2.2 2024.03.26 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Voorheen was er een grens van 355.000, als grens voor betaalbaar. En daarboven is het onbetaalbaar kennelijk. En dat mag elk jaar geïndexeerd worden. Dat is logisch. Landelijk percentage. Nog eens 1 procent erbovenop. Dat schijnt zo te zijn. Dat vind ik wel vreemd, want daarmee maak je het 1 procent duurder ieder jaar. Maar als je die 355 met die... Dat wordt dan 7,1 procent. Dan kom ik in mijn berekening op 380.000 uit. En nu zie ik overal als grens 390.000 staan. Dat maakt het meteen een stuk duurder voor die, wat we dan goedkope woningen noemen. Die overigens nog steeds niet betaalbaar zijn voor de gemiddelde politieagent, voor de gemiddelde onderwijzer, voor de gemiddelde verpleegkundige. Daarom hebben we in het verleden natuurlijk gevraagd, laten we ook kijken naar de groep, of hoe moet je het zeggen, een aantal huizen onder de 3 ton, om te kijken, wat kunnen we daarin betekenen? En als je die dan ook zou willen indexeren, om het wel helemaal netjes te maken, dan zou je dat nu 321.000 moeten maken. Maar ik zou daar heel graag toch willen kijken daarvan mogelijk is. Ik probeer ook in oplossingen te denken. Er staat nu ook dat het woonoppervlak minimaal 50 vierkante meter moet zijn. Dat is in ieder geval een vooruitgang ten opzichte van de 70 vierkante meter die we in het verleden hanteerden. Tegelijkertijd zie ik ook een gemiddelde oppervlakte van 100 vierkante meter.
Er werd net gevraagd naar studentenwoningen. Zeker, die zijn ook nodig. Je hebt een mix van allerlei woningen nodig. Maar als je studentenwoning hebt van 50 vierkante meter, om op gemiddeld 100 vierkante meter uit te komen, dan zijn er ook heel veel erg grote woningen kennelijk gepland. Wat ons betreft kan dat best een stapje minder. Wil niet zeggen dat er geen grote, dure woningen moeten worden gebouwd, maar er zit ook wat ons betreft een bepaalde limiet op. Even kijken hoor. Want we willen ook ruimte hebben natuurlijk voor allerlei groepen. Studenten al genoemd. Starters genoemd. Denk ook aan groepen waar we het de laatste weken over hebben gehad. We willen toch ook graag dat de bewoners van de Weeskinderendijk, de bewoners van woonwagenstandplaats, dat die een goed alternatief krijgen, mocht het moment daar komen dat ze moeten verplaatsen. En ook dat moet betaalbaar zijn en daar moet ruimte
20
voor zijn. En dan kom ik eigenlijk op het laatste punt. Als je het hebt over ruimte, dan ontkom er daar haast niet aan om het ook eventjes in samenhang met mobiliteit te nemen en de parkeernorm. Iedereen noemt het natuurlijk al. Ik denk dat een parkeernorm van 0,3 wel degelijk haalbaar is. Tenslotte zijn er andere gemeenten waar dat ook kan. Er is onlangs een werkbezoek geweest naar Schiedam, die dat hanteert. Dat kan wel. Maar ik denk wel dat dat alleen maar kan als je de OV-verbindingen daarop echt goed aanpast. Dan is het goed te doen. Daar is wel degelijk een samenhang tussen de ruimte die je hebt en mobiliteit, waardoor je deze twee onderwerpen toch gedeeltelijk samen zou moeten bespreken. De heer Noldus: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Noldus, u heeft een vraag aan de heer... De heer Noldus: Want er wordt een referentie gemaakt naar Schiedam. En dat daar dezelfde parkeernorm wordt gehanteerd. Ik ben wel benieuwd of de heer Den Hartog ook kan aangeven hoe die norm in Schiedam wordt gewaardeerd? Hoe dat in de praktijk uitpakt? De voorzitter: Mijnheer Den Hartog, weet u dat? De heer Den Hartog: Eerlijk gezegd, ik spreek niet heel veel Schiedammers hoor. Maar de enkeling die ik heb gesproken, was er wel over te spreken. Maar ik weet echt niet of dat een algehele waardering is. De voorzitter: Er waren er in ieder geval die erover te spreken waren.
De heer Noldus: Voorzitter, want dat is inderdaad een soortgelijke norm als hier in de stukken staat. Maar ook een gebied wat nog in ontwikkeling is, waar ze ook heel erg die de normering spannend vinden en daar nog geen in de praktijk zijnde norm is. In ieder geval niet in het gebied waar we geweest zijn van 0,3. Dat wilde ik even daarop toevoegen. De voorzitter: Ik zal, en dan kom ik bij jullie, even kijken wat mijnheer Den Hartog... Volgens mij heeft hij gevraagd over bouwen vooral naar behoefte. Kijk naar de langste wachttijden. Dan komt hij terecht bij betaalbaar wonen. Er zat eigenlijk een soort vraag in. Die grens van 355.000 is geïndexeerd. En volgens de heer Den Hartog kom je dan niet op 390.000, want hij noemde 7,1 procent en mogelijk dan nog 1 procent extra erop. Maar dan kom je niet op 390. Maar daar heeft mijnheer Buitenhek vast wel een antwoord op. Hij pleit er ook voor om te kijken naar de echt betaalbare kopen. Laat ik het maar even zo noemen. 3 ton en dan plus indexatie, pak hem beet, 320. De oppervlakte van de woningen werd ook weer genoemd. Niet te groot. 50 vierkante meter als ondergrens. In ieder geval beter dan 70. De gemiddelde baarde zorgen, want dan moet je blijkbaar ook hele grote bouwen. En dat mag wel, maar niet te veel. Aandacht voor de bewoners van de Weeskinderendijk en de woonwagenbewoners.
In het eerste geval vooral om beschikbaarheid van betaalbare woningen voor die mensen. En in het andere geval denk ik om grond. En als laatste werd dan nog eventjes genoemd de parkeernorm die wel
21
haalbaar is, maar dan moet er wel sprake zijn van goed ov. Dan ga ik naar mijnheer Gündogdu en daarna naar mijnheer Schalken. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Nu dat de wethouder er niet is, zal ik geen politieke vragen stellen, maar wel technische vragen. De voorzitter: Had u toch niet mogen doen hoor, want het is niet politiek bedoeld. De heer Gündogdu: Voorzitter, in ieder geval bedankt voor al deze stukken die we hebben gekregen van het college. We zitten wel even met het volgende. Vanuit onze fractie Op Ons Eiland hebben we toch wel het idee dat de discussie die we willen voeren rondom betaalbaarheid van toekomstige woning, maar ook waar er behoefte ligt van, waar ligt de behoefte van de Dordtse inwoners in beginsel? Want daar bouwen we voor. En uiteraard ook voor mensen die in Dordrecht willen komen wonen. Maar in beginsel voor Dordtenaren. En wij zien nu cijfers. En dat is niet onbekend voor ons. Dat hebben we in het verleden ook vaak met elkaar besproken over, dit is betaalbaar, dit is hogere segment. En er is zojuist ook even gerefereerd, eigenlijk zou je die prijssegmenten los moeten laten en kijken, waar ligt die behoefte? Maar ik zou een overzicht willen zien wat ons college als betaalbaar aanstipt en wat hoog, hoog in de prijs, kijkend naar de huidige behoefte van onze inwoners. Want dat is in beginsel onze basis en daar bouwen wij voor.
Want landelijk wordt ook door de minister in de wet duidelijk aangegeven, bouw voor je eigen behoefte. En dat is best een ferme uitspraak van de minister. Ik ben benieuwd hoe dat zijn gestalte krijgt in het Maasterras. Vervolgens, voorzitter, wat wij missen in dit stuk en wat we als informatie hebben gekregen tot nu toe, is de corporaties. Er ligt een opgave ook op het bordje van de corporaties, want die zouden moeten zorgen voor de sociale woningbouw. Wat ons wel bevreemdt, is dat tot op heden, als het gaat om het Maasterras, niet is gesproken met corporaties waarvan we weten dat Woonbron nog niet mag bouwen in Dordrecht, vanwege grondposities. Trivire niet al te ruim zit bij kas. Gezien het proces, nu zouden de corporaties om de tafel moeten zitten, überhaupt, of zij kunnen voldoen aan de verwachtingen. Weliswaar is dat niet voor morgen. Maar op de korte termijn, of ze überhaupt wel kunnen bouwen. Dat is echt een verzoek. En bij voorkeur zelfs dat we de corporaties uitnodigen hier, als deze commissie, om hen ook, te bevragen is een te zwaar woord, maar van hen te vernemen of ze überhaupt hieraan kunnen deelnemen.
Een andere vraag, verzoek is, voorzitter, we hebben in het verleden ook vaak gevraagd of erfpacht een mogelijk middel is om enerzijds toekomstige inkomsten voor de gemeente te garanderen en daarnaast voor de bewoners die misschien heel moeilijk een woning kunnen financieren, of dat aantrekkelijk is vanwege de voordelen die een erfpacht heeft. En het college heeft in het recent verleden nog even toegezegd om een notitie op te stellen, waarbij de voor- dan wel de nadelen van erfpacht in Dordrecht duidelijk wordt. Kunnen wij een notitie verwachten, specifiek voor het Maasterras, waarbij voor- dan wel nadelen van erfpacht in beeld worden gebracht? Want dat geeft namelijk ons ook de ruimte om die afwegingen goed te maken. Ik wil het even hierbij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gündogdu. U wil graag een overzicht van wat ons college als betaalbaar aanstipt. Kijkend naar de huidige behoefte. In het verhaal worden de corporaties gemist. Die zou u graag aan tafel zien om te vragen, kunnen ze überhaupt wel deelnemen? En als laatste werd er gesuggereerd, erfpacht misschien een mogelijkheid. Dat genereert inkomsten voor de gemeente. Dat is denk ik in deze barre
22
tijden welkom. En kan financiering aantrekkelijker maken, volgens Op Ons Eiland, voor bewoners. Graag een notitie van het college en het liefst zo spoedig mogelijk. Gaan we noteren. En dan komt dat misschien. Mijnheer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ik ga niet het meeste herhalen of niet zoveel mogelijk herhalen wat anderen al hebben aangegeven. Maar ik wil wel aansluiten bij wat de heer Gündogdu aangaf met betrekking tot de betrokkenheid van de corporaties, omdat we ook die opgave hebben liggen met betrekking tot de sociale woningbouw. Naar aanleiding van het werkbezoek waar een collega van mij bij was, ook aandacht voor wellicht een mogelijkheid om de parkeernorm per bouwblok te gaan bekijken. Ik begreep dat dat ook aan de orde was geweest tijdens het bezoek. Dat ze op sommige plekken gingen werken met een wisselende parkeernorm. Dat die bijvoorbeeld bij kleine appartementen en starterswoningen lager zou zijn dan bij wat grotere wooneenheden. Daar graag wellicht ook iets richting ons als commissie. Meer duidelijkheid over hoelang sociaal en middenhuurwoningen moeten blijven bestaan. Voor welke periode dat wordt gegarandeerd na wanneer de bouw gerealiseerd is? Ik begreep dat dat in Schiedam vijftien jaar was, dat dat vastgelegd werd.
En mijn collega gaf ook mee dat het wel heel belangrijk zou zijn om een bouwpaspoort op hoofdlijnen vooral te hanteren. En dan daarmee een partnerselectie maken voor de marktpartij, om de plannen verder samen mee uit te werken. Wat ik ook nog meekreeg van mijn collega was of we daar al invulling aan geven bij ons in Dordrecht met betrekking tot de daken. Ik begreep dat tijdens het bezoek ook duidelijk werd dat werd aangegeven dat daken waar je op keek dat die groen zouden worden en daken waar je geen zicht op had, dat hij dan allemaal met zonnepanelen zouden worden voorzien. Met betrekking tot de ondergrondse afvalinzameling en gescheiden schoon- en vuilwatersystemen en het al zo vroeg mogelijk inschakelen van een omgevingsmanager, die zo in het gebied of rondom het gebied alle betrokken partijen zoveel mogelijk meeneemt in iedere fase van het proces. Waarbij ook de boodschap richting de huidige bewoners of... En rondom het gebied de bewoners ook vooral wordt meegegeven, jongens, hartstikke vervelend dat u zolang overlast ervaart, maar ook daarin meegeven, we bouwen voor uw kinderen en wellicht voor uw toekomst, om daarmee mensen dan ook meer mee te nemen in dat proces. Vooral opmerkingen van mijn collega ook, naar aanleiding van het bezoek. De voorzitter: Dank u wel. Uw collega heeft in ieder geval laten zien dat het een werkbezoek was en niet een snoepreisje.
U mag hem de complimenten overbrengen. Aandacht was er wederom voor de corporaties. De parkeernorm per bouwblok bekijken. Hoelang moeten die sociale en middenhuurwoningen blijven bestaan in die vorm? Vijftien jaar of misschien langer. Bouwpaspoort op hoofdlijnen hanteren. En op grond daarvan een partnerselectie maken. De daken waar je op kijkt, dat zijn de lagere daken, denk ik, die kunnen groen. En de andere daken, daar kunnen dan de zonnepanelen op. Ondergrondse afvalinzameling wordt als tip meegegeven, is dat misschien mogelijk? Gescheiden watersystemen, wat in veel nieuwbouwwijken op dit moment ook al gebeurt. En de aanstelling van een omgevingsmanager, om ook met de buurt tijdig te spreken over alle vormen van overlast en dergelijke. Dat was heel wat. Dan zie ik mijnheer Laban en mijnheer Van der Kruijff en mijnheer Damen ook nog. Dan moeten we het ongeveer gehad hebben, want misschien kan er dan ook nog een reactie komen. Mijnheer Laban.
23
De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Voor wat betreft het woningprogramma, dat lijkt ons een juiste, zoals die nu voorgelegd wordt. Er is goed gekeken naar de behoefte die er bestaat en de invulling van de voorzieningen. Daar kunnen wij best goed mee leven. De vraag die er is, die we ook kunnen begrijpen, naar meer sociale huur lijkt ons in dit gebied onhaalbaar. Het bouwen van sociale huur kost heel veel geld en dat zou dan leiden tot een grote verschuiving in het programma, wat ook weer gevolgen heeft voor de voorzieningen. Niet alleen voor het gebied, maar ook voor de binnenstad. De lage parkeernorm, is die haalbaar? Ja, dat is inderdaad, zoals de VVD ook al stelde, die kan best haalbaar zijn voor op momenten eerst de bewoners die komen. Maar is het op lange termijn ook haalbaar en gaat het niet druk geven bijvoorbeeld op Krispijn? En ik wil me graag aansluiten bij de vragen van mijnheer Gündogdu over de erfpacht. Dat vind ik ook een interessante. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Laban. Er was een vraag van mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik had een vraag voor de heer Laban. U zegt dat er inderdaad behoefte is aan die 45 procent hele dure koopwoningen. Dan moet je denken aan vanaf 490.000, 500.000 euro ongeveer. Nu lukt het in de Stadswerven niet om 60 van die woningen te verkopen, waardoor een project daardoor nauwelijks van de grond komt.
Wat maakt dat u denkt dat er behoefte is aan 1800 van deze woningen voor het Maasterras? De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: Ik heb de onderzoeken gelezen. En ik zie dat daar de behoefte kenbaar gemaakt is. Als ik aan sommige cijfers ga twijfelen, moet ik aan alle cijfers gaan twijfelen. Ik moet uitgaan van datgene wat ik krijg. De voorzitter: We gaan er geen welles nietes spelletje van maken, mijnheer Portier, want de klok gaat ook door. Even kort samenvattend, mijnheer Laban. Huidige verdeling oké. Is niet iedereen met hem eens. Meer sociaal is te kostbaar en dat heeft ook gevolgen voor de omgeving, want er moet gecompenseerd worden. Parkeernorm is die ook haalbaar op lange termijn? En ook het idee van erfpacht sprak de heer Laban wel aan. Dan ga ik naar mijnheer Damen. En daarna mijnheer Van der Kruijff. De heer Damen: Voorzitter, het is al eerder gezegd vanavond, je moet uitgaan van de woonbehoefte in Dordrecht in de eerste plaats. Daarnaast kijken wat er mogelijk is. Wat betreft de woonbehoefte, vinden wij het RIGO-rapport en de regionale woonvisie, die daarop gebaseerd is, een verouderd document, als het al ooit geklopt heeft. Wij denken dat je minimaal dertig procent sociaal moet bouwen. Dat kost natuurlijk geld. Daar kom ik op terug. Daarnaast moet je ook gemengd bouwen.
En het programma van wat je in het Maasterras realiseert, zul je moeten inkaderen in een bouwprogramma voor de hele gemeente. Je moet kijken, wat kun je waar bouwen? Dat geldt zowel voor het type woningen die je bouwt als het programma. Elders in de stad bouwen niet dertig procent sociaal. We vervangen wel een aantal sociale huurwoningen, maar wat we toevoegen is bepaald niet dertig procent sociaal. En ik denk dat we daar minimaal naartoe moeten. De heer Noldus merkte terecht op dat als je meer sociaal in het programma zet, dan scheelt dat in je grondopbrengsten. Dat
24
betekent extra kosten. Wij zouden graag zien dat er beter gekeken wordt naar de mogelijkheid om de bebouwing aan de Weeskinderendijk Oost te handhaven. We hebben het idee dat de afrit van de brug op een andere manier... Of dat je op zijn minst moet onderzoeken... Want ik weet nog niks zeker. Maar dat je moet onderzoeken of je de afrit van de brug op een andere manier aanlegt, waardoor je die bebouwing handhaaft. En dat bespaart je tientallen miljoenen. En dat kan een deel van de dekking zijn voor het extra verhogen van het sociale bouwprogramma. Daarmee sla je in feite twee vliegen in één klap. Wat betreft de rest van het programma, vinden wij het terecht dat er vooral of sterk gekeken wordt naar starters en empty nesters. Maar dat is niet alleen een kwestie van woonprogramma. Dat heeft ook direct te maken met je voorzieningenprogramma in het gebied. Dat verdient ook aandacht bij de verdere planontwikkeling. Tenslotte de lage parkeernorm. Kan dat of kan dat niet? Wat dat betreft, ik dacht van dat zal best moeilijk zijn wat er voorgesteld wordt. Maar ik was blij verrast met de plannen die wij in Schiedam en Delft gezien hebben. En daarbij wordt het plan in Delft ontwikkeld door een commerciële partij. En die gaat ook van vergelijkbare normen uit. Dan denk ik, laten we er voorlopig maar op gokken dat het wel kan.
En als we parkeerplaatsen tekortkomen, kun je die altijd op enige afstand bijbouwen. Het is niet zo dat als je mogelijk in de toekomst een lage parkeernorm realiseert, dat je dat niet op een later moment kunt compenseren. Alleen niet in de woonblokken zelf, maar wel aan de rand van het gebied. Dat tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Damen. Het RIGO-rapport en de woonvisie volgens de heer Damen verouderd. Minimaal dertig procent sociaal. Gemengd bouwen. Programma Maasterras inkaderen in het programma van de hele stad. Beter kijken naar of de bebouwing van de Weeskinderendijk Oost niet gehandhaafd kan worden. Dat zal gevolgen hebben voor de afrit van de brug, maar scheelt een heleboel geld. En dat kan gestoken worden in meer sociaal bouwen. Aandacht voor starters en empty nesters ook hier, maar dan wel gelijk kijken naar de voorzieningen die deze groep nodig hebben. En de parkeernorm, volgens de heer Damen, enerzijds was die haalbaar, anderzijds sprak hij wel, en dat vond ik een beetje tegenstrijdig, over een gok. De heer Damen: Ik heb het woord gok niet in de mond genomen. Maar je weet nooit wat de toekomst brengt. De voorzitter: Ik zie heel veel mensen die toch getuigen dat u het woord gok wel... Maar daar gaan we verder niet op door. Mijnheer Van der Kruijff, u mag. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, het CDA heeft eigenlijk een iets andere invalshoek voor vandaag gekozen. Namelijk niet om al een soort oordeelsvorming over het hele programma en woonprogramma, want dat gaan we later allemaal wel doen, maar even een beetje aan te haken op het proces waar we nu zijn en waar we in zitten. Er ligt een concept bestemmingsplan. Het college is bezig met een marktconsultatie. Heeft ook aangekondigd anterieure overeenkomsten te willen gaan sluiten op basis daarvan. En een beetje in die lijn willen wij graag wat opties meegeven, wat volgens ons wijs is. Want we horen vandaag al heel veel discussies over een woonprogramma en hoe dat zou moeten qua betaalbaarheid. Koop, huur, vierkante meters, et cetera. En wat wij een beetje op ons af zien komen, is dat er nu op basis van het concept bestemmingsplan met
25
marktpartijen beeld gevormd wordt of het concept bestemmingsplan haalbaar is. Maar wat volgens ons wel verstandig zou zijn en wenselijk zou zijn, als we als raad ook wat informatie krijgen over daarvan afwijkende scenario's. En wellicht komt het wel uit die marktconsultatie. Dat weet ik niet. Maar wij zouden dat wel wenselijk vinden, want dan kunnen we met elkaar ook een iets meer onderbouwde keuze maken voor wat nu voorligt. Temeer omdat wij er niet heel... Of niet op gerust is een groot woord, maar omdat wij ook wel zien dat er nog heel veel miljoenen te kort zijn om dit allemaal te realiseren. En wij kunnen hier natuurlijk allemaal wensen bedenken tot we een ons wegen, maar als we het ons financieel niet kunnen veroorloven en als we het niet kunnen betalen, dan wordt het een beetje wensdenken. En we hopen dat het uit de marktconsultatie komt. Maar we hopen ook dat uit de marktconsultatie dan iets komt met bijvoorbeeld wat meer betaalbare koop of wat minder betaalbare koop of huur. Of als je naar vierkante meters kijkt, is minder grote appartementen en wat kleinere appartementen, zodat we daar een afweging in kunnen maken. Voorzitter, dan een ander punt. Want dit gaat over een hele lange tijd voordat dit allemaal gerealiseerd gaat worden.
Vorige week bij de technische sessie kreeg ik op mijn vraag te horen dat het toch de bedoeling was om één overeenkomst met ik denk een consortium of met een projectontwikkelaar te gaan sluiten voor het hele programma. En wat wij wel zouden willen, is dat daar toch flexibiliteit in blijft zitten. Want we weten ook allemaal dat conjuncturen veranderen, dat beelden veranderen, wellicht ook prijzen veranderen van huizen, of het van huur of van koop is. En dat we daar ook gedurende de hele periode op in kunnen blijven spelen. En niet alles aan de voorkant meteen muurvast zit. Ons verzoek om te kijken bij het sluiten van anterieure overeenkomsten met partijen die wendbaarheid en die flexibiliteit daarin te verankeren, zodat we kunnen blijven bijsturen als raad en we ook volgende raden en colleges nog... Indien nodig. Voorzitter, het werkbezoek, ook nog een paar ideeën. Want daar horen we ook wel de mogelijkheid van modulair bouwen. Er werd aan studentenwoningen gebouwd. Die waren heel klein. Zestien, zeventien vierkante meter. Die kennen wij in Dordrecht ook bij het Leerpark. Maar wellicht dat je op termijn toch ziet dat er behoefte is aan grotere woningen. Dat je ze kunt samenvoegen. Ook in het woonprogramma kijken of je die flexibiliteit in kunt bouwen. Dat je ook, als het eenmaal gebouwd is, toch nog kunt veranderen.
En helemaal een creatief idee wat we daar hoorden, was van parkeerhuizen. Dat je zelfs parkeervoorzieningen kunt transformeren naar woonvoorzieningen en andersom. Was geloof ik in Schiedam, als ik me goed herinner, dat dat gezegd werd. Gezien alle zorg hier ook over de parkeernorm, zou dat wel een flexibiliteit zijn die voor ons misschien heel fijn is als je denkt, het past toch niet als er in de toekomst wellicht... Dat je dan toch nog daarop kunt bijsturen. En een laatste punt, voorzitter, als het over de voorzieningen gaat, wil ik toch nog maar even genoemd hebben, dat er niet alleen gedacht wordt aan wonen voor mensen die dat zelfstandig kunnen. Maar dat we ook denken aan voorzieningen vanuit de inclusiviteit voor bijvoorbeeld begeleid woningen of woningen voor mensen met een beperking, zodat het ook een inclusieve wijk kan worden. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Kruijff. Wat betreft de marktconsultatie graag ook informatie over afwijkende scenario's. Bijvoorbeeld meer of minder betaalbaar bouwen, grotere of kleinere woningen, een beetje mogelijkheid tot schuiven. En wat heeft dat dan voor financiële gevolgen? Graag flexibiliteit wat betreft de overeenkomst die getekend wordt. Niet helemaal gelijk vastleggen voor het totale project, maar
26
eventueel later nog mogelijkheid tot schuiven. Het werkbezoek heeft opgeleverd, en ik kan me ook herinneren dat inderdaad modulair bouwen aardig kan zijn. Beginnen met een kleine woning en later drie tot één samenvoegen. Zelfs de mogelijkheid van parkeervoorzieningen ombouwen naar woonvoorzieningen of omgekeerd. En aandacht voor inclusiviteit. Mensen die begeleid wonen of mensen met een beperking en dergelijke. Tot zover, de heer Van der Kruijff. En dan denk ik dat het wel aardig zou zijn als mijnheer Buitenhek een korte reactie zou kunnen geven, met de nadruk op kort. Mijnheer Stolk wil ook nog. Dat ga ik u natuurlijk niet verbieden. Mijnheer Stolk. De heer Stolk: Dat dacht ik ook. Wij als VSP kijken veel naar de ouderen. En wij denken ook dat er in de bouw zeker gebouwd moet worden voor de ouderen. En wel zo dat het ook levensloopbestendig is. Knarrenhof en noem maar op. Twee is eigenlijk het kopen en huren, dat dat op een hoger percentage komt, in de goedkoper sector. Dertig, misschien zelfs meer als dat nu is. En ik ga zeker mee met degene die gezegd heeft, betaalbaar wonen rond de drie ton. Voor de rest, even kijken, dat wij ook voor zijn dat de huren van de huizen zeker vijftien tot twintig jaar moeten blijven bestaan. Dan nog over de Weeskinderendijk. En daar ben ik het mee eens dat de Weeskinderendijk, zoals hij er nu is, voor deze mensen behouden blijft.
En u hoorde al door mijn collega zeggen dat dat wel een mooie financiële winst zou kunnen zijn. En voor deze mensen een geruststelling. Dat zou ik nog willen meegeven. En de coöperatieve bouw van de coöperaties, dat die inderdaad aan de tafel komen en dat wij daar ook een keer een gesprek mee kunnen voeren. Dat is ook een wens. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Maar mijnheer Portier gaat ervoor zorgen dat u nog niet klaar bent. De heer Portier: Ik had even een vraag over die vijftien tot twintig jaar behouden van een sociale huur. Op het moment dat inderdaad een projectontwikkelaar die woningen gaat bouwen, dan zijn ze inderdaad voor bijvoorbeeld die vijftien jaar gebonden. Maar ik herinner me dat in het eerste debat dat we in de raad hebben gehad, er een toezegging was dat de corporaties ingeschakeld zouden worden om deze woningen te bouwen. En dat betekent dat ze gewoon sociale huurwoningen blijven, zolang ze er staan. En dat is dan zeker voor vijftig jaar. En misschien dat ook de heer Buitenhek daarop kan reageren, maar misschien u ook. Waarom die vijftien jaren blijven noemen? De voorzitter: Mijnheer Stolk, heeft u daar een reactie op? De heer Stolk: Ik ben het met Ronald Portier zeker eens. Als dat gezegd is en dat besproken is, dan zou ik het altijd zo willen houden. Maar er wordt gesproken steeds over vijftien, twintig jaar, nu ook. Zeker zo lang mogelijk.
De voorzitter: Dank u wel. We hebben gehoord in ieder geval van de VSP, en dat is heel begrijpelijk natuurlijk, bouwen voor ouderen. Levensloopbestendige woningen. Knarrenhofjes. Liever nog wat meer goedkope huizen, sociale huur. Dat percentage van dertig is eerder een onder- dan een bovengrens. Drie ton is ongeveer een betaalbare woning en niet meer. Vijftien tot twintig jaar sociale huur, dat moet ook zo blijven. Liefst langer. En aandacht voor het behoud van de woningen aan de Weeskinderendijk Oost. En ook hier wordt genoemd de coöperaties graag aan tafel. Mijnheer Buitenhek, ik denk dat u best een en ander meegekregen waar u uw voordeel mee zou kunnen doen.
27
Althans voor de één wordt het een voordeel, voor de ander misschien nadeel. Maar zo gaat het vaak. Een reactie graag. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij voldoende reacties gekregen om extra aandacht te geven, de komende maanden, aan de afwerking van het ontwerp bestemmingsplan. Een paar zaken wil ik er even uithalen om nog iets te verduidelijken. Ik doe het even op alfabetische volgorde. Of in ieder geval in volgorde die we net hebben gehad. En dat ging even over het aantal woningen versus de oppervlaktes. Wat wij in het ontwerp bestemmingsplan gedaan hebben, hebben we even een reken gegeven. Dat hebben we vorige keer ook uitgelegd. We hebben even een rekenkundig gemiddelde genomen van de oppervlaktes, om in ieder geval voor ons even door te kunnen rekenen op hoofdlijnen of zo'n programma haalbaar is. Daar is die 100 vierkante meter op gestoeld. Dat is niet de 100 vierkante meter die wij straks daadwerkelijk gaan gebruiken. Maar dat was vooral een rekenexercitie, zoals we vorige keer ook aangegeven hebben. Dan was er een vraag over de betaalbaarheid van woningen. Het werd net netjes uitgerekend tussen de 321 als ondergrens en de 390 als betaalbaar, de bovengrens. Dat is wat we overgenomen hebben uit de norm vanuit BZK. Dat is de door het ministerie opgelegde norm. Die hebben wij nu even overgenomen.
Mocht daar vanuit de raad een andere visie op zijn om dat te doen, dan kunnen wij dat natuurlijk altijd in de verschillende scenario's straks voor u doorrekenen. Er is een paar keer ook verwezen richting de parkeernorm. In het werkbezoek op Schiedam en Delft is daar ook over gekomen. Zowel Delft als Schiedam houden een norm van 0,3 aan en zoeken ook naar flexibiliteit, laat zeggen buiten het gebied. In Schiedam hebben ze dat gedaan door echt bebouwde bovengrondse parkeervoorzieningen, die ook flexibel ingezet konden worden. Maar eigenlijk hetzelfde systeem was, geen auto's in de wijk, maar vooral tot de randen van de wijk opgeslagen in, zoals ze het daar mooi de parkeerhuizen... De heer Van der Kruijff gaf dat ook aan dat ze daar de flexibiliteit in zoeken. Ik heb nog niet gehoord dat ze meer woningen gingen bouwen als de auto's eruit moest, maar wel als de auto's meer waren om de woningen dan op te offeren. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter. De heer Buitenhek: Daar zit eigenlijk de balans dan denk ik in. De voorzitter: Mijnheer Schalken heeft een vraagje voor u. De heer Schalken-den Hartog: In reactie op wat mijnheer nu aangeeft. Die flexibele parkeernorm, begreep ik ook eigenlijk dat je bij bepaalde woningtypes zou kunnen kijken naar een lagere parkeernorm dan bij andere woningtypes.
Wanneer je in een groot gebied zit met heel veel starterswoningen, dat de parkeernorm iets lager is dan in een gebied waar dan de woningen ook iets duurder zijn. De heer Buitenhek: Voorzitter, dank u wel. Het uitgangspunt wat wij ook hier in deze wijk gebruiken is 0,3 als gemiddelde. Wat we in Schiedam, want daar heeft u even het voorbeeld van uw collega vandaan gehaald... Is dat ze gekeken hebben, bijvoorbeeld starterswoningen hebben ze daar gepositioneerd dicht bij het station. Daar gingen ze vanuit dat die woningen= helemaal geen auto hadden. En die hebben ze eigenlijk zo dicht mogelijk bij het perron gesitueerd. Ik geloof dat de heer Damen daar nog een vraag
28
over stelde met betrekking tot geluid en zon. En dat sloot eigenlijk aan op die doelgroep die veel geluid kon hebben en weinig zon nodig hadden en ook geen auto hadden. Dat was ongeveer de doelgroep die daar in Schiedam even aan de orde kwam. En toen hebben ze gekeken naar de woningbouw. En dat was volgens mij blok C en D. Dat waren de wat duurdere woningen daar. En daar hebben ze de parkeervoorzieningen aan de buitenkant genomen. Ze hebben de duurdere woningen wat meer aan de buitenkant gehouden, zodat de parkeernormering op 0,3 kwam, maar de bereikbaarheid van het parkeren zo dicht mogelijk bij de woningen zaten waar men van verwacht dat er een auto was. Vandaar even die toevoeging erop. De voorzitter: Eén moment. Mijnheer Portier wil daar ook nog eventjes op ingaan. De heer Portier: Voorzitter, even een kleine rekenkundige exercitie. Als we ervan uitgaan dat de woningen van de 5 ton en hoger allemaal 1 auto per woning hebben en dat alle woningen daaronder helemaal geen auto's hebben, dan kom ik uit op 4,5 auto per 10 woningen, gekeken naar de percentages. Is dan ook in dat kader die norm van 0,3 realistisch? De voorzitter: U mag er heel kort op ingaan, maar het komt later ook uitvoerig terug, denk ik. De heer Buitenhek: Dank u wel.
Er waren meer vragen nog eventjes met betrekking tot het overzicht, wat de behoefte is in relatie tot de betaalbaarheid en de behoefte in Dordrecht. Die zullen wij meenemen. En daar zal een antwoord op gegeven worden. Dan was de vraag of wij met corporaties in contact kunnen komen, om zodoende ze zo snel mogelijk aan de voorkant mee te nemen. Dat is reeds gestart. Ik heb momenteel zelf al samen met de directie een gesprek gehad met de woningbouwvereniging. En wij zullen ook meerdere benaderen om te kijken of het totaalpakket aan sociale woningen op een goede manier meegenomen kan worden in deze ontwikkelingen. En dat ook de garantie voor afzet daarmee gegarandeerd is. Om zodoende te zorgen dat het programma wat we hebben, dat we daar ook gelijk een oplossing van boter bij de vis hebben. En daar werd positief op gereageerd door de woningbouwcorporatie. Dat zal in deze vroege fase meegenomen worden. Dan was er een vraag gesteld over de erfpacht. Daar kom ik op terug. En dat zal het verzoek zijn dat het college daar een stuk richting de raad over inbrengt, zoals u vroeg. Dan was er een vraag over de woningen, vooral de sociale en hoelang dat eigenlijk... In de doelgroepenverordening is daar iets over afgesproken. 25 jaar met betrekking tot sociaal, als het via de woningbouwcorporatie gaat. Middenhuur en andere zaken zijn daar ook op afgesproken.
Daarmee staat gewoon wat u vastgesteld heeft, het aantal jaren waarop. Dat is geen onduidelijkheid richting straks de marktpartijen en corporaties en wat u als raad aan die partijen vraagt met betrekking tot dit soort doelgroepen. Dan zag ik eventjes de parkeernorm lange termijn. Dat is iets wat ook terugkomt vanuit het college naar u toe met betrekking tot de parkeernormering. We hebben ook vorige keer uitgelegd, en dat zullen we vanavond dan nog een keer herhalen in de presentatie met mobiliteit, dat bij zo'n opgave met een parkeernormering van 0,3 daar natuurlijk ook een parkeernormering bij hoort in de regio eromheen, in de gebieden eromheen. Want anders dan heeft u gelijk. Als er straks mensen, bij wijze van spreken, 4 auto's ter beschikking hebben, die zouden ze dan heel makkelijk in een andere wijk kunnen
29
parkeren als je daar geen parkeernormering op zet. Dat is ook daarbij de boter bij de vis. En vorige keer heb ik dat uitgedeeld in een bepaalde balans. Je moet bepaalde maatregelen wel rondom het gebied ook nemen om dit gebied goed te laten effectueren. Daar is eigenlijk veel van hetzelfde. Toen was er een vraag van de heer Van der Kruijff over consortiumvorming en flexibiliteit. Ik denk dat we vooral kijken, en daar zullen wij ook verschillende scenario's voor doorreken, met betrekking tot de scenario’s over financiën. Daar komen we in een vertrouwelijke sessie bij u en de raad mee terug. Maar wel degelijk zullen wij kijken naar scenario's en ook de flexibiliteit. Flexibiliteit kost inspanning, maar ook geld. En de afweging is welke flexibiliteit je met elkaar wil afspreken, omdat de marktpartijen willen een bepaalde vastigheid en de overheid zou een bepaalde flexibiliteit hebben. Daar moeten we een goede balans in zien te vinden. En dan kom ik vertrouwelijk bij u terug, om zodoende toch het gevoel te hebben dat er een goede sturing gaat op de lange termijn. Vandaar dat wij niet op het plan selecteren, maar vooral op een partnerkeuze. Om zowel de lange termijn te garanderen, om daar ook gezamenlijk in die samenwerking in te stappen. Het voorstel wat we nu hebben, is niet om gronden uit te geven, maar in te stappen in een samenwerkingsverband.
Werkbezoek kwam even bij modulair bouwen. Dat hebben wij ook als onderdeel meegenomen in het bestemmingsplan. En de kwaliteitseisen die daarbij zitten. Dat geldt ook voor de voorzieningen met de soorten begeleid wonen. Ik hoorde ook de naam Knarrenhof. Die zullen wij meenemen in het afsprakenkader, om te kijken hoe we daar invulling aan kunnen geven. Ik krijg nog even een... Word ik daarvoor gesouffleerd. En dat ging even over de daken. Die kwam een paar keer terug. Ook wij kijken naar van, op het moment dat je op een dak kijkt, dan zullen we daar ook maximaal kijken naar de vergroening, om te zorgen dat daarmee hittestress wat afgeremd wordt. En voor de daken waar niet op gekeken wordt, wordt er gekeken niet alleen naar zonnepanelen, maar dan zouden er misschien ook nog andere mogelijkheden kunnen zijn om energie op te wekken zonder zonnepanelen. Die combinatie zullen wij daar ook in meenemen. De voorzitter: Als u het toch over daken hebt, dan zit u een beetje hoog. Ik meen ook nog een opmerking gehoord hebben van mevrouw Van Herwijnen over de maximale hoogte. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, maar dat doe ik dan even uit mijn hoofd, ik dacht dat de toren hier in Dordrecht ongeveer 69 meter hoog was. En we hebben nu ongeveer gekeken naar de hoogte vanuit de bouwopgave, 70 meter. Dat is om en nabij de spits van de toren.
Ligt er net even aan hoe hoog de vlaggenstok is. Maar dat is ongeveer waar we van uitgaan. Maar we hebben in dit bestemmingsplan ook gekeken naar, mochten er hoogteaccenten toegevoegd kunnen worden, dan kan dat, maar dan heeft u gelijk, dan is ook het bouwvolume, maar ook de bouwprijs daaraan gebonden. Maar die vrijheid laten we nu nog wel in het bestemmingsplan voor de ontwikkelaars. De voorzitter: Dank voor deze toevoeging. Ik kijk rond. Ik zie geen vingers. Dat is prima. Dan heb ik twee vragen. Mevrouw Jager even nog. Even centraal. U mag zo meteen verder kletsen. Eerste vraag is dan maar even aan mijnheer Buitenhek. Bij een consultatie is natuurlijk de bedoeling dat je input krijgt. Heeft u voldoende input gekregen en waardevolle input?
30
De heer Buitenhek: Voorzitter, ik weet niet of dat een waardeoordeel is, maar er is voldoende ingebracht, naar mijns inziens, om het ontwerp bestemmingsplan te verrijken. De voorzitter: Dank u wel. Dat is in ieder geval heel goed om te horen. Dan heb ik een vraag aan de commissie. Wenst de commissie, met de ervaringen van vanavond, over het thema mobiliteit/Zwijndrechtse brug ook nog steeds een consultatie? U kunt hem skippen, maar ik zie... Eerst knikt iedereen en nu schudt iedereen. Mijn conclusie is dat u dat wenst. Hij staat gepland voor 16 april. Dat belooft een heerlijk avondje te worden, denk ik. Dan zijn we royaal op tijd klaar. Hebben we toch even pauze. Kunnen er wat deuren opengegooid voor het alarm afgaat. Ik dank u hartelijke voor dit moment. En ik zie waarschijnlijk de meesten straks terug. Mocht u niet terugkomen, neem dan uw kopje op flesje mee en breng het waar het hoort. Dank u wel. 5. Stadsas: Ontwerp bestemmingsplan Maasterras – Thema Mobiliteit (technische sessie) Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr.
Safranti (DENK) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder Van der Linden Overige aanwezigen: dhr. Buitenhek, dhr. Kramer De voorzitter: Goedenavond, beste mensen, voor de meeste van u wordt het de derde sessie alhier. We gaan het hebben wederom over de Stadsas, het ontwerp bestemmingsplan Maasterras. En jawel, velen zitten daar popelend op te wachten, het thema mobiliteit. Maar ik moet ze een beetje teleurstellen. Het is nog wel beeldvormend. Het is een technische sessie. Ik heet de raads- en commissieleden hartelijk welkom. Ik heet wethouder Van der Linden hartelijk welkom. Ik heet de heren Kramer en Buitenhek hartelijk welkom, voor de derde keer ook weer. Laat ik het nu maar een keer op de juiste
31
manier doen. Er zitten ook nog een paar mensen, ook welkom. En ook de mensen op de tribune aan de rechterkant. En niet te vergeten de mensen die thuis met ons meekijken. We gaan toch weer het voorstellingsrondje doen, want wie weet dat sommige kijkers nu pas aansluiten. Die hebben heel wat gemist natuurlijk. Ik ga deze keer weer rechtsom, mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank u, voorzitter. Voor de eerste keer deze avond in deze zaal. JanWillem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Portier: Ronald Portier, SP. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Stolk: En nog een Leo. Leo Stolk, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Kramer: Peter Kramer, projectmanager Maasterras. De heer Buitenhek: Ronald Buitenhek, programmadirecteur Stadsas. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder.
De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk. En ik ben deze avond commissievoorzitter. Korte toelichting. Reden van deze vergadering, de komende maanden gaan we gebruiken om de behandeling van het bestemmingsplan Maasterras fase 1 goed voor te bereiden. Dat doen we onder andere door in diverse technische sessies stil te staan bij onderdelen van het ontwerp bestemmingsplan. Vorige week hebben we dat gedaan met
32
betrekking tot het thema wonen en voorzieningen. Vanavond staat het onderdeel mobiliteit centraal. Het is, ik zeg het maar weer een keer, een technische sessie, nadrukkelijk bedoeld om een goed beeld te krijgen bij hoe de voorstellen rond verkeer en parkeren tot stand zijn gekomen. Het politieke aspect van dit vraagstuk komt later aan de orde. Op verzoek van de raad zelf is op 16 april een consultatie over ditzelfde thema gepland. En dan met name over de Zwijndrechtse brug. Dan krijgen de fracties de gelegenheid hierover hun aandachtspunten, wensen en bedenkingen aan het college mee te geven. Volgende week dinsdagavond is er overigens ook een ontmoeting met de raad van Zwijndrecht gepland. Dit zou ook nog input kunnen geven voor de consultatie. Ik roep u op om daar ook daadwerkelijk heen te gaan. Ik ga het woord geven, wederom, aan Ronald Buitenhek. En ik heet de heer Safranti ook hartelijk welkom aan tafel. Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Zoals op de sheet staat, willen we u meenemen in het ontwerp bestemmingsplan met de uitgangspositie van mobiliteit en hoe wij daarmee omgegaan zijn de afgelopen tijd om mobiliteit ook een plekje te geven in het ontwerp bestemmingsplan. In de agenda voor vanavond willen we nog even terugpakken op de ontwikkelvisie en hoe mobiliteit daarin is weergegeven.
Dan even terugblikken en kijken naar het Maasterras met de zienswijze. Dat was de vorige keer ook een vraag. En dan willen wij kijken naar de omgevingseffectrapportage en de verkeersstructuren met mobiliteit parkeren. Was vorige keer een vraag. Die is daarnet ook al even aan de orde geweest. Maar die doen we nog een keertje dunnetjes over. En de verbinding van de Hoge Bakstraat kwam de vorige keer ook voorbij. Die hebben we ook even meegenomen in deze presentatie. Even terugpakkend naar de ontwikkelvisie van Mecanoo, die u als raad voorgelegd heeft gekregen en ook als uitgangspunt vastgesteld heeft. Daar hebben we eventjes voor mobiliteit de zaken uitgehaald, om die nog eventjes met u te delen. Ze bouwen zoveel mogelijk in de binnenstedelijke kant rondom de twee ov-knopen. En dan praten we hier over het hoofdstation en Leerpark. Kijkend naar die mobiliteitstransitie op het spoor, waar we het net al even in de vorige sessie ook over gehad hebben, over het CitySprinter-concept. De Stadsbrug wordt omgevormd tot een spectaculaire wandel- en fietsroute, zoals hij in de visie stond. Ruimtes onder de brug kunnen worden gebruikt voor bijzondere plekken. En de openbare ruimte voor verblijf en ontmoeting, vooral die interactie. Ook daar de mobiliteit kijken naar hoe je verkeersstromen en hoe je loopstromen met elkaar kan combineren.
Tevens stond, en die hebben net eigenlijk ook al even aan de orde gehad, maar de inzet van de ontwikkelvisie ten aanzien van die mobiliteitsopgave. Dordrecht duurzaam, leefbaar en bereikbaar. Dominantie van het autoverkeer te verminderen. En dat vraagt om die mobiliteitstransitie op het spoor met de stations. Ook de omvorming van de Stadsbrug is de vorige keer duidelijk aangeven. Toen in de visie ging dat vooral om fietsers en voetgangers. Wij zullen u straks meenemen dat wij ook het openbaar vervoer daaraan toegevoegd hebben. En de laatste is de visie met betrekking tot maatregelen om die noodzakelijke mobiliteitstransitie ook goed vorm te kunnen geven in het vraagstuk met betrekking tot de woningbouw. Toen ik de vorige presentatie met u hield, hebben wij het genoemd spelbepalende richtingen. Omdat u als raad aangaf dat er nog geen besluiten genomen werden, maar er konden wel richtingen aangegeven worden. Zodoende hebben we die eventjes hier overgenomen. Wat wij in het ontwerp bestemmingsplan hebben gedaan, is vooral deze spelbepalende richtingen opgenomen.
33
En daar ziet u staan het verwijderen, gefaseerd, van de Brugweg. Het opheffen van de stamlijn en het rangeerterrein. Het invoeren van een parkeerstrategie. Die kwam net ook al eventjes voor. Niet alleen op het Maasterras, maar vooral ook eromheen, om die parkeerregulering goed tot uiting te laten komen. Het verplaatsen, ook gefaseerd, van de woonwagenlocatie en het verwijderen, gefaseerd, van de woningen aan de Weeskinderendijk Oost, de Vlietweg zijde. Dat waren de richtingen die wij vorige keer met u hebben besproken en waarin nu ook het college richting gegeven heeft, om zo ook het ontwerp bestemmingsplan invulling aan te geven. Toen vroeg u ook de uitdagingen die wij hebben. En die hebben we eigenlijk zo opgevat, en dat was ook in de vorige sessie met betrekking tot wonen, dat wij een knip gemaakt hebben in de partijen met wie wij tot oplossingen moeten komen en die uitdaging gewoon invulling te geven. We hebben daarvoor gekozen in een publiek-private kant. Dat is meer met de ontwikkelaars en de bouwers om te kijken hoe we dit programma kunnen doen. Maar ook met een publiek-publieke kant, waarin de gemeente Dordrecht samen met I&W en BZK, de twee ministeries, kijken naar deze oplossingen, omdat de grootste uitdagingen liggen bij de ministeriële uitvoeringsdiensten. En dan praten we over ProRail, Rijkswaterstaat. Daar zijn we mee in gesprek.
En daar heeft ook de beide ministeries de opdracht voor gekregen om een onafhankelijke adviseur voor aan te wijzen, die met ons samen in samenhang tussen de driehoek I&W, BZK en de gemeente Dordrecht deze uitdagingen ter hand te nemen en tot een oplossing te komen. Dat was ook de vraag die u de vorige keer stelde, hoe gaat dat proces met betrekking tot publiek-privaat? Daar geef ik bij deze dan ook antwoord op. Kijkend naar het proces van het bestemmingsplan, dan zitten we nu in de zienswijzeprocedure. Die liep tot en met 1 februari. We hebben de zienswijzes ontvangen van de verschillende partijen. U ziet even welke thema's dat op hoofdlijnen zijn. En er staat hier ook onder de publieke stakeholders die een zienswijze hebben ingediend. Daarnaast zijn er ook bewoners en bedrijven die dat gedaan hebben. Maar hier heb ik even de splitsing gemaakt tussen publiek en privaat. De publieke stakeholders gaan we die publiek-publieke samenwerking mee aan, wat ik u net aangaf. En daar zijn dit de onderwerpen waarin we daar tot een oplossing moeten komen. Aan de andere kant van de sheet staat vooral dat mobiliteitsconcept. En dat is erg belangrijk. Als je hier wil kijken hoe we dat op het Maasterras moeten doen, dan is dat ook dat CitySprinter-concept, maar zeker ook de aanleg van het fietspad F16.
Maar ook het optimaliseren van de busconcessie, om ervoor te zorgen dat zowel de wijken door de bus goed ontsloten worden en daarmee een goede aansluiting op de hoofdstations, maar ook voorzieningen in de nabijheid van het centrum en die logistieke hub. Dat zijn ook belangrijke mobiliteitsvraagstukken voor de toekomst, om zodoende te zorgen dat de bereikbaarheid naar het centrum en de bevoorrading naar het centrum door middel van hubs goed geregeld wordt. De voorzitter: Deze sheet spreekt voor zich. Ik geef alvast even een winstwaarschuwing. Er komen vijf sheets die identiek zijn aan deze sheet. Hou wat kruit droog en beperk uw vragen tot het voorgaande. Mijnheer Portier mag als eerste en daarna kom ik bij mijnheer Bootsman, dan bij mevrouw... Mijnheer Van der Spoel ook? Komt u ook. Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik zag een paar keer het woord gefaseerd voorbijkomen. Nu kun je je iets voorstellen bij het gefaseerd afbreken van woningen. Gewoon iedere
34
maand eentje. Maar wat moet ik me voorstellen bij het gefaseerd opheffen van de stamlijn of het gefaseerd opheffen van de aanlijning van de brug? Want als je er één pijler tussenuit haalt of als je een klein stuk rails er tussenuit haalt, uit de stamlijn, dan doet hij het niet meer. Dan heeft het geen nut meer. Wat is de betekenis van het gefaseerd in dit verband? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, zegt u het maar. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Gefaseerd bedoelen wij dat op het moment dat je in een bestemmingsplan aangeeft dat er iets weg gefaseerd moet worden, dat is de term zoals dat in het bestemmingsplan gezegd wordt, wil dat niet zeggen dat je dat een dag later gelijk effectief maakt. Wij hebben aangegeven in het bestemmingsplan zit de Crisis- en herstelwetvoorwaarden. En daarmee kan je gefaseerd nog een tijdje de dienstverlening hanteren, zonder dat je hem op dag één gelijk weghaalt. Dat is gefaseerd. De bedoeling hebben we daarmee aangegeven, dat partijen ook de mogelijkheid hebben in fasering tot goede oplossingen te komen. Het kan best zo zijn dat we op dag één het nog niet nodig hebben dat de brug, bij wijze spreken, weg is, omdat wij nog voldoende maatregelen kunnen treffen om gewoon de voortgang van de woningbouw te doen. En dat die bij wijze van spreken pas na een ander tijdstip echt weggehaald moet worden. En dat noemen wij gefaseerd.
De voorzitter: Mijnheer Portier gerustgesteld? We gaan niet eerst de pijlers weghalen en dan daarna de rest. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank. Ik heb een vraag over de spelbepalende richtingen. Er staat bijvoorbeeld inderdaad, het verwijderen van de Brugweg en het opheffen van de stamlijn en het rangeerterrein. En ik vroeg mezelf af, wat als deze toch best wel kritieke punten niet lukken of maar deels lukken? Heeft dat veel invloed op het woningbouwprogramma? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Zoals wij vorige keer aangegeven ook in de presentatie, richten wij ons op vier parallelle processen. Dat is het afronden van het bestemmingsplan. Dat is de publiek-private acties, die we uit moeten zetten. En het publiek-publieke. Mocht er op één van die drie... En dan ook nog de kaders en de randvoorwaarden. Die vier. Die zijn allemaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mocht er op één van die pijlers een vertraging lopen, dan heeft dat direct invloed op de andere pijlers. Uw vraag, lukt het bij de ene wel of bij de ander niet, dan zullen we dat gefaseerd op moeten lossen. Maar dat heeft altijd consequenties. De voorzitter: Dat is duidelijk, mijnheer Bootsman. Dan gaan naar mijnheer Van der Spoel. De heer Van der Spoel: Dank u wel, voorzitter. Want mijn vraag gaat ook over die stamlijn.
De gemeente gaat in overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincie Zuid-Holland en ProRail en het Havenbedrijf Rotterdam en dan ook nog alle individuele bedrijven. Volgens mij
35
zijn dit niet de meest vlotte partners om in overleg mee te gaan. Bij de vorige presentatie in het begin van de avond zag ik een heel mooi tijdschema van, 13 januari krijgen we dit te zien en dan krijgen we, wat was het, in oktober en dan 12 december. Ligt er zo’n tijdlijn ook al met deze partners? Dat wij weten, dan vinden die gesprekken plaats en dan krijgen jullie een terugkoppeling. Of is dat ook weer een mooi gefaseerd iets en krijgen we dat hapje stukje voor stukje bij ons? De voorzitter: Dat woord gefaseerd zal nog wel een paar keer langskomen. Maar wanneer gaan we praten met wie, mijnheer Buitenhek? De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Er wordt momenteel met alle partners al gesproken. Laat zeggen, wat ik net aangaf in de driehoek I&W, BZK en de gemeente, waarin we een onafhankelijke adviseur aangewezen hebben om namens de twee ministeries en de gemeente te zorgen voor die publiek-publieke oplossingen, dat proces is gestart. Die persoon gaat ervoor zorgen dat al deze partijen met elkaar in contact komen. En zoekende naar een oplossing om deze vraagstukken ook daadwerkelijk zo op te lossen dat het bestemmingsplan op termijn vastgesteld kan worden. Wat wij als Dordrecht gedaan hebben, is de doorkijk naar eind van het jaar. En het college is voornemens om eind van het jaar het bestemmingsplan voor te dragen aan de gemeenteraad van Dordrecht.
De voorzitter: Mevrouw van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik wil toch eventjes richting die uitdagingen. En dan voornamelijk even de uitdaging van de Dokweg. In de eerdere bijeenkomst is al gesproken over dat er een verbinding wordt gezocht met het water en dat die Dokweg daar een beetje in de weg ligt, zowel voor de bewoners, maar ook ecologisch gezien. Nou kreeg ik van mijn collega te horen dat in Delft ze de Schieweg hebben verplaatst, om zo een aansluiting te krijgen met het water. Is dat iets wat voor Dordrecht misschien een goed idee zou kunnen zijn? De voorzitter: Alweer een bewijs dat het werkbezoek nuttig was. Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel. Laat zeggen, een deel, hoe heet het, van de Dokweg zullen wij zeker verplaatsen. Zo zit hij ook nu in het plan. En dat is vooral het deel wat nu ter hoogte van De Put loopt. Die willen wij laten samenvoegen of gelijk op laten lopen met de A16. Daarmee zorgen wij in fase 2 dat we eigenlijk een directe verbinding met het water kunnen organiseren. Voor fase 1 loopt de Dokweg eigenlijk onder het viaduct van het spoor. En dat is best een hele lastige om die te verplaatsen. Wat we daar wel naar gaan kijken, is of we door middel van hoogteverschillen tussen de weg en de aanliggende, laat zeggen, gebieden de bereikbaarheid over de weg beter kunnen laten functioneren.
Dat de mensen daar wel over de weg heen kunnen. Wat daar eigenlijk de extra uitdaging is, is dat wij voor fase 1 ook nu op willen nemen dat dat een shelterlocatie wordt. En ik kan wel eventjes op de kaart aanwijzen. Dit is fase 1. Daar hebben we nu ook een verzoek gekregen om dat gebied als shelterplaats, als schuillocatie voor hoogwater. En dat houdt in dat dat de beste optie is om die op te hogen. Op het moment dat we dit gebied ophogen en we gaan kijken naar het hoogteverschil wat we nodig hebben om over die weg een goede verbinding te maken
36
naar het water, dan is dat de grootste uitdaging die wij nu voorhanden hebben. We kijken wel degelijk door middel van die hoogteverschillen die we nu gaan creëren met betrekking tot het ophogen richting de waterkant of we daar gelijk gebruik van kunnen maken. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. U mag zo mijnheer Damen, maar mijnheer Gündogdu zat al zo lang te wachten. De heer Gündogdu: Dank u wel, voorzitter. Begin van de avond hebben we het onder andere gehad over de mobiliteitstransitie op het spoor. Waar ik benieuwd naar ben, is dat wij, deze raad, maar ook de vorige raden, altijd hebben stilgestaan bij vervoer van gevaarlijke goederen over het spoor. En veelvuldig is ook door de vorige colleges aangeven, dit is een belangrijke voorwaarde dat we wel uitzicht hebben op dat dat vervoer van gevaarlijke goederen op het spoor anders wordt gereguleerd. Hebben wij uitzicht op dat dat anders gaat verlopen? Want er is in het verleden veelvuldig studies gedaan over vervoer van gevaarlijke goederen over het spoor. En dat wellicht een ander spoor daar beter zou aansluiten. Ik ben even zoekende of die randvoorwaarde inmiddels is gecreëerd. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken. U was al klaar. Dan kan het makkelijk. Er komt nog een aparte sessie over spoor en de gevaren en alles wat daarmee samenhangt. Ik denk dat dat beter dan op tafel kan komen. Dat kan nu, de stamlijn.
Maar dat komt straks, zo meteen toch in de volgende sheets? Die komt zo meteen. Als dat uw vraag is, heel even geduld, komt aan bod. Dan stel ik voor dat we naar het... Mijnheer Laban nog. En daarna gaan we naar het volgende blokje. De heer Laban: U gaf aan dat tot het 1 februari mogelijk was om zienswijzen in te dienen. Die periode is nu gesloten. Kunt u iets aangeven over het aantal zienswijzen dat er ingediend zijn? En of dat de zienswijzen bij zijn waarvan u denkt, dit wordt een hele lastige en die gaat zeker effect hebben op het plan? De voorzitter: Zegt u het maar, mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel. Het aantal zienswijzen wat we binnen hebben gehad tot en met 1 februari is 45 stuks. En hij zit eigenlijk op hoofdlijnen hier bij deze sheet, bij de publieke stakeholders. Waar die stakeholders een zienswijze op in hebben gebracht. Daarnaast zijn er ook nog partijen geweest die grondbezittingen in het gebied hebben. Die hebben dat gedaan. En ook bewoners en bedrijven die geen eigenaar van de grond hebben, maar wel een zienswijze hebben ingebracht. Dat waren sommige zienswijzen, die gecombineerd waren en sommigen waren een-op-een. Ook de bedrijven bijvoorbeeld die nu gebruikmaken van de stamlijn hebben een zienswijze gemaakt. Zo is het een gemêleerd pakket van partijen die zienswijzen hebben ingebracht.
De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, ik denk dat u naar blokje twee kan gaan. De heer Safranti: Voorzitter, volgens mij heeft mijn collega een hele belangrijke vraag gesteld net. Zaten daar ook zienswijzen in waar de gemeente Dordrecht... U gaf aan, oei.
37
Maar hebben wij die zienswijzen ook gehad, waar u denkt van, daar moeten we misschien iets mee gaan doen of daar is meer aan de hand? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, dat is een listige vraag, denk ik. De heer Buitenhek: Ik kan u verklappen, wij moeten met alle zienswijzen dat doen. Laat zeggen, alle zienswijzes zijn ook openbaar, volgens mij, ter beschikking gesteld aan u. En wat wij nu in de procedure doen, die we netjes volgens de procedure ook afhandelen met een antwoord, die komt eerst naar het college en dan naar de raad. Bij het voorleggen tot vaststelling van het bestemmingsplan zullen ook de zienswijzes meegenomen worden en beantwoord. Maar als u kijkt, zoals ik hem maar even vertaal, waar lig je wakker van? Ik heb even de publieke stakeholders eruit gehaald. En daar hebben we juist dat proces opgezet, samen met I&W en BZK en de gemeente, om tot oplossingen te komen van deze zienswijzes. En of dat dan een oei of een moeilijk slapen is, dat is een flinke uitdaging. De voorzitter: Mijnheer Damen, ik heb even verder gekeken in de presentatie. U had het over die stamlijnen een vraag. Ik geloof dat ik hem toch niet aan zie komen. Ik zou zeggen, stel hem nu nog maar eventjes. Maar dat is dan wel de laatste in dit blokje. De heer Damen: Als de stamlijn gehandhaafd zou worden, levert dat hele grote problemen op. Want daar komt maar af en toe een treintje langs.
En ik weet helemaal niet wat daar de consequenties van zijn voor het woningbouwprogramma. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel. Wat wij nu gedaan hebben in de omgevingseffectrapportage die we gebruikt hebben bij het hoogstedelijke, hebben wij gekeken welke factoren invloed hebben op dat programma. En daar is de stamlijn er één van. En ik kan nu niet precies zeggen op welke gradatie hij overal heeft. Maar we hebben vooral gekeken naar het woningbouwprogramma en de omgeving waar hij invalt. Maar als we kijken naar de mobiliteit, bijvoorbeeld richting het hoofdstation wat we nu aan gaan pakken, dan zit ook de aantakking van de stamlijn en ook de aantakking van het rangeerterrein erbij. En die heeft daar ook mee te maken voor de ontwikkeling van het station. Meervoudig gaat de stamlijn invloed uitoefenen op zowel de woningbouwontwikkeling van het Maasterras als de herontwikkeling van het station. De voorzitter: Laat u uw microfoon maar aan. Dan kunt u gelijk verder met het volgende blokje. De heer Kramer: Dank u wel. Ik ga jullie meenemen in het verhaal van de OER. Uitgangspunten die we hebben gehanteerd, welke verkeersstructuur daartoe heeft geleid en het aspect van de mobiliteit in zijn breedte daarin. Dit zijn de uitgangspunten die wij vanuit het voorkeursalternatief in het OER hebben onderzocht.