2.3 2024.10.08 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Personenauto's vallen buiten deze regeling. Dat is denk ik heel belangrijk om in het achterhoofd te houden. Wat valt er dan onder? Dat zijn bestelauto's. En er zijn ook bestelauto's in particulier bezit. Heb ik allerhande voorbeelden van. Of dat een studentenhuis is met kratten bier achter of iemand van het conservatorium die een bestelauto heeft om de harp van A naar B te brengen. Maar dat type voertuigen, bestelauto's in eigendom, gebruik bij particulieren, die krijgen een ontheffing. Moet wel worden aangevraagd, zeg ik daarbij. Want je moet aantonen dat die particulier ook wordt gebruikt. De voorzitter: Ik denk dat we het rondje nu wel hebben gehad, wat betreft de heer Regterschot. Dank. Wat ik daarnet tegen mijnheer Duindam zei, dat hij in mag breken, dat geldt natuurlijk zo meteen ook voor u. Maar dan gaan wij over naar de heer Duindam, die ook vijf minuten krijgt om zijn bijdrage te doen. De heer Duindam: Dank u wel, voorzitter. En dank u wel ook commissieleden voor de uitnodiging voor vanavond. Mijn naam is Rolf Duindam. Ik ben adviseur bij Techniek Nederland. Branchevereniging van technisch installateurs, loodgieters, technisch, installatie et cetera. Ik ben blij dat alle technische vragen inmiddels zijn afgevuurd op mijn rechterzijde.
Mijn doel is eigenlijk meer om jullie eens mee te nemen, wat doet bijvoorbeeld Techniek Nederland? Daar kan ik wel heel kort bij stilstaan. Het meerkoppig
21
monster, zoals ik hem al vaker heb genoemd. Maar eigenlijk meer om jullie mee te nemen in de extra gedachtegangen waar ondernemers mee te maken krijgen. Even als voorbeeld, er is een Uitvoeringsagenda Stadslogistiek vanuit het ministerie I&W opgetuigd. Een jaar geleden, volgens mij, is dat gestart. En initieel is dat gestart met, correct me if I’m wrong, Evofenedex, de RAI, de BOVAG, TLN, Transport en Logistiek Nederland. Wij kregen daar op een gegeven moment oren naar of het kwam in de lucht. En wij dachten, maar wacht even, een derde van de bestelvoertuigen op de Nederlandse autowegen zijn bouw- en installatietechnisch gerelateerd. Wij willen er ook bij zitten. Zo goed en zo kwaad zijn we uiteindelijk erbij gekomen. En we zijn nu gelukkig met het ministerie I&W tot een Uitvoeringsagenda Zero-emissie gekomen. Stadslogistiek zegt eigenlijk al, TLN, pakketbezorgers, verhuisbedrijven, horecatoeleveranciers. Wij zeggen, het is zero-emissie. Dat daar gelaten. Wat ervaren wij, wij zijn op dit moment zelf ook bezig met een regiobijeenkomst te organiseren in het land. Geen 22, dat zou veel zijn, maar het zijn er wel 8, waar we zo goed en zo kwaad als mogelijk onze achterban proberen mee te nemen. En daar is veel al het geluid, worden we serieus genomen? Niet alleen in de zin van, worden we gehoord? Want daar zijn wij mee bezig. De lobby ook richting Den Haag.
Maar wordt er wel verder gekeken? Ik als ondernemer heb zelf 2, 3 voertuigen in beheer, waar ik mijn personeel mee op pad stuur. En wij komen die binnensteden in. En er zit een verantwoordelijkheid aan. Cv-onderhoud, wat ook veiligheid met zich meebrengt. Er zit nog geen verplichting op cv-onderhoud. Maar als dat wel zo komen, hoe ga je er dan voor waarborgen dat het ook continueert? En niet dat een ondernemer gaat zeggen van, ik ga die zero-emissiezone niet meer in, want het kost mij te veel om 2 voertuigen of 3 voertuigen aan te schaffen. Daar heb ik de liquiditeit voor. Anderzijds komen wij tegen, laadinfra. En welke verplichting heb ik als werkgever? Ik heb 4 man personeel. Maar niet iedereen heeft laadinfra mogelijkheden aan zijn deur. Woont misschien in de flat of portiekwoning. De gemeente heeft niet breed voorzien in voldoende laadinfra. Hoe ga ik daarmee om? Want ik wil de jongens de volgende dag wel weer aan het werk hebben. Ander voorbeeld is, waar we nu heel druk mee bezig zijn, verruiming van het rijbewijs B. Want een accupakket in jouw voertuig brengt ook met zich mee dat je 3.750 kilo gaat overschrijden. Alles bij elkaar, dat is in ieder geval waar we mee bezig zijn. En het belang van ondernemers is in deze een heikel punt. En vandaar ook dat ik zeg, het meerkoppig monster.
Want on the road komen we tot steeds meer casussen waarin wij ondervinden welke hectiek dit nog meer met zich meebrengt. Het is niet alleen het invoeren van een zero-emissiezone. Er zitten heel veel belangen in de uitvoering aan vast, en daarna. Ik denk dat ik dat eventjes als introductie wil houden. En ik denk dat daar wel veel vragen over zullen komen. Ik hou hem hier even bij. De voorzitter: Dank u wel. Heel enthousiast gaan de handen omhoog. Mijnheer Kuhlmann, vooruit, dan begin ik met u. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Even heel praktisch. Iemand die in Dordrecht woont, in de binnenstad, die heeft op 2 januari 2026 opeens, ik weet niet wat voor dag dat is, maar stel in het weekend, de verwarming doet het niet. Het is hartstikke koud. En je wil dat er snel iemand komt. Hoeveel loodgieters moet je dan gaan bellen totdat je iemand tegenkomt die een elektrische wagen heeft die bij je kan komen? Hoe breed verspreid is dat?
22
De heer Duindam: Dat is een onderdeel, die had ik trouwens opgeschreven ook bij ontheffingen. Er is een mogelijkheid om wel direct die storing in te gaan, ook met een fossiel voertuig en achteraf een ontheffing aan te vragen. Toch? Ja. Je kan, maar je moet het wel willen. En er zijn er genoeg die zeggen van, je hoeft mij niet meer te bellen. Ik zou daar natuurlijk nooit voor adviseren, maar die geluiden spelen wel. De voorzitter: Het is een vrijdag trouwens, mijnheer Kuhlmann. De heer Regterschot: Mag ik nog een feitelijke toevoeging doen? De voorzitter: Ja, zeker. De heer Regterschot: Want het is een mooie vraag. Stel dat het 2 januari 2026 is, dan zit je nog in die overgangstermijn. Dan mag je met je Euro 6 voertuig, nog steeds met je brandstofvoertuig naar binnen. Als het 1 of 2 januari 2028 was geweest, dan had hij elektrisch moeten zijn, volgens de regels. De voorzitter: Mijnheer Gorter. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Dit college gaat ervan uit, in aanvulling op uw betoog wat u net aangeeft, dat u de installatiebus op uw eigen terrein oplaadt. Vindt u het dan een verstandig voornemen als ondernemer? Want u kan in een stad niet laden. De heer Duindam: Die vraag vind ik lastig te beantwoorden, want dat is een collegebesluit, of het is een raadsbesluit. Het college stelt het voor. Ik vind het lastig om daar een antwoord op te geven.
Ik zou het in beginsel niet adviseren. In die zin dat deze werkbussen, daar wordt in geschaft. In deze werkbussen is een mobiele werkplaats. Deze werkbussen komen niet veel op de zaak, behalve dan misschien één keer in de week, één keer in de twee weken om voorraad toe te voegen. De heer Gorter: Voorzitter, dan geeft u toch eigenlijk het antwoord al? De heer Duindam: Ja. De voorzitter: Maar we hebben het niet gehoord. Even kijken. Wie zag ik nog meer? Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank u wel. Heb ik het goed begrepen, mijnheer Duindam, dat de belemmeringen vooral liggen op het vlak van laadinfrastructuur en op het vlak van kosten? Of zijn er ook nog andere categorieën, belemmeringen waar u tegenaan loopt? De heer Duindam: Als je het over sec de voertuigen hebt, is dat wel het hoogtepunt. Waar ik overigens ook nog iets had over opgeschreven is het specialistisch materieel. Materieel wat nog in ontwikkeling is, wat nog niet voorhanden is, maar wel nodig is om straks een bouwplaats op te kunnen. Er zijn gemeentes die zijn van mening om aan de buitenringen bouwhubs te maken. Maar dit zijn voertuigen, mobiele werkplaatsen, die
23
moeten uiteindelijk toch naar binnen om naar die bouwplaats te komen. Een bouwhub aan de buitenkant voorziet niet in laadinfra. De heer Van der Meer: Kleine vervolgvraag, als dat mag. Misschien ook aan uw buurman. Valt dit niet onder de uitzonderingsbepalingen van niet beschikbaar zijn van alternatieven voor voertuigen? Of kan ik dat niet zo zeggen? De heer Regterschot: Dat hangt maar net van het type voertuig af, waar we het over hebben. Dat kunnen we zo in het algemeen niet zeggen. Dat is echt casuïstiek. De voorzitter: Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik vroeg me af of is daar al eens over nagedacht, je hebt dadelijk die zero-emissiezone met alle uitzonderingen en ontheffingen. Hoe wordt het gehandhaafd? Hoe we dat gemonitord? Zijn dat de handhavers die dat kunnen? Wordt dat automatisch via camera’s gedaan? Valt dan ook automatisch een boete in de brievenbus? Dat soort dingen. De heer Regterschot: Ik zal de vraag beantwoorden. Alle gemeenten die een zone gaan invoeren, die gaan hem handhaven met kentekencamera's. En het voordeel van een kentekencamera is dat hij op basis van het kenteken kan zien of je erin mag, ja of nee. En u moet zich zo voorstellen dat die camera is gekoppeld met een database. En dat is ook die ontheffingendatabase. Dat is de basis.
Daarnaast worden altijd ook de boa’s ingezet, uiteraard niet 24/7, om al was het alleen maar de eerste periode communicatie. Het is een soort hybride model, maar de basis is echt die camerahandhaving. De voorzitter: Mijnheer Gorter had nog een aanvullende vraag. De heer Gorter: Die kwam in één keer bij me op. We hebben natuurlijk prachtige historische panden in het centrum. Kunt u mij aangeven wat het extra gewicht straks is van zo'n elektrische installatiebus? Met andere woorden, de extra belasting op onze wegen. Wat wordt een bus zwaarder ten opzichte van een bestaande fossiele bus? De heer Duindam: Dat is eigenlijk heel moeilijk te zeggen. Dat is afhankelijk van welke uitvoering er wordt gedaan. Het kan zijn dat het een installateur is die inspecties uitvoert. Die kan het afdoen met een personenvoertuig. Die kan het afdoen met een Renault Kangoo, bij wijze van. Je kan ook een riool afzuigingsinstallatie in je bus mee moeten voeren en daarbij moeten elektrificeren. Dan heb je het over een heel ander gewicht. Dit is materiaal specifiek, deze vraag. Dat kan ik niet één, twee, drie zo zeggen. De heer Gorter: Voorzitter, ik bedoel de vraag iets anders. In de vergelijking van als je nu een loodgieter met een bepaalde bus en een bepaalde grootte, die gaat elektrisch rijden, die heeft qua capaciteit denk ik dezelfde bus nodig en niet kleiner.
Misschien is dat wel de oplossing, kleiner. Maar als hij eenzelfde soort bus zou hebben, maar dan elektrisch uitgevoerd, hoeveel is zo'n bus dan zwaarder ten opzichte van een brandstof bus? Kunt u dat aangeven?
24
De heer Duindam: Voor wat ik nu heb begrepen, is het ongeveer tussen de 300, 400 kilo op een gemiddeld accupakket. Want het is natuurlijk ook een verschil welk accupakket je bij jouw bus doet. Vorige week was ik in Assen. Als jij van Assen naar het verre noorden moet rijden, dan heb jij meer kilometrage te overbruggen om ook weer terug te kunnen komen. Dan heb je een hoger accupakket nodig. Er zijn ook voorbeelden, die wij nu ondervinden van een aantal installateurs die hier al een jaar mee bezig zijn, die rijden misschien al een jaar of 2 met een te zwaar accupakket. Want die komen erachter dat ze maar 100 kilometer per dag rijden, maar een actieradius in de bus hebben voor 600. Het zijn keuzes. En het is ook ondervinden in de periode die je ervoor aanstaat. De voorzitter: Mijnheer Oostenrijk. De heer Oostenrijk: Een vraag over de verschillende, ik zou zeggen, vrachtwagencategorieën, bussen/vrachtwagens. Zijn die ook in allerlei soorten en maten te verkrijgen? Stel dat iemand inderdaad toch over wil gaan? Want je kan wel willen, maar als ze er niet zijn, dan hebben we een ander probleem. De heer Duindam: Ik ben werkzaam bij een branchevereniging. Ik ben geen autodealer. Maar hiernaast hoor ik, kan hij wel beantwoord worden. De heer Van den Hurk: Excuus. Ik was ook wat laat. Ik weet niet hoe het hier gaat. Ik was wat later, want de tunnel...
De voorzitter: Als u zich nou eens even voorstelt, om te beginnen, dan weten wij wie we aan tafel hebben en wie het antwoord gaat geven. De heer Van den Hurk: Stadslogistiek makelaar noemen jullie mij. Ik word ingehuurd door de gemeente Dordrecht. Stadslogistiek adviseur. Ik werk, zeg ik er gelijk even bij, ook voor gemeente Rotterdam en Gouda. Waarom vertel ik dat? Omdat die al een jaartje voorlopen. We weten al, ik, wat daar gebeurd is en ook qua besluitvorming. Die gaan het over drie maanden ook echt doen. Paul van den Hurk. Sorry. Om uw vraag te beantwoorden, dan kom ik straks denk ik nog aan de beurt voor de rest van mijn verhaal, er zijn eigenlijk... Mijnheer Oostenrijk, u stelde de vraag. Eigenlijk elk merk heeft... De types die er nu zijn, die zijn al te verkrijgen. Alleen wat mijnheer naast me zei dan ook, nog niet in alle exacte maten. Want dan heb je natuurlijk een loodgieter. Het kan zijn, die moet een, noemen ze, dat is technisch, en L3 hebben. Zo’n hele grote. Die is er misschien niet. Een wat kleinere is er wel. Maar je ziet dat de fabrikanten elk kwartaal weer nieuwe modellen op de markt brengen. Over een paar jaar is alles er. Dat durf ik wel te zeggen. De heer Oostenrijk: Ik denk dan altijd bij de vrijdagse en zaterdagse markt dan aan die visboer die, ik zou zeggen, een joekel van een wagen er heeft staan.
Valt die er ook onder? De heer Van den Hurk: Dan kom je weer in de uitzonderingscategorie, die Erik Regterschot net had verteld, nog niet. Dat noemen ze een servicewagen? Een marktwagen. Niet verkrijgbaar. Specifiek voertuig. Maar de standaardmerken die loodgieters gebruiken, om het zo te zeggen, die zijn er bijna allemaal.
25
De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik heb een vraag over de installatiebestelbussen. Hoelang gaat zo'n installatiebestelbus mee? En moeten die ieder jaar vervangen worden? En hoe groot is de afschrijving daarvan? De voorzitter: Nou had mijnheer Duindam net gezegd dat hij geen autodealer was. Hij heeft wel een bus. De heer Duindam: Een afschrijving is ook, denk ik, wel werkzaamheden specifiek. Ga ik ook niet een uitspraak over doen. Wat het wel is, als je nu ziet wat er nu wordt aangeschaft, wordt er in ieder geval rekening mee gehouden dat binnen de afschrijving de transitieperiode wordt behaald. En over TCO, Total Cost of Ownership, daar zijn ook de inkoopmodellen nog wel redelijk verschillend per dealer. Daar ga ik me ook niet aan wagen. De voorzitter: Kunt u voor mijn informatie dat TCO nog een keer herhalen? De heer Duindam: Total Cost of Ownership. De totale afschrijving. De afschrijving over het materieel en voertuigen die je aanschaft. De heer Van der Meer: Totale kosten van eigendom. De voorzitter: Is wel jammer, al die Engelse termen. Mijnheer Kuhlmann nog een vraag? De heer Kuhlmann: Een korte vervolgvraag. Want het is een heel goed punt wat mevrouw Stolk aansneed. U heeft natuurlijk verschillende leden. En ik kan me voorstellen voor grote installatiebedrijven.
Kunt u hetzelfde antwoord, maar dan iets specifieker voor zeg eenpitter of een klein bedrijf... Want ik kan me voorstellen dat daar... Maar misschien heb ik het mis hoor. U kent uw leden ongetwijfeld beter dan ik. Dat het daar misschien wel zo is, dat zo’n bus, weet ik veel, ze kunnen lang meegaan, misschien wel tien jaar meegaat of zo. Kunt u daar iets over zeggen? De heer Duindam: Wat ik wel kan zeggen, is dat de ervaringen die in ieder geval al zijn opgedaan door eenpitters, tweepitters, dat die het hebben over een aanschafwaarde die verdubbeld is. En heb ik het niet alleen over het voertuig, maar ook het materieel. Als jij een afzuiginstallatie hebt voor een riolering, dan moet dat geëlektrificeerd gaan worden. Dan is het heel raar natuurlijk als je dat wel op een dieselaggregaat blijft doen. Daar zitten ook ontwikkelingen in. Daar zit ook extra kosten in. Alles bij elkaar, plus ook nog eens de installatie in je bus, dat brengt extra kosten met zich mee. Je hebt het echt over een verdubbeling. De voorzitter: En mijnheer Oostenrijk als de laatste. De heer Oostenrijk: Toch min of meer een vervolgvraag hierover. Als in 2026 die installateur of wie dan ook zegt van, maar dat kan ik financieel niet behappen, dan krijgt hij een uitzondering of een ontheffing. Dat gaat in ‘27 ook nog. Dan komen we in ’28.
Maar als hij jaar op jaar zegt, dat kan ik financieel niet behappen, waar eindigt dan het proces?
26
De heer Duindam: In beginsel, en dat is net ook al beantwoord, is er nog een transitieperiode. En die transitieperiode zal hij in ieder geval vol gebruik maken, zonder ontheffing. Die heeft hij ook niet nodig. Daarna, stel hij zou komend jaar een emissie 6 bus nog aanschaffen, dan kan hij daar in ieder geval nog een periode mee rijden. Daarna kan hij, omwille van liquiditeit in zijn BV of in zijn bedrijf, altijd een beroep doen op een ontheffing. De heer Oostenrijk: Maar dat is eindeloos, ongelimiteerd dat hij... Daar ging mijn vraag over. De heer Regterschot: Goede vraag ook wederom. Dit is één van de discussiepunten, ook in de uniformering. Gebruikelijk is nu, hebben we bij de milieuzones afgesproken, drie jaar. Hij wordt maximaal drie jaar verleend. Maar opnieuw, ik ga weer even terug naar de bevoegdheid, dit type ontheffing is in the end aan de gemeente. En er zijn ook gemeenten die zeggen, we willen misschien wel vijf jaar. Dat hij gemaximeerd is, ik bedoel, daar zijn alle gemeenten het wel over eens. Maar in welke mate is aan de gemeente. De voorzitter: Mijnheer Van der Meer, ik had net gezegd mijnheer Oostenrijk als laatste. De heer Van der Meer: Dat heb ik gehoord. De voorzitter: U moet heel snel zijn, mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: De heer Duindam heeft het over het ook elektrificeren van apparatuur.
En mijn vraag aan de heer Regterschot is, of dat ook onder deze regeling valt? Betekent een zero uitstootauto ook dat de apparatuur daarin uitstootvrij moet zijn? Is gewoon een feitelijke vraag. De heer Regterschot: Korte antwoord, nee. Dit gaat om de primaire aandrijving van de auto. Dat is nog niet aan de orde. De voorzitter: Dank u wel. En dan mevrouw Pichel als aller-allerlaatste. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk door het gesprek wat hier net ontstond, wilde ik toch... Misschien kan er nu geen antwoord op gegeven worden. Wij keken elkaar al een beetje aan van, het wordt een lang verhaal. We horen TCO, we horen afschrijving, we horen hogere kosten. Net werd er ook nog door de heer Regterschot iets gezegd over duurzamer. Als we daarnaar gaan kijken, dan zien we natuurlijk eigenlijk wel weer een korte levensduur versus langere levensduur van de oude dieselauto's. Ik kijk eigenlijk een beetje naar voorzitter/griffie. Want ik vind dat wel een interessant punt om uit te zoeken. Als we het hebben over die TCO, als we het hebben over de afschrijvingsduur, als we het hebben over de investeringskosten, dan is dat nogal iets wat wel fijn is om daar gewoon helder beeld van te krijgen. Ik weet niet of de commissie zich daarin kan vinden.
27
De voorzitter: Ik keek heel hoopvol richting de ambtelijke organisatie, maar die valt in. Wij gaan ervoor zorgen dat de commissie teruggekeken wordt en dat dit soort punten dan even op een of andere manier in uw richting komen. Is dat akkoord? Mevrouw Pichel: Dank u wel. De voorzitter: Ik zie knikken. Dat komt goed dan. Er komt ook nog een raadsvoorstel. Maar dat is dan weer de politieke uitdaging op dat moment. En dan mogen we het niet meer over technische vragen hebben. Heren bedankt. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even aanvullend daarop. Dat zouden we inderdaad graag wel van tevoren hebben, voor dat we een raadsvoorstel krijgen. De voorzitter: Dat komt helemaal goed. Voorlopig is het raadsvoorstel er nog niet. Staat wel voor het vierde kwartaal, maar dat duurt nog wel even. Even kijken. Heren Regterschot en Duindam, als jullie even plaats willen maken op de publieke tribune. Mijnheer van den Hurk mag blijven zitten naast mevrouw Gatzen, want wij hadden jullie in het tweede blok ingedeeld. U was nog heel erg op tijd uiteindelijk. En dan wil ik graag aan tafel ook uitnodigen, mevrouw Hulsman, de heer Minderaa, de heer Platje, de heer Laarman, mevrouw Labruyère. En mevrouw Gatzen zit er al. Welkom ook aan tafel voor jullie. Zelfde recept. Jullie krijgen maximaal vijf minuten voor jullie inbreng. Ik wil even de commissieleden aankijken wat wijsheid is.
Doen we eerst meerdere bijdragen en dan vragen stellen? Omdat ik het idee heb dat we anders een beetje het gras voor elkaars voeten wegmaaien. Zodat iedereen echt wat meer de gelegenheid krijgt. Zullen we het in tweeën splitsen bijvoorbeeld? Dan geef ik eerst sowieso mevrouw Hulsman het woord. Is dat mooi? Mevrouw Hulsman: Ja, geweldig. Ik wil allereerst zeggen dat ik een beetje een probleem heb. Ik ben van De Prinsenpoort, bewonersvereniging met zeventig leden. Dat ik er een beetje een probleem mee heb hoe het georganiseerd is. En daar wil ik het dan heel kort over houden, omdat ik het heel prettig gevonden zou hebben als er een soort vertegenwoordiging aanwezig was, waarbij er ook meer bewoners aanwezig waren geweest. En niet alleen de stakeholders die het gevoel hebben dat ze misschien iets te verliezen hebben. Want in mijn opinie hebben we met elkaar heel veel te winnen en niet te verliezen. En we zijn ook allemaal bewoners, naast de ondernemers die hier zitten. Ik ben ook ondernemer, maar alleen dan niet in de binnenstad. De voorzitter: Maar daarom zit u toch ook aan tafel.
Mevrouw Hulsman: Zeker. Alleen er zijn weinig bewoners. Er zijn heel veel organisaties uitgenodigd die, en dat proef ik, denk ik, ook in de vragen van de commissies, dat er heel veel angst is en dat er heel veel voorzichtigheid is en dat mensen heel erg bang zijn over de consequenties van deze instelling. We zijn sowieso al een jaar later dan een hele hoop andere gemeentes. En de economische waarde van de stad, want het ziet eruit alsof het een economisch geheel is wat is neergelegd in deze inbreng, dat is niet alleen de stakeholders. De economische waarde van de stad bestaat niet alleen uit ondernemers, evenementen en de markt, maar ook uit een ongelooflijke grote waarde
28
die te vinden is in alle bewoners van die binnenstad, die het decor vormen voor een aantrekkelijke binnenstad. Waarbij de waarde van de panden in eigendom, naar het zich laat aanzien, alle andere economische waarde overtreft. En daar wordt iedere keer niet over gesproken. En er wordt net gedaan alsof dat niet zo is. En dat is wel zo. We zullen het samen moeten doen. We zijn met elkaar. We kunnen niet tegenover elkaar blijven staan. We zullen het met elkaar moeten doen. En die bewoners zijn hiermee een beetje ondervertegenwoordigd, waarmee de kans ontstaat dat de schijn is, omdat er veel gepraat wordt over problemen... We willen het niet en het is moeilijk en het gaat ons geld kosten en hoe zit dit dan en hoe zit dat dan? Bewoners staan niet tegenover de ondernemers. We zijn samen. We kopen ook zelf in die winkels. We wonen ook in die stad. We komen die mensen tegen. We willen er helemaal geen ruzie mee. We willen daar goed mee overweg en we willen met elkaar goed daarover kunnen praten. En niet tegenover elkaar komen te staan. Maar we hebben wel een leefbare binnenstad nodig. En nu sommige straten daar worden de gezondheidsrisico's afgewenteld op sommige straten die zo onaanvaardbaar belast worden dat die luchtkwaliteit grotelijks overschreden wordt. En er wordt niet gemeten in Dordrecht.
Er wordt niet specifiek gemeten, er wordt gemiddeld gemeten, zodat niet duidelijk wordt wie daar de prijs voor betaalt. En het wordt tijd dat er wel gemeten wordt. Gaat niet over CO2. Het gaat over fijnstof. Dat is je leefbaarheid. Fijnstof, het wordt tijd dat het een keer gemeten wordt. We zijn onderdeel van het convenant Schone Lucht. Er moet ook gemeten worden. En dat moet nu ook een keer gaan gebeuren, in plaats van dat uit te stellen. En ik stel voor dat dat gebeurt op die plek waarvan we weten dat het pijn doet. Zodat we tenminste weten wat we daarmee doen en daar de verantwoordelijkheid voor dragen. Dan geldt dat ook overigens voor geluidhinder, maar dat is niet zo met die emissiezones. Behalve dat terecht door Joost van Lee, onze voorzitter, gezegd werd, en dat kwam hier ook al boven, dat al die voertuigen zwaarder worden. Dat de trillingen en de gevolgen daarvan ook zwaarder worden voor de stad. Dat het belangrijk is om ook te blijven kijken van, hoeveel je dan in die kwetsbare stad toe blijft staan. Want dat is ons decor. Dat is waarin we het aantrekkelijk proberen te maken en te houden. Dan heb ik een paar vragen. En die vraag is bijvoorbeeld, wat is de stand van de planning van de stadshubs? Want er wordt gesproken over stadshubs.
Is daar al een planning van? Is daar een idee van? Want als je dit gaat aannemen, is het wel handig dat je een beeld hebt waar je dan bijvoorbeeld overdracht zou willen laten plaatsvinden? Hoe je dat voor je ziet? En wat dat voor gevolgen heeft voor de mobiliteit en de verkeersplanning? Welke voorzieningen voor vervoer over water zijn er op dit moment gepland? Want als er zwaardere dingen over de stad vervoerd moet moeten worden, wordt er altijd gezegd, is zo’n probleem, Dordrecht ligt aan het water. We kunnen zo moeilijk wegen vanaf die andere kant. En die hebben we wel. Dat is het water. Kijk naar de mogelijkheden van het water in plaats van alleen in wegen te denken. En wat is daar nu in gepland? Wat ligt daar nu voor? En ik zou het heel erg op prijs stellen, wij zouden het heel erg op prijs stellen als er een soort platform wordt gemaakt waarbij we met elkaar, ook met de ondernemers, als bewoners kunnen gaan praten over wat de consequenties zijn en hoe we met elkaar daar uitkomen en elkaar horen en elkaar zien en daar een draagvlak voor maken, waarbij we met elkaar kunnen leven. Dan wil ik het heel kort, want ik ben er nog niet, overgeven aan Dirk Loekemeijer, want dat is een ondernemer op het gebied van installatie van duurzaamheid. En die heeft vanuit de
29
gecombineerde functie, heel veel mensen hebben van ondernemer en bewoner, ook nog iets te zeggen. De voorzitter: Mijnheer Loekemeijer, als u wat wil zeggen, dan moet u toch echt eventjes aan tafel komen. Mevrouw Hulsman: Ik zei al, we moeten de stoel delen. De voorzitter: Precies. Mag ook helemaal achteraan gaan zitten, naast mevrouw Van Waardhuizen. Niet een geheel onbekend in dit kader. Mijnheer Loekemeijer, gaat uw gang. De heer Loekemeijer: Dank je wel, voorzitter. Ik ben hier inderdaad als ondernemer, die in de stad woont en in de stad werkt. Ik heb inderdaad een elektrische bus. En die heb ik aangeschaft, omdat dit natuurlijk al jaren speelt en al gewoon is gemeld dat dit ging gebeuren. Dan ga je vooruitdenken als ondernemer. Ik ben een eenpitter inderdaad, een zzp’er. En ik krijg het gewoon rond. Ik vraag me een beetje af waarom iedereen zo heel erg moeilijk doet hierover. Ik kom het hele land door in mijn elektrische bus. Geen enkel probleem. De meeste plekken waar ik kom, kan ik meestal in de buurt ook laden. Als ik ver weg moet en ik moet bijladen, dan letterlijk in de tijd dat ik naar de wc kan en een kop koffie kan drinken heb ik mijn bus weer vol. Kan ik weer verder. Ik zie echt het probleem niet. Ik weet niet waar iedereen zo moeilijk over doet. De patatboer, als de aardappels duurder worden, dan wordt het patatje gewoon duurder. Simpel.
En in de installatiebranche is ongeveer alles gigantisch gestegen in prijs. En dat zie je ook gewoon elke keer weer in de prijzen die doorberekend worden aan de klant. Ik weet niet of dat dit per se bij de ondernemer thuishoort of gewoon bij de eindklant, want die gaat het uiteindelijk betalen. Want het wordt gewoon duurder, net als dat de materialen duurder zijn geworden en de arbeid is duurder geworden. Je zou iets kunnen bedenken van, u woont in een zero-emissiezone, wat mijn inziens een goed plan lijkt, omdat de luchtkwaliteit erg slecht is in de grote steden, dus gaan de voorrijkosten omhoog. Want wij moeten in die zone komen, bijvoorbeeld. Ik wilde dat nog even melden, dat toch als ondernemer, want ik merk dat heel veel ondernemers hier vooral zitten voor een negatief geluid van, dit kan niet, dit gaat niet, dit lukt niet, mijn ervaring is het tegenovergestelde. En dat wilde ik als ondernemer toch nog even zeggen. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng.
Mevrouw Hulsman: Mag ik afsluiten met een opmerking? De World Health Organization heeft de harde normen voor de luchtkwaliteit op 2030 vastgesteld. Daar heeft Nederland zich aan verbonden. 2030 is de harde grens waarbij je niet meer om dit soort dingen heen kan. Als je wil gaan uitstellen of wat dan ook gaat doen, 2030 geldt voor Nederland een norm waar we nog niet aan voldoen. Niet bij benadering. En dat zullen we dan keihard moeten doen. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. U mag uw microfoon uitzetten, want anders gaat het op een gegeven moment allemaal rondzingen. En dan geef ik graag het woord aan de heer Minderaa.
30
De heer Minderaa: Dank u wel. Ik ben Ruud Minderaa. Ik ben lid van het Bewonersplatform Binnenstad. Wij hebben, alweer een tijdje terug, een visie ontwikkeld hoe wij vanuit bewonersperspectief hopen dat de binnenstad zich verder zal ontwikkelen. Daar zijn allerlei thema's, waar wij mee bezig zijn. Hebben we ook uitvoerig opgeschreven. En een van die thema's is verkeer en parkeren. En ik zou zeggen, daar hoort dit thema, waar we het hier over hebben, eigenlijk al zo ongeveer bij. Wij kijken ook naar het Mobiliteitsplan 2040 van deze gemeente. Daar staan we in grote lijnen eigenlijk toch wel erg achter, als een soort langetermijnperspectief waarvan wij hopen dat dat lange termijn relatief kort zal zijn. Maar het zal natuurlijk wel ingewikkeld zijn. Rond die binnenstad is in ons visie te lezen dat wij hopen op een zeer autoarme binnenstad uiteindelijk. En ik geloof dat de stappen daar nu wel ongeveer voor een deel in het plan staan. En we zien eigenlijk dit thema, waar we het nu over hebben, als een allereerste stap in een richting. En die richting zal nog vele stappen tussendoor nodig hebben om tot een soort goed eindresultaat te komen. Behalve een autoarme binnenstad hopen we op een sterke verkeersoverlastarme binnenstad. En overlastarm in de brede zin van het woord. Ook het thema waar u het net over gehad heeft.
Maar ook bijvoorbeeld zijn daar stukken die we hebben opgeschreven over wandelmogelijkheden in de binnenstad en fietsmogelijkheden in de binnenstad, ook wat betreft het parkeren. Ook daar zijn dingen al in dat Mobiliteitsplan opgeschreven. Wij hebben een aantal andere thema's, waar wij ons druk over maken, die er wel mee te maken hebben. Eén van die thema's is groen en schoon in de binnenstad. Een ander thema is bijvoorbeeld samenwonen. De onderlinge verbinding tussen mensen en wat je met zijn allen kan doen om prettig hier samen te wonen. Overall vinden wij dit een hele belangrijke eerste stap, waar er nog velen van zullen moeten volgen daarna, om uiteindelijk te komen tot een hele prettige autoarme binnenstad, met heel weinig vervuiling. Daar wilde ik het eigenlijk bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Als u uw microfoon uit wil zetten, dan kan ik weer het woord doorgeven. En dat is naar mijnheer Van den Hurk. De heer Van den Hurk: Sorry, mijn vraag was wel of ik misschien iets later kan, als deze mensen wellicht iets hebben gezegd waarom ze niet de zon zouden willen hebben. Ik wil ook uitleggen wat ik doe, maar we hebben nu heel veel positieve verhalen gehad. Want ik kan het ook, voorzitter, aan deze mensen richten. Mijn rol als logistiek makelaar is juist om de ondernemers te helpen.
Ik word ingehuurd door jullie, door Dordrecht, om met de ondernemers te gaan zitten om onder andere een hele duidelijke, wat deze mevrouw net vroeg, TCO door te nemen. Dan gaan we echt in detail, omdat het een ingewikkeld dingetje is. Je kan niet in één keer zeggen van, dit is de prijs. We nemen de details door van de aanschaf van zo'n bus. Welke subsidies er zijn. Er zijn nu nog subsidies in fiscale voordelen, die de ondernemer helaas niet één, twee, drie kan zien. Want dat is eigenlijk het vervelende, tussen aanhalingstekens, van deze regeling, dat je denkt van, elektrisch is duurder. Dat klopt ook in de aanschaf. Maar over de looptijd, en dan komen we bij de TCO, wat mijnheer Van der Meer net... Wat noemde u, mijnheer Van der Meer? U zei het in het Nederlands. Ik ben hem zelf al kwijt. De heer Van der Meer: Gewoon de totale kosten van de eigenaars.
31
De heer Van den Hurk: De totale kosten van de aanschaf. En dan vragen we ook aan die persoon, aan de ondernemer, hoelang doe je met die bus? Doe je vijf jaar met je bus of doe je acht jaar met je bus? Maken we een mooie berekening. En dat komt eigenlijk negen van de tien keer nu al positief uit, gemiddeld gezien per jaar, per maand. Niet in de aanschaf, maar je verdient het terug over de jaren. Daarnaast gaan we met de ondernemer zitten. Ik zeg wel, want er is ook nog een collega van mij. We doen het met zijn tweeën als adviseur. Kijken we ook naar de praktische toepasbaarheid. Zoals eerder genoemd vanavond van, kan er een aanhanger achter? Is het antwoord nee, dan is elektrisch ook geen mogelijkheid. Dan zou je ook moeten kijken naar bijvoorbeeld ontheffingen. We kijken hoe er geladen kan worden. We nemen de ondernemer aan de hand van, kan je op eigen terrein laden, dan kan je het zo en zo doen. Kan je niet op eigen terrein laden, dan biedt de gemeente en ook omliggende gemeenten de mogelijkheden om een laadpaal aan te vragen, waar je daaraan kan laden. Dit is heel kort door de bocht het verhaal wat wij bieden, tenminste als Dordrecht aan de ondernemer ook om gewoon te kijken van, wat klopt er wel? Want er zijn gewoon heel veel spookverhalen. Ik bedoel, ik sla het AD elke dag open. Het maakt niet uit welke gemeente.
En dan komt er weer een verhaal waar ik denk, is toch niet helemaal waar. We proberen ook de nuance aan te brengen richting de ondernemer, dat hij in ieder geval weet waar hij aan toe is. Want we zeggen niet gelijk, je moet morgen naar elektrisch. Nee, je kan wellicht naar elektrisch. Maar zo niet, wellicht heb je nog een paar jaar. Want echt alleen de oudste bussen, dat zijn de bussen die er pas in ‘26 niet meer in mogen. Voor de rest heb je ’27, ‘28 hebben we nog een overgangsregeling, en dan tot uiterlijk 2030 zijn er nog ontheffingen mogelijk. Kort door de bocht, de soep wordt niet zo heet gegeten. Ik weet niet of ik deze vraag mag beantwoorden. Was een vraag van u mijnheer. Van de VVD was binnengekomen over het aantal busjes binnen de zeroemissiezone die er gelijk last van hadden. Er was eerst gezegd, dat wisten we niet. Maar ik had het onderzoekje een tijdje geleden gedaan. Het gaat in dit geval om zestig busjes in de zero-emissiezone in de oude binnenstad, die er per ‘26 niet meer in zouden mogen. Dat is het. Uiteraard door de jaren heen wordt dat meer. En in theorie is het natuurlijk vanaf ‘28 geen één meer. Maar de eerste klap, tussen aanhalingstekens, is een klapje naar mijn mening. Dat zijn er zestig. En die mensen kunnen, als ze natuurlijk willen, ook voorlichting krijgen vanuit de gemeente.
De voorzitter: Nu wordt het een spannende, want nu gaan we toch door even naar de volgende spreker, dames en heren. Want laten we het nu maar even gewoon zo gaan, want dan kunnen ze mooi op elkaar aansluiten. Als u het woord neemt, wilt u dan uw naam ook zeggen? De heer Platje: Voorzitter, dank u wel. Ik ben Maurice Platje. Ik sta op de markt met mijn planten. En er speelt nog wel wat bij ons. Ik weet niet, mag ik eerst nog op het vorige terugkomen van mijn buurman of heeft u dat liever straks? De voorzitter: U mag zeggen... U heeft vijf minuten. De heer Platje: Dan doe ik dat even straks. Normaal heb ik niet zoveel moeite met spreken, maar dit is voor mij wel de eerste keer. Ik doe mijn best. Wij doen het samen. Hij heeft een gedeelte. En ik heb een gedeelte eigenlijk ook een beetje over waar het hiernaast over gaat, over het autoluw maken van de stad. Daar wil ik eigenlijk uw aandacht nog even vragen. Namelijk het besluit om het centrum autoluw te maken. Op
32
zich is dat een goed idee, mits er voldoende parkeergelegenheid overblijft aan de rand van de binnenstad. Een goede bereikbaarheid is de kracht van een florerend centrum. Goede voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld de steden Haarlem, Breda, ’sHertogenbosch. In Den Bosch is bijvoorbeeld in 2015 nog een parkeerkelder gerealiseerd aan de rand van de binnenstad, met 1.050 parkeerplaatsen. Binnen 8 minuten sta je bij de Sint-Jan, hartje centrum. Dordrecht heeft een heel mooi centrum met veel eigen, authentieke ondernemers en ook 2 dagen één van de betere weekmarkten van Nederland. Een grote diversiteit. We zijn met 75 kooplieden. Zie het ook als 75 winkels. Maar om dit te kunnen behouden, hebben we wel nog klanten nodig, eigen inwoners uit de binnenstad, maar zeker ook mensen van buiten de binnenstad en uit de regio. Maar de bezoekers willen daarvoor wel het gemak hebben van dichtbij te kunnen parkeren. Je zit zo in de parkeergarage van Sterrenburg of in de binnenstad van Rotterdam of Breda. Kan Dordrecht hier wel voor zorgen, nu op de Spuiboulevard 680 parkeerplaatsen zijn gesloopt, waarvan er onder het Dordthuis 170 voor terugkomen, voornamelijk voor ambtenaren en bewoners. Eigenlijk 0. Waar het oude Stadskantoor hier staat, gaan er 520 parkeerplaatsen weg. Komen er 760 voor terug. Daar zit een overlappingen van een jaar of 2 zonder.
Dan praat je nu al over 1.200 parkeerplaatsen minder. Even kijken hoor. Dan is er ook nog het onzalige plan om de markt te verplaatsen naar de Bagijnhof, waardoor de parkeergarage in de Visstraat ook komt te vervallen en waarschijnlijk gegeven gaat worden aan bewoners. Weer 150 plaatsen minder. Naast de zeroemissiezone en het autoluw maken van het centrum, denk ik dat we nog verder moeten kijken naar het milieuvriendelijker maken van Dordrecht. De auto-industrie ontwikkelt zich al steeds meer naar het vergroenen van de auto's. De auto's worden veel zuiniger. Maar Dordrecht kan ook letterlijk groener worden door beplanting. Ook daar kunnen we veel mee winnen. Niet alles weer uit het centrum, maar ook juist iets groens toevoegen. Maar zeker de mensen van de omliggende wijken de kans geven om naar het centrum komen. Het gemak is heel belangrijk. Daar gaat het eigenlijk een beetje over. En had ik het eigenlijk nog over mijn buurman. Kijk, u heeft waarschijnlijk geen gezin meer die u nog moet onderhouden, maar zoals u het nu schetst, dan is er hier dadelijk gewoon geen centrum meer. En dan kunt u daar wel leuk gezellig wandelen, maar dan stoppen ook echt heel veel ondernemers, marktondernemers, winkeliers. Er is dan geen toekomst meer voor de winkels. Ik vind het echt een hele slechte zaak. Waarom? Alles ontwikkelt zichzelf al naar het vergroenen van alles.
Uiteindelijk komt alles wel weer goed, maar het heeft even tijd nodig. Dank u, voorzitter. Dat was het voor mij. De voorzitter: Dank u wel. En dan ga ik hem gelijk doorgeven aan uw buurman. Dat is vermoedelijk de heer Laarman. De heer Laarman: Klopt. Goedenavond, ik ben Glenn Laarman. Ik spreek ook namens de markt. Bedankt dat we namens de marktkooplieden onze mening met u kunnen delen, betreffende zero-emissie in Dordrecht. Er heerst nogal wat onrust op de markt over de emissienormen onder de kooplieden. Wij als markt willen zeker zoveel mogelijk meedenken en proberen mee te werken aan een beter en schoner milieu in de binnenstad, maar het moet voor ons wel haalbaar en realistisch blijven. Om op korte termijn een elektrische bus of vrachtwagen te moeten kopen, terwijl onze huidige wagen nog geen kilometers erop hebben zitten en lang nog niet zijn afgeschreven. Wij lossen
33
onze goederen vroeg in de ochtend en rijden 's avonds pas weer uw stad uit. 2 dagen in de week, 2 keer 10 minuten op een dag. Voor 95 procent van de kooplieden zijn de elektrische bussen, vrachtwagens nog niet geschikt om verkoopwagens te kunnen trekken. Ook komen veel ondernemers in de knel met hun gewicht. Deze rijden nu op een B-rijbewijs, een klein rijbewijs, en moeten, omdat ze moeten elektrificeren, naar een vrachtwagenrijbewijs, omdat hun voertuigen veel zwaarder zijn. Want de ontheffing gegeven voor 2 jaar, om een tijdelijk klein rijbewijs te mogen rijden in zo'n kleine elektrische vrachtwagen, vinden ondernemers een te grote gok. Deze gok om een groot rijbewijs te halen en tegelijkertijd een nieuwe elektrische wagen aan te schaffen, zien de ondernemers niet zitten, omdat de komende jaren hier toch nog heel veel in gaat veranderen rond de emissieloze voertuigen. Dit zal het voortbestaan van een complete gezellige markt uiteindelijk onder grote druk zetten, als ondernemers in Dordrecht afhaken. Wat wij vragen, een ontheffing te krijgen tot 2030 voor voertuigen tot Euro 5 en de Euro 6 voertuigen minimaal tot zeker 2035 ontheffing. Deze voertuigen zijn 97 procent schoner dan de andere Eurovoertuigen onder de Euro 5.
Rond deze tijd zullen er meer emissieloze wagens beschikbaar zijn en dan beter betaalbaar voor de kooplieden Vervolgens kunnen we dan in 2035 evalueren hoe het land en de stad Dordrecht daar mee omgaat, met alle elektrische voorzieningen en elektrische voertuigen. Ondernemers waar nu de wagens van moet worden vervangen, kunnen nu niet investeren op een andere schone Euro 6 vrachtwagen of bestelbus, want een bus, een vrachtwagen kost minimaal 70.000 euro tot wel 160.000 euro. En dit is niet haalbaar om dit aan te schaffen tot 2030. Waarom vragen wij dan om een langere ontheffing voor de marktkooplieden voor de zero-emissie in Dordrecht? Hierdoor kunnen we vooruitstrevend te werk gaan voor het milieu, maar laat het wel haalbare doelen zijn die verstandig worden gemaakt en met een visie die verder reikt dan 2026 tot 2030. Dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Heel netjes binnen de tijd. Commissie, zullen we de andere twee insprekers ook gelijk erachteraan horen? Ja. Dan geef ik het woord graag aan mevrouw Labruyère. Fantastische naam. Mevrouw Labruyère: Goedenavond. Dank u wel dat ik hier mag zijn. Ik ben Vinca Labruyère. Ik heb een klein hoveniersbedrijfje, eenmanszaakje in Dordrecht. Ik heb klanten zeker in het centrum. En die wil ik graag blijven bedienen van de huidige service die ik ze nu kan geven. Ik hoor echt al zoveel dingen dat ik echt denk, wauw.
Ik hoor net informatie voorbijkomen waarvan ik denk, o. Voor mij wordt er één ding wel heel duidelijk, dat er nog ontzettend veel onduidelijkheid is over de prestatie, de levensduur, aanschaf, ontheffingen, alles met betrekking tot de elektrische bus. Als niemand mij een duidelijk antwoord kan geven, dan vind ik nog een grappig onderdeel dat ik net hoor, zo'n elektrische bus kan wel 10 jaar mee. Die van mij echt een stuk langer mee. En die rijdt op diesel. U begrijpt, ik wil graag wel mogelijkheid houden om mijn bus te kunnen rijden. En dat heeft met name, niet zozeer qua uitstoot of fijnstof of wat dan ook, te maken met gewoon een bedrijfsinvestering, die voor mij niet reëel is. En daar wil ik wel graag wat over uitleggen. Ik heb deze mijnheer op visite gehad. En die heeft mij uitgelegd... Want ik dacht, ik wil natuurlijk weten hoe het zit. Is er een mogelijkheid? Kan ik hier wat mee met mijn bedrijf? Het betekent eigenlijk dat ik binnen 2 jaar een enorme aanschaf moet doen. Ik kan jullie vertellen, de aanschafprijs van een elektrische bus, met dezelfde maten, die zou dan ongeveer 1,5 keer zo duur zijn. Misschien wel tot 2
34
keer, aangezien er nog extra dingetjes bij moeten komen, zoals een trekhaak, et cetera. Dan komt het volgende punt. Maar wat kan hij dan eigenlijk als actieradius? Ik heb begrepen dat het 450 kilometer was. De heer Van den Hurk: Max hoor. Dat is het eerlijke verhaal. Mevrouw Labruyère: Ik heb mezelf nog even verder geïnformeerd met mensen die hierin gestudeerd hebben. Die zeggen, Vinca, doe dit maar gerust gedeeld door 2. Zeker als je met lading rijdt. Mijn lading is niet altijd even licht. Ik heb elke dag mijn aanhangwagen achter mijn bus hangen. Mijn actieradius zakt dramatisch. Die 450 kilometer, ik denk dat het is met een lege bus, wind mee, bergaf en 25 graden, 70 procent luchtvochtigheid misschien. Ik denk dan van, ik moet een investering doen, terwijl mijn huidige bus echt nog 7 jaar mee kan. En dit is echt geen flauwekul. Ik ben er zuinig op. Ik laat hem goed onderhouden. Daar is ook mijn afschrijving en mijn spaarvermogen op gebaseerd. Je spaart voor een nieuwe bus. De conclusie is gewoon, de investering is 1,5 tot 2 keer zo groot. De prestatie wordt 25 procent. Let wel, ik zeg grauwe investering voor elke ondernemer. Je gaat bijna 2 keer zoveel geld erin proppen, terwijl je eigenlijk de investering nog helemaal niet nodig hebt. En dan kan hij maar ongeveer 25 procent deliveren van wat mijn huidige bus kan. Sorry, maar mijn tranen springen dan in de ogen.
Hoe kan ik dit verantwoorden, financieel? Niet. Ik kan dit gewoon financieel niet ronddraaien. Dat zou betekenen dat bij mij klanten zouden moeten gaan afvallen, verplicht. Ik moet dan gewoon een keuze gaan maken. Ik kan vrijstellingen vragen voor die 12 dagen in een jaar. Maar dat betekent dat ik gewoon niet al mijn klanten meer kan voorzien. En zeker niet met de service die ik ze nu geef. Als zij bellen, Vinca, kom alsjeblieft langs, want de hedera is van de muur gewaaid en wij zitten gewoon met kuubs aan hedera in onze achtertuin, dan moet ik zeggen, ik denk het niet, want mijn 12 dagen zijn bijna op. Zoek maar een ander. Met het risico wat ik dan neem, is dat op een gegeven moment mijn klant denkt, maar het is altijd wel lastig, want Vinca kan niet elke keer op komen draven, zoals we gewend zijn. Misschien moeten we toch maar naar een andere hovenier zoeken. Ik hoorde net van een ondernemer die dan erg tevreden is en erg blij is en blijkbaar geen investeringsprobleem heeft gehad met zijn elektrische bus. Ik vind dat ook hartstikke fijn voor hem. En ik hoop dat er veel ondernemers kunnen zijn. Want ik ben niet tegen elektrisch. De voorzitter: Wilt u gaan afronden? Mevrouw Labruyère: Dan zal ik dat zeker doen. De duidelijkheid is denk ik wel het rekensommetje, dat het aan twee kanten gaat steken. Wel een elektrisch bus gaat mij de kop kosten. Daar kun je van uitgaan.
Dat gaat mijn faillissement worden. Niet een elektrische bus kopen, dat gaat mij klanten kosten. En niet alleen in het centrum van Dordrecht, maar ook in andere centra. Ik had echt nog wel meer vragen en verhalen, maar ik laat het hier even bij. De voorzitter: U gaat gewoon hopen op goede vragen zo meteen in uw richting. Dank u wel. U mag uw microfoon uitzetten. Dank u wel. En dan krijgen we mevrouw Gatzen. Mevrouw Gatzen: Eindelijk. Liselotte Gatzen, ik zit hier namens het Evenementenplatform. Wij zijn als evenementen ons aan het verenigen in een platform.
35
Op onderwerpen zoals dit is dat handig. En wij zijn zeker niet alleen maar negatief, want ik kreeg een beetje het idee dat we hier met zijn allen negatief zouden zitten zijn, wat helemaal niet zo is. Wij willen heel graag van alles doen aan verduurzaming en zeroemissie, minder uitstoot, maar we moeten ook realistisch zijn. En dat is best een lastige. Dat is natuurlijk meer dan voertuigen alleen. Laat ik een stukje voertuigen doen. Het Big Rivers Festival bijvoorbeeld, een beetje eigen parochie, heeft zo'n 200 voertuigen die aan- en afvoeren van materialen, zwaar materiaal, minder zwaar materiaal. Alles waar wij kunnen, rijden wij al elektrisch, huren we elektrisch in, maar dat heeft zijn grens. De zware materialen, dat hoor ik hier van Maurice hetzelfde natuurlijk meer, op de markt is het ook zo is gewoon niet te doen met een elektrische wagen. De andere kant is dat wij bijvoorbeeld hebben veel stroom nodig als evenementen. Wij allemaal. Daar is Big Rivers niet de enige in. Dat willen wij heel graag schoon doen. Wat is schoon? Is een vaste stroomaansluiting in de stad. Die hebben we niet. Dat betekent dat we aggregaten inhuren. Die zijn niet per se de schoonste manier van stroom verkrijgen. Onze oproep sowieso nogmaals, we vragen daar al een aantal jaren om, zorg voor vaste stroompunten voor de evenementen in de binnenstad.
Want het belang van evenementen, volgens mij zijn we het er allemaal wel over eens, is groot. En dat helpt ons in ieder geval enorm om weer beter te voldoen aan de duurzaamheidsdoelen die we hebben gesteld als Dordrecht. Dan heb ik nog een heel lijstje van de andere aanwezige collega's. Elektrisch is niet per se beter voor omwonenden bijvoorbeeld. Wij gebruiken veel elektrische heftrucks. In de Prinsenstraat kunnen we niet meer rijden met die dingen, omdat het zo'n enorme trilling geeft. Een elektrische heftruck heeft harde banden. Dat betekent dat die in de historische binnenstad... Dat is echt een drama. Dat is gewoon echt slecht voor de gebouwen, voor alles. Ik werk ook voor het Bewegend Bos. Wij proberen daar groene transportbewegingen te hebben. Nou hebben we gelukkig Maat, onze transporteur, die heeft een elektrische vrachtwagen inmiddels. Dat is perfect. Maar een elektrische heftruck met een boombak van 1.500 kilo, maar dat geldt ook voor de evenementen met zwaar materiaal, elektrische heftruck moet je niet willen in de binnenstad, zoals ze nu zijn. Maar ik hoor nu 2030, dat stelt me enigszins gerust. Dan denk ik, we hebben nog even met elkaar. Maar die ombouw daarheen, daar maak ik me toch wel voor de evenementen in ieder geval zorgen om. En dan nog gaat het nu om eigenaren van voertuigen die ontheffingen gaan aanvragen.
Als je een evenement hebt met 200 voertuigen, dat betekent 200 aanvragen. Hoe gaan we dat administratief met elkaar regelen? Hoe gaan we dat doen? Moet iedereen dat individueel gaan doen als eigenaar of kunnen wij... Misschien moeten wij een keer in gesprek, dacht ik nog, want we zijn toch wel een andere tak van sport dan andere ondernemers. Daar ligt bij ons wel de zorg in ieder geval vanuit de hele club. Even kijken hoor. Wat hebben we allemaal nog meer? Voertuigen waar we de hele dag mee rijden, die raken leeg. Die moeten opgeladen worden. Hetzelfde verhaal, vaste stroompunten zou enorm daarin helpen om daar in ieder geval aan te voldoen. Administratieve rompslomp hadden we al gehad. Even kijken hoor. Een mogelijke oplossing is in ieder geval waar wij om vragen, een speciale ontheffing voor de evenementen, voor in de opbouw, in de uitvoering en in de afbouw. Dat betekent soms voor 14 dagen. Dat is best wel heel wat. Maar ik denk dat het wel heel erg nodig is dat het zo is, zodat we onze mooie evenementenstad ook in leven kunnen houden. En nogmaals, wij willen er alles aan doen. De bereidheid in onze sector is groot. Wij gaan ver om te voldoen aan alle eisen die er zijn in heel de breedte al. Voor een evenement een vergunning aanvragen, daar word je al... Hebben afgelopen
36
jaren verschillenden van ons stikstofberekeningen gemaakt, alvast voor het geval dat. Dan blijf je allemaal keurig onder de norm. Zo spannend is het allemaal niet. Maar dat is eigenlijk een beetje de boodschap vanuit onze kant. Vergeet ons ook niet in het hele verhaal. En elektrisch is niet altijd de oplossing om het beter te doen voor je stad. Dank u wel. De voorzitter: Dat is een mooie laatste zin. Dank u wel. Zo langzamerhand denk ik dat iedereen wel een vraag heeft. Wie biedt als eerste. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag voor de bewoners. Heel belangrijk dat u komt. En terecht dat u het belang benadrukt. Ik ben even benieuwd, want als gemeente hebben we wat mogelijkheden om een klein beetje te sleutelen, op welke manier zoiets wordt ingevoerd. Met uitzondering en andere dingen. En specifiek voor de Prinsenstraat weet ik, maar dat geldt denk ik ook wel voor andere straten, grote voertuigen met zware last en zo, de woning trilt. Dat is heel vervelend. En hoe meer het er zijn, hoe vervelender dat is. Als we een beetje kunnen sturen, zit ik op een goede richting als ik denk dat het ook erg van belang is of misschien wel het belangrijkste om te zorgen dat de vervoersstromen zoveel mogelijk worden gebundeld? We hebben het over kleine ondernemers gehad. Maar we hebben natuurlijk ook grote ondernemingen in de binnenstad zitten.
Kruidvat, Action, Blokker, die elke dag flinke... Als het allemaal een beetje in plaats van drie verschillende vrachtauto's in één vrachtauto zit. Als we daarop sturen, hoe kijkt u daarnaar? Mevrouw Hulsman: Volgens mij zijn er experts die daar heel erg goed antwoord op kunnen geven. Als je die hubs aan de rand van de stad hebt, waarbij je ook gedeeltelijk voorraden hebt liggen, zodat je niet telkens vrachtwagens heen en weer hoeft te laten gaan, maar daar je overslag hebt en daar je voorraad weer aanvult, scheelt dat een heleboel bewegingen. En het is natuurlijk pijnlijk dat er een verkeersplan is gemaakt destijds, daar was ik ook nog bij betrokken, de vorige keer met de knip erin, waarbij er met de achtjes, die zo verschrikkelijk goed zou zijn voor het wandelend publiek, rekening gehouden werd met V&D wat helemaal niet meer bestaat. Die hele gedachte toen over wat er allemaal nodig was voor het afsluiten van de Bagijnhof en de Visstraat, et cetera. En het twee kanten op laten gaan van het verkeer door de historische straten. Daarmee heb je gevolgen gecreëerd waar je nu nog mee zit. Want dat waren de onderheide straten, waar niet dat risico in zat. Die zijn vrijgemaakt. En de historische straten worden als een soort verkeersriool gebruikt. Niet alleen de vrachtwagens op zich en de trillingen, ook het geluid en de uitstoot.
En ik zou het enorm op prijs stellen als iedereen zich hier eens een keer hard maakt voor het daadwerkelijk meten wat de overschrijding is bij de Prinsenstraat. Want wij krijgen ook het fijnstof van de rivier en van de schepen die in de haven liggen. En het is een smalle, hoge straat, waar relatief veel verkeer doorheen gaat. Want zo wordt het gebruikt. Ook voor de achterban. En volgens mij overschrijden we daar de aanvaardbare normen van de gezondheid nu reeds. Zullen we eens gaan meten, zodat we weten wat we zeggen, in plaats van nu ideeën te bedenken die dan misschien daarmee in strijd zouden kunnen zijn? Het zou echt fijn zijn om te weten waar we het over hebben. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Mijnheer Van der Meer.
37
De heer Van der Meer: Ik heb twee vragen. Eén aan de heer Loekemeijer. Die gaf aan dat hij prima uitkomt met zijn elektrische bus, maar dat het wel duurder is. Mijn vraag aan hem is wat dat voor bijvoorbeeld concurrentieverhoudingen betekent? En mijn andere vraag is aan de heer Van den Hurk, heel in het kort, want u praat met anderen die hier aan tafel zitten, maar ik zou ook graag van u heel in het kort een reactie op het verhaal van de marktkooplieden en van mevrouw daar horen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Loekemeijer. De heer Loekemeijer: Het is inderdaad zo dat je wat marge inlevert met een elektrische bus. Dat is nou eenmaal zo. Maar bij mij kan dat eraf. Dat is eigenlijk hoe het zit. En we hebben straks natuurlijk, als die milieuzones ingesteld worden, weer een gelijk speelveld. Dan is het weer voor iedereen hetzelfde. En elke ondernemer moet dan... En sterker nog, als die milieuzones er zijn, dan heb je zelfs weer een kans als ondernemer. Want dan kan je zeggen, sorry, u woont in een milieuzone, daar hebben wij voor moeten investeren en dan worden gewoon de voorrijkosten voor u wat duurder. Dat is nou eenmaal zo. Dat is met alles zo wat duurder wordt. Als er maar een gelijk speelveld is voor alle ondernemers, dan is dat eigenlijk opgeheven. Dan is dat geen issue meer. De voorzitter: Het roept wat onrust op bij onder andere de heer Platje.
De heer Platje: Dank u, voorzitter. Mijn vraag is aan u, wat hebt u voor een bedrijf? Leg eens wat uit over uw bus? Hangt er ook een aanhanger achter, net als dat die mevrouw vertelt of is het gewoon een... Hoeveel gewicht zit erin? Waar rijdt u mee rond, als ik vragen mag? De heer Loekemeijer: Ik rij met een ID. Buzz, een elektrische Volkswagen bus. En daar heb ik regelmatig een aanhanger achter voor installaties die wij plaatsen. En dat gaat. Dat is op zich goed te doen. De heer Platje: Want praat je dan over schuimrubber of bakstenen? Wat ik vragen wat u... De heer Loekemeijer: Allerlei soorten installaties. Onder andere over warmtepompinstallaties. En dat zijn zware installaties. Dat is veel gewicht. De heer Platje: En daar rijdt u zonder problemen mee naar Assen en weer terug naar Dordt? De heer Loekemeijer: Ja, in principe wel. De heer Platje: Dat is bijzonder. De voorzitter: Maar we gaan hier niet aan constateringen doen. Het was een aanvullende vraag. De heer Platje: Dank u, voorzitter.
38
De voorzitter: Daar heeft u antwoord op gekregen. Mevrouw, met die mooie naam, Labruyère, wilde ook nog een aanvulling daarop doen. Gaat de gang. Mevrouw Labruyère: Dat vroeg ik me eigenlijk ook af. En bij mij is het wel zo dat, om daar even op te reageren, het gewicht wat ik in een aanhangwagen moet gaan vervoeren, is zo vaak dat ik daar drie of vier keer voor moet gaan rijden met een elektrische bus, omdat hij niet meer trekkracht heeft. Of ik moet nog een keer meer gaan investeren in een... Dat ik nog een zwaardere bus koop, die dan ook weer zwaarder is in de binnenstad. Maar de meest logische en voor de hand liggende oplossing is voor mij om elke keer mijn leverancier te bellen en te zeggen, kunnen jullie even met de vrachtwagen komen, want ik heb een kuubje zand nodig? Kunnen jullie even langskomen, want er moet een paar kuub groen opgeknepen worden. Dit is gewoon de praktijk. Ik moet gewoon dan met regelmaat, stel dat ik die investering zou doen en stel dat ik het zou kunnen, een vrachtwagen gaan laten komen. De voorzitter: Het is branche afhankelijk. Mevrouw Labruyère: Precies. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, even aanhakend daarop. Het is natuurlijk heel mooi, ik ken de heer Loekemeijer ook, dat hij een goedlopend bedrijf heeft.
Maar volgens mij zit er aan de andere kant een ondernemer die misschien gewoon een leuke boterham heeft, maar om een investering te doen... Want ik hoor eigenlijk hier niemand in deze commissie zeggen van, ik wil het niet. Maar hoe ga ik het doen en hoe kan ik het betalen en hoe heb ik dadelijk nog mijn boterham? En dan is het ook eventjes naar mevrouw Labruyere, als ik het goed uitspreek. Stel dat u die investering zou doen, bent u dan klaar met houthakken of? Maar dat is even... Het is wel de realiteit natuurlijk dat als een kleine ondernemer ergens in moet investeren en je kan het eigenlijk maar net rondkrijgen, en dat hoor ik eigenlijk ook bij de marktkooplieden, die investering, is dat het waard en in hoeveel jaar schrijf je dat af? Ik leg het maar even zowel bij mevrouw Labruyère neer als bij de marktkoopmensen. Mevrouw Labruyère: Volgens mij is er net al gebleken dat zo’n bus tien jaar meegaat. De afschrijving wordt bijna verdubbeld. Daar gaan we al mee beginnen. Maar de investering is natuurlijk ook nog duurder. Sorry. En dan even terug naar het begin van... Ben ik dan klaar met houthakken? Ik denk het wel, want ik kan dan al mijn reserves eigenlijk in die bus gaan stoppen of ik moet een dure lening aanschaffen om die bus te kunnen financieren.
Maar als ik dan ziek word en een paar maanden later per ongeluk ook nog een been breek tijdens mijn werk, dan zit ik door al mijn reserves heen. En dan kom je in het faillissement terecht. En dan kunt u misschien wel te rade gaan waar een kleine zelfstandig ondernemer, die geen verzekering kan betalen, dan terechtkomt? En dat is dan uiteindelijk bij Drechtsteden, bij het loket. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Platje. De heer Platje: Voorzitter, Dank je wel. Ik praat eventjes in mijn geval, dan kost momenteel een elektrische auto... Ik sta met tuinplanten. Ik heb een grote auto nodig.
39
Die kost, ik heb het toevallig vorige week bij de dealer gevraagd, 450.000 euro. Dat kost hij. Ligt eraan een beetje wat je verdient, kun je daar nog 50.000, 75.000 euro subsidie op terugkrijgen. Dat is het. Zoals het er nu voorstaat, kan ik tot 2028 in de stad komen. Dan moet ik een Euro 6 kopen, want een elektrische vrachtwagen is niet haalbaar voor mij. En ik kan er ook gewoon nog niet mee op en neer, in mijn geval niet, omdat ik daar veel te zwaar voor ben. Ik haal het niet op en neer naar de markt en weer terug naar huis ermee. Ik moet in 2028 een tweedehands Euro 6 kopen. Die kost in mijn geval ongeveer tussen de 80.000 en 120.000 euro. Mag ik nog 2 jaar mee rijden. Dan moet ik weer een investering doen van 450.000 euro min een subsidie. Dat is dan de volgende investering. Ik kan daar mijn 2 kindjes niet meer grootbrengen. Maar we praten ook over, in mijn geval, 4 minuten op 1 dag in de zone. 4 minuten. Maximaal, laat ik even achterop pakken, 10 minuten de visboer op Statenplein. 10 minuten op een dag. Daar praat je over. Dat is het. 10 minuten. De voorzitter: Helder. Mijnheer Gorter heeft een aanvullende vraag. Dan kom ik daarna bij mevrouw Pichel.