2.3 2024.06.04 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
De voorzitter: Dank, de heer Hartmeijer. Dan hoor ik de heer De Heer met een interruptie, denk ik, of wilt u uw woordvoering doen? De heer De Heer: Ik had een interruptie. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer De Heer: Voorzitter, ik was benieuwd, ik hoorde de heer Hartmeijer volgens mij spreken over die smart rioleringsvallen. Waarin hij zegt, volgens mij heeft het helemaal geen zin, want die ratten blijven toch wel komen. Hoe kijkt hij dan naar die berichtgeving
41
dat het in Maastricht blijkbaar toch wel succesvol is en dat het aantal meldingen echt serieus afneemt? Hoe kijkt hij daarnaar? De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, ik ken de casus in Maastricht niet. Ik ken wel bijvoorbeeld Parijs. Dat is natuurlijk niet te vergelijken, want dat is een enorme stad. Maar daar hebben ze ook actief ingezet op het doden van ratten. En ik snap dat dat appels met peren vergelijken is. Maar die ratten blijven komen, want die vermenigvuldigen zich zo enorm hard, dat is gewoon vechten tegen de bierkaai. Het is van grootste belang dat echt het luilekkerland, de bestaansreden van die ratten, weggenomen wordt. Want ze zijn er, omdat het voedsel daar is. Dat is gewoon een een-op-een. En volgens mij kun je gaan doden wat je wilt, maar daar los je het uiteindelijk niet mee op. Je moet echt de bron wegnemen. De voorzitter: Helder. Wie mag ik dan het woord geven? Wie wil zijn woordvoering doen? Mevrouw Van Engelen, u zit precies zo in zo'n hoek waar ik niet helemaal... Maar ik zal daar rekening... Mevrouw Van Engelen: Het is precies andersom dan vorige week. De voorzitter: Maar ik zal daar rekening mee houden. Mevrouw Van Engelen. Links. Nee, voor mij rechts. Gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Mijn woordvoering zal ik even netjes aan de hand van de politieke vragen doen.
Dat is wel zo makkelijk voor mij en voor jullie. Begin ik bij de eerste. Moet de gemeente stoppen met het opzettelijk doden of laten doden van dieren? Dit is een flink gesprek geweest en altijd al geweest binnen GroenLinks. En we zijn tot het volgende punt gekomen. De natuur is uit balans. En dit is de consequentie van menselijke invloed in het verleden. We hebben het zo ver laten komen dat in enkele gevallen de enige optie om het leefbaar te houden voor dier en mens bestrijding is. Dit moet te allen tijde een laatste optie zijn. Wanneer het moet gebeuren, zo snel en pijnloos mogelijk voor dier en het mag geen schade aanrichten aan de natuur of andere dieren. Het is aan ons om de natuur te herstellen. Dieren zijn een belangrijk onderdeel van deze missie. Op dit punt in de geschiedenis is het onmogelijk om de balans in de natuur te herstellen, zonder menselijke invloed op dierlijke populaties. Wat GroenLinks betreft is dit het laatste Dierenwelzijnsbeleid waar het doden van dieren bij overlast is toegestaan. Graag horen wij van de wethouder of er een indicatie is wanneer we in de toekomst hiermee kunnen stoppen, omdat we nu in gaan zetten op preventie en verandering van menselijk gedrag.
Gezien er wettelijk nog niet veel mogelijk is om te verbieden om dieren te gebruiken voor menselijk vermaak, is het nu belangrijk dat we inzetten op grondige en strenge controles van de vijf vereisten die genoemd zijn in het Dierenwelzijnsbeleid. Het enige wat we kunnen doen nu is streng handhaven en erop toezien dat de dieren goed en fijn worden behandeld en stressvrij de dag doorkomen. Dan ga ik verder. De politieke vraag, moet de gemeente meer doen om gemeentelijke bouwwerken en infrastructuur veiliger te maken voor dieren? Ik vroeg me heel erg af, waar is het nu onveilig dan? Maar dat hoor ik misschien straks nog vanuit de commissie komen. Bij evenementen melden of het...
42
De heer Groenewege: Voorzitter, ik wil die vraag wel beantwoorden. De voorzitter: Interruptie van de heer Groenewege. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Dat is bij kades en bij rioolputten. En de Partij voor de Dieren heeft daar ook oplossingen voor voorgedragen. Mevrouw Van Engelen: Dat linkt aan de moties waar ik straks kom. De voorzitter: Even via de voorzitter, mevrouw Van Engelen, want u bent zelf ook altijd heel streng. Mevrouw Van Engelen: Excuus, voorzitter. U heeft helemaal gelijk. Ik had hem al verwacht ook. Ik hoor van Partij voor de Dieren dat dat gelinkt is aan de moties. En daar kom ik straks op. Dat komt helemaal goed. De vraag van Beter voor Dordt om bij evenementen aan te geven of het een geschikt evenement is voor honden of niet, lijkt ons een ontzettend goed idee. Dan de vragen van de VVD. Is het niet beter om het beleid te vatten onder de ruimere titel dierenbeleid in plaats van Dierenwelzijnsbeleid om het beleid immers ook zaken als plaagdierbestrijding omvat? Wij zijn niet van mening dat dierenbeleid een ruimere opvatting is. Juist Dierenwelzijnsbeleid is de uitbreiding. Want we werken toe naar een toekomst waar de natuur hersteld is en bestrijding niet meer nodig zal zijn. Dit is voor het welzijn van het dier en de mens. Eindelijk is er ruimte voor de levenskwaliteit van het dier. En denkt de mens niet meer alleen vanuit zijn eigen belang.
Laten we niet nu alweer een stap terugzetten in de tijd op dit keerpunt, maar doorzetten. Alles wat ademt, leeft. En de mens heeft in het verleden veel leed gebracht aan natuur en het dierenrijk. Het is nu tijd om onze fouten recht te zetten. De voorzitter: U krijgt een interruptie van de heer Groenewege. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Bij het opstellen van dit dierenbeleid is het college op schoot gaan zitten bij de hengelsportvereniging en bij de jagersvereniging. En we zien ook in deze nota, terwijl er gemeenten zijn die jagers wel tegengaan op gemeentegrond, dat dit college daar niet voor kiest. Terwijl er gemeenten zijn die de onderwaterjacht, die hengelen is, wel tegengaan in gemeentelijk water, dat dit college daar niet voor kiest. Vindt GroenLinks deze nota überhaupt de term Dierenwelzijnsnota waardig? De voorzitter: Mevrouw Van Engelen, gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk maakt de heer Groenewege een mooi bruggetje naar mijn volgende punt. Dat gaat hier ook over. Want welzijn van het dier gaat altijd boven het vertier wat een mens uit een dier haalt. Wanneer dit hand in hand gaat, zoals bij veel huisdieren het geval is, staan mens en dier gelijk in de dier gerelateerde activiteit. Daar ging het over. En beleven zij er beiden plezier aan.
Wanneer dit niet in balans staat en de mens vertier eruit haalt maar het dier lijdt, moet hier wat GroenLinks betreft niet meer aandacht voor zijn in het beleid, behalve als het gaat om een verbod. Misschien is dat ook gelijk een antwoord voor de heer Groenewege. De voorzitter: De heer Groenewege.
43
De heer Groenewege: Deels. Maar dan ben ik wel bijvoorbeeld benieuwd, bij het hengelen worden dieren gebruikt, puur als menselijk vermaak. Krijgen ze een haak door hun lip. Die wordt er uitgetrokken. En ze worden terug in het water gesmeten. Alleen maar omdat mensen dat leuker vinden dan gewoon stilletjes aan de waterkant te zitten en te genieten van de natuur. Wat vindt GroenLinks ervan dat de wethouder, dat het college niet voorstelt om daar wat aan te doen in deze Dierenwelzijnsnota? Vindt GroenLinks, net als de Partij voor de Dieren, dat het college daarmee een kans laat liggen? Mevrouw Van Engelen: Via de voorzitter, dank u wel. Wat GroenLinks betreft mag dat gewoon stoppen, want dat is niet in het belang van het dier. Dit gaat puur over menselijk vermaak. En het is overbodig. Wij kunnen ons op andere manieren vermaken. En dat hoeft niet door middel van vissen te vangen. Dan, willen we als raad de extra gevraagde financiën vrijmaken voor de bovenwettelijke taken, gezien de financiële uitdaging die op ons afkomt? De grootste taak die voor ons ligt, is het herstellen van de natuur. Geen hittestress in de stad, bomen voor schone lucht, de strijd voor schoon drinkwater, de energietransitie naar groene stroom, we zijn er allemaal mee bezig. Dieren zijn een belangrijk onderdeel van het herstellen van de natuur. Daarom moeten we ook op dit beleid investeren.
Want alleen wanneer we op alle vlakken inzetten op de overstap naar een leefbare en groene wereld gaan we het redden. Wanneer we het Dierenwelzijnsbeleid laten vallen en niet gaan uitvoeren, dan gaan we die problemen alsnog terugzien wanneer we het hebben over biodiversiteit, klimaatneutraal en dergelijke. Laten we ook hier doorpakken. De heer Van den Berg: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van den Berg, CDA, gaat uw gang. De heer Van den Berg: Dank u wel. Volgens mij wordt in de beleidshoek met name geld vrijgemaakt voor educatie en verdere uitwerking van beleid. Hoe ziet mevrouw Van Engelen daar de samenhang van met de hele energietransitie en biodiversiteit die u daarvoor noemde? Mevrouw Van Engelen: De vraag die het CDA stelt, dat is net ook al een paar keer besproken. Als het bijvoorbeeld gaat over plaagdieren, dan kunnen we wel steeds de ratten gaan afmaken of allerlei gif gaan spuiten, maar zolang het menselijk gedrag niet verandert, zal dit blijven voorkomen en moeten we daar geld aan uitgeven, moeten we dieren leed aan doen. En daarom is het juist zo belangrijk om in te zetten op die educatie, zodat we dat gedrag van de mens veranderen en weer in meer harmonie kunnen gaan samenleven met de dieren, zodat die natuur terugkomt in balans. Dieren zijn natuurlijk ook een essentieel onderdeel van de biodiversiteit.
De VVD stelde het net, laten we bij de woningbouw geen drempels opwerpen. Dit zijn geen drempels. We kunnen nu wel de natuur negeren en als een gek woningen gaan neerzetten, en we moeten als een gek woningen neer gaan zetten, maar als we natuur negeren, dan kunnen we allemaal misschien nog een paar generaties vrolijk in die woningen blijven wonen, maar dan is het daarna ook voorbij. En dan hebben we er helemaal niks meer aan. En daarom moeten we nu alle facetten van dit verhaal in de gaten houden en op elk vlak actief zijn.
44
De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoorde eerst mevrouw Lammens van de VVD. Gaat uw gang. U heeft een interruptie bij mevrouw van Engelen, toch? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja, graag. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik hoorde mevrouw Van Engelen net zeggen over drempels die wij hebben opgesteld voor gebouwen. Maar wij hebben het over dat we niet willen dat de zoönosen verder verspreid worden. Als je vleermuishuisjes aan gebouwen vastplakt en alle huizen hier in de binnenstad zo'n leuk huisje krijgen, er komen hier al vleermuizen. Maar als je dat extra doet ,de poep die naar beneden valt, kunnen zoönose veroorzaken. En daar zijn wij tegen. De voorzitter: Komt u even tot een vraag aan mevrouw Van Engelen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Welke drempels heeft ze het over? Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, dat is een beetje lastig, omdat ik hoor net al uit het verhaal van de VVD dat zij over hele andere informatie beschikken dan ik. Want ik heb weer hele andere kennis over wat de vleermuizen toevoegen aan de stad. Ik vind het lastig om hier dan antwoord op te geven. Want ik denk dat het meningsverschil zit niet eens zozeer in de mening, maar in feitelijke kennis. Dat is misschien iets om het later nog een keer buiten de commissievergadering over te hebben. De heer Safranti: Voorzitter. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Wat u wil. Het is nu zo, de kennis over...
De voorzitter: Ho, heel even. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Sorry. Dank u wel. De voorzitter: Even via de voorzitter. Als u wil reageren nu op datgene wat mevrouw Van Engelen zegt, dan kunt u daar nu op reageren. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. De kennis over zoönose is natuurlijk gewoon zichtbaar op Google. Dat is geen probleem, denk ik. De voorzitter: Dat is meer een opmerking dan een vraag. De heer: Voorzitter. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Voorzitter, we bespreken het bij de borrel. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen, gaat u door met uw betoog. Of had u nog een interruptie? Op mevrouw Van Engelen, neem ik aan?
45
De heer: Ik heb een interruptie. Ja. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Safranti: Ik kon uw verhaal trouwens goed volgen. En daar ben ik het trouwens ook wel mee eens. Alleen mevrouw Van Engelen gaf net aan dat we ook preventief moeten werken en mensen bewust maken. Heeft u daar ook voorbeelden van, waar we dan eventueel aan kunnen denken? Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, het nieuwe Dierenwelzijnsbeleid staat daar ook vol mee. Inzet op educatie en dergelijke. Een voorbeeld daarvan is, hoe zorg je dat je in je wijk geen rattenoverlast hebt? Daar heeft bijvoorbeeld je afval netjes weggooien heel veel mee te maken. Je afval scheiden heeft daar ook mee te maken. Ik weet nog uit oude beeldvormende sessies hierover dat heel veel van ons nog in de veronderstelling waren dat konijntjes het leuk vonden om geknuffeld te worden op een open dag op de kinderboerderij. En dat we toen te horen kregen dat konijntjes het helemaal niet leuk vinden en dat ze niet stil blijven zitten, omdat ze jou zo lief vinden, maar omdat ze van angst helemaal bevriezen. En het zit in zulke simpele dingen, zulke simpele, feitelijke kennis. En daarmee kunnen we al zoveel stappen zetten voor de relatie tussen mens en dier en natuur. Daar moeten we op inzetten, denk ik. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter.
Dan de wolf, dat leek me een technische vraag en dacht ik ook, het enige antwoord wat er kan komen is hypothetisch, want het is er nog niet. Ik had daar nog niet heel veel over. Dan even snel de moties van Partij voor de Dieren. De adopt don’t shop motie, dieren zijn geen product. Wij snappen het probleem van Partij voor de Dieren en delen de zorgen ook. Alleen zien wij nog niet heel goed in hoe we dit als gemeente kunnen uitvoeren, aangezien wij niet een ondernemer kunnen verbieden om een bepaald product, al zijn dieren geen product, te verkopen. Misschien komt daar later nog wat toelichting over of heb ik de heer Groenewege van de week nog wel op d Whatsapp hierover. Gemeente bontvrij inkopen, lijkt me een hartstikke goed idee. Dierproefvrij inkopen voor de gemeente, lijkt me ook een heel goed idee. Geef eenden een trap. En dan gelukkig niet een trap met de voet tegen de bil. En geef kikkers een trap. Had ik nog even een vraag richting het college. Past dit in het genoemde budget wat we vrij moeten maken voor Dierenwelzijnsbeleid of zou dit betekenen dat er extra kosten bovenop komen? Ook steun voor wees lief voor de duiven. En dan het Keurmerk Diervriendelijke Kinderboerderijen. Er is natuurlijk al een keurmerk genoemd. En Partij voor de Dieren draagt een keurmerk aan waar ook het fokken niet meer toegestaan zal zijn en alleen opvang.
Ik heb daarnet per interruptie ook de vraag gesteld, die dieren komen terecht bij particuliere parken of boerderijen, zijn dit dan geen diervriendelijke plekken? De heer Groenewege gaf aan, het vervoer is ook heel erg stressvol. Sterilisatie is beter. Dat is voor mij een nieuw argument. Ik moet opnieuw overwegen, wat is beter voor het dier, sterilisatie of vervoer? En dan de vrijheid voor de zebravinken. Daar kunnen wij ons helemaal in vinden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank voor de bijdrage, mevrouw Van Engelen. Wie mag ik dan het woord geven? De heer De Heer, gaat uw gang.
46
De heer De Heer: Voorzitter, we vinden dieren en hun welzijn als fractie belangrijk, maar we zoeken ook naar de balans tussen wat wenselijk is en wat op dit moment naar onze mening noodzakelijk is. Om die reden zijn we momenteel nog niet voornemens om in te stemmen met het raadsvoorstel. Een structurele verhoging van jaarlijks 130.000 euro is wat ons betreft niet altijd noodzakelijk. Dat heeft alles te maken ook met de naderende bezuinigingen. Het vraagt om scherpe keuzes. We zien graag dat we de huidige wettelijke taak blijven uitvoeren, met ook zoveel mogelijk te bestaande budgetten. We zien wel een aantal hele creatieve moties van de Partij voor de Dieren. Sommigen zullen een extra prijskaartje meebrengen, anderen misschien niet. Ik hoorde mevrouw Van Engelen daar ook al een vraag over stellen richting het college. Die hebben wij ook. En sommigen, zoals bijvoorbeeld die over de sierduiven, zijn mogelijk zelfs een besparing van kosten, aangezien het juist voorkomt dat dieren moeten worden opgevangen. We horen graag de reactie van het college. Dan nog over de smart rioleringsvallen. Hij kwam net al even langs. We vinden het als fractie eigenlijk bijzonder cru dat deze dieren moeten worden gedood, omdat de mens zijn rommel niet opruimt. En we roepen de wethouder op om toch vooral te blijven zoeken naar het oplossen van het probleem bij de bron, de mens.
En tegelijkertijd weten we ook hoe hardnekkig het afvalprobleem is en staan we voor nu ook open voor deze pilot. Tot zover. De voorzitter: Dank de heer De Heer. Wie mag ik nog meer het woord geven? Mevrouw Stevens, gaat uw gang. Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ooit in mijn vorig leven, toen ik begon in deze gemeente als raadslid, heb ik een motie ingediend tegen levende beesten in het circus. En dat is heel wat jaren geleden. Die motie heeft het toen gehaald. Dan zit ik hiernaar te kijken en denk ik, we zijn lekker ver gekomen. Bijna niet. Er is nog steeds heel veel dierenleed, ook hier op het eiland. En om het kort te houden, kan ik me daar wel helemaal in vinden, zoals de woordvoering is van de dierenpartij. Want ook ik vind dat dieren niet voor menselijk vermaak zijn. Dieren horen niet opgesloten te zitten. En wanneer het gaat over de rattenaanpak, daar ben ik het ook helemaal eens dat er gewoon veel meer preventie moet komen. Dat mensen gewoon toch meer hun zooi op moeten ruimen, wat juist kan voorkomen op die grote rattenplaag die er in bepaalde wijken is. Wat ik wel mis nog in het geheel, de controles op dierenwinkels die levende beesten verkopen. Ik ben recent daar geweest. Ik ben echt heel erg geschrokken van de vogels die daar in een soort gevangenis zitten en hoe zij erbij zitten.
Daar heb ik ook wel een vraag over naar de wethouder van, in hoeverre is daar een controle op en wie doet dat dan en wie voert dat uit? Verder zal ik gewoon het kort houden, wat ik net als zei, en me achter schuilen naar de woordvoering van de Partij voor de Dieren als ook die van GroenLinks. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mevrouw Stevens. En ik kan me die motie nog heel goed herinneren. Dan geef ik nu het woord aan de Safranti van DENK. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik sluit aan bij de woordvoering van de SP. De inhoud van mijn woordvoering sluit naadloos aan. Ik ga hem ook niet herhalen, in dit geval. Maar wel wil ik een aantal punten benoemen die ik naar voren wil brengen. Met name de preventie.
47
Die is volgens mij door iedereen zo'n beetje al genoemd. Dat is iets waar we echt naar moeten kijken. Het bewustmaken van onze medeburger, dat daar eigenlijk de kern van het probleem zit. Anders is het dweilen met de kraan open. Zo heb ik het letterlijk ook in mijn woordvoering gezegd. Tijdens onze Denk tentdagen... Want dat doen wij om het kwartaal. En dan komen we in wijken. En dat hebben we dan in Crabbehof, maar ook in Oud-Krispijn kunnen zien tijdens ons thema Wijk schoon. En daar was dit echt ter sprake geweest. En de burger is daar zelf eigenlijk ook wel een beetje mee zat. Alleen zij klagen dan weer over de Oostblok-migranten. Hoe moet ik het benoemen? Ik had hem wel goed benoemd. Tijdelijke arbeidsmigranten. Sorry, mijn excuses. Die geen pasje hebben. Of de vuilniszakken die gewoon naast een container worden gelegd. En vervolgens wordt dat eerst door een kat, daarna door een duif, daarna een meeuw en uiteindelijk door een rat opengescheurd of gegeten. Ik heb zojuist trouwens ook een video doorgestuurd naar de wethouder, die ik net binnen heb gekregen. Een video uit Oud-Krispijn. En tijdens de motie in de raad hebben wij toen ook als pilot Oud-Krispijn, anders Crabbehof aangegeven. En dat gaf volgens mij SP zojuist ook wel aan. Het zou fijn zijn als we preventief gaan werken en met name bij de oorzaak het probleem kunnen vangen.
En uiteindelijk hebben we dan ook de rattenvangers en weet ik wat allemaal niet meer nodig. Even kijken. Dat was het, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank, de heer Safranti. Dan ga ik even naar de linkerzijde. Mijnheer Van den Berg en daarna mijnheer Schalken. Gaat uw gang, mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Voor het CDA is zorg voor dieren belangrijk. We zien ook de meerwaarde in de educatieve functie van de Stadsboerderij. En als we naar dit beleidsstuk kijken, zien we dat dat met zorgvuldigheid is opgesteld. Maar dat geeft ons ook wel zorgen, omdat dat, zoals eerder aangegeven, het beleidsrijk is en hiervoor geen financiële dekking is. Dat is voor ons een reden om terughoudend te zijn om dit beleid vast te stellen. En ik kan me hierin ook goed vinden in de woordvoering van de heer De Heer. Daarnaast, als het gaat om de ratten, kunnen wij ons goed vinden in de woordvoering van de heer Hartmeijer. Pak de bron aan van de overlast. En de moties die voorliggen, daar heb ik nog niet volledig tijd gehad om alles goed door te spreken met onze fractie. Ik ben ook wel benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop. De voorzitter: De heer Groenewege, u heeft een interruptie. Gaat uw gang. De heer Groenewege: Er zit een soort interne tegenstrijdigheid in de bijdrage van het CDA.
Want aan de ene kant zeggen ze, we waarderen het als er meer wordt ingezet op preventie van rattenoverlast. Dat is een bovenwettelijke taak. Tegelijkertijd zegt het CDA, we hebben geen zin om geld uit te trekken voor die bovenwettelijke taak. Wat wil het CDA? Dat je jaar na jaar ratten blijft bestrijden, omdat je geen geld uittrekt voor die bovenwettelijke taak, preventie? Of dat we daar wel geld voor uittrekken en je op een gegeven moment kan stoppen met ratten doden? Dat zou toch een veel diervriendelijker stad opleveren. De voorzitter: De heer van den Berg. De heer Van den Berg: Dank. Ik zie die tegenstrijdigheid niet helemaal, want we hebben het net gehad over de aanpak van de bron en dat is de vervuiling en overlast daaromtrent tegengaan.
48
De heer Groenewege: Voorzitter, die overlast ga je toch tegen door voorlichting te geven, onder andere vanuit dit dierenwelzijnsprogramma? En dat is toch een bovenwettelijke taak waarvoor wij geld moeten uittrekken? De voorzitter: De heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Nee, volgens mij is met name de oproep gedaan om die motie uit te voeren om die test met het vrijgeven van de pasjes over de ondergrondse containers. De voorzitter: Interruptie? Mevrouw Van Engelen: Zeker, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Wel een beetje in lijn met die van de heer Groenewege. Want ook het laatste antwoord van het CDA is dan toch weer, laten we nu één dingetje doen en daar weer geld aan uitgeven. Terwijl er ligt nu een beleidsrijk stuk voor ons, waar we in één keer in gaan investeren en wat zich later ook gaat terug belonen, omdat we al die losse dingen, zoals bestrijding en dergelijke in het vervolg dan niet meer hoeven te doen. Waar ligt de voorkeur van het CDA? Over twintig jaar alle losse oplossingen bij elkaar optellen en dat daar een hoge som uitrolt of dat we eindelijk in de gemeente Dordrecht tijd en geld gaan vrijmaken voor het Dierenwelzijnsbeleid en daar de vruchten van gaan plukken en misschien wel positiever uitkomen in de portemonnee? De voorzitter: De heer Van den Berg, gaat uw gang.
De heer Van den Berg: Ik geloof niet dat de volledige educatie uit gaat naar, gooi netjes je afval in de prullenbak, zodat we minder ratten hebben. Maar dat is mijn invulling daarvan. De voorzitter: Dat was uw bijdrage? Dan gaan we door, want we hebben niet zo heel erg veel tijd. Ik had u het woord gegeven. De heer Schalken, gaat uw gang. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ik zal het kort houden. Met betrekking tot het nieuwe Dierenwelzijnsbeleid, voor een groot deel zijn we het wel eens met de voorstellen die worden gedaan. Maar ook als we een afweging moeten maken financieel kijkend naar de wettelijke taken en niet wettelijke taken, is het wel een afweging te maken. Dat is volgens mij ook een aanvulling op wat de heer De Heer aangaf van, wat kan wel en wat kan niet?
En dat is nog wel een hele lastige, waarbij ik hoor dat er een aantal fracties zijn die eigenlijk heel makkelijk zeggen van, er mag extra geld tegenaan, is het wat Beter voor Dordt betreft nog wel even kijken waar we dan wat extra bij kunnen doen en waar wij denken van, wees daar nog maar even wat terughoudend in. Vanuit Beter voor Dordt had mijn collega de aanvulling gedaan, waar mevrouw Van Engelen ook al even over sprak met betrekking tot de grote evenementen, waar toch ook wel vaak... Een collega
49
van mij ook aangaf van, we hebben zo’n Dordt in Stoom evenement. Het is eigenlijk toch wel sneu dat daar zoveel mensen ook hun hond naartoe meeslepen, wat naar mijn idee voor de hond niet echt een feestje is. Wellicht kan in de voorlichting of in de aankondiging van grote evenementen iets worden aangegeven van, jongens, dit is niet de plek waar je nu allemaal je hondje de hele dag in mee moet slepen. Ik zie een interruptie. De voorzitter: De heer Groenewege, gaat uw gang. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. Sneu voor de hondjes, Dordt in Stoom. Maar wist u dat er twee paarden de hele dag rondlopen op Dordt in Stoom om een antieke brandweerwagen door de menigte te trekken? Vindt Beter voor Dordt dat ook sneu? De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Als we het hebben over de hondjes van de mensen die de hondjes meenemen, dan vinden wij dat inderdaad sneu. En met betrekking tot de dieren die ook tijdens zo'n evenement worden ingezet, waarvan de Partij voor de Dieren aangeeft, dat is alleen maar dieren inzetten voor menselijk vermaak, gaan wij ervan nu vooral vanuit dat aan de voorkant met het verstrekken van de vergunning en met het plannen van het evenement vanuit de vergunningverstrekker goed wordt gekeken of er voldoende oog is voor het dierenwelzijn van het paard.
En ik weet dat daar de Partij voor de Dieren iets extremer en verder over een standpunt in heeft dan wij vanuit Beter voor Dordt. De heer Groenewege: Voorzitter, dat zou natuurlijk heel mooi zijn als dat zo gaat. Maar de vergunningverstrekker toetst helemaal niet aan dierenwelzijn, want de vergunningverstrekker is de gemeente. En die mag daar niet aan toetsen. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, volgens mij is die discussie al vaker gevoerd. En is ook vanuit het college aangegeven dat evenementen die worden georganiseerd, waarbij dieren deel uitmaken van het evenement, er zeker aan de voorkant wordt meegekeken naar of inderdaad dierenwelzijn wel voldoende geborgd is. En dat is volgens mij eerder in de commissie en in de raad ook besproken. En ik ga ervan uit dat het college daar ook voldoende op toeziet, met betrekking tot dit punt. Maar ik zie dat de heer Groenewege nog niet tevreden is. De voorzitter: Korte vervolgvraag. De heer Groenewege: Eén laatste vervolgvraag. Want Beter voor Dordt komt met dit punt natuurlijk zelf. Het is niet een punt wat de Partij voor de Dieren heeft opgebracht. Want inderdaad, we hebben het al gehad over dieren bij evenementen. Maar zo'n hond die door een bezoeker wordt meegebracht, die brengt misschien een paar uur door op dat evenement. Dat vindt Beter voor Dordt sneu.
Die paarden staan daar twee dagen lang de hele dag in de volste menigte, want die verzamelt zich om die paarden heen. Als je zegt als partij, de honden vinden we sneu, dan kan je toch niet je rug wenden naar die paarden die daar de hele dag moeten staan? Dat is toch onvoorstelbaar? Dat is toch geen geloofwaardig verhaal wat Beter voor Dordt hier neerzet?
50
De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, Beter voor Dordt vindt dat de Partij voor de Dieren wel heel erg extreem gaat in de voorstellen met betrekking tot het dierenwelzijn. Zover gaan wij niet. En ik denk dat we hierin met elkaar van mening verschillen. De voorzitter: Dat denk ik ook. Ik ga door. Was u klaar met uw betoog? De heer Schalken-den Hartog: Ik denk dat ik de belangrijkste punten heb genoemd. Ik laat het hier wel even bij. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Pichel van Forum voor Democratie. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk niet heel veel commentaar op het voorstel van het college. En tegelijkertijd snap ik best wel waarom Partij voor de Dieren het bij lange na niet voldoende vindt. En de heer Groenewege en ik hebben buitenom de vergadering echt wel uitgebreid met elkaar gesproken over dieren en dierenbeleid. En daar zien we ook wel een verschil van aanpak. Dat ik dingen heel graag aan de voorkant opgelost ziet, terwijl ik merk dat soms een aanpak aan de achterkant wat mij betreft niet werkt. Maar wat ik me nu eigenlijk echt wel afvraag, is of dat al deze dieren zich nu afvragen of er ook een mensenwelzijnsbeleid komt? We hebben een heel mooi document hoe we met dieren om kunnen gaan. En misschien komen daar nog wel 23 moties bij. En mensen kunnen nog niet eens zorgen voor hun eigen welzijn.
Ik heb het idee dat die dieren daar heel hard om moeten lachen. Want de dieren staan echt dichter tot de natuur dan mensen. En dan heeft de mens de arrogantie om dit allemaal te kunnen herstellen. Mevrouw Stevens: Voorzitter. De voorzitter: U krijgt een interruptie van mevrouw Stevens. Mevrouw Pichel: Ik krijg een interruptie. De voorzitter: Gaat uw gang.
Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik weet dat ik nog niet zo lang meeloop. Maar we hebben het vanavond toch over het dierenbeleid en niet over het mensenbeleid. Ik bedoel, op het sociaal vlak kan ik me daar heel veel bij voorstellen, maar ik snap deze gewoon niet. Sorry. De voorzitter: Gaat u door. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Mijn laatste zin inderdaad, de dieren staan gewoon dichter tot de natuur dan de mens. En een mens heeft altijd een bepaalde arrogantie om dit te kunnen herstellen. En zoals ik het zie, denk ik, de mens moet
51
gewoon stoppen met het verstoren en juist meer functioneren als de natuur. En als we daartoe bereid zijn, dan zullen we heel ver komen. Ik zie een interruptie. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Van Engelen. Gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, dank u wel. Mijn vraag aan Forum voor Democratie is, staan die dieren ook dichter bij de natuur dan de mens wanneer de mens een dier gebruikt voor eigen vermaak? De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Ik denk dat een dier, in ieder geval zoals je het in heel veel gevallen ziet, altijd dichter bij de natuur staat. Maar ik denk dat uw vraag is of dat u bedoelt, te ver van hun omgeving. Is dat de vraag? De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, mijn vraag, ga ik hem even herformuleren. Ik hoor mevrouw Pichel eigenlijk, tenminste dat hoop ik te horen, de wens uitspreken dat de mens stopt met zo de baas te willen zijn over het dier. En mijns inziens is dit Dierenwelzijnsbeleid een stap daarnaartoe en kunnen we in de toekomst, omdat we nu tijd en geld en ruimte gaan vrijmaken, daar ook nog verder in gaan. Is mevrouw Pichel het met mij eens dat door dit beleid te steunen de mens zich minder zal bemoeien met het dier en het dier weer gewoon in vrijheid dichter bij de natuur kan staan? Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pichel, gaat uw gang.
Mevrouw Pichel: Ik denk dat mijn eerste opmerking hier was eigenlijk dat ik zei, ik heb niet heel veel commentaar op het voorstel. Ik kan het voorstel prima steunen. Er zitten natuurlijk wat basisdingen in. De wettelijke taak zit erin. En daarnaast worden wat extra dingen gedaan waarvan ik ook zei, Partij voor de Dieren ziet daar heel graag nog veel meer in. En bepaalde dingen snap ik ook. Ik denk als je echt gaat kijken naar, wat wil je... En ik hoorde mevrouw Van Engelen ook net zeggen van, het zit hem een stuk in gedrag. Als er ander gedrag is van mensen, dan kunnen daar ook dingen in veranderen. En daar ben ik het mee eens. Wat ik er alleen wel in zie, is dat gedrag verandert niet zomaar. Gedrag verandert bij bewustzijn. En ik heb er ook heel erg veel ervaring mee dat degenen die ons dat bewustzijn kunnen leren, zijn ook de dieren zelf. En daar staan heel veel mensen niet voor open of zien die oplossing nog niet eens, terwijl dieren heel veel voor ons kunnen betekenen. En natuurlijk zijn er standaarddingen die we gewoon moeten doen. Ik vind ook niet dat we zomaar ratten moeten afschieten. Daar ben ik het eens ook met de heren die hier naast me zitten of meerderen die het hebben gezien. Maar we willen wel wat doen aan een bepaalde overlast, want dat kun je ook niet toelaten. Dat zijn praktische dingen.
De voorzitter: Volgens mij zitten jullie helemaal niet zover bij elkaar vandaag.
52
Mevrouw Pichel: Dat denk ik ook niet. Ik denk dat we best wel... De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog, als u nog wat wil zeggen. Mevrouw Pichel: Mijn betoog was klaar. De voorzitter: Dank. Dan geef ik nu het woord aan de heer Gündogdu. Gaat uw gang. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Hoe ga ik dit overtreffen? Voorzitter, dat gaat mij niet lukken. Voorzitter, in ieder geval wil ik de wethouder bedanken voor deze notitie. Ik ga iets heel flauws zeggen. Eigenlijk hadden de dieren hier aan tafel moeten zitten waar we over spreken. Die zitten er helaas niet. Maar het betekent wel dat wij als mensen, als degenen die mogen beslissen, dat is dan wel een feitelijke situatie, over dierenwelzijn dat we empathisch genoeg moeten zijn om datgene wat de dieren aangaan in deze stad, op het eiland wel mee te geven aan het college. Voorzitter, het is niet mens versus dier. We moeten hand in hand gaan, figuurlijk, in onze habitat. En ik deel de mening van velen die aangeven, dit is misschien niet het walhalla, dit voorstel. Maar laten we ook eerlijk zijn, dit beleid is ook niet van heel lang geleden. Heel lang geleden in die zin dat dit volgens mij, voor zover ik weet, de tweede keer is dat we Dierenwelzijnsbeleid hebben. We komen van heel ver. We zijn er nog lang niet. Maar de stappen die worden gezet, die zijn wat mij betreft goed.
Misschien niet al te groot, zoals iedereen dat zou wensen. Maar er worden stappen gezet. En wat mij betreft is het ook zo dat gedragsverandering is niet van het ene moment naar het andere, maar alle stappen die je in dat kader kunt zetten, in het kader van Dierenwelzijnsbeleid, is een stap extra. En dat juich ik zeker ook toe. Als het gaat om de financiën, de vraag is zojuist al gesteld, zijn we bereid om extra financiën boven de wettelijke taken beschikbaar te stellen? Op zich zijn wij daar welwillend. Maar we zouden graag ook wel willen zien, ook juist in het kader van mogelijke bezuinigingen, wat gaan we dan bijvoorbeeld niet doen die we dan mogelijk voor dit beleid kunnen uitgeven? Daar zou ik graag ook reflectie van de wethouder willen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De heer Gündogdu: Een vraag. De voorzitter: Ik vond net dat mijnheer Gündogdu er bijna overheen ging. Nee hoor, dat is maar een grapje. Mevrouw Van Engelen, gaat uw gang. U heeft een interruptie. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Het eerste deel van de woordvoering van de heer Gündogdu dacht ik, wat fijn. Want ik probeerde dat punt over te brengen. Ik was het even helemaal kwijt. En dat heeft de heer Gündogdu eigenlijk voor mij gedaan. Maar mijn interruptie gaat over de financiën. We hebben inderdaad een dierenbeleid gehad en nu voor het eerst een Dierenwelzijnsbeleid.
En we hebben het al vaker vanavond hier op tafel gehoord van, het zou eigenlijk nog meer moeten. Maar er is nu niet meer ruimte in de gemeente voor het Dierenwelzijnsbeleid. Er is een bepaald budget waar ze binnen moeten werken. Er is een bepaald aantal werkuren waarbinnen ze moeten werken. En wij zijn nu aan zet om dat te verruimen. Ik wilde eigenlijk aan de heer Gündogdu vragen, ziet hij de koppeling met zijn wens om hiermee verder te gaan? Ziet hij de koppeling met het bedrag wat wij volledig moeten vrijmaken en daar niet op moeten behappen?
53
De voorzitter: De heer Gündogdu. Maar volgens mij had u daar al antwoord op gegeven. De heer Gündogdu: Met alle plezier. Maar als vervolgens het college aangeeft om dit voor elkaar te krijgen, moeten we dit en dit nalaten, dan wil ik toch even de balans kunnen opmaken. Vandaar ook de vraag richting de wethouder. Ik was even gebleven bij de moties van de Partij voor de Dieren. Bedankt. Behoorlijk wat moties opgesteld. We hebben het tot ons genomen, voorzitter. Een aantal heel sympathiek, maar we wachten ook nog even de reactie van het college af. Dank u wel. De voorzitter: Dank, heer Gündogdu. Dan geef ik het woord als laatste, volgens mij heb ik dan iedereen gehad, aan mevrouw Striebeck van de VSP. Gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Dank u wel, voorzitter. De VSP kan zich voor een groot deel vinden in dit Dierenwelzijnsbeleid. Helaas blijft het nodig plaagdieren aan te pakken in de wijken met overlast. Daar kan preventie inderdaad een heleboel voor betekenen. De vogels in het Merwesteinpark en de kinderboerderij horen gewoon bij Dordrecht. En die hebben ook een educatieve functie. Je hond meenemen naar evenementen is niet gewenst. En dat zouden de baasjes zelf ook moeten weten. De voorzitter: Mevrouw Striebeck, u krijgt een interruptie, volgens mij nog op het vorige onderdeel, van de heer Groenewege.
De heer Groenewege: De VSP geeft aan dat zebravinken in Park Merwestein een educatieve functie hebben. Nou zit dat park al vol met vogels, ook als je daar geen volière met zebravinken zou hebben. Welke educatieve functie hebben die zebravinken die die vogels in dat park zelf, die daar in het wild leven, hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen niet hebben? De voorzitter: Mevrouw Striebeck, gaat uw gang. Mevrouw Striebeck: Pardon. Waarschijnlijk hebben die wel dezelfde functie inderdaad als de andere dieren, alleen kun je deze van dichtbij zien. En kinderen kijken daar heel anders naar dan een vogel die in de lucht vliegt. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Groenewege: Dan ben ik wel benieuwd wat de VSP vindt van het idee om die volière om te vormen tot een voeder- of drinkplaats voor de vogels die in het park leven? Want dan komen die volgens daar natuurlijk ook op af. Kan je ze ook van dichtbij zien. En dat is misschien wel een hele mooie vervanging van de educatieve functie die die zebravinken zouden hebben, zonder dat je ze achter gaas hoeft op te sluiten. Wat vindt u daarvan? De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u. Dat zou een oplossing kunnen zijn. Maar tot zover staat die er nog. En daar kom ik later in mijn woordvoering nog op terug. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog.
54
Mevrouw Striebeck: Dank u. Wel kan er een advies meegegeven worden of je je hond wel of niet mee moet nemen naar zo'n evenement. Maar wat ik al gezegd had, baasjes moeten dat zelf ook beter weten. En dan nog even over het geheel. De mens, eigenlijk al eeuwen werkt hij met dieren. En de mens houdt al eeuwen dieren. Ik denk gewoon dat het meer tijd nodig heeft om dit te veranderen. Dit heeft ook tijd nodig. Fit kun je niet van de ene op het andere moment helemaal veranderen. Dat heeft tijd nodig, net zoals van de Middeleeuwen naar nu toe is het gedrag van de mens met dieren ook veranderd. Rn nu hebben we andere ideeën daarover. Dat heeft gewoon tijd nodig om dat uit te voeren. De voorzitter: Heeft u een interruptie op mevrouw Striebeck? Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Mevrouw Striebeck zegt net ook, dingen hebben tijd nodig om te veranderen. En dat is ook zeker waar. En mijn vraag aan mevrouw Striebeck is, vindt u dat ook in dit plan er dingen worden gedaan de komende tijd waarin we langzaam die beweging gaan maken? Herkent u dat terug in de voorstellen of misschien in bepaalde moties? Dat weet ik niet. Mevrouw Striebeck: Zoals de moties van de Partij voor de Dieren, die staan allemaal keurig op een rijtje. En als je ze leest, dat heeft ook wel iets, maar dat kan niet in één keer. Dat heeft gewoon tijd nodig. De voorzitter: Interruptie nog van mevrouw Stevens.
Mevrouw Stevens: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het met u eens als u aangeeft dat dee tijden daarin veranderen. En natuurlijk was het vroeger zo dat mens en dier samen moesten werken, maar ik denk dat dat allang achterhaald is. Mijn vraag aan u is, er moet toch ergens een start... Ik begon net met mijn betoog van, toen ik twintig jaar geleden in de politiek met een motie kwam. We zijn twintig jaar verder en gelukkig zijn er nu circussen zonder dieren. Er moet toch ergens een start gemaakt worden. Dat bent u toch met me eens. De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: Dank u. Mevrouw Stevens, dat klopt. En die start is al gemaakt met bijvoorbeeld het niet gebruiken van dieren in circussen. En dat is dan een klein stapje. En iedere keer gaat dat wat verder. De voorzitter: Wat een interrupties. Mevrouw Van Engelen, gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Nog eentje dan. Het enige wat ik nog even helder wil krijgen van de VSP, is het Dierenwelzijnsbeleid wat nu voor ons ligt, de notitie, zelf, even los van de moties, volgens de VSP een eerste stap of is dit een te grote stap? Mevrouw Striebeck: Nee, dit Dierenwelzijnsbeleid ligt hier en daar waren we voor een groot deel dat ermee eens. De voorzitter: Helder. Dan stel ik nu voor om... Want we hebben niet zo heel erg veel tijd meer. En dan kijk ik even op de klok. We hebben nog een half uurtje.
En ik wil even
55
voorstellen, deze eerste ronde is iedereen nu even aan het woord geweest, om eerst het college even te laten reageren. En dan in een tweede termijn ook even uw oordeel te geven over het voorstel wat er hier nu ligt. Kunt u zich daarin vinden? De heer Groenewege: Verhelderende vraag. Mogen we wel interrupties plegen op het college? Dat is wel normaal toch als het college... De voorzitter: Van mij mag iedereen altijd interrumperen, zelfs bij vervolgvragen. Mevrouw, De Jonge, hij is heel flauw, dat was ook wel een inkoppertje natuurlijk. Maar inmiddels is de stoom gedaald. Ik geef gewoon het woord aan mevrouw De Jonge. Gaat uw gang. Mevrouw De Jonge: Dank u wel, voorzitter. Vanavond praten we over het Dierenwelzijnsbeleid. Deze is gebaseerd op de Startnotitie die door uw raad is vastgesteld. Want de opdracht was aan het college om aan de slag te gaan hiermee. En we zijn een intensief participatietraject ingegaan. We hebben met heel veel partners uit de stad, die allemaal zich bezighouden met dieren en dierenwelzijn, ronde tafels gehouden. We hebben de stad bevraagd over wat zij belangrijk vinden. Zodat we een heel breed beeld hebben opgehaald. En wat wij vanavond hier ook constateren, is het beeld wat wij uit die tafels en uit de enquête hebben opgehaald. Er zijn heel veel verschillende meningen waar het gaat over dieren, over dierenwelzijn, hoe wij met dieren om moeten gaan.
Wat u hier voor u ziet, is wat er voort is gekomen met name uit de participatie. De stap die iedereen ook aangeeft die genomen moet worden van, we leven in een tijd waarin we echt ver af moet van alleen wettelijke taken en veel meer de balans met de dieren moeten gaan zoeken in onze samenleving. En daar hebben wij op deze manier de woorden voor gevonden en een voorstel voor gedaan, om als gemeente Dordrecht ook te laten zien dat wij dierenwelzijn heel serieus nemen. Deze partners steunen ook dit beleid en staan te popelen om met ons aan de slag te gaan om hier handen en voeten aan te geven. Maar zoals wij ook in de technische sessie al hebben aangegeven, en u waarschijnlijk ook al in de Perspectiefnota hebt gezien, dit raadsvoorstel viel even tussen wal en schip, waar het ging over besluitvorming in het college dat wij dit hebben aangeboden en de informatiebrieven omtrent onze financiële situatie en de bezuinigingsronde die ingaat. Wat u ziet in de Perspectiefnota is dat we voor alle wettelijke taken geld reserveren dan wel nog vragen. Want de 40.000 uur voor de Vogelklas Karel Schot is gewoon een wettelijke taak die wij hebben. En u leest daar ook in dat wij in overleg met uw raad willen gaan kijken naar de 70.000 euro die we structureel nodig hebben en in 2 jaar nog 20.000 incidenteel voor het vormgeven van onze aanpak, voor wat betreft informatie, communicatie en educatie.
Die ligt in uw midden. En daar moeten wij gezamenlijk uitkomen. Daar vragen wij als college uw standpunt op, of u bereid bent om deze op te nemen in de lijst van beleid dat we willen gaan uitvoeren. En daarmee eigenlijk ook de opdracht te geven om in ombuigingen daarvoor een tegenvoorstel te gaan doen, zodat in de Perspectiefnota dan wel begroting dit meegenomen is. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Ik liet even de wethouder de zin maken.
56
De heer Safranti: Prima. De voorzitter: De heer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel. De wethouder geeft aan preventief en educatief in te zetten. We hebben natuurlijk volgens mij in meerderheid toch een beetje aangegeven dat we preventief willen invliegen, in dit geval. Hoe kijkt de wethouder daarin? De educatieve en het preventieve, gaan we daar ook inzetten of is dat juist weer los van wat wij hebben aangegeven? De voorzitter: Mevrouw De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u wel. En ook dank voor deze vraag, want dat sluit inderdaad aan waar ik het met u echt over wil gaan hebben. Als wij voor dit Dierenwelzijnsbeleid de financiën niet in de volle omvang beschikbaar stellen. Dit is het voorstel van het college. Wij willen voor dit Dierenwelzijnsbeleid gaan. Als wij daar niet voor gaan, dat betekent dat wij geen aanpak ontwikkelen voor informatie, communicatie, educatie. In het geheel niet. We vallen terug op wettelijke taken. We kunnen nog één keer per jaar met onze partners uit de stad aan tafel zitten om bij te praten van, hoe gaat het met u? Wat ziet u op het gebied van dieren? En dan hebben we waarschijnlijk een mooie sessie met elkaar gehad. En vraag ik de dierenorganisaties op dit eiland om vooral heel veel zelf te doen, omdat wij hun niet kunnen steunen.
Betekent ook dat wij niet de parken langer zullen kunnen onderhouden, want we kunnen niet instaan voor het welzijn van de dieren die wij houden in parken. We hebben niet voor niks aangegeven dat wij naar een keurmerk willen, omdat wij vinden dat de dieren in onze parken het beter verdienen dan de aandacht die er nu is. Wat eigenlijk niet echt dierenverzorging is, maar wel ervoor zorgen dat ze in ieder geval voldoende eten en drinken hebben, zoals ook in de Wet dieren is geborgd. We gaan ook niet meer aandacht geven aan dieren op evenementen, want dat valt dan ook niet meer onder onze taken. En er werd ook gezegd, de aandacht voor zoönose. Daar heb ik ook geen geld voor. Het wordt een beetje een heel zielig verhaal als ik het allemaal zo opsom. Maar ik heb op dit moment 4 uur in de week een medewerker, die ervoor moet zorgen dat de wet wordt uitgevoerd. Dat we Louterbloemen aansturen. Straks hopelijk als er 40.000 euro wordt toegekend, kunnen we hopelijk ook de wilde dierenopvang gewoon conform onze verantwoordelijkheid als gemeente regelen. En that’s it. En deze medewerker moet ondertussen ook nog alles regelen in deze stad aan vragen, aan oplossen van mogelijke problemen die er met dieren zijn, want dat is wel onze verantwoordelijkheid. Ik ben er gewoon heel eerlijk in. Alles wat erin staat wat bovenwettelijk is, wordt gewoon geschrapt dan.
En dan vallen we terug op wat we hadden en zullen we ook niet dingen gaan doen die we nu nog maar uit allerlei andere hoeken en gaten weten te vinden om hopelijk zo goed mogelijk nu toch voor dieren te kunnen zorgen. De voorzitter: De heer Van den Berg, ik hoor de wethouder een harde oproep doen naar deze commissie, of u de portemonnee wil trekken. Maar de heer Van den Berg had een interruptie.
57
De heer Van den Berg: Dank, voorzitter. Ik hoorde de wethouder inderdaad zeggen dat dat keurmerk gaat leiden tot betere zorg in de dierenboerderij. Klopt het dat we dan nu niet goede zorg geven aan de dieren daar, volgens uw oordeel? De voorzitter: Wethouder De Jonge. Mevrouw De Jonge: Ik heb het over parken. Ik heb het niet over onze Stadsboerderij. Onze Stadsboerderij voldoet uiteraard aan de eisen die er zijn. Maar ook hen willen we heel graag wel het keurmerk laten voeren, om aan te sluiten bij de landelijke ontwikkeling wat er bij kinderboerderijen is, om aan te tonen dat ook wij daar een verantwoordelijkheid nemen conform de eisen. Weizigt voldoet op dit moment aan de eisen, maar we kunnen het niet laten zien door middel van een keurmerk. En ik heb het puur over de parken die we in Dordrecht nog als gemeente hebben waar dieren zitten waarvan u toch al aangeeft, het is toch ook wel heel leuk om erlangs te lopen. Maar we voldoen niet aan onze verantwoordelijkheid om die dieren eigenlijk de hele dag door goed te verzorgen. De voorzitter: Helder. Dan heb ik nog een interruptie van de heer Groenewege. Ik moet af en toe op die bordjes kijken hoor. De heer Groenewege: Dat u mijn naam inmiddels nog niet kent. Even een verhelderende vraag.
Begrijp ik het goed dat als de raad niet de portemonnee trekt voor die bovenwettelijke taken dat de damherten zullen verdwijnen uit Park Merwestein, dat ook de gehouden dieren in het Wantijpark zullen verdwijnen, dat die zebravinken verdwijnen uit Park Merwestein. Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Wethouder De Jonge. Mevrouw De Jonge: Ja, dat begrijpt u goed. Ik vind niet dat wij als gemeente onze verantwoordelijkheid nemen. Wij zullen een uitsterfbeleid-achtig iets moeten gaan bedenken, voordat deze dieren wel op een goede manier elders misschien verzorgd kunnen worden. Maar wij voldoen in ieder geval niet aan de eisen die je normaliter zou willen stellen aan een park. Daar hoort namelijk informatie, communicatie en zeker een educatievorm bij, zodat als er bezoek wordt gebracht aan het park dat men ook op dat moment weet waar men naar kijkt en wat er met die dieren precies gebeurt en aan de hand is. De voorzitter: Een vervolgvraag hierop. Kort. De heer Groenewege: Ook een verhelderingsvraag. Het keurmerk waarvan het college zegt, daar moeten onze dierenverblijven aan voldoen. Is het juist dat dat keurmerk alleen op dierenwelzijnsgebied aan wettelijke eisen toetst en niet aan bovenwettelijke dierenwelzijnsnormen? Mevrouw De Jonge: Voorzitter, dat vind ik een vrij technische vraag. Daar zullen we op terugkomen.
Er is door Weizigt aangegeven dat ze graag voor het Keurmerk Diervriendelijke Kinderboerderij willen gaan, waarmee je inderdaad respecteert dat dieren op zo'n kinderboerderij goed kunnen vrij zijn en tegelijkertijd de educatieve
58
functie kan verrichten die bij een kinderboerderij hoort. Maar als u het zo precies wil, dan moet ik hem technisch mee terugnemen. De voorzitter: Daar komt de wethouder dan op terug. Die staat genoteerd. Dan mevrouw Pichel, nog een interruptie. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Eigenlijk een vervolgvraag op het antwoord wat zojuist al aan de heer Safranti is gegeven, over het stukje preventie en educatie. En mijn vraag aan de wethouder is, extra budget, als dat vrij wordt gegeven, dan zou er wel ruimte voor zijn. Vraag 1A is eigenlijk, is dat dan, naar mening van het college, echt voldoende? Zetten we dan in wat we echt willen? En dan eigenlijk ook de andere vraag. Want ik denk namelijk dat het echt nooit voldoende is. Maar stel je voor dat echt even geld geen probleem is. Stel je voor dat we alle kanten op kunnen. Wat zou dan de droom zijn van dit college om te doen voor het Dierenwelzijnsbeleid? De voorzitter: Daar zou ik bijna een antwoord op kunnen geven, maar ik laat het aan de wethouder. Mevrouw De Jonge: Ik droom ook graag. En daar hebben we het ook in het hele proces over gehad. Maar we hebben ook gezegd... Ik vond eigenlijk dat de VSP dit ook wel heel mooi verwoordde. We luisteren nu naar de dierenorganisaties in de stad. We luisteren naar onze inwoners. Dit is een stap die zij aangeven die genomen moet worden.
Natuurlijk hadden we nog veel meer kunnen doen, maar ik denk dat we met deze stap al gehoor geven en echt een hele mooie stap ook maken in Dierenwelzijnsbeleid. En dat we dan weer de tijd kunnen nemen om te kijken van, zijn er zaken waar we misschien toch nog meer voor willen zouden doen en wat dat dan aan geld zou kosten. Persoonlijk zeg ik, ik vind dit een minimale stap, ook een minimale financiële aanvraag die we hebben gedaan als college. Maar desalniettemin zouden we hier heel erg blij mee zijn als we dit geld krijgen om wel hiermee verder te kunnen. De voorzitter: De oproep is helder. Ik ga even een appel doen op jullie vergaderdiscipline. We hebben nog een kwartier de tijd. We hebben nog een tweede termijn. Ik zie de heer Hartmeijer nog een interruptie hebben. Wilt u die nu echt stellen of kan u die ook in uw tweede termijn meenemen, zodat het college daarop kan antwoorden. Want anders ben ik bang dat er hierna misschien nog een vergadering komt. Ik weet niet of hier een fatale beslistermijn op zit. En dan kijk ik even de wethouder aan. Perspectiefnota. De heer Hartmeijer: Het kan net zo goed in tweede termijn hoor, wat mij betreft. De voorzitter: Dan vraag ik of de wethouder even haar ronde afmaakt. En dan kom ik zo bij jullie terug voor de tweede termijn, als we dat gaan halen. Mevrouw De Jonge: Dank u, voorzitter. Ik denk dat ik best al veel geraakt heb.
We hebben gehad over de preventie. Er zijn aardig wat vragen gesteld ook over de ongediertebestrijding. U ziet inderdaad een deel hiervan in dit Dierenwelzijnsbeleid. Maar in de technische sessie bent u ook door onze medewerker van het Programma Schoon bijgesproken. Dat zijn twee communicerende vaten. Wij kijken vanuit het
59
Dierenwelzijnsbeleid van, hoe kun je ongediertebestrijding zo diervriendelijk mogelijk doen? En vanuit het Programma Schoon wordt er gekeken van, hoe gaan we ervoor zorgen dat er inderdaad, zoals u ook aangeeft, voor gezorgd wordt dat we aan de voorkant gaan voorkomen dat er ongedierte komt. Ik heb meegekregen van Programma Schoon, in het derde kwartaal van ‘24 krijgt u een update over de vallen die zijn ingezet. Die trouwens maar in een heel beperkt gebied zijn ingezet. Het lijkt net of dat we heel de stad hebben vol gezet. Alleen maar in de echte probleemgebieden. Zij stellen ook voor om daar met elkaar het gesprek te hebben over onder andere de ratten en de ongediertebestrijding vanuit het Programma Schoon. Even kijken. De heer Safranti: Voorzitter, mag dat? De voorzitter: Ik had net een appel op u gedaan, maar dat heeft u waarschijnlijk niet gehoord. De heer Safranti: Mijn excuus dan. Mevrouw De Jonge: Ik had nog een heel concrete vraag over de dieren in de winkels. Ook de motie die daarbij hoort. De controle daarop ligt bij de NVWA en de inspectie die daarbij hoort. We hebben daar als gemeente een beperkte rol. En wij zouden dat wel heel erg graag vanuit de aanpak van informatie, communicatie, educatie willen oppakken. Dat we wel proberen mensen als eerste te laten inzien wat het is om een huisdier te nemen.
En dan eventueel ook met de winkels het gesprek aan te gaan van, kunt u in de lijn daarvan het goede voorbeeld geven? Maar daar hebben we het net over gehad wat ik daarvoor nodig heb. Zal ik niet herhalen. En even als laatste de moties, denk ik, goed om even kort te benoemen. Bijna alle moties gaan ons geld, capaciteit of wat dan ook kosten. Als u ze indient, zou ik eigenlijk willen verzoeken, kom met een financiering dekking, want anders kan ik alleen maar ontraden, omdat er geld mee gemoeid gaat. Ik heb met inkoop al even gekeken van, kunnen we dat andersom doen, dat wij niet zelf de controle doen, want dat kost ons capaciteit, maar kunnen we aan de voorkant misschien eisen stellen? Ik zal proberen die voor de raad even gecheckt te hebben bij ons bureau inkoop, of zij zeggen, dat zou misschien een reëel alternatief zijn. De motie van de zebravinken begrijpen wij en kunnen wij ook omarmen, want dat zou denk ik ook wel heel erg bij dit Dierenwelzijnsbeleid kunnen passen. En heb ik ze dan allemaal gehad? Ik pak even dit overzichtje erbij. De voorzitter: Zal ik een voorstel doen? Mevrouw De Jonge: Ja, volgens mij heb ik ze ook wel even allemaal op hoofdlijnen gehad. De voorzitter: Dit stuk gaat sowieso naar de raad, want we hebben moties. Ik wil vragen of jullie kort aan kunnen geven of jullie akkoord zijn met het voorstel wat er ligt van het college. En dan kijk ik even rond.
Of hebben jullie echt allemaal een tweede termijn nodig? Kort? Heel kort. Wie wil daar dan over beginnen. De heer Hartmeijer, gaat uw gang.
60
De heer Hartmeijer: Dank. Het Dierenwelzijnsbeleid zelf hebben we eigenlijk niets heel vreemds in aangetroffen. Dat kunnen we ondersteunen. Wel nog een verhelderende vraag op het antwoord van de wethouder. Ik hoorde in een bijzin, geloof ik, we doen niet meer met evenementen en dieren. Maar je kunt toch bij aanvraag voor evenementen gewoon normen stellen? En het college doet toch in het stuk ook onder kopje 4.9 gewoon nieuwe voorstellen voor die normen. Als daar nog een verhelderend antwoord op kan komen. En de ratten en de pasjes pilot, verwacht ik van het college gewoon een voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Dat was inderdaad kort. Ik ga even het rondje af. Is dat goed? Ik ben een beetje streng nu, maar als het te streng is hoor ik het. Mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Ben ik al? Ik hoefde volgens mij alleen maar kort te reageren op een vraag vanuit GroenLinks in tweede termijn. Want die stelde een vraag over adopt don’t shop. En eigenlijk mijn antwoord sluit naadloos aan op wat de wethouder al heeft gezegd, we kunnen het niet verbieden, maar ik kan wel in gesprek met de winkels. De voorzitter: Helder. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, eigenlijk een brandende vraag nog naar aanleiding van de eerste termijn.
Er werd genoemd dat als deze gelden niet beschikbaar worden gesteld die worden gevraagd in het voorstel, dat dan ook de dieren in Park Merwestein en het Wantijpark weg zouden moeten. We hebben natuurlijk een tijdje terug een heel circus gehad rondom de herten in Park Merwestein. Om te voorkomen dat we dat nog een keer krijgen, zou ik toch wel heel erg nieuwsgierig zijn wat er dan echt zo mis is geweest de afgelopen jaren, om dat wat beter te begrijpen. Want anders denk ik dat we daar een heel uitgebreid gesprek in de raad over gaan voeren, gezien de geschiedenis rondom dat park en de dieren daar. Daar zou ik toch wel waarde aan hechten om daar nog iets van een reactie op te krijgen vandaag. De voorzitter: Volgens mij, als u goed geluisterd had naar mevrouw Lammens, u heeft het daar toch over gehad of niet? Wil je daar nog op reageren? Ik was al voorbij u. Maar was u klaar met betoog? Dan mag nu uw termijn doen. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel. We zijn nu aan het twijfelen gebracht om in te stemmen met dit beleid, zeker gezien de nieuwe voorwaarden die het college opeens stelt, zowel financieel als inhoudelijk gezien. We vinden dieren in parken passen bij onze stad. En we vinden dat dit ook aan landelijke wetgeving moet voldoen en niet mag stranden op extra beleidsregels die we onszelf opleggen. Nu ademt het beleid te veel dierenwelzijn is dieren weg bij de mens.
Daar zijn we het niet mee eens. We zien het echt als meerwaarde. Dit zal ik bespreken met mijn fractie, ook gezien de extra financiën die echt heel moeilijk zijn in te passen door de bezuinigingen die op komst zijn. De voorzitter: Helder. Dank voor uw bijdrage. Mijnheer Safranti, gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ook ik zal heel kort even een en ander toelichten. Het voorstel staan we positief tegenover. Daar heb ik in principe niets op aan te merken. Ik hoorde de wethouder over de moties één ding zeggen. En dat was dat er
61
geen geld was om die moties uit te voeren. De vraag is natuurlijk, is dat de enige reden om hiervan af te zien? Eén. En twee, er is ooit een motie ingediend, volgens mij met de begroting uit mijn hoofd nog, en daar is ook aangegeven om pilot Oud-Krispijn anders Crabbehof mee te nemen. En mijn vraag was, hoever zijn we daarmee? Of de wethouder dat later nog wil kenbaar maken? De voorzitter: Volgens mij heeft de wethouder daar echt een antwoord op gegeven. En ook over de financiën. Volgens mij heeft de wethouder daarover gezegd, dat niet alle moties uitgevoerd kunnen worden. En als ze uitgevoerd willen worden, dat er dan ook een dekkingsvoorstel bij moet komen. Maar ik kijk de heer Groenewege aan. En die gaat vast een dekking vinden ergens. De heer Safranti: En mijn vraag is, was de dekking het enige punt waarom de wethouder de moties ging ontraden? De voorzitter: Volgens mij zei ze daar ja op. Dan moet ik de moties ontraden, zei ze. Maar misschien heb ik het verkeerd begrepen. Klopt dat, wethouder? Mevrouw De Jonge: Het is tweeledig inderdaad. Als het nog meer is dan wat hier in dit Dierenwelzijnsbeleid staat, moet er sowieso nog geld bij. En voor heel veel moties heb ik dat geld voor die aanpak van informatie, communicatie, educatie nodig. Anders kan ik dit ook niet uitvoeren, deze moties. De voorzitter: Begrijpt u het? De heer Safranti: Ik begrijp hem wel.