CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2025.06.24 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 15 juli 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Dordtse Dinsdag van 24 juni 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 524.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 24 JUNI 2025 Vergaderzaal 3 1

Agendacommissie

2. Vaststellen Perspectiefnota 2026 – Raadsvoorstel Agendapunten 2 tot en met 6 worden gezamenlijk behandeld onder agendapunt 6. 3. Raadsinformatiebrief over Verantwoording proces Ombuigingen – Raadsinformatiebrief Agendapunten 2 tot en met 6 worden gezamenlijk behandeld onder agendapunt 6. 4. Dossier Perspectiefnota – Beantwoording Technische vragen Agendapunten 2 tot en met 6 worden gezamenlijk behandeld onder agendapunt 6. 5. Dossier Perspectiefnota – Ingekomen brieven van diverse organisaties, instellingen en inwoners Agendapunten 2 tot en met 6 worden gezamenlijk behandeld onder agendapunt 6. 6. Dossier Perspectiefnota – Beantwoording college ingekomen brieven in verband met bezuinigingen Voorzitter: De heer Safranti Raadsgriffier: Mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. Dijkstra (Gewoon Dordt) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter voor Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Nieuwland-van den Bosse (ChristenUnie/SGP) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Mevr. Simon-van Waardhuizen (Op Ons Eiland) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren)

1

Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouder: Wethouder W. van der KruijffOverige aanwezigen: Dhr. Steegh, dhr. Van der Leer, dhr. De Zeeuw, dhr. Van Wijngaarden, dhr. Bakker, mevr. Gooshouwer-Valk, dhr. Van der Wel, dhr. Hüsstege, dhr. Verheijen, dhr. Dane, dhr. Van den Brink, mevr. Landa-Rijsdijk, dhr. Van der Eerden, dhr. Bunnik, dhr. Sep, mevr. Bakker, mevr. Ten Bosch, dhr. Kraayeveld, dhr. Szutkowski, mevr. Porceddu, dhr. Von Behr De voorzitter: Goedenavond allemaal, het is 19.30 uur, we gaan beginnen. Welkom allemaal, raads- en commissieleden, mensen op de tribune. Ambtelijke ondersteuning hebben we vandaag niet. En ook mensen van het college zijn wel aanwezig, maar op de tribune in dit geval dan. Voor het verslag wil ik graag even dat jullie, raads- en commissieleden, je even voorstellen. En dan begin ik even aan de linkerkant van mij. Mevrouw Vermeulen: Ik ben Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De heer Steegh: John Steegh, Bomenridder. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon-van Waardhuizen, Op Ons Eiland. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht.

De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Eline Nieuwland, ChristenUnie/SGP. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. Mevrouw Dijkstra: Marjanne Dijkstra, Gewoon Dordt. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD.

2

Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer De Zeeuw: Arjan de Zeeuw, Historisch Platform Dordrecht. De heer Van der Leer: Peter van der Leer, inspreker namens het Oranje Comité. De voorzitter: Dank je wel, Peter. Nu het knopje wegdrukken. Nogmaals allemaal welkom. Het is helaas druk vandaag in deze commissiekamer. We hebben 21 insprekers straks. Laten we alsjeblieft schappelijk met elkaar omgaan, en ook zeker met de tijd van de insprekers. En ook rekening houdend met de vragen die we gaan stellen zo meteen. Ik ga even een korte toelichting geven waarvoor wij vanavond hier zijn. Vandaag buigen wij ons over een belangrijk onderwerp, de gemeentelijke Perspectiefnota en de raadsinformatiebrief Verantwoording proces Ombuigingen. Deze nota vormt het kader voor het beleid en de begroting voor de komende jaren. En raakt daarmee de kern wat wij als gemeente belangrijk vinden voor onze inwoners, organisaties en ondernemers. Het is dit jaar een jaar waarin financiële keuzes gemaakt moeten worden om te voorkomen dat we meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt. Het is dan ook goed om te zien dat u hier aanwezig bent als betrokken burger of vertegenwoordiger van een organisatie, om uw stem te laten horen. Uw inbreng vandaag is van grote waarde.

U helpt ons als commissieleden om breed en zorgvuldig naar dit document te kijken, vanuit verschillende perspectieven en met het oog voor wat er leeft in onze stad. We nemen uw opmerking serieus en zullen deze meewegen in onze verdere bespreking van de Perspectiefnota. En dat geldt uiteraard niet alleen voor de insprekers hier vandaag, maar ook voor alle brievenschrijvers. Ik vraag u om binnen de afgesproken spreektijd te blijven, zodat iedereen de ruimte krijgt om zijn of haar visie te delen. De spreektijd is vijf minuten. Ik nodig de insprekers uit per groepje aan tafel. De eerste groep zit al inmiddels aan tafel. En hierna kunnen vragen gesteld worden door de raads- en commissieleden. Ik zal beginnen aan mijn rechterkant. Het woord is aan u. De heer Van der Leer: Mijnheer de voorzitter, beste raads- en commissieleden, als voorzitter van het Oranje Comité Dordrecht heb ik me aangemeld om in te spreken en ons licht te laten schijnen op de voorstellen omtrent de bezuinigingen. Het in tijd beperkt, 5 minuten, en ga proberen kort en inhoudelijk wat aandachtspunten te benoemen die ons als Oranje Comité raken, met betrekking tot de bezuinigingen op evenementen. Maar ook zaken die opvielen als algemene voorstellen omtrent bezuinigingen. Deze maatregelen treffen de evenementensector in een tijd waarin regeldruk en veiligheidseisen toenemen en procedures verzwaren.

Voor ons als vrijwilligers een steeds grotere opgave. Actueel worden de milieuwetten, veiligheidseisen en de stijgende personeelskosten en het materiaal. Zonder deze bezuinigingskosten is het al zwaar om dit als vrijwilligersorganisatie te kunnen blijven organiseren. Inhoudelijk. We zijn, laat dit duidelijk zijn, een hele gezonde gemeente, lees ik. Plek 9. Dus moet de schade beperkt blijven bij deze bezuinigingen. Ook een constatering is dat het gevoel bij beoordeling tussen de ambtelijke en politieke collega's verschillen van inzicht. De ambtenaren kijken met de bril, bewaken, begroten. En de politiek wil scoren met evenementenstad blijven. Diverse keren zijn we dat ten slotte geweest. Inhoudelijk nog wat punten. Het verkleinen van budgetsubsidies, evenementen en de regionale subsidieregeling. Voorgesteld wordt dit bezuinigen met 10 procent. De consequenties zijn nog niet helder. En hoe de verdeling moet plaatsvinden, ook niet. Ook

3

lees ik dat er een doorbelasting gaat plaatsvinden van bijvoorbeeld de tijdelijke verkeersmaatregelen, het kostendekkend maken van APV en leges. Gevolgen zijn groot, denk ik. Verkleinen van budgetbegroting subsidies. Hoe gaat het met de organisaties die al meerdere jaren subsidies krijgen? Komt er dan een afbouwregeling? Ook opvallend wordt er gezegd dat, ondanks de bezuinigingen, nieuwe evenementen aangekondigd worden, die neem ik aan ook subsidie moeten krijgen. Ik lees onder andere Wereldstad en het waterevenement. Ook viel ons op dat de cultuurinitiatieven en producties van de gemeente Dordrecht en de amateurkunst buiten de bezuinigingen blijven. Graag daar een uitleg over. De indexering wordt niet toegepast. Dat levert al het lieve sommetje op van 9 ton. Tot slot, met betrekking tot onze rol in de ondernemingsraad. Binnen het cluster van evenementen heb ik al meerdere jaren gepleit voor een aparte status. Want Koningsdag, de herdenkingen en Bevrijdingsdag zijn een nationale feestdag. En wij zijn al gebonden om deze dagen te vieren met een 200 procent toeslag. Nog even, als ik nog tijd heb, het groenonderhoud. Het valt mij op dat het van A-niveau naar C-niveau gaat. Ik heb het al eens eerder zien toegepast te worden. Sinds ik bij de gemeente weg ben, is alles aanbesteed en het er niet beter op. Een verloedering vindt plaats.

Als oudhavendienstmedewerker zag ik een post staan, riviercruises. De wens om meer cruiseschepen te laten afmeren. In mijn tijd als controller bij het Havenbedrijf heb ik ligplaatsen geregeld aan de Merwekade en de Buiten Walevest. Veel van deze schepen zijn inmiddels 135 meter. Waren toen nog 110 meter. En ligplaatsen voor de binnenvaart zijn al heel beperkt. En worden de Wantijkaden ook al veelvuldig gebruikt. Meer inkomsten wordt geschreven. Ik betwijfel dit. Er gaan veel bussen naar Kinderdijk en wandelen door de stad. En ik zou nu niet zeggen dat ze veel investeren in de stad. Controle op afval. Hier valt op dat 25 procent van het budget opgaat aan controle. En dat wordt dan schijnbaar teruggehaald dadelijk via de afvalstoffenheffing. De goeden moeten blijkbaar onder de kwaden lijden. Tot slot, mijnheer de voorzitter, ik hoop dat u zich goed realiseert dat korten op evenementen voor stad en bezoekers een grote aderlating zal gaan betekenen. Ik sluit af. Wij weten wat we willen en doen wat we kunnen. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw bijdrage. Het woord is nu aan mijnheer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Geachte leden van de raad, het Historisch Platform, dat een kleine 30 organisaties verenigt, die zich bezighouden met de historie en het cultureel erfgoed van de stad, begrijpt dat de bezuinigingen onafwendbaar zijn en dat die ook de cultuuren erfgoedsector zullen raken.

Waar het om gaat, is de goede maatvoering, het vermijden van stapeling en het toekomstperspectief. Uiteindelijk is de vraag aan de orde, wat voor stad willen we zijn? Cultuur, historie en erfgoed gaan vaak hand in hand. En zeker in de oudste stad van Holland, waar een groot aantal cultuurinstellingen gehuisvest is in monumentale panden en veel van de cultuuruitingen ook geïnspireerd zijn op onze stadsgeschiedenis. Johan de Witt 400, Simon van Gijn, de geschiedenis van de binnenvaart, 750 jaar Augustijnenklooster, de Dordtse synode, de SintElisabethsvloed, enzovoort. Het is voor het Historisch Platform prettig om af te stemmen met het cultuurplatform, omdat wij zien dat er een grote verwevenheid is tussen de cultuurinstellingen en de erfgoedinstellingen. Later komt ook nog Dick Verheijen, namens het cultuurplatform aan het woord. En wij herkennen ons ook in die inbreng. Specifiek wil ik vanuit het Historisch

4

Platform uw aandacht vragen voor 3 zaken. Een groot aantal cultuurinstellingen is gevestigd in monumentaal gemeentelijk vastgoed. Dat is mooi, want het opent die gebouwen op die manier voor publiek en de cultuurinstellingen zijn ook vaak de verhalenvertellers van de geschiedenis van die panden. Met een aangekondigd kostendekkender vastgoedbeleid is het risico groot dat een steeds groter aandeel van subsidies opgaat aan huur, met alle risico's voor de programmering en leegstand van dien. De stad kent al genoeg leegstaande monumentale panden. We adviseren om in het gemeentelijk erfgoed- en vastgoedbeleid een koppeling te maken, waarbij maatschappelijk gesubsidieerde instellingen bij voorkeur in monumenten gehuisvest worden. En om bij deze panden en maatschappelijk gesubsidieerde instellingen niet uit te gaan van een theoretische marktwaarde, maar van de reële waarde van de panden als basis voor een lagere huur, om dat te hanteren. We zien nu al bij panden die daadwerkelijk afgestoten worden, zoals op dit moment gaande is bij de Biesboschhal, dat die feitelijke waarde eerder bij 0 euro zit dan de waarde waarvoor deze panden soms nog in de boeken staan.

Het voorstel zou dan ook zijn, laat de mogelijkheid voor lager waarderen van monumentaal vastgoed voor maatschappelijk gesubsidieerde instellingen onderzoeken en breng een koppeling aan tussen het vastgoed en het cultuurbeleid en het erfgoedbeleid. Er zijn voorbeelden uit andere steden. Als u dat doet, betrek daarbij de instellingen. We denken graag mee en hopen zo een verschraling van het cultuuraanbod te voorkomen en leegstand te vermijden. Tweede punt waar ik aandacht voor wil vragen, is specifiek voor de omvang van de voorgestelde bezuinigingen van de Dordrecht Museum Organisatie. We maken ons zorgen dat hier de balans doorslaat. De Dordrecht Museum Organisatie is vrijwel volledig gehuisvest in monumenten en een publieksmagneet voor de stad. De besparingen staan op dit moment in het voorstel ingeboekt vanaf 2027. Leg het accent op het nu al lopende onderzoek naar kostenbesparing in bedrijfsvoering en efficiency en laat de Dordrecht Museum Organisatie hierover rapporteren. En bezie welke besparingen gerealiseerd kunnen worden, zonder dat het aantal en de kwaliteit van de tentoonstellingen in de waagschaal worden gelegd. Het voorstel zou dan ook zijn om op basis van het beeld, wat later dit jaar komt, uit besparingsopties, om pas een definitief besluit hierover te nemen bij de begroting van 2026.

En het laatste punt waar ik aandacht voor wil vragen, is dat met het voorgestelde maatregelenpakket echt een poging is ondernomen om stapeling van maatregelen te vermijden. Tegelijkertijd begrijpt iedereen hier dat het niet toekennen van indexeringen op subsidies, in combinatie met het zakelijker doorrekenen van allerlei kosten, op de lange termijn niet een houdbaar verhaal is. Breng nu al de effecten in beeld, om te werken aan een gezond en aantrekkelijk cultuur- en erfgoedbeleid voor de langere termijn. Ons voorstel is dat veel besparingen staan ingeboekt voor boekjaar 2027. Laat al in het najaar van dit jaar, 2025, voor een selectie van cultuurinstellingen de stapelingseffecten doorrekenen, zodat je deze inzichten kan meenemen bij de collegevorming in 2026. Ik sluit af. Dordrecht heeft als historische en monumentenstad sinds de jaren 80 en 90 de weg naar boven gevonden. Laten we blijvend investeren in een goede mix van cultuur en erfgoed. Juist ook in tijden van het aanhalen van de broekriem. Want zoals Jan Eijkelboom al schreef, wat blijft, komt nooit terug. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Zeeuw, dank u wel. Nu is het woord aan mijnheer Steegh.

5

De heer Steegh: Dank u wel, voorzitter. Geachte leden van de raad, de Stichting Bomenridders Dordrecht heeft zich al vaker tot u gericht over het wel en wee van de bomen, het groen en de biodiversiteit in onze stad. We hebben u vorig jaar geadviseerd over het Bomenprogramma. En daarvoor al meerdere keren gewezen op situaties in de stad, waarin bomen gevaar liepen ten onrechte te worden gekapt. Dat is onze insteek, het gesprek zoeken. Wij hopen dat dit zo blijft, maar de vooruitzichten zijn helaas niet rooskleurig. Zo hebben wij met verbazing geconstateerd dat in de huidige stukken vrijwel niet meer gerept wordt over de prioriteiten die het college zichzelf heeft gesteld in het geldende collegeprogramma. Veel van die plannen zijn voor de zittingsduur van het college, voor 4 jaar, incidenteel gefinancierd. Er zit weliswaar heel keurig een lijstje bij van die incidentele financieringen, maar als er niks gebeurt nu wordt het merendeel van de eigen prioriteiten ineens posterioriteiten. Vergeef me dat ik uw vakjargon gebruik. Dat is toch zot? Dat raakt ook het lot van onze bomen in de stad. Bij de vaststelling van het Bomenprogramma in maart 2024 heeft uw raad 2 moties aangenomen, die nog niet zijn uitgevoerd of afgehandeld. Ik verwijs naar het memo van de griffie van 10 juni over betrokken dossiers.

U hebt in motie 5 vastgesteld dat scenario C de absolute ondergrens moet zijn voor de uitvoering van het bomenbeheer. Dat gebeurt in de Perspectiefnota, zoals die voor ons ligt, zeker niet. U hebt het college in motie 6 opgedragen eraan te werken dat op den duur het zogenaamde scenario B wordt bereikt. Scenario B betekent concreet, een voor beheer en onderhoud van het areaal openbare bomen in de stad beschikbaar budget van 2,5 miljoen euro. Voor deze collegeperiode is scenario C alleen incidenteel gefinancierd. Dat is 1,5 miljoen. Als u niets doet, valt dat budget vanaf 2027 terug naar slechts 850 duizend euro. Het college heeft in zijn oplegger van vorig jaar bij het Bomenprogramma zelf aangegeven wat de gevolgen van die terugval zijn. Namelijk dat binnen nu en 10 jaar de helft van alle openbare bomen wegvalt. Want het gezond en veilig houden van de bomen is dan niet meer mogelijk. En dus zullen veel bomen gekapt moeten worden die best nog langer mee zouden kunnen, maar alleen als er geld is om de veiligheid van die bomen te garanderen en zo nodig levensduur verlengende maatregelen te nemen. De Bomenridders verzoeken u dan ook het college op te dragen uiterlijk bij de begroting 2027 dat gat tussen 850 duizend en 1,5 miljoen structureel te dichten.

Tevens verzoeken wij u het college op te dragen concreet te worden over hoe we van daaruit doorgroeien naar de genoemde 2,5 miljoen. Als dit niet gebeurt in deze tijden van klimaatverandering, dan zullen door het wegvallen van de stadsnatuur al snel grote delen van onze stad onleefbaar worden ten gevolge van hittestress, smerige lucht en waterproblemen. Tweede punt. Onder 3.2.2 stelt het college voor te bezuinigen op het kwaliteitsniveau van het groenonderhoud. De hele stad op niveau B. Niet C, maar B. Het bezuinigingsbedrag loopt op tot 120 duizend euro structureel. We gaan ervan uit dat dankzij die bezuiniging de natuur in de stad er flink op vooruit gaat. We stoppen in de binnenstad, de winkelcentra, de parken en de hoven met het wegbranden van stoepplantjes, we maaien minder het gras en we accepteren de groei en bloei van kruiden. We trekken op deze wijze veel meer insecten aan. Weer goed voor onze stadsvogels. We laten boomspiegels volgroeien en dragen de verzorging over aan buurtbewoners, participatie immers, zodat de biodiversiteit in de oude stad verbetert. We laten het onnodig te brede asfalt in het Weizigtpark een beetje overwoekeren door de omliggende planten. Kinderen kunnen direct na schooltijd weer leren wat stadsnatuur is. Over hoe dat verder in te vullen, leveren wij, Bomenridders, met veel plezier een

6

bijdrage. Maar hoofdpunt was, dwing voldoende geld af voor boombeheer, ook in tijden van schaarste. Als u het niet doet, duurt het decennia voor zo'n fout gecorrigeerd is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Steegh. Ook keurig binnen uw tijd. Voordat ik af ga op de vragen, even een mededeling vanuit de griffie. In het raadsinformatiesysteem kan je op dit moment gewoon volgen, ook voor mensen thuis. Alles wordt nu even bijgewerkt. Mocht je op de tribune, thuis, achter je pc willen volgen, dan kan dat. Nu ga ik even kijken of er vragen zijn. Ik zie mijnheer Hartmeijer aan de linkerkant. Mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Ik heb twee vragen. Eerst aan de heer Steegh. Als dat mag, twee vragen? De voorzitter: Excuus. Inderdaad, dat had ik moeten meedelen. We proberen even met één vraag. Afhankelijk van de vragen, probeer ik daar toch wel soepel mee om te gaan. Maar we beperken ons toch tot één vraag. En mocht er tijd over zijn, dan ga ik toch over naar een tweede vraag. De heer Hartmeijer: Dan kies ik mijn meest prangende vraag. Vraag aan de heer De Zeeuw. Hij had het over, de culturele instellingen zoveel mogelijk in historische panden plaatsen, als ik het goed heb begrepen. Dat heb ik goed begrepen. Nu hebben we bijvoorbeeld Stichting DOOR. Die zit sinds een paar jaar in De Munt.

Is dat een voorbeeld waarvan u zegt, dat spreekt mij aan? Is dat een voorbeeld waar u aan denkt? Of zit ik op een verkeerd spoor? De voorzitter: Mijnheer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dat is absoluut een van de panden die in de binnenstad zich heel goed lenen voor cultuurinstellingen om erin te zitten. En specifiek voor de Stichting DOOR, je moet ook gewoon de gebruiker betrekken bij welke plek je moet hebben. Maar gebouwen als De Munt zijn uitstekende plaatsen om cultuurinstellingen, groot en klein, gevarieerd, een plek te geven. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Knopje zat verstopt achter … Dank u wel, voorzitter. Ook voor mijnheer De Zeeuw, want ik sloeg ook aan op de panden, het vastgoed en dan de theoretische waarde en reële waarde. Mijn vraag is alleen, heeft u daar zelf voorbeelden van? Ik hoef ze nu niet te horen. Daar kom ik later nog bij u op terug. De heer De Zeeuw: Er zijn steden die inderdaad werken met echt het afwaarderen van het maatschappelijk vastgoed, vanuit de wetenschap dat ze die panden ook daadwerkelijk niet wensen te verkopen, maar echt beschikbaar willen stellen voor gesubsidieerde culturele instellingen in de stad. In Rotterdam heeft dat gespeeld. In Den Haag weten we dat dat aan de orde is. En er zijn verschillende mogelijkheden om op die manier daar … Een gemeente heeft de vrijheidsruimte om daarin te variëren.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Zeeuw. Laten we de vragen en antwoorden echt via de voorzitter lopen. Mevrouw Van Pelt, van Forum voor Democratie.

7

De heer Van Pelt: Dank u wel. Ik heb een vraag voor mijnheer Van der Leer. U vertelde dat bij evenementen 25 procent van het budget aan controle opgaat. De heer Van der Leer: Dat was voor de afvalverwerking in de stad. 25 procent van het budget gaat naar controle op afval. De heer Van Pelt: Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Schalken, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Van der Leer, van het Oranje Comité. Eerder zijn verschillende fracties, waaronder ook Beter voor Dordt, bij het platform geweest van evenementen, waar ook Big Rivers en zo bij zitten. U had het over de stapeling van de bezuinigingen, waarbij ook niet alleen bezuinigd wordt op het evenementenbudget zelf, maar ook meer kosten worden doorberekend. Heeft u een idee van het bedrag wat u extra kwijt zal zijn aan het organiseren van een evenement wanneer zaken worden doorberekend, zoals de hekken en de beveiliging en dat soort dingen? De voorzitter: Mijnheer Van der Leer. De heer Van der Leer: Als ik zelf kijk naar Koningsdag en ik kijk naar de dranghekken die geplaatst worden en de beveiliging die extra moet worden toegepast en de leges die je moet gaan betalen, schat ik, op veiligheid zitten we al op 12 duizend euro voor Koningsdag en Bevrijdingsdag, dit keer. En voor dranghekken en leges en dat soort dingen zitten we aan 2.200 euro.

Kijk, en voor een clubje, zoals wij zijn, zijn dat aardige bedragen die dan doorgerekend worden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Dam Timmers, van het CDA. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Toch ook nog even een vervolgvraag daarop. Want dat is ook een van de zorgen die, denk ik, terecht zijn, als het gaat over de stapeling van verschillende maatregelen. En dan was ik wel benieuwd ook hoe dat bij uw organisatie is, als het gaat om de leges voor de verkeersmaatregelen. Hoe zou dat uitpakken als we dat in de huidige vorm, zoals het voorgesteld staat, zouden uitvoeren? De voorzitter: Mijnheer Van der Leer. De heer Van der Leer: Als ik lees in de stukken die gemaakt zijn en hoe het toegepast wordt, als er wegen in de stad afgesloten worden, dan ga je betalen. Maar buiten de normale doorgang van verkeer zou het waarschijnlijk niet betaald hoeven te worden. Ik ben daar niet helemaal in thuis, maar dat zou een nieuwe regeling zijn die dadelijk toegepast wordt in het kader van deze bezuiniging. Het afsluiten van wegen voor verkeer gaat waarschijnlijk dan doorbelast worden. Als ik het goed gelezen heb in de bezuiniging. De voorzitter: Dank u wel.

8

De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, heel kort aanvullend. Ik denk dat u dat goed gelezen heeft. Maar wat voor impact zou dat voor uw organisatie of voor de evenementen hebben waar jullie bij betrokken zijn? De heer Van der Leer: Dat is moeilijk te zeggen, want wij weten nu niet precies waar we de evenementen gaan houden. Je hebt nu het Statenplein. En dat is ook een omheind stuk plein. Maar het plein moet wel bereikbaar zijn voor de horeca om te bevoorraden. En voor het vuurwerk op het Groothoofd wordt heel Wolwevershaven afgesloten, het Groothoofd wordt afgesloten, Bomkade en Merwekade. Dat zijn wel zaken die dan mee gaan spelen. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Van der Leer, dank u wel. Zijn er nog vragen? Mijnheer Van der Meer, van GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel. Vraag aan de heer Steegh. Hij pleit voor het structureel op niveau C houden van bomenonderhoud, en daarna zelfs doorgroeien naar niveau B. Het klinkt mij als muziek in de oren uiteraard. Mijn vraag is of hij ideeën heeft hoe dat gefinancierd zou kunnen worden. De voorzitter: Mijnheer Steegh. De heer Steegh: Met alle respect, maar volgens mij gaat u over geld. Niet ik. De heer Van der Meer: Zeker. Maar wij zijn hier om van u te horen of u ideeën heeft.

De heer Steegh: Die bezuiniging van 120 duizend euro op het groenonderhoud is al zo'n soort post waarvan je zegt, die kun je ook op een andere manier inzetten. Waar dan verder het geld vandaan moet komen? Wat mij betreft zou er nog wel verder terugdringing plaats mogen vinden ten aanzien van het iedere week, iedere maand weer onderhouden van het groen, op een manier waardoor alles een gazon lijkt. En dat hoeft helemaal niet. De voorzitter: Hartelijk dank. Natuurlijk.

De heer Van der Leer: Even met betrekking tot de bomen en de verzorging van het groen in de binnenstad. Ik heb vroeger bij Stadsbeheer gewerkt. En dan was er een model ontworpen, dat de mooie binnenstad zou op niveau A blijven en andere wijken werd heel erg gekeken naar de wijken die groen waren, die gingen naar B- of zelfs naar C-niveau. Die bezuiniging heb ik al vijftien jaar geleden zien aankomen. En toen is er gekozen om dat nooit meer te doen, omdat de verloedering in de wijken een punt van aandacht was. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. U bent van alle markten thuis, zo te zien, van havenmarkt tot havenmeester tot en met … Zijn er nog andere vragen? Want anders ga ik over naar het tweede blok. En dan wil ik de heren aan tafel bedanken. En dan nodig ik

9

gelijk mijnheer Van Wijngaarden, Silvia Gooshouwer-Valk, Bas Hüsstege, Michiel van der Wel en Gerard Bakker uit. Misschien handig om even kort voor te stellen wie u bent, zodat we ook verder kunnen gaan. En dan begin ik hier even aan de rechterkant. De heer Hüsstege: Ik ben Bas Hüsstege, van Bibliotheek AanZet. De heer Van Wijngaarden: Ton van Wijngaarden, van RTV Dordrecht en de toekomstige streekomroep. Mevrouw Gooshouwer-Valk: Silvia Gooshouwer-Valk, namens Dordt Inclusief. De heer Bakker: Gerard Bakker, gewoon platte inwoner, maar wel mede namens tientallen, honderden andere inwoners ook. De voorzitter: Zo plat ziet u er niet uit, maar welkom. Dank u wel. Welkom allemaal. Ook voor uw geldt vijf minuten inspreektijd. Dan geven we alle vier even de mogelijkheid om in te spreken. En vervolgens vragen we de commissie- en raadsleden om wat vragen te stellen richting u. En dan begin ik weer bij u. Alstublieft. De heer Hüsstege: Geachte raadsleden, hartelijk dank voor deze mogelijkheid om in te spreken. Mijn naam is Bas Hüsstege, adjunct-directeur/bestuurder van Bibliotheek AanZet. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om de impact van de aangekondigde bezuiniging op de bibliotheek toe te lichten.

De bibliotheek in Dordrecht staat als een huis, met een brede rol in de stad en in de wijken op het gebied van taal, lezen, geletterdheid, welzijn, burgerschap, het laten functioneren van de lokale democratie. En het zijn van een verblijfs- en ontmoetingsplek voor iedereen. Die juist goed functioneert, dicht bij de mensen. Met een breed en laagdrempelig aanbod en met grote toegankelijkheid. Met de aangekondigde bezuinigingen, een forse mindering van 140 duizend euro, wordt de bibliotheek, en daarmee al die Dordtenaren die ons dagelijks bezoeken, hard geraakt. Onevenredig hard. Want waar andere gesubsidieerde instanties gekort worden doordat er eenmalig niet geïndexeerd wordt, geldt dat niet voor ons. Met deze voorgestelde bezuiniging wordt de bibliotheek maar liefst 63 duizend euro extra gekort. Wij begrijpen niet waarom deze ongelijke situatie in het nadeel van de bibliotheek is ontstaan. En roepen op tot gelijke behandeling. Daarnaast raakt iedere bezuiniging ook nadrukkelijk onze dienstverlening. Dat lossen we niet achter de schermen op, poetsen we niet zomaar weg en gaat ten koste van onze toegankelijkheid, waar zoveel Dordtenaren dagelijks op ons rekenen. Voor taalles, voor vragen over de digitale overheid, voor een praatje en ontmoeting met buurt- of stadsgenoten, wanneer het thuis of in het leven soms heel eenzaam is.

Voor ouders met kinderen, voor eenzame ouderen, voor cultuurliefhebbers, voor jongeren, studenten, voor Dordtenaren die op zoek zijn naar informatie of inspiratie of gewoon even willen zijn. Voor hen blijft straks de deur van de bibliotheek veel vaker gesloten, met deze bezuiniging, terwijl de vraag naar onze diensten alleen maar stijgt. Meer bezoekers, meer leden, meer digitale vragen, meer deelnemers aan activiteiten. Er is grote vraag naar ons brede sociaal-maatschappelijke aanbod. En de bibliotheek werd al eerder onevenredig geraakt door bezuinigingen, toen wij 7 jaar geleden al 6 ton moesten bezuinigen. Ik herhaal, 6 ton. Ook toen werd de bibliotheek harder geraakt dan andere organisaties. We roepen de raad op tot gelijke behandeling, zeker gelet op het verleden

10

en zeker gelet op al die Dordtenaren die gebruikmaken van de bibliotheek en ons een warm hart toedragen. Diezelfde Dordtenaren hebben ons de afgelopen maanden enorm gesteund. Onze collega's konden op veel sympathie rekenen van bezoekers die hoorden van de plannen van de gemeente. En meer dan 2 duizend van hen tekenden onze vriendenboeken, zowel fysiek als digitaal. Deze hartverwarmende reacties bieden we later op de avond graag aan uw fracties aan. We zijn trots op het bibliotheekwerk dat we mogen verzorgen voor de inwoners van Dordrecht. En nog trotser op hoeveel er gebruik wordt gemaakt van onze diensten. Als je een mooie voorziening hebt die er is voor de gehele samenleving, sluit dan niet de deuren, maar houd ze juist wagenwijd open. Wij hopen daarom dat u het bezuinigingsvoorstel dat voorligt wil heroverwegen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw bijdrage. Mijnheer Van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden: Dank u wel, voorzitter. Dank dat ik onze situatie hier vanavond mag toelichten. Zoals u weet uit eerdere sessies over de omroep en de financiering zitten wij met onze hele sector van lokale omroepen in een professionaliseringsproces. Een proces van jaren, waarbij de ruim 220 lokale omroepen in Nederland worden samengevoegd tot 80 streekomroepen en de basisfinanciering voor ons wordt overgeheveld van de gemeente, van u, naar de landelijke overheid.

In dit proces zijn er sinds december van vorig jaar belangrijke zaken gebeurd. De allerbelangrijkste is dat de wetswijziging, waarin de verandering in de basisfinanciering wordt vastgelegd, met een jaar is uitgesteld, van 2027 naar 2028. Er wordt op dit moment op het ministerie in overleg met de VNG, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en onze overkoepelende organisatie de NLPO, die staat voor Nederlandse Lokale Publieke Omroep, nog stevig gesleuteld aan de wet. Maar de invoering ervan is sowieso met een jaar uitgesteld, van 2027 naar 2028. Nu zullen bij een aantal van jullie waarschijnlijk de wenkbrauwen gaan fronsen van, in Den Haag weet je het nooit zeker hoe dat gaat. Maar er wordt al 8 jaar gewerkt aan de plannen voor onze sector. En die hebben al meerdere regeringen en kabinetscrisissen overleefd. Sterker nog, het ministerie heeft in de afgelopen maanden 2 hele belangrijke extra stappen gezet. 1 is dat de huidige landelijke subsidieregeling, waar wij in onze streek ook gebruik van maken op dit moment, niet met 1, maar met 2 jaar is verlengd. We zitten nu midden in de aanvraagperiode, niet alleen voor 2026, maar ook voor 2027. 1 aanvraag voor 2 jaar. Daarnaast is dit jaarbudget substantieel verhoogd, zodat er tussen nu en 2028 meer samenwerkingsverbanden meegenomen kunnen worden richting de wetswijziging en de landelijke financiering.

Kortom, als je kan aantonen in de komende tijd dat je onderweg bent in het hele professionaliseringsproces, die nu nog volledig draait om de nieuwsvoorziening in de hele streek, dan gaat de landelijke overheid je de komende jaren naast de lokale overheid verder ondersteunen richting streekomroep, richting streeklicentie. Dan de vertaling naar onze streek, heel belangrijk. Wij zijn een relatief grote streek. Dat waren we al. Maar er is vorige maand ook nog Gorinchem aan toegevoegd. 10 gemeenten, 6 omroepen, bijna heel Zuid-Holland Zuid, een streek met ruim 430 duizend inwoners. Dat is waar we met zijn allen naar onderweg zijn. RTV Dordrecht is in dat hele proces voortrekker. Penvoerder namens ons samenwerkingsverband richting het ministerie. Aanspreekpunt voor alle andere betrokken instanties. Wij zijn in onze streek de enige semi-geprofessionaliseerde omroep. De enige omroep die betaalde medewerkers, journalisten in dienst kan nemen,

11

landelijke subsidie kan beheren en de centrale nieuwsredactie kan huisvesten. Wij kunnen goed invulling geven aan deze voortrekkersrol, die van ons verwacht wordt, dankzij de reguliere en de extra subsidie van u, van de gemeente Dordrecht. En die komt nu in gevaar. In 2024 hebben wij van u 150 duizend extra euro subsidie gekregen, op voorstel van toenmalig portefeuillehouder Wouter Kolff. 2 belangrijke opdrachten zaten daaraan vast, samenwerking in de streek realiseren en een geslaagde aanvraag doen voor de landelijke subsidieregeling. Beide is gelukt. Voor dit jaar en volgend jaar hebben we 50 duizend euro extra subsidie gekregen, zodat we een eigen ervaren eindredacteur nieuws in dienst konden houden. Deze extra subsidie hebben we gekregen, toen nog in de veronderstelling bij ons allemaal dat de wet, en daarmee de basisfinanciering, in 2027 zou veranderen. Maar dat is met een jaar uitgesteld. Deze 50 duizend euro extra subsidie hebben we in 2027 eigenlijk heel hard nodig. En dat brengt me bij de brief die ik u heb gestuurd. Uw ombuiging voor de omroep is een voorgenomen bezuiniging op onze reguliere subsidie, die in de tekst gekoppeld is, in uw eigen tekst in de Perspectiefnota, aan de wetswijziging in 2028.

De tekst is correct, waarbij opgemerkt dat wij het heel logisch vinden, als de basisfinanciering uit Den Haag gaat komen, dat wij dan minder subsidie zullen krijgen van de gemeente hier in Dordrecht, van de lokale overheid. Alleen staat de bezuiniging al ingeboekt in 2027. Waarbij we hopen dat dit een foutje is. Dat is de kern van de brief die ik heb gestuurd. Wij hopen dat u deze vergissing wil herstellen. Dat de maatregel die u in het financiële overzicht heeft voorgenomen, wordt uitgesteld tot 2028. Conform uw eigen tekst in de Perspectiefnota. Zo niet, dan komen wij in 2027, het allerbelangrijkste jaar in het hele proces waarin we zitten, in de problemen. Er wordt dat jaar van ons verwacht dat wij een concessiebeleidsplan gaan indienen voor de streeklicentie en aantonen dat we de streeklicentie waard zijn. En dan zouden we in datzelfde jaar onze organisatorische en redactionele kade moeten afslanken. Kortom, we hopen dat het gaat om een tikfout. Dat is de kern van mijn brief. En ik hoop dat die wordt hersteld. Dank u wel. De voorzitter: Keurig binnen vijf minuten. De heer Van Wijngaarden: getimed. De voorzitter: Dank u wel. Inderdaad. Uw microfoon even uit. Dan ga ik door naar mijnheer Bakker. Mijnheer Bakker, wilt u nog wat drinken, of niet? De heer Bakker: Nee hoor, bedankt. De voorzitter: We hebben wel een aanbod gedaan bij de anderen. De heer Bakker: Gaat goed. Merci.

De voorzitter: Alstublieft. De heer Bakker: Geachte leden van de raad, mijn verhaal is apolitiek. Ik maak het ook niet politiek. Eerst nog even 2 opmerkingen. 1, als je subsidie van de overheid kan vermijden, moet je dat zoveel mogelijk doen. Er zijn ook heel veel bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen als doel hebben, met bijbehorende budgetten. Ik zou zeggen, kijk daar ook eens naar. Bomen zouden kunnen worden geadopteerd, et cetera. Maar waar ik hier voor zit, is dat ik en een aantal andere mensen

12

zich al decennialang verbazen en ook licht irriteren aan de povere kwaliteit van de performance van de gemeente Dordrecht zelf. En in het licht van alle bezuinigingen, het ravijnjaar, vinden wij dat de gemeente meer naar zichzelf moet kijken en dat meer bezuinigingen uit de organisatie van de gemeente zelf moeten komen. Met als belangrijk effect A, dat je veel kosten bespaart. De gemeente sleept enige honderden fte aan dood hout met zich mee. Als je dat weghaalt, bespaart dat heel erg veel kosten. Dan komen er misschien ook wat plannen van de grond af en gaan dingen ook wat meer in 1 keer goed of in 2 keer, in plaats van in 3 keer. En de faalkosten kunnen worden verminderd. En nou gaat het interessant worden, want dat is een mooie opmerking, maar wat zou je kunnen doen? Je zou als gemeenteraad per z.s.m. een betaalmeester kunnen aanstellen. Die gaat bekijken wat elke uitgave is, en wat de nut en de noodzaak is van elke uitgave boven de 1.000 euro. Dan krijg je al heel snel inzicht in wat er allemaal omgaat, welke geldstromen er zijn en wat daar nuttig van is en wat daar niet nuttig aan is. En je zou een programmamanager moeten aanstellen die een quickscan doet van de hele organisatie, om die organisatie in een half jaar tijd, maximaal 9 maanden dramatisch te stroomlijnen. En er zijn manieren om dat bedrijfskundig snel en vrij goed te doen.

Omdat er heel veel ruimte voor verbetering is, kan je dat ook snel realiseren. Even kijken, wat ging ik nog meer vertellen? Wat hoor ik allemaal? Dogen? Misverstand. Dogen is bot, grof en lomp. Ik heb het over chirurgische ingrepen. Niks bot, niks lomp en niks bot, maar subtiel, doelgericht chirurgische ingreep. Je kan namelijk nog steeds doormodderen op de ingeslagen weg, wat al decennia aan de hand is en mensen opzadelen met allerlei leed van bezuinigingen en ingetrokken subsidies. Of je kijkt kritischer naar jezelf, met als heel belangrijk bijverschijnsel dat je als het ware de gemeente naar de sportschool stuurt, die gaat afslanken, die gaat fitter worden, die gaat sneller worden. En met het verwijderen van mensen die 10 uur productiviteit leveren op een contract van 36 uur. En dat gebeurt heel vaak. Dat zijn honderden fte die onderpresteren. Met het verwijderen daarvan, blijven de mensen over die echt iets kunnen en echt iets willen. En die krijgen dan ruimte om meters te gaan maken. Ik zeg, mik op 35, 40 procent van de mensen weg. En haal dan 5 à 10 procent betere mensen terug. En dan met de club die blijft, kan je een veel betere performance neerzetten, tegen veel lagere kosten. Punt. Merci. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. Ik geef nu het woord aan mevrouw Gooshouwer-Valk. Mevrouw Gooshouwer-Valk: Goedendag, ik dank u voor dat ik hier mag komen en inspreken.

Heel fijn. Ik ben hier namens Dordt Inclusief. En dat is onderdeel van DAS, de Dordtse Adviesraad Sociaal. De voorzitter: Excuus. Kunt u misschien meer naar de microfoon gaan? Mevrouw Gooshouwer-Valk: Zeker. De voorzitter: Ik weet niet of het lukt hoor. Mevrouw Gooshouwer-Valk: En ik wil mij vanavond graag richten op de maatregelen die beschreven zijn omtrent de Drechthopper. Zoals bekend zijn de reizigers voor de Drechthopper daaraan gebonden, omdat zij een beperking hebben. En het is al een wat

13

zwakkere doelgroep die de maatregelen zullen treffen. 4 punten wil ik graag even aanhalen. En het eerste punt is het verruimen van de reserveringstijd naar 24 uur. De mensen die een afspraak van tevoren weten, die boeken het al ruim van tevoren in. Dus ook ruim voor 24 uur. Maar er zijn helaas ook heel veel afspraken die niet 24 uur van tevoren bekend zijn. Denk ook maar een ziekenbezoek, doktersbezoek. Er zijn ook mensen die een chronische ziekte hebben, waarbij ze de ochtend zelf pas kunnen zeggen, ik heb een wat betere dag, ik zou vandaag misschien wel even ergens naartoe kunnen. 24 uur van tevoren boeken is dan een behoorlijke beperking, op al een beperking wat deze mensen hebben. U moet zich voorstellen, ik acht u allemaal heel actief aan deze tafel in het dagelijks leven, dat u bij elke afspraak 24 uur van tevoren vervoer moet regelen. En als dat niet lukt, dan zit u gewoon aan huis gebonden, de hele dag. Lijkt me niet wenselijk. Tweede punt is, de tarieven verhogen en gelijkstellen aan de ov-tarieven. In eerste instantie lijkt mij dat een logisch gevolg, omdat alle kosten stijgen en het eerlijk zou zijn om het met het ov gelijk te stellen.

Daarbij wil ik wel een kanttekening maken, of u ook in acht heeft genomen dat de mensen die 65-plus zijn of een laag inkomen hebben normaal gesproken met het ov zouden kunnen een kortingspas zouden hebben, en het wel zo eerlijk zou zijn dat die mensen ook met een aangepast tarief met de Drechthopper kunnen reizen. Wellicht heeft u daar zelf ook over nagedacht, maar ik meld het toch nog eventjes. En het derde punt is dat er meer een Wijkhopper ingezet moet worden. Dat is een zeer positief punt. Is veel flexibeler. Het enige wat ik hierbij wil vermelden, is dat er ook een groep is die niet met de Wijkhopper kan reizen. En dan bedoel ik niet mensen met een rolstoel, dat is bekend, maar ook mensen die moeilijk in en uit kunnen stappen of de rit pijnlijk vinden, omdat zij bijvoorbeeld rugklachten hebben en er nogal wat drempels op de binnendoorwegen aanwezig zijn. En het vierde punt wat ik nog graag wil aanhalen, is het verbieden van scootmobielen in de Drechthopper. Ook dit vind ik veiligheidstechnisch een goed punt, omdat het zware voertuigen zijn die ook goed gezekerd moeten kunnen worden in de bus. Echter is er wel best veel vraag van deze groep. Er zijn steeds meer mensen met een scootmobiel, die ook met de Drechthopper willen reizen. Graag zou ik wel zien dat u een alternatief hiervoor bedenkt, om aan deze vraag te kunnen voldoen.

Ten slotte wil ik nog wel eventjes benadrukken dat bepaalde maatregelen deze groep hard zullen treffen en of jullie dit nogmaals willen heroverwegen. Want zonder Drechthopper of tijdige rit bij de Drechthopper is er ook geen familiebezoek of sociale verplichtingen mogelijk, maar zou ik hier ook niet zitten. En zonder Drechthopper zou ik ook geen vrijwilligerswerk kunnen verrichten, zoals heel veel mensen dat ook doen. Dat moet wel echt gewaarborgd worden. Daarbij komt dat zonder Drechthopper er geen bezoek aan het museum gedaan kan worden, ook niet een groen park bezocht kan worden en niet naar de bibliotheek, et cetera. Ik wil u bedanken voor de tijd. De voorzitter: Dank u wel. En wij bedanken u ook voor uw bijdrage. Ik zie al wat vingers. Mijnheer Hartmeijer, vanuit de SP. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Mijn vraag is aan de bibliotheek, de heer Hüsstege. In de nota lees ik, college gaat overleggen met de bibliotheek over het eventueel verminderen van dienstverlening. Nu zal de heer Hüsstege zeggen, dat moet je helemaal niet doen. Maar ik zoek er toch even een beeld bij. Welke typen dienstverlening staan

14

voor hem echt bovenaan? Dat hij zegt, wat je ook doet, daar moet je echt absoluut niet aankomen? De voorzitter: Mijnheer Hüsstege. De heer Hüsstege: Dank u wel. Op elk moment van de dag zijn er mensen te vinden in de bibliotheek. Voor de mensen die niet komen, meer dan u denkt. Voor de mensen die wel komen, dan weet u dat. Het is heel belangrijk dat die bibliotheek ruim open is. En daar zitten natuurlijk kosten aan. We hebben mensen rondlopen, enzovoort. Ik vind het echt extreem belangrijk dat die bereikbaarheid van de bibliotheek in stand blijft. En daarnaast is ook wat we te bieden hebben, bijvoorbeeld in programmering en in collectie, dat is wat je de mensen ook te bieden hebt. Openingstijden staan bovenaan mijn lijstje, maar programmering en collectie minstens zo belangrijk eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel, van Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Ook een vraag aan de heer Hüsstege. Ik ben benieuwd, is er vanuit de gemeente ook meegedacht over wat wel en niet mogelijk is? En ook over wat in de Perspectiefnota staat, dat er een nader onderzoek komt, waarbij dan de maatregelen nog eens een keer bekeken worden. Hoe is daar verder over gecommuniceerd? De voorzitter: Mijnheer Hüsstege, u bent wel gewild vandaag. De heer Hüsstege: Dank u wel. De ombuigingsvoorstellen waren eerst wijkvestigingen. Er stonden wijkvestigingen genoemd.

Uiteindelijk is dat omgevormd in een bedrag wat bezuinigd moet worden. Maar een bedrag wat we ergens vandaan moeten halen. De vestigingen zijn uit de papieren verdwenen. Alleen het openstellen van die vestigingen niet. Het is niet iets wat wij in backoffice of op wat voor manier dan ook kunnen oplossen. Het raakt echt onze dienstverlening, in de brede zin. En dat kan, nogmaals, in openingstijden, programmering en collectie zijn. De voorzitter: Dank u wel voor uw uitleg. Mijnheer Gorter, Op Ons Eiland. De heer Gorter: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is aan de heer Van Wijngaarden van RTV Dordrecht. Tot en met 2027 is er voor de gemeente een financieringsplan met betrekking tot de lokale omroepen. Die vervalt in 2028. Dan neemt het Rijk dat over voor de streekomroep. De subsidie die nu gegeven wordt aan RTV Dordrecht komt daarbij, ga ik vooralsnog vanuit. Kan daar niet 2027 mee opgevangen worden? De voorzitter: Mijnheer Van Wijngaarden. De heer Van Wijngaarden: Sorry, voorzitter, ik snap de vraag niet helemaal. De voorzitter: Nogmaals de vraag even verhelderen, mijnheer Gorter. De heer Gorter: Nogmaals, tot en met 2027 is er een financieringsplicht vanuit de gemeente. Die vervalt op 1 januari 2028. Dan is de gemeente niet meer verplicht om de omroep te betalen. Dan komt er 28 miljoen voor 80 streekomroepen vanuit Den Haag.

15

Mijn vraag is, als de omroep ervan uitgaat dat vanaf 2028 er nog steeds een bijdrage vanuit de gemeente Dordrecht komt, waar nu een bezuiniging van 50 duizend euro op staat, kan dan 2027, en daar heeft mijnheer Van Wijngaarden een punt, omdat die wetgeving opgeschoven is, die overbrugging daar niet mee dekken, uit de jaren 2028 en 2029? De voorzitter: Is de vraag nu inmiddels wel helder, Mijnheer Van Wijngaarden? De heer Van Wijngaarden: Uw vraag raakt de complexe situatie waar we op dit moment met zijn allen in zitten en waarom er over de conceptwet zoveel onderhandeld wordt, gesproken nog wordt op dit moment op het ministerie, met de VNG en onze belangenorganisatie. Omdat inmiddels wel duidelijk is geworden dat voor de totale financiering van het ambitieuze project voor alle lokale omroepen in Nederland, om die zich te laten professionaliseren en te ontwikkelen tot streekomroepen, dat daar veel meer geld voor nodig is dan de 28 miljoen die daar een paar jaar geleden voor was gereserveerd. Dat is 1. Het besef op het ministerie daarvoor groeit. Die zijn al meer geld aan het vrijmaken. Dat doen ze nu al. Het is nu al verhoogd naar 20 miljoen voor de komende 2 jaar. 40 miljoen in zijn totaliteit. Er is een besef in Den Haag dat voor het totale plan misschien wel het drievoudige nodig is.

2, in de hele uitwerking van de professionalisering is inmiddels opgenomen in de conceptwet dat er ook na 2028 een bijdrage van de gemeente, in een andere vorm, niet meer in een vorm van een soort van basisfinanciering, reguliere subsidie, ook een financiële bijdrage, ondersteuning nodig zal zijn om het totale ambitieuze plan te realiseren. Daar wordt op dit moment stevig over onderhandeld, hoe dat exact ingevuld wordt, wie welk aandeel doet, wie welk deel voor zijn rekening neemt. In de oude situatie had u een punt gehad. In de nieuwe situatie, waarbij het besef groeit dat we voor het totale plan het drievoudige nodig hebben van de 28 miljoen, gaat dat niet meer op. De voorzitter: Ik neem aan dat dit een verhelderend antwoord is, richting mijnheer Gorter. Zijn er nog andere vragen? Mijnheer Van Dam Timmers, CDA. Sorry, excuus. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik had een vraag aan mevrouw Gooshouwer. En dat gaat over de scootmobielen. Want het was inderdaad ons ook opgevallen dat als je de voorstellen goed leest, dat als je een scootmobiel zou hebben en je wil met de Drechthopper, dat dat dan eigenlijk technisch niet meer mogelijk was. En mijn vraag is even, wat de indruk is van mevrouw Gooshouwer en de organisatie die zij vertegenwoordigt hoeveel mensen dat raakt en welke problemen dat dan zou geven? De voorzitter: Mevrouw Gooshouwer.

Mevrouw Gooshouwer-Valk: Ik heb geen cijfers daarover. Ik weet wel dat er steeds meer mensen een scootmobiel hebben en ook graag reizen met de Drechthopper. Als deze groep nog steeds die vraag blijft houden en ik denk sterker nog gaat toenemen, dan kunnen deze mensen niet deelnemen aan de maatschappij. Het is logisch dat het technisch gezien niet veilig is. Daar kan ik in komen. Maar wat is dan het alternatief voor deze mensen? Dat ze thuis zitten en alleen maar kleine stukjes kunnen lopen en kleine stukken met de scootmobiel kunnen overbruggen. En bijvoorbeeld met wat slechter weer

16

aan huis gekluisterd zitten. En ook, om een voorbeeld te noemen, je gaat op familiebezoek en je gaat met die familie daar een half dagje uit, dan moet die scootmobiel mee, want je hebt die scootmobiel, omdat je niet zover kan lopen. Die kunnen niet deelnemen aan een uitje of wat dan ook. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger nog, van GroenLinks. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Ook even aan mevrouw Gooshouwer. De scootmobiel, geldt dat ook hetzelfde voor de elektrische rolstoel? Mevrouw Gooshouwer-Valk: Nee, de elektrische rolstoel is, voor zover ik weet, gewoon toegestaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik mevrouw Schnabel nog, van Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Nog een vraag aan mevrouw Gooshouwer. En dat gaat over het verruimen van de 24 uur. Het is mogelijk om een taxi te bestellen via de zorgverzekering. Zitten daar volgens mevrouw Gooshouwer nog specifieke nadelen aan vast? Mevrouw Gooshouwer-Valk: Voor de zorgverzekering is het alleen haalbaar, dat geldt alleen uiteraard voor medische afspraken, als je boven een bepaald bedrag komt. Want dat is een forse eigen bijdrage. Ik meen dat dat 180 euro per jaar is. Maar buiten de medische afspraken om zijn er ook veel andere afspraken, bijvoorbeeld rouwen, trouwen. Ziekenbezoek is natuurlijk ook vrij onverwacht. Dat kun je niet opvangen met vervoer via de zorgverzekeraar.

Dan kom je echt bij de Drechthopper uit. En ik adviseer ook daarom om de reserveringstijd terug te brengen naar 4 uur, om te voorkomen dat mensen toch sneller in een isolement raken en om de participatie te blijven bevorderen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Pelt, van Forum voor Democratie. De heer Van Pelt: Dank u wel. Ik heb een vraag aan mijnheer Bakker. U bepleit eigenlijk een soort organisatorische beeldenstorm. Dat de gemeente eigenlijk het mes in eigen vlees moet zetten, wat ik op zich best een frisse invalshoek vind. Alleen u noemde ook een paar cijfers daarbij. En mijn vraag aan u is, heeft u daar ook een zekere onderbouwing voor of is dat vooral een beetje uw intuïtie? Niet dat intuïtie per se verkeerd is. Maar daar ben ik gewoon even benieuwd naar. De voorzitter: Mijnheer Bakker. De heer Bakker: Wij hebben een heleboel informatie verzameld over hoe het binnen de gemeente reilt en zeilt, van ook mensen die binnen de gemeente werken, dus uit betrouwbare bron, wat er goed gaat, wat er fout gaat, wat de kosten zijn? Hoe bijvoorbeeld 3 verschillende afdelingen over hetzelfde vraag van de gemeentesecretaris zich gaan buigen, niet wetende dat nog weer een andere partij ermee bezig is. Je zit dan, heb ik gehoord, op 1 dag in 3 paniekerige Zoommeetings over, wat moeten we doen met de vraag van de gemeentesecretaris? Want wij denken dat wij dat moeten gaan doen. En

17

dat dan 3 keer achter elkaar. Maar er zijn diverse rekenregels in de bedrijfskunde, waarbij op basis van de verhalen en de informatie die je hebt, kan je gaan uitrekenen wat er te bezuinigen is, zonder dat de buitenwereld daar wat van merkt. Dat is een belangrijke. Je kan een x-aantal mensen laten afvloeien, zonder dat de buitenwereld daar ook maar iets van merkt in de zin van dienstverlening, taakuitvoering, et cetera. En wij denken dat er 15 à 20 miljoen euro te bezuinigen is op de gemeente. Bij tegelijkertijd, wat ik net al zei, het interessante deel is dat je ruimte creëert voor mensen die echt iets kunnen, met een echte arbeidsproductiviteit en arbeidsethos, kennis, kunde, kwaliteit. Waarbij ruimte komt voor die mensen om meters te gaan maken en echt werk te gaan verzetten. Waarbij ook het aantal mislukte projecten of dingen die niet van de grond komen of dingen die 4 keer over moeten drastisch wordt verminderd. Dat er veel meer succesverhalen komen, met bijbehorend het verlagen van de faalkosten. Daar kan je ook allemaal weer wat rekenregels op houden. Ik heb daar wel A, een concreet plan bij en ook een concrete onderbouwing, maar daar wilde ik hier niet allemaal de mensen mee gaan lopen vermoeien. En nogmaals, het gaat niet over lomp, bot, hard, grof, cru. Het gaat over doelgerichte chirurgische ingreep, zelfs pijnloos voor de mensen die weg moeten.

Want er zijn ook manieren om mensen geheel spontaan, blij en opgewekt zelf te laten vertrekken. En dat kost ook weer 0 euro. De voorzitter: Dank u wel. Ik krijg zojuist wat weer ingefluisterd. De livestream van deze kamer wordt hiernaast live weergeven. Zo werkt het, inderdaad. Mochten er mensen interesse hebben, dan weten jullie dat. Ik zie geen vingers meer. Ik wilde eigenlijk richting het derde blok. Alleen voordat ik daarnaartoe ga, wil ik sowieso de sprekers even bedanken en de nieuwe sprekers straks even vragen. En daarbij wilde ik ook voorstellen om vijf minuten even te pauzeren, zodat iedereen wat te drinken kan halen. Hierna. Nu dus. Maar ik wil even de insprekers zo even vragen. Sylvia Landa wil ik naar voren vragen. Dick Verheijen, Jacques Dane, Pieter van den Brink ook even, voor het derde blok. Dank u wel. Vijf over half even weer terug, jongens. Vijf over half. We gaan gewoon beginnen. Goedenavond, we gaan weer verder. Even voor de verslaglegging, mijnheer Gorter zit inmiddels aan tafel. Heeft al een paar keer ook het woord gekregen trouwens. Ik zag nog wel andere gezichten, maar die zie ik niet aan tafel. Meta Kamphuis, van de SP, zie ik ook nu aanschuiven. Ik zag mijnheer De Heer, maar die is inmiddels weer vertrokken. Die is hiernaast gaan zitten. Nogmaals welkom, ook voor de nieuwe gasten.

Misschien is het handig dat jullie je voorstellen, en dan per persoon weer even het woord nemen. En dan begin ik bij u. De heer Dane: Jacques Dane, van het Nationaal Onderwijsmuseum. Mevrouw Landa-Rijsdijk: Sylvia Landa, Evenementen Platform. De heer Verheijen: Dick Verheijen, Cultureel Platform. De heer Van den Brink: Pieter van den Brink, namens de vrienden van het Dordrechts Museum en ook namens de Vereniging Dordrechts Museum, waarvan de andere voorzitter hier in de zaal zit, Anneke van Veen. De voorzitter: Dank u wel. Die hebben we inmiddels ook kunnen zien. Ik begin bij u. Alstublieft.

18

De heer Dane: Geachte raadsleden, mijn naam is Jacques Dane. Ik ben al 19 jaar als conservator werkzaam bij het Nationaal Onderwijsmuseum, sinds 2014 gevestigd in het monumentale pand De Holland in Dordrecht. Ik spreek tot u namens de Raad van Toezicht en de directie. Onze directeur, Hans van der Bunte, laat zich verontschuldigen wegens een andere urgente afspraak die al in zijn agenda stond, voordat hij bij het museum startte op 12 mei jongstleden. De voorgenomen subsidiestop van het Nationaal Onderwijsmuseum raakt ons diep, alle 14 medewerkers en 85 betrokken vrijwilligers. Zowel in de stad als landelijk hebben we niemand ontmoet die dit besluit toejuicht. Ons pleidooi. Het Nationaal Onderwijsmuseum spreekt allereerst vanavond waardering uit voor het inzicht dat, na de noodlottige aankondiging op 7 februari, bij de wethouder is gegroeid in het gezamenlijk belang om het museum voor Dordrecht te behouden in het monumentale pand De Holland. Dordrecht opende op 7 februari de Doos van Pandora, met de mededeling de subsidie te willen beëindigen. En dreigt nu medeverantwoordelijk te worden aan het achteloos uitwissen van meer dan 2 eeuwen onderwijsgeschiedenis. En dat op een moment waarop Nederland zichzelf opnieuw moet afvragen wat democratie en burgerschap betekenen. We raken de kennis, waarden en verhalen kwijt die essentieel zijn voor goed onderwijs en een duurzame democratie.

Dordrecht is, samen met het Rijk, nog steeds hoeder van het Nationaal Onderwijsmuseum. Laat dit erfgoed niet verloren gaan. Het museum draagt waarden uit die onmisbaar zijn voor onze democratie, juist in een stad waar diezelfde democratie in 1572 haar eerste sporen naliet. We zijn evenzoveel dankbaar voor de positieve reacties van vele inwoners die het museum heeft ontvangen. Specifiek ook van die inwoners die in het participatietraject bij de Perspectiefnota hun steun en argumentatie hebben gedeeld. Zij gaven aan dat stopzetten definitief is en onwenselijk. Het museum heeft een zichtbare sociale functie in de wijk en de buurt. Kijk naar hoe het wel kan, gaven de inwoners terug. Het museum geeft aan hierover in gesprek te willen gaan. Kenners van Dordrecht gaven aan dat het museum zich pas recent in Dordrecht bevindt. Het museum draagt positief bij aan het vestigingsklimaat en zorgt voor een economische spin-off. Het museum vervult een sociaal-maatschappelijke functie, met impact naar de buurt en voor de vele Dordtse vrijwilligers. Hiermee heeft het museum een belangrijke maatschappelijke waarde. Daarbij is het Onderwijsmuseum een van de meest bezochte cultureel educatieve voorzieningen van de Dordtse scholen. Het museum realiseerde 35 procent eigen inkomsten over 2024. Een voor een museum respectabel percentage.

Nogmaals, leg uw oor te luister bij de inwoners en kijk hoe het wel kan. De kenners gaven ook mee dat de gemeente het risico op leegstand van De Holland, en de daarmee gepaard gaande verloedering van de buurt, niet moet onderschatten. We zijn dankbaar voor alle telefoontjes en mails die we dagelijks ontvangen, naast de inmiddels bijna 5.000 handtekeningen onder de petitie die oproept het Onderwijsmuseum te handhaven. Landelijk en in de Tweede Kamer heeft het Onderwijsmuseum de aandacht weten te trekken en wordt er inmiddels gekeken en gesproken over verschillende scenario's voor een nieuwe toekomst. De kern in deze gesprekken is de nationale beschermwaardigheid van de omvangrijke museale collectie, die in eigendom is van de Stichting Nationaal Onderwijsmuseum. Het Onderwijsmuseum roept wethouder cultuur, Rik van der Linden, op om vanavond zijn steun uit te spreken voor het behoud van het museum in Dordrecht. We doen een dringend beroep op hem en het college van burgemeester en wethouders om samen met ons op te trekken richting OCW. Gemeente en museum delen hierin een gezamenlijke

19

verantwoordelijkheid. De belangen van Dordrecht en het museum lopen gelijk op. Ons doel is een oplossing te vinden waarmee het museum zijn activiteiten kan voortzetten. En we zoeken deze samen met OCW op de korte termijn. We vragen de wethouder om vooraf het belang van het Onderwijsmuseum voor Dordrecht opnieuw bij OCW onder de aandacht te brengen. We vragen de commissie vandaag helder te kiezen voor het behoud van het museum, door ons te verplaatsen van het reservebankje naar de categorie instellingen die in de Perspectiefnota als waardevol zijn aangemerkt en structureel subsidie ontvangen. Namens het personeel en de 85 Dordtse vrijwilligers dank ik de commissieleden voor de aandacht vanavond en pleit ik voor een brede steun voor het behoud van het museum. En ik betreur de ontstane commotie, vooral voor de collega's en vrijwilligers, van wie velen vanavond aanwezig zijn. En tegelijkertijd blijf ik hoopvol over de voortzetting van onze activiteiten in Dordrecht. En ik ben natuurlijk bereid een en ander verder toe te lichten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Dane. Het woord is aan mevrouw Landen. Landa. Excuus. Mevrouw Landa-Rijsdijk: Dank u wel. Geachte leden van de gemeenteraad, onder de veelzeggende titel Het kan weleens stil worden in de stad wil het Evenementen Platform Dordrecht zich vanavond tot u richten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/914/documents/41697