2.2 2025.04.01 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
21
De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. De heer Uysal: Abdullah Uysal, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Op de Laak: Celine op de Laak, projectmanager Gezondheidspark. Mevrouw Baaijens: Lieve Baaijens, planeconoom. De heer Van Oosterhout: Mark van Oosterhout, ambtenaar. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, namens het college. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: Franciske van Vugt, die vanavond deze commissie voorzit. Mevrouw Stolk, ik wilde u daarnet al het woord geven, VSP. Even enkele minuten, en dan gaan we het bespreken. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Het hoeft niet te lang te zijn. De vraag op zich, die zegt het eigenlijk al. Het was voor ons ook een reden om toen met de Spuiboulevard niet in te stemmen, omdat daar die sociale huurwoningen niet bijkwamen. En wat wij willen weten van de commissie, vind je het reëel om die 100 sociale huurwoningen uit een project te halen en dat ergens anders neer te zetten? Tegelijkertijd, op het Gezondheidspark ga je ook die 30 procent niet halen.
Zelfs dan, met de onttrekking van die 100 woningen van de Spuiboulevard, ga je dat nu ook al niet redden, want je komt daar ook alweer woningen te kort. En wat ik ook even in de ... En dat is niet geagendeerd, maar dat wil ik toch wel eventjes hier neerleggen. Vinden wij, overall genomen, dat je maar moet gaan schuiven met woningen uit het ene naar het andere project? Want op een gegeven moment heb je geen zicht meer, waar wordt er wel gebouwd en waar wordt er niet gebouwd? Daar wil ik het voor nu even bij laten. En die 30 procent, wat de Fractie Stam ook zei, of de voorgestelde hoeveelheid te bouwen sociale woningen past in de afspraken en het besluit van de 30 procent sociale huurwoningen, bij afzonderlijke nieuwbouwplannen? Dat was hem even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Stolk. De vragen zijn helder, denk ik. En er is eigenlijk een vraag aan toegevoegd. Kunnen we zomaar die woningen schuiven van het ene project naar het andere, en dan nog steeds die optelsom maken? De heer Katif wil in elk geval reageren. Gaat uw gang. Beter voor Dordt.
22
De heer Katif: Voorzitter, ik zal een aantal dingen even willen toelichten. Ik ga in ieder geval in op het woningprogramma. Daarna ga ik over de GREX en de jaarrekening, want ik heb namelijk een discussie gehoord over problemen die daar zijn. Heb ik een oplossing voor. En tussendoor ga ik over de relatie tussen Spuiboulevard en Middenzone. En daarna ga ik bij politieke vraag twee, past het voorgestelde aantal sociale huurwoningen bij de gemeentelijke afspraken van 30 procent sociaal per project? En last but not least over parkeren. Het is een hele lange... De voorzitter: Wacht even, we gaan eerst beperken tot die twee politieke vragen. Daarna kijken we wat er nog een tijd over is. Eerst die vragen en die toegevoegde vragen. De heer Katif: Voorzitter, dat is prima. Over de relatie tussen Spuiboulevard en Middenzone. Dat is een politieke discussie, zoals mevrouw Stolk dat ook aangeeft, over het al dan niet meetellen van de 100 sociale huurwoningen uit Spuiboulevard bij 30 procentnorm in de Middenzone. In onze ogen, voorzitter, die van Beter voor Dordt, zijn er 2 afzonderlijke projecten, met hun eigen planologische kaders, GREX en ontwikkelplannen. In dit geval is er eerder bestuurlijk gekozen voor een herverdeling van het sociale woningprogramma tussen de Spuiboulevard en de Middenzone.
Die keuze is, voorzitter, indertijd transparant, heb ik het echt laten controleren, legitiem en ingegeven door het grote geheel. Wat ons betreft is dat een toelaatbare en verdedigbare toepassing van beleidsruimte binnen de norm. Die bestuurlijke keuze had 2 redenen, voorzitter. De eerste is om de GREX van de Spuiboulevard financieel rond te krijgen. En het tweede, omdat Spuiboulevard een premiumlocatie is, waar andere woontypes gewenst zijn. Dit was geen boekhoudkundige truc, want daar let ik altijd op, maar een politiek gelegitimeerde afweging, die op het moment noodzakelijk werd geacht. En wij vinden, voorzitter, dat we daar als gemeenteraad nu niet achteraf de spelregels van moeten wijzigen. Dat is de eerste politieke vraag. De tweede politieke vraag, voorzitter. In dit specifieke geval vindt Beter voor Dordt het verdedigbaar dat de 100 sociale huurwoningen vanuit Spuiboulevard worden meegeteld in het totale programma van de Middenzone. Formeel gezien, voorzitter, is er geen 30 procentnorm per project, maar gemiddeld over de hele stad. Zo staat het er. Ik kan er niet anders van maken. De voorzitter: Heel fijn dat u mij probeert te overtuigen, maar dat is ... De heer Katif: Dit is geen overtuiging. Voorzitter, ik wil alleen aangeven dat echt, zo formeel is het ook geformuleerd. Kan ik er niks aan doen.
Wij beschouwen de 30 procentnorm als belangrijk beleidsinstrument om sociale huurwoningen evenwichtig ... Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Of de heer Katif dan kan aangeven ... Hij zegt dit is voor de hele stad bedoeld. Niet alleen voor dit project. Kan de heer Katif dan aangeven bij welke projecten die dan wel worden gerealiseerd? De heer Katif: Nee, kan ik op dit moment even niet.
23
De voorzitter: Wilt u nog iets meer zeggen over die beantwoording van de tweede vraag, of was dat klaar nu? De heer Katif: Nee, ik wil daar gewoon nog even een beschouwing geven van 2 zinnen over de 30 procentnorm als belangrijk beleidsinstrument om sociale huurwoningen evenwichtig over de stad te verdelen en gemengde wijken te realiseren. En tegelijkertijd erkennen wij als Beter voor Dordt dat het om een norm gaat en geen absolute regel. Want dat heb ik al eerder aangegeven, voorzitter. In bijzondere gevallen, waarin de omstandigheden daartoe aanleiding geven, mogelijk zijn om gemotiveerd van af te wijken. En zo is eigenlijk de norm ... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Uw zin mag even af nog. De heer Katif: Gemotiveerd af te wijken van de norm. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar een interruptie, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Interruptie aan de heer Katif. Waar is er nu behoefte aan in deze stad? Kunt u dat aangeven? De heer Katif: Ik zal u even vertellen, mevrouw Stolk, er is behoefte aan iets heel anders. De voorzitter: U krijgt het woord. De heer Katif: Sorry, voorzitter, via u, er is behoefte aan iets heel anders. Er is behoefte namelijk aan woningen voor alleenstaanden. Wat denkt u daarvan? Eens trouwens, starters en uiteraard mensen in goedkope ... De voorzitter: Starterswoningen, eengezinswoningen.
De heer Katif: Starterswoningen, ouderen. Voorzitter, ik had een hele rij. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Katif: Voorzitter, de behoefte is heel groot, als het gaat om bouwen. En daarom zeggen wij, jammer genoeg dat ik mijn pleidooi, zoals ik die wilde, van begin af aan had ik moeten krijgen, dan had ik aangegeven dat we wel ... De noodzaak om te bouwen is heel groot. En of dat gaat inderdaad om starterswoningen, om ouderenwoningen of what ever welke woning ook, er is behoefte op dit moment. Dat snapt ieder ... De voorzitter: Het is niet dat ik u niet de kans wil geven. Misschien kan het straks nog. Maar we hebben het nu ... De aanleiding is wel die twee vragen. Nog een interruptie van mevrouw Stolk. En straks mijnheer Hartmeijer. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik denk dat de heer Katif het heel goed aangeeft dat er behoefte is. Maar kan de heer Katif dan toch aangeven waar die 30 procent, waar die doelgroep die u nu aanstipt, waar die gebouwd wordt op dit moment?
24
De heer Katif: Ik snap de vraag even niet. Want we hebben het over hoeveel woningen er gaan ... De voorzitter: Kunt u vertellen waar er sociale huurwoningen worden gebouwd? De heer Katif: Die van Spuiboulevard gaan naar de Middenzone, voorzitter. En dat wordt bijgeteld. Meer is het niet. Mevrouw Stolk: Voorzitter, als ik nog even mag? De heer Katif gaat zelf, met zijn woorden, het hebben over de norm 30 procent sociale huurwoningen over de stad, overall. En mijn vraag is dan gewoon, waar worden die 30 procent woningen op dit moment gebouwd? Ik heb dat niet aangehaald. Dat haalt u zelf aan. De heer Katif: In de Bouwmonitor staat het heel keurig netjes gewoon uitgewerkt. Meer kan ik er niet van zeggen. De voorzitter: Dit houden we even voor wat het is. De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Voorzitter, dank. De heer Katif zegt, we moeten heel veel bouwen voor alleenstaanden. En daar ben ik het mee eens. Koopwoningen van bijvoorbeeld 50 vierkante meter kunnen ze prima mee vooruit, want ze zijn alleen. Maar in dit plan komen er maar 31. Vindt de heer Katif dat niet een beetje dan aan de lage kant? Of zou dat ook een norm moeten zijn, absoluut dan wel niet absoluut? De voorzitter: Vindt u de 31 aan de lage kant? De heer Hartmeijer: En gaat de heer Katif daar een voorstel voor doen misschien, wat het zou opkrikken? Ben ik wel benieuwd naar. De heer Katif: Nee, dat ga ik ...
Ik laat het in eerste instantie aan het college. En als ze ergens mee komen, dan zal ik daarop proberen te reageren. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat is toch wel een beetje de wereld op zijn kop. Volgens mij is de heer Katif gewoon het college aan het volgen. En hij is het er niet mee eens. En tegelijkertijd, als er dan een vraag gesteld wordt, komt u dan met een voorstel om dat eventueel op te krikken, dan zegt hij, nee, dat ga ik niet doen. Wat wilt u nou eigenlijk? De heer Katif: Voorzitter, via u, dit soort politieke spelletjes hou ik niet van. Ik ben het echt niet altijd eens met het college, maar in dit geval wel. Omdat we als Beter voor Dordt echt, gelooft u mij maar, graag willen bouwen voor iedereen. En die behoefte is er. Vragen van, ik volg het college. Nee, ik volg het college wanneer zij gewoon met goede voorstellen komen. De voorzitter: We gaan verder naar mogelijk iemand anders, die ook nog iets op de vraag wil ingaan. De heer Hartmeijer, SP.
25
De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Om de eerste vraag beet te pakken, kijk, op het moment dat je zegt, we voegen 100 sociale huur toe vanuit een ander plan, ter compensatie, omdat ze blijkbaar op de Spuiboulevard niet pasten, komen we uit op 720. Daar was het oorspronkelijke aantal 620. Als je dan uitgaat van 30 procent, kom je op 186. In feite zou je moeten kunnen rekenen op 286 sociale huurwoningen en niet, zoals nu, 208. Strikt genomen, missen we nu nog zo'n 80 sociale huurwoningen in dit plan. En we zouden graag zien dat deze worden toegevoegd, zodat alles weer kloppend is. Kortom, ik denk een terecht punt dat de VSP aansnijdt. De heer Noldus: Voorzitter. De heer Hartmeijer: En ik krijg een interruptie. De voorzitter: Interruptie van de heer Noldus, VVD. De heer Noldus: Ik kan toch de rekensom van de SP dan niet volgen. Het oude plan had 720 woningen, met 15 procent sociale huur in het plan. We hebben rondom Spuiboulevard gezegd, om het daar rond te krijgen, om daar überhaupt een ontwikkeling tot stand te krijgen, hebben we daar minder dan 30 procent. Maar we zien ook in het kader van spreiding iets in het ophogen van dat percentage van 15 naar 30 procent hier binnen het Gezondheidspark. Dat gaat niet over dat er meer woningen zijn toegevoegd. Het aandeel sociaal is daarin verhoogd. In die zin kan ik de rekensom van de SP niet volgen.
Wellicht dat daar dan toch een reflectie op gegeven kan worden, hoe we dat dan moeten bezien, wetende dat die oude norm 15 was, die nieuwe op 30 staat. Wat verwacht de SP dan nog meer? De voorzitter: Wat verwacht de SP nog meer, behalve dat het aandeel is verhoogd en er woning zijn toegevoegd? De heer Hartmeijer: Wij denken dat je eigenlijk wel toe zou moeten naar 30 procent per project. Daar zat ook een politieke mening in natuurlijk. Blijkbaar 100 sociale huurwoningen ga je toevoegen. Dan kom je op 720 uit. Die 620 had dan al 30 procent. En nu ben ik het zelf ook helemaal kwijt, maar hij klopt wel. Met andere woorden. De voorzitter: Zullen we in elk geval deze vraag ook voorleggen straks aan de ambtenaren, dat ze daar even die rekensom opnieuw met ons maken? De heer Hartmeijer: Dat lijkt me een prima idee. Maar goed, als je kijkt naar de koopwoningen. wat ik al inderdaad tegen collega Katif zei, 50 vierkante meter woningen, 31, dat valt wel erg tegen op 700 woningen, terwijl we krijgen steeds meer alleenstaanden. Dat weten we gewoon. En die zijn op zoek naar een koopwoning. We hebben al eens eerder een project in de Randstad als voorbeeld aangehaald, waarin enorm veel van dit soort type woningen werden neergezet. En die gingen als zoete broodjes over de toonbank, omdat er heel veel alleenstaanden of jonge stellen zonder kinderen echt zitten te springen om dit soort woningen.
En die kunnen met een bescheiden oppervlak prima vooruit. Reden genoeg, denken wij, om eens scherper te kijken naar dit type woningen. En als laatste punt de zogenaamde betaalbare koop. Als je 160 woningen van 4 ton hebt, en daar nog de dure koop bovenop, ook nog eens 160
26
keer opgeteld, dan lijkt het met 200 plus sociale huur een heel sociaal project. Maar de helft van het project bestaat uit dure appartementen. Want ik kan aan eigenlijk niemand in Dordt uitleggen dat een woning van 4 ton betaalbaar is. Dat heet gewoon dure woning. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Bedankt. En als ik het even helemaal platsla naar de antwoorden, dan is het ja en nee. Met alle uitleg erbij. Dat bedoel ik niet vervelend. Ik zie wat meer mensen die inmiddels ... Mevrouw van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik neem de 2 vragen gewoon eventjes samen. Want op zich kan ik me vinden in de VSP, mevrouw Stolk, over die norm van 30 procent. Wij hebben inderdaad toen ook tegengestemd, samen met de VSP, tegen die verplaatsing van die 100 sociale huurwoningen van de Spuiboulevard naar het Gezondheidspark. Juist ook wat de heer Katif benoemde, je wil gemengde wijken. Waar heb je weinig sociale huurwoningen? Dat is de binnenstad en dat is de Schil. Daar had je in principe best wel graag wat sociale huurwoningen willen hebben. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: De heer Uysal, GroenLinks. De heer Uysal: Ik hoor de Partij voor de Dieren zeggen dat het aandeel sociale huurwoningen in de binnenstad, of in het centrum weinig is.
Heeft mevrouw Van Herwijnen de concrete cijfers daarvan? Wat is het aandeel sociale huurwoningen in het centrum en Noordflank? Mevrouw Van Herwijnen: Ik heb geen concrete cijfers op dit moment. Maar als je kijkt naar de planvoorraad, waar willen we gaan bouwen, dan zie ik geen plannen in het centrum of in de Schil, qua sociaal. En dan denk ik, als je verspreiding wil gaan zien, dan wil je dat niet allemaal proppen in 1 wijk. En daarom zou ik ook niet boven een norm van 30 procent zitten in het Gezondheidspark, want dan zou je een soort sociale wijk gaan realiseren met wat duurdere woningen. Maar we halen nu al geen 30 procent bij Gezondheidspark, ondanks dat je er 100 woningen van de Spuiboulevard bijvoegt. Daar ben ik het mee eens van, als je die 100 woningen er ook nog toevoegt, haal dan in ieder geval minimaal die 30 procent. De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: Twee interrupties. De heer Uysal. De heer Uysal: Ik zal mevrouw Van Herwijnen helpen, want ik weet het antwoord wel. Als we kijken naar het centrum, dan heb ik het over de binnenstad en de Noordflank, daar is het aandeel sociale huurwoningen 38 procent van de totale woningvoorraad. En als we kijken naar het Gezondheidspark, wat tegen Dubbeldam aanligt, daar is het aandeel sociale huurwoningen rond de 18 procent. GroenLinks staat voor gemengde wijken.
Ik denk dat de Partij voor de Dieren daar ook een warm pleidooi voor houdt. Dan snap ik die beredenering niet. Het is heel logisch, en ook wel mooi, om vanuit de ideologie elke keer te beredeneren, maar kijk ook naar de praktijk. Kijk hoe het er ook voorstaat met de sociale huurwoningen. Als u dit ook gehoord heeft, staat u dan nog steeds achter ...
27
De voorzitter: Maar wacht even, een interruptie moet wel ... U mag straks ook uw eigen vragen ... Maar het ging nu om een interruptie. De heer Uysal: Ik kom tot mijn vraag. Staat Partij voor de Dieren, ook na dit gehoord te hebben, na deze informatie, nog steeds achter wat u net heeft gezegd? Mevrouw Van Herwijnen: Ja, ik sta er nog steeds achter, dat als we kijken naar nieuwbouw ... Kijk, als je kijkt waar de grote sociale buurten liggen van Dordrecht, dan wil je daarin spreiden. Je wil niet nog meer sociale buurten, maar spreiding van verschillende soorten. En je noemde inderdaad binnenstad. Volgens mij zit Spuiboulevard, denk ik, net aan de andere kant, en de Schil, durf ik even niet met de zekerheid ... Ik dacht de zuidkant wel, maar dat durf ik even met zekerheid niet te zeggen. Maar je wil inderdaad spreiding en gemengde wijken. Je wil inderdaad met je nieuwbouw ook kijken, waar kan ik die spreiding van de nog te realiseren sociale huurwoningen kwijt? De heer Uysal: Korte vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: Maar dan ook echt kort. En daarna ook de microfoon even uit. De heer Uysal: Heel kort. Ik hoor Partij voor de Dieren zeggen, nieuwbouw. Maar als je weet dat de totale woningvoorraad al een behoorlijk aandeel sociale huurwoningen heeft, dan heeft het toch ook geen zin om met nieuwbouw nog steeds te bouwen, als je dan weet dat de totale woningvoorraad zo hoog is.
Volgens mij klopt daar iets dan niet. Mevrouw Van Herwijnen: Weet ik niet. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen, u mag, denk ik. De heer Uysal: Zou het dan niet verstandiger zijn om in wijken en buurten te bouwen waar dat aandeel sociale huurwoningen veel lager is, totale aandeel? Mevrouw Van Herwijnen: Ja, klopt. En dat redden we al niet, want we halen de 30 procent nog geeneens. De voorzitter: De heer Laban, u had ook een interruptie op mevrouw ... Niet meer? Wat zeg ik fout? Nee, niks volgens mij. Mevrouw Van Herwijnen: Ik wilde het ook hier even bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Was u al klaar? Mevrouw Van Herwijnen: Ik was in principe klaar. De voorzitter: U was al klaar. Dank u wel. Er waren nog meerdere mensen. Ik ga naar de heer Klerk. De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik zal, namens het CDA, de vragen gecombineerd beantwoorden. In het politiek akkoord is niet afgesproken dat 30 sociale huurwoningen per afzonderlijk nieuwbouwplan geldt, maar dat het percentage stadsbreed is. Daar is
28
net ook al iets over gezegd door een collega. En die 30 procent in Middenzone Gezondheidspark, die nu wordt gerealiseerd met het toevoegen van die extra woningen, past binnen die opdracht. En daarom vinden wij het ook wel acceptabel dat die 100 extra woningen worden meegeteld in die 30 procent afspraak. Immers, het is niet haalbaar en niet wenselijk om per nieuwbouwproject die 30 procentgrens te hanteren. En is het dan verstandig om maar te gaan schuiven? Dat was even de ingelaste extra politieke vraag. Die kan ik van hieruit ook wel beantwoorden. Kijk, als we stadsbreed kijken, dan denk ik dat dat best gerechtvaardigd is. Deze woningen zijn toegevoegd naar aanleiding van een aangenomen motie die opriep, is het echt niet mogelijk om die 10 procent sociale huurwoningen aan de Spuiboulevard ... Om daar wat meer mee te gaan doen. Dan is blijkbaar de uitkomst dat daar het percentage iets omhoog gaat en dat we naar 15, uit mijn hoofd ... En dat Middenzone, Gezondheidspark, dat er daar ook nog eens een aantal extra worden gerealiseerd. En wat mij betreft wordt daar ook aan beantwoord. Daarnaast is het ook al zo dat er echt ... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk, interruptie. Mevrouw Stolk: Nou vind ik het CDA altijd best wel aan onze zijde, als het gaat over sociale woningbouw.
En ook aan de heer Klerk ga ik dan toch vragen, waar over stadsbreed worden dan die 30 procent sociale woningen op dit moment gebouwd? Want de heer Uysal zei net, 38 procent in Dordt West of de Schil, binnenstad. Dat is oud beleid. Dat is geen nieuw beleid. Dat is oud beleid. Dat is bestaan beleid. Daar vind ik ook wel wat van, want u valt daar mevrouw Van Herwijnen op aan, terwijl het eigenlijk gewoon oud beleid is. Tegelijkertijd hebben we Smart Delta gehad. Daar hebben we een overschot op appartementen, zowel het middel ... De heer Klerk: Sorry, maar ik heb mevrouw Van Herwijnen niet aangevallen toch? Mevrouw Stolk: Nee, mijnheer Uysal, zei ik. De voorzitter: Maar u valt de heer Klerk nu wel heel hard aan. Mevrouw Stolk: Ik val u helemaal niet aan, mijnheer Klerk. De voorzitter: Nee hoor. Maar probeer de vraag wel even kort te houden. Mevrouw Stolk: Dat we bij de Smart Delta te horen hebben gekregen dat er een overschot is aan appartementen in het middeldure en het duurdere segment. En de behoeften en de tekorten zitten op het sociale, terwijl we dat eigenlijk nergens gaan halen. Ik vraag me dan werkelijk af waarom we zo vasthouden aan die 30 procent over de stad. Ze zijn er gewoon niet. Ik gun het college, echt werkelijk waar, dat ze die 30 procent gaan bouwen, maar die gaan ze niet bouwen. De voorzitter: De vraag is duidelijk.
Waar ziet u die 30 procent gebouwd worden? De heer Klerk: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde op dat punt in mijn woordvoering ook toevallig ... Toeval bestaat niet, geloven wij bij het CDA. Maar goed, ik wilde daarover
29
gaan beginnen. Ik kan niet uw vraag nu concreet beantwoorden, in welke wijk wordt nu die 30 procent gehaald? Maar wat ik wel kan doen en zie, als ik door die stad rij, en als ik lees wat er hier gedaan wordt, is dat er wel enorm veel gebouwd wordt. Want naast het Gezondheidspark, de Spuiboulevard denk ik dan ook aan het Witte Dorp, Thureborgh, Oranjekwartier, Oudelandstraat, appartementen aan de Noordendijk, de Van der Goesstraat. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Klerk: Dat zijn voorbeelden. De voorzitter: U vroeg wel voorbeeld. Die geeft hij. Een nieuwe interruptie. Mevrouw Stolk: Maar daar wil ik even op ingaan. Dat is allemaal sloop. Dat is gesloopt en weer terug teruggebouwd. En ik bedoel dat echt niet flauw, maar waar wordt er concreet op dit moment 30 procent gebouwd? Geef me daar eens echt een ... En niet om door de wijk heen te fietsen of te rijden, want dat doen we allemaal, maar procentueel, waar worden die woningen nu gebouwd en waar is die behoefte? De voorzitter: Waar worden extra woningen toegevoegd? De heer Klerk: Dan hebben we volgens mij een interpretatieverschil. Kijk, woningen die gesloopt zijn, die moeten gebouwd worden. En dan zou je moeten stellen, maar de woningen die eerder gesloopt zijn, die kun je nu helemaal niet meerekenen. Volgens mij zijn de aantallen, en ook zoals ze in het politiek akkoord vastliggen, bruto aantallen.
Althans, zo beleef ik dat. En daar staan concreet die percentages in aangehaald. En volgens mij komen we stadsbreed, ook als ik die laatste monitor daarover zie, aardig in die richting. De voorzitter: Had u de woordvoering al klaar, of nog niet? De heer Uysal: Voorzitter. De voorzitter: Een interruptie, de heer Uysal. De heer Uysal: Niet een interruptie op de heer Klerk, maar ik voel me wel geroepen om een reactie te geven op mevrouw Stolk. De voorzitter: Nee. De heer Uysal: Ik werd er ook in aangehaald. Vandaar dat ik daar toch wel kort op wilde reageren. De voorzitter: Korte. Maar het moet voor mij mogen. De heer Uysal: Dank voor de ruimhartigheid, voorzitter. De VSP wil weten of we die 30 procent halen. We worden halfjaarlijks op de hoogte gehouden door die Bouwmonitor. Maar we krijgen ook per jaar de jaarrekening, waar keurig vermeld staat hoeveel woningen er gebouwd zijn het afgelopen jaar en of we inderdaad op koers zitten. En als we kijken naar de jaarrekeningen van vorig jaar, dan zitten we ruim boven de 30 procent
30
van de sociale huurwoningen. We hebben in het politiek akkoord opgenomen dat we van de 4.000 woningen deze periode er 30 procent sociaal bouwen. Dan kom je uit op 1.200. En de verwachting is dat we deze periode 1.800 sociale huurwoningen gaan bouwen. Dan zit je op 45 procent. Dat verklaart veel. Ik zeg, als GroenLinks, dat wij onze belofte ruimschoots inlossen. En of dat het antwoord is wat de VSP wil horen, dat u dat weet ik niet, maar dat is wel de realiteit. En laten we ook wel de feiten erbij houden. Mevrouw Stolk: Voorzitter, daar wil ik dan toch ook even op reageren. De voorzitter: Wacht even. Die snap ik. Probeert u het kort te houden, want dit gaat te lang. Mevrouw Stolk: Heel kort. Die feiten kloppen niet, die GroenLinks zegt. Want als je de sloop daarvan aftrekt, dan kom je echt niet aan die aantallen. En als je het bij de feiten houdt, dan moet u het ook bij de feiten houden, dat halen we gewoon niet. Je moet de sloop daarbij aftellen. Aftrekken, wil ik zeggen. De voorzitter: Daarbij aftrekken. Het is duidelijk. Ik snap hem. Jullie verschillen van mening over hoe je moet tellen. Was die woordvoering klaar, de heer Klerk? De heer Klerk: Ja, was zo min of meer klaar. Maar als we het over verkiezingsbelofte inlossen hebben, dan sluit ik me graag in dat rijtje aan. Dat wilde ik dan wel even zeggen natuurlijk. Maar goed, ik snap uiteindelijk de problematiek.
En is het genoeg om de woningnood op te lossen? Nee, dat zeker nog niet natuurlijk. Maar uiteindelijk, als ik kort de vragen beantwoord, dan denk ik, kunnen we ze beiden met ja beantwoorden. De voorzitter: We gaan naar een volgende woordvoering. De heer Uysal. Die heeft alleen nog geïnterrumpeerd. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Voorzitter, laat duidelijk zijn dat het aantal sociale huurwoningen voor GroenLinks nooit genoeg is. Natuurlijk willen we veel sociale huurwoningen bouwen in onze stad, al was het maar om die lange wachtlijsten te verminderen. Maar we moeten ook kijken, we weten ook maar al te goed hoe de realiteit is, hoe de vlag erbij hangt, anno 2025. Het is heel moeilijk om bouwprojecten nog van de grond te krijgen. En we weten met de Middenzone en ook de Spuiboulevard dat we gewoon problemen hebben met de grondexploitatie, maar ook met de onrendabele toppen die gedekt moeten worden. En als we dan kijken naar de Spuiboulevard, waar het gewoon heel lastig is om die grondexploitatie rond te krijgen, sluitend te krijgen, en ook de bijdrage van de gemeente, want dat die is nogal flink, namelijk 6 miljoen, en als je daar dan ook nog die 100 sociale huurwoningen extra moet toevoegen, dan wordt die bijdrage van de gemeente alleen maar nog meer.
En als je dat dan afzet tegen de grondexploitatie van de Middenzone, die is ook heel moeilijk sluitend te krijgen, maar dat is relatief goedkoper om daar sociale huurwoningen toe te voegen, als je dat vergelijkt met de Spuiboulevard. En dat is voor GroenLinks doorslaggevend geweest om dan toch te kiezen voor de Middenzone, in plaats van de Spuiboulevard. Ik noemde het net ook al, als je dan kijkt naar de sociale huurwoningen van de totale woningvoorraad in het centrum, dan is dat best wel op een hoog niveau, namelijk 38 procent. En als je dan kijkt
31
naar de Middenzone, dat gebied kan nog een aantal sociale huurwoningen gebruiken. Dat was voor ons ook een belangrijke reden om voor dat voorstel te stemmen. En de tweede vraag gaat over 30 procent sociale huurwoningen per project. Dat hebben wij zo niet afgesproken. Dat hebben wij ook niet op die manier in het politiek akkoord opgenomen. Wij vinden dat je per locatie, per gebiedsontwikkeling gewoon moet gaan kijken naar de financiële ontwikkelingen, of het haalbaar is, of het realistisch is. De heer Katif noemde het ook net met type woningen. Spuiboulevard zien we al dat twee derde betaalbare woningen is. Als we naar de Middenzone kijken, dan is dat iets anders. Dat is dan ook weer een reden om daar meer sociale huurwoningen toe te voegen aan de voorraad. En tot slot, voorzitter, ik benoemde het net ook al, het is altijd een flinke uitdaging als je als coalitiepartij zegt, we willen deze periode 4.000 nieuwe woningen bouwen. Het is afhankelijk van heel veel verschillende factoren. Maar deze periode zitten we er akelig dichtbij. We gaan het net wel of net niet halen. Maar als je nu kijkt naar de huidige voortgang, dan zie je dat in het dure segment het ... De heer Gündogdu: Voorzitter. De heer Uysal: Sta het me even toe, voorzitter, om deze zin nog even af te maken. Dan ben ik ook klaar met mijn woordvoering.
Maar als je dan kijkt naar de woningen in het dure segment, dan zien we dat we daar op koers zitten. Maar ook als je kijkt naar de sociale huurwoningen, zitten we daar ook op koers. Wat echt de uitdaging voor nu is, is de middenhuur en de betaalbare koopwoningen. Dat is vooral nu de uitdaging. We zitten nu, als je kijkt naar de koers, op 45 procent van de sociale huurwoningen van de nieuwgebouwde woningen tot nu toe. Dat is goed nieuws. Dat is mooi nieuws. En laten we vooral zo doorgaan. En laten we niet blijven hangen in percentages. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat was echt een hele lange zin. We gaan door naar de interruptie van de heer Gündogdu, van Op Ons Eiland.
De heer Gündogdu: Voorzitter, wat een prachtig mooi pleidooi van mijnheer Uysal. Hij gaf aan dat het college behoorlijk op koers zit, met ruim 4.000 woningen, in deze periode. Kan hij dat even concreet aangeven? Welke plannen zijn in deze collegeperiode gemaakt? Plus, is de eerste paal de grond ingegaan om aan die ambities van ruim die 4.000 woningen toe te komen? Niet de jaren ervoor. De voorzitter: Ik sta die vraag toe, maar ik wijs er wel even op dat deze vraag in verschillende vormen nu al gesteld is. En dat het er elke keer op neerkomt dat er een verschil van inzicht is, of je het over bruto woningaantallen hebt of over netto woningaantallen, waarbij je de sloop eraf trekt. Is echt een heel ander ... U vraagt toch ook naar welke projecten er gerealiseerd zijn? De heer Gündogdu: In deze collegeperiode plannen zijn gemaakt, plus de eerste paal de grond in zien gaan. De voorzitter: De plannen van deze periode. Mijnheer Uysal.
32
De heer Uysal: Voorzitter, ik kan daar niks anders van maken. Als ik de stukken, lees als ik de jaarrekening bekijk, als ik naar de Bouwmonitor kijk, dan krijgen wij een overzicht van de gesloopte woningen, maar ook van de woningen die nu nieuw gebouwd worden. We zitten nu op 45 procent. En u kunt mij de projecten vragen en welke wijken en buurten dat zijn, maar u kunt daar volgens mij ook zelf naar kijken. De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Er wordt wel veel aandacht gevraagd. De heer Gündogdu, u mag een vraag stellen. U vraagt een nieuw plan. De heer Gündogdu: Voorzitter, bij mijn weten is er geen enkel plan in deze collegeperiode gerealiseerd, of althans vastgesteld in de raad, waarvan ook de eerste paal de grond in is gegaan. De voorzitter: Maar soms duurt het ook heel lang voordat zo’n paal de grond in gaat. Maar die vraag leg ik ook even neer bij de wethouder, of hij nog iets kan noemen, want dit wordt een oeverloze discussie. Een volgende. Ik had de heer Noldus, of had u nog een interruptie, mijnheer Kolkiliç? Nee. De heer Noldus, VVD, die had ik daarnet al even ... De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Vanavond over de grondexploitatie Middenzone, waar we het wederom hebben over de woningbouw. En wat ons betreft, zeer belangrijke, welkome toevoeging aan de stad, waar we het helaas al wat te lang over hebben, in een proces waar het allemaal tegenzit.
En we hebben pijnlijk te constateren dat we de afgelopen jaren, volgens mij hebben we het in 2018 hier ook over gehad, eigenlijk netto woningen verloren hebben voor onze Dordtenaren. Dat is jammer. Maar goed dat er een nieuw plan voorligt, voorzitter. En de politieke vragen van vanavond gaan vooral over de wooncategorieën, op basis van prijs eigenlijk. En ik wil eigenlijk beginnen met een vraag aan het college, in ieder geval. We hebben in het eerdere traject een aantal uitgangspunten benoemd met betrekking tot de doelgroepen. Zijn deze uitgangspunten qua doelgroepen, die we hier voor ogen hebben, nog overeind? Dat vind ik eigenlijk nog wel belangrijker dan de precieze prijssegmenten die we voor ogen hebben. We zijn, voorzitter, blij met de laatste zin van GroenLinks. Ik had eigenlijk een vraag voor GroenLinks, of er ook beeld was bij GroenLinks dat er ook behoefte is aan andere woningen? Gelukkig sloot de heer Uysal daarmee af. Want er is ook zeker behoefte aan koopwoningen, vrije huurwoningen, in allerlei segmenten. Zo de politieke discussie zich hier vooral over de sociale huur norm afspeelt, wil ik benadrukken dat die behoefte er zeer zeker is, zeker voor de VVD. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dan toch eventjes, wat er bij de Smart Delta iedere keer naar voren komt, dat staat eigenlijk haaks op wat u zegt.
Kunt u daarop reflecteren? De heer Noldus: Voorzitter, ik zie niet hoe de uitgangspunten van Smart Delta haaks staan op wat ik zeg. Ik ben wel blij dat mevrouw Stolk enorm blij is met de
33
bijeenkomsten en de informatie die we vanuit Smart Delta krijgen. Maar ik zie toch de behoefte in lijn met wat we hier aan het doen zijn, namelijk die behoefte is heel breed. In alle segmenten hebben we dingen nodig. Ook in de sociale huur moeten we dingen bijbouwen. We hebben het al gehad over de afspraken uit het politiek akkoord. Dan kan ik me helemaal aansluiten bij wat mijn collega’s van het CDA en GroenLinks daarover hebben gezegd. Maar dat is wel hoe we daar op dit moment op schakelen. En de 45 procent is genoemd door mijn collega Uysal. Voor GroenLinks is dat misschien een prestatie om te trots op te zijn. Wij hebben daar eerder bij de jaarrekening onze zorgen over uitgesproken, dat we dat een beetje uit balans vinden raken. Zo kijken we ook tegen deze vraagstukken aan. Op dit moment ligt er een planvorming, 30 procent sociaal hier, in dit gebied. Voor ons is in ieder geval duidelijk, wat ook al vaker kwam, die 30 procentnorm zien wij over de hele stad. Sterker nog, die is geprojecteerd op die 4.000 woningen uit het politiek akkoord, waarvan we 1.200 woningen gaan realiseren in sociale huurwoningen. Welke dat zijn, er is al een vraag aan het college gesteld, maar in de Bouwmonitor krijgen we regelmatig updates. Collega Klerk gaf al aan, aan een aantal projecten. Ik fietste van het weekend nog langs de Noordendijk, en zie daar enorm grote getale woningen terug.
Zo zijn er verschillende in de stad. Daar gebeurt echt het nodige op. Wat ons betreft is 30 procent per project niet alleen onhaalbaar, het is ook niet wenselijk, niet praktisch en niet nodig. Wij kijken daar echt anders naar. En die politieke afspraak, die we met elkaar gemaakt hebben, op 30 procent op heel de stad in de realisatie, die steunen we van harte en die zien we hier ook in terug, voorzitter. Kijk ik even of ik alles uit mijn woordvoering gehad heb. Misschien nog op die norm, want dat kwam wel een beetje terug ook in de vraagstelling van mevrouw Stolk. Wat ons betreft is ook de eerdere afspraak die gemaakt is, om het aantal gesloopte sociale huurwoningen te compenseren en daar 1.000 aan toe te voegen, nog steeds een uitgangspunt wat voor ons werkt. Dat is een besluit wat eerder genomen is. Dat is voor ons ook nog steeds de werkwijze. Daar is de politiek akkoord afspraak van die 1.200 woningen van de 4.000 ook een voortvloeisel uit. En naar onze opvatting, als we daar heel veel meer op gaan programmeren, zit er een zorg in dat we gaan bouwen voor de sociale huurder die in Rotterdam geen woning meer kan vinden, in plaats van voor onze eigen Dordtenaar.
Terwijl er juist ook heel veel woningzoekenden zijn, die nu een sociale huurwoning hebben die willen gaan kopen, mensen die op zolder wonen die in een koopwoning willen, mensen die willen doorstromen, senioren hebben we het eerder vanavond over gehad. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter. De heer Noldus: En dat zijn echt mensen die we niet alleen kunnen bedienen met, we bouwen alleen maar sociale huur. De voorzitter: Een interruptie nog, denk ik. Nee, toch niet? Mevrouw Van Herwijnen: Hier zo. De voorzitter: Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. De heer Noldus gaf aan dat we niet moeten willen om boven die norm te gaan zitten en nog meer sociale huurwoningen willen realiseren.
34
Maar hoe komt hij erbij dat we boven die norm willen gaan zitten? Want u gaf ook al toe dat u al zag dat er een soort scheefgroei ontstaat, met betrekking tot woningcategorieën. Ik snap niet helemaal wat de heer Noldus bedoelde met die extra woningen. De heer Noldus: Voorzitter, ik denk dat mevrouw Van Herwijnen doelt op dat ik zei, we hebben afgesproken eerder dat we de sloop compenseren en 1.000 netto sociale huurwoningen extra toevoegen, vanuit de Woonvisie. Dat is voor ons nog steeds een extra uitgangspunt. Die is ook gebaseerd op de behoefte die er is. En onze zorg, is als je veel meer gaat doen, dat je gaat overprogrammeren, dat je bijvoorbeeld de sloop die in Rotterdam gedaan wordt, compenseert en voor Rotterdammers aan het bouwen bent. Wat op zich een leuke verrijking is voor de stad, maar wat niet het doel is wat we hier vaak aan tafel hebben als we het hebben over bouwen voor Dordtenaren. Dan denk ik eerder aan, zorgen dat we onze betaalbare koopvoorraad uitbreiden en toegankelijk maken voor de doelgroep die daar behoefte aan heeft. De voorzitter: Ik zie een vervolgvraag. Mevrouw Van Herwijnen: Voorzitter, dat overprogrammeren begrijp ik niet helemaal. Waar komt dat overprogrammeren vandaan? De voorzitter: Het woord over.
De heer Noldus: Voorzitter, dat komt indertijd uit de Woonvisie en de aantallen die daarin genoemd zijn, die gebaseerd zijn op de vraag uit de markt en de behoefte die er is naar dergelijke woningen, gebaseerd op wat er is, fricties. Er komt binnenkort, denk ik, nog wat meer aan de orde als het stuk waar mevrouw Stolk het al over had, wat in Smart Delta Drechtsteden is toegelicht, richting de raad. Maar daar zit wel onze zorg, als we meer bouwen dan feitelijk autonoom een vraag is in onze stad en regio, dan bouwen we voor de mensen erbuiten. De voorzitter: Er stond ook nog een interruptie van de heer Hartmeijer hierop. De heer Hartmeijer: Voorzitter, niet zozeer een interruptie. Even een ordevoorstel. Want de heer Noldus geeft zelf ook aan, de Bouwmonitor. Ik weet niet wanneer die precies komt, maar er is volgens mij heel veel behoefte om breed over woningen te debatteren. En we gaan wel erg ver af van het oorspronkelijke onderwerp. Ik wil ook wel reageren op de heer Noldus met de betaalbare koop, maar volgens mij is een apart debat wijzer, op dit moment. De voorzitter: Ergens is dat zo, maar er werd wel naar gevraagd. Dan wordt het ook daardoor breder. Ik zal proberen het wat meer in de gaten te houden. Ik neem ter harte. De heer Noldus: Voorzitter, ik snap de oproep. Sorry. De voorzitter: Was de woordvoering op zich klaar?
35
De heer Noldus: Ik wil nog afsluiten. Ik snap de oproep van mijnheer Hartmeijer, maar dat is ook wel onderdeel van onze afweging, waarom we zo kijken naar dat programma van die 30 procent. Als je zegt, je mag het alleen maar over de 30 procent hebben, niet meer over die andere 70, krijg je natuurlijk een scheve som. Ik wil afsluiten, voorzitter. We hebben nog wat zorgen en wat vragen over de grondexploitatie en de gemaakte keuzes, in relatie tot de parkeerexploitatie. Die zijn eigenlijk vorige week positief beantwoord. We zien dat positief in. We gaan dat ook kritisch volgen, met betrekking tot de parkeerexploitatie, vooral tot de beoogde doelgroepen die daar gaan parkeren. En wat ons betreft gaan we er heel snel mee aan de slag, om te zorgen dat die 700 woningen zo snel mogelijk gerealiseerd worden. De voorzitter: Hier houden we het bij. Dank u wel. Gaan we naar de heer Kolkiliç, van DENK. De heer Kolkiliç: Ik zal het kort houden, voorzitter. Wilgenwende, Amstelwijck, Dordtse Hout, Dubbeldam, het Witte Dorp, Maasterras, Maasboulevard, dat zijn allemaal dossiers die door vorige colleges zijn gerealiseerd. Ik gun dit college van harte dat er nu na drie jaar eindelijk met een project gestart kan worden. De voorzitter: Dat is kort en krachtig. Knap. Ik ga naar de heer Roggekamp van Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, er is een paar keer gezegd, de 30 procent. Zoals wij hem zien, is over inderdaad de hele stad. En we zijn blij dat het niet per project is, want anders als je op hele dure grond sociale huurwoningen neer wil zetten, krijg je waarschijnlijk alleen een kartonnen doos. Terwijl als je op goedkopere grond dat zou doen, krijgen die mensen een mooi huis. En dan hebben we dat liever. Wij willen ook niet op elke straattegel regeren. We houden het college aan die 30 procent, aan het einde. En we gaan ervanuit dat anders de kiezer bij de verkiezingen de huidige partijen wel afrekent. Daarnaar kijkend, kunnen wij instemmen met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Laban, van ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Even kijken. Vorige week hebben we een verhelderende beeldvormende commissievergadering gehad, en hebben we een beantwoording ontvangen op gestelde technische vragen. Waarvoor dank. Wat de ChristenUnie/SGP-fractie betreft wordt er in de politieke vragen te veel gefocust op het aandeel sociale huur. Uiteraard is mijn fractie er sterk voorstander van om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk te bouwen voor de doelgroepen waar het meeste behoefte aan is. Dat is dan ook de reden dat we kunnen instemmen met het raadsvoorstel. Het aandeel sociale huurwoningen is bijna verdubbeld.
Helaas is dit ook deels ten koste gegaan van de sociale koop in de middenhuur. Ook zien we een toename van 31 woningen in de betaalbare koop naar 213 woningen, hetgeen mogelijk kan bijdragen aan doorstroming. Een herziening van het totale plan, om nog meer sociale huur en koop toe te voegen, zal er uiteindelijk alleen maar toe leiden dat mensen, waarvoor we dit doen, langer zullen moeten wachten op realisatie van dit plan. Dat betekent dat thuiswonende kinderen nog langer thuis moeten blijven wonen en dat partners in een echtscheiding noodgedwongen bij elkaar moeten blijven wonen. Voor de ChristenUnie/SGP zijn dit
36
ongewenste toestanden. En we roepen het college dan ook op om alles in het werk te stellen om dit plan zo snel mogelijk te realiseren. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de heer Gündogdu van Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, volgens mij ter afsluiting. Voorzitter, over wonen en gepaste woningen zijn we nooit uitgepraat. Dit blijkt al vanavond weer. Voorzitter, er is ooit eens een keuze gemaakt, en niet eens zozeer van het huidige college, maar zelfs van de eerdere colleges, we wilden een evenwichtige stad, waarbij zowel sociaal als middelduur, duurdere woningen zich in balans houden. Want we hebben altijd gezegd, we willen leren van onze fouten uit het verleden. Te veel sociaal in een wijk, daarvan hebben we geleerd dat dat ook niet aan de leefbaarheid altijd positief een bijdrage leverde. Het beleid is 30 procent sociaal over deze hele stad. En wat ons betreft hoeft dat niet per project te zijn. Maar dat heeft zich hier in dit voorstel concreet wel vertaald naar 30 procent. Althans 216 woningen zou dan 30 procent van het totaal aantal zijn, van 720. Dat halen we bijna niet. Maar in principe, terugkomend op de vraag van de VSP, 30 procent van het totale aantal 720, dat halen we hier wel.
En waar we wel ons zorgen over maken, en daar is al door meerderen aan gerefereerd, voorzitter, is dat wij weliswaar 30 procent sociale woningbouw hebben aangegeven, is dat we de afgelopen jaren alleen maar, of heel vaak, hebben gesloopt. En de afgelopen jaren eigenlijk weliswaar nieuwbouw hebben gezien, maar dat zijn allemaal plannen van het vorige college. Wat mij betreft ook complimenten richting deze wethouder, in ieder geval, dat hij volhardend is dat hij dit programma voortzet. Maar van het huidige college, dat was mijn kritiekpunt van zojuist, plannen die zijn gerealiseerd en waarvan de eerste paal de grond is gegaan, is voor zover ik weet bijna nihil of minimaal. Wel even een zorgpunt richting het college. Dank u wel. De voorzitter: Het is de beurt aan het college en de ondersteuning om in elk geval een aantal vragen te beantwoorden. Ik heb hier opgeschreven, de rekensom van de SP. Gaat het nog goed met de doelgroepen? Beantwoordt dit voorstel aan wat er is opgesteld over doelgroepen? En dat was van VVD. Op Ons Eiland zegt, welke nieuwe plannen zijn er deze periode ontwikkeld? En staat er überhaupt van een van die plannen al een paal in de grond? En ik heb eigenlijk toegevoegd, want het kwam toch een paar keer terug, de opgave van Smart Delta, hoe verhoudt die zich tot de opdracht in Dordt? De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter.
Ik ga me toch in de beantwoording beperken tot de kaders die u aan ons heeft meegegeven, het college, als het gaat in het bouwprogramma en hoe zich dat vertaald heeft tot dit project. Ik snap dat u ... En dat hoor ik hier ook een bredere discussie over, het hele woonprogramma van de stad. Maar ik denk dat we dat beter aan de hand van de Bouwmonitor kunnen voeren. En die komt echt nog voor de zomer uw kant op. Even teruggaand naar de kaders die u ons, college, heeft meegegeven. Dat start bij de Woonvisie, die u heeft vastgesteld in de vorige raadsperiode. Waarbij u heeft gezegd, college, u staat aan de lat om 11.000 woningen te gaan toevoegen tot met 2031. Dat waren er 10.000 overigens, toen we het aan de raad voorstelde. Maar toen zei de raad, het moeten er 11.000 worden, want we willen dat u binnen die 10.000 ... Er zouden er 1.000 sociaal gebouwd worden. We willen dat u 1.000 sociale woningen extra bouwt, omdat we ook willen dat wat gesloopt wordt, dat was dan wel die 1.000 die nieuw gebouwd worden, dat er ook 1.000 nieuwe sociale woningen bijkomen. Dat was de opgave van 2.000 sociale huurwoningen. Vervolgens heeft u begin
37
deze periode aan ons de opdracht meegegeven bij de woonbrief, die er lag toen, om de sociale ... Waar het ging om de sociale voorraad, ook nog eens een keer te zorgen dat er 100 extra woningen, die wel in het sociale segment zaten, maar door derden werden ontwikkeld, door private ontwikkelaars ... Waarvan je weet dat die op termijn weer worden doorverkocht, die verdwijnen dan. Die zouden dan potentieel uit de sociale huurvoorraad kunnen verdwijnen. Heeft u gezegd, die willen we graag dat die door corporaties wordt worden ontwikkeld. En we willen dat jullie kijken of in deze periode nog 150 extra sociaal gepland kunnen worden. Dat zijn de kaders die ons heeft meegegeven. Terecht werd al even aangehaald, in de jaarrekening hebben we dat ook aan u laten weten, voor deze periode worden er zo'n 1.800 ruim, 1.860 sociale woningen gerealiseerd. Dat is, als je het kijkt op de doelstelling van 4.000, inderdaad die 45 procent. En nu, in dit plan, hebben we een vertaalslag gegeven aan de opdracht die u ons heeft gegeven, zorg dat er meer sociale woningen ook door de corporatie worden ontwikkeld. In dit plan zaten oorspronkelijk 108 woningen in het sociaal programma, maar die zouden door private partijen worden ontwikkeld. We hebben nu gezorgd dat de volledige voorraad sociaal hier door Trivire kan worden ontwikkeld, oftewel door de corporatie.
Daarmee hebben invulling gegeven aan de opdracht die u ons heeft gegeven, om te zorgen dat die niet door derden, maar door corporaties zouden worden ontwikkeld. Daarnaast hebben we oorspronkelijk, buiten 108, er nu 208 geprogrammeerd, omdat u bij Spuiboulevard eerder het besluit heeft genomen, hebben we gezegd, hier gaan ze er niet extra programmeren, maar zorgen dat ze dan in de Middenzone landen. Dan voor wat betreft de rekensom. De oorspronkelijke totale programmering was al 720 woningen. En er is puur geschoven binnen het programma. De SP kwam vooral op een percentage, omdat, als ik het even zo beluisterde, de aanname was, er waren eerst 100 woningen minder. Dat is de verklaring. En dan klopt het, dan is het afgerond 30 procent. Het is 29 procent. Dat zijn 208 woningen. Daarmee hebben we invulling gegeven aan die kaders, die u ons heeft meegegeven. Dan even over de snelheid, en hoeveel plannen zijn er gemaakt, hoeveel eerste palen zijn er dan geslagen? Kijk, wij doen er alles aan om zo snel mogelijk harde planvoorraad te creëren en om ons naar vergunningsverleningstraject zo soepel mogelijk te laten verlopen, zodat ook vervolgens de bouw zo snel mogelijk daarna kan gebeuren. Maar de realiteit is wel dat op het moment dat je een bestemmingsplan vaststelt en het moment dat de eerste huizen, sleutels worden opgeleverd, dat is bijna nooit in een en dezelfde bestuursperiode.
Ik vroeg net aan mijn buurman, hoeveel was dat eigenlijk bij Amstelwijck? Volgens mij hebben we toen net het bestemmingsplan de vorige periode vastgesteld. En ik denk dat het toen de eerste palen waren die erin gingen, aan het eind van die bestuursperiode. Ik wil maar zeggen, het is een continuüm. En u moet vooral kijken naar de vooruitzichten. En zie je daarin dat de verwachting nog steeds is dat je een goede realisatie aan woningen krijgt. En dan zit je op het aantal van, zeggen we, het mooiste zou zijn de bovenkant, 1.000 per jaar. Maar je hebt af en toe tijden dat het even wat minder gaat en tijden dat het weer goed gaat. Laten we zeggen dat je altijd moet zorgen dat je in een bandbreedte van 500 tot 1.000 woningen eigenlijk per jaar aan realisatie wil zien, qua tempo. En als je dat continu volhoudt, dan ben je over een langere periode gewoon goed bezig als stad, en zorg je dat er gewoon continu woonvoorraad toegevoegd wordt. De voorzitter: Interruptie, de heer Gündogdu.
38
De heer Gündogdu: Voorzitter, niks ten nadele van het college dan wel deze wethouder, maar dan is wel het eerlijke verhaal dat we niet 4.500 woningen door de huidige collegeperiode realiseren, maar dat dat een na-ijleffect is van besluitvorming in de vorige periode, zoals dat ook voor de volgende collegeperiode zal zijn. Dat is even wat u wilde rechtzetten? De heer Burggraaf: Het wordt bijna een soort tekstexegese. Want als je even kijkt, voor deze periode hebben we ons gecommitteerd om 4.000 woningen te realiseren. En dat is opgeleverd wordt, en daarin de verhoudingen. Als je gewoon kijkt, hoeveel bestemmingsplannen zijn uw kant opgegaan, waarin we ook weer ... Nu ligt Oranjekwartier voor als een bestemmingsplan. Dat is wel sloop en nieuwbouw. Maar er wordt uiteindelijk ook meer sociaal terug gerealiseerd. Spuiboulevard, die u onlangs heeft vastgesteld. Dan stel ik wel vast dat we gewoon in het creëren van harde planvoorraad daar gewoon goed op tempo zitten. De grootste klap deze periode, dat zal zo meteen de discussie worden kort voor de zomer over het Maasterras, want dat zijn echt grote aantallen woningen. Dat is ook de realiteit, als je echt weer ... De vorige periode hebben we de grootste woningen toegevoegd, met het vaststellen van bestemmingsplan Amstelwijck, 800 woningen. Spuiboulevard hebben we onlangs gedaan, zitten we op ongeveer 500 woningen.
Als je echt weer over serieus grote aantallen gaat, dan is het enige realistische project op korte termijn weer het Maasterras, om daar ook weer heel veel woningen toe te voegen. En is dat in dit traject meer een bijstelling van het programma wat er al stond. Dat aan context. En dan was de vraag van de Dordtse VVD nog, of de uitgangspunten kloppen met de doelgroepen die zijn vastgelegd? En mij is even niet scherp op welke doelgroep u doelt en wanneer we die hebben vastgesteld. De heer Noldus: Voorzitter, om die vraag nog te verduidelijken. We hebben eerder in het besluitvormingstraject over de Middenzone doelgroepen voor ogen gehad, waar het plan op gebaseerd is. En mijn vraag was, of de beoogde doelgroepen en de invulling, waar toen keuzes over zijn gemaakt, over openbare ruimte, over verkaveling, over de type bouw, of die doelgroepen nog steeds het uitgangspunt zijn bij de verdere studies en ontwikkeling van dit gebied? De heer Burggraaf: Dan doelt u, denk ik, op het moment dat we het bestemmingsplan hebben vastgesteld, de eerste keer, voor deze ontwikkeling? De heer Noldus: Ik twijfel oprecht even of het het bestemmingsplan was of de besluitvorming rondom de bouwenvelop, maar het zat wel in die periode. De heer Burggraaf: Ik zou deze dan eigenlijk technisch willen maken, de vraag. En ik ga hem nog beantwoorden.
Want ik kan gewoon nu even niet scherp terughalen welke doelgroepen we exact hebben geformuleerd. De voorzitter: Ik hoor een aanvulling, dat het zou gaan om 2018. Dat vergemakkelijkt het zoeken misschien. De heer Burggraaf: Wat ik laat doen, is even goed kijken, wat zijn toen de uitgangspunten op doelgroepen geweest? Welk programma hebben we nu erop zitten?
39
En verwachten wij dat die aansluit bij de doelgroepen die u toen beoogd had? Kijk, wat ook zo is, we hebben nu nog niet een marktpartij aan boord die het gaat ontwikkelen. En dat hebben we ook aangegeven, dit is een inschatting van het Woonprogramma, waarbij vaststaat dat dit het aantal is wat aan sociaal komt, waar vaststaat dat het aantal twee derde in totaal betaalbaar komt, maar waar nog niet vaststaat wat precies de mix wordt van verschillende woningen. Omdat ook daar de marktkennis voor zo meteen benut wordt om te zeggen, zo'n type woning past bij deze doelgroep. Dat kan je nu ook nog niet helemaal zo hard vastleggen. Maar nogmaals, ik zorg dat wij daar nog even separaat, na deze vergadering, kort op reflecteren. De voorzitter: Nog een vraag van de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, misschien technisch. Maar wij hebben natuurlijk afscheid genomen van de vorige ontwikkelaar, vanwege bepaalde redenen. Nu komt er een verschuiving in het programma. Wat is uw inschatting, dat mogelijk ontwikkelaars met deze verschuiving zich aanmelden om dit project te ontwikkelen? Heeft u daar inzage in, of zijn er al verkennende gesprekken? De heer Burggraaf: Voorzitter, u vroeg bij de vorige commissie om even bijgepraat te worden over de ontwikkelingen rondom het juridische proces. En dat gaan we 13 mei in beslotenheid met u doen. En dan zou ik u graag daar verder over bijpraten.
De voorzitter: Dan nog even de vraag over Smart Delta, en hoe zich dat verhoudt tot Dordt? De heer Burggraaf: Voorzitter, kijk, maar dat is wat ik net zei, dan gaan we hier een heel breed debat voeren, eigenlijk terugvoerend tot aan de Woonvisie. En dat lijkt me hier niet echt verhelderend werken met elkaar. Want dan ga ik allerlei cijfers noemen en inzichten, et cetera, waarvan je aan de andere kant van de tafel niet op hetzelfde informatieniveau zit. Ik denk dat dat slimmer is, verstandiger is om dat gewoon te bespreken op het moment dat we het weer over de Bouwmonitor hebben. Waarin we terugkijken, hoe lopen we met de plannen? Een stukje vooruitblik hebben. Ik zou zeggen dat het niet zo heel relevant is voor dit stuk. Dat heb ik net proberen te duiden, binnen welke kaders we dat in dit project nu vertaald hebben. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Dan onthouden we die wel. Dan moeten we die wel vastleggen, dat we die bij die Bouwmonitor echt meenemen, dat het een duiding krijgt. Mevrouw Stolk: En ook, wanneer komt die Bouwmonitor ongeveer? De heer Burggraaf: Voor zover ik weet, komt die voor de zomer. Maar ik durf nu niet een exacte datum te geven. De voorzitter: Wil iemand nog heel graag iets zeggen? We kunnen natuurlijk nog een heel rondje doen van, hoe sta je erin? Een kort standpunt innemen over hetgeen besproken is, en het voorstel wat voorligt.
40
De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Volgens mij waren de meeste fracties heel uitgesproken. U wil nog uw twee minuten spreektijd, denk ik, van het begin. De heer Katif: In die zin ... Nee. U mag er vijf minuten ook van maken. U had mij iets beloofd. De voorzitter: Maar ik zit ook even te tasten van, zijn er nog mensen die hier nog iets op willen zeggen? Ik denk dat elke fractie zich duidelijk heeft uitgelaten. En dan geven we met zijn allen de heer Katif gewoon de kans om zijn woord nog te voeren. Gaat uw gang. De heer Katif: Met zijn allen. Voorzitter, het punt aan het eind van mijn pleidooi, die zou ik graag willen houden over parkeren. Dat is nog helemaal niet aan de orde geweest hier. Maar voor ons is dat een belangrijk punt. De Gezondheidsboulevard is een intensief gebruikt gebied, met zorg, onderwijs, sport en nu ook woningbouw. En vraagt om realistisch parkeernormen. Ik herinner het college aan de normen die de raad op 4februari jongstleden heeft vastgesteld. We zijn voor veel locaties een stap vooruit. Maar voor de Middenzone vinden wij, als Beter voor Dordt, het niet passend. Dit project is gestart op basis van eerdere uitgangspunten, 2019, voorzitter. Het college kies er nu voor om alsnog nieuwe normen toe te passen. Wat ons betreft een verkeerde keuze.
Daarom zullen wij, dat kondig ik bij deze aan, een motie indienen voor de Middenzone, de oorspronkelijk parkeernormen. En uiteraard zullen ook nog, naast die ene motie, twee moties, die gaan over Albert Schweitzer ziekenhuis, en te onderzoeken of er een uitbreiding van een parkeergarage haalbaar is, in een samenwerking. En de tweede en de derde zal gaan over de invoering van een speciaal abonnement voor frequente parkeerders in het Gezondheidspark. Tot zover, voorzitter. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Wacht even. Griffier, heeft u het kunnen noteren? We hebben twee moties en amendement, of drie moties? De heer Katif: Het zijn drie moties. En die zal ik gewoon even ook schriftelijk naar de griffie proberen door te geven. De voorzitter: De heer Gündogdu wilde daar eerst iets over vragen? De heer Gündogdu: Ja, voorzitter. Want voor zover ik weet, de Businesscase parkeren komt toch separaat naar ons toe? De voorzitter: Ja, dat komt in een PEX, volgens mij. De heer Katif: Dat klopt, voorzitter. Maar Beter voor Dordt kiest ervoor om bij dit onderwerp het gewoon aan te halen. En dat is het recht van iedere partij, om dat gewoon te doen.
41
De voorzitter: Het is uiteraard uw recht om moties in te dienen. Maar ik vraag me af of dat dan een motie vreemd wordt, of dat het hieraan opgehangen moet worden? De heer Katif: Voorzitter, hoe u ook wil, ik zou het gewoon als motie, of de commissie als motie willen indienen, maar kan het ook als vreemd. Maar volgens mij past het gewoon precies in datgene wat wij met elkaar nu bespreken, denk ik. Dn Noldus: Voorzitter. De voorzitter: De heer Noldus, VVD. De heer Noldus: Een soortgelijke vraag als de heer Gündogdu. Want ik ben dan toch even benieuwd, we hebben aan onze kant ook een aantal vragen gesteld over parkeren. Hebben we ook daar bevindingen bij. Wel wat goede, richtinggevende antwoorden op gekregen. Maar vooral de toezegging vorige keer dat we de parkeerexploitatie met elkaar nog gaan bespreken en dat we het hier over de grondexploitatie hebben, niet over parkeernormen, in die zin. Enkel dat in de grondexploitatie keuzes gemaakt zijn om de parkeergarage daar niet uit te realiseren. Ik ben toch benieuwd of daar dan ... Dat is een andere strekking dan de richting die ik in de motie van Beter voor Dordt beluister. Ik vraag daar toch enige toelichting op. De heer Katif: Die motie heeft u nog niet eens gezien. U doet gewoon een uitspraak wat eigenlijk helemaal niet, wat mij betreft, niks doende, want de motie moet ik nog uitspreken.
Ik heb alleen maar aangegeven de titel van de motie. Meer niet. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Maar die titel zegt wel wat, toch? De heer Katif: En voorzitter, ik heb ... De voorzitter: Die zegt wel iets. Het gaat over parkeren. De heer Katif: Dat zegt wel wat. Maar, voorzitter, met alle plezier wil ik het wel uitleggen. Maar dan zou ik zeggen, wacht u even de gemeenteraad even af, want dan kunnen wij met elkaar even daarover debatteren. En de norm is twee minuten. Dan zullen wij daar keurig netjes antwoord op kunnen geven, waarom wel? En als u dat ondersteunt, doet u het. Doet u het niet, dan is het ... De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Wacht. Ik zie twee mensen die hier nog op willen reageren. De heer Klerk. De heer Klerk: Ik twijfel even. Kijk, het staat iedere fractie natuurlijk vrij om moties in te dienen. Maar volgens mij gaat dat over een ander onderwerp. In het kader van vergaderhygiëne, lijkt het me handig om dat op een ander moment te laten plaatsvinden. Maar ik ga er niet over.