CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.3 2023-06-06 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 4 juli 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 20 juni en de Dordtse Dinsdag van 6 juni 2023 Vergaderzalen 1 en 336.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dus wat mij betreft zouden we daar zeker in kunnen voorzien want ik hoor de VVD nadrukkelijk aangeven dat zij het willen hebben over voorrang, maar ik hoor dat GroenLinks ook aangeven en ik kan me zomaar voorstellen dat u daar niet dezelfde voorkeuren heeft, maar u heeft wel de gezamenlijke voorkeur om het erover te hebben. Dus dat gesprek gaan we natuurlijk voor uw hele raad goed faciliteren en daar kunnen we nadrukkelijk ook een aantal andere elementen in meenemen bijvoorbeeld de evaluatie opkoopbescherming voor zover daar al informatie over beschikbaar is. Ja voorzitter, daar gaan we dus tijd voor nemen, met de regio een traject lopen, er komt nieuw stevige wetgeving aan. We zijn de routekaart wonen ook aan het uitwerken. Daar hebben we een aantal elementen al in opgenomen die we in de huisvestingsverordening straks willen opnemen. Daar staat bijvoorbeeld ook hospitaverhuur bij. Dat raakt heel nadrukkelijk de wens om het ook over verkamering te hebben vanuit de raad. Dat gaat eigenlijk voor een groot deel over hetzelfde, waarbij ik u wel in herinnering wil geven en een aantal van u liep denk ik tegen die tijd al mee, want anders is het echt opa vertelt, dat er in het verleden een taskforce zelfs was waar het ging over verkamering.

Dit werd als een groot probleem gezien in deze stad en het college destijds, dan hebben we het over de periode 2010 2014 heeft daar heel krachtig op gehandeld omdat het echt leefbaarheidsproblemen gaf. Want we zagen dat daar, nou ja, dat dat net een beetje een kant van de samenleving die daarmee zichtbaar werd die we eigenlijk, nou ja, wel echt schrijnend zouden kunnen noemen. Tegelijkertijd hebben we ook al behoefte aan een wat fijnmaziger gesprek daarover omdat wij natuurlijk ook zien dat de binnenstad inderdaad als het gaat over studenten daar zit ook echt wel een wenselijkheid om de leefbaarheid te versterken. Maar leefbaarheid en levendigheid, het staat allemaal op gespannen voet met elkaar. Sociale veiligheid werd genoemd, nou ja, het is inderdaad net iets anders dan de leefbaarheid maar we moeten daar echt wel een heel zorgvuldig gesprek over voeren want we zijn er niet voor om heel de binnenstad vol te zetten met kleine kamertjes en we hebben al honderden kamers gerealiseerd de afgelopen tien vijftien jaar. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter ja, ik vind het wel weer mooi hoe de wethouder aangeeft: we willen niet de hele binnenstad volproppen met kleine kamertjes. Ik bedoel, dat is volgens mij niet het beeld wat gevraagd werd of wat geschetst werd. En ik wil er wel op wijzen, 41

het is terecht dat in 2010 dat er toen heel veel problemen waren, maar dat waren ook weer bepaalde gebieden en bepaalde straten. En daarom vond ik de opmerking van de SP wel heel goed: laten we wel even kijken wat, ja, over in welke context dat we het hebben over die verkamering. En niet, nou ja, over de excessen die toen geweest zijn want dat was inderdaad toen, we leven nu dertien jaar of veertien jaar verder en er zijn wel wat dingen in de samenleving ook veranderd. De heer Heijkoop: Zeker voorzitter en er zijn ook nog een aantal dingen hetzelfde gebleven en er zijn ook nog een aantal zaken fors verergerd. Dus dat alles pleit voor een heel zorgvuldig gesprek. Wij hebben bijvoorbeeld ook de beleidsuitgangspunten dat woningen moeten tenminste zeventig vierkante meter zijn. Nou, wij krijgen geregeld verzoeken: joh, kan het niet iets kleiner, is een beetje ouderwets. Nou, op onderdelen kunnen we daar ook echt wel in meegaan en we maken er ook wel eens een uitzondering op. Maar we zijn ook alweer terughoudend om te zeggen: nou weet je, alle plannen mogen ook voorzien in kleine appartementen van veertig vijftig vierkante meter want voor je het weet krijg je slechte kwaliteit woningen waarbij winstmaximalisatie op de voorgrond staat vanuit de ontwikkelaar en dat heeft onze stad gewoon niet nodig. Dus dat moet je, dat gesprek moet je zorgvuldig en goed voeren.

De voorzitter: Mevrouw Kamphuis.

Mevrouw Kamphuis: Ja, mijn hersenen gaan niet zo snel als mijnheer Heijkoop kan praten maar hij zegt net, sorry, dertien jaar geleden met, ja, bijvoorbeeld met die huisjesmelkers. Die problemen hebben we van geleerd mag ik hopen en dat wil niet zeggen dat je de, ja, verhuur weer terugbrengt naar die tijd. Als je kleinere kamers verhuurt kan dat, ja, geregeld worden, gezien worden en dan heb je niet een huisjesmelker die dat allemaal regelt, verschillende verhuurders. De voorzitter: Kortom, het kan anders als je maar goed regelt, dat wilt u eigenlijk de wethouder voorhouden, ja. De heer Heijkoop: Nou en daar heeft mevrouw Kamphuis helemaal gelijk in. En ik ben ook, ik luister ook goed naar uw raad en als de heer Groenewege aangeeft: ja, vanuit de huidige verordening is het bijna onmogelijk om dat nog daar nog in te voorzien. Nou ja, we moeten daar echt naar kijken. Ik heb er ook wel eens met andere raadsleden over gesproken die bijvoorbeeld bereid waren in de omgeving een bereidheid was om bijvoorbeeld ook kamers beschikbaar te stellen en dat dat dan echt wel heel ingewikkeld is. Maar ik herhaal wel mijn pleidooi om dat echt heel zorgvuldig en goed met elkaar te bekijken, omdat misstanden altijd op de loer liggen. En er zijn veel mensen van goede zin, maar er zijn ook veel mensen helaas die rijk worden van uitbuiting.

En volgens mij is deze raad unaniem van mening dat we dat in ieder geval tegen moeten gaan. Maar ik zeg: doe, oh, ik wou bijna iets toezeggen. De voorzitter: Nee, ik ben heel nieuwsgierig, wat wordt er toegezegd, dat mag eerst. De heer Heijkoop: Nou ja voorzitter, ik wou zeggen ik zeg u toe om hierover in gesprek te gaan in zo'n consultatiebijeenkomst en dan ook misschien wel wellicht ook een aantal 42

knoppen aan te reiken: waar kan je aan denken en wat zijn ook de gevolgen van bepaalde keuzes die je kan maken? Ik durf u dat ook iets duidelijker toe te zeggen omdat wij inmiddels ambtelijk ook weer bijna helemaal op sterkte zijn. Ja, dat klinkt wat flauw maar er is ongelooflijk hard gewerkt door heel weinig mensen het afgelopen jaar en nu kunnen we ook beter dit soort bijeenkomsten goed voor u faciliteren dus daar zouden we daar na de zomer in kunnen voorzien. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, dank. Mooie toezeggingen van de wethouder trouwens. Alleen ik wilde nog wel even aangeven: we leven niet meer toen, wat mevrouw Kruger aangeeft. En we moeten juist kijken, er is zoveel krapte op de woningmarkt dat we wel innovatief moeten zijn met het zoeken naar beschikbare ruimte. En dat kan dan misschien wel wat kleiner zijn, ja, ik ben het dan niet helemaal eens met wat de ChristenUnie/SGP over sociale veiligheid, we moeten ergens de mensen wel huisvesten en dan worden dat kleinere woningen. Maar ik ben in ieder geval blij met de toezegging van de wethouder en als mensen zich niet aan de regels en aan de wet houden, dan moeten we daar gewoon keihard op handhaven. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Een kleine toevoeging op wat mevrouw Stolk aangeeft.

Ik vind die consultatiesessie zoals dat genoemd is en ook de toezegging van de wethouder geweldig. Ik wil er zelfs nog iets aan toevoegen: laten we zo kijken of we zoeken naar innovatieve mogelijkheden, kunstenaars, kinderen inzetten, wie wat waar hoe, die hebben vaak zijn vrijdenkers, die hebben vaak hele goede ideeën om dit vorm te gaan geven. Ik bedoel, we moeten hier niet met zijn 39en in de raad over buigen. Er zijn fantastische mensen die daar iets over kunnen vinden. Dus en ik ben blij te horen dat de ambtenaren weer min of meer op sterkte zijn. Dus mogelijk kan ook zoiets erbij georganiseerd worden. De voorzitter: De heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, we gaan dat gewoon heel goed met u voorbereiden en ik hoop eigenlijk dat er misschien wel een enkeling van u even mee kunnen denken hoe zo’n consultatiebijeenkomst goed kunnen voorbereiden zodat het ook echt recht doet aan de vraag die u heeft. Als het gaat over die binnenstad, dan wil ik u wel meegeven: we hebben echt al de laatste tien jaar vijftien jaar best wel veel getransformeerd en gerenoveerd en ook op dit moment worden er nog steeds kamers, kleine appartementen, iets grotere appartementen gerealiseerd. En die stad, die binnenstad ziet er echt wel beter uit dan tien vijftien jaar geleden.

Ook de kantorenvoorraad hebben we in belangrijke mate getransformeerd dat we daar nu zelfs van zeggen, collega Burggraaf heeft dat ook wel eens met u gedeeld: nou, we zijn daar wat terughoudend in, want we komen straks klem te zitten met onze kantorencapaciteit. Dus het is niet zo dat er niks gebeurd is maar wij zien wel dat ook al is het alleen maar door de demografische ontwikkeling, dat er steeds meer eenpersoonshuishoudens komen en dat er inderdaad ook kwetsbare groepen zijn, dat er met de komst van statushouders die vaak ook een of 43

twee personen dat je daar ook kleinere huisvesting voor nodig hebt, dat je daar het gesprek over wil aangaan. Maar altijd wel een balans tussen die leefbaarheid, levendigheid en de kwaliteit van je totale woningvoorraad. Voorzitter, als het gaat over die creativiteit en die tijdelijkheid … Mevrouw Stolk: Mag ik daar nog een suggestie aan toevoegen? De voorzitter: Een suggestie, ja natuurlijk. Mevrouw Stolk: Als we het dan toch zo'n consultatie hebben, zou ik dat graag eens een keer met elkaar gewoon met de commissie eens daarover hebben om het kernwinkelgebied compacter te maken, want wij zien daar echt kansen als je je kernwinkelgebied gaat verkleinen dat je aan de randen als je het compacter maakt aan de randen en dan … Ja, bijvoorbeeld, nee maar ook studentenwoningen om het levendig te houden en zodat dat kernwinkelgebied compacter wordt waar meer winkels en aan de buitenkant meer voor, nou, waar de wethouder het over heeft over eengezinswoningen of dat je die panden gaat verdelen zodat er meer ruimte is voor woningen want we moeten daar echt innovatiever in zijn. De voorzitter: Zodat je en meer kamers creëert of meer woningen creëert en de levendigheid behoudt. Mevrouw Stolk: Precies. De voorzitter: Gaan we naar de wethouder. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, ik denk dat collega Burggraaf uitziet naar het debat daarover.

Zijn voorganger heeft in ieder geval veelvuldig gevoerd. Het is altijd een ingewikkelde discussie hoe je omgaat met een kernwinkelgebied, het is ook altijd een ingewikkelde discussie vooral ook in de binnenstad zelf, met winkeliers en dergelijke. Maar het is wel een discussie die je moet blijven voeren, want je ziet dat het winkelaanbod verandert, het horeca aanbod verandert. En nou, ik weet zeker dat vanuit college er bereidheid is om dat gesprek met u te voeren. Of je dat direct moet koppelen aan een huisvestingsverordening is een tweede, maar dat laat ik verder aan uw raad. Voorzitter, ik heb nog een aantal punten openstaan, even voor wat het betreft het proces. Ik zou mij kunnen voorstellen deze huisvestingsverordening is net ietsje beter dan de vorige, want hij is geactualiseerd en er zijn wat dingen in aangepast, hij moet inderdaad per 1 juli worden vastgesteld, dat gebeurt overal in de regio. Maar dat we na de zomer met elkaar dan zo'n consultatiebijeenkomst beleggen, dat we dat ook voorbereiden en dat u daarmee ook richting gaat geven in de nieuwe huisvestingsverordening wat daar allemaal in moet komen te staan. Ik denk dat u dan als raad goed in positie bent, dan kunnen we ook de nieuwste wet- en regelgeving meenemen en ook de meest actuele cijfers en ook de uitwerking van de routekaart wonen, dan komt het allemaal goed bij elkaar.

Dan nog enkele losse inhoudelijke vragen. Als het gaat over tijdelijke woningen, over containers en ook de statushouders, dat werd vanuit Forum werd die groep er even uitgelicht als zijnde een voorrangsgroep waar je misschien anders mee zou kunnen omgaan. De creativiteit hebben wij echt wel aan de dag gelegd. En het klopt inderdaad op het Leerpark daar hadden we een plot over, daar hebben we destijds van bij gezocht van wat zouden we daar kunnen doen. Nou, daar 44

konden dus tijdelijke studio's neerzetten. Die zijn inmiddels gerealiseerd, daar wonen ook met name jongeren, 333 studio's. Echt klein, maar voor heel veel jongeren een hele mooie oplossing. Die staan er tijdelijk en daardoor kon het ook want daar, dit kon daar niet definitief worden neergezet bestemmingsplan technisch. En we zijn altijd op zoek naar dit soort oplossingen. Dezelfde minister als die net al even de revue passeerde heeft in een enthousiaste bui enorm veel duizenden tijdelijke containerwoningen laten bouwen. Die heeft hij nu ergens opgeslagen want hij kan ze nog niet helemaal kwijt en hij heeft ook inderdaad, dat klopt, ja, daarmee zeg ik niks geks, hij heeft inderdaad een oproep gedaan: beste mensen, wie wil mij van deze tijdelijke woningen afhelpen? Nou, wij zijn in Dordrecht ook aan het kijken, we hebben misschien een locatie waar we inderdaad een aantal van deze studio's kunnen neerzetten. Maar om, ja, omwille van de gevoeligheid deel ik die nog niet met u, maar we zijn er wel serieus naar aan het kijken of we hem toch van een paar van die studio's kunnen afhelpen en dan inderdaad voor kwetsbare groepen of voor statushouders of, nou ja, in ieder geval daar zijn we wel nadrukkelijk naar aan het kijken. En die gedachte en die zoektocht blijft gaan en collega Burggraaf heeft daar inderdaad recent nog met u over gesproken, ook met de vorige raad.

Altijd aan het kijken: waar zouden we dat kunnen doen? Tegelijkertijd hebben we ook een forse stedelijke ontwikkeling, nou, we hebben heel veel gebiedsontwikkelingsplannen, verdichting in de binnenstad en die staat soms op gespannen voet met een tijdelijke invulling van het terrein. Dus ja, niet alles is mogelijk, maar we zijn altijd op zoek. Dat is destijds ook gebeurd toen de wens bestond om een azc te realiseren en daar moesten we ook best wel onorthodox kijken: ja, wat kan er wel in plaats vanuit belemmeringen en daar is uiteindelijk ook de locatie uit voortgekomen. Dus u mag op de creativiteit van het college rekenen voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop, nog een paar dingen zitten nog. Kan er aandacht zijn voor kinderen die waarvan ouders overleden zijn en die blijven zitten in sociale huurwoning, punt drie van Partij voor de Dieren. De heer Heijkoop: Ja voorzitter, dat punt dat heeft, ik heb dat ook gehoord bij de technische sessie en dat leidt soms tot hele schrijnende verhalen. Ik meen maar dat zou ik even moeten checken dat minister Ollongren destijds nog daar wel wetgeving op gemaakt heeft dat echt niet meer zo zou moeten zijn dat je, nou ja, mede kan huren als kind zeker als je mantelzorg geleverd hebt en dat je dan de woning kan overnemen, in ieder geval het huurcontract, alleen dat moet je dan wel tijdig regelen.

Maar ja, wat mij betreft nemen we deze ook nadrukkelijk mee bij die consultatiebijeenkomst of we daar ook als gemeente nog iets in kunnen doen. Ik denk dat onze rol daar vooral in gelegen is om met de corporatie in gesprek te gaan dat zij mensen er proactief op wijzen dat die mogelijkheid bestaat. En ik zeg heel eerlijk, het gebeurt ook wel eens dat kinderen, ja, er gebruik van maken, want ja, die zijn, logisch hoor, want die zijn op zoek naar een woning en die denken: op die manier zou dat misschien kunnen. En dan geef ik u wel mee en dat is eigenlijk de alomvattende opmerking die ik wel mee wil geven, als je de ene voorrang geeft, gaat het altijd ten koste van de ander. Ik heb de laatste maanden heel veel gesprekken gevoerd, ook zelf met mensen die afgewezen zijn voor een voorrangsverklaring, in bezwaar zijn gegaan, weer afgewezen, nou, uiteindelijk kunnen zij een hoorzitting aanvragen en ik heb echt hele heftige gesprekken gevoerd met 45

mensen. En soms besluit je dan om een voorrangsverklaring af te geven en soms moet je toch ook zeggen: ja, hier kan ik dat gewoon niet doen want er zijn andere mensen die ik dan daarmee dupeer en dat is echt een ingewikkelde afweging die je moet maken. En het is goed dat er een huisvestingsverordening is en het is ook goed dat er een platform uitvoering voorrangsregeling is. Maar ik vind ook eigenlijk wel goed en daarom doe ik die gesprekken ook vaak zelf, dat je ook als wethouder zelf je bewust bent van in welke dilemma’s mensen verkeren en ook in welke nood ze soms verkeren. Geanonimiseerd waren er wat, was er wat casuïstiek met u gedeeld zag ik. Tot slot voorzitter, de motie vanuit de Fractie van Waardhuizen gaat over de wet goed verhuurderschap. Forum voor Democratie had daar in repliek wel vond ik een zeer zinvolle bijdrage. Wij zitten daar wel een beetje mee. Kijk, deze wet is een mooie wet, die wet goed verhuurderschap. Nou, daar is hij weer, de minister heeft deze wet door de Kamer geloodst maar die heeft er erg weinig middelen meegegeven aan gemeenten. We hebben 70.000 euro beschikbaar. Wij kunnen niet proactief door heel de stad trekken om verhuurders aan te pakken. Dus we proberen dat op een manier te doen dat mensen, wij willen vooral heel erg inzetten op dat mensen zich gaan melden, heel actief onder de aandacht brengen wat hun rechten zijn.

We hebben een meldpunt ook hiervoor in het leven groepen enkele jaren terug om op die manier toch het maximale eruit te halen. Als we echt onze aanpak enorm zouden willen opschalen, ja, dan gaat het over enorm veel middelen die we helaas niet hebben. Dat is ook wel een politieke afweging, maar ik zeg u heel eerlijk ook met de pet van wethouder financiën op, dat we eigenlijk geen ruimte hebben in de begroting om hier fors op uit te breiden. Dus u kunt ons wel aanspreken op het zo goed mogelijk inzetten van die middelen maar deze motie die is eigenlijk in die zin heel lastig uitvoerbaar omdat het vraagt eigenlijk gewoon een enorme, tenminste dat deel van de motie vraagt enorm veel extra inzet en die, ja, die is gewoon echt niet beschikbaar. Dan tot slot voorzitter en dan ga ik u, hoop ik dat we het nog redden in de tijd. De voorzitter: Dertig seconden. De heer Heijkoop: Dat gaat lukken. Er was ook een vraag over het Lijnbaangebied, GroenLinks en Op Ons Eiland kwamen daarop terug. De vraag was: ja, dat moeten we wel zorgvuldig doen met die screening. Ook de vraag: joh, als het zo goed werkt, doen we dat dan niet op andere plekken? Nou eigenlijk is dat dezelfde kant van de medaille. Het is best wel een zwaar instrument, het werkt goed, maar je moet dat wel heel voorzichtig doen, heel goed onderbouwen, etnisch profileren ligt altijd op de loer.

We hebben het Lijnbaangebied er sterker mee gemaakt omdat je toch in kan grijpen op het moment dat de leefbaarheid achteruitgaat doordat een bepaalde concentratie van overlast plaatsvindt. Maar je wil ook niet daarin doorschieten dat mensen op den duur geen plek kunnen vinden. Dus we hebben daar heel goed naar gekeken, besloten om het op deze plekken door te zetten. Dat doen we nadrukkelijk ook in samenspraak met politie en dergelijke en met de corporatie natuurlijk. Maar ja, we zijn, we willen dit eigenlijk op dit moment niet uitbreiden. In de toekomst kan het wel zijn dat het op een ander gebied dat het dan meer een gepast instrument is en dat je het dan bijvoorbeeld hier opheft. Maar dat is voor nu de keuze. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk en mevrouw Kamphuis ook en verder ‘…’

46

Mevrouw Stolk: De wethouder ratelt door, ja ja ja, nee, helemaal goed. Alleen ik had nog gevraagd van als we dit vaststellen, wat stellen we dan vast en wat heeft dat voor consequenties? Wij hebben twee initiatiefvoorstellen ingediend met andere partijen, zit daar een overlap op of en misschien hebben andere mensen ook nog moties of amendementen daarover ingediend. Bijt dat elkaar? De heer Heijkoop: Heel kort voorzitter: nee, dat bijt elkaar niet. De initiatieven vanuit de raad rondom Knarrenhofjes en ook de vragen, het voorstel rondom woonwagens dat gaat veel meer over de inpassing van bepaalde plannen. Daar ziet deze verordening niet op, dus u heeft geen enkel beletsel om deze verordening vanuit dat perspectief vast te stellen. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik hoorde via u voorzitter mijnheer zeggen: ja, er kunnen misbruik van gemaakt worden met die kinderen, maar niet als die kinderen al heel lang in dat huis wonen. Kunt u dan geen onderscheid maken? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, deze verantwoordelijkheid ligt primair bij de corporaties. Ik wil u zeker toezeggen om dat nog eens bij hen onder de aandacht te brengen maar ze zijn het zichzelf goed, ja, echt wel van bewust dat dit speelt. Eigenlijk wordt er vaak ook wel een goede oplossing gevonden.

Corporaties zijn niet altijd bereid om kinderen te laten wonen want even heel zwart wit, het gebeurt ook wel eens dat een vijfkamerwoning of een vierkamerwoning achterblijft en dat er dan een dochter blijft wonen. En dan zegt de corporatie: nou, wij willen u graag huisvesten dus u kunt een woning huren maar deze woning willen we eigenlijk beschikbaar krijgen voor een gezin met jonge kinderen. Dus op dat niveau vindt dat gesprek vaak plaats. Maar volgens mij is het ook bij wetgeving nu wel geregeld dat kinderen zich dus bij hun ouders, nou ja, medehuurder kunnen worden en daarmee het kunnen continueren. Maar ik vind het wel goed dat de corporatie altijd een gesprek aangaat, dat doen ze trouwens ook waar het gaat over ouderen die door verhuizen, om hen zo passend mogelijk te laten wonen. De heer Kolkiliç: Voorzitter? De voorzitter: Nou, eigenlijk kan het niet meer. De heer Kolkiliç: Het is een aanvulling op hetgeen wat de wethouder zei. Zover ik het weet kunnen inwonende wees van 18 tot en met 27 jaar twee jaar lang blijven wonen in de woning waar ze met hun ouders hebben gewoond. De voorzitter: Dank u wel voor de aanvulling. Dan gaan we nu naar de volgende ronde. Eigenlijk zou er nu nog de tweede termijn moeten doen, ik vat even samen. Er is een toezegging gedaan door de wethouder dat er een consultatie kan komen.

Dat zou dan betekenen dat je toch wel eerst die verordening vaststelt, dat er daarna zo snel mogelijk consultatie komt waarin we dan ook het meteen alle actuele gegevens mee kunnen geven en dat we dan toewerken naar een nieuwe verordening. Dus we moeten het daar even met elkaar over hebben, hoe staan we erin. De heer Groenewege.

47

De heer Groenewege: Ja, over die consultatie. Het is een mooi middel als je weinig tijd hebt, maar het is niet een heel zorgvuldig middel. Eigenlijk merk ik bij, proef ik bij veel partijen, bij het CDA en ook bij de wethouder zelf onder andere, de wens om een heel zorgvuldig gedegen proces te hebben om te kijken wat zijn nou de uitgangspunten voor die nieuwe huisvestingsverordening? En ik denk een manier om dat goed te doen is door een startnotitie te krijgen voor de nieuwe huisvestingsverordening met een aantal kaders voor wat daarin komt aan principes en richtingen vanuit het college, dat we daar dan beeldvormende en oordeelsvormend in het najaar als raad over in gesprek gaan en dat we dan als raad kaders kunnen meegeven door bijvoorbeeld die startnotitie te amenderen of moties aan te nemen. Ik vind dat een veel zorgvuldiger proces dan een of andere consultatiesessie die we ertussendoor gooien. De voorzitter: U stelt dus voor om ook een startnotitie te laten aanleveren op basis waarvan we die consultatiegesprekken ook aangaan. Zoiets, combinatie? De heer Groenewege: Ja en dan beeldvormend oordeelsvormend. De voorzitter: Beeldvormend en oordeelsvormend. Reacties, de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, ik vind het best een goed voorstel en van mij mogen we het ook zo doen, want volgens mij willen we materieel gewoon hetzelfde.

Ja, misschien inhoudelijk niet, maar qua proces wel. Het enige is bij een kadernota normaal gesproken, of niet een kadernota, bij een startnotitie gaat het normaal alleen over proces en nu willen we ook inhoudelijke uitgangspunten meegeven. En volgens mij moeten we niet allemaal al te moeilijk doen, als we met elkaar afspreken dat we dat dan ook gaan doen, dan vind ik het prima. De voorzitter: Wie wil daarop reageren? De heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, op zich een begrijpelijk voorstel. Ik vraag me wel af, startnotitie hebben we toch meer het idee dat je bij een greenfield nieuw beleidsstuk gaat maken en toch binnen de huisvestingsverordening hebben we zowel vanuit onze eigen bestaande verordening als vanuit landelijk toch wel de nodige kaders. Dus ik denk dat je een consulterende sessie, even los van hoe je hem precies invult, best wel gericht kan doen op een aantal keuzes. Dus ik weet niet of je daar per se een heel, het mangel van een startnotitie met alle ambtelijke capaciteit doorheen zou moeten. Wat mij betreft zou het praktisch kunnen en als we het goede gesprek met elkaar kunnen voeren. De voorzitter: Oké. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ja, als dat zo zou zijn, dan zou je geen onderscheid hebben tussen een beleidsarme huisvestingsverordening en een beleidsrijke huisvestingsverordening.

Kennelijk zijn er toch nog best wat ‘…’ die wij als raad kunnen maken. Dus ja, ik zou bij mijn voorstel willen blijven. De voorzitter: De heer Groenewege blijft bij het voorstel. Ja, ik zit even met een praktisch puntje, we moeten eerst even het hebben over nu die verordening. Kan die zoals die nu is naar de raad? En het wordt sowieso dus een bespreekstuk omdat er moties en amendementen zijn aangekondigd. Ik weet niet in hoeverre die overeind blijven. 48

De heer Van Leeuwen: Nou op zich gegeven de omstandigheden, wethouder heeft het wat mij betreft goed geformuleerd, zullen wij akkoord gaan maar dan wel met een stemverklaring op 20 juni. De voorzitter: Ja, Fractie van Waardhuizen. De heer Van Leeuwen: Tenzij andere mensen ook met een motie komen, want dan is het een bespreekstuk geworden. De voorzitter: Die, ja, die snap ik. Mevrouw Van Waardhuizen. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Ja voorzitter, ik ga hier even heel formeel op antwoorden en dat is dat ik het even meeneem terug de fractie in. De voorzitter: Ja logisch. Zoals het er dan nu uitziet wordt het sowieso een bespreekstuk, dan moeten we het ook nog over hebben twee minuten of vijf minuten. Ja, omdat er een motie is. De heer Van der Kruijff: Als het een bespreekstuk wordt dan wordt het vijf minuten, dan gaat het CDA denk ik ook twee drie moties en amendementen indienen maar dat heeft niet mijn voorkeur. Dus ik zou echt een appel op de andere fracties willen doen om gewoon, want die vragen ook om richting naar de toekomst en niet op een aantal punten om dat gewoon of nou startnotitie is of hoe het precies voorbereiden. Ik vond het voorstel van de wethouder, laat twee of drie mensen vanuit de raad met elkaar het ook even voorbereiden hoe je het precies wil hebben best een aardige. En mijnheer Groenewege heeft er uitgesproken ideeën over, ik misschien ook.

Ik zou dat heel graag met hem samen willen doen om daar even het proces in te richten hoe we dit nou willen doen, de andere fractie consulteren het. De voorzitter: De heer Schalken was eerst. De heer Schalken-den Hartog: Ja voorzitter, er zijn volgens mij voldoende toezeggingen gedaan, ook vanuit de commissieleden hier dat wij met elkaar graag dieper op in willen gaan om straks dadelijk in de nieuwe situatie tot een goede nieuwe verordening te komen, waar ook de nieuwe landelijke regels in zijn verwerkt. En dat zou wat ons betreft betekenen dat we het nu, voor nu het stuk wat er nu ligt gewoon als hamerstuk kunnen vaststellen. Maar wanneer er een motie komt dan zou de bespreking zich wat ons betreft dan richten alleen op de bespreking van het eventuele motie of amendement, als die toezegging er ligt om er straks nader uitgebreid erop in te gaan. En het lijkt mij inderdaad ook een goed idee dat, nou ja, bijvoorbeeld de heer Van der Kruijff en de heer Groenewege in de voorbereiding meekijken hoe we tot het beste voorstel richting de commissie kunnen komen als zij dat ook zien zitten om dat te doen. De voorzitter: Ja, dank u wel. We moeten echt tempo maken. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ja, gewoon afsluitend wat mij betreft. Ben het helemaal eens wat de heer Den Hartog, Schalken, ik zeg altijd Den Hartog. De voorzitter: Schalken Den Hartog. 49

Mevrouw Kruger: Schalken Den Hartog aangeeft. En een beetje flauw van de heer Van der Kruijff om te zeggen van als we dan met moties komen dan komen wij ook met een berg moties, vind ik een beetje kinderachtig. Maar het gaat mij er meer om, wij hebben met z’n allen geconstateerd dat zoals de heer Den Hartog aangeeft, Schalken aangeeft, dat het waarschijnlijk gewoon een hamerstuk wordt. En als zo niet, als een motie toch wordt gehandhaafd en ik vind, ja, iedereen staat in zijn recht om moties in te leveren en mevrouw Van Waardhuizen heeft aangegeven dat ze terug meeneemt naar de fractie. Dus mogelijk wordt dat gewoon goed afgehamerd. De voorzitter: Mijnheer Van der Kruijff, u wilde nog wat toevoegen. De heer Van der Kruijff: Nou voorzitter, nee, ik even, er wordt zomaar aangemeten dat het kinderachtig is. Ik meende dat verre van kinderachtig. Het CDA heeft echt een aantal inhoudelijke wensen voor de toekomst van de huisvestingsverordening en als we met elkaar kaders gaan meegeven, als andere fracties dat ook gaan doen, het is ook een soort gentlemen’s agreement met elkaar hier, dan willen wij dat ook doen. Dat is het, meer niet. De voorzitter: Oké, we sluiten nu een stukje af. Dit gaat in principe als hamerstuk door, tenzij er moties komen.

En als ik dan, zouden we het dan kunnen houden op twee minuten als het zover zou komen? En dan is er verder de toezegging dat er een consultatiesessie komt en dat een paar mensen dat gaan voorbereiden. In elk geval, ik meen enthousiasme te speuren bij de heer Groenewege, de heer Van der Kruijff. Zijn er nog, is er nog een derde? En stemt iedereen daarmee in? De heer Heijkoop: Voorzitter, ik kan me voorstellen dat dan iemand van de griffie en beleidsmedewerker wonen dan ondersteunen, ja. De voorzitter: Ik zag daar nog iemand, de heer Noldus geeft zich nog op. De heer Noldus: Ja, graag bereid om daarbij te helpen als er versterking nodig is. De voorzitter: Kan dit instemming? En iedereen kan input leveren natuurlijk. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, even als laatste. U gaf aan inderdaad als het op moties en amendementen aankomt dat het dan een spreektijd van twee minuten is. Wat ons betreft beperken we het bespreken dan echt tot de ingediende moties en amendementen en gaan we niet alsnog allemaal een riedeltje doen. De voorzitter: Daar ben ik het van harte mee eens en ik denk de meeste mensen hier en het zou mooi zijn als we ons daar ook aan houden. Ik sluit deze vergadering.

50

4. Uitbrengen Concept Zienswijze Jaarstukken '22, Herziene begroting '23 en Begroting '24 Dienst Gezondheid en Jeugd - Raadsvoorstel Voorzitter: J.F. van Vugt-Roose raadsgriffier: D.G.H. van Poppel / B. Verkooijen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. De Feijter (CU/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Kwaak (VVD) Dhr. Laban (CU/SGP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. De Koning (ambtelijke ondersteuning) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden

De voorzitter: Goedenavond allemaal. Er is, excuses dat we wat te laat beginnen, de vorige vergadering was zelfs nog moeilijk om die niet nog langer te laten uitlopen. Ieder hartelijk welkom. We gaan even een rondje maken voor het verslag, dat is dan altijd weer goed. Laten we hier links beginnen. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. Zonder bordje deze keer. Mevrouw De Koning: Eline de Koning, beleidsadviseur gezondheid en jeugd. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Kwaak: Peter Kwaak, Dordtse VVD. 51

Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Verkooijen: Bas Verkooijen, commissiegriffier. De voorzitter: En Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. Waarom zijn we hier bij elkaar? We hebben het vanavond over de zienswijze die uitgebracht moet worden vanuit onze raad richting de Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid. En wordt ook gevraagd om iets te verwerken, dat gaat over de extra kosten uit de herziene begroting 2023 van bijna drie miljoen en de begroting van 2024 van een dikke viereneenhalve miljoen, om dat te verwerken bij de bestuursrapportage 2023 kadernota 2024. De zienswijze, nou, het gaat dus om al die stukken die zijn bijgeleverd en het is aan de commissie om de zienswijze over te nemen of om deze aan te passen. Definitieve concept moet in de gemeenteraad worden vastgesteld, de eerstkomende gemeenteraad en dan moet het worden doorgestuurd aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Welke fracties willen hierover op dit moment het woord voeren? De heer Kwaak en de heer Laban en de heer, nou, ik zie er een heleboel. We beginnen met de heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank voorzitter. Terugkijken is altijd makkelijker dan vooruitkijken weten we allemaal.

2022 corona, de nasleep, niets was te voorzien. We hebben begrip voor het tegenvallende resultaat. De herziene begroting van 23 roept ons op te lobbyen voor de extra rijksmiddelen. Mijn mail naar Den Haag is al onderweg. Als gemeente is er de laatste jaren verre inzet geweest voor de jeugd. Wij willen allen dat er niemand tussen wal en schip valt, zeggen we altijd. Realistisch vergroten is een pre. Onze gemeenschappelijke regelingen laten ons zien dat door meer te doen dat geld gaat kosten en de tekorten gaan oplopen. Ik heb ze alle drie eens op naast elkaar gelegd, de gemeenschappelijke regelingen. De zienswijze van omgevingsdienst staat: wij verzoeken u dan ook om aan te geven waar binnen de OZHZ bezuinigingen mogelijk zijn. Bij de zienswijze van de veiligheidsregio: hier roepen wij u op tot het uiterste in te zetten om te zorgen dat de kosten niet tot een structurele verhoging leiden. We weten allen dat de kosten oplopen en onze begroting onder druk staat. De zienswijze van de Dienst Gezondheid en Jeugd stemt alle, staat alleen dat met hen het gesprek willen aangaan het ambitieniveau bij te stellen. Ombuigingsmaatregelen dus. Naar de toekomst investeren en het algemeen te spreken voor de kosten van de dienst. Mijns inziens is dit zwak geformuleerd. Sorry, ik moet even stoppen, ik heb het een beetje benauwd. De voorzitter: Ja, ik hoor het. We komen straks bij u terug.

Dan gaat de heer Laban eerst even verder. De heer Laban: Ja, dank u wel voorzitter. Fractie van ChristenUnie/SGP steunt het college in het compliment dat zij de dienst geven.

52

Afgelopen jaar was toch een lastig jaar met in veel sectoren een hoog verloop in medewerkers. Knap dat er zo'n inhaalslag is gemaakt door de dienst. De gevraagde extra bijdrage is lager dan verwacht hoewel we dat soort dingen soms maar beter niet hardop zeggen. De door het college gevraagde lobby naar het Rijk voor extra compensatie steunen wij dan ook van harte. Ook zijn we benieuwd naar de uitleg van het hoge aantal geraamde hoortaken in 2024. Dit wijkt wel sterk af van de aantallen in voorgaande jaren. Ook zijn we benieuwd naar de reactie van de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid op de berekening van het college, waardoor een kostenafname van anderhalf miljoen wordt verwacht. Samenvattend kunnen we instemmen met de voorgestelde zienswijze van het college. De voorzitter: Dank u wel. Is er meer nodig? Ja. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mijns inziens is dit zwak geformuleerd dan bij de andere GR, maar ik ga ervanuit dat alle GR in de praktijk het zeker zijn. Wellicht kan de wethouder bevestigen of de manier waarop dit is bij de andere GR ook gebruikelijk voor de DGJ. Daarnaast wordt er natuurlijk in de concept zienswijze weer terecht opgemerkt dat wij als raad zelf de kaders stellen voor de DGJ.

Ik wil daarom de andere raadsleden oproepen om bij de volgende heroverweging van de DGJ scherp mee te denken zodat de stijging van de kosten niet in de weg komt te zitten in het uitvoeren van de taken van de DGJ. Tot slot voorzitter en ik rond af, samen met Karin heb ik een agenderingsverzoek gedaan en samen hopelijk met in alle op een andere manier te kijken naar de jeugdzorg. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Boom en ook bedankt voor het afmaken, sorry, mevrouw Lammens. Ik hoorde net even de naam Karin en toen ging de andere belletje af. Zo gaat dat. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, bedankt voor deze gelegenheid. Ik moet straks wel om half tien weg naar een andere commissie. Dus wellicht dat ik de antwoorden mis maar dat luister ik dan weer terug. Voorzitter, kort vanuit Op Ons Eiland. Voorzitter, Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid heeft een heel nobel streven om onze gezondheid en die van onze jeugdigen, nou ja, daarvoor te waken en ervoor te behoeden dat het misgaat. Dus wat dat betreft die intrinsieke motivatie die deze instelling uitdraagt, dat ondersteunen wij wel. Echter wij maken ons ook wel zorgen over het gegeven dat we eigenlijk al jaren tegenaan lopen dat de sluitende begrotingen niet worden gepresenteerd.

En dat is wel met de wetenschap dat de komende jaren best zwaar gaat worden ook vanuit onze begroting, ja, dat, ja, de draagvlak om die tekorten te financieren wel eens heel zwaar kan liggen hier, want wij willen ervoor waken dat juist die Dienst Gezondheid en Jeugd wat heel goede zakendoet in het gedrang komt en ter discussie staat omdat we met in ons achterhoofd de tekorten van de afgelopen jaren toch vooropstellen in plaats van de dienstverlening die deze instelling doet. Dus daar willen we wel even een waarschuwingssignaal richting het college afgeven. En daarnaast voorzitter, we weten dat er de afgelopen jaren veelvuldig is gereorganiseerd en ook de pandemie heeft natuurlijk de instelling enorm te parten gespeeld. Want ja, onvoorziene omstandigheden en uitgaven. Maar we zijn ook wel benieuwd in hoeverre zeg maar de instelling wel weer op rit zit, of we weer de draad hebben opgepakt zoals we dat voor de pandemie wel deden. En of dat 53

zeg maar wel, laat ik zo zeggen, de basis die we destijds met elkaar hadden afgesproken, dit is de diensten van Dienst Gezondheid en Jeugd, of dat als we dat zeg maar als basis nemen of de begroting die daarbij hoort wel passend is of dat de huidige uitgaven zeg maar de begroting of dat met de inzien van de huidige situatie waarbij het na-ijleffect van de pandemie of dat daar ook in is verwerkt. Ik weet niet of dat helder is, maar. De voorzitter: Ja, ik snap de vraag, bedankt. De heer Gündogdu: En nog een laatste opmerking voorzitter. We weten dat de Dienst Gezondheid en Jeugd is een gemeenschappelijke regeling waar heel veel gemeenten een bijdrage aan leveren, ook de zienswijze. Maar we zijn ook oprecht wel benieuwd in hoeverre de Dordtse gemeenteraad gezien de constructie nog wel iets in te brengen heeft in het volledig manier van werken die we hebben georganiseerd. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil? De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel voorzitter. Wij spreken hier vanavond over een best wel breed stuk, waar wij toch een aantal aandachtspunten voor willen meegeven. Wij staan achter de oproep die in de zienswijze staat tot een gezamenlijke lobby om de landelijke overheid op te roepen extra te compenseren voor de indexatie.

En wij vinden het ook goed om binnenkort eens met de raad en de DG&J te gaan zitten om met elkaar het ambitieniveau te bespreken en elkaars verwachtingen naast elkaar te leggen om er zo voor te zorgen dat elkaars verwachtingen in lijn liggen met de veranderende financiële positie van de gemeente. Voor de Serviceorganisatie Jeugd wordt er in de concept zienswijze gesproken, er wordt dat er geen groei of besparingen worden begroot. Echter kunnen wij in dezelfde concept zienswijze lezen dat er wel degelijk wat groei en besparingen zijn wat uitkomt op een kostenafname. Wij vinden het belangrijk ... De voorzitter: Interruptie mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: De heer Bootsman die ging heel snel door. U zegt: laten wij eens met de Dienst Gezondheid en Jeugd gaan zitten en wat zou u dan met de Dienst Gezondheid en Jeugd willen doen om de ambities bij te stellen of wat uw ambitieniveau is? We weten al jaren dat de Dienst Gezondheid en Jeugd onder druk staat. Ieder jaar hebben we, nou ja, tekorten. Hoe kijkt u aan tegen de Serviceorganisatie Jeugd, want die speelt daar ook een hele grote rol in. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel voor de vraag.

Ja, ik vind dat, kijk, het is natuurlijk altijd lastig want er staat inderdaad flink wat druk op de Dienst Gezondheid en Jeugd en dat is aan de ene kant is dat jammer maar ik denk dat het toch goed is om inderdaad elkaars ambities met elkaar af te stemmen en dat kan … En de Serviceorganisatie Jeugd die heeft er inderdaad een groot aandeel in en jeugdzorg is heel erg belangrijk, maar het is denk ik wel goed om eens een keer met elkaar te zitten: kunnen de dingen niet, daar bedoel ik niet mee minder zorg, absoluut niet, maar

54

kunnen dingen misschien niet soms wat strakker geregeld worden en wat duidelijker en dat soort dingen. De voorzitter: Mevrouw Stolk is nog niet tevreden met dit antwoord. Ja, aanvullende vraag. Mevrouw Stolk: Nee, want we hebben al heel vaak met deze organisaties gezeten en dan vraag ik me af wat we dan moeten doen. Kijk, jeugdzorg is gewoon bij wet geregeld, wij moeten gewoon iedere jeugdige moeten we gewoon zorg verlenen. En de Serviceorganisatie Jeugd is voor het budgetbeheer en die moet gaan kijken waar die budgetten aan uitgegeven worden. Dus ik snap uw oproep wel, maar ik snap niet zo goed wat u dan wil gaan bespreken, want ambitie is er niet. Die ambitie is gewoon: wij moeten gewoon zorgen dat iedere jeugdige zorg krijgt die die nodig heeft. Dus ik snap uw oproep niet helemaal. Ik, nou ja, in die zin ik snap hem misschien wel maar probeer hem eens wat concreter te maken. De voorzitter: De heer Bootsman. De heer Bootsman: Ja voorzitter, hartelijk dank voor de vraag en ik ben het ook volledig eens met wat mevrouw Stolk net zei: ieder jeugdige moet de juiste passende zorg krijgen. En ik denk dat er in dat stukje de juiste passende zorg, dat daar een stukje zit wat je qua ambitieniveau met elkaar zou kunnen bespreken, want soms is passende zorg niet de meest dure zorg, om het maar even heel hard te zeggen.

Maar ik denk dat het ook iets is tussen natuurlijk de jeugdzorgverlener en de client. Daar moeten wij niet te veel op gaan zitten maar ik denk dat het wel goed is om er eens een keer gewoon met elkaar over te hebben om gewoon te kijken: de ambities van de DG&J zoals het ook in de concept zienswijze staat, stroken die met de ambities die wij hebben van die dienst? Ik denk dat ik hem zoiets duidelijker verwoord. En zo staat het trouwens ook in de concept zienswijze, daar heb ik hem uit overgenomen. De voorzitter: U kunt uw betoog vervolgen. De heer Bootsman: Ja, even kijken waar ik gebleven was. Ja, ik was hier gebleven, dat het over zou komen op een kostenafname. Wij vinden het belangrijk om deze kostenafname in de begroting van de Serviceorganisatie Jeugd op te nemen, zodat deze klopt. Ook vinden wij het belangrijk, zoals ook in de concept zienswijze staat, dat het belangrijk is dat er voldoende aandacht is voor nieuwe afspraken binnen het contractmanagement aan het normenkader binnen de Serviceorganisatie Jeugd. Dan over een stukje over Veilig Thuis. In de tweede ‘…’ konden we lezen over de fluctuerende druk op de doorlooptijden. Wij vinden het zeer belangrijk dat de doorlooptijden bij Veilig Thuis aan de normen voldoen. Ook vinden wij het belangrijk dat de overdracht van Veilig Thuis naar het lokale veld goed en soepel verloopt.

Daarom vinden wij de suggestie van het verbeterplan in de concept zienswijze mooi en dat er daarin ook gekeken wordt hoe de extra bijdrage afgebouwd kan worden, waarbij er wel een goede dienstverlening blijft bestaan. Voor de begroting van 2024 hebben wij nog een aandachtspunt. Er wordt uitgegaan van een inflatiegetal wat lager is dan het inflatiegetal wat de meeste grote financiële instellingen berekenen. Wij vinden dat daar aan de voorkant rekening mee gehouden wordt, zodat we niet volgend jaar voor het feit 55

komen te staan dat de begroting aangepast dient te worden omdat de inflatiecijfers toch hoger uitvallen dan vooraf gesteld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan was de volgende spreker de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank voorzitter. Ja, wij als CDA waarderen het vele werk dat door de Dienst Gezondheid en Jeugd wordt verzet want uiteindelijk gaan achter deze bedragen en cijfers gaan over mensen en over de hulp aan mensen. Echter maken we ons als CDA Dordrecht ook zorgen over de steeds meer individuelere samenleving waardoor het lijkt of er geen einde komt aan de toename van jongeren die hulp nodig hebben van deze dienst. Daar krijgen we nu ook de rekening van gepresenteerd. Als het gaat over de zienswijze, het voelt voor ons als CDA-fractie of er makkelijk extra geld uitgegeven wordt. We zouden meer urgentie willen zien in de zienswijzebrief om de tering naar de nering te zetten, zeker gezien de voorziene tekorten op onze eigen begroting. En ja, net zoals het voor onze inwoners geldt, als uitgave, hun uitgaven moeten herzien door de stijgende kosten zal dat de Dienst Gezondheid en Jeugd dit ook moeten doen. Daarom ook de volgende vraag … De voorzitter: Een interruptie van de heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, een heleboel van het recht op jeugdzorg is gewoon wettelijk geregeld.

Dus ja, hoe wilt u invulling geven aan: we moeten de tering naar de nering zetten en het moet allemaal wat minder? De heer Van den Berg: Ja, dat durf ik niet inhoudelijk zo te zeggen maar uiteindelijk in de brief wordt natuurlijk wel gesproken over mogelijke ombuigingsmaatregelen. Nou, naar mijn idee zouden we dat moeten wegstrepen en het moeten hebben over ombuigingsmaatregelen. De voorzitter: Sorry, nog een interruptie, ja. De heer Portier: Bent u het met mij eens dat dat dan hooguit in de overheid gezocht kan worden bij de organisatie zelf en niet in de hulp die geboden wordt? De heer Van den Berg: Ja, aan de wettelijke eisen zullen wij niet kunnen ontkomen dus nee, dat deel ik zeker met u. Even kijken, dan nog het punt als het gaat over de OGGZ. Ik was benieuwd of de wethouder mij kon uitleggen wat een hoorgesprek is. Er wordt daar gesproken over de norm van vierhonderd. Ja, ik vond dat, ik kon daar niet helemaal duidelijk worden wat dat inhield. En ik, ja, daarop aansluitend, ja, vindt u dat de norm moet worden aangepast of dat we juist de norm moeten halen? Ja, waarom zouden we dan die norm moeten halen? Dat was mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voor, oh excuus, dank u wel voorzitter. We hebben eigenlijk, ja, we zien natuurlijk ook al het werk dat erin zit en dat waarderen we natuurlijk ook enorm.

We willen ook graag een aandachtspunt meegeven. We zien dat er extra geld wordt gevraagd door Veilig Thuis en dat baart ons ergens zorgen en we zouden graag, we zijn het ermee eens ook wat in de zienswijze staat aangegeven dat daar een 56

verbeterplan voor wordt opgesteld en we zouden dat verbeterplan graag ook in de commissie bespreken. En daarnaast, daar hebben we artikel 40 vragen over gesteld maar blijven we ons zorgen maken over het feit dat Veilig Thuis betaald wordt vanuit de jeugdgelden en niet vanuit het WMO-budget. En ik zie de wethouder al zuchtend kijken, maar ja, we willen nogmaals benadrukken dat we dat enorm belangrijk vinden, dat het vanuit het WMO-budget betaald wordt. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog mensen die voor deze eerste ronde nog iets willen delen? Een mening, een vraag. Nee, dan gaan we naar de beantwoording door de wethouder. De heer Van der Linden: Ja, dank u wel voorzitter en dank voor de, nou, vragen maar ook wel voor de breed gedeelde uitspraak her en der anders geformuleerd dat we allemaal het werk van de dienst ondersteunen en ook daar tussen haakjes graag aan bijdragen. En is ook meteen een bruggetje naar een van de eerste opmerkingen die ik wil maken. Het ging af en toe over de ambities van de dienst en de ambities van de dienst bestaan niet zonder dat wij daar iets van vinden. En natuurlijk, Dordt bepaalt dat niet in zijn eentje of Hardinxveld niet of Sliedrecht niet of Zwijndrecht niet, doen we met z’n tienen.

En zelfs dat doen we niet in ons eentje, want er ligt wetgeving onder, een jeugdwet die heel ambitieus is geformuleerd, die ook aangeeft als ouders en kinderen iets nodig hebben, dan hangt het er helemaal vanaf wat ze nodig hebben, wat we moeten willen geven. Jeugdgezondheidszorg, ook grotendeels vastgelegd in normen, kaders enzovoorts. Veilig Thuis, omschreven in de WMO. Kortom, ligt heel veel wetgeving onder waar je ook niet aan kan ontkomen. Dat willen we natuurlijk ook niet, dat wil geen enkele GGD, Dienst Gezondheid en Jeugd in het land. Door op het volgende bruggetje. We hebben bewust wel opgeschreven in onze concept zienswijze die we als u daarmee akkoord gaat gaan versturen dat we wel het gesprek willen hebben over de kosten. En dan is het wel goed om nog een keer eventjes scherp aan te geven: we hebben twee grote kostenposten of eigenlijk twee, we hebben een DG&J maar een heel groot onderdeel daarvan is die SOJ. De dienst kost pakweg 35 miljoen per jaar en dan krijgen we heel veel winkeltjes voor. We hebben de gezondheidszorg, we hebben OGGZ, we hebben Veilig Thuis, we hebben publieke gezondheid waar ook een enorme wet onder hangt, we hebben ook een aantal speciale producten. Daar kun je niet echt op kosten besparen, dat kan niet echt. Ik kan wel zeggen: weet je wat, we gaan heel stoer doen, we gaan gewoon zeggen dit is het, Veilig Thuis klaar.

Maar ik heb u ook horen zeggen: we moeten het normenkader wel halen. Nou, dan kunnen we niet zeggen we stoppen er half november mee en de laatste zes weken doen we niks want het geld is op. We hebben natuurlijk wel het gesprek over hoe komt het dat we zoveel Veilig Thuis meldingen hebben? Is een algemeen maatschappelijk probleem natuurlijk, het CDA verwees er ook al naar, meer individualisme, er zijn allerlei tendensen waarneembaar in de samenleving die het nodig maken dat Veilig Thuis bestaat en dat zal ook niet zomaar weg eroderen, die noodzaak zal blijven. En natuurlijk gaan we wel het gesprek voeren over kun je je werk nog handiger organiseren, kun je meer afvangen. Maar het blijft ook een kostenpost, dat is gewoon een gegeven. En ik vind dat we ook met z’n allen als samenleving voor moeten willen staan dat we juist de Veilig Thuis organisatie en al die andere dingen overeind houden. Dus meteen als je gaat praten over valt er iets aan kostenbesparing te doen of zelfs aan te bezuinigen, dan kom je ook op dienstverlening 57

terecht: ja, wat gaat dat betekenen? En natuurlijk, je kan altijd nog eens kijken, kunnen we ergens iets winnen? Maar ik ken de dienst niet als een club die ongelooflijk veel overhead heeft. Bij de SOJ, andere poot, alle poten hebben een eigen begrotingsprogramma’s zoals u heeft gezien. SOJ is natuurlijk een hele grote want het grootste deel van het SOJ-geld gaat op aan zorg. Eigenlijk, we hebben twee jaar terug een herziening gepleegd op hoe we het hadden georganiseerd. We hadden de beleidsverantwoordelijkheid zeg maar overgedragen aan de GR. Die hebben we alle tien teruggenomen. Ons beleid wordt uitgevoerd door de SOJ, ons beleid ten aanzien van de markt, ten aanzien van hoe we graag aan de voorkant willen voorkomen dat de zorgmarkt nodig is, maar ook aan de achterkant willen zorgen dat die zorgmarkt er wel is met al die aanbieders. Het gros van het geld dat we daarin stoppen, dat is 140 miljoen per jaar, gaat op aan de zorgmarkt. Als je kijkt naar de kosten van de SOJ, volgens mij betalen we daar 140 miljoen voor en iets van vijf procent of zo, ik kijk even naar rechts, zijn de organisatiekosten van de SOJ. Ja, dat is natuurlijk een kleine organisatie als je kijkt naar wat er allemaal moet worden weggezet aan zorg.

Sterker nog, je kan best een gesprek voeren, dat hebben we ook wel eens gedaan, over de vraag: kun je om te voorkomen dat er te veel fraude is want natuurlijk, zoveel geld gaat ook wel eens iets mis, moet je dan niet meer controlecapaciteit organiseren? Is ook een gesprek waard. Dat betekent wat meer geld investeren in de organisatie in de verwachting dat je ook eerder ontdekt: wacht eens, hier wordt een beetje gerommeld. Goede discussies. Ik ga even twee, dit even over het algemene kader en dan ga ik nog even twee andere dingen noemen. In de loop van dit jaar en dat is eind augustus uit mijn hoofd, gaan we met elkaar praten over het nieuwe meerjarenbeleidsplan van de dienst, waar dus al die winkels, al die merken worden besproken, ook: wat willen we daar nou eigenlijk mee? Wat willen we met publieke gezondheid? Je kan het heel klein organiseren, je kan ook zeggen: nou, we zijn een samenleving die aan het vergrijzen is, we weten dat de gezondheidsverschillen in onze stad best groot zijn, we weten dat er hele kansrijke, hele grote groepen met kansrijke levens zijn maar ook dat sommige mensen het echt moeilijker vinden. Misschien willen we juist wel meer investeren in publieke gezondheid of vinden wij dat de dienst daar heel veel aan moet doen, maar dat we het lokaal ook kunnen. Nou, dat soort gesprekken gaan we voeren.

Dat gaat ook leiden tot wel of niet meer of iets minder investeren in de dienst. Een andere ontwikkeling die ik even noem heeft weer met jeugd te maken, met de jeugdwet, een paar jaar geleden heeft een onafhankelijke arbitragecommissie vastgesteld dat alle gemeentes in Nederland 1,6 tot 1,9 miljard per jaar te weinig krijgen van het Rijk om de wet uit te voeren. Op zich al iets absurds natuurlijk. Het Rijk, onze volksvertegenwoordigers stellen een wet vast, mooie wet met heel veel goede dingen erin, maar het Rijk heeft structureel te weinig geld ervoor beschikbaar. Dat geeft altijd spanning, daar is ook over afgesproken: we gaan een hervormingsagenda jeugd maken die iets gaat zeggen over hoe je met regio's omgaat, hoe je met gedwongen kader omgaat, over of je niet iets beter wil beschrijven met elkaar wat nou wel en niet onder jeugdhulp valt, want dat is natuurlijk ook best een discussie waard. Nou, dat is best een moeizaam gesprek geweest. Er ligt nu een voorlopige uitkomst waar ietsje meer financiële ruimte in zit dan we een jaar geleden dachten. Maar niet alles. Dus we blijven ook de komende tijd dat gesprek wel voeren over wat vinden wij dat tot jeugdhulp behoort? Normaliseren hebben we het ook wel genoemd vorig jaar. Wat vinden we eigenlijk bij het leven horen waarvan we niet meteen zeggen: nou, daar gaan 58

we geld tegen aanzetten. Versus, soms heb je zorgvragen die zo groot zijn dat je er per kind per jaar tonnen instopt. En ja, u kent misschien het mantra wat we dan af en toe zeggen, je wil met genoegen als samenleving heel veel geld in een individuele casus kunnen stoppen en dat kan alleen als je ook let op: hoor eens, dit kunnen we zelf als samenleving of dit moet je zelf kunnen doen als ouder of als verzorger. Is natuurlijk wel een lastig debat, want de wet geeft er wel duidelijke indicaties voor wat je wel en niet tot zorg moet rekenen. Nou, dat zijn een paar algemene tendensen. Dan een paar vragen. Ik zag u al naar de knop gaan. Ja, net op tijd toch? Ik had nog een seconde of tien denk ik of niet. De voorzitter: Ik, nou, ik ging ervan uit dat u meteen de vragen zou beantwoorden maar die algemene ontwikkelingen zijn natuurlijk ook belangrijk. De heer Van der Linden: Goed, even kijken. Nou, opmerking van de heer Kwaak. Natuurlijk, corona heeft veel gedaan met de organisatie. Een maand voor corona zaten er acht mensen op infectieziektebestrijding bij de dienst. Toen corona drie maanden bezig was, zaten er meer dan duizend mensen op. Dus het is een enorm crisisorganisatie, de enorme crisisorganisatie en nu is alles weer terug naar normaal.

Je ziet wel dat de organisatie, want een paar van u vroegen er ook naar, heus nog wel daarna met naweeën te kampen heeft, maar het ziekteverzuim is nog wat hoog en hier en daar is dat meer maar we zien wel dat de organisatie gewoon alle taken die goed heeft opgepakt, net zoals we dat eigenlijk zijn blijven doen. Sommige dingen zijn even iets terzijde gesteld. Jeugdgezondheidszorgmedewerkers bijvoorbeeld zijn ook echt met corona bezig geweest, maar zijn nu weer helemaal terug in de jeugdgezondheidszorg. Nou, dat is in die zin opgelost. We hebben wel gezegd: de pandemische paraatheid, moeilijk woord voor ben je klaar voor een volgende ramp, daar willen we wel meer aan gaan doen. Want eigenlijk was omdat het al twintig jaar nauwelijks aan de orde was, was het een klein beetje een, ja, tot op het bot uitgebeende organisatie. Nou, daar hebben we iets meer dikte nodig omdat er kan natuurlijk weer een keer wat gebeuren. Het hoge aantal hoorzaken. Wie stelde die vraag? Even kijken, dat was u. Ja, u had er een opmerking over en u ook. Niet, oké. Kunt u die vraag nog even iets toelichten? Niet, jammer. Nog een keer?

De heer Van den Berg: Dat ging over die hoorgesprekken bij de OGGZ. Daar wordt gezegd op jaarbasis is dat vierhonderd, uiteindelijk blijkt dat dat 62 en 85 is, de norm is vierhonderd dus de vraag is eigenlijk, nou, in eerste instantie heb ik niet helemaal duidelijk wat die hoortaak is. De heer Van der Linden: Ja precies. De voorzitter: Ja, de vraag was tweeledig. De heer Van den Berg: Ja, dus wat is een hoortaak, wat moet ik daaronder verstaan die vierhonderd? En daarnaast de vraag van vindt u dat we de norm moeten behalen of dat we de norm moeten aanpassen?

59

De heer Van der Linden: Dit vloeit voort uit wetgeving die zegt als je om wat voor reden dan ook niet meer vrij in een samenleving kan rondlopen, vroeger heette dat een IBS, dan word je gesloten geplaatst met een crisismaatregel en dan moet je altijd eerst gehoord worden. En dat is een verantwoordelijkheid die eigenlijk bij volgens mij niet bij alle wetgeving hieronder, maar wel voor een groot deel bij de burgemeester ligt of bij wethouders, maar vaak helpt het ook als je juist de professional, hier een professional opzet. En die normstelling van vierhonderd, volgens mij is dat een inschatting geweest: nou, zoveel zullen er wel ongeveer gaan komen. Dus in feite hebben we de norm niet gehaald wat je als goed teken zou kunnen beschouwen. Maar ik kijk nu even naar links, klopt dit wat ik nu zeg? Mevrouw De Koning: Ja, plus dat er nog ambtelijke gesprekken gaande zijn om dat bij te stellen dus wel te kijken want van vierhonderd naar zestig en tachtig daar zit natuurlijk wat speling in. Dus die ambtelijke gesprekken zijn ook gaande. De heer Van der Linden: Ja, nou dat is even het korte antwoord. Even kijken hoor, ja, een aantal van u geeft aan sluitende begrotingen zijn van belang.

Nou, we hebben dus al gezien, een deel van de wetgeving maakt het heel moeilijk om sluitende begrotingen te maken maar we zien ook dat we als het gaat om jeugdwet de laatste jaren er eigenlijk steeds beter in slagen om investeringen aan de voorkant te doen. Bekendste voorbeeld wat we ook pas hier als raadsinformatiebrief hebben gehad is de praktijk ondersteunende huisarts. Door daarop in te zetten hebben wij heel veel zorgvraag aan die achterkant weten te voorkomen. En dat levert ook een financieel voordeel op terwijl je kan veronderstellen dat de zorg beter is want als het niet nodig is, is het helemaal niet fijn om met een beschikking de deur uit te gaan en iedere keer ergens heen te moeten. Terwijl wettelijk bij een POH-huisarts als het tijd is om eens even goed te praten met een moeder slash vader en een kindje in plaats van tien minuten zoals de huisarts doet en dan moet je weer door, als je daar even wat meer tijd voor kan nemen, dan blijkt dat je soms bijvoorbeeld misschien beter op een sportclub kan. Dat zijn letterlijke voorbeelden. Veel voordeliger. Dus daar slagen we eigenlijk steeds beter in. Tegelijkertijd maken we het onszelf een beetje moeilijk omdat de neiging bestaat omdat elke raad natuurlijk het gesprek heeft: het moet een beetje zuiniger. Weet je wat, we zeggen gewoon dat we met minder instellingen te maken gaan krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/573/documents/25076