2.3 2023-06-06 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Vindt u dan dat dat percentage opgerekt moet worden of dat er gewoon op bepaalde plekken in de stad dat er sowieso geen verkamering mogelijk is, want die percentages zijn er niet voor niks gekomen. De heer Groenewege: Nee ja, die percentages zijn natuurlijk heel erg laag, het is maar … De voorzitter: U mag het woord, ja. De heer Groenewege: Oh excuus. Pardon. Die percentages zijn vrij laag. Volgens mij zijn ze twee procent als ik het goed herinner. Dat betekent dat je bijna geen verkamering kan toepassen bijvoorbeeld in de Voorstraat waar je boven winkels wellicht studentenkamers zou willen kunnen realiseren. Maar ik moet heel eerlijk zeggen dat we nog niet heel specifiek hebben gekeken naar hoe zou je dat nou moeten oplossen en aan welke knoppen moet je nou precies willen draaien want dat is natuurlijk ook heel specifiek en er komt best wel wat ingewikkelde formulering bij kijken. Dus we zaten meer te denken aan een kader stellende opdracht richting het college en dat het college dan aan de gang kan met: oké, hoe gaan we dat dan doen en hoe formuleren we dat en een beetje op die manier. De voorzitter: Oké. Dan gaan we nu naar de Fractie van Waardhuizen. Of, ja. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Nogmaals dank voorzitter. Wederom nogmaals dank voor de beantwoording voor de technische vragen die wij gesteld hebben.
Naar aanleiding van de beantwoording daarvan zullen wij in ieder geval nog een amendement 21
overwegen daar waar het gaat over de verdeling rondom diverse voorranggroepen. Ons werd niet helemaal duidelijk hoe nu omgegaan wordt met bepaalde voorrangsregels wel niet en bepaalde doelgroepen daarbij. En verder, nou ja, mogelijk nog een tweede amendement daarop en een motie van onze partij heeft u al voorbij zien komen en mogelijk overwegen we nog een tweede motie. Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja. Mevrouw Stolk: Mag ik een vraag stellen aan de Fractie van Waardhuizen? Dat gaat namelijk over de motie die jullie in willen dienen tijdens de raad over, dan kan ik er even niet opkomen, over de bewoningsplicht. Stel nou en dat is ook gelijk even een vraag aan het college, stel nou dat we dat onderzoek gaan doen, wat dan? Kunnen wij dan uitvoering geven want die motie klinkt ons heel sympathiek in de oren maar als we een motie aannemen en we gaan een onderzoek instellen en we kunnen hem vervolgens niet gaan handhaven, dan vind ik het een beetje zonde om een onderzoek in te laten stellen. Dus ik ben heel benieuwd of die motie ook te handhaven is. De voorzitter: Daar mag eerste de Fractie van Waardhuizen even op reageren. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Ja, ik weet niet of ik de persoon ben om daar het antwoord op te geven, voorzitter. Of we elkaar goed verstaan, in die zin onze motie is daar ook op gericht op het aanpakken zeg maar van de torenhoge huurprijzen.
En nou ja, de titel luidt ook: pak malafide verhuurders in hun portemonnee. Daar zit wat ons betreft de kern en het onderzoek waar wij om vragen zeg maar gaat om het in kaart brengen van: hoe zit het nu met de verhuurderschap van woningen in Dordrecht zeg maar. En waar zitten nu zeg maar de uitbuiters in het verhaal en daarvan zeggen we: pak die aan. Mevrouw Stolk: Mag ik nog een korte vervolgvraag? De voorzitter: Ja, dat kan nog. Mevrouw Stolk: Ja, ik heb de motie hebben wij goed gelezen maar dan nog blijft het wel zaak ook al ga je zeggen: nou ja, die huren moeten naar beneden dat het normale huren worden, kunnen wij dat op dit moment nu aanpakken? Daar ben ik heel erg nieuwsgierig naar want je zou eigenlijk moeten zeggen: ja, dat moet je aanpakken maar is het ook te handhaven? En daar zit een beetje het probleem en daar zou ik dan wel graag een antwoord van het college op willen hebben. Tot zover. De voorzitter: Die vraag is genoteerd, daar komen we dan straks op terug. Ik zag eerst de heer Wringer al, die mag eerst nog. De heer Wringer: Ja, dank voorzitter. Ja, we vinden de motie ook, even uit, ook sympathiek, volgens mij is het ook een oud Beter voor Dordt punt. In de motie staat ook de betrokkenheid bij de woningbouwcorporaties. We zien niet hoe die daarbij betrokken worden, we vinden dit toch wel eigenlijk gewoon een particulier probleem dus we willen 22
graag horen van Fractie van Waardhuizen hoe ze dat zien. En als punt meegeven aan de wethouder, er is natuurlijk een meldpunt en dat meldpunt kan natuurlijk ook adviseren op het puntenwaarderingssysteem wat ook op de schop gaat geloof ik per 1 januari volgend jaar om een hoger aantal punten te krijgen dus die kunnen, dat meldpunt kan misschien uitgebreid worden. De voorzitter: Bedankt. Dan mag de Fractie van Waardhuizen weer meteen even reageren. En dan kom ik daarna bij mevrouw Kruger. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Ja, dank voorzitter. Ik hoop dat ik de vragen met mijn ‘…’ goed onthouden heb. Voor wat betreft de betrekken van de woningcorporaties, volgens mij hebben we in de begeleidende mail aangegeven dat er een hoop woningen in het sociaal segment zeg maar zijn opgekocht in een periode dat er nog weinig tot geen regelgeving was. En daarvan zeggen we: nou, kijk daar dan naar als je het hebt over de aanpak van die woekerprijzen die nu soms gevraagd wordt voor deze woningen daar waar het gaat voor onderverhuur. Dan moet u me even verder helpen met de vragen die u verder heeft gesteld. De voorzitter: Hij vroeg hoe u het ziet of dat een particulier probleem is ja of nee. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Ja, met name een particulier probleem inderdaad. De heer Wringer: Voorzitter, ja, als het particulier probleem is dan zien we de link met die woningbouwcorporaties niet goed.
Wil je die dan woningen terugbrengen in een woningbouwcorporatie of hoe ziet u die rol van hun erin om dit probleem aan te pakken? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: De woningen bevinden zich veelal in de gebouwen die eigendom zijn van de woningcorporaties. Dus linksom rechtsom heb je toch een partner aan hen daar waar het gaat zeg maar als je het hebt over handhaven, in beeld brengen, op die manier. De heer Wringer: Dus even voor de duidelijkheid, voorzitter als ik mag, dus als die woningen in een woningbouwcorporaties gebouw zitten zijn die dan de malafide verhuurders of? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Niet per definitie, dat is juist waar het onderzoek om zou moeten gaan zeg maar. De voorzitter: Gaan we naar mevrouw Kruger. En daarna de heer Van der Kruijff. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, de Fractie van Waardhuizen noemde de voorrangsregeling en mogelijk met een amendement te komen. Maar misschien heb ik het even niet goed gehoord, u zei er nog wat achteraan, maar kunt u er iets meer duiding op geven? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Iets meer duiding op geven in de zin van het antwoord wat nu gegeven is op de gestelde vragen, dat vinden wij nog redelijk vaag. Dus 23
vandaaruit zeggen we: nou, dat zouden we graag nog concreter willen zien en in die zin, nou ja, denken we dat met een amendement voor te kunnen stellen. En mogelijk dat we ook nog een tweede amendement overwegen maar daar kan ik nu op dit moment verder nog niks inhoudelijks over zeggen. De voorzitter: Bedankt. Dan gaan we naar de heer Van der Kruijff en daarna mijnheer Van Leeuwen. De heer Van der Kruijff: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, CDA heeft naar deze huisvestingsverordening gekeken ik denk misschien iets anders dan de andere commissieleden als ik het nu zo beluister. Wij dachten dit is eigenlijk een vrij beleidsarm voorstel met weinig nieuwigheid erin maar we moeten gewoon vaststellen omdat de vorige verordening verloopt en dat is gewoon een opgave voor ons en dat moeten we doen binnenkort. Vervolgens komt natuurlijk wel de vraag achter vandaan: wat zou je anders willen en meer willen en beter willen? En dan hoor ik mijnheer Groenewege een heel aantal voorstellen voor doen die ik heel goed begrijp, waarin denk ook een heel eind mee kunnen gaan als je kijkt over verkamering hoe je dat doet en of kinderen mogen blijven wonen en hoe je dat doet.
CDA heeft ook heel veel vragen, zouden we het niet wat ruimhartiger kunnen gaan zijn als het gaat over woningdelen of het plaatsen van mantelzorgwoningen of het toestaan in grote huizen van inwoning door mensen aan wie je ook wat zorg wil verlenen, zonder dat dat allemaal met ingewikkelde toestanden oplevert. En dan is de vraag: gaan we dat nu allemaal met moties en amendementen lopen doen bij een technische vaststelling van huisvestingsverordening? Dat vind ik persoonlijk als fractie wel een beetje te kort door de bocht, dan doe je eigenlijk geen recht, tenminste wat ons betreft, aan een beetje zorgvuldige inventarisatie van alle wensen. En mijn indruk is maar ik ben ook wel benieuwd of het college dat kan bevestigen, dat niet de bedoeling is dat deze huisvestingsverordening ook weer vier jaar gaat duren, maar dat we toch op korte termijn gewoon eens met elkaar het inhoudelijke debat kunnen gaan voeren over wat we nou in qua huisvesting anders zouden willen. Want als CDA kan ik ook wel een rijtje moties en amendementen bedenken op de onderwerpen die ik net zei. Dus zouden we deze niet technisch kunnen vaststellen en vervolgens nog in een aparte sessie gewoon vooruitlopend op een volgende huisvestingsverordening met elkaar wat zorgvuldig voorbereid eens kunnen gaan inventariseren wat we allemaal anders zouden willen qua beleid.
Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ja, de heer Wringer zag ik net iets eerder nog en dan daarna mag u, ja. De heer Wringer: Ja, dank voorzitter. Ik ben het met CDA eens want er wordt natuurlijk op 1 januari komt ook de nieuwe wet inzake versterking regie volkshuisvesting die van kracht gaat dus daar wordt deze huisvestingsverordening ook alweer op aangepast. Dus misschien eerste kwartaal volgend jaar kunnen we alles meenemen in de nieuwe wet en de aanpassingen. Maar suggestie. De voorzitter: Zullen we meteen ook de interruptie van mevrouw Stolk dan komt daar straks een nieuw punt, ja. 24
Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, ja, wij kunnen aansluiten in heel veel dingen met de Partij voor de Dieren maar ik ben het eens met de heer Van der Kruijff, dit is inderdaad beleidsarm en het zou ons ook zeer gewild zijn om hierover door te praten. Alleen en dat is wel van als we dit nu vaststellen, wat stellen we dan vast vanavond? En dat zou ik dan wel graag van het college willen horen, want er zijn inderdaad een aantal dingen die op de rol staan, laat ik alleen maar eventjes aangeven de Knarrenhofjes, initiatiefvoorstel van de woonwagenbewoners. Wat nu als we dit vaststellen? Daar zou ik eerst even een antwoord op willen en als dat een bevredigend antwoord is, dan sluit ik me wel aan bij de heer Van der Kruijff. De voorzitter: Bedankt en de heer Groenewege gaat ook nog daarop verder, ja. De heer Groenewege: Ja, ik kan een heel eind met de heer Van der Kruijff meekomen hoor. Ik snap best dat je niet over een nacht ijs wil gaan met dit soort beleidswijzigingen want je wil ook zorgen dat je het gewoon goed en zorgvuldig formuleert, maar ik denk dat we wel degelijk een opdracht kunnen meegeven al op dit moment aan het college over die beleidsrijke huisvestingsverordening. Want daar gaat het college op een gegeven moment mee aan de slag, ergens in de komende maanden als die nieuwe wet in werking treden et cetera et cetera.
En een aantal ideeën waarvan we nu al bedenken die kunnen erin, die willen we erin, die kunnen we nu al meegeven lijkt mij en die kan het college dan verder uitwerken, goed formuleren et cetera. Hoe staat het CDA daar tegenover? De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Nou voorzitter, ja, dat zou ook kunnen, dan zouden we als CDA of met z’n allen met elkaar een hele lijst van onderwerpen kunnen gaan maken die we op gaan schrijven en in een motie dan gaan aannemen. Als je met z’n allen doet zal dat wel gauw lukken en dan moet dat college dat gaan doen. Ik persoonlijk vind het interessanter om het college dan een procesopdracht te geven, namelijk gewoon binnenkort een consultatiesessie met de raad te organiseren, waarin we met elkaar in dialoog komen, dat vind ik toch wat meer recht doen aan alles even opschrijven en in een motie opschrijven, waarin we die kaders gaan meegeven. En als daar een motie voor nodig is om dat met elkaar, nou, af te dwingen klinkt zo naar, maar u snapt wat ik bedoel, om dat te laten gebeuren, dan wil ik daar graag aan meewerken maar als het college die toezegging al doet, zou ik dat ook prima vinden. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Ja, ik vind het prima om het te doen zoals de heer Van der Kruijff het voorstelt.
Maar wat ik niet helemaal begrijp is waarom het CDA zich zo laat leiden door het college dat stelt dat deze nota beleidsarm moet zijn. Want het CDA had toch zelf ook nu al met ideeën kunnen komen voor een beleidsrijke huisvestingsnotitie, waarom wachten op toestemming van het college? De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, nou, ik wacht niet zozeer op toestemming, wij krijgen gewoon een concept verordening aangereikt om vast te stellen en die moeten we begrijp 25
ik voor 1 juli of wat was precies de datum, in ieder geval ik dacht 1 juli moeten we voor 1 juli vaststellen. En ik zie ons gewoon in praktische zin niet meer voor 1 juli allemaal amendementen op verordeningsniveau met elkaar formuleren die recht doen wat we hier allemaal bespreken. De voorzitter: Mevrouw Stolk mag zo ook want het gaat nog steeds, maar mijnheer Van Leeuwen zit nog heel lang te wachten. Ja. Mijnheer Van Leeuwen, u mag eerst. De heer Van Leeuwen: In ieder geval zeggen tegen mijnheer Van der Kruijff dat ik het eigenlijk wel met hem eens ben. Je zou inderdaad nu een hele discussie kunnen gaan voeren, is ook niet verkeerd trouwens, over wat we met elkaar willen maar het is niet verkeerd om daar op zich wat meer tijd voor te nemen. Maar inderdaad, ben ik ook, vind ik het ook belangrijk wat wethouder zeg maar vindt wat we dan inderdaad nu vaststellen voor 1 juli, wat voor status dat heeft. Dus als dat een goed antwoord is, ja, dan kunnen we in zeg maar in de loop van het najaar wel verder praten. Maar ik had nog een vraag aan mevrouw Van Waardhuizen over die motie. U wil en dat begrijp ik hartstikke goed, intentie in ieder geval wel, u wil slechte verhuurders gaan aanpakken door ze in kaart te brengen en ook te checken zeg maar dat ze niet te hoge huurprijzen vragen.
Maar uiteindelijk onze partij is van mening dat als er al een instrument is dat je niet nog een instrument erbij moet gaan plaatsen zeg maar. En op dit moment kennen we de huurcommissie die verhuurders die een te hoge huurprijs vragen gewoon kan aanpakken. Als een huurder zegt: nou, ik moet negenhonderd euro betalen, eigenlijk is het huis maar zeshonderd euro waard en dat kan beargumenteren aan de hand van het puntensysteem dan zal de huurcommissie gewoon dat op die manier gaan vaststellen. Dus eigenlijk is er al een instrument en u wilde er een instrument bij hebben of begrijp ik dat verkeerd? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Ja voorzitter, of er per se een instrument bijkomt, volgens mij is dat niet ons voorstel. Er is volgens mij ook een veranderende context en daarin plaatsen wij ons voorstel. Dus ik zou eerder zeggen dat het in navolging van elkaar komt in plaats van naast elkaar. De heer Van Leeuwen: Dan is mijn vervolgvraag: wat voegt het toe als er al iets is zeg maar waardoor huurders hun zin kunnen krijgen als ze goede argumenten hebben om huurprijs te verlagen. Als inderdaad sprake is van een woekeraar, zijn we ook hartstikke op tegen uiteraard, maar dat die op via een andere weg kan worden aangepakt.
Wat voegt die motie toe? Mevrouw Simon-van Waardhuizen: De motie voegt dan toe in de zin van gebruik de weten regelgeving waar hij voor bedoeld is en dat is het handhaven van reële huurprijzen. En nou ja, kennelijk zijn er in de huidige praktijk toch excessen zichtbaar dus in die zin het huidige instrument voldoet volgens mij ook niet helemaal. Dus vandaaruit ons voorstel. De heer Van Leeuwen: Nog een slotopmerking, voorzitter. Ik denk dat het huidige instrument wel voldoet alleen en dat is wel zo, te weinig mensen kennen de weg naar de huurcommissie dus wat dat betreft zou ik me kunnen voorstellen dat het college wel zich gaat inzetten voor een stukje informatieverlening. 26
De voorzitter: Ja, dat was geen vraag meer. Ik heb hier nog twee interrupties. Ik heb daar nog iemand die ook nog wat wil zeggen. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat bedoel ik, ja. Nee, ik ben het niet eens met de heer Van der Kruijff en daar wil ik me dan niet door laten leiden dat we dit voor 1 juli moeten klaarstomen. Dan had gewoon die huisvestingsverordening er eerder moeten liggen. Dus die mening deel ik niet, dat wil ik wel even gezegd hebben. Het is juist om aan de voorkant het college mee te geven wat wij willen en natuurlijk is die beleidsarm, daar ben ik het helemaal met u eens en dat we zeker misschien een keer een consultatie moeten geven maar om nu te zeggen: ja, dat gaan we niet halen, ja, dat gaat er bij ons niet in, dat, dan moeten ze maar eerder komen. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja voorzitter, dank u wel. Nou ja, ik kan de heer Van der Kruijff zeker goed volgen wat dat betreft en ik snap u ook mevrouw Stolk. Voorzitter, ik snap mevrouw Stolk ook. Ik ga het ooit nog wel eens leren, dat is echt zo ingewikkeld.
Maar de vraag die mevrouw Stolk net vroeg of stelde die vind ik eigenlijk wel interessant: wat ondertekenen we nu eigenlijk met dit voorstel? Want als het zo is dat er geen bloed aan de paal zit, zoals ze heel mooi zeggen, dus dat er genoeg ruimte is om toch een aantal zaken die nu meegegeven worden onder andere door de Partij voor de Dieren, ik heb er ook nog twee staan, dan is dat denk ik geen probleem en dan kunnen we dat vandaag doen. Want ja, u kunt, mevrouw Stolk kan wel zeggen: ja, we laten ons niet dwingen door maar dan hebben we zo meteen niks als de datum verstreken is dus we zullen wel procesmatig iets moeten doen. Dus mijn vraag is ook een beetje: ja, hoe gaan we dit nu verder doen? Want we kunnen allemaal met moties komen of wat dan ook, dat heeft nu wat mij betreft geen zin. En zoals de motie Van Waardenburg ook, Waardhuizen, sorry, vinden wij ook nog op dit moment te primair omdat er gewoon nog geen heel stuk ligt. De voorzitter: Oké, de vraag over de status en wat we precies besluiten die is dus al eigenlijk drie keer gesteld dus die wordt straks beantwoord. Gaan we naar mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik had ook nog een, via u voorzitter, aan mevrouw Van Waardhuizen de vraag over de motie. Begrijp ik je moties goed dat je de excessen eruit wil halen wat je niet via de huurcommissie kan aanpakken? De voorzitter: Mevrouw Van Waardhuizen.
Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Dank voorzitter. Daar is het antwoord ja op. De voorzitter: Volgens mij zag ik bij de heer Wringer nog een vraag of niet. Wilde, ja, daar zijn een paar nieuwe sprekers, dat is mooi. Mevrouw, mijnheer Gündogdu, sorry. De heer Gündogdu: Mevrouw Gündogdu die zit thuis. Voorzitter. Kom ik heel wijs over. Ik doe hem af. Oh jeetje. Voorzitter, over het proces. Nou, mijnheer Van der Kruijff die heeft een procesvoorstel gedaan waarvan ik denk: nou, dat kunnen we zeker volgen want dit is een heel waardevol instrument van de raad en uiteraard ook van het college. En dit 27
document, de verordening hebben we in 2019 vastgesteld en wat onze fractie aangaat, we zijn ook wel benieuwd wat wij nou de afgelopen jaren hebben gerealiseerd met de handhaving van deze verordening. Dus we hadden ook graag een stukje, ja, wat is het, een bijlage willen ontvangen van wat hebben we nou voor elkaar gekregen of wat hebben we zien te voorkomen? Dat als een eerste opmerking voorzitter. Een tweede opmerking, voorzitter, ons bekruipt het gevoel met de voorrangsregelingen en de urgentieverklaring dat iedereen die zich meldt wel een voorrangsregeling of een urgentieverklaring krijgt. Ik weet dat dat niet het geval is, maar kunnen we nou eens inzage krijgen wie nou voorrang of een urgentieverklaring krijgen op basis waarvan? Want wij spreken net als ik denk alle Dordtenaren hier mensen die met dezelfde uitdaging zit met woningnood en die klagen steen en been: mijn buurman of de buurdochter die heeft urgentieverklaring gekregen en waarom ik niet? Dus ik zou daar graag ook inzage in willen hebben. De voorzitter: Een interruptie, de heer Groenewege. De heer Groenewege: Als zoveel mensen contact opnemen met de heer Gündogdu met de vraag waarom zij geen urgentieverklaring hebben gekregen, waarom denkt hij dan dat iedereen en zijn halfzus een urgentieverklaring krijgt? Hij zou toch juist het omgekeerde vermoeden moeten krijgen zou je denken.
De heer Gündogdu: Ja voorzitter, dit is een beeld wat er geschapen is. En we weten vanuit het verleden ook dat er mensen uit om, nou ja, omliggende steden in Dordrecht wel de urgentieverklaring konden krijgen die ze in hun eigen stad niet konden krijgen. En dat zijn misschien ook excessen, maar dat is wel die beeldvorming wat er is ontstaan in Dordrecht. Dus daar willen we zeker ook via deze verordening echt wel een halt toe roepen dat die beeldvorming niet klopt. Maar ik wil op basis van feitelijke cijfers en ook feitelijke gegevens, wanneer kom je nou in aanmerking voor urgentieverklaring of een voorrangsregeling, dat wil ik in beeld kunnen krijgen want ik weet niet of u dat in beeld heeft, maar ik niet. De heer Van der Spoel: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik hoor de heer Gündogdu deze vragen stellen, maar volgens mij hebben wij vorige week toch een beeldvormende sessie gehad waar dat schriftelijk kon. Als deze vragen nog steeds leven dan is het moment toch voorbij omdat we nu in de oordeelsvormende sessie zitten. De voorzitter: Ja dat is eigenlijk wel een terechte vraag, wat is er gerealiseerd en kunnen we inzage krijgen. De heer Gündogdu: Vorige week was ik helaas ziek, dus vandaar dat ik dat heb gemist. De voorzitter: Oké. En misschien wil de wethouder er ook wel kort iets opzeggen straks maar dat zien we dan wel.
28
De heer Gündogdu: Maar ik vervolg, ik ben nog niet klaar. Voorzitter, een andere vraag en dat is ook een mooi pilot geweest. We hebben in een aantal gebieden in onze stad, onder andere Lijnbaangebied en de Vogelbuurt hebben we een mooi exercitie gehad de afgelopen jaren, toegang tot de woningmarkt. En nou, dat heeft zich bewezen, tenminste zo lezen wij dat, maar ik ben ook wel benieuwd: wat heeft dat nou opgeleverd? Want als dat nou positief impuls heeft gegeven dan zou ik ook wel willen weten: we hebben meerdere gebieden in onze stad … De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, nu stelt u weer een technische vraag. Dus probeer er wel een politieke vraag van te maken. De heer Gündogdu: Ja, wat is de overweging geweest van het college om het alleen in dit gebied te houden en niet verder uit te breiden op basis van het gegeven dat het zo goed is gelopen in die gebieden? Voorzitter vervolgens, we hebben het over woningvorming. We zitten in een markt waar er enorme krapte is op de woningmarkt en we kennen ook onze binnenstad als mooie grote historische panden die zich bij uitstek lenen om te inventariseren überhaupt of je woningen kunt splitsen zodat je enigszins kunt voldoen aan de wensen van starters of van studenten.
Nu is dat mogelijk, minimaal zeventig vierkante meter, maar überhaupt hebben wij een inventarisatie gemaakt, zijn wij welwillend richting de pandeigenaren die mogelijk overwegen om een pand te splitsen? En we zijn natuurlijk wat dat betreft de afgelopen jaren heel terughoudend geweest in het toestaan van dit soort initiatieven, maar de markt dwingt ons ook om anders te kijken. En dan volg ik precies wat mijnheer Van der Kruijff ook aangeeft: we moeten met deze verordening ook kijken hoe we ons woningbestand, nou ja, in tred laten lopen met de wensen die er is in onze samenleving. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, ik wil even aan de Gündogdu vragen: de heer Groenewege heeft net ook zoiets aangegeven over de verkamering. Volgens mij ligt dat maar ik kan het me vergissen, ligt dat in dezelfde lijn. Dus dan denk ik: ja, we zitten nog met zoveel mensen hieraan tafel als we iedereen weer hetzelfde zegt, we kunnen ook zeggen van, nou, we sluiten ons aan bij wat de heer Groenewege heb … Ja, gewoon eventjes voor het hele geval. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel voor deze aanvulling. Ik doe het net in mijn eigen woorden.
Voorzitter, een ander laatste opmerking is: we hebben de afgelopen jaren meermaals hebben we het onderwerp wonen boven de winkels aangestipt en iedere keer hebben wij gehoord dat dit een belangrijk onderdeel was van het beleid van het college, de voorgaande colleges en het huidige college. Vervolgens lezen we terug dat eigenlijk er meer niet mogelijk is dan dat er wel mogelijk is. Dus ik zou graag ook van het college willen weten of van de wethouder waarom nou die omslag nu middels deze verordening wordt gemaakt. Dat was mijn laatste opmerking.
29
De voorzitter: Dank u wel, die is ook genoteerd. Dan zag ik daar dan net nog meer vragen aan die kant. De heer Kolkiliç en mijnheer Van Leeuwen, wilde u hier op interrumperen nog? Oké. Mag u na de heer Kolkiliç mag u, ja. De heer Kolkiliç: Voorzitter bedankt. Zoals het college aangeeft in het voorstel is het stuk wat voor ons ligt een tijdelijke verordening en wacht mijn fractie geduldig af tot het college met een nieuw voorstel komt eind dit jaar, begin 2024. Echter wil ik wel vermelden dat met het voorstel wat voor ons ligt niet veranderd vergeleken met de vorige en met de tijdelijke verordening kunnen wij op zich instemmen. Echter hebben adviseurs twijfels over de nieuwe wet versterking regie op de volkshuisvesting of het wel praktisch haalbaar is. Graag wil ik een reactie van de wethouder hoe hij daarover denkt. Wetende dat wij de leukste stad en liefste stad in de regio zijn maken vele regiogemeenten gebruik van de mogelijkheid met betrekking tot regioafspraken, in het verleden hebben wij als gemeente niet vaak gebruik gemaakt van de regioafspraken, dat kwam ook voor tijdens de commissies maatwerk huisvesting. Verwacht het college dit in de toekomst wel te doen? Over de motie van Fractie Waardhuizen, ja, daarbij, ja, wacht ik de reactie van het college en de wethouder op zich af want ook daarbij twijfels over de uitvoerbaarheid, in de motie wordt heel wat gevraagd.
En we hebben al als gemeente opkoopbescherming waar ook sociale woningen onder vallen. En bij aankoop van sociale woningen zijn er echter ook nog of is er ook nog eens zelfbewoningsplicht. Dus blijven we wat mevrouw Stolk ook net zei als gemeente niet telkens dubbele regels invoeren? Ja, dit was het eigenlijk. De voorzitter: Ja, bedankt. Gaan we naar de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, we kunnen ons op hoofdlijnen vinden in de beleidsarme notitie van het college over hoe de huisvesting wordt geregeld per 1 juli 2023. We zijn het overigens eens met wat de heer Groenewege zegt over die verkamering, dat ga ik dus niet herhalen. We hebben echter wel een belangrijk kritiekpunt. In de notitie worden, raadt eens wat het punt is, in de notitie worden acht groepen genoemd die in aanmerking kunnen komen voor voorrang. En inderdaad, het is goed als je huis is afgebrand, dat je dan voorrang hebt voor een woning, prima. Of als je huis wordt gesloopt of als je mantelzorg verleent of ontvangt, allemaal prima. Forum voor Democratie is het eens met het voorstel voor zeven van de acht groepen. We hebben echter grote moeite met het met voorrang blijven opvangen van statushouders. Onze huidige inwoners hebben een steeds kleinere kans om te verhuizen of om aan een eerste woning te komen, heeft natuurlijk ook te maken met aantal woningen dat gebouwd worden.
Je zal maar 23 zijn en op jezelf willen wonen en dat niet kunnen of je woont in een portiekflat met ondraaglijke geluidsoverlast en je beseft dat je nog jaren op de wachtlijst moet staan. De voorzitter: Even een interruptie, de heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ja voorzitter, dank u wel. Mijnheer Van Leeuwen die had net een punt met betrekking tot statushouders en we hebben het hier met dit stuk, met het beleid wat voor ons ligt hebben we natuurlijk over Dordtse inwoners die ook, of vaker Dordtse inwoners die ook ingeschreven zijn in de stad en op zoek of in de regio en die op zoek zijn naar een huurwoning. Vindt u niet dat dat Dordtenaren zijn of ziet u ze alsnog als statushouders? 30
De heer Van Leeuwen: Nou, laat ik het zo zeggen: je hebt dus mensen die nu in Dordrecht wonen die hebben gegeven het aantal woningen dat gebouwd is de afgelopen jaren hebben de grootste moeite om aan een woning te vinden en in mijn beleving hebben die een zeker recht om op afzienbare tijd termijn een woning te krijgen. Helemaal geen gekke eis want deze mensen staan al vijf of acht jaar of soms tien jaar op de wachtlijst dus ik vind dat of er worden ontzettend veel woningen bijgebouwd, dat er helemaal geen krapte meer is, prima wat mij betreft. Maar zolang dat niet het geval is vind ik dat, geef ik de voorkeur aan de huidige inwoners die van Dordrecht. De heer Kolkiliç: Voorzitter? De heer Van Leeuwen: Ja. De voorzitter: Ja, u mag even verder. De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Vindt u dat dat ook het geval moet zijn wanneer er mensen of personen uit Duitsland of België naar Dordrecht willen verhuizen? De heer Van Leeuwen: Oké ik zal, ik ga dat verder ook uitwerken in mijn woordvoering. Ik vind op zich dat iedereen natuurlijk, iedereen heeft recht op een woning, laten we even wel wezen.
Alleen op het moment dat er zo'n enorme krapte is op de woningmarkt dat mensen tien vijftien jaar of zoiets en dergelijke moeten wachten, dan vind ik op een gegeven moment dan ligt mijn keuze ligt bij de huidige inwoners van Dordrecht en ligt niet in eerste instantie bij statushouders, ben ik eerlijk in. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, ik vraag me af of de heer Van Leeuwen, wij hebben een landelijke opgave, we hebben gewoon quotum te vervullen. Dus ik snap niet zo goed van hoe je dat dan wil gaan oplossen. De heer Van Leeuwen: Vindt u het goed als ik dan … De voorzitter: Jullie storen elkaar, dat is best vervelend. Mijnheer Van Leeuwen, u mag verder. De heer Van Leeuwen: Vind u het goed, mevrouw Kruger, als ik even doorga met mijn betoog want ik ga dat, ik kom met een voorstel en dan heeft u in ieder geval een totale picture van wat ik zou willen. Ik ben benieuwd, ja, precies. Goed. De voorzitter: De heer De Feijter ook een interruptie. De heer De Feijter: Toch nog eentje dan. Ik ben benieuwd of de fractie Forum voor Democratie en of de heer Van Leeuwen ook bekend is met het aandeel statushouders wat een woning met voorrang toebedeeld krijgt. Want ik geloof dat dat aandeel best wel meevalt en er lijkt nu een onjuist beeld geschetst te worden alsof een aantal statushouders voorrang krijgen en daarom alle 31
Nederlanders, alle Dordtenaren maar geen woning kunnen krijgen. Dat lijkt mij een niet juist, een niet werkelijk beeld. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Zo heb ik dat niet gezegd, maar ik ga even door. Ik kom zo op uw vragen terug zeg maar. De voorzitter: De heer Groenewege heeft ook nog een interruptie. De heer Groenewege: Ja, een interruptie van heel andere orde. Mag, kan dat laptopscherm misschien wat naar achter want ik vermoed dat daar die echo vandaan komt. De heer Van Leeuwen: Goed, even kijken hoor. Nou goed, onze partij, dat is iedereen bekend, is, ik hoor het trouwens nog een beetje, is tegen de massale immigratie die nu gaande is. Hoewel we van die mensen natuurlijk wel begrijpen waarom ze weggaan of vluchten vanuit hun moederland, dus geen kritiek op die mensen, maar meer op het beleid zeg maar. Sinds enkele jaren is het toegestaan om de voorrangsregeling in een gemeente te schrappen voor statushouders. Dat is gewoon landelijk beleid, je kan hem schrappen. Natuurlijk ben je dan überhaupt wel verplicht om mensen op te vangen, ik dacht binnen twaalf weken maar dat zou je dan bijvoorbeeld kunnen doen in bijvoorbeeld zogenaamde containerwoningen. Deze extra woningen vallen dan buiten de normale woningvoorraad waardoor er geen extra druk ontstaat voor de huidige inwoners van Dordrecht.
Er zijn al gemeenten die het zo doen, bijvoorbeeld de gemeente RijssenHolten en de gemeente Purmerend. Ook heb ik begrepen dat Zoetermeer op weg daarnaar is. Het zou daarom kunnen dat FvD op 20 juni met een amendement komt of een motie. Die motie zou er dan over gaan dat de raad het college vraagt om een onderzoek te doen hoe wij statushouders kunnen opvangen, zonder dat dit extra druk geeft voor de huidige inwoners. Ik zou zeggen daar kun je bijna niet tegen zijn. Nou, de motie Waardhuizen heb ik, ik maak het even af als je het niet erg vindt, ik ben bijna op mijn eind. De voorzitter: U mag het even afmaken. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel voorzitter. Dank u wel. Nou, over de motie van de Fractie Waardhuizen heb ik net wat gezegd. Erg sympathiek maar we gaan die niet ondersteunen. Nou ja, dat was het eigenlijk. Ik was er al bijna. De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter. Ja, de visie van de ChristenUnie/SGP is dat als je mensen apart gaat zetten dat ze dan ook niet integreren. Dat statushouders die dus, nou ja, erkende vluchtelingen zijn en status hebben hier in Nederland dat die juist zo snel mogelijk onderdeel van de maatschappij moeten gaan worden. Hoe ziet de heer Van Leeuwen die integratie voor zich door hen allemaal in containerwoningen te plaatsen?
32
De heer Van Leeuwen: Even een opmerking over de containerwoningen, dat zijn niet containers zeg maar in de vorm van, nou ja goed, zijn geen containers of zo, dat willen we absoluut niet. Het zijn gewoon normale woningen, maar het zijn tijdelijke woningen zeg maar. Wat dat betreft de integratie, ja, eigenlijk voor een deel van de mensen die gekomen zijn is integratie gelukt, voor een ander deel is dit gewoon niet gelukt. En ik denk dat het van belang is dat de problematiek van het wonen betreft voor de huidige inwoners, die zijn er namelijk ook nog mijnheer De Feijter, dat die wordt opgelost. En dit college, maar vooral ook de vorige college bouwde heel weinig, vaak ook moties over ingediend en ook andere partijen trouwens. En ja, ik vind het erg onverantwoord om te spreken van een goede integratie als een deel van de bevolking gewoon, dat er gewoon geen huizen voor zijn. Ik vind dat, je moet de zaak wel met elkaar in evenwicht zien. Dus ik vind dat de integratie voor een deel is gelukt, voor een deel ook weer niet. En je lost, je krijgt geen betere integratie door een bepaalde bevolkingsgroep zeg maar voorrang te verlenen boven een andere bevolkingsgroep. De voorzitter: Mevrouw Kruger had een interruptie.
Mevrouw Kruger: Ja, ik had een interruptie over die containerwoning want ik vind het een geniaal idee, containerwoningen, maar niet zozeer alleen voor, niet zozeer voor statushouders, gewoon om die te gebruiken voor iedereen die een woning zoekt, vooral jongeren die kunnen ook prima in een containerwoning want het klinkt heel naar een containerwoning, maar het zijn gewoon prachtige woningen. Maar dat, ik ben het wat dat betreft met de heer Feijter eens: waarom statushouders? Het gaat er gewoon om dat mensen woningen nodig hebben en het klopt wat de heer De Feijter zegt, zoveel zijn het er niet, het gaat gewoon om dat we met een woningtekort zitten waardoor we met z’n allen een groot probleem hebben. En of het nou statushouders zijn, mensen die uit detentie komen, mensen die uit de kliniek komen vanwege verslavingsproblemen of wat dan ook, die hebben allemaal een woning nodig, die vallen ook allemaal onder die voorrangsregeling. En geniaal idee om dan containers of flexwoningen of weet ik veel wat voor woningen we hebben, oude kloosters die omgebouwd worden tot woningen, ik heb prachtige voorbeelden gezien. Dus het voorbeeld van u is geniaal alleen zou ik zeggen: doe dat gewoon generaal voor alle groepen die het nodig hebben. De heer Van Leeuwen: In ieder geval bedankt voor het compliment, mevrouw Kruger.
De voorzitter: Even wachten want er waren … De heer Van Leeuwen: Ja nee uiteraard, maar ik ga er nog op door. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, heel even wachten want er waren er nog twee interrupties op u, dan mag u ze in een keer meenemen. Mijnheer Van der Kruijff, daarna mijnheer Groenewege. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, de gedachte ooit aan mensen die je urgentie geeft is ook dat die niet in staat zijn geweest om zich in te schrijven. Want u zegt acht à tien jaar wachten maar als je iemand van urgentie ontneemt dat betekent dat al die mensen dus acht tot tien jaar zouden moeten wachten als je niet hebt kunnen inschrijven. En volgens mij kan dat niet want dan heb je acht of tien jaar geen woning. En eigenlijk wat u nu voorstelt en dat klinkt best sympathiek maar dan geef je statushouders feitelijk voorrang 33
want je geeft ze geen urgentie, maar toch voorrang. Dat is natuurlijk wel een vreemde constructie. Containerwoningen, tijdelijke woningen, flexibele woningen, ook de vorige raadsperiode hebben meerdere fracties, ook de onze, daar moties voor ingediend, onderzoeken naar laten doen, commissievergaderingen over gehouden en we konden ze met elkaar geen plek voor vinden. Dus ik ben benieuwd hoe u dat voor zich ziet. Ik heb uit het landelijk nieuws zelfs begrepen dat minister De Jonge nog een heel aantal van die containerwoningen over heeft en er geen plek voor kan vinden. Dus als wij dat in Dordrecht hebben, is het zo geregeld denk ik. Waar ging u ze zetten? De voorzitter: Die wordt straks dan ook meegenomen. Eerst nog de derde interruptie, mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Nou ja, ik vraag me wel af waarom Forum voor Democratie zich zo richt op statushouders en dan statushouders buiten de bestaande woningvoorraad specifiek wil houden. Statushouders zijn gewoon mensen met een verblijfsvergunning, die gaan niet meer het land uit, dus die worden gewoon onderdeel van, ja, van Nederland, worden gewoon Nederlanders, die komen in onze woningen terecht. Waarom zou je ze dan tijdelijk in een containerwoning zetten? Ik vind dat geen logische keuze. De voorzitter: Goed, u mag op alle drie reageren.
De heer Van Leeuwen: Ja, ik weet niet of ik alle vragen nu onthouden heb maar ik begin even bij de laatste, is wel het makkelijkste. Kijk, mensen die op dit moment in Dordrecht wonen zeg maar die schrijven zich in als ze naar een andere woning willen en die moeten uiteindelijk een aantal jaren, x aantal jaren wachten om een andere woning te bemachtigen. Nou, dat vinden we, dat is beroerd. En statushouders komen binnen, die hebben een andere positie, die komen binnen, krijgen direct een woning. Nou, mijn idee zou zijn van je laat ze in zeg maar in een tijdelijke woning verblijven die buiten de normale woningvoorraad valt en dus de vraag is aan het college of dat kan, volgens mij kan dat maar ik wil graag de mening van de wethouder weten. En dan kunnen zij ook gewoon net als alle andere Dordtenaren, want u ziet het ook, Dordtenaren kunnen ze gaan sparen zeg maar om uiteindelijk naar een sociale woning toe te kunnen gaan. Dat vind ik helemaal geen discriminatie of zo, ik vind dat het gelijktrekken van rechten en kansen voor statushouders en huidige inwoners. Ik vind het een rechtvaardig idee. Dat is antwoord een. Even kijken, antwoord twee is waarom, van mevrouw Kruger, waarom niet de andere mensen ook zeg maar naar een containerwoning geleid, laat ik het even zo zeggen.
Mijn probleem is als je het openstelt voor alle mensen, dan vallen die woningen ook weer onder de sociale woningvoorraad en dan krijg je dus eigenlijk dat je naar mijn gevoel niks oplost. Ik bedoel, je hebt nog steeds een x aantal woningen, je hebt een x aantal mensen plus nog een aantal zeg maar dat via de statushouders verordening binnenkomt. Je lost dan gewoon niks op, dat is een beetje het idee. Maar goed. De voorzitter: En dan nog de vraag van de heer Van der Kruijff. De heer Van Leeuwen: Ja, die ben ik even … De voorzitter: Of het wel een oplossing is want waar moet je ze zetten. 34
De heer Van Leeuwen: O ja, ik heb ze, ik heb een antwoord gegeven over die zoals wij er dan tegen aankijken mijnheer Van der Kruijff, over dat punten sparen zeg maar. Volgens mij was dat ook uw vraag. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat was niet mijn vraag. Mijn vraag was heel specifiek op welke plek, omdat we de afgelopen vier jaar met elkaar ons daar eindeloos naar hebben gezocht en niet hebben gevonden. De heer Van Leeuwen: U zegt dat er te weinig plek is om woningen neer te zetten. Nou, daar heb ik veel partijen over gehoord de afgelopen jaren. Ja, ik denk dat we daar het college voor hebben. We kunnen dezelfde opdracht kunnen meegeven om er nog eens naar te kijken of die toch, om zo maar te zeggen, ja, er is gewoon echt geen plek. Ik kan me wel herinneren dat in de buurt van Leerpark dat er 333 woningen volgens mij even uit mijn hoofd gebouwd zijn of in aanbouw zijn in ieder geval op dit moment. Er is wel, nee, maar er is wel plek voor gevonden dus, ja, niet ... De voorzitter: Oké, mevrouw Stolk en daarna wil ik eventjes de teugels aantrekken, we moeten de tijd in de gaten gaan houden. Mevrouw Stolk, u mag nog uw interruptie. Mevrouw Stolk: Ja voorzitter, ik vind het een beetje flauw van de heer Van Leeuwen om te zeggen: nou, ik leg het bij het college neer. Ik zou graag willen weten waar Forum voor Democratie die woningen neer wil zetten.
Wij hebben daar suggesties over gedaan in het verleden, wij willen absoluut niet bouwen in de polders, laat dat helder zijn, maar waar zou Forum het dan wel willen? De heer Van Leeuwen: In principe ook niet bouwen in de polders, heel simpel op dit moment, ja, het is niet flauw. Daar hebben we dus echt het college voor wat dat betreft om dat uit te werken. Ik ga het ook als we die raadsvergadering hebben 20 juni in een motie vragen aan het college en het college kan dan met bepaalde voorstellen komen. De voorzitter: Ja, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, dat is dus politiek. Politiek zijn keuzes maken en volgens mij is de keuze aan Forum waarvan u zegt: nou, waar willen wij dan die containerwoningen plaatsen? Wij hebben bijvoorbeeld een keer aangegeven doe dat bijvoorbeeld op een voetbalveld wat er niet meer is om er tijdelijke woningen neer te zetten. Maar waar wilt u ze dan hebben? De heer Van Leeuwen: Ja ik, dat heb ik inderdaad van u gehoord een paar jaar geleden. We hebben zelf ook genoemd bijvoorbeeld een industrieterrein zeg maar wat je zou kunnen plaatsen. Maar even mijn idee om niet te veel te noemen is dat het politiek nogal gevoelig ligt. Kijk, de vraag is of je de meerderheid ervoor krijgt. Dus ik wil niet de kans beperken zeg maar door ook locaties te noemen. U noemt ze wel: voetbalveld, industrieterrein.
In ieder geval inderdaad niet buiten de stadsgrenzen, niet in de polder bouwen, ben ik helemaal met u eens, daar zaten wij dus aan te denken. Maar de echte specifieke locatie: nou, die locatie is geschikt en die locatie ook, dan zou ik op een gegeven moment willen zeg maar vertrouwen op het ambtelijk apparaat en ook het college zeg maar die dan met een advies ... 35
De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen bedankt. Ik zou nu graag nog specifieke vragen aan de wethouder even willen inventariseren en dan kan die straks aan het woord en dan kunnen we daarna weer verder. Mevrouw Kamphuis was nog net wat eerder dacht ik. Gaat het nog hierop in, bedoelt u dat? De heer Noldus: Nee nee, nee ging woordvoering nog, kort voorzitter. De voorzitter: Ja nee, dat mag ook nog. Mevrouw Kamphuis nu. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voorzitter. Als eerste een reactie op de technische vragen die door een aantal partijen gesteld zijn over het wonen boven de winkels en het omvormen van de winkels naar woningen. Er wordt gesteld dat het toevoegen van te veel kleine wonen in de binnenstad geen kwaliteit zou toevoegen. Dat ligt er maar net aan wat je verstaat onder kwaliteit. Voor veel alleenstaanden is een kleine woning prima. Ook wordt er gezegd dat de binnenstad aantrekkelijk moet blijven voor gezinnen en dat daarom buiten de kernwinkelgebied een minimum van zeventig vierkante meter moet worden aangehouden. En de vraag is of dit niet de grote beperkenis met zich meebrengt. We zien hoe groot de woningnood is voor jongeren en kleine starters en wij verwachten dat met name die groep graag in de binnenstad wil wonen vanwege de uitgaansgebied.
Waarom wordt de aanname gemaakt dat te veel kleinere woningen in een straat de leefbaarheid zou gaan aantasten? Nu heb je twee procent kamerverhuur in de straat maar de ene straat is niet de andere. Nu is onze vraag: kan dat niet per straat worden bekeken want net zoals de Voorstraat is een hele grote straat en de Blindeliedengasthuissteeg een heel klein straatje. Tenslotte zullen wij de motie van Fractie Waardhuizen medeondertekenen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de heer Noldus. De heer Noldus: Ja voorzitter, dank. Begreep u net verkeerd met vragen aan het college want ons blijft een inbreng vanuit de VVD want we hebben wat betreft hoe we dit voorstel hebben ontvangen kunnen we ons voor een deel aansluiten wat de heer Van der Kruijff erover zei. Het een technisch voorstel, de huidige gaat verlopen en we moeten voor 1 juli een nieuwe vaststellen, dus wat ons betreft gaan we dat doen. En nou, we hebben ook recent de woonbrief vastgesteld of de routekaart wonen waarin we een aantal andere politieke zaken hebben kunnen bespreken met elkaar. En we snappen wel de noodzaak en wij voelen zelf de behoefte ook wel om in een tweede helft van het jaar hier de politieke beleidsrijke variant van te bespreken.
En ik hoorde de heer Wringer zeggen: nou, wellicht zo snel mogelijk in het nieuwe jaar, want op 1 januari gaat zoals het ernaar uitziet de nieuwe wet op de volkshuisvesting in. Ons beeld zou dan toch wel zijn dat we voor ingang van die wet een nieuwe huisvestingsverordening met elkaar in dit huis zouden moeten hebben vastgesteld. Dus dat is even een ‘…’ aan de wethouder wanneer die dan denkt te komen. Want ook tegen die tijd zijn er vanuit de VVD uiteraard wel wat wensen. Wonen boven winkels is het punt waar we vanuit de VVD al sinds langere tijd en ook in 2019 met een motie en daarna nog met wat vragen en een voorstel op zijn gekomen. Dus wat ons betreft een belangrijk punt wat we tegen die tijd graag zien. We hebben in de woonbrief of in de routekaart wonen een evaluatie op de opkoopbescherming gevraagd, daar zien we naar uit. Dat is natuurlijk een onderdeel van de huisvestingsverordening wat er hier voorligt. En ook de 36
Dordtse VVD heeft wel wat zorgen over het aantal voorrangsgevallen wat er is en zeker met de toelichting vanuit het college op eerdere stukken dat dat in de toekomst nog wel enorm zou kunnen toenemen. Dus dat lijkt ons wel een belangrijk gesprek om met elkaar te voeren en waar we hier in deze commissiezaal graag goed op gevoed worden om dat goede scherpe gesprek met elkaar te voeren. Maar dan wat ons betreft na de zomer, als er een beleidsrijk stuk voor kan liggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog meer mensen die nog een stukje woordvoering willen doen? Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik zei net tegen mijn collega, zeg ook maar dat het namens de PvdA was. Ik sluit me er volledig bij aan. De voorzitter: Dank je wel. Dan gaan we naar de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Nee, een vraag aan de heer Noldus of want het is goed als er een beleidsrijk stuk ligt maar ik hoorde ook uit deze commissie ook van diverse partijen, Partij voor de Dieren, van Fractie van Waardhuizen, wij hebben zelf ook als CDA ook wel een aantal ideeën wat je verwerkt zou willen zien in die … Dus ik wil eigenlijk geen kant en klare verordening al aangeboden krijgen waar ik wat van mag vinden.
Ik zou eigenlijk een consultatiesessie willen waarin we als raad onze wensen en ideeën mee kunnen geven en dat het college daar vervolgens mee aan de slag gaat en dan krijgen we een verordening. Bedoelt u dat ook, want dat is wat ik bedoelde. De heer Noldus: Ja zeker voorzitter, dat is wat ik eigenlijk bedoelde met dat we hier een goede discussie willen voeren en dat doe je niet naar aanleiding van een heel uitgekauwd stuk vanuit het college wat we mogen tekenen bij het kruisje maar volgens mij moeten we daar gevoed worden met zowel de informatie als de keuzes om daar het scherpe gesprek op te voeren. Dus ik sluit me daar helemaal mee aan voorzitter. Nee dat. De voorzitter: Bedankt. Dan gaan we naar mijnheer, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Nog steeds ja, mevrouw. De mijnheer zit thuis en die heet geen Kruger trouwens, maar … Ja, hij wilde mijn naam niet aannemen. Ja, kan ik ook niks aan doen hoor. Is toch heel ouderwets. Nee voorzitter, wat dat betreft de woordvoering van de heer Noldus en zoals de PvdA aangaf sluiten wij ons ook eigenlijk gewoon aan bij hoe het nu staat. Waar we ook nog wel mee willen geven de voorrangsregeling om dat echt met elkaar goed door te spitten, want ja, voorrang geven aan wie en hoe terwijl er geen huizen zijn, ik bedoel dat blijft gewoon een kwetsbaar punt. En ook nog een stukje dat we goed willen uitkauwen is de screening die nu gedaan wordt.
Het heeft goede resultaten, het is nu met een aantal jaren verlengd. Maar hoe gaan we daar in de toekomst mee om? Ja, om polarisering of profilering of hoe je het ook wil noemen en discriminatie tegen te gaan, willen we ook dat stukje gewoon goed besproken hebben. En dan het idee om daar sessies over te houden, nou prima. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer De Feijter nog.
37
De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter. Ja, grotendeels kan de ChristenUnie/SGP zich ook aansluiten bij de woordvoering van de heer Van der Kruijff en de heer Noldus en mevrouw Kruger eigenlijk ook, ja makkelijk, ja, zijn het overal mee eens. Nee, in die zin dat we nu ook nog wachten op de uitwerking van twee wetten en natuurlijk de routekaart wonen die we ook recent hebben vastgesteld. Dus we willen het college ook de tijd voor geven om te komen met een wat concreter voorstel en een heel goed idee om van tevoren natuurlijk ook ons nog te consulteren erbij. Even kijken hoor, dus voor op dit moment vooral technisch vaststellen, inhoudelijk vinden wij die zeventig vierkante meter ondergrens is ook nog wel iets waar wij over, nou, in ieder geval aan het nadenken: is dat nou inderdaad een minimum wat we moeten stellen? We snappen het voor gezinnen dat het lijkt het ons wel inderdaad een goede ondergrens. Tegelijkertijd begrijpen we ook goed wat mevrouw Kamphuis naar ik meen ook al zei dat vooral de binnenstad ook aantrekkelijk is voor studenten en voor starters en dat die ook met wat minder vierkante meter al wel genoegen nemen. Tegelijkertijd zit er ook weer in een spanningsveld met sociale veiligheid. Dus nou, we zijn ook wel benieuwd hoe het college daarnaar kijkt.
En voor de rest vinden wij het belangrijkste: wat is een beetje het perspectief? Dus welke datum zou de heer Heijkoop kunnen schetsen waarop ze die uitwerking van die wetten van de routekaart wonen kunnen verwachten. Want ja, voor die tijd kunnen we natuurlijk nog niet echt aan de slag met een beleidsrijke verordening. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de heer Groenewege en we moeten nu echt op de tijd gaan letten want het wordt denk ik mijn eerste vergadering dat ik echt mijn best moet doen om de tijd te halen. De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel voorzitter. De heer De Feijter noemde het heel snel: de sociale veiligheid komt onder druk als je kleinere kamers toestaat. Kan hij toelichten hoe dat werkt? De heer De Feijter: Nou, ben geen expert maar het is natuurlijk wel zo dat over het algemeen in buurten waar gewoon meer mensen zitten en waar je gewoon op een kleinere ruimte met elkaar samenleeft dat dat gewoon een zeker spanningsveld met zich meebrengt. Hoeft niet altijd zo te zijn, gaat ook heel vaak goed. Ja, maar je hebt toch iets sneller kan je overlast bijvoorbeeld van elkaar ervaren. En nou ja, daar zit daar wel gewoon een bepaalde ruimte. Helaas is ons raadslid wat expert was op dit gebied vertrokken, maar goed, er zit daar wel een spanningsveld en het college kan daar allicht meer over vertellen. De voorzitter: Interruptie, de heer Groenewege.
De heer Groenewege: Ja voorzitter, die overlast kan ik op zich wel volgen. Maar sociale veiligheid is volgens mij iets anders. Ik heb juist het idee dat de sociale veiligheid toeneemt met meer mensen op dezelfde oppervlakte, want je hebt meer sociale controle. Dus is de heer De Feijter niet juist van mening dat de overlast toeneemt en bedoelde die dat te zeggen in plaats van de sociale veiligheid? De voorzitter: De heer De Feijter.
38
De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter en bedankt ook voor de interruptie. Voor een deel kan ik daarin meekomen. Tegelijkertijd wat ik zeg, ik ben geen expert, maar ik heb hier wel een aantal dingen over gelezen en daar bleek wel uit dat het inderdaad wel een spanningsveld met sociale veiligheid meebrengt. Aantal personen dat kan inderdaad helpen met die sociale controle. Tegelijkertijd merk je ook juist in steden en in grotere gebieden dat dat ook helpt met de of juist zorgt voor anonimiteit en dat je eigenlijk juist haast minder naar elkaar gaat omzien. De voorzitter: Nog een interruptie van mevrouw Kamphuis. De heer De Feijter: Maar goed, ik wil hier voor de rest inhoudelijk niet te gedetailleerd op in. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik had een vraag, ik woon in een ouderencomplex met alleen maar ouderen. Daar is de overlast ook heel erg hoog en daar wonen maar een paar ouderen. Waaruit blijkt het dat de overlast van de jongeren erger zou zijn dan van de ouderen, of dat het meer overlast kan brengen? Want je weet dat je in een omgeving gaat wonen waar veel studenten zijn, dan weet je toch dat er overlast is? De voorzitter: De heer De Feijter. De heer De Feijter: Dank u wel voorzitter. Ja, dat waren niet mijn concreet of niet mijn woorden dat jongeren zorgen voor meer overlast. Ik had meer gewoon over de bevolkingsdichtheid.
Goed, ja, er zijn inderdaad voorbeelden van studentensteden waarbij grote groepen jongeren op elkaar inderdaad zorgen voor meer overlast. Maar goed, ja, dit is niet een specifiek punt waar ik me nu hard op wil gaan maken. Het gaat vooral om die zeventig vierkante meter waarvan we snappen dat het een ondergrens is wat betreft gezinnen maar wij denken inderdaad dat er voor jongeren, ja, mogelijkheden zijn als die aantal vierkante meter naar beneden gaat. We zijn benieuwd hoe het college daarnaar kijkt. De voorzitter: Bedankt. Dan gaan we door naar de beantwoording vanuit het college. Ik heb 22 punten opgeschreven, misschien heb ik er nog een paar gemist tussendoor. Als u nu gewoon begint dan volg ik wel of er nog dingen missen straks. Dus we gaan even luisteren en dan kunnen we straks de tweede ronde. Tien minuten? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, ik zet even mijn dingetje uit. Ze kunnen thuis niet op Netflix, dus dat is wel een groot probleem, maar dat ga ik nu even niet voor ze oplossen. Ik ga wel uw vragen beantwoorden. En het waren de talrijk aantal, voorzitter. En ik ben altijd jaloers op uw gestructureerde aanpak want ik zit dan zelf een beetje te kliederen en dan zie ik u alles heel goed op een rij zetten. Dus wellicht kunt mij nog behulpzaam zijn als ik ergens een vraag vergeet.
Maar ik denk zomaar dat de commissieleden zelf ook wel in het oog zullen houden als ik vragen mis. Ik denk dat de meeste vragen gingen over de status van dit stuk. En dit is geen uitgekauwd stuk, zou ik richting de heer Noldus willen zeggen, dit is een met veel liefde opgestelde verordening door de ambtenaren met hier en daar wel een artikeltje wat misgegaan is in de doornummering geef ik gelijk toe richting de heer Groenewege. Daar zullen we nog even goed naar kijken, want een verordening moet natuurlijk wel kloppen. En waarom moet die kloppen, omdat een verordening eigenlijk per definitie een soort sluitstuk is van een 39
beleidsproces. Dat zien we in het sociaal domein, dat zien we op tal van onderdelen, eerst praat je met elkaar over het beleid en als het beleid duidelijk is, dan laat je de gevolgen van het beleid neerslaan in de verordening en dat is eigenlijk het instrument wat je toepast. Dus zo is deze ook bedoeld. Dus u heeft absoluut wel gelijk als u zegt: ja, dit is eigenlijk een stuk waar je niet echt lekker vrij met elkaar over kan praten. We hebben in het voorstel ook nadrukkelijk aangegeven dat we ervoor kiezen om deze verordening nu aan u voor te leggen omdat de winkel moet openblijven tijdens de verbouwing. Een verordening stel je voor vier jaar vast, de huisvestingsverordening, in principe en dan moet hij vernieuwd worden. En hij loopt nu uit de tijd dus we hebben hem eventjes netjes tegen het licht gehouden, we hebben wat zaken aangepast, geactualiseerd, maar we hebben hem niet verrijkt met allerlei nieuwe inzichten vanuit uw raad of vanuit politiek akkoord of vanuit wet- en regelgeving die eraan zit te komen. We kiezen er nadrukkelijk voor om te zeggen: nou, we gaan de ambtelijke inzet richten we nu even op het op orde brengen van deze verordening en daarna gaan we een traject lopen.
En het traject gaan we lopen met uw raad in de eerste plaats maar ook in de regio want we zijn een arbeidsmarktregio en we hebben een regionale verordening, regionaal beleid en het is ons ook een lief ding waard om elkaar, nou ja, om eigenlijk in verbinding met elkaar tot een nieuwe verordening te komen omdat je anders een enorm bewerkelijke uitvoeringstechnisch ingewikkeld gebeuren krijgt. Dus dat gaan we ook doen. Daarbij was ook een ander argument heeft u ook kunnen lezen dat we op dit moment een hele ambitieuze minister hebben die de wetten aan elkaar rijgt. Of ze allemaal uitvoerbaar zijn, zeg ik richting de heer Kolkiliç, ja, bij deze minister die staat erom bekend dat hij wel eens de stip, dat hij de lat net ietsje hoger legt dan wat die uiteindelijk waar kan maken. Maar zijn energie doet ons goed, zijn energie is ook nodig omdat we op het gebied van volkshuisvesting een groot vraagstuk hebben. En het thema volkshuisvesting is gewoon tien jaar lang veronachtzaamd in Den Haag. Dat kun je ook gewoon zo stellen want het was niet eens meer een departement, het had weinig bestuurlijke aandacht en daarmee zijn we voor een deel ook in de problemen beland waar we nu in zitten. Dus het is goed dat er regie wordt gepakt en het is ook goed dat er stevige wet- en regelgeving komt en, excuus voorzitter.
De heer Gündogdu: Voorzitter, wie is die minister? De voorzitter: Wie is die minister? De heer Heijkoop: Ja, dat is een technische vraag voorzitter, dat … U weet wie de minister is neem ik aan. Ja, ik dacht ik vind het ook weer, anders vind ik het ook erg flauw. Maar ja, maar de wet versterking regie op de volkshuisvesting is best wel een stevige wet, is politiek geladen maar is ook in zijn uitvoering best wel stevig en heeft echt gevolgen voor ons ruimtelijk instrumentarium, heeft gevolgen voor de wijze waarop wij woningbouw kunnen realiseren, met welke instrumenten wij kunnen ingrijpen en ook waar het gaat over de woningtoewijzing en dergelijke, de verhouding sociaal, niet sociaal, nou, dat soort vragen. Dus wij willen eigenlijk echt weten hoe die wet eruitziet om dan de gevolgen van die wet ook mee te kunnen nemen in de verordening. Dus dat zou eigenlijk mijn antwoord richting de heer Noldus kunnen zijn, zou dat moeten zijn: als die wet vastgesteld is door de Kamer, hij is duidelijk, hij hoeft nog niet gelijk in werking te zijn getreden, maar we weten wel wat het geworden is, dus want de Kamer kan nog amenderen en alles, nou ja, dan kunnen wij die ook nadrukkelijk een plek geven in onze 40
verordening. En parallel daaraan lopen we ook het traject in de regio. In de routekaart wonen hebben we aangegeven dat we begin volgend jaar in principe met u in gesprek willen over die nieuwe verordening maar ik heb u ook nadrukkelijk gehoord over een, moet ik even goed, consultatiebijeenkomst. Dat was het, voorzitter, daar heb ik meerdere van u over gehoord en ik kan mij zomaar voorstellen dat dat zeer waardevol is en daar hoeven we zeker geen jaar mee te wachten of driekwart jaar, dat zouden we na de zomer kunnen doen. En wellicht ook ondersteund vanuit de nieuwste inzichten waar het gaat over voorrang. De beschikbaarheidsmonitor 2022 is bijna gereed, de corporaties leggen daar nu de laatste hand aan en dat geeft alle inzichten waar het gaat over de huidige toewijzing vanuit de huisvestingsverordening dus dan kun je precies zien wat we allemaal zien gebeuren. En ook inderdaad dat een steeds hoger percentage met voorrang wordt toegewezen, nou ja, doordat mensen vanuit verlaten instelling, andere voorrangscriteria, sloop nieuwbouw, maar natuurlijk ook het huisvesten van statushouders.