CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2024.01.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 maart 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 6 februari 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 december 2023, 23 januari, 13 februari en 27 februari 2024 Vergaderzalen 1, 3, 522.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hadden we ook de afspraak gemaakt dat dat ook de zoeklocatie zou kunnen zijn voor de woonwagenherpositionering die nu hier in M5 in fase een zit. Zodoende hebben we geprobeerd op deze tekeningen ook de opmerking die u vorige keer als raad meegegeven heeft, om die in een keer te verwerken en ook deze keer ook zo te presenteren. Dit was het makkelijkste deel van de avond, want dit was namelijk eventjes een herhaling in een hele korte doorlooptijd voor degenen die misschien de vorige keer er niet bij waren. De voorzitter: Volgens mij was mevrouw Kamphuis net iets eerder. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Ik zag bij de eerste slide dat de bewoners niet mee worden genomen bij de uitdagingen. Waarom is dat? Want die zie ik nergens terug. De voorzitter: U moet inderdaad die vraag niet stellen aan die mijnheer, denk ik. Het is vanavond een technische sessie, het is beeldvormend. Ik stel voor dat we naar mijnheer Bootsman gaan.

21

De heer Bootsman: Dank u wel. De vraag die ik heb gaat over de uitdagingen die op het lijstje staan. Dan vooral de technische haalbaarheid daarvan. Ik vraag me af dat … Stel je voor dat een uitdaging, bijvoorbeeld de brug als voorbeeld, dat dat toch niet lukt. Dat dat een te grote uitdaging blijkt. Welke gevolgen heeft dat dan voor het plan zoals het nu voorligt? De voorzitter: Die vraag die mag wel beantwoord worden, denk ik. De heer Buitenhek: Dat zal een flinke uitdaging zijn. Daarom hebben we ook voor de uitdaging … Ik kan ze er misschien nog eventjes bijhalen. Dat is deze. We zijn nu op het niveau van I&W, ministeries van I&W en BZK, zijn nu afspraken gemaakt. Wij zitten regelmatig rond de tafel om gezamenlijk deze zaken, dat zijn publiek oplossingen en die moeten georganiseerd worden om aan de woningbouw te kunnen beginnen. De vraag is of een van deze lukt? Op moment dat een van deze dingen niet lukken, dan zullen we het programma wat daar ligt aan moeten passen. Daar zijn alle politieke, of sorry, alle bestuurlijke publieke partijen, zijn het daar met elkaar over eens. Die weten ook de urgentie die hier speelt om dit op te lossen. De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Mijnheer Laban heeft ook een vraag, en daarna mevrouw Van Herwijnen. De heer Laban: Dank u wel voorzitter.

Wat mij even opviel in de vorige slide, was dat er in fase een, vorige week hebben we het erover gehad in de commissievergaderingen, er natuurlijk het woonwagenkamp is in fase een. Ik hoorde u zeggen dat daar een zoekgebied is een fase drie. Om fase een te kunnen ontwikkelen, denk ik dat het woonwagenkamp opgeheven moet worden. Waar blijft dat in de tussentijd? De voorzitter: De heer Buitenhek. De heer Buitenhek: Zoals vorige keer ook aangeven is door de commissie, is dat daar pas gestart mag worden met een onderdeel van fase een als het integraal opgelost is. Dat houdt dus in, de woonwagenbewoners geeft u even als voorbeeld, die kunnen pas verplaatst worden als er ergens anders een overeenkomst is gekregen over een nieuwe plek. Het is niet zo dat de woonwagens weggaan zonder dat er een nieuwe plek is. We zullen ook niet in de tussentijd daar een oplossing voor moeten doen. Er moet een eindbeslissing en er moet een eindoplossing liggen voordat ze hier in fase een kunnen worden. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen was eerst. Mevrouw Van Herwijnen: Nog eventjes terugkomend op die uitdagingen en het antwoord dat u daarover gaf. Als het plan dan aangepast zou moeten worden omdat een van de uitdagingen niet door zou kunnen gaan, wordt dan de raad weer daarvoor in gebracht? Wordt het dan weer voorgelegd aan de raad? De heer Buitenhek: Ja, natuurlijk.

Want, laat ik zeggen, dat is een afwijking van uw kaders die u aan mij en aan de organisatie meegegeven heeft. Op moment dat de kaders daarvan afwijken, dan rapporteer ik hierover terug namens het college in de commissievergaderingen.

22

De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voor mij is nog niet helemaal duidelijk wanneer besloten is de woningbouw op de Weeskinderendijk-Oost weg te laten halen? Of dat nu ook een kader is dat al is meegegeven door de raad? Als dat niet het geval is, wat heeft het dan voor zin om over een aantal zaken met al die instituten, zoals ProRail en die andere clubs, te overleggen als je nog niet weet wat de raad wil dat er met die Weeskinderendijk gebeurt? De voorzitter: In zekere zin, mijnheer Damen, is de vraag beetje hetzelfde als die wat als de brug, wat als, enzovoort. Dus mijnheer … De heer Damen: Niet helemaal. Het verschil is dat, wat als de brug dit of dat, dat is een technische zaak. De keus om de Weeskinderendijk wel of niet te amoveren of te slopen of hoe dat heet, dat is een vraag aan de raad. Dat kan technisch consequenties hebben, maar dat is ook heel sterk een politieke vraag. De voorzitter: Daar hebben we het eerder al over gehad. Volgens mij is gewoon … De heer Damen: Is daar een kader voor vastgesteld? De heer Buitenhek: Zal ik daar kort op antwoorden? Laat zeggen, de vraag ten opzichte van de visie en dit plan, legt het college u de vraag voor om daar een keuze over te maken. Daar zijn, daar is deze procedure voor.

Het college geeft aan, wij nemen Weeskinderendijk-Oost, nemen wij mee in de planontwikkeling en u moet straks medio dit jaar een besluit nemen of u dat overneemt of niet? Dan is er pas wat te doen. Vandaar dat we de vorige keer ook een presentatie gehouden hebben over de WVG. We hebben voorgenomen om dat te doen maar we hebben daar een passieve houding in, omdat er nog geen definitief besluit is genomen door de raad. Dus ik hoop dat ik u daarmee voldoende heb … De voorzitter: Mijnheer Damen, u heeft een vervolgvraag? De heer Damen: Graag voorzitter. Dat heeft wel consequenties wat je bespreek met ProRail en al die andere partijen. De voorzitter: De heer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dat dan weer niet, laten we zeggen. Het is wel een onderdeel van het plan, maar dat is net zo onderdeel als bijvoorbeeld het rangeerterrein. Je gaat straks afpellen, dat gaf die mevrouw net aan, als er bepaalde dingen niet lukken. Dan wordt het plan anders en dan kom ik bij, dan komt het college bij u terug om te zeggen, dat en dat is niet gelukt. Daarmee passen we het plan aan en dat zijn de consequenties. U kunt straks zelf, bij de voorleggen van het college naar uw raad toe, kunt u zelf bepalen over de zaken waar u over gaat en over de onderhandelingsresultaten met de andere partijen. Daar kunt u dan een eindbeslissing overnemen.

23

De voorzitter: Dank u wel. Tot zover, mijnheer Buitenhek. Wat mij betreft lijkt me dit voldoende, maar de heer Bootsman is het daar niet mee eens. Ik stel voor dat dit de laatste vraag is, want dit was de introductie. Het echte werk moet nog beginnen. De heer Bootsman: Heel kort. Ik heb een naar aanleiding van dit praatje. Is er een reden dat de Weeskinderendijk-Oost niet is ingekleurd? Die lijkt me gewoon wit op het plaatje. Dat viel mij net op, dus vandaar … De heer Buitenhek: Dat is geen reden. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Heeft geen speciale reden. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Tot zover. Dan stel ik dat de heer Kramer verdergaat met de omgevingseffectrapportage. De heer Kramer: Ik mag u wat meer vertellen over het ontwerpbestemmingsplan en de OER. Het doel met name is vanavond, om toe te lichten welke processen hebben we gelopen om tot die OER komen. Vrij technisch instrument. Wij willen eigenlijk vooral meenemen even van hoe die systematiek is opgebouwd en welke gevolgen dat ook weer heeft voor het bestemmingsplan. We zijn niet met een blanco vel begonnen, we hebben een aantal kernwaarden meegekregen. Daar heeft Ronald net ook al naar verwezen. Enerzijds, bepaalde ambities en de doelstellingen ten aanzien van energieneutraal, klimaatbestendig, Dordt als gezonde stad. Ook vanuit de omgevingsvisie die eerder de u is vastgesteld.

Daarnaast een aantal kernwaarden, het bereikbaar maken van de Maas vanuit het Maasterras, verbinding maken met bestaande woonbuurten en ook een hoogstedelijk milieu maken waarin we veel woningen gaan toevoegen in het gebied. Het ontwerpenbestemmingsplan, heeft Ronald net al verwezen, vanaf 21 december door het college geaccordeerd en ligt nu ter inzage en is een bestemmingsplan onder de Crisisen herstelwet. Goed nog om te vermelden, ook in het eerdere plaatje van de verschillende velden, het bestemmingsplan gaat over M1 tot en met M5. De OER heeft een bredere reikwijdte en gaat ook al over fase twee, dus brengt eigenlijk ook al die omgevingseffecten voor dat gebied in beeld. Dat geldt ook voor het stedenbouwkundig masterplan. Dat zit ook op fase een en twee, Voor het bestemmingsplan als vertrekpunt ook genomen, kijken waar die flexibiliteit ook zit. We zitten in een vrij beginfase van de planvorming. Je wil ook even kijken van, waar zit die flexibiliteit in? Dat is ook het vertrekpunt. Voor die OER, is belangrijk instrument geweest ook als basis voor dat bestemmingsplan. OER heeft enerzijds een toetsend karakter. Kijken van, welke omgevingseffecten zijn er? Wat voor gevolgen heeft dat? Welke belemmeringen levert dat ook op? Anderzijds is het ook nadrukkelijk een instrument geweest wat heeft geholpen bij de planvorming.

Dus, wat is er wel of niet mogelijk? Eigenlijk samen, is de OER een belangrijke basis ook geweest, zowel voor het bestemmingsplan als voor het stedenbouwkundig masterplan. Daar zijn eerder, is ook gepresenteerd, voor de zomer een aantal alternatieven uit voorgekomen. Behoudend groen en gezond en hoogstedelijk. Die zijn getoetst en dat heeft uiteindelijk geleid tot een voorkeursalternatief of voorkeursvariant. Dat komt omdat al die andere alternatieven niet die optimale kwaliteit hadden en daarmee gekeken is van, waar kunnen we

24

optimaliseren? Dat heeft geleid tot de voorkeursvariant. Hier is ook een proefverkaveling van die voorkeursvariant. Uitgangspunten die gehanteerd zijn, links onderin. Weer die hoogstedelijk, dus vanuit college ook die opdracht om te kijken van, kunnen er een groot aantal woningen worden toegevoegd aan het Maasterras? Aantal principes die daar ook voor zijn gebruikt. STOMP. Mobiliteit, belangrijk aspect. Kijken hoe dat geïntegreerd kan worden. Ook als onderdeel Dordrecht van de Oude Lijn, waar we STOMP hebben geaccepteerd. We hebben nadruk ook op de fietser en de voetganger. Dat heeft geleid tot een bepaald programma, rechts bovenin. Waarbij de nadruk eigenlijk is in fase een, kunt u zien, meer woningen en voorzieningen. Waar bij fase twee ook ruimte is voor meer bedrijvigheid, hogere mate van menging tussen werken en wonen voor dat gebied. Nogmaals, fase twee. Dit is fase een. De heer Van Leeuwen: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, we hadden een afspraak dat we de vragen zouden stellen na het rondje. De heer Van Leeuwen: Dan houd ik me aan de afspraak, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kramer: De systematiek van de OER heeft uiteindelijk geleid tot alle onderwerpen die in de OER getoetst zijn. Daar is gekeken van, wat is de minimale kwaliteit die we willen halen? Hoe kun je dat optimaliseren? Er wordt gewerkt met die diverse schuifjes.

Je kunt ook zien, bepaalde aspecten worden beter gescoord als anderen. Om er eentje uit te halen, bijvoorbeeld wonen. Je ziet, met dit hoogstedelijk programma waar nu voor gekozen is, dat je niet alle typen woningen kan maken. Grondgebonden woningen, is bijvoorbeeld minder ruimte voor. Daarnaast zien we bij voorzieningen, het hoogstedelijk karakter wat er ook gaat komen in het gebied maakt het niet mogelijk dat alle afstanden worden gehaald. Zo zie je dat die schuifjes elke keer verplaatsen en er elke keer gekeken wordt van, welke kwaliteit wordt gehaald. Verkeersafwikkeling ook eentje. Je gaat heel veel woningen toevoegen in het gebied, heel veel programma. Ondanks dat we met een lage norm werken, zie je toch dat dat zijn effecten heeft op de stad en dat daarvoor maatregelen noodzakelijk zijn. Daardoor zie je dat je minimale kwaliteit scoort. Met maatregelen kan je elke keer kijken van, hoe kom je tot een optimale kwaliteit? Hier ook een. Nog even eentje, ook weer specifiek eruit halen, geluid. We hebben heel veel gedaan om ervoor te zorgen dat die geluidskwaliteit in het gebied voor de woningbouw zo goed mogelijk is. Je ziet, je zit langs het spoor, langs de A16. Dat heeft gewoon bepaalde effecten op geluid. Dat zie je ook terugkomende in de OER, dat daar maatregelen noodzakelijk is.

Door slim te bouwen met goede binnentuinen en afschermende bebouwing, zie je toch dat je aan de geluidsnormen kan voldoen. Desondanks blijf je op die minimale kwaliteit zitten. Geldt ook bijvoorbeeld voor bedrijvigheid. Je ziet de effecten van het Maasterras op de huidige bedrijvigheid, ondanks dat er ook een hoop bedrijvigheid wordt teruggebracht in het gebied, met name in fase twee. Hier nog eventjes energie en klimaat. Ook voor energie geldt, op gebouwniveau kan je best veel doen kan je energieneutraal halen. Je ziet in het gebied zelf dat je daar niet altijd optimale kwaliteit kan halen. Tenslotte nog naar de verbeteringen die worden aangebracht voor het onderwerp biodiverse stad.

25

Dat is denk ik ook wel goed te verklaren als huidige gebied ziet na de inzet vanuit het Maasterras om dat ook te vergroenen. Deze input van de OER heeft uiteindelijk dus geleid ook tot het bestemmingsplan. Even stilstaande bij dat bestemmingsplan, wat zijn nou een aantal uitgangspunten die gehanteerd worden? U ziet het. Nogmaals, dit is enkel fase een. Nu in bestemmingsplan opgenomen 2200 tot 3000 woningen, gekoppeld aan een doelgroepenverordening die u ook heeft vastgesteld in december. Om aan te geven ook van, welke segmenten toegestaan zijn in het fase een van het Maasterras. Er wordt wat gezegd over voorzieningen, het maximaal aantal, ook de typen voorzieningen wat we daar willen hebben. Het park, het is als zogenoemd bestemd, inclusief mogelijkheden voor evenementen. Het bestemmingsplan gaat ook uitgebreid in op die nieuwe parkeernorm van 0,3 en de gevolgen van mobiliteit daarvoor voor het gebied. Net als naar geluid, heb ik net al even bij stilgestaan, wat voor gevolgen dat heeft. Mijn collega Roelf gaat zo wat meer vertellen over de ruimtelijke kwaliteit en hoe die geborgd wordt ook in het flexibele bestemmingsplan. Nog even kort proces, waar we nu staan. 12 december is dit ontwerpbestemmingsplan in het college geweest. Heeft uiteindelijk geleid dat het 21 december inzage is geweest.

We hebben 15 januari, vorige week maandag, hebben wij een inspraakavond gehouden in het Event Center. Druk bezocht door heel veel verschillende groepen. Nogmaals, tot en met 31 januari ligt het ontwerpbestemmingsplan ter inzage met al die bijlages en het OER. Het geeft de mogelijkheid aan eenieder om daar zienswijze op in te dienen. Geldt ook voor de publieke partijen, maar ook mensen in de stad of daarbuiten of die belang hebben, die kunnen, hebben tot 31 januari de tijd om schriftelijk een zienswijze in te dienen. Die zullen vervolgens beantwoord worden door het college en die beantwoording die komt dan naar u toe door middel van een nota zienswijzen. Die kunt u hier behandelen en zult u uiteindelijk kunnen vaststellen, of in ieder geval wordt voorgelegd voor vaststelling. Dat is aan u. Vooruitblik, mijn collega Ronald heeft daar net al wat over gezegd. Wij koersen op medio 2024 rond de zomer, om een vastgesteld bestemmingsplan of in ieder geval een bestemmingsplan aan u voor te leggen. Afhankelijk van een aantal factoren. Zijn net ook al benoemd. Ga ik even kort bij stilstaan. Publieke, publieke. We moeten afspraken maken met de Rijkswaterstaat, met ProRail, met het havenbedrijf of een aantal zaken. Daarnaast zetten wij ook in op publiek-private samenwerkingen met marktpartijen.

Zoals gezegd, we verwachten een flink aantal zienswijzen en zullen goed moeten kijken naar het beleid, of dat passend is bij het bestemmingsplan. De voorzitter: Goed. Er zijn vragen voor mijnheer Kramer. De heer Van Leeuwen heeft in ieder geval bereikt dat hij als eerste de vraag mag stellen. Daarna mag de heer Gündogdu. Soms wordt ondeugd toch beloond. De heer Van Leeuwen: Dank u wel voorzitter. Wordt zeer gewaardeerd. Ik heb even een korte vraag. In fase een en fase twee komt, de bedrijvigheid wordt er nog geplaatst, laat ik het even zo stellen. Om wat voor soort bedrijven of bedrijvigheden gaat het? De heer Kramer: Bij fase een zal het veel meer op voorzieningen zitten. Dan moet u denken, dat kan breed zijn, van de tandarts, een zorgcentrum, ruimte voor een school. Waarbij in fase twee we toch ook wel kijken naar wat hardere bedrijvigheid. Daar bedoel ik eigenlijk mee, gaan we kijken, wat zijn de bestaande bedrijven die er zitten?

26

Kunnen die terugkomen? Willen we die terug laten komen? Wat voor profiel willen we daar hebben voor bedrijvigheid? Daar is echt wat meer ruimte voor het gewoon het echt werken werken, laat ik maar zeggen. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, u heeft een vervolgvraag. De heer Van Leeuwen: Een korte vervolgvraag. In hoeverre is er dan sprake van meer bedrijvigheid, in vergelijking met de situatie nu? Hoe moet ik dat zien? De heer Kramer: Wat u moet zien, is dat met name in fase tweede er wordt gekeken van, is er een mogelijkheid om in die gebieden ook woningbouw toe te voegen? Ik kan u nu niet de verhoudingen, zoveel vierkante meter zit er nu en er komt zoveel voor terug, maar het is wel nadrukkelijk de bedoeling om bedrijvigheid meer ruimte te geven in fase twee. Zodat dat ook terug kan komen. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, u was nummer twee. De heer Gündogdu: Voorzitter, Dank u wel. Een aantal sheets hiervoor ging het onder andere bij de OER over veiligheid. Ik wilde het even goed voor mezelf kunnen begrijpen. Ik zie dat in ieder geval externe veiligheid en zelfredzaamheid op basis van de eerste contouren er een optimale kwaliteit zou moeten zijn. Dit is dus nadat er een verdichting van die aantallen woningen, bedrijfsruimte, et cetera komt.

Wat is op dit moment de status van die externe veiligheid en zelfredzaamheid, op dit moment? Ik wil kunnen vergelijken namelijk met de situatie als, dan. De heer Kramer: Wat we hebben gedaan voor het bestemmingsplan, ik hoop dat ik daarmee antwoord geeft op uw vraag ook … Die externe veiligheid is met name ook van belang vanuit het spoor op bepaalde mate de A16 en de Oude Maas. Daar is gekeken van, hoe hou je bepaalde afstanden aan? Zodat, we gaan veel, tenminste het idee is, veel woningen toevoegen. Dat betekent dat er meer mensen in het gebied komen. De externe veiligheid wordt dan getoetst op bepaald groepsrisico. Daar wordt gekeken van, hoeveel risico lopen mensen als er wat ontploft, brand is of wat dan ook? In die OER is nadrukkelijk ook gekeken van, hoe kan je daarmee omgaan? In een van die matrices is bijvoorbeeld gekeken van, de afstanden tot aan het spoor, de afstanden tot aan de Oude Maas. Die afstanden die worden aangehouden, zodat je ervoor zorgt dat groepsrisico zo laag mogelijk blijft. Daarom kan je ook tot die optimale kwaliteit, of in ieder geval daartegenaan, komen. De voorzitter: Vervolgvraag. De heer Gündogdu: Ja, vervolgvraag. Is het een hypothese dat op dit moment de externe veiligheid in vergelijking met wat er gaat komen minder is gewaarborgd? De heer Kramer: Nee. De voorzitter: Dat is een mooi antwoord, denk ik.

Ik stel voor dat we naar mijnheer Damen gaan.

27

De heer Damen: Ik ben benieuwd hoe de schuifjes in het OER op een bepaalde plek terechtkomen? Met name naar aanleiding van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit komt er heel leuk uit, zo te zien. Tegelijkertijd heb ik in de stukken gelezen dat we allerlei nieuwe normen, met betrekking tot de luchtkwaliteit die internationaal gesteld worden, dat we die niet gaan halen. Daar vind ik een soort spanning in zitten. De heer Kramer: Dat is wel heel hoge mate van detail. Ik wil er niet te diep op ingaan, want dan ik ben bang dat ik u anders verlies in details. Waar het met name mee te maken heeft is, ondanks dat de woningen toevoegen, komt er natuurlijk een andere parkeernorm, een veel lagere parkeernorm. Dat heeft te maken, welke maatregelen we nemen of tenminste welke maatregelen worden voorgesteld vanuit het OER ten aanzien van mobiliteit. Wat dat betekent voor de verkeersafwikkeling en daarmee voor de luchtkwaliteit. Verkeer naar de randen van het gebied toegaan, Stadsbrug eruit. Al dat soort maatregelen dat wordt gewogen en daar wordt naar gekeken. De heer Damen: De A16 blijft dan buiten beeld? De heer Kramer: Nee, de A16 wordt daar ook in meegenomen. Zeker, zeker. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Daarna mijnheer Bootsman en daarna mijnheer Noldus. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Sorry als het weer politiek is, want ik moet dat nog leren.

U had het over een inspreekavond en ik begreep van bewoners dat ze weinig hebben kunnen inspreken. Krijgen ze nog een andere inspreekavond waar ze wel kunnen inspreken? De voorzitter: Dat is een technische vraag, denk ik. De heer Kramer: Het doel van die avond is dat, het ontwerpbestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Daarmee kom je, formele stap is dan die inspraakavond. Die inspraakavond is met nadrukkelijke bedoeling dat wij als gemeente daar staan en informatie gedeeld kan worden, als er nog vragen zijn naar aanleiding van het bestemmingsplan, van de OER, zodat die verduidelijkt worden. Het is niet de mogelijkheid om daar ter plekke een zienswijze in te dienen, maar het is wel de bedoeling dat mensen gevoed worden zodat zij, als zij thuis zijn, daar een afweging kunnen maken van, ik heb nu genoeg informatie of de dingen zijn mijn duidelijker geworden, waardoor ik een zienswijze kan indien of wat dan ook. De voorzitter: Korte vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis: Dat kan geen, zo'n bijeenkomst worden dat ze in groepjes gaan zitten, klankbordgroep. De heer Kramer: In deze fase van het bestemmingsplan, wij voeren nu een besluit van het college uit waarin er is voor gekozen om nu het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Dat is ook een formele stap.

28

Dat is ook logisch, want een besluit van het college wordt uitgevoerd. Om daar nu klankborden, dat is misschien mogelijk meer voor een fase daarna, maar niet in deze fase. Netjes moeten ook de zienswijzen beantwoord worden. Die worden door het college beantwoord en vervolgens ook bij de raad neergelegd. Als dat voor de raad aanleiding geeft om dingen aan te passen of wat dan ook. Dat dat is dan een vervolg daarvan. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Ja, dank voorzitter. Op de slide resultaten OER voorkeursalternatief drie heet die, staan bij duurzame energie en circulariteit de schuifjes relatief aan de linkerkant. Ik vroeg mijzelf af of er nog wat kan gebeuren om die iets meer naar rechts te krijgen. Dat zijn wel belangrijke opgaven natuurlijk. De heer Kramer: Ten aanzien van circulariteit, dat heeft er met name mee te maken dat er wordt gekeken in het gebied voor het Maasterras, wat kan je doen met bestaande bebouwing en kan je dat hergebruiken? Daar heeft circulariteit veel mee te maken. Daarvan is een onderzoek gedaan en daar bleek dat van de bestaande bebouwing er weinig terug kan komen in het gebied. Dan bedoel ik niet qua functies, maar meer qua materialisering, heeft dat mee te maken. Daarom zit die wat aan de linkerkant. Daar zijn denk ik op dit moment weinig mogelijkheden voor.

De duurzame energie hangt samen met … Op gebouwniveau is dat lastig, energieneutraal. Heeft ook met aansluiting te maken op het op het net. Sorry, ik zeg het verkeerd. Op gebouwniveau kan je wel veel doen qua duurzame energie, maar in het gebiedsniveau is dat lastig. Daarom zit dat schuifje nog verder naar links. De voorzitter: Ik denk, tenslotte, mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter Dank u wel. Wij hebben een vraag over de eerste sheet van die schuifjes. Dat gaat over de doelstelling … Volgens mij zingt mij geluid een beetje. Dordrecht is een aantrekkelijke stad, zie staan bij … We gaan hier een hoogstedelijk bouwmilieu ontwikkelen. Dat verbaast me een beetje dat juist wonen en voorzieningen, juist het veel woningen toevoegen en het in de binnenstad is bij veel voorzieningen, naar links staat en juist de openbare ruimte en de cultuurhistorie optimale kwaliteit scoort. Is daar nog enige duiding op te geven? De heer Kramer: Woningen inderdaad, nadrukkelijk het uitgangspunt om veel woningen toe te voegen. Dat wordt ook beoogd met het bestemmingsplan wat nu voorligt. Waardoor die niet helemaal naar rechts staat bij optimale kwaliteit, heeft enerzijds te maken dat je niet alle woonvormen kan realiseren. Omdat we voor een wat hoogstedelijk karakter kiezen, kan bijvoorbeeld, grondgebonden woningen zijn daar moeilijker in te passen.

Daarnaast, is net het eerder op de avond ook ter plekke gekomen, heeft het ook van doen met de bestaande woningen in het gebied of woonfuncties in het gebied. Denk aan Weeskinderendijk-Oost, het woonwagenkamp. Die worden allemaal naar elkaar afgewogen en daarom staat die wat meer naar links. Ten aanzien van voorzieningen heeft het ermee te maken, is de afstanden tot voorzieningen in het gebied. Daar worden bepaalde normen voorgesteld. Ik zeg even uit mijn hoofd iets van 300. Die worden niet altijd gehaald. Daarom staat hij ook wat verder naar links.

29

De voorzitter: Mijnheer Noldus, nog een vraagje toevoegen? De heer Noldus: Hele korte vervolgvraag. Zijn dat dan alleen de voorzieningen binnen het gebied, of zijn dat ook juist de voorzieningen in de nabijheid van het gebied. De heer Kramer: Hier is gekeken binnen het gebied, de afstanden binnen het gebied voor de woningen die toegevoegd worden. De voorzitter: Goed. Mevrouw Kamphuis, heel kort graag. We hebben nog een spreker. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik zag culturele historie, in het document staat dat er een gebied rondom Weeskinderendijk, daar best wel historie is. Waarom gaat die gebied dan toch alsnog weg? De voorzitter: Sorry, ik denk dat dat dit ook wel weer politiek is. Mevrouw Kamphuis: Is dat weer politiek? De voorzitter: Dus dat moeten we maar niet doen. Mevrouw Kamphuis: Nou, sorry. De voorzitter: Geeft niet, komt allemaal goed. Mijnheer Kramer, ik dank u voor uw bijdrage. Ik vraag mijnheer Bollen of hij het vervolg wil doen. Mevrouw Bollen: Sorry, het is mevrouw. De voorzitter: Mevrouw. Mevrouw Bollen: Komt heel vaak voor. Rare voornaam. Ik ben het gewend. Dankjewel. Moeten mijn ouders mij maar niet zo’n rare naam geven. Even kijken waar mijn stukje ook alweer begint. Hier. De agenda kent u nu wel, dus die sla ik lekker over. Ik wil u meenemen in het stedenbouwkundig masterplan en dat is eigenlijk een vervolg op de voorkeursvariant.

We hebben, in 2021 is er een ontwikkelvisie vastgesteld. De opgave die die wij hadden als gemeente, en speciaal mijn vakteam stedenbouw en landschap, was om te kijken hoe we van een ontwikkelvisie een haalbaar en dus realistisch stedenbouwkundig plan konden maken met een bepaald programma. Dat was de opgave. Ik ben zelf schuldig aan een van die hele dikke bijlages, werd net genoemd, 40 bijlages. Die van ons vakteam en samen met Mecanoo, die heeft er alleen al geloof ik 160 of zo. Excuses daarvoor. Het is ook een heel complex en een groot gebied. Ik werk nu 25 jaar als stedenbouwkundige en ik kan echt zeggen dat dit de meest complexe opgave is die ik aan de hand heb gehad. We starten niet voor niks in een heel complex binnenstedelijk gebied. Het is anders als bijvoorbeeld een Amstelwijk, wat ik ook doe, waar we sportvelden hebben, dan ga je woningen bouwen, een type woningbouw voor een heel groot deel, dan hier in zo'n binnenstedelijke locatie. Wat we hebben gedaan is dat we in het masterplan eigenlijk de contouren hebben aangelegd van, als je hier die woningen gaat maken en het programma, wat zijn dan de belangrijke randvoorwaarden waaronder

30

straks woningbouwcorporaties, ontwikkelaars, mocht het zover komen, die woningen gaan ontwikkelen en de voorzieningen? Daarom hebben we gekeken naar … Kijken of ik het lampje kan vinden. Is dat die? Ja. Dit noemen we het zogenaamde raamwerk. Als je kijkt naar de stad, dan liggen er nu drie buurten in het masterplan. We hebben dat een Parkbuurt genoemd, die dicht tegen het Maaspark aanzit. Een Tuinbuurt, die dicht tegen Oud-Krispijn aan zit. Dat zijn eigenlijk oude tuinbuurten, tuinwijken opgezet. Dat nemen we over in de Tuinbuurt. En de Rivierbuurt, dicht tegen de Oude Maas aan. We hebben gezegd, zo'n grote wijk als het Maasterras, met maximaal 4000 woningen, dat moet je, als je daar een prettige, hoogstedelijk milieu wil maken, moet je zorgen dat dat buurten worden waarin mensen ook elkaar kunnen ontmoeten en elkaar kennen. Een van de allerbelangrijkste dingen is dat als je zo'n wijk maakt en je wil dat hoogstedelijk, en dat was de opgave, veel woningen, dan moet je zodra je de woning uitkomt, moet je ook op een heel prettig leefgebied zijn. Waar veel groen is, waar je verbinding hebt met de buurt en waar je makkelijk het centrum inloopt. Ook naar de mensen die je in Krispijn kent, de school wellicht, ook het water.

Dit raamwerk, dit groene raamwerk met de belangrijke groene aders de Maaspark, wat het Weizigtpark eigenlijk met de rivier verbindt, het Rivierpark, de kade waar je langs het water kan lopen op een prettige manier dan nu. De landschapsbrurg die de verbinding maakt tussen eigenlijk de buurten aan deze kant van de snelweg en de andere kant en weer het water, en de Oude Dijk. Er werd net even gezegd van, wat doen jullie nou met cultuurhistorie? Hoe zie ik dat terug? Een van de belangrijkste dingen is dat wij ook hebben gekeken naar het gebied. Dat je het gebied ook nog in tweeën kan delen tussen een binnendijks gebied, de Weeskinderendijk loopt nu, eigenlijk de Hoge Bakstraat is de dijk, gaat onder het spoor door, dan loopt hij door op de Weeskinderendijk. Dit is binnendijks gebied en het Maasterras zelf, wat nu Maasterras wordt genoemd, dit stukje, is buitendijks. Dat herstel van het binnendijkse en buitendijkse is ook een belangrijk cultuurhistorisch aspect wat wij terug willen brengen. Dat heeft ook te maken met de hoogte. Dit gebied ligt stuk hoger. Heeft ook te maken met waterveiligheid. Dit loopt straks, hoe gek het ook klinkt, eerder onder water dan dit hoge deel. Overigens vertel ik straks nog iets. Dat zijn ook onderdelen die je meeneemt.

Hoe kun je nou een plan maken wat echt past op deze locatie met een hoge kwaliteit? Daarbij is het openbaar gebied, vandaar dat ik daar ook mee begin, is minstens zo belangrijk als de stenen die we toe gaan voegen. Dan per buurt even een impressie. Nogmaals, ik ga niet dat hele boekwerk van die 160 pagina's … U kunt mij daar altijd vragen over stellen. Laat dat duidelijk zijn. We hebben het eerst de Parkbuurt. Dat noemen we dus zo omdat het aan de Maaspark en eigenlijk het Rivierpark grenst. Wat we nu al gaan aanleggen by the way. De Parkbuurt is een hele hoogstedelijke buurt. Ligt eigenlijk vlakbij het centrum. Vult eigenlijk Krispijn aan. Daarbinnen hebben we gezegd, het is een oud balkengat. ook weer de cultuurhistorie, hier hebben, heel veel houtvlonders van heel Europa kwamen hier te liggen om uit te logen, zoals dat mooi heet. Er stond heel veel molens om dat ook mogelijk te maken. Een zaagmolen, daarvan is dat cultuurplein is een relict daarvan, een ouwe zaagfabriek. Dat proberen we zoveel mogelijk te verweven om ook een identiteit te geven aan de nieuwe wijk. Als het alleen maar nieuwe stenen zijn dan … Het moet wel met Dordrecht verbonden zijn. We willen wel dat mensen begrijpen dat dit een onderdeel wordt van Dordrecht en niet zomaar ergens. De hoge dichtheid betekent dat we daar veel met openbaar groen … Het zullen heel veel appartementen worden.

Vandaar inderdaad ook die mindere score die, dat een heel belangrijk onderdeel heeft. Woningdifferentiatie zit

31

daar voor een groot deel in. We gaan wel proberen grondgebonden woningen te maken en gezinswoningen, maisonnettes. We willen ook dat hier ook plek is voor gezinnen. Appartementen zullen verschillende groottes hebben, van klein tot groot. Zodat ook daarin verschillende bewoners een plek kunnen vinden. We willen hier graag, en dat is een beetje in de beelden hier niet altijd te sterk te zien, ik zie dat ze wel heel klein zijn geworden, dat we hier ook met hout willen gaan bouwen. Dat heeft ook weer te maken met de circulaire doelstelling. Hoorde ik u zeggen, we willen hier ook zeker ook woningen met hout gaan maken. Het heeft gewoon circulair een veel betere voetprint dan beton of andere dingen. Dan hebben we in het, om die ruimtekwaliteit te waarborgen, hebben we een raamwerk gemaakt. Dat is vrij abstract. Dat is expres omdat, alle plaatjes die u hier ziet zijn proefverkavelingen. Ik durf met enige zekerheid te zeggen dat dit niet een-opeen zo gebouwd gaat worden. We gaan natuurlijk in gesprek met de markt. Waar is behoefte aan? Met ontwikkelaars, met woningbouwcorporaties, misschien wel met collectieve woonvormen van mensen die zelf iets willen gaan maken. Binnen dit raamwerk kunnen woningen gebouwd worden. Dit wil niet anders zeggen dat binnen de rode vlekken kan gebouwd worden, bij de witte vlekken niet.

We bepalen nu dus al, claimen we een behoorlijk groot deel van de wijk voor het openbaar gebied. Om elkaar te ontmoeten, om te kunnen bewegen en om de voorzieningen aan te leggen. Dat zijn vooral de randen waar we voorzieningen willen maken, omdat … Het is een geluidsbelaste locatie. Dat zag u net ook net de schuifjes. Wil ik straks nog een ding over aanvullen. De kwaliteit van de rust moet aan de binnenkant zitten. Aan de buitenkant heb je nou eenmaal verkeer, spoor, snelweg. De voorzieningen willen we ook aan de buitenrand, zodat het niet zo is dat je … Dan zit je hier lekker rustig binnen, maar dan heb je de herrie van een terras onderaan. Dat is niet de bedoeling. Die gaan ook aan de buitenkant zitten. Het waterfront heeft weer een ander effect. Die moet echt deels ook geluid weren wat hier terechtkomt. Om even op dat schuifje van geluid in te gaan, dat is de toetsing op de voorkeursvariant. We zijn, met het stedenbouwkundig plan zijn we al een stukje verder gegaan. Iets wat er bijvoorbeeld niet inzit, is een geluidswering. We weten nu al zeker, net als bij Amstelwijk, wij zullen hier rondom de snelweg echt iets van een geluidswerende voorziening moeten maken. Dan zal je het schuifje al zien verschuiven naar rechts. Die zit dus nog niet in de meting van de voorkeursvariant. Daar is, was nog geen geluidsscherm aangebracht. Dan de Tuinbuurt, het andere stuk.

Dat is een eigenlijk waar nu het woonwagencentrum staat en de postduivenvereniging en de schietvereniging en het gemaal. Ik vergeet vast nog iets, maar dan weet u waar ik het over heb. De …-locatie ook wel. Daar is ook van gezegd, binnen die vlek kan een aantal woningen komen. Ook daar zijn de randen weer belangrijk en gedefinieerd. Hier willen we echt aansluiten op Krispijn. Dat betekent dat we veel meer, minder met hout, maar meer met baksteen willen werken. Zodat het past bij de omgeving. Daarin zit ook de zogenaamde mobiliteitshub. Voor het parkeren, en ik merkte dat zit niet in deze presentatie, maar dat heeft u denk ik al eerder gehoord, gaan wij drie parkeervoorzieningen voor fase een, twee. Een onder Maaspark en eentje hier, waarin dus stallingsmogelijkheden zijn voor particuliere auto's en in het Maaspark ook voor bezoekers van de binnenstad en werkende mensen. Dit is even een plaatje van, we willen niet, een parkeergebouwen kan meer zijn dan alleen maar auto’s stapelen, dus daar kunnen ook voorzieningen in als een pakketpunt en een plek om je fiets te repareren. Dat soort voorzieningen kunnen daarbij inkomen. Dan hebben we de Rivierbuurt en daar zien we veel meer het wonen aan het water. Dat zal

32

veel meer het wonen aan een kade zijn. Wat Peter Kramer net al zei, dat wordt ook veel meer gemengd met bedrijvigheid en werkvoorzieningen. We hebben hier ook nog ideeën. Of dat realiseerbaar is weten we niet, maar wellicht ook onderwijs. Wat misschien iets te maken kan hebben met de hele automotive die daar aan de zijkant ligt. Dat is een idee. Dat is nog niet uitgesproken. We zitten wel te zoeken heel erg naar werk, onderwijs en wonen als mengvorm. Daar zien we veel meer een stoerdere uitstraling. Daar zitten we veel meer te kijken naar hele moderne materialen als harder glas, metaal en dat die stoere, meer die havenidentiteit heeft. Dan is dit dus weer met klem de proefverkaveling. In dit plan tonen wij eigenlijk aan dat binnen alle randvoorwaarde je dit milieu kunt maken, die 4000 woningen zou kunnen maken, ook de bedrijvigheid kwijt kan, de voorzieningen en ook … Ik hoop dat er ook echt ruimte is voor die openbare ruimte en die rustige binnenhoven, waar mensen kunnen verblijven maar ook mensen naartoe kunnen komen als ze wandelen door heel Dordrecht. Niet alleen voor de bewoners, maar ook voor alle andere mensen van Dordt. Dat is mijn eerste stukje. Ga ik straks nog specifiek in op de Weeskinderendijk-Oost. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen was als eerste, en daarna mag mevrouw Kamphuis het weer proberen. Mevrouw Van Herwijnen: Ja, dankjewel.

Een van uw eerste sheets ging over de openbare ruimte en daar stonden de knelpunten van de ecologische structuur in, als ik het even goed zie. In welke termijn kunnen we die oplossingen van die knelpunten tegemoet zien? Mevrouw Bollen: Inderdaad, hierin is aangegeven, dit is een plaatje vanuit ook de ecologie bekeken. Omdat we ook gaan kijken van, wat kunnen we handhaven aan beplanting wat moeten we compenseren, vervangen? Daarin is door inderdaad de stadsecoloog Sjoerd-Dirk Fiaschi is al gekeken van, wat je nu ziet, het liefst wil je die groene barrière vrij hebben. Je ziet overal waar die cirkels staan, zie je dat er wegen zijn. Hoe kunnen we dat ecologisch opvangen door of ecologische voorzieningen te maken, ofwel bijvoorbeeld voor vleermuizen te zorgen dat het gat van bomen niet te groot wordt zodat ze wel hun route kunnen volgen? Dat is uitwerking. We hebben wel al gemeend, we moeten dat nu al aangeven omdat dat een aandachtspunt is in de uitwerking die straks in stedenbouwkundige plannen van coöperaties, ontwikkelaars, et cetera aandacht krijgt. Dat hoort. Die uitwerking gaat nu nog niet plaatsvinden in het masterplan, maar willen we nu wel al aangeven van, let op, als je hier wat wil, dan moet je daar rekening mee houden, dat ecologie daar ook een speelt. Dat je er een oplossing vindt. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Kamphuis.

Mevrouw Kamphuis: De wijk moet duurzaam zijn. In hoeverre is veel houtgebruik duurzaam, want voor hout moeten heel veel bomen verdwijnen? Kan die wijk dan ook meer dan 100 jaar bestaan? Mevrouw Bollen: Het is nu zo dat, als je bijvoorbeeld naar ontwikkelingen gaat kijken in Amsterdam, in Amsterdam-Noord, Buiksloterham, daar wordt heel veel nu in hout gebouwd. Het heeft te maken omdat hout. dat klinkt misschien raar, maar wel het meest duurzame materiaal is om nu mee te bouwen. We kunnen nieuwe bomen planten, we

33

kunnen herplanten. Dat heeft een hele kleine, zoals het dan, genoemd wordt CO₂footprint. We kijken, alles wat gemaakt moet worden, bijvoorbeeld als je beton wil maken, heb je heel veel energie nodig, je hebt heel veel grondstoffen nodig, heel veel energie om het te maken. Als je het ooit wil afbreken kost dat ook weer veel energie. Bij hout is dat veel kleiner, want dat kun je opnieuw aanplanten, kun je gebruiken. Dat kan heel lang. Als je kijkt naar hele oude gebouwen of stallen, die binten zijn nog steeds heel goed. Als je niet een bepaalde tor bent tegenkomen, maar dat is een detail. Tegenwoordig kunnen we dat heel goed behandelen, dat die er niet meer in gaat zitten. Het is nu echt een van de beste, je hebt een soort piramide van materialen van wat het slechtst is voor het milieu en het minst duurzaam, het beste en dan staat hout bovenaan. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank voorzitter. Alvast bedankt voor de presentatie. Volgens mij las ik in de OER een parkeernorm van 0,3. Is dat inclusief parkeren in de parkeergarages of exclusief parkeren in de parkeergarages? Mevrouw Bollen: Inclusief. Voor het hele gebied, dus voor die 4000 woningen gaan we 0,3 parkeerplaatsen voorzien in de parkeerhubs, zoals wij dat dat noemen. De heer Wringer: Oké, dank u.

De voorzitter: Ik denk dat u verder kan met het tweede deel van de presentatie en bedankt voor de beantwoording van deze vragen alvast. Mevrouw Bollen: Het is geen nieuwe informatie en ook niet voor de bewoners. Ik heb dit ook al een keertje daar proberen uit te leggen. Daar is mij wel gevraagd, schets dit nog een keer zo goed mogelijk, ik ga mijn best doen, waarom het nodig is om als je dit plan wil ontwikkelen met deze ambities in dit programma waarom de woning aan de Weeskinderendijk gesloopt moeten worden? Dat ga ik proberen. Er zijn eigenlijk vier redenen waarom wij, nadat er besproken is dat we voor het hoogstedelijke alternatief gingen, waardoor die woningen moeten wijken. Bovenin zie je nog een plaatje van de ontwikkelvisie. Daarin zijn, dit zijn de bestaande woningen aan de Weeskinderendijk en hoe daarachter, met wel een soort groene afstand, nieuwe woningen zijn gebouwd. Beneden is te zien de proefverkaveling die nu in een voorkeursvariant zit. Het is, dit plaatje gaat over dat het deels gaat over aantallen. Het is, als je heel, alleen maar kijkt naar aantallen, dan is het 44 bestaande woningen waar je 295 tot 433, dat ligt eraan hoe groot je de woningen maakt onder andere, woningen neer kan zetten. Dat is een afweging van, als je meer woningen wil bouwen, dan heb je deze ruimte eigenlijk nodig.

Wat we zagen toen we hoogstedelijk vergeleken met groen en gezond, dat we eigenlijk alles wat ruimte kost op plekken waar we nu woningen kunnen zetten nodig hebben om aan die 4000 woningen te komen. Dat betekent onder andere dus ook die brug wegslopen, want ook die neemt heel veel plek in op een plek waar je eigenlijk juist woningen zou kunnen bouwen. Niet in de buurt van de snelweg, niet naast het spoor. Hier kun je wel woningen bouwen. Dit is, in de huidige locatie, eigenlijk ook de enige locatie die aan onze geluidsnormen voldoet. Als je helemaal niks doet verder, dan kun je eigenlijk alleen in, dit hoekje heeft een dermate

34

geluidsniveau dat je daar kan wonen. Omdat wij ook hebben gezegd, omdat we die ruimte nodig hebben die hier nog vrij was om woningen te maken, hebben we ook gezegd, dat verkeer wat hier nu overgaat, moet je eigenlijk ook op gebieden leggen waar je nu niet kan wonen. Langs het spoor, vanwege externe veiligheid en geluid, kun je nu geen woningen maken. Als we deze brug verleggen langs het spoor, dan leggen we die op een plek waar we geen ander programma kunnen bouwen. In ieder geval geen woningen. Dat betekent ook, en dat komt volgens mij in deze sheet … Ga ik even, ik sla er even een over, want dit is handiger uitleggen nu. Dat betekent ook dat je, als dit de bestaande situatie is … Deze kaartjes staan in het masterplan, waarin wij steeds zeggen, dit is de situatie nu en dit is de situatie straks. Als het masterplan wordt ontwikkeld, wat verandert dan allemaal? Hier zie je heel duidelijk dat hier de weg eigenlijk nog dwars door het gebied heen gaat. Deze ook, dat zijn belangrijke wegen. Dat we de wegen aan de buitenkant leggen en deze zelfs helemaal eruit halen en hier de bus overheen laten gaan. Omdat de bus in het STOMP-gebied belangrijker is dan de privéauto. We beginnen met het stappen, de s, en het trappen, de fiets.

Dat netwerk, wat hier eigenlijk nu nog helemaal niet aanwezig is, dat zie je hier in een heel fijnmazig systeem, in de hoop dat iedereen dus met name om al zijn voorzieningen en een deel ook zijn werk, te voet en te fiets kan bereiken. Het openbaar vervoer, de o van het openbaar vervoer. Dan de m, mobility en service, de deelauto’s et cetera, die ook in die hubs …Hier staan even de drie plekken van die parkeerhubs. Garages met andere voorzieningen. Dan pas die p van de parkeerauto's die daarin zit. Om deze weg te kunnen maken, om die buslijn … U kunt allemaal de huidige Weeskinderendijk-Oost noemen. Hij heet gewoon Weeskinderendijk, maar wij hebben even gezegd, -Noord, -Oost en -Zuid. Wij raakte zelf soms ook … Want, je hebt ook nog boven beneden. Werd te ingewikkeld. Dus we hebben gezegd, we noemen het nu Weeskinderendijk-Noord, -Oost en -Zuid. Heb je meer ruimte nodig, dat zie je eigenlijk in dit plaatje, hier zie je in het rood de bestaande woningen van de Weeskinderendijk-Oost en dit is een profiel van bussen in twee richtingen, wat je dan voor ruimte nodig hebt. Dan zie je nu dat het, we hebben het echt opgemeten, dat het, of je moet de hele, dit is een primaire waterkering, dus kunnen we ook niet eens zomaar opschuiven of opvullen. Dat je die ruimte nodig hebt om die busbaan te kunnen maken.

Hier even een plaatje waar dat dan is uitgemeten en hier hoe dat eruit komt te zien. Dit zijn dus de bestaande woningen beneden aan de Vlietweg in Oud-Krispijn. Dit zijn de woningen aan de Weeskinderendijk en dit zijn nu de woningen conform die proefverkaveling, de blokjes in de ontwikkelvisie. Dan even terug. Dit is er nog eentje van, we hebben ook gezegd van, als we dit nieuwe plan echt willen verbinden met de rest van de stad, zowel met het centrum als met de wijk, je ziet hier dit is nog een oud plaatje uit ontwikkelvisie, maar toen gebruikten we ook al deze plaatjes, dan wil je dat je hier dat langzaam verkeersnetwerk, fijnmazig, dat het doorloopt. Dit is de huidige situatie. Er zijn een paar doorgangen, smalle doorgangen naar achter paden toe en naar achterterreinen. Voor de rest is het een vrij gesloten land, waarin je niet makkelijk de aansluiting kan maken met Oud-Krispijn en met de fietspaden die daar liggen en de wandelpaden en de trappetjes nu voor de voetgangers. Dat is de reden dus ook dat we in, als je een nieuwe wijk gaat maken die je wil aansluiten op de rest van de stad, dan stuit je hier nu, of je je moet er hele gaten inslaan, maar dan stuit je nu op een dichte bebouwing van Weeskinderendijk-Oost. Dan is er nog een andere. Dat is wat, daar begon ik even mee. Dat was een soort korte introductie. Wij wonen op een eiland.

Het eiland van Dordt, waar waterveiligheid een heel belangrijk aspect is. We hebben een

35

zogenaamde shelterlocatie, dat is een hoger gelegen gebied. Dat is op De Staart, dat ligt ongeveer op vier en een half, vijf meter hoog, als ik het niet mis heb. het laagste punt. Dat blijft ook bij een zeewaterspiegel, ook bij een enorme overstroming, blijft dat droog. Daar kan een heel groot deel van mensen die niet naar boven kunnen vluchten in hun eigen huis, kan daarheen. Dat is heel ver voor heel veel mensen die in Dordrecht-Zuid wonen, dus is er een studie gedaan samen met TU Delft en een paar andere instituten, dat je eigenlijk op het Maasterras ook een shelterlocatie zou moeten maken om alle bewoners van Dordrecht veilig te houden en toekomstbestendig waterveilig te houden. De huidige dijk van de Weeskinderendijk ligt eigenlijk te laag volgens de normen van de waterschappen. Die moeten eigenlijk ook op 4,4 plus NAP liggen. Hij ligt nu ongeveer, scheelt een beetje, hij is niet helemaal recht, rond de 3 meter 60. Eigenlijk zou je die ook zo'n 80 centimeter omhoog moeten maken. Omdat we te maken met bodemvervuiling en we het geld niet hebben, denk ik, dat is aan u, om die hele bodemvervuiling op te ruimen, moeten we daar ook grond gaan opbrengen. Dus, eigenlijk als we dan toch grond moeten gaan opbrengen, dan kunnen we het ook allemaal op hoogte brengen zodat het droog blijft in tijden. Dan ga je dus ook de dijk mee verhogen. Dan is het ook heel lastig.

Dan moet je de bestaande woningen dus optillen als je de dijk wil verhogen. Dat zijn de vier belangrijkste redenen om Weeskinderendijk nu wel mee te nemen. De voorzitter: Goed. Ik zie mevrouw Kamphuis weer als eerste. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Bodemvervuiling. Geen geld om op te ruimen, ga dan bij de fabrieken … Maar, daar gaat het niet om. Wat ik wilde vragen is, als je het afdekt met schone grond, gaat die bodemvervuiling dan, trekt dat dan niet mee naar boven en wordt die schone grond ook weer vuil?

Mevrouw Bollen: Nee, in principe noem je dat een soort leeflaag opbrengen. Kijk, het beleid is zo in Nederland, in principe moet je kijken of je bodemvervuilingen op kan ruimen. In Dordrecht liggen, zeker ook hier, liggen sommige bodemvervuilingen liggen heel diep. Die zitten ook, zitten een soort ingekapseld in een laag. Echt heel technisch dit, maar in een grondlaag. Als je daar palen in gaat slaan of als je daar gaten inslaat, dan kan die ook gaan bewegen. Als je op een gegeven moment, als je ervoor kiest om het niet allemaal op te kunnen ruimen of op te ruimen dan, en dat is ook in Lekkerkerk gedaan en ook andere plekken die veel vervuild zijn, dan wordt er een laag op, boven opgelegd. Daar kun je gewoon veilig op wonen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Kleine vervolgvraag. Dus dat grond is dan schoon, dat staat er ook, maar ik mag niet eten uit de tuin. Ik wil dat niet helemaal geloven, dus hoe ziet u dat? Mevrouw Bollen: Als je nu inderdaad, er zijn, ik ben niet de specialist milieu, dus ik bevind me een beetje op glad ijs, maar ik ga het toch proberen. Als je nu een volkstuin zou hebben, je weet dat daar bijvoorbeeld vervuilde grond ligt, of van PFAS, of van andere dingen, dan is het advies, ga daar geen sla op verbouwen en het opeten en laat geen kinderen daar de aarde opeten.

Dat heeft een van de reden waarom we ook … Als je een leeflaag opbrengt, kan je dat wel kun je deels op dekken en het is des te lastiger

36

als je grondgebonden woningen maakt met allemaal tuinen met zitkuilen en zwembaden en zo, omdat wij hier van gestapelde bouw uitgaan. De grond ophogen, is de kans dat je in aanraking komt met die vervuilde grond die behoorlijk diep ligt, is heel klein. De voorzitter: Mijnheer Damen. De heer Damen: Voorzitter. Er werden een aantal redenen genoemd waarom de bebouwing aan Weeskinderendijk-Oost zou moeten verdwijnen, de huidige bebouwing. Onder andere de buslijn, die gaat wel dadelijk weer voor lawaai zorgen voor de nieuwe bebouwing. Dat ter zijde. Is die buslijn niet ook te leggen, in een soort paperclipachtige constructie, parallel aan het spoor. Zodat die helemaal niet de Weeskinderedijk op moet, maar gewoon met een 180 graden draai weer teruggaat naar de voet van Zwijndrechtse brug. Mevrouw Bollen: Ik denk dat ik weet wat u bedoelt. Toen ik hier nog niet zo lang werkte, 2019 ben ik hier begonnen, toen lag er een oude studie met allerlei vormen van hoe de aanlanding van de stadsbrug verlegd kon worden. Toen waren we ook al bezig met, dat ding ligt in de weg en is ook nog in slechte staat. Over dertig jaar zou die ook helemaal opnieuw gebouwd moeten worden. Dat is ook nog een ding wat we wel echt meenemen in de overwegingen.

Als je hem zo legt, dan heb je een behoorlijke bocht nodig en dan zit je eigenlijk met precies, wat ik net vertelde, dat je dan heel veel ruimte je afsnoept. waar je eigenlijk gewoon woningen kan maken. Waar je een park wil maken, waar je parkeert. Hier heb je eigenlijk heel veel programma waar je ook niet … Je wil die afstand houden en je komt dan hier weer terug op de Laan der Verenigde Naties en dan kun je ook de, juist de haltes die we willen maken om onder andere hier de school en ook het voorzieningenplein te benutten, raak je dan niet. De bus gaat al meteen vanaf de Zwijndrechtse brug naar de Laan der VN, maar bedient niet deze woonwijk. Het kost hier heel veel ruimte, dus daarvoor is gekozen … Dat waren meer minnen, die ik nu niet zo snel boven water kwam. Ook toen was de studie al dat een haakvorm de beste variant was. Ik kan nog wel een keer opzoeken, want ik weet dat er nog meer argumenten waren, maar ik weet ruimtelijk gezien is die ook afgevallen omdat die hier veel ruimte kost en deze hele wijk niet bedient. De voorzitter: Ik stel voor, als mijnheer Damen nog meer wil weten, dat dat schriftelijk komt. Ik zie nog twee vingers. Er is nog wel een deel van de presentatie, dus heel graag alleen een vraag stellen als het per se nodig is. Mijnheer Roggekamp, is dat zo? Vast. De heer Roggekamp: Natuurlijk voorzitter. Dank u wel voorzitter.

Ik heb een kleine vraag over die parkeernorm van 0,3, want die vind ik wel heel erg laag. Als ik ga kijken naar de beleidsregels van de gemeente zelf, is zelfs in het centrum van Dordt met kleinere bebouwingen van 40 vierkante meter, is hij al 0,5. Oplopend zelfs tot 2,4 in de buitengebieden. Hoe komen jullie aan die 0,3, want ik vind dat wel heel laag. Mevrouw Bollen: Die 0,3 heeft te maken met dat we hier op een bijzonder locatie … Ik ga even of ik een beetje context kan vinden. Ik doe even deze. De afstand tussen deze woonwijk en het station is klein. Dat doet mee aan dat wij denken dat als jij hier woningen gaat ontwerpen en je wil het met dat STOMP-principe doen, je wil het groen en gezond, maar wel hoogstedelijk, dan moet je zorgen dat je een wijk maakt waar heel

37

veel met de voet en een fiets gedaan kan worden. Als je ook hier binnenin niet alle bewegingen en het geluid wil hebben van de auto's, heb je die dus aan de randen. We hebben ook die lage norm gekozen omdat we ook kijken van, als je deze dichtheid wil maken, heb je de ruimte ook nodig voor, met name, wonen. Wij denken dat op korte afstand, dus en het station is vlakbij en het centrum is dichtbij en niet te vergeten de F16, het blijft een rare naam, hij heeft het nummertje 16, die F16, dat snelfietspad wat hier komt loopt ook in de wijk en heeft een aansluiting. Eigenlijk zijn er zoveel alternatieven dan die auto dat we hebben gezegd, we gaan voor 0,3. We hebben dat ook met ontwikkelaars, zo'n anderhalf jaar geleden met 15 partijen besproken van, is dat, zien jullie daar brood in of is dat heel erg laag? Daarin wordt gezegd van, is gezegd variërend van wij bouwen nu wijken met nul in dit soort centrale locaties. Kijk naar Amsterdam waar je gewoon geen auto meer mag hebben. Wij zijn absoluut geen Amsterdam. Ik ben een Rotterdammer, zal ik nooit zeggen. Dus die 0,3 is wat ons betreft zeker haalbaar en is aan de andere kant noodzakelijk omdat als wij voor een veel hogere parkeernorm gaan, daar horen ook deels andere typen woningen bij. Dan loopt ook echt Laan der VN vast, dit stukje Dokweg.

Het heeft ook te maken met hoeveel verkeer wil je toelaten om hier die woonwijk te kunnen maken met de kwaliteiten die wij voorstaan. De voorzitter: Mijnheer Roggekamp is nog niet helemaal tevreden. De heer Roggekamp: Het gaat me meer om … Ik begrijp dat u vindt, of dat de mensen die eraan werken vinden van, we pakken 0,3. We hebben een beleidsnorm die zegt dat het hoger is. Houdt het dan in dat wij nieuwe beleidsnormen moeten maken voor dit gebied? Mevrouw Bollen: Er zit in een van die 40 stukken, sorry, het zijn er echt 40, is ook een parkeervisie. Daarin staat uitgelegd hoe wij tot die 0,3 zijn gekomen. Dat kan mijn collega echt veel beter uitleggen dan ik. Dat dat heeft te maken met bepaalde normen waar je begint en dat dan allerlei kortingsnormen die je kan krijgen omdat je dicht bij het station zit, omdat er een parkeerhub is met voorzieningen, omdat je … Op die manier ga je eigenlijk steeds lager en worden er soms 0,1 afgehaald en komt je uit op die … De voorzitter: Ik stel voor dat mijnheer Roggekamp dat thuis nog even gaat nalezen. Mijnheer Bootsman, de allerlaatste vraag over dit onderwerp en dan gaan we afronden. De heer Bootsman: Dank u wel voorzitter. Ik ga proberen hem technisch te houden. Als het door de uitdagingen die we net besproken hebben, dat dat toch zo van, dat heeft zoveel uitdagingen, dat lukt niet, dat loopt vast.

Is er dan al een ander back-up plan of moet er dan weer helemaal opnieuw terug naar de tekentafel, et ook weer meer en langere onduidelijkheid voor de huidige bewoners en gebruikers van dit gebied? De voorzitter: Dat ligt er helemaal aan wat, welk onderdeel? Wij gaan ervan uit dat we dit allemaal kunnen realiseren met alle partners en met de hulp van Rijk, provincie, gemeentes, iedereen. Het ligt er heel erg aan welk onderdeel wel of niet. Je kunt nu niet zeggen, als dat onderdeel, dan moet je helemaal opnieuw beginnen. Er zijn natuurlijk altijd, kijk, het is mijn vak, dat je heel vaak rekening moet houden met veranderingen. We proberen nu ook een toekomstbeeld te schetsen van hoe krijg je hier die hoogstedelijke wijk met programma van nu. Dus het is niet, het ligt heel erg aan welk onderdeel niet lukt. Ik kan er nu, meer dan dit kan ik er niet over zeggen.

38

De voorzitter: Dat denk ik ook niet, dan wordt het een beetje luchtfietserij. Ik stel voor dat we naar het laatste stukje gaan, want ik wil graag ook nog wat inbrengen van de mensen hier. Mevrouw Bollen: Hij is lekker warm. De heer Kramer: Het was al beloofd, maar in het laatste gedeelte van de presentatie wilden we u ook meegaan nemen van wat u nog de aankomende tijd kan verwachten. En ook hoe u daarover geïnformeerd wil worden. Een onderwerp wat daarin ook terug gaat komen is de financiële strategie. Daar is net ook al wat over gezegd. We zijn daar enerzijds mee bezig met de publieke partijen. Er liggen nog wat opgaves die we moeten oplossen. Daar is volgens mij veel al over gezegd vanavond. Die hebben ook een financiële component. Nadrukkelijk ook de bedoeling om de samenwerking te zoeken met de markt. Enerzijds om te toetsen van wat we doen, ziet de markt daar ook brood in en daarnaast ook een andere manier van ontwikkelen. Waarbij we voorheen meer van traditionele gronduitgifte gaan, zal nu ook nadrukkelijker de samenwerking gezocht worden met de markt. Dat is ook uitgelegd hier, welke onderwerpen daarvan van belang zijn en die daar ook een rol in kunnen spelen. Toetsing aan bouwsnelheden.

Hoe snel kunnen woningen afgezet worden? Hoeveel woningen kunnen we per jaar opleveren, hangt daar mee samen? Ook, welke typen woningen kunnen daar gebouwd worden? Net als mogelijkheden kijken van, zitten er een aantal ontwikkelende partijen in het gebied? Welke rol willen die pakken? Die strategie, die wordt nader uitgewerkt en daar zullen we ook wel terugkomen bij u om daarover verder te praten. Tenslotte ook, welke rol, en niet onbelangrijk natuurlijk, welke rol heeft u erin? Volgens mij is er al heel veel gezegd vanavond over het bestemmingsplan. Wat kunt u de aankomende tijd verwachten? De nota zienswijzen. De zienswijzen op het bestemmingsplan. Zienswijzen ook op andere producten die ter inzage liggen. Dat zal uiteindelijk leiden tot een nota met bijbehorende stukken die bij u uiteindelijk zal worden aangeboden, mits het college vindt dat dit bestemmingsplan vastgesteld kan worden. Daarnaast dus de strategieën die daarbij horen. Enerzijds het verhaal met de publieke partijen. Welke afspraken gaan we maken, hebben we gemaakt met Rijkswaterstaat, met ProRail, met NS? Hoe is dat geland, ook in het plan? De financiële strategie, waar ik net kort wel even wat over heb gezegd, en dus ook het uitwerken van die andere PPS.

Dat is de publiek-private samenwerking waar wij de samenwerking met de marktpartijen gaan opzoeken om te kijken of wij tot ontwikkeling kunnen komen van het gebied. Ten slotte, deze avond is ook bedoeld om met u te kijken van, welke thema's willen jullie nog nader uitgewerkt zien? Vanavond gehad over het stedenbouwkundig masterplan, over het bestemmingsplan en alle onderwerpen die ermee samenhangen. Je ziet ook dat dat mogelijk nog wel tot verdieping kan leiden, of dat daar behoefte voor is. Daarvoor hebben wij een voorstel gedaan. Wij denken dat het goed is om nog een keer over deze onderwerpen te praten met u en zouden we graag u verder willen toelichten. Zoals het hier staat, het is aan u als. U zegt van, binnen de tijd die we hebben met elkaar om tot vaststelling van bestemmingsplan te komen, willen we andere onderwerpen doen, dat is aan u. Dit is het voorstel van ons. De voorzitter: Ik denk dat mijnheer Roggekamp in ieder geval met het eerste het wel eens zal zijn. Hij steekt geen vinger op. Mevrouw Koene, u mag als eerste. Daarna ga ik naar mijnheer Bootsman. Dan zien we het wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/735/documents/30327