2.2 2025.06.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Ik spreek namens dit platform, dat sinds maart officieel is gestart als vertegenwoordiger van de Dordtse evenementensector. Een sector die niet alleen kleur geeft aan onze stad, maar ook wezenlijk bijdraagt aan haar karakter, samenhang en welvaart. Het Evenementen Platform, kortweg EVP, is mede op initiatief van de gemeente Dordrecht opgestart. En dat partnerschap waarderen wij zeer. Juist daarom willen wij ook in openheid met u delen dat wij ernstig bezorgd zijn over de in onze ogen onevenredige bezuinigingsopgaven die de evenementensector in het kader van het ravijnjaar 2026 te wachten staan. Op 13 februari hebben wij een brief gestuurd met onze visie op de voorstellen. Op 19 maart hebben wij, in gesprek met enkele raadsleden, deze zorgen met cijfers onderbouwd. We hebben toen duidelijk gemaakt dat een korting van 25 procent op het subsidiebudget, in combinatie met de nieuwe gemeentelijke kosten doorberekeningen, het voortbestaan van een groot deel van het Dordtse evenementenaanbod ernstig in gevaar brengt. Immers, veel evenementenorganisatoren zeilen heel scherp aan de wind en kunnen nog maar net het hoofd boven water houden. Ook de nu voorliggende bezuinigingsvoorstellen voor de evenementensector maken dit beeld niet veel beter. Überhaupt een aanslag op de budgetten van deze sector zal ongetwijfeld leiden tot een reductie van het aantal evenementen.
Dit heeft een onomkeerbaar effect op het evenementenaanbod van onze stad. Evenementen die zullen wegvallen door de voorliggende bezuinigingsvoorstellen, keren daarna ook nooit meer terug. Laat me vandaag een aantal punten uit onze brief extra toelichten. Punten die ook bij de nu voorliggende voorstellen onverkort van kracht blijven. Ik heb het dan met name over het brede bewezen maatschappelijke, culturele en economische belang van evenementen in de stad Dordrecht. Niet voor niets is onze stad maar liefst 3 keer uitgeroepen tot Evenementenstad van het Jaar. Die eer komt echt niet uit de lucht vallen. Uit onderzoek van bureau R2 Research blijkt dat maar liefst 92 procent van de Dordtenaren minstens 1 keer per jaar een evenement bezoekt. Dat onderstreept hoe diepgeworteld evenementen zijn in het leven van onze bewoners. Daarnaast is de economische impact enorm. Een weekend Big Rivers of Dordt in Stoom genereert ieder op zich al ongeveer 15 miljoen euro aan economische spin-off. Wantijpop
20
levert ruim 1,1 miljoen euro op. Zelfs een eendaags evenement als de sinterklaasintocht weet in enkele uren 200 duizend euro aan bestedingen te genereren. Dat zijn cijfers die spreken. Niet alleen voor het belang van cultuur, maar ook voor horeca, detailhandel en toerisme. Maar het gaat om meer dan alleen geld. De sociaal-maatschappelijke waarde van evenementen is minstens net zo groot. Bezoekers waarderen onze evenementen gemiddeld met een cijfer tussen de 8 en de 9. Meer dan 75 procent zegt dat evenementen bijdragen aan de trots op Dordrecht. En ruim 90 procent vindt het belangrijk dat evenementen blijven bestaan. Evenementen verbinden mensen. Ze creëren ontmoetingen, samenhorigheid en trots. Ze maken van Dordrecht meer dan een woonplaats. Ze maken een stad waar je graag bij wilt horen. Daarnaast willen wij graag benadrukken hoe belangrijk evenementen zijn in een stad als Dordrecht, waar mensen met veel verschillende achtergronden en culturen samenleven. Juist evenementen bieden een laagdrempelig en positief podium, waar inwoners elkaar ontmoeten, samenwerken en elkaars cultuur leren kennen. Of het nu gaat om muziek, eten, kunst of sport, evenementen brengen mensen bij elkaar op een manier die vanzelfsprekend en verbindend is. Ze bevorderen begrip, respect en samenhorigheid. Dragen bij aan een stad waarin diversiteit een kracht is, in plaats van een uitdaging.
In een tijd waarin polarisatie op de loer ligt, zijn evenementen een krachtig middel om te bouwen aan een inclusieve, hechte samenleving. Tot slot, evenementen zijn ook een krachtig middel voor citymarketing. Ze trekken mensen van binnen en buiten de regio. Ze zetten Dordrecht op de kaart, vergroten de naamsbekendheid en trekken toeristen die hier uit eten gaan, overnachten, de stad verder ontdekken en daar binnen hun eigen vriendenkring ook weer reclame voor maken. Geachte raadsleden, wij begrijpen dat het ravijnjaar van 2026 een harde realiteit is. Maar laat dit niet leiden tot een kaalslag in een sector die zoveel oplevert, economisch, sociaal en cultureel. De voorstellen, zoals die er nu liggen, met vooral de stapeling van bezuiniging op het subsidiebudget en verhoging van de lasten, zouden niet alleen onze sector ernstig raken, maar ook leiden tot een stiller, kleurlozer en minder verbonden Dordrecht. Het huidige pakket zal naar inschatting in 2029 leiden tot een reductie van 5 tot en met 10 evenementen per jaar. En de gratis toegankelijke evenementen zullen het meest kwetsbaar zijn, terwijl die juist alle lagen van onze samenleving de mogelijkheid geven met familie en vrienden daarvan te genieten. In onze brief van 13 februari vindt u tal van alternatieven, bevindingen en kanttekeningen die ook bij de huidige voorstellen onverkort van toepassing zijn.
Maar vanavond vragen wij u vooral deze ene overweging, investeer in wat werkt, wat mensen raakt en wat Dordrecht tot Dordrecht maakt. Want als we daarin snijden, dan wordt het inderdaad heel stil in deze stad. Dank u wel. De voorzitter: Mooie afsluiting, mevrouw Landa. Het woord is nu aan mijnheer Van den Brink. De heer Van den Brink: Eens even kijken. Geachte voorzitter, beste leden van de raad, alle overige aanwezigen, dank dat ik hier eventjes mag opkomen, en me dunkt wat doet u mij aan, in 5 minuten opkomen voor zes eeuwen ontwikkeling van cultuur en historie, van 5eeuwen opbouw van de wortels in het DNA van onze stad. Onze stad Dordrecht. Ik ben een relatieve buitenstaander. Hoewel, ik ben hier 30 jaar geleden gekomen, van buitenaf. Gestudeerd in Leiden. De rest van mijn vrienden gingen allemaal naar
21
Amsterdam, blablabla. Ik ging naar Dordrecht. Wat ging ik in Dordrecht doen? Ik kan u zeggen, in alle 30 jaar dat ik hier heb gezeten, heb ik 1 ding altijd met heel veel trots verteld. En dat is het verhaal van Dordt. Wat je kunt zien in het Dordtse musea. Ik heb het dan over het Dordrechts Museum, Huis van Gijn en het Archief en het Hof van Nederland. Als je gewoon even op AI vandaag de dag intoetst, noem mij de top 10 musea van Nederland, staat we gewoon op nummer 7. We zijn een factor van belang. We zijn een onderscheidend vermogen. Ik denk dat heel veel Dordtenaren heel veel trotser mogen en moeten zijn op wat we hier in deze stad hebben, wat we in handen hebben, wat voor een topstukken we hier hebben. En dan zullen je zeggen, Van den Brink, maar van trots kunnen wij geen bibliotheek omhooghouden en geen boterham meer eten. Maar het gaat veel verder dan alleen maar debiteuren en crediteuren en economisch belang. Natuurlijk, er zijn voldoende rapporten die aangeven dat de meerwaarde van bezoekersaantallen die in de stad dan ook weer geld uitgeven heus wel zich bewezen hebben. Maar het museum en de andere instanties die ik noemde, hebben een veel grotere meerwaarde in die stad. Ik ben gisteren als voorzitter van het Ondernemersfonds langs geweest bij een net gelande organisatie hier in Dordrecht, de Giovanni van Bronckhorst Foundation.
Dat is een instelling die houdt zich bezig met het belang van kinderen met een achterstand, en met de gezinnen eromheen. Ik heb met hen besproken en gesproken over het museum, om ze onderdeel te maken van hun plan, hun educatieve systeem. Ze hadden daar enorm oren naar. Ze vonden dat fantastisch. En ik hoor zo vanuit vele scholen en uit allerlei groepen in onze samenleving, in ons Dordtse, want we zijn hier met Dordtenaar onder elkaar, hoe belangrijk het is om ons verhaal te vertellen, om ons unieke geheel te vertellen. En aan mijn Amsterdamse vriendjes. Die komen hier allemaal aan, en volgens mij zeg ik niks anders dan wat jullie allemaal ervaren, wauw, ik wist niet dat Dordrecht zo mooi is en dat het zo'n enorm verhaal had, een enorme historie. En dat zien we allemaal in die 3 instanties die ik benoem. En het gaat heel veel verder dan alleen maar kunst aan de muur voor misschien wel een afstandelijke groep. We hebben een directrice op dit moment in het museum die de deuren wagenwijd openzet voor alle groepen in onze stad, om mee te doen en deel te nemen aan dat wat kunst en cultuur en ons verhaal ons kan brengen. Als je in een speelveld van krachten je grootste kracht gaat verarmen, ben ik ervan overtuigd dat je uiteindelijk ook de rest mee laat verarmen. Dan worden wij een middelmaat.
Het zijn grote woorden, maar dan is niets meer de moeite waard om tussen de driehoek van Utrecht, Breda en Rotterdam de afslag te nemen. Nu kunnen wij nog met trots vertellen, hier in Dordrecht gebeurt heel veel. Het verhaal van Nederland, het fundament van ons land, terwijl de rest van de wereld in de fik staat, is denk ik het bewaken van identiteit wat wij hier in Dordrecht hebben voor Nederland, voor Holland van nog veel groter belang. Ik ben, nogmaals, niet van de cijfers, van debiteuren en crediteuren, maar denk alsjeblieft na wat wij uit handen gaan geven als wij het Dordrechts Museum gaan verschralen en gewoon afstand gaan doen van de parels die deze stad laten glanzen, veel verder dan alleen onze grenzen. Ik merk vanuit mijn bedrijvigheid dat met besturen Werkgevers Drechtsteden dat het vestigingsklimaat van Dordrecht ook wordt bepaald door het unieke karakter van onze stad, wie wij zijn, wat wij zijn, de cultuur en de historie. Wij zijn niet zomaar een Nieuwegein of, ik zou bijna zeggen, Gorinchem of Gouda. Wij zijn echt een hele bijzondere stad, met een heel bijzonder verhaal. En laten we dat alsjeblieft met zijn allen gewoon koesteren, waar de
22
euro's ook heengaan. Maar heb het besef dat het Dordrechts Museum voor veel meer staat dan alleen maar een Samuel van Hoogstraten aan de wand. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Brink. U hebt mij helemaal geïnspireerd. Ik denk, de andere leden ook. Maar dat zit denk ik in uw u functie. Maar goed, we gaan verder naar mijnheer Verheijen. De heer Verheijen: Dank u wel, voorzitter. Gezien de beperkte tijd heb ik de inleiding over het belang van cultuur u schriftelijk verstrekt. Ik stel u voor dat u daar kennis van neemt. De kern van die boodschap is dat een stad niet zonder cultuur kan, niet economisch en niet maatschappelijk en niet inhoudelijk. En daarin staat ook dat cultuur geen sluitpost is in subsidiëring, die je makkelijk kunt schrappen, maar kijk eens naar cultuur als investering. Dat is het pleidooi wat daarin wordt gegeven. Als ik ga naar de voorstellen die nu voorliggen door het college aan uw raad met betrekking tot cultuur, dan is het algemene beeld dat het een redelijke combinatie is van kaasschaven en kiezen. Met enerzijds het voorstel waarbij de diversiteit in het culturele veld wordt behouden, namelijk door 3 procent op iedereen te korten. En anderzijds ingrijpende maatregelen voor de Dordtse musea, en het Nationaal Onderwijsmuseum op de reservelijst. Dat zijn dan de harde keuzes.
Bijkomend aspect is overigens ook het pleidooi vanuit deze sector om meerjarenafspraken te maken over de financiering. En daardoor ook meerjarenprogrammering en bedrijfsvoering te kunnen realiseren, in plaats van ad-hoc. En er is geen ruimte om de basisinfrastructuur te verrijken met andere organisaties. Hetgeen betekent geen vernieuwing en ook geen vernieuwende visie op stad en cultuur. Ik heb een paar voorstellen. Leg expliciet vast dat de meerjarenprogrammering en financiering voor culturele instellingen de norm wordt, met een beperkte administratieve regeldruk. Tweede voorstel, maak voor de vernieuwing van de basisinfrastructuur ruimte door toevoeging van extra middelen. En 3 is, een groot aantal culturele organisaties mist expertise en capaciteit om meer dan tot nu toe financiering van derden, fondsen, bedrijven, et cetera te realiseren. Start een project of programma met een projectsubsidie om deze kwaliteit te versterken. Op onderdelen het vervolg. Ik zei al, 3 procent is beter dan min 10 procent, maar daarmee nog wel steeds een aanslag die zeker gevolgen zal hebben in de programmering en in de verkleining van formaties en op diverse functies, met of zonder ontslagen. Dat heeft weer effect op eigen inkomsten en de mogelijkheden om middelen van derden te verwerven.
Mijn voorstel is, laat de gevolgen van die min 3 procent in beeld brengen en besluit, al dan niet aangepast, bij de begroting 2026. De apart genoemde organisatie Dordrechts Museum, et cetera, daarvoor zijn de gevolgen verstrekkend. Mijn linkerbuurman heeft daar net een warm pleidooi voor gehouden, om daar voorzichtig mee te zijn. Een programmering die geschrapt wordt, minder zichtbaar in de stad en daarbuiten, een vermindering van het vestigingsklimaat, minder dienstverlening, minder activiteiten in relatie tot andere domeinen en verminderde openstelling van locaties, verwacht ik. Ook zal worden ingeleverd op inkomsten, minder publiek, en op de werving van extra interne middelen, en zal de personeelsreductie onvermijdelijk zijn, met ontslagen als gevolg. Ook hiervoor stel ik voor dat dit voorstel door DMO in beeld wordt gebracht, wat de consequenties zijn. En dan nogmaals, al dan niet aangepast bij de begroting 2026 een besluit te nemen. Het Nationaal Onderwijsmuseum heeft met dit besluit op de reservelijst nauwelijks toekomst en maakt de gemeente en het Nationaal
23
Onderwijsmuseum afhankelijk van beslissingen elders. Daarmee een verlies en een blamage voor de stad. Het Nationaal Onderwijsmuseum is geen reserve, maar een volwaardige speler in het culturele veld. Voorstel, spreek als raad uw steun uit aan het behoud van het Nationaal Onderwijsmuseum. En stel u landelijke netwerken alles in het werk om de rijksoverheid en/of andere overheden maatregelen en besluiten te laten nemen, opdat het Onderwijsmuseum kan worden behouden in Dordrecht. En neem zelf een beter financieel besluit. Dan een paar ongewisse dingen. Vastgoed en monumenten. Het was al eerder aan de orde. We hebben al eerder gepleit onderscheid te maken tussen stenen en programmering. En in de voorstellen rondom vastgoed nu wordt aangekondigd herziening van tarieven, verduurzaming van gebouwen, clusteren van voorzieningen, et cetera. Volstrekt onduidelijk is wat daarvoor de basis zal zijn rekenkundig op boekwaarde of reëel. En komen er aparte kostendekkende tarieven voor culturele maatschappelijke instellingen. Culturele instellingen zorgen voor levendigheid en beheer van monumenten, en legt daarbij de relatie ook met erfgoedbeleid. Weer een voorstel. Ontwikkel op korte termijn beleid op het terrein van cultuur en erfgoed, waarbij erfgoed kan worden behouden in monumenten die leven door cultuur en deze tegen aanvaardbare kosten te huisvesten.
Betrek hierbij vertegenwoordigers van de culturele organisaties, het Historisch Platform en mogelijk vertegenwoordigers van de binnenstad, al dan niet in de vorm van stadsherstel. Makers. In de Cultuurnota wordt expliciet aandacht en beleid aangegeven voor de versterking van het zogenaamde makersklimaat en talentontwikkeling. Echter, in de voorstellen wordt aangegeven om de subsidie voor kunstenaars, makers dus, naar een ander loket over te hevelen en mogelijk te schrappen. Dat is niet aanvaardbaar. Dat is onbehoorlijk bestuur en strijdt met uw cultuurbeleid. Voorstel. Handhaaf dit budget. 2, stel een regeling op voor het makersklimaat voor alle disciplines en doorbreekt de bestaande praktijk van ad-hoc subsidiëring. En 3, maak meer dan tot nu toe mogelijk dat makers worden betrokken bij grote gebiedsontwikkelingen en de levendigheid in de stad. Productiemiddelen. Tot 2026 zijn er middelen beschikbaar om producties in Dordrecht te financieren. Onder andere Muziektheater Hollands Diep en het Weeshuistheater maken daar gebruik van. In de nu voorliggende voorstellen is geen enkele voorziening opgenomen om dat ook de komende jaren waar te maken. Met een relatief klein bedrag kunnen deze instellingen zich, mede dankzij een enorm aantal vrijwilligers, redelijk redden en zullen naar wij verwachten mooie producties blijven realiseren en niet ten onder gaan.
De voorzitter: Mijnheer Verheijen. De heer Verheijen: Nog twee zinnen. De voorzitter: Alstublieft, want we zijn al ruim over tijd. De heer Verheijen: Tref een voorziening voor productie door stedelijke gezelschappen. De evenementensector ben ik het van harte mee eens, heb ik net geformuleerd. En tenslotte citeer ik een van de meest betrokken inwoners van deze stad, 92 jaar, als wijsheid en boodschap aan u. ‘Cultuur is zuurstof van een ademende, groeiende en verbindende stad.” Ik wens u succes.
24
De voorzitter: Ik vergeef u zeker de laatste zin wat u hebt genoemd. Even kijken. Even de microfoon uit. Ik ga even naar de raads- en commissieleden kijken of ze vragen hebben. Dat is ook prima. Eerst de vraag en daarna gelijk de antwoorden, hoor ik aan de linkerkant. We gaan ook even kijken of dat een optie is. We beginnen bij mijnheer Hartmeijer, van SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Mijn vraag is aan mevrouw Landa. In de brief van het platform lees ik dat er geadviseerd wordt om scherp te kijken naar de verschillende budgetten, bijvoorbeeld voor sport, cultuur en evenementen. Wordt eigenlijk in drieën geknipt. Zou zij daar iets meer over kunnen vertellen hoe dat concreet er dan uit zou kunnen zien? Want er worden wat vragen gesteld. Maar om een voorbeeld te geven, als je kijkt naar sport, zou een oplossing kunnen zijn om daar meer commerciële evenementen bijvoorbeeld voor naar Dordt te halen. En met commercieel bedoel ik dan evenementen die zichzelf kunnen financieren, waar geen subsidie voor nodig is. Om eventjes een voorbeeld te geven. De voorzitter: Mijnheer Schalken-den Hartog. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Ook een vraag aan mevrouw Landa van het platform. Mevrouw Landa gaf al aan, er zijn een aantal fracties ook al in maart bij het platform, volgens mij was het toen nog in oprichting geweest. Daar werd ook al gesproken over die stapeling.
Niet alleen de bezuiniging op het evenementenbudget, maar ook het doorberekenen van die kosten. We zijn nu een paar maanden verder. Aan mevrouw Landa de vraag, of al een aantal organisaties ook hebben gekeken wat dat echt concreet voor hen betekent? En of zij ook al in gesprek zijn gegaan weer terug richting de gemeente van, als we dit plaatje zo voorleggen, dan betekent dat dat ons evenement niet meer door kan gaan. En zijn er dan vanuit de kant van de gemeente bijvoorbeeld oplossingsrichtingen geboden? De voorzitter: Mijnheer Gorter, Op Ons Eiland. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Verheijen. Wat zijn naar zijn mening de sociaal-maatschappelijke effecten van de bezuiniging op de cultuur? De voorzitter: Dank u wel. Ik zag mevrouw Schnabel, van Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is aan de heer Van den Brink. Dank voor het warme pleidooi dat de heer Van den Brink gaf. Een vraag. In de Perspectiefnota staat dat er op drie dingen mogelijk bezuinigd gaat worden. En dat is de bedrijfsvoering, Loket Beeldende Kunstregeling en het tentoonstellingsprogramma. Nu is mijn vraag, de heer Van den Brink gaf ook aan dat dit verder reikt dan alleen het museum. Dat het ook de wijk raakt.
Zou de heer Van den Brink kunnen aangeven hoe dit concreet de rest van de stad, dus ook de wijken, gaat raken? De voorzitter: En dan zag ik mijnheer Van der Meer, van GroenLinks. De heer Van der Meer: Alle vier de insprekers hebben eigenlijk benadrukt hoe belangrijk cultuur en verschillende cultuurorganisaties en uitingen zijn. Onderschrijf ik van harte.
25
Maar we zitten wel met een financieel probleem om te bezuinigen. De vraag is ook richting u, wat ziet u eventueel voor mogelijkheden om op andere manieren geld binnen te halen of wat dan ook, zodat de gemeente toch iets minder kan bijspringen? Cultuur is van ons allemaal. We moeten het ook met elkaar maken. Wat kunt u bijdragen? De voorzitter: Mevrouw Dijkstra, van Gewoon Dordt. Mevrouw Dijkstra: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is ook aan u mijnheer Dane, van het Onderwijsmuseum. Misschien geldt hij voor iedereen wel, denk ik. Sluit een beetje aan op de vraag van mijnheer Van der Meer. Wat hebben jullie zelf al gedaan om deze problematiek aan te pakken? De voorzitter: Zijn er nog vragen? Want dan gaan we naar de antwoorden. En dan zal ik gelijk bij uw weer beginnen. En dan het treintje afmaken. De heer Dane: Sorry. Ik denk dat wij als museum al best wel veel doen om zelf geld binnen te halen. Wij zorgen ervoor dat we onze kennis vermarkten, zoals 10, 15 jaar geleden zei, Halbe Zijlstra. 35 procent eigen inkomsten binnenhalen is best wel veel voor een museum van ons kaliber. En dat gaan we de komende jaren nog verder uitbreiden. En we proberen ook via andere organisaties subsidies binnen te halen. We doen er echt alles aan om zelf inkomsten te genereren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Landa.
Mevrouw Landa-Rijsdijk: Welke vraag wilt u als eerste beantwoord hebben? Alle vragen? Oké. Sorry. Even kijken. Uw vraag was met dat opsplitsen. Kijk, het punt is, wat natuurlijk heel vaak gezegd wordt, je moet zelf dan proberen om sponsoring binnen te halen, enzovoort. We hebben daar ook een hele mooie onlinecursus voor jullie aangeboden gekregen. Het punt is dat als ik even namens bijvoorbeeld mijn eigen festival, namens het Voorstraat Noord Festival spreek, is dat de meeste sponsoring vaak op middelen gaat en niet op euro's. Als je nu zou zeggen, mijn kosten gaan omhoog en ik haal een extra sponsoring binnen, dan is dat vaak op spullen. En dan kan ik die rekening die komt van verkeersregelingen daar niet mee betalen. Dat is eigenlijk een beetje wat ik daarmee zeg. En die dingen opsplitsen, het samenwerken met elkaar. Kijk, wat misschien wel zou kunnen werken, is dat je zegt, we gaan samenwerken. Als een sportevenement naar Dordrecht gehaald wordt, dat dat misschien gecombineerd kan worden met een ander al bestaande evenement, waardoor je dingen aan elkaar koppelt. Dat is misschien ook meteen een ander antwoord op een andere vraag waar jullie van zeggen, waar denken jullie dan aan? Je zou dingen aan elkaar kunnen koppelen, dingen bij elkaar kunnen voegen. Niet per se dat het natuurlijk dan 1 evenement wordt. Probeer wel natuurlijk het eigen gezicht te bewaren.
Maar je zou wel vergaande samenwerking kunnen zien. Dat doen we natuurlijk middels het platform al een deel. Onder andere bijvoorbeeld met spullen die we van elkaar nu kunnen lenen. Daar zitten ook wel dingen in waar we al mee gaande zijn. En dat is eigenlijk wel ontstaan doordat we dat platform zijn opgestart. Dat je dan in ene keer van elkaar te weten komt, jij hebt podiumdelen of jij hebt andere dingen. Dat kun je dan met elkaar ruilen of delen. Dat zijn wel dingen waar we mee bezig zijn. Even terugkomen op die stapeling. U vraagt aan mij, hebben jullie daar een beetje een beeld van? Dat is eigenlijk heel moeilijk om zo aan te geven. Dat zal per evenement heel erg wisselend zijn. Als ik even een beetje naar mezelf kijk. Ik
26
heb net ook heel even kort nog met een andere collega overleg gehad. Maar in die kosten zal ongeveer 45 tot 55 procent stijging zijn, binnen onze kostenberekeningen. En dat gaat dan van een klein evenement van een paar duizend euro tot een heel groot evenement voor heel veel. Dat is ongeveer wat die stapeling ons extra gaat kosten. En dat is buiten bezuiniging, die we dan hebben. Daarom is eigenlijk onze grote zorg daar ook van, je gaat een aantal dingen stapelen en je gaat de subsidie naar beneden halen. Je bent eigenlijk aan twee kanten bezig. En omdat het niet heel duidelijk te berekenen is, voor niemand niet, weten we eigenlijk helemaal niet wat dit met ons allemaal gaat doen. Dat zal zich eigenlijk pas gaan zien als de eerste rekeningen daarvoor binnen gaan rollen. En dat kan heel heftig zijn, want die komen soms weleens achteraf. En hoe ga je ze dan betalen? Dat is wel een ding wat heel gevaarlijk is. Je hebt natuurlijk het team. Je bent heus wel met je begroting bezig, maar je kan het niet inschatten. Ik zou niet weten hoe. Dat is best een gevaarlijk ding, waar we echt niet van weten waar dat naartoe gaat leiden. En verder hebben we natuurlijk nog even over, wat doe je zelf? We hadden altijd een 60-40-regeling. 60 procent van je bedrag moet je zelf ophoesten. 40 procent kon je aan subsidie opvragen. Dat is tijdens de corona naar 50-50 gegaan.
En nogmaals, dat is wat we al doen. En natuurlijk wil je altijd meer. En dat doe je ook. En daar doe ik echt mijn best voor. Maar nogmaals, wat echt wel blijkt, is dat het natuurlijk veel met spullen is en dat we dadelijk ook in penningen moeten gaan afrekenen. Dat zal een grote uitdaging worden voor heel veel grote en kleine evenementen. En waar dan de druk komt te liggen, is dat als je met een klein team samenwerkt van vrijwilligers, wordt het heel moeilijk om al die tijd daarvoor te gaan vinden. De voorzitter: Dank u wel. De uitdaging is volgens mij voor iedereen wel duidelijk. Mijnheer Van den Brink. De heer Van den Brink: In lijn van mijn pleidooi sta ik te popelen om deze vragen te beantwoorden. Dank daarvoor. Want een van de vragen was, wat bedoel je eigenlijk met dat verder strekken dan alleen maar kunst aan de muur en hoe strekt zit dat uit op die wijken? Ik zei het al, de directeur zet de deuren heel graag wagenwijd open voor het museum.
En wat ik begrijp, op het gevaar af dat ik haar beleid hier nu wat meer ga uitwerken, terwijl zij er het meeste van afweet, maar zij ook van de gemeente is, dan niet het forum om hier wat te vertellen, weet ik dat er in ieder geval allerlei projecten op dit moment gaande zijn in scholen, in de wijken om die kinderen, en dat is de toekomst uiteindelijk van ons, te betrekken in het verhaal van Dordrecht, in de unieke onderdelen die wij in dat museum hebben. Ik krijg het zelf gewoon praktisch binnen. Een goede vriend van mij woont in Barendrecht. Is overigens kroonlid van de SER, adviseert de minister. En die appt mij, onze Daniël zit bij jullie in het museum, ‘…’ van Hoogstraten. Krijgt daar het hele verhaal van Dordrecht binnen. Is maar een klein voorbeeldje. Maar al die scholen worden wel betrokken. Maar niet alleen scholen, ook sociaal maatschappelijke organisaties. Waarbij ik me ook heb laten vertellen, ik ben geen arts, maar dat het wetenschappelijk is bewezen dat wanneer je kijkt naar kunst en cultuur en je blik verruimt, in plaats van de alledaagse overlevingsdrang, dat dat ook je welzijn verbetert. En welvaart loopt niet altijd gelijk met welzijn. Je kunt een grote welvaart hebben, maar welzijn is denk ik het belangrijkst voor de mens. Maar als we welzijn gaan afnemen, dan gaat één ding uiteindelijk teloor. En dat is uiteindelijk ook onze welvaart.
27
Maar er staan op dit moment heel veel programma's. Maar ik zou bijna zeggen, het is een beetje het begin. We kunnen met de stad nog zo ontzettend veel meer halen uit dit hele verhaal. En dan kom ik even tegelijkertijd met de volgende vraag. En die vind ik ook logisch. We kunnen wel allemaal kijken naar die gemeente van, jongens, geld. De combinatie. Dan kom ik zelf om de hoek kijken. Ik ben voorzitter van de Bedrijfsvrienden van het Dordrechts Museum. Ik laat geen kans onbenut, ook in het land via allerlei andere gremia, om Dordrecht op de kaart te zetten. Maar daar heb ik wel een product voor nodig. De grote partijen, zoals de IHC, de Boskalis, de Fokker’s, de Oceanco's, zijn grote partijen hier. Die hebben een belang bij vestiging. Die leg ik ook uit, ook de Fokker’s, die moeten 1.800 arbeidsplaatsen hier gaan vullen, omdat ze hun plants in Hoogerheide en Helmond sluiten. Die vertellen tegen hun mensen, Dordrecht is een heel unieke plek om te wonen, onder andere vanuit dit museale verhaal. Alleen dan kom ik er niet met een schraal, perifeer, plaatselijk, lokaal museum. Ik zeg het allemaal even heel plat en kort door de bocht. Maar kort museumpje, waar we wat leuke dingen hebben staan. Dan moet je ook een unique selling point hebben.
En dan wil ik ook nog even niet onvermeld laten dat het Dordrechts Museum op dit moment ook heel erg bezig is met het investeren in betrokkenheid van jongeren. Take part, inclusie, allerlei vraagstukken die de maatschappij op dit moment enorm belangrijk raken. En die eigenlijk voor onze stad een heel uniek gegeven met zich brengt. En jongens, ik bedoel, die koning heeft niet voor niks hier zijn eerste Koningsdag even gevierd, om dat wat wij allemaal hier hebben. Wij stonden afgelopen week in het Koninklijk Paleis, met deze koning. Toevallig een studiegenoot van mij. Ik ken hem persoonlijk. En hij was helemaal lovend over de stad, want wij hadden onze buste van Johan de Witt even tijdelijk uitgeleend aan een grote tentoonstelling die er op dit moment in het Koninklijk Paleis is geopend. Dordrecht stond daar gelijk bovenaan de lijst met veel dank en waardering. Dit gebeurt allemaal, jongens, dit is onze stad, dit is Dordrecht. Als we dit gewoon veel meer uitstralen, liggen er zo ongelooflijk veel kansen voor zowel de wijken als voor bedrijven, die helemaal daarin moeten bijdragen. Dat ben ik helemaal met u eens. De voorzitter: Dank u wel, nogmaals, voor uw warme pleidooi. We hebben een arts in ons midden. En die knikte en bevestigde uw verhaal. We gaan er gewoon vanuit dat dat allemaal klopt. Mijnheer Verheijen.
De heer Verheijen: Mijn buurman heeft de sociaal-maatschappelijke opbrengsten van cultuur ruimschoots beantwoord, denk ik. Kijk ik even naar de vragensteller. Ik wil er nog een paar dingen aan toevoegen. Cultuur is niet alleen op het terrein van gezondheid van belang, maar ook op het terrein van eenzaamheidsbestrijding, ook op het terrein van projecten die op scholen plaatsvinden of die in wijken plaatsvinden. En dat gebeurt niet alleen door het Dordrechts Museum. Instellingen als de Stichting voor Cultuureducatie, maar ook schouwburg Kunstmin, maar ook het Weeshuistheater, dat zijn organisaties die in de samenleving hun producties laten zien. En in die zin is die verbinding met andere domeinen een van de belangrijkste opgaven die er bij cultuur ligt, naast de inhoudelijke kanten. De vraag was, wat doe je zelf aan het zelf genereren van geld? Grote organisaties, zeg ik nu maar even, hebben ook de capaciteit en het vermogen en het aanzien om dat te doen. Bijvoorbeeld landelijk en in fondsen. Maar als je in kleinere organisaties komt, is daar de capaciteit of de expertise niet voor beschikbaar en zijn aanvraagprocedures … Ik weet niet of u weleens kijkt naar hoe je een fonds kunt
28
benaderen en wat je dan moet invullen aan 41 pagina's, dat is niet iedereen gegeven, niet in capaciteit en niet in deskundigheid. Daar kunnen we overigens onderling wel meer van betekenis voor elkaar zijn. De vraag over, zie je ook nog andere mogelijkheden, dan als ik buiten de sector cultuur treed, en daar ging de vraag volgens mij ook net een beetje over, zou ook mijn antwoord zijn, daar bent u van. Maar om toch een paar suggesties te doen. Ik vind het verbazingwekkend dat de ozb-verhoging slechts 0,3 procent bedraagt, in deze stad, waar ruimte is in de ozb. En waarin je door de ozb te verhogen redelijke spreiding in de stad kunt neerleggen, als het gaat om de kosten van datgene wat deze stad biedt. Tweede opmerking, 1 wethouder minder levert 400 duizend euro op. De heer Van den Brink: Ik ben arbeidsrechtadvocaat, misschien kan u mij dan bellen. De heer Verheijen: En verder verbaast het mij dat al vele jaren er elk jaar een overschot is op de rekening, die wordt doorgeschoven naar andere jaren. En ik heb nergens een analyse gezien waar ehm dat in zit, wat daarvan de redenen zijn, welke kosten erop zijn afgeboekt. Dat inzicht ontbreekt. Maar op het moment dat je jaren achter elkaar, en ik heb ze opgeteld … De laatste 8 jaar betekent dat 128 miljoen niet-bestede middelen. Ik ben echt verbaasd dat daar niet een scherpere analyse op wordt gemaakt dan tot nu toe.
En tot slot, ik heb net al gepleit voor hulp bij die externe financiering. Want probeer maar eens binnen te komen bij een bedrijf als relatief kleine organisatie. Dat is verschrikkelijk moeilijk. Hulp daarbij is gevraagd. En ik zie dat de inhuur in deze stad 21 procent bedraagt aan capaciteitskosten, aan personeelskosten. Het landelijk gemiddelde is 18 procent. Men is trots blijkbaar in deze stad dat het al een beetje gedaald is. Maar de ruimte daarin is nog steeds 5 miljoen. Ik zou echt willen pleiten om veel meer gebruik te maken van eigen capaciteit. En daarmee ook de kennis en kunde in deze stad te behouden, in plaats van in te huren en floep de kennis en kunde gaat weg. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw scherpe analyses. Wij hebben ook financiële analisten in ons midden. Mijnheer Katif zie ik ook al … Ik ga even heel kort vragen of er nog vervolgvragen zijn, want daarna ga ik echt over naar een volgende ronde. Mijnheer Van der Meer en mevrouw Schnabel zijn de laatste vragenstellers. De heer Van der Meer: Ik heb nog een vraag aan de heer Dane over het Onderwijsmuseum. Ook mijnheer Verheijen heeft daar iets over gezegd. Mijn perceptie van het feit dat het Onderwijsmuseum op de reservelijst staat is dat die op die reservelijst staat in afwachting van wat er over de landelijke subsidie wordt besloten.
En dat die reservepost alleen eventueel ingezet wordt als de landelijke subsidie niet doorgaat. Is mijn perceptie juist, dat als die landelijke subsidie uiteindelijk toch geschrapt wordt, dat er dan geen redden meer aan is? Of ziet u dan toch nog perspectief? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is aan de heer Verheijen. Ik lees in de Perspectiefnota dat de culturele sector inderdaad geraakt wordt, maar in de vorm van de Dordrechts Museum Organisatie. En ik ben heel benieuwd hoe die bezuiniging uiteindelijk dan landt bij de makers in onze stad. Op welke manier dat dat de makers
29
treft? Omdat het Beeldende Kunstloket geraakt wordt. Maar hoe raakt dat bijvoorbeeld de andere culturele gebieden in de stad? De voorzitter: Dank u wel. Voordat ik het woord geef aan de insprekers. Tot op heden ben ik heel coulant geweest met de tijd en ruimte, maar gezien de tijd wil ik echt vragen om kort en bondig antwoord te geven. Zeker u, mijnheer Verheijen. Het woord is aan u. De heer Dane: Dank u wel. U ziet het goed. En ons pleidooi is ook dat wij samen, de gemeente en het museum, naar Den Haag gaan, of Den Haag hiernaartoe komt, om het belang van het Onderwijsmuseum te bepleiten. Daar gaat het eigenlijk over. Anders gaat het dicht. En we proberen ook nog wel andere bronnen aan te boren, maar dat is voor een museum als het Onderwijsmuseum heel ingewikkeld, want wij zijn niet zo'n aaibaar museum als het Dordrechts Museum bijvoorbeeld. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Verheijen, er was ook een vraag gericht aan u. De heer Verheijen: Het ging over de bezuinigingen op de subsidie voor makers. Op het moment dat die verschuift, dat is het idee, naar een ander loket kun je hem schrappen. Daarmee vervalt hij gewoon meer dan een ton. Dan kun je de makers niet meer inzetten op allerlei activiteiten in deze stad.
Om een voorbeeld te noemen, op het moment dat er sprake is van verrijking van kunst in de openbare ruimte, er komen in deze stad geloof ik driehonderd elektriciteitshuisjes bij. Die zijn saai. Op het moment dat je voldoende makers in de stad hebt die daarin geïnteresseerd zijn, kun je op die manier de ene hand de andere laten wassen. De voorzitter: Dank jullie wel. Ook voor jullie bijdrage. Ik wil jullie bedanken en wens jullie een fijne avond toe. En ik ga de volgende ronde insprekers even uitnodigen. Dat is Paul van der Eerden, Daan Bunnik, Erik Sep, ook namens Bea de Visser, en Lieke Bakker. Ik mis Daan Bunnik. Daan Bunnik, niet? Oké. Dan gaan we met drie mensen verder. Even kijken. Nogmaals, welkom. Ik ga aan mijn rechterzijde weer even beginnen, om even een kort voorstelrondje te doen. En dan dat u ook weer gaat beginnen. Mevrouw Bakker: Hai, mijn naam is Lieke Bakker. En ik ben maker hier, kunstenaar in Dordt, op dit moment De heer Sep: Mijn naam is Erik Sep, hedendaags beeldend kunstenaar en docent ook aan de Kunstacademie in Utrecht. De voorzitter: Mijnheer Sep, u praat ook vandaag namens Bea de Visser. Klopt dat? De heer Sep: Ja, dat klopt. Zij staat als nummer 17 op de lijst. En dat is in de volgende ronde. En zij heeft een brief geschreven. Ze kon hier niet zijn, omdat ze haar been heeft gebroken. De voorzitter: Dat is heel jammer natuurlijk. U.
De heer Van der Eerden: Ik ben Paul van der Eerden. Ik ben beeldend kunstenaar te Dordrecht.
30
De heer Bunnik: Ik ben Daan Bunnik, scenarist en regisseur. Mevrouw Bakker: Wat ik al net zei, mijn naam is Lieke Bakker. Ik ben 32 jaar. En ik ben geboren en getogen in Dordrecht. Dit jaar heb ik voor het eerst een kunstenaars startsubsidie ontvangen van de gemeente. Deze subsidie betekent veel voor mij. Op die manier kan ik een bijdrage leveren aan de stad en het is op persoonlijk vlak een stuk erkenning. Het is uniek dat deze stad de mogelijkheid biedt aan jonge kunstenaars om hun kunstpraktijk uit te breiden. Dat heeft niet iedere gemeente. Niet alleen een jonge kunstenaar, maar ook gevestigde kunstenaars of mensen die iets willen organiseren voor de stad kunnen aanspraak maken op bepaalde regelingen. Dordt staat bekend als een stad dat goed is voor de kunstenaars. Dit heb ik te horen gekregen van kunstenaars binnen de stad, maar ook kunstenaars in Rotterdam, Breda en zelfs Amsterdam. Dat is veelzeggend. Als gemeente zou ik daar trots op zijn en dat koesteren. Kunst zorgt voor verbinding tussen de inwoners. Mensen die weinig met elkaar te maken hebben, krijgen via projecten contact met elkaar. Het zorgt voor een stuk veiligheid en vaak voor plezier, vooral voor kinderen ook.
Voorbeelden hiervan zijn het contact met de Vogelbuurt, wat nog steeds een probleemwijk is, het Vogelnest en de tiny houses, waarbij er op het grasveld van alles georganiseerd wordt voor buurtbewoners om ze dichter bij elkaar te brengen. Bijvoorbeeld Stichting DOOR is een plek waar jong en oud samenkomen, en biedt een podium voor liefhebbers van kunst. Maar er komen ook mensen die niets hebben met kunst, en juist door de diversiteit die er geboden wordt er wel mee in aanraking komen. De putjes in de Noordendijk, waar dierbare herinneringen verborgen liggen, hebben dit jaar hun 30 jaar jubileum gevierd. 58 bewoners aan de Noordendijk hebben er destijds aan deelgenomen. En er wordt nog steeds gezegd dat dat is wat hun verbindt. Als Dordtenaar ben ik trots op dit soort initiatieven. Het maakt de stad de stad en het geeft een eigenzinnig karakter aan dit eiland. In deze tijd, waarin heel veel gebeurt in de wereld, denk ik dat het van belang is en blijft om verschillende invalshoeken te hebben, er ruimte is om thema's te belichten. Kunst biedt deze opening in de maatschappij. Het dient als sociale cohesie. Graag verwijs ik naar Louise O. Fresco, een Nederlandse wetenschapper, die in 2020 in het NRC Handelsblad en artikel publiceerde. Als de overheid stuurt op nut, levert dat zelden doorbraken op. Wel toepassingen, en die onderschat ik niet.
Maar een weerbare samenleving, die bestand is tegen grote schokken, kan niet zonder vrij denken, vrije kunst en ongebonden wetenschap. Net zoals wij ons land vanzelfsprekend beschermen met dijken en waterwerken, moeten wij onze collectieve creativiteit beschermen met een deltaplan. Kunst, moet je constateren, houdt de samenleving levend. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Mijnheer Sep. De heer Sep: Kunst is iets wat groter is dan mezelf. En ik ben hier dan ook om op te komen voor iets dat groter is dan mezelf, dat is de sector en het tegenhouden van de voorgenomen bezuinigingen op bijvoorbeeld het afschaffen van de beeldende kunstsubsidies. Ik zou hier niet gezeten hebben als hedendaagse beeldend kunstenaar wanneer er geen subsidies geweest waren. Toen ik me definitief in Dordrecht wilde vestigen, na mijn afstuderen, dat was in 2002, heb ik zelf ook die subsidies nodig gehad om te komen waar ik eigenlijk nu ben. En dat begon met de startsubsidie. Ik heb een keer in Berlijn gezeten, een half jaar. Ik heb een tentoonstelling in het Valkhof kunnen realiseren, mede met hulp van die subsidies.
31
En een aantal jaar geleden was ik de stadskunstenaar van Dordrecht, wat ook uit die pot kwam. En bovenal gun ik die kansen ook toekomstige generaties. En daarbij wil ik dan zeggen dat ik hier ook sta als kunstdocent. Want ik werk bij een landelijk bekend kunstinstituut in Utrecht. En wij dragen daar in ons teambreed de gedachte uit dat kunst en cultuur in al zijn facetten de motor is om ons denken en handelen uit te dagen en te bevragen, niet kortzichtig te zijn en een belangrijke spil te zijn in het verbinden van mensen. En diezelfde waarde zou eigenlijk ook door een gemeente gedragen moeten worden. Want hoe kan overdracht op toekomstige generaties nog plaatsvinden wanneer voorbeelden in het hier en nu niet meer zouden bestaan. U heeft het in de voorgestelde plannen over het behoud van Dordrecht als levendige stad, maar over welke levendigheid heeft u het? En welke rol mag kunst en cultuur daarin hebben? Het is gek dat we vanuit de sector telkens dezelfde argumenten opnieuw moeten inbrengen, want er is inmiddels een hele waaier aan argumenten, omdat we al een aantal bezuinigingsrondes hebben gehad. En nu zijn wij volgens mij op het eindpunt aangekomen met het voorgenomen afschaffen van die subsidies. En blijkbaar worden die argumenten niet zo breed gedragen door de politiek, want we staan nu nog steeds op dat punt.
En hoeveel onderzoeken zijn er nodig om aan te tonen dat het onverstandig is om zulke radicale bezuinigingen door te voeren? Maar gelukkig onderkent u het effect op de samenleving. En dat is niet positief, wat ik heb teruggelezen. Maar het effect op de praktijken van hedendaagse kunstenaars lijkt niet te zijn onderzocht, waardoor we kunnen stellen dat u laaghangend fruit aan het plukken bent. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. U het woord. De heer Van der Eerden: Ik ben Paul van der Eerden, beeldend kunstenaar hier in Dordrecht. En ik zit hier niet zozeer voor mijzelf, maar voor de jonge kunstenaars in deze stad. Ik weet uit eigen ervaring dat de erkenning en waardering die uitgaat van een subsidie, hoe klein ook, een enorme stimulans is voor jonge kunstenaars. Het geeft ze de mogelijkheid projecten te initiëren, een beroepspraktijk op te bouwen en een netwerk te creëren. Door het korten op de cultuur, snijd je de dunne touwtjes door waaraan jonge kunstenaars zich nog enigszins kunnen optrekken. Andere regelingen hier zijn al uitgekleed. De Kunstuitleen, het Centrum Beeldende Kunst, de Muziekschool, Pictura staat ook op de nominatie, heb ik begrepen. Ik kom al sinds de jaren 80 in Dordrecht. Ik heb gedeeltelijk mijn hele carrière gebouwd. Is eigenlijk begonnen in Dordrecht. Ik woon hier nu haast tien jaar.
En ik heb de stad zich in die tijd zien ontwikkelen als cultuurstad. Dordrecht staat in die zin echt op de kaart. Men komt van buiten Dordrecht voor de stad en vanwege de cultuur. Niet voor de Hema of de Primark. Om te zorgen dat die positie behouden blijft, heb je jonge kunstenaars nodig, die ogenschijnlijk met iets vaags bezig zijn, maar die tegelijkertijd het vermogen hebben onontdekte paden te bewandelen. Kunst is meer dan een plaatje. Het is een expressie die universeel en noodzakelijk is, die het leven voor heel veel mensen in zekere zin nog enigszins draaglijk maakt. Kijk naar Iran, Israël en Oekraïne op dit moment, waar onder moeilijke omstandigheden muziek gemaakt, geschilderd en gezongen wordt. U heeft tijdens de corona ook kunnen zien, spontane uitingen, waaraan met name jonge kunstenaars uitdrukking gaven aan de gevoelens die onder een groot deel van de bevolking leefde. Kunst verbindt en resoneert.
32
Ook in u, want ik neem niet aan dat u in een huis met lege muren woont, zonder muziek en zonder films. Aan alle uitingen die iets verder gaan dan de basale levensbehoeften ligt kunst in brede zin ten grondslag. Daarvoor moet dat gesteund blijven. De voorzitter: Hartelijk dank. Kort, maar krachtig. U het woord. De heer Bunnik: Ik ben scenarist en regisseur. Ik ben zes jaar geleden vanuit Rotterdam hiernaartoe getrokken. We zochten een groter huis. En daardoor gingen we eerst kijken naar de dorpen om Rotterdam heen. En daar misten we eigenlijk iets, namelijk kunst en cultuur. En toen gingen we verder kijken. En toen kwamen we in Dordrecht uit, waar dat wel aanwezig was. En tegelijkertijd zag ik als maker dat je hier ook een mooie makersregeling had. Er waren eigenlijk genoeg redenen om daardoor vanuit Rotterdam toch naar Dordrecht te trekken. Die regeling heb ik ook gebruik van gemaakt. Mijn laatste korte film, voor ongeveer een derde bestaat het budget uit de regeling die ik vanuit de gemeente heb gekregen. Die film is deze maand in première gegaan in New York. Die heeft in Brooklyn gedraaid. Die heeft in Manhattan gedraaid. En hij gaat in augustus op een Oscar kwalificerend festival in Denemarken draaien. En op al die plekken komt de gemeente Dordrecht met het logo naar voren.
Doordat ik dit verhaal gedeeld heb met makers, voornamelijk in Rotterdam, kwamen ook mensen over van, wat kan je dan allemaal daar in Dordrecht? En is ook een maker die hierna gaat inspreken, eigenlijk mede door mijn enthousiasme over wat hier allemaal mogelijk is en wat hier is, ook naar Dordrecht getrokken. En hij heeft zelfs een Dordtse filmkring opgericht, waar hij ongetwijfeld meer over zal vertellen. Deze week ben ik heel blij geweest dat ik een nieuwe bijdrage heb mogen krijgen voor mijn nieuwe korte film, waardoor ik veel sterker sta als ik straks bij het Nederlands Filmfonds ga indienen, aangezien een gedeelte van de bijdrage ook uit andere middelen moeten komen. Als dat straks niet is, is dat niet meer mogelijk. Kort is eigenlijk mijn vraag, wil je dat makers vanuit andere steden, bijvoorbeeld Rotterdam, naar Dordrecht trekken of wil je dat straks makers vanuit Dordrecht naar andere steden trekken, omdat hier geen regeling is? Aan jullie het antwoord. De voorzitter: Uw pleidooi is hartstikke duidelijk. Voordat ik naar de raads- en commissieleden ga, ik had jullie beloofd om even de brief van, even kijken hoor, mevrouw de Visser … U zou dat nog even voorlezen. We geven daar even de tijd en de ruimte voor. De heer Sep: Dank u wel. Beste gemeenteraadsleden, beste aanwezigen, beste kunstenaars, ik kan niet persoonlijk aanwezig zijn in verband met een gebroken been.
Gezien de urgentie en het belang van een subsidie beeldende kunst in Dordrecht wil ik graag van mijn spreekrecht gebruikmaken via de stem van Erik Sep. Ik besef heel goed dat 2026, dat is al vroeg aangekondigd en benoemd, het ravijnjaar wordt genoemd voor vele gemeentebegrotingen. Dat we keuzes moeten maken en die van anderen moeten slikken, is een groot goed binnen de democratie. Laat dat helder zijn. Maar wat nu als voorstel ter tafel ligt, het wellicht beëindigen van de beeldende kunstsubsidie, vind ik irrationeel en zou irrationeel moeten zijn voor ieder van u, voor alle partijen. Laat ik een voorbeeld geven. Mijn meest recente 2 films, mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van de projectsubsidie van de gemeente Dordrecht, hebben wereldwijd zo'n 150 duizend tot
33
200 duizend toeschouwers gehad en rond de 70 awards gewonnen, tot nu toe. Je zou denken dat investeren in kunst, cultuur loont en dat de wereld daar behoefte aan heeft, gezien al die mensen die ervan genieten en door geïnspireerd worden. Er zijn vele sectoren die rechtstreeks profiteren van kunst, en in mijn geval met name film. Vreemd genoeg geldt dat niet voor de makers, de bedenkers van kunst. Juist die ene essentiële schakel in het financiële debat ontbreekt. Daar zijn de subsidies voor. Daar zijn de sponsoren voor, hoor ik u denken. Bedenk bij die laatste dat de regel opgaat, wie betaalt, bepaalt. Echter kunst is vrij. Kunst is het verkennen van een horizon waar nog niemand is geweest. Kunst is niet laf. Kunst bouwt voort op een eeuwenoude beschaving. Kunst is niet rechtstreeks te relateren aan de Excelsheet economie van winst en verlies op de korte termijn. In dat opzicht is kunst weerloos. En daar ligt haar kracht. Kunst is in de huidige rauwe politieke sfeer een van de belangrijkste pijlers voor mensen, voor hun creativiteit, voor hoop en zelfs troost. Kunst vertelt eeuwenoude verhalen binnen de huidige maatschappelijke context. Kunst en wetenschap samen vormen ons moreel anker. Als een doorgeefluik van kennis mag het niet zo zijn dat we als gemeenschap bezuinigen op kunst.
Kunst biedt de tegenkracht tegen populisme, wanhoopsdenken, doorgedraaide graaicultuur, angstmechanisme, manipulatie en onverklaarbare macht. Kunst is wellicht belangrijker dan ooit, gezien de gespannen nationale en internationale politieke omstandigheden waarin we ons bevinden. Kunst kan verbeelden waar de wetenschap achter moet blijven, omdat die empirisch verklaard en weerlegd moet worden. Wij, de kunstenaars, kunnen oplossingen verbeelden, andere paden belopen, bedenken hoe universele rechten voor mens en dier de levende schil van de aarde kunnen actualiseren. Ik zie kunstenaars om me heen, hier in Dordrecht, die al hun energie geven aan het grote discours dat kunst heet. Vergeet nooit dat een audio en/of een visuele taal niet te vertalen is naar gesproken taal. We hebben naast de gesproken taal, die raakt aan onze ratio, grote behoefte aan die andere taal van beeld en geluid, die ons hard raakt. Voor mijn films is de subsidie beeldende kunst van de gemeente Dordrecht uiterst belangrijk om mijn ideeën te ontwikkelen in schetsen, in geluid, in taal, in onderzoeken en gesprekken met wetenschappers. Pas daarna ben ik in staat mijn film te financieren. Dit voorstadium, dat vanuit mijn atelier aan de Singel hier in Dordrecht begint, is essentieel voor de reikwijdte van mijn uiteindelijke films.
Klein detail, en met een glimlach, het logo van de gemeente Dordrecht wordt wereldwijd gezien en staat inmiddels landelijk op de kaart. Ik maak films, ik werk graag, ik ga nauwelijks uit zonder reden voor een film. Een van de laatste prijzen die ik ontving, was de prijs Cinematic Alchemist in Kolkata, India. Opmaat voor de beste korte film van 2025. Ik denk dat wij allen, kunstenaars, de hedendaagse alchemisten zijn. Wij kunnen goud maken uit niets. Ik vraag u niet om steun, maar om een irrationeel voorstel van tafel te halen. Behoud de subsidie beeldende kunst op zijn minst in haar huidige vorm. Dank voor uw aandacht. Bea de Visser, 24 juni 2025. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga ervan uit dat mevrouw De Visser ons gewoon volgt nu. Bedankt voor uw brief, mevrouw De Visser. Ik zie mevrouw Schnabel een vraag hebben. Ik denk dat we gewoon een-op-een weer die vragen kunnen stellen, want ik vond het net een beetje lastig voor de insprekers om het allemaal bij te houden. Misschien dat we dan een-op-een die vragen kunnen stellen. Mevrouw Schnabel, PvdA.
34
Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Bunnik. De heer Bunnik gaf aan dat er bezuinigd wordt op een subsidie, die volgens mij niet onder het Beeldende Kunstloket valt. En dat roept een beetje de vraag op, wordt er dan nog op meer bezuinigd dan dat nu in de Perspectiefnota staat? Omdat film volgens mij onder de culturele subsidies valt. Maar als ik het goed begrijp, wordt daar ook op bezuinigd. De voorzitter: U mag daarop antwoorden. De heer Bunnik: Volgens mij onder de beeldende kunst zitten ook de persoonlijke, voor je eigen filmprojecten, subsidies. Ik dien in bij beeldende kunst. En daar valt het eigenlijk onder allemaal. Allerlei visuele kunst, zowel schilder als beeldende kunst als filmmaker. En anders ben ik niet goed geïnformeerd. De voorzitter: Dank u wel voor de korte antwoorden ook. Zijn er nog vragen voor de insprekers? Mijnheer Den Hartog, mijnheer Hartmeijer, excuus, Hartmeijer, van SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik wilde eventjes vanuit de vorige ronde vragen naar die transformatorhuisjes, want daar krijgen we er heel veel van. En ik vroeg me af of de aanwezigen weten uit hun kring, is daar interesse in, in dat soort kunst? Want ik gooi hem door Google, ik zie de meest fantastische dingen. Zou dat een mooi project zijn voor de makers hier? Ik denk ja.
Maar wat voor interesse leeft er in jullie wereld? De voorzitter: Mijnheer Sep, u wil daarop reageren? De heer Sep: Ja hoor. Er worden al jaren allerlei objecten in Dordrecht aangeboden die tijdelijk gebruikt kunnen worden. En dat is een bekende geschiedenis in Dordrecht. Zo is er ook een scheepswerf geweest die lang leeg stond, waar projecten konden gebeuren. We hebben de brugwachtershuisjes gehad. En daarvoor ben je vaak ook aangewezen op het subsidieloket om een subsidie aan te kunnen vragen, om je project daar dan te kunnen uitvoeren in zo'n object op locatie, noem ik het. Maar natuurlijk is de sector daarin geïnteresseerd. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen vragen. Ik wil jullie bedanken voor jullie bijdrage. Verhaal is duidelijk. Ik ga nu de volgende ronde uitnodigen. Dat is, even kijken, Geerten ten Bosch, Ton Kraayeveld, Kuba Szutkowski en Manuela Porceddu. En ik ga ook vragen of Florijn von Behr aanwezig kan zijn. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Sorry. Excuus. De heer Katif: Punt van orde. Zouden we nog even een paar minuten … Want het begint langzaamaan een beetje in te kakken, om het zo maar te zeggen. De voorzitter: U hebt helemaal gelijk, want ik had eigenlijk op mijn notitie ook dat we weer vijf minuten even pauzeren. Misschien is het handig dat we dat dan gelijk even doen. Dank u wel, mijnheer Katif.
Zullen we weer beginnen? Mijnheer Katif, nogmaals dank voor het attenderen, want ik had hem opgeschreven. Maar het ging zo soepeltjes, ik denk, we gaan nog een ronde verder. Nogmaals, welkom allemaal. Ik heb zojuist een
35
inspreker kunnen overtuigen om mee te doen met de volgende ronde. En dan ben ik haar dankbaar. Dat zal ik straks natuurlijk nog een keer even benoemen. Even kijken. Ik heb nu mevrouw … Misschien is het handig dat u dat allemaal zelf doet. Alstublieft. Mevrouw Porceddu: Mijn naam is Manuela Porceddu. De heer Kraayeveld: En ik ben Ton Kraayeveld, beeldend kunstenaar, en tevens bestuurslid van Pictura. De heer Szutkowski: Ik ben Kuba Szutkowski, filmmaker, producent, ondernemer. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan u. U krijgt vijf minuten. En dan hoop ik dat u dat binnen vijf minuten ook redt. Mevrouw Porceddu: Geen probleem. Mijn naam is Manuela Porceddu. Ik ben beeldend kunstenaar en cultureel producent. Mijn studio bevindt zich in het atelierpand Singel 222, hier in Dordrecht. Daarnaast werk ik in Breda bij een kunstinstelling, waar ik kunstprojecten coördineer, jonge kunstenaars begeleid en werk aan de realisering van kunst in de openbare ruimte. Dank u wel voor de mogelijkheid tot spreken. Ik doe dit, omdat ik mij ernstig zorgen maak over het voornemen om de subsidieregeling voor de beeldende kunst op te heffen. Het gaat om een bedrag van 200 duizend euro, wat binnen de totale gemeentebegroting misschien niet zo groot lijkt. Maar het effect op het culturele ecosysteem van Dordrecht is echt enorm, juist omdat het meer is dan geld alleen.
Deze regeling biedt kunstenaars een inhoudelijk klankbord, een netwerk en een toetssteen voor kwaliteit. In mijn ervaring werkt ze als een soort lokaal functionerende vakorganisatie, met verbindingen naar landelijke structuren. Eigenlijk is het een soort brug, die helpt groeien, samenwerken en zichtbaar worden, zowel binnen als buiten de stad. Mijn ontwikkeling als kunstenaar en cultureel producent is mede mogelijk gemaakt dankzij deze regeling. Dat is inderdaad niet vanzelfsprekend, maar ook zeker niet doordat ik mijn hand heb opgehouden. Werken in de culturele sector betekent heel veel werken en heel weinig beloning qua geld. De regeling waar het over gaat, is streng. Aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld door een professionele commissie. Er zijn duidelijke voorwaarden. En je legt altijd publieke verantwoording af. Maar juist daardoor is ze zo waardevol. Dankzij deze ondersteuning heb ik bijvoorbeeld projecten kunnen realiseren die niet alleen mijn eigen praktijk verdiepen, maar ook iets teruggeven aan de stad. Projecten waarin thema's als identiteit, inclusiviteit en migratie tastbaar en bespreekbaar worden, waar kunst en samenleving elkaar echt raken. Dordrecht is een stad waarin cultuur de afgelopen jaren zichtbaar is gegroeid. We hebben dat samen opgebouwd, de kunstenaars, de instellingen, de beleidsmakers en de bewoners.
Om dit proces nu abrupt te onderbreken, is niet alleen een financiële keuze, maar ook een inhoudelijke breuk met alles wat er zorgvuldig is opgebouwd. Als deze regeling verdwijnt, verliezen we niet alleen de mensen, de kunst en de kunstenaars, maar ook de ruimte om te blijven onderzoeken wat het betekent om in deze stad te leven. Ik wil eindigen met het volgende. Kunst en kunstenaars zijn net zo essentieel voor een stad als de bomen. Ze wortelen, ze filteren, ze geven zuurstof en tonen groeirichting. Ik wil de raad dringend uitnodigen om opnieuw te kijken naar het belang van deze regeling, haar functie en vooral wat er op het spel staat. En niet uit
36
nostalgie, maar om te zorgen dat wat hier in Dordtse grond is geworteld ook in de toekomst verder kan groeien. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Weer een mooi slot van een cultureel aspect. U het woord. De heer Kraayeveld: Dank u wel. Ik heb niks opgeschreven. Ik moet het even zo uit mijn hoofd proberen te doen. Het lijkt mij dat in de laatste bijdrage, en in een aantal hiervoor, al het grote belang van deze kunstenaarsregeling onder woorden is gebracht. En daar sluit ik mij van harte bij aan. Ik heb zelf ook met enige regelmaat wel gebruik gemaakt van deze subsidieregelingen. Onder andere, om een paar dingen te noemen, zit de grote muurschildering voor mij op het Energiehuis, die zonder die regeling er niet geweest was. Ik bracht een boek uit over mijn werk. Ik deed een project in China nog onlangs, waar dan een klein beetje subsidiegeld vanuit Dordrecht dat mogelijk gemaakt heeft. Voor mijzelf was het belangrijk. En ik zie daarnaast in Pictura, waar ik in het bestuur zit en ook lang in de tentoonstellingscommissie gezeten heb, regelmatig jonge kunstenaars die projecten initiëren of kunstenaars samenbrengen, waarvoor ze een deel financieren met subsidiegeld vanuit deze regeling in Dordrecht. Het is volgens mij van het grootste belang dat deze regeling blijft bestaan.
En er valt ook nog te signaleren dat dat een van de weinige kunstenaarsregelingen is die nog over is in Dordrecht. In het verleden hadden we een Centrum Beeldende Kunst wat projecten opzette, waar vaak ook lokale kunstenaars hun lokale kunst zien bij betrokken was, projecten in wijken, internationale uitwisselingen, open atelierroutes. Ook al zeven jaar geleden, denk ik, dat de laatste keer plaatsgevonden heeft. En het is van het grootste belang dat een overheid, politiek, maar ook organisaties de voorwaarden creëren waaronder de kunst kan bloeien. Mijn oproep om af te sluiten is, handhaaf in elk geval deze subsidieregeling voor de komende tijd. Dank u wel. De voorzitter: U ook bedankt. Uw microfoon even. Het woord is aan u. De heer Szutkowski: Ik ben Kuba Szutkowski, filmmaker. Zoals eerder al door een eerdere spreker is gezegd, door Daan Bunnik, ben ik ook mede door het bestaan van de regeling verleidt om me hier te vestigen en om hier mijn loopbaan als kunstenaar en vader van kinderen voort te zetten. En het bevalt me heel erg, Dordrecht. Ik ben toch prettig verrast door het culturele klimaat. En ik begrijp van heel veel mensen dat het zich ontzettend heeft ontwikkeld, cultureel en ook op het gebied van kunst, de laatste 10 jaar. Maar ik zie zelf ook wel mogelijkheden voor nog meer ambitie en groei.