2.2 2025.09.09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 9 SEPTEMBER 2025 Vergaderzaal 1 1. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Dhr. Den Heijer (VVD) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. N. Lindner (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Net (VVD) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Portefeuillehouders: wethouder W. van der Kruijff, burgemeester N. Mol De voorzitter: Beste mensen, en toen was het 19.00 uur. Welkom allemaal bij het eerste plenaire vragenhalfuurtje na dit zomerreces. Het is vandaag 9 september. Welkom iedereen op de tribune, iedereen die op een andere manier meeluistert of later terugkijkt of luistert. We hebben vandaag vragen over vier onderwerpen, waarbij het laatste onderwerp met vier partijen daar vragen over zijn geweest. En dat gaan we allemaal in een halfuurtje doen. Ik ga snel naar de eerste vraag. En de eerste vraag komt van Beter voor Dordt. En die gaat over criminaliteit. Er zitten twee mensen aan tafel. Wie van Beter voor Dordt mag ik? Mijnheer Katif. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Op 27 augustus is er op klaarlichte dag een zogenaamde politieagent in het huis binnengedrongen van een ouder echtpaar.
Deze persoon kon het vertrouwen van het echtpaar winnen doordat hij in het bezit was van een vals ID en persoonlijke informatie over het echtpaar. Dit echtpaar is niet het eerste slachtoffer van nepagenten, gezien de meldingen in de maand juli. Vooral ouderen lijken kwetsbaar. Mede doordat waarschuwingen vaak via sociale media worden verspreid, hebben we de volgende vragen. Is het college op de hoogte van deze voorvallen? Welke bestuurlijke en beleidsmatige maatregelen overweegt het college, in samenwerking met maatschappelijke organisaties en wijknetwerken om verdere oplichting te voorkomen? Is het college c.q. de burgemeester bereid om bij politie en justitie aan te dringen op een stevige strafrechtelijke aanpak, opsporing en vervolging van deze vorm van criminaliteit? Laatste vraag, voorzitter, welke rol ziet het college voor zichzelf en partners in het actief informeren van inwoners over deze vorm van criminaliteit? En in hoeverre wordt hierbij rekening gehouden met de groepen die minder gebruikmaken van de sociale media en digitale middelen? Tot zover, voorzitter.
1
De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En ik ga naar onze burgemeester, de heer Mol, voor het antwoord. De heer Mol: Dank u wel. Dank de heer Katif ook voor zijn vragen, want dat geeft ook ons weer de kans om aandacht hiervoor te vragen. Dit zijn natuurlijk intens tragische vormen van criminaliteit, waarbij inwoners … En ik vind het woord kwetsbaar gebruiken altijd ingewikkeld, want je wil niet zo snel in dat hokje kwetsbaar zitten. En overigens alle generaties zijn in deze jaren slachtoffer van nieuwe vormen van criminaliteit, van oplichting, van digitale criminaliteit. Dit is gewoon heel erg naar. En dit zijn ook nieuwe vormen van criminaliteit waar wij ons ook op moeten voorbereiden. Politie en justitie moeten ook weer anticiperen hierop. Doen dat ook heel erg goed. En onze taak ligt vooral op het weerbaar maken van onze inwoners. Voorlichting geven wat er allemaal gebeurt, waar mede-inwoners ook slachtoffer van zijn. En ook allerlei vormen gebruiken om te wijzen op die weerbaarheid, van cursussen tot voorlichtingsmateriaal. En u geeft zelf aan dat dat soort preventieve maatregelen vooral online verspreid worden. Ik denk dat ze inderdaad ook online verspreid worden. Maar of we daar fysiek geen aandacht aan besteden, volgens mij klopt dat niet, maar dat wil ik ook uitzoeken.
En als wij kansen hebben om ook in fysieke vormen die we hebben, zoals huis-aan-huisbladen, daar meer aandacht voor te geven, dan wil ik dat zeker ook doen. Maar geef me ook even de tijd om op te maken op welke manieren we dat allemaal doen. We gebruiken vooral ook landelijke proef de campagnes om hier lokaal voor uit te rollen. Maar elke vorm die we nog beter kunnen doen, is natuurlijk een hele goede. Ik ben er heel erg blij mee dat u hier aandacht voor vraagt. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. En ik denk dat het dan terugkomt naar de raad. De heer Katif. De heer Katif: Heel snel. Dank voor de beantwoording en we wachten gewoon even het vervolg af. De heer Mol: Wat ik nog wel in reactie kan geven, wij zijn natuurlijk bezig met de evaluatie van het Integraal Veiligheidsplan. Dat komt ook na de verkiezingen eraan. En dat is ook weer met de kans voor ons allemaal, met inwoners, belangengroepen en gemeenteraden, om eens even het net op te halen, wat is er aan de hand in de samenleving en doen wij als stad het goede om al die vormen van criminaliteit het hoofd te bieden? De voorzitter: Dank u wel. En dan ga ik naar de tweede vraag. En die gaat over intimidatie en komt van de VVD. En is het mijnheer Den Heijer die de vraag gaat toelichten? Gaat uw gang. De heer Den Heijer: Voorzitter, het loopt echt de spuigaten uit inmiddels. Geloof prima, maar overlast niet.
Steeds meer meldingen over het gedrag van Jezus Redt in onze stad. En ik werd er ook op gewezen dat mijn gewaardeerde collega mevrouw Koene hier eerder ook aandacht voor heeft gevraagd. Betekent dat de sfeer verandert. Inwoners voelen zich ongemakkelijk in hun stad. En het is gewoon nu tijd om in te grijpen. En daar spreek ik dit college en deze burgemeester op aan.
2
Het roepen dat ongelovigen in de hel zullen branden, schreeuwpartijen, bebloede kruisen, schokkende spandoeken, vindt de burgemeester dit gedrag passen bij het normale gebruik van de buitenruimte? En is de burgemeester bereid om te onderzoeken hoe dit via handhaving, verordening of afspraken met ondernemers en inwoners niet meer structureel worden lastiggevallen? Dit kan bijvoorbeeld via onze APV, geluidsnormen of het aanwijzen van specifieke plekken. En het liefst dan ook gewoon buiten de stad. En kunt u de raad hier ook spoedig over informeren? En dat geldt ook voor andere meldingen die we krijgen op dit stukje van de binnenstad over overlast van hangjongeren en junks in dit gebied. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de vraag. Ik ga weer naar de heer Mol, onze burgemeester, voor het antwoord. De heer Mol: Dank, voorzitter. Het kan zijn dat ik zelf niet heb zitten opletten, maar klopt het dat de heer Den Heijer een vraag niet gesteld heeft? De heer Den Heijer: Het staat de burgemeester altijd vrij om die wel te beantwoorden. Maar ik dacht, met deze drie vragen hebben we de kern te pakken, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Gaat uw gang, mijnheer Mol. De heer Mol: Dank, voorzitter. Ik vraag daar toch even naar, omdat het een zeer cruciale vraag is om een beeld te krijgen van het probleem waar we hier mee te maken hebben.
Met uw permissie ga ik dan zelf maar even de vraag herhalen en daar een antwoord op geven. Kijk, wij zijn ons ervan bewust dat de wijze waarop de groep Jezus Redt hun overtuiging brengt heel heftig en intimiderend overkomt. En dan zeg ik het als burgemeester van deze stad heel netjes. En u stelt daarom ook terecht de vraag of dit past in het straatbeeld van onze stad? Kijk, onze stad is een stad waar religies, stromingen en verschillende inwoners met elkaar moeten leven en samenkomen. En dat doen we eigenlijk stiekem heel erg goed met zoveel nationaliteiten en overtuigingen en geloofsstromingen. En ik vind dat dat deze stad siert, zeker ook in de historische traditie waarin we staan. En ik vind dat ook deze gemeenteraad daar goed voor staat. En dat we dat ook elke dag met elkaar moeten nastreven. En volgens mij zijn er buitengewoon veel inwoners en groepen die zich storen aan het gedrag van deze groep. Want het is nogal wat, de manier waarop ze zich in de openbare ruimte manifesteren. En dan stel ik toch maar zelf even de vraag, klopt het dan dat de gemeente juridisch weinig kan doen? En kunt u zelf dan aangeven welke mogelijkheden er zijn om op te treden bij intimidatie en verstoring van de openbare orde? Kijk, de mogelijkheden zijn voor ons best beperkt, omdat deze groep gebruikmaakt van een grondrecht op het belijden van een godsdienst op een openbare plaats.
Dat is artikel 6 van de Grondwet. En dat je je overtuiging in de openbare ruimte kenbaar mag maken en dat we hier best wel veel grondrechten hebben die jouw vrijheden beschermen, dat is hartstikke mooi, maar in dit geval beperkt het ons en mij ook als burgemeester om daar namens u ook voor deze groep, en ter bescherming van onze inwoners, iets vooralsnog tegen te doen. Maar ik ben wel bereid uit te zoeken wat ik kan doen en hoe we via handhaving, verordening of welke vorm dan ook iets kunnen doen. Maar dat zal ook tijd vragen. Dat moeten we ook gewoon goed verkennen.
3
En dat begint ermee een goed objectief beeld te krijgen van wat hier eigenlijk aan de hand is en wat het probleem is. We zijn begonnen met het opstellen van een feitenrelaas. En ik vind het eigenlijk ook wel heel normaal om maar eens even met betrokkenen te gaan praten als gemeente, en als dat nodig is ook ik als burgemeester. Want wie weet geeft dat ook nog mogelijkheden. We hebben het niet eerder gedaan. We kunnen er wat mee bereiken. En ik ben zeker bereid u te informeren over de uitkomsten van onze zoektocht. Maar grof samengevat, dit is een probleem, maar ik heb geen panklare oplossing. Het wordt ook een beetje pionieren. En ik zal ook waarschijnlijk echt wel een beetje een beroep moeten doen en echt een moreel appel moeten doen, dat ook deze mensen zich te bewegen hebben in een stad waarin we elkaar respecteren en fatsoenlijk gedrag nodig is om met elkaar samen te leven. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Ik zie de heer Den Heijer nog een voor korte vervolgvraag. De heer Den Heijer: Ik kan de burgemeester heel goed volgen. En ik denk dat er hier gewoon sprake is van zeer extreem gedrag. En dat we zien dat een gesprek met deze mensen juist tot niets leidt. Sterker nog, het niet start. En dat is ook de hele opzet van waarom deze mensen hier staan.
Als het gesprek tot niets leidt, wat bij normale inwoners ook leidt, dan vraag ik ook de burgemeester, in het kader van de openbare orde, het zal niet de eerste keer zijn dat daar gevechten uitbreken, dat mensen het ook letterlijk gewoon op straat niet meer pikken. Zou ik ook graag in dat onderzoek dan willen zien dat bijvoorbeeld de locatiebepaling, want bij het demonstratierecht, wat ook in onze Grondwet staat, daar heeft de burgemeester een bevoegdheid in om een bepaald gebied aan te kunnen wijzen. Ik ben benieuwd of de burgemeester, in de bescherming van deze mensen, bereid is om ook gebieden aan te wijzen waar deze mensen dan wel kunnen staan, zonder dat de openbare orde op dusdanige wijze onderbroken wordt dat dat echt tot verstoringen leidt? De voorzitter: Ik denk dat uw vraag inderdaad duidelijk is. Kunt u daar nog op reageren, mijnheer Mol? De heer Mol: Ik snap heel goed wat de heer Den Heijer vraagt. En als ik daar allemaal gebruik van kan maken om het probleem op te lossen, doe ik dat graag. Maar vooralsnog lijkt het erop dat ik dat helemaal niet kan. Ik ben als bestuurder ook op aarde, net zoals u en alle collega's in het college, om nieuwe problemen te verkennen met nieuwe oplossingen, maar dat zal ook even wat energie vragen en een beetje tijd. De voorzitter: Dank u wel.
Ik zag mevrouw Van Vugt voor een korte vervolgvraag, maar ik stel voor dat het een korte vraag is met een kort antwoord. En als we meer willen weten, moeten we het echt gaan agenderen. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dat is prima. Dank u wel, voorzitter. Een korte vraag. Is het ook mogelijk in die zoektocht dat er dingen worden uitgezocht, ons later te informeren over waar deze groep met name vandaan komt? Want juist onder gelovigen leeft ook de indruk dat deze mensen niet ui Dordrecht komen. De voorzitter: Dat is een korte vraag. Ik weet niet of u daar een antwoord op heeft?
4
De heer Mol: Weet ik niet. Het belangrijkste is dat we het probleem oplossen. De voorzitter: Dank u wel. En de heer De Heer had nog een korte vervolgvraag. De heer De Heer: Nog een korte opmerking en vraag. Wij hebben ook als fractie vanuit verschillende hoeken reacties gekregen naar aanleiding van het artikel in het AD hierover. Ook organisaties zoals Missie Dordt, die daar echt hun zorgen over uiten, over deze specifieke vorm van evangelisatie. Straalt ook gewoon echt negatief af op hun zorgvuldige werk. Maar mijn vraag zou wel zijn, als de burgemeester dan onderzoekt van wat voor mogelijkheden er wel zijn, dat we inderdaad wel die twee werelden goed van elkaar scheiden. De groep die op dit moment in ieder geval in de belangstelling staat op een negatieve manier en de organisaties die al jarenlang op een zorgvuldige manier zichzelf manifesteren in de binnenstad. De voorzitter: Dank u wel. Kunt u daar nog kort op reageren? De heer Mol: Zeker. Ik vind het eigenlijk een heel mooi appel van de heer De Heer, omdat met deze groep en deze voorvallen andere groepen ook het gevoel hebben dat zij in een kwaad daglicht worden gesteld. En ik denk dat juist Dordrecht een fantastische stad is, die zo'n geweldige voorbeeldfunctie heeft, waarin wij ook in het openbaar met elkaar kunnen leven, met elkaar in gesprek kunnen gaan over elkaars overtuiging.
En we gezamenlijk schouder aan schouder staan voor de stad en die stad ook dragen. En ik vind dat we ook heel goed samen een bepaald fatsoen uitstralen. En het is inderdaad tergend als een groep in staat blijkt om ook anderen daarmee in een kwaad daglicht te stellen. Dat mogen we nooit laten gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. En dan rond ik deze vraag af. En dan kom ik bij een vraag van de VVD, die gaat over de opvang van derdelanders. En de heer Van der Net gaat hem kort toelichten, volgens mij. De heer Van der Net: Dat heeft u helemaal goed, voorzitter. In het persbericht van 3 september jongstleden wordt medegedeeld dat de opvang van de zogenaamde derdelanders per 4 september jongstleden is gestopt. De Dordtse VVD is allang van mening dat deze mensen ten onrechte opvang hebben gekregen. En we hebben daar de volgende vragen over. Kan het college de Dordtenaren geruststellen dat alle 41 derdelanders daadwerkelijk uit de opvang zijn, zodat inwoners eindelijk zien dat er geen kostbare plekken meer bezet worden door mensen die daar volgens velen nooit recht op hebben gehad.
Hoe voorkomen we dat deze groep nu zichtbaar op straat belandt en daarmee gevoelens van onveiligheid en onrust onder onze inwoners aanwakkert? En kan het college aangeven hoeveel van deze 41 mensen nog procedures voeren en hoe zij zorgen van Dordtenaren wegneemt dat er via juridische achterdeurtjes alsnog langdurige opvang of huisvesting in onze stad wordt afgedwongen? Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan kijk ik naar het college wie … De heer Van der Kruijff gaat antwoord geven. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Het klopt dat dat in het persbericht staat. Laat ik vooropstellen dat we ons als Dordrecht gewoon aan de wetten houden en aan de
5
regels die de rechtspraak heeft uitgesproken en dat we ons niet laten leiden door wat vele mensen volgens u vinden, maar dat we ons aan die regels conformeren vooral. En in dat kader hebben we inderdaad gecommuniceerd dat er 41 derdelanders uit de opvang zouden moeten. Dat is ondertussen een ander getal aan het worden. Want de reden dat we dit doen, is dat de IND bepaalt wat de verblijfstitel is. En om het even technisch te maken, mensen met een verblijfstitel 98 kunnen we met deze reden de opvang beëindigen. En dat gaan we ook doen. Alleen ondertussen blijkt dat de IND bij een aantal mensen, dat hebben ze vandaag gesignaleerd, toch ten onrechte een verblijfstitel 98 hebben toegekend. Dus het aantal zal wat lager worden. Desalniettemin kan ik u verzekeren dat iedereen met een verblijfstitel 98, zoals door de IND bepaald, zal worden uitgezet. Is dan uw vraag, gebeurt dat al vandaag? Dan is het antwoord nee. En ook dat heeft een reden, omdat we ons aan de regels houden. Op het moment dat er een kennisgeving heeft plaatsgevonden aan degene met verblijfstitel 98, heeft diegene nog recht op 28 dagen voordat degene moet vertrekken. En die 28 dagen zijn nog niet om. Dat is op 2 oktober. Iedereen die we de kennisgeving kunnen doen dat die verblijfstitel 98 heeft, heeft nog 28 dagen. En diegenen zullen na 2 oktober de opvang hebben verlaten. Dan uw vervolgvraag.
Gaan ze dan allemaal op straat belanden of hoe is dat zo? Daar hebben wij geen zicht op, op de plannen van deze groep. Ze zijn daar niet erg mededeelzaam over hun vervolgplannen. En na 2 oktober mogen ze in ieder geval niet in Nederland, in het Schengengebied verblijven, volgens dezelfde Nederlandse wet, en zijn ze illegaal. Maar het is geen taak van de gemeente om daarop te handhaven. Dat is aan anderen. Dan de derde vraag. Kan het college aangeven hoeveel van deze 41, die er geen 41 zijn, nog procedures volgen? U noemt dat achterdeurtjes. Maar ons Nederlands recht is geen achterdeurtjes, dat zijn legitieme mogelijkheden om in bezwaar en beroep te gaan. Van dat woord wil ik wel afstand nemen. Maar van al degenen van wie de procedures zijn beëindigd en dat daadwerkelijk zo is dat ze weg moeten, dan zal dat gebeuren. Een aantal blijkt ook een verblijfstitel te hebben. Ik kan u alle getallen geven, maar voor nu misschien te langdradig, voorzitter. Een aantal komt ook in aanmerking voor opvang in een COA of statushouder, want die bestaan ook. Die zijn ondertussen relaties aangegaan, ze zijn getrouwd. Dan mag je in Nederland blijven. Niet iedereen hoeft het land te verlaten om deze reden. En de komende periode zal dat duidelijk worden. Maar één ding kan ik u verzekeren, iedereen met de verblijfstitel 98 die uitgeprocedeerd is, daar wordt dit beleid op uitgevoerd.
De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. De heer Van der Net: Een korte reactie. De voorzitter: Een korte vervolgvraag dan.
De heer Van der Net: Ik bedoel, de wethouder kent mijn achtergrond. Ik begrijp inderdaad heel goed de juridische regels. Maar ik zit in de politiek en ik moet de onrust ook van de bevolking hier weergeven als volksvertegenwoordiger. Ik wil nog even de vraag stellen, voorzitter, kan in ieder geval de wethouder ons op de hoogte houden van het vervolg van dit geheel? En inderdaad, dat zodra er signalen zijn dat die mensen toch hier op straat gaan rondzwerven, dat wij dat zo snel mogelijk horen.
6
De voorzitter: Kunt u daar een kort antwoord op geven, mijnheer Van der Kruijff? De heer Van der Kruijff: Voorzitter, als er een reden is dat het niet goed gaat, zal ik het u laten weten. En of rondzwerven op straat dan meteen al een reden is dat het niet goed gaat, dat weet ik niet. Maar ik zal u op de hoogte houden van de voortgang, in ieder geval. De voorzitter: Dank u wel. En dan gaan we daarmee naar de laatste vragen, over een onderwerp waar vier partijen vragen over hebben gesteld. Dat zijn vragen over het opladen van scootmobielen. Er is afgesproken dat er één partij is die de vragen inleidt, en andere partijen daar hun vervolgvraag op stellen. En vanuit Beter voor Dordt komt volgens mij de inleiding. En dat is mevrouw Lindner? Ja? Mevrouw Lindner: Ja. Dank u wel, voorzitter. Afgelopen week berichtte de media opnieuw over ouderen die zich beperkt voelen door nieuwe brandveiligheidsmaatregelen in appartementencomplexen rond het stallen en opladen van scootmobielen en elektrische fietsen. Hoewel veiligheid vooropstaat, roept het bij Beter voor Dordt de vraag op of bewoners, en met name ouderen, wel goed zijn geïnformeerd over de gevolgen van deze regels. De communicatie lijkt per verhuurder sterk te verschillen. Daarom hebben wij de volgende vragen voor de portefeuillehouder Veiligheid.
Is de portefeuillehouder bereid om met de brandweer en/of de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid in overleg te gaan over de mogelijkheid van mondelinge voorlichting over de nieuwe brandveiligheidsregels, met name aan bewoners van ouderencomplexen? Kan en/of wil de portefeuillehouder contact opnemen met de verhurende organisaties en hen vragen om met name voor de doelgroep ouderen te zoeken naar oplossingen voor de ontstane problemen? De voorzitter: Dank u wel. Dat waren de eerste vragen. En dan gaat mevrouw Kamphuis met nog een aantal vragen verder. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Drie, ziet de gemeente voor zichzelf een rol weggelegd om de gebruikers van scootmobielen te helpen die door de gewijzigde regelgeving niet langer gebruik kunnen maken van de opstelplaatsen en de oplaadmogelijkheden, als er geen alternatief is bij hun woning? En zo ja, wat gaat de gemeente voor hen doen. En zo nee, waarom niet? Vier, heeft Dordrecht, net zoals Rotterdam en Delft, ook een subsidieregeling voor het realiseren van een scootmobielruimte? Zo nee, is de wethouder bereid om dit alsnog in te voeren, en op welke termijn? Zo nee, waarom niet? Vijf, is er sprake van een structurele overschrijding van de wettelijke termijnen voor het behandelen van de Wmo-aanvragen voor een scootmobiel? Zo ja, kan en wil de wethouder hier iets aan doen, en op welke termijn? De voorzitter: Dank u wel.
En dan zijn er vragen van GroenLinks. En dat is de heer Bootsman. Gaat uw gang. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Dan zijn we bij vraag zes. Is het college bereid om samen met inwoners, die via de Wmo een scootmobiel hebben, te zoeken naar veilige en werkbare laadoplossingen, zoals bijvoorbeeld de scootmobieltent waarover we in de krant kunnen lezen, als de woningcorporatie of verhuurder niet voorziet in voldoende laadplekken? En is het college bereid in gesprek te gaan met de verhuurders
7
en woningcorporaties over de noodzaak om voldoende laadplekken voor scootmobielen te realiseren, mede gezien de vergrijzing en de toenemende vraag naar dit soort voorzieningen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw vragen. En dan zijn er ook nog twee vragen vanuit het CDA. Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Het CDA is van mening dat de wooncomplexen echt wel moeten worden aangepast, maar dat erbovenop ook de nieuw te bouwen woonvoorzieningen al op voorhand daarin moeten voorzien. En dat heeft dan ook te maken met specifieke voorschriften en het treffen van voldoende voorzieningen. En de vraag is eigenlijk, hoe kunnen we dat van tevoren goed regelen, dat dat niet elke keer opnieuw oppopt, ditzelfde probleem, maar dat dan daarin voorzien wordt? Eigenlijk tweeledig, aanpassingen en voor de nieuwe gebouwen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijff heeft al driftig geschreven, volgens mij. En die zal op de vragen ingaan. Gaat uw gang. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dat zijn vragen op het domein van vele portefeuillehouders. Er zijn vragen over veiligheid, er zijn vraag over wonen en volkshuisvesting en vragen over de Wmo. En dat allemaal over hetzelfde onderwerp. En ik ben degene die dat mag proberen bij elkaar te brengen. Dat leek ons wel zo praktisch. Ik ga een poging doen.
Even voorafgaand op alle vragen, de verantwoordelijkheid voor natuurlijk de voorzieningen in de complexen ligt bij de verhuurders, de wooncorporaties zelf, en niet primair bij de gemeente. Dat wil niet zeggen dat de gemeente niet moet meewerken of niets kan doen, maar de verantwoordelijkheid ligt bij de verhuurder, bij de wooncorporatie in deze gevallen. En dan de eerste vraag, of we bereid zijn de Omgevingsdienst of de brandweer … Dat ze in gesprek gaan en voorlichting willen gaan geven aan de bewoners van de ouderencomplexen. We weten dat de meeste complexen hebben bewonersraden of VvE’s of andere overlegorganen met de verhuurder. Dat bestaat ook. Huurdersraden zijn er. Daar kan het op de agenda komen. En we zijn ervan overtuigd, en zo nodig zullen we ons ook best ervoor doen, dat als de brandweer of de Omgevingsdienst daar gevraagd wordt om nog eens een toelichting te geven of dingen uit te leggen, dat ze dat zullen doen. Dat kan. Dat is alleen niet een vraag aan het college, maar de verhuur kan dat gewoon rechtstreeks vragen, de wooncorporatie. De tweede vraag laat zich dan raden als, wil de portefeuillehouder contact opnemen met de verhurende organisatie om hen te vragen naar oplossingen voor de ontstane problemen? Ik kan u verzekeren, ik heb vorige week nog weer bestuurlijk overleg gehad met de wooncorporaties.
En als je kijkt naar de huidige prestatieafspraken die de gemeente met de corporaties gemaakt heeft, staat dit er al in. Het is al onderwerp van overleg. Het staat ook al op de agenda om het op te lossen. Alleen u begrijpt, de oplossingen zijn niet één, twee, drie gerealiseerd. En af en toe ook allerlei obstakels om dat te realiseren. Maar we zullen in ieder geval dat gesprek voortzetten. En ook vorige week is dat nog gebeurd. Derde vraag. Zien wij voor onszelf een rol als gemeente om gebruikers van scootmobielen te helpen als er geen alternatief is bij hun woning? Ook daarvoor geldt dat het primair aan de wooncorporatie is om dat te doen. Dat neemt niet weg dat wij als gemeente en ook de Sociale Dienst in overleg zijn, en samen met hen zullen zoeken naar oplossingen, met
8
de wooncorporatie, om dat te vinden. En aandachtspunten en mogelijke oplossingen komen er allemaal op de agenda. U zal wel zeggen, waar zitten de oplossingen? Maar dat zijn heel veel vragen, dat komt nog. Vraag vier over de subsidieverordening, zoals Rotterdam en Delft die hebben. Die heeft Dordrecht niet. En op het moment zien we ook niet één, twee, drie aanleiding daarvoor, omdat we nergens het idee hebben dat dit blokkeert op onvoldoende financiële middelen. Er zijn andere redenen waarom het een probleem is, maar niet primair geld. De subsidie lost het dan ook niet op, op dit moment. Mocht dat anders zijn, kunnen we het altijd heroverwegen, maar lijkt het nu niet naar. De volgende vraag. Is er sprake van structurele overschrijding van de wettelijke termijnen als het gaat over de Wmo-aanvragen voor scootmobielen? Het antwoord is ja, dat is aan de hand. Dat is niet alleen in Dordrecht en hier in de regio aan de hand, dat is landelijk een probleem dat we houdbaarheidsproblematiek, zoals dat zo mooi heet, zien binnen de Wmo. Dat is ook mede de reden geweest dat we bij de afgelopen Perspectiefnota als ombuigingsmaatregel hebben voorgesteld rondom de scootmobielen en de deelscootmobielvoorzieningen het beleid te veranderen, en niet alleen vanuit financiën. Mijn collega Van Benschop heeft dat ook vooral beargumenteerd, dat ook de personeelskrapte daar een rol speelt.
En dat maakt ook dat de achterstanden oplopen. Dat gaat u allemaal qua ombuigingen en bijstellingen meekrijgen in dat traject. Maar we erkennen dat dat wel aan de hand is inderdaad. Vraag zes. Is het college bereid om met inwoners die via de Wmo een scootmobiel hebben te zoeken naar laadoplossingen, zoals een scootmobieltent, wanneer een wooncorporatie of verhuurder niet voorziet in voldoende laadplekken? Daar zijn we mee bezig. Scootmobieltent is overigens nog niet voorbij geweest als optie. Dat is wel een nieuwe variant die we horen. Wat we veel zien bij die complexen, is vooral bij de oudere complexen, dus niet de complexen voor ouderen, maar de complexen die zelf oud zijn, er gewoon in de complexen zelf geen ruimte is. Ze zijn er nooit op ontworpen en gebouwd. In de tijd dat ze gebouwd werden bestonden er nog niet eens scootmobielen. Op het moment dat je stallingsplaatsen wil hebben, dan zal het toch gauw buiten het gebouw moeten. En dan kunnen we als gemeente meewerken natuurlijk met vergunningen en dat toestaan en meedenken hoe dat kan. Tegelijkertijd zien we dan altijd wel de discussie ontstaan dat het dan ook buiten het pand is, dat het ten koste kan gaan van groen, dat het ten koste kan gaan van parkeerplekken, dat het ten koste kan gaan van de containerstalling, die dan weer ergens anders moeten staan.
En daar zie je dan ook dat de vertraging zit in de oplossingen, want daar zit ook weer niet iedereen op een lijn waar je dan wijs aan doet. Maar daar liggen wel de oplossingen. En zijn we bereid in gesprek te gaan met de verhuurders en de wooncorporaties? Het antwoord is ja. Sterker nog, dat zijn we al. En we kijken vooral, want daar gaat het nu wel even om, daar hapert het misschien ook wel eens, wie precies welke rol heeft en duidelijke randvoorwaarden wat mag? Want wellicht moeten we ook als overheid hier en daar ons flankerend beleid wel iets versoepelen, omdat we nu ook normen hebben, bijvoorbeeld dat containers inpandig moeten worden opgeslagen, wat dan weer niet mogelijk maakt dat daar scootmobielen kunnen staan. Dat leidt misschien nog wel tot mogelijke regelaanpassingen. En dat wordt allemaal besproken en overwogen. Dan de vraag van het CDA, hoe kun je dat bij nieuwe gebouwen doen? In de bouwvoorschriften bij nieuwe complexen wordt dit wel meegenomen en opgelost. Daar kunt u gerust op zijn. De problematiek zit vooral in de oudere complexen, die je niet meer kunt aanpassen en waar je het aanvullend nog moet oplossen. En de laatste vraag, welke rol ziet het college voor zichzelf weggelegd?
9
Behalve overleggen en meedenken en creatief zijn, zoals ik net allemaal zei, zullen we ook moeten denken in ons flankerend beleid als je het hebt over groen en parkeerplaatsen en containerstelplaatsen of dat ten koste daarvan mag gaan. En ongetwijfeld heeft u daar dan ook wel weer een politieke opvatting over, maar dat is dan voor dan. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik vind het heel erg knap dat u … Zeker. En we hebben helaas geen tijd meer voor een vervolgvraag. Als die er zou zijn, moet u even rechtstreeks naar de wethouder, naar het college. Dank u voor uw aandacht. Ik wens u een prettige vergaderavond. 2. Vaststellen Dordt Omgevingsvisie 2.0; Eiland met kwaliteit – Raadsvoorstel Voorzitter: De heer Klerk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. De Feijter (ChristenUnie/SGP) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Pauwels (Partij van de Arbeid) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Mevr. Redko (Forum voor Democratie) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) De heer De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: Mevr.
Wouters, dhr. Cornax De voorzitter: Goedenavond. Hartelijk welkom. Ik wacht even. Misschien wil de heer Uysal de deur sluiten. Mijnheer Van der Kruijff, ook goed. Dank u wel. Wij zijn hier bijeen om te spreken over het raadsvoorstel Dordtse Omgevingsvisie 2.0. Mevrouw Koene heeft er zin in, zo te zien. Eiland met kwaliteit. Ik stel vast dat er een voldoende quorum is om deze vergadering ook naar behoren uit te kunnen voeren. Hartelijk welkom aan de raadsen commissieleden en ook aan wethouder Burggraaf, namens het college aanwezig, en de ambtelijke ondersteuning die ook aanwezig is daar. Allereerst is het goed voor de
10
notulen om even een korte ronde te doen, waarin u zichzelf voorstelt. En ik begin voor mij aan de rechterhand. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Pauwels: Sam Pauwels, PvdA. De heer Damen: Leo Damen, PvdA. De heer De Feijter: Bart de Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Redko: Azza Redko, Forum voor Democratie. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Wouters: Anne Wouters, ambtelijke ondersteuning. De heer Cornax: Lauran Cornax, ambtelijke ondersteuning. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, namens het college. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Albert Klerk. En ik mag deze vergadering voorzitten. Ik zie dat er meer raadsleden per fractie aanwezig zijn.
En ik wijs er volledigheidshalve nog maar op dat er 1 woordvoerder per fractie is toegestaan bij een oordeelsvormende vergadering. Voor het zomerreces zijn er meerdere technische vergaderingen geweest over de Omgevingsvisie 2.0. Uiteindelijk besloot de commissie om het onderwerp over het zomerreces heen te tillen, zodat het omvangrijke dossier nog eens goed tot u genomen kon worden en er eventueel nog aanvullende vragen konden worden
11
ingediend. En vanavond is dan eindelijk die oordeelsvormende behandeling. Voor de zomer zijn er in ieder geval 2 politieke vragen aangedragen. En de eerste kwam van de CU/SGP-fractie. Is de stedelijke contour, zoals die nu ingetekend is, de juiste? En van de Partij van de Arbeid de vraag, waarom zouden wij met deze Omgevingsvisie het oplossen van de woningnood in de toekomst onmogelijk maken? En daarom gaan ze dat straks vast toelichten, mevrouw Koene. Daarnaast hebben diverse fracties op uiteenlopende thema's al wel amendementen in voorbereiding. Een aantal concepten is aan de stukken toegevoegd. En die zijn van de fracties van GroenLinks en PvdA. En die fracties die aan de stukken zijn toegevoegd, kunnen in ieder geval in de bespreking worden betrokken. Het idee is dat ik eerst het woord geef aan de fracties die de politieke vragen hebben geformuleerd. Dat zijn allereerst CU/SGP en vervolgens PvdA en daarna de GroenLinksfractie, begreep ik, voor de amendementen. En waarbij de PvdA over een amendement ook nog kort inleidt. En dat lijkt me de juiste volgorde. En daarna gaan we gewoon de reguliere commissie … Geven we de fracties het woord. Allereerst het woord aan CU/SGP. En wie mag ik daarvoor … De heer Laban, aan u het woord. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt de Omgevingsvisie 2.0.
Een belangrijk document dat richting geeft aan de toekomstige ontwikkelingen van onze stad en eiland. We kunnen ons goed vinden in deze visie, waarin met betrekking tot de woningbouw gekozen wordt voor zoveel mogelijk inbreiding binnen de huidige contour. Het zou mogelijk moeten zijn om een totaal van 11.000 woningen aan het totaal toe te voegen binnen de contouren van de huidige stadsrand. Zijn al deze plannen haalbaar? Alleen de toekomst zal dit uitwijzen. Biedt bouwen op inbreilocaties een garantie op de mogelijkheid voor huisvesting van een grote groep woningzoekenden, waaronder jongeren en mensen met een beperkt inkomen? We zijn daar bezorgd over. Onlangs is het bestemmingsplan vastgesteld voor het Maasterras. En de mogelijkheden voor deze doelgroepen zijn daar beperkt. Om onszelf niet voor de komende 10 jaar vast te zetten, overwegen wij een amendement op te nemen over het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid voor het gebied wat nu stadsrand is. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Als ik daar een vraag over mag stellen? Ik ben benieuwd wat de afwijkingsbevoegdheid voor het stadsstrand dan zou betekenen. Kan de heer Laban, namens ChristenUnie/SGP, dat wat duiden? Want het gaat mij nog niet helemaal branden wat daarop bedoeld wordt. De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel.
Als ik het goed begrepen heb, dan geeft het opnemen van een afwijkingsbevoegdheid in de Omgevingsvisie eenvoudigere mogelijkheden om een aanpassing te doen aan de Omgevingsvisie, in plaats van dat je door allerlei andere hoepels moet springen, die je normaal gesproken zou moeten nemen wanneer je de Omgevingsvisie wilt wijzigen. Maar ik denk dat het ook een goede vraag is om nog
12
eventjes toelichting te krijgen mogelijk van het college of de ambtenaren hoe dat precies werkt. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. In hoeverre wil de ChristenUnie/SGP hierin gaan, in die afwijkingsbevoegdheid? Kan je bijvoorbeeld met die afwijkingsbevoegdheid weer een golf aan wonen gaan creëren? Hoe ver kan men dan afwijken? De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Dat is precies waar we ons nog op beraden. En we hebben nog wat tijd voor de raadsvergadering. We zijn er zelf ook nog niet helemaal over uit. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pauwels van de Partij van de Arbeid voor zijn woordvoering en ook eventueel duiding. Want ik begreep dat daar ook behoefte aan was of wat uitleg bij de politieke vraag die door zijn fractie is geformuleerd. De heer Pauwels: Toen ik de vraag zonet hoorde, dacht ik, dat is best wel prikkelend geformuleerd. Wil niet zeggen dat ik het er niet mee eens ben. De achtergrond van de vraag was, de Omgevingsvisie is nu een heel lijvig document. Dat is een heel belangrijk document. Daarmee leggen we de visie van de gemeenteraad vast voor de komende 10 jaar. Die is gebaseerd op een verdichtingsstudie, die ook aangehaald wordt in de Omgevingsvisie zelf. Daar staan woorden in als, we willen 11.000 woningen en we achten het kansrijk, verdichting.
Nu weten we uit de praktijk dat verdichting geen sinecure is. Je hebt allerlei uitdagingen. Mensen kunnen bezwaren indienen. De stad wordt drukker. We hebben het over 11.000 woningen. Dat is een soort van hele Stadspolders nog een keer in het stadscentrum, hup neerkwakken. Dat kan je op allerlei manieren natuurlijk doen. We zeggen ook niet, en daarom wil ik dit ook een beetje nuanceren hoor, die vraag die ik stel, ik kan niet op basis van een rapport, dat niet gedeeld is, concluderen dat het sowieso niet lukt. Het enige wat ik nu wel wil aanstippen, het is niet duidelijk hoe duur het is, wanneer die verdichtingsopgave gehaald wordt en hoe dat straks gaat gebeuren. Er zijn een aantal verdichtingsprojecten nu in de stad die al vertraging oplopen. Als wij nu zo'n belangrijk politiek besluit moeten nemen, is de vraag, want dat is ook geen klein detail, we schakelen, we zeggen, we gaan verdichten en daarbuiten gaan we niet bouwen. Als die verdichting niet lukt, dan is in ieder geval de belangrijkste doelstelling uit de Omgevingsvisie onhaalbaar. En dat is de achtergrond van de vraag. Mevrouw Koene: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ik wil dan graag aan de heer Paulus vragen … Kijk, want ik ben het eens hoor, de verdichting, dat daar een grens aan zit. Als die grens bereikt is, wat wil de heer Pauwels dan?
13
De voorzitter: De heer Pauwels. De heer Pauwels: Dan bouwen buiten waar nu … Of extra bouwen. Daar hebben we een amendement voor opgesteld, wij van de PvdA met GroenLinks, om in ieder geval te zeggen, als wij die … Want er is sprake van woningnood. Laten we dat niet vergeten. Er zijn heel veel mensen op zoek naar een woning. Dat is niet iets waar we heel lang mee kunnen wachten. En als blijkt dat het niet werkt, dan moet je andere opties verkennen. Zo simpel is het. En in deze Omgevingsvisie worden die opties uitgesloten. En dat vind ik onnodig. Zeker nu vlak voor nieuwe verkiezingen, bijvoorbeeld. Mevrouw Koene: Eens. Maar voorzitter, een aanvullende vraag nog. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Want het amendement wat in voorbereiding is, welk amendement is dat? Want ik heb meerdere gezien. De heer Pauwels: Even kijken. We hebben er meerdere geschreven. Het heet Woningbouwopties openhouden. En ik weet niet of dit het moment is om hem toe te lichten. De voorzitter: Lijkt me een goed plan. Volgens mij is er al een aardige brug geslagen. De heer Pauwels: Wat we hier vooral probeerden te doen, is niet te zeggen, we gaan nu hier een hele moeilijke taaie politieke discussie voeren. Ik ben hier redelijk nieuw, maar ik begrijp dat het wel gevoelig ligt. Dat hoeven we niet te doen.
Maar we kunnen in ieder geval zeggen, gaan wij volledig inzetten, met zijn allen, op verdichting, ja of nee, op basis van een rapport dat we niet hebben gezien? Mijn stellige antwoord is nee. We hebben in het amendement opgenomen dat er een aantal, even kijken, hoe hebben we het hier genoemd transformatiegebieden zijn, een aantal plekken aan de randen van de stad, waar eventueel wel woningbouw plaats zou kunnen vinden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koene nog een vraag? Mevrouw Koene: Als laatste vraag. En wat is dan de uiterste grens? De voorzitter: De heer Pauwels. De heer Pauwels: Die hebben wij hier omschreven. We hebben het nu over het buitengebied voor de delen ten noorden van de Zuidendijk, tussen de Provincialeweg en de Stevensweg. Maar dit is ook nadrukkelijk iets wat we zouden kunnen bespreken, mocht er interesse zijn om inderdaad dit amendement te steunen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus heeft ook een vraag. En daarna de heer Hartmeijer. De heer Noldus: Voorzitter, ik denk dat de vraag wordt geformuleerd, die is scherp geformuleerd, die wordt al wat genuanceerd. Maar ik ben dan toch wel benieuwd waar
14
voor de Partij van de Arbeid dan ook de afweging zit tussen verdichting en wanneer kies je voor dat buitengebied? Want dat mis ik nog een beetje in de overweging. De voorzitter: De heer Pauwels. De heer Pauwels: Persoonlijk zou ik zeggen, laten we meteen ook beginnen met kijken of bouwen in het buitengebied een optie is. Als je eenmaal begint met onderzoeken, dan ben je al heel veel jaren verder voordat je überhaupt daar echt een serieuze keuze in kan maken. Alle tijd die we nu niet steken in alle opties verkennen, is wat mij betreft verloren tijd. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, de heer Pauwels zijn amendement spreekt dan over een specifiek gebied, wat dan toevalligerwijs in de commissie eerder ter sprake werd gebracht. Maar ik begrijp hier uit zijn eerdere antwoord dat hij eigenlijk breder kijkt. Dat is dan maar een voorbeeld. Dat is dan in het amendement, maar het is eigenlijk breder bedoeld. Maar is het dan wel handig om dit amendement zo te amenderen eigenlijk? De voorzitter: De heer Pauwels. De heer Pauwels: Wij hebben wel gekozen voor een gebied hier. Het is niet zo dat we zeggen, ga maar lekker ook in de Biesbosch hutjes bouwen. We hebben het hier op proberen in te kaderen. Maar zoals gezegd, dat is wel iets wat besproken kan worden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Dank u wel.
Ik kan me wel vinden in de sceptisch van mijnheer Pauwels ten aanzien van het thema verdichting. De redenering is, er is woningnood, dus wij moeten meer woningen bouwen. Ziet Mijnheer Pauwels daar ergens ook nog een bepaalde begrenzing in? Is woningnood an sich een soort eindeloze stimulans van meer woningbouw, of is het een keertje klaar? De voorzitter: De heer Pauwels, wanneer is het klaar? De heer Pauwels: Ik denk dat het een hele relevante vraag is. Dit is een proces wat jaren duurt en heel veel tijd, heel veel geld, heel veel energie kost. Ik denk dat als je een aantal projecten gaat uitvoeren en je daarin slaagt, dan heb je al iets heel groots bereikt voor de Dordtenaren die nu op zoek zijn naar een woning. Ik denk dat op het moment dat het de klauwen uit zal lopen, dat we op een gegeven moment te veel zouden gaan bouwen, dat zien we ruimschoots van tevoren aankomen. En ik denk dat we dan als raad daar een discussie over kunnen en moeten voeren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Mijn vraag was door de buurman eigenlijk al gesteld. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Noldus van de Dordtse VVD.
15
De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Net en helder antwoord van de Partij van de Arbeid. Dank daarvoor. Ik ben heel erg benieuwd wat ook dan de beoogde tijdslijnen zijn van de Partij van de Arbeid. Dit is natuurlijk het grootste binnenstedelijke plan waar de Partij van de Arbeid tegen was. In die zin kan ik volgen dat er een andere locatie gezocht wordt voor woningbouw. Dat siert ze. Ik ben benieuwd naar de tijdslijnen die de Partij van de Arbeid dan voor ogen heeft voor de ontwikkeling in deze polders. De voorzitter: De heer Pauwels. De heer Pauwels: Niet om al te flauw te doen, maar ik zou het toch ook willen omdraaien. Wat wij heel belangrijk vinden, is ook de tijdlijn van die verdichting. We moeten nu kiezen. De hele Omgevingsvisie draait om verdichting. We moeten weten, wanneer gaan er ongeveer genoeg huizen gebouwd worden? Als het gaat om het ontwikkelen van nieuwe gebieden, ik denk dat je meteen moet beginnen met onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. En ik heb dat zelf nog niet gedaan, dus geen idee hoeveel tijd of … De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Meer van GroenLinks. En daarin kan hij ook direct de concept-amendementen die in het RIS staan ook, of in de GO-app, toelichten. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter.
Met de Omgevingsvisie schetsen we een beeld van de stad waar we naartoe willen, althans in ruimtelijk en ecologisch opzicht. Veel ambities en perspectieven in de visie spreken ons erg aan. Op een aantal punten willen we een nadere aanpassing en invulling maken. Een viertal amendementen heeft betrekking op de wijkontwikkeling. Wijkontwikkeling is een belangrijke zaak. En we vinden dat de gemeente daarin een duidelijke regierol heeft te vervullen. Het staat er nu, wat ons betreft, te passief in. De gemeente zegt, bij wijkontwikkeling gaat het vooral om initiatieven die vanuit de wijk genomen worden. Prima natuurlijk. Maar als dat niet gebeurt of als daar niet op ingespeeld kan worden of als daarbij niet aan andere eisen van de Omgevingsvisie over klimaatadaptatie, over voldoende ruimte voor spelen, voor groen, voor parkeren en sport wordt voldaan, of voldoende ruimte voor sociale activiteiten en wijkbinding, dan heeft de gemeente daar toch een rol te vervullen. Op drie punten hebben we dat verder uitgewerkt. Ten eerste een oproep eigenlijk om in het verder ontwikkelen van wijken zoveel mogelijk te streven naar niet parkeren in woonstraten of minder parkeren in woonstraten, waar dat kan. Betekent niet minder parkeerplaatsen, maar dat betekent wel iets meer aan de randen van de wijken of oplossingen op eigen terrein of oplossingen onder gebouwen of wat dan ook.
Zoveel mogelijk daarnaar zoeken, uit het oogpunt van veiligheid en uit het oogpunt van de wijken open, groen, mooi, aantrekkelijk, ruimte voor bewegen en spelen te geven. Ten tweede. De voorzitter: De heer Noldus heeft een vraag aan u. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Want ik neem kennis van dit amendement. En ik denk, op zich een lijn waarvoor gekozen is. En tegelijkertijd zet het natuurlijk wel de deur meedogenloos open naar het schrappen van parkeerplekken in de woonwijk, waar nu al die krapte is. En de heer Van der Meer geeft namens GroenLinks al aan dat parkeren op eigen terrein mogelijk een invulling zou kunnen zijn. Vraag, is GroenLinks dan niet bang
16
dat juist die groene tuinen gaan sneuvelen ten opzichte van parkeerterreinen? Ik denk dat mensen daar juist graag in willen investeren, in hun eigen groentje voor de deur. En ik ben ook wel benieuwd, dat is vraag twee, welke locaties GroenLinks dan voor ogen heeft in de nabijheid van die wijken om dan wel voldoende auto's kwijt te kunnen? Want die ruimte is ook ondertussen al drie keer vergeven, als ik goed luister. De voorzitter: De heer Van der Meer. Wilt u de microfoon aanzetten? De heer Van der Meer: We zijn het er in elk geval over eens dat de ruimte heel krap is en dat we daarmee moeten woekeren. We zijn het er denk ik ook over eens dat woonwijken zoveel mogelijk een wijk moeten zijn om te wonen. Wij ook. Naar buiten kunt, op straat kunt en al dat soort dingen meer. Dat betekent zoveel mogelijk zoeken naar andere oplossingen. Natuurlijk hopen wij dat het Mobiliteitsplan zo succesvol is dat het aantal auto's geleidelijk aan wat zal gaan afnemen. Daar kan schamper om gelachen worden, maar het is wel heel duidelijk dat de auto een enorm aandeel heeft in het gebruik van de openbare ruimte. En dat waar we dat wat kunnen verminderen, door ander mobiliteitsgedrag en door andere inrichting en door andere parkeeroplossingen, we dat moeten doen. Dit amendement probeert die richting in deze Omgevingsvisie te verankeren. De voorzitter: Vervolgvraag van de heer Noldus.
De heer Noldus: Voorzitter, vervolgvraag. Want ik hoor nog steeds niet waar dat dan wel zou moeten. Want in die randen van die wijken loopt het ook niet over van de ruimte. Daar investeren we ook in andere functies, in groen, in ontmoeten en allerlei andere zaken. Ik hoor GroenLinks wel zeggen, we moeten andere ruimte zoeken. Ik hoor niet zo goed waar. En ik hoor ook een heel pleidooi over, het zou misschien wat minder auto’s kunnen. Dat verwachten wij in ieder geval niet. En we zien ook het amendement, mede ingediend door de PvdA, wat toch ook wel weer een verrassing is, in die zin, omdat juist ook die partij vroeger nog weleens stond voor de mensen die de auto nodig had voor naar de zorg, ziekenhuis, naar de haven voor werk. Dat lijkt in ieder geval redelijk vergeten met dit amendement. Ik ben benieuwd waar GroenLinks de oplossingen daarvoor ziet. De voorzitter: Dat laatste deel is niet een vraag aan de heer Van der Meer, denk ik. De heer Van der Meer: Het amendement is mee ingediend door de Partij van de Arbeid. Maar ik geef daar graag een antwoord op. Kijk, het is natuurlijk niet zo dat wij zeggen dat mensen die een auto nodig hebben die niet meer mogen hebben. Laat dat heel duidelijk zijn. Er zijn mensen die voor wat voor dingen dan ook auto's nodig hebben.
Soms kan het met deelmobiliteit, soms kan het op een andere manier, maar sommige mensen hebben gewoon een eigen auto nodig. Dat bestrijd ik helemaal niet. Daar moet ook ruimte voor zijn. Het punt is dat we dat zo willen inrichten dat in woonstraten zo weinig mogelijk geparkeerd hoeft te worden, simpelweg om die ruimte anders te gebruiken. En dat betekent dat er hier en daar inderdaad aan de randen van buurten, laat ik het zo zeggen, want het gaat niet om grootschalige parkeeroplossingen aan de rand van wijken, maar om kleinschalige oplossingen aan de rand van buurten, dat zal natuurlijk
17
puzzelen zijn. Maar in de Omgevingsvisie wil je vastleggen waar je naartoe wil. En dat is waar wij in elk geval naartoe willen. Dat is waar we naar streven. De voorzitter: Dank u wel. En dan is er nog een vraag van de heer Laban van de ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. U had het zojuist over het afnemen van auto's. En verdichting betekent vooral veel bouwen rondom ov-knooppunten. En dat hangt nauw samen met de mobiliteitsshift, die GroenLinks dan ook erg belangrijk vindt. Is GroenLinks niet bang dat de mobiliteitsshift onvoldoende op gang komt met de ontwikkeling aan de stadsrand in plaats van binnenstedelijke verdichting? Mensen aan de stadsrand zonder station in de buurt reizen meer met de auto, en dan slibben de wegen dicht. Denkt u er ook zo over? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dit is een vraag over het amendement wat net door de heer Pauwels is toegelicht. Ik wil daar ook wel graag kort iets over zeggen. Waar het om gaat, is dat we met allerlei … We zijn het erover eens dat er grote krapte is van ruimte.
Dat we afwegingen moeten maken tussen, waar bouwen we woningen, waar maken we groen, waar is ruimte voor spelen en ontspanning? Hoe kunnen we zorgen dat natuurinclusief bouwen voldoende gestalte krijgt? We kunnen op dit moment, de heer Pauwels heeft dat ook gezegd, niet zeggen, we zijn er zeker van dat dat allemaal kan binnen de rode contour. Daarom hebben we gezegd, er is een beetje speelruimte nodig. En we hebben twee concrete gebieden aangewezen in het amendement. Maar dat zou kunnen. Natuurlijk zitten daar uitdagingen aan op het gebied van mobiliteit, enzovoort. Het is ook niet zo dat dat een alternatief is voor bouwen bij ov-knooppunten en dat soort zaken. Natuurlijk niet. Die verdichting is hartstikke belangrijk. Maar we moeten wel in de toekomst voldoende speelruimte hebben om die afwegingen van, wat voor stad willen we maken en waar hebben we de ruimte voor nodig, dat is niet alleen een technische vraag, dat is ook een politieke vraag, goed te kunnen beantwoorden. En vandaar willen we, om gewoon wat denkruimte te hebben, deze twee gebieden benoemen. Ik ga terug, voorzitter, als u dat goed vindt, naar de amendementen over de wijk. De voorzitter: Heel graag. De heer Van der Meer: Ik heb iets over het parkeren gezet. We hebben ook een amendement wat gaat over gedifferentieerd wonen, waarin het concept, wat in de Omgevingsvisie staat, wat verder wordt ingevuld.
Met gedifferentieerd wonen kun je verschillende dingen bedoelen. Wij denken dat het belangrijk is om duidelijk te maken dat dat voor alle doelgroepen is, dat je verschillende prijsklassen nodig hebt, maar dat je ook verschillende woonvormen moet accommoderen, jongeren, ouderen, alleenstaanden, gemeenschappelijke woonoplossingen, al dan niet voor ouderen of gewone mensen en tiny houses. Allerlei opties willen we graag genoemd hebben, om duidelijk te maken dat voor die verschillende behoeftes gebouwd moet worden. Dan ten slotte het amendement over klimaatadaptatie in de wijken. De ambitie staat er heel duidelijk in. Tegelijkertijd constateren we dat bijvoorbeeld op het vlak van hittestress en verharding dat nog lang niet overal duidelijke handen en voeten krijgt. En met het amendement om een beetje een tijdpad uit te zetten naar het vergroten van de
18
boomkroonbedekking. En om wat actiever beleid te voeren op het gebied van minder verharding. Bijvoorbeeld ook half verharde parkeerplaatsen in plaats van helemaal verharde parkeerplaatsen. Daar willen we graag nog wat meer ruimte voor vragen. Ik heb een laatste opmerking, voorzitter, als dat mag?’ De voorzitter: Nog één dan. Natuurlijk. De heer Van der Meer: Dat heeft betrekking op een voor mij wat onduidelijke formulering rondom de zoeklocaties voor duurzame energieopwekking. Er staat terecht dat dat moet worden afgewogen tegen allerlei andere punten die met ruimtelijke kwaliteit te maken hebben. Maar zoals het er staat, zou het ook tot de conclusie kunnen leiden dat geen enkel van de zoekgebieden in aanmerking komt. Ik wil graag van de wethouder horen dat het commitment met betrekking tot duurzame opwekking, zoals dat in het kader van de RES is aangegaan, niet ter discussie staat. En dat bij de invulling daarvan ook voldoende rekening wordt gehouden met het probleem van netcongestie. Daar wil ik het even bij laten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Die vraag is genoteerd, denk ik. Dank u wel, mijnheer Van der Meer. Wie kan ik als volgende fractie het woord geven? Mevrouw Koene: Voorzitter, ik heb nog even een vraag. De voorzitter: Mevrouw Koene heeft nog een vraag. Mevrouw Koene: Ik denk, ik geef mijnheer Van der Meer nog wat meer podium.
Het gaat nog over de parkeerplaatsen. Dat is nu pas bij me ingedaald. Meer aan de randen en dergelijke. Hoe kijkt de heer Van der Meer naar parkeren voor mensen die gewoon minder goed ter been zijn? Want je kan wel alles aan de randen gaan doen, maar dat geeft probleem. Hoe wil hij dat dan oplossen? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dank voor de vraag. Ben ik heel blij mee. Want het is niet de bedoeling om parkeren op straat voor mensen die dat echt ter plekke nodig hebben, bijvoorbeeld mensen die slecht ter been zijn, te beperken. Dat moet gewoon mogelijk blijven. Maar het gaat gewoon om het verminderen ervan. En dan is in veel gevallen, zoals denk ook aan de discussie die er nu gaat gevoerd worden over loopafstand tot parkeergarages in de binnenstad voor bewoners, dat soort loopafstanden zou je in aanmerking kunnen nemen voor de meeste mensen, of bijvoorbeeld voor mensen die al een eerste parkeervergunning hebben in reguleringsgebieden, en voor hun tweede of derde auto een paar minuten moeten lopen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu heeft ook nog een vraag. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Parkeren is altijd wel een discussie waard. Wat ik wil vragen aan mijnheer Van der Meer, is dat ook uit de recente cijfers blijkt dat wij steeds meer auto’s in dit land hebben.
En niemand koopt een auto voor plezier, althans ik niet, en heel veel andere mensen ook niet, want je hebt hem nodig, want zo'n ding kost nogal wat, los van de afschrijving, et cetera. Maar mijn idee is, dat aantal is al
19
jaren gestaag aan het groeien. En u wil met dit amendement eigenlijk een beperking geven in een relatief, hoe zal ik zeggen … Vanuit een verdichtingsmodel al beperkte ruimte waarvan u zegt, er moeten ook geen auto's komen. Maar u zegt zelf ook, het is verdicht. Maar waar laten we dan die ruimte of waar creëren we dan ruimte wel voor die auto's? U zegt wel onder een bijvoorbeeld gebouw, et cetera. Maar lopen wij niet het gevaar, of kunt u mij garanderen dat de automobilist of de bewoner die een auto heeft nog steeds wel welkom is in deze stad? Want ik heb het idee dat u met dit amendement enorm veel beperking oplegt. De voorzitter: Dit is een hele grote vraag. De heer Van der Meer, kunt u daarop antwoorden? De heer Van der Meer: Welkom, zeker, zonder meer. Het is wel zo dat we mensen steeds meer willen verleiden om andere opties te kiezen. Dat zal langzaam gaan. En ik ken de statistieken waar u naar verwijst ook. En die zijn in zekere zin problematisch, zeker in stedelijk gebied. Want we zijn het erover eens dat de ruimte krap is. Steeds meer ruimte voor de auto reserveren, betekent dat andere belangen bij die ruimte steeds meer in het gedrang komen. Dat moeten we niet willen. Maar tegelijkertijd moet die automobilist, die om wat voor reden dan ook niet kan uitwijken naar openbaar vervoer, de fiets of deelvervoer, welkom blijven. Dat is een puzzel.
En die willen we zo oplossen dat in elk geval in de woonbuurten die auto zo weinig mogelijk op de straat staat. De voorzitter: Nog een korte reactie, mijnheer Gündogdu. Een vraag, mag ik hopen. De heer Gündogdu: Dat is, richting mijnheer Van der Meer, mijn bezwaar, dan gaat u dat nu vastleggen middels een amendement. Dan beperkt u eigenlijk de bewegingsvrijheid die wellicht het college wil nemen om met een voorstel te komen richting de raad hoe wij deze stad in ontwikkeling zien met de auto in deze stad. De voorzitter: Wat is uw vraag? De heer Gündogdu: Of hij hiermee kan instemmen? De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: U kunt net zo goed zeggen dat we de bewegingsvrijheid voor mensen die niet in een auto zitten vergroten. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u de microfoon uitzetten? Dank u wel. Ik stel voor dat ik de volgende fractie het woord ga geven. En dat was namens de CDA-fractie de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Toch eventjes terug naar waar we het vanavond allemaal over hebben. Dat is uiteindelijk de Omgevingsvisie, met plannen en doelen voor Dordrecht op de lange, middellange en ook wel relatief iets kortere termijn. En het gaat eigenlijk over alles wat met onze stad te maken heeft. Het gaat over voorzieningen, fietsen.
Ik vind het mooi om te zien dat we ook mooie dingen terugzien van ons initiatiefvoorstel Fijn fietsen in Dordt. Lijkt allemaal heel mooi verwerkt te zijn. In die zin ook wel complimenten. Het gaat ook over sportvoorzieningen, het gaat over
20
milieu, luchtkwaliteit, economie, woningbouw. Het is eigenlijk te veel om op te noemen, om in 1 document van 184 pagina's samen te vatten. Wat dat betreft al heel veel complimenten dat dat allemaal gelukt is. En er staan heel veel dingen in die eigenlijk een uitwerking zijn van ons eerdere beleid als gemeenteraad, waarin tal van beleidsstukken heel mooi verwerkt zijn. Eigenlijk als fractie staan we daar positief tegenover. Er zijn wel een aantal dingen waar we amendementen op aan het voorbereiden zijn van dingen waarvan we denken, dat zou anders of beter kunnen. En een van die onderdelen is de Knoop Leerpark. Dat is eigenlijk een gebied waar nu een aantal tennisverenigingen zitten en ook het Schippersinternaat. Dat is onderdeel van het gebied Leerpark, Gezondheidspark. En als je naar de plaatjes kijkt die in deze Omgevingsvisie staan, dan zie je, als dit zijn uitwerking zou hebben, dat er geen ruimte meer is voor sportvoorzieningen op deze locatie en ook niet meer voor het Schippersinternaat. En dan zou dat vervangen worden door alleen maar woningbouw. Vanuit onze fractie vinden we dat geen wenselijke ontwikkeling, omdat we juist ook in de Sportvisie hebben gepleit, en pleit ook het college, voor goed bereikbare sport, ook centraal in Dordrecht.