2.2 2025.07.02 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf
Tekst van het document
Want slechter dan dat het nu is, kan het niet worden. De voorzitter: Dat is een heel duidelijk antwoord op uw vraag. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Een vraagje aan de heer Groenewege, en Partij voor de Dieren. Als het goed is, zit er ook een motie Beeldkwaliteit bij. Wilt u in die motie vasthouden aan een minimale bouwhoogte aan de oostzijde? En realiseert u zich dan ook dat er dan wel bij Oud-Krispijn alsnog een muur komt te staan? En wat vindt u daar dan van? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: De motie staat helemaal los van de maximale bouwhoogte. Heeft daar geen invloed op. Die past die niet aan. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Toch nog een kleine verduidelijking. Bedoelt de heer Groenewege dan dat dat groen overal kan zijn? Bij wijze van spreken ook aan de woningen in de flatgebouwen zelf? Is dat vrij te interpreteren of zit daar ook nog een beperking aan vast?
43
De voorzitter: Voor de luisteraars, mevrouw Schnabel maakt er beeldende gebaren bij. De heer Groenewege. De heer Groenewege: We hebben niet een voorstel specifiek over groen. We hebben wel een voorstel over bomen. En we hanteren als Dordrecht, sinds de Sportvisie is vastgesteld, de 3-30-300-regel. Dat gaat over bomen en groen in je buurt. De 3 betekent 3 bomen in het zicht vanuit iedere woning. En de 30 betekent 30 procent boomkroonbedekking. En we vinden het ook belangrijk, omdat het Maasterras een nieuwe ontwikkeling is. Dat is de kans om met die regel aan de slag te gaan, want in bestaande wijk is het best moeilijk om aan die 30 procent boomkroonbedekking te komen of om genoeg bomen bij te planten om er 3 vanuit iedere woning te kunnen zien. Het Maasterras zien wij echt als startpunt van, ga eens aan de slag met die 3-30-300regel. Vandaar ons amendement over bomen op het Maasterras. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik werd even getriggerd door de vraag van de heer Stam over de bouwhoogte. Bent u dan als Partij voor de Dieren wel gehouden aan de bouwhoogte? Gaat u daar dan wel mee akkoord? Even los wat ervan in uw motie staat. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Voorzitter, daar hebben we bij het vorige agendapunt, het erratum, al het een en ander over gezegd.
We zijn helemaal niet blij met die maximale, of die minimale bouwhoogte, wil ik zeggen. We vinden dat helemaal geen prettige onteigeningsgrond. Maar tegelijkertijd zijn we wel door het college ervan overtuigd, er zijn ook weinig andere mogelijkheden. We hebben bewust een motie opgesteld die daar eigenlijk van afblijft, die daar los van staat, zodat alle partijen in deze raad ook die op hun eigen merites kunnen wegen. De voorzitter: Dan nog mevrouw Schnabel, want ik was net iets te snel. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Kleine aanvulling. De heer Groenewege had het nu op dit moment over een andere motie. En het ging over die 3-30-300-regel. Maar ik was nog bij het amendement Geen beperking op groen. En daarvan vroeg ik me af in hoeverre dat dat te interpreteren is door de projectontwikkelaar zelf? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Het biedt meer ruimte voor de projectontwikkelaar. Wat ik zei, is dat de regels van het bestemmingsplan nu een exact percentage groen eisen. Dat is gewoon een exact oppervlakte groen, die de ontwikkelaar moet vastleggen. Dat is praktisch best lastig voor een ontwikkelaar. Als je daar een minimum van maakt, dan kan de ontwikkelaar daar ook boven gaan zitten. En dan heeft hij wat meer speelruimte. En dan zou het zomaar ook eens een groenere woonwijk kunnen worden. De voorzitter: Dank. De heer Noldus.
44
De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. De Heer Groenewege weet in zijn bijdrage natuurlijk op ludieke wijze de complexiteit van dit gebied te duiden. Vergat daar overigens nog wel bij de positieve aspecten van vlak nabij ontsluiting, zowel per weg als spoor, vlak bij onze Grote Kerk en onze gezellige binnenstad. Maar de vraag die ik heb, voorzitter, ziet vooral toe op het groen. Daar wordt een punt van gemaakt. Ik ben wel benieuwd wat de Partij voor de Dieren als weging geeft op de huidige kwaliteit van groen in dit gebied. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. Een hele toepasselijke naam. Die komt altijd van pas. We vinden de huidige inrichting van het gebied geen norm waar we de toekomstige inrichting aan gaan afmeten. Want als we dat gaan doen, dan wordt het niet veel. De heer Noldus: Voorzitter, daar ben ik op zich blij mee. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Maar dat brengt me wel tot de vervolgvraag, of de Partij voor de Dieren dan niet liever stemt voor een grootse ontwikkeling, met het toevoegen van heel veel woningen en groen ten opzichte van bijvoorbeeld het toevoegen van 2.000 woningen in de polder? Ik ben benieuwd hoe die weging voor de Partij voor de Dieren dan uitvalt? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Die weging valt zeker voor binnenstedelijk bouwen. Wij willen de polder met rust laten, voorzitter.
De voorzitter: Ik denk dat we er nu wel zijn. De heer Groenewege, u was klaar? Ja. Volgens mij hebben de interrupties maximaal alles verduidelijkt. Ik ga naar de fractie van Gewoon Dordt. Mevrouw Koene: Zeker. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank u wel. Voorzitter, voordat ik het vergeet, want dat ben ik vorige week in de commissie vergeten te noemen, wil ik graag een compliment maken. Ik heb een samenvatting gevraagd. Ik heb gevraagd van, kom eens met iets, aan de hand waarvan we in de stad makkelijker kunnen uitleggen wat precies allemaal op het Maasterras gaat gebeuren? En we hebben de week daarvoor een infographic gekregen, zoals dat lelijk heet, waar echt een heel goed overzicht staat. En daar ben ik superblij mee. En ik denk dat we hier gewoon allemaal wel iets aan hebben om te vertellen van, hier gaat het over. Verder, zoals u in inleiding aangaf, hebben we het hier al diverse malen over gehad, en het speelt al langere tijd. Ik heb al eerder aangegeven dat wij positief staan tegenover de plannen, zoals ze er liggen. En ik heb ook gezegd, vorige week nog, dat wat betreft de extra sociale woningbouw, want het gaat nu heel veel ook voor extra sociale woningbouw, dat dat wat ons betreft zou kunnen als de provincie daar geld voor geeft en als er ruimte voor is. Ik heb vorige week alleen geconstateerd dat dat
45
niet helemaal het geval lijkt te zijn. Maar ik hoor graag het college over al die moties en amendementen die zijn ingediend. Voorzitter, wij gaan niet overal op reageren. Ik vind de motie over het sociaal programma, volgens mij was die van Op Ons Eiland, goed dat er aandacht voor is. Als er een sociaal plan of wat dan ook gemaakt wordt, hoef ik dat niet als raadslid per se te zien. Ik vind het echt iets voor de samenwerking tussen de partners om daar met elkaar uit te komen en ook om daar uitvoering aan te geven. En toch, en dat is een beetje in de lijn van hoe wij als Gewoon Dordt daar sowieso naar kijken, het autobezit, zullen wij ook het amendement van Beter voor Dordt, ondanks dat we het wat schreeuwerig geformuleerd vinden, wel steunen. Een interessant en realistisch amendement. En ik denk dat dat helder is. Ook nog even over de goede mix, door elkaar heen. Dat is al door een aantal partijen aangegeven dat dat best wel fijn is natuurlijk, dat je niet een blok tot 450.000 en een blok daarboven krijgt. Dat zou heel lelijk zijn. Maak daar een mooie mix van. En verder, voorzitter, heb ik toch wel gemerkt dat er een aantal moties en amendementen zijn waarover ik echt eerst het advies wil hebben van het college, omdat ik niet kan overzien wat de consequenties eventueel zijn. En daar wil ik het graag even bij laten. De voorzitter: Dank, mevrouw Koene.
U heeft een interruptie van de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. De motie die Gewoon Dordt indient, roept op in het dictum tot een onderzoek wat betreft de tunnel. Maar waarom niet gewoon verzoeken dat de tunnel toegankelijk moet zijn. En of het college daar een onderzoek voor nodig heeft, wie weet, maar dat lijkt me voor ons niet zo interessant. Waarom niet gekozen voor die formulering in het dictum? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Wacht even, voorzitter, want ik begrijp niet helemaal wat de heer Hartmeijer mij nu vraagt. Dat gaat hij vast uitleggen nu. De voorzitter: De heer Hartmeijer, ter verduidelijking. De heer Hartmeijer: Het dictum vraagt of het college een onderzoek wil doen naar de toegankelijkheid. Maar waarom niet gewoon oproepen, de tunnel moet gewoon toegankelijk zijn? De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Voorzitter, maar dan snap ik hem ook. Eigenlijk roepen we nu op tot een onderzoek, omdat de tunnel, zoals die nu ingetekend staat, niet toegankelijk is. Zoals we hebben begrepen, is het een flink hoogteverschil wat overbrugd moet worden. En dat zou kunnen betekenen dat je aan een kant, en dat zal waarschijnlijk de kant van de Hoge Bakstraat zijn, omdat dat een dijk is, dat je daar met je fiets door een gootje de trap op moet. Rn dat vinden wij niet echt toegankelijk.
Buiten fat kunnen we ons ook niet voorstellen dat dat betekent dat mensen die bijvoorbeeld met een rollator lopen of die in een rolstoel zitten, dat die daar doorheen kunnen. A, er moet een nieuwe locatie … Tenminste, overweeg een andere locatie. En dan met name, omdat hij dan ook toegankelijk kan zijn. Doe het dan ook goed. Als die er dan toch per se moet komen.
46
Want wat ons betreft zou je ook gewoon kunnen omfietsen. Maar hij lijkt essentieel te zijn voor het bestemmingsplan. De voorzitter: Duidelijk. Dat was hem, mevrouw Koene? Ja. Dan ga ik naar de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik wil deze 5 minuten gebruiken om de moties, die ik zojuist kort heb toegelicht, wat uitgebreider of nader te duiden, zodanig dat ik hoop dat de raad wil instemmen straks, mocht het tot een stemming komen. Waar ik overigens vanuit ga. Voorzitter, de eerste motie die wij hebben opgesteld, heeft de titel Dordtenaren eerst. Het is bewust een hele prikkelende motienaam. En in essentie, voorzitter, zitten wij hier voor de belangen van alle Dordtenaren. En nu weten wij ook allemaal dat juist dit project, wat inmiddels al tig jaren loopt, altijd daarvan is gezegd, we willen via woningbouw de belangen van Dordtenaren gaan vervullen. En dat kan. De gemeente heeft namelijk de gelegenheid om via een overeenkomst met ontwikkelaars, met een duur woord een anterieure overeenkomst, afspraken te maken.
En wij denken, als er zoveel gemeenschapsgeld met de hele ontwikkeling bij dit project is gemoeid, en vervolgens ook nog eens de nood bij woningzoekende Dordtenaren zo hoog is, alles bij elkaar opgeteld, en het is absoluut geen populisme wat ik hier wil inbrengen, waarom zouden wij dan niet de Dordtenaar een stukje voorsprong kunnen geven bij de verkoop van die woningen? Het voorstel wat wij willen doen, is 6 weken. Geef de Dordtenaren de ruimte, dat een ontwikkelaar de woningen op de markt zet, de Dordtse markt zet, zodanig dat de Dordtenaren daarop kunnen reageren. En vervolgens de markt volledig vrijgeeft. Die mogelijkheid bestaat en dat wordt heel breed in den lande, nog vrij recent in Barendrecht ook vanuit het college, ingezet. Voorzitter, de tweede motie, 50 procent. De heer Den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u. Ik heb toch een vraag aan de heer Gündogdu over de Dordtenaren. Dan moet je definiëren wie de echte Dordtenaren zijn. Ik heb iets gelezen van een jaar woonachtig, en dergelijke. Maar is dat niet heel erg arbitrair? Want juist als we mensen binnenkrijgen op scholen, docenten, verzorgers en dergelijke, die nog maar hier net wonen, die zouden dan, omdat ze nog maar net onze mooie stad en onze economie komen versterken, buiten de boot vallen. Hoe moet ik dat zien? De voorzitter: De heer Gündogdu.
De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Bedankt voor deze vraag, mijnheer Den Hartog. Tot op zekere hoogte klopt uw redenatie zeker. Het is arbitrair. Ik had ook kunnen zeggen of wij hadden kunnen zeggen, drie jaar of een half jaar. Maar ergens moet je een grens trekken. En terecht uw opmerking over juist die docenten, de leraren, et cetera. Heel veel beroepsgroepen die wij hier heel hard nodig hebben. Maar er zijn ook in Dordrecht heel veel leraren, brandweerlieden, et cetera die geen woning kunnen vinden. Het is arbitrair, terecht, maar het is ook beperkt, zes weken voorrang. Laten we alsjeblieft die kans grijpen, omdat we ook namelijk met Dordts gemeenschapsgeld deze plannen allemaal gaan ontwikkelen. Het is eigenlijk meer een oproep. Waar staan wij als
47
Dordtse gemeenteraad voor de belangen van onze inwoners? Voorzitter, de tweede motie is 50 procent. Ook de landelijke overheid denkt mee met de gemeenten. Nog vrij recent, een jaar geleden, is de Huisvestingswet aangenomen. En die geeft de gemeenten de gelegenheid 50 procent van de nieuwbouwwoningen te bestemmen voor de eigen inwoners. En daar kunnen we natuurlijk over discussiëren, maar dat is namelijk ook iets heel moois, het is een mooi instrument. 50 procent van de woningen tot de Nationale Hypotheek Grens. We hebben al in onze Huisvestingsverordening, van een aantal maanden geleden, een lid opgenomen dat we hiermee kunnen experimenteren. Het is eigenlijk volgordelijk, Huisvestingsverordening hebben we al vastgelegd. En dit zou een mooie aanzet zijn om juist die 50 procent van die woningen tot NHG-grens te bestemmen voor onze inwoners. Voorzitter, samenleven op en samenbouwen aan het Maasterras. De motie spreekt voor zich. 2.100 woningen, allemaal nieuwe inwoners. Laten we aan die cohesie werken vooraf en niet achteraf problemen proberen op te lossen. Gezien de tijd, voorzitter, en dan ook weer een motie met een bijzondere titel, Dordtse huurders eerst. Voorzitter, er is al door menigeen gerefereerd, op dit moment is de wachtlijst enorm hoog. De eerste spa gaat pas in 2030 de grond in. Daar zijn we ons allemaal van bewust.
Maar we weten ook dat we de tekorten bij sociale woningbouw niet zomaar gaan inhalen. Het verzoek aan het college is, gezien het belang dat wij hechten aan die sociale woningbouw en de verdeling daarvan, niet zozeer alleen maar aantallen, maar ook hoe we dat gaan verdelen, ga eens in gesprek met Trivire en een Woonbron om te bezien of je die ruim 400 woningen kunt verhuren aan Dordtse woningzoekenden? Uiteraard ben ik me ervan bewust dat wij op regionaal niveau afspraken maken met corporaties en dat wellicht de regiogemeenten gaan steigeren, maar het is de moeite waard om hiermee eens gewoon een experiment te gaan doen. Want het is ook natuurlijk Dordts gemeenschapsgeld wat daar wordt geïnvesteerd. Kunnen de Dordtenaren daar ook enige vruchten van plukken? Voorzitter, ter afsluiting. Ik heb dat vorige week nog even genoemd. Maar ik wil mijn volste waardering uitspreken aan de bewoners van de Weeskinderendijk, dat zij tot op heden zo volhardend altijd aanwezig zijn geweest op de publieke tribune. Voorzitter, sleutel tot sleutel, dat was een opmerking, onder andere van de heer Metsch. En we hebben vorige week een toezegging gehad van het college dat dat echt gaat gebeuren, sleutel tot sleutel. Wij zullen dit college daaraan echt houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mijnheer Gündogdu. En dan kom ik bij de heer Hartmeijer, van de SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter.
In de commissie heeft de heer ‘t Lam namens ons al via acht punten aangegeven dat het voorstel zonder aanpassingen niet op onze goedkeuring kan rekenen. Ik heb verder niets toe te voegen aan zijn woordvoering. Ik wil niet de commissie gaan overdoen. Maar zoals gezegd willen wij het voorstel via een aantal voorstellen verbeteren en dienen een aantal moties mede in. Over het moeizame proces, waar inderdaad college en raad beide een verantwoordelijkheid hebben, heeft mevrouw Stolk al iets gezegd, waar ik mij grotendeels wel in kan vinden. Dan korte voorstellen van de andere fracties. Amendement van de VSP, Meer woonwagen plaatsen. De gemeente heeft al heel lang geen extra plaatsen mogelijk gemaakt, terwijl er wel een grote vraag is naar deze plaatsen. Alleszins redelijk om een paar extra plaatsen te proberen toe te voegen. Gemengd bouwen van het CDA en Partij voor de Dieren. SP is
48
ook voorstander van een mix aan type woningen op buurtniveau. Dit voorstel past hier goed bij. Die steunen we ook. Het voorstel van de Bakker om de hoek, daar zijn we ook voor. Hoewel we ons afvragen in praktische zin of er een supermarkt daar überhaupt zo zich zou vestigen, met al vrij grote supermarkten in de buurt. Maar op zich goed om dit vast te leggen. Amendement van Partij voor de Dieren, Een groene wijk, is een heel goed amendement. Want op veel plekken, zoals in de binnenstad, kun je dat uitgangspunt van 3 bomen in het zicht helemaal niet waarmaken. Volstrekt logisch dat je in een heel nieuwe wijk daar wel vanuit gaat. Geen beperking op groen vinden we ook logisch. Het amendement Groene tuinen wacht ik even de appreciatie af. Even kijken. De moties van Fractie Stam dienen we mede in, want die zien ook op vergoeding voor gemaakte kosten van bewoners Weeskinderendijk. Die kunnen rekenen op onze steun. De motie van Gewoon Dordt over de tunnel. Naar ons idee hoeft die tunnel er inderdaad ook niet per se te komen. Het is toch weer een hoop geld. Maar als hij er dan toch moet komen, moet je het wel in een keer goed doen. Dus voor iedereen toegankelijk. Dan hebben we nog de motie van Beter voor Dordt over geen zwaar vrachtverkeer. Lijkt ons de moeite waard om bij Rijkswaterstaat na te gaan wat er mogelijk is.
Naar mijn gevoel komt zwaar transport vooral via de N3 de stad binnen. Volgens mij zou dit weinig bezwaren moeten opleveren, maar dat gaan we horen. De motie van Op Ons Eiland, Dordtenaren eerst, daarvan weet ik niet of het een en ander conflicteert met opkoopbescherming en of zaken juridisch houdbaar zijn. Ik wacht even op de appreciatie. Dan hebben we nog een andere motie van 50 procent, kwam pas heel laat binnen. Die moet ik nog eventjes lezen. De motie van Forum. Ik vind het altijd wel mooi om bij nieuwbouw iets van het verleden terug te zien. De oude situatie, of wat er zich heeft afgespeeld. Meestal doe je dat in toeristische gebieden, zodat het meer gezien kan worden. Nu weet ik niet of dat dat per se kunstwerken of infopanelen moeten worden. Dat zijn maar voorbeelden. Maar dat er een element terugkomt in de wijk, lijkt me wel een mooi idee. En dan ben ik er eventjes doorheen, denk ik. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Hartmeijer. Ik ga naar mevrouw Pichel van Forum voor Democratie. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Iets meer dan twee jaar geleden, op 16 mei 2023 om precies te zijn, zat ik met wethouder Maarten Burggraaf bij het magazijn. Ik weet niet of hij dat nog weet, omdat ik met hem wilde praten over het Maasterras.
We hadden als raad nog geen kennis genomen van de inhoudelijke plannen, maar ik had een belangrijke boodschap, houd rekening met de Weeskinderendijk. De gebiedsontwikkeling is meer dan prima, maar je kunt niet zomaar over de Weeskinderendijk heen walsen. En net na het zomerreces van 2023 begon het. Dat weten we allemaal. Hier hebben we in de commissies meer dan uitgebreid over gesproken. En ons standpunt is volgens mij meer dan duidelijk en hoef ik hier niet veel woorden aan vuil te maken. Wij steunen in ieder geval moties en amendementen die een voordeel op zullen leveren voor de woonwagenbewoners en de huiseigenaren van de Weeskinderendijk. Wel met de kanttekening, zoals de heer Groenewege het net ook al zei, zijn we kritisch op inhoud van bepaalde amendementen, want deze kunnen sympathiek zijn, maar technisch of juridisch niet uitvoerbaar. Daar willen we wel voor waken. Wij waren en zijn nog steeds groot voorstander van de gebiedsontwikkeling Maasterras. Het is ons echter pijnlijk duidelijk geworden dat bij dit project van tevoren is bedacht dat de Weeskinderendijk
49
plaats moet maken voor het Maasterras en dat onteigening niet alleen het plan was, maar de strategie. En wij zien dat de overheid vaker dit soort strategieën toepast. En dat zagen we bij de Marktverordening, dat zien we bij klimaatdoelen, bij azc's en nu ook bij het Maasterras. En als we zo met onze inwoners omgaan, dan kunnen wij niet achter zo'n strategie staan, hoe graag we ook een ontwikkeling zien op het Maasterras. Als we principes loslaten, voorzitter, wat houden we dan over? En soms droom ik dat als we een goede discussie vooraf hebben dat we dan niet zo'n lang debat achteraf hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank, mevrouw Pichel. En dan kom ik bij de heer Stam. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Het Maasterras bestemmingsplan, een moeilijk plan voor ons om ongewijzigd mee in te stemmen. Het doorlopen proces is op zijn zachtst gezegd niet fraai geweest. En de raad zat erbij en heeft het ook grotendeels laten gebeuren. Er waren er eerder en andere oplossingen en opties mogelijk. De vraag blijft dan ook hangen, waarom? In de commissie van vorige week heeft de wethouder aangegeven dat hij met betrekking tot compensatie zich moet houden aan diverse regels met betrekking tot onteigening, of zoals benoemd, beminnelijke verwerving. En nu blijkt enerzijds dat dit juridisch gezien toch blijkbaar anders is.
Anderzijds wekt de wethouder met deze gesproken woorden, bewust of onbewust, de indruk dat dit betekent dat er financieel gezien, op basis van regels, beperkingen zijn die hem belemmeren in zijn handelen richting bewoners en standplaatsbewoners. Ook dit blijkt, uit toetsing die de bewoners van de Weeskinderendijk weer hebben moeten doen bij een externe partij, niet zo te zijn. En inmiddels is dit ook bevestigd door de jurist van de Stadsas. Vraag aan de wethouder is dan ook of hij zich, los van de juistheid, niet of wel bewust is wat deze woorden naar bewoners, standplaatsbewoners en ook richting gemeenteraad doet? Het is strikt genomen niet jokken, maar wel halve informatie geven. En dat brengt ons bij onze moties, die we met een aantal andere partijen indienen. Allereerst betreft dit de kosten die bewoners uit eigen zak hebben betaald voor extern advies voor de eigen planvorming. Wat daar vooral niet mee is gedaan, is al uitgebreid besproken. Wij zijn van mening dat we bewoners niet kunnen belasten met deze kosten, waarbij de houding en communicatie van de gemeente c.q. het college bepalend is geweest voor hun inzet. Gedwongen door het ontbreken van communicatie en informatie. Op het moment dat de communicatie richting inwoners duidelijk of duidelijker was geweest, dan had dit een hoop leed en inzet gescheeld.
En zoals zaterdag door een bewoonster van de standplaatsen nog uitgesproken, twee jaar geleden is het collegestandpunt duidelijk gemaakt naar ons. Wat er ook gebeurt, onteigening en wegwezen, linksom of rechtsom. Daarna niets meer vernomen. Je vraagt je af wat wij ook als gemeenteraad hier de afgelopen twee jaar eigenlijk hebben gedaan? Blijkbaar allemaal voor de bühne. Het woord is al eerder gebruikt vanavond. Over behoorlijk bestuur gesproken. Een tweede motie hebben wij voor de leden van de werkgroep, die hun inzet ten laste hun eigen inkomen hebben gedaan. Niet alles kan in de avond of in het weekend worden gedaan. Door deelname in de werkgroep heeft dit geleid tot behoorlijk inkomensverlies. Ook zijn wij van mening dat compensatie meer dan op zijn plaats is. En wat ons betreft is hier zeker geen sprake van precedentwerking op een traject wat langdurig is geweest, met veel hobbels voor bewoners en standplaatsbewoners. Kortom, wij willen en kunnen op deze wijze nog niet instemmen
50
met dit plan. We zijn niet tegen bouwen in onze stad, maar dit proces is wat ons betreft een proces geweest, waardoor inwoners zo'n gruwelijke afkeer tegen de politiek hebben ontwikkeld. Doordrukken, geen empathie en geen gevoel bij inwoners. Dat is blijkbaar enkel rondom de verkiezingen het geval. En ook de raad, waar ik zelf ook toe behoor, mag goed in de spiegel kijken hoe ze dit proces de afgelopen twee jaar zijn beloop hebben laten gaan, en in feite hebben gefaciliteerd. Wat ons betreft was het plan teruggegaan naar de tekentafel. En dan wil ik eigenlijk afsluiten met een mooi spreekwoord, wat ik iemands oma heb horen zeggen. Dat is, geld wat stom is, maakt nog niet recht wat krom is. Je kunt je schuld wel willen afkopen, maar beter zou zijn deze zonde tegen het tiende gebod niet te begaan. Begeer niet het huis van uw naaste. En dat hebben wij als gemeente gewoon toegelaten. De voorzitter: Dank, mijnheer Stam. Ik kijk naar de heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Om maar direct met de deur in huis te vallen, ik kan niet instemmen met het raadsvoorstel over het Maasterras. Ik heb al eerder aangegeven dat ik grote bezwaren heb tegen dit plan. En dat standpunt verandert vandaag niet.
Het Maasterras, zoals het nu voorligt, wordt een wijk van 12 massieve, gesloten woontorens, ontworpen als geluidsdichte bunkers, omdat de ligging tussen snelweg, rivier en spoor geen andere architectonische ruimte lijkt toe te staan. Dat is niet het Dordrecht waar ik voor sta. Maar voorzitter, mijn bezwaren gaan verder dan alleen het ontwerp. Ik schaam me echt diep voor de manier waarop dit proces is verlopen, richting de bewoners van de Weeskinderendijk en het woonwagenkamp. Hoe dit proces naar hen toe is verlopen, vind ik ronduit schandalig. We hebben afgesproken dat we een oordeelsvormende commissie niet overdoen in de raad. Ik zal kort reageren op een aantal van de ingediende amendementen en moties. Ik begin met het amendement van de Partij voor de Dieren, Gemengd bouwen. Daar ben ik absoluut voor. Want zoals ik al eerder vermeld heb in mijn woordvoering tijdens de oordeelsvormende sessie, bij dit soort projecten worden de sociale huurwoningen regelmatig gebruikt om een gezondheidswal te creëren voor de woningen in het duurdere segment. En dat wil ik in deze stad voorkomen. Ik had nog een dingetje staan over veilige oversteek voor dieren. Ik denk dat het Maasterras zo verschrikkelijk wordt dat we juist moeten voorkomen dat dieren daarnaartoe kunnen. Dat wil ik ze niet aandoen. Dan een aantal amendementen over meer sociale huurwoningen.
De VVD sprak zojuist over het stadion van FC Dordrecht, waar 4.000 mensen in passen. Maar laten we eens kijken wie daar in dat stadion zitten. Dat is de politieagent, dat is de zorgmedewerker, dat is de lerares. En voorzitter, laten we ook even naar de cijfers kijken. Een zorgmedewerker verdient gemiddeld 2.800 euro per maand. Een politieagent tussen de 2.700 en 3.300 euro. En met dat inkomen kom je in 2025 gewoon in aanmerking voor een sociale huurwoning. De mensen voor wie sociale huur bedoeld is, zijn die hardwerkende Nederlanders waar de VVD het altijd over heeft. Maar wie bouwt er nog voor hen? Wie kiest er nog in deze stad voor de agent uit Krispijn, de verpleegkundige uit Stadspolders of de jongvolwassene die uit huis wil? De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Noldus.
51
De heer Noldus: Toch een vraag richting de heer Van der Spoel. Die vroeg eerder richting ChristenUnie/SGP om niet de sociale huurwoningen voor de sociaal zwakkeren te typeren. En ik zou toch nu wel willen vragen aan de heer Van der Spoel, via u, voorzitter, om dan ook niet allerlei beroepsgroepen bij voorbaat toe te wijzen aan sociale huurwoningen, wetende dat dat juist ook doelgroepen zijn die daarvoor een heel groot en belangrijk deel buiten vallen. Kan de heer Van der Spoel daarmee uit de voeten, voorzitter. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik begrijp echt werkelijk waar helemaal niets van deze vraag, Voorzitter. Wat bedoelt de VVD hiermee? Wat wilt u hiermee bereiken? De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: De heer Van der Spoel vraagt aan de ChristenUnie/SGP om niet sociaal zwakkeren per definitie toe te wijzen in de woorden aan sociale huurwoningen. En de heer Van der Spoel doet nu hetzelfde, maar dan andersom. Die wijst hele beroepsgroepen toe aan sociale huurwoningen, voorzitter, terwijl dat beroepsgroepen zijn die juist in allerlei type woningen wonen, in onze wijken. En de Heer Van der Spoel zet ze hier allemaal in de hoek van de sociale huurwoningen. Kan hij daar een andere invulling aan geven? De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Mijn mond valt open.
Ik sta hier echt van te kijken, dat de VVD dit op deze manier zo wil framen. Ik vind het bijna tegen het trieste aan. Weet je, het verbaast me ook weer niet eigenlijk, om op deze manier het debat te voeren. En wat ik hiermee probeer duidelijk te maken, voorzitter, en ik denk dat ik daar maar mee verder moet gaan met mijn woordvoering, want dit past perfect eigenlijk, het vervolg, met wat de VVD hier weer doet. Want voorzitter, wat hier in het debat steeds gebeurt, is een bekend retorisch trucje. Eerst een tegenstelling creëren die er niet hoeft te zijn. Sociale huur versus betaalbare koop. En dan de doelgroep claimen. Wij bouwen voor de hardwerkende Nederlander. Terwijl je in werkelijkheid impliciet suggereert dat sociale huur er alleen is voor het plebs. Maar laten we eerlijk zijn, sociale huur is ook de verpleegkundige. Sociale huur is ook de agent. Sociale huur is ook mijn zoon van 25, die keihard werkt in de zorg, maar gewoon geen huis kan vinden, of hij moet 75.000 euro meenemen naar de bank. De waarheid is dat de VVD deze periode keer op keer kiest voor bouwen voor mensen met een dikke portemonnee. En daarom steun ik iedere motie en amendement voor meer sociale huurwoningen. De voorzitter: De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank aan de heer Van der Spoel dat hij een andere inkleuring geeft aan de doelgroep voor sociale huur. Dat helpt om mee te beginnen.
Dan een vraag aan de heer Van der Spoel. Die is hier al eerder voorbijgekomen. Want er wordt hier
52
gesproken over tegenstellingen als debattruc. Maar de tegenstelling die ik dan toch aan van de heer Van der Spoel zou willen weten, er komt een heel verhaal over te weinig sociale huur en de heer Van der Spoel gaat stemmen voor nul sociale huurwoningen en nul woningen om in door te stromen, waardoor alle sociale huurwoningen in de wijken ook nog krapper komen voor de doelgroepen die de heer Van der Spoel zojuist noemt. Graag een reactie van de heer Van der Spoel. De voorzitter: Stop. Wat is uw vraag? De heer Noldus: Wat de reactie is van de Fractie van der Spoel op de tegenstelling die hij zelf opwerpt, namelijk het niet bouwen van sociale huurwoningen versus het verhaal om meer sociale huur te bouwen. De voorzitter: De heer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Interpreteer ik het dan goed, voorzitter, dat hij zegt, je stemt tegen dat plan en daardoor komen geen sociale huurwoningen? Bedoelt de heer Noldus dat? De heer Noldus: Ja, voorzitter, dat is zeker de vraag. De voorzitter: Geeft u het antwoord wat u denkt dat u moet geven. Want nu komen we in verduidelijkende interrupties op elkaars vragen. Probeert u een antwoord te formuleren. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: De vraag is, de heer Van der Spoel gaat stemmen voor nul sociale huurwoningen, maar komt met het verhaal dat er te weinig sociale huurwoningen worden gebouwd.
Dat is geen oplossing. Dat is het vergroten van een probleem, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Ik zei inderdaad, voorzitter, nee zeggen tegen het Maasterras. Dat klopt. En de VVD zegt indirect dat ik daarmee de woningzoekenden voor een sociale woning in de kou laat staan. Maar laat ik dit helder stellen, wat ik juist wil voorkomen, is dat we mensen voor de komende honderd jaar opzadelen met een verschrikkelijke woonwijk vol bunkerflats, waar niemand zich thuis voelt. Dat, voorzitter, noem ik pas onbehoorlijk bestuur. Mensen dwingen te kiezen tussen geen woning of een wanplan, dat voorbijgaat aan leefbaarheid, menselijke maat en fatsoenlijke participatie. De coalitie presenteert dit als een nu of nooit, maar dat vind ik een vals dilemma. Het is niet bouwen of stilstaan. Het is goed bouwen of slecht bouwen. En ik kies voor goed. En dat is mijn antwoord op de vraag van de VVD. Dan ga ik nu nog even verder. Dat was hij voorlopig even, voorzitter. De voorzitter: Dank, mijnheer Van der Spoel. En daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. De heer Gündogdu.
53
De heer Gündogdu: Voorzitter, zouden we even 5 minuten kunnen schorsen? De voorzitter: Dat wilde ik gaan voorstellen. Op verzoek van de heer Gündogdu … Voordat we naar de eerste termijn van het college gaan, even een schorsing van 5 minuten, zodat we even onze handen kunnen wassen. Ik heropen de geschorste vergadering. Een nieuwe traditie is, als we 2 jarigen op een avond hebben, dat we de tweede jarige feliciteren na de eerste schorsing. Los ik dat even charmant op. Mevrouw Van Engelen, ook u van harte gefeliciteerd met uw verjaardag. Maar nu gaan we wel meteen door, want we hebben nog veel te bespreken. En dit is een groot en serieus onderwerp. Het woord is als eerste wethouder aan de heer Burggraaf, voor zijn eerste termijn. Gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. En ik begrijp dat ik ongeveer een kwartier de tijd heb. Ik zal vooral de beantwoording langs de lijn van alle amendementen en moties doen langs 3 thema's. De eerste is de positie van de bewoners Weeskinderendijk en de woonwagens. De tweede is de categorie alles wat gaat over de kwaliteit van de nieuwe buurt, die gebouwd wordt. En daarna de programmering van de woningen, waar ook collega de heer Van der Kruijff vervolgens nog een aantal zal behandelen. En tot slot die het verkeer raken, wat de heer Van der Linden zal beantwoorden. En voorzitter, het is een intensief en heel lang traject geweest.
En als u het mij vraagt, hadden wij dat ook heel graag nog veel sneller willen doen. Het is een enorme complexe plek, mede omdat u ook zelf heeft aangegeven, we willen graag binnenstedelijk bouwen en niet buiten de stad in de polder. En dat maakt dat je tegelijkertijd terechtkomt op de meest complexe plekken. Dat is ook de reden geweest waarom het college in het najaar van 2023 een brief heeft gestuurd naar het ministerie van VRO en I&W, waarin we hebben gezegd, we hebben uw hulp nodig, want er zit nogal wat infra van u in het gebied. En zonder u kunnen we die snelle aanpak niet doen. Dat was ook de aanleiding waarom de heer Kurvers ons daarin ondersteund heeft. En dat heeft wel laten zien hoe complex het was om die hele hoge ambities, die u in de Mecanoo visie had meegegeven, te kunnen kijken of die te realiseren zijn. En niet alles kon. Dat heeft u ook geconstateerd. Maar gelukkig heeft het geleid tot een plan, die uiteindelijk de stad een stuk mooiere entree gaat geven en ruim 2.000 woningen. Want dat is uiteindelijk waar we het allemaal voor doen, voor de inmiddels ruim 8.500 mensen in de stad die een andere woonbehoefte hebben, die een woning zoeken. De enorme opgave die u zelf in 2018 heeft meegegeven aan het college om 11.000 woningen te gaan bouwen, waarvan vanavond er ongeveer een kwart van die aantallen wordt toegevoegd.
En ik kan u vertellen, dat hebben we in die jaren nog geen enkele keer in zo'n groot aantal kunnen doen. En dan hebben we het belang van al die woningzoekenden heel hoog staan. En tegelijkertijd ook de belangen van de bewoners aan Weeskinderendijk, die daarin geraakt worden en de woonwagenbewoners. Want helaas is het zo dat, om zoveel woningen in het gebied te kunnen realiseren, die belangen geraakt worden. En daar moeten we goed mee omgaan. En dat brengt me tot het kopje, de bewoners Weeskinderendijk en de woonwagenbewoners en de amendementen en de moties die u daar heeft ingediend. Allereerst het amendement A12. Die zegt Behoud ruimte voor optimalisatie en voorkom dwang. Dit amendement moet ik helaas ontraden, want dit raakt de kern van het hele programma wat er voorligt. Op deze plek, waar de Weeskinderendijk is, waar woningen zijn gevestigd, kan de
54
hoogste leefkwaliteit gerealiseerd worden, kan een goede verbinding met de andere buurt gerealiseerd worden en kan een mooie aansluiting tussen Krispijn en de nieuwe buurt gemaakt worden. En helaas kan dat niet anders gerealiseerd worden dan het opkopen van de woningen aan de Weeskinderendijk, het slopen daarvan en het nieuwbouwen van een nieuwe buurt. Daarmee amendement A12 ontraden, ook omdat er geen dekking bij dit amendement zit. Dan kijken we vooruit. Want wat ik zei, dan is het vervolgens aan ons een belangrijke opdracht om dat zo goed mogelijk met de bestaande bewoners van Weeskinderendijk te gaan oplossen. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik hoor de heer Burggraaf zeggen dat er geen dekking voor is. Maar we hebben al een paar keer aangegeven, misschien kunnen we wat weghalen bij het Stadspark XXL. En als u daartoe geneigd bent, dan ben ik best bereid om nog even een amendement in elkaar te flansen, om daar wat geld weg te halen. De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, het college heeft u het voorstel gedaan met de dekking die erbij zit. Was al een enorme grote investering om in dit gebied te kunnen realiseren, 74 miljoen. 47,5 miljoen risico reserve in het grondbedrijf. En dat maakte voor ons de balans dat we niet nog tot andere ingrepen zijn gekomen en daar financiering bij hebben voorgelegd.
Uiteindelijk gaat de raad over het budgetrecht. U kunt natuurlijk altijd andere dekkingen inbrengen. En uiteindelijk gaat een meerderheid van de raad erover waar ze hun geld willen inzetten. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan wil ik straks nog wel even overleggen met de SP, om te kijken of we daar een dekking bij kunnen zoeken. Tegelijkertijd heb ik gisteren de wethouder Financiën horen zeggen dat er eigenlijk genoeg geld in de pot zit. Alleen maakt het college een andere keuze. Dus een politieke keuze. Hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Voorzitter, het gaat hier om twee keuzes. En de eerste is, daar begon ik mee, een keuze in wat voor woonwijk, nieuwe woonbuurt wilt u neerzetten? En daar is het zo dat wil je dat doen op een manier waarop je de Dordtse schaal kan neerzetten, daarom hebben we ook bewust aan u voorgesteld om niet enorm grote woontorens neer te zetten, maar te beperken in het aantal woonlagen, ook omdat je daarmee, als het gaat om de geluidsbelasting die in het gebied zit, die vooral bij de hogere woonlagen ontstaan, om dat te ontzien. En een aantal andere redenen, kom je … Het aantal woningen was een ander aspect.
Dat hebben we u ook voorgeschoteld, dat het echt honderden woningen minder zou zijn op het moment dat je het vervolgens inpast bij het behouden van de laatste woningen daar. Dat is het eerste argument. En het tweede
55
argument is dat het daarnaast ook geld kost als u een andere keuze maakt. Dat zijn de twee aspecten die u als raad, tenminste die ons tot dit voorstel heeft geleid en uiteindelijk aan u is om af te wegen of u daarachter staat of niet. Mevrouw Stolk: Voorzitter, nog even. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan heb ik het ook eventjes gehad over de risico's en de kosten. Want u zegt, we hebben de afweging gemaakt over de luchtkwaliteit, dat dat ook bepalend is. Maar dat heeft u helemaal nog niet in beeld gebracht. Hoe komt u dan aan die afweging? Er zijn helemaal nog geen onderzoeken naar gedaan. De voorzitter: De heer Burggraaf. De heer Burggraaf: Ik weet niet goed waar mevrouw Stolk op doelt. Maar onder het bestemmingsplan liggen heel veel onderzoeken naar de luchtkwaliteit, naar de mobiliteit en allerlei andere aspecten. Daar is het hele bestemmingsplan mee onderbouwd. Anders dan zouden we die ook niet aan u voor kunnen leggen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, een vervolgvraag nog. Dat hele plan is aangepast. Hoe komt u erbij dat daar onderzoeken over gedaan zijn? De voorzitter: Mijnheer Burggraaf, geeft u een korte reactie en gaat u daarna door. De heer Burggraaf: Kijkt u maar na. Er zijn een aantal onderzoeken naar aanleiding van het nieuwe, meest recente bestemmingsplan wat voorligt. Zijn ook een aantal nadere onderzoeken weer op geweest.
Er liggen gewoon allemaal onderzoeken onder. Voorzitter, dan het vervolg. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Stam. En dan de heer Hartmeijer. Gaat uw gang. De heer Stam: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen, er zit geen financiële dekking in. Maar onder 3 zie ik hem wel degelijk staan. Ik ben alleen van mening, de wethouder vindt die dekking niks. En er staat echt, je kan de woningen wat duurder maken. En dat als je kijkt naar de afgelopen jaren naar de NHG-grens, die continu stijgt, zou je wel wat woningen duurder kunnen maken, waardoor je die extra winst kan gebruiken voor die optimalisatie. Ik begrijp niet zo goed waarom u zegt, er zit geen dekking in. De heer Burggraaf: Voorzitter. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Er ligt onder een GREX een realistische raming van de programmering, die natuurlijk ook afhankelijk is van, wat voor woningmarkt heb je, welke woningen kan je afzetten? En daar zit de hele doorrekening bij. U kunt niet stellen,
56
dan doen we maar ergens de woonprijs wat hoger. Op die manier rekent u het echt niet dicht. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Voorzitter, met alle respect hoor, maar dat snap ik wel. Maar u zegt net, er zit geen dekking bij. En dat er een andere manier van berekenen is in de GREX, dat snappen we denk ik allemaal wel. Maar u zegt, er zit geen dekking in. Maar dan had u een duidelijk antwoord moeten geven op de dekking die er wel degelijk in staat. De voorzitter: De heer Burggraaf. En daarna gaan we door. De heer Burggraaf: Daarvan is het antwoord, de dekking zoals die hier geformuleerd wordt, is geen sluitende dekking om een economisch uitvoerbaar en haalbaar bestemmingsplan te hebben, die ook de toets van de rechter kan doorstaan. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, de wethouder zoemt in op de dekking. Maar in het amendement staat natuurlijk, juist vanwege die optimalisatie zoektocht en de flexibele manier waarop we het nu vaststellen, om de raad ook actief daar in het vervolg bij te betrekken. Want er komt nog veel onderzoek. Dat heeft het college natuurlijk zelf aangekondigd. Kan de wethouder in ieder geval zich daarin vinden, in dat aspect? De voorzitter: De wethouder.
De heer Burggraaf: Nee, voorzitter, want dat is ook wat u in het raadsvoorstel leest en hoe we dat hebben toegelicht, dat het geen mogelijkheid is om nog de mogelijkheid open te houden in het vervolgtraject na optimalisatie bij behoud van woningen. Het is nu de keus, of u gaat voor dit bestemmingsplan en je kijkt daarbinnen naar optimalisaties, maar niet dat je daar nog de optie openhoudt om een aantal woningen te laten staan, want dan heb je nu niet een haalbaar en uitvoerbaar bestemmingsplan. Zo staat het ook heel duidelijk in dat raadsvoorstel aan u toegelicht. De voorzitter: Gaat u door. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik wilde naar het volgende punt gaan. En dat is aan de hand van motie M12. En dan denk ik een aantal andere moties die gaan over de vervolgsituatie. Kijk, ik ben blij dat we na vanavond in ieder geval, als u een besluit neemt, door kunnen gaan naar de actieve fase van onteigening. Want dat geeft het college de mogelijkheid, zo heb ik dat in de commissie ook toegelicht, om echt naar de een-op-een benadering te gaan van de bewoners die hun woning aan de gemeente moeten verkopen. En dat geeft ons de ruimte om individueel de gesprekken aan te gaan. En uiteindelijk op basis van maatwerk met een persoonlijke een-op-een benadering te werken naar volledige schadeloosstelling.
Waarbij alle schade die rechtstreeks en noodzakelijk het gevolg is van de onteigening, zal worden vergoed. Waar componenten in zitten die ook bestaan uit vergoedingen voor deskundigen, verhuiskosten. En die gaan over de vergoeding van de werkelijke waarde van de woning. En waar ook plek is voor de schrijnende gevallen, zoals we die hebben gehoord, en niemand in de koude kleren is
57
gaan zitten. Waarin mensen door gezondheid in een situatie terecht zijn gekomen waar ze echt ook meer begeleiding nodig hebben. Daar is dan allemaal ruimte voor om dat te doen, zodat, waar ik mee begon, we doen het voor al die woningzoekenden, maar ook voor al onze bestaande Dordtenaren, de mensen die daar wonen, om die op een goede manier te begeleiden. Binnen die context kan ik niet anders dan motie M12 ontraden, want die stelt vervolgens dat er … De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Voorzitter, ik hoor de wethouder nu echt letterlijk spreken over onteigening. Maar ik kijk even naar alle procestijgers hier in deze zaal. Kunt u nu gaan onteigenen op basis van een bestemmingsplan, of moet u nu een apart raadsbesluit nemen over die onteigening? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, er gaat nog wel wat vervolg besluitvorming in, maar we kunnen wel naar de actieve fase gaan, waarin we volgens alle onteigeningkaders ook al de minnelijke gesprekken kunnen voeren. En volgens diezelfde kaders met bewoners het gesprek kunnen hebben over, welke vergoeding krijgt u dan voor uw woning? En in die vergoeding zit uiteindelijk bij de onteigening een resultante van de hoogste waarde op de woning. En als je kijkt, zoals in motie M12, naar de complexwaarde, je kijkt dan naar het hele Maasterras, dan is het niet zo dat er winst in zit.
Want u heeft zelf gezien, je moet uiteindelijk 74 miljoen in de gebiedsontwikkeling stoppen om het te kunnen realiseren. Uiteindelijk is de hoogste waarde van die waardes de gebruikswaarde. En daarop wordt binnen het onteigeningskader de vergoeding gemaakt. Daar gaat motie M12 aan voorbij. Die moet ik ontraden. De heer Stam: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stam nog een keer. De heer Stam: Ik denk, als ik dit antwoord hoor en ik luister naar de geluiden die hier heel de avond over tafel zijn gegaan, dan snap ik best wel dat u binnen bepaalde kaders werkt. Maar ik heb in mijn woordvoering net ook aangegeven dat onteigeningseigenaren iets anders zeggen. Je bent vrij om te betalen wat je wil. De vraag is eigenlijk aan u, die hier langer op tafel ligt, laat die regels eens een beetje los. En als je dan toch met mensen moet gaan praten, doe het dan op een empathische, menselijke manier dat mensen gelijkwaardig kunnen overstappen. En al die regels die eronder zitten, die snappen we wel, maar daar helpen we die mensen niet mee. En daar is deze motie voor bedoeld. Ik heb uw advies gehoord, maar moeten we echt nog goed overwegen.
De voorzitter: Wat is uw vraag? De heer Stam: Of de wethouder bereid is om op een meer empathische manier met de bewoners in overleg te gaan, zonder al die regeltjes in zijn achterhoofd te hebben, maar gewoon te kijken, wat heeft u nodig om gelijkwaardig over te stappen? Is de wethouder daartoe bereid?
58
De voorzitter: De Wethouder. De heer Burggraaf: Twee aspecten, voorzitter. Allereerst, al ons handelen wordt beheerst door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. En die zeggen dat gelijkwaardigheid belangrijk is. Gelijke gevallen gelijk behandelen. Dat je rechtmatig handelt, binnen de kaders die er zijn. En dat zit verwerkt in de onteigeningsbepalingen, in de wetgeving, in de jurisprudentie die daarover is geweest, in allerlei gevallen in het land heeft beoordeeld, waar ruimte is voor maatwerk. En wat ik u zei, in een actieve fase ontstaat ook de mogelijkheid om actief vanuit de gemeente het gesprek met elke individuele bewoner aan te gaan. Als u vraagt, gaan we dat empathisch doen, gaan we dat menselijk doen, op de persoon gericht, ja, dat gaan we doen in de volgende fase. Maar vervolgens, nogmaals, zijn we ook gehouden om te blijven handelen binnen de kaders die er zijn van onteigening, want ook dat is gemeenschapsgeld en dat wil je op een verantwoorde manier uitgeven. En nogmaals gelijke gevallen, gelijk behandelen. De voorzitter: De heer Stam, voor de laatste keer. De heer Stam: Dat is de laatste vraag. Daar ging mijn eerdere vraag over. Want als je kijkt naar die minnelijke verwerving, dan zijn die financiële kaders toch wel wat ruimer en kunt u eigenlijk overeenstemming bereiken tot elk bedrag wat u wil. En u houdt vast aan die onteigening.
En dat is bevestigd door de jurist van de Stadsas van de week. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Dat herken ik niet, voorzitter. Dan hebben we motie M11. De voorzitter: De heer Hartmeijer. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Hartmeijer: Voorzitter, dank. Deze motie, die net geapprecieerd is, kwam natuurlijk ook voor voort uit de beantwoording van vragen van de heer Stam, waarin stond dat er een netto voordeel zou ontstaan van 17 miljoen. Daarnet zegt de wethouder, er zit eigenlijk helemaal geen winst in. Is die vraag dan verkeerd beantwoord of gaat die 17 miljoen ergens anders naartoe? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat is wat ik zei, je kijkt naar de totale investering en opbrengst als het gaat om de gebiedsontwikkeling. En daar zit geen winst in. Daar zit 74 miljoen bijstorting op. En vervolgens ga je kijken, wat is dan de hoogste waarde waarop je de woningen kan vergoeden? En dat is op basis van de gebruikswaarde. En daar zit in de schadeloosstelling allerlei extra aspecten, want in de onteigeningsuitgangspunten moet het zo zijn dat je vermogenspositie op het moment dat je woning onteigend wordt en je een nieuwe betrekt dat die niet verslechtert. Daar worden ook allerlei persoonlijke omstandigheden in meegenomen.
59
Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk.
Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik wil toch nog heel even terugkomen op de vraag die de heer Stam net stelde over de jurist van de Stadsas. Ik zal het netjes houden, of de jurist van de Stadstas jokt of u jokt. Ik zou graag misschien in de tweede termijn, dat u daar even afstemming over kunt hebben, toch wel een goed antwoord erop willen krijgen. De voorzitter: We moeten even op gaan passen of we termen als jokken gaan gebruiken, want dingen gaan zomaar leven. En wij hebben ook echt nog een hele lijst met moties en amendementen te gaan. En uiteindelijk adviseert het college u op de moties en amendementen waar u zo meteen over gaat. Uiteindelijk, er zijn moties en amendementen waar u elkaar echt niet op gaat vinden. Maar het laatste woord is zo meteen aan de gemeenteraad bij de stemming. Uiteindelijk gaat u daar zelf over. En ik wil ook een klein beetje op de tijd letten, want het is inmiddels ook al 23.05 uur, mevrouw. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Dat ben ik helemaal met u eens. Maar dan wil ik wel op basis van juiste informatie beslissingen nemen. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik denk dat er wat spraakverwarring mogelijk is. Wat ik zeg, is dat er een onteigeningsrecht is. Er is jurisprudentie.
Die allerlei regels aangeven, op basis waarvan je de vermogenspositie bepaalt, de situatie voor onteigening, na onteigening, et cetera. Dat is individueel maatwerk. Binnen die bandbreedte worden de financiële vergoedingen bepaald. Ik kan ook geen maximale bedragen hier noemen. Dat je zegt, dit is een maximumbedrag dat in een geval wordt betaald. Want dat wordt gewoon per geval en van geval tot geval bepaald. En dat is het juridisch kader waarbinnen we zullen handelen. Mevrouw Stolk: Voorzitter, een vervolgvraag dan nog. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Volgens mij hebben we nu te maken met een nieuwe Omgevingswet, een heel ander kader. Daar is helemaal nog geen jurisprudentie over, volgens mij. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, die vraag is ook al vaker teruggekomen. En er is inderdaad een Omgevingswet, maar daarmee is niet het hele afwegingskader en alle jurisprudentie, die in al die jaren is opgebouwd, op basis waarvan de rechter ook
60
individuele gevallen heeft getoetst en gekeken hoe je daar nogmaals vanuit gelijke gevallen, gelijk behandelen, et cetera, kaders zijn ontstaan. Die zijn nog steeds ook een leidraad in de nieuwe Omgevingswet, rondom de onteigening. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, een vraag aan de heer Burggraaf. U heeft de oproep van deze raad gehoord, waarbij meerdere keren is gezegd, van sleutel naar sleutel. Los van al deze kaders en jurisprudentie, de vraag is, kunnen deze bewoners straks erop rekenen dat zij een sleutel inleveren, een sleutel terugkrijgen, zonder dat zij financieel nog meer nadelig worden belast? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik blijf bij de woorden, zoals ik die net geformuleerd heb, omdat dat uiteindelijk het wettelijk kader is waarbinnen we handelen. En daar zit maatwerk in en daar zit in gevallen, zoals u heeft gehoord van een inspreker die zei, ik zit ineens in een gezondheidssituatie waarin ik gewoon geen energie meer heb en zelf geen zoektocht meer naar woningen kan doen. In dat soort schrijnende gevallen is er de ruimte om daarin te faciliteren. En er zullen ook bewoners zijn die wel prima in staat zijn om zelf naar een nieuwe woning te gaan zoeken. Dan is de situatie heel anders.
Nogmaals, we zullen echt maatwerkgericht voor elke bewoner, binnen de randvoorwaarden die er zijn, voor passende oplossingen zorgen. Voorzitter, dan hebben we nog motie M11. Die moet ik om diezelfde reden ontraden. Daar valt eigenlijk dezelfde toelichting bij als ik net al heb beschreven. Dan voorzitter, de situatie die de volgende moties adresseren. En dat is de situatie die we hebben gehad rondom de alternatieve bewonersvariant, waar de werkgroep zeer actief is geweest en inderdaad ook zeer aanwezig is geweest. We zien vaker bij trajecten bewonersparticipatie. In dit geval is het wel erg intensief geweest. En in de aanloop naar de vergelijking van de verschillende modellen in de OER-beoordeling kunnen we ook vaststellen dat onbedoeld het beeld is ontstaan dat de gemeente opdracht heeft gegeven voor een verdere uitwerking en dat geleid heeft tot extra kosten bij de werkgroep. Ik heb ook in diverse woordvoeringen van uw raad gehoord dat er een ongebruikelijke dynamiek is ontstaan, waarin een opeenstapeling van verkeerde verwachtingen zijn ontstaan richting de werkgroep, die onvoldoende weersproken zijn vanuit de gemeente. De boodschap van de raad is helder, als u deze 2 moties aanneemt, die hier voorliggen, dan is het aan het college om vervolgens zorgvuldig te gaan kijken hoe we daar recht kunnen doen in een tegemoetkoming in deze situatie.
Waarbij we dat natuurlijk wel graag op een rechtmatige wijze willen doen en zorgvuldig op een specifieke situatie, die specifiek voor dit geval van toepassing is geweest. En daarmee zijn die 2 moties, wat ons betreft, oordeel raad, M14 en M13. En zullen wij daar, volgens deze lijn, invulling aan gaan geven. Dan voorzitter, kom ik terecht bij de woonwagenbewoners, amendement A10 en A2. Voorzitter, we hebben vanaf het begin aangegeven dat we vinden dat de woonwagenbewoners ook een goede nieuwe woonplek moeten krijgen. We hebben in de weging niet anders dan kunnen constateren dat voor een goede woonbuurt ontwikkelen hier het helaas niet mogelijk is om de woonwagenbewoners op deze locatie te laten zitten. Ik deel volledig van een aantal partijen die ik hoor die zeggen, maar de woonwagenbewoners zijn al zo vaak verplaatst, ze hebben toch ook recht op een plek waarop ze gewoon voor een hele lange termijn kunnen weten, dit is onze nieuwe plek.
61
Dat is ook de insteek waarop wij op zoek gaan naar een nieuwe geschikte locatie. En voor ons is het ook de reden geweest om te zeggen en aan u voor te stellen, we zoeken naar een plek waarbij er voor de bewoners ook een vooruitgang in zit, namelijk meer woonwagenplekken dan nu het geval is. Dan kom ik bij de 2 amendementen. Als het gaat om amendement A10, dan gaat het college die wel ontraden. Want daar wordt gevraagd om een alternatieve locatie te vinden, waarbij overeenstemming is met de bewoners. Wij hebben een traject ingezet, waarin we vooral ook bij de bewoners wilden ophalen, wat zijn jullie wensen? We gaan een traject in, waarbij we bij een nieuwe locatie ook te maken hebben met de omwonenden daaromheen en allerlei andere belangen. Waarin we ook gaan ophalen, hoe kijken jullie daartegenaan? Wat vinden jullie belangrijk? En dat gaan we vervolgens tegen elkaar afwegen. In die weging komt een geschikte locatie. En als je dan alleen maar spreekt over overeenstemming met bewoners, dan is dat een te eenzijdige kant van de medaille. Hebben we daar meerdere belangen in te wegen en willen we echt blijven bij de woorden, het aanbieden van een geschikte locatie. Wel in goede participatie met de woonwagenbewoners. Dan het volgende punt. En dat is het aantal plekken op een nieuwe standplaats, op een nieuwe locatie.
Wij hebben in de zienswijze aangegeven dat we naar 3 plekken ruimte zoeken. En u zult begrijpen dat ook dat, hoe meer plek je daaraan geeft, hoe ingewikkelder de alternatieven worden, want dat neemt allemaal weer meer ruimte in beslag. We willen graag in dit traject vast blijven houden aan in ieder geval die 3 extra plekken. Als in die participatie blijkt en in de puzzel dat er meer ruimte is, dan kunnen we dat in dat proces verder afwegen. Maar om nu al meer dan die 3 plaatsen te gaan vastleggen, dan ontstaat er ook een situatie waar we mogelijk zo meteen niet aan kunnen voldoen. En willen we daarom ontraden. Daarmee heb ik het thema van de bewoners van de Weeskinderendijk en de woonwagenbewoners qua amendementen en moties gehad. En ga ik over naar de kwaliteit van de nieuwe buurt die we neerzetten. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Voorzitter, toch nog eventjes terugkomen op ons amendement. Kijk, wat wij beogen, is wat er in de toelichting staat. En daar staat in, het woonwagencentrum behouden blijft tot er overeenstemming is bereikt met de bewoners. Diezelfde regel uit de toelichting willen we gewoon in de regels hebben. Dat is het enige wat wij vragen. Wat er staat over de overeenstemming, dat staat nu al in de toelichting. De enige verandering die we hebben, is van het ene document naar het andere document.
Kan de wethouder daarop reageren? De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Voorzitter, zoals ik zei, uiteindelijk is de toets of we een geschikte locatie hebben gevonden. En daar willen we graag aan vasthouden. Anders kan je ook in de situatie komen dat je met elkaar niet tot een oplossing komt, want dan hoeft er maar één te zijn die geen overeenstemming bereikt en je toch een geschikte locatie alles afwegend hebt. En dan kan je de volgende stap niet zetten met elkaar. Daarom ontraden we dit amendement. Voorzitter, de kwaliteit van de nieuwe buurt die we gaan bouwen, waarbij onder andere de Partij voor de Dieren heel veel amendementen heeft neergelegd, moties.
62
Om met de eerste maar te beginnen, motie M4, Beeldkwaliteitsplan, die willen we omarmen. Het is aan u om uiteindelijk te kijken of daar een meerderheid voor is. Maar in ieder geval vinden we die insteek een erg verstandige. Zorgen voor een nieuwe buurt betekent ook, zeker op de plek waar die is, dat je het in goede en hoge kwaliteit doet, dat de aansluiting goed is. En daar hoort ook een goed beeldkwaliteitsplan bij. Hetgeen u hiertoe oproept, dat is wat ons betreft een hele verstandige. De tweede, waarin u in amendement A5, Partij voor de Dieren en CDA, oproept is, zorg voor goede differentiatie in de wijk, in de detailhandel. Ook die is wat ons betreft positief. Want een buurt is pas goed als er veel diversiteit in zit en er ook een eigen buurt kan ontstaan. En daar is dit een goede toevoeging in. De heer Groenewege: Voorzitter. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: De wethouder zei A5, volgens mij bedoelde hij A4. De voorzitter: De wethouder. De heer Burggraaf: Dat zou goed kunnen, want dan heb misschien het verkeerde nummer opgeschreven. Het amendement Bakker op de hoek, in ieder geval. Dat is A5. Dan heb ik de Groene tuinen voor een groene wijk. Daar heb ik nu ook A5 staan, maar dat zal een ander nummer zijn. Ik weet niet of iemand mij kan helpen. Dat is A7.