2.3 2023-01-24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Dus vanaf de startnotitie tot aan uitvoeringsprogramma van zijn er bedrijven die hier moeite mee hebben, wat hebben ze dan nodig om wel goed daarin mee te kunnen, en welke interventies moeten wij dan als gemeente doen of moeten we faciliteren om daar dan ook tot een oplossing te komen? De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Schnabel: Heel klein. Dat begrijp ik, dank u wel. Dus dan is inderdaad zo dat al vanaf het begin de bedrijven mee kunnen doen in het gesprek? Omdat ik me voor kan stellen dat er binnen verschillende bedrijven verschillende problemen spelen met verschillende populaties, en dat dat misschien ook waardevolle informatie kan geven over … De voorzitter: De vraag is kunnen ze vanaf het begin participeren? Dat is even de vraag. Wethouder? Mevrouw van Benschop: Dat kunnen ze richting het uitvoeringsprogramma, dus richting de concrete uitwerking van wat gaan we doen aan de knelpunten die er zijn? Ja. Nee niet in deze fase, nee. De voorzitter: Oké, de heer De Heer. De heer De Heer: Ja voorzitter, dank u wel. Nou, het zal u niet verbazen dat ook wij het belangrijk vinden als ChristenUnie/SGP dat er voldoende aandacht is voor levens- en geloofsovertuiging in het uiteindelijke plan. Maar ook even over de drie concrete doelgroepen die worden genoemd.
Hoe zijn we daar nu precies terechtgekomen dat deze specifieke drie doelgroepen, en mogelijk heb ik dat toch meest eerder al genoemd. De wethouder noemde net zelf praktische overwegingen in die bewoording, en ik lees in de presentatie ook een aantal verplichtingen die zijn aangegaan. Is dat waar …
54
De voorzitter: Waarom deze keuze, en hoe is het tot stand gekomen? De heer De Heer: Precies. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw van Benschop: Voorzitter, de praktische overweging geldt niet voor de drie doelgroepen. Die geldt voor de drie vormen van betrokkenheid van de raad. De drie doelgroepen zijn tot stand gekomen doordat we weten dat hier punten spelen, dat hier grote knelpunten zijn, dat we weten dat hier een grote opgave ligt bij deze drie doelgroepen met knelpunten waar zij tegenaan lopen, plus daaraan toegevoegd, de dingen die we al doen, en hoe kunnen we die nu effectiever en gerichter inzetten? De heer De Heer: Ja voorzitter toch een kleine vervolgvraag: hoe weten we dat dat deze drie doelgroepen het vooral zijn of moeten zijn? De voorzitter: Wethouder? Mevrouw van Benschop: Nou, voorzitter, niet dat we weten dat deze doelgroepen het vooral zijn, wel dat wij hier prioriteit aangeven. Dat is een keuze die we gemaakt hebben. We weten uit op basis van cijfers van Radar wat er speelt. We weten op basis van het Regenboogakkoord en alle contacten die we daaromheen hebben, dat daar zaken spelen. En van mensen met een beperking weten we het via de Adviesraad Wmo. Dus er zijn verschillende manieren waarop die signalen binnenkomen.
En we hebben gekeken hoe kunnen we effectief zijn zonder dat we te veel beperken, maar ook niet zo breed maken dat we eigenlijk nu niet tot concrete maatregelen kunnen komen? De voorzitter: Ja. Dat is op dit onderwerp altijd een probleem, want ja als je het te bereid maakt, weet ik uit ervaring, dan kom je ook nergens. De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u, voorzitter. Dan ga ik beginnen met misschien een hele slechte vraag die relateert aan wat u net zegt. Maar het gaat eigenlijk ook over een stukje religie. Ik vroeg me af of het klopt dat antisemitisme op dit moment niet onder één van de focusgroepen valt, ook omdat ik de wethouder hoor zeggen dat het gaat om groepen waar in ieder geval landelijk van bekend is dat daar veel problematiek speelt. Dat hebben we natuurlijk eigenlijk met antisemitisme bijvoorbeeld, om maar een voorbeeld te noemen, wat toenemend is. Verder had ik nog een aantal andere vragen. Ik vroeg me af, er werd genoemd in de prestatie dat we toe willen werken naar gelijkwaardige behandeling. Ik vroeg me af: kunt u dat definiëren en aan welke indicatoren wordt dat afgemeten? Hoe weten we of dat bereikt is op een bepaald moment? Daarnaast wil ik toch ook vragen of het mogelijk zou zijn toch om ondernemers en organisaties mee te nemen die de subsidies krijgen of die opdrachten verkrijgen.
Zeker ook omdat ze in lijn twee expliciet genoemd worden om daar proberen positieve veranderingen teweeg te brengen. Het lijkt me logisch dat ze op een heel vroeg moment worden meegenomen en dat er ook wordt gevraagd wat daar ervaringen en slechte problematiek zijn. En tot slot, klopt het dat ik niets gehoord heb van iets van een uitgangspunt om … Eigenlijk wil je zeggen dat er geen sprake kan zijn van positief discriminerende maatregelen. Mijn vraag is: klopt het dat er in het stuk op dit moment niets wordt gezegd over positief discriminerende maatregelen? De voorzitter: Nou, zit ik ook weer, want we beginnen eigenlijk dadelijk met een commissie ter begeleiding om tot een startnotitie te komen. En ja, ik heb het er net al eventjes over gehad met de wethouder. Dit stuk heeft wel wat verwarring tot gevolg.
55
Want ik ga ervan uit dat in de begeleidingscommissie juist dit soort punten dadelijk worden meegenomen om in de startnotitie terecht te komen. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter, u begrijpt mijn verwarring dan inderdaad omdat hier een officieel besluit genomen moest worden, leek het me logisch om dit hierin op te nemen. Als dat op een later punt, dan kunt u mijn laatste vraag als niet gesteld beschouwd. De voorzitter: Misschien kan ook nog even de wethouder deze verwarring nog één keer verhelpen, alstublieft. Mevrouw van Benschop: Dat heb ik al heel vaak geprobeerd, voorzitter. Nee hoor. Nou, ik denk dat die verwarring nu wel duidelijk is. Dit zijn de uitgangspunten, dus het gaat echt over die drie keer drie formule, en hoe wil de raad betrokken worden. Daar hebben we in de presentatie wat context aangegeven, maar dat is wat we nu voorleggen. Kan de raad zich daarin vinden? Wat betreft de bedrijven. Nou ja goed, dat heb ik inderdaad net ook al beantwoord. Dus vanuit startnotitie richting uitvoeringsprogramma, natuurlijk, dan worden de stakeholders betrokken. Als het gaat over stage discriminatie gaat het ook over bedrijven, dus dat die worden dan ook aangehaakt. U vroeg ook een concretisering op de doelstellingen.
Ook dat is zoiets, we kunnen daar nu geen concrete - ik noem het maar even - KPI’s aanhangen van wanneer hebben we de doelstellingen behaald? Dat zijn dingen die we uiteindelijk in de verdere uitwerking moeten vastleggen. Daar is dit document niet voor bedoeld. De voorzitter: De startnotitie komt dadelijk ook weer in de raad natuurlijk, en daar kunt u met z’n allen wat van vinden. U kunt dat ook amenderen, en eigenlijk zijn we niet meer bezig dan nu even te kijken: hoe komen we tot de startnotitie? Dus ja, ik zit even te kijken. Mevrouw Vugt was iets eerder nog. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Ik stel even vraag namens ons vieren hier. Sinds november bestaat er op initiatief van GroenLinks een werkgroep diversiteit, gelijkheid en diversiteit, en daar zitten enkele raadsleden in, en daar zitten ook mensen uit Dordrecht in, gewoon inwoners vanuit diverse groepen. We vroegen ons af is het mogelijk dat ook deze werkgroep misschien deelneemt in plaats van punt drie, optie drie of variant? Is het mogelijk om een variant vier toe te voegen? Dat is ook die commissie die werkgroep, een soort begeleidingscommissie vormt, of is het mogelijk om het als klankbordfunctie te laten fungeren? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt, even voor mijn begrip, wat is de status van die werkgroep? Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat is niks officieels.
Het zijn gewoon mensen die op dit gebied zich wilden verdiepen in wat er speelt. De voorzitter: Ja, vandaar ook even mijn vraag. Dit is voor mij nieuw, dus ja, of dat kan worden ingevoegd. Mevrouw van Benschop: Ja, voorzitter. Nee, we kunnen niet in dit besluit een vierde variant opnemen waarbij we een uitspraak doen over mensen die niet deel uitmaken van de raad. We vragen in dit document wie uit de raad deel gaat nemen aan die gesprekken. En daarbij wil ik nog wel even onderscheid maken dat vanuit de raad wordt er gevraagd om een begeleidingscommissie die samen met de ambtelijke organisatie -
56
dan de ambtelijke organisatie die we voorstellen - maar vanuit de raad kan daar aangevuld worden: hebben we de juiste mensen in beeld? Daar staat het natuurlijk helemaal vrij om de mensen vanuit die werkgroep te betrekken bij de gesprekken met de doelgroep. Maar we gaan niet in dit document … Dat wordt heel ingewikkeld. De voorzitter: Dit wordt te ingewikkeld, hoor ik mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Nee, maar ik vind het heel helder antwoord, want hier kunnen we ook mee verder. Dank u wel. De voorzitter: De heer Kolkiliç en dan de heer Gündogdu nog. Nee? U parkeert het even? Nou ,dan gaan we naar de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. En ik heb zojuist mijn waardering uitgesproken over dit voorstel. De wethouder geeft aan we hebben een bewuste keuze gemaakt. In de eerste instantie drie doelgroepen. Vervolgens gaan we ook nog in gesprek met diverse belanghebbenden om nader te komen tot deze startnotitie. Ik wil even een stapje terug. Althans dat is dan mijn vraag.
Is het niet bijvoorbeeld wijs, ook gezien dit onderwerp - dat speelt al volgens mij decennia, of misschien zelfs eeuwen om gewoon eens een open dialoog sessie wat we eerder al hebben gehad met de stad, Het Nieuwe Dordtse Peil bijvoorbeeld - u was er een van – en de grootte van dit onderwerp, en we moeten het niet groter maken dan dat is - heb ik zojuist begrepen maar bij uitstek een onderwerp waar je op een zaterdagochtend alle Dordtenaren, bij wijze van spreken, zoals men dat ook doet in andere steden, gewoon eens even aanhoort wat zij nu over inclusie, discriminatie en et cetera verstaan, en wellicht dat daar ook misschien andere doelgroepen bij kunnen komen? De voorzitter: Ik hoor dat we misschien met de stad moeten gaan praten, en wat vindt de wethouder daarvan? Mevrouw van Benschop: Nou nee, laat ik de grap niet maken. Nee, de vraag is geen grap, dat is duidelijk. Nee, wat we hiermee beogen is om echt nu even focus aan te brengen. Wij hebben heel lang gehoord we doen niet aan het doelgroepenbeleid, we kijken in de breedte, we willen dat iedereen mee kan doen, we willen dat we het in de breedte bekijken. Natuurlijk is dat een uitgangspunt waar we helemaal voorstaan, maar we hebben echt gekozen om nu focus aan te brengen om hier concrete stappen op te maken. Maar dat betekent niet dat het stopt, dat wij een soort van uitgangspunten nemen.
Deze drie doelgroepen zijn de enige waar we mee in gesprek moeten, want dit zijn de enige drie doelgroepen die te maken hebben met, of waar we aan inclusief moeten werken. We hebben alleen voor gekozen om dit in de tijd nu te doen, en vervolgens zijn er natuurlijk altijd weer verdere stappen te maken. Maar de keuze voor deze focus is echt, omdat als je het brede gesprek aangaat, is de ervaring in ieder geval dat je zoveel ophaalt dat er geen focus is: waar gaan we nu mee aan de slag? De heer Gündogdu: We mogen geen politieke discussie voeren. De voorzitter: Nee, dat is niet de bedoeling. We zijn hier om informatie op te halen. Dus ja, dat was het dan. De heer Kolkiliç. De heer Kolkiliç: Ja voorzitter, dank u wel. Maar ik probeer voor helderheid eigenlijk, het is bij mij nog steeds niet helder. Nou moeten een van de drie varianten kiezen, maar wat
57
bijvoorbeeld bij een staat de discussiebijeenkomst met doelgroep. Begrijp ik het nu goed dat er dan alleen die drie doelgroepen erbij zullen zijn? Mevrouw Smid-Marsman: Ja, dus als we kijken naar de drie voorstellen die er zijn richten zich op: hoe maken we een startnotitie? Bij de eerste variant is het voorstel het college doet het gewoon zoals het college het traditioneel doet. Dat betekent dat gewoon het college en de ambtelijke organisatie gesprekken hebben met de doelgroep. Een van de dingen die in deze notitie zit is dat we zeggen we doen focus namelijk op die drie groepen, en dat betekent dus inderdaad dat in eerste startnotitieronde je dus met die doelgroepen praat: wat ervaren jullie als probleem rond inclusief en discriminatie in Dordrecht? In de tweede variant zeg je: we doen dat in een soort coproductie tussen college en gemeenteraad. En dan vragen we dus een aantal gemeenteraadsleden om mee te doen in die gesprekken. Het idee is dat om dat inderdaad op de Dordtse Dinsdag te doen, maar een wat kleiner groepje omdat we dan tempo kunnen maken. Als we namelijk zouden zeggen we doen het in dit soort settingen dan duurt het zes, acht, tien weken voordat we die ronde gemaakt hebben, en we willen ook stappen zetten.
Nou, en in de derde zeg je dus inderdaad: nee we vinden het breder gesprek, misschien ook wel het gesprek met stad, maar dan nog steeds op die drie thema's, zo belangrijk, dat kiezen we. En dan gaan we als hele raad met het college doen. Dus dat is het idee, maar het idee is ook dat we niet over de mensen praten maar met de mensen, en dat het dus begint om met die drie groepen, en dan waarschijnlijk ook in aparte sessies, gewoon het gesprek aan te gaan: wat voor ervaren jullie in het dag dagelijkse leven nu aan problemen rondom inclusiviteit in onze stad? En van daaruit ga je dan bouwen, en dan kom je de bedrijven en de scholen en de kerk, en kom je allerlei partijen tegen die je daarna dus actief gaat betrekken als je gaat bedenken hoe je het probleem gaat oplossen. De heer Kolkiliç: Ja voorzitter, nog een vervolgvraag. Nou, ik heb meerdere partijen hier het woord religie horen noemen. En wij hoeven toch niet te wachten om het als een concreet groep toe te voegen totdat die doelgroepen dat benoemen? Mevrouw Smid-Marsman: Nee, dus even om een misverstand te voorkomen. Ik kan mij heel goed voorstellen dat we in die eerste ronde gesprekken dus met de moskee praten. Want dat zijn mensen met voor een deel een migratieachtergrond … De heer Kolkiliç: Voorzitter, het gaat mij niet specifiek om… Mevrouw Smid-Marsman: Nee, ik was nog niet klaar.
Want dat zijn mensen met een migratieachtergrond, die komen problemen tegen. Ik weet dat er in Dordrecht ook één of twee christelijke groepen zijn rond geloof en LHBTI. Nou, dat is ook een groep zegt Wmoadviesraad wel: voor sommige mensen in een rolstoel zijn er hartstikke belemmeringen om hun geloof uit te oefenen. Of de Drechthopper, om maar eens iets te noemen wat de wethouder ook na in het hart gaat. Dan gaan we ze actief betrekken. Dus ze komen vanzelf aan de orde vanuit die doelgroepen, en op het moment dat je gaat werken aan oplossing komen ze sowieso aan tafel. De heer Kolkiliç: Voorzitter? De voorzitter: Nog een vraag door de heer Kolkiliç.
58
De heer Kolkiliç: Ja kijk, u noemde net acht á tien week op. Voor mijn part duurt het acht maanden of tien maanden. Het gaat erom dat er een goed stuk komt. Ja, misschien is het een politiek punt maar ik vind het wel wat, voorzitter, want het college die wil dat wij het kort houden bij drie groepen, en dan ook nog één van de varianten kiezen die zij voorstellen. Dus ik moet er even over nadenken. De voorzitter: Ik heb net de wethouder wel gehoord dat het allemaal wel uiteindelijk aan bod komt in de startnotitie, dus misschien moet u zich daar meer aan gaan vasthouden ook. En ja, ik begrijp de verwarring van de van die drie doelgroepen met het idee: nou, dan gaan we het daar alleen over hebben. Maar dat is dus niet de insteek, toch wethouder? Ja, ik probeer ook enige orde in de chaos te scheppen, maar ik krijg weer blik dat het mij niet lukt dus, wethouder. Mevrouw van Benschop: Ik ga gewoon een heel simpel antwoord geven. De vraag werd net gesteld: kunnen we als raad hier een vierde doelgroep aan toevoegen? Ja, dat kan. Je kan er ook een vijfde, een zesde, een zevende, een tiende, een twintigste aan toevoegen. Waar we hiervoor hebben gekozen is om vanuit geen overkoepelend beleid te gaan naar een overkoepelend beleid. Kunnen we of kiezen voor een beleid van A tot Z, en ook daar allemaal nog een uitvoeringsprogramma in te willen, dan gaan we dat niet redden in acht maanden.
Dat gaat acht jaar duren, want er is namelijk een enorme diversiteit in onze stad. We hebben gekozen voor focus om dit goed neer te zetten. Dit is niet uitputtend, het is niet zo dat hierna nooit meer wat toegevoegd kan worden. Deze drie lijnen willen we goed neerzetten, langs de eigen organisatie als samenwerkingspartner en subsidiepartner, en richting de stad. En als dat staat, staat het iedereen vrij om alles eraan toe te voegen. Het staat u nu trouwens ook vrij, alleen maar dan wel met het risico dat we uiteindelijk heel lang bezig zijn en niet tot concrete maatregelen komen. En dat is wat mij betreft in ieder geval vanuit het college echt het doel om hier tot concrete maatregelen te komen om een keertje weg te komen van alleen het visieverhaal en de overkoepelende visie. We willen zo graag dat iedereen mee kan doen, maar ook dat werkelijk interventies te plegen waarbij we ook echt stimuleren dat die inclusie in Dordrecht verstevigd wordt. Maar nogmaals, het staat helemaal vrij. Al wil u nu nog 30 doelgroepen aan toevoegen. De voorzitter: Dat lijkt mij duidelijk. We moeten wel naar een afronding zo langzamerhand, en mevrouw Vol dacht: ik wil toch ook nog een vraag. En daarna stel ik toch voor dat we even gaan kijken wat we een vervolg hebben op dit stuk dan. Ook nog de heer De Heer. Het roept vele vragen op, maar mevrouw Vol, gaat uw gang.
Mevrouw Vol-van der Holst: Dank u wel, voorzitter. Er waren twee vragen, praktisch. Ik had de voorkeur voor op twee, en dan was mijn vraag: heeft u al nagedacht over welke raadsleden, en hoe dat dan in zijn werk gaat? De voorzitter: Daar komen we zo meteen op. Ja, dat is zo meteen in de afronding. Mevrouw Vol-van der Holst: En mijn tweede vraag is gaan we dus al beslissen welke het wordt? Dat is eigenlijk … De voorzitter: Dat is het voorstel, ja. De heer De Heer? De heer De Heer: Ja voorzitter, dank u wel. Toch korte toelichting. Kijk, er zit gewoon wat zorg omdat ook in de uitleg die wordt gegeven, er wordt gezegd van alle doelgroepen komen aan bod vanuit deze drie thema's. En als ik dan inderdaad een voorbeeld neem
59
van iemand vanuit de Joodse gemeenschap die bijvoorbeeld niet onderdeel van de LHBTI-gemeenschap behoord wordt of geen migratieachtergrond heeft en geen beperking krijg ik het idee vanuit de uitleg dat die persoon niet zo snel aan bod komt in het gesprek. En daar zit toch een stukje zorg dat we aan het begin nu van deze fase te weinig groepen de aandacht geven, of dat ze niet aan bod komen. Nou, is dat deels woorden aangegeven en om te voorkomen dat we in herhaling vallen tot de laatste vraag, als we een vierde of een andere doelgroep willen toevoegen, doen we dat dan met een amendement? Oké, dank u wel. De voorzitter: Ja, want het is een besluit dus in die vorm kan het worden geamendeerd. Waar ik wel aan toegeef dat er natuurlijk een keuze is gemaakt door het college om op die manier te gaan starten, en dat het uiteindelijk toch moet leiden inderdaad tot een breed beleid waar ook al die andere doelgroepen in worden meegenomen. Mocht ik het verkeerd zeggen, dan hoor ik het wel van de wethouder. Ja, ik stel voor dat wij hier nu dus moeten gaan afronden, en dan is de vraag van het participatieproces, ja, dan hebben we een aantal varianten, en dan is de vraag: kan de commissie daar een keuze nu uitmaken op dit moment. Ik zat even te kijken. Het is akkoord te gaan met de beschreven uitgangspunten startnotitie, en akkoord te gaan met variant twee als vorm van raadsbetrokkenheid.
Daar gaat het op dit moment over. En dan is dus inderdaad de vraag: gaat u akkoord met de beschreven uitgangspunten? De griffie geeft aan: of moeten we daar ook nog een oordeelsvormende bijeenkomst voor hebben? De heer Schalken-den Hartog: Ja voorzitter, daar wilde ik inderdaad op aanhaken. Want we hebben nu beeldvormend overgesproken, en er zijn best nog wel heel wat vragen en mogelijkheden, en mensen die wellicht iets willen toevoegen, aanpassen. Ja, wat mij betreft ga je dit eerst oordeelsvormend doen. De voorzitter: Ja, dat is duidelijk. En dan krijg ik altijd eventjes of er meer mensen zijn die dat delen. Dan mevrouw Vol? Mevrouw Vol-van der Holst: Dat deel ik niet. Ik denk dat we heel snel aan de slag moeten, dus mijn voorstel is gewoon die startnotitie zo snel mogelijk, en dan oordeelsvormend. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt? Mevrouw Van Vugt-Roose: Ja, ik denk juist dat die ervaring van de raad al die punten naar voren gaat brengen, en dat de andere raadsleden ook input kunnen blijven geven. Dus laten we gewoon starten. De voorzitter: Ik bedoel van laten we dan nog gewoon even … Zal ik de vraag … Mijnheer Kolkiliç? De heer Kolkiliç: Ja, kijk ik hoorde net de heer De Heer zeggen kunnen we amenderen, maar volgens mij kan je dat niet bij een beeldvormende sessie doen, dus er moet sowieso een oordeelsvormende sessie komen. De voorzitter: Ja, dit jaar, dat klopt.
Dan komen we inderdaad de raad. En ja, ik weet niet of dan dit dan wel de bedoeling is van dit stuk op dit moment. Maar goed, het is aan u. Als er een oordeelsvormende sessie moet zijn ... De heer Schalken wilde dat graag, de heer Gündogdu.
60
De heer Gündogdu: Voorzitter, mag ik ook iets kort inbrengen? Want volgens mij als ik de portefeuillehouder goed heb beluisterd wilde ze eigenlijk niet zozeer de politieke discussie omdat dit meer even een informatieve bijeenkomst is, en ik vrees dat het straks echt in de raad een politieke discussie gaat worden, terwijl je juist die stap, de beeldvorming, ook met elkaar in gesprek kan gaan over doelgroepen over varianten, want dat hebben we eigenlijk nu niet gevoerd. De voorzitter: En de startnotitie komt dadelijk echt weer in de raad, hè, dan hebben we een stuk waar u ook weer wat van kan vinden. Mevrouw Van Engelen? Mevrouw Van Engelen: Nou ja, voorzitter, u haalt echt de woorden uit mijn mond want we kunnen wel over de uitgangspunten, over de drie echt hoofdlijnen nog een oordeelsvormende sessie plannen, maar we kunnen ook verder. En als we dan meer informatie op tafel hebben, meer gesprekken hebben gevoerd met de stad,, meer kennis hebben opgehaald, dán oordeelsvormend met elkaar erover te spreken: en wat willen we als raad nog veranderen? De voorzitter: De heer Van Ballegooijen heeft nog wat toevoegingen op dat punt.
De heer Van Ballegooijen: Ja, ik snap het punt van mevrouw Van Engelen, maar dan vraag ik me toch af waarom ligt er hier dan een stuk voor met een besluit als we dan niet … Als we vaart willen maken dan hadden er beter gekozen kunnen worden om meteen een startnotitie te maken. Er wordt hier expliciet gevraagd om een oordeel te geven uiteindelijk en een besluit te nemen op uitgangspunten. Dan neem ik aan dat de bedoeling is dat daarover gesproken wordt, en dat daar ook een besluit wordt genomen waar iedereen achterstaat, op zoveel mogelijk mensen. De voorzitter: Ja, ik ga zo te even tellen. De heer Portier: Ik wilde nog wel wat kwijt. Nou, alleen maar dat naar mijn idee over een paar zinnetjes om te gaan komen tot het begin van een startnotitie een beetje overkill en onzin is om daar een hele oordeelsvormende sessie aan te wijden. Dat is mijn mening in ieder geval. De voorzitter: Ja, ik kan zo meteen de vraag gaan tellen, dan gaan we gewoon tellen toch? De heer Burakçin: Maar voorzitter, mening zijn verdeeld, dus kunnen we gewoon stemmen en dan … De voorzitter: Mijnheer Schalken nog. De heer Schalken-den Hartog: Maar voorzitter, als dit zo'n belangrijk onderwerp is voor alle fracties. We zijn hier nu tien maanden verder, naar de start voor dit college. Dit komt nu voor het eerst ter sprake. En dan moet het eigenlijk als een soort van hamerstuk naar de raad.
Ik vind dat wel heel erg bijzonder. De heer Kolkiliç: Ik sluit me bij de woorden van de heer Schalken aan. De voorzitter: Ja, mevrouw Van Engelen, ik wilde gewoon gaan tellen. Ik bedoel we kunnen hier nogal een half uur gaan zitten maar het is gewoon heel simpel. Wie wil er inderdaad nog een oordeelsvormende sessie op dit moment, en dan wil ik graag even handen zien. Oordeelsvormend, 1,2,3,4. Nou, dat zijn er genoeg. Dus met andere
61
woorden dan laten we het zoals het nu is, en kan de griffie een oordeelsvormende sessie gaan inplannen volgens de regels die we zelf hebben afgesproken. Dan sluit ik hierbij de commissie, wens ik u nog een prettige avond.
62