2.2 2026.06.30 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Ik denk juist dat je het breder schetsen van de mogelijkheden die er zijn in de wijk, plus de gewenste en de waarschijnlijke effecten daarvan, eerlijk kunt tonen. De voorzitter: Was dat licht helder genoeg geschenen? Dan ga ik naar mijnheer Dangerman van D66. De heer Dangerman: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer het even iets concreter te maken. Ik hoor mijnheer Van Aarle allemaal hele mooie dingen zeggen van, meer opties, ik heb daar wat voorbeelden gehoord en daar wat voorbeelden gehoord. Wat voor voorbeelden zijn er goed voor het CDA? Waar hebben we het over? De voorzitter: Mijnheer Van Aarle. 21 De heer Van Aarle: Dan hebben we het bijvoorbeeld over het voorbeeld van gebruikmaken van locaties waar op bepaalde tijden geen gebruik gemaakt wordt van de parkeerplaatsen. Denk bijvoorbeeld aan het Leerpark waar betaald parkeren is ingevoerd onder werktijd, maar 's avonds wordt daar geen gebruik gemaakt van de grote parkeergelegenheid die er is. Land van Valk is daar echt op loopafstand van. Je ziet dat mensen nu ver in de wijk parkeren en dat het Leerpark een hele goede optie zou kunnen zijn om daar te parkeren en naar huis te gaan. In de stad zijn een aantal grote locaties voor bijvoorbeeld bedrijfsbusjes. Dat is eerder gezegd. Ik weet niet meer door wie. Dank u wel, buurman. Zeer goed voorbeeld om te schetsen van, wacht even, die bedrijfsbusjes zijn een heel groot probleem.
Ik zag het in de foto’s van mijnheer Groenewege, ze zijn heel bepalend in zo’n straat en ze zorgen voor heel veel overlast als het gaat om de ruimte in de straat. Daar moet je met elkaar naar gaan kijken en dat voorbeeld moet je, denk ik, gaan schetsen aan de burgers. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Aarle: Ik geef een voorbeeld. De voorzitter: Ik zag nog een derde interruptie en die is van mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Ik had dezelfde vraag als mijnheer Dangerman. Mijn interruptie is beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dat scheelt in ieder geval qua tijd weer wat, want ik zie toch dat langzamerhand de klok aardig doortikt. Als ik het goed heb gezien, en ik hoop dat ik niemand onrecht doe, hebben we nog een fractie die aan bod moet komen en die wil ik uiteraard het woord geven. Mijnheer Hartmeijer, pakt u uw ... De heer Hartmeijer: Podium. Dank u, voorzitter. Ik had niet echt een woordvoering voorbereid, maar ik reageer eventjes een beetje op wat er gezegd is. Bij de stukken zit met name een briefwisseling, een groep bewoners die het stappenplan, zoals ik lees, goed doorlopen heeft eerste instantie, maar dat een aantal bewoners bezwaren heeft en vraagt om meer maatwerk. Dat zou misschien kunnen in sommige gevallen, met tijden of tarieven. In ieder geval goed dat de bewoners in actie zijn gekomen.
Dan hebben we niet voldoende aan brieven, dan moeten we het beleid fatsoenlijk evalueren. In de Vogelbuurt zijn nu ook waterbedeffecten. Een en ander is daar niet echt lekker gegaan. Buurtbewoners ergeren zich nu aan elkaar. Dat is voor niemand leuk. Wij blijven in ieder geval vasthouden aan het idee dat de bewoners zelf gaan over het instellen van parkeerregulering. Zij ervaren overlast. Als zij daar iets aan willen doen, hebben zij daar mogelijkheden voor. Zo niet, dan blijft de situatie zoals het is. In een drukke stad is juist stimuleren dat mensen meer de fiets pakken erg goed, lijkt mij. Verdichten van de stad en oneindig parkeerplekken toevoegen kan helemaal niet, want we willen ook bomen, gras, pleintjes, speelplekken, fietspaden enzovoort. Ik herinner me nog die vreemde motie om de parkeernorm bij nieuwbouwprojecten naar twee per huishouden te brengen. Dat is weliswaar aangenomen, maar ik zie het niet gebeuren, eerlijk gezegd. Dank. 22 De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond en ik constateer dat op dit moment de eerste termijn hiermee afgerond is. Dan wil ik overgaan naar de wethouder voor zijn reactie. De heer Veldman: Voorzitter, veel dank. Ook veel dank voor de inbreng van de verschillende fracties en aan de bewoners van 2, 3 weken geleden voor hun input.
Dit debatje werd op een heel klein momentje even een soort van politiek filosofisch, maar als ik het zo anderhalf uur heb aangehoord, is dit wel een soort klassiek politiek probleem. Er is schaarste, er is een verdeelvraagstuk en de partijen kijken daar op verschillende manieren naar, ook naar de verschillende rollen van de overheid en bewoners. Dat gezegd hebbende, is er inderdaad in het coalitieakkoord afgesproken dat het beleid zal worden geëvalueerd. Dat richt zich, zeg ik even tegen een aantal mensen die andere elementen daaraan toevoegen, echt op het stappenplan en het vraagstuk van de wijken. Dat er op andere plekken in het parkeerdomein nog dingen te regelen zijn, dat realiseer ik mij zeer goed, maar ik denk dat het belangrijk is dat we een heldere afbakening met elkaar hebben. Een van de eerste dingen die daarvoor wel aan de orde is, en dat zullen we ook per brief richting de gemeenteraad sturen, is het voornemen, is dat we het huidige beleid pauzeren of even on hold zetten. Als je evalueert en nadenkt over het aanpassen van spelregels, is het niet verstandig dat die spelregels nog gelden op dat moment. Het wil niet zeggen dat ze allemaal overboord gaan, maar wel dat we even moeten pauzeren, omdat je anders allerlei lopende trajecten hebt gedurende de evaluatie.
Voorzitter, dan zijn er slechts een beperkt aantal vragen aan mij gesteld, maar die zal ik wel even kort langslopen. De fractie ChristenUnie/SGP, mijnheer De Feijter, vroeg, hoe hangt het samen met de Mobiliteitsvisie 2040? De Mobiliteitsvisie 2040, als ik daar even met zevenmijlslaarzen doorheen ga, zegt het dat als we in de komende decennia van de auto gebruik willen blijven maken in deze stad, het essentieel is dat we ook de andere vervoersmiddelen vol aandacht geven. Fietsen, wandelen, ov, al die elementen, inclusief de auto, zijn relevant. Op die manier hangt dat samen. Het is ook wel duidelijk, en dat is, denk ik, in het debat door diverse sprekers naar voren gebracht, dat er een grens zit aan wat we simpelweg fysiek kwijt kunnen. Moderne auto's worden ook nog eens een keer allemaal een maatje groter. Daar zit een grens aan en er is een uiteindelijk wel een verdeelvraagstuk waar we met elkaar een optimum in zullen moeten vinden, voorzitter. Dan stelde, eens even kijken, de fractie van D66 de vraag waarom het een enquête heet en geen referendum. Daar wil ik heel kort toch even op ingaan. Het is, denk ik, iets te eenvoudig om te zeggen, en diverse fracties hebben dat gezegd, bewoners hebben het laatste woord. In het huidige stappenplan heeft voor een aantal van de deelgebieden het college het laatste woord.
Dat heeft u gemandateerd aan het college, zou je kunnen zeggen, om een besluit te nemen, nadat de bewoners zich hebben uitgesproken in een enquête. Daarbij kan ik me niet heel makkelijk voorstellen dat als de bewoners in meerderheid voor kiezen, of andersom, dat het college daar dan van afwijkt, maar de facto is het eindbesluit bij het college. Bij alle gebieden buiten de aangewezen gebieden ligt het mandaat zelfs in de raad. Ik hoor u. Aan de andere kant wil ik u dit ook nog even teruggeven. We zijn nog niet op het punt dat er een nieuwe regeling is, maar dit is toen in ieder geval weloverwogen besloten. U kunt dat aanpassen, uiteraard, of we kunnen dat aanpassen met elkaar. Dit is, denk ik, ik ken de exacte historie van de namen niet, waarom het geen referendum heet. Dan, eens even kijken, diverse fracties hebben opmerkingen gemaakt van, kunnen we niet kijken, richting evaluatie en een aangepaste regeling, naar ook andere elementen, zoals blauwe 23 zone, ander type parkeervergunningen, andere tijden? Ja, zeg ik. Dat is volgens mij iets wat we zouden moeten overwegen. Ik zeg er ook bij, zeker als je een stappenplan hebt zoals we dat op dit moment nog hebben, dat mensen het ook wel fijn vinden als ze bij stap 1 weten waar ze ja op zeggen. Dat merk je nu al een beetje, dat het niet al te duidelijk is. Mensen zeggen niet ja tegen betaald parkeren.
Iemand vroeg dat net ook, ik geloof mijnheer Van Aarle, het huidige stappenplan leidt wel tot een heel heldere uitkomst, namelijk een ja of een op de op maar 1 vraag, namelijk betaald parkeren. Dat vinden we, denk ik, als ik u zo hoor, allemaal te digitaal. Dat is het college met u eens. Aan de andere kant, als je het aan de voorkant heel openlaat, dan is het een beetje de vraag, waar stap je als participant precies in? Eens even kijken, voorzitter. Volgens mij heb ik dan wel de vragen die in ieder geval aan het college zijn gesteld beantwoord. Daar wilde ik het bij laten. De heer Safranti: Voorzitter? De voorzitter: Ik wilde inderdaad kijken of daar nog behoefte was. Ik zag meteen drie vingers omhoog. Ik ga nu eens de andere kant op. Dan kom ik het eerst bij mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik had ook de parkeernorm van 1,3 die naar 0,97 is gegaan en of dat niet teruggekeerd of herzien kan worden. Die vraag had ik gesteld. Ik ben benieuwd wat de wethouder hiervan vindt. De voorzitter: Duidelijke vraag. Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Je kunt uiteindelijk alles herzien, maar dat ben ik, in die zin, niet van plan. Het is ook niet per se onderdeel van de evaluatie van dit stappenplan. Parkeernormen worden ook per gebied, en in ieder geval bij nieuwbouw, specifiek vastgesteld.
Ik snap uw punt, maar in de wijken waar we het nu over hebben, leidt een aangepaste parkeernorm niet per se opeens tot een veelvoud aan plekken. Ik snap uw vraag, maar in relatie tot het gespreksonderwerp van vanavond iets minder. De voorzitter: Het is goed zo? Dan zag ik mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Een korte vraag aan de wethouder. Ik hoor de wethouder net zeggen dat tijdens de evaluatie het proces on hold gaat, om het zo te zeggen. Hoelang denkt de wethouder ongeveer dat dit duurt? Als bewoners het proces willen starten, dan is het lastig als dat tijdelijk niet kan. De voorzitter: Dank u wel. De vraag naar de tijdsduur, mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, dat snap ik. Zoals u ook heeft gezien, is het coalitieakkoord een week oud. We gaan eerst even nadenken over hoe die evaluatie eruit zou moeten zien, hoeveel tijd dat kost. Als we dat weten, kunnen we wellicht ook een inschatting maken van hoelang het duurt voordat er een nieuwe regeling is, of een aangepaste regeling, laat ik die woorden gebruiken. U heeft in de inleiding van mijnheer Kuhlmann gehoord dat ik ten tijde van het vaststellen daarvan blijkbaar nog voorzitter was alhier. Zo scherpt had ik dat allemaal niet in de gaten, mijnheer Kuhlmann. Het hangt ook een 24 beetje van uzelf af hoelang dat gaat duren. Wij gaan ons stinkende best doen, uiteraard.
Het is een onderwerp dat leeft, zullen we maar zeggen. De voorzitter: Dan had ik nog een vraag van mijnheer Groenewege. Dat ik steeds zeg Partij voor de Dieren heeft te maken met het feit dat heel veel mensen altijd Partij van de Dieren zeggen. Ik hecht eraan om namen, zowel van personen als partijen, juist uit te spreken. U mag uw vraag stellen. De heer Groenewege: Veel waardering hiervoor, voorzitter. In algemeen zin gaat mijn vraag over hoe open deze evaluatie is. Nu is het uitgangspunt van het beleid dat initiatief voor parkeerregulering vanuit de bewoners moet komen. Mijnheer Bootsman schetste, wat mij betreft geheel terecht, een situatie waarin de parkeerdruk in een wijk zo escaleert, dat je wellicht vanuit de gemeente zelf het initiatief zou moeten willen nemen tot invoering van betaald parkeren. Is die mogelijkheid opgenomen in de evaluatie of zegt het college daarvan al bij voorbaat, dat gaan we niet doen? De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Ik denk dat het goed is als een evaluatie breed kijkt, maar daarmee neem je nog geen voorschot op een aangepaste regeling. Ik zie het zo voor me, we evalueren, er is een uitkomst van de evaluatie, die bespreken we hier en daarna gaan we de vraag beantwoorden op wat voor manier de nieuwe regeling eruitziet. Wat ik u net zei, het coalitieakkoord is een week oud.
Ik heb er net zes dagen over na kunnen denken en er is meer waar ik over na heb willen denken. We kwamen, en mijnheer Kuhlmann weet dat, denk ik, ook nog, uit een situatie waarin de regie volledig bij het college lag. Daar kwam, denk ik, logischerwijs en ook wel terecht, commentaar op. Daarop is deze regeling ruim zes, zeven jaar geleden ontstaan. Nu zitten we op andere plekken in de stad, we zijn zeven jaar verder. Het is niet gek om eens te kijken van, hoe functioneert het op de plekken waar we het nu over hebben? U hoort mij geen volmondig nee, maar ook geen volmondig ja geven, omdat ik vind dat het onderdeel moet zijn van deze evaluatie. Je ziet dat het volledig bij de bewoners neerleggen ook dynamieken in een wijk genereert die misschien niet altijd even wenselijk zijn. De voorzitter: Dat is voldoende? Dan zie ik mijnheer Kuhlmann nog. De heer Kuhlmann: Met het oog op de tijd, dat het niet te lang moet duren, ik denk dat mijnheer Bootsman daar terecht aandacht voor vroeg, is het, denk ik, goed als die scoop niet te breed en misschien ook wat smaller dan mijnheer Groenewege wenst.
In die zin vraag ik toch, nu ik zojuist het antwoord van de wethouder heb gehoord over dat we het vrij breed doen, hoe hij het rijmt met dat we in het coalitieakkoord hebben afgesproken, parkeerregulering in woonwijken voeren we alleen in op verzoek van bewoners en bij bewezen parkeerdruk? Dat geeft alvast een uitgangspunt voor hoe we er in het vervolg mee verdergaan. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, zeker. Daar staat deze wethouder ook achter. 25 De voorzitter: Een kort en krachtig antwoord. Ik kijk nog even rond. Geen vragen. Dan wil ik u het volgende voorleggen, er is nog enige tijd voor een eventuele tweede termijn, waarin u kort een standpunt kunt innemen over wat er besproken is en voorligt, maar wellicht heeft u voldoende informatie. Ik ga niet rondkijken, ik ga even vragen, is er behoefte aan een tweede termijn? Ik zie alom geschud van hoofden, waaruit ik concludeer dat dit er niet is. Dan kunnen we toe naar de afronding van deze vergadering. Even kijken. Er ligt op dit moment geen raadsvoorstel of raadsinformatiebrief voor. Het enige onderliggende stuk is een afschrift van de collegebrief aan bewonerscomité Land van Valk. Dit betekent dat we de volgende keuzes hebben.
1 is, zijn de eventuele toezeggingen van de wethouder en hetgeen in het coalitieakkoord staat voor nu voldoende om dit onderwerp af te ronden en de brief aan het bewonerscomité Land van Valk voor kennisgeving aan te nemen? Dat is de ene optie. De tweede optie is, is er behoefte om de raad op dit moment nog via moties uitspraken te laten doen? Als die er al concreet zijn, dan kunnen die nu worden aangekondigd. In dat geval wordt dit onderwerp als bespreekstuk doorgestuurd naar de raad. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Wat ons betreft laten we deze brief ter kennisgeving afdoen en als de evaluatie gereed is met elkaar over dit onderwerp doorpraten. De voorzitter: Dat is een reactie. Ik zie wat geknik, maar ook nog vragen of in ieder geval een hand van mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Wellicht is het goed dat het college ons, op het moment dat die evaluatie eraan komt, informeert, zodat we nog dingen kunnen meegeven voor de evaluatie. De voorzitter: Dat wordt meegenomen. Even kijken. De heer Veldman: Voorzitter? De heer Veldman: Het zou vervelend zijn als daarover onduidelijkheid is. U zegt een soort van twee dingen in een zin, als de evaluatie gereed is, dat we dan dingen mee kunnen geven. U kunt dingen meegeven aan het begin, als we nog moeten starten. Laat ik het zo maar even formuleren. Aan het eind kunnen we de uitkomst bespreken.
Ik zie wat de overgrote meerderheid hier vanavond heeft vooruitgeblikt. Dat zie ik in ieder geval als relevante input daarvoor. Als u zou zeggen, we willen dat vooraf nog echt hier … U gaat daar uiteindelijk over. Dan is het wel een relevante tussenstap waar ik kennis van zou willen hebben. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, misschien iets duidelijker? De voorzitter: Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Ik denk dat het dat het wenselijk is dat de raad, voordat die evaluatie met alle vragen worden uitgezet, daarover wordt ingelicht. 26 Ik kan me zo voorstellen dat er een aantal zaken in meegenomen zou kunnen worden, zoals we ook aangaven, alternatieve vormen van parkeerregulering, en dat die voldoende terugkomen in die evaluatie. De voorzitter: Ik zie geknik. Dat is, denk ik, een antwoord. Dan zag ik eerst mijnheer Kuhlmann nog en straks mijnheer De Feijter. De heer Kuhlmann: Even vooruitblikkend op het eindproduct. Als er een evaluatie is geweest, dan kunnen daar 2 dingen uit volgen, ofwel de regeling zoals we die hebben, het stappenplan is goed en dat houden we, of we passen het aan. Nu is het strikt genomen een collegebevoegdheid om het stappenplan vast te stellen. In 2019 heeft het college er heel verstandig voor gekozen, denk ik, om dat langs de raad te laten gaan en het met akkoord van de raad, gelet op wisselend daarnaar gekeken wordt, vast te stellen.
De vraag is of de wethouder kan toezeggen dat aan het eind van de evaluatie een nieuw stappenplan langs de raad komt, in een raadsinformatiebrief of op een andere manier, voordat het in werking treedt, zodat wij het zien en de gelegenheid hebben om het, als we dat zouden willen, te bespreken. De voorzitter: Mijnheer Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, dit wordt een soort tweede termijn. Ik zegt dat graag toe. Ik graag de last van het parkeerbeleid graag samen met u. De voorzitter: Dat is in ieder geval duidelijk. We hebben ook nog een vraag van mijnheer De Feijter. De heer De Feijter: Geen vraag in die zin, meer over het vervolg. Ik kan me vinden in de voorgestelde aanpak van mijnheer Bootsman. Daarom was ik ook een beetje zoekende nog naar wat mijnheer Schalken precies bedoelde, want ik zie deze vergadering als de input voor de evaluatie. Als die evaluatie eenmaal is gedaan, dan kunnen we nog steeds het gesprek voeren, dat moeten we denk ik juist gaan doen, over het eindproduct, waar mijnheer Kuhlmann het zojuist over had. Die extra flexibiliteit en alles wat er qua producten nog meer in de hele waaier aan mogelijkheden kan, kunnen we, denk ik, nog steeds bespreken en nog steeds input leveren aan de hand van de evaluatie die dan is gedaan. Wat mij betreft nu ter kennisgeving aan de raad, deze stukken. De voorzitter: Dat is duidelijk.
Even voor de duidelijkheid, betekent dit dat deze commissie nu instemt met het eerste gedeelte, dat het nu ter kennisgeving kan worden aangenomen? Ik zie veel geknik. Dan dank ik u allemaal hartelijk voor uw inbreng, uw aanwezigheid, voor de correcte manier van hoe we met elkaar omgaan. Altijd fijn. Mijnheer Veldman, de ambtelijke ondersteuning, die, alhoewel niet aan het woord is geweest, toch via influisteracties wel degelijk inbreng heeft gehad, dank u wel. Mag ik u tot slot de vraag stellen om deze zaal netjes achter te laten, oftewel uw eigen servies en andere zaken mee te nemen? Tot een volgende keer. De heer Veldman: Voorzitter, sorry, ik had het even aan moeten kondigen. Een opmerking nog, ik heb bij de fris en koffie en zo flyers of leaflets, ik weet niet precies hoe 27 dat heet, neergelegd over de werkzaamheden Papendrechtsebrug. Dat is een klein foldertje van Rijkswaterstaat, waarin … Mijnheer Bootsman heeft er al een. Neem allemaal kennis van wat er allemaal uit de kast is getrokken om de schade of de ellende van het verkeer enigszins te beperken. De voorzitter: Dank u wel voor de nabrander. Iedereen bedankt. Fijne avond. 2. Geen Wensen en bedenkingen kenbaar maken nieuwbouw Albert Schweitzer ziekenhuis (ASz) - Raadsvoorstel Voorzitter: Mevrouw Van Vugt-Roose Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Antwerpen (Beter voor Dordt) Mevr.
Van Dorresteijn (GroenLinks-PvdA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Hoogduijn (D66) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Mevr. Minnebreuker (VSP Dordrecht) Dhr. Pauwels (GroenLinks-PvdA) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Stolk (VSP Dordrecht) Dhr. Verdoorn (Forum voor Democratie) Portefeuillehouder: wethouder M. Burggraaf, wethouder J. Veldman Ambtelijke ondersteuning: mevr. Trompetter De voorzitter: Allemaal een goedenavond. Ik wil graag deze vergadering openen. Het gaat over raadsvoorstel Geen wensen en bedenkingen kenbaar maken voor de nieuwbouw Albert Schweitzer ziekenhuis. Het is een oordeelsvormende vergadering. We zijn met voldoende fracties hier aanwezig. Van harte welkom allemaal, alle raads- en commissieleden, wethouder Burggraaf, wethouder Veldman, ambtelijke ondersteuning de mensen hier achter mij en eventueel de mensen die ook thuis nog kijken. Voor dit verslag wil ik graag dat iedereen zich voorstelt. De eerste stel ik zelf voor, want zijn microfoon is defect. Dat is onze commissiegriffier Mark den Boer. Dan gaan we verder naar de volgende. De heer Gündogdu: Voorzitter, Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, Socialistische Partij. 28 De heer Verdoorn: Dirk Verdoorn, Forum voor Democratie.
De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Van Antwerpen: Dick van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Hoogduijn: Emre Hoogduijn, D66. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PRO Dordrecht. Mevrouw Van Dorresteijn: Floor van Dorresteijn, PRO Dordrecht/GroenLinks-PvdA. De voorzitter: Het is nog niet zover, mensen. Het is GroenLinks-PvdA. Officieel bestaat overigens ook de Dordtse VVD niet, heb ik begrepen. Het is nog steeds de VVD. U mag het zeggen. We gaan verder naar de volgende. De heer Stolk: De VSP Dordrecht, Leo Stolk. Mevrouw Minnebreuker: Anneke Minnebreuker, VSP Dordrecht. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Trompetter: Manon Trompetter, ambtelijke ondersteuning. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf namens het college. De heer Veldman: Joost Veldman, wethouder, ook namens het college. De voorzitter: Ik ben Franciske van Vugt, vanavond uw voorzitter. We staan weer even stil bij de aanleiding voor deze commissievergadering. Er zijn 2 technische sessies geweest, op 9 en 16 juni.
Met de projectmanager van de gemeente en ook met de raad van bestuur van het ziekenhuis is nu alle informatie gegeven om over te kunnen gaan tot oordeelsvorming. Dat doen we aan de hand van een aantal vooraf gestelde politieke vragen. Mogelijk komen er nog bij tijdens dit overleg. Hoe overtuigen we elkaar, ik lees ook even voor, en de stad ervan dat nieuwbouw van het ziekenhuis op de Middenzone een goede beslissing is in plaats van noodzakelijke woningbouw? Deze vraag is van Op Ons Eiland. Dan, kan Dordrecht het zich permitteren om geen ziekenhuis in de stad te hebben? VVD. Wat willen we het college aan wensen en bedenkingen meegeven? GroenLinks-PvdA. Hoe wenselijk is het om nu een besluit te nemen met beperkte kennis over de effecten hiervan op de woningbouwopgave? Ook 29 GroenLinks-PvdA. Vindt de raad dat zij door het college voldoende in positie is gebracht, aangezien er al stappen gezet zijn voordat de gemeenteraad heeft ingestemd met het raadsvoorstel? Beter voor Dordt. Dan toch nog even voor alle helderheid, het voorgestelde raadsbesluit gaat alleen over het aanwijzen van de gehele Middenzone als potentiële ontwikkellocatie voor een nieuw ziekenhuis. Het gaat nog niet over de afzonderlijke woningbouwlocaties.
De Socialistische Partij heeft aangegeven dat hun politieke vraag over wat de commissie vindt van de nu nog geheime alternatieve woningbouwlocaties ook na de zomer behandeld kan worden, zodra de locaties openbaar zijn gemaakt. Daarmee kan deze vergadering volledig in openbaarheid gevolgd of vervolgd worden. Dan wil ik nu graag eerst het woord kort geven aan de indieners van de vragen en daarna de rest van de fracties. Dan krijgen we de reactie van het college, een korte tweede termijn en dan kunnen we eventueel nog afsluiten met een debat over conclusie en het vervolg. Ik begin even met de vraagstellers. Op Ons Eiland mag als eerste. Aan u het woord. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik heb, denk ik, best een uitvoerige bijdrage. Vragen in de tussentijd mag. Ik neem ook een stukje historie mee. Excuses als het iets te lang duurt, maar dat is gezien het onderwerp wel belangrijk, vooraf zeggende. De voorzitter: Wat is iets te lang. De heer Gündogdu: Een minuut of zes. Is dat lang? Nee, toch? De voorzitter: Commissie, staan we dat toe? Dan doet u het met permissie. Alstublieft. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, laat ik beginnen met in ieder geval onze dank richting de ambtelijke organisatie en het college voor al het werk dat is verzet. Dat mag gezegd worden. Het is nogal een opgave.
Voorzitter, om nog eens wel heel duidelijk aan te geven, Op Ons Eiland is niet tegen een ziekenhuis, absoluut niet. We erkennen zonder enige reserve het enorme maatschappelijk belang van goede zorg. Een modern ziekenhuis is geen luxe, dat heeft Dordrecht als stad hard nodig. Voorzitter, vandaag spreken we niet alleen over een ziekenhuis, wij spreken ook, helaas, over de betrouwbaarheid van ons als overheid. Precies daar wringt het bij ons, want als ik alle stukken lees, ik heb nog extra technische vragen gesteld afgelopen weekend, bekruipt mij in ieder geval een zeer ongemakkelijk gevoel. Niet omdat een ziekenhuis belangrijker zou zijn dan woningen, maar omdat het college ons vraagt om 10 jaar zorgvuldig gemeentelijk beleid ter zijde te schrijven, terwijl de onderbouwing daarvoor, naar onze overtuiging, nog onvoldoende is. Voorzitter, laten we even de geschiedenis induiken. Ik denk dat, gezien een deel van onze raad nieuw is, dit van belang is. In 2016, precies 10 jaar geleden, was er een bekend RIGO-onderzoek naar de woonbehoefte van onze Dordtenaren. Er werd gekeken naar wat voor woningen er moesten komen, welke woonmilieus, welke locaties kansrijk zijn, welke locaties relatief snel realiseerbaar zouden zijn. Uit dat proces kwam de Middenzone van het Gezondheidspark nadrukkelijk naar voren als 1 van de meest geschikte binnenstedelijke ontwikkellocaties.
Daar is vervolgens bijna 10 jaar aan gewerkt. Participatietrajecten zijn doorlopen, milieueffectrapportages opgesteld, mobiliteitsonderzoeken uitgevoerd, stedenbouwkundig plan. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, maar er is heel veel werk 30 verzet. Uiteindelijk zouden 720 woningen worden gerealiseerd. Dat zouden koopwoningen zijn, sociale huur, middenhuur en ook nog eens betaalbaar kopen. Sterker nog, voorzitter, de vorige raad heeft niet eens zo lang geleden besloten, na een enorme ruzie mag ik toch wel zeggen, het aantal sociale woningen dat niet op de Spuiboulevard zouden kunnen worden gerealiseerd op deze locatie te ontwikkelen. Precies de woningen waar Dordtenaren vandaag de dag nog steeds wanhopig naar zoeken. Voorzitter, daar bleef het helaas niet bij. In 2021 reserveerde deze gemeenteraad bovendien 140 miljoen euro voor de ontwikkeling van de Spoorzone en de Stadsas, vanuit de verkoop van Eneco-aandelen. Niet voor 1 project, maar voor de toekomst van Dordrecht, voor woningbouw, bereikbaarheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling. De Middenzone maakt daar nadrukkelijk onderdeel van uit. Nu vraagt het college aan deze gemeenteraad om de woningbouwlocatie op te geven. Dat kan, maar dan rust er op het college een buitengewoon zware motiveringsplicht. Juist daar hebben wij heel veel moeite mee. Voorzitter, wij lezen dat 17 locaties zijn onderzocht.
Dat klinkt indrukwekkend, maar als je de vertrouwelijke stukken leest, blijkt iets anders. Die 17 locaties waren geen gelijkwaardige alternatieven, het was een eerste inventarisatie. Uiteindelijk bleven slechts 3 locaties serieus over. Vervolgens is gekozen voor de Middenzone. Juist dan verwacht je een grondig vergelijk. Niet alleen ruimtelijk, ook financieel, maatschappelijk, bestuurlijk. Wat lezen wij vervolgens? Dat een financiële haalbaarheidsanalyse op dat moment nog niet mogelijk was. Voorzitter, dat vinden wij opmerkelijk, want de raad wordt gevraagd 1 van de belangrijkste w woningbouwlocaties van Dordrecht op te geven zonder dat het financiële vergelijk tussen de alternatieven gereed. Sterker nog, op meerdere vragen, antwoordt het college, dat werken we later uit. De kosten komen later, de programmering komt later. Het besluit moeten wij spoedig nemen, zo snel mogelijk. Dat vinden wij een verkeerde volgorde. We lezen bovendien dat woningbouw wordt gecompenseerd op andere locaties, maar eerlijk gezegd is dat op dit moment nog vooral een belofte. De Middenzone heeft een vastgesteld bestemmingsplan. Voor de alternatieve locaties moeten op veel plaatsen nog procedures doorlopen worden. Participatie, omgevingsplan, plan uitwerken en in sommige gevallen moet dat allemaal nog beginnen.
Dan mag de raad toch de vraag stellen, is harde woningbouwvoorraad vervangen door zachte woningbouwambities wel het juiste moment? Dat is geen detail, het is de kern van dit dossier. Voorzitter, dan iets wat misschien nog wel het meest raakt, bestuurlijke betrouwbaarheid. Wat zeggen wij vandaag tegen onze inwoners? 10 jaar lang vertellen we dat er hier woningen komen. Sterker nog, 3 maanden geleden hebben wij allemaal in de stad gelopen tijdens onze campagnes en aangegeven, we staan voor het versnellen van de woningbouwopgave. We betrekken bewoners, we stellen een bestemmingsplan vast, we investeren in gemeenschapsgeld en vervolgens zeggen wij, we doen toch iets anders. Dat vraagt om een uitzonderlijk sterke onderbouwing, want anders ondergraven wij het vertrouwen in langjarige gemeentelijke besluitvorming. Niet alleen van inwoners, maar ook van de woningcorporaties, ontwikkelaars en noem maar op en uiteindelijk, nog belangrijker, van de gemeenteraad zelf. Voorzitter, nogmaals, we zijn niet tegen een nieuw ziekenhuis. Integendeel, we gunnen onze stad een ziekenhuis dat klaar is voor de toekomst, maar wij vinden dat de raad ook de verantwoordelijkheid heeft om een fundamentele vraag te stellen.
Dat is niet, wat is de beste locatie voor het ziekenhuis, maar, wat is uiteindelijk de beste keuze voor Dordrecht als geheel? Dan moeten wij zorg, woningbouw, financiën, bestuurlijke betrouwbaarheid en langetermijnontwikkeling allemaal tegen elkaar 31 afwegen. Voorzitter, Op Ons Eiland is er op dit moment nog niet van overtuigd dat die integrale afweging volledig is gemaakt. We zijn er nog niet van overtuigd dat werkelijk is aangetoond dat er geen alternatieve locatie mogelijk is. Sterker nog, de woningbouwopgave wordt niet tijdig en gelijkwaardig gecompenseerd. We zijn er ook niet van overtuigd dat de maatschappelijke kosten van deze koerswijziging in beeld zijn gebracht. Daarom vinden wij dat het college eerst deze vragen overtuigend moet beantwoorden, voordat de raad afscheid neemt van 1 van de belangrijkste woningbouwlocaties die zij zelf de afgelopen 10 jaar zorgvuldig heeft voorbereid. Voorzitter, tot slot, een nieuw ziekenhuis bouwen is een beslissing voor de komende 50 jaar, maar het opgeven van een strategische woningbouwlocatie is dat ook. Juist daarom moeten we vandaag niet kiezen voor de snelste oplossing, maar voor de beste oplossing. Dank u wel. De heer Hartmeijer: Voorzitter? De voorzitter: Er zijn wat interruptie hierop. Mijnheer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter.
Na dit zo aangehoord te hebben, is mijnheer Gündogdu van mening dat het ziekenhuis er ook voor zou kunnen kiezen om toch te renoveren, ook al is dat duurder, is dat lastig? Zegt mijnheer Gündogdu, ga dat toch maar doen? De heer Gündogdu: Voorzitter, dat is een afweging van het ziekenhuis. We hebben twee weken geleden een presentatie gehad. Volgens mij was dat geheim. Daar kan ik niks over vertellen. Er zijn wat bedragen genoemd voor renovatie en nieuwbouw. Sorry? Het was niet openbaar. Dat is een afweging. Sterker nog, het is een van de technische vragen die ik heb gesteld. Achter het huidige ziekenhuis zijn nog een aantal locaties die mogelijk ontwikkeld kunnen worden, waaronder van het Stedelijk Dalton Lyceum. Die staat namelijk op de nominatie om gesloopt dan wel gerenoveerd te worden. Als je dat alles bij elkaar betrekt, heb je ook nog eens extra ruimte direct achter het ziekenhuis, waarvan het ziekenhuis direct gebruik zou kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Kuhlmann. Hij had ook een interruptie op mijnheer Gündogdu. De heer Kuhlmann: In heb mijnheer Gündogdu in feite horen zeggen van, goed, die locatie op de Middenzone, voor het ziekenhuis, is niet goed genoeg, je moet naar iets anders kijken. Ik hoor hem net zeggen, de ruimte achter het ziekenhuis.
Volgens mij kwam wij in de presentatie van het ziekenhuis van twee weken geleden naar voren dat het niet een geschikte ruimte is en dat het te klein is. Mijn vraag is dan, wat is het alternatief van Op Ons Eiland? Je wil het ziekenhuis behouden in de stad. Volgens mij zijn we het daar in ieder geval over eens. Voor de ontwikkeling en om ook in de toekomst een goed ziekenhuis te hebben, daar hoor een verbouwing bij, een nieuwe huisvesting. Wat is dan het alternatief van Op Ons Eiland? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, het alternatief. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik weet niet of u op de hoogte bent van die zeventien locaties die zijn onderzocht? Ik ga ervan uit dat mijnheer Kuhlmann daarvan op de 32 hoogte is. Ik heb nog een aantal extra locaties ik toegevoegd van, wilt u dit ook onderzoeken? Daar heb ik kort antwoord op gekregen. Waar het op neerkomt, en dat heb ik zojuist ook in mijn woordvoering proberen te duiden, is dat die zeventien locaties op voorhand, en dat weet u net zo goed als ik, überhaupt zijn uitgesloten als een ziekenhuisontwikkellocatie. Dat weet u vanwege uw politieke kennis. Het gaat mij in ieder geval heel ver om te zeggen dat zeventien alternatieve locaties zijn onderzocht. Dat is helemaal niet zo. Daar is wel naar gekeken, maar het waren geen alternatieven. Ik heb zelf drie locaties voorgedragen, waarvan eentje überhaupt afvalt.
De huidige locatie in combinatie met mogelijke aankoop van nieuwe gronden achter het ziekenhuis zou, wat mij betreft, in het kader van renovatie de juiste plek kunnen zijn. De voorzitter: Dan gaan we naar de … Mijnheer Laban heeft ook nog een vraag aan mijnheer Gündogdu. De heer Laban: Dank, voorzitter. De voorzitter: Ik dacht dat u de volgende woordvoering wilde. U bent als volgende aan de beurt. U heeft nog een vervolgvraag. Dan doen we dit eerst. Prima. De heer Kuhlmann: Nog eventjes in het vervolg hierop, is mijnheer Gündogdu het met mij eens dat voor een ziekenhuis, zeker dit ziekenhuis, groot ziekenhuis, veel ruimte, dat op een centrale plek moet liggen, het aantal locaties hiervoor in de stad buitengewoon beperkt is en dat het helemaal niet gek is dat je uiteindelijk op een locatie komt? De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb die zeventien locaties, met voors en tegens, allemaal bestudeerd. Het bijzondere is, de argumenten die worden gebruikt om tegen een locatie te zijn, kan je ook op deze locatie, althans, de beoogde locatie, een-op-een neerleggen. Vandaar mijn kritische opmerking van zojuist. Er wordt bijvoorbeeld gezegd, het moet niet direct aan de N3 liggen of niet direct aan een spoor. De voorzitter: Let op dat we niet te ver gaan op die locaties. De heer Gündogdu: Ik hou me in, voorzitter.
Deze beoogde locatie heeft dezelfde kenmerken. Om aan te geven, natuurlijk heb ik gekeken naar de alternatieven. Wat mij betreft, wederom, de huidige locatie plus nieuwbouw aan de achterkant is nog steeds de meest voor de hand liggende ontwikkeling. De voorzitter: Mijnheer Laban van ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Dank, voorzitter. Hierop voortbordurend een vraag aan mijnheer Gündogdu. We hebben de alternatieve zeventien locaties gezien. U zegt van, het zijn niet serieus locaties. Ik vind dat veel tekortdoen aan het onderzoek zoals het er ligt, waarin aangegeven is wat de meer- en minderwaarde is of de voorkeursvarianten van die locaties. Het is wel heel erg kort door de bocht om te zeggen van, het zijn niet echt alternatieve locaties. Hoe komt u erbij? Wat wat mist u in het onderzoek dat gedaan is? 33 De heer Gündogdu: Hoe zal ik dat eens beantwoorden, voorzitter. Ik mag niks vertellen over deze locaties. Ik heb ze voor me. De voorzitter: U kunt wel aangeven wat u in het onderzoek mist.
Dat gaat niet over de locaties an sich, maar wat ontbreekt er in het voortraject? De heer Gündogdu: Voorzitter, van die zeventien locaties, dat weten we al op voorhand, degenen die iets langer in de politiek zitten weten dat heel goed, vallen er een aantal locaties af, omdat de politieke discussie of het maatschappelijk debat het niet mogelijk maakt om daar enige ontwikkeling voor elkaar krijgen, laat ik het zo zeggen. Die vallen, wat mij betreft, al direct af. Dan moet je mij niet gaan overtuigen dat je serieus hebt gekeken naar zeventien locaties, want die zijn er niet. Die locaties zijn er wel, maar serieus kijken voor een ziekenhuislocatie, absoluut niet. De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: U noemt maatschappelijk debat. Dat heb ik niet teruggevonden in de overwegingen bij de locaties. Kunt u aangeven wat u daarmee bedoelt? De heer Gündogdu: Voorzitter, we hebben vaan genoeg hier de discussie gehad over bouwen of niet bouwen in de polder. Dat is een maatschappelijk debat. Een van die … Ik ga het niet noemen. Er zijn locaties die in Dordrecht in ieder geval enorm veel weerstand hebben. Dat weet u, dat weet ik, dat weet het college des te beter. Dat bedoel ik ermee te zeggen. De voorzitter: Het is op basis van de verwachting en de ervaring. Zijn er nog vragen aan mijnheer Gündogdu? Dan gaan we naar de volgende inspreker. Dat is mijnheer Kuhlmann, VVD.
U had uw vraag gesteld en u mag daar uw woordvoering op doen. De heer Kuhlmann: Dank u wel, voorzitter. Overigens niet als inspreker, maar als woordvoerder. Een goed ziekenhuis in onze stad is van essentieel belang. Dat bleek maar weer bij de presentatie twee weken geleden. Ik denk dat lang niet iedereen in Dordrecht zich realiseert wat voor bijzonder ziekenhuis we hebben. Omdat daar vrij veel geavanceerde behandelingen worden uitgevoerd, betekent het dat de ambulance, die anders vanuit de regio of zelfs vanuit Gorinchem komt, onze kant op rijdt. In Dordt heb je het geluk, natuurlijk geen geluk als je iets naars overkomt, dat de ambulance dan zo snel mogelijk in het ziekenhuis is. Daarom, en om vele andere redenen, vinden we het belangrijk om een goed ziekenhuis te hebben. We weten ook dat de gezondheidszorg van vijftig jaar geleden niet de gezondheidszorg van vandaag is. Ook de gezondheidszorg over vijftig jaar is niet die van vandaag. Er zit ontwikkeling in. Om dat bij te houden moet je investeren in je gebouw. Dat hoort er ook bij. Wij zijn ervan overtuigd, dat heeft het ziekenhuis goed uitgelegd, dat het nodig is en het handiger kan met nieuwbouw dan met verbouw. Daar zit een financieel aspect in. Als je gaat verbouwen moet je, terwijl de winkel open is, allerlei zaken gaan veranderen. Het is feitelijk onmogelijk om het allemaal binnen die bepaalde tijd te doen.
De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. 34 De heer Gündogdu: Voorzitter, even een korte opmerking, heeft mijnheer Kuhlmann enig idee of er überhaupt partijen zijn in deze gemeenteraad die tegen een goed ziekenhuis zijn in Dordrecht? De heer Kuhlmann: Ik hoop van niet. Laat ik dan een antwoord op de onderliggende vraag geven. Ik noem het, omdat het met die constatering voor ons wel een onderdeel is van de redenatielijn. Vandaar dat ik het noemde. Met het welnemen van u en de voorzitter ga ik verder. Wat je dan vervolgens krijgt, waar moet het dan gebeuren? Wij vinden de Middenzone een hele logische plek, omdat je daar middenin de stad zit. Althans, niet in het stadscentrum, maar als je kijkt naar de wijken van Dordrecht, dan wel middenin de stad. Bovendien is het een plek die goed bereikbaar is, zowel met ov, op de fiets vanuit de verschillende wijken als ook met de auto, omdat er parkeergelegenheid is. Je zit ook nog eens in de buurt van de weg, de spoorweg. Met het oog op het nieuwe station Leerpark zit je ook niet al te ver van een station af. Allemaal zaken die van belang zijn, zeker als je ziek bent, je wil dat er iemand op bezoek komt en je niet alleen ligt. Het sociale element. Vervolgens is het zo, mijnheer Gündogdu heeft daar terecht aandacht voor gevraagd, dat het niet een terrein is waar we geen andere plannen voor hadden.
Helaas is het niet zo dat je het allebei kunt doen. Je kunt niet al die 270 woningen daar zetten en een ziekenhuis. Je moet een keuze maken. Wat daarbij een belangrijke afweging is, in ieder geval voor ons, is dat je het ziekenhuis niet in delen kunt doen. Het kan wel, maar het is heel onhandig als de afdeling cardiologie aan de ene kant van de stad zit en neurologie aan de andere kant. Dat heeft vaak met elkaar te maken. Je wil graag dat al die verschillende disciplines in een gebouw zitten. Voor die 720 woningen geldt het niet zo. Die kunnen, en wij zijn ervan overtuigd, gaan ook, op andere plekken in de stad komen. Dat is ook aan de orde geweest in de commissievergaderingen. Dat is, naar ons idee, goed toegelicht. We vinden het heel belangrijk dat dit gebeurt. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu heeft een vraag. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik heb zojuist in mijn woordvoering aangegeven, van de alternatieve locaties weten we niet wat het kost, of het überhaupt kan, wat de participatie zal opleveren. We weten in feite niks. Dit is een locatie met harde planvoorraad. Eind volgend jaar kan de eerste paal de grond ingaan.
Als ik u zo beluister, wilt u dit dan opgeven voor iets onzekers, waarvan u niet kunt verkopen aan de stad of dit een goede stap is? Kunt u mij vertellen, alstublieft, wat uw boodschap zal zijn aan al de bewoners die staan te wachten op een woning waarvan u en ik al tien jaar aankondigen dat ze daar gaan komen. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, aan u het woord. De heer Kuhlmann: Hele goede en terechte vraag. Het is misschien ook wel 1 van de punten die heel belangrijk zijn voor vanavond. Er is geen 100 procent garantie dat er een woning komt op een bepaalde plek, maar dat geldt ook voor de Middenzone. De woning staat er pas, wanneer het daadwerkelijk gebouwd is. In het tussentraject kan er van alles gebeuren. U vraagt terecht aandacht voor de kosten. Sowieso zullen er ambtelijk kosten zijn, omdat er een draai gegeven moet worden aan de plannen die je had voorbereid. Het zou zo kunnen zijn, dat weet ik niet precies, dat de ene of de andere plek misschien wel goedkoper is. Het kan in het andere geval net zo goed duurder zijn als je een andere 35 locatie kiest. Wij vinden het daarom belangrijk om het mee te nemen in de onderhandelingen met het ziekenhuis, het verschil voor de gemeente. Ik weet nog niet precies op welke manier. Er zijn misschien wel anderen aan tafel die daar gedachten bij hebben. Het lijkt me heel belangrijk om dat duidelijk mee te nemen.
In de afweging van, wegen de onzekere zaken zo zwaar dat je daarom het risico moet lopen dat we geen ziekenhuis hebben of de stap naar de toekomst kan worden gemaakt? Dat vinden we niet goed, om antwoord te geven op de tweede politieke vraag die erbij staat. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann … De heer Kuhlmann: De conclusie … Pardon. De voorzitter: Ik onderbreek u even, want er zijn weer wat vragen tussendoor. Eerst mijnheer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Eventjes terug naar iets eerder in het betoog van mijnheer Kuhlmann. Hij zegt, het ziekenhuis heeft aangetoond, we kiezen voor nieuwbouw. Als ik door Google ziekenhuisrenovatie gooi, dan zie ik allerlei ziekenhuizen die recent allemaal gerenoveerd zijn. IJssellandziekenhuis, UMC Utrecht, Amphia in Breda, renovatie Amsterdam UMC. Waarom zou het Dordtse ziekenhuis daar dan een uitzondering in zijn? Die andere ziekenhuizen kunnen het blijkbaar wel. De heer Kuhlmann: Het is misschien een beetje flauw om te zeggen, maar het is, denk ik wel zo, het hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Er zijn meerdere situaties denkbaar waarbij je gaat verbouwen. Ook in de thuissituatie, je kunt best wel scenario’s bedenken waarbij verbouwen de juiste oplossing is.
Specifiek in de situatie van het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht, met de leeftijd van het gebouw en de opgave die er ligt, zijn wij ervan overtuigd, mede door de presentatie die twee weken geleden is gegeven, dat nieuwbouw beter is dan verbouw. Ik probeer het beeldend te drukken, maar niet met te veel woorden. Op het moment dat er de noodzaak is om vrijwel alles te verbouwen, en ook binnen een bepaalde tijd, je kunt er niet dertig, veertig jaar over doen, moet er heel veel tegelijkertijd gebeuren. Dat gaat niet goed binnen het bestaande gebouw. Dan is het de beste oplossing om een nieuw ziekenhuis te bouwen waar de hele boel op de dag van verhuizing naartoe kan gaan. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen, Beter voor Dordt. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik werd getriggerd door het woordje financieel van mijnheer Kuhlmann. Dat is voor onze partij ook wel een behoorlijk dingetje, want wij vinden dat de gemeente geen financieel nadeel mag ondervinden van die nieuwbouw. Er is al het nodige geld uitgegeven in de voorbereidingen. Als de woningbouw op andere locaties plaats gaat vinden, dan gaat het ook de nodige centen kosten. Wij zijn voornemens om misschien wel met een amendement te komen, om toch met wensen een bedenkingen te komen, om het financiële component stevig uit te onderhandelen met het ziekenhuis.
Hoe kijkt de VVD daartegenaan? De heer Kuhlmann: Ik moet zeggen, dat vind ik een hele goede ingeving van u. Ik moet even zien hoe het er exact uit komt te zien, maar in beginsel is dat inderdaad een … 36 Meteen richting de voorzitter een soort conclusie van ons verhaal middels woordvoering, wij vinden het een goed idee als het ziekenhuis daar komt. We zijn voor. Een wens daarbij, namelijk dat het financieel goed geregeld wordt. Als het goed op papier komt, dan kijken we heel sympathiek naar zo’n amendement. De voorzitter: Dank u wel. Hiermee is ook uw woordvoering afgerond? Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende fractie die een vraag hadden ingediend. Dat is GroenLinks- PvdA. Ik mag mevrouw Dorresteijn het woord geven. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik wil niet zeuren, maar het is wel Van Dorrestein. De voorzitter: Mevrouw Van Dorresteijn, u mag het woord. Mevrouw Van Dorresteijn: Ik word wel vaker Dorresteijn genoemd. Misschien moet ik het maar accepteren. Dank u wel. Ook wij willen beginnen met het bedanken van alle ambtenaren voor hun inzet. We snappen ook dat dit op momenten een grote inspanning heeft gevraagd. Wij vinden ook het verplaatsen van het Albert Schweitzer ziekenhuis naar de Middenzone, waar we allang hadden besloten om 720 woningen te maken, een hele moeilijke situatie.
We begrijpen dat dit voor het ASz veruit de beste en ook de meest goedkope optie is. We begrijpen ook dat het heel belangrijk is om een ziekenhuis te hebben in Dordrecht. We zijn blij met de werkgelegenheid en de zorg die het Albert Schweitzer ziekenhuis ons als stad biedt. Zelfs enige vertraging in het woningbouwprogramma, ik zie dat jullie geschokt zijn, kunnen we begrijpen, want je kan niet van de ene op de andere dag 720 woningen uit de hoge hoed toveren. Die vertraging moeten wel zo klein mogelijk zijn. Wat we alleen niet begrijpen, is waarom de raad zo laat is meegenomen. We begrijpen niet waarom er gegoocheld wordt met woningaantallen en waarom het niet mogelijk is om op de verlaatlocatie 720 woningen te bouwen. Tot slot begrijpen we niet dat al deze keuzes gemaakt lijken te worden zonder goede informatie over die alternatieve woningbouwlocaties. Het woningbouwprogramma op de Middenzone is nu al opgeschort zonder dat er een besluit van de raad ligt over hoe we hiermee om willen gaan. Voorzitter, u mag van ons als raad verwachten dat we het college controleren en dat we kritisch zijn. Daarom zijn we dat ook.
Wij vragen ons af, wat zijn de precieze kosten als gevolg van het afschieten van deze locatie en het maken van de woningen op al die andere locaties? Alleen als we die kosten weten, kunnen we ze ook meenemen in de onderhandelingen met het ASz, zoals mijnheer Kuhlmann net ook al zei. Daar sluiten we ons zeker bij aan. De voorzitter: Mijnheer Van Antwerpen heeft een interruptie. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Van Dorresteijn, als wij inderdaad met een amendement gaan komen om het college als het ware een soort dienstorde mee te geven om zo veel mogelijk van die kosten uit de onderhandelingen te slepen, hebben wij u dan aan onze zijde? De voorzitter: Mevrouw Van Dorresteijn. 37 Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, dan heb je ons zeker aan de zijde. Zet het vinkje er maar bij. Zal ik dan verdergaan met de woordvoering? De voorzitter: Ja, u mag de woordvoering vervolgen. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Wat wij ons namelijk ook afvragen, is waar alle extra sociale huurwoningen blijven. Zoals mijnheer Gündogdu net zei, op de Spuiboulevard zijn er minder sociale huurwoningen gekomen. Er zouden er meer komen op de Middenzone. Dat is meer dan die 30 procent van het woningbouwprogramma. Ook dat vinden wij een belangrijke vraag die beantwoord moet worden voordat we hier verder mee gaan.
Ons voorstel is daarom om pas als we die duidelijkheid hebben in te stemmen met het definitief afblazen van onze woningbouwplannen op de Middenzone. Wij vinden daarnaast dat er minimaal 720 woningen op de verlaatlocatie gebouwd moeten worden, ook al betekent het dat je misschien wat hoger en kleiner moet bouwen. We zien dat de gezinsgroottes afnemen, dat mensen in kleinere woningen kunnen wonen. Daarbij willen we dat minstens 30 procent sociaal is en ook het tekort van sociale huurwoningen uit andere projecten, zoals afgesproken, wordt gecompenseerd op die alternatieve locaties. Op deze voet bouwen wij van harte, samen met het ASz, aan een mooi, nieuw en duurzaam, zeker duurzaam, ziekenhuis. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor uw woordvoering. Mijnheer Gündogdu heeft een interruptie. De heer Gündogdu: Voorzitter, mevrouw Van Dorresteijn geeft terecht aan, op de verlaatlocatie zien wij graag zo snel mogelijk ontwikkeling van woningen. We hebben de informatie tot ons gekregen dat in ieder geval de verlaatlocatie bouwrijp maken voor woningen, mocht die verhuizingen plaatsvinden, minimaal vijf jaar in beslag zal nemen, terwijl op deze locatie, overigens een van de grootste locaties voor woningbouwopgave in onze stad, bij wijze van spreken volgend jaar al gestart zou kunnen worden met ontwikkeling.
Hoe ziet hoe dat richting verkoopbaarheid, richting uw achterban en naar de stad? De voorzitter: Mevrouw Van Dorresteijn, hoe verkoopt u deze boodschap? Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik heb mij wel laten vertellen dat inderdaad de eerste paal al snel in de grond zou gaan, maar dat ook dit project verschillende faseringen kent. Het betekent dat we over twee jaar al die nieuwe woningen hebben. Ik verwacht zeker dat er enige vertraging gaat optreden. Ik vind dat ook heel erg jammer. Ik had dat liever niet gezien. Ik heb liever dat ik tegen de mensen die op ons stemmen kan zeggen, we gaan niet voor die vertraging, maar ik snap wel dat dit nu eenmaal de beste locatie is. Ik denk daarom dat het goed is om er wel voor te zorgen dat we zo snel mogelijk inzetten op die andere locaties en dat we daar werk van maken, voordat we hier al over zeggen, laten we dit maar doen. Daarom wil ik meer duidelijkheid over die nieuwe locaties. Laten we het hele ambtelijke apparaat erop zetten, zou ik zeggen. De voorzitter: Eens kijken wat we nog aan ambtelijk apparaat hebben. Mijnheer Van Antwerpen heeft nog een vraag. 38 De heer Van Antwerpen: Om het voor mezelf helemaal goed te krijgen, begrijp ik dan goed, mevrouw Van Dorresteijn, dat u stelt van, ik wil nog geen beslissing nemen totdat ik zeker weet … De voorzitter: Wacht even. We spreken via de voorzitter.
Ik neem het u niet persoonlijk kwalijk. Het gebeurt vaker. De heer Van Antwerpen: Ik dacht dat ik zei, voorzitter … Voorzitter, ik wil graag vragen aan mevrouw Van Dorresteijn of ik goed begrijp dat zij de beslissing over het ziekenhuis pas wil nemen als alles over de vervangende woningen afgetikt is? Klopt dat? De voorzitter: Mevrouw Van Dorresteijn. Mevrouw Van Dorresteijn: Dank u wel, voorzitter. Ik snap dat we niet voor 100 procent alles uitgezocht kunnen hebben voor die alternatieve locaties, maar we willen zeker meer duidelijkheid dan er nu is. Dat klopt. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie op dit moment geen nieuwe vragen aan GroenLinks-PvdA. Dan gaan we naar de volgende woordvoering. Dat is van Beter voor Dordt. Zij hadden ook een vraag ingediend. Is de raad voldoende in positie gebracht? Mijnheer Van Antwerpen, aan u het woord. De heer Van Antwerpen: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, soms komen er in de politiek van die voorstellen langs waar je meer dan 1 nachtje over moet slapen. Voorzitter, dit is er zo eentje. Beter voor Dordt kan zich voorstellen dat het ook voor het college, net als voor de andere partijen in de Dordtse raad, een lastige afweging is geweest. Aan de ene kant kampen we in Dordrecht met een tekort aan woningen. In dit raadsvoorstel voor de nieuwbouw van het Albert Schweitzer ziekenhuis werkt dit zeker niet mee.
Meegaan in het voorstel zal vertragend werken voor de aanpak van de woningnood. Woningbouwlocatie Middenzone is immers een belangrijke locatie voor de woningbouwopgave, waarin al de nodige investeringen gedaan zijn. Aan de andere kant heeft Dordrecht baat bij ziekenhuis op, of in de buurt van, de huidige locatie, strategisch gelegen en goed bereikbaar. Je moet, mede gezien de vergrijzing en dat er meer behoefte zal komen aan zorg in de toekomst dichtbij, het risico niet willen nemen dat je als stad zonder ziekenhuis komt te zitten. Daarnaast is het ziekenhuis 1 van de grootste werkgevers. Tot zo voor ons dilemma in een notendop. Voorzitter, Beter voor Dordt begreep in de voorgaande beeldvormende sessie dat de vandaag voorliggende beslissing nog geen absolute go/no-go is. De nog af te sluiten samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en het ziekenhuis komt nog in een raadsvoorstel terug. Dat zou dan het go/no-go-moment zijn. Na lang wikken en wegen heeft onze fractie besloten om wel enige wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Net, in de interruptie naar mijnheer Kuhlmann, gaf ik ook al aan, wij willen met een amendement komen waarin wij stellen dat de gemeente geen financieel nadeel mag ondervinden van deze nieuwbouw. We willen dat zo veel mogelijk van de al gemaakte kosten en de te maken kosten gecompenseerd worden.
Daarnaast hoorden wij, ook van andere sprekers, over de woningbouw. We willen graag een toezegging van de wethouder dat er een tandje bij komt op het gebied van de woningbouw. De alternatieven die geboden zijn, zijn, naar ons idee, niet echt voldoende, wat boterzacht. Wij zijn bang voor vertraging op het gebied van de woningbouw. Concrete vraag, kan er 39 een tandje bij? Het derde punt gaat over die samenwerkingsovereenkomst. Wij zouden graag zien de raad wordt geconsulteerd over de voortgang, zodat wij ook direct mee kunnen geven wat er leeft, op dat moment, binnen de raad. Waar we niet op zitten te wachten, is om aan het eind een kant-en-klare samenwerkingsovereenkomst voorgelegd te krijgen waar we ja of ja op kunnen zeggen. Wat betreft de laatste politieke vraag, die van onszelf, vindt de raad dat zij door het college voldoende posities gebracht, aangezien er al stappen gezet zijn voordat de gemeenteraad heeft ingestemd met het raadsvoorstel? Kort en krachtig antwoord, nee, dat vinden wij absoluut niet. Wij zouden het fijn vinden als we er een toezegging krijgen van de wethouder dat in voorkomende gevallen wat scherper op de wind gezeild wordt. De raad is, zoals we lazen in de memo van 3 juni, besloten geïnformeerd op 7 oktober ’25. Daarna bleef het stil en werden we op 3 maart, nogmaals besloten, verder geïnformeerd.
Het had het college gesierd om ook tussentijds de raad op de hoogte te brengen en niet pas 5 maanden later. Daarbij kan je ook vraagtekens zetten bij de datum van 3 maart, 2 weken voor de verkiezingen. Dat is op zijn minst ongelukkig. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Iemand vragen, interrupties, aan mijnheer Van Antwerpen? Nu niet? Dan is mijn vraag, aan welke van de fracties mag ik het woord geven? Aan zo'n beetje iedereen. Mijnheer Hartmeijer, SP, u mag als eerste. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Als eerste, wat er van ons als politiek nu gevraagd wordt, is nogal wat. Na vele jaren vertraging en gedoe met ontwikkelaars op deze locatie, tegenover het ziekenhuis, stonden alle seinen eindelijk op groen en zou het woningbouwproject van meer dan 700 woningen, met ondergrondse parkeergarage, eindelijk doorgang vinden. We hebben er nog niet zo lang geleden ook nog voor gezorgd dat er meer sociale huur aan het project zou worden toegevoegd. Mijn buurman zei het al. Zeker wanneer je bedenkt dat de afgelopen 8 jaar ongeveer 2.600 woningen zijn toegevoegd aan de stad, is in 1 keer 700 woningen toevoegen echt heel erg veel. Nadat dit langlopende traject eindelijk was afgerond, komt nu het ziekenhuis met een verzoek voor een nieuwe locatie, precies daar waar deze woningen moeten komen.
Ik denk dat niemand echt blij wordt van deze situatie of van het gegeven dat ineens een keuze zoals deze voorgelegd wordt. Op deze manier kun je geen fatsoenlijke stadsontwikkeling doorvoeren. Wij roepen het ziekenhuis op om te kijken naar alternatieven, toch kiezen voor verbetering van de bestaande gebouwen die er sinds 1990 staan. Ik vind dat niet lang. Een aantal voorbeelden die ik net noemde zijn van ongeveer dezelfde leeftijd. Renovatie werd overigens ook door het ziekenhuis zelf aangekondigd in de zomer van 2024. Blijkbaar was het toen nog wel een haalbare kaart. Het plaatsen van een nieuw gebouw, ten koste van zo veel woningen, is, wat ons betreft, echt te gortig. Dank. De voorzitter: Mijnheer Kuhlmann, VVD, u heeft een vraag? De heer Kuhlmann: Ja. Ik hoor mijnheer Hartmeijer de oproep doen aan het ziekenhuis van, kijk naar andere locaties. Dan ben ik benieuwd of hij het acceptabel zou vinden als het ziekenhuis in een andere stad of in een andere gemeente zou belanden. Dat vraag ik met name, omdat ik weet dat ook de SP veel aandacht heeft voor mensen die wat minder mobiel zijn en misschien graag bij hun geliefde of familie op bezoek willen wanneer zij in het ziekenhuis liggen. De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. Ik dacht iets ander te horen. 40 De heer Hartmeijer: Ik dacht ook iets anders te horen. Ik heb niet gepleit voor een nieuwe locatie.
Ik heb gezegd, kijkend naar de voorbeelden, ik heb het net genoemd in het interruptiedebatje, het IJssellandziekenhuis, het ziekenhuis Utrecht staan er ongeveer ook vanaf die tijd, ’89, ’91. Deze zijn ook grondig gerenoveerd de laatste jaren. Dat is mijn oproep. Kijk hiernaar en wat er mogelijk is. Dat zijn ook grote ziekenhuizen en hebben een flinke renovatie doorlopen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Hoogduijn, had u ook uw hand opgestoken net? U nog niet? Dan steek ik over. Mijnheer Klerk, CDA. De heer Laban: Voorzitter, ik had nog een vraag aan mijnheer Hartmeijer. De voorzitter: Sorry, mijnheer Laban. Aan mijnheer Hartmeijer? Dat mag. De heer Laban: Dank, voorzitter. U geeft aan dat u zegt van, ik maak een vergelijk met andere ziekenhuizen die ik op internet gevonden heb en die in het verleden hun gebouwen hebben gerenoveerd. Meerdere keren is het ziekenhuis hier geweest, heeft aangegeven dat renoveren van het ziekenhuis geen optie is in hun geval. Waarom denkt u dat zij dit aangegeven hebben? Wat maakt dat u denkt dat het ziekenhuis het wel zou kunnen doen? De voorzitter: Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ook in de in de stukken van het college werd volgens mij aangegeven, renoveren kan wel, maar het is duur en lastig. Het is niet de eerste keer dat een ziekenhuis van deze leeftijd en van deze grootte gerenoveerd is.