar ik constateer eigenlijk dat die locaties niet haalbaar zijn en dat daarmee de opvang, de huisvesting van de Oekraïners in het gedrang komt. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Ik sta nog één interruptie toe. En dan lijkt het me goed dat de heer Uysal gewoon zijn verhaal afmaakt en dat we dan verder interrumperen. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad dat was ook mijn vraag eigenlijk richting mijnheer Uysal, over de eerlijke verspreiding. Zeker als we kijken naar een kwetsbare wijk en wat daar allemaal speelt. Het is een wijk waar ook het Nationaal Programma op is gezet. Dat is wel de vraag die ik wilde stellen, maar daar heeft mevrouw Kamphuis al een en ander over gezegd. Ik wil mijnheer Uysal vragen om daar wat meer duidelijkheid in te geven, buiten het stedelijke belang. En daarnaast de vraag richting GroenLinks hoe zij... Want ik heb ze nog niet gehoord over het participatieproces. Want ik weet dat GroenLinks heel goed zit in het participatieproces op zich. Dank. De voorzitter: Ik vermoed zomaar dat de heer Uysal daar ruimte voor had in zijn inbreng, maar hij kan ook nu reageren. Gaat uw gang. De heer Uysal: Zeker. Ik maak mijn inbreng af. Waarbij ik meteen ook terugkom op de twee gestelde vragen.

Want ten aanzien van participatie kunnen we denk ik wel concluderen, niet denken, we kunnen concluderen dat de participatie ten aanzien van de locaties niet is geslaagd. Dat kunnen we met zijn allen denk ik hier vaststellen. Maar er zijn nog veel mogelijkheden en ook nog veel te winnen op het gebied van inpassingsmaatregelen. Daar hebben wij net ook technische vragen over gesteld. En ik wil het college echt uitdrukkelijk op het hart drukken dat de omwonenden echt actief

48

betrokken moeten worden bij de uitvoering van de plannen. Er worden inloopavonden georganiseerd. Dat is een goed begin. Maar toch hebben de inwoners niet het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt, dat zij zich gehoord voelen. Dat moet echt veel beter. En we zijn wel blij met de oprichting van zo’n begeleidingscommissie, maar ook dat moet niet alleen bij een dode letter blijven. Dat moet ook echt actief naar voren worden gebracht. En de buurtbewoners moeten daar actief betrokken bij worden. En het moet ook heel toegankelijk worden voor de buurtbewoners. Eerder werd dat ook al gezegd, dat zowel de Oekraïners als de samenstelling van de buurt, dat daar goed zicht op is. Ook daar wil ik het college met klem verzoeken van, kijk goed naar de voorzieningen in de wijk. Kijk goed naar de samenstelling van een buurt. Om zo inderdaad rekening te houden met de Oekraïense ontheemden die in die flexwoningen geplaatst gaan worden. Wij zijn zeer terughoudend met Oekraïners en de ontheemden in kwaad daglicht stellen. Maar wij zijn ons er wel zeer van bewust dat je niet iedereen zomaar in die flexwoningen kan neerzetten. Let daar alsjeblieft, op met betrekking tot de omgeving. En toch een heel concreet punt ten aanzien van het grasveld. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, gaat uw gang.

Mevrouw Stolk: Daar word ik altijd een beetje door getriggerd, wan dit is gevoel wat u nu aangeeft. Wat bedoelt u daar precies mee? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, één van de locaties is in de buurt van een opvanglocatie waar ook, als ik het goed heb gelezen, goed heb begrepen, mensen met een geestelijke beperking in verblijven. En er zijn heel veel mensen die daar anders naar kijken. Die er vraagtekens bij neerzetten van, moeten Oekraïense ontheemden dan in de buurt van zo'n opvangplek worden neergezet? Daar zijn verschillende reacties op. Ik snap aan de ene kant heel goed dat de bewoners dat zeggen, dat zij vraagtekens daarbij plaatsen. Maar er zijn ook geluiden, en toch zijn wij er ook wel van bewust, dat je daar terughoudend mee om moet gaan, want niet iedereen die uit Oekraïne is gevlucht is per definitie een patiënt of een probleemgeval. In dat kader zijn we heel erg terughoudend. En aan de andere kant vinden wij wel dat er rekening mee gehouden moet worden als er bijvoorbeeld in de omgeving een school is, dat je daar beter gezinnen kunt plaatsen in die flexwoningen in plaats van dat je daar andere doelgroepen gaat neerzetten. Dat is meer hoe wij het uitleggen. De voorzitter: Dat leidt nog tot een vraag bij de heer Groenewege. Gaat uw gang.

De heer Groenewege: Volgens mij, als we de stukken goed hebben gelezen, dan staat wat de heer Uysal nu vraagt allang toegelicht. En als ik de ambtelijke ondersteuning in het vorige uurtje hebben gehoord, dan heeft zij ook al bevestigd dat dit de insteek is. Waarom vraagt de heer Uysal hier zoveel aandacht voor? Heeft hij er geen vertrouwen in dat het college gaat doen wat in de stukken staat of wat hier is toegelicht? Vanwaar dit wantrouwen?

49

De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Het is geen wantrouwen. Ik denk dat het college wel extra steun vanuit de commissie kan gebruiken om dit te betrekken bij de uitvoering van de plannen. Dat is het. En ik denk dat dat geen kwaad kan. Ook niet voor Partij voor de Dieren, eerlijk gezegd. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Tot slot, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dan ben ik behoorlijk verbaasd dat de heer Uysal zijn vragen niet formuleert als steun voor de inzet van het college, maar een oproep om iets te doen wat al reeds tien keer is toegezegd. Waarom formuleert de heer Uysal het zo? Want het begint een beetje als kletsen voor de bühne op mij over te komen, merk ik, en een beetje in de irritatiezone te komen. Waarom steekt de heer Uysal hier zoveel spreektijd in, terwijl hij allang weet dat dit gaat gebeuren? Wat is het nut? De voorzitter: Laten we die irritatie op het peil houden waar het nu zit en iets omlaag weer brengen. En misschien kan de heer Uysal daar wat bij helpen. Gaat uw gang. De heer Uysal: Het was geenszins mijn bedoeling om de heer Groenewege te irriteren, maar het is wel... Voorzitter, we hebben eerder al geconstateerd, heb ik net ook al gezegd, met de inloopavonden, het college heeft de bedoeling om participatie te organiseren, om de inwoners mee te nemen.

Maar de constatering is iedere keer wel dat het gevoel anders is dan de bedoeling van het college. Nu kunnen die zinnen inderdaad wel in het stuk staan. Ik heb er alle vertrouwen in dat het goedkomt. Maar ik wil er wel de nadruk op leggen dat wat je zegt niet altijd overeenkomt met de beleving van de inwoners. Het is puur een extra aandachtspunt om mee te geven bij de uitvoering van de plannen van het college. De voorzitter: Volgens mij is uw punt helder. De heer Katif: Sorry, excuus, voorzitter, soms is het gewoon even... De voorzitter: Maar u begint nu door me heen te praten. De heer Katif: Excuus. De voorzitter: Dat sta ik niet toe. Nu moet ik een beetje streng zijn. Ik heb kwartier geleden gezegd dat we één van de laatste interrupties doen. U heeft nog geen enkele interruptie geplaatst. Ik sta u toe om te stellen. En laten we dan de heer Uysal zijn bijdrage gewoon afronden, want ik merk dat de bijdrage van de heer Uysal is al net zo lang geweest als alle voorgangers bij elkaar. En we hebben ook nog een hoop te gaan. Mijnheer Katif, neemt u het woord en stelt u uw vragen. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Wat mij eigenlijk verbaast, en ik sluit me echt aan bij de heer Groenewege, het is echt kletsen in de ruimte, schuine streep, voor de bühne.

50

De vraag is, mijnheer Uysal neemt het hele collegeplan klakkeloos over, met alle vertrouwen, maar zegt dat het participatieproces niet goed is gegaan. Maar u neemt alsnog het hele plan gewoon klakkeloos over. Vraagteken. Via de voorzitter. De heer Uysal: Voorzitter, dan ga ik ook zo... Dit is stemmingmakerij. Ik zie daar twee oppositiepartijen zitten, die dan nu mij als lid van een coalitiepartij in een kwaad daglicht probeert te stellen. Ik ben hier niet van gediend. Ik heb gezegd dat de participatie ten aanzien van de locatie niet goed is verlopen. Dat is wat anders dan de participatie met de omwonenden. Die twee dingen heb ik net een heel betoog uiteengezet. En ik constateer dat de heer Katif niet goed heeft geluisterd. Dat heeft misschien ook te maken dat dat in zijn irritatiezone is gekomen. De voorzitter: Ik kom nu toch even tussen beiden, want volgens mij begint het nu wel wat heet te worden. Niet alleen, het is hier ook vreselijk warm, moet ik eerlijk zeggen, maar het debat ook. U heeft uw punt gemaakt. U wil nog één vervolgvraag stellen en dan... De heer Katif: Voorzitter, vervolgvraag. De voorzitter: Want de kwalificatie die zo hier over en weer gaan, helpt niet voor het debat. De heer Katif: Maar dat wilde ik net zeggen, ik heb geen enkel... De voorzitter: Dat helpt niet.

De heer Katif: Voorzitter, via u, ik heb geen enkele kwalificatie gemaakt met aantijgingen in welke vorm dan ook. En ik vind het echt stuitend, voorzitter, dat mijnheer Uysal dit soort woorden gebruikt jegens mij. Dat vind ik echt stuitend. Ik praat niet voor bühne. U doet het. Ik niet. De voorzitter: U spreekt mij als voorzitter aan en niet uw collega's hier direct in de commissie. U zegt via mij, als voorzitter, dat de heer Uysal zulke woorden uit. En laten we dat ook met elkaar even vasthouden vanavond. Anders maken we het elkaar misschien moeilijker. En hebben we het minder over de inhoud, die zo van belang is, waar al deze mensen ook voor aanwezig zijn. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Daar wil ik u toch even op wijzen. De heer Katif: U hebt volkomen gelijk, via u, voorzitter, doe ik dat nog een keer. De voorzitter: Maar uw punt is volgens mij helder. En laten we de heer Uysal nu de gelegenheid geven om verder te gaan met zijn inbreng. Gaat uw gang.

De heer Uysal: Dank. Wat jammer dat we elkaar zo dan moeten bejegenen. Ik ga over tot het laatste stukje van mijn betoog. En dat is een heel concreet punt, waar de bewoners

51

vanavond zich ook over hebben uitgelaten, namelijk het grasveldje in de wijk Stadspolders. En ook al had deze plek een woonbestemming, het heeft de afgelopen jaren toch een hele andere betekenis gekregen. Het is voor de bewoners een plek van ontmoeting, van sociale cohesie, een stukje groen in een toch al versteende buurt. Kan de wethouder wel toezeggen, op de een of andere manier, als dit plan doorgaat, of dit stukje groen toch gecompenseerd kan worden? Ik hoorde net van de ambtelijke ondersteuning dat het schoolplein daarnaast een groenblauw programma heeft. Is dat een optie? Is er elders in de buurt een optie om dat stukje groen, wat nu opgeofferd gaat worden voor de flexwoningen, ergens anders weer te compenseren? Het zal de leefbaarheid en ook de veiligheidsgevoelens, met name, denk ik ten goede komen. En tot slot, voorzitter, wij worden graag als raad, als commissie op de hoogte gehouden van het participatieproces van de begeleidingscommissie die dan in het leven geroepen zal worden. En wij zullen als partij, als fractie ook altijd openstaan voor de inbreng van de omwonenden. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee is de inbreng van uw eerste termijn beëindigd. Ga ik naar mevrouw Pichel van Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil in ieder geval aangeven dat wij het college volledige steun geven voor alternatieve opvang.

Simpelweg omdat Crownpoint niet meer beschikbaar is. Het staat er ook even los van of dat wij dit het beste plan vinden. Maar zover ik het kan inschatten, we zijn van mening dat het college en de ambtelijke ondersteuning, onder leiding van mevrouw Vergouwen, gewoon goed werk aflevert. Dat staat ook weer even los van dat misschien met de participatie niet alles helemaal goed is gegaan. Maar ik wil wel mijn complimenten uitspreken over wat we tot nu toe gewoon allemaal zien. Maar voorzitter, waar ik echt moeite mee heb, en dat ook vanavond weer in deze commissie, is dat ik de commissie zie verzanden in details op microniveau, terwijl er in Oekraïne echte problemen zijn. Een goede bekende van mij woont in Oekraïne. Ze is daar nog. De voorzitter: Als u even een moment nodig heeft, dan neemt u tijd. Als het iets persoonlijks is, is dat altijd... Komt het even binnen. Mevrouw Pichel: Wat ik wil aangeven, is dat zij daar nog woont met haar verloofde en de rest van haar familie. En in Kiev, waar zij woont, daar zijn regelmatig nare gebeurtenissen. En in totaal zijn er nog zo'n 30 miljoen mensen in Oekraïne. En ondertussen sturen we daar gevechtsvliegtuigen en wapens naartoe. Hele families wonen daar nog. Excuus. Er is onlangs een wet in werking getreden in Oekraïne dat mannen tussen de 18 en 65 jaar het land niet uit mogen en verplicht zijn zich te melden bij het leger.

Anders volgt er een boete. En ik snap ook dat de details die we hier bespreken makkelijker op te lossen zijn dan een oorlog in Oekraïne. Dank je wel. Maar voorzitter, dit is zo'n typisch gevalletje, als u links kijkt, dan ziet u rechts niks. En ik ben van mening dat we onszelf goed aan mogen kijken en ons afvragen waar we over discussiëren. Want als we niet discussiëren over wat deze oorlog stopt, dan is dat in feite wegkijken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw persoonlijke inbreng. De heer Klerk van het CDA.

52

De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen mijn betoog, ik denk ook dat het de bedoeling is, zoveel rond de politieke vragen te formuleren. Al zal het niet helemaal in dezelfde volgorde zijn wellicht. Laat vooropgesteld zijn dat het voor de CDA-fractie van belang is of dat de fractie onderschrijft dat de herhuisvesting van de Oekraïners belangrijk is. En ook de uitgangspunten van het college, die in de voorgaande technische briefing zijn uitgelegd ten aanzien van die opvang, humane opvang, spreiding over de stad, die ondersteunen wij. Dan een politieke vragen. Vinden we dat het participatietraject voldoende is doorlopen? Er is uitgelegd dat er geen participatie was, vanwege de zienswijzeprocedure en de mogelijkheid tot beroep bij de bestemmingsplanwijziging 2018. Maar dat bewoners wel worden geïnformeerd en dat het gesprek wordt gevoerd. Mijn oproep aan het college is dan wel om daarop toe te zien dat waar dit door inwoners anders wordt ervaren dat daar wordt tegemoet gekomen. En de voorgestelde begeleidingscommissie is dan wellicht een goede inzet. Daarnaast heeft het CDA een zorg ten aanzien van de sociale cohesie in de wijken. Ik veronderstel dat het bekend is dat een groep mensen met afstand tot Nederland, die in een wijk wordt gehuisvest, gevolgen kan hebben voor de sociale cohesie in zo’n wijk.

Er zijn wijken waar het heel goed kan worden opgevangen, maar in Dordt-West, en dan met name in Wielwijk, wat toch als een kwetsbaardere wijk geldt, kan dat wel problemen opleveren. En daar maken we ons wel zorgen om. Op de politieke vraag, is er sprake van ideale spreiding, dan zeggen we nee. Zijn er alternatieven? Dat hebben we ook gehoord. En dit is ook duidelijk verwoord in de vragen aan het college. Nee. Kan het CDA dan leven met die spreiding? Met een beetje pijn in de maag wel. Het maakt maar weer duidelijk hoe ingewikkeld het is. In Stadspolders zijn de vragen omtrent het grasveld met een grote sociale betekenis en Dordt-West is een zwakkere wijk. Het is koorddansen tussen heel veel belangen. En voor de CDA-fractie is het logisch dat naar locaties met woonbestemming wordt gekeken. Maar we vinden het ook belangrijk dat bewoners serieus genomen worden. Het feit dat in 2018 een bestemmingsplan is gewijzigd, neemt niet weg dat voor de bewoners in Stadspolders bijvoorbeeld het grasveldje of de speelbestemming op het grasveldje als een verworven recht kan aanvoelen. Ook zorgen omtrent toegang van hulpdiensten zijn reëel. Mijn oproep aan het college is dan ook om adequaat naar een oplossing te zoeken ten aanzien van dit vraagstuk. En herstel het vertrouwen waar dat verloren gaat.

En misschien, ik hoor net de heer Uysal ook een idee opperen ten aanzien van het schoolplein, is dat zo gek nog niet. Ik weet dat niet. Dan de vraag of de flexwoningen in de huidige vorm door moet gaan? En daarvan zijn wij wel overtuigd dat het door moet gaan. Al was het maar, omdat Oekraïners die daar worden geherhuisvest al inwoners zijn in onze stad. We hebben ze destijds gastvrij ontvangen en als een de huidige huisvesting om wat voor reden ook er niet meer is, kunnen we ze niet, zoals ik ook een andere partij hier aan tafel hoorde zeggen, maar naar de buren sturen. Als we een groep huisvesting ontnemen, heeft de gemeente ook de plicht om deze te herhuisvesten. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw inbrengen, heer Klerk. Dan geef ik de heer Van der Net het woord van de Dordtse VVD. De heer Van der Net: Dank u wel, voorzitter. Ook voor de Dordtse VVD is dit toch wel een dilemma. Er lopen heel veel belangen door elkaar heen. En het belang inderdaad van mensen in Wielwijk en ook in Stadspolders begrijpen we natuurlijk heel goed. Maar we hebben Crownpoint. En dat moet eind december 2025 wel worden opgeleverd. En daar

53

komen weer 160 woningen voor Dordtenaren. En we begrijpen wel het gevoel dat er nu wordt gebouwd voor Oekraïners, maar niet voor Dordtenaren. Maar gelukkig vertellen de bouwkranen in verschillende wijken dat we met 1.200 woningen in aanbouw juist bouwen voor die Dordtenaren. De Dordtse VVD vond en vindt het opvangen van Oekraïners belangrijk. Maar we merken op dat Dordrecht al 2 jaar en dadelijk al 3 jaar meer Oekraïners opvangt dan we volgens een evenredige verdeling zouden moeten. In ieder geval ook meer dan we feitelijk op korte termijn kunnen dragen als stad, met het wegvallen van Crownpoint als locatie. Daarom is het volstrekt noodzakelijk, volgens de Dordtse VVD, dat we van de 1.100 naar 650 Oekraïners gaan. De rek is eruit in Dordrecht. Dat is duidelijk. We kunnen niet met goed fatsoen allerlei verschillende groepen blijven opvangen, zonder dat dit ten koste gaat van Dordtenaren. Ook de rest van onze regio moet gaan zorgen voor meer opvang. De huidige plannen voor flexwoningen leveren wel 2 voordelen op. Het zijn namelijk woningen die na de oorlog vrijkomen voor Dordtse stelletjes en de kosten worden gedragen door het Rijk. We willen het college vragen de garantie te geven dat als de oorlog is afgelopen de flexwoningen vrijkomen voor jonge Dordtse stelletjes en de Oekraïners eruit gaan.

Tevens willen we dat er geen alleenstaande Oekraïense mannen worden opgevangen in de flexwoningen. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis wil een interruptie plaatsen. De heer Van der Net: Dat mag. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik vraag via de voorzitter aan de heer Van der Net van... Hij zegt, we moeten terug na de oorlog. Maar wie zegt mij dat de oorlog vijftien jaar duurt? En wie zegt mij dat die mensen dan weer teruggaan, want die zijn dan zo in Dordrecht komen wonen en mee participeren dat ze niet meer terug willen. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Dat ben ik helemaal met mevrouw Kamphuis eens. Alleen ze komen nu wel in een opvang vanuit een regeling. En dat betekent uiteindelijk als zij de keuze maken om toch hier in Nederland dan een eigen bestaan te gaan opbouwen, dat ze dan op zoek moeten naar een eigen woning. En dat uiteindelijk die flexwoningen vrij moeten komen voor Dordtenaren. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, vervolgvraag. De heer Van der Net: Voorzitter, ik hoor dat kan niet, maar ik stel de vraag ook natuurlijk aan het college of dat wel of niet kan? De voorzitter: Mevrouw Kamphuis wilde nog een vervolginterruptie plaatsen. Mevrouw Kamphuis: Klopt. Een hele korte. Die mensen moeten naar andere woonruimte gaan zoeken, omdat ze hier blijven wonen. Dat begrijp ik.

Dat ben ik met de heer Van der Net eens, zeg ik via de voorzitter. Alleen wij hebben geen sociale huurwoningen,

54

omdat er dure bouw komt. Hoe denkt mijnheer Van der Net, via de voorzitter, over dat het in andere wijken waar dure huizen staan, dat het daar komt? De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Voorzitter, volgens mij wordt dit een andere discussie. En dan komen we in een discussie over hoeveel sociale woningen we nog moeten bouwen. Ik heb net al wat voorbeelden genoemd. En ik kan wat dat betreft ook wel eventjes wijzen op Nieuw-Krispijn en dadelijk ook Crabbehof, waar wel degelijk inderdaad sociale woningen komen. Ook in de Vogelenbuurt worden op dit moment appartementen opgeleverd voor sociale woningbouw. Ik denk dat die discussie wat dat betreft ook duidelijk is. Dat doen we ook. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, dat vroeg ik niet. Ik wil even mijn vraag herhalen, als het mag. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Ik vroeg, hoe denkt de heer Van der Net, via de voorzitter, over dat die flexwoningen in dure wijken komen waar ook nog genoeg groene ruimtes zijn. De voorzitter: De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ik bedoel van, ik ben altijd benieuwd. Ik bedoel van, als iemand inderdaad een konijn uit een hoge hoed kan toveren en kan aanwijzen waar we dan op dit moment inderdaad de ruimte hebben om toch inderdaad nog flexwoningen weg te zetten, dan hoor ik dat graag.

En ik wijs mevrouw Kamphuis erop, voorzitter, dat wij als Dordtse VVD een vraag hebben gesteld, ook aan het college, omdat we nu horen van, kunnen er niet meer flexwoningen ook worden gebouwd voor Dordtenaren? Die vraag ligt bij het college. En we zitten in afwachting van beantwoording hiervan. De voorzitter: Dan zie ik nog twee vingers. En ik zag allereerst de vinger van de heer Klerk. En dan geef ik mevrouw Pichel het woord. En dan kunt u beide vragen beantwoorden. Gaat uw gang. De heer Klerk: Voorzitter, niet zozeer een interruptie, maar meer een ordevoorstel. We hebben volgens mij in de vorige commissie politieke vragen geformuleerd. En ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik heb het idee dat er al een tijdje niet meer over wordt gesproken en dat er nu hele andere discussies gevoerd worden. De voorzitter: Dat is volgens mij een terecht punt wat u opmerkt. En daar kunnen we elkaar aan houden. En als ik ingrijp wanneer dit gebeurt, dan zou ik ook willen vragen dat u dan mij steunt op dat moment. Want ik heb het tot nu toe veel ruimte gegeven, omdat dit een discussie is die gewoon heel veel elementen raakt. Maar uw constatering is terecht. En als uw vraag daarbij is, handhaaf daarop, dan doe ik dat. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter.

Mijn vraag aan de heer Van der Net, hoe kan de heer Van der Net in de veronderstelling zijn dat we met het opvangen van een paar 100 Oekraïners gewoon oorlog kunnen gaan voeren? Ik bedoel, het land bestaat uit zo'n 36

55

miljoen mensen, waar er nu misschien 4 miljoen van verhuisd zijn, verkast zijn. Maar er zijn er nog zoveel daar. Ik snap dat stukje van zijn woordvoering niet. Kan de heer Van der Net dat toelichten? De voorzitter: Dan zou dit het eerste moment zijn waar ik moet ingrijpen namens de commissie, want dan is dat niet in lijn met de politieke vraag. Mijnheer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Dank u wel. Maar de vraag inderdaad, geen alleenstaande mannen en in de flexwoningen alleen gezinnen en stelletjes, richting het college. Verder zien we helaas... De heer Groenewege: Voorzitter. De heer Van der Net: Nog eentje. De voorzitter: Toch nog een interruptie. De heer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: De heer Van der Net probeerde daarnet de Partij voor de Dieren probleemeigenaar te maken van de opvang van Oekraïners. Want wij keuren een aantal locaties af en dan mogen wij het ook oplossen. Nu keurt de heer Van der Net een aantal Oekraïners af. Alleenstaande mannen mogen we in Dordrecht nergens huisvesten. Waar moeten die dan heen? Mogen die dan wel naar de omliggende gemeenten of moeten ze terug naar Oekraïne? Welke oplossing biedt de heer Van der Net voor dit zelfgecreëerde probleem? De voorzitter: De heer Van der Net, gaat uw gang.

De heer Van der Net: Ik stel vast inderdaad dat die dan misschien ergens anders in de regio moeten worden opgevangen of terug naar de Oekraïne en daar gewoon gaan vechten. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. Waarom vindt de Dordtse VVD dat wel een acceptabele oplossing in dit geval? Maar als wij een aantal locaties niet correct vinden, in verband met de belangen van mensen die in Wielwijk wonen, waarom is het dan geen acceptabele oplossing? Hoe kan dat? De voorzitter: De heer Van der Net, gaat uw gang. De heer Van der Net: Ik bedoel, ik vind het een beetje appels en peren vergelijken. De heer Groenewege keurt een aantal locaties af waarvan ik toen gezegd heb van, waar moeten uiteindelijk dan toch de Oekraïners worden opgevangen? Hij neemt daar geen verantwoording over. En ik geef nu even gewoon aan dat wij inderdaad vinden dat we in ieder geval veel minder moeten opvangen en dat we toch graag willen zien dat in die

56

flexwoningen alleen maar gezinnen en stelletjes komen en zo min mogelijk alleenstaande mannen. Heel simpel. Dat is een politieke keuze, voorzitter. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: Tot slot, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dan ben ik heel benieuwd wat de heer Van der Net en de Dordtse VVD van dit college verwacht. Verwacht de Dordtse VVD dat dit college alleenstaande Oekraïense mannen terug gaat sturen naar Oekraïne, omdat ze hier niet opgevangen kunnen worden? De voorzitter: De heer Van der Net, tot slot. De heer Van der Net: Ik bedoel van, laten we vaststellen dat er ook op Amstelwijck en in het Schippersinternaat ruimte vrijkomt. Ik zou me kunnen voorstellen, mochten we inderdaad daar niet voldoende op kunnen sturen, dat die mannen dan daar uiteindelijk heengaan, maar niet in de flexwoningen in de wijken. Want ik kan me zo voorstellen dat een groep Oekraïense mannen, die daar inderdaad in zo'n flexwoning gaan zitten, dat dat een ander gevoel geeft dan dat daar gewoon gezinnen of stelletjes komen in de wijk. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Van der Net: Maar ik denk dat ik voldoende gezegd heb. Op dit moment vinden wij dat, wat ik al als politieke vraag hier neergezet heb, dat die belangen op dit moment door het college voldoende zijn afgewogen.

En ik wil toch nog wel even vragen wat echt de garantie is vanuit het college dat die realisatie op tijd klaar is, voorzitter. Dat was hem. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. Dan geef ik het woord aan de heer De Heer van de ChristenUnie/SGP. De heer De Heer: Voorzitter, ik heb nog geen fractie gesproken en ook geen inwoner die de opvang voor Oekraïners niet belangrijk vindt. En de zorgen die zijn ontstaan in de raad en bij bewoners hebben daar gelukkig niets mee te maken. We staan als fractie voor een humane opvang. We zijn ook blij dat er nu met een langetermijnvisie wordt gewerkt. Want niemand van ons kan in de toekomst kijken, maar tegelijkertijd vermoedt ook niemand van ons dat de oorlog aan de rand van ons continent op korte termijn opgelost raakt. Onze fractie heeft een aantal belangrijke zorgen en opmerkingen over het voorstel. Eerste punt is communicatie. We merken op dat de communicatie echt beter had gemoeten, waardoor veel onnodige onrust is ontstaan, voornamelijk in Stadspolders. Dat hebben we allemaal gemerkt. Bijvoorbeeld het feit dat de wijk geen grotere parkeerdruk zal ervaren, omdat er op de nieuwe locatie ook parkeergelegenheid komt voor de nieuwe bewoners, zoals we hebben begrepen. Maar ook dat er al een bouwbestemming op de locatie lag. Dat er een aantal grote gezinnen komen, in plaats van jongeren of singles.

Binnen 24 uur gingen er allerlei geruchten rond in de wijk, die vooraf hadden kunnen worden getackeld als de informatie bij het persbericht of de

57

eerste info richting bewoners beter had geweest. Daarnaast dan de participatie, is veel over gezegd. En daar staan wij ook voor. Als de manier van benaderen en de communicatie door bewoners wordt ervaren als intimiderend, dan is er echt iets misgegaan. En we roepen het college op hier echt lessen uit te trekken en op te reflecteren. Tweede punt is snelheid. Weinig bouwprojecten die binnen de termijn worden afgerond. En we lazen vorige week nog dat ook het Dordthuis opnieuw een aantal maanden vertraging oploopt. We kunnen, gezien de omstandigheden, wel instemmen met een plan voor huisvesting. Maar we moeten ermee rekening houden dat we die deadline niet halen. En we rekenen er dan ook op dat het college met een beter antwoord komt dan nu in de beantwoording van de vragen staat. Namelijk, dan kunnen we mensen niet huisvesten. Een scenario van dakloosheid is onacceptabel, wat ons betreft. En we vragen de reactie van de wethouder hierop. Derde punt wat we willen maken, is de locaties. We vinden de beantwoording van de vragen met betrekking tot de alternatieve locaties nog altijd wel erg onduidelijk. Er worden geen namen en rugnummers genoemd, behalve dat er veel locaties zijn onderzocht en vinden de huidige spreiding teleurstellend. Er is geen enkele mogelijkheid dan te vinden, in Dubbeldam niets en Sterrenburg.

En vooral omdat er niet wordt ingegaan op specifieke alternatieve locaties, vinden we dit op dit moment niet overtuigend. Is het mogelijk, en dat is onze vraag aan het college, dat er alsnog een overzicht van alle onderzochte locaties wordt toegestuurd? Tot slot nog twee vragen aan het college, naar aanleiding van de insprekers van vandaag. Er wordt door het college verwezen naar het Cruyff Court en de speelplek rondom de school. Maar vanuit de inwoners horen we dat dit geen goede alternatieve locaties zijn, want onveiligheid. Is het college bereid om serieus in te zetten op het verbeteren van de situatie daar, zodat het mogelijk een redelijk alternatief zou kunnen worden? En hetzelfde, tweede punt, geldt eigenlijk voor de veiligheidsdiensten. Kan het college, in het geval dat de gezinnen daar worden gevestigd, toezeggen dat de situatie voor de veiligheidsdiensten wordt verbeterd, om zo die specifieke zorg toch enigszins weg te nemen bij de bewoners? Concluderend, we begrijpen de noodzaak en we zijn in algemene zin ook positief over een lange termijn plan dat ambitie toont. Maar de combinatie van spreiding, communicatie en snelheid waarmee we als raad nu onder druk moeten handelen, is wat ons betreft erg onwenselijk. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De heer De Heer: Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis, u heeft echt al best veel interrupties geplaatst.

Er worden hier dealtjes gesloten. Ik wil het allemaal niet weten. Maar ik wijs u erop dat we al aardig uit de tijd aan het lopen zijn. Zet ze in ieder geval niet te scheutig in, de interrupties meer. Maar gaat uw gang. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Mijnheer is, via u voorzitter, duidelijk dat hij voor eigenlijk opvang van Oekraïners is. Dat zijn we met zijn allen. Alleen op dat grasveldje, dat gaat niet omdat ze die Oekraïners niet willen, maar dat er gewoon geen plek is. Hoe denkt mijnheer De Heer erover, via de voorzitter? De voorzitter: De heer De Heer.

58

De heer De Heer: Voorzitter, ik heb in mijn woordvoering duidelijk aangegeven dat wij ook niet enthousiast zijn over de spreiding die wordt voorgesteld. Daarom vragen we ook door op alternatieve locaties en wat daar mogelijk nog meer over gedeeld wordt. Dat zou ook mijn antwoord zijn. Wij snappen dat op dit moment het antwoord is, er zijn geen alternatieve locaties. Als we dit doen, dan moet het hier. Wij vinden dat op dit moment nog niet overtuigend. Daarom ook de doorvraag van ons op dat punt. De voorzitter: Was u daarmee aan het einde van de uw inbreng? De heer De Heer: Zeker. De voorzitter: Dank daarvoor. Dan geef ik de heer Safranti het woord, van de fractie DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik hoor onze oude burgemeester nog zeggen dat de vijand twee grenzen verderop zit. Wij maken geen onderscheid tussen mensen en hoeven de mannen niet terug om oorlog te voeren. En ik neem dit kwalijk van de VVD. Dat wil ik even hier benoemd hebben. Rondom de vragen die we vanavond samengesteld hebben. Het participatieproces is dramatisch doorlopen, helaas. Als we de burgers, maar ook de antwoorden van het ambtelijk apparaat horen, mensen voelen zich niet gehoord, niet serieus genomen en zijn geïntimideerd. Althans, dit is echt wat vanavond benoemd is. Dit college hamert elke keer op participatieproces.

En wederom zien we dat dat niet op de juiste manier gebeurt. Mevrouw Pichel heeft dit proberen uit te leggen. We moeten hiermee gaan stoppen. Wij, maar ook de burgers hebben een brief ontvangen met de antwoorden die deze week zijn gestuurd, met data van 4 juni en 23 januari 2024. Voorzitter, dit laat al zien dat niet alleen de burgers niet serieus worden genomen, maar ook wij worden niet serieus genomen. Juist in dit belangrijke dossier worden nog steeds fouten gemaakt. Wederom lezen we hier weer nieuws en ontwikkelingen uit de krant. Wethouder, wat voor flexwoningen zijn dit? Kunt u nu al aangeven dat het om vijftien jaar gaat of bestaat de kans dat het eventueel verlengd kan worden naar vijftig jaar, bijvoorbeeld? Graag uitleg hierover, want er is toch wel onduidelijkheid binnen de stukken die wij gelezen hebben. Verspreiding door de stad is door diverse collega's al genoemd. Maar ik ga nog even specificeren. Verspreiding door de stad wordt elke keer herhaald. In hoeverre is dit geloofwaardig? Waarom wordt zeventig procent van de Oekraïners in een wijk geplaatst die juist decennialang een kwetsbare wijk is. Afgelopen week heb ik een ochtend meegelopen in het wijkteam van Wielwijk. Dat is puur toeval geweest. En dat had niks met dit dossier te maken. Wijkteams trekken nu al aan de bel en geven aan dat ze de huidige sociaal, financieel en andere leefgebieden niet aan kunnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/776/documents/36432