CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2025.09.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 14 oktober 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 23 september 2025 en de Dordtse Dinsdag van 9 en 16 september 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 534.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Die enorme achtertuin, de Biesbosch, het open landschap met de Nieuwe Dordtse Biesbosch waar je, zonder al te lang vanuit je eigen huis hoeven lopen of fietsen, lekker in de rust in de natuur terecht kan. En als je in onze binnenstedelijke plekken kijkt, u heeft voor de zomer een bestemmingsplan vastgesteld voor het Maasterras, dat is ook een van de voorbeelden als je de stad binnenkomt van een plek die echt een stenen woestenij is. Die juist door die binnenstedelijke verdichting enorm veel nieuwe kwaliteit aan de stad kan gaan toevoegen. Nieuwe inwoners die weer voor koopkracht in die binnenstad zorgen. Die daarmee zorgen dat er hopelijk ook weer nog meer nieuwe winkels naartoe kunnen komen. Ketens die we nu nog missen, die weer zorgen dat voor de andere voorzieningen er genoeg omzet is. En die ook in staat blijkt met zo’n visie, die u ook in die Spoorzonevisie heeft neergelegd, om daar enorme bedragen van externe stakeholders te krijgen, van het Rijk, onder andere, van een provincie en soms zelfs van Europa, om te zorgen dat je die stad beter en mooier maakt. En tegelijkertijd zie je dat in die verdichting je binnen de wijken zelf ook heel veel mensen een goede leefkwaliteit kan bieden. We hebben elke zoveel maanden met de 60-jarige huwelijken een gezamenlijke lunch. En we hadden er vrijdag weer zo een.

En daar waren een paar echtparen bij die trots vertelden hoe mooi ze nu in Sterrenburg op een van de opgetopte flats daar wonen, met zeer veel plezier, want prachtig uitzicht over het groene naar het buitengebied, en tegelijkertijd heel erg nabij de winkelvoorzieningen. En ook dat is heel goed te organiseren met nultredenwoningen. Dat ze daar ook nog heel lang kunnen verblijven. Oftewel, verdichting biedt enorm veel kansen voor de stad. Dat is wat we vervolgens in deze Omgevingsvisie hebben uitgewerkt. Dat heeft u ook gezien in de verdichtingsstudie, waarin een aantal van dat soort principes zijn benoemd, op basis waarvan je gaat verdichten. Alleen de plek waar het ook kwaliteit in de stad biedt. We hebben inmiddels een planvoorraad van 8.000 woningen liggen. U heeft ons een opgave van 11.000 gegeven. En de analyse ligt daar dat je met verdichting die gewenste aantallen kan bereiken. De heer Van der Meer: Voorzitter.

40

De heer Burggraaf: Vervolgens wil je natuurlijk dat de plannen ook tot realisatie komen. En daar zijn we de laatste tijd hard mee bezig. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van der Meer van GroenLinks. De heer Van der Meer: Mijn vraag is simpelweg of de wethouder het met mij eens is dat de uitspraak dat verdichting kan binnen de rode contouren, dat dat voldoende woningen oplevert voor die ambitie van 11.000? Dat dat impliceert bepaalde politieke keuzes over wat je verder met de ruimte in de stad wil. Ik kan niet precies zien wat die keuzes zijn, juist omdat we niet alle informatie hebben over de verdichting. Maar is de wethouder het met mij eens dat daar politieke keuzes in zitten? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, u heeft al in een startnotitie als raad u die negen principes die rondom verdichting zitten al vastgelegd. Dat is optoppen en splitsen, verbouwen, leegstaand vastgoed herontwikkelen in bestaande wijkstructuren op onbenutte gronden, van verwaarloosde vorm. Niet die gronden die al een ander nut in de stad dienen, die ook een kwaliteit hebben die je wil behouden.

Bij stationsgebieden, waar je kan verdichten om te zorgen dat daar juist mensen heel goed met het ov gebruik kunnen maken, nabij wijkvoorzieningen, aan de groenstructuren, in en naast werkgebieden en in combinatie met wijkopgaven. Vervolgens ziet u ook in deze Omgevingsvisie … De voorzitter: U heeft weer een interruptie. En deze keer van de heer Pauwels van de Partij van de Arbeid. De heer Pauwels: We hebben de verschillende principes gezien. We hebben alleen niet gezien hoe die uitgewerkt zijn, hoe die zich tot elkaar gaan verhouden. We hebben ook geen tijdspad van het aantal woningen dat daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. We hebben die studie niet gezien. De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik begrijp de reactie van de Partij van de Arbeid, als een partij die toch heel erg is van het maakbaarheidsdenken. Maar ik wil daar toch wel een winstwaarschuwing bij geven, dat je als overheid heel veel condities kan scheppen voor het bouwen, maar je niet in de hand hebt hoe snel en hoeveel er gebouwd wordt. We hebben een aantal dingen die we als overheid wel kunnen bepalen. Dat is zorgen voor voldoende plancapaciteit. Dat is zorgen dat onze processen en procedures goed op orde zijn. Dat is zorgen dat we, in de eisen die we stellen, er altijd alert op zijn dat we niet te veel gaan stapelen.

Dat we niet te veel gaan afwijken van landelijke richtlijnen bijvoorbeeld, of dat we te veel tegenstrijdige ambities gaan stellen, waardoor uiteindelijk, met alle goede bedoelingen, je de uitvoering onmogelijk maakt of frustreert. Vanuit randvoorwaarden scheppend hebben we geconstateerd dat je met die

41

uitgangspunten binnen de verdichtingsstudie en die kwalitatieve uitgangspunten in de stad voorlopig voldoende ruimte biedt om nieuwe plancapaciteit te kunnen genereren. We hebben ook gezegd, als gemeente ben je beperkt in de capaciteit die je in kan zetten. Die zetten we vol in op de ontwikkeling van het Maasterras. Op alle andere plekken hebben we ook gezegd, met u gedeeld, doen we vooral de uitnodigingsplanologie. We laten zien welke randvoorwaarden u belangrijk vindt voor de ontwikkeling in de stad en nodigen partijen uit om daarlangs vervolgens, want ze hebben dan de helderheid, plannen te gaan ontwikkelen. En daarvan hebben we voorbeelden gezien, waarbij je echt op mooie plekken dicht bij het spoor, bijvoorbeeld in Stadspolders, echt honderden woningen kan toevoegen met verdichting. Dan vervolgens is de vraag … De voorzitter: De heer Pauwels wil nog een vervolgvraag stellen. De heer Pauwels: De vraag is, waarom hebben wij die studie niet? En als er planvoorraad is, hoe succesvol gaat die planvoorraad zijn en binnen welk tijdsbestek? En als er keuzes zijn gemaakt, dan dienen wij daarvan geïnformeerd te zijn. We hebben nu geen beeld op basis waarvan bijvoorbeeld wordt uitgesloten dat er op andere plekken wordt gebouwd dan zoals nu in de Omgevingsvisie is vastgelegd. De voorzitter: De heer Burggraaf.

De heer Burggraaf: Voorzitter, laatste keer, maar u vraagt om een gedetailleerdheid en een voorspelbaarheid die niet te geven is. De heer Pauwels: U beroept zich in de Omgevingsvisie op een studie. De heer Burggraaf: Nogmaals, we hebben de principes bekeken. We hebben gekeken, hoeveel ruimte is er dan theoretisch mogelijk binnen de verdichtende stad? En daar hebben we geconstateerd dat er een bandbreedte mogelijk is waarop we voorlopig verder kunnen. Ik constateer ook dat we met elkaar net 2.000 woningen aan de planvoorraad hebben toegevoegd op het Maasterras. U moet ook beseffen, om een goede woningbouwontwikkeling te hebben, dat je ook in een marktvraag moet leveren waar een goede afzetmarkt voor is. Het is een samenspel en niet een soort wetmatigheid of een mathematisch verhaal die je met een precisie kan vaststellen, zoals nu gesuggereerd wordt door de Partij van de Arbeid. Dan even terugkomend op de uitgangspunten. De voorzitter: Sorry, er is nog een interruptie bij de heer Van der Meer. Ik doe altijd mijn best u zoveel mogelijk uit te laten spreken. De heer Van der Meer: Waar het mij om gaat, daar ging mijn vorige vraag over, en die is niet echt beantwoord, de wethouder zegt nu, we hebben geconstateerd dat dat, uitgaande van die criteria, kan binnen de stad.

Maar is hij het met mij eens dat daar in feite politieke keuzes in zitten van, wat voor gewicht hecht je aan welke parameter in dat beoordelingskader? En waarom kan de raad daar niet over meedenken? De voorzitter: De heer Burggraaf.

42

De heer Burggraaf: Voorzitter, nogmaals, u heeft daarover nagedacht, want u heeft de startnotitie vastgesteld waarin die verdichtingsprincipes zijn vastgelegd. U heeft nu een Omgevingsvisie voor u liggen, waarin u zelf bepaalt dat je bepaalde uitgangspunten belangrijk vindt bij die verdichting. Namelijk staat er in dat je het belangrijk vindt dat er speel- en sportvoorzieningen nabij zijn. Dat je het belangrijk vindt dat er voldoende groen in de buurt is. Dat de klimaatadaptatie belangrijk is, et cetera. U geeft die kaders zelf mee in deze Omgevingsvisie. Dan is even de vraag, hoe ontwikkelt zich dat naar de toekomst toe? Want er is een ander aspect, en dat hebben we ook erkend in deze Omgevingsvisie, dat is dat u als raad en wij als college enorme ambities hebben met deze stad. En dat we ook moeten erkennen dat we weten dat we niet op alles nu al precies kunnen zeggen of het allemaal met elkaar te verenigen is. Dat is een proces wat ook nog regelmatig zal gaan schuren, omdat je misschien op een plek zegt, we vinden het heel belangrijk dat we gaan verduurzamen en dat we een windenergie opwekking hebben bijvoorbeeld. En tegelijkertijd ook u kaders heeft gesteld waarin u zegt, we vinden een aantal stedenbouwkundige en landschappelijke principes heel erg belangrijk.

Er gaan confrontaties komen op dat soort uitgangspunten gaandeweg bij ontwikkelingen waar je moet kijken, zijn die twee met elkaar te verenigen of niet? En op een gegeven moment, en daar is ook precies de Omgevingsvisie en de Omgevingswet op ingericht, dat je een beleidscyclus hebt. Je stelt een visie vast met een stip op de horizon en de uitgangspunten waar je naartoe wilt. En je gaat monitoren en evalueren. En als uit die monitoring en evaluatie blijkt dat bepaalde, omdat gaandeweg de tijd misschien dingen zijn veranderd of omdat je weer meer kennis hebt vergaard, dingen niet met elkaar te verenigen zijn, kan je dan vanuit die evaluatie altijd in je Omgevingsvisie weer een nieuwe beslissing nemen. En dat gaat even om het feit, u gaf twee redenen, of tenminste er zijn echt twee redenen waarom ik zou zeggen, ga dat amendement vooral niet indienen, zou ik bijna willen zeggen. Eén, omdat de procesmatige aanname niet klopt. Als ware je met deze Omgevingsvisie, als op een gegeven moment blijkt uit monitoring en evaluatie dat het toch niet te haalbaar is binnen die verdichtingsstudie, dat je dan alsnog weer een nieuwe weging kan doen van je uitgangspunten.

Oftewel, dan kan je gaan afwegen, vinden we dan toch die buitengebieden zo belangrijk dat we het gewoon houden bij de stad en de omvang en nemen we andere keuzes, of vinden we dat zo belangrijk dat we toch nog verder uit zouden willen breiden? En het tweede is gewoon een inhoudelijk uitgangspunt, echt met de focus die u altijd heeft aangebracht en die wij als college nu hebben doorgevoerd om binnenstedelijk te verdichten, enorm veel investeringsvermogen gaat opleveren om de kwaliteit van de stad te verbeteren. Ik heb vandaag nog weer met een corporatie gesproken die zei, door deze verdichtingskansen, we lopen nu vast op bepaalde plekken waar we niet kunnen verduurzamen, omdat we de investeringscapaciteit niet hebben, omdat we bijvoorbeeld een warmtenet niet kunnen aansluiten, omdat er nu nog te weinig woningen op zitten. Als we gaan verdichten daar kunnen we meer woningen krijgen. Daaruit krijgen we ook weer als corporatie nieuwe inkomstenstromen. Komen er weer meer woningen, waardoor misschien zo'n warmtenet wel aangelegd kan worden en dan zo'n verduurzamingsopgave ineens wel te realiseren is. Plekken waar je nu eigenlijk al een beetje tegen infra aanloopt wat vastloopt, maar het investeringsvermogen er niet is om dat te veranderen. Als je nieuwe woningen ontwikkelt, krijg je ook weer daar investeringskansen om dat ook beet te pakken.

Zo kan ik nog wel een aantal andere, ik heb het Maasterras net ook al genoemd, die juist met die focus binnenstedelijke

43

verdichting enorm veel kwaliteit aan die stad gaan brengen. En dat het dan heel logisch is dat we, als u dan heeft gezegd, die buitengebieden vinden we belangrijk, er nu voor kiezen in deze Omgevingsvisie om de verstedelijkingscontouren te volgen die al in het bestaande stads- en dorpsgebied zitten, die ook de provincie hanteert. En waarbij we dan wel hebben gezegd, als je dan een achtertuin hebt van de stad, zorg dan wel dat die overgang van het bebouwde gebied naar je achtertuin van een mooie kwaliteit is. Zorg dat die randen ook mooi in elkaar overlopen. Dat is een verandering hier in deze Omgevingsvisie waarin we zeggen, er kan best wel kleinschalige woningbouwontwikkeling mogelijk zijn op het moment dat het heel erg goed past binnen die achtertuin van je stad, en daar eigenlijk naadloos in overloopt. Dat is de hele filosofie waar de Omgevingsvisie nu op is geënt en in ieder geval het college van mening is dat we daarmee heel consistent uitvoering geven aan een ambitie die u al heel lang en consistent aan het college heeft meegegeven. De voorzitter: De heer Van der Meer heeft daar toch nog een opmerking. De heer Van der Meer: Ik heb gelezen, die beperkte ruimte over de achtertuin, noemt u dat geloof ik, voor wat uitbreiding. Dat is mooi. Dat is een stapje in de richting. Ook dat is een politieke keuze waar je gebruik maakt van een beetje speelruimte die je hebt.

En wij pleiten er alleen maar voor om de denkruimte wat verder op te rekken, zodat we creatief met alle ruimtelijke uitdagingen om kunnen gaan. De heer Burggraaf: Voorzitter, dan ga ik herhalen de argumenten die ik u net heb gegeven waarom het één, feitelijk niet nodig is, omdat uw aanname is, je zet je nu zelf vast. En ik heb net gezegd, dat is niet zo, want je hebt gewoon een beleidscyclus met monitoring en evaluatie. En als dat op een gegeven moment toch blijkt te schuren, dan kan je op dat moment, op basis van een monitoring en evaluatie, ook gericht en inhoudelijk een afweging maken. Die je nu niet kan maken, want dat is gewoon puur eigenlijk speculeren op dit moment. Ik wilde nog even reageren op de vraag van de VVD die nog vroeg, kun je nog even een reflectie geven op de lopende planschade zaken? Daar zullen we een aparte memo nog voor aan uw raad toesturen. De voorzitter: Dank u wel. Even met het oog op de tijd is het goed als u zich wellicht kunt focussen op de vragen die gesteld zijn, want we hebben nog … De heer Burggraaf: Zeker. Ga ik proberen. Maar dit was wel, er waren twee politieke vragen aan de voorkant, die heb ik nu alle twee beantwoord. De voorzitter: Zeker. Dat is waar. Zeker. De heer Burggraaf: En het denk ik goed. Het is wel een onderwerp wat ook echt wel wat nauw luistert. Dus niet met een paar zinnen af kan doen.

Maar ik zal proberen de rest sneller te doen. Er was van Op Ons Eiland en de VVD eigenlijk vragen over, hoe kunnen we zo’n verdichtingslocatie, inbreidingslocatie bij Stadswerven-Oost … Hoe kunnen we dat proces versnellen? Dat kan door te zorgen dat je goed voorbereid bent op het moment dat die erfpachtperiode afloopt, want dat is het moment. En daar hebben we ook echt nog wel gesprekken met de provincie op te voeren. Zijn we ook mee bezig. Dat kunt u nog eens een keer onderstrepen door ons vooral op te roepen om te zorgen dat

44

we zo snel mogelijk daarop voorbereid zijn en daar al voorbereidende handelingen op doen en daar onze prioriteiten nu ook op moeten inrichten, om dat alvast te verkennen en voor te bereiden. Er was een vraag van de VVD over het Stadspark. Waarom daar de lichte bedrijvigheid, die in een amendement is geweest, nu zou zijn aangepast naar maatschappelijke voorziening? Ik begrijp waar de reactie vandaan komt, want er staat een klein kadertje op bladzijde 105 waarin staat, lichte bedrijvigheid is aangepast naar maatschappelijke voorzieningen. En tegelijkertijd zeggen we later, de volgende bladzijde, 106, wel degelijk dat het doel is van de ontwikkelingen bij het Stadspark om ook wonen, kleinschalige evenementen en ondersteunende bedrijvigheid te behouden en mogelijk te maken. Daarmee hebben we in ieder geval beoogd om invulling te geven aan hetgeen het amendement destijds toe heeft opgeroepen. Als u van mening bent dat dit toch wat verwarring nu oproept in deze versie, dan zou ik u willen oproepen om daar een amendement op te maken. Want nogmaals, dat is niet de intentie geweest van deze Omgevingsvisie. Daar hebben we gewoon onverkort uitvoering willen geven aan het amendement, zoals dat bij het eerste Omgevingsvisie is aangenomen. De voorzitter: Helder. De heer Noldus: Voorzitter, mag ik daar een vraag stellen? De voorzitter: Ja, dat mag. De heer Noldus: De uitnodiging is helder.

Daar gaan we mee aan de slag. Op pagina 107 is dat blokje eveneens opgenomen. Vandaar onze zorg. Vraag die we daar nog wel bij hebben, en die heb ik net niet gesteld, maar die gaat wel hierover, gesteld wordt dat je het document als losse delen kan lezen. De samenvatting zou dezelfde afdronk moeten geven als de verdiepende hoofdstukken deel A. Ik gaf in mijn introductie al aan dat eigenlijk de samenvatting over het Stadspark een hele andere lading heeft, in ieder geval voor ons, dan het hoofdstuk zelf. Ik ben benieuwd of de wethouder daar wat over kan zeggen, want dan overwegen wij daar ook een bijdrage op. De voorzitter: Als u daar nog kort op kunt reageren, ook met het oog op de tijd. De heer Burggraaf: Wat ik zeg, onze doelstelling is dat het allebei zelfstandig leesbaar is. Op het moment dat u daar zegt, daar zien wij dingen die daar toch misschien verwarring in oproepen of een ander beeld oproept, dan zou ik u zeker willen oproepen om dat met amendementen nog verder aan te scherpen. Want dat is wel, nogmaals, zoals het er ook in staat, de bedoeling dat een samenvatting … Dat je daar de essentie uithaalt van wat er in het stuk eronder ligt. Dan de vraag van het CDA rondom het Leerpark. En dat vind ik toch lastig te plaatsen, want dat wordt allemaal opgehangen aan een doelkaart, die gaat over grote woningbouwprojecten in het gebied.

Die eigenlijk suggereert alsof dat met een grote mate van precisie is, op welke oppervlakten dan precies allemaal woningen komen. Dat zult u hetzelfde zien bij Maasterras. Daar staat hij ook helemaal tot aan het water ingetekend, terwijl dat we met elkaar ook gezien hebben in het bestemmingsplan dat je helemaal niet tot het water toe de woningen kan ontwikkelen. Dit is echt een grofmazige kaart die aangeeft op welke gebieden je gewoon grote woningbouwlocaties en -ontwikkelingen hebt. Daar heeft u ook voor gekozen in 2021, bij het vaststellen van de visie van de Spoorzone.

45

De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De heer Burggraaf: Waarin u heeft gezegd, ga op die gebieden verdichten, omdat het ook nodig is voor de benodigde reizigersaantallen voor onder andere een investering in het Station Leerpark. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers heeft een vraag. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik begrijp die beantwoording niet helemaal. We hebben nooit een visie aangenomen. Er zijn tekeningen van Mecanoo die op dit gebied lagen. Die zijn als inspiratiedocument meegenomen. Maar dat is wel iets anders dan dat er hele concrete plannen natuurlijk zijn aangenomen door de raad. En uit de antwoorden van de wethouder begrijp ik nu dat het heel goed zou kunnen dat deze voorzieningen ook in dit kaartje wel degelijk behouden blijven op deze plek. Het geeft mij toch wat verwarring. De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, u heeft wel degelijk daar de uitgangspunten van vastgesteld, om juist rondom die ov-knooppunten te gaan verdichten. En tegelijkertijd snap ik de zorgen ook niet helemaal. Want in dezelfde Omgevingsvisie staat even verderop heel duidelijk het uitgangspunt staan, dat het een voor iedereen toegankelijke leefomgeving moet zijn. Waarbij het belangrijk is dat er minimaal 1 speel-, beweegsport- en ontmoetingsplek in de wijk wordt ingericht, goed bereikbaar, op wandel- en fietsafstand.

Oftewel, dat uitgangspunt geldt gewoon ook voor die wijk. Dat er sport-, beweeg- en speelvoorzieningen in de buurt zijn. Op dit moment kan ik u ook nog helemaal niet zeggen hoe die ontwikkeling er precies uit gaat zien. Want we hebben nu alle tijd en aandacht gestoken in de ontwikkeling van Maasterras fase 1. De volgende fase wordt een verkenning bij het Leerpark. We hebben overigens ook de gesprekken gevoerd met sportverenigingen daar, met het Schippersinternaat. We weten hun belangen. We hebben ze ook laten weten, als we weer nieuwe stappen gaan zetten, dat als eerste hen zullen benaderen. En het uitgangspunt, die u al eerder als raad heeft vastgelegd, hebben we ook in onze oren geknoopt. Waarin u zegt, we willen graag dat het sportareaal gelijk blijft. Dat zijn allemaal uitgangspunten, inclusief deze, die ik u net voorlas, die gewoon glashard gelden bij die verdere verkenning. Maar hoe het precies eruit komt zien, dat antwoord kan ik u nu nog niet geven, want in die mate van uitwerking zijn we nog niet. De voorzitter: Voorzitter. Of voorzitter, dat schijn ik te wezen. Mijnheer Burggraaf, ik weet niet of u op dit punt klaar was? We zitten met het oog op de tijd. Misschien is het ook nog wel een idee dat wij deze vergadering, want ik begreep inmiddels dat daar ruimte voor is in de agenda, om hem volgende week voort te zetten.

Zodat we dan eventueel aan het restant van uw eerste termijn komen en dan ook eventueel over nog in te dienen amendementen kunnen spreken. Ik denk dat dat voorkomt dat we dit belangrijke onderwerp gaan afraffelen. Ik weet niet hoe de commissie daar instaat? De heer Hartmeijer.

46

De heer Hartmeijer: Ik wil dat wel ondersteunen, want dan kunnen we denk ik inderdaad wat ordelijker het betoog van de wethouder gewoon afluisteren. En dan kunnen we ook misschien wat meer ingaan op de amendementen. Ik wil dat wel ondersteunen. De heer Van der Meer: En er zijn nog een aantal gestelde vragen niet beantwoord. De voorzitter: Precies. De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Uitstekend. Is volgende week niet te snel? Er zijn een aantal amendementen in ontwikkeling. Die moeten misschien nog even voorgelegd worden aan de griffie. Dat vraag ik me af, voorzitter. De voorzitter: We zitten natuurlijk ook met het tijdsplan naar de raad. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Vanuit de Agendacommissie begrepen we juist dat iets verderop in de tijd dat er heel veel ruimte is op de agenda. Ik had ook de indruk dat dit dossier niet per se nu een ultieme urgentie heeft om in september nu voortgang te laten vinden. Dat is misschien ook nog een argument. Maar ik hoor graag daar ook de technische beantwoording op. De voorzitter: Mijnheer Burggraaf. De heer Burggraaf: Ik zou willen reflecteren vanuit het college, dat u natuurlijk al voor de zomer besloten had om het over de zomer heen te tillen. En toen hebben we u gevraagd om het eigenlijk voor de zomer te behandelen.

Het begint wel erg ver in de tijd uit te lopen. En het andere is dat wij, iemand refereerde er al aan, ook ambtelijk al nauw betrokken zijn geweest bij vragen die u had bij voorbereiding op amendementen, dat wat ons betreft verder wij geen extra tijd nodig hebben om een goed inhoudelijk gesprek verder te kunnen voeren volgende week. Maar dat is even gewoon puur vanuit de college zijde. Is dat voor ons in ieder geval niet tijdstechnisch dat we in een squeeze zitten of zo. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat het gezien … We zitten er nu allemaal in. We zijn allemaal heel goed ingelezen in de 184 bladzijdes. Ik stel voor dat we toch gaan proberen om het dan volgende week wel te agenderen, zodat het in de september raad behandeld kan worden. Is daarvoor voldoende steun? De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, op zich kan ik daarmee leven. Wel met een opmerking, dat een vraag die we gesteld hebben, die nog niet beantwoord is, waar we mogelijk iets mee zouden willen als motie of amendement, dan misschien nog niet uitgewerkt is in de vergadering van volgende week. De voorzitter: Maar we zitten nu ook door de tijd heen. Dat is de consequentie.

47

De heer Burggraaf: Voorzitter, als er een aantal dingen zijn waarvan u zegt, dat helpt in het gesprek, kunt u die vragen gewoon morgen delen en dan kunnen we ook een deel nog schriftelijk beantwoorden, als dat helpt om het gesprek te bespoedigen. De voorzitter: Dat lijkt me een goede aanvulling. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, eens om het volgende week verder te bespreken, zodat het in de raad van september kan. Wel even de technische opmerking dat ook ten tijde van de gemeenteraadsvergadering zelf altijd nog amendementen ingediend kunnen worden. De voorzitter: Dat is helemaal waar. Dan stel ik vast dat wij de Agendacommissie gaan uitdagen om dit volgende week te agenderen voor de vervolgbehandeling. Dan dank ik u hartelijk voor uw inbreng in dit debat. Vraag ik u vriendelijk om uw vaat zelf op te ruimen en in te leveren. En dan wens ik u een fijne avond. 3. Toelichting Rijkswaterstaat en Veiligheidsregio ZHZ op afsluiting en renovatie Papendrechtsebrug Voorzitter: De heer Klerk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Kamphuis (SP_ Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Oostenrijk (CDA) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr.

Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden Overige aanwezigen: dhr. Bravenboer, dhr. Kokshoorn, dhr. Van Asten, mevr. Wonnink, dhr. Van Bijsteren De voorzitter: Goedenavond allen hier aanwezig, wij zijn hier bij elkaar gekomen voor de technische sessie die in het teken staat van een toelichting van Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid op de afsluiting en renovatie van de Papendrechtsebrug. Hartelijk welkom aan alle raads- en commissieleden, en aan de gasten. Ik ga u vragen uzelf kort voor te stellen met naam en partij. En voor de gasten, met name van Rijkswaterstaat, is het misschien ook goed om naam en de functie even

48

kenbaar te maken. En dat doet u door op de rode knop te drukken, en dan kunt u door de microfoon spreken. En als u klaar bent, zet u de microfoon weer uit. Ik begin voor mij aan de rechterhand. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer Bravenboer: John Bravenboer, projectmanager binnen de Drechtsteden, en vanuit Smart Delta betrokken als projectmanager voor de gemeentes in onze regio. De heer Kokshoorn: Roy Kokshoorn, werkzaam voor Rijkswaterstaat, voor het projectteam wat de renovatie van deze mooie brug gaat uitvoeren. En mijn rol is verkeersmanager. De heer Van Asten: Friso van Asten, adviseur omgeving ook bij Rijkswaterstaat. Specifiek belast met de nautische sector en de zorgsector. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Oostenrijk: Theo Oostenrijk, CDA. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie.

Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP, Dordrecht. Mevrouw Wonnink: Mijn naam is Diana Wonnink. Ik ben omgevingsmanager bij Rijkswaterstaat voor de renovatie van met name het beweegbare deel van de Papendrechtsebrug. De heer Van Bijsteren: Ik ben Eelco van Bijsteren, Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. En ik heb onder andere de grote infra-opgave in mijn pakket zitten.

49

De voorzitter: Dank u wel. Mijn naam is Albert Klerk en ik mag deze vergadering voorzitten. Vanaf volgend jaar zomer gaat de Papendrechtsebrug voor negen maanden dicht, vanwege groot onderhoud. Een afsluiting met grote impact voor Dordrecht en de regio. En het is fijn dat Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio ons vanavond alvast mee willen nemen in het project, de consequenties hiervan voor het verkeer en de maatregelen om de hinder te beperken. We hebben twee sprekers, die allebei een presentatie hebben. En waarbij het het handigst is als u vragen heeft dat u die bewaart tot aan het einde van de presentatie, zodat we ze dan in één keer kunnen stellen. Dan geef ik nu eerst het woord aan mevrouw Wonnink van Rijkswaterstaat. Mevrouw Wonnink: Dank u wel. Dit is in grote lijnen waar ik het graag even over wil hebben. We komen alles langs. De Papendrechtsebrug is uit 1967. En deze brug is inmiddels aan het einde van zijn technische levensduur. Zo noemen ze dat bij ons. Dat betekent dat hij gewoon vervangen moet worden. De brug bestaat uit een vaste brug. Dat is een 1.000 meter stuk. En een beweegbaar gedeelte van 30 meter. En wat ik net ook al aangaf, nu gaat het over beweegbare gedeelte. Zoals u ook op het plaatje kunt zien, in dit geval is het een beweegbare brug met 1 deel. Idealiter heeft een brug 2 brugkleppen.

Kun je er altijd eentje eerst uithalen en dan de andere gebruiken voor bijvoorbeeld de nood- en hulpdiensten of het openbaar vervoer. Maar hier is het 1 brugklep, en die gaat er redelijk snel helemaal uit. Dan zit er een opening van 30 meter over het water. De brug kent vele weggebruikers. Er gaan uiteraard auto’s over. Er mag ook landbouwverkeer over dit stuk van de N3. Dan hebben we nog de fietsers en voetgangers en gehandicaptenvoertuigen. En dat zijn er in totaal 76.000 ongeveer, waarvan 14 procent vrachtverkeer. En dan ook ruim 5.000 fietsers en voetgangers. Dat zijn behoorlijke aantallen waar we het hier over hebben. De brug kent een vast gedeelte en een gedeelte wat open kan. Het vaste deel kent een hoogte van 12,90 meter. En daar kan 90 procent van de scheepvaart onder het vaste deel door. Die hebben dan straks ook een minder groot probleem. Maar voor de hoge scheepvaart heeft deze renovatie wel degelijk veel impact. En dat zijn vooralsnog 900 brugdraaien per jaar. Maar dat bestaat uit een heel scala aan openingen. Dat zijn bijvoorbeeld ook zeilboten. Dat is ook containervaart, die dan nu nog steeds moeten varen, wel met economische schade, want ze kunnen een laag minder doen. Maar die 900 is heel divers.

Wij waren begonnen met deze renovatie, en toen kwamen we erachter, na de gesprekken met de maritieme maakindustrie, die veelvuldig … Er zitten echt een aantal scheepswerven in het stuk tussen de Papendrechtsebrug en Gorinchem. En die hebben gewoon geen enkele omvaarroute. Die zitten gewoon klem. En de maritieme maakindustrie is belangrijk voor Nederland. En wij kunnen niet die sector op een faillissement laten afstevenen. Wij moesten iets verzinnen, want deze maritieme maakindustrie is afhankelijk van de Papendrechtsebrug. Wat gingen wij doen? We hebben allerlei scenario’s de revue laten passeren, want het betekende wel, als wij iets gingen doen voor de maritieme maakindustrie, wisten we dat het impact had op de weg en het wegverkeer. Dat zijn nog steeds meer auto's dan dat er scheepvaart is. Maar deze sector is zo belangrijk dat wij daar gewoon een oplossing voor moesten verzinnen. En dat resulteerde in uiteindelijk, na veel weken en wegen, in een afsluiting voor het wegverkeer van ruim 9 maanden, waarin we elke maand een doorvaart realiseren voor de hoge scheepvaart. In overleg met de maritieme maakindustrie zijn er allerlei sessies geweest. Dat is gezamenlijk bepaald. En wat gaan wij dan doen aan de brug? We gaan de beweegbare delen vervangen. De klap, die we net open zagen staan met de vorige foto. Het

50

bewegingswerk in de kelder. De brugkelder moet verstevigd worden en de pijlers, want het nieuwe brugdek is zwaarder dan het oude. Alles moet versterkt en verstevigd worden. Er komen nieuwe installaties voor bediening, besturing en bewaking. De brugkelder voldoet niet meer. Die wordt uitgebreid. Er wordt een soort uitbouw gemaakt waar de technische ruimte in komt. En het brugwachtershuisje, wat nu nog zichtbaar is, wordt straks onthoofd. Is heel tragisch. Toen wij eenmaal voor het dilemma stonden van, wat gaan we doen met de scheepvaart, hebben wij gekeken, welke dilemma's hebben we? Welke variabelen moeten we laten meewegen? Het moest uiteraard veilig zijn. Het moest technisch haalbaar zijn. Want we hebben echt out of the box oplossingen bedacht, maar het moest wel allemaal kunnen. En de weg zou dan ook gehinderd worden. Wat was haalbaar? We hebben echt met specialisten … We hebben iemand teruggehaald van zijn pensioen van, kom meedenken. Iemand die er echt verstand van had. We hebben echt allerlei specialisten van allerlei gremia bij ons naar binnen gehaald van, kom alsjeblieft meedenken, hoe gaan we dit doen? En nu is deze methode eruit gekomen. Redelijk snel nadat wij gestart zijn, de brugklep wordt eruit gevaren. Dan zit er een opening in de vaarweg, maar die wordt volgelegd met pontons.

Er wordt een ponton gecreëerd, een platform gecreëerd vanaf de oever, zodat daar het materieel aangevoerd kan worden. Maar op dat hele ponton staat bijvoorbeeld ook een keet, daar staan hoogwerkers, daar staan allerlei stellages. Want er moet niet alleen aan de brugklep gewerkt worden, maar ook aan die pijler, wat ik net zei. Dat ponton is echt 90 meter lang, 50 meter breed. Het is een groot, omvangrijk ponton. En elke maand gaan wij delen daarvan uitvaren, zodat de hoge scheepvaart erdoorheen kan. In juni gaan wij starten. Eerst de scheepvaart gaat er iets van merken, want dan gaat de brug niet meer gedraaid worden. En vanaf 17 juli volgend jaar, dat is de start van de zomervakantie in deze regio, gaat de brug er helemaal uit voor het wegverkeer. Dan gaan wij door tot 21 april 2027. Dan is hij klaar, maar dan moet er nog wel getest worden, want dan is het een nieuwe machine. Zo wordt het dan gezien. Dan moet er een CE-keurmerk op komen te staan, als bewijs dat alles functioneert. We gaan uitgebreid testen. En die CE-markering verkrijgen. En dan is uiterlijk 31 augustus alles achter de rug en zijn we klaar. Het mag wel een keer meezitten. We gaan ruim 9 maanden de Papendrechtsebrug afsluiten, wat ik al zei. Ik heb die data net al genoemd. En daarna gaan we nog testen. Dit is eigenlijk even op een rijtje wat ik net genoemd heb.

De effecten van de afsluiting van de brug zijn groot, in een groot gebied. Hier hebben we in oranje aangegeven waar de hinder gaat ontstaan. Ik woon in Gorinchem. Ik werk in Rotterdam. Ik zie zelf ook hoe druk het is en ik weet dat in de spits gaat dit oplopen, de vertraging, extra 30 tot 60 minuten. Het is echt significant. Buiten de spits is het uiteraard minder. Maar in een groot gebied is de hinder voelbaar. De scheepvaart, waar we net ook over spraken. Vanaf 22 juni gaan de stekkers eruit. Dan kan de brug niet meer gedraaid worden. Dan begin augustus wordt het brugdek eruit gevaren. Dan is de doorvaart open. Dan kan de scheepvaart er nog doorheen. En daarna gaan we elke maand faciliteren dat de hoge scheepvaart door de brug kan. De lage scheepvaart, zoals ik al aangaf tot 12,90, kan er gewoon onderdoor. En op de momenten dat wij het brugdek in- en uitvaren, of eigenlijk eerst uit- en dan invaren, dan gaan we even kort de hele vaarweg stremmen, want dan is het gevaarlijk en kunnen wij niet extra golfslag bijvoorbeeld opvangen. En ik heb ook de Wantijbrug gezien. En we hebben gezien dat ballenlijnen of iets anders, dat zijn leuke signalerende maatregelen, maar daar denken mensen anders over. Die gaan daar overheen en die gaan toch golfslag veroorzaken. En

51

dan krijg je gevaarlijke situaties. Dat kan niet. We gaan hem dan even tijdelijk afsluiten. Dit heeft ook heel veel impact op de fietsers, de bromfietsers en de voetgangers, want de hele periode is ook het fietspad afgesloten. En niet alleen het fietspad van de Papendrechtsebrug, maar ook die van de Baanhoekbrug. Daar is natuurlijk de afgelopen periode ook heel veel commotie over geweest, heel veel aandacht voor geweest in de pers. Er is een petitie gekomen van de Fietsersbond. En die hebben we uiteraard ook gelezen. Kom ik zo nog even op terug. Want waarom die Baanhoekfietsbrug? We hebben net de plaatjes gezien van de hinder. Wij zijn met de Veiligheidsregio … Ik doe zo, omdat Eelco mijn aanspreekpunt was. De Veiligheidsregio hebben we opgezocht. En we hebben gezegd, dit is een heel groot issue, hoe gaan wij hiermee om? Hoe kunnen wij voor deze regio de zorg, en dat is dan nog breder dan de Veiligheidsregio, want daar zit dan de politie, ambulance en de brandweer, maar de zorg is veel groter, faciliteren dat aanrijtijden gehaald kunnen worden? Dat als er patiënten zijn, dat er op tijd hulp is. En we zijn eerst gaan inventariseren hoe groot die hele groep is waar je dan het over hebt. En dat is serieus een grote groep. Maar dan zit je met huisartsenposten, met verloskundigenpraktijken, de ggz, de GGD, doelgroepenvervoer. Het is een heel groot scala aan groepen.

En er zijn er heel veel met aanrijtijden, met wettelijke taken. En die willen allemaal heel graag gebruik gaan maken van die Baanhoekbrug. We hebben gekeken of wij een combinatie konden maken met de fietsers, want dat zijn er 2.500 per dag. Dat zijn ook echt substantiële aantallen. En we hebben echt gekeken of het kan, want het zijn er natuurlijk echt veel en het zijn ook hele groepen scholieren. Wij zijn weer met de Veiligheidsregio gaan zitten. En we hebben alle partijen gevraagd van, zien jullie een combinatie mogelijk? Zien jullie ergens iets wat kan? En toen gaf met name de politie weer, die zeiden, er zijn heel veel mensen die schrikken als er een ambulance aankomt, ook in de auto. Er zijn mensen die gaan dan stilstaan. Niet iedereen gaat netjes aan de kant. Er zijn mensen die gaan harder rijden. Mensen reageren gewoon anders. Wij kunnen niet het risico nemen dat er ongelukken gaan gebeuren op die Baanhoekfietsbrug. Het is een hele smalle brug. Op sommige plekken nog geen 3 meter breed. Daar is geen ruimte om te passeren, als je daar als fietser fietst. En fietsers zijn niet allemaal wielrenners die zoef, zoef weg zijn. Dat zijn ook mensen met een bakfiets of oudere mensen. En die dan denken, o jee, een ambulance. Dat kan niet. We hebben echt gekeken of er iets kan. En het is een heel lang tracé. Dat helpt ook niet mee. Het is 1,5 kilometer.

En op de vaste brug, ik zal even vast het plaatje laten zien, op de overkapping over het water, die overbrugging, daar valt al helemaal niks te realiseren. Wij gaan inderdaad kijken, had de Fietsersbond ook voorgesteld, dan zijn we overigens wel gewoon mee in gesprek uiteraard, om te kijken of wij een soort passeerplaats kunnen creëren. Maar die hebben wij nodig, niet voor fietsers om te stallen, maar voor de nooden hulpdiensten en de zorgpartijen, die ook van 2 kanten gebruik willen maken van die Baanhoekbrug. En het is niet te voorspellen wanneer een ambulance eroverheen moet of wanneer er een verloskundige met spoed overheen moet. Wij moeten iets creëren dat we aan beide zijde iets kunnen faciliteren er dat er gekruist kan worden. Daar zijn we nu naar aan het kijken, maar het is een hele lastige. Het is echt gewoon een hele moeilijke afweging. En als iemand echt een heel goed plan heeft, graag, want ik weet het … De voorzitter: Sorry, we zouden vragen en opmerkingen na afloop doen.

52

Mevrouw Wonnink: Vragen aan het eind. Ik hoor graag de briljante oplossing aan het eind. Maar we hebben met verkeersregelaars gekeken. We hebben gekeken of we iets konden met verkeerslichten. We hebben gekeken met van allerlei systemen. Maar het is een te lang tracé. En om dat leeg te vegen voordat er een ambulance aankomt, dat is geen haalbare kaart gebleken. Wat ik al zei, we hebben van alles en nog wat bekeken. Ook de pendelbusjes zijn gepasseerd. Maar wat we al zeiden, primair staat de veiligheid voorop, zowel van degene die in de ambulance ligt, bijvoorbeeld, als ook van de fietsers. En daarom hebben wij deze keuze moeten maken. Wat ik al zei, de hinder gaat in de spits oplopen van 30 tot 60 minuten. En we treffen er nu allerlei maatregelen voor om dat te beperken. We hebben daarvoor een reductie van 9 procent nodig in de ochtendspits en 24 procent in de avond, want die is nou eenmaal drukker. En dan is dit een beetje … Het grootste deel van de Papendrechtsebrug reist korte afstanden. Daar zijn de hindermaatregelen ook op gericht. We hebben hier in de regio inmiddels ervaring met de Wantijbrug en de N3. Wij weten inmiddels redelijk waar verkeer vandaan komt en waar het heen gaat. Er zijn veel korte afstanden. Wat gaan wij dan zoal doen? Wij gaan een veerverbinding aanleggen.

Wij gaan proberen uiteraard hem zo dicht mogelijk bij de Papendrechtsebrug te houden, de grootste veerverbinding. Die gaat vanaf Huis De Merwede naar Huis Te Merwede, de ruïne. Dan kom je al redelijk snel bij De Staart uit. En daar gaan we 2 ponten laten varen op dat traject, zodat we zoveel mogelijk verkeer kunnen afwikkelen, zo snel mogelijk. We hebben ook gekeken naar het verkeer wat er op de Baanhoekbrugfietspad nu gaat. Dat zijn nu ook, hoe zeg ik dat, gedoogconstructie, want er gaan ook scootmobielen, brommobielen, canta's … Daar gaat van alles over. Die willen we ook faciliteren. Er gaat ook een hele grote pont varen, zo’n kleppont, zodat ze erop kunnen rijden. Die gaat op dat traject varen. En dan nog 1 om alles op te kunnen vangen. En dan gaat er nog parallel van de Rosmolenweg, waar nu de waterbushalte is naar ook Huis Te Merwede … Een verbinding wordt er dan gecreëerd, zodat ook daar fietsers op kunnen stappen. En in de nacht gaat het alternatief voor de Papendrechtsebrug varen. 's Nachts niet in dezelfde frequentie als overdag, want 's nachts staan er geen drommen mensen. Denk ik niet. Maar hij blijft wel gewoon varen volgens een dienstregeling. En uiteraard zijn deze ponten gratis. Wij zijn met Zuid-Holland Bereikbaar bezig om te kijken naar hoe wij het openbaar vervoer in stand kunnen houden in de regio. Wij hebben al geruime tijd overleggen met Qbuzz.

En wij zijn aan het kijken wat we met de bus en met de MerwedeLingelijn kunnen. De dienstregeling wordt aangepast. De frequentie van de treinen gaan in de zomerperiode … Wij beginnen natuurlijk in de zomerperiode. Dan hebben ze normaal gesproken een afgezwakte dienstregeling. Die gaan we gewoon weer upgraden tot normaal. Wij kijken of ze alle treinen die ze hebben, kunnen inzetten. Dat is ook het gesprek wat we voeren. Er is discussie over of je wel of niet een fiets mee mag nemen. Daar moet ik eerlijk zeggen dat elke gemeente daar een andere voorkeur in heeft, maar vooralsnog ligt daar de keuze bij de provincie. Maar wij zijn wel aan het kijken hoe wij mensen kunnen verleiden om met het openbaar vervoer te gaan. Mensen die in de auto zitten, en als die nu met het openbaar vervoer gaan, krijgen zij korting. En dan is de korting hoger als je buiten de spits reist dan in de spits. Mensen die met de bus gaan en nu moeten overstappen, Sliedrecht-Baanhoek wordt het overstappunt, daar gaan de buslijnen heen, die dan meer geld kwijt zijn aan een treinkaartje dan aan de bus, dan gaan wij dat verschil betalen. Er gaan vanaf Dordrecht Stadspolders bussen naar Leerpark, omdat daar veel leerlingen naartoe gaan. Wij proberen overal zoveel

53

mogelijk fietsen neer te zetten, om te stimuleren dat mensen niet hun fiets meenemen in de trein, maar dan ervoor kiezen om een fiets op een andere plek mee te nemen. Wij proberen om dat openbaar vervoer zo aantrekkelijk mogelijk te maken. We hebben een werkgeversaanpak. Daar is Zuid-Holland Bereikbaar actief in. Die gaat ook kijken bij bedrijven van, waar zijn jullie mee geholpen? Ik heb ook gelezen over Fokker, onder andere. Kijk wat er kan. Ik heb tegen Zuid-Holland Bereikbaar ook gezegd, ga met spoed daarnaartoe. Ga daar in gesprek en kijk waar de behoefte aan is. Als daar wensen zijn, dan kunnen we kijken wat we daarmee kunnen. En we hebben een uitgebreide communicatiecampagne. Wij communiceren via de social media. We hebben onze eigen website. De gemeentes hebben hun sites. Wij stemmen onze communicatie af met die van de gemeentes. Wij bepalen ook samen welke krant, welke media in deze regio de meeste zoden aan de dijk zet. Zo gaan wij communiceren. Wij doen allerlei informatiebijeenkomsten, ook voor bedrijven. Dat hebben we ook bij de Wantijbrug gedaan. Hebben we een bedrijvencarrousel gedaan. Dan gingen we op meerdere dagen naar meerdere bedrijventerreinen. En dan gingen we uitleggen wat er gebeurde. Dan ging er een logistiek makelaar vanuit Zuid-Holland Bereikbaar mee om met die bedrijven in gesprek te gaan van, waar zou je mee geholpen zijn? Dat gaan we ook doen.

We gaan allemaal communicatiecampagnes doen, zodat het niet meer kan zijn dat straks mensen denken, gaat die brug eruit? Hoe dan? Iedereen moet weten dat die brug eruit gaat. Reis- en routeinformatie, dat zodra je ergens hier in de regio rijdt je een melding krijgt op je telefoon bijvoorbeeld van, let op, deze brug gaat er binnenkort uit voor lange tijd. Wij doen er alles aan om zoveel mogelijk bekendheid te vragen voor dit issue. En dan zijn wij er niet met onze brug alleen, want het wordt hier zwaar de komende jaren. Er gaat echt veel gebeuren in de regio. Er is al veel gebeurd de afgelopen jaren, maar er gaat nog meer gebeuren. De Drecht- en de Noordtunnel komen eraan. De brug over de Noord. En de Verkeersbrug Dordrecht gaat ook nog aangepakt worden. Dat gaat nog veel hinder veroorzaken in de komende tijd. Met deze projecten samen zijn we aan het kijken of er maatregelen zijn die wij nu kunnen treffen, die dan voor de andere ook uitgerold zouden kunnen worden. Maatregelen die misschien voor 1 project niet rendabel zouden zijn, maar voor 4 wel, of voor 5 zelfs. Wij kijken ook gezamenlijk waar wij iets kunnen. Maar het gaat zwaar worden. Dit is een beetje wat ik zei, we gaan gewoon heel veel samen doen. We hebben ook een bewustwordingscampagne. En alle maatregelen werken natuurlijk gewoon alleen als mensen er ook gebruik van maken.

Ik kan kortingsacties regelen wat ik wil, ik kan ebikes regelen wat ik wil, maar als mensen denken, ik doe het niet, dan houdt het op. En we hebben allemaal gezien dat met de corona er echt wel mensen zijn die thuis kunnen werken. Dat zijn bepaalde groepen. Er zijn echt duidelijk mensen die dat niet kunnen. Dat weet ik. Dan kan dat niet. Maar ik heb bij de Haringvlietbrug ook gezien, die heb ik hiervoor gedaan, dat er mensen echt met creatieve oplossingen kwamen. Dat er bedrijven waren die zeiden, ik heb mensen die uit die kant komen en die aan die kant komen, tijdelijk ga ik ze op een andere plek aan het werk zetten. Er zijn echt ook wel initiatieven vanuit bijvoorbeeld de ondernemers mogelijk. Kom ook vooral met ideeën. Wat ik al zei, het is gewoon, als iedereen in de auto blijft stappen, dan wordt het gewoon moeilijk. En er zijn altijd groepen die hebben geen keus, die moeten gewoon in die auto. Samen moeten we het dan doen. Vragen?

54

De voorzitter: Dank u wel voor uw heldere verhaal. Over creatieve ideeën, ik denk dat ik mevrouw Lammens het woord moet geven, want die dacht de oplossing te hebben voor de Baanhoekbrug, toch? Mevrouw Lammens-Oostdijk: Een foto terug naar de Baanhoekbrug. De voorzitter: De foto van de Baanhoekbrug, mag die nog een keer op het scherm? Mevrouw Wonnink: Niet die van de kaart, maar die van … Wel de kaart? Daar hebben wij inderdaad naar gekeken. Die hebben wij inderdaad ook overwogen. En ik had zo gehoopt dat die kon, maar dat is een hele grote overspanning die je moet overbruggen. En het feit dat die open moet, want wij hebben deze variant gekozen, omdat we open moeten voor de maritieme maakindustrie, maakt dat het een beweegbare brug moet zijn en dat dat daardoor … Maar dat was geen haalbare kaart. Dat is technisch uitgelopen. En dat is mij verzekerd dat dat geen optie is in dit verhaal. Mevrouw Lammens-Oostdijk: En hem eruit tillen? Van '…'. zit hier vlakbij. Die heeft leuke kraantjes. Kan hem er zo uittillen. Mevrouw Wonnink: Die hebben we ook overwogen. Want mijn adviseur is daarmee gekomen, met dat idee. En ik vond het briljant. Ik dacht, dat zou echt heel fijn zijn als dat kon. Ik had heel erg gehoopt dat het een reële optie was, want dan hadden wij dit probleem niet. Maar technisch bleek dat geen haalbare kaart te zijn. De voorzitter: Dank u wel.

Toch, het was in ieder geval een goede, creatieve gedachte natuurlijk. Zijn er verder vragen? Ik kijk ook met het oog op de tijd nog even. Ik ga dit blokje een klein beetje proberen in de hand te houden. En ik stel ook voor dat … We zijn 10 minuten later begonnen, ik neem aan dat de commissie geen bezwaar heeft als het misschien ook een beetje uitloopt. Ik geef het woord aan mevrouw Kamphuis van de SP. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Nu bedacht ik me, dank je wel dat je ook rekening houdt met scootmobielen en rolstoelen voor het pontje te gaan ten eerste. En ten tweede, hebben jullie gedacht om het leger in te schakelen? Want vroeger hebben ze hele mooie bruggen gemaakt waar tanks overheen konden. Mevrouw Wonnink: Ja, had ik ook aan gedacht. Ik denk, dat zou fijn zijn. Het leger is altijd de oplossing voor alles. Maar ook die konden mij niet helpen. Dat is echt vervelend. Het probleem is dat het een hele lange overspanning is en dat alles beweegbaar moet zijn. Een vaste brug was echt makkelijker geweest. Maar dan hadden we dit helemaal voor niks gedaan, want de maritieme maakindustrie moet erdoorheen. En die hebben ook hele brede schepen en grote schepen. En ik ben bij die scheepswerf geweest. Het was serieus indrukwekkend wat ze maken, maar het is echt ook heel groot. De voorzitter: Dank u wel dank. Zou u de microfoon uit willen zetten. Mevrouw Wonnink: Sorry.

De voorzitter: Geeft niet ik. Ik herinner u er alleen even aan. De heer VenderbosLambinon van Partij voor de Dieren.

55

De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel. Ik heb een vraag over de afsluiting van zowel de Papendrechtsebrug als de Noordtunnel. De Papendrechtsebrug is hopelijk klaar in april 2027, maar de Noordtunnel gaat dicht in 2027-2028. Is de Noordtunnel dan voor renovatie … Begint het al ergens in begin 2027 of begint u pas als de Papendrechtsebrug opgeleverd is? Mevrouw Wonnink: Al deze projecten in de Drechtsteden mogen niet tegelijkertijd worden uitgevoerd. Zij moeten altijd wachten totdat wij klaar zijn. De voorzitter: Helder. Ik ga proberen het rijtje af, omdat ik zie dat iedereen wel vragen heeft. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank, voorzitter. Ik heb toch nog een vraag over de pontjes en de toegankelijkheid daarvan. Is dat echt wel goed geregeld? Ook omdat ik weet dat de Waterbus stelt dat ze toegang zijn. En surprise, surprise, dat zijn ze niet. Ik kan met mijn rolstoel de Waterbus niet oprijden. Daar wil ik wel even zeker weten dat het echt goed geregeld is. Want zeker als die bruggen er allebei uitgaan, dan wordt dat anders natuurlijk heel lastig. De voorzitter: Mevrouw Wonnink. Mevrouw Wonnink: Ik heb toevallig vandaag nog daar gesprekken over gevoerd met de technisch manager van de aannemer. Want ik zeg, die helling moet ook voor mensen in een rolstoel … Dat ze niet gelanceerd worden. Daar moet echt heel goed naar gekeken worden.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Wringer, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Veiligheid boven alles. De N3 wordt natuurlijk gebruikt door vrachtverkeer met gevaarlijke stoffen. Die mogen niet door de Drechttunnel. Hoe worden deze omgeleid? De voorzitter: Mevrouw Wonnink. Mevrouw Wonnink: Deze mogen niet door de Drechttunnel. Die gaan om via de A27. De voorzitter: De heer Oostenrijk van het CDA. De heer Oostenrijk: Voorzitter, eerst maar even naar de Baanhoekbrug, over het niet gezamenlijk kunnen verkeren over de Baanhoekbrug, fietsers en de hulpdiensten. Heeft u enig idee, want dat moet u bij benadering kunnen weten, wat de frequentie zal zijn als het gaat om het aantal hulpdiensten die dan per 24 uur over die Baanhoekbrug moeten? Dat heb je nodig om nader te kunnen beoordelen of de match wel of niet kan. Want het gaat er bij mij niet in. Ik stel even, als 4 keer per dag een hulpdienst eroverheen moet, waarbij je niet weet wanneer, dat klopt, maar dan moet je het kunnen organiseren, IT technisch gezien, dat je op die momenten de fietsers, laten we zeggen, op de opstelplek neerzet. Het rode licht gaat branden. Je mag er niet overheen. Hulpdienst gaat erdoorheen. En vervolgens gaan de fietsers er weer doorheen. Je hebt enig zicht nodig

56

wat die frequentie zal zijn. Dat is even de eerste. Het tweede is, u heeft het over die twee ponten. Als die 2.500 fietsers inderdaad niet over de Baanhoekbrug kunnen, hoe verhoudt zich dan de capaciteit van die 2 ponten zich? En dat zal waarschijnlijk, in ieder geval die bij de Rosmolenweg, of zoiets was het, want die krijgt dan de fietsers uit Sliedrecht met name te verwerken. Hoe zit het met die capaciteit van die pont die daarvandaan gaat richting Dordrecht? De voorzitter: Twee vragen aan mevrouw Wonnink. Mevrouw Wonnink: De eerste vraag ging over de Baanhoekbrugfietspad. Uiteraard hebben wij gekeken. Wij zijn begonnen met de ambulancedienst. Die gaf aan dat zij nu gemiddeld, het is natuurlijk altijd een gemiddelde, 40 keer per dag met een prio 1 over de Papendrechtsebrug gaan. Dat is alleen de ambulance. Dan hebben we de politie, de brandweer. Veel. Ik schrok daar ook van, echt. En dan hebben wij daarnaast nog de huisartsen, de verloskundigen. Beiden geven aan dat als zij niet over die Baanhoekbrug kunnen, dat zij vaker een ambulance gaan aanroepen, om het risico niet te nemen voor de patiënt. Dus dan gaan er nog meer ambulances overheen. Dan hebben we al die doelgroepenvervoer, het leerlingenvervoer. Dat is ook een heel scala aan voertuigen. En ook hen hebben we gevraagd om kritisch te kijken.

Want de vraag van zorgpartijen om gebruik te mogen maken van die Baanhoekbrug is groter dan wij aankunnen. Want het is een fietspad. Het is niet zo dat hier straks file over de Baanhoekbrug kan. Wij zijn nu aan het rekenen. ProRail is nog een extra onderzoek aan het doen, want het fietspad hangt aan hun spoorbrug. Logisch dat zij zeker willen weten dat dit geen enkel effect heeft op hun brug. Wij moeten nog bepalen hoeveel voertuigen er überhaupt gebruik kunnen gaan maken van die Baanhoekbrug straks. Wij gaan al een besluit moeten nemen wie er straks wel en wie er niet overheen kan in bepaalde tijden. De aantallen zijn groot. De voorzitter: De tweede vraag was over de capaciteit van de pontjes ten opzichte van het aantal gebruikers. Mevrouw Wonnink: Pontjes. De Rosmolenweg is waar nu de Waterbus … Dat is bij Boskalis. Voor meer mensen is dat waarschijnlijk een duidelijkere locatie. Wij gaan ervan uit dat de pont bij de Papendrechtsebrug, die gaat ook 's nachts varen. Die bij de Rosmolenweg niet. Er gaan al een aantal mensen van die grote pont gebruikmaken. Ook de scootmobielen, de brommobielen, die moeten gebruikmaken van die andere pont. Deze pont is kleiner, want er gaan ook minder fietsers over. Dan kijk ik even mijn collega aan, Roy, kan jij antwoord geven op de capaciteitsvraag? De heer Kokshoorn: Ja, dat kan ik deels.

Sorry, mijn naam is Roy Kokshoorn, werkzaam voor Rijkswaterstaat uiteraard als verkeersmanager. Heb ik trouwens net al gezegd, bedenk ik me nu. Maar nog even voor de duidelijkheid. We zijn druk bezig met sowieso ook de aanbesteding, want een pont moet je natuurlijk aanbesteden. Ik kan nog niet namen en rugnummers geven, want we zitten in de eindfase. Dat mag nou eenmaal niet. Zoals Diana al aangaf, is de pontverbinding … Ik dacht dat die op de kaart stond. De verbinding parallel aan de Papendrechtsebrug, daar gaan 2 schepen varen. En dat worden ook schepen met een klep. Ook voor de doelgroepen die we net hebben genoemd, om die mee te kunnen nemen. Daar zit ook de grootste vraag.

57

We hebben nadrukkelijk gekeken, waar zit de vraag en waar verwachten we de grootste potentie? Dat zit inderdaad op dat blauwe lijntje. Natuurlijk vergeten ook de scholieren en de werknemers uit Sliedrecht niet, die nu over de Baanhoekbrug vragen. Maar daar is de vraag wel beduidend minder dan bij die blauwe lijn. En daar hebben we helaas niet de luxe om zo'n groot schip met een klep op de neus, bij wijze van spreken, te kunnen laten varen. Dat zijn ponten waar je aan de zijkant aanmeert. We kunnen het niet precies aangeven, want we moeten natuurlijk nog de exploitant en het schip contracteren. En we moeten ook nog proefvaarten doen. En dan weet je eigenlijk pas precies wat je maximale capaciteit is wat je over kunt zetten. Ik hoop dat dat … Voor de beeldvorming, want we houden natuurlijk ook de pers en de krant in de gaten. En er wordt weleens in de krant al gezegd als reactie, ze zullen wel met een klein schip komen met, we noemen dat een beetje een pruts pontje van 10 à 15 fietsers. Dat gaat het sowieso niet worden. De voorzitter: Geen pruts pontje. De heer Oostenrijk: Maar dan is het de vraag, wat wordt het bij benadering wel. De heer Kokshoorn: Dan moet je denken aan de orde van grootte van 75, 80, 90 man wat per keer mee kan. Dat is een beetje waar je aan moet denken. En dat is dan alleen voor die blauwe. Of sorry, excuus, voor de paarse. Mevrouw Wonnink: Voor de rode.

De blauwe is een veel grotere capaciteit. De heer Kokshoorn: Exact. Dat wordt echt een hogere capaciteit en hogere frequentie, is de bedoeling, omdat, nogmaals, daar de vraag ook vele malen groter is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank, voorzitter. Ik had inderdaad ook 2 vragen. De eerste over die capaciteit. We weten nu van die Baanhoekbrug 75 à 80, om en nabij orde grootte. Kunt u iets over die blauwe lijn ook zeggen? Zijn dat er 2 keer zoveel of 3 keer zoveel of 1.000 op een pont? In welke orde, hoeveel fietsen zouden erop kunnen? De heer Kokshoorn: Daar kan ik zeker wat meer over zeggen. 1.000 per pont zou mooi zijn, maar dat wordt een heel groot schip inderdaad. Kijk, we rekenen aan een soort uurcapaciteit. We gaan kijken, wat kun je redelijkerwijs varen? Hebben we net al gezegd, het is echt de bedoeling overdag, het overgrote deel van de dag op die blauwe lijn met 2 schepen te varen, juist om die capaciteit zo hoog mogelijk te houden. Dat is echt misschien wel 800 per uur wat je weg kan zetten op die blauwe lijn. En dan daarbovenop komt natuurlijk nog een paar 100 op die paarse lijn. En dat is wat je feitelijk per uur naar de overkant kan brengen. Dat is in 1 richting. Het werkt 2 kanten op uiteraard. En we hebben uiteraard goed gekeken naar wat er nu bij de bruggen zit qua fietsverkeer.

We hebben uiteraard ook gekeken, hoeveel potentie zit er dan in de mensen die nu die korte ritjes over de Papendrechtsebrug rijden? Hoeveel daarvan zou je kunnen verleiden om ook die rit te maken met een fiets via de pont? Dat hebben we bij elkaar natuurlijk gebracht. En daar ent je natuurlijk wel de frequentie en ook de capaciteit van beide ponten op.

58

De voorzitter: Helder. De heer Kokshoorn: Dat je ook echt iets robuust biedt inderdaad. En dan ook nog eens rekening houden met de doelgroepen die net genoemd zijn, dat we die ook graag willen faciliteren. De heer Kuhlmann: Kunt u me nog even helpen met … Want een paar 100 per uur, dat kan ik natuurlijk gaan terugrekenen van, hoe vaak die heen en weer vaart. Maar hoeveel passen er op 1 … Je komt eraan fietsen, pas je erop of moet je even wachten op de volgende? Hoeveel passen er om en nabij? Mevrouw Wonnink: Ik wilde even zeggen, dat wij … De voorzitter: Kunt u uw microfoon uitzetten, mijnheer Kuhlmann? De heer Kuhlmann: Ja. Mevrouw Wonnink: Wij gaan sowieso varen volgens een dienstregeling. Dat je ook 's nachts weet waar je aan toe bent bijvoorbeeld. De voorzitter: Ik geef nu het woord aan mevrouw Koene. De heer Kuhlmann: Pardon, ik wilde graag mijn tweede vraag ook stellen. De voorzitter: We lopen ook wat tegen het einde van de tijd. Als het kan nog kort. De heer Kuhlmann: Ik zal het kort doen. Even teruggaan op of het geen tijdelijke brug is. Ik begreep, ik heb goed naar u geluisterd, het probleem zit hem in het openen van die brug. Je kunt hem wel aanleggen en je kunt hem ook verwijderen, dat kan natuurlijk, maar het openen is het probleem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/923/documents/43505