2.2 2025.09.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
En daarom bereiden we eigenlijk een amendement voor die als doel heeft om deze centrale sportvoorzieningen, waar deze verenigingen voor een deel al vijftig jaar zitten, te behouden op deze locatie. En dat amendement vraagt nog wat technische verbetering, maar een concept daarvan wordt ook aan de stukken toegevoegd. En we hopen met dit amendement ook tot een verbetering te komen van dit specifieke gebied, zodat sport behouden blijft en dat we aan een leefbare stad werken. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Vraag aan het CDA. Want bij mijn weten is er ook een amendement of een motie aangenomen bij eerdere stukken die juist ook ging over dit gebied en het behoud van het sportareaal. Ik ben benieuwd, is dit dan het hetzelfde vastleggen in een ander document, of heeft het CDA hier een andere invulling mee voor ogen? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik denk dat je dit een beetje in het verlengde van dat eerdere moet zien. Dat ging toen over de Sportvisie, of het sportprogramma. En dit gaat natuurlijk over de Omgevingsvisie voor de verdere toekomst. Als ik kijk naar de plaatjes op bijvoorbeeld pagina 32, als ik het goed heb. Al wil die paginanummering soms nog net wel een paginaatje verschillen, want er is weer net een iets nieuwere versie geüpload dan die ik eerder weer in mijn stukken had.
Maar dat gaat om het plaatje, als u met mij meekijkt, dat is toch altijd wel prettig, de doelkaart aantrekkelijke stad. En daar zie je een heel aantal dingen op staan. Vooral de grote woningbouwprojecten, kernwinkelgebieden, het Stadspark. En dan zie je, als je op dit kaartje verder inzoomt, dat op de plek waar nu tennisvoorzieningen zijn, dat als we deze doelkaart mogen geloven, dat daar in de toekomst geen ruimte meer is voor dat soort voorzieningen. En vanuit onze fractie zouden we dat onwenselijk vinden, omdat we zien dat die locatie een belangrijke rol speelt in het leven van een hoop mensen in onze stad, waar ze graag sporten. En wij denken dat voor een toekomstige leefbare stad niet alleen
21
woningen van belang zijn, maar juist ook die voorzieningen dicht in de buurt. Dat is in aanvulling ten opzichte van wat het eerder was. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wringer heeft een vraag. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Kijk, voorzieningen zijn natuurlijk altijd belangrijk voor onze Dordtenaren. Helemaal mee eens. Bent u niet bang dat de bouw van Station Leerpark in gevaar komt als we daar niet gaan verdichten? En dat dan ook misschien het toekomstige ziekenhuis gaat verplaatsen? Dat dan er geen reden meer is om daar een nieuw station te bouwen. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Daar kan ik eigenlijk niet zo goed op vooruitlopen. Ik constateer dat op dat gebied dat natuurlijk bij het Leerpark al heel veel woningen gebouwd zijn. Dat op het Gezondheidspark nog 720 woningen gepland staan. Dat je in de omgeving Krispijn hebt, Nieuw-Krispijn. Dat je daar een aantal wijken nog verder omheen hebt. Dat daar stiekem al heel veel mensen omheen wonen. Ik weet niet precies wat voor concrete gevolgen het heeft. Ik weet wel dat als je het laat staan, zoals het nu staat, dat het als concreet gevolg heeft dat je centrale sportvoorzieningen kwijtraakt. De voorzitter: Dank u wel. Er werd mij van tevoren verteld dat de fractie van de VSP iets later was. Die komen nu binnen. Nemen jullie deel aan het debat? Ja.
En dat zijn de heer Stolk en de heer De Vries. En we zullen straks horen wie het woord voert. Er is overigens nog plek aan tafel. Sorry, er is nog plaats aan tafel. Als jullie bij voorkeur aan tafel willen plaatsnemen. De heer Van Dam Timmers, u had de vraag beantwoord, denk ik? De Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. De voorzitter: Sorry, ik ben gelijk van slag. En dan gaat u verder met uw betoog. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dat is eigenlijk punt 1, dat gaat over voorzieningen van zowel de tennisvereniging als het Schippersinternaat daar ter plaatse. En natuurlijk is het denkbaar dat daar wel wat veranderingen komen in de toekomst. Dat is over het algemeen altijd het geval. Maar het helemaal wegtekenen van deze voorzieningen zien wij niet als een gunstige ontwikkeling. En een tweede amendement wat we overwegen, gaat over voorzieningen in de diverse wijken. We constateren dat in Dordrecht, zeker als het gaat om zorgvoorzieningen, bijvoorbeeld de gezondheidszorgcentra voor de eerste lijn, in sommige wijken, zoals De Staart, verdwenen zijn. En dat we denken dat in deze Omgevingsvisie dat nog wel wat explicieter opgenomen kan worden. Dat het ook een doel is om als gemeente proactief zorgvoorzieningen te behouden in buurten, door daar in de woningbouw ook rekening mee te houden.
Dat is een amendement wat we nog technisch proberen te verbeteren, zodat het ook zijn uiteindelijke doel gaat hebben. Daarnaast hebben we nog wel een ander idee, maar dat is nog iets wat in de uitwerking is. En dat heb ik nog niet helemaal klaar voor vandaag.
22
De voorzitter: De heer Hartmeijer heeft nog wel een vraag aan u. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De heer Van Dam Timmers vertelde net over zo'n amendement over die voorziening inderdaad. Dat is ook wel een punt van zorg bij ons. In de commissie werd gesteld, we kijken ernaar op het moment dat er een bijvoorbeeld een nieuwbouwproject gerealiseerd gaat worden. Begrijp ik uit de uitleg van de heer Van Dam Timmers dat dat amendement iets anders gaat zeggen? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Kijk, het gaat natuurlijk niet alleen om nieuwbouw, want het gaat ook om als je op bepaalde plekken een verandering maakt. Het gaat er ook om van, wat is je visie? Dit gaat over de Omgevingsvisie. En mijn visie hierop is, of mijn ideale visie voor Dordrecht zou zijn dat elke inwoner een goede toegang tot basisvoorzieningen zou hebben. En dat we dat proberen na te streven voor elke wijk in Dordrecht. En nu zijn er toch wel locaties waar dat wat te wensen overlaat. En ik denk dat de gemeente een bijdrage kan leveren, niet door het zelf te doen, maar wel een bijdrage kan leveren door dit als gedachte steeds mee te nemen. En ik zie dat dat al gebeurt, steeds meer gebeurt, denk ik, maar we hopen dat daar nog net een schepje bovenop kan. De voorzitter: Dank u wel.
Was u klaar met uw betoog? Dan kijk ik rond welke fractie … De Partij voor de Dieren, mevrouw Van Herwijnen, geef ik graag het woord. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. De Omgevingsvisie heeft veel ambitie op alle zeven doelen, maar daar ligt juist onze zorg. De zorg voor botsingen bij de opgave waar we voor staan, waaronder het oplossen van de klimaatcrisis. Doel vijf gaat specifiek over een klimaatbestendige stad. Maar de urgentie spat er nog niet echt vanaf. Het college blijft inzetten op groei van inwoners, economie en bedrijven. Het lijkt er helaas op dat het oude economische denken ook in deze visie centraal staat. Maar met het oude denken lossen we niet de klimaatcrisis, de stikstofcrisis of de biodiversiteitscrisis op. Willen we deze oplossen en daarnaast ook zorgen voor goede luchtkwaliteit, waterkwaliteit en duurzame energiesystemen, dan moeten we fundamentele veranderingen in gang zetten. En dat zien wij helaas niet terug in de Omgevingsvisie. De Partij voor de Dieren blijft dan ook scherp bij de uitwerking van de gestelde doelen. Maar we zijn nu ook al scherp. En we hebben tot nu toe een viertal amendementen om de visie op onderdelen wat aan te scherpen. En ten eerste de luchtkwaliteit. In tegenstelling tot het college wil de Partij voor de Dieren wel gezonde longen voor alle Dordtenaren.
Het college gebruikt oude WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit als norm, want dan hoef je niet veel te doen om dat te gaan halen. Maar wij zullen dan ook een amendement indienen om de WHO-advieswaarden uit 2021 te gaan hanteren. En bij een groene stad moeten we niet alleen investeren in nieuw groen, maar ook zorgen dat we voor het bestaand stedelijk groen, zoals bepaald in de Europese Natuurverordening, dat we die behouden of vergroenen. Er ligt een verplichting vanuit Europa om bestaand stedelijk groen in stand te houden. En naast een amendement hierover komen we ook met schriftelijke vragen over de gevolgen van de Europese Natuurverordening voor het Dordtse groen. Verder is de Partij voor de Dieren wel blij met de vermelding van de basiskwaliteit natuur. En we willen deze niet alleen in de Omgevingsvisie vermeld
23
hebben, maar we willen hem ook iets SMART gaan maken. We willen ook stellen dat in 2040 deze minimale basiskwaliteit wordt gehaald. Ook hiervoor komt een amendement. Verder hebben we nog een amendement in voorbereiding over de hondenlosloopgebieden. In bijna de gehele stad zijn goede losloopvoorzieningen voor honden aanwezig, behalve in de binnenstad. En de Partij voor de Dieren wil dat bewoners van de binnenstad, maar ook de toeristen, zoals de havenpassanten, een goede voorziening krijgen om hun hond veilig uit te laten en los te kunnen laten lopen. Wij zien hiervoor onder andere mogelijkheden aan de Tolbrugkamp. Het is mogelijk dat wij richting de raad nog met een aantal andere amendementen komen, maar hierbij wil ik het eventjes laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Dam Timmers heeft een vraag aan u.
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Het is ook niet een hele politieke vraag. Ik hoorde over de WHO-advieswaarden en grenswaarden. Ik lees in het stuk juist dat er ingegaan wordt ook over de nieuwe grenswaarden. En daar staat juist behoeft gelet op de nieuwe grenswaarden dat er geen wijziging nodig is. U leest dat anders dan ik. Kunt u dat uitleggen? De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Als u een zin verder leest, staat er 2005. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, het is op zich natuurlijk bijzonder dat er in een document uit 2025 waarden uit 2005 als uitgangspunt worden gebruikt. Dat vraagt in ieder geval technische uitleg, denk ik, nog waarom die keuze is gemaakt? Ik heb dat niet eerder ergens terug gezien. De voorzitter: Dank u wel. En die technische uitleg zal dan denk ik achteraf via de GOapp beschikbaar worden gesteld, vermoed ik, aangezien wij hier natuurlijk alleen politiek bedrijven. Dank u wel. Welke fractie kan ik nu het woord geven? De heer Van Pelt, Forum voor Democratie. De heer Van Pelt: Dank u wel, voorzitter. Mijn bijdrage begint net als die van mijn buurvrouw, maar daarna begint hij daar wat van af te wijken. Het raadsvoorstel Dordtse Omgevingsvisie bevat een reeks ambitieuze doelstellingen, die met elkaar gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit van leven op ons eiland.
Hoewel die doelstellingen afzonderlijk mooi zijn, je kunt er eigenlijk moeilijk bezwaar tegen hebben, zien we dat sommige ervan met elkaar conflicteren. Uit het raadsvoorstel doemt een utopisch beeld op, waarbij het lijkt of uiteenlopende politieke programma's in volledige harmonie voor 100 procent in 1 beleid gerealiseerd kunnen worden. Dat lijkt ons te mooi om waar te zijn. De belangrijkste tegenstellingen zijn wat ons betreft de volgende. Het bouwen van meer woningen in de bestaande ruimte, in de volksmond verdichting genoemd, betekent minder ruimte per burger. Een soort ophok gebeuren voor mensen, zeker als het allemaal in de lucht moet gaan. Ervan uitgaande dat mensen een zekere levensruimte nodig hebben, betekent dit in onze visie een achteruitgang in woon- en levenskwaliteit. Zeker nu we om ons heen zien dat mensen het steeds lastiger lijken te vinden om naast
24
en bij elkaar te leven. Dat is een fenomeen waar bijvoorbeeld tv-programma's als De Rijdende Rechter hun succes aan te danken hebben. Een tweede tegenstelling die we zien, is dat het bevorderen van de biodiversiteit op gespannen voet staat met het bouwen van meer woningen, parkeerplaatsen en dergelijke. Hoe meer beton, hoe minder groen. Hoe meer ruimte er nodig is voor de mensen, hoe minder er overblijft voor dieren en planten. Dat is ook zo’n politieke kwestie. Maar daar moeten we volgens mij een keuze in maken. En je kunt niet alles tegelijkertijd willen. Overigens zou ik, als ik zelf plant of dier was, eigenlijk helemaal niet meer in een stad willen wonen met al dat oprukkende beton en glas, enzovoorts. De voorzitter: Gelukkig bent u een mens. De heer Wringer wil een vraag aan u stellen. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Hieruit begrijp ik dat Forum tegen verdichting is. Wil Forum dan in de polders en in de Biesbosch gaan bouwen, of hebben we andere ideeën? De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Aan het begin van de avond heb ik daar al iets over gezegd, of gevraagd. Wij denken niet dat het feit dat er een woningnood is, dat er een vraag is naar meer woningen in Dordrecht, dat dat altijd en per definitie betekent dat er ook meer gebouwd moet worden.
Een stad, zeker een stad als Dordrecht, we hebben een soort natuurlijke begrenzing, we zijn een eiland, dat bereikt op een gegeven moment een soort maximale bevolkingsomvang. Het is een beetje te vergelijken met een huis waar een gezin woont. Er komen een paar kinderen. Op een gegeven moment zijn alle slaapkamers bezet. Dan is het gezin voltooid. Toch een hele natuurlijke vergelijking vind ik dat zelf, die ook wel opgaat voor de Dordtse gemeenschap. Ik begrijp eigenlijk niet goed die groeiambities. Ik vind het iets irrationeels hebben. Het is best goed om te kijken van, waar heb je nog ruimte? Maar er zit een soort drang op, lijkt het wel, om groter te worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Pauwels: Dank u. De voorzitter: De heer Pauwels dan als eerst. De heer Pauwels: Ik ben de jongere versie. No offence. Volgens mij gaat het niet alleen om, dat is ook een vraag aan de heer Van Pelt, groeien. Op dit moment zijn er heel veel mensen in Dordrecht die een woning zoeken. Mensen die tegen hun zin in op een zoldertje zitten en niet met hun leven kunnen beginnen. En de vraag die ik heb, dat is een beetje vol is vol hoor ik in feite, op basis van welke maatstaven constateert Forum voor Democratie dat Dordrecht vol is? De voorzitter: De heer Van Pelt.
25
De heer Van Pelt: Een maatstaf zou bijvoorbeeld zijn het woord wat ik regelmatig over tafel hoor gaan vanavond, het is krap. Als we structureel met elkaar kennelijk moeten constateren dat het krap wordt, je kunt dit natuurlijk niet met een soort wiskundige zekerheid allemaal definiëren en afpalen, maar dat lijkt me toch wel een indicatie dat we in de richting komen van een situatie waarin we zeggen, het gezin is voltooid. De voorzitter: Dank u wel. Is dat voldoende antwoord? Waren er meer mensen? De heer Van der Meer.
De heer Van der Meer: We hebben te maken met krapte. En dat betekent dat er afwegingen gemaakt moeten worden. En je kunt discussiëren over de vraag of we qua inwoneraantal moeten groeien en hoeveel dan? Daar zou je een andere keuze in kunnen maken. Maar vindt de heer Van Pelt ook dat we inderdaad moeten zeggen op een gegeven moment, mensen die al in Dordt leven, maar geen eigen woning hebben en daar wel behoefte aan hebben, dat in die behoefte niet altijd hoeft te worden voorzien? De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Ik denk dat dat niet altijd kan. Ik denk nogmaals dat je tegen een soort natuurlijke grens aanloopt, tenzij we wolkenkrabbers willen gaan bouwen van 60 hoog. Als dat echt een soort absolute eis is die we aan onszelf willen stellen … En ik snap natuurlijk wel dat je zeker voor mensen die in Dordrecht wonen, die hebben wat meer recht van spreken, zal ik maar zeggen. En ik wil me daar ook niet makkelijk van afmaken. Maar ik heb een beetje moeite met het idee dat we een soort eindeloos uitdijende ruimte innemen, wat natuurlijk niet zo is. Ergens stopt het, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. De heer Van Pelt: Nog iets over luchtkwaliteit.
Het bevorderen van gezondheid, en met name dan het eindeloos willen blijven verbeteren van de luchtkwaliteit, verhoudt zich wat ons betreft problematisch met de economische groeiambitie, omdat onze huidige manier van leven onvermijdelijk een mate van vervuiling met zich meebrengt. Voor schone lucht moet je echt heel ver terug in de tijd, een jaar of 200. En dat was de tijd dat we gemiddeld 45 jaar oud werden. Tot slot, voorzitter. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Naast het feit dat, ank, voorzitter, de heer Van Pelt wel creatief met de geschiedenis omgaat, vraag ik me toch wel af, waar komt dit diepe doorleefde verzet tegen het streven naar wat schonere lucht vandaan? De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Kijk, ik ben een voorstander van schone lucht. En ik denk, dat lees ik ook in het document overigens, dat we behoorlijk succesvol zijn geweest in het schoner
26
maken van de lucht. Zeker ten opzichte van de jaren 70, 80 hebben we daar echt hele grote stappen in gezet. Ik denk dat ook daar een soort punt bereikt wordt, waarop je moet zeggen, we kunnen nog verder gaan, we kunnen naar een soort absolute schone lucht streven. Maar ik denk, dan moet je wezenlijk anders gaan leven, omdat onze manier van leven, waar we heel veel aan ontlenen, ook in termen van gezondheid overigens, natuurlijk ook wel gepaard gaat met een zekere mate van belasting van de natuur, het milieu, enzovoorts. En om nog even iets dieper op uw vraag in te gaan. Mijn probleem is eigenlijk dat we … Want ik verwees net naar 200 jaar geleden ongeveer. Dat was voor de industriële revolutie, voordat we fossiele brandstoffen ontdekten, die ons in staat hebben gesteld om het leven te leiden wat we nu leiden. En ik vind het linke soep om nu collectief kennelijk een soort de ambitie te hebben om die fossiele brandstoffen in de ban te doen. Ik ben voor verstandig beleid, voor filters en dergelijke. Maar mijn punt is dat op het moment dat je die fossiele brandstoffen echt in de ban gaat doen, die moet je dan vervangen door alternatieve energievormen, waar nog heel veel haken en ogen aan zitten, heel veel dingen onbekend zijn. Dat ik denk, je moet je oude schoenen niet weggooien voordat je nieuwe hebt. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, heel kort.
De voorzitter: Korte vervolgvraag. De heer Van Dam Timmers: Mijn indruk is dat de heer Van Pelt en mijn persoon het helemaal niet zo oneens zijn. Hij trekt alleen een hele andere conclusie. De voorzitter: Waarvan akte. De heer Van Pelt: Ik weet niet wat ik daarvan moet denken. De voorzitter: Bent u al klaar? De heer Van Pelt: Ik was aan de apotheose toe. De voorzitter: Wij wachten in spanning af, de heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Het belangrijkste punt voor ons is echt, dat wel een beetje een breekpunt voor ons, die andere dingen kun je misschien een beetje op toegeven, maar de klimaatambitie. Het hele document is doordesemd van het idee van het klimaatbeleid, van de energietransitie. Het duikt om de andere regels op. En wij denken dat de energietransitie, zoals we die aan het realiseren zijn, gaat leiden tot netcongestie. Dat is een probleem wat vaak over tafel is gegaan ook hier. Dat is een probleem waar we nog niet echt een oplossing voor hebben gevonden. Wat onder andere ook betekent denk ik dat al die 11.000 nieuw te bouwen woningen en al die gewenste nieuwe vestigingen van bedrijven geen aansluiting kunnen krijgen. Dan wordt het lastig om op dat punt nog die ambities te realiseren. En dat lijkt ons geen vooruitgang in de levenskwaliteit, ook omdat energie veel duurder zal worden en de leveringszekerheid veel lager wordt.
En helemaal tot slot, voorzitter, de ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn, geen fossiele energie meer te gebruiken, is onhaalbaar. En dat heeft met het volgende te maken. We kunnen wel alle apparaten die wij gebruiken, de energie die we
27
daarvoor gebruiken, inderdaad met alternatieve energievormen doen. Al die apparaten die wij gebruiken, worden natuurlijk geproduceerd, industrieel vervaardigd met behulp van fossiele brandstoffen, over het algemeen in het andere deel van de wereld. CO2 verspreidt zich natuurlijk gelijkmatig over de atmosfeer. Het hele idee dat we dan in 2040 kunnen zeggen, we hebben het gerealiseerd, nu zijn wij de aarde aan het redden, dat is gewoon illusoir. De voorzitter: Tot zover, de heer Van Pelt? Dank u wel. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: Dan is er nog een vraag van de heer Van der Meer. De heer Van der Meer: De heer Van Pelt hecht heel erg aan het in stand houden van onze manier van leven, zoals hij het noemt. Realiseert hij zich dat als niet alleen wij, maar ook anderen in de hele wereld zich niet inzetten voor het beperken van de CO2uitstoot, dat één ding zeker is, namelijk dat we onze manier van leven niet kunnen voortzetten op langere termijn? De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Voorzitter, dat realiseer ik mij niet, omdat ik denk dat het niet waar is. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Welke fractie mag ik nu het woord geven? De heer Hartmeijer van de SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Tweehonderd jaar geleden hadden we heel veel stoom- en waterwielen, en op een gegeven moment zijn we ook naar een andere energiebron gegaan.
Dat is ook wel van alle tijden natuurlijk. Voorzitter, twee politieke vragen heb ik eventjes niet meegenomen, omdat ik ze beide niet helemaal kon duiden. Ik wilde eerst eventjes de toelichting van de collega's horen wat ze precies bedoelden. Wij wilden ook kort nog eventjes over de voorzieningen in de wijken praten. Met name De Staart, zoals de heer Van Dam Timmers zei, mist wat basisvoorzieningen. In een eerdere commissie werd het ontbreken van een huisarts genoemd als voorbeeld. Maar in Staart-Oost is bijvoorbeeld ook geen pinautomaat of apotheek, terwijl er in die buurt toch best wel veel ouderen wonen. De Omgevingsvisie geeft slechts aan, benoemt het. Maar wij zijn toch wel benieuwd, als we vinden dat we hier iets aan moeten doen, hoe dit dan vervolgens via bepaalde sociale programmering opgepakt gaat worden, vraag ik aan het college. En toch hopelijk niet pas op het moment dat er grote nieuwbouwprojecten komen, zoals in de commissie werd gesteld. En ik begreep zojuist dat het CDA met een voorstel komt. Daar zijn we dan erg benieuwd naar. Dat is waar mijn fractie nog even de aandacht voor wilde vragen. De amendementen van GroenLinks, PvdA heb ik nog niet allemaal gezien, maar daar gaan we natuurlijk naar kijken. Maar om een specifiek gebied voor woningbouw in de Omgevingsvisie te amenderen, dat zie ik niet zo direct.
Volgens mij moeten we dan eerst gewoon een grondig debat voeren over toekomstige bouw in de polder, in algemene zin. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Noldus van de Dordtse VVD.
28
De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Voor ons ligt de Omgevingsvisie 2.0. En die beschrijft in grote lijnen waar we willen staan met elkaar in de fysieke leefomgeving, zo richting 2040. En we zien dat er veel bestaand beleid uit de Omgevingsvisie 1.0, en ook beleid wat hierna nog is vastgesteld door de raad, is verwerkt. Voor ons was het ook vooral een actualisatie van die visie. En dan ook niet per se nodig. En met die bril hebben we hem ook wel gelezen. Wat levert het ons precies op ten opzichte van de vorige versie? En toch wel een groot accent, groot verschil moet je misschien wel zeggen, en het is een paar keer genoemd al, is verdichting. En we zien dat verdichtingsprincipes, zoals ze opgeschreven zijn, zijn benoemd met oog voor functies in de wijken, ruimte voor leefbaarheid, ruimte voor groen. Wellicht allemaal vandaag in deze zaal met een iets andere beoogde weging, maar wel allemaal als onderdeel van die verdichting in de beschrijving. Wat we ook positief vinden, in het kader van die verdichting, is dat de uitbreiding in oostelijke richting van de Stadswerven als transformatiegebied is benoemd. Belangrijke ontwikkeling, belangrijke kansen die hier voor de stad liggen. Vraag die we hebben, welke opdracht kunnen we het college meegeven om hierin te versnellen? Dan, voorzitter, richting het Stadspark.
Op pagina 8 begint het in een soort van samenvatting over een Stadspark waar alleen maar wordt gesproken over biodiversiteit, gezondheid en klimaatbestendigheid. De heer Van der Meer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Nog even een vraag aan de heer Noldus over verdichting. Hoe zeker is hij ervan, en waarom, dat rekeninghoudend met andere kwaliteitseisen die we aan de stad stellen de woningbouwambitie met verdichting volledig gerealiseerd kan worden? De voorzitter: De heer Noldus. De voorzitter: Voorzitter, ik kom zo meteen over verdichting en woningbouw en de ruimte ook richting de politieke vragen nog later in mijn woordvoering even terug. Maar we zien in ieder geval dat we als gemeente en als raad, als politiek ook echt inzetten op het realiseren van die woningaantallen binnen die contouren. En dat dat niet alleen ten koste gaat van voorzieningen, maar in heel veel gevallen juist ook voorzieningen oplevert, voorzieningen in bereikbaarheid, voorzieningen in groen, voorzieningen in lucht- en in bodemkwaliteit. Wij zien daar niet per definitie een tegenstelling in. Maar ik kom daar zo meteen nog iets verder op terug. Dan richting het Stadspark nog even, voorzitter. Ik zei al, op pagina 8 in die samenvatting gaat het vooral over biodiversiteit, gezondheid en klimaatbestendigheid.
En we verwachten dit soort uitgangspunten natuurlijk bij de Biesbosch. Maar bij een Stadspark hadden we ook wel functies hier verwacht te lezen over sport, recreatie, ondernemers, elkaar ontmoeten, infrastructurele barrières van oost en west. Gelukkig lezen we dat wel terug in het uitgebreidere hoofdstuk over het Stadspark. Daar zien we echt wel meer balans in. En dat zijn in ieder geval wel voor ons, voor de Dordtse VVD, de belangrijke uitgangspunten voor het Stadspark. Iets waar we wel van schrokken in dat hoofdstuk over het Stadspark, is ook gehighlight in een van die blokjes, is namelijk het schrappen van lichte bedrijvigheid. Dat
29
is aangepast naar maatschappelijke voorzieningen. En onze vraag is, wat is de noodzaak om dit op deze manier aan te passen? Want wat ons betreft, een aanslag op het eerdere amendement, wat is ingediend, wat met 33 stemmen voor is aangenomen in de vorige periode, wordt er bij deze beleidsneutrale, tussen aanhalingstekens, update ogenschijnlijk tussenuit gehaald. Daar graag reactie op wat hier aan ten grondslag ligt en waarom dit nodig is? Dan, voorzitter, richting recreatie. We zien op pagina 113 en 115 de grotere potentie van recreatie op Europarcs en ook het gebied tussen Schenkeldijk en De Elzen beschreven. De vraag die we daarbij hebben, waar leidt dit toe? En vooral ook richting het Schenkeldijk De Elzen gebied, prachtig gebied, welke extra kansen geeft dit ons? En welke kaders kunnen we als raad nog meegeven om bijvoorbeeld de kwaliteitsimpuls aan dit gebied en de aantrekkelijkheid van dit gebied in het buitengebied mogelijk te maken? Dan, voorzitter, zijn we al in het buitengebied. En daar gaan we het ook nog even over hebben. Want wat ons betreft, het Dordtse buitengebied en de Biesbosch zijn het DNA van onze stad. Wat ons betreft blijf je daarvan af en maakt dit Dordrecht Dordrecht. Het hoort bij ons eiland en het maakt wie we zijn. En daarom zeggen we ook, eerst bouwen in de stad. En dat doen we. Bouwkranen in bijna alle wijken.
Plannen voor duizenden woningen in de pijplijn, met Maasterras, Spuiboulevard, Amstelwijck en Gezondheidspark. Een aantal grotere projecten, die ook naast woningen een hoop andere kwaliteiten toevoegen aan onze stad. Passen in de verschillende visies die we ondertussen hebben. Wat ons betreft is dit de lijn. Daarnaast kiezen we ook voor uitbreiding van bestaande wijken, het vullen van lege plekken in de wijken en het aanpakken van verrommelde randjes van de stad. En daar komen wat ons betreft ook de huizen die Dordtenaren nodig hebben. En zo behouden we het groene buitengebied groen en zorgen we voor woningen dichtbij. En voorzitter, een straatje erbij, dat kan natuurlijk ook, zodat Dubbeldammers in Dubbeldam kunnen blijven wonen. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers heeft een vraag aan u. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, ik heb daar toch een vraag over. VVD vindt altijd voorzieningen van belang en ook stedelijke voorzieningen erg belangrijk. En houdt een warm pleidooi voor woningbouw en de vele bouwkranen die in onze stad zijn. Die hebben we zeker gezien. Op sommige plekken, zoals op het Gezondheidspark, mag het soms nog wel wat sneller van start komen. Daar kunnen we elkaar ook wel in vinden.
Maar dan ben ik toch benieuwd wat u dan vindt als het gaat om voorzieningen, zoals sportvoorzieningen, zoals bij de Knoop Leerpark? Vindt u dat zulke voorzieningen geen plaats meer hebben in het centrum van onze stad? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Allereerst helemaal eens met alle constateringen van de heer Van Dam Timmers dat we dat belangrijk vinden en dat we ook vinden dat het Gezondheidspark wat ons betreft wel eerder mag. En de vraag is denk ik wel een terechte tegenvraag ten opzichte van de vraag die ik de heer Van Dam Timmers stelde. Want we vinden zeker dat sportvoorzieningen onderdeel zijn van die wijken. En niet alleen in het Stadspark of in het buitengebied, maar ook omtrent de woonwijken is dat nodig. De vraag die ik ook had en waar ik wat scherpte op zocht bij het CDA op de inbreng van het CDA ging vooral over, in hoeverre wil je dat nu al vastzetten? Want er is een besluit
30
genomen door de raad om het sportareaal te behouden. En de heer Van Dam Timmers gaf aan, in het plaatje wordt daaroverheen gekleurd. Ik denk, terechte constatering. De vraag is, hoe erg wil je iets anders ook al vastzetten? Want in mijn herinnering, maar ik moet dat nog even terugzoeken, hebben we bij die Sportvisie een besluit genomen dat we dat sportareaal behouden en dat we het te zijner tijd gaan wegen ten opzichte van de plannen die dan liggen. En die alternatieve plannen ken ik niet. Het plaatje heb ik gezien, maar dat is natuurlijk nog geen alternatief plan. Los van dat die voorzieningen daar heel belangrijk zijn, willen we daar wel een keuze in maken als die keuze voorligt. En die voelen we nog niet helemaal. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Kijk, daar zit dan toch een beetje een ingewikkeld punt, denk ik, in. Kijk, als je nu plaatjes voor de wat langere termijn vastlegt en een beetje gebiedsvisies maakt, daar spreek je wel een bepaalde verwachting uit welke kant je daarmee op wil. En als het op een bepaalde manier is ingetekend, dan spreek je daar een bepaalde verwachting mee uit. Ik denk wel degelijk dat dit ook het moment is om met elkaar na te denken, is dat dan in zijn geheel die verwachting die je op wil? Want je schept daar wel een wens mee, zoals we in het Stadspark dat wel doen en daar geen bedrijven intekenen.
De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dat ben ik het met het CDA op zich eens. Alleen er staat nu iets ingetekend met een kleurtje en een zwart kruisje, volgens mij. Wat dat precies betekent en hoe dat eruit moet gaan zien, dat ging in het eerdere debat ook al even, wat is dan de impact op het Station Leerpark, dat kun je weer anders wegen dan wanneer je daar twintig woningen zet. De lijn die wij ook hebben gekozen, is die polders die zijn voor ons de polders, dat buitengebied is dat buitengebied. En we kiezen daarmee heel specifiek ook voor binnenstedelijk verdichten. En dat doen door het toevoegen van functies en niet alleen door het wegduwen van functies naar buiten. Dat is de lijn hoe we ook wellicht de beantwoording vanuit het college op dit punt zullen bekijken. De voorzitter: Dan had mevrouw Koene nog een vraag aan de heer Noldus. Mevrouw Koene: Jazeker. Want ik ben eigenlijk een beetje verbaasd over wat ik de heer Noldus hoor zeggen. Want het hele VVD verhaal stort naar mijn idee in. Mijnheer Noldus mag daar even tekst en uitleg op geven.
Begrijp ik het goed dat de VVD zegt, we gaan niet bouwen in het buitengebied, ja of nee? Begrijp ik het goed dat dat ook betekent dat er niet gebouwd gaat worden bijvoorbeeld iets als Nieuw Dubbeldam, ja of nee? En wat is het aantal inwoners, maximaal, wat de heer Noldus met de VVD denkt te huisvesten dan in de stad? De voorzitter: Drie vragen aan de heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, drie mooie vragen, maar ik zal ze in de lijn beantwoorden. Ik denk niet dat we een andere lijn hebben, voorzitter. Ik ben verrast door de verrassing van mevrouw Koene. Maar Nieuw Dubbeldam, we hebben daar nog wel een vraag en een zorg bij, en die zal ik hier nu ook delen. En ook een vraag richting het college. Want dat
31
is natuurlijk een gebied waar al wat historie zit met elkaar. Politiek gezien, loopt ook een planschadeprocedure momenteel. Zijn we benieuwd naar wat ook de impact is van de discussie hier daar bijvoorbeeld op. We zien rondom Dubbeldam en in Dubbeldam verschillende initiatieven om daar ook echt woningen toe te voegen. We zien die 11.000 woningen die we voor Dordrecht hebben benoemd binnenstedelijk geprogrammeerd staan. En we zien dat, wat ik eerder zei, niet alleen ten koste gaan van dingen, maar ook heel veel dingen opleveren. Die noodzaak om deze discussie te voeren, zien we nog niet. En we denken eerlijk gezegd ook dat die afbreuk doet aan de focus die we met elkaar nodig hebben en die alle partijen om ons heen nodig hebben om al die plannen die we op papier hebben staan ook echt in de praktijk te krijgen. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik vroeg of de heer Noldus ja of nee kon zeggen. Ik doe nog een keer een poging. Geen woningen in het buitengebied, of woningen in het buitengebied, ja of nee? Woningen Nieuw Opdam, ja of nee? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Volgens mij heb ik die vragen allebei beantwoord. Buitengebied is een heel breed gebied. Volgens mij heb ik daarnet duidelijk van gezegd, kiezen we niet voor. Als je kijkt naar Nieuw Dubbeldam, even los van welke grens je daarvoor trekt, zien we daar die noodzaak nu niet voor.
De voorzitter: Samengevat voor mevrouw Koene, twee keer nee, hoor ik. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Daarop aansluitend, de heer Noltus zegt heel categorisch nee op die vragen, terwijl tegelijkertijd hij noemt allerlei opties van verdichten en dat dat ook extra kwaliteit oplevert. Daar ben ik absoluut van overtuigd. Maar dat zijn kwalitatieve mededelingen. Dat is niet afgewogen van, wat betekent dat dan in concreto voor verdichting en hoeveel ruimte houden we over voor groen, voor spelen, voor ontmoeten, voor accommodatie van al die extra auto's, die er volgens de heer Gündogdu komen? Hoe gaan we om met die ruimte? Dat is een politieke keuze die we nog moeten maken. En de vraag is, vindt de heer Noldus niet dat door nu zo categorisch nee te zeggen tegen dat stukje aan de rand, wat in feite een hap uit de bebouwde kom is, als je het over bijvoorbeeld Nieuw Dubbeldam hebt, dat dat uitsluit dat daar in de toekomst woningbouw wordt … Vindt hij niet dat dat de kop in het zand steken is? Want dat betekent, wij vertrouwen er gewoon wel op dat we dat allemaal binnen de rode contouren kunnen realiseren. Wij willen ook een leefbare stad houden, waarin voldoende groen, voldoende klimaatadaptatie, enzovoort, is. En een mooie overgang van het stedelijk gebied naar het buitengebied.
Want waar we het over hebben, is niet echt buiten … De voorzitter: Uw vraag is duidelijk toch? Voordat we een tweede termijn krijgen. De heer Van der Meer: Maar ik gebruik het even om nog een beetje betoog … De voorzitter: De heer Noldus, weet u de vraag nog?
32
De heer Noldus: Voorzitter, ik zal de vragen eruit destilleren. Voorzitter, ik denk dat de heer Van der Meer een aantal terechte punten aanstipt, maar ook een aantal onterechte conclusies uit mijn woorden trekt. Want inderdaad, we hebben met elkaar, niet alleen nu, maar we investeren al volgens mij ruim tien jaar met elkaar in allerlei plannen voor de hele stad naar voren krijgen voor woningbouw, die we zo keihard nodig vinden. Dat doen we al jarenlang binnen die bestaande stedelijk contouren. En dat leidt ook tot planvoorraad van duizenden woningen. Om nu een ander besluit daarop te nemen, voegt an sich niks toe. In de Omgevingsvisie is er naar ons idee ruimte om die discussie en de uitwerking van die randen verder te verbeteren. Want die overgang van wijken, van stad naar polder en daar kwaliteit toevoegen, daar zijn we het helemaal mee eens, dat is keihard nodig. Lezen we trouwens ook terug in de Omgevingsvisie. Die zorg zien wij niet zo. En als je het gaat hebben over nu de omslag maken naar meer woningen of misschien ander type woningen in het buitengebied, is dat niet de keuze die wij zouden maken, omdat je daar alle andere ontwikkelingen potentieel mee op slot zet, en daar niet per se meer of sneller door gaat.
En de impliciete vraag die de heer Van der Meer ook stelde over ruimtegebruik, want we kiezen dan voor ruimte binnen de stedelijke contouren voor wonen, GroenLinks kiest er tegelijkertijd voor om auto's de straat uit te halen en langs de randen van buurten en de wijken te zetten. Kost ook ruimte. We zien dat dat soort keuzes misschien eerder ertoe leiden dat je die polder gaat bebouwen. Wij zien die noodzaak nu nog niet zo met de huidige lijn die we hebben met elkaar. De voorzitter: Dank u wel, de heer Noldus. De heer Pauwels heeft ook een vraag aan u. De heer Pauwels: Om het heel simpel te stellen, in planvoorraad kan je niet wonen. We zijn heel erg benieuwd naar, als de heer Noldus de Verdichtingsvisie onderschrijft die in de Omgevingsvisie staat, ook zegt dat er niet gebouwd gaat worden in het buitengebied, volledig leunen op die verdichting, hoeveel woningen moeten er dan komen? Die vragen zijn ook al door een collega gesteld. Hoeveel mensen moeten er dan in de stad hier wonen? Jullie kunnen goed rekenen. En wanneer zijn die woningen er dan? De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, op zich kun je in plangebieden natuurlijk niet wonen, maar dat geldt evengoed als je een Omgevingsvisie vaststelt met een onderzoeksvariant voor het buitengebied. Dan staan er ook niet morgen woningen. Die versnelling, nogmaals, ik zie hem niet.
Ik snap wel, en dat heb ik eerder de Partij van de Arbeid ook meegegeven, dat zij nu een andere keuze maken, gezien dat ze ook een aantal grote plannen binnenstedelijk tegen hebben gestemd. Als je daar zelf een verhaal op wil hebben, kan ik me voorstellen dat je daar wel die keuze maakt. En dat is op zich een hele valide keuze. Wij kiezen er anders voor. Er liggen heel veel plannen voor binnenstedelijk. En wat ons betreft is dat de koers om op door te varen. En als er ruimte nodig is, als dat tegenvalt qua aantal of qua tempo, zien wij niet, en dat is ook in die eerdere technische sessies gekomen, dat je jezelf dermate vastzet met een Omgevingsvisie dat je hier nooit meer wat kan. Als die noodzaak er is om die polder te willen gaan bebouwen en er is tegen deze tijd een discussie, kun je dat gesprek altijd nog voeren. Daar is de huidige Omgevingsvisie geen belemmering voor. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pauwels heeft een vervolgvraag.
33
De heer Pauwels: We hebben tegen een aantal asociale plannen gestemd in het verleden. Dat wil niet zeggen dat we tegen verdichting zijn. Dit is geen antwoord op de vraag. Er worden getallen genoemd door de VVD. Wanneer zijn die woningen gebouwd? Hoeveel woningen willen jullie bouwen? Als je die dingen niet helder hebt, dan vind ik het onverantwoord om te zeggen, we gokken eigenlijk een beetje op verdichting. We zien wel een beetje hoeveel woningen eruit rollen. En omdat we gokken op verdichting, hoeven we ook geen andere opties te verkennen. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, de heer Pauwels maakt er natuurlijk een beetje karikatuur van de discussie waar we in zitten. En dat mag. Maar je ziet wel, we hebben gekozen met elkaar voor een route. Er zitten veel plannen in de planvoorraad. Ik denk dat er binnenkort weer een Bouwmonitor komt. Ik denk dat we het dan daar ongetwijfeld over gaan hebben. Ik had het net over het Maasterras, waar we in ieder geval 2.000 woningen willen gaan toevoegen. Daar heeft inderdaad Partij van de Arbeid tegengestemd. Wij denken wel dat dat daar iets gaat toevoegen. Dat is niet morgen klaar, maar dat is het gebied waar de heer Pauwels het over heeft ook niet. We denken wel dat daar overigens een ander product gerealiseerd kan worden. Dat is op zich een argument waar je het nog over kan hebben met elkaar.
We zien ook in die randen van Dubbeldam, ik noemde dat, in het hart van Dubbeldam zou ik willen zeggen, om het maar over deze week te houden, Oranjekwartier 180 woningen, doe ik even uit mijn hoofd, toegevoegd. Rondom De Nieuwe Hoven, een mooi aantal woningen wat daar geprogrammeerd is wat daar toegevoegd gaat worden. Oudland, op het gebied van de corridor, waar een redelijk aantal woningen toegevoegd gaat worden in alle segmenten. We zien seniorenwoningen op steenworp afstand van het Damplein, waar heel veel behoefte aan is. En dat is, voorzitter, waar wij wel denken dat we op door kunnen met elkaar. We zien enorm veel vraag naar dat soort trajecten. We zien dat we die lijn hebben ingezet in allerlei beleidsterreinen. En wij denken dat we daar veel meer kunnen halen. En niet als we meters maken om naar rechts te gaan, maar zo hard mogelijk daarna weer naar links te gaan rennen, want dan kom je uiteindelijk nergens. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Was u klaar met uw betoog ook? Dan gaan we naar de volgende fractie. En dat is de fractie van Beter voor Dordt, de heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik focus me even op de Omgevingsvisie 2.0. Voor ons ligt een groot visiedocument. Trouwens, we zijn blij met de VVD, 2 keer nee. Over de richting die Dordrecht op wil de komende jaren. Eiland met kwaliteit, een mooie titel waar Beter voor Dordt zich in kan vinden.
En complimenten aan iedereen die hier een bijdrage aan heeft geleverd, want het is nogal een document. Een visie voor lange termijn blijft echter lastig, volgens ons. De ontwikkelingen in Dordrecht, in Nederland en de wereld staan niet stil. Beter voor Dordt verwacht dat dit document regelmatig zal moeten worden aangepast aan deze ontwikkelingen. Bijvoorbeeld politieke ontwikkelingen, pandemieën, kunstmatige intelligentie, staat niks over in, extreme natuur, immigratie, enzovoort. Deze ontwikkelingen betekent dat Dordrecht snel moet kunnen schakelen om voorbereid te zijn op de toekomst en financieel gezond moet zijn. In dit document staan onderwerpen waar elke politieke partij wel punten uit kan halen, waar ze het mee eens zijn, of punten waar ze een andere mening over hebben. Dat geldt
34
ook voor Beter voor Dordt. En op een aantal punten zijn we het fundamenteel niet eens met deze visie. 7 doelstellingen met een grote focus op klimaat. Maar liefst 3 van de 7 doelstellingen gaan hierover. Klimaatbestendig, klimaatneutraal en biodivers. Wat Beter voor Dordt betreft hadden deze doelstellingen gecombineerd kunnen worden tot één doelstelling. Ook Beter voor Dordt wil een klimaatbestendig, klimaatneutraal en een biodiverse stad. Maar het komt de leesbaarheid niet ten goede om dit in drie onderwerpen op te knippen. De stad opgedeeld in 7 logische deelgebieden, elk met een eigen focus en ontwikkelpad voor de komende jaren. Wat wij fijn vinden, is dat aan het eind van elk hoofdstuk in overzicht staat welke documenten en programma's betrekking hebben op de uitvoering van de visie. Er staat heel vaak het jaartal 2040 in. Wel bijna honderd keer. Beter voor Dordt heeft al eerder aangegeven dat wij vinden dat Dordrecht geen koploper hoeft te zijn om zo snel mogelijk klimaatneutraal en energieneutraal te worden. Wel zo snel mogelijk onze inwoners helpen met isoleren en verduurzamen van hun woningen en om hun energierekening naar beneden te halen. Maar dat Dordrecht in 2040 klimaatneutraal is, vinden wij onrealistisch. En eigenlijk vindt het college dit ook, al geven ze dat niet toe.
Dat bleek ook uit onze motie Realistisch klimaatneutraal, die wij tijdens de Perspectiefnota hebben ingediend, waarbij wij de klimaatdoelstelling stellen op het jaar 2050, net zoals de rest van Nederland. Dordrecht moet bereikbaar blijven. En Beter voor Dordt heeft het STOMP-principe omarmd. Maar dat betekent niet dat de auto het pispaaltje van de stad hoeft te zijn. We zijn voor een bereikbare stad, met voldoende parkeerplaatsen voor bewoners en ondernemers, waarbij bezoekers aan de randen kunnen parkeren. Wij vinden dat het weghalen van parkeerplaatsen veel te snel gaat, zonder dat er goede alternatieven zijn voor bewoners. De binnenstad moet geen openluchtmuseum worden. De binnenstad is ook het kloppend hart van de stad en voor bewoners en ondernemers en bezoekers. Er wordt heel vaak het woord verdichten of verdichting genoemd in het visiedocument. En dat vinden wij fijn, want dan hoeven we niet te bouwen in de polders en de Biesbosch. Uit de verdichtingsstudies, waar net al vaak naar gerefereerd is, blijkt dat het realiseren van nog eens 11.000 woningen binnen de bestaande stad kansrijk is en dat er nog veel kansen liggen om kwaliteit toe te voegen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Dam Timmers.
De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik hoor de heer Wringer het hebben over de positieve kanten van verdichten. Die zijn er natuurlijk ook zeker. Maar er zitten ook keerzijdes aan die verdichting. En dat gaat bijvoorbeeld over de spreiding van sportvoorzieningen over onze stad. En u voelt het misschien wel aankomen, ik ben dan toch wel heel benieuwd, hoe staat Beter voor Dordt eigenlijk in het vraagstuk van ook sportvoorzieningen die nu centraal in Dordrecht liggen, die op plaatjes in deze visie zouden komen te verdwijnen? De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Wij zien verdichting als een positief punt. Bij verdichting gaan er meer mensen met de bus. Er gaan meer bezoekers naar theater, meer naar restaurants en cafés. En er worden ook meer mensen lid van een
35
sportvereniging. Inderdaad, die voorzieningen moeten wel blijven. En dat vinden wij goed bij de verdichting. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik snap die gedachte op zich, maar dat is niet helemaal het antwoord op mijn vraag. Als je nu kijkt naar Dordrecht, zijn voorzieningen over onze stad vrij ongelijk verdeeld. En is er een zeker deel van onze stad die er heel bekaaid vanaf komt. Dat is meestal het westelijk deel van onze stad. Op tal van terreinen is dat zo. Sociaaleconomisch, maar ook op het gebied van onder andere sportvoorzieningen. Nu liggen er nog een paar sportvoorzieningen wel aan deze kant van onze stad. Nu is er hier een plan, of in ieder geval een visie om dat niet meer richting de toekomst zo te hebben. Hoe kijkt Beter voor Dordt daarnaar? De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Sportvoorzieningen moeten natuurlijk in heel de stad en voor iedereen toegankelijk zijn. En zeker in Dordt West, waar inderdaad te weinig sportvoorzieningen zijn. Dat moet gewoon opgelost worden. In Dordt West hebben we natuurlijk dat speciale programma met het Rijk, om Dordt West omhoog te tillen. En daar horen ook weer goede sportvoorzieningen bij. We denken dan ook bijvoorbeeld aan een Cruyff Court of een 3x3 basketbal court. En dat moet evenredig over de stad verdeeld worden.
De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog, mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank u wel. Ik ga even verder. Ik ben bijna klaar. Waar we wel grote zorgen over maken, dat ook vaak wordt verwezen naar een woning of woningen in het deelgebied buitengebied. Beter voor Dordt is standvastig en staat woningbouw niet toe in de polders of Biesbosch. Wij zetten in op verdichting binnen de stadsgrenzen, zoals eerder genoemd. De polders en Biesbosch zijn onze groene longen en belangrijk voor recreatie, ontspanning voor onze inwoners en bezoekers. En hier wil ik het even laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Gündogdu van Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, er zijn niet al te veel commissievergaderingen waar ik echt van kan genieten. Dit is dan zo'n commissievergadering waarvan ik denk, mooi. En dat heeft een reden, voorzitter. Deze avond, denk ik, gaat ze de geschiedenisboeken in als de avond waarbij in ieder geval een tweetal partijen, de VVD en GroenLinks, laten zien hoe je, wat mij betreft, politiek niet zou moeten voeren. En ik ga dat toelichten. Ik heb aan mijn linkerkant de liberaal, de VVD, mijnheer Noldus, die biodiversiteit en groen koestert en zegt, niet bouwen in de polder.
En daartegenover mijn collega Van der Meer, onder andere, van GroenLinks die zegt, volbouwen die polder, we hebben die woningen hard nodig. Prachtig. De heer Van der Meer: Voorzitter. De heer Gündogdu: Ik kan ervan genieten.
36
De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik wil het plezier van de heer Gündogdu een beetje temperen, want ik heb niet gepleit voor bouwen in de polder, ik heb gepleit voor het openhouden om politiek maatschappelijke afwegingen te kunnen maken van een optie om in beperkte gebieden langs de rand van de stad te gaan bouwen, mogelijkerwijs. Geen beslissing daartoe, geen pleidooi daarvoor. Als het kan met verdichting, allemaal prima, maar we moeten niet de kop in het zand steken voor het geval dat niet lukt. De voorzitter: Dat is maar even mooi rechtgezet. De heer Gündogdu, gaat u verder. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus, sorry. De heer Noldus: Ik wilde eigenlijk ook wat verwachtingen temperen. De voorzitter: Trouwens wel even nog voor de goede orde, want er zijn ook wat vragen gesteld aan de wethouder. We zijn ook enorm nieuwsgierig naar zijn antwoorden. Ik probeer wel richting 21.00 uur naar de termijn van de wethouder te gaan. De heer Noldus: Ik wilde ook wat enthousiasme en verwachtingen temperen bij de heer Gündogdu. Want ik dacht eigenlijk dat hij ging zeggen, over dat hij het met ons eens was, dat we inderdaad hebben gevraagd dat er wat minder aandacht gaat voor het Stadspark, voor ecologie en duurzaamheid en dat soort zaken. En wat meer voor sporten, ontmoeten, recreatie.
Ik dacht eigenlijk dat de heer Gündogdu dat punt wilde maken, maar misschien wil u dat zo meteen nog even accentueren. De voorzitter: De heer Gündogdu, gaat u door. De heer Gündogdu: Voorzitter, ik wilde dit even gezegd hebben. Voorzitter, om te beginnen compliment aan het college en aan de ambtelijke ondersteuning dat wij ook de gelegenheid hebben gekregen als commissie om onze input te geven voor deze Omgevingsvisie. En ik kan me heel goed voorstellen dat dit echt een enorme puzzel is. Heel veel ambities, heel veel schijven waar je aan kunt zitten. En hoe je het wendt of keert, welke schrijf je ook aan zit, zal impact hebben op het andere. En ik denk, met zo'n Omgevingsvisie kan je geen enkele politieke partij volledig achter dit punt of dit voorstel krijgen, tevreden houden, want iedereen heeft zo zijn eigen visie over de stad. Ik ga weer even terug naar de basis, want dat is meermaals ook gezegd, waarom verdichten? Voorzitter, en wat dat betreft, ik zat ook in de vorige periode in de raad. Maar er is duidelijk een visie uitgestippeld dat wij willen groeien naar 140.000 inwoners, of je het er mee eens bent of niet. Op basis daarvan heeft dit college en het vorige college de opdracht gekregen, best college, ga aan de slag met deze kwaliteitsimpulsen of knopjes waar u aan kunt draaien.
En zorg ervoor dat je, wat was het, in 2035 140.000 mensen kunt huisvesten, 11.000 woningen, waarbij het merendeel voor onze eigen inwoners. Dat is de opgave die we dit college hebben meegegeven. Dat we daar dan vervolgens nu vragen bij stellen, dat verbaast mij. Voorzitter, in ieder geval, wat ons betreft hebben wij ook een aantal punten waar we op dit moment aan het nadenken zijn voor een amendement, waaronder, wat zojuist ook mijn collega de heer Wringer heeft
37
gerefereerd, kan het niet zo zijn dat al die onderdelen, knopjes, waaronder biodiversiteit, duurzaamheid, et cetera, niet onder een kopje kunnen, waardoor we echt scherp in beeld hebben, 2040 staan we als het gaat om biodiversiteit, duurzaamheid, et cetera daar. Dat is onze scope. Want nu heb ik het idee, of hebben wij het idee, doordat we dit zodanig interpreteren dat het allemaal losstaande eindjes zijn. Daarover zijn we nog aan het broeden voor een amendement. Voorzitter, een ander amendement, en daar heb ik veelvuldig al contact gehad met de portefeuillehouder, en in ieder geval de ambtelijke ondersteuning. Er doet zich nu een kans voor. Er is in de Omgevingsvisie, op pagina 123 meen ik, iets gezegd, geschreven over transformatie van het stukje Merwedestraat, grenzend aan de Papendrechtsestraat, en tot aan de Carglass, het voormalige Lipsterrein, waar momenteel ook het bedrijf Struyk Verwo onder andere zit. In de Omgevingsvisie is gezegd, dat is een transformatiegebied, waar eventueel woningen en bedrijvigheid … En dat willen wij explicieter gaan maken. Daar komt een amendement voor. En waarom is daar nu de gelegenheid of de kans voor? Voorzitter, in 2034 loopt de erfpacht van dat bedrijf af. Dat bedrijf is niet locatiegebonden. Het neemt heel veel ruimte in bezit. 3,5 hectare van de grond is van de gemeente.
En als we het hebben over verdichting binnenstedelijk, als we het hebben over impuls voor De Staart en als we het hebben over grens van de Stadswerven richting De Staart een impuls geven, dan is dit gedeelte of deze grond bij uitstek om te transformeren naar woningen. Er komt nog een amendement. En ik zal dat nog even afstemmen. En vervolgens stuur ik dat naar jullie toe. Mijn excuses dat ik het vanavond niet heb kunnen indienen. Maar in ieder geval, input ook daarvoor is van harte welkom. En ik zal het op 23 september ook indienen. Ik wil het even hierbij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Koene van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Een heleboel is er al genoemd. Kijk, wij hebben nagedacht over die Omgevingsvisie. En een van ons heeft hem ook daadwerkelijk helemaal van 1 tot 183 gelezen. Dat is ook een compliment waard. Daarmee is het wel gelijk het pijnpunt vanuit onze partij. Want wij zitten hier met zijn allen om de Omgevingsvisie vast te stellen. Dat is ook de koers die je wil gaan varen. Maar het is natuurlijk wel voor een groot deel de koers die het huidige college vaart. En dat is op de valreep naar een nieuwe periode best een lastige.
Volgens mij zei de heer Pauwels dat al eerder op de avond, dat dat … Dat vinden wij jammer, want het zou best kunnen dat er in de volgende periode een hele andere samenstelling is en dat je ook dat hele ding weer gaat omgooien. De heer Gündogdu: Dat is juist niet de bedoeling van de Omgevingsvisie. De voorzitter: Sorry, graag centraal. De heer Gündogdu: Sorry. De voorzitter: Mevrouw Koene heeft het woord. En ik heb verder niemand anders het woord gegeven. De heer Gündogdu: Sorry.
38
Mevrouw Koene: Mijnheer Gündogdu dacht, ik ga gewoon ook wat bijdragen. Maar goed, dat is ook helemaal niet gek. Dat is ook de politieke realiteit. Zo werkt het nou eenmaal. Maar vandaar dat sommige dingen misschien iets te stellig staan of misschien juist niet. Maar daar zit allemaal de pijn niet. Er zijn een aantal amendementen waarvan wij ook denken, dat maakt het beter of dat moet je helemaal niet willen. Maar wat wij enorm missen, wij kunnen hier driehonderd uur, bij wijze van spreken, over gaan praten, maar wat heeft de inwoner van Dordt hieraan? Wat is hetgeen waarvan je kan zeggen, u als inwoner, dit betekent dit voor u. Ga je verwachten, want er staat ergens serieus, de Omgevingsvisies voor nagenoeg iedereen van belang … Hij is toegankelijker en gebruiksvriendelijker gemaakt. Dat zou best beter kunnen. Er zijn gemeenten waar gewoon, in Utrecht bijvoorbeeld, bij de Omgevingsvisie staat keurig, waar zit uw invloed? Of wat betekent dit voor u? Waarom hebben wij dat hier niet in staan? Er staat een samenvatting, maar ook die samenvatting, als je niet in de materie zit, is niet te volgen. Wat betekent het voor Mijnheer Pauwels, in de weet ik veel wat voor straat, als zijn overbuurman iets gaat doen of als de gemeente een plan daar in de buurt heeft of wat dan ook? Hoe gaan we dit de stad in brengen.
Hoe gaan we zorgen dat de mensen hiervan snappen waar ze aan toe zijn? Dat. Die was ik dan in ieder geval even kwijt. Kijk, heel stom misschien hoor, ik bedoel, maar wij zeggen gewoon heel vaak, als je op een feestje komt en iemand vraagt ernaar, hoe ga je dit in hemelsnaam uitleggen? Daar moet je ook een beetje naar kijken. En wat betreft de participatie heb je dan misschien gelijk ook een beter beeld, want die vinden wij nog steeds tegenvallen. Heel veel participatie is nog steeds zenden en heeft nog niets te maken met mensen serieus nemen en naar ze luisteren. Dit betekent niet dat ze hun zin hoeven te hebben hoor. Ik bedoel, maar dat wel op een andere manier daarmee omgegaan wordt. Even kijken. Volgens mij heb ik de belangrijkste dingen wel gehad. De verdichting, daar wil ik dan natuurlijk nog wel even een accent leggen. Het gaat gewoon niet lukken om uiteindelijk niet in de polders te bouwen. En ik denk dat het daarom ook een hele wijze keuze is om in ieder geval de ruimte open te laten om het te doen. Betekent niet dat je het doet. Maar kijk, ontwikkelingen zoals Nieuw Dubbeldam bijvoorbeeld, dat zou prima passen. Daar gaat niemand van omvallen. En voor ons is dat gewoon heel erg belangrijk. En zeker ook, het is helemaal niet exclusief voor een bepaalde partij of voor een bepaalde inkomensgroep of wat.
De ontwikkelaars geven ook aan dat juist een combinatie van woningen voor alle doelgroepen mogelijk is, doordat je op dat soort plekken gaat bouwen. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koene. Ik begreep dat alle fracties, die daar behoefte aan hadden, een eerste termijn hebben gehad. Dan ronden we de eerste termijn af, waarin wij het hebben gehad over illusoire ambities en raadsleden die verrast werden door verrassingen van collega-raadsleden. En dan zijn de verwachtingen nu hooggespannen naar de eerste termijn van de heer Burggraaf, namens het college. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. De Omgevingsvisie 2.0. De vorige die we gemaakt hebben, is in de vorige periode. En toen hebben we al gezegd, dat was met name een beleidsarme Omgevingsvisie, omdat we toen pas met de nieuwe Omgevingswet gingen werken. En dat zouden we naar meer beleidsrijke gaan omzetten. Die eerste was vooral ingegeven op de groeiambitie die er toen is gestart met de stad. Nog even richting de FvD, die vroeg, waarom is daar zo'n groeiambitie en waar ligt dan
39
de grens als stad en moet je groeien om het groeien? De oorsprong daarvan heeft u als raad ingezet, omdat u terecht heeft geconstateerd dat we in de stad hele mooie voorzieningen hebben als de Sportboulevard, het Energiehuis, de diverse musea, een winkelcentrum in de binnenstad, met faciliteiten die voor een deel door de gemeente met veel incidentele investeringen tot stand zijn gekomen. En een voorzieningenniveau bieden voor meer dan 120.000 inwoners. Wil je al die mooie voorzieningen in de stad in stand kunnen blijven houden, was de analyse, heb je een stad van ongeveer 140.000 inwoners nodig. En moet je in die groeiende stad vooral ruimte bieden inderdaad aan al onze huidige inwoners die een woning zoeken. En wil je als stad groeien met doelgroepen die ook koopkracht naar de stad brengen, zodat zij weer nieuwe omzet genereren voor die voorzieningen, zodat iedereen in de stad daar tot in de verre toekomst van kan blijven profiteren. Vervolgens heeft u ook gezegd, waar gaan we dat dan doen? Laten we dat dan vooral in de stad zelf doen, binnen de stadsgrenzen die er zijn, omdat er nog heel veel plekken zijn in onze stad die niet de kwaliteit hebben die je graag zou willen hebben. En we met elkaar daarna in de coronatijd hebben kunnen ervaren hoeveel waarde onze inwoners hechten aan de achtertuin die onze stad heeft.