CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2023.12.12 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 6 februari 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 19 december 2023 en de Dordtse Dinsdag van 12 december 2023 en 16 januari 2024, Vergaderzalen 1, 3, 536.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

40

dat niet de lokale nieuwscontent die ik hoog niveau verwacht. Dus wat ziet u als hoog niveau? Burgemeester Kolff: Wat ik als hoog niveau zie, dat heeft ook te maken met het feit dat u als raad heeft gevraagd om RTV Dordrecht eigenlijk te laten beoordelen in een onafhankelijke rapportage. De opsteller van die rapportage zit hier en die heeft dat ook vergeleken met andere steden van vergelijkbare of in elk geval 100.000 plus gemeenten. Andere steden die ertoe doen, zal ik maar zeggen, waar je dus ook verwacht dat er een omroep is die ertoe doet. Daar komt RTV Dordrecht gewoon heel goed uit. Op het moment dat er iets in de stad speelt, en ik ben ook heel veel bij dat soort momenten, evenementen, gebeurtenissen, nare, mooie gebeurtenissen aanwezig, dan zijn ze er, maken ze een rapportage en dan is dat ook vrij snel terug te zien op de website of via de tv-kanalen. Als ik bij 60-jarige bruiloften of bij 100-jarigen of bij wie dan ook op bezoek ga, iedereen kijkt naar RTV Dordrecht. Daar heb ik geen onderzoek van tienduizenden euro's voor nodig om te horen dat ze toch impact maken in onze stad. Ja, dat opgeteld heeft bij mij het beeld gevormd van een omroep die past bij onze stad. Dat zou ik graag willen behouden, dan spreek ik ook namens het college. De voorzitter: Dan hebben we meteen een mooi bruggetje naar een van de slotvragen.

Die was voor RTV Dordt, hoe wordt de onafhankelijkheid bewaakt? Dan is er nog één vraag, vallen er per 1 januari ontslagen? Eigenlijk twee hele concrete vragen. De heer Van Wijngaarden: Het hele verhaal van de extra subsidie heeft niets te maken met onze onafhankelijkheid. Want die is namelijk in alle subsidieverstrekkingen wordt die al jarenlang vastgelegd. Dat het niveau van subsidiëren, dus het bedrag, dat wordt daarna in een subsidiebeschikking, worden daar prestatieafspraken en targets en doelen aan gekoppeld en dan komen altijd alle passages als het gaat om redactionele onafhankelijkheid. Dus die wordt ieder jaar opnieuw vastgelegd. Daar is geen zorg over en dat gaat ook niet veranderen die situatie. Mevrouw De Heer: Oké. Ja, ik maakte even de link met dat ik even zei, als je geld krijgt, dan ben je afhankelijk. Want hier kan je niet jezelf bedruipen. Maar meteen daarnaast, dat was even zo’n zijpaadje noem ik het maar even. Maar dan toch nog de vraag, het onafhankelijke nieuws, is dat gewaarborgd? Is RTV Dordt geen onafhankelijke nieuwsverspreider? De voorzitter: Ja, u mag. De heer Van Wijngaarden: Ja, mag ik? Oké, goed. Dank u wel. Ja, dat zijn we wel degelijk. Maar in een breder kader heeft u een heel interessant punt.

Dat is namelijk de basis voor de gedachte om de financiering van alle lokale omroepen, straks alle streekomroepen, weg te halen bij de gemeentes en de basissubsidiëring onder te brengen bij de landelijke overheid. Zodat er overal waar er op dit moment discussie is, dat die op die manier wordt ondervangen.

41

De voorzitter: Ja, maar dit is eigenlijk een procesantwoord en er wordt een inhoudsantwoord verwacht. Ja. Dus gewoon, hoe waarborgt u het in elke uitzending? Dat is eigenlijk gewoon de eenvoudige vraag. De heer Van Wijngaarden: Wij worden niet gecontroleerd of gecorrigeerd op wat wij maken. De voorzitter: Nee, dus hoe waarborgt u het zelf? De heer Van Wijngaarden: Oké. Dat doen we door middel van een redactiestatuut. De voorzitter: Dan gaan we naar de andere vraag. Vallen er ontslagen per 1 januari? De heer Van Wijngaarden: In een brede, dit is … Dat is wel in een breder verband van wat er eerder al aan opmerkingen is gemaakt en vragen is gesteld in dit tweede gedeelte. Als het gaat om, wat als we die subsidie niet krijgen? Dat gaat, hoe zal ik dat zeggen, er vallen niet, om daar direct antwoord op te geven, er vallen niet direct ontslagen maar je bent de omroep die je op dit moment hebt als Dordrecht, die ben je volledig kwijt. Dat is het gevolg van het niet verstrekken van de extra subsidie. Je bent de nieuwsvoorziening zoals je die nu hebt, zoals we daar nu invulling aan geven, die ben je volledig kwijt. Je bent de waakhondfunctie zoals we daar nu invulling aan geven, die ben je volledig kwijt. De bijdrage aan de sociale cohesie, die ben je volledig kwijt.

Alle investeringen die zijn gedaan, die hebben bijgedragen aan onze groei van de afgelopen jaren, alle tijdelijke projecten waar we aan hebben meegedaan, die hebben geleid tot die groei. Die daarna zijn verlengd de afgelopen twee jaar door de extra subsidies van de gemeente, die hebben geleid tot het niveau waarop we nu presteren. In dat kader wil ik graag zo meteen heel fijn vinden als de onderzoeken, de heer Van Valburg, daar nog iets meer over zou willen vertellen, over het niveau van de omroep die u op dit moment heeft. Dat niveau kunnen wij niet vasthouden. Wij zakken, als u ons geen extra subsidie geeft, nou, onder het subsidieniveau van 2016. Het subsidiebedrag is lager dan dat wij in 2016 kregen, dat heeft verstrekkende gevolgen voor ons totale functioneren. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor onze aantrekkelijkheid als samenwerkingspartner. Te beginnen bij Rijnmond, waar we op dagelijkse basis mee samenwerken. Dat verandert ook onze totale positie in de richting van de streekvorming. Concreet, in aanloop naar de eerstvolgende landelijke aanvraag die we wel degelijk gezamenlijk willen gaan doen, dat is in juni 2024, ook dan heb je weer te maken met dezelfde drie categorieën. Dan word je beoordeeld op je journalistiek presteren, daar zullen we niet meer maximaal in scoren. Verre van.

Dan word je beoordeeld op je mate van professionalisering, daar zullen we niet meer maximaal in scoren. Verre van. Dat is het directe gevolg van het niet geven, van het niet verlenen van de extra subsidie. Daarmee worden alle investeringen en alle groei van de afgelopen jaren tenietgedaan. Er wordt niets verduurzaamd, je kunt niet blijven presteren op hetzelfde niveau, je positie wordt in alle opzichten verslapt, verzwakt. De voorzitter: Dank u wel. We gaan nog naar ... Aanvullende vraag van de heer Gorter.

42

De heer Gorter: Ja, maar dat was niet de intentie van mijn vraag. Ik heb het idee dat wij een deadline voor onze kiezen krijgen van 1 januari om hier een besluit op te nemen. Ik voel dat er meerdere partijen meer tijd nodig hebben om tot een goede onderbouwing te komen. Dus als ik het goed begrijp vallen er 1 januari geen ontslagen en is die datum 1 januari geen harde datum. Ik zeg niet dat die subsidie er niet moet komen maar ik begrijp wel en ik voel wel dat er meerdere partijen zijn die meer tijd nodig hebben. Krijgen we die tijd, ja of nee? De voorzitter: Dat is uiteindelijk aan de commissie, of we onszelf die tijd geven. Wij kunnen nu, ja, we moeten toch naar het eind toe. Dan komen we aan die vraag toe die door mevrouw Kamphuis is gesteld om ook werknemers en andere omroepen te horen. Ik wil wel benadrukken, het gaat hier niet zozeer om waarheidsvinding of zo hè, dus laten we niet in die … Laten we daar niet in vervallen. Ja, ik vind het ook even lastig. Moeten we gewoon nog een commissievergadering beleggen of niet? Dat is eigenlijk … Of kunnen we al over het raadsvoorstel zoals dat nu voorligt onze gedachten voldoende vormen? De heer Van der Net. De heer Van der Net: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nee, kijk, ik heb natuurlijk ook eventjes het voorstel even goed gelezen.

En ja, ik denk misschien met wat kleine aanpassingen door middel van een amendement dat ik wat meer tevreden zou zijn om in ieder geval zeg maar die duidelijkheid te verschaffen. Dat we dan, als inderdaad die aanvraag is ingediend voor het Stimuleringsfonds en we inderdaad RTV op het niveau houden inderdaad en dat die scores dan goed zijn, om dan inderdaad met de andere streekomroepen regionaal die aanvraag in te dienen. Dan kunnen we op dat punt verder. Dus ik zie op dit moment niet in waarom we dan nog verder zouden moeten gaan. Kijk, dat er wat misverstanden zijn en wat persoonlijke zaken spelen, dat is mij wel duidelijk. Maar ik weet, op dit moment vind ik niet dat dat voor dit besluit zeg maar echt reden moet zijn om het te verdagen. Dus mijn voorstel zou zijn om het in de raad volgende week verder te behandelen. De voorzitter: Dan hebben we nu twee voorstellen. De portefeuillehouder mag heel even ... De onderzoeker? Ja, maar op welk punt dan? Want we zitten vier minuten voor tijd dus we hebben geen … De heer Van Valburg: Dan zal ik heel snel zijn. In het rapport heb ik heel duidelijk aangegeven dat met het wegvallen van de journalisten van NOS en van Rijnmond er een situatie ontstaat waarin je niet meer de kwaliteit kunt leveren die nu ook in de subsidieaanvragen zijn toegezegd. Die worden verlangd door de gemeente.

Op het moment dat je dan teruggaat, ben ik het met de heer Van Wijngaarden eens, dat je niet meer die interessante partner voor de gemeenschap in Dordrecht bent. De voorzitter: Bedankt. Dan gaan we toch opnieuw … De heer Safranti wilde er ook nog iets op reageren. De heer Safranti: Ja, dank je wel, voorzitter. Voorzitter, ik onderstreep de woorden van mijnheer Van der Net. Daarbij wilde ik wel aangeven dat ik dus 1 januari wel een beetje doordringen vond. Dat dat dus een datum was wat dus heel snel afgehandeld moest worden, vind ik een beetje jammer. Alleen aan de andere kant denk ik ook naar

43

aanleiding van de woorden van de portefeuillehouder in dit geval, dat we de kwaliteit moeten waarborgen en dat er dus de samenwerking moet gezocht worden. Dus ik denk dat dat gewoon naar de raad kan. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Ja, ik wil eigenlijk niet meer allemaal afzonderlijke reacties. Kunnen we gewoon aangeven, wie wil dat het volgende week gewoon in de raad komt? Dat is de meerderheid. De heer Safranti: Ja, maar dat is prima alleen … De voorzitter: En dan gaan we dan nog wel verder op vragen in … De heer Safranti: … wat gaan we daar bespreken dan? De voorzitter: Juist, daar ga ik het nu over hebben. Dus het gaat er nu over, hebben we voldoende informatie om het wel volgende week in de raad te brengen? Daarop heeft u ja gezegd. Dan gaat het over het besluit om twee keer nog 150.000 toe te kennen als subsidie en dan gaat het ook om de politieke vragen met de voorwaarden die dus gesteld zijn. O ja, het gaat over de voorwaarden. Stellen we voorwaarden aan deze bijdrage bijvoorbeeld over de samenwerking die vanavond al heel vaak ter sprake kwam? Dan gaat het met name om de vraag of u denkt aan moties of amendementen? En ik heb de heer Van der Net al gehoord, een klein amendementje. De heer Van der Net: Nou ja, ik heb al, voorzitter, ja, dat ik inderdaad toch een kleine aanpassing wil om meer zekerheid te krijgen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis.

Mevrouw Kamphuis: Ik zit er ook over na te denken om wat, ja, aan te vullen. De voorzitter: Oké, dank u. Ik zag de heer Gorter ook knikken. De heer Van der Kruijff? De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, ja, voor ik moties en amendementen ga indienen, zover ben ik nog helemaal niet. Ik wil het eerst nog eens in mijn fractie bespreken. We hebben het nu beeldvormend besproken dus volgens mij gaan we het volgende week in de raad gewoon oordelend bespreken en ook meteen besluitvormend. En of er wel of niet een motie of amendement bij komt, dat gaan we wel meemaken. De voorzitter: Dat is prima maar we hebben altijd wel vragen. De heer Van der Kruijff: Maar ik zal ze minstens 24 uur van tevoren aankondigen in het geval dat. De voorzitter: Ja. Sowieso wordt het een oordeelsvormende en meteen besluitvormende vergadering. Dan moeten we nu wel besluiten of we daar twee minuten spreektijd per fractie voor geven? Dat lijkt me genoeg want dat is altijd nog zestien keer twee is alsnog een half uur. Dan wil ik iedereen bedanken …

44

De heer Van der Kruijff: Voorzitter? Voorzitter? Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Het gaat me nu toch net iets te snel. Want u zegt, twee minuten moet toch genoeg zijn maar we hebben er doorgaans altijd in de commissie al oordeelsvormend over gesproken, maar in dit geval helemaal nog niet. Dus ik moet alles wat ik erover wil zeggen moet ik nog gaan doen. Dan vind ik twee minuten echt wel een beperking als ik dat niet vooraf in de commissie heb kunnen doen. Dus ik zou toch wel graag wat meer ruimte willen. De heer Van der Spoel: Eens met het CDA. De voorzitter: Zullen we … Maar vijf minuten is weer wel heel veel. Het is twee of vijf. Kunnen we ook zeggen een coulante twee? Nee? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, volgens mij gaat de raad er zelf over, over zijn eigen procedures. Dus als wij in de raad vaststellen dat we drieënhalf doen kan dat ook. Mevrouw Kruger: Voorzitter, dan doen we toch gewoon vijf en degenen die wat korter zijn, is korter. Ja, ik bedoel maar. De voorzitter: Weet u, het maakt mij allemaal helemaal niks uit maar we moeten wel iets afspreken. Dan, ik zie toch wel wat verschil. Ik wil toch even weten, wie vindt twee? De heer Safranti: Twee minuten en als mijnheer Van der Kruijff meer nodig dan, ja, twee. De voorzitter: Handopsteken voor twee. Eén, twee, drie, vier. Wie zegt drie? Hè, mislukt, het wordt vijf.

Vijf minuten. Dan nog, dan wil ik iedereen hartelijk danken voor alle vragen. Nee, blijft u nog heel even zitten. Ik wil iedereen bedanken voor alle vragen en voor alle antwoorden. Wilt u alles wat er aan glazen, flesjes enzovoort staat weer meenemen naar de keuken? Dank u wel. 4. RV Initiatiefvoorstel VSP en Fractie van Waardhuizen Woonwagenbewoners hebben recht op standplaatsen i.c.m. RIB Beantwoorden (advies) college Voorzitter: De heer Groenewege Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Mevr. De Groot (Beter Voor Dordt) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. In ’t Veld (VSP) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt)

45

Dhr. Klerk (CDA) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Van der Net (VVD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Stam (Fractie van Waardhuizen) Dhr. Stolk (VSP) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop De voorzitter: Oké, laten we beginnen. Welkom allemaal. Stilte in de zaal alstublieft. Ja, we hebben het vandaag over het initiatiefvoorstel getiteld, woonwagenbewoners hebben recht op standplaatsen, van de VSP en Fractie van Waardhuizen. Daar is veel over te zeggen maar voordat ik dat doe wil ik alle raads- en commissieleden vragen om zich voor het verslag voor te stellen. En dan beginnen we aan mijn rechterhand. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. Mevrouw De Groot: Megan De Groot, Beter Voor Dordt. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Van der Net: John Van der Net, Dordtse VVD. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer Van der Meer: Frans-Bauke Van der Meer, GroenLinks. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer In ’t Veld: Richard In ’t Veld, VSP. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. Mevrouw De Heer: Betsy De heer, Forum voor Democratie. Maar Leo zat hier nog. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop namens het college. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier.

De voorzitter: Ik ben Pieter Groenewege en ik ben uw voorzitter. Zoals u ziet is er gigantische belangstelling voor dit onderwerp, daar zijn we heel blij mee. Welkom allemaal, ook welkom aan de raads- en commissieleden en eventueel kijkers thuis. We hebben het dus over het initiatiefvoorstel en de collegereactie daarop, dat zijn punten 5

46

en 6 op de agenda en die gaan we gezamenlijk behandelen. Ik zie dat Leo Stolk van de VSP ook nog aanschuift. Op 14 november jongstleden hebben we een technische briefing gehad over deze onderwerpen en daar is besloten tot een oordeelsvormende vergadering en in principe zouden we daar nu zitten. Maar er hebben zich acht insprekers aangemeld en weer een aantal afgemeld. Er zitten hier nu vier insprekers voor dit onderwerp en wij willen voorstellen om hen in de gelegenheid te stellen om hun verhaal te doen en vandaag dus geen oordeelsvormende maar een beeldvormende vergadering te houden. Er zijn een aantal redenen voor. Eén, er zit geen fatale beslistermijn op dit voorstel. Twee, het is waardevol wanneer raads- en commissieleden de meningen en ervaringen van deze insprekers kunnen betrekken bij hun standpunt. En drie, de initiatiefnemers, dus de VSP en Fractie van Waardhuizen, die zien dit zelf ook zo. Daarom wil ik u voorstellen om deze vergadering om te toveren naar een beeldvormende vergadering met vier insprekers en daarvoor heb ik uw instemming nodig. Kunt u daarmee instemmen? Ja. Dat is mooi. Dat ging makkelijk, fijn. Dan gaan we direct door naar de insprekers. Het zijn er dus vier en ze krijgen elk ieder vijf minuten spreektijd.

Daar gaan we ook een klein beetje op letten want we willen ook voldoende tijd overhouden voor een vragenronde aan het eind waarin we eventueel ook nog tijd hebben om de wethouder het vuur aan de schenen te leggen met technische vragen. Dus ook aan de commissieleden en de raadsleden de oproep om hun vragen op te sparen tot na de vier inspraakreacties. We hebben onderling afgesproken dat mevrouw Minnebreuker begint dus u krijgt vijf minuten het woord. Mevrouw Minnebreuker: Beste gemeenteraad, er zijn in Dordrecht 153 standplaatsen en er staan 92 mensen op de wachtlijst. Ik ben op 14 november op de vergadering geweest. De mensen die het onderzocht hadden die vertelden hoe goed Dordrecht het deed. Landelijk 10e en van de Drechtsteden het beste. Maar eigenlijk hadden ze moeten zeggen, nee, Dordrecht, u hebt het helemaal niet goed gedaan. Want in twintig jaar heeft de gemeente Dordrecht niks meer gedaan voor de woonwagenbewoners. Er is in twintig jaar tijd nog geen één vak bijgekomen. Ik snap dat je niet voor iedereen een vak kunt maken maar als je in twintig jaar tijd niks doet, dan loop je toch echt achter. Tuurlijk worden er af en toe vakken toegewezen maar niet omdat de gemeente Dordrecht daar zoveel moeite voor doet. Nee, dat is omdat er mensen doodgaan. Onze kinderen moeten wachten tot er een opa, oma, oom of tante doodgaat, dan komen ze pas in aanmerking.

Dan zeggen ze, de wachttijd is ongeveer vier jaar. Nou, mijn dochters staan al zestien en elf jaar ingeschreven, dus daar klopt volgens mij helemaal niks van. De gemeente Dordrecht is vier jaar geleden op de vingers getikt door het College voor de Rechten van de Mens wegens discriminatie. Toen zou er een kampje komen bij De Hoop maar daar is tot heden nog niks van terechtgekomen. Er is nog geen steen gelegd. Voor mijn gevoel is dat gewoon een zoethoudertje geweest. Er zijn zoveel nieuwe wijken bijgekomen in Dordrecht. Waarom wordt er bij het realiseren van de nieuwe wijken niet aan de woonwagenbewoners gedacht? Bij geen een wijk is er plaatsgemaakt voor een nieuwe woonwagenlocatie. Sterker nog, er zijn nu plannen voor een nieuwe wijk, het Maasterras, in plaats van rekening te houden met de woonwagenlocatie daar en misschien uit te breiden wordt het kampje gewoon van de kaart geveegd want het past niet in het plaatje. Mijn twee dochters allebei een huis gekocht toen ze 19 waren. De

47

oudste ligt nu in scheiding. Staat al zestien jaar ingeschreven voor een vak en nu? Vakken zijn er niet en een huis moet ze waarschijnlijk ook zeven jaar op wachten dus tot die tijd moet ze bij mij wonen met haar dochter van 14. Triest, echt heel triest als je al zestien jaar in staat geschreven. Mijn jongste dochter heeft haar eerste huis gekocht en daar werd ze echt ziek, echt ziek van heimwee. Toen is ze met haar man, twee kinderen en een hond bij mij en mijn man in de wagen komen wonen. Ze heeft anderhalf jaar bij ons gewoond. Toen heeft ze een huis in de buurt gekocht vlakbij ons kamp. Na twee jaar ging dat weer mis, de muren kwamen op haar af. Toen heeft ze weer een jaar bij ons gewoond in de wagen met haar gezin en met lood in haar schoenen is ze weer terug naar haar huis gegaan. Mijn dochters komen zodra ze klaar zijn met hun werk en de kinderen zijn uit school naar het kamp, daar voelen ze zich thuis. 's Avonds gaan ze weer met lood in de schoenen naar huis. Ja, dat is even fout. En dan gaan ze weer naar hun eigen huis toe. Misschien moet u zich maar eens indenken hoe u zich zou voelen als u verplicht op het kamp moet wonen? Misschien kunt u zich dan inleven in ons, hoe wij ons in een huis moeten voelen. Een jaar of vier, vijf geleden kregen wij een brief of we interesse hadden om een vak te kopen. We hebben dat ingevuld maar we hebben helemaal niks meer gehoord.

Ook zoiets raars. Dus gemeente Dordrecht, schaam u eigen. Wij zijn ook inwoners van Dordrecht, wij betalen ook belasting en wij horen ook bij Dordrecht. En tot slot wil ik nog even de partijen bedanken die dit voorstel hebben ingediend. Toch een fijn gevoel dat er wel partijen zijn die er voor elke Dordtenaar zijn. Krijgen we toch het gevoel dat we er tot nog toe doen. Dank je wel. De voorzitter: Veel dank. Keurig, keurig binnen de tijd. Dan gaan we door met de inspraakreactie van mevrouw Van Gennip. Als u misschien … Mevrouw Van Gennip: Ja, eigenlijk hoef ik weinig toe te voegen want Anneke heeft al heel veel gezegd. Maar het is eigenlijk wel zo dat onze kinderen gewoon heel lang moeten wachten. En dan met heel lang, zoals Anneke al aangeeft, wachten tot er iemand doodgaat en dan de kans krijgen om daar te kunnen staan. Met ook de mogelijkheid niet alleen voor de standplaats maar ook voor de wagens. Er wordt maar verwacht dat iedereen dus een wagen kan kopen waar geen hypotheek op gezet kan worden. Huurwagens worden niet meer verschaft dus eigenlijk wordt nog steeds het uitsterfbeleid gehanteerd wat eigenlijk al jaren afgeschaft is. Er kunnen nog op genoeg locaties vakken bijgemaakt worden. Er is genoeg groen, haal wat groen weg, creëer wat plaatsen.

Als ik naar mijn eigen tuin kijk, ik heb een vak van 354 vierkante meter dus ja, ik kan gerust mijn tuin gaan delen met mijn zoon als dat nodig is maar dat mag niet. Zorgwoningen mogen niet geplaatst worden. Het zijn maar kleine dingetjes maar daar kunnen wij heel veel mee geholpen worden. Simpel, verander wat regels, doe er iets mee. Er is gewoon aanspraak nodig, het moet gewoon gedaan worden. Zoals Anneke al zei van, we moeten gewoon zo lang wachten. Mijn dochter had het geluk dat er dus bij ons wel iemand niet doodging maar ging verhuizen dus die had gelukkig heel snel een plaats. Maar dan wordt er wel verwacht van een meisje van 20 jaar binnen drie maanden een woning erop te zetten. Waar moet ik die woning vandaan halen? Dan zegt de gemeente van, er is genoeg te koop. Ja, voor een meisje van 20 zonder hypotheek, gaat er maar aanstaan. Meisje werkt nog maar drie jaar. Denken ze dat we leggende gelden hebben, waar moet ik het vandaan halen? Binnen drie maanden moet er iets op

48

staan. Dan staat er iets op en wat zeggen ze dan? Ja, dat is wel een hele oude wagen dat erop staat? Ja, help ons dan. Nee, er worden geen verhuurwagens meer verschaft. En dan? Moet mijn dochter net als Anneke haar dochters verplicht in een huis wonen. Nou ja, daar passen we dan voor. Dan wordt mijn dochter dus gedwongen om bij mij in huis te komen wonen. En als ik dan zeg van, nou ja, dan wil ik een zorgwoning neerzetten, mantelzorg omdat wij ziek zijn. Nee, dat mag niet. Willen we zelf bekostigen, willen we zelf doen, niet mogelijk. Mijn tuin opsplitsen zodat er een andere extra woning op gezet kan worden. Niet mogelijk. Maar het is allemaal mogelijk als de gemeente maar meewerkt. En het kan zo simpel zijn. En net wat Anneke zei, ook wij zijn gewoon mensen waar we hard voor werken, wij betalen net zo goed belasting als een ander mens, we hebben net zoveel rechten als een ander mens. Doe er iets mee. Dat was het voor mij. In ieder geval bedankt voor het luisteren. De voorzitter: U bedankt voor uw bijdrage. Dan gaan we door naar mevrouw Witman. Mevrouw Witman: Nou, goedenavond. Mijn naam is Angelina Witman. Zelf sta ik net als vele al jaren op de lijst om in aanmerking te komen voor een woonwagenstaanplaats. Als hier niks aan gedaan wordt dan wordt deze lijst dus alleen maar langer. Zelf ben ik al meerdere keren verhuisd met mijn kinderen, ik kan nergens wennen.

Ik heb bijna elke wijk in Dordt al gehad. Maar ja, ik wil gewoon naar het kamp, naar mijn moeder of bij familie. En ja, wij zijn één grote familie dus het voelt gewoon voor mij, als ik in een huis ben, dan voel ik me heel opgesloten. Ik word gewoon ziek. Echt, ik krijg … Nee, ik vind het helemaal niks. En ja, als je dan de gemeente opbelt, heb ik ook al honderd keer gedaan, dan krijg je negen van de tien keer hetzelfde antwoord. We zijn jullie niet vergeten maar we zijn ook bezig met andere projecten zoals bouwen van huurwoningen. Ja, en wij wachten ook al heel lang maar er gebeurt niks. Dus mijn vraag is, ja, of en wanneer de woonwagenstaanplaatsen komen? En zoals Caatje al zei, komen hier dan ook huurwagens op? Want niet iedereen kan dat natuurlijk betalen om een eigen wagen erop te zetten. Ook naar mij weten zijn er ook genoeg mooie plekjes in Dordt om een woonwagencentrum te realiseren. Dus ja, via deze weg hopen we dat wij nu ook eens echt aan de beurt zijn. Dat was mijn verhaal, kort maar krachtig. De voorzitter: Zeker, dank u wel. Dan sluiten we af met mevrouw Van der Wielen. Mevrouw Van der Wielen: Eindelijk wordt er nu eens aandacht besteed aan dus meer standplaatsen in Dordrecht. Al jaren zijn we bezig om standplaatsen bij te krijgen voor onze kinderen. Nu krijgen wij ook de gelegenheid om ons woord te doen en wordt er naar ons geluisterd.

Overal worden er woningen gebouwd, op bepaalde plekken in Dordrecht zijn er woonwijken gebouwd maar voor nieuwe standplaatsen is er geen plek, werd ons verteld. Onze kinderen zijn opgegroeid op het kamp met de hele familie bij elkaar. Een aantal kinderen van de familie zijn in een huis gaan wonen maar konden er niet wennen en waren er niet gelukkig. En zijn nu noodgedwongen bij hun ouders terug op het kamp te gaan wonen met het hele gezin. Dat is ook in ons gezin. Onze zoon woont met zijn vrouw en twee kinderen bij ons. We hebben ook nog een dochter thuis wonen, die komt nu ook op mijn leeftijd dat ze op zichzelf wil gaan wonen en wil gaan samenwonen met

49

haar vriend. Ook mijn kinderen willen op kamp wonen maar ze zijn nu gedwongen om in een huis te gaan wonen. Als er zoveel woningen worden gebouwd door de gemeente kan er ook in de planning worden meegenomen dat er extra standplaatsen bij kunnen komen. Ja, dat was het. De voorzitter: Dat was hem? Oké, dank u wel. U bent allemaal strak op de tijd, wordt zeer gewaardeerd. Dan hartelijk dank in ieder geval maar we hebben nog steeds de gelegenheid voor de commissieleden om vragen te stellen. Voordat we daarmee beginnen wil ik eerst even kijken, bij wie leeft er allemaal een vraag? O, dat is toch wel aardig wat. Anders beginnen we gewoon bij de heer Klerk en dan gaan we zo het rijtje af. Albert Klerk, CDA. De heer Klerk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik weet niet of het ook de bedoeling is dat we vragen stellen aan … Ja, ik weet niet aan wie ze ik moet stellen of dat ik ze aan de wethouder moet stellen? Maar … De voorzitter: Nou, laten we vragen aan de wethouder nog even vasthouden. De heer Klerk: Ja? Dan laat ik hem even … De voorzitter: En ons nu even richten op de insprekers. Ja. Oké. Dan de heer Hartmeijer als we het rijtje af. De heer Hartmeijer: Ja, dank, voorzitter. Ik wilde eerst eventjes vragen, wonen de insprekers allemaal aan de Brandts Buysstraat? Oké. Oké. Dat is duidelijk.

Mijn vraag was eigenlijk, want ik hoor dat de woonwagenkampbewoners zijn eigenlijk best wel een soort hechte gemeenschap. Is het voor jullie ook echt, zou het echt een pre zijn om weer later, stel dat de Brandts Buysstraat toch weg moet, om weer bij elkaar in één gemeenschap te gaan wonen, is dat belangrijk voor jullie? De voorzitter: Wilt u in de microfoon? Mevrouw Minnebreuker: Dat is zeker heel belangrijk want wij zijn van het oude kamp al allemaal uit elkaar gerukt en daar hebben de ouderen nou nog steeds last van. Wij zijn nu één familie, dat is mijn vader, zijn broer en zijn zus en daar de nichtjes, neefjes, daar de kinderen van. Wij willen echt wel bij elkaar blijven en niet dat wij nu weer uit elkaar gerukt worden. Want hoe moeten wij dan gaan beslissen wie bij wie komt? Dat kan niet. Dus daar moet de gemeente wel rekening mee houden dat ze ons weer niet uit elkaar kunnen rukken. De voorzitter: Is er nog iemand die daarop wil aanvullen of … Ja, gaat uw gang. Mevrouw Witman: Kijk, dat is wel, dat is voor hun zeg maar belangrijk, voor ons ook natuurlijk. Maar kijk, stel dat er een nieuw woonwagencentrumpje wordt gerealiseerd, dan kan het ook zijn dat ik bijvoorbeeld met wat jongere mensen of weet ik veel wat bij elkaar komen. Kijk, dat maakt dan ook niet uit, voor mij persoonlijk. Je hebt alleen over hun kampje? O, ja.

De voorzitter: Ja, een vervolgvraag, de heer Hartmeijer.

50

De heer Hartmeijer: Ja. Ik hoor ook dat vaak de kinderen willen ook vaak weer in een woonwagenkamp wonen. Die zijn niet zo blij met een, nou ja, laten we even normaal huis, laat ik het zo maar even zeggen. Wat zeg je? Precies, ja, het is een andere wereld. Ja, ja. Ja, dat mag ook allemaal natuurlijk. Mijn vraag was, uw kinderen gaven inderdaad wel aan dat we willen. Is dat ook een beetje een algemeen beeld wat u ook van anderen hoort? Dat die voor het grootste gedeelte ook allemaal eigenlijk wel in de toekomst in een woonwagenkamp zouden blijven wonen? De voorzitter: Wilt u de microfoon aanzetten? Mevrouw Minnebreuker: Ja, het liefst wel want ze proberen het wel om in een huis te wonen maar ze kunnen gewoon niet wennen. En er zullen er heus wel een paar zijn die wel kunnen wennen maar nee, het gaat gewoon niet. En dan zitten ze heel de dag zitten ze bij ons op het kamp en dan gaan ze met de ziel onder de arm, dan lopen ze, gaan ze terug naar huis. Ja, om te slapen en de volgende dag komen ze weer want ze missen gewoon de saamhorigheid bij ons thuis en de familie. Ze kunnen gewoon niet wennen. Ja, wat ik zeg, komt u maar bij ons op het kamp wonen, kijken of u zich eigen thuis voelt. Ja. De heer …: Maar het is makkelijker van een huis naar een kamp dan van een kamp naar een huis. Mevrouw Minnebreuker: Ja, ja, oké, ja. De voorzitter: Oké.

We gaan door met een vraag van de heer Kolkiliç van DENK. De heer Kolkiliç: Ja, dank, voorzitter. Bedankt voor het inspreken. Voorzitter, van meerdere insprekers hebben wij gehoord dat kinderen uit huis gaan, uiteindelijk met meerdere personen eigenlijk terugkomen, kleinkinderen, huisdieren zelfs. Ik ben benieuwd of het nog wel te doen is? Wat voor sfeer is er qua aantal personen, oppervlakteverhouding? Hoelang is het nog vol te houden? Is het nog wel gezond voor jullie kleinkinderen om met een hele groot gezin in een wagen te wonen nog? De voorzitter: Wie wil daarop antwoorden? U, ja? Mevrouw Minnebreuker: Nou ja, mijn wagen is best wel groot dus dat is heus wel te doen. Mijn dochter woont nu ook bij mij weer met haar dochter. Maar wij hebben, ik heb een paar jaar geleden, wij hebben een hele grote schuur, vier bij tien met bovenverdieping. Nou heb ik gevraagd of dat een mantelzorgwoning kon worden want mijn man was ziek zodat mijn dochter bij ons kon? Maar dat mocht niet omdat wij een huurvak hebben dus dan mocht dat niet. Inmiddels is mijn man overleden maar dan denk ik, als ik een koopvak had gehad, had dat wel gemogen. En nu heb ik een huurvak en dan mag het niet. Dus daar leggen die … En wij krijgen nooit, wij mogen die vakken nooit kopen. Dat hebben wij te horen gekregen van Woonbron.

Wij mogen die vakken nooit kopen dus wij zullen nooit een mantelzorgwoning kunnen doen. En dan denk ik, waarom niet? Wij … Ja. Als ik een koopvak had gehad had het wel gekund. De voorzitter: Duidelijk.

51

Mevrouw Minnebreuker: En dan had mijn dochter had gewoon in de schuur kunnen wonen, als mantelzorgwoning. De voorzitter: Dank u wel. Ja, de heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Ja, een van u had het over dat de locatie op het Maasterras, dat die gaat verdwijnen. Is duidelijk waar jullie dan heen of waar de mensen die daar wonen dan heen gaan of komen die gewoon bij op de wachtlijst. Wat is het beeld daarvan? Mevrouw Minnebreuker: Nou, dat hoop ik niet. De heer Van der Meer: Sorry? Mevrouw Minnebreuker: Waar moet ik met mijn woonwagen heen dan? De heer Van der Meer: Ja, nee ... Mevrouw Minnebreuker: Dan hoop ik niet dat ik op een wachtlijst kom. Als de gemeente ons weg wil jagen, en wij gaan niet weg hoor want wij zijn stellig dat we daar blijven. Maar als wij dan weggaan … De heer Van der Meer: Nee, maar er is voor jullie geen perspectief waar je dan heen kan, Mevrouw Minnebreuker: Nee. Nou ja, dat hoop ik dan wel als we weg moeten. Maar ja, we willen niet weg maar dan zal de gemeente toch voor ons een locatie moeten aanwijzen. Dat is ook zoiets, het wordt aangewezen. Het is niet gezegd of wij daar dan heen willen naar die wijk. Nee, je moet gewoon. Wij hebben heel weinig rechten hier. De voorzitter: Ja, een vervolgvraag.

De heer Van der Meer: Ik geloof dat u het had over dat het op zich wel mogelijk is om op het terrein meerdere wagens te plaatsen maar dat dat niet mag. Heeft dat te maken met het feit dat jullie die ruimtes huren of zijn er nog andere belemmeringen voor? Mevrouw Van Gennip: Nee, dat is omdat we de standplaatsen huren inderdaad dus het is geen eigendom. We mogen van de standplaats maar 65 of 70 procent mag je maar bebouwen. Nou ja, als daar je woning al op staat en dan je schuur staat erop, dan is er al een aantal procent bebouwd. Brandveiligheid, dus je moet zoveel meters moet er tussen mij en mijn buurvrouw in zitten. Ja, daar voldoen we nu allemaal aan zeg maar. Maar ja, goed, ik ben, ik wil rustig nog de helft van mijn tuin afstaan als de nood aan de man is en mijn kind moet op zichzelf wonen. Dan zeg ik van, kom gerust bij mij staan. Als die daarmee gered is, prima. Al moet ik er nog zes neerzetten bij wijze van. Maar ja, het mag niet. Nee, ja. Kijk, ik bedoel, als ik een koophuis heb dan kan ik er verdieping opgooien, ik kan er nog een verdieping opgooien, dat mag meestal altijd wel. Maar vergunnen, maar daarom zeg ik, dat mag meestal wel. Maar bij ons is het niet. Maar als ik dus mijn standplaats heb gekocht, dan mag ik wel veel meer. Ja, die mogelijkheid is er niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gorter, Op Ons Eiland.

52

De heer Gorter: Ja, je haalt de vraag een beetje voor me weg. Maar ik ben wel erg blij met, u geeft eigenlijk twee antwoorden op vragen die wij in de vorige commissie gesteld hebben, met een opdracht die straks nog richting de wethouder komt, om creatief te denken over welke mogelijkheden er wel kunnen. U geeft eigenlijk al twee antwoorden, dat is het splitsen van een plaats en een mogelijkheid, als dat kan, voor een verdieping. Dus ik ben erg blij dat u dit nu aankaart. De voorzitter: Even centraal, wie wil hierop reageren? Mevrouw Minnebreuker: Ja, ik ben bij die vergadering geweest, ‘…’. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Gennip heeft het woord. De heer Gorter: Even voor alle duidelijkheid, het is niet zo dat ik vind dat dat zo moet. De voorzitter: Mijnheer Gorter. Mevrouw Van Gennip: Nee, nee, nee, maar … De heer Gorter: We proberen met de schaarse grond om te kijken of er een oplossing is. De voorzitter: Mevrouw Van Gennip heeft het woord. Mijnheer Gorter? De heer Gorter: Dus ik ben eigenlijk wel, ik zeg ook niet dat het altijd mogelijk is en dat het altijd kan maar eigenlijk worden er nu al twee punten aangegeven waarop ik denk van, wethouder, ik zie kansen. De voorzitter: Mevrouw Van Gennip. Mevrouw Van Gennip: Kijk, de hoogte kunnen we niet in maar qua ruimte in je tuin kan je daar wel in. De heer Gorter: Maar ik hoor u ook over een schuur.

Mevrouw Minnebreuker: Nee, dat was ik. Mevrouw Van Gennip: Dat was die mevrouw. De heer Gorter: O, ik hoor u over een schuur. Mevrouw Van Gennip: Maar inderdaad, hun hebben hele mooie schuren. Je praat over een schuur maar ... Mevrouw Minnebreuker: Van vier bij tien. Mevrouw Van Gennip: Ik wou dat ik hem had. De heer Gorter: Ja, nee maar het is mij duidelijk, dank u wel.

53

De voorzitter: Nou, heel even wachten tot u het woord heeft. Mevrouw Van Gennip heeft nog steeds het woord. Mevrouw Van Gennip: Nee, ja, ik heb antwoord gegeven. De voorzitter: Helder. De heer Gorter: En ik heb hem gekregen. De voorzitter: Heel fijn. Dan de heer Stam van Fractie van Waardhuizen. O, ik sla iemand over. Ik ben, ik kan uw achternaam niet zien. In ‘t Veld van de VSP. De heer In ‘t Veld: Ja, dank je wel, voorzitter. Ik had inderdaad, het zijn ook dezelfde vragen als de heer Gorter en Van der Meer hadden met betrekking tot die uitbreidingsmogelijkheden. Mevrouw Van Gennip heeft inderdaad aangegeven dat op haar locatie die mogelijkheid er zou zijn als het zou mogen. Wat ik me afvraag van, ziet zij gewoon nog meer mogelijkheden zeg maar op het kamp waar zij zit en ook graag de anderen die op een ander kamp zitten, om op de bestaande kampen, of dat daar mogelijkheden zijn zeg maar om inderdaad dezelfde splitsing als die u aangeeft, of die tot de mogelijkheden behoort? Mevrouw Van Gennip: Nou, ik denk dat er op sommige locaties heus wel uitgebreid kan worden. Als je kijkt naar andere kampjes, als ik gewoon heel grofweg zeg op Crabbehof, Domela Nieuwenhuizenweg, daar ligt genoeg ruimte nog achter en naast. Nou, daar kan gerust twee, drie standplaatsen kunnen daar best bijgebouwd worden. Op Wielwijk staan misschien de mogelijkheid zelfs ook wel voor Wielwijkpark.

Bij ons is daar ook de ruimte voor, zelfs als we bij ons zouden gaan schuiven met wat renovatie om het zo te zeggen, kan je daar ook nog ruimte creëren. Dat zal, waar hebben we ze nog meer zitten, op Romboutplantsoen, kan ook geschoven worden. Ik denk dat iedereen als ouder zijnde gerust wil schuiven en inschikken om je kinderen te helpen. Dus ik denk dat als je goed gaat bekijken op de locaties wat er bestaat, dat er nog genoeg uit te breiden is. Maar dat is denkwerk denk ik. Ja, het zal aan mij liggen. De voorzitter: O, ja maar ik zag ook nog een vinger van mevrouw Witman dus laten we die dan eerst. Mevrouw Witman: Ja, zeker. Bij het Romboutplantsoen, dus daar hebben we nog een heel groot stuk grasveld. Ik heb er al meerdere malen voor gebeld, maar daar doen ze dus ook niks mee. Heel zonde eigenlijk, want daar is ruimte, ik denk zeker wel voor vijf, zes vakken extra. De heer In ’t Veld: Maar je kan er wel slecht komen. De voorzitter: U heeft niet het woord. Dank u wel. Mevrouw Minnebreuker. Mevrouw Minnebreuker: Bij ons, de Brandts Buysstraat, daar kan een hele nieuwe woonwijk gebouwd worden. Dus dan denk ik, dan kunnen er ook wel vakken gemaakt … Bijgebouwd worden. Dus die ruimte is er.

54

De voorzitter: Helder antwoord. U heeft op deze vraag … Mevrouw De Groot: Ik had een vervolgvraag over het Rombou… Wordt dat grasveld nu voor andere dingen gebruikt of niet? Mevrouw Witman: Het ligt al jaren, ik denk al meer dan twintig jaar, ligt dat zo. Ik heb, wat ik net al zei, ik heb daar meerdere malen voor gebeld. We mochten … Tenminste, het wordt niet gebruikt, omdat je dan zelf het een en ander moet financieren. Dus een soort geluidswal. Dan zijn ze gekomen. Het mag niet, want de vrachtwagens rijden met giftige stoffen. Maar zoals iemand net in het publiek zei, er is wel … Er zijn wel containerwoningen gebouwd waar wij niks vanaf wisten. Dus dan denk ik van, waar gaat het dan mis? De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we bij de vraag van de heer Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik was, in tegenstelling tot mijnheer Gorter, niet zo blij met de antwoorden van de dames. Waarom ben ik daar niet blij mee? Omdat er dan aan die dames gevraagd wordt, aan die bewoners van, zoek vooral een interne oplossing. Dat vind ik gewoon helemaal niet zo netjes. Ik vind dat je gewoon goed moet kijken, zie ik een andere doelgroep? Mijn vraag die ik heb aan de insprekers is van, wat vindt u nou een reële wachttijd voor uw kinderen? Want elke doelgroep heeft wel een wachttijd. Mijn dochter staat ook al jaren op een lijst.

Maar wat vindt u reëel? Zestien jaar vind ik te veel. Als je dan gaat kijken naar de uitbreiding die nodig is, hoeveel plekken denken jullie nodig te hebben om tot die reële wachttijd te komen? De voorzitter: Wie wil daarop antwoorden? Gaat uw gang. Mevrouw Van Gennep: Persoonlijk weten we natuurlijk niet precies hoelang de … Wie er allemaal ingeschreven staan, want we krijgen daar geen inzicht in van Woonbron, want dat is dan de tussenpersoon voor de gemeente. We hebben net al afgesproken van, ik ga de poll even aanmaken, zodat we juist een beetje een inzicht kunnen krijgen of dat de cijfers kloppen die doorgegeven worden. Kijk, dat we niet binnen een jaar een standplaats kunnen krijgen van een kind wie ingeschreven staat, dat snappen we. Ik bedoel, dat is met een gewoon huis ook. Als je ingeschreven staat bij Trivire, heb je ook niet binnen drie jaar een woning. Maar inderdaad, zestien jaar en elf jaar, mijn nichtje staat al dertien jaar ingeschreven, dat is wel erg lang. Het feit is, het verschil tussen ons inschrijven of inschrijven voor een stenen huis, als ik hem zo inschrijf, kan ik hem bij Trivire inschrijven, ik kan hem bij Woonbron inschrijven. Ik kan hem bij alle huisvestingen, woningcorporaties kan ik hem inschrijven. Maar voor mijn zoon in te schrijven op een woonwagenlocatie, mag ik maar twee locaties aangeven.

Terwijl er waarschijnlijk als ik, even zo heel snel uit mijn hoofd, zijn er dertien hier in Dordt. En ik mag hem maar voor twee locaties inschrijven. Dus ook dat belemmert dus weer de doorstroming. Als ik dan kijk naar onze locatie, ik woon op de Merbau, wij zijn dus een locatie, wat Angelina al aangeeft, niet met heel veel families. Wij staan maar … Ik woon er en mijn dochter woont er. Mijn buurvrouwtje woont er als alleen. Mijn andere buurman woont er samen met zijn broer. Dus het zijn allemaal maar twee, drie gezinnen, families.

55

Wij hadden het geluk dat er eentje bij ons dus ging verhuizen. Maar Anneke haar dochter, ik snap, als die ingeschreven staat, die mag niet ingeschreven worden voor de Merbau. Maar ik snap ook, als er bij ons een vak vrijkomt en haar dochter staat hoger ingeschreven op de wachtlijst dan mijn zoon, dat haar dochter zegt van, wacht eens even, dan ga ik toch even daarnaartoe, totdat er een plaats vrijkomt bij mijn moeder. Dat je dan kan ruilen, bij wijze van. Maar dat is dus ook niet aan de orde. Dus dat is in mijn ogen ook een steekpunt, dat de wachtlijst zo lang blijft, omdat je maar op twee locaties mag inschrijven. Je wil allemaal het liefste zo dicht mogelijk bij je familie wonen, want dat is dus ons leven, bij elkaar blijven. De voorzitter: Dank u wel. Helder. Mevrouw Minnebreuker: Mag ik daar nog op … De voorzitter: Jazeker. Mevrouw Minnebreuker. Mevrouw Minnebreuker: Bij ons op het kamp daar heb je mijn vader en zijn zus. Die zijn allebei in de 70. Laat ze nog 15 jaar leven. Ik zeg … Mijn oma is ook 94 geworden. Maar dan ben ik degene wie de oudste is bij ons op kamp. Ik ben voorlopig nog niet van plan om dood te gaan. Maar hoelang moeten mijn kinderen dan nog wachten? Dan zijn ze mijn leeftijd voordat ze een vak krijgen.

Kijk, en als jij, wat u zegt, hoelang moet je ingeschreven staan, ik vind dat toch als je gemiddeld een jaar of vijf ingeschreven staat, dat het wel normaal is dat je wel een vak kan krijgen. Maar bij ons op kamp is dat al niet. Want er staan er zat ingeschreven. De twee oudsten die zijn in de 70. En dan ben ik, dus hoelang moeten ze dan nog wachten? Dan denk ik, Dordrecht heeft in twintig jaar tijd nog niet één vak bijgemaakt, dus onze kinderen krijgen geen kans om op het kamp te wonen, want er wordt gewoon niks bijgebouwd. Helemaal niks. De voorzitter: Helder, dank u wel. Vervolgvraag? De heer Stam: Ik ben best wel blij met deze opmerking, want je ziet dus tegelijkertijd de beperkingen van de inschrijfmogelijkheden. Dus die wil ik wel graag straks ook bij de wethouder neerleggen. Mijn vervolgvraag is eigenlijk, hebben jullie liever koop of huur? Mevrouw Minnebreuker: Wagens of vakken? De heer Stam: Beide misschien. Mevrouw Minnebreuker: Koopvakken zijn er niet. Wij hebben al dik en zat aangegeven, wij willen die vakken kopen. Maar dat kan niet. Dat doen ze niet. Maar ik heb wel gewoon een koopwagen. Bij ons op kamp is er maar één huurwagen. De rest is allemaal koopwagen. Maar dat is ook zoiets, als je ooit één keer een koopwagen hebt gehad, krijg je nooit een huurwagen meer. Al valt je wagen uit elkaar, zit er schimmel, dingen, je krijgt nooit een huurwagen meer.

Terwijl als je ooit een keer een koophuis hebt gehad, mag jij je gewoon inschrijven voor een huurhuis. Maar als jij een koopwagen hebt gehad, of je het geld nou hebt of niet, geen huurwagen meer.

56

De voorzitter: Anderen die nog op deze vraag willen reageren? Mevrouw Van Gennep: Ik heb een huurwoning, een huurwagen en dan een huurvak. Zoals ik al zei, mijn dochter was dus verplicht om een wagen te kopen. Die kreeg geen huurwagen. Ik heb dan wel een huurvak. Dus daar zit ook verschil tussen. Want er worden geen huurwagens meer verstrekt. De heer Stam: Voorzitter, ik snap het onderscheid wel. Maar mijn vraag was eigenlijk van, heeft u liever nou een huurvak of een koopvak? Mevrouw Minnebreuker: Allemaal hebben wij een huurvak. Dat heeft iedereen. De heer Stam: Maar heb je dat liever of zou je liever willen kopen? Mevrouw Minnebreuker: Ik zou een koopvak … De voorzitter: Wilt u via de microfoon … Mevrouw De Groot: Voorzitter, even een verduidelijkende vraag. Dus als ik het goed begrijp, kan je eigenlijk alleen maar huurvakken hebben en koopwagens. Tenminste, in grote lijnen en dan met een paar uitzonderingen, denk ik. Maar dat is even voor mijn beeldvorming. Mevrouw Van Gennep: Er zijn wel huurwagens in omloop. Maar zo lang als ik erin blijf wonen, komt die huurwagen niet vrij. Er is nu volgens mij op één locatie was er een huurwagen. Daar is iemand dus overleden. Wat ik begreep, ging die huurwagen naar een andere locatie.

Dus is er wel een vak weer vrijgekomen, maar daar moet dan weer een koopwagen op komen, omdat die huurwagen door de gemeente verhuurd is aan een ander, op een andere locatie. Dus dat moet rouleren. Maar er wordt niks meer … Ook dat wordt niet bijgebouwd. De voorzitter: Mevrouw Witman. Mevrouw Witman: Zoals ik als aangaf in mijn verhaal, de huurwagen is best wel belangrijk. Ik weet dat ook veel mensen niet gelijk een koopwagen erop kunnen zetten. Het is gewoon heel veel geld. Dus huurwagens zijn ook echt essentieel om erbij te hebben. Dus niet alleen koop, maar ook echt huur. De voorzitter: Helder. Dan gaan we verder het rijtje … Ja, maar dan verschijnt u wel onderaan de lijst. Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Ik had een vraag ook aan de dames van, hoe verlopen de gesprekken met de gemeente? Jullie zijn natuurlijk vroeger van de Wieldrechtse Zeedijk gegaan. Ik denk dat jullie al redelijk veel verhuisd zijn. Nu moeten jullie weer weg. Hoe lopen die gesprekken? De voorzitter: Wie wil daarop ingaan? Mevrouw Minnebreuker.

57

Mevrouw Minnebreuker: We hebben nu al maanden niks gehoord. We hebben gehoord dat het woonwagenkamp waarschijnlijk weg moet. Voorderest hebben we daar niks meer over gehoord. De voorzitter: Voldoende antwoord? Mevrouw … Dan gaan we naar … Mevrouw Minnebreuker: Maar dan wil ik wel even zeggen, onze vorige ervaringen met de gemeente die zijn niet goed. Want toen ik van het vorige kamp af moest, toen kregen wij een datum dat wij daar weg moesten. Als ik niet wegging op die datum, dan kreeg ik 5000 euro per week boete. De gemeente had afgesproken met de wagenbouwer dat die die tijd klaar zal zijn. Dat hebben ze niet gered. Toen moest ik … Ik moest van het kamp af en toen moest ik in deze waren. Toen zat er nog geen raam in, helemaal niks. De ramen stonden nog in Duitsland. Er was nog helemaal niks. Er zat nog helemaal niks in die wagen en ik stond … Met drie kinderen, een man en een hond, stonden wij op straat. Want er wordt ook geen … We kregen geen noodwoning of wat dan ook. Nee, je stond gewoon op straat en anders kreeg je 5000 euro per week boete. Dus wij hebben niet echt goede ervaringen met de gemeente. De voorzitter: Duidelijk. De heer Klerk, CDA. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Een deel van de vraag is al beantwoord naar aanleiding van de vraag van de heer Stam. Ik zat inderdaad getriggerd op die huurwagens. Er werd meermaals gezegd, die worden niet meer verstrekt.

Maar op het moment dat die dus verplaatst worden of iets dergelijks, wat gebeurt er dan op de plek die dan achtergelaten wordt? Komt daar dan toch weer een koopwagen of blijft dat leeg of hoe werkt dat? De voorzitter: Mevrouw Van Gennep. Mevrouw Van Gennep: De nieuwe huurder is dan verplicht om daar zelf een woning op te zetten. Mevrouw Minnebreuker: Binnen drie maanden. Mevrouw Van Gennep: Binnen drie maanden. De heer Klerk: En een woning is dan een wagen? Mevrouw Van Gennep: Een wagen. En als je dan aan de gemeente vraagt van, maar … Maar dan zegt de gemeente van, er is genoeg te koop. Dan mogen ze mij een briefje geven, want ik heb mij de lazarus gezocht naar mijn dochter, wat voor mijn dochter dus in haar financiële plaatje paste. Want een hypotheek wordt ook niet verstrekt. Dus dan kan je werken wat je wil, maar … De voorzitter: De heer In ’t Veld, VSP. De heer In ’t Veld: Ik had nog een vraag met betrekking tot de standplaats en het huis. Ik heb begrepen dat inderdaad de standplaats, dat dat allemaal huur is. En dat de meeste

58

huizen, of wagens, dat dat koop is. Stel nu dat degene die daarin woont komt te overlijden, hoe gaat het dan met die koopwagen in verhouding tot de huur van de standplaats? Ik bedoel, moet iemand dat overnemen, is dat de bedoeling? Wordt dat ding verkocht, wordt het weggehaald? Mevrouw Van Gennep: Dat is wat de familie natuurlijk beslist. Soms kan het zijn dat de familie daar te veel herinneringen aan heeft, dus dat ze die liever dan niet meer op de op de locatie hebben. Op de Windsingel is het dus voorgekomen dat er dus een opa is overleden, kleinzoon is erin gegaan, die wagen is verbouwd. Dus kleinzoon had de wagen gekocht van de kinderen van de overleden, om het zo maar te zeggen. Als die besluit van, ik wil die wagen gewoon niet meer op het centrum hebben, dan wordt die wagen verkocht door de familie. Degene die het nieuwe vak krijgt, die is er dan verantwoordelijk voor dat er iets nieuws op komt staan. Omdat er door de gemeente niks verstrekt wordt. Maar het wordt niet door de gemeente overgenomen. Dat is ook niet van toepassing. De voorzitter: Dank u wel. De heer Katif, Beter voor Dordt. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik werd even getriggerd door de woorden van mevrouw Minnebreuker volgens mij, dat u zei op een gegeven moment, in de afgelopen twintig jaar is geen enkel vak toegewezen. Ik wil even met u … Mevrouw Minnebreuker: Niet bijgebouwd.

De heer Katif: Niet bijgebouwd. Mevrouw Minnebreuker: Toegewezen wel, maar niet bijgebouwd. De heer Katif: Dan is mijn vraag beantwoord, want ik wilde even een check, of tenminste, een fact checking. Maar dat … Is goed. De voorzitter: Fijn dat dat is opgehelderd. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Even in aansluiting op wat de heer In ’t Veld vroeg. Die koopwagens zijn natuurlijk eigendom van de familie. Maar de plekken worden gehuurd en die moeten … Hoe worden die dan toegewezen? Dus als er een koopwagen vrijkomt, kun je die dan meteen doorgeven aan een familielid, bij wijze van spreken? Of wordt die huurplaats dan eerst aan iemand anders toegewezen? Hoe gaat dat? De voorzitter: Mevrouw Minnebreuker. Mevrouw Minnebreuker: Er staan kinderen ingeschreven op de lijst. Wie dan bovenaan staat, die mag daar staan. De voorzitter: Maar dat is voor de plek. Ik denk dat de heer Van der Meer de woonwagen bedoelt. De heer Van der Meer: Als die plek wordt toegewe… Het kan dus zijn dat die plek wordt toegewezen aan iemand die niet het eigendom van die wagen krijgt die er dan staat.

59

Mevrouw Minnebreuker: Dat is meestal … Maar dat is meestal niet zo. Als het niet familie is, dan wordt die wagen verkocht door die familie van de overledene. Degene die dan op dat vak komt, die koopt zelf een wagen. De heer Van der Meer: Maar als er iemand overlijdt en zijn zoon of dochter die wil daar wonen … Mevrouw Minnebreuker: Die kan dan in die … De heer Van der Meer: Maar die staat niet bovenaan op de wachtlijst. Wat gebeurt er dan? Mevrouw Minnebreuker: Dan hebben ze pech. Mevrouw Van Gennep: Dan wordt de wagen dus verkocht. Vroeger was zo dat we dus wel als familie zijnde zelf konden zeggen van, Anneke, de dochter is de oudste van de familie, dus die gaat in die wagen van opa of oma. Maar die regel is al heel lang afgeschaft. Dat mocht niet meer, want de gemeente wilde zelf, hoe zeg je dat, de touwtjes in handen houden om te bepalen wie waar en hoe en wat. Dus dat werd … Dat mocht niet meer. In sommige gemeentes is het weer wel toegestaan om onderling te bepalen op locaties wie van de familie als eerste op het vak terechtkomt. De voorzitter: Eerst een vraag van de heer Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u, voorzitter. Ik ben het er overigens helemaal mee eens dat als er nieuwe wijken of dingen komen, dat er ook evenredig veel plaatsen bij moeten komen, ook voor woonwagens.

Maar ik begrijp eigenlijk ook in heel het gesprek van, jullie zitten liever toch bij dezelfde mensen op het kamp. Dus op het moment dat er een bijkomt … Er nieuwe plaatsen komen, dan ga je dat toch uit elkaar trekken. Waar is dan meer behoefte aan? De plaatsen die er nu zijn uitbreiden, of toch in de nieuwe omgevingen zorgen voor nieuwe plaatsen waar dan dus nieuwe mensen bij elkaar moeten komen? Daar zit ik een beetje tussen zoeken. De voorzitter: Mevrouw Van Gennep. Mevrouw Van Gennep: Ik denk dat dat persoonlijk gebonden is. Mevrouw Minnebreuker: Voor iedereen verschillend. Mevrouw Van Gennep: Kijk, net als wat Angelina zegt, zij geeft zelf aan van, als er een nieuwe locatie is, daar komen allemaal nieuwe jongeren op. Dan krijg je waarschijnlijk net zo'n kampje als waar ik op woon. Twee man familie, we wonen … We staan maar met elf wagens en zeven huizen of zo. Dus dan sta je met kleine families bij elkaar. Mijn familie is ook uit elkaar getrokken door verhuizing van het grote kamp. Kijk, zij hadden het geluk dat ze bij elkaar konden blijven. Maar een heleboel hebben het geluk niet gehad. Dus ik denk dat voor beide animo is, en voor nieuwe locaties en voor uitbreiding. Ik denk dat je dan heel veel mensen gelukkig maakt. De voorzitter: Dan nog een vraag van de heer Stam, Fractie van Waardhuizen.

60

De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk een opmerking, maar ik zou het voor u in een vraag vertalen. De voorzitter: Fijn. De heer Stam: Er wordt ook regelmatig gesproken over het verdwijnen van het kamp bij de Zwijndrechtse brug. Ik weet niet of jullie de commissies hebben gevolgd, maar volgens mij heeft de wethouder daar een toezegging over gedaan dat dat in ieder geval, mocht het daar verdwijnen, verplaatst wordt. Dus daar wordt wel een nieuwe plek voor gevonden. Is dat bij jullie ook bekend? Mevrouw Minnebreuker: Ja, dat is bij ons bekend. Ze hadden ook al een locatie aangegeven. De voorzitter: Is dit een antwoord op uw vraag? Mevrouw Minnebreuker: Maar wij willen niet weg, snapt u? Wij willen daar niet weg, wij willen daar blijven. Er wordt een hele nieuwe wijk gerealiseerd. Waarom passen wij daar niet bij? Wij wonen daar al. Dus waarom passen wij daar niet in het plaatje? De heer Stam: Voorzitter, als het mag van u … De voorzitter: Nee, u mag geen antwoord geven op die vraag. U mag wel een vervolgvraag stellen. De heer Stam: Ik snap uw stelling wel, alleen er was eerst sprake van weg. Maar het is later dan een toezegging geweest dat het dan overplaatst zou worden. Dus dan heb je een klein stukje winst. Mevrouw Minnebreuker: Ik heb ze er nooit over gehoord dat wij weg moesten. Het was altijd dat wij verplaatst werden, maar nooit weg.

Want dat kan niet, ze kunnen ons niet naar de maan schieten. Ik bedoel, we moeten toch … De heer Stam: We hebben die vraag niet gesteld, dus ik denk … De voorzitter: We houden het weer even centraal. Zijn er nog wat vragen aan de insprekers? Ik kijk even rond. Dat is niet het geval. Dan wil ik jullie hartelijk danken. Jullie mogen blijven zitten waar jullie zitten, als jullie willen. Of niet, dat moet je zelf weten. Maar wij gaan ondertussen verder met, wat is nou het vervolg van deze vergadering? Want we hebben hier een wethouder zitten die eventueel technische vragen kan beantwoorden. Een andere optie is om toch aan de gang te gaan met die oordeelsvormende commissie. Maar daar is wel heel weinig tijd voor, want er staan eigenlijk vier politieke vragen op de agenda, dus dat is niet heel aantrekkelijk. Dus ik wil voorstellen dat we doorgaan met technische vragen aan de wethouder. Wie daarvoor is, knikt, wie daartegen is … Iedereen is voor. Wie heeft er technische vragen aan de wethouder? Mag ik wat handjes zien? Dan gaan we ook weer het rijtje af, maar dan beginnen we dit keer aan uw kant. De heer Stam, Fractie van Waardhuizen.

61

De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Dat haakt ook een beetje in op de opmerking die mevrouw Minnebreuker heeft gemaakt. Die maakte de opmerking dat de uitbreiding van vijf plaatsen bij De Hoop, dat dat een zoethoudertje was. We kunnen wel vertellen dat het niet zo was, maar ik wil wel graag van de wethouder weten wat de stand van zaken is. Want dat is inmiddels wel drie, vier jaar geleden. Er zouden vijf koopplekken komen. Dus ik ben wel benieuwd wat de stand van zaken is van die ontwikkeling. De voorzitter: De wethouder. We gaan gewoon gelijk antwoorden, want anders dan verliezen we het overzicht. De heer Heijkoop: Sorry, voorzitter. U gaat over de orde. Maar is het niet handig als ik even alle vragen noteer in één keer? Anders wordt het denk ik heel erg een vraag-enantwoordspel. Vindt u dat goed? De heer Stam: De voorzitter bepaalt. De voorzitter: Daar gaat eigenlijk de commissie over. De heer Heijkoop: Ook om de samenhang een beetje te bewaken. Want anders is dat … De voorzitter: Als ik de samenhang ga … Ik zie toch wel instemmend geknik. Dan doen we dat op die manier. Heeft u genoeg papier bij de hand? Wie heeft er nog een technische vraag? De heer In ’t Veld, VSP. De heer In ’t Veld: De vraag altijd van, is het inderdaad een technische vraag of een politieke vraag? Maar wat me opvalt inderdaad dat er dus geen huurwagens meer verkrijgbaar zijn.

Dus mijn vraag is van, waarom is dat? Waarom is daarvoor gekozen? Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid om standplaatsen te kopen. Waarom kan dat niet? De voorzitter: Dat zijn technische vragen. Dan gaan we door met de heer Gorter, Op Ons Eiland. De heer Gorter: We hebben die vraag eigenlijk in de vorige commissie al gemaakt. Toen was het naar mijn idee een technische vraag en hij was politiek gemaakt, maar ik ga hem nu weer technisch maken, om het makkelijk te houden. We hebben gevraagd om out of the box te denken. Dat sluit een beetje aan naar aanleiding van wat ik net al hoorde, in hoever er mogelijkheden liggen, we hebben te maken met schaarse ruimte, om bijvoorbeeld omhoog te gaan, plekken te splitsen, andere mogelijkheden. Dus eigenlijk alle andere mogelijkheden eens goed onder de loep te nemen die er nu niet zijn, om tot een oplossing te komen. Dank u wel. De voorzitter: Maar wat is uw technische vraag? De heer Gorter: Ik wil hem niet politiek maken. De heer Van der Meer: Dan moet je hem technisch maken. De voorzitter: Wat is uw technische vraag?

62

De heer Gorter: Kijken of die vakken wel gesplitst kunnen worden. De voorzitter: Maar als dat uw oproep is, dan is dat een politieke oproep. Dan kunt u die misschien beter bewaren tot de oordeelsvormende commissie, toch? Wellicht kan de wethouder ingaan op de technische redenen waarom dat wel of niet zou kunnen, of waarom daarvoor gekozen is. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb drie vraagjes. Wat is de reden waarom je kennelijk maar op twee plekken in mag schrijven, twee locaties? Zijn er concrete plannen voor wat er met locatie op het Maasterras gebeurt? En hoe kan het dat in de vorige sessie is gemeld dat de gemiddelde wachttijd 44 maanden is, terwijl we hier horen, veel langere termijnen? Dank u wel. De voorzitter: Dank. Meer techn… De heer Kolkiliç, denk ik. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Voor nu even twee vragen aan de wethouder. Is er gekeken of kleinere standplaatsen en kleinere wagens tot de mogelijkheden behoren? Ten tweede, een advies, een van de laatste zinnen, daarin staat dat duurzaamheidseisen en nieuwe energienormen de prijzen verder opdrijven met betrekking tot grond. Graag verheldering daarop, want ik kan het niet echt plaatsen. De voorzitter: Nog meer technische vragen? Mevrouw De Groot, Beter voor Dordt. Mevrouw De Groot: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval de insprekers nog heel erg bedankt. Dat wilde ik nog even zeggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/734/documents/29391