CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2024.10.22 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 26 november 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 5 november en 11 november 2024 en de Dordtse Dinsdag van 22 oktober 2024 Vergaderzalen 1, 3 en 542.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Wielwijk staat niet voor niets op het Nationaal Programma. Fijnstof is al ook eerder genoemd door andere partijen. Tot slot, voorzitter, mensen hebben hun eigen VvE-gronden moeten inleveren en overwegen nu juridische stappen te ondernemen. En dat vinden wij kwalijk. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw inbreng, mijnheer Safranti. Geef ik het woord aan de heer Tutupoly van Op Ons Eiland. De heer Tutupoly: Voorzitter, er is denk ik al een hoop gezegd over het voorstel, zoals het er nu ligt. Op Ons Eiland is van mening dat de participatie onvoldoende doorlopen is.

59

We hebben dat eigenlijk nu al bij eerdere projecten meerdere malen gezien, maar waarop ook meerdere fracties commentaar hebben geleverd. En wij zien eigenlijk niet dat er iets met dat commentaar gebeurt. We blijven iedere keer in herhaling vallen, in onze fouten, terwijl we het zo belangrijk vinden dat participatieproces en ook eigenlijk weer het geloof in de politiek. Maar desondanks blijven we op dezelfde voet doorgaan. En denk ik ook dat het geloof nooit terug zal komen in die politiek als we onze inwoners niet serieus nemen. We zijn absoluut niet tegen herplaatsing van de Oekraïners. Dat vinden wij belangrijk. Maar we vinden het ook belangrijk dat er een balans ontstaat, wanneer we het hebben even over de belangen van onze Dordtse inwoners. Want daar staan we uiteindelijk voor als lokale politieke partij. Bij de aanwijzing, zal ik maar zeggen, van de locaties hebben wij ook gevraagd welke locaties allemaal onderzocht zijn. Daar zijn geen antwoorden op gekomen. Desondanks wordt er wel gevraagd van, waar had u dan in gedachten dat we het zouden moeten plaatsen? Erg moeilijk als je niet weet welke locaties onderzocht zijn. Er is gekeken naar locaties met een woonbestemming.

Maar met de bouwopgave die we nu hebben en we flink moeten bouwen, hoe kan het dan nog steeds zijn dat stukken grond van de gemeente Dordrecht nog steeds die woonbestemming niet hebben, als we het zo belangrijk vinden om snel te kunnen bouwen? En het voorbeeld is, denk ik, nu ook genoemd, als we het even hebben over de Nassauweg. Mooi stukje grond wat er staat, waar niks mee gebeurt. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Net, korte interruptie. De heer Van der Net: Het lijkt mij dat de heer Tutupoly, als hij inderdaad vaststelt dat er stukken grond zijn die nog geen woonbestemming hebben, om dat inderdaad in te brengen. En dan inderdaad aan te geven dat dan de bestemming moet worden gewijzigd. Zo werkt dat in de politiek, voorzitter. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Mijnheer Van der Net is er heel erg makkelijk in. Maar we hebben een vraag gesteld, wat is onderzocht? Want dat was een van de doelstellingen. Er moest gekeken worden waar een woonbestemming op stond. Welk stukje grond. Als wij de vraag stellen, wat is er onderzocht? En we krijgen daar geen antwoord op. Het antwoord is, er is veel onderzocht. Dan kan je ook daar niet op anticiperen. En dan kan u namens de VVD heel makkelijk zeggen, dan moet je met een voorstel komen. Wij stellen die vraag niet voor niets.

Wij willen heel graag weten welke locaties zijn onderzocht en waar rust dan geen bouwbestemming op? Want daar ontbreekt het kennelijk aan. De voorzitter: Tot slot, de heer Van der Net. De heer Van der Net: Ik probeer de heer Tutupoly te begrijpen. Want er is natuurlijk gezocht naar plekken die eigendom zijn van de gemeente en waar een woonbestemming op zit. En ik hoor nu inderdaad van de heer Tutupoly, maar wij willen eigenlijk ook plekken weten waar nog geen woonbestemming op zit. Alleen dan via u voorzitter, als dat zo is, als je daar wil bouwen, dan moet je weer een bestemmingsplan gaan wijzigen. En dat heeft weer tijd nodig. En die tijd hebben we helaas niet.

60

De voorzitter: Ik stel voor dat u daarop ingaat en vervolgt met uw inbreng. De heer Tutupoly: We hebben het hier even over tijd, maar dat probleem gaan we ook krijgen de jaren hierna, als daar geen actie op wordt ondernomen. Dan blijken die plekken nog steeds geen woonbestemming te hebben. En dan krijg je precies hetzelfde probleem, ook voor onze eigen bewoners. Wanneer we het even ook hebben over de flexwoningen, Gewoon Dordt zei het al, daar wordt eigenlijk weinig gebruik van gemaakt. In het verleden zijn deze vragen ook gesteld tijdens de commissie, om voor de Dordtse jongeren eventueel flexwoningen te bouwen. Het antwoord van het college was toen dat dat geen versnelling zou brengen in het bouwen van reguliere woningen. We zijn korte tijd verder en nu kan het ineens wel, onder tijdsdruk. Wij vragen ons dan af, waarom kan het eigenlijk nu ineens wel, nou er subsidie mee gemoeid wordt en onder druk eigenlijk alles vloeibaar lijkt te gaan worden? Het voorstel, zoals het er nu ligt, daar staan wel grote vraagtekens bij. En zeker wanneer we het hebben even over het participatieproces. Want we kunnen ieder project dat we hebben wel commentaar geven, maar het houdt een keer op met het commentaar als daar niks mee gebeurt. En zoals het voorstel er nu ligt, zouden wij daar niet mee akkoord gaan. De voorzitter: Dank voor uw inbreng, de heer Tutupoly.

En dan last but not least mevrouw Stolk van de VSP. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Voorzitter, ik wilde eigenlijk een beetje aansluiten bij de heer Tutupoly, maar dat ga ik even niet doen. Als we kijken hoe het proces is verlopen... En laten we wel wezen, we willen allemaal dat mensen humaan opgevangen worden. En dat geef ik ook even richting mevrouw Pichel aan, u heeft met ons iets gedeeld, u heeft u kwetsbaar opgesteld, maar helaas gaan wij als VSP, en ik hou het even bij de VSP, niet over de wereldproblematiek. Was het maar waar. Maar dat gaan we niet. Ik ga me alleen beperken tot Dordrecht, waar onze problematiek wel over gaat. En dat is, opkomen voor de belangen van onze Dordtse inwoners. En als we het dan hebben over communicatie en participatie... De heer Tutupoly en de heer Roggekamp heeft dat ook aangegeven. Ik heb in andere vergaderingen weleens gezegd, bijna op ieder dossier wat we tegenkomen, is er gebrek aan communicatie en participatie. Ik heb ook gezegd, college, kijk eens in de spiegel en kijk eens wat je daar verkeerd aan doet. En ik heb ook gezegd, ga eens een cursus volgen communicatie. En ga ook eens kijken wat participatie inhoudt. Want participatie is ook inbreng, bewoners betrekken, zeggenschap meegeven. Dat gezegd hebbende, voorzitter, de bewoners zijn overvallen. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie van de heer De Heer.

Gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, ik deel dat gevoel van mevrouw Stolk over dat die participatie beter moet. Ik ben er zelf ook zoekende in. En even een concrete vraag. Heeft mevrouw Stolk een aantal ideeën over, stel dat we dat proces over hadden kunnen doen, waarvan een deel inderdaad informatie is en een deel participatie, wat in dit geval anders had gemoeten, ook gezien de tijdsdruk, Spuiboulevard, et cetera?

61

De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, allereerst om in te gaan op de vraag van de heer De Heer, ik heb niks met tijdsdruk. Want we hebben een aantal jaren geleden de mensen hier in Crownpoint gevestigd. We wisten allemaal dat die mensen op een gegeven moment uit Crownpoint moesten. En we wisten ook dat we die mensen moesten herhuisvesten. En nu moet het met stoom en kokend water, ik heb het vanavond voorzichtig gezegd, door de strot geduwd. Niet alleen bij de bewoners, maar ook door de raad. Want ook wij zijn overvallen hierdoor. Het mes snijdt aan twee kanten. En als er geen mensen waren geweest vanuit de politiek die hadden gezegd van, zou je niet eens een inwonersavond houden? Dan vraag ik me af hoe dat in de afgelopen tijd was gelopen. Want we hebben het hier over een onderwerp wat mensen raakt in hun omgeving, hun veiligheid. En dan wil ik het nog niet eens betrekken op mensen die hun kinderen al zeventien jaar, bij wijze van spreken, op een zolderkamertje hebben zitten, omdat er geen woning is. En nu met stoom en kokend water, omdat we geld uit Den Haag krijgen, worden die flexwoningen ineens de grond uit gestampt. Voorzitter, als ik daarop verder mag gaan, zijn wij overvallen, is er inspraak geweest, is er participatie geweest. Mevrouw Pichel: Voorzitter. De voorzitter: Toch nog een interruptie van mevrouw Pichel. Gaat uw gang.

Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Een vraag aan mevrouw Stolk. Ook deels een reactie op wat zij net zei. Want een van de politieke vragen, en dat was de politieke vraag die de heer Van der Net inbracht, is dit plan in het belang van zowel de bewoners als de Oekraïners? En mijn vraag aan mevrouw Stolk is... En ik snap dat mevrouw Stolk natuurlijk opkomt voor de Dordtse inwoners en dat doe ik ook. Maar vandaar juist, als we ons alleen maar bekommeren om de lokale details en niet om het bredere plaatje, is dat dan wel in het belang van onze inwoners? Want heeft het zin om hier weg te kijken van wat er daadwerkelijk gebeurt? Ons te bekommeren op microniveau, wat vervolgens geen einde brengt aan de hele situatie, waardoor we alleen maar langer in deze problemen zitten, ten nadele van iedereen. De Oekraïners en de Dordtse inwoners. Hoe kijkt mevrouw Stolk daar tegenaan? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik kan die vraag ook terugleggen. Ik heb hem net geprobeerd uit te leggen. Ik ga niet over de wereldproblematiek. Wij gaan niet over de wereldproblematiek. Dan zouden we misschien andere keuzes maken. Uw eigen fractievoorzitter, Thierry Baudet, wil niet dat de mensen gaan vechten in de Oekraïne. Ik weet niet welke belangen die partij aanhangt? De voorzitter: Ik verzoek u ook even via de voorzitter te blijven spreken. Mevrouw Stolk: Via de voorzitter.

Die dat allemaal niet wil. En nogmaals, wij als VSP komen op voor de belangen van de inwoners van deze stad, als lokale partij. Want mijn reikwijdte gaat niet verder dan Dordrecht, helaas. Die gaat niet verder.

62

De voorzitter: Ik stel voor dat u uw inbreng vervolgt. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, en met wat er al gezegd is door de heer Tutupoly, het houdt niet op met dossiers, waar het belangrijk is communicatie en participatie... En richting de heer Katif zeg ik even, de VSP hoeft daar geen eitje meer over te leggen. De VSP zegt, wij trekken hier een streep. Wij gaan niet instemmen met het voorstel wat het college nu heeft neergelegd. De heer Uysal: Voorzitter. Mevrouw Stolk: Punt. De voorzitter: De heer Uysal was eerder. En daarna geef ik u het woord, de heer Van der Net. De heer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ik snap heel goed dat de VSP niet gaat over de wereldproblematiek. Wij in deze gemeenteraad ook niet. Maar ik hoop wel dat mevrouw Stolk erkent dat we als gemeenteraad te maken hebben met wat er zich in de wereld afspeelt. En ik vind het wel een beetje heel makkelijk om te zeggen dat... Want die vraag hadden wij inderdaad ook van, kon dit niet sneller en konden we hier geen rekening mee houden? Maar we weten ook dat vanuit landelijk elke keer werd gezegd van, die mensen gaan terugkeren binnen een paar maanden. Je moet opvang regelen voor de korte termijn. Dat participatie, dat daar haken en ogen aan kleven, daar ben ik het helemaal met u eens.

Maar erkent mevrouw Stolk ook wel dat het college hier niet zo heel veel qua tijdsinspanning, qua tijdspad had kunnen doen? En dat het gewoon is gegaan, zoals het gaat, ook door toedoen van landelijk? De voorzitter: Voordat mevrouw Stolk reageert, nog een vraag van de heer Van der Net. Dan kunt u beide vragen beantwoorden. Gaat uw gang. De heer Van der Net: Dat is eigenlijk de opmerking, voorzitter, ook richting de heer Groenewege. Ik bedoel van, ik weet dat de VSP heel snel altijd nee zegt. Dat is natuurlijk altijd het makkelijkste antwoord. Aan de andere kant zitten we natuurlijk wel met het probleem. En ik hoor niet dat de VSP dat probleem op dit moment oplost. Mijn vraag aan mevrouw Stolk is dan van, als u nu nee zegt, wat doen we dan uiteindelijk met die bewoners vanuit Crownpoint? De voorzitter: Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is niet het probleem van de VSP. Dat is het probleem van deze hele raad. En deze hele raad vindt van alles, die zegt van alles en die vindt dit niet goed, die vindt dat niet goed, die vindt zus niet goed. En vervolgens trekken ze allemaal de keutel in en zeggen ze van, maar we moeten toch met die mensen ergens naartoe.

63

Dat had je twee jaar eerder moeten doen. Dan had je alle inwoners van je stad, waar je dit zou neer gaan zetten, daarbij kunnen betrekken. Want ik heb niet ene inwoner vanavond gehoord die heeft gezegd van, we moeten die Oekraïners niet. Alleen ze hebben geen inspraak gehad, ze hebben geen participatie gehad. En iedere keer is het hetzelfde onderwerp, participatie en communicatie. En wij trekken hier gewoon een streep, mijnheer Van der Net. En dan zal je wel weer gaan zeggen dat ik een populist ben. Het zij zo, maar dat is dan maar zo. De voorzitter: Ho, mevrouw Stolk. Mijnheer Van der Net spreekt met mij af dat hij dat niet gaat doen. En mijnheer Van der Net had nog een interruptie, op basis van wat u zojuist gezegd heeft. De heer Van der Net: Het woord populisme heb ik niet in mijn mond nu. Misschien wat onverantwoordelijk, dat wel, maar dat heb ik tegen de heer Groenewege ook gezegd. En het feit blijft inderdaad dat we in een situatie zitten waardoor we een oorlog hebben waar we niet wisten wanneer die op zou houden. En een heel onduidelijk bericht vanuit Den Haag met betrekking tot opvang en de financiering. Daarvoor zitten wij nu in deze situatie. En dat kunt u dan in deze raad neerleggen. Maar ik denk dat we gewoon een oplossing moeten zoeken voor de huidige situatie.

De voorzitter: En uw vraag is? De heer Van der Net: En ik wil gewoon ook wel graag van mevrouw Stolk dat ze toch, ondanks dat ze tegen dit voorstel dan gaat stemmen, wel constructief blijft meedenken van wat we dan uiteindelijk doen met die Oekraïners. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik daarop mag reageren. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Volgens mij kent u de VSP als altijd constructief, meedenkend, altijd zoekend naar oplossingen, op wat voor manier dan ook. Daar kunt u ons niet van betichten. Wat ik wel wil opmerken, is dat als dat geld er niet was geweest, mijnheer Van der Net, wat had u dan met die Oekraïners gedaan? Want dan hebben we een politieke discussie. Had u dan wel humaan geweest en die Oekraïners nu op het veldje op het Rudyard Kipling-erf of in Wielwijk neergezet? Want dan hebben we een hele andere discussie. De voorzitter: Ik stel nu vast dat er vragen over en weer gesteld worden. Dat mag. Maar er is altijd nog een tweede termijn en nog een raadsbehandeling voorzien. En dan kan de heer Van der Net daar verder op ingaan. De heer Van der Net: Ik krijg de wat dan vraag natuurlijk. De voorzitter: U wilde een punt van orde maken of wil u nog ingaan op de vraag? De heer Van der Net: Eventjes over de wat dan vraag. Ik bedoel van, ik kan daar zo weinig mee. Dat zijn van die politieke opmerkingen van, we zitten in de situatie waar we nu in zitten.

Het geld wordt door het Rijk ook aan ons gegeven. En wij kunnen daar

64

flexwoningen van bouwen die uiteindelijk, en dat hoop ik samen met u, voor Dordtse stelletjes vrijkomen. De voorzitter: Laten we voorkomen dat we in herhaling vallen. En laten we ook stilte bewaken in de zaal. Punt van orde van de heer Uysal. De heer Uysal: Ik had ook een vraag. Alleen die werd onder gesneeuwd door de vraag van de heer Van der Net. Ik wil mevrouw Stolk verzoeken om daar nog even op in te gaan, als dat kan. De voorzitter: Kan mevrouw Stolk tot slot daarop ingaan of wil mevrouw Stolk nog even geholpen worden bij welke vraag er precies gesteld is? Mevrouw Stolk: Ja, want in het heetst van de strijd vergeet je weleens wat. De voorzitter: Mijnheer Uysal, gaat uw gang. De heer Uysal: Heel kort was de vraag van, u gaf aan dat de VSP niet over de wereldproblematiek gaat. Maar dat betekent niet dat we niet gebonden zijn aan landelijke ontwikkelingen. En inderdaad, de berichtgeving vanuit Den Haag was heel wispelturig. We konden niet. We moesten rekening houden met korte termijn. En ze zouden weggaan naar Oekraïne. En dat soort zaken. Vindt de VSP niet in dat opzicht... U kunt zeggen wat u wilt zeggen over participatie. Daar zijn we het denk ik wel over eens. Maar dit moet u denk ik ook wel betrekken in uw afweging, lijkt mij. De voorzitter: Mevrouw Stolk, tot slot. Mevrouw Stolk: Voorzitter, alles gehoord hebbende, hebben wij echt een afweging gemaakt hierin.

En heb ik ook net aangegeven, we trekken hier een streep. En dan moet je soms ook maar eens op de blaren zitten, zeg ik dan maar, als college. De voorzitter: Dan is de constatering terecht dat uw inbreng daarmee ten einde is? Dan wil ik u daarvoor bedanken. En dan wil ik de heer Burggraaf de antwoorden laten geven, namens het college, op de vragen die hier in de commissie gesteld zijn. En zoals u ook ziet, zitten we just on time. Mijn voorstel is dat we toch iets doorgaan, zodat het college in gelegenheid wordt gesteld om antwoorden te bieden op de vragen die gesteld zijn. Zodat ook alle aanwezigen daar kennis van kunnen nemen. Mijnheer Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik zal dat voornamelijk langs de vier politieke vragen doen. En dan daarna proberen alle losse vragen die zijn gesteld ook nog te beantwoorden. En allereerst wil ik de raad danken voor de vele technische vragen die zijn gesteld en de gelegenheid hebben geboden om alles nog eens een keer goed toe te lichten in dit traject. En aan de diverse bewoners, zowel vanavond als de vorige bijeenkomst, voor hun constructieve inbreng en de heldere manier waarop zij hun belangen en zorgen met ons gedeeld hebben.

Heeft ons in ieder geval ook veel inzicht gegeven in een aantal aspecten die sowieso, als ik vanavond ook weer hoorde, bij het Rudyard Kipling-erf waar het gaat om het Johan Cruyff Court, waar u zegt dat er problemen zijn met hangjongeren, sociale veiligheid nu al, als toch ongemakkelijk wordt

65

ervaren. Dan sowieso, constateer ik, is er werk voor ons te doen, om te zorgen dat de leefbaarheid in uw wijk beter wordt. Wat ik verder heb gehoord hier, is in ieder geval een brede steun ook voor de lijn die het college heeft gekozen om voor de Oekraïners voor een humane opvang te zorgen. En ook de conclusie, en dat hebben we natuurlijk ook wel gezien hier, als het gaat om ruimte, die schaars is, waar het schuurt. De keuze van het college om te zeggen, we hebben nu 1.200 vluchtelingen. De problemen in de Oekraïne zijn groot. Wat dat betreft kan je niet genoeg doen. Maar ook de conclusie dat we als stad gewoon niet meer dan die 650 Oekraïners op een fatsoenlijke manier in onze stad kunnen opvangen. En tegelijkertijd ook in goede balans met de zorgen die we hebben voor onze eigen inwoners. Dat als een tweede aspect. Het derde wat ik constateer, is dat hier ook wel onderstreept, dat de spreiding een belangrijk aspect is voor de opvangplekken. En daar hebben we natuurlijk in eerste instantie gekeken, kan je het op één plek opvangen? Dat heb ik een aantal horen vragen. Daarvan hebben we eigenlijk op twee aspecten gezegd dat het niet kan. Enerzijds had je met Crownpoint een unieke locatie, dat je heel veel op 1 plek kon opvangen. En die plekken zijn er gewoon niet te vinden.

We hebben echt uitgebreid gezocht, ook al in 2023 toen de eerste keer Crownpoint afliep en we moesten verlengen. Natuurlijk ook naar ons eigen Stadskantoor nog eens een keer gekeken, of we daar wat konden doen. En die alternatieven zijn er gewoon niet. Even los van het feit dat het voor een goede humane opvang beter is om het te spreiden en met flexwoningen te doen. Tweede aspect, dat als je het op plekken met flexwoningen realiseert, dat je dan ook daarna in de wijken, als de oorlog weer voorbij is en plekken vrijkomen, je woningen hebt waar je Dordtenaren weer mee kan helpen voor de huisvesting. En dan hadden wij het liefste die spreiding over de stad groter willen hebben dan zoals die nu is, waarbij 70 procent in Dordt-West zit. Maar de realiteit is gebleken dat er gewoon echt geen andere plekken te vinden zijn om deze aantallen te kunnen opvangen, omdat we daarin ook gehouden zijn aan de kaders die uzelf als raad heeft meegegeven, als het gaat om een aantal principes waar we bouwen in de stad. En de vraag, welke locaties zijn dan allemaal bekeken? We hebben in 2021 of ’22, begin ‘22 met u voor het eerst een keer op basis van een motie van uw raad, die vroeg om, zoek eens naar flexwoninglocaties, heel veel locaties met u gedeeld.

Hebben we ook aan u de vraag gesteld, zitten daar locaties bij waarvan u de kaders wil verruimen, om daar alsnog flexwoningen te realiseren? En toen heeft u gezegd, blijf vooral zoeken bij de kaders die we nu aan u hebben meegegeven. Dat hebben we in 2022 of ‘23 nog eens een keer herhaald. Als u naar die presentatie teruggaat, dan kunt u veel van de locaties terugvinden op basis waarvan we de zoektocht nu hebben gedaan. En helaas moesten we constateren dat we deze aantallen gewoon niet konden realiseren in een grotere mate, want we hadden het heel graag ook in Dubbeldam gedaan, ook in Sterrenburg. De heer Safranti: Voorzitter. De heer Burggraaf: Maar daar gewoon niet de locaties voor hebben kunnen vinden om dat daar ook te kunnen realiseren. De voorzitter: Interruptie van de heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik kan de wethouder volgen. Ik hoor hem ook rondom de verspreiding en ook de zeventig procent waar we het over hebben

66

in Dordt-West. Alleen ik heb in mijn woordvoering ook proberen uit te leggen wat het dan eventueel op dit moment al een probleem is en wat het dan straks voor problemen gaat opleveren voor onze stad. Heeft de wethouder daar ook over nagedacht? En ik mis natuurlijk ook nog het vijftien jaar flexwoningen en of dat eventueel naar vijftig jaar... Dat had ik als voorbeeld dan genoemd. Of ik daar ook even een antwoord op kan krijgen. De voorzitter: De wethouder. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Voorzitter, wij zijn echt wel vol van overtuigd dat de grote aantallen die nu in Dordt-West komen, dat dat op een verantwoorde manier kan en dat de wijk er niet op achteruit gaat. De reden is dat we op die locaties waar we het neerzetten woningen zullen neerzetten die ook echt van een hoge kwaliteit zijn, binnen de catalogus die voor verschillende flexwoningen er zijn. En ook op de woonlocaties gewoon een permanente kwaliteit krijgen. Dat is een antwoord op uw andere vraag. Daar waar de woonlocaties zijn, zijn het flexwoningen die in principe voor vijftien jaar staan, maar ze zouden er ook voor vijftig jaar kunnen staan. En dat is ook iets waar u zelf als raad over kan beslissen. En ik zou zeggen, doe dat vooral ook in samenspraak met de omgeving en wat de buurt wil.

Als ze zeggen van, inderdaad als het er staat, is het dusdanig mooie bouw, dat zouden we nog veel langer voor onze wijk willen gebruiken. De heer Safranti: Voorzitter. De heer Burggraaf: Dan kunt u daar ook toe besluiten. De voorzitter: Ik zie een aantal vingers. Is dit een vervolginterruptie die u plaatst? De heer Safranti: Ja, vervolg. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Safranti: Heel graag. De voorzitter: Dan geef ik daarna de heer Tutupoly en mevrouw Kamphuis het woord. De heer Safranti: Ik vind het wel een beetje zwak van de wethouder, dat hij nu ook aan ons de bal neerlegt van, je kan met de buurtbewoners gaan praten of het langer kan. Terwijl het college zelf al heel laat is met participatie. Dat is 1. En 2, ik heb het niet alleen over de woningen. Ik heb het over de problematiek. Waarom heb ik het daarover? Omdat ik weet dat Wielwijk de eerste wijk is qua inkomsten die lager is dan 23.000 euro per gezin. En daar ga je heel veel nieuwe mensen bij stoppen, wat straks de wijk alleen maar problemen gaat opleveren. Dat was eigenlijk meer mijn intentie met de vraag die ik gesteld heb. De voorzitter: Gaat uw gang, wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, wat ik wilde zeggen, we hebben een traject waarin we begeleidingscommissies instellen. En met de buurt ook naar de verdere invulling van hoe die woningen er dan uit komen te zien, het gesprek hebben.

En in ieder geval voor de periode van vijftien jaar ze daar realiseren. En daarvan zeg ik, laat het vooral onderdeel

67

van het gesprek ook met de buurt zijn, en later ook met u, wat ga je dan daarna doen met die met die flexwoningen? En als het gaat over de impact op de wijk, gaan wij echt zorgvuldig kijken welke Oekraïners we in de opvang hebben, welke naar de plekken in de verschillende locaties gaan die we nu hebben aangewezen, zodat het ook bijvoorbeeld in de plekken waar het vooral goed is om voor gezinnen te kunnen wonen, dat de gezinnen daar komen. En dat we daar ook de mensen plaatsen die niet tot sociale problemen in de wijk gaan leiden. Daar kunnen we op selecteren. En daar zullen we daarnaast ook voldoende op blijven investeren, om te zorgen dat het op een goede manier in de wijk wordt ingepast. De voorzitter: Dan heb ik nog een interruptie van de heer Tutupoly. Mevrouw Kamphuis haar vraag is inmiddels beantwoord. Dan geef ik daarna de heer Roggekamp het woord. De heer Tutupoly, gaat uw gang. De heer Tutupoly: Ik hoor u zeggen, wethouder, naar aanleiding van de flexwoningen in de wijk Wielwijk, dat de wijk daardoor niet achteruitgaat. Alleen het is juist de bedoeling om die wijk te upgraden. Daarvoor hebben we eigenlijk miljoenen opgehaald. Als u dan zegt, hij gaat er niet op achteruit, betekent dat nog steeds geen vooruitgang voor de wijk. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Want daar hebben we net al die miljoenen voor.

De voorzitter: Ligt uw vraag in het verlengde van wat de heer Tutupoly zegt? Dan geef ik eerst de wethouder het woord. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik vond een van de mooie constateringen, ook van twee weken geleden, om van veel mensen te horen uit de omgeving dat ze de positieve vruchten inmiddels zien, ervaren en plukken van de jarenlange investering die door de stad gedaan wordt in de wijken Crabbehof, Wielwijk, om die van een betere kwaliteit te maken. En daar blijven we op doorzetten. Daar zitten we ook voor in het Nationaal Programma van Dordt-West. Dat gaan we onverkort doorzetten. En dat maakt ook dat de woningen die daar komen te staan, de flexwoningen, echt van een hele hoogwaardige kwaliteit en uitstraling moeten zijn, die passen bij de verbetering die we maken in de buurt. En wij hebben daar, gegeven de catalogus die ervoor is met die flexwoningen, ook heel veel vertrouwen in dat we die kwaliteit in de wijk kunnen realiseren. En dat zullen we ook met die begeleidingscommissie... Zullen we daarin betrekken. De voorzitter: Dan hebben we nog een interruptie van de heer Roggekamp. En dan stel ik vervolgens voor dat de wethouder zijn bijdrage vervolgt. Gaat uw gang, mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik hoor net de wethouder ook zeggen van, wij kunnen als raad nu dingen gaan doen en dingen informeren en vragen.

Het traject is een heel end op gang. Er is al heel veel gebeurd. En de tijd wordt steeds korter. In mijn woordvoering heb ik ook gevraagd aan het college van, is het college het niet met me eens dat, ondanks dat ze misschien wel het recht hadden om gewoon door te gaan, dat niet beter was geweest als ze de raad geïnformeerd hadden over wat er allemaal speelde. Dat we op dat moment al meteen eventueel hadden kunnen bijsturen en problemen die wij in de wijk zagen hadden kunnen aangeven. Hoe kijkt de wethouder daarnaar?

68

De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat is ook de politieke vraag. En er zijn verschillende vragen van fracties geweest van, hoe kijk je terug op hoe het traject is doorlopen? Natuurlijk hadden ook wij liever veel langer de tijd gehad om deze dingen voor te bereiden en het besluit te nemen. En tegelijkertijd, dat heeft u ook gehoord, zijn we er ook mee geconfronteerd dat de opvang heel lang door het Rijk gewoon voor één jaar werd gefaciliteerd. En is het ook zo dat we in maart 2023 al bij de verlenging van Crownpoint toen hebben gekeken, hoe kunnen we het weer voor een jaar of langer verlengen? Dat we uw raad ook in april 2024 met een raadsinformatiebrief hebben geïnformeerd over het feit dat we toen een jaar later gelukkig wel naar een langetermijnoplossing konden gaan kijken, omdat er een reserve was opgebouwd in uw begroting, vanuit rijksbijdrage, voor de opvang van ontheemden. Dat waren voor even de andere vragen die er waren over de financiën, ik geloof van Beter voor Dordt onder andere, of wij kunnen garanderen dat we niet begrotingsgeld van Dordrecht gebruiken, wat u eigenlijk nu gereserveerd heeft voor Dordtse opgaves. We hebben daarom bewust die reserve in stand gehouden, omdat we dan kunnen zorgen dat de rijksbijdrage, die specifiek voor de Oekraïne opvang zijn gegeven, om die ook te investeren in deze opvang.

En ik zou tegen u willen zeggen, het mooie daarvan is dat u dat nu via flexwoningen kan doen. Dat het daarnaast ook nog, nadat, laten we hopen snel, die oorlog voorbij is, en we weten niet hoeveel, maar er zullen Oekraïners weer teruggaan, die woningen weer eens een keer voor de stad ingezet kunnen worden. U kunt met dat investeringsgeld ook dan nog eens een keer op de lange termijn voor de stad enorm veel baten bereiken. Maar in april 2024 hebben we u toen via die raadsinformatiebrief ook laten weten dat we gingen kiezen voor die lange termijn opvang. Dat we voor vijf locaties gingen zoeken. Daar hebben we de stad ook via een persbericht over op de hoogte gebracht. En dan tegelijkertijd snap ik heel goed dat vervolgens, als we in september aan u in een besloten vergadering al vaste locaties hebben toegelicht... Want je wil dan zorgen dat u als eerste geïnformeerd bent en dan vervolgens daarna de stad erover gaat informeren. Dat dat dan vervolgens voor bewoners wel even rauw op het dak komt, als je hoort dat je nu nog uitkijkt op een grasveld en dat daar bedacht is om woningen neer te zetten of een plek waar... Dat geldt eigenlijk voor alle plekken. En dat je daar eigenlijk langer de tijd voor zou willen nemen, dat zouden wij ook graag willen.

Maar feit is dat we voor de zorgvuldigheid van het traject ook echt de tijd nodig hadden om locaties goed te onderzoeken en te kijken, welke locaties kan het überhaupt? En dat dat ook tijd kost. En dat ik, als ik het even terugkijk, niet zie hoe we dat heel veel sneller hadden kunnen doen. Neem ik de reflecties van hoe de communicatie is verlopen en de gevoelens die bij veel bewoners zijn, worden we wel serieus genomen, wordt er wel naar ons geluisterd, wordt er wat meegedaan? Daarvan wil ik volmondig hier nog eens een keer bevestigen dat we echt dat traject zo insteken, met de bedoeling dat we uw input echt ook serieus wegen en verder brengen en laten weten welke dingen we wel mee kunnen nemen en welke dingen we niet mee kunnen nemen. En dat we dat in dit proces ook echt nog zorgvuldig verder vorm gaan geven. En dat communicatie ook altijd is om met elkaar uit te spreken, op het moment dat je het gevoel hebt dat het ergens niet goed gaat, want dan kunnen we kijken waar we het kunnen verbeteren.

69

De voorzitter: Punt. Dan is er interruptie van mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Twee vragen aan de wethouder. De eerste vraag, u geeft net aan dat de verwachting is of in ieder geval de hoop wordt uitgesproken dat de Oekraïense vluchtelingen ook wel weer teruggaan, hopelijk over niet al te lange tijd. Dat is natuurlijk een beetje koffiedik kijken. Nou heb ik zelf nog nooit oorlogje gespeeld, maar volgens mij kan dit allemaal wat langer duren. Dat is natuurlijk wel lastig te zeggen, dat over een aantal jaar deze woningen beschikbaar komen voor Dordtse inwoners. En dan kom ik op mijn volgende vraag. Want al zou dat wel zo zijn, dan vraag ik me persoonlijk af of dat de flexwoningen dan ook de beste oplossing is voor wat wij dan zouden willen bieden aan de Dordtse inwoners. Want dan komt dat stukje dat de reden dat dit locaties zijn, is omdat ook de raad kaders heeft meegegeven dat andere plekken gewoon niet beschikbaar zijn, omdat de raad kaders heeft meegegeven. Is daar nog iets aan te veranderen? Misschien qua tijd nu gewoon even niet meer, maar even hypothetisch, is ook nog te bedenken van, als niet dit, is er dan nog wat anders mogelijk? De voorzitter: Uw vraag is helder. De wethouder. De heer Burggraaf: Zeker, voorzitter. Als u tegen ons zou zeggen dat we in de parken mogen bouwen of in het buitengebied, dan kan je sneller iets realiseren. Dat is een feit.

Ik denk dat dat het antwoord is op uw vraag. Mevrouw Pichel: En de vraag, haalbaar in dit project met de tijd waar we natuurlijk nu mee zitten? De heer Burggraaf: Daarvan hebben we gezegd dat het nu al een hele strakke planning is. En het eerlijke verhaal ook is dat we zien dat het nog haalbaar is, maar de kans dat het ergens toch iets tegenvalt, gaandeweg het traject, en het iets langer duurt en het niet voor alle locaties op tijd lukt, dat dat nu al een enorme uitdaging is. En dat zal zeker ook zijn op het moment dat u zegt, ga toch maar weer nog naar een andere locatie. Dan ben je natuurlijk nog langer bezig. Dat ga je dan niet bereiken voor eind 2026. Dat is ook een feit. Er werd door een aantal partijen gevraagd van, kunt u dan wel een garantie geven dat u op tijd een plan B ontwikkelt, voor het geval dat u op het punt komt dat je ziet dat je niet alle locaties op tijd kan realiseren om de Oekraïners op te vangen? Zullen we natuurlijk alles aan doen om te voorkomen dat die in de situatie komen dat ze daadwerkelijk op straat komen te staan. En zullen we in dit traject u natuurlijk op de hoogte houden, op moment dat we voorzien dat de planning niet gehaald wordt en welk plan B we dan voor ogen hebben om toch te voorkomen dat er Oekraïners op straat terechtkomen. Even kijken.

Dan ga ik even de andere vragen af die nog gesteld zijn, onder andere door Beter voor Dordt en Partij voor de Dieren, rondom de Cornelis Evertsenstraat, waar het ging om de schone lucht en de uitstoot. Zoals we ook in technisch vragen hadden beantwoord, zijn ze gesloopt in de tijd dat het verkeer nog vele malen meer schadelijke stoffen uitstootten. Met het beleid van het Schone Lucht Akkoord echt daadwerkelijk ook denk ik door elektrificering van verkeer et cetera roetfilters inmiddels een stuk minder uitstoot is. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter.

70

De heer Burggraaf: En in dit gebied we binnen de WHO-norm gaan vallen. De voorzitter: Laten we eerst de wethouder zijn bijdrage doen. De heer Burggraaf: En als je even naar de afstand kijkt, je ook moet constateren dat er sowieso heel veel woningbouw op korte afstand, zeker binnen de norm die ik hoorde van 150 meter, gewoon in onze stad plaatsvindt. Het is een locatie die gewoon voldoet aan de WHO-norm, rondom schone lucht. En daarmee ook door de OZHZ getoetst. Inderdaad nu mogelijk is om daar wel woningen te realiseren. Dan het aspect voor de Trompweg. Dat ging over de afstand. Dat gaf de heer Groenewege aan. De afstand tot de bebouwing. Daarvoor zou ik willen wijzen naar een ontwikkeling op de Jacob van Heemskerkstraat, waar rond 2010 ook een vergelijkbare ontwikkeling heeft plaatsgevonden en de afstand tussen de gebouwen op 12 meter is. Hier heb je het over 18 meter. Het is hier niet een inpassing die een unicum is of op eerdere plekken ook naar tevredenheid wel hebben kunnen inpassen. Daarmee het vertrouwen dat het ook voor deze locatie mogelijk is. Dan had de SP gevraagd of er al voorbereidingswerkzaamheden gedaan zijn? We hebben gewoon diverse onderzoeken alvast verricht naar de locaties.

In de zin van, zoals ook door bewoners werd aangegeven, kijk je wel naar de natuurbelangen, de biodiversiteit, de bodemgesteldheid, et cetera? Dat zijn gewoon pure onderzoekswerkzaamheden die we gedaan hebben, om op die locaties te kunnen beoordelen of het technisch ook mogelijk is daar. Even kijken, welke vragen waren er nog meer, die ik nog niet heb beantwoord? Er was een vraag van de VVD, in hoeverre flexwoningen na vertrek van Oekraïners voor Dordtenaren beschikbaar kunnen komen? Daarvan heb ik al gezegd, daar kunnen we met elkaar zo meteen ook beslissen voor welke doelgroepen die woningen beschikbaar komen? Voor de opvang nu is het zo dat we hoofdzakelijk kiezen voor gezinnen, maar het niet uitgesloten is dat we ook voor alleenstaande mannen of vrouwen we opvang moeten organiseren of zullen organiseren. U vraagt om een toezegging om dat niet te doen. Dat kan ik niet toezeggen. We doen wel de plaatsing, nogmaals, met de grootst mogelijke zorgvuldigheid. En kijken we waar de verschillende samenstellingen binnen de plek het beste passen. En, even kijken, die heb ik ook al beantwoord. Dan heb ik volgens mij, voorzitter... Dan waren er nog vragen van Beter voor Dordt. In hoeverre we rekening gaan houden met de zorgen die er waren om de veilige route onder andere bij het fietspad in Stadspolders en een aantal andere zaken? Die nemen we absoluut zeer serieus.

Die hebben we ook genoteerd, als het gaat ook om de parkeeropgave die er zit. En dat nemen we ook mee in de verdere vervolgstappen, om te kijken of we dat op een acceptabele manier op kunnen lossen. Want alleen als we dat op een acceptabele manier kunnen inpassen, dan gaan we ook over tot realisatie. We gaan niet flexwoningen realiseren op plekken, als je vervolgens constateert, maar wacht, dat kunnen we niet doen zonder een veilige verkeerssituatie te garanderen of andere randvoorwaarden die je bij elke bouwontwikkeling te toetsen hebt en gewoon een acceptabele woonomgeving te allen tijde wil behouden. En dat zal ook de toetssteen zijn die voor elke plek van die flexwoningen er één zal zijn in het traject waarlangs we het leggen. En daar moet het aan voldoen. En anders kan het niet gerealiseerd worden op zo’n plek. En nogmaals, daar hebben we ook echt die begeleidingscommissie en de kennis van de bewoners voor nodig in de omgeving, om ons daar ook in te voeden en goed met elkaar het gesprek te kunnen hebben daarvoor nodig is. Volgens mij,

71

voorzitter, heb ik dan alle vragen die er waren beantwoord. En mocht dat niet zo zijn, dan hoor ik het vanzelf. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Ik zag een aantal vingers. Ik stel voor om nog even een korte veegronde te doen voor vragen die wel gesteld zijn, maar nog niet beantwoord. En dan kom ik met een ordevoorstel. Ik kijk even rechtsom. Dan is de heer De Heer de eerste die het woord wenst. Gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, dank aan de wethouder, ook voor de antwoorden. Even een praktische vraag. Er werd verwezen naar een eerdere commissievergadering, waarin er is gesproken over de flexwoningen. Ik merk dat het wel een breed gedragen wens is om daar meer inzicht in te hebben wat die alternatieve locaties zijn geweest. En daarin verwijst de wethouder naar die eerdere commissievergadering, met een aantal stukken. Ik ben geen held in het zoeken en vinden van stukken in het RIS. En ik denk dat waar ik het weet te vinden, dat er met mij anderen zijn die daar behoefte aan hebben. Zou het college de inspanning willen leveren om dat ons binnenkort toe te sturen alsnog? De voorzitter: Dat lijkt me een vrij valide informatieverzoek. Ik zie de wethouder ook knikken. De heer Burggraaf: Dat zullen we doen. De voorzitter: Dan ga ik de het rijtje verder af. Ik zag de heer Uysal met een vinger, van GroenLinks. Gaat uw gang. De heer Uysal: Dank, voorzitter.

GroenLinks had ook nog een vraag, hoe dat zat met het speelveldje. Uiteraard moet dat in combinatie gaan met de begeleidingscommissie en in samenspraak met de inwoners. Er is kennelijk budget daarvoor, om te kijken in hoeverre nog tegemoet gekomen kan worden aan de wensen en behoeften van de inwoners. Maar wat we vanavond ook hoorden, was het grasveldje. In hoeverre kan de wethouder daar iets over zeggen, of dat enigszins gecompenseerd kan worden in dezelfde buurt. De voorzitter: Kan de wethouder daar even kort op ingaan? Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik heb in ieder geval genoteerd dat we echt serieus moeten gaan kijken naar de sociale veiligheid rond het Johan Cruyff Court. Want daar hoor ik uit de buurt gewoon veel mensen die zeggen, daar voelen we ons onveilig, is te veel hangjongeren, vandalisme, et cetera. Daar durven de jongere kinderen niet te spelen. Dat kan niet het geval zijn. We willen een wijk en een buurt hebben waarin elke leeftijd fijn kunnen spelen en verblijven. En als het gaat over de stenigheid van de wijk en vergroening, het naastliggende schoolplein is nogal stenig nu. We hebben een programma voor groenblauwe schoolpleinen. En daar kunnen we ook vergroening van het schoolplein in betrekken.

Maar dat moeten we natuurlijk wel in goed overleg met de school doen, want dan begint het wel bij de school, wat zij met het schoolplein als eerste nodig voor het gebruik... Wat zijn hun eisen en wensen? En in hoeverre kan je dat ook voor hen nog beter maken en misschien voor de buurt ook nog beter. Nog betere

72

kwaliteit en beschikbaarheid geven. Maar dat is iets wat we nadrukkelijk in het verdere traject dan met de school en met de omgeving zullen doen. De voorzitter: Helder. De heer Roggekamp, gaat uw gang. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, eerder in de regeerperiode hebben wij gevraagd ook al voor flexwoningen. Toen was het echt onmogelijk. Nu worden ze voorgesteld. Wat was de draai dat het toen niet kon en nu wel? En daarmee meteen de vraag of nu de deur open is voor flexwoningen in Dordrecht? De voorzitter: De wethouder. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Ook toen was de analyse dat er maar heel weinig plekken beschikbaar waren. Dat is zo gebleven. En ik zou willen zeggen, er zijn nu vijf ingevuld. Die schaarste is nog groter geworden. En de reden waarom het toen niet van de grond is gekomen, is onder andere de financiën. Een onrendabele top zit er op de ontwikkeling van een flexwoning. Daar waren geen middelen voor beschikbaar. Die zijn er nu wel, vanwege het feit dat er een financiering is voor de opvang van ontheemden. En ook omdat er in eerste instantie bij een locatie toen nog uitzicht was op een definitieve woningbouw, maar dat het niet gebeurd is. Dat we dat nu wel kunnen benutten voor deze flex invulling. De voorzitter: Dan mevrouw Kamphuis. En even inventarisatie, de heer Groenewege en de heer Katif? Oké. Mevrouw Kamphuis, gaat uw gang.

Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee kleine vragen. Wat houden die putjes in wat op het grasveld is geplaatst bij Stadspolders? En als het toch door wordt gedrukt, die flexwoningen, we zijn ertegen, maar als het toch door wordt gedrukt en door onze keel wordt gedouwd, houdt u, via de voorzitter, wel rekening met toch die fijnstof? Want dit is van één middagje. En dan denk ik, is toch niet zuiver. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Is dit een vervolginterruptie? Mevrouw Stolk: Ja, even op mevrouw Kamphuis. Mag dat, of niet? De voorzitter: Dat is niet de spelregel die we normaal met elkaar hanteren. Mevrouw Stolk: Dan doe ik hem niet. De voorzitter: Maar misschien straks, kunt u onderling nog daarover van gedachten wisselen. De wethouder. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Voorzitter, over de putjes heb ik een idee, maar durf ik niet honderd procent zeker te zeggen. Dan kijk ik even of ik dat zo nog bevestigd krijg, voordat ik misschien per ongeluk een verkeerd antwoord geef. En als het gaat over de schone

73

lucht, dat is een permanent aandachtspunt van het college en ook van u als raad. Daar hebben we u ook via een raadsinformatiebrief over de schone lucht of de luchtcondities op het eiland geïnformeerd. Daar zit onder andere het Mobiliteitsplan, wat u onlangs heeft vastgesteld, die ook meer inzet op lopen en fietsen. Daar zit de zero-emissiezone, waar u het onlangs over heeft gehad. We zijn met verschillende initiatieven bezig. Het gaat zelfs zover, dat vergeten mensen soms, dat veel van luchtverontreiniging niet alleen van de weg komt, maar ook over het water. We hebben een heel druk drierivierenpunt, waar ook veel fijnstofemissie is. En daar investeren we ook in, om bij te dragen aan de verduurzaming van de binnenvaart en van ons transport, om te zorgen dat zo de luchtkwaliteit continu verbetert. In het algemeen is dat zeker een aandachtspunt. En even kijken, heb ik inmiddels een... En over die putten, dat was inderdaad een bodemonderzoek. Kijken naar de bodemgesteldheid. En als je daar wat neer gaat zetten, wat vraagt dat dan aan fundering? Mevrouw Kamphuis: Voorzitter, ik kreeg een antwoord op mijn vraag. De voorzitter: Dan is het een ordepunt.

Wat wilt u precies helder hebben, waar u nog geen antwoord op heeft? Mevrouw Kamphuis: Houdt u rekening, via de voorzitter, met de bouw de van woningen met de luchtkwaliteit? De voorzitter: Daar heeft de wethouder het een en ander over gezegd. De heer Burggraaf: Absoluut, want we hebben getoetst of de condities nu zijn dat het binnen de normen zijn, dat je daar ook veilige woningen neer kan zetten. En mensen daar kunnen leven binnen de normen waarvan de WHO zegt, dat zijn acceptabele gezondheidsnormen om een woonomgeving te hebben. En daar voldoet deze plek aan. De voorzitter: Ik zie mevrouw Kamphuis knikken. Het is in ieder geval een antwoord. Dan hebben we tot slot mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, heel kort. De wethouder is niet ingegaan namelijk op de financiering van het project. Stel je voor dat we tekortkomen, dat dat niet namelijk ten koste gaat van de gelden, zoals wij in algemene reserve, voor zover ze dan ook zijn... De voorzitter: Daar is de wethouder wel op ingegaan. De heer Katif: Heb ik gemist tijdens het sms’en, denk ik, of WhatsApp. De voorzitter: Dat kunt u het op band terugkijken. De heer Burggraaf: Ik wil het nog wel herhalen. De voorzitter: We zitten er toch. De heer Burggraaf: Wat ik daarop zei, is dat u zelf een reserve heeft gecreëerd van de rijksvergoedingen die zijn ontvangen voor de opvang van ontheemden. En dat die

74

reserve dusdanig ruim is dat wij voorzien dat het niet nodig zal zijn om andere middelen te moeten gebruiken voor het project, ook als er nog wat dingen tegenvallen. De voorzitter: Dank, wethouder, voor de inbreng vanuit het college voor de eerste termijn. Het is twee voor half twaalf. Inmiddels is ook de laatste journalist, die nog aanwezig was, de zaal uitgelopen. Ik heb van mijn vader te horen gekregen dat ook FC Dordrecht vanavond met 1-2 verloren heeft. Een bittere teleurstelling. Is het 2-2 geworden? Dan heeft hij dat niet naar mij gestuurd. Potverdikkie. Dat lukt niet vanavond. Maar betekent, we hebben met elkaar een hele intensieve avond achter de rug, in alle ernst. En volgens mij is er veel ruimte geweest in zowel de bijdrage vanuit de inwoners, de technische toelichting en nu ook de bijdrage in eerste termijn vanuit de commissie en het college. Heb ik als voorzitter gepoogd zoveel mogelijk ruimte te geven die er is en ingegrepen wanneer het toch echt te langdradig werd. En ik zie bij u ook de oogjes met de minuut wat kleiner worden. Mijn voorstel is als volgt, dat we dit even verder laten bezinken. Dat we op 5 november met elkaar in de raad het raadsvoorstel gewoon bespreken. Het lijkt me geen hamerstuk, als ik zo de discussie gadesla. En u kunt nu met elkaar bepalen hoeveel minuten u hieraan wil toekennen en met welke politieke vraag u dit wil bespreken.

En u heeft eerder een aantal politieke vragen benoemd. Kunt u misschien één van die politieke vragen daar nog uithalen. En als voorzitter hecht ik er ook waarde aan, u heeft veel gewisseld vanavond met elkaar, en de kans op herhaling in de raad is zeer groot. En herhaling betekent niet dat daardoor het onderwerp belangrijker is dan wat we met elkaar hier gewisseld hebben. Laten we dat ook even in het achterhoofd houden met de vaststelling van de politieke vraag. Wie kan ik daarvoor het woord geven? De heer Klerk geef ik het woord. De heer Klerk: Voorzitter, niet zozeer over de politieke vragen. Volgens mij zijn die voor het grootste deel en door veel fracties nog niet besproken. Die kunnen wat mij betreft ook wel blijven bestaan. Maar omdat onze raad met al haar fracties best veelzijdig is en veelkleurig, voorzie ik een grote uitdaging om dinsdag die hele raadsagenda sowieso af te werken. En omdat dit voor heel veel mensen een heel belangrijk punt is, zien we hier in de commissiebehandeling, die misschien ook wel daarbij willen zijn of het willen volgen, is mijn voorstel eigenlijk, zouden we niet op de uitloopavond, op woensdag om acht uur, met dit thema kunnen beginnen, dit agendapunt, zodat we dat bespreken. Dan hoeven mensen niet een hele avond te wachten tot wij eindelijk na de begroting daaraan toe zijn.

En dan als er nog uitloop nodig is voor de begroting, dat daarna te doen. Ik denk dat dat ook past bij goede communicatie naar de betrokken inwoners. En wij zijn fris en fruitig als wij het erover hebben. De voorzitter: Lijkt me een helder voorstel van de heer Klerk. Laat ik allereerst opmerken als voorzitter dat wij een principe-afspraak met elkaar hebben, vanuit het presidium een aantal jaar geleden, dat de begroting altijd als eerste op de agenda behandeld wordt. Dat is een procesafspraak die we met elkaar hebben. Dat is niet iets wat in het Reglement van Orde vaststaat als een vast gegeven. Betekent dat het ook mogelijk is dat u zegt, we beginnen eerst met dit onderwerp en we zullen daarna de begroting aanvangen. En we kunnen alles wel gewoon op één dag doen, op dinsdag. Dat zou bijvoorbeeld ook kunnen. En dan zouden we bij de begroting de uitloop naar de

75

woensdag kunnen nemen. Dat is een alternatief voorstel. Maar dat kunt u ook meenemen in uw overweging. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik zag de heer Groenewege eerst. Dan geef ik daarna mevrouw Stolk het woord. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Steun voor het voorstel van de heer Klerk. Want ik denk dat als het 's avonds besproken wordt dat er meer bewoners bij kunnen zijn dan als het om twee uur besproken wordt. Daarnaast wil ik voorstellen om de bespreking te beperken tot moties en amendementen, waarvan wij er in ieder geval twee zullen indienen. Twee amendementen over de twee locaties in Wielwijk. En daar zullen we uiteraard ook, zoals we altijd doen, andere partijen voor benaderen. De voorzitter: Voordat ik mevrouw Stolk het woord geef, is er iemand in deze commissie die bezwaar heeft op het voorstel van de heer Klerk? Heeft u daar bezwaar tegen? De heer Uysal: Ik sluit me aan bij het voorstel van de heer Groenewege. De voorzitter: Dat is de vervolgstap die ik even wil nemen. Dan hebben we deze met elkaar even afgekaart. Dan is dat woensdagavond, de voorziene uitloop voor de begroting, om acht uur.

Dan gaan we vervolgens naar het vraagstuk, willen we een politieke vraag benoemen of steunt u het voorstel van de heer Groenewege, dat we het debat alleen voeren over de moties en amendementen die door de raadsleden opgesteld worden? Is er iemand tegen dat bezwaar of tegen dit voorstel? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Laat ik het zo formuleren. Dan had ik mevrouw Stolk nog het woord gegund. U bent niet voor het voorstel van de heer Groenewege, als ik het zo begrijp? Mevrouw Stolk: Ik ben het meestal wel eens met de heer Groenewege. Alleen je zou het ook om twee uur op de agenda kunnen zetten. Dat je het in de middag zet. Maar dan kijk ik gewoon even de rest van de commissie aan. Tegelijkertijd zou ik er toch wel voor willen pleiten om het alleen maar over de moties en amendementen te hebben, want ik heb niet het gevoel hier vanavond dat er andere argumenten uit gaan komen dan dat we vanavond met elkaar besproken hebben. En daar doe je de bewoners ook geen recht toe, want dan geef je ze alleen maar valse hoop. Laten we het alleen maar beperken tot moties of amendementen. De voorzitter: Ik kan me dat, gezien de uitwisseling van vanavond, goed voorstellen. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, het ging net heel snel.

Maar ik zou er toch wel de voorkeur aan geven om inderdaad om twee uur te starten met dit onderdeel, om dan vervolgens de raadsvergadering te laten vervolgen over de begroting. Omdat, stel dat we sowieso moeten uitlopen met de begroting, dan hebben nog steeds de omwonenden geen

76

duidelijkheid over wanneer dat dan precies plaatsvindt. De zekerheid en de duidelijkheid kun je geven aan de voorkant op de dinsdag om twee uur. De voorzitter: Volgens mij, nu we het er langer over hebben, komen er steeds weer betere argumenten voor of tegen op tafel waarom je het wel of niet zou doen. Die neem ik even zelf als reflectie. Misschien hebben we dat net iets te snel gedaan. Dan geef ik de heer Klerk nog het woord om het verder toe te lichten. En dan gaan we gewoon denk ik met handopstekingen met elkaar bepalen of het... En overigens er nog even los van, de heer De Heer heeft namelijk ook gewoon wellicht een terecht punt, als wij met de begroting uitlopen, dan krijgen we een soort intermezzo met dit onderwerp. En daarna weer het laatste staartje van de begroting. De vraag is, die leg ik hier dan maar op tafel, is dat wenselijk? Dan geef ik de heer Klerk het woord. De heer Klerk: Ik wil nog even reageren op de heer De Heer. Want ik dacht juist duidelijkheid te scheppen door dan te stellen van, maar dan begint het zeker woensdagavond om 8 uur. En dan kunnen de meeste mensen erbij zijn, kan ik me voorstellen. En ik ga niet een voorstel verdedigen, want het is mij om het even hoor. Maar het intermezzo na 24 uur, ik denk dat we dat wel aankunnen. De voorzitter: Een kwestie van aankunnen of gewoon echt praktisch het in de agenda...

Want het lijkt mij het allerslechtste wat er kan gebeuren, is dat alle bewoners straks om acht uur zijn en dat wij nog tot tien uur met een afronding van een begroting bezig zijn. Mag me er niet te veel mee bemoeien als voorzitter. Doe ik per ongeluk wel. Ik denk dat we het maar gewoon even in stemming moeten brengen. Laten we het voorstel van de heer Klerk dan in stemming brengen. Het voorstel van de heer Klerk is dat we dan, met de risico's van dien, op woensdagavond om acht uur het doen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even hoor. Kunnen we kiezen tussen twee uur en acht uur? De voorzitter: Ja. Mevrouw Stolk: Als we dat dan doen? De voorzitter: Wie is er voor woensdag om acht uur? Vingers. Voorstel van de heer Klerk. En wie is er voor dinsdag twee uur? Volgens mij is dat een meerderheid. Meerderheid laatste? Dan wordt het dinsdag twee uur. We hebben het besluit nu genomen. De heer Roggekamp: Voorzitter. De voorzitter: We hebben zojuist dit in stemming gebracht. Ik kan het ook niet mooier maken. Dan hebben we het volgende punt met elkaar te beslechten. Gaan we de amendementen en moties bespreken of formuleren we nog een politieke vraag? De heer Roggekamp: Voorzitter. De voorzitter: De heer Roggekamp, gaat uw gang.

77

De heer Roggekamp: Ik denk, we hebben nu ook de tweede termijn niet gehad. En ik denk eigenlijk dat u er geen recht aan doet, ook aan dit zware onderwerp, om dan te zeggen, we pakken alleen maar moties en amendementen. Ik zou dan toch wel voorstellen om de politieke vragen die we nu hadden toch wel op de agenda te zetten. En dan wel het verzoek aan iedereen, misschien de twee minuten tijd te pakken in plaats van de vijf. Dat is mijn voorstel. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Ik wil toch het voorstel doen om ons te beperken tot de moties en amendementen. Dan vraag ik ook wel de initiatiefnemers om met concrete politieke vragen te komen, die afwijken van de huidige politieke vragen, wat we nog niet hebben besproken. Volgens mij hebben we al het een en ander met elkaar goed uitgewisseld. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. In die zin kan ik me vinden in de woorden van de heer Roggekamp. Want ik merk dat we missen nu eigenlijk ook de tweede termijn. Ik had eigenlijk nog wel even wat vragen willen stellen aan de commissie hier, zodat we het zuiverder konden hebben naar de raad. Of ik heel erg de behoefte heb om dit debat over te doen? Absoluut niet. Ik merk ook wel dat we gewoon wat concreet willen zijn. Maar ik mis wel dat stukje. En ik snap de fatale termijn die we hebben.

Maar ik vind ook dat we recht moeten doen aan ons volledige proces. En daar hoort wel een tweede termijn van een oordeelsvormende vergadering bij. Al is het op zijn minst een opmerking naar de commissie en hoe we dit met elkaar doen, maar ik wil hem wel genoemd hebben. En waar we dan op uitkomen, ik vind hem ook lastig, want ik overweeg ook iets in de vorm van een motie. De voorzitter: Laten we het kort houden. Niet te lang. Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Ik kan me niet voorstellen dat er nog extra politieke vragen zijn die van belang zijn in het debat. Alleen steun voor moties en amendementen, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik vind dat altijd heel lastig. Want ik snap wat mevrouw Pichel bedoelt. Of er alleen een andere uitkomst uitkomt, dat vraag ik me echt af. Maar ik wil niemand het recht ontnemen om nog iets te zeggen of toe te voegen in de gemeenteraad. De voorzitter: Mijn vermoeden als voorzitter is, aangezien een aantal inhoudelijke punten die naar voren zijn gebracht over verschillende locaties, over het participatieproces, over de financiering, dat er toch een aantal initiatieven vanuit de raad gaat plaatsvinden, zij het een motie of een amendement. Dat betekent dat u daarmee die onderwerpen gaat behandelen en daar ook van discussie kunt voorzien.

Ik denk dat dat nog even losstaat van de politieke vraag die we met elkaar daaraan verbinden. En ik denk dat het een en

78

het ander met elkaar daarmee in verbinding komt te staan, is mijn inschatting als ik zo de commissiebehandeling van vanavond bekijk. U kunt wel met elkaar bepalen de toekenning van tijd wat u eraan wil koppelen. Gaat u voor twee minuten of vijf minuten? Dat zou een wezenlijk verschil uit kunnen maken voor de mate waarin u hier de beraadslagingen over doet. Kunnen we daar misschien tot iets komen? Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat laat ik gewoon even aan de commissie. Ik wil alleen even een compliment maken richting de voorzitter. Complimenten hoe u deze vergadering heeft voorgezeten. Het is een taai onderwerp, waar niet iedereen tevreden mee is. Maar ik denk wel dat u heel erg heeft meebewogen. Complimenten daarvoor. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: We moeten door. De heer Uysal: Ingaan op uw vraag van twee of vijf minuten. Ik denk dat we met de commissie wel kunnen afspreken dat we twee minuten spreektijd hanteren. En dat je daarbij niet per se heel concreet in hoeft te gaan op de moties of amendementen. Maar dat inderdaad andere fracties ook de gelegenheid krijgen om eventueel een tweede termijn te houden. Maar dat we ons wel beperken tot de twee minuten. De voorzitter: Het voorstel is twee minuten. Twee minuten? Spreken we dat met elkaar af.

Dan moest ik van de griffier zeggen dat iedereen even de kopjes en de schoteltjes meeneemt weer terug naar de pantry. Anders krijg ik op mijn donder. Ik dank iedereen voor zijn aanwezigheid. En wordt vervolgd. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

P.A.C.M. van der Velden

79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/776/documents/36432