2.3 2023-01-24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Dan ga ik eventjes terug naar mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Kort een eerste reactie. Voorzitter, ik wil even een stukje voorlezen. Het kabinet wil de verbinding met de samenleving herstellen en een betrouwbare overheid zijn. Dat moet een overheid die dienstbaar, responsief en dus realistisch is. Responsief betekent goed luisteren naar wat er leeft en signalen uit de uitvoering tijdig bij beleidsmakers krijgen. Dienstbaar betekent ook kijken hoe het handelen van de overheid eigenlijk uitpakt voor mensen, aldus Bruins Slot. Dat is een recent interview. Voorzitter, het gaat onze fractie Op Ons Eiland niet zozeer wel of geen asielzoekerscentrum. We zien de nood in de wereld, en Ter Apel, die beelden zien wij
36
ook. Maar we maken ons ernstig zorgen over het proces wat nu voor ons ligt. Bij het aantreden ook van dit college is uitvoerig gesproken over inspraak, participatie, burgers betrekken, en juist dít onderwerp, en ik weet dat er een zwaard van Damocles zo ongeveer hangt, met de spreidingswet dat dit onderwerp juist bij uitstek een onderwerp was om in gesprek te gaan met Dordt. En ik vind het persoonlijk, onze fractie vindt het echt een gemiste kans, vandaar dat we dit echt nadrukkelijk willen meegeven. Dus buiten het onderwerp om, het proces is niet goed. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gündogdu. En dit wordt ongetwijfeld genoteerd door het college. En dan zullen ze vast op een zeker moment op terugkomen. Mijnheer Schalken? De heer Schalken-den Hartog: Ja, voorzitter, kort een eerste reactie namens Beter voor Dordt. En laat ik beginnen te zeggen met het feit dat vanuit Beter voor Dordt wij het belangrijk vinden dat we een bijdrage leveren aan de opvang van mensen die dat nodig hebben, of dat nu de Oekraïners of de vluchtelingen zijn. En we hebben het er net ook al over gehad, ook Dordrecht die zal dadelijk wellicht ook verplicht worden om invulling te geven aan een opdracht die we krijgen opgelegd voor het plaatsen daarvan. De heer Gündogdu gaf het al aan met betrekking tot het betrekken en participatie.
Dat is ook een punt wat we hier in ieder geval willen maken. Maar daarbij zien we ook nog een gigantische opdracht van het college ook met betrekking tot draagvlak in de samenleving. En u kunt zeggen van oké , dan kunt u daar als raad een rol bij spelen. Maar ja, de eerste reacties die er kwamen nadat dit bericht naar buiten kwam was van mensen die zoiets hadden van nou, dat is mooi, voor deze mensen wordt het goed geregeld, maar mijn zoon of dochter die kan nog steeds geen woning vinden, of mijn zoon of dochter die wordt nu 18 plus, zit in de Jeugdzorg - stond vandaag volgens mij ook in het AD - en die dreigen op straat terecht te komen. Ik denk dat het heel erg belangrijk is - vanuit Beter voor Dordt geven we dat ook nadrukkelijk aan - dat u ook laat zien dat u ook voor díe doelgroepen mensen net zo hard wil lopen als voor deze Oekraïense mensen en de vluchtelingen die opgevangen moeten worden. Dat is de eerste reactie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schalken. Mevrouw Pichel? Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk dat het niet heel hard nodig is om een heel pleidooi te houden wat de politieke mening is van Forum voor Democratie. Ik denk dat die landelijk gezien heel duidelijk is dat we het niet eens zijn met het immigratiebeleid en dat we geen asielzoekerscentra wensen.
Dat gezegd hebbende, wanneer er toch grote stromingen binnenkomen, vinden wij ook zeker niet dat we die mensen als vee moeten behandelen. Dus ik denk dat we daar ook naar moeten kijken. Er ligt hier iets voor. Misschien dat het college iets wil doen met die taakstelling, en ik stel het in die zin heel erg op prijs dat het college ook ons vraagt om te komen met wensen en bedenkingen. En dat is iets waar ik ook graag aan zou willen bijdragen. Dus ik maak graag gebruik van de gelegenheid om te komen met wensen en bedenkingen, en zou dat heel graag constructief willen oppakken, want ik denk dat het verder moet gaan dan gewoon puur die taakstelling dat men een dak boven hun hoofd krijgt en eten. Natuurlijk is dat het allereerste wat we moeten doen, dat snap ik, maar daarnaast houdt dit niet op, en denk ik dat we nog net een stapje verder zouden moeten kijken hoe je ervoor kunt zorgen dat deze mensen ook echt op een juiste manier de begeleiding krijgen in het trauma die men heeft doorgemaakt zodat we ook daadwerkelijk iets kunnen gaan bijdragen.
37
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Pichel. Mijnheer De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Het gaat mij eventjes ietsje te snel, en ik zal dat in de fractie overleggen, en dan komt dat de 7e ter sprake. Ik heb nog wel even zijdelingse opmerkingen. Omdat we geen grip hebben op de hoeveelheid mensen die naar ons land komen piept en kraakt de woningmarkt, is het beroep op publieke voorzieningen te groot en is het steeds moeilijker om solidariteit op te brengen in opvang en huisvesting. Waarom wil Dordrecht hier een voortrekkersrol gaan vervullen? De voorzitter: Dank u wel mijnheer de Vries. Mijnheer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ja, allereerst even kort op het punt ten aanzien van de Oekraïne opvang in het Stadskantoor. De vraag die ik gesteld had is goed beantwoord door mevrouw Vergouwe. Dank daarvoor. Ten aanzien van het AZC. Nou, zoals de heer Kolff in zijn betoog al aangaf dat niemand, en ook het CDA Dordrecht, liep te springen om een besluit te nemen over een AZC. Echter, nu door de nieuwe spreidingswet in wording een situatie ontstaat waarin het onze gemeente gaat worden opgelegd, is die situatie wezenlijk anders geworden. Het collegebesluit om alvast op de nieuwe spreidingswet te anticiperen en verantwoordelijkheid te nemen, want dat is waar het hier om gaat, steunt het CDA.
In het voorstel van de zaken die voor het college van belang zijn voor een te realiseren AZC staat duurzaamheid op nummer één, een zorgvuldige inpassing en communicatie met de omgeving op nummer vier, en de periode van vestiging als laatste punt genoemd. Ik ga ervan uit dat deze opsomming geen prioriteitstelling is, want dit vierde en het vijfde punt zijn wat het CDA Dordrecht betreft het meest belangrijk. Hieruit volgt een ander belangrijk punt. Als het aan onze fractie ligt, wordt het AZC geplaatst om een locatie waar onze kwetsbare wijken zoveel mogelijk ontlast worden, wellicht inclusief voorzieningen op locatie en vormen van dagbesteding. Afsluitend. Ja, deze klus moeten we samen klaren. En gezien eerdere uitdagingen en ook grote inbreng vanuit vrijwilligersinitiatieven die we destijds zagen, zoals Dordt voor Oekraïne, heeft het CDA Dordrecht er alle vertrouwen in dat we dat ook nu kunnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Klerk. Mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ja, dank voorzitter. GroenLinks vindt het een positieve ontwikkeling dat het college voornemens is een asielzoekerscentrum te openen in Dordrecht. Hiermee neemt onze stad haar verantwoordelijkheid en levert na vermogen een bijdrage om de crisis en asielopvang enigszins op te lossen. We mogen niet vergeten dat het hier om mensen gaat.
We zien nu weliswaar geen beelden meer van asielzoekers die op het grasveld buiten de nacht moeten doorbrengen, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat de mensonterende situatie ook helemaal verdwenen is. Duizenden asielzoekers verblijven nu momenteel al maandenlang in crisisnoodopvanglocaties, of noodopvanglocaties terwijl die eigenlijk bedoeld zijn voor kortdurende opvang. En onlangs bevestigde ook de rechter dat de leefomstandigheden voor asielzoekers op structurele wijze door de humanitaire ondergrens zakken. En om die reden is het goed dat er nu overal in het land asielzoekerscentra worden geopend, waarbij wordt voldaan aan de minimale eisen voor een menswaardige opvang. Ook voor asielzoekerscentrum in Dordrecht is het voor GroenLinks van belang dat het welzijn van asielzoekers in acht wordt genomen. En gelet op de periode die deze doelgroep deel uit gaat maken van onze samenleving is het extra belangrijk dat asielzoekers ook de kans krijgen om te integreren in de Dordtse gemeenschap. Zinvolle dagbesteding, tewerkstelling van asielzoekers en een goede ov-verbinding zijn hiervoor enorm belangrijk. Kortom, wij steunen het voornemen van het college om een asielzoekerscentrum te openen in
38
Dordrecht van harte, en ook de inzet van college richting het COA om zowel het belang van de asielzoekers, maar ook het Dordtse belang te behartigen. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Uysal. Dan ga ik naar mijnheer Portier. De heer Portier:: Voorzitter, om te beginnen steun voor de voorstellen voor de opvang van Oekraïners, en steun voor het openen van een asielzoekerscentrum. Om te beginnen even over de situatie van de Oekraïners. We kunnen niet verwachten, helaas, dat de oorlog vandaag of morgen voorbij zal zijn. Het gaat zeker nog jaren duren en we weten niet hoelang het gaat duren. Buurlanden van de Oekraïne, Polen met name, maar ook Bulgarije, Roemenië ook Rusland hebben naar verhouding veel meer Oekraïners opgevangen dan in Nederland. Dus ja, Rusland heeft drie miljoen opgevangen. De oorlog gaat niet voorbij en we hebben gewoon de taak om die mensen op te vangen om hen een zo goed mogelijk bestaan te bieden zolang ze nog niet terug kunnen. En ja, wie weet gaat het ook nog wel langer duren of willen mensen op een bepaald moment ook niet meer terug, als hun land door oorlog verwoest is, dus daar moeten we gewoon rekening mee houden. Dan over de asielzoekers.
Ja, je kunt allerlei vraagtekens zetten bij het migratiebeleid, zoals de afgelopen regeringen dat gevoerd worden, of er niet meer gedaan kan worden ook aan de oorzaken waarom mensen hier naartoe willen vluchten. Denk aan de oorlog in het Midden-Oosten, of denk wat er nu aan de gang is in Jemen. Feit is dat er vluchtelingen naar ons land toe komen en dat die opgevangen moeten worden. Ook als er geen wettelijke verplichting zou komen zou het niet meer dan redelijker zijn dat onze gemeente ook haar aandeel zou nemen in de opvang van asielzoekers. Dus wat dat betreft ook voor de voorstellen steun voor het college. Ik kan wel begrijpen dat er een heleboel mensen zijn die zeggen, zoals ook de heer SchalkenHartog aangaf: ja, en wij dan, wanneer komen wij aan de beurt voor een woning? En wat gaan we aan de dakloosheid doen, wat gaan we aan de mogelijkheid doen van jongeren om een woning te krijgen? Dus dat betekent dat het ook nog belangrijker wordt om vol in te zetten op de snelle realisatie ook van betaalbare woningen voor onze inwoners om het draagvlak voor de opvang van asielzoekers niet te ondermijnen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Portier. En dan gaan we naar mijnheer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Dank, voorzitter. Ik zal het kort houden.
Door de invoering van de spreidingswet zal het op een gegeven moment door de landelijke overheid een taakstelling worden om een AZC te openen. Vandaar vinden wij het een goede keuze van het college om zelf het initiatief te nemen, waarbij je ook de regie deels in eigen handen kan houden. Steun voor beide voorstellen. Echter heb ik nog wel een vraag. Ik ben benieuwd of het college de plannen met betrekking tot het aantal te bouwen sociale huurwoningen gaat herzien? De voorzitter: Ik denk dat die vraag nu even niet beantwoord wordt, maar ik vermoed dat ik het antwoord wel weet. Mijnheer Van der Net, gaat u maar naar uw verhaal. De heer Van der Net: Dank u wel. Ja, het is misschien verbazend, maar wij staan niet te juichen dat dit op deze wijze hier neer wordt gelegd. We vinden ons op dit moment gedwongen inderdaad wel om hierin mee te gaan, maar binnen onze eigen partij hebben we natuurlijk ook al wat discussie gevoerd. Dat kan gelukkig binnen een democratische partij, mijnheer Van Leeuwen. En ja, het is natuurlijk wel zo dat de stoom vinden wij met… De voorzitter: Ja, mijnheer Van Leeuwen, ik zat er al op te wachten. Ik snap hem ook.
39
De heer Van Leeuwen: Ik maak dus bezwaar tegen dit soort opmerkingen. De voorzitter: Ik denk inderdaad, mijnheer Van der Net, dat u moet proberen geen sneren uit te delen. De heer Van der Net: Ja goed, de vrijheid van meningsuiting is maar een groot goed dus... De voorzitter: Ja, dat weten we, maar die is wel begrensd. We houden het wel fatsoenlijk. De heer Van der Net: Ik zeg niks fatsoenlijks, het is een feitelijke constatering. De voorzitter: Nee, we gaan respectvol met elkaar en ook met de andere partijen om. We werken met elkaar samen, dus ik denk dat u dat soort opmerkingen beter in kunt slikken. De heer Van der Net: Ik heb gezegd wat ik gezegd heb. De wet is nog niet van kracht, maar wij begrijpen wel dat het college op dit moment op zoek gaat toch naar een locatie. Anders dan worden we inderdaad dadelijk gedwongen, en dan komt het op een plek waar we hem helemaal niet willen hebben. De steun hangt wel af van een geschikte locatie. En wij houden inderdaad het college aan dat het niet groter wordt dan de te verwachten taakstelling. En eventueel zijn wij inderdaad bereid om te kijken of het groter wordt, maar dan moeten we de duidelijkheid hebben dat er een significante oplossing komt richting de regio voor de opvang van statushouders en andere mensen met een vlekje die toch ook ergens moeten wonen, en op die manier kunnen we daar dan mee leven.
De voorzitter: Mijnheer Van der Net, ik denk dat ik begrijp wat u bedoelt, maar ik vind ook de uitdrukking mensen met een vlek niet zo fijn. De heer Van der Net: Voorzitter, ik praat zoals ik wil, en dat u vanuit uw eigen ervaring misschien inderdaad vindt dat dit niet gepast is, maar u bent hier voorzitter voor een commissie en uw eigen opvattingen zijn hier niet van belang. De voorzitter: Nou, ik denk dat ik als voorzitter wel degelijk commissieleden mag aanspreken op hun taalgebruik. Ik denk dat zelfs dat het... De heer Van der Net: Ik denk dat als ik het heb over mensen met een vlekje vind ik dat een normale uitdrukking. Als u dat niet vindt dan is dat voor uzelf, voorzitter. De voorzitter: Ik verzoek u vriendelijk om dat toch maar even niet meer te doen. Ja, maar u mag vervolgen. De heer Van der Net: Ik ga door, voorzitter. Nou, de leefbaarheid en veiligheid vinden wij op dit moment toch wel onderbelicht en dat is de leefbaarheid en veiligheid van eventueel asielzoekers, maar ook inderdaad van de Dordtse bewoners en de bedrijven eventueel die direct buren worden van eventueel een asielzoekerscentrum.
En wij leggen het ook nog wel even neer, wij vinden ook, net zoals de wethouder net heeft gezegd, dat het belangrijk is dat de mensen toch wel aan het werk gaan, maar dan vinden wij ook wel van dat is natuurlijk wel geschikt voor de mensen die waarschijnlijk toch een status kunnen krijgen, en wij hebben wel een probleem dan inderdaad dat er veilige Landers eventueel komen, ook al weet ik dat u daar geen invloed op heeft. Maar we geven hem wel even mee in de onderhandelingen met het COA om te kijken hoe we dat mee
40
kunnen, want dan kunnen wij in ieder geval ook wat meer druk zetten om die mensen aan het werk te krijgen als we dat eventueel kunnen uitruilen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Net. Dan gaan we naar mijnheer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik het hebben over de opvang van de Oekraïners. Ik ben blij dat het college een oplossing heeft gevonden voor het sluiten van Crownpoint. Ik hoop wel dat de oorlog in Oekraïne voorbij zal zijn tegen de tijd dat dit pand opgeleverd moet gaan worden om gesloopt te worden. Maar dat ligt niet in handen van het college. Wat asielzoekers betreft. Ja, er zijn altijd vluchtelingen, die zullen er blijven om wat voor redenen ook, en die moeten wij ook op moeten kunnen vangen, vinden wij. Dat er een locatie gezocht wordt is uiteraard prima. Alleen vragen wij ons af: blijft bij een locatie of hebben of heeft het college nog dan een reservelocatie in gedachten, omdat er wel eens heel veel tegenstand zou kunnen komen uit de mens uit omgeving? Dan hebben we het over gezien in de Eulerlaan waar heel veel commotie bij was, en vervolgens moest het college weer op zoek naar een tweede locatie, en moesten de mensen weg. Dus de vraag is: kijkt het college naar tweede locatie? En ja, hoe gaat ze om met de felle tegenstand die misschien gaat komen? Dat is voorlopig wat wij zeggen.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Venderbos. Ook die vragen zijn ongetwijfeld genoteerd. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Nee, wij steunen van harte het voorstel voor de verhuizing van Oekraïners naar het Stadskantoor en voor het te komen asielzoekerscentrum. Migratie is iets van alle tijden, en zij heeft van onze samenleving en ook van onze stad een samenzijn van mensen gemaakt met diverse culturele achtergronden. Dat vinden we een mooi gegeven. Wat we belangrijk inderdaad vinden, en net al kort hebben genoemd, is dat het begeleiden naar werk op een veilige manier, dat we dat belangrijk vinden, en dat er ook goed gecommuniceerd wordt met de omgeving, zoals inderdaad een commissie waarbij buurtbewoners samen met de politie en handhaving op tijd kunnen aangeven waar tegen aanlopen, zodat de problemen niet te groot oplopen, omdat ook in andere gemeenten is gebleken dat op het moment dat je dat vaak doet, dat er op een gegeven moment niet meer zoveel problemen aanwezig zijn. Daarnaast willen we ook meegeven voor het asielzoekerscentrum. Voor de Oekraïne opvang is kinderopvang geregeld ook vaak regulier, dus op andere basisscholen en kinderopvangen. We vinden het belangrijk dat dat ook voor het asielzoekerscentrum gebeurt, als dat mogelijk is, zodat ze ook sneller andere kinderen leren kennen en kunnen mee integreren in de Dordtse samenleving.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schnabel. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ja, voorzitter, in eerste instantie wat betreft de verhuizing naar het Stadskantoor. Een goed signaal dat we als gemeente letterlijk ruimte maken voor deze oorlogsvluchtelingen. En daarnaast is het gewoon een heel mooie puzzel om te leggen gezien de plannen van de Spuiboulevard. Complimenten daarvoor. Het is een dapper en ook wel een stoer besluit, zou je kunnen zeggen. Ik zou het college ook willen aanmoedigen om ook voor de Dordtenaren die al lang wachten op een plek in de stad, te blijven zoeken naar dit soort dappere en stoere voorstellen. Voorzitter, wat betreft het AZC? We zijn als fractie realistisch. Er komen veel mensen onze kant op en we hebben een verantwoordelijkheid, of we het nu leuk vinden of niet, zou je kunnen zeggen. We
41
hebben gezien dat de huidige opvang van asielzoekers in onze stad eigenlijk heel goed gaat en dat geeft vertrouwen. We kijken positief naar de voorwaarden die we als gemeente stellen richting COA, provincie en rijk. Wel zijn we benieuwd hoe voorwaardelijk die zijn? Want wat nu als er bijvoorbeeld geen akkoord komt op die voorwaarde dat asielzoekers langer aan het werk kunnen dan die 24 weken per jaar? Hoe neemt de wethouder dit mee in de onderhandelingen? Daar zijn we heel benieuwd naar. Samengevat, we begrijpen de opgave, we zijn realistisch en daarom op dit moment positief over dit voornemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Heer, dan gaan we naar mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik had al zoiets: moet ik heel hard gaan gillen? Maar dat is niet nodig. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wat betreft de asielzoekers, het AZC. Dat is geen bevoegdheid van de raad, en dan gaat het dus niet om of wij het wel of niet eens zijn met het besluit van het college. Maar het gaat er wel om dat we wensen en bedenkingen kunnen uiten en die wensen en bedenkingen zijn alleen dan gericht, niet zozeer aan de gemeente, maar meer aan landelijk. Wij wensen dat gemeentes, in ieder geval Dordrecht, meer positie gaan pakken om landelijke keuzes die ons tot stevige uitdagingen dwingen te beïnvloeden. En onze bedenkingen die zijn vooral gericht op het landelijk beleid.
En ik weet dat we daar hier niet zozeer iets aan kunnen doen, maar ik hoop echt van harte dat we ons realiseren dat daar echt iets zal moeten gaan veranderen, en dat we niet iedere keer aan dweilen zijn om dingen waar de kraan in Den Haag over wordt opengezet. Ja, voor Gewoon Dordt hoeft er niet per se een AZC te komen, zoals u zult begrijpen. Wij vinden het logischer dat de rekensom op grondoppervlak gaat en niet op inwonersaantal. Het is hier al zo druk. En daarnaast denken we dat als je als gemeente al heel veel Oekraïners opvangt dat misschien ook wel voldoende is, en een ander dan de andere asielzoekers opvangt. Over de Oekraïners principebesluit. Het is een Raadsinformatiebrief, dus die nemen we voor kennisgeving aan. Ook hier een wens dat we net zo goed zorgen voor onze medewerkers die her en der geplaatst gaan worden als voor de Oekraïners. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. Naast u zit nog een anoniem persoon, maar ik meen dat het mijnheer Stam is. Heeft u nog een woordvoering namens de fractie van Waardhuizen? De heer Stam: Nee, dan kijk toch even naar mijn collega. Die zat hier, ik zit hier mee te luisteren. Ah, sorry. De voorzitter: Ja, u zat acht mijnheer Portier z’n krullenbol. De heer Portier:: Wat ervan over is. Mevrouw Van Waardhuizen-Simon: Ja, ik onthoud me even van dat commentaar.
Ten aanzien van de voorstellen, in ieder geval steun voor de regie in eigen hand houden en de pro activiteit die beide voorstellen ademen. Ten aanzien van de opvang Oekraïners zijn we in ieder geval wel benieuwd naar de businesscase en de budgetneutraliteit daarbij, zoals die ook benoemd werd door de burgemeester. Ten aanzien van het AZC zien we nadrukkelijk wel een aantal aandachtspunten die eerder ook al wel genoemd zijn door andere partijen. De participatie, omgeving en in het verlengde daarvan ook de beoordeling van de mogelijke locaties of locatie. En nou ja, ook wel benieuwd naar de uitruil huisvesting met andere kwetsbare groepen, en dus ook het gevolg voor de sociale woningmarkt in Dordt. Tot zover eventjes.
42
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Simon. Dan ga ik even kort vragen of allebei de collegeleden elk twee minuten willen reflecteren, of mevrouw Van Benschop alleen vier minuten, dat mag ook. Mevrouw van Benschop: Ik begin. Ja, dank u wel voorzitter. Laat ik beginnen met uitspreken dat ik in ieder geval wel echt heel blij ben om te horen dat er een constructieve houding is vanuit de commissie. Ik heb ook gehoord dat er bedenkingen zijn, ik heb ook gehoord dat er wensen zijn. Die negeer ik ook niet, maar ik hoor zeker een constructieve houding en de wens om met elkaar te komen tot een goed pakket: hoe kunnen we dit in Dordrecht goed realiseren? Dan wil ik heel eventjes … Ik kreeg een directe vraag over het aantal sociale huurwoningen en wat dit betekent voor de opgave. Daar moeten we wel echt even een duidelijk onderscheid in maken. Op het moment dat we hier een AZC krijgen, of dat nu voor 500 mensen is, voor 700 of voor 1000, dat betekent niet dat we daarmee die mensen uiteindelijk ook allemaal een woning moeten geven in Dordrecht. Dit is de opvang. En van daaruit krijgen de mensen die een status krijgen recht op een woning. Die worden verspreid over Nederland, dus het is niet dat met de komst van een AZC ook de druk op onze sociale huurwoningen één op één groter wordt.
Neemt niet weg dat die drukte er natuurlijk wel is, en ook dat heb ik meerdere keren voorbij horen komen, zorg er dan ook voor dat je echt aan de bak gaat om voor die mensen die nu zien: we lopen hard voor de asielzoekers en voor de Oekraïense vluchtelingen, laat ook zien dat je zo hardloopt voor onze eigen Dordtenaren. En ik kan echt toezeggen dat doen we. Dan was er nog een vraag over de locatie, ik dacht dat dat van Partij voor de Dieren was. We zijn op dit moment bezig met de verkenning naar de locaties die die dan mogelijk zouden zijn. Uiteindelijk kiezen we voor een locatie die het meest geschikt is, gebaseerd op al die voorwaarden waar we het hier ook over hebben, en dat gaat over grootte maar het gaat ook over bereikbaarheid, het gaat over het brede pakket wat is een geschikte locatie, inpassing in de omgeving. En op basis daarvan wordt er dan een keuze gemaakt voor een locatie, dus dat betekent dat andere locaties ook wel degelijk bekeken zijn. Dus we kiezen de meest optimale plek. Dan was er nog een vraag over de prioritering van de voorwaarden die genoemd waren. Nee, dat is geen prioriteringslijstje. Dit zijn gewoon de voorwaarden waarover gesproken wordt. De voorzitter: Ik denk dat u ongeveer aan uw twee minuten zit. Mevrouw van Benschop: Ja, ik ben bijna klaar. Dan nog over de participatie, of het participatieproces richting raad.
Juist met deze bijeenkomst van tweeëneenhalf uur met een algemene beschrijving en vervolgens de mogelijkheid tot hier al een voorschot nemen - noem ik het maar even – op het oordeel, hebben we gepoogd om de raad wel in positie te brengen. Als die kans eerder voorbij was gekomen, dan hadden we het eerder genomen. En dan tot slot ,de participatie richting de omgeving. Er wordt nu ook gewerkt aan een communicatieplan, nog in algemene termen, dat op het moment dat we weten wat is de locatie waar we mee aan de slag willen dat we ook direct kunnen gaan schakelen met de omgeving, zodat daar niet te veel tijd tussen zit op het moment dat de raad geïnformeerd wordt of dat er een locatie genoemd wordt en dat de omgeving van niks weet, dus daar wordt heel zorgvuldig mee omgegaan. En ik heb er echt vertrouwen in dat het project tien jaar ook bovenop zit. Geef ik nu het woord weer terug aan de voorzitter. De voorzitter: Ja, dan mag via mij het woord naar de burgemeester. De heer Kolff: Dank voorzitter. Ik zal het heel kort houden want er is heel veel gezegd, maar er is denk ik ook inderdaad zoals de wethouder constateert, heel veel constructiviteit geweest. We hebben gepoogd om dat vandaag zo goed mogelijk neer te
43
zetten dat iedereen het gelijk het beeld in ieder geval heeft. En we hebben ook veel teruggekregen vanuit u. Daar ben ik in ieder geval heel blij mee. Even een paar punten heel specifiek. Of het nu gaat om de AZ-locatie of de Oekraïne opvang. Leefbaarheid en veiligheid kwam naar voren als een belangrijk issue. Dat trek ik me natuurlijk aan. U kunt ervan op aan dat we daar echt alles aan doen om dat zo goed mogelijk te doen. Als het gaat om - en daar kwam volgens mij Gewoon Dordt vooral mee, maar ook een aantal andere - de Oekraïne opvang in het Stadskantoor: zorg goed voor onze medewerkers. Ja, dat staat natuurlijk voorop. We hebben een coalitieprogramma, een collegeprogramma waarmee wordt gewerkt, waar we onze medewerkers heel hard bij nodig hebben. Het zijn mensen die hier al jarenlang vaak aan de organisatie verbonden zijn. We willen heel graag dat zij hun werk zo goed mogelijk kunnen doen. Ook het in ogenschouw nemend dat we natuurlijk al twee ingewikkelde coronajaren hebben gehad, dus het belang van de medewerkers staat absoluut zeer hoog in het vaandel. En in zijn algemeenheid geldt dat de tafels waar wij als college, en waar ik zelf ook aan zit, waar wij landelijk invloed kunnen uitoefenen om het goede beleid landelijk ten goede bij te sturen dan zullen we dat zeker doen en niet nalaten. Dus nogmaals dank aan de commissie voor de constructieve inbrengen.
En ik kijk ook uit naar het vervolg op 7 februari. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester Kolff. Voordat ik ga naar de afronding. Iedereen is natuurlijk verschrikkelijk benieuwd naar de locatie. Die ga ik nu niet verklappen, want ik weet het ook niet, maar ik kan u wel verklappen dat het voornemen is om op 31 januari die plaats bekend te maken. Dat is dinsdag. Dan wordt u gevraagd om eventuele technische vragen uiterlijk donderdag 2 februari in te leveren zodat de beantwoording op vrijdag 3 februari kan plaatsvinden. Ik herhaal het voor de liefhebbers, ik zie een paar mensen schrijven, 31 januari wordt hopelijk de locatie bekend. Tot 2 februari kunt u technische vragen stellen, en de beantwoording komt dan in principe vrijdag 3 februari binnen zodat die toegevoegd kunnen worden maandagochtend aan het dossier voor de raad op 7 februari. Dan is ter afronding. Ik heb aardig meegeluisterd en ik proef wel dat een behoorlijk deel positief staat. Ik proef ook wel dat een deel niet helemaal positief is en dat er ook wel wensen en bedenkingen zijn. Dus het lijkt mij dat dit wel als een bespreekstuk naar de raad gaan. Dan heb ik drie fracties nodig. Nou, dan ga ik even kijken. Ik zie er al twee. Ja hoor, genoeg. Gaan we dus doen. Volgende punt is wordt dat twee minuten of vijf minuten per spreker? Vijf hoor ik. Iemand voor twee? Kansloos.
Goed, het wordt dus vijf minuten, maar dan moeten we een politieke vraag hebben. En even voor alle duidelijkheid, ik heb heel vaak het hier over de Oekraïners gehoord. Dat is een Raadsinformatiebrief, dus die gaat ter kennisname naar de raad. Het raadsvoorstel over het AZC wordt dus het bespreekstuk, maar het is absoluut niet verboden om daar, omdat het toch wel wat met elkaar te maken heeft, ook eventjes het hele gedoe over de herhuisvesting in een woordvoering mee te nemen - het gaat wel van uw tijd af -over het AZC overigens, maar daar kunt u verder natuurlijk eigenlijk heel weinig invloed op uitoefenen. Als we er een bespreekstuk van maken, en dat doen we, moet er natuurlijk wel een politieke vraag zijn. En een politieke vraag kan heel simpel zijn: wat vindt u van het besluit dat het college genomen heeft? Maar misschien heeft iemand creatieve. En uiteraard ook of er wensen en bedenkingen zijn, of er partijen voornemens zijn een amendement in te dienen. Mevrouw Pichel? Mevrouw Pichel: Nou vraag die bij mij opkomt is over die wensen en bedenkingen. Is wellicht … Ja, misschien moet ik dat ook niet zo zeggen, maar wat kaders, daar zit ik aan te denken, hè. Welke ruimte kan de wethouder meegeven of waar kunnen we verder nog aan denken? Ik heb natuurlijk zelf ook wel wat ideeën, maar misschien om dat wat meer richting te geven …
44
De voorzitter: Denk ik een hele goede vraag, zeker voor de mensen die nog niet zo heel lang in de raad zitten. Mevrouw Van Benschop, u bent een ervaren raadslid geweest, dus u kunt vast antwoord geven. Mevrouw van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Nou, de wensen en bedenkingen gaan heel breed van: nou, we zijn eigenlijk hartstikke blij met het voorstel, ga zo door, of: nou, we zijn we zijn tegen, en alles wat ertussen zit. De voorzitter: De heer Van der Net, ik geef mevrouw Van Benschop het woord. Mevrouw van Benschop: Waarbij het dus de mogelijkheid is om mee te geven: nou, we zijn positief maar we willen graag deze wensen nog meegeven aan de wethouders in dit geval om het gesprek met de regio te voeren, of met het COA te voeren. Dus het is heel breed uiteindelijk met betrekking tot het besluit om een AZC in Dordrecht te vestigen. De voorzitter: Mevrouw Pichel, heeft u het nu begrepen? Burgemeester Kolff wil iets toevoegen. De heer Kolff: Ja, heel kort, want wensen en bedenkingen kunt u altijd uiten. U kunt altijd zeggen: dit zijn mijn wensen en dit zijn mijn bedenkingen. Je kunt ook gewoon inderdaad zeggen ik ben erop tegen, en dan kunt u dat ook duidelijk maken aan de achterban of wat dan ook: ik wil dit niet. U kunt ook een amendement indienen en zeggen ik wil wensen en bedenkingen misschien wel, kijken of er een meerderheid in de raad voor is te vinden.
Dan dient u een amendement in en dan wordt het daarmee ook, eventueel als hij aangenomen wordt, een wens of bedenking van de gehele raad. Dus dat zijn eigenlijk de smaken die ik nog even wilde toevoegen. De voorzitter: Is het helder voor iedereen? Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Nee, de burgemeester zegt iets en begin ik opeens te denken, want dat is wensen en bedenkingen en u hoeft daar niks mee te doen, maar een amendement hoeft u ook in principe niets te doen, toch? De voorzitter: Burgemeester, geeft u antwoord. De heer Kolff: Nee, maar dat is wat anders dan in uw geval, via de voorzitter, als de VVD zegt dit is onze wens, en die wordt verder door niemand gedeeld, dan is het nog steeds uw wens, en dan kunt u nog steeds zeggen tegen uw achterban: maar wij hebben onze wens geuit. Maar als u zegt ik wil kijken of het een wens is die raadsbreed of in een meerderheid wordt, dan kunt u dan een amendement indienen en dan heeft u daarmee een raadsbrede wens geuit. Dat zijn de smaken die dus liggen. De voorzitter: Mijnheer Van der Net, u begrijpt het? De heer Van der Net: Ja, ik denk ik begrijp het, maar het is niet een amendement dat bindend is dan voor het college uiteindelijk. De heer Kolff: Nee voorzitter, dat klopt.
Maar het is natuurlijk wel zo, dat heb ik al eerder gezegd, dat we als college wel heel veel waarde hechten aan de mening van de raad, en zeker als er een meerderheid inderdaad iets zou zeggen, want dan heeft de raad een uitspraak gedaan. Ja, daar moet je als college wel stevig in je schoenen staan als je die even naast je neerlegt, zeg ik dan maar even.
45
De voorzitter: Goed, dan gaan we er dus een bespreekstuk van maken. Spreektijd vijf minuten. De politieke vraag: wat vindt u van het voorgenomen besluit? Ik wil heel graag nog eventjes stilte zodat ik mevrouw Vergouwe en mijnheer Von Grumbkow voor hun bijdrage kan bedanken, evenals wethouder Van Benschop en burgemeester Kolff. En uiteraard ook Denise en alle aanwezige raads- en commissieleden voor hun betrokkenheid en hun fijne wijze van vragen stellen en dergelijke. Dank u. En een fijne nog. Voorzitter: dhr. van der Net Raadsgriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz 7. Akkoord gaan met Uitgangspunten startnotitie Inclusieve Stad – Raadsvoorstel Aanwezig: Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Kolkiliç (DENK) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Vol-van der Holst (Partij voor de Dieren) Ambtelijke ondersteuning: dhr. R. Langerak. Mevr. G. Smid-Marsman Portefeuillehouders: wethouder C. Van Benschop De voorzitter: Welkom iedereen. Wij gaan een uur besteden over het onderwerp akkoord gaan met uitgangspunten startnotitie Inclusieve Stad. Nou, in ieder geval iedereen die hier is, en eventueel meekijkt, welkom. De heer Langerak heb ik net ook al een handje gegeven. Welkom in ieder geval.
En even van rechts naar links. Eventjes de naampjes even. Even kleine toelichting, het college heeft de uitgangspunten van de startnotitie Inclusieve Stad uitgewerkt. Ter commissievergadering wordt een ambtelijke technische toelichting gegeven op zowel de onderbouwing van de drie uitvoeringslijnen als de drie voorgestelde groepen om focus op te leggen. Het college heeft ook de voorkeur uitgesproken over betrokkenheid van de gemeenteraad bij het vervolg te noemen scenario twee, en dat betreft een begeleidingscommissie vanuit de raad. En dan zie ik nog mevrouw Van der Holst van de Partij voor de Dieren en mevrouw Van Engelen van GroenLinks. Ook nog welkom in ieder geval. En als de wethouder al etende de deur ook had dichtgedaan was ik heel blij op hem geweest, maar dank u wel wethouder. De heer Langerak die gaat ons meenemen in een presentatie, neem ik aan. Het woord is aan u. De heer Langerak: Dank u wel, voorzitter. Ja, goedenavond allemaal. Het laatste uurtje, last but not least opgave Inclusieve Stad. Mijn naam is Rick Langerak. Ik werk in Team zorg ondersteuning onder cluster stad en sinds kort werk ik ook aan de opgave Inclusieve Stad, en zodoende ook aan de uitgangspunten die u allemaal heeft
46
ontvangen. In deze korte presentatie zal ik u vooral even ter introductie en ter toevoeging aan de notitie meenemen in wat er al is gebeurd onder andere, en wat we voor plan zijn te gaan doen. Even kijken, twee handelingen tegelijkertijd. Ik wil u graag even meenemen in de huidige situatie. De voorzitter: De heer Langerak, even. Mogen er vragen worden gesteld tijdens de presentatie of na de presentatie? Is altijd de vraag. De heer Langerak: Misschien is het handiger om het na de presentatie ... De voorzitter: Na de presentatie. Nou, dan gaan we daarin mee. Gaat uw gang. De heer Langerak: Oké, dank u wel. De huidige situatie dat we met de opgave willen bereiken, hoe we dat gaan doen. Dan komt ook het uitgangspunten document ter orde. Betrokkenheid van zowel u als de samenleving, en een stukje planning. De huidige situatie. Er gebeurt al best wel een hele hoop in Dordrecht als het gaat om inclusiviteit en diversiteit, soms niet altijd even zichtbaar, maar er gebeurt echt wel een hele hoop. Als het gaat om bijvoorbeeld de interne organisatie hebben we in 2018 de verklaring van Dordrecht ondertekend, en daarmee zeggen we: we zijn een transgendervriendelijke organisatie. Daaropvolgend is ook de Charter Diversiteit ondertekend, met als statement dat wij graag een afspiegeling willen zijn van de samenleving. Hebben we onder andere ook een inclusiviteit onderzoek monitor afgenomen.
En recentelijk is er binnen de organisatie het ook mogelijk als er iemand nieuw komt om aan te geven dat deze persoon non-binair is in plaats van alleen man en vrouw. Daarnaast lopen een aantal programma's natuurlijk. Heel bekend is het Regenboogprogramma. Als gemeente voeren we het LHBTIplus beleid en zetten we ons in voor de emancipatie van LBTI’ers. Buiten dit rijtje om zetten we ook ons via bijvoorbeeld campagne Sportlief in voor de acceptatie van iedereen binnen het sportklimaat, binnen en buiten het veld. Zo zijn eigenlijk nog een heleboel voorbeelden te noemen hoe de gemeente zich inzet op dit thema. Maar wel is opgevallen dat het in de afgelopen jaren redelijk gefragmenteerd is gebeurd. Dus er zijn veel aparte beleidsdomeinen die zelf iets doen, maar er is niet één document, één beleidsvisie rondom het thema diversiteit en inclusieve waar alles in is opgenomen. En dit politiekakkoord en opgave Inclusieve Stad is natuurlijk een mogelijkheid om dat wel te doen, en dat liefst met de samenleving en de input vanuit de samenleving. Er zijn vanuit de samenleving ook tal van voorbeelden te noemen hoe de samenleving zich inzet op deze thematiek. Een heel bekend of een hele dierbare club is de Wmoadviesraad, en ook de werkgroep Dordts Inclusief.
Zij geven onder andere advies over hoe wij de Dordtse stad toegankelijker kunnen maken, maar zij geven bijvoorbeeld ook de toegankelijkheidspluimen uit aan organisaties onder ondernemers die toegankelijk zijn voor mensen met onder andere een rolstoel. Maar we hebben ook atelier Wereldwijven, of Wereldwijven Ateliers moet ik eigenlijk zeggen, die zich inzet in het samenbrengen van vrouwen vooral met verschillende culturele achtergronden om hen te sterken in een sociaal vangnet, maar ook een betere positie te brengen in de samenleving middels ontmoeting en het creatief samen maken. Ander voorbeeld is PEERpoint. Dat is onderdeel van herstelacademie. Zij zijn uit eigen initiatief in december gestart met een praatgroep voor transvolwassenen, en na succes is dit ook verlengd met in ieder geval een half jaar. Dus dit zijn genoeg voorbeelden van diversiteit en inclusie die allemaal onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan. Maar we willen natuurlijk eigenlijk naar een samenhangend verhaal, en eigenlijk naar een toegankelijke stad waar iedereen zich thuis erkent en verbonden voelt, waar je mee kan doen omdat je wordt gezien, en er sprake is van gelijkwaardige behandeling en kansen. Dus die diversiteit, dat zal goed zitten in Dordtrecht, maar het gaat er met name om hoe gaan we daarmee om? En dat is het stukje inclusie. Over vier jaar hopen we de sociale cohesie te hebben vergroot. Dan
47
gaat het met name over verbondenheid met de stad, verbondenheid met de wijk, met de buurt, maar ook gewoon met die buurtbewoners, onder andere via bonding en bridging. Bonding, dan gaat het met name over het versterken van mensen met wie je verbonden voelt. Een bridging gaat over het faciliteren van ontmoeting van mensen die misschien niet altijd elkaar in het dagelijks leven treffen. Daarbij is het uitgangspunt dat iedereen ook mee kan doen. Daarbij de fysiek en de sociale drempels weghalen. Fysiek, daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen, denk ik, maar een goed voorbeeld van een sociale drempel vind ik zelf is als jij als christen in Dordrecht komt wonen maar ook tot de LHBTIgemeenschap behoort en niet zo goed weet bij welke kerk jij welkom bent. Nou, zo’n kerk kan zich aanmelden bij de kerk en vervolgens is dat, sociale drempel, die is weggehaald. En we hopen natuurlijk een interne afspiegeling te zijn van de samenleving. Hoe willen we dat doen? Dan komen bij de uitgangspuntennotitie terecht via drie uitvoeringslijnen. We willen stimuleren van diversiteit, inclusie als werkgever, als opdrachtgever en als subsidieverlener, als aanjager en facilitator binnen de samenleving. En dit voor drie specifieke groepen. Ja, dan ben ik snel. Toegankelijke stad, heb ik het net al even aangestipt, en inclusieve gemeenschap ook.
Voor drie concrete groepen, voor LHBTIQ-plussers, voor mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking. Dan is het natuurlijk heel belangrijk dat we dit met de samenleving op poten zetten. Waar ligt de behoefte? Dat gaan we met samenleving doen, maar ook met de raad. En dat is het tweede deel van de notitie uitgangspunten, tweede voorstel. Want we hebben drie varianten op raadsbetrokkenheid tot het komen van een startnotitie. De eerste is een discussiebijeenkomst met de doelgroep in een beeldvormende sessie met doelgroepen tegelijkertijd, met de toezending van de startnotitie. In principe is de startnotitie dan klaar in samenwerking met de doelgroepen, en is dit een mogelijkheid om met de doelgroepen te verifiëren of dat wat er in de startnotitie staat ook daadwerkelijk is waar er behoefte aan is. Nummer twee is een begeleidingscommissie vanuit de raad. Dit is ook waar het college de voorkeur naar uitspreekt. Dit is een vertegenwoordiging van raadsleden die actief mee gaan denken of mee gaan praten ook met de doelgroepen en het college. En het derde voorstel is dat de gehele raad en het college met de doelgroep in gesprek gaat. Het voorstel gaat dus uit van, of tenminste stelt voor kopje twee. Mocht het zo zijn dat de raad een ander besluit neemt, een andere voorkeur heeft, dan kan dat via een amendement worden toegevoegd.
Dan gaan we even naar de planning, en de planning gaat ervan uit dat het voorstel zoals het nu ligt, daar gaan we dus vanuit. Vandaag is de 24e, dus we hebben een informerend gesprek straks. In februari willen we graag met de doelgroep en vertegenwoordigers daarvan in gesprek om behoefte op te halen om de startnotitie vorm te geven, en daarbij ook een deel in ieder geval van de raad te betrekken. Maart 2023 misschien eerder eind maart zal de startnotitie gereed zijn en ook aan u worden voorgelegd. Vanaf dan gaan wij verder de startnotitie uitwerken tot een beleidsstuk, noem het de Inclusie Agenda, zoals het in veel andere gemeenten ook wordt genoemd. En uiterlijk aan het eind van het jaar hopen we dan ook het beleidsstuk echt te hebben opgeleverd. En dat was mijn presentatie. Mijn spreekbeurt. De voorzitter: Dank u wel. Ja, spreekbeurt. Zoals u wilt. De wethouder wil ook wat zeggen, maar wel even of er al vragen zijn of opmerkingen met betrekking tot de presentatie? Oh, daar zie ik toch allerlei vingers. Nou, dames eerst. Mevrouw Schnabel. Af en toe. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik vroeg me kort af, er wordt over drie groepen gesproken. Waarbinnen vallen religie? Nou ja, discriminatie over religie, want er staan nu LHBTIQ, en mensen met een migratieachtergrond en mensen met een beperking.
En ik vroeg me af waar vallen de mensen binnen die op basis van religie of levensbeschouwing gediscrimineerd worden of kunnen?
48
De voorzitter: Ja, die staan hier dus niet concreet in genoemd, dus dat is niet nu in deze notitie geen aparte doelgroep. Nee. Mevrouw Smid-Marsman: Misschien mag ik een korte aanvulling geven? De voorzitter: Dat mag natuurlijk. Jazeker. Mevrouw Smid-Marsman: Voorzitter, sorry, excuus. De voorzitter: Gaat uw gang. Nee dat geeft niet. Mevrouw Smid-Marsman: Wat belangrijk is, is dat we voor deze agenda, nadrukkelijk over die drie lijnen nieuw beleid willen ontwikkelen. Dat laat onverlet dat we op het gebied van discriminatie natuurlijk gewoon een meldpunt houden en dat soort zaken, dus daar kunnen mensen altijd terecht. Als je bijvoorbeeld kijkt naar mensen met een migratieachtergrond is daar nadrukkelijk hun geloof een onderdeel van waar ze tegenaan lopen als ze - wat net als voorbeeld werd aangehaald - als jij christelijk geloof hebt maar een andere agenda identiteit hebt loop je ook tegen zaken aan. Dus het komt terug in die lijnen, maar er komt dus niet een apart spoor op inclusiviteit rond geloof. De voorzitter: Ik heb voor de verslaggeving van … U bent niet aangemeld net, dus u kunt u het nog een keer even aangeven wie u bent en welke functie u heeft? Mevrouw Smid-Marsman: Gemma Smid, portefeuilledirecteur sociaal domein, en ambtelijke opdrachtgever voor deze opgave. De voorzitter: Kijk, dan zijn we er weer. Nog één vraag? Mevrouw Schnabel: Nog een korte aanvulling.
Kan het er dan niet bij opgenomen worden dat er migratie… De voorzitter: De wethouder, ja. Mevrouw van Benschop: Ja, voorzitter ik wil toch heel even iets aanvullen. Ik denk dat dat goed is - en begin ik heel even stapje terug voordat ik op deze vraag kom - even de status van dit document ook vooral benadrukken. Dit is echt de bedoeling, dit is nog voorafgaand aan een startnotitie, welke drie doelgroepen willen we heel specifiek benaderen om te kijken waar zitten de grootste knelpunten? U heeft het over discriminatie. Ik kan me voorstellen dat binnen deze drie doelgroepen discriminatie wel degelijk een heel groot punt is. Dat gaat dan dus ook terugkomen. Dat is wat we op gaan halen in de stad, komt in de startnotitie te staan als wij uit die gesprekken de signalen krijgen discriminatie is een groot punt. Ik kan me haast niet voorstellen dat het niet zo is. Dan wordt dat één van de uitwerkingen in dat uitvoeringsprogramma wat we dadelijk gaan krijgen. Dit document is inderdaad echt bedoeld om te kijken naar welke specifieke doelgroepen kijken we? We hebben geen specifieke doelgroep op basis van religie in het algemeen. Daarnaast vragen we dus op welke manier de raad betrokken wil worden. We hadden dit ook kunnen doen in een consultatie sessie zonder dat we daar een document aan ten grondslag hadden gelegd.
Achteraf denk ik misschien was dat eenvoudiger geweest, overzichtelijker, want nu is er wat verwarring over: is dit nu de startnotitie? Dat is het niet. Wat hier niet in staat, betekent niet dat het niet nog toegevoegd wordt. Dat vind ik echt heel belangrijk om te benoemen. De voorzitter: We hebben het over de uitgangspunten van de startnotitie.
49
Mevrouw van Benschop: Ja, en wij hebben het misschien te ingewikkeld gemaakt door daar een document met een besluit van te maken, zal ik dan maar gelijk even aan de voorkant zeggen, want daarmee is er gewoon wat verwarring ontstaan over wat is nou de status hiervan? Dus ik wil echt benadrukken wat er niet in staat betekent niet dat… De voorzitter: Dat ziet ook duidelijk de heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dan begin ik toch enigszins verward te raken over wat er nu van ons verwacht wordt deze avond? Wethouder Van Benschop Wat we hiermee hopen op te halen is dat de raad zegt: ja, deze drie doelgroepen, daarvan zien we dat daar grote knelpunten liggen, begin met die drie doelgroepen. Betekent natuurlijk ook niet dat je dan na het uitwerk van deze drie doelgroepen helemaal klaar bent. Dit is de start die we willen maken, en daarnaast vragen we daar raad zich uit te spreken over op welke manier wil u betrokken worden in het proces? Want totstandkoming in eerste instantie tot de startnotitie en vervolgens tot het uitvoeringsprogramma. De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Begrijp ik dan goed, voorzitter dank u wel, dat het de bedoeling is dat wij ons politiek oordeel geven over deze uitgangspunten in deze beeldvormende sessie? Mevrouw van Benschop: Voorzitter, ik zou niet durven.
De voorzitter: Ja, ik wou zeggen van nee, het is inderdaad puur informerend op dit moment, en het is dadelijk natuurlijk aan uw commissie om te bepalen hoe we daar verder mee gaan. Mevrouw Van Engelen dan mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Ja, de wethouder heeft net eigenlijk al deels denk ik een beetje antwoord gegeven ook op mijn vraag, maar ik ga het toch voor de zekerheid vragen, want de drie groepen die genoemd zijn, mag ik geen mening geven. De drie groepen die genoemd zijn, die zijn genoemd maar die groepen die kennen natuurlijk ook subgroepen. Zijn jullie daarvan bewust en is het de bedoeling dat die uit de gesprekken naar voren komen welke subgroepen dat dan zijn, en die worden dus in een latere notitie uitgewerkt, of zijn we die per ongeluk vergeten en moeten die eigenlijk bij de uitgangspunten er al bij zitten? De voorzitter: Dat zijn informerende vragen. De wethouder. Mevrouw van Benschop: Dank u, voorzitter. Nee ,daar zijn we ons van bewust dat dat zo is.
Dit is echt de hoofdlijn waarlangs we … We hebben de drie keer drie formule genoemd, hè, dus de drie doelgroepen keer drie op welke gebieden gaan we dit nu toepassen? En daarbinnen gaan we aan de hand van die gesprekken met stakeholders en met inwoners de doelgroep zelf uitvinden waar zitten de grootste knelpunten? Zit daar nog verschil binnen doelgroepen? Nou ja, dat dat hele proces gaat dan lopen. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. En daarna de heer Burakçin. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, bedankt voorzitter. Mijn vraag ligt heel erg in het verlengde van de net gestelde vraag. Ik had eigenlijk meer een mening, dus ik moet even een vraag van maken. Ja, de groep mensen met een beperking wordt dat in elk
50
geval verdeeld in fysiek of zeg maar de psychische weerbaarheid ook, want dat zijn natuurlijk heel ander soort beperkingen. Is daar oog voor? En dan heb ik straks nog een klein vraagje. Mevrouw van Benschop: Ja, ook dat zijn weer van die subgroepen. Ja, ik vind het een beetje oneerbiedig om het zo te noemen, maar het zijn wel de subdoelgroepen die onder de hoofddoelgroep mensen met een beperking horen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, en verder nog even over de presentatie. Bij die eerste dia stond er eigenlijk ja we doen al heel veel, maar er is geen geordend beleid. Betekent dit dat het toch voornamelijk verzamelen wordt en ordenen, of is er echt wel … Nou ja, ik proef ook wel dat het meer is, maar zo klonk het wel een beetje. De voorzitter: Dat is een duidelijke vraag, toch wethouder? Mevrouw van Benschop: Zeker. Nee, het is in eerste instantie ordenen om het overzicht te krijgen: wat doen we nu eigenlijk en doen we de goede dingen? Maar u kunt zich ook voorstellen dat op het moment dat je dat overzicht hebt dat je gaat zien waar missen we dingen, en waar doen we niet genoeg? En dat je vervolgens, dus aan de hand van die gesprekken met de stad en met de raad, gaat kijken: hoe gaan we daar een oplossing voor vinden? Dus we willen aan de ene kant laten zien we doen veel goeie dingen, maar we zijn ons echt wel van bewust dat het geen dekkend aanbod is, zal ik het maar noemen.
De voorzitter: Even kijken. De heer Burakçin niet of had ik dat gemist? Ja, dan had ik toch goed in de gaten. De heer Burakçin De heer Burakçin: Ja voorzitter, even een verhelderende vraag. Goed, wij kunnen leven met de voorkeur van het college dat er een begeleidingscommissie komt vanuit de raad die dus het gesprek gaat voeren met doelgroepen. En begrijp ik nu goed, kijk, er staan hier een aantal stakeholders genoemd hè. Nou, daarin bijvoorbeeld komt de religie, vinden wij ook belangrijk, dus we zouden bijvoorbeeld willen dat we de moskeeën bijvoorbeeld of met de kerken willen praten. Maar betekent het nu dat we bijvoorbeeld samen met een kwartiermaker bijvoorbeeld gaan beslissen de raadsleden zelf die zich aangemeld hebben wie we uitnodigen en met wie in gesprek willen? Dus dat kan dat eigenlijk de lead toch wel ligt bij de raadsleden en de kwartiermaker om die gesprekken te voeren. De voorzitter: De vraag is duidelijk, wethouder? Mevrouw van Benschop: Ik denk dat ik die even doorspeel naar … Mevrouw Smid-Marsman: Dank u wel. Nee, het voorstel is om een begeleidingscommissie te doen. Dat betekent wat mij betreft dat het initiatief vanuit de ambtelijke organisatie wordt genomen, dat zij dus met een voorstel komen: dit zijn de onderwerpen, deze mensen willen we spreken. Dat bespreken ze met die begeleidingscommissie.
En natuurlijk kan de begeleidingscommissie dan zeggen we missen iemand en dat soort zaken, dus dat proberen we dan gewoon een goede modes in te vinden. En dan is het wel bedoeling dat dus ook mensen uit die commissie gewoon meegaan naar zo'n gesprek om dus in dat gesprek ook mee op te halen van wat er vanuit de groep gebracht wordt. Maar het initiatief in deze fase ligt dus bij het college, en college vraagt aan de ambtelijke organisatie om dat te trekken, waarbij we zeggen:
51
omdat zowel het college als de raad hebben gezegd wij willen een andere manier van samenwerken in die collegeperiode waar we ook wel breder de raad soms willen betrekken, dat we hebben gezegd dan is de begeleidingscommissie een mooie tussenvorm waar de raad wel in een vorm mee kan doen, maar de verantwoordelijkheid voor het proces wel gewoon bij het college blijft. De heer Burakçin: Dan heb ik toch nog even een vervolgvraag. In hoeverre kunnen bijvoorbeeld de raadsleden wél hun invloed uitoefenen met wie we eventueel kunnen praten? Moeten we het dan met een amendement doen, of op een andere wijze? Mevrouw Smid-Marsman: Nee, volgens mij hoeft dat niet. Ik ga ervan uit dat er vanuit het college, dus vanuit de ambtelijke organisatie, gewoon een voorstel gedaan wordt en dat we met elkaar daarover in gesprek zijn gegaan. En ik kan me bijna niet voorstellen dat dat dan niet tot overeenstemming leidt. Het kan soms zijn dat je zegt: de groep wordt te groot of we hebben zes keer hetzelfde type organisatie, zou het niet goed zijn om ook iemand met een ander perspectief te doen, maar volgens mij moeten we daar gewoon uitkomen. Dus dat. De voorzitter: Ik hoor dat we eruit moeten komen met elkaar. Dat is toch altijd mooi om te horen. De heer Gündogdu had nog een vraag. De heer Gündogdu: Ja voorzitter, dank u wel.
Nog even geen politiek oordeel, maar wel even mijn complimenten richting het college en de wethouder dat zij überhaupt met een startnotitie of - wat is het - een uitgangspuntennotitie komt richting de raad, dus echt mijn waardering. Dit smaakt naar meer uiteraard. Ik ben even benieuwd nu zijn wij denk ik niet de enige gemeente in Nederland die met dit onderwerp aan de slag gaat. Ik heb zo even gegoogeld wat is er nu in het kader van diversiteit en stedelijke ontwikkeling allemaal ontwikkeld, bedacht. En ik ben even benieuwd toen dit document op papier werd gezet, dat is even een houtskoolschets zou ik zeggen, is er ook met ervaringen gedeeld vanuit andere gemeenten of input opgehaald, of is dit echt iets Dordts? De voorzitter: Ja, is dit iets Dordts of is er ook gekeken naar al andere steden en hoe ze dat doen, de heer Langerak? De heer Langerak: Ja, daar is zeker gekeken naar hoe andere steden dit doen. Het is niet dat wij persoonlijk contact hebben gehad met de andere gemeenten, maar zeker gekeken naar alle beleidsdocumenten die andere gemeenten al hebben. De voorzitter: Ja dus. Dan kijk ik eventjes naar het sub groepje op dit moment. Nee, het maakt mij niet uit, maar ik krijg vanuit de griffie: als jullie overleg willen kan ik even vijf minuten schorsen, maar jullie zijn er al uit of niet? Ja. Ik krijg wisselende signalen, maar dat geeft allemaal niets.
De heer De Heer had … Eerst de heer Kolkiliç. Sorry, Masum, ik heb af en toe moeite met je naam. De heer Kolkiliç: Maakt niet uit, voorzitter, dank u wel. Ik heb twee vragen. De eerste is heel kort. Hebben wij als gemeente een diversiteitsambtenaar? Mevrouw van Benschop: Sterker nog, we hebben een opgavemanager Inclusieve Stad, sinds kort.
52
De heer Kolkiliç: Duidelijk antwoord. Tweede vraag, voorzitter. Nou, we hebben een presentatie voor ons liggen die gaat over het toewerken naar een betere, diversere stad. En ik ben wel benieuwd of er hier ook aan de startnotitie een actief antidiscriminatiebeleid aan gekoppeld gaat worden? Mevrouw van Benschop: Voorzitter, dank u. Ik geef even aan dat ik het antwoord wil geven. Wat we hebben gezegd is we willen een korte, overkoepelende visie en vervolgens langs die drie lijnen een uitvoeringsprogramma. Wat ik net ook aangaf in antwoord op de vraag van mevrouw Schnabel, als uit die gesprekken blijkt, wat ik me haast niet anders kan voorstellen, dat discriminatie een thema is wat aangepakt moet worden dan krijg je dus in die uitvoeringsagenda een lijn over discriminatie, langs de lijn van die drie doelgroepen. Ik zie verwarring. Ik hoop dat het duidelijk is. De voorzitter: Ik krijg van mevrouw Vol het verzoek om heel even te schorsen, hoor ik of niet? Mevrouw Vol-van der Holst: Ja, de griffie heeft mij goed begrepen. De voorzitter: Ja, een paar minuutjes. Twee, drie minuutjes even kort en daar weer door, ja. Dank u wel. SCHORSING De voorzitter: Geen witte rook. Ja, de heer Gündogdu maar die zit aan z’n verslaving te werken. Maar goed, dat is zijn eigen verantwoordelijkheid.
De heer Schalken had nog een vraag dacht ik toch? De heer Schalken-den Hartog: Ja voorzitter, dank u wel. Ja, kort. Het gaat nog niet zozeer om oordeelsvormend met betrekking tot wat hier nu ligt. Maar mevrouw Schnabel gaf al aan het onderdeel de levens- en geloofsovertuigingen. Die mis ik toch echt. Ik zou echt graag zien dat die meer aan de voorkant ook onderdeel worden voor wat er uitgewerkt gaat worden. En met betrekking tot de opties die werden genoemd dachten wij vanuit Beter voor Dordt meer aan een optie tussen twee en drie een. Twee en drie in, waarbij dus wel de hele raad meer wordt betrokken aan de voorkant, en je dan ook dat doet op die Dordtse Dinsdag, omdat we eigenlijk bang zijn dat wanneer we dat weer op een ander moment gaat doen dat dan de betrokkenheid vanuit de raar minder is. De voorzitter: Dus mijnheer Schalken. De bedoeling is om nu vragen te stellen. Zo meteen komen we inderdaad op van wat gaan we nu precies kiezen. De heer Schalken-den Hartog: Wellicht dan de vraag of er ook mogelijk is om met de opties die worden genoemd je kunt komen tot een mix van verschillende opties? De voorzitter: Ja, ik hoor de vraag van er zijn nu drie varianten en kan er ook een mix zijn? Mevrouw van Benschop: Nou, voorzitter, daar gaat de raad over. Als de raad zegt maar we voegen nog een vierde variant toe dan staat dat u geheel vrij.
Wij hebben gekeken wat is het meest praktisch, hoe kunnen we het beste dit in regelen? Het idee is ook bij die begeleidingscommissie vanuit de raad in de basis om dat te organiseren op Dordtse Dinsdagen, dus om ervoor te zorgen dat we dat niet te veel beslag gaan leggen op de tijd van raadsleden buiten de Dordtse Dinsdag, dat is een afspraak die we hebben. Maar
53
als de raad een meerderheid ziet voor het variant tweeëneenhalf zeg maar ja, dat is aan de raad. De voorzitter: Daarvoor ligt dit stuk nu hiervoor. Ja, allerlei mensen, maar mevrouw Schnabel en de heer De Heer waren iets eerder. Van ballengooien ook, maar ja, ik ga eerst, en dan gaan we weer daarheen. Mevrouw Schabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af bij punt twee. Vorig jaar is er een onderzoek gedaan naar stage discriminatie in bedrijven. En niet om heel erg direct in te gaan op discriminatie maar meer op het beleid, en daar werd geconcludeerd dat eigenlijk best veel bedrijven het lastig vinden om daarmee om te gaan, en mijn vraag is: kunnen er ook bedrijven aan toegevoegd worden, en dan met name risicovolle bedrijven waarin je dan echt in kan gaan op effectief beleid? Mevrouw van Benschop: Voorzitter, ik heb even een wedervraag. U bedoelt in die gesprekken die moeten leiden tot de startnotitie of niet? De voorzitter: Ja, met de bedrijven. Mevrouw van Benschop: Ja, nou het lijkt mij dat we eerst gaan ophalen waar zitten de knelpunten. En er is al een onderzoek gedaan. Nou, dan gaat dat 100 procent naar boven komen bij deze uitwerking richten de startnotitie. Het lijkt me wel dat daaruit gaat komen dat die bedrijven betrokken worden bij de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma.