2.3 2023-01-24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
18
De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, kunt u wat meer gaan vertellen over de keus van Dordrecht om een AZC te gaan beginnen? Mevrouw van Benschop: Te gaan beginnen? Mooi gezegd. Dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk dat burgemeester Kolff al heel veel heeft gezegd over de context waarbinnen het college dit principebesluit genomen heeft, dus ik ga proberen niet te veel te herhalen, en wat nieuwe context toe te voegen, beginnend bij die enorme opgave die we op ons af zien komen hè waarbij de burgemeester net al aangaf: proberen vooruit te kijken wat gaat er nodig zijn? En de verwachte instroom vanaf 1 januari 2024 van nieuwe asielzoekers gaat ongeveer 75.500 mensen zijn, landelijk. Dat betekent dat er vervolgens een verdeling is gemaakt over de verschillende provincies waarbij de provinciale opgave voor Zuid-Holland uitkomt op ongeveer, in totaal, 18.500 plaatsen voor mensen die we op moeten vangen. Als je dat weer terugrekent naar onze regio, en de regio is dan Zuid-Holland Zuid, dan komen we uit op een aantal van ongeveer … Of sorry. Vervolgens ga je naar de regionale opgave kijken, en als je het dan doorrekent naar Dordrecht dan kom je uit op een taakstelling van ongeveer 500 plekken die we moeten realiseren. Er is ook al wat gezegd over die spreidingswet die eraan komt.
Dit is een hele grote opgave waaruit is gebleken dat niet alle gemeenten daar altijd even vooruitstrevend zijn in het oppakken van dit soort opgaves. Daar is die spreidingswet voor bedoeld, om vervolgens dan een taakstelling op te kunnen leggen aan gemeenten om deze plekken ook daadwerkelijk te realiseren. En in die context heeft het college gemeend een besluit te moeten nemen, willen nemen, om aan de ene kant de verantwoordelijkheid te nemen voor de enorme opgave die we zien en de urgentie die we zien, en aan de andere kant ook de regie te houden over hoe we dat dan gaan realiseren in Dordrecht, onder welke voorwaarden we dat zouden willen doen, en welk gesprek we daarover in de regio willen voeren. Want één van de mogelijkheden die er in die spreidingswet zit is om aan de hand van - je hebt de taakstelling, als je bereid bent daar iets bovenop te doen bijvoorbeeld - is er een mogelijkheid om binnen de regio te kijken hoe je door middel van afspraken met de regio kan kijken hoe andere gemeenten een deel van de opgave van de bredere opvang kunnen oppakken. Dat zou dan kunnen betekenen dat de eerste gemeente een groter aantal asielzoekers opvangt in een AZC, en dat een tweede gemeente bijvoorbeeld meer doet op de opgave van statushouders huisvesten. Dat regio bod moet tot stand komen via de regio… De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, de heet Gündogdu die heeft een vraagje.
De heer Gündogdu: Ja, voorzitter. Mevrouw Van Benschop, ik stoor u even. Maar ik ben even benieuwd, als die spreidingswet er niet zou zijn, of die is er nog niet, maar die gaat binnenkort komen, wat zou dan het standpunt van het college zijn geweest? De voorzitter: Ik vind het bijna een politieke vraag eerlijk gezegd, maar misschien geeft ze toch antwoord. Mevrouw van Benschop: Nou ja, ik kan daar geen antwoord op geven, dus dat ga ik dan ook niet doen. Ja, ik heb geen idee wat ik daarop zou moeten antwoorden. Ik heb net de twee redenen, de twee kanten aangegeven waarom we op dit moment dit besluit hebben genomen, en ik denk dat dat voor deze situatie het meest relevante antwoord is. De voorzitter: Prima, gaat u verder met uw betoog. Mevrouw van Benschop: Ja, waar was ik? Bij de regionale regietafel. Nou ja, goed, dan even naar de Dordtse situatie waarbij we - dat heeft ook in principebesluit kunnen lezen en in het raadsvoorstel - de raad vragen om wel of geen wensen en bedenkingen mee te
19
geven, is dat we hebben gezegd we zijn bereid te kijken naar een groter aantal opvangplekken binnen een AZC onder voorwaarden die gaan over bijvoorbeeld duurzaamheid, over mobiliteit. Het is belangrijk dat de locatie die daar uiteindelijk gekozen wordt ook bereikbaar is, dat we kijken of er mogelijkheden zijn om de asielzoekers te laten werken. En daarbij zijn al die voorwaarden bedoeld om het zowel beter te maken, goed te maken voor de mensen die we opvangen als de omgeving waarin een dergelijk AZC geplaatst zou worden. De voorzitter: Mijnheer Portier heeft een vraagje voor u. De heer Portier:: Ja dat gaat dan met name inderdaad over dat werken van asielzoekers, want we zien bijvoorbeeld met Oekraïners die mogen werken dat dat ook grootschaligs gebeurt. Asielzoekers zolang ze nog in de procedure zitten mogen op dit moment niet werken. Dat betekent dat als ze eenmaal uit de procedure zijn ze ook niet meer gewend zijn om dat te doen. Wat voor indicaties heeft u dat het inderdaad mogelijk wordt dat het kabinet de mogelijkheden gaat verruimen voor asielzoekers om gewoon deel te nemen aan de samenleving onder andere door te werken? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, daar heeft u vast een antwoord op, want u kon hem verwachten. Mevrouw van Benschop: Natuurlijk. Nou, op dit moment is het zo dat asielzoekers wel mogen werken, maar dat is heel beperkt tot 20, 22? 24 weken per jaar.
En welke indicatie heb ik dat het kabinet bereid is om dat te verruimen? Wat wij zeggen is we willen in gesprek over de voorwaarden waarop wij bereid zijn grotere opgave te vervullen dan dat de verwachting is dat de taakstelling zal zijn. Dus dat gesprek moet gewoon gevoerd worden. Dat dit een belangrijke punt is zowel voor de mensen die hiernaartoe komen, want het is natuurlijk ook gewoon voor hen een zinvolle dag invulling om deel te kunnen nemen aan de maatschappij hier. En aan de andere kant is het ook voor n de Dordtse situatie van belang dat we die mensen er niet helemaal buitenplaatsen maar deel laten uitmaken van. De voorzitter: Ja, maar er was ook nog een vraag … Maar vult u eerst maar aan. En ik heb gezien … De heer Kolff: Nou, heel kort hoor, want wethouder Van Benschop schetst wat we daar vanuit Dordrecht aan kunnen doen. Het is ook, laat ik het zo zeggen, via de VNG-lijn en via de lijn van het veiligheidsberaad op dit moment echt een hot topic. Dus laat ik het zo zeggen, het kabinet krijgt steeds meer druk om ervoor te zorgen dat mensen die in asielzoekerscentrum zitten ook daadwerkelijk een bijdrage kunnen leveren door te werken. De voorzitter: Dank u wel burgemeester voor de aanvulling. Mijnheer Schalken, en had ook een vraag mijnheer Klerk? En dan daarna mevrouw Schabel, want dan was u daarvoor. De heer Schalken-den Hartog: Ja dank u wel, voorzitter.
Mevrouw Van Benschop had het net over het feit dat Dordrecht wellicht bereid is om een groter aandeel te leveren aan plekken voor de opvang als ook omliggende gemeentes bereid zijn om bijvoorbeeld een deel van de andere opgave ruimschoots of beter in te vullen. In hoeverre heeft u al bij de omliggende gemeentes verkend of zij daartoe bereid zijn of niet? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop?
20
Mevrouw van Benschop: Ja, ik denk dat het gepast is om hiervoor even te vragen of dan ook wethouder Heijkoop even aan mag sluiten. De voorzitter: Ik doe niet aan discriminatie, dus. Mevrouw van Benschop: Dank u voorzitter. De voorzitter: Maar wethouder Heijkoop, die is nogal lang van stof. Mevrouw van Benschop: Hij gaat het heel kort houden. De voorzitter: Kunt u het kort? De heer Heijkoop: Ja voorzitter, daar is over gesproken. We hebben daar anderhalve week geleden in breder verband bij stilgestaan onder aanvoering van de burgemeester van Hoeksche Ward, Charlie Aptroot. Daar hebben we de intenties van Dordrecht op tafel gelegd, zo vanuit het perspectief op de Oekraïne opvang als ook de totstandkoming van een AZC. En wij hebben nadrukkelijk de agenda verbreed ook met betrekking tot het huisvesten van statushouders en de huisvesting van kwetsbare groepen en de totstandbrenging van voorzieningen, bijvoorbeeld beschermd wonen. En dat eerste gesprek was stevig, intens, maar leidde wel tot openingen. En aanstaande maandag praten we weer verder. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Heijkoop. De heer Kolff: Even voor de duidelijkheid, voorzitter. Waar wethouder Heijkoop nu op doelt, dat is die regionale regietafel, en die regionale regietafel die zie je overal in het land.
En uiteindelijk in onze provincie heb je vier regionale regietafels die uiteindelijk ook weer rapporteren aan de provinciale regietafel, maar onder voorzitterschap van de commissaris van de koning uiteindelijk het eindresultaat van de provincie ter beschikking kan. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter? De voorzitter: Heeft u een vervolgvraag? De heer Schalken-den Hartog: Ja, een vervolgvraag op de naar aanleiding van de beantwoording. In hoeverre is dadelijk als de besluitvorming in de raad komt is daar al iets meer over bekend? Want u kunt zich voorstellen dat het ons als raad wellicht op andere gedachten brengt of genuanceerdere gedachten brengt als we daar al wat meer zekerheid over hebben, over die bereidheid van die andere gemeentes. De voorzitter: Ja geef maar antwoord. De heer Heijkoop: Voorzitter, vanuit onze regio hebben we nu een eerste bod neergelegd bij de provincie. Die deadline lag al voor op vorige week. Daar hebben we nadrukkelijk op voorbehoud gemaakt dat we eruit komen als collectief over het gehele pakket. Het is tegelijkertijd ook zo dat alle gemeenten hun eigen trajecten lopen. Maar vanuit Dordrecht sturen we er wel op aan om al heel snel in ieder geval op intentioneel niveau uitspraak te hebben van andere gemeenten wat ze willen doen. Kijk, je kan niet verwachten dat ze op hele korte termijn al bepaalde concrete resultaten hebben.
Dat gaat ook voor Dordrecht niet op, maar je wil al wel richtinggevende uitspraken hebben
21
omdat wij ons bod vanuit de regio en ons aandeel vanuit Dordrecht daarin ook alleen gestand doen in de omvang zoals ze voor ogen hebben als dat ook heeft geleid tot concrete toezeggingen. Dus we zullen u nadrukkelijk op de hoogte houden van de voortgang. Aanstaande maandag spreken we daar opnieuw over, en wij hopen inderdaad wel daar snel meer gewoon een voortgang over terug te kunnen koppelen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Heijkoop. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, als laatste? De voorzitter: De allerlaatste dan. De heer Schalken-den Hartog: Nou ja, als allerlaatste. Als de heer Heijkoop aangeeft dat er volgende week weer een overleg is dan lijkt het goed dat wij als raad in ieder geval voordat we in de raad over spreken we beschikken over de uitkomsten van die overlegtafels. De voorzitter: Kunt u dat toezeggen wethouder? De heer Heijkoop: Nou, met een klein voorbehoud. In het eerst overleg dat was, zoals ik al aangaf, best wel, laat ik het woord intens gebruiken. We hebben daar ook absolute vertrouwelijkheid afgesproken over wat er over tafel ging ook om de andere gemeente de veiligheid te bieden om daar ook zich kwetsbaar op te kunnen stellen waar het gaat over voor welke voorzieningen, voor welke taakstelling zij zich wilden gaan inspannen.
Op het moment dat er iets deelbaar is, en ik zal dat ook vragen om in ieder geval met elkaar afspraken te maken over zaken die we kunnen delen met onze raden, zullen wij dat vanuit het college met u delen. En ik kan me zomaar voorstellen dat het ook voor andere wethouders geldt, dat zij ook graag hun raden willen meenemen, dus uw verzoek vind ik in die zin ook heel legitiem en terecht om dat ook aan de orde te stellen. Dus dat zeg ik u toe. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan gaan we een mijnheer Klerk. Nee, niet meer? Dan mevrouw Schnabel, en ik stel voor dat mijnheer De Heer en daarna gaan we proberen of mevrouw Van Benschop haar verhaal af kan maken. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik heb twee korte vragen. Hoe wordt gefaciliteerd dat er geen mensonterende situaties ontstaan, bijvoorbeeld met werkgevers zoals we bijvoorbeeld bij de Oekraïners zagen? En de tweede vraag is, in de brief staat ook zorgvuldig inpassing en communicatie met de omgeving. Mijn vraag daarover is, en wordt daarin ook gekeken naar bijvoorbeeld de best practices van andere gemeenten? Want er zijn bijvoorbeeld ook gemeenten die bijvoorbeeld iedere week samenkomen met politie en handhaving en buurtbewoners om dan het gesprek aan te gaan over problemen die spelen, dus ja, zijn er al op dit moment gedachten over? De voorzitter: Wethouder Van Benschop? De heer Heijkoop: Ja, dank u wel voorzitter.
Op de eerste vraag kan ik wel een antwoord geven, de tweede vraag laat ik aan de burgemeester. Hoe voorkomen we dat er mensonterende situaties zich voordoen? Nou, bij de Oekraïners is dat in eerste instantie inderdaad zijn er wat signalen van geweest, en je hebt gezien dat daar snel geschakeld is. Kickstart is daar ingestapt, hè. Die is aan de gang gegaan door met de Oekraïners te kijken naar wat is een redelijk contract? Welke situaties zijn oké in Nederland? Wat valt onder de noemer normaal? Ik kan me voorstellen dat we een dergelijke structuur ook
22
nodig hebben op het moment dat we een asielzoekerscentrum hebben waar die mensen ook zouden mogen werken. Daarbij is dat ook iets waar je met het COA over in gesprek moet. De voorzitter: Dank u wel. En die tweede vraag, burgemeester, kunt u die nu beantwoorden? De heer Kolff: Ja, in zijn algemeenheid geldt dat wij heel goed gaan kijken naar de voorwaarden waaronder dit potentiële asielzoekerscentrum er komt. En dat geldt ook voor veiligheid, en dat is natuurlijk echt iets wat we met het COA gaan bespreken, want het COA wordt uiteindelijk de beheerder en de uitvoerder van wat daar gebeurt. Wij bieden eigenlijk de gelegenheid voor de vestiging van een AZC, maar de COA is verantwoordelijk voor wat daar gebeurt. Maar daar zullen we natuurlijk ook zeker kijken naar alles wat met veiligheid te maken heeft en naar allerlei andere randvoorwaarden die vervuld moeten zijn. En dan kijken we ook naar best practices bij andere gemeenten die al een AZC hebben. Dat worden er steeds meer natuurlijk. Maar als ook gaat om de omvang van het AZC, minimaal 500 plekken, daar zie je eigenlijk in het land - daar is vandaag overigens nog een rapport over verschenen - in de rest van het land dat juist die wat grotere AZC’s zo goed geregeld zijn dat er zich eigenlijk heel erg weinig aan incidenten en situaties zich voordoet.
Dus juist dit soort omvang biedt de gelegenheid om het goed te regelen, laat ik het maar zo samenvatten. Maar we kijken zeker naar andere locaties en wat daarvan geleerd kan worden. De voorzitter: Dank u wel. Is dat een aanvulling op … De heer Van Leeuwen: Die vraag op wat de burgemeester nu stelt. De burgemeester zegt dat het COA verantwoordelijk is voor de veiligheid op het moment dat er een … Of in ieder geval, laat ik de vraag even andersom stellen: wat is uw rol als burgemeester op het moment dat er een asielzoekerscentrum is? De voorzitter: Burgemeester Kolff. De heer Kolff: Die is niet anders dan op elke andere plek in Dordrecht, namelijk dat ik verantwoordelijk ben voor de handhaven van de openbare orde en de veiligheid, en ook het hoofd ben van de politie wat dat betreft, dus als er politie-inzet nodig zou zijn dan is dat ook mijn verantwoordelijkheid. Maar dat is niet anders dan als het gaat om een school of een bedrijfsgebouw of om het station of om welke locatie dan ook in de stad. Maar u kunt zich wel voorstellen dat bij de komst van zo’n AZC je van tevoren wel een aantal voorwaarden en afspraken kunt maken met het COA. Daar zit ik natuurlijk graag bij, dat zult u begrijpen. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester Kolff. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Ja voorzitter, dank u wel. Een korte vraag over te verduidelijking van de snelheid waarmee dit nu gaat.
In het stuk lees ik een aantal heel zorgvuldig opgesomde data en deadlines. Bij stap 2 vooral de datum van 1 mei, waarbij gemeenten de kans voor die tijd hebben gekregen om iets aan te bieden. Dat is over ruim drie maanden. We zijn als raad gewend om toch een heel zorgvuldig traject te lopen van het BOB-model bij de grote en de kleine onderwerpen, dus ik was even benieuwd: is er wat meer te zeggen over de snelheid en de reden daarover? De voorzitter: Wethouder Van Benschop?
23
Mevrouw van Benschop: Ja dank u wel voorzitter. Nou ja, de reden is onder andere die 1 mei, dat dat bod afgerond moet zijn vóór 1 mei als je tot een regio bod zou willen komen. En dan over de snelheid richting raad. De raad wordt gevraagd op 7 februari om wensen en bedenkingen te uiten. Het besluit tot het wel of niet uiteindelijk komen tot een AZC is niet iets wat we voorleggen als besluit aan de raad als een collegebevoegdheid. Dus wij vragen de raad om wel of geen wensen of bedenkingen te uiten op basis van het principebesluit om een AZC te vestigen van tenminste 500 plekken. En daar de raad te vragen wat voor wensen en bedenkingen daarbij spelen. De voorzitter: Is uw vraag beantwoord, mijnheer De Heer? De heer De Heer: Ja, ik denk daaruit begrijpen dat het dus nu nodig is om deze stap te zetten om over ruim drie maanden die deadline te kunnen halen? Mevrouw van Benschop: Nou ja, daar wil ik nog even op toevoegen dat als wij eind april vragen aan de raad of er wensen en bedenkingen zijn, dat dat natuurlijk niet meer meegenomen kan worden in het proces wat je nu gaat lopen. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Wat mij betreft maakt u gelijk uw verhaal af, of was u al klaar? Mevrouw van Benschop: Ja, volgens mij wel. Ja, ik was klaar. De voorzitter: Mijnheer Portier, heeft u nog een vraag voor de wethouder? De heer Portier:: Ik heb nog vragen voor de wethouder.
We spreken nu inderdaad voor de opvang landelijk gezien van 75.000 mensen, maar volgend jaar komen natuurlijk ook weer 50.000, 75.000. Dat is allemaal moeilijk te voorspellen. Het jaar daarna weer. En we spreken nu over minimaal 500 mensen. Wat is het maximum? Is daarover nagedacht, want we weten allemaal dat de uitstroom nogal aan het te stokken is, omdat zelfs als de procedure op tijd doorlopen wordt - wat lang niet altijd het geval is - zijn er weer geen woningen beschikbaar waar mensen naartoe kunnen. Dus wat is het maximum wat we kunnen huisvesten straks? De voorzitter: Nou, daar kun je, volgens mij, wethouder, een heel kort antwoord op geven, en daarna ga ik echt naar de presentatie. Mevrouw van Benschop: Volgens de voorzitter kan ik daar een heel kort antwoord opgeven. Ik denk dat ik geen antwoord kan geven op het maximum. Een keer in de twee jaar worden die getallen vastgesteld van wat de verwachte instroom zal zijn. Voor nu zal die taakstelling op basis van de huidige verwachting vanaf 1 januari 2024 zijn 500. Dordrecht is dus onder voorwaarden bereid te kijken om daar een groter aandeel in te nemen. Ja, en wat er over twee jaar weer voor ons staat dat is dan op dat moment af te wegen. Ik kan niet nu zeggen dat is maximaal, noem maar wat. De heer Portier:: Voor mij voor de duidelijkheid.
Als je nieuwe gebouwen … De voorzitter: Mijnheer Portier, u wil wat zeggen? De heer Portier:: Ja, ik wou vragen wordt er rekening mee gehouden bijvoorbeeld met de gebouwen waar je naar gaat kijken, of de opvangmogelijkheden, of daar uitbreiding mogelijk is?
24
De voorzitter: Wethouder, kunt u daar nog op reageren? Mevrouw van Benschop: Nou ja, voor nu is het vooral heel erg belangrijk dat we een geschikte locatie vinden om deze ontwikkeling mogelijk te maken. Wordt natuurlijk wel gekeken, gezien het regio bod wat we mogelijk willen gaan doen, of een locatie geschikt kunnen vinden die tenminste geschikt is voor meer dan 500 mensen. En wat we daar uiteindelijk uitkomt? Ja, ik hoop, dat is ook al in de brief volgens mij gecommuniceerd, echt dat we uiterlijk een week voor de raadsvergadering gewoon met een locatie kunnen komen zodat de Raad dat ook meeneemt in de beoordeling. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar mevrouw ... Ja, we hadden eigenlijk gezegd toch dat we naar de presentatie gingen? Mevrouw Koene is … Mevrouw Koene: Ja. Dat had u gezegd, voorzitter, maar… De voorzitter: Ja als u een hele korte vraag wil stellen, kan dat? Mevrouw Koene: Nou ja, het is toch nog gewoon een technische vraag, en dat gaat over de taakstelling. Er wordt steeds gezegd dat er een taakstelling is voor Dordrecht, maar er is een taakstelling volgens mij voor Zuid-Holland. En dat wilde ik even voor de zekerheid checken. Want op het moment dat je het anders oplost, dan kan het ook zijn dat onze taakstelling nul is. Daar wil ik graag even een reflectie op. De voorzitter: Wethouder Van Benschop? Of burgemeester Kolff in dit geval.
De heer Kolff: Het is goed om dat toch nog even op te helderen. Er is inderdaad een landelijke opgave, 75.500, dat is nu het getal waarvan uitgegaan wordt voor de komende twee jaar. Dat is geëxtrapoleerd naar per provincie, en dan kom je voor de provincie Zuid-Holland heb je eigenlijk – het is een beetje ingewikkeld - maar je hebt eigenlijk - dat wordt straks ook nog in de presentatie verteld - drie getallen. Je hebt één getal op basis van de spreidingswet. Dat is heel simpel, dat is namelijk het aantal inwoners van ZuidHolland delen door het totaal aantal inwoners van Nederland en dan kom je uit op een x aantal voor de provincie. Dan is er nog een getal van de Landelijke Regietafel zoals dat heet. Dat is de afspraak die gemaakt is tussen het rijk en de twaalf provincies, waarbij de provincie Zuid-Holland en Noord-Holland - heeft u misschien in de pers kunnen lezen twee commissarissen daar nog niet klaar mee zijn, want dat betekent namelijk dat er én wordt gekeken naar het inwonersaantal én naar de achterstand die op dit moment iedere provincie heeft ten opzichte van de huidige behoefte. Onze provincie heeft op dit moment 1800 vaste AZC-plekken, wat in relatie tot de opgave die er ligt, ongelooflijk weinig is. Dat betekent dat we een hele inhaalslag hebben te plegen en daar krijg je eigenlijk een soort sanctie voor als provincie volgens de Landelijke Regietafelnormering.
Daar vinden wij wat van in de provincie, dus de vier voorzitters van de veiligheidsregio’s die met de commissaris samen de Provinciale Regietafel vormen, gaan daarover ook nog in gesprek met de staatssecretaris. En we willen ook eigenlijk komen met een aanbod vanuit de provincie waarvan we zeggen nou, dat vinden wij een redelijk aantal, en dat is het derde getal waar we het over hebben. Maar waar wij nu vanuit zijn gegaan dat is het aantal van de spreidingswet en dan kom je dus op die 18.000 voor Zuid-Holland. Als je dat vervolgens terugbrengt naar het niveau van Zuid-Holland Zuid en ook weer terugbrengt naar het niveau van Dordrecht dan kom je voor Dordrecht uit op die 500 waar wethouder Van Benschop het nu overheeft gebaseerd op inwonersaantal. Betekent dat bijvoorbeeld regio Haaglanden in Rotterdam Rijnmond in absolute zin een grotere opgave hebben dan wij, maar dat zijn ook grotere gebieden. Dus dat is eigenlijk hoe vanuit de Provinciale Regietafel teruggegaan wordt naar de Regionale Regietafel, en
25
nogmaals daar kunnen dus afspraken worden gemaakt. Als wij een groter aantal nemen dan kan het zo zijn dat bijvoorbeeld - ik zeg maar wat - gemeente Zwijndrecht of Alblasserdam of Papendrecht zegt nou dan hebben wij geen AZC, dan hebben wij geen asielzoekersplekken, maar dan leveren wij wel in verhouding een grotere bijdrage aan het huisvesten van statushouders, en dat ontlast onze woningmarkt in Dordrecht weer zodat de huizen sneller beschikbaar komen voor mensen die hier nu al wonen en een huis zoeken. Dus dat zijn de deals waar - ik kijk dan maar even - wethouder Heijkoop mee bezig is aan de Regionale Regietafel die per regio worden gemaakt. De voorzitter: Mevrouw Koene. De heer Kolff: En uiteindelijk met het leiden tot een provinciaal … Ja, provinciaal moet het plaatje uiteindelijk kloppen, volgens de normering die daar gelden. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester. Mevrouw Koene tevredengesteld met dit antwoord voor dit moment? Goed. Dan gaan we naar mevrouw Vergouwe en kunt u proberen het in zeven, laten we zeggen max tien minuten te doen? Mevrouw Vergouwe: Ja voorzitter, dank u wel. Ik zal proberen dat zo snel mogelijk te doen. En volgens mij kan dat ook omdat heel veel vragen eigenlijk al aan de orde geweest zijn. De presentatie is in twee onderdelen, hè.
Het eerste onderdeel gaat over het principebesluit zoals het college die heeft genomen met betrekking tot het beschikbaar stellen van het Stadskantoor voor de huisvesting van Oekraïners, en daarnaast de herhuisvesting van de ambtenaren en het college. En mijn collega Guido zal een toelichting geven op de opgave en de consequenties die er zijn met betrekking tot huis huisvesting asielzoekers. Als het gaat om de huisvesting van de Oekraïners gaat het over de achtergrond, het kader, keuze voor het Stadskantoor, de verhuizing van én de organisatie én het college in het vervolg. De achtergrond heeft de burgemeester eigenlijk al een stukje geschetst, hè. Dat gaat over het feit dat dat er ongeveer 65.000 Oekraïners op dit moment in de gemeentelijke opvang moeten worden opgevangen. Voor Dordrecht betekent dat nu 735 mensen in Crownpoint, 100 op de hub, en 200 op de boot. U weet dat wij de Singel aan het verbouwen zijn om de mensen die we nu op de boot opvangen op de locatie Singel op te vangen. En omdat we weten dat, en ook dat is door de burgemeester toegelicht, er vooralsnog geen perspectief is op terugkeer kijken we ook naar de langere termijn, dan gaan we van 75.000 opvangplekken maar 90.000. Voor onze regio betekent dat van zo'n 2560 plek die we nu ook ongeveer beschikbaar hebben naar zo'n 2900 voor Zuid-Holland Zuid.
In Dordrecht wordt op dit moment hebben we zo'n 1035 plekken en op het moment dat de Singel opgeleverd is hebben we er zo'n 1085. Nou, op dit moment leveren wij daarmee een heel klein beetje meer, zo’n zestien procent, dan dat we zouden moeten doen volgens de regionale opgave. Als we dan kijken naar Crownpoint, dan is dat geen gemeentelijk eigendom en moet dat in verband met de ontwikkelingen rondom herontwikkeling Spuiboulevard per december opgeleverd worden. Nou, daarmee hebben we de vraag gekregen vanuit het college: kunnen jullie kijken welke opties daarvoor zijn? En vanuit de gedachte iedere gemeente levert een bijdrage, doen we dat in Dordrecht. Wat hebben wij gedaan? Gekeken naar een bestaand pand. Dat heeft te maken met een termijn, want nieuwbouw voor 1 december is feitelijk gewoon niet mogelijk. Betekent dat we gekeken hebben naar een bestaand pand. Dat hebben we gedaan met de brandweer, met de GGD, met de Omgevingsdienst en ook met onze eigen bouwkundigen. Want een pand moet voldoen aan eisen rondom brandveiligheid, rondom hygiëne, het aantal vierkante meters wat mensen moeten hebben als slaapruimte, maar ook als recreatieruimte. En we hebben gezegd: we willen eigenlijk het liefst een gebouw wat groot genoeg is om alle mensen die nu in Crownpoint gehuisvest zijn op te vangen. En ja, daarmee komen we uit op de
26
locatie Stadskantoor. Zo meteen wat meer. Wat we gaan doen is dat we twee projectplannen gaan uitwerken. Eentje die erop ziet van hoe gaat nu zo'n gemeentelijke opvang in het Stadskantoor eruitzien, hè? Wat is daar allemaal voor nodig om dat te realiseren? En de ander die gericht is op: wat betekent nu de hele uithuizing van de mensen naar de andere locaties? Wat betekent dat voor het ambtelijk apparaat, hè? Een van de vragen die u ook gesteld heeft, maar ook in beide gevallen welke kosten brengt dat nu met zich mee? En dat gaan wij voorleggen aan het NOO, Nationale Opvang Oekraïners, en dat vervatten we in een businesscase. Nou, de burgemeester gaf het al aan, het rijk kijkt op dit moment in z’n beoordeling nog niet verder dan het eerste kwartaal 2024, en onze uitvraag loopt tot zomer ‘25. Maar we hebben goede hoop dat het rijk daarin meegaat. Nou wat is nu geleid tot de principekeuze voor het Stadskantoor? Nou, het is groot genoeg voor die 700-750 plekken. Wij denken dat het past binnen de ontwikkelingen die er al zijn met betrekking tot het Huis van Stad en Regio. Wij gaan een werkplekonderzoek, of althans dat hebben we gelopen, op het Stadskantoor en de Hellingen hoeveel werkplekken we nu feitelijk bezetten. En om u een indicatie te geven, de eerste cijfers geven aan dat ongeveer, door de week genomen, ongeveer de helft van de werkplekken bezet zijn.
Daarmee is ook de helft van de werkplekken niet bezet, en dat biedt ruimte om te kijken naar alternatieven. En wij weten dat die alternatieven er zijn op de Noordendijk en de Hellingen, en we hebben een overloopruimte in het Springergebouw. Onderdeel van het onderzoek - een van de vragen was daar ook op gericht - is ook dat we kijken welke impact heeft deze beweging nu op de lopende werkzaamheden en de opgaven zoals die er zijn, zodat het college, als college de definitieve afweging moet maken op basis van de businesscase, ook die afwegingen kan meenemen in het geheel. Nou, als we kijken naar het Stadskantoor. De burgemeester gaf het al aan, we gaan wonen van de Oekraïners en het gebruik van het Stadskantoor zoveel als mogelijk splitsen. En dat kan ook. Door de poortjes ga je naar het woongedeelte van de Oekraïners. Begane grond blijft voor iedereen toegankelijk. De griffie op de eerste verdieping blijft ook toegankelijk, maar niet meer via de poortjes, maar wel via het trappenhuis wat hierachter bijvoorbeeld is. Nou, daar hebben we al met brandweer onder andere naar gekeken: hoe kun je dat nu goed splitsen en hoe kun je dat ook veilig doen? Nou, en wij zien daar alle mogelijkheden toe. En we zeggen eigenlijk de centrale hal, dat wordt een beetje een gezamenlijk domein, wel een stukje gesplitst hè.
Mensen kunnen apart naar binnen, maar misschien wel met een stukje kinderopvang in de centrale hal, omdat niet alleen de mensen die wonen in Crownpoint straks in het Stadskantoor daar gebruik van maken, maar bijvoorbeeld ook Oekraïense kinderen die in de stad worden opgevangen, dus daarmee ook voor eenieder toegankelijk. Wat gaan we nu doen hierna? De verhuizing van de ambtelijke organisatie en het college. Nou, dat gaat met name om de kantoorfuncties en die zijn natuurlijk relatief ook het meest eenvoudig te verhuizen. Het gaat ook om handhaving. Daar zitten wat eisen aan. Daar gaan we allemaal rekening mee houden. En het gaat ook om het college, want het college heeft gezegd: als wij de belemmerende factor zijn om naar het totaal van 700750 te komen neem ons dan mee in het onderzoek. En wat ik net al zei we doen werkplek onderzoeken ook om te kijken: wat hebben we dan nodig? En wij zijn ervan overtuigd dat we voldoende ruimte gaan vinden in die drie gebouwen zonder dat de medewerkers er direct heel erg op achteruit gaan en gedwongen gaan worden tot dat wat ze moesten doen in coronatijd, hoofdzakelijk thuiswerken. Dus wij zoeken echt naar een goede balans en een goeie invulling van het hybride werken. Nou, wat is dan het vervolg? We gaan twee projectplannen maken, eentje voor het Stadskantoor.
Nou, hoe moet dat eruitzien als GOO, en wat betekent dat allemaal? Eentje voor de uithuizig uit het Stadskantoor. Nou, van beide plannen zorgen wij dat daar de inhoudelijke en financiële consequenties zichtbaar zijn. Daarmee gaan we naar het rijk, en uiteraard leggen we die vervolgens ook aan het college voor en dan weet het college ook welke consequenties er uiteindelijk zitten aan de principebesluiten zoals ze nu genomen zijn,
27
en dat biedt het college ook de ruimte om een definitieve keuze te kunnen maken. Dat even voor wat betreft mijn onderdeel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vergouwe. En dan gaat denk ik de heer Von Grumbkow gelijk verder. De heer Grumbkow: Ja, dank u wel. Over de huisvesting van asielzoekers. Om te beginnen, er zijn in het eerste gedeelte al een aantal dingen uitgelegd en ook allerlei getallen over tafel gevlogen. Ik zal proberen dat zo goed mogelijk en zo helder mogelijk voor iedereen te duiden. En stelt u vooral ook vragen als dat niet duidelijk is. Om te beginnen iets over de achtergrond. Internationaal is een heel sterk stijgende stroom van asielzoekers richting de Europese Unie te zien. U ziet hier achter mij wat cijfers geprojecteerd, en daar is dus ook te zien dat het aantal asielzoekers dat Nederland bereikt ook enorm is gestegen. En de prognose voor 2023 is in ieder geval meer dan 50.000. Het ging net even over het getal wat er aan opvangplekken nodig is per 1 januari 2024. Die inschatting is dus 75.500 op dit moment. Door de jaren heen is een sterke fluctuatie te zien van de aantallen. En als we kijken naar het probleem dat zich nu voordoet, dus dat is in ieder geval een tekort aan opvangplekken.
Dat heeft te maken met het feit dat het rijk er tot nu toe voor heeft gekozen om te proberen de opvangcapaciteit heel snel op te bouwen als er veel vluchtelingen komen, maar ook net zo snel weer af te bouwen op het moment dat er weer minder vluchtelingen komen. En dat uit zich bijvoorbeeld in de financieringswijze van een AZC: als bedden onbezet zijn, krijg je ook minder geld. Nou, dan kunt u zich voorstellen dat je dan ook geen andere keuze hebt dan locaties weer te sluiten. Wat is er vanaf afgelopen zomer te zien? Nou, weinig structurele opvangcapaciteit waardoor we zijn aangewezen op crisisnoodopvang die we hier ook hebben, en een sterk verhoogde instroom. Dat leidt tot een landelijk opvangprobleem, en dat heeft u ook allemaal in de krant wel kunnen lezen. Het kabinet heeft besloten om een aantal maatregelen te nemen. Enerzijds het nemen van maatregelen om de instroom te beperken. Die zijn nog niet allemaal concreet, daar ligt natuurlijk wel een toezegging van het kabinet dat dat geconcretiseerd wordt. En waar kunt u dan aan denken? Deals zoals de Turkije-deal die eerder is gesloten om opvang in de regio te faciliteren. Het uitstel gezinshereniging staat hier nog onder discussie. We hebben de presentatie vorige week gemaakt, maar het is inmiddels natuurlijk ook duidelijk dat die discussie in ieder geval voorlopig weer ten einde is, laat ik het zo zeggen.
Afspraak in Europees verband. Voor een deel gaat het over afspraken die er al zijn, maar niet gehandhaafd worden, bijvoorbeeld het Dublin-akkoord, een asielaanvraag in het land van binnenkomst. En daarnaast wordt er nog gebroed op andere maatregelen. Een ander deel gaat dus over het vergroten van de structurele opvangcapaciteit, waarbij het kabinet is ook heeft erkend dat harmonicamodel van opbouwen en afbouwen daar moeten we vanaf, en er is gewoon een bepaalde basis nodig om dit probleem te voorkomen. Het afgelopen jaar is geprobeerd om dat te fiksen door gemeenten te vragen om een AZC te openen, en daar is te weinig animo voor geweest. In ieder geval heeft dat het probleem niet weten op te lossen. En daarom wordt er nu een wettelijke taak voor gemeenten gecreëerd. Die is in de volksmond de spreidingswet gaan heten, en heet officieel de wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. De ambitie van de staatssecretaris was om die wet op 1 februari 2023 in werking te laten treden. Ik durf inmiddels mijn hand wel voor in het vuur te steken dat dat niet gaat lukken. Het wachten is op een advies van de Raad van State en daarna de tweede Kamerbehandeling en daarna de eerste Kamerbehandeling. Ja, de bedoeling van het kabinet is omdat natuurlijk snel te laten gaan, maar we weten dus op dit moment niet precies wanneer die wet in werking zal treden.
Maar zoals wij met alle wetten doen die er aankomen, we bereiden ons voor op de inwerkingtreding van de wet. De doelstelling van de wet een duurzaam en stabiel opvanglandschap, waar nu dus geen
28
sprake van is, en een eerlijke spreiding tussen gemeente van asielzoekers. Ja, wat eerlijk is. Dat dat is natuurlijk een heel politiek … Daar kun je allerlei politieke opvattingen over hebben. Die is in ieder geval in de spreidingswet vertaald als naar rato van het aantal inwoners van een gemeente. En dat is dezelfde sleutel die wordt gehanteerd voor de huisvesting van statushouders, want ook daar is een landelijke taakstelling en die wordt gewoon door vertaald naar gemeenten, en daar hebben we dan aan te voldoen. De stappen in de spreidingswet. Er zijn een aantal van die stappen al aan de orde geweest. De taakstelling, dat staat dus in de wet, wordt tweejaarlijks voor 1 februari wordt het vastgesteld. Nou, die is nu vastgesteld op 75.500, dus dat is het aantal opvangplekken dat gerealiseerd moet zijn op 1 januari 2024. De taakstelling wordt vertaald naar provincies en regio's. Daar is een voorlopige vaststelling geweest. Kom ik zo op. Dan vindt er een uitvraag naar vrijwillige locaties of gemeenten die bereid zijn om een AZC te openen. En daar staat een deadline voor vóór 1 mei, dus tot 1 mei kun je ervoor kiezen als gemeente om een landelijke deal te sluiten, om het zo maar even te zeggen.
En op 1 mei wordt er gekeken hoeveel gemeenten er dan zijn die als het ware een vrijwillig bod hebben gedaan, en stel dat dat 20.000 plekken heeft opgeleverd, bijvoorbeeld, dan worden die in mindering gebracht op die 75.500, en dan wordt de rest over Nederland verdeeld. De laatste stap in die spreidingswet is dan een verdeelbesluit van de staatssecretaris, en dat is dan het moment - want de nadruk is erg op dit dwangcomponent komen te liggen in die wet - er dus bepaalde gemeenten, dus de termen die in de wet worden gebruikt, kunnen worden aangewezen om mee te werken aan de totstandkoming van een AZC. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene, u heeft een vraag? Dat mag. Mevrouw Koene: Nou ja, goed. Misschien heel raar hoor, maar welke rekenkundige heeft in hemelsnaam dit bedacht? De voorzitter: Heeft u daar antwoord op, mijnheer Von Grumbkow? De heer Grumbkow: Nee, ik ben niet bekend met de rekenkundige die dat heeft bedacht. Kijk, het uitgangspunt is wel, en daar kun je verder van alles van vinden, is heel simpel, is een spreiding naar rato van het aantal inwoners. En ja, daar is bijvoorbeeld niet gekozen voor de grond oppervlakte van de gemeente, waar ook iets voor te zeggen is. De voorzitter: Misschien kon u dit antwoord een beetje verwachten. Burgemeester, u wil er ook op ingaan? De heer Kolff: Nou, nog één zin. Dit is precies de reden.
En ik had die vraag van mevrouw Koene - van iemand, of misschien wel van mevrouw Koene verwacht - het is precies de reden dat we in Zuid-Holland ook nog werken aan een Zuid-Hollands aanbod, maar dat is wel voor een deel misschien wel een achterhoedegevecht, omdat uiteindelijk ook gewoon een regeling is gemaakt waar alle provincies zich nu in kunnen vinden behalve Zuid en Noord-Holland. Dus u snapt hoe het werkt. Maar hier staat ook, en dat wordt nog, toegelicht, de inzet van Zuid-Holland is een andere is wel een grotere inzet dan we nu doen, vijf keer zo groot, zes keer zo groot uiteindelijk, maar dat is niet dat enorm aantal van 18.500 wat puur en alleen gebaseerd is op inwonersaantal in het drukst bevolkte, meest dichtbebouwde gebied van Nederland, terwijl we natuurlijk ook delen van Nederland hebben waar veel meer ruimte is maar minder mensen wonen. Dus daar is van alles voor te zeggen om daar ook een andere voordeelsleutel op te hanteren, maar dat is nu niet wat voorligt om ons aan ook toe te verhouden.
29
De voorzitter: Dank u wel, burgemeester, daar kunnen wij denk ik ook niets aan doen. Ik stel voor dat mijnheer Von Grumbkow verdergaat. De heer Grumbkow: Goed, het uitgangspunt van de spreidingswet is dus verdeling naar de rato van het aantal inwoners. Als je dat als uitgangspunt neemt dan is de formule voor Dordrecht altijd heel makkelijk, want dat is zo’n twee derde procent van de Nederlandse bevolking woont in Dordrecht. Twee derde procent van die 75,000 dan kom je op ongeveer 500 uit als taakstelling voor Dordrecht. Maar zoals de burgemeester net ook al zei er zijn ook andere berekeningen of berekenwijzen, maar dat zijn dus andere dan die in de spreidingswet zijn opgenomen. De eerste is de werkwijze van de Landelijke Regietafel. We hebben nu ook al verdeelvraagstuk als het gaat om asielzoekers. Daarover wordt gesproken aan een Landelijke Regietafel en aan Provinciale Regietafels. De formule die daar gehanteerd wordt die leidt tot een veel hoger aantal voor de provincie, en voor de regio en voor Dordrecht. Dat heeft er iets mee te maken dat daar, behalve het aantal inwoners, ook nog een soort boetebeding in zit, en of dat ZuidHolland zo ontzettend weinig verhoudingsgewijs opvangplekken momenteel heeft, moet er dan extra veel gerealiseerd worden. Zolang de spreidingswet niet in werking getreden is dat de formule waarmee gerekend wordt.
En de inzet waar de burgemeester net op doelde die aan de Provinciale Regietafel, dat zijn dan dus de commissaris van de Koningin, en de voorzitters van de Veiligheidsregio's van de provincie. Daar is gezegd: er zijn nu 2000 op opvangplek, het is al een hele opgave om tot 12.000 te komen. Dus dat is het bod waarvan we gaan proberen samen met Noord-Holland om het die kant op te bewegen. En als je die hanteert, kom je tot ongeveer 400 voor Dordrecht. De voorzitter: Kunt u richting een afronding gaan? De heer Grumbkow: Ik kom steeds dichter bij het einde. Over de Provinciale en Regionale Regietafel is net al het nodige gezegd. Ik benadruk nog even wat wethouder Heijkoop daarover zei, dat er aan de Regionale Regietafel dus groepen mogen uitruilen, om het zo maar even te zeggen, bijvoorbeeld bij de huisvesting van statushouders, was tot nu toe niet mogelijk. Je hebt gewoon een taakstelling als gemeente, die heb je in te vullen. Maar nu worden we eigenlijk door het rijk ook nadrukkelijk uitgenodigd van als de ene gemeente iets van een andere gemeente kan overnemen dan kan dat uitgeruild worden tegen iets anders. En dat zijn de gesprekken die nu dus ook gaande zijn. De inzet van Dordrecht, zoals verwoord in het principebesluit, een AZC waarmee tenminste wordt voldaan aan de taakstelling. Nou, wat de precieze taakstelling dus is dat is nu wellicht duidelijk in de presentatie.
Dat weten we pas na 1 mei. Maar het is de beste om mee te rekenen, om het zo maar even te zeggen, dat is naar rato van het aantal inwoners, want dat is het uitgangspunt van de spreidingswet, en dan kom je dus op 500. En het college heeft uitgesproken onder bepaalde voorwaarden, en willen we meewerken aan een AZC dat de taakstelling te boven gaat. En dat kan enerzijds betekenen dat we in de regio iets voor elkaar krijgen of de gemeente neemt de huisvesting van statushouders voor een deel over. De voorzitter: Mijnheer Von Grumbkow, er is een vraag van mijnheer Uysal. De heer Uysal: Ja, en de batterij gaat bijna leeg. De voorzitter: Dat was uw vraag? De heer Uysal: Nee, dat was niet mijn vraag. Nee, bij de overcapaciteit hebben we het nu heel de tijd over uitruilen van diverse doelgroepen met onderlinge gemeente. Maar een andere optie is ook, vind ik persoonlijk, het meest gênante van de spreidingswet is dat je
30
dus per plek boven de gemeentelijke taakstelling geld kan krijgen. Hoe kijkt het college daarnaar voor die optie? De voorzitter: Moet misschien mevrouw Van Benschop daar antwoord op geven? Mevrouw van Benschop: Nou ja, het college heeft het besluit genomen om te gaan voor … Het is een keuze. Het is óf je gaat voor de regiodeal. Je kijkt hoever kom je binnen de regio om tot een regio bod te komen óf het is de mogelijkheid om iedere plek die je boven de taakstelling realiseert om daar een bedrag voor te krijgen. Nou, ik denk dat uw woorden bij meer mensen zo leven. En het college heeft daarom ook besloten om te gaan voor de regiodeal. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw van Benschop. En mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Er wordt inderdaad gesproken over kwetsbare groepen. Wie vallen precies onder die kwetsbare groepen? De voorzitter: Mijnheer Von Grumbkow. De heer Grumbkow: Ja, we hebben een agenda huisvesting kwetsbare groepen in de regio, en daar vallen allerlei groepen onder. Het gaat met name over beschermd wonen, maatschappelijke opvang, uitstroom uit residentiële Jeugdzorg. Wij hebben hier de Merwedehuusjes. Nou, dat zijn allerlei groepen die moeilijk aan een huis kunnen komen en ook in een kwetsbare situatie zitten. De voorzitter: Gaat u verder met uw presentatie.
De heer Grumbkow: Ja, goed ik was gebleven bij onder voorwaarde dus een groter AZC, maar daar moet dan ook nadrukkelijk een voordeel aan verbonden zijn. En bijvoorbeeld die huisvesting van statushouders. Het is natuurlijk een keten, dus meer asielzoekers, meer vergunninghouders betekent ook een groter beroep op onze sociale woningen, want die taakstelling blijft ook. Nou, het zou natuurlijk fijn zijn als wij een grotere AZC hebben dat dan een deel door de regio wordt overgenomen. Het vervolg. Of waar staan we nu? Wij zijn op een aantal plekken nu aan het kijken. Die moeten beoordeeld worden, bijvoorbeeld op veiligheidsaspecten en bereikbaarheid. De stap daarnaast, het bekendmaken van de voorgenomen locatie aan de gemeenteraad en omwonenden of nabijgelegen bedrijven. Daarna is de gemeenteraad besluitvormend gepland over dit thema. Dan gaat het dus over het raadsvoorstel om geen wensen en bedenkingen tegen het principebesluit van het college te uiten. Het definitief besluit van het college, gesprekken, onderhandeling in de regio loopt een beetje parallel. Daar heeft wethouder Heijkoop net al iets over gezegd. En de gesprekken of de onderhandeling met het COA, de provincie en het rijk. Dus er zijn een aantal dingen die gaan echt over die zullen met het met het COA moeten worden uitgedeeld.
Maar als het bijvoorbeeld gaat over bereikbaarheid van een locatie dan kan dat bijvoorbeeld gaan over de provincie. En we hebben een indicatie van de opening gegeven. We hebben op andere plek gezien, dat kan heel snel gaan, uiteraard na besluitvorming. De voorzitter: Dank u mijnheer Von Grumbkow. Ik zie nog een vraag van mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik weet niet of dat door u of door de wethouders of de voorzitter beantwoord kan worden, maar ik ben even zoekende naar mijn rol. Want u
31
zegt dat er een brief komt namens het college met advies om geen wens en bedenkingen uit te spreken. En als ik dat bijvoorbeeld wel voornemens ben, wat gaat u daarmee doen of op welke tafel komt dat neer te liggen? De voorzitter: Wilt u die vraag beantwoorden, mevrouw Van Benschop? Mevrouw van Benschop: Ja graag, voorzitter. Nou, we vragen even … Daar is vaker discussie over geweest en een beetje onduidelijkheid over geweest, het raadsbesluit heet het beslispunt is geen wensen en bedenkingen te uiten. Daarmee zeggen we niet dat je geen wensen en bedenkingen mag hebben als raad, dat is gewoon het beslispunt zoals we dat neerleggen bij de raad. Als er wel wensen en bedenkingen zijn dan vragen we de raad om dat te amenderen zodat we die vervolgens mee kunnen nemen in de uitwerking van de gesprekken met de regio en het uiteindelijke bod wat we doen als Dordrecht. Dat is ook de reden waarom de besluitvorming met betrekking tot wensen en bedenking op 7 februari al gepland staat. Probeerde ik net ook aan te geven op een vraag van de heer De Heer, dat als we dat ergens in april doen, waarbij we dan via het hele Bob-model alle stapjes kunnen doorlopen om volgens in de gemeenteraad te komen, zijn we wel erg laat om aan de voorkant de import van de raad mee te nemen. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Gündogdu? De heer Gündogdu: Nee, even aanvullend. Ja ik ben echt even zoekende.
Maar kan ik uw besluit of besluit van het college ook amenderen? De voorzitter: Nee, dat is heel duidelijk. Mevrouw van Benschop: Nee, u kunt via een amendement op het raadsbesluit wensen en bedenkingen meegeven aan het college. In de verdere uitwerking van wat we als bod doen en hoe we het gesprek met het COA voeren, hoe we uiteindelijk tot het realiseren van een AZC komen. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Ja, naar aanleiding van uw vraag is mijn vraag, u gaf net aan dat eigenlijk de rol van het COA heel groot is, of althans groot is, en dat zij gaan over besluiten. Dus wij kunnen wel wensen en bedenkingen meegeven, dus als we dat dan zouden amenderen wordt het dan ook, of begrijp ik het verkeerd? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, daar gaat u vast en zeker goed uitleggen? Mevrouw van Benschop: Ja, sorry, voorzitter, dank u wel. Het zijn twee stappen. Op het moment dat je nu de regie neemt en zelf … We vragen de raad wensen en bedenkingen te uiten, vervolgens werken we dat uit in een Dordts bod, regio bod richting provincie, en zo steeds een stap verder. Op het moment dat de spreidingswet komt is het COA dan in de lead uiteindelijk, want dan hebben we als gemeente niet zelf de regie genomen, en dan wordt er gewoon iets toegewezen aan de gemeente. De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier:: Ja, even voor mijn duidelijkheid een bevestiging.
Het college komt met een besluit, het is een collegebevoegdheid. De raad kan wensen en bedenkingen uitspreken. Voor zover ik weet heeft dat de status van een motie. Met andere woorden
32
het zijn wensen en bedenkingen van de raad, want het college kan die naast zich neerleggen. Klopt dat, ja of nee? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop? Mevrouw van Benschop: Ja voorzitter, dat klopt. De heer Kolff: Maar misschien goed, voorzitter, om in aanvulling daarop wel te zeggen, kijk, het college heeft een principebesluit genomen, en wij willen daarmee onze verantwoordelijkheid nemen in het licht van die spreidingswet en wat er op ons afkomt, et cetera, zoals de wethouder het ook uitgebreid heeft toegelegd. Maar we hechten natuurlijk wel ongelooflijk veel waarde aan wat de gemeenteraad daarover te zeggen heeft wat er eventueel voor wensen of bedenkingen bij gelden. Dus als die er komen dan gaan we die zo goed mogelijk proberen daarin mee te nemen, voor alle duidelijkheid, want het zou erg mooi zijn als er veel draagvlak voor is voor wat we besloten hebben, zowel in de raad, als in de samenleving. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Portier? De heer Portier:: Dat is uiteindelijk waarvoor we zitten. Bedankt voor de uitleg. De voorzitter: Zijn er naar aanleiding van de presentatie nog vragen? Zo niet, dan heb ik een ordevoorstel. Deze vergadering staat gepland tot tien uur. We zijn beeldvormend bezig geweest, en daar was ik best een beetje streng op, en dat was ook nodig, denk ik, want we hebben allemaal wel onze mening, en sommigen willen zelfs pluimen geven.
Dat is natuurlijk ontzettend leuk. Die gelegenheid wil ik ook geven als jullie daarmee instemmen. Mijn voorstel is om na een korte schorsing verder te gaan met een oordeelsvormende vergadering, en dan alle fracties in eerste instantie even de gelegenheid geven aan te geven wat ze van dit besluit vinden. Wel een beetje kort, want er zijn een heleboel fracties. En ja, maar heel misschien kan zelfs dan het college daar nog op reflecteren en krijgen we zelfs nog een tweede rondje. Nou, dan wordt het helemaal een mooie avond. Wat vindt u van dit voorstel? Iemand tegen? Mijnheer Gündogdu, onze dwarsligger. Deze keer. Mevrouw Koene: Nou, voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koene? Mevrouw Koene: Ja, ik vind het wel bijzonder, want normaal gesproken zijn we altijd in gelegenheid om dat nog op ons gemak op ons in te laten werken en dat in de fractie te bespreken. En dat is nu niet, dus het voelt wel een beetje alsof het ergens doorheen geduwd wordt. De voorzitter: Ik snap het. Mijnheer De Heer heeft net terecht opgemerkt wij zijn gewend om met een Bob-model te werken. Mevrouw van Benschop volgens mij heeft de noodzaak van de vaart uitgelegd. 7 februari is er raad. Daarvoor is er geen commissievergadering meer. Dus óf we doen het alleen daar, óf het moet nu. Maar u beslist daarover, zo eerlijk ben ik wel. De heer Van Leeuwen: Voorzitter? De voorzitter: De heer Portier:.
33
De heer Portier:: Even een paar worden ter ondersteuning van het voorstel van het naar voren zetten. Kijk, iedereen wist dat deze vergadering eraan zat te komen, dus iedereen heeft dit ook met de fractie kunnen bespreken. Er is geen andere gelegenheid. Laten we de gelegenheid die er nu is gewoon te baat nemen. De voorzitter: Dank voor uw warme woorden. Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ik zou me ook kunnen voorstellen, u gaat er ook heel snel van spreken als u het hebt over dit ordevoorstel. We kunnen het nu doen, maar ik zou er ook een voorstander van zijn om het in een raad te doen, en nog even de tijd om de antwoorden even tot ons te nemen, om er nog even over te praten. Niet alle antwoorden waren bekend namelijk, dus je hebt het nog niet in de fractie erover kunnen hebben, laat ik het even zo zeggen. Dus ik zou achter twee opties staan, maar mijn voorkeur heeft toch om het in de raad van 7 februari te bespreken. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, als wij straks een eerste rondje oordeelsvormend doen, dan schat ik zomaar in dat de uitkomst daarvan is dat we in de raad dit niet als een hamerstuk maar als een bespreekstuk. Dus dan heeft u nog alle gelegenheid om de dingen die u nu niet te binnenschieten misschien te berde te brengen. De heer Van Leeuwen: Nee, akkoord, maar dan zou ik zeggen doe het dan in één keer goed. Doe het in de raad van 7 februari.
De voorzitter: Zijn er nog meer mensen die een opmerking willen maken, want anders dan gaan we er gewoon om stemmen. Dat is heel democratisch. Mijnheer De Vries? Welke partijen willen liever het nu niet doen, maar eerst in de fractie? Ja, dat is een minderheid, dus dan stel ik toch voor dat we het nu doen. Lijkt me democratisch. De heer Van Leeuwen: Maar even voor de helderheid. De voorzitter: Ja, mijnheer Van Leeuwen? De heer Van Leeuwen: Wat mij betreft, voorzitter, akkoord, maar het wordt dan geen hamerstuk in de raad. De voorzitter: Nee, zeker niet zeker, tenzij u dat beslist straks, maar dat denk ik niet. Dat heb ik al aangegeven. Ja, want ik wil nu ook dat alle fracties het woord kunnen voeren, dus het moet ook vrij kort. Daarom stel ik voor even vijf minuten pauzeren. Kunnen we misschien een nieuw drankje pakken, en dan gaan we elf over negen stipt verder. SCHORSING De voorzitter: Beste mensen, ik ga de vergadering heropenen. Dus als de burgemeester ook weer op zijn stoeltje wil gaan zitten. En de wethouder, maar die was al aan het rennen, dus die ga ik niet nog eens een keer extra opjagen. Ze heeft ook twee flesjes in haar hand en dat is heel gevaarlijk. Mijnheer De Heijer, u bent ook klaar? Prima. En mijnheer Klerk, u weet hoe het werkt nu? Fijn, dan kunnen we verder gaan. Goed, dan gaan we dus nu oordeelsvormend. Elke fractie krijgt de gelegenheid.
En echt even dringend, doe dat kort, want we willen allemaal graag aan de beurt, en om tien uur zit hier de volgende vergadering, en we moeten pakweg tien voor tien, vijf voor tien eventjes met elkaar een conclusie gaan trekken. Dus geeft u kort weer wat vindt u van het besluit van college. Geen wensen en bedenkingen. Nou, ik weet nu al dat er zijn die
34
vast wel wensen bedenkingen hebben, maar wat vindt u überhaupt van het besluit? En mijnheer Van Leeuwen die zit al bij het knopje. Nou, zullen we linksom gaan. Nou, we gaan rechtsom. De heer Van Leeuwen: Nee, ik wil net zeggen: ik sprak net met iemand … De voorzitter: Nee, ik had nog één opmerking. Ik onderbreek u eventjes. Er mag uiteraard geïnterrumpeerd te worden, maar wel alleen hele korte, verhelderende vragen. Dus niet nu met elkaar in discussie gaan, want dat is bij een eventuele tweede ronde, en dat zal waarschijnlijk 7 februari zijn. Mijnheer Van Leeuwen, en daarna ga ik dan naar mijnheer Gündogdu, want die zat nog niet op zijn plek. De heer Van Leeuwen: Nee voorzitter, ik had het net met iemand erover in de pauze dat het best leuk zou kunnen zijn als de kleinste fractie zou mogen starten. Nou, we zouden dus als tweede aan de beurt zijn, maar bedankt in ieder geval voor deze mogelijkheid. De PVV is tegen het openen van een asielzoekerscentrum in Dordrecht. Al jaren waarschuwt de landelijke PVV voor het vastlopen van het asielsysteem. De enorme aantallen, de lange asielprocedures waardoor mensen uiteindelijk het recht krijgen om te blijven, de besluiteloosheid en de verschillende kabinetten van de verschillende kabinetten zijn debet aan.
Als lokale politicus, want uiteindelijk zitten we hier in Dordrecht, vind ik het onverantwoord dat er in onze stad een AZC wordt geopend. De huidige inwoners hebben genoeg problemen. Er zijn er lange wachtlijsten voor een woning, mensen zitten in de kou, de boodschappen zijn veel duurder geworden. Daarnaast is er veel onzekerheid over de toekomst. In een situatie als deze moet de lokale overheid zich inspannen en met spoed inspannen om deze problemen voor onze inwoners zoveel mogelijk op te lossen. Onze huidige inwoners staan wat mij betreft voorop. Het binnenlaten van vele asielzoekers is voor Dordrecht niet aan de orde, en zeker niet in de fase waarin … Of het stadium waarin we nu zitten. We zitten nu in het vrijwillige stadium, dat loopt tot 1 mei. Het zou kunnen zijn dat we dan een verplichtende opgave hebben, dat zou ook nog heel goed kunnen als we niet nu mee zullen doen. Maar op dit moment vinden zijn we ertegen om vrijwillig mee te werken aan de komst van een asielzoekerscentrum. Daarnaast komt nog het punt hoe om te gaan met overlast en criminaliteit. De voorzitter: Ik hoor een stem van mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: De naam is Van der Net. Ja ik had dit wel verwacht. En veel van de dingen die de heer Van Leeuwen stelt zal ik zo meteen ook wel benoemen.
Maar het feit blijft natuurlijk dat we dadelijk gewoon een wettelijke verplichting hebben, en blijft u dan ook nog steeds tegen, want dan wordt het gewoon aangewezen, en daar schieten we als Dordt en Dordtse inwoners ook niks mee op. Hoe denkt u daarover? De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, geeft u antwoord. De heer Van Leeuwen: Ik begrijp deze vraag van de VVD wel. Typerend, trouwens. Op dit moment zitten we ervoor om mensen vrijwillig binnen te laten, Dat is nu het onderwerp van de vergadering voor vanavond, en dan zeg ik op dit moment, gegeven de vrijwilligheid, dat moeten we niet doen. Hoe het over drieënhalve maand zou zijn? Ja, een verplichting, daar ontkomen we dan niet aan, maar op dit moment willen wij als PVV niet meewerken aan het vrijwillig binnenlaten van veel asielzoekers. Ik hoop dat de VVD er ook zo over denkt. De voorzitter: De heer Van der Net, u wilt nog even aanvullend vragen?
35
De heer Van der Net: Ja, ik ben bang dat de heer Van Leeuwen het niet allemaal even goed begrijpt. Maar het feit is gewoon dat er op dit moment gewoon een voorbereiding wordt gemaakt op een wettelijke verplichting, niet meer dan dat. Dus met andere woorden wat is het tegen dat er inderdaad binnen de regio wordt gekeken naar de mogelijkheden? En als die wet er is dan zijn we wettelijk verplicht, en dan kunnen we verder kijken van wat we daarmee doen, maar als we ons op dit moment niet voorbereiden dan weten we gewoon dat we dadelijk te laat zijn en dan zitten we misschien voor Dordt en de Dordtse inwoners in een nog slechter pakket. Maar dat is dan inderdaad wat u dan aangeeft wat u wens wil is dan. De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Nee, laat ik het zo zeggen. Ik denk dat u niet bij mij moet zijn maar bij uw eigen achterban, en vooral bij de landelijke VVD's. De voorzitter: Nee. Beste mensen, geef eens antwoord. Mijnheer Van Leeuwen, u mag even uw verhaal afmaken. Maar laten we niet al te persoonlijk gaan worden. De heer Van Leeuwen: Dit was helemaal niet persoonlijk. Laat ik het even anders formuleren. Ik denk dat de afgelopen vier kabinetten hier behoorlijk debet aan zijn dat de situatie zo is gegroeid. Oké. Even kijken ,hoor. Waar was ik erbij? Oh, binnenlaten van vele asielzoeker is voor Dordrecht niet aan de orde.
Daarnaast komt nog het punt hoe om te gaan met overlast en criminaliteit. En mensen met een vaak andere achtergrond komen hier, zo kijk ik er zelf tegenaan, in een voor hun vreemde omgeving, dat zorgt ook voor spanning bij die mensen, en sommige van die mensen gaan hier dan ook niet goed mee om. Is begrijpelijk, maar is wel een feit dat het op die manier zo uitwerkt voor de omgeving. Dan over het huisvesten van Oekraïners in het Stadskantoor. De voorzitter: Kunt u, mijnheer Van Leeuwen, tot een afronding komen, want ik heb gerekend veertien mensen. De heer Van Leeuwen: Ja, ik ben bezig met een afronding. Dank u wel. Dan over het huisvesten van Oekraïners in het Stadskantoor. De landelijke PVV-top accepteert tijdelijk de opvang van Oekraïense vluchteling in ons land. De vraag is alleen of het Stadskantoor de juiste plek is? We vinden van niet. Het verdelen van het ambtenarenapparaat zal geen goede invloed hebben op het functioneren van de ambtenaren. We vinden dan ook dat er een groot draagvlak moet zijn bij de ambtenaren om hiermee om te gaan. En een applaus alleen vind ik zelf niet voldoende. Dat kunnen best die 30 of 40 procent voorstemmers zijn geweest. Hoe zit het met die andere mensen? En daarnaast is het wellicht ook mogelijk om een pand te huren in andere gemeenten, om een optie aan te geven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen.