CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2024.03.26 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 527.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG D.D. 26 MAART 2024 Vergaderzaal 1 2. Vragenhalfuur Voorzitter: De heer Schalken-den Hartog Raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: burgemeester Kolff, wethouder Heijkoop De voorzitter: Beste mensen, goedenavond allemaal en welkom bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 26 maart. Iedereen van harte welkom, hier aanwezig en ook mensen die digitaal meeluisteren. We hebben vandaag twee vragen. Eén vraag over de toeslagenaffaire en één over parkeerschade op het Geldelozepad. De eerste vraag over de toeslagenaffaire komt van de SP. En mevrouw Kamphuis kan hem goed toelichten. Ga uw gang. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Afgelopen vrijdag was wethouder Heijkoop te gast bij Nieuwsuur, waarin hij reageerde op zijn uitspraak dat ambtenaren zich soms een pinautomaat voelen in de zaak rond het toeslagschandaal. Een aantal slachtoffers hebben zich vervolgens bij ons gemeld. Deze uitspraak viel bij hen in het verkeerde keelgat. Ze waren teleurgesteld.

Kan de wethouder voor deze mensen aangeven hoe hij deze uitspraak precies bedoelde? En twee, hoe komt het dat wij niet direct in beeld hebben of de mensen die een aanvraag doen wel of geen recht hebben op een vergoeding vanuit de overheid, bijvoorbeeld of zij überhaupt kinderen hebben? De voorzitter: Kort en krachtige toelichting. Dank u wel. Mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel. En vooral ook dank aan mevrouw Kamphuis dat u deze vragen stelt. Want ik begrijp heel goed dat deze vragen bij u opkomen en dat ook toeslaggedupeerden zich hebben laten horen. Verschillende kanten op trouwens. Ik heb ook veel reacties gekregen van toeslaggedupeerden die ook herkennen dat er in de hele hersteloperatie dingen gebeuren die ons minder vrolijk stemmen. En u doelt op een interview dat ik heb gegeven aan de Volkskrant. En de quote die u noemt, was van een medewerker die inderdaad aangaf dat zij zich soms een pinautomaat voelde. En dat is gelegen in het feit dat deze hersteloperatie, die al enkele jaren loopt, die loopt niet goed. Die loopt traag en veel te traag. En heel veel gedupeerde ouders moeten lang op duidelijkheid wachten. En de lengte van die duur brengt frustraties mee en staat ook herstel in de weg. Niet zozeer financieel herstel, maar ook om je leven weer op te pakken.

1

En drieënhalf jaar geleden hebben we met de staatssecretaris destijds afgesproken dat wij ook een rol zouden vervullen in het herstel van gedupeerden, gericht op dienstverlening en begeleiding. Dat was met name de taak van gemeenten. En dan op een aantal leefgebieden. Op het gezin, op werk, op zorg, huisvesting en ook schulden. Op die zaak konden wij ondersteunen. Wat we nu zien, in het afgelopen jaar is dat verdubbeld. Is dat er steeds meer materiële zaken worden gevraagd. En dat is begrijpelijk voor een deel, omdat mensen zoeken naar waar ze wel voet aan de grond krijgen. En soms vertaalt de frustratie en boosheid zich ook in vraag naar spullen. Maar we hebben ook geleerd dat we de uitvoering heel serieus moeten nemen. En ik krijg in toenemende mate, en niet alleen ik, maar ook vanuit de grote steden Rotterdam, Amsterdam, Almere, Tilburg, allemaal vanuit de uitvoering signalen van, dit gaat echt niet goed. En dan voor een groot deel gaat het helemaal niet over dat wij niet ruimhartig willen uitkeren. Toevallig afgelopen week ook hier in Dordrecht een toeslaggedupeerde, een vader met jonge kinderen, wiens dak we... Gaat over meer dan 10.000 euro. Het dak vervangen. Die kosten we nemen voor onze rekening, omdat we zien dat de gezondheid en veiligheid van dat gezin in het gedrang komt als we daar niet in helpen. We zijn ruimhartig.

Alleen wat we ook zien, is dat er steeds meer vragen komen die echt wel heel fors in omvang zijn en geen enkele relatie meer hebben met het herstel en met het schandaal dat heeft plaatsgevonden. En dat brengt mij ook bij de tweede vraag. Bijna 70.000 mensen die hebben zich aangemeld. Daarvan is bekend dat er een heel groot deel, tienduizenden mensen, niet gedupeerd zijn. Dat die zich wel hebben aangemeld, omdat ze dan aanspraak kunnen doen op die brede ondersteuning. En daarmee worden bijvoorbeeld ook hun schulden in de pauzestand gezet. En dat is begrijpelijk. Alleen dat zijn geen toeslaggedupeerden. En uw vraag dat er soms geen kinderen zijn, dat komt heel vaak voor. Dat er geen kinderen zijn of dat er nooit toeslag is terugbetaald. Heel evident. Alleen vanuit het Rijk is men toch heel terughoudend om deze mensen uit het proces te halen. Die mensen kunnen zich dan toch bij ons melden. En op het moment dat is vastgesteld dat mensen niet gedupeerd zijn, dan krijgen wij dat niet te horen. Dat is voor onze medewerker soms ook lastig om dan te bepalen of iemand nog wel of niet rechthebbend is op die brede ondersteuning. Al met al een hele complexe, moeilijke hersteloperatie naar nog veel complexere, verdrietige omstandigheden van de mensen die dit hebben meegemaakt in dit schandaal. Ons hart en onze ondersteuning gaat echt uit naar die zwaar gedupeerden.

Maar juist die zwaar gedupeerden zijn nu de dupe van het feit dat deze hersteloperatie volledig is vastgelopen. En juist zij moeten nu extra lang wachten. En de grootste knelpunten zitten vaak in de traumaverwerking, zit hem in de lange doorlooptijd en nu in toenemende mate ook in het feit dat het verdriet en de frustratie van mensen zich steeds meer gaat vertalen naar spullen. En daar heb ik een interview over gegeven aan de Volkskrant. En ik kan me heel goed voorstellen dat die kop bij sommige gedupeerden hard binnenkwam. Ik hoop dat de mensen ook het hele interview hebben gelezen. En daarmee ook kunnen zien wat voor ongelooflijke dilemma's het met zich meebrengt om de zwaarst gedupeerden goed te ondersteunen. En ik ben blij dat u deze vraag gesteld hebt. Binnenkort gaan we weer in gesprek met de staatssecretaris om de hersteloperatie toch weer te verbeteren, juist ook op deze punten. En ik heb ook naar aanleiding van de interviews al wel wat signalen gekregen dat daar zeker weer stappen in gezet worden. De voorzitter: Dank u wel voor het uitgebreide antwoord. Ik zie nog een vinger bij mevrouw Kamphuis.

2

Mevrouw Kamphuis: Dank u wel voor het antwoord. Maar waar het om gaat, die mensen die inderdaad zich echt slachtoffer voelen en zijn, vooral zijn, die willen niet alleen spullen, want ze willen hun geld terug. Dat lijkt me logisch, want ze hebben te veel terugbetaald. Maar ze willen ook hun eigen kinderen terug. Misschien kunt u het mee naar het Rijk nemen om dat te bespoedigen. De voorzitter: Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, mevrouw Kamphuis raakt nu misschien wel het aller verdrietigste deel van dit hele schandaal. Dit staat geregeld op de agenda. Er is een apart bestuurlijk overleg over de uithuisplaatsingen. Namens de gemeente voer ik dat overleg ook met de minister. Maar wij zijn daar niet verantwoordelijk voor. Dat zit echt bij de gecertificeerde instellingen, bij de Jeugdbescherming, bij het ministerie. En dat is een hele ingewikkelde operatie. Ik kan ook moeilijk treden, dan zou ik ook spreken over dingen waar ik niet direct bij betrokken ben, in de afwegingen die die professionele organisaties maken. Maar ik heb wel begrepen dat er tal van afwegingen zijn die meespelen in het al dan niet terug kunnen plaatsen van een kind. En dat soms kinderen al jaren en jaren uit huis zijn. Het is ongelooflijk verdrietig. En u mag erop rekenen dat het appel dat u nu doet, dat ik dat zeker weer naar voren zal brengen.

Maar voor gemeenten past daar een hele bescheiden rol. Wat wij wel kunnen doen, is gedupeerden die daar ook getraumatiseerd door zijn, daar psychische ondersteuning te bieden via de GGZ en dergelijke. Maar ook daarvan zien we dat het heel specifiek trauma is en dat wij soms als gemeente ook niet bij machte zijn om daar het goede aanbod in te organiseren. Maar ik neem uw oproep absoluut ter harte. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk voldoende antwoord op dit onderwerp. En dank u wel allebei. Het volgende punt, de tweede vraag is van de Partij voor de Dieren. En die gaat over parkeerschade op het Geldelozepad. En de heer Venderbos-Lambinon gaat hem toelichten. De heer Venderbos-Lambinon: Voorzitter, dank. Deze vraag is natuurlijk van een hele andere orde dan die mevrouw Kamphuis gesteld heeft. Maar het zal je maar gebeuren. De verf van het schadeherstel van de vorige aanrijding is bij wijze spreken nog niet droog en je auto wordt weer geramd. Het afgelopen jaar is het ongeveer zes keer gebeurd. En meerdere bewoners van het Geldelozepad zijn de dupe van deze aanrijdingen, waarbij je dader steeds doorrijdt. Van de laatste aanrijding zijn camerabeelden voorhanden, maar de politie pakt dit helaas niet op. Naast de materiële schade levert snel rijden in deze smalle straat ook gevaar voor mens en dier. De Partij voor de Dieren stelt hierover de volgende vragen.

Eén, is het college op de hoogte van dit al lang lopende probleem. Twee, is het college bereid om te onderzoeken of het mogelijk is iets te doen om deze vernielingen te voorkomen?

Drie, wordt het in dit soort situaties door de politie per individuele aangifte beoordeeld of wordt het, als er in een korte tijd meerdere aangiftes zijn, in samenhang opgepakt, in samenwerking met de gemeente? En vier, kan het college iets betekenen voor de gedupeerden? Dat zijn de vragen.

3

De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de heer Kolff. De heer Kolff: Dank. En ik neem de beantwoording van deze vragen voor mijn rekening, omdat het natuurlijk ook de politie betreft. Er zitten ook wel aspecten aan voor verkeer en van weginrichting. Voor zover dat aan de orde is, zal ik dat ook kort benoemen. Op de eerste vraag, is het college op de hoogte van dit langlopende probleem? Ja, maar wel sinds u daar een vraag over hebt gesteld vanochtend. En dat zeg ik met een kleine knipoog, want ik snap natuurlijk dat het buitengewoon vervelend is als dit je overkomt, als je auto daar geparkeerd staat en je komt 's ochtends je huis uit en daar zit een deuk of een kras op. Maar dat is niet iets waar normaal gesproken de gemeente zich direct mee bezighoudt. Het is natuurlijk puur gedrag van anderen die dit veroorzaken. Mensen die zich niet aan regels houden. En sterker nog, als je al een schade veroorzaakt, dan hoor je natuurlijk gewoon te stoppen. Als je geen tegenpartij ziet, dan doe je even een briefje onder de ruitenwisser van, ik heb schade veroorzaakt en hier kun je me op bereiken. En dat doet helaas niet iedereen. Ik noem dat wangedrag. Het is ook eigenlijk een strafbaar feit, doorrijden na een ongeval. En dat hoort absoluut niet. Maar het is niet iets waar de gemeente normaal gesproken direct een rol in heeft. Ik heb wel wat dingen uitgezocht.

Is het college bereid om te onderzoeken of het mogelijk is om iets te doen om deze vernielingen te voorkomen? Dat vind ik een hele lastige, want dit gebeurt inderdaad... Ik heb het nagegaan. Dat is inderdaad zeven keer gebeurd sinds 1 januari 2023 op het Geldelozepad. Maar dit gebeurt tientallen keren per jaar in de stad. En wij kunnen dat als college, wat we daar ook aan zouden willen doen, niet altijd, bijna nooit denk ik, voorkomen. Dat is echt het gedrag van mensen onderling. En als er dan al een ongeval gebeurt, hoor je dat ook gewoon netjes met elkaar af te wikkelen. Ik noemde net die zeven. Zeven keer is dit gebeurd op het Geldelozepad. Daarvan zijn vijf zaken niet in behandeling genomen in verband met onvoldoende opsporingsindicatie. Daar heeft de politie gewoon te weinig aanwijzing om er iets mee te kunnen. Eén zaak is nog in onderzoek. En één laatste zaak is afgehandeld en ingezonden naar het Openbaar Ministerie. Daar zijn wel aanknopingspunten om een dader te achterhalen. Zo'n verlaten plaats ongeval, want zo heet dat, is een feit waarbij via internet aangifte kan worden gedaan. En in nagenoeg al die gevallen die ik net noemde, is ook aangifte gedaan. Er is geen onderling verband tussen de zaken gebleken. En er zijn meerdere zaken waarbij camerabeelden bij de aangiften zijn gevoegd. En die zijn ook in behandeling genomen en bekeken of er opsporingsindicatie in zat.

En bij de wijkagent is er ook extra aandacht voor. En kan het college nog iets betekenen voor de gedupeerden? Daar heb ik net iets over gezegd. Niet direct. Wat ik wel kan doen, is wijzen op het bestaan van het fenomeen Waarborgfonds. Dat is een collectief van alle verzekeraars waar mensen die schade lijden, waar niet direct een dader van voorhanden is, terecht kunnen met een claim. En onder bepaalde voorwaarden wordt die dan ook toegekend. Dat tot zover als beantwoording van deze vragen. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoorden. Ik zie nog een vinger bij de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Klopt, voorzitter. Het Geldelozepad is een hele smalle straat, die volgens mij gebruikt wordt door sluipverkeer. Toevallig ben ik er vanmiddag nog even geweest en zagen we diverse auto's die daar gewoon doorheen reden, bestelbusjes, koeriers, et cetera. En ik ben toch bang dat als de Spuiboulevard autoluw

4

wordt, dat hij nog meer gebruikt gaat worden als sluiproute. En misschien dat het een idee is dat de bewoners een parkeervergunning krijgen hier voor de parkeergarage Stadskantoor, zodat in de weg in ieder geval aan één kant niet meer geparkeerd gaat worden. De heer Kolff: Maar nu gaat u dingen vragen waar ik als burgemeester natuurlijk eigenlijk niet zoveel verstand van heb, verkeer. Ik ben gewoon, net zoals u, verkeersdeelnemer in de stad. Ik kom ook daar weleens, want ik woon er zelf vlakbij. Als je dat als sluiproute gebruikt, kom je weer op dezelfde plek terecht. Het is eigenlijk een rondje. Met mijn lekenverstand zeg ik dan even, waar kom je dan uit waar je normaal gesproken niet zou uitkomen? De mensen die daar rijden, moeten daar over het algemeen wel zijn, is mijn beeld. En juist het feit dat een straatje wat smaller is, zorgt er ook voor dat mensen daar over het algemeen, ik zeg over het algemeen... Dat is eigenlijk ook een snelheidsremmende maatregel. Er liggen ook drempels in die straat. Maar ik zal uw suggestie meegeven aan de wethouder die zich bezighoudt met parkeren, verkeer en dergelijke. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende denk ik ook over deze vraag. En dan wens ik allen een prettige vergaderagenda. 3.

Stadsas: Ontwerp bestemmingsplan Maasterras – Bijpraatmoment voortgang bestemmingsplanproces (technische sessie) Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (Forum voor Democratie) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: -

5

Overige aanwezigen: dhr. Buitenhek, dhr. Kramer De voorzitter: Goedenavond allen hier aanwezig. Welkom bij deze sessie Stadsas Maasterras. Het is een bijpraatmoment over de voortgang van het proces bestemmingsplan. Dit is een technische sessie. En het is beeldvormend. U weet, we hebben dit één keer eerder gehad. Dit is de tweede keer. En bij dat welkom, wat ik zei, voeg ik er even nog aan toe, welkom aan de raads- en commissieleden. Daar zitten de heer Buitenhek en zijn compagnon, die ons de presentatie zo meteen gaan laten zien. Ik zie verder geen wethouder. Die zal ook dan denk ik niet meer komen. Welkom de mensen die er verder nog aanwezig zijn op de tribune, ook van de Weeskinderendijk die ik zie. Fijn dat er nog belangstelling is. En ook welkom aan de kijkers thuis. Het traditionele voorstelrondje eventjes rechtsom. Mijnheer Schalken, u mag beginnen. De heer Schalken-den Hartog: Dat is geen verrassing dan meer. David Schalken, Beter voor Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht.

De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks Dordrecht. De heer Portier: Ronald Portier, SP. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Kramer: Peter Kramer, ambtelijke ondersteuning. Tevens compagnon van de heer Buitenhek.

6

De heer Buitendijk: Ronald Buitenhek, Programmadirecteur Stadsas. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De voorzitter: Dat is een nieuwe look. Moet ik even aan wennen. Zijn er nog mensen daar die zich voor willen stellen? Mijnheer Groenewege, bijvoorbeeld? Nee? Hoeft niet hoor. Mijn naam is Leen Struijk. En ik ben vanavond uw voorzitter. En die compagnon was even... Ik wist wel de voornaam Peter en de achternaam die was me een heel even ontschoten. En ik denk, we doen het altijd formeel hier. Compagnon vond ik wel leuk. En voor dit project klopt het wel een klein beetje. Goed zo. Korte toelichting. Reden van deze vergadering, in elk geval tot aan de zomer is er eens per maand een half uurtje ingeruimd om u, zonder verdere onderliggende stukken, kort bij te praten over de stand van zaken rondom de Stadsas en het Maasterras. Eind februari, een maand geleden, deden we dat voor de eerste keer. En dat beviel goed, in ieder geval bij de meerderheid. We besloten daarmee door te gaan. En vanavond hebben we weer zo'n bijpraatmoment. Ik ga het woord geven, ik denk aan mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Voorzitter, dank u wel. De aftrap van vanavond is... Laten we zeggen, we hebben vanavond nog twee sessies van anderhalf uur. En die gaan echt over het Maasterras en de inhoudelijke zaken.

Vanavond wil ik u in een halfuurtje meenemen in de bijpraatsessie met betrekking tot een MIRT-verkenning en de oplossingen die daar het komende jaar en het jaar daarna ook verder uitgewerkt worden. Dat stond namelijk niet op de agenda de komende tien weken, maar dat wilde ik u niet onthouden. Misschien maakt u ook wel gebruik om nog wat nader geïnformeerd te worden, als u deze presentatie heeft gehad. Wat ik vanavond met u wil delen, is de agenda om te kijken voor de processtappen van de MIRT-verkenning oude lijn. Ik wil nog iets zeggen over de Knoop Dordrecht, over het CitySprinter-concept, wat er nu in de studie wordt meegenomen, de Nieuwe Stations en een doorkijkje naar de toekomst. Daar zat een filmpje bij. En ik hoop dat die nu start. Er wordt een filmpje getoond.

De heer Buitenhek: Dat was even het filmpje wat de Verstedelijkingsalliantie ook gemaakt heeft, om aan te geven hoe we de verschillende opgaven van woningbouw in de gebieden tussen Leiden en Dordrecht met een CitySprinter-concept, dat is een metroachtige frequentie met treinen, hoe we dat een goede ontsluiting kunnen maken. Dat houdt in dat de MIRT, zoals de afkorting hier al staat, wat eigenlijk een Meerjaren Investeringsfonds is voor Ruimte en Transport. En die heeft ook een X-aantal fases. Voor het Leerpark en voor het hoofdstation, dat zijn de twee stations waar wij nu naar kijken in dit MIRT-onderzoek, is het erg belangrijk om te kijken hoe we daartussen, laat zeggen, die twee stations, maar ook richting Rotterdam en richting Brabant, een goed systeem kunnen organiseren dat er meer treinen, en daardoor ook een betere mobilisatie georganiseerd kan worden. Waardoor we onze gebiedsontwikkelingen, die rondom de stations gemaakt worden, ook beter kunnen organiseren. Dat heeft vooral te maken, en dat hebben we de vorige keer eigenlijk gehad, zullen we vanavond ook op terugkomen,

7

bijvoorbeeld een parkeernorm die we voor de woningbouw laag houden. Die heeft als gevolg dat je een hele goede treinfaciliteit moet organiseren. Dit onderzoek heet het MIRT-onderzoek en de MIRT0verkenning. En de komende twee jaar zijn we daarmee aan de slag. Wat dan vooral belangrijk is, is voor u te weten dat de voorbereiding en de verkenning... We zitten nu in de verkenning. Dan komt er een planstudie en de aanleg en het beheer. Maar de fases waarin we nu zitten, is een beoordeling, zal dit jaar en volgend jaar zijn, en eind volgend jaar, ’25, is de verwachting dat er een eindbesluit valt over welk vervoerssysteem en welke voorzieningen wij rondom de stations van het hoofdstation en Leerpark moeten faciliteren. Daar zit nu een team op, samen met ProRail, NS en de andere partijen, die namens de gemeente Dordrecht ook kijken hoe we het beste het hoofdstation kunnen verbouwen, om die faciliteiten van meer reizigersaanbod te kunnen organiseren en hoe er een nieuw station op Leerpark gefaciliteerd kan gaan worden. U zult regelmatig het woord Knoop Dordrecht horen. Dat ziet u in de krant. Dat ziet u ook in andere, laat zeggen, media. En dat houdt eigenlijk in dat we daarmee bedoelen het aanpassen van het hoofdstation. Het hoofdstation wat nu er ligt, voldoet niet aan alle eisen die we in de toekomst aan een toekomstvast station willen hangen.

En dat houdt ook in dat een groot deel van bijvoorbeeld, laat zeggen, de stations entree, waarvan we gezegd hebben dat is een monumentaal deel wat we graag willen houden. Maar de faciliteit die er eigenlijk achter zit, die zal in grote mate op de schop moeten. In een X-aantal jaar moet dat zo gedaan worden. Maar dat houdt vooral in dat we kijken naar een duurzaam station voor de toekomst. Dat we vooral kijken of dat CitySprinter-concept goed zo'n rol kan spelen. En dan praat je over een upgrading van zes tot acht tot mogelijk twaalf keer per uur per richting. In het maximale geval houdt dat in dat er om de vijf minuten per richting een trein vanuit Dordrecht kan vertrekken, naast de intercity's die hier ook gehandhaafd blijven. Dat onderzoek wordt er gedaan. En daarom kijken we vooral, hoe moeten we zo'n station optimaal aan laten sluiten op de binnenstad en op de buitenruimte? Dat zijn de onderzoeken die we de komende twee jaar doen en waar we op geregelde tijd met u later in gesprek willen. Net als eigenlijk wat we gedaan hebben met het bestemmingsplan voor het Maasterras. Om richting mee te krijgen over de denkbeelden die ook in de raad leven. Om even iets inhoudelijker te kijken, is vooral de complexiteit die een grote uitdaging voor ons vormt. Want er zijn heel veel dingen waar we rekening mee moeten houden om zo'n station ook toegankelijk te maken.

Niet alleen vanuit de stad om te kijken hoe we de aansluitingen vanaf de stad en vanuit het park goed moeten doen, maar ook welke faciliteiten we nu willen organiseren. U ziet regelmatig heel veel fietsen staan rondom het station. Vanuit de STOMP-filosofie lopen en fietsen naar het station, is dat heel erg goed. Alleen daar moeten we wel een toekomst vaste oplossing voor verzinnen. Nu wordt er momenteel in het Weizigtpark een tijdelijke fietsenstalling neergezet. Daar zijn we mee bezig. En we hopen dat dat zo snel mogelijk klaar is. Maar dat is niet een toekomst vaste oplossing. Als we gaan kijken straks naar het nieuwe station, dan zullen we daar ook toekomstvast grote hoeveelheden fietsen moeten kunnen accommoderen, zowel aan de stedelijke kant als aan de kant van het Weizigtpark. U ziet hier eigenlijk de uitdaging en de complexiteit. Ik heb al even gezegd, een monumentaal stationsgebouw. Vooral ook de samenhang met andere zaken, bijvoorbeeld over samenhang met het Maasterras, maar ook de verdichting van de Spuiboulevard. Dat is allemaal nu in ontwikkeling, om daar de onderzoeken voor te doen. Het CitySprinter-concept. Dat is het concept wat nu uitgewerkt wordt door ProRail en NS. En die kijken nu naar de frequentie van zes naar

8

acht naar twaalf keer per uur per richting in beide richtingen tussen traject Den HaagDordrecht, Leiden-Den Haag. Leiden-Delft is al een heel stuk, maar vanaf eigenlijk het nieuwe station van Delft richting Schiedam zit ook een stuk spoorverdubbeling in. En daar ziet u ook dat hier bovenin staat, dit zijn de vier nieuwe stations die nu in de studie meegenomen worden waarvan het station Dordrecht-Leerpark hier in deze gemeente valt. We doen dat, laat zeggen, om meer treinen te kunnen laten rijden en ook meer stations te openen. Daardoor ook nieuwe woonwijken te kunnen ontwikkelen, om zodoende meer reizigers in de trein te krijgen. En we doen dat ook met een heel aantal spelers. Die zijn net in het filmpje al even genoemd, maar ik heb ze toch nog maar even daaronder gezet. En omdat dit een grote impact heeft op het geheel, de totale omvang wat we tot nu toe in de, laat zeggen, raming zitten, is ongeveer met een zekerheid van het ministerie wat ze nu vrijgemaakt heeft. Met een bijdrage van de gemeentes, sluit dat ongeveer op 2,2 miljard euro. Dat is serieus geld waar nu in de studie een onderbouwing voor wordt gezocht om te kijken of we dat CitySprinter-concept kunnen faciliteren. We doen dat ook. Jet kost veel geld. Het is ook bestaand spoor. De winkel moet openblijven tijdens de verbouwing.

Vandaar dat we ook in de planning straks gaan kijken hoe we dat stap voor stap kunnen uitwerken. Het is niet zo dat er straks vier stations tegelijkertijd, laat zeggen, op die lijn op de schop gaan. Maar we kijken ook daarnaar van hoe we daar het beste, zowel met de gebiedsontwikkelingen, want die zijn ook belangrijk... Op het moment dat wij gebiedsontwikkelingen maken, dan spreken wij af met een lage parkeernorm dat er ook een faciliteit voor de trein moet zijn. Daar is voor ons ook een belangrijk item om te zorgen dat die planningen goed op elkaar aansluiten, zodat we eerst bewegen en dan bouwen. Kijkende even naar de processtappen. Ik heb even wat sheets uitgehaald, maar ik hoop dat u daarmee de meeste informatie krijgt. En dan ziet u eigenlijk dat met vier stappen doorlopen wij eigenlijk tot de zomer van ‘25 de voorkeursbeslissing en de besluitvorming eind ’25. Dat is nu nog even, wat is het, een driekwart jaar, waarin we nu aan het kijken zijn hoe we die stappen... Zoveel mogelijk oplossingen verzamelen. Realistische oplossingen, die ook qua tijd en geld aan elkaar gekoppeld zijn. Dan pakken we de volgende fase om de kansrijke oplossingen, de oplossingen waarvan we zeggen, die hebben de meeste kans op slagen en zijn ook uitvoerbaar binnen een budget. Dat kan gefaseerd zijn, maar wel ervoor zorgen dat we eigenlijk snel aan de slag kunnen. En dan een voorkeursoplossing.

Dat kan zijn dat dat ook gesplitst wordt. Het kan een voorkeursvariant zijn dat we zeggen, we gaan niet van zes keer gelijk naar twaalf keer per uur, maar we gaan van zes naar acht keer per uur en we pakken de vier stations die nieuw zijn... Pakken we de twee snelste er bijvoorbeeld uit. Zodoende zal er ook over de komende jaren gekeken worden van, wat is mogelijk om zo snel mogelijk dat reizigersaantallen naar boven te kunnen halen? En te kijken welke oplossingen er voor stations eigenlijk het meest voor handen liggen. Dat houdt ook in dat wij binnenkort richting uw kant een verzoek doen om een omgevingsplan te mogen maken van het Leerpark. Daar zit dan het station in. En daarmee starten wij alvast de RO-procedure. Op het moment dat die uit de MIRT komt, dat station Leerpark kan starten. Dat wij in ieder geval de RO-procedure dan al met u doorlopen hebben. Zodoende kijken wij naar al die zaken die we integraal oppakken, dat wij ervoor zorgen dat wij als Dordrecht eigenlijk klaar zijn voor onze RO-procedures. Dat op het moment dat deze gaat lopen in de uitvoering dat we daar dan ook gelijk geschakeld zijn. Dan het spannendste van alles. Nee, gekheid. Maar het gaat even om de bestuurlijke besluitvorming die in de MIRT

9

gelopen wordt. En dat zijn eigenlijk drie data dit jaar. Op 13 juni is dat een beeldvormend beeld. En dat geeft eigenlijk aan, laat zeggen, wat voor beslisinformatie we nu boven water hebben gehaald vanuit de studies. Zodat we weten, naar welke voorkeur gaan we, welke vallen af en hoe kunnen we dat doen? U moet zich daarbij voorstellen, één van de varianten is, in de studie u die vastgesteld heeft, de visie van Mecanoo. Staat een heel mooi plaatje, laat zeggen, het park over het treinstation heen en over het bestaande monumentale pand aan de zijkanten. Dat is één van de varianten die wij nu doorrekenen. En daar komen plussen en minnen uit. En die leggen we aan u voor om aan te geven waarvan wij denken, in samenhang met de MIRT, of dat haalbaar is, zowel financieel als op veiligheid als op exploitatiegronden. Dat zou op 13 juni zijn. Op 10 oktober is er een oordeelsvormend. En dan ziet u hier staan onderaan, kunt u met deze informatie raden, Staten, et cetera informeren. Wij willen ruim voor 10 oktober bij de raad terugkomen om te laten zien welke voortgang we geboekt hebben vanuit dit MIRTonderzoek en aan te geven welke oplossingsrichtingen, laten we zeggen, in de studie hebben gedaan. Dat houdt in dat we dan een keuze maken van, ik noem maar wat... Stel voor we hebben tien verschillende onderzoeken gedaan en we komen bij u terug.

En dan trechteren we naar een X-aantal voorzieningen en oplossingsrichting waarvan u zegt, daarmee kunnen we verder de volgende fase in. Daarmee nemen we eind van het jaar dan een besluit, op een bestuurlijk overleg, met betrekking tot de MIRT. En dat wordt dan de uitgangspositie voor ’25, om de verdere studie af te ronden. U zult dit jaar daadwerkelijk ook keuzes, die het college aan u voorlegt, gaan behandelen. En daarmee ook richting geven vanuit Dordrecht naar de vervolgstudie in 2025. Die laatste zal ik even laten staan. Maar dit was even binnen een half uur over de MIRT. De voorzitter: Keurig, mijnheer Buitenhek. Dank u wel. U heeft even een sheet gezien met een woord erop en een tekentje erachter. Ik zie mijnheer Safranti als eerste, vraag. Stelt u hem maar. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik had drie vragen in totaal. Bedankt voor de presentatie. De voorzitter: Mijnheer Safranti, neem de twee belangrijkste, zou ik zeggen. Dan kunnen we misschien een paar anderen ook nog. De heer Safranti: Prima. Nogmaals bedankt voor de presentatie. Goede uitleg. Ik vind het heel duidelijk nu. U gaf in het begin van uw presentatie over de criteria waar ons station op dit moment niet aan voldeed. In de toekomst dat we daaraan moeten voldoen. Eén, kunt u daar wat meer over vertellen? En de tweede dan, belangrijkste, station Leerpark.

Aan de ene kant een juiste keuze, naar mijn idee, als je ziet dat dat daar een ontwikkeling ontstaat, rondom scholen, maar ook rondom de wijken die daar komen. Maar wij zijn nu ook een stad die aan het groeien is naar bijvoorbeeld Sterrenburg en verderop. Is daar ook naar gekeken. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, die eerste vraag een beetje kort proberen, want het gaat vooral over het proces. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Voor de criteria gaat het vooral om, als het huidig station, zoals het er nu bij ligt, en de toename van het aantal reizigers, daarvan hebben wij gezegd, daar is dit station niet op uitgelegd. Als er zoveel duizenden extra

10

reizigers komen, dan moeten we nu iets aan het hoofdstation doen. Dat heb ik bedoeld met criteria. De toekomstvastheid van dit station is over de komende veertig, vijftig jaar niet gezekerd. En het tweede, Leerpark versus de MerwedeLingelijn gaf u even aan. In het nieuwe ontwerp van de MIRT laten wij die op elkaar aansluiten. Op het station Dordrecht proberen wij een maximale aansluitpositie te kiezen, zowel voor de MerwedeLingelijn als het CitySprinter-concept. De voorzitter: Mijnheer Damen en daarna mijnheer Kuhlmann en dan mijnheer Portier. De heer Damen: U noemde even het plan om het maaiveld over het station heen te tillen. In het verleden is vergeten om de spoorbaan, zoals het in andere steden wel is gebeurd, zelf op te tillen, want dat zal een heleboel ruimte en minder hindernis voor het verkeer in Dordrecht opleveren. Wordt ook zo’n variant bestudeerd? Tweede vraag. De stations moeten goed bereikbaar zijn voor de fiets. Het centrale station in Dordrecht ligt niet helemaal centraal in de stad. Leerpark veel beter. Gaat in de studie ook gekeken worden of het station Leerpark door die sprinters net zo goed bediend wordt dadelijk als het centrale station? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Voor de varianten nu even als uitgangspunt hebben we de visie die de raad heeft vastgesteld genomen. Daar hebben we naar gekeken. Dat gaat eroverheen.

Ik weet niet uit mijn hoofd of daar ook de visie tussen zit wat ze vroeger in Delft hadden, om op zes meter hoog door de stad heen te gaan. Ik weet wel dat er ook gekeken is naar een mogelijkheid om dat te onder tunnelen. Maar laat zeggen, die varianten, hoe moet ik dat zeggen, waren niet gekoppeld aan de visie die u al vastgesteld heeft. Wij hebben ons zo dicht mogelijk wel bij de visie gehouden. Dat is het eerste. En het tweede voor Leerpark, wat er nu in de MIRTverkenning is, dat het hoofdstation in zijn minimale vorm acht keer per uur per richting wordt gepakt tot twaalf keer per uur per richting. En Leerpark kunnen wij opwaarderen naar vier keer per uur per richting. En dat heeft vooral te maken met de ruimte die er is in de boog en de bebouwingsopgave, omdat er dan een derde spoor in de boog van het hoofdstation naar Leerpark gemaakt moet worden. En dat is eigenlijk de beperkende vorm om zo'n hoge frequentie op Leerpark te kunnen rijden. De voorzitter: Helder antwoord, denk ik. Mijnheer Kuhlmann. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Drie goede punten gehoord. Meer treinen, beter station Dordrecht en ook nog eens station Leerpark. Het zijn allemaal punten die ook op de verlanglijst van de Dordtse VVD staan. We hebben nog een vierde er ook bij, station Amstelwijck. Refereert ook een beetje natuurlijk aan wat de heer Safranti zojuist zei.

Bedient Amstelwijck, Wilgenwende, Sterrenburg. Staat natuurlijk op de verlanglijst, niet alleen van de VVD, maar ook natuurlijk van de gemeente. Mijn vraag is, wilt u in de gesprekken met de partijen die stip op de horizon nog een beetje natuurlijk voor ogen houden? En waar dat past en kan ook natuurlijk het station Amstelwijck noemen voor de toekomst. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, kunt u mijnheer Kuhlmann tevredenstellen?

11

De heer Buitenhek: In zulk enthousiasme weet ik dat niet precies. Laat zeggen, in de MIRT City voor de langere termijn, dan praten we echt over de langere termijn, 2040, 2050. Maar wat we als Dordrecht wel gedaan hebben, is een ruimtereservering in de ruimtelijke plannen. Er wordt rekening mee gehouden dat hij niet onmogelijk wordt in de toekomst. De voorzitter: Mijnheer Portier en daarna mijnheer Van der Spoel. En dan kijk ik of er nog tijd over is. Ik heb nog twee vingers gezien. De heer Portier: En een verhaal van vijf minuten roept altijd honderden vraag op. Maar ik zal me tot twee dan beperken. Het eerste is, het idee is, we kunnen de parkeernorm omlaag brengen, het autoverkeer beperken, doordat we het heel aantrekkelijk maken om met de trein te gaan. In ieder geval als je in de richting Rotterdam, Delft, Leiden moet. Maar is er gekeken van de mensen die vanuit Dordrecht ‘s ochtends naar hun werken vertrekken of die juist deze kant op komen? Welk deel daarvan die kant op gaat en welk deel gaat bijvoorbeeld naar de Maasvlakte of juist naar Breda of richting Utrecht et cetera? Waar deze treinverbindingen eigenlijk weinig voor te bieden hebben. Met andere woorden, hoe realistisch is het dat we met deze stappen het autoverkeer drastisch terug kunnen brengen? Dat is vraag één. En vraag twee gaat even over die overkoepeling, zal ik maar zeggen, van de sporen met een park.

We hebben die in het verleden in de plaatjes gezien. Ik was blij dat ze uit de plaatjes voor het Maasterras verdwenen waren. Zo'n beetje het enige waar ik blij mee was in die plaatjes. Maar ik begrijp dat de ideeën nog steeds leven. En zal het niet een ernstige aantasting betekenen, afgezien van het feit dat het waarschijnlijk gigantisch kostbaar gaat zijn, van het monumentale karakter van het station? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Om met het twee te beginnen, hebben wij ons gehouden aan de documenten die uzelf als raad heeft vastgesteld. Daar zit hij in. Ondanks dat misschien, laat zeggen, meerdere mensen een andere kijk daarop hebben. Die hebben we wel meegenomen. En de bereikbaarheid van bewoners die vanuit Dordrecht naar hun werk gaan. Wel in het mobiliteitsplan kijken we daarnaar. Daarmee kunnen we zien hoe de Dordrechtenaren zich 's ochtends en 's avonds in de spits, laat zeggen, bewegen in dat soort... Daar krijgt u binnenkort een nieuw aangescherpt mobiliteitsplan voor. Wat wij gedaan hebben, is gekeken naar de reizigersbehoefte en de reizigersrichtingen vanuit het station. Wij hebben niet alleen gekeken naar autoverkeer, want dat wordt in het mobiliteitsplan opgelost. De voorzitter: Mijnheer Van der Spoel, als u een hele korte vraag heeft, dan mag u afsluiten. Want we moeten verder. De heer Van der Spoel: Jazeker.

Station Leerpark. Is het al bekend waar op het Leerpark dat station komt? En zo niet, krijgen we dat dan op 13 juni te horen? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, dat is een makkelijke vraag, denk ik.

12

De heer Buitenhek: Daar zijn nu de onderzoeken voor. Er zijn verschillende locaties. Maar dat we de voorkeur hebben op Leerpark... De verschillende locaties worden nu uitgezocht. En kijken we ook hoe die het beste passen in de ruimtelijke ontwikkeling daaromheen. De heer Van der Spoel: En krijgen we deze dan voorgeschoteld, voorzitter, op 13 juni of op 10 oktober? De voorzitter: Dat is een interessante vraag, denk ik. De heer Buitenhek: Deze varianten krijgt u voorgeschoteld. En ik ga ervan uit dat dat voor de zomervakantie is. En daarmee kan ik u dan meenemen in de denkrichtingen die wij hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ik moet een paar mensen teleurstellen, want om acht uur begint de volgende vergadering. En dat is er ook één. En anderhalf later begint er weer één. Mijnheer Gündogdu, als u blijft zitten, beloof ik u bij deze dat u straks de eerste bent. Tweede, sorry, mijnheer Van der Kruijff was nog eerder. Beste mensen, we moeten afsluiten met een conclusie. Vonden jullie dit waardevol, om ook gewoon een volgende keer weer mee door te gaan? Korte reactie van iemand? De heer Damen: Zinvol voorzitter. De heer Den Hartog: Ja, zeker, omdat het zo'n complex project is. Om steeds meegenomen worden, is heel fijn. De voorzitter: Ik vond het zelf ook, maar ik ga er niet over.

De heer Van der Kruijff: Het zou fijn zijn als er iets meer ruimte zou zijn voor vragen, zodat ik kon vragen of ik had begrepen dat de fietsenstalling Weizigtpark tijdelijk is. Maar dat kon nu niet. De voorzitter: Hij is zo slim, die man. Ik zal u verklappen dat ik het me ook afvroeg, maar ik mag geen vragen stellen. Ik dank iedereen hartelijk. En we zullen bij de griffie kijken of er een kwartiertje extra in te ruim is. Maar dat is lastig, dan moet het gelijk een half uur extra zijn. En een uur voor zoiets is weer veel. Overigens, mocht u nog een dringende vraag hebben, gewoon even naar griffie. En dan komt mijnheer Buitenhek er vast wel op terug. Ik dank u allen hartelijk. 4. Stadsas: Ontwerp bestemmingsplan Maasterras – Thema Wonen en overig programma (consultatie) Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Bootsman (GroenLinks)

13

Dhr. Damen (Partij van de Arbeid) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (ChristenUnie/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: Overige aanwezigen: dhr. Kramer, dhr. Buitenhek De voorzitter: Ik ben me ervan bewust dat het weer snel volgt op de vorige vergadering, maar de klok loopt ook door. Ik ga de volgende vergadering starten. En waar we het nu over gaan hebben, dat is ontwerp bestemmingsplan Maasterras. Het thema, net als vorige week, wonen en overig programma. We gaan het niet over mobiliteit hebben. Hoe interessant dat is. Dat komt later. En dit is een consultatie. Ik hoop daar straks iets meer over te zeggen. Ik heet in ieder geval ook deze keer weer de raads- en commissieleden, waarvan een vrij groot deel me bekend voorkomt, hartelijk welkom. Ik heet ook de heer Kramer en zijn compagnon, hartelijk welkom. Griffier natuurlijk ook. En de mensen op de tribune die er zitten. En ik zie nog een ander lid van de fractie DENK, maar die gaat zich zo meteen voorstellen. En dat voorstellingsrondje ga ik nu precies de andere kant op doen.

Anders dan zegt mijnheer Schalken weer, daar had ik al op gerekend. Ik ga linksom. We gaan het gewoon toch eventjes doen. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Buitenhek: Ronald Buitenhek, directeur Stadsas. De heer Kramer: Peter Kramer, projectmanager Maasterras. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid.

14

De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Van der Spoel: Fractie Van der Spoel. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter voor Dordt. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk. En ik mag deze vergadering voorzitten. Een toelichting. En het wordt een beetje een uitvoerige toelichting van deze vergadering. Laat ik om te beginnen direct al zeggen dat de heer Burggraaf hier heel graag bij had willen zijn, wethouder Burggraaf, maar hij kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. In een andere zaal is oordeelsvormend de marktvisie, marktverordening aan de gang. En u begrijpt, daar moet hij ook zijn. En hij zal deze vergadering, denk ik, met veel belangstelling nakijken. Heer Buitenhek zal de horreurs waarnemen. Uiteindelijk is het niet de bedoeling dat u straks allemaal politieke opmerkingen gaat maken. Ik denk dat het bezwaar dat de heer Burggraaf er niet is niet zo heel groot is, al had hij er liever wel bij geweest.

En mochten er toch nog vragen zijn die alleen hij kan beantwoorden, dan wordt dat wel weer, zoals gebruikelijk, schriftelijk meegenomen. De toelichting op deze vergadering. Periode tot de zomer gaan we gebruiken om de behandeling van het bestemmingsplan Maasterras fase 1 goed voor te bereiden. Dit doen we door middel van technische sessies en werkbezoeken. Vorige week hebben we er één gehad. Diverse fracties hadden er echter de behoefte aan om het college tussentijds ook iets mee te kunnen geven. En daarom heeft de agendacommissie besloten twee consultaties aan de planning toe te voegen. Vanavond hebben we een consultatie over het thema wonen en voorzieningen. Vorige week hebben we hier over een technische sessie gehad. Als u straks vindt dat dit zinvol was, er komt er ook nog één over mobiliteit. Over consultatie zegt artikel 47 lid 1 van ons Reglement van orde het volgende. Een consulterende commissievergadering is bedoeld om het college gevoelens, meningen, wensen en/of suggesties over een onderwerp mee te geven. Dit zijn geen uitspraken van de raad als geheel en hebben derhalve een vrijblijvend karakter. De consultatie van vanavond is bedoeld om het college vrijblijvend dingen mee te geven. Het college kan dit vervolgens meenemen richting de zienswijze nota en het definitieve bestemmingsplan. Voor alle helderheid, de consultatie van vanavond is geen oordeelsvorming.

De commissie en de raad besluiten op dit moment nog niets. De oordeelsvorming over het bestemmingsplan

15

vindt pas na de zomer plaats, als alle beeldvormende sessies zijn geweest en het college het definitieve bestemmingsplan ter vastlegging aan de raad heeft voorgelegd. Ik ga als eerste even het woord geven aan de heer Damen van de Partij van de Arbeid, want die wil een procedurele opmerking maken, heb ik begrepen. De heer Damen: Voorzitter, het lastige van deze vorm van vergaderen, vind ik dat wij wel richtinggevende uitspraken doen en daarvoor niet de burgers goed de gelegenheid geven om op die punten in te spreken. Ik vind dat daar een spanning in zit. Ongeacht hoe hard je het precies zegt, we sturen het college aan met deze vergadering. En dat betekent dat je ook burgers de gelegenheid moet geven daarover mee te praten. De voorzitter: En wat wilt u nu concreet? De heer Damen: Ik wil dat wij terughoudend zijn in het doen van uitspraken over of het goed of slecht gaat, tot het moment dat de burgers ook de gelegenheid hebben om zich over het bestemmingsplan uit te spreken. De voorzitter: Ik denk als je zegt of iets goed of slecht gaat, dat je min of meer een politieke uitspraak doet. En dat is niet de bedoeling dat we dat vanavond doen. Dank u wel. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Volgens mij was het mijnheer Kleinpaste, maar ik had mijnheer Gündogdu beloofd en dan mag u daarna. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, ook over deze procedure.

Als ik het goed begrijp, dan kunnen wij vanavond onze mening geven over datgene waarvan we denken, als het gaat om wonen, dat vinden wij belangrijk vanuit in ieder geval onze politieke partij. Wat ik wel heel belangrijk vind om toch even te melden en te delen met deze commissie, het is natuurlijk wel zo dat op het moment dat wij het bestemmingsplan vaststellen, mogelijk met amendementen, dat ijlt ook door financieel, als we het hebben over de woningopgave. Ik zou eigenlijk een stap daarvoor, het gesprek willen voeren met het college, wat betekenen mogelijke amendementen, wijzigingen in het programma financieel? Ik vind het achteraf namelijk rechttrekken best een ingewikkelde, want dat komt echt op gespannen voet met de uitdaging op langere termijn, financiële uitdaging. De voorzitter: Uw opmerking is in ieder geval genoteerd door de heer Den Boer, de griffier. En die zal het vast en zeker doorspelen aan de wethouder. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, ik ben het van harte eens met de vraag die de heer Gündogdu net stelt. De tweede lastige vorm die ik hier toch in vind zitten, en dat sluit misschien ook wel aan op dat spanningsveld wat de heer Damen ervaart. Een consultatie, u leest duidelijk voor waaraan de consultatie zou moeten voldoen. De partij die ons zou consulteren, zit hier niet in deze vergadering. Dat vind ik een lastige.

Dan heb ik zoiets, dan kan ik beter thuis achter mijn laptop gaan zitten en een briefje sturen aan het college met het verzoek daar antwoorden op te geven. Want consultatie is voor mijn gevoel ook een wisselwerking. En die ontbreekt in de setting die we nu hebben. En dat vind ik buitengewoon jammer.

16

De voorzitter: Dank u wel. En ik wil u er wel op wijzen dat de consultatie door onszelf is aangevraagd, als commissie- en als raadsleden. De heer Kleinpaste: Jazeker, hij is door onszelf aangevraagd, maar in de wetenschap dat je dan denkt het college aan te treffen. De voorzitter: Klopt. Eerlijk is eerlijk, ook de heer Burggraaf vindt het heel verschrikkelijk jammer dat hij hier niet kon zijn. We hebben vandaag ook nog gekeken, gisteren, wat er mogelijk was om te schuiven, maar het was gewoon niet mogelijk. Daar waren meerdere oorzaken voor. Ga ik niet allemaal noemen, want dan gaat er nog meer tijd worden besteed die we beter nuttiger kunnen besteden. Hij was hier echt heel graag geweest, maar dat kon gewoon niet. Heel simpel. Mijnheer Portier. De heer Portier: Een paar opmerkingen. Ten eerste over dat laatste punt. We hebben natuurlijk meerdere wethouders, twee per commissievergadering. Als de heer Burggraaf niet kon, heb ik alle begrip voor, had er een andere wethouder kunnen zijn. Iets anders is, u zegt, geen politieke uitspraken. Maar als wij onze gevoelens mededelen, die zullen per definitie een politieke inhoud hebben. Het zijn dan geen uitspraken van een commissie als geheel. Misschien dat u dat bedoelde. En even over de heer Damen. Ik denk wel dat bewoners de gelegenheid hebben om... Op ieder moment kunnen zij inspraak aanvragen.

Die opmerking die u plaatst, kan ik niet helemaal volgen. De voorzitter: Een aantal mensen hebben hun zegje gedaan. We hebben deze consultatie zelf aangevraagd. Ik ga gewoon vragen, welke fractie wil, bijvoorbeeld naar aanleiding van het werkbezoek wat we gebracht hebben, iets meegeven richting het college? En ik zie van sommige fracties er twee zitten. Het fijnste zou zijn als er één namens de fractie het woord voert. En mochten we heel veel tijd over hebben, dan mag die tweede ook nog wel een keer wat zeggen. Wie wil er graag iets meegeven? Ik ga beginnen met mijnheer Portier. En daarna kom ik bij u en dan bij u. De heer Portier: Voorzitter, ik zou inderdaad graag willen reageren op het voorgestelde woningbouwprogramma, waarin ruimte is voor 45 procent zeer dure woningen en slechts voor 18,8 procent sociale woningbouw. Als we gaan kijken naar de onderliggende redeneringen daarvan, is het programma wat vastgesteld is tot aan 2030... Dat weer gebaseerd is op RIGO-onderzoeken, die ervan uitgaan dat er een groot overschot zou zijn geweest aan sociale huurwoningen. In ieder geval zou er ruime voldoende zijn. We weten allemaal dat deze onderzoeken gebaseerd zijn op modelberekeningen, die verder niet openbaar gemaakt zijn hoe ze plaatsvonden.

Terwijl in de virtuele werkelijkheid van de RIGO-onderzoeken steeds sprake geweest is van een groot overschot aan sociale huurwoningen, zien we dat in de werkelijke wereld, zoals die bijvoorbeeld door onze Rekenkamer is onderzocht, er enorme wachttijden zijn voor betaalbare woningen en dat er ook een groter tekort is aan zowel betaalbare koopwoningen als aan sociale huurwoningen. Wat dat betreft richten wij ons niet zozeer op dat programma tot 2030, maar tot de afspraken die zijn gemaakt om steeds dertig procent sociale huurwoningen minimaal te realiseren, zoals in deze coalitieafspraken ook staat. En wij vinden het belangrijk dat er ook in iedere wijk, zal ik maar zeggen, als we gemengde wijken willen, een dergelijk percentage nagestreefd wordt. Daarnaast heb ik een opmerking over de aantallen woningen die gepland zijn. Want je kunt natuurlijk zeggen, hoe meer woningen, hoe beter het is. Maar als je ervan uitgaat dat je dan de normen en de

17

uitgangspunten zodanig moet manipuleren dat je zegt, per twintig volwassenen ongeveer hebben wij maar drie parkeerplaatsen in de huidige tijd. Ondanks dat net allemaal in de voorgaande periode gezegd is zo van, dat gaan we allemaal anders oplossen. Iedereen gaat met de trein reizen. Ik denk dat we dat niet de komende jaren, hoe graag ik dat persoonlijk zelf ook zou willen, gaan realiseren. Dan zijn er ook normen van een gemiddelde grootte van een woning, een woonoppervlak van honderd vierkante meter. En als we naar verdichting gaan, lijkt me dat ook niet realistisch. Ik denk dat het verstandig is om het woningbouwprogramma zodanig op te stellen dat niet uitgegaan wordt van volstrekt onrealistisch parkeernormen. Dat gaat tot grote ellende leiden. Dat je beter een wat bescheidener gemiddeld oppervlak kan nemen. En dat we ook in de... De voorzitter: Mijnheer Portier, mobiliteit komt een volgende keer. De heer Portier: Ik heb gezegd dat je normen neer moet zetten waarop je het aantal woningen baseert. Natuurlijk op het moment dat je zegt, we hebben zeker per twintig volwassenen zes parkeerplaatsen nodig, uiteraard heb je dan ook dat je in dezelfde oppervlakte minder woningen kan realiseren, want dan heb je meer ruimte voor andere voorzieningen nodig. Daar gaat het met mij om.

Maar aan de andere kant kan weer wat gewonnen worden in het woningbouwprogramma, als je uitgaat van een lager gemiddeld woningoppervlak. Wat je verliest aan meer parkeerplaatsen, kun je weer winnen door uit te gaan van een lager gemiddeld woonoppervlak. Maar al met al denk ik, hoe graag ik ook een maximaal woningaantal zou zien, dat de aantallen die nu genoemd worden naar mijn idee onhaalbaar zijn. En we moeten geen bestemmingsplannen vast gaan stellen die onhaalbaar zijn. Ook op dit vlak. En daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Portier. Samengevat, te weinig sociale huurwoningen, te weinig goedkope koop, te veel duur, de aantallen zijn te hoog en de oppervlaktes zouden wat kleiner mogen worden. Dan ga ik naar mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Met betrekking tot die sociale huurwoningen, daar sluit ik eigenlijk helemaal aan bij wat de heer Portier net heeft aangegeven. Ook wij zien dat er meer richting die dertig procent naartoe wordt geschoven. Want als die doelstelling al met zo'n groot project als dit niet kan worden gehaald, waar wil je het dan wel gaan halen? En met betrekking tot typologie woningbouw, zien wij ook graag studentenwoningen in terugkomen, met in ieder geval wel daar een aantal in genoemd.

Niet zo van, we willen in ieder geval studentenwoningen daar mogelijk maken, maar ook wel met een norm daarin verwerkt. En als laatste puntje wil ik nog wel eventjes meegeven, en dat is, niet hoger bouwen dan de kerktoren. En dat is dan niet zozeer gericht op cultureel erfgoed, maar ook hoe hoger je gaat bouwen, hoe hoger de prijs per woning gaat worden. Wil je betaalbaar kunnen gaan bouwen, dan moet je niet zozeer de hoogte ingaan. Daar wilde ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Wederom meer sociaal, graag studentenwoningen en niet hoger dan de Grote Kerk. De volgende op mijn lijstje was mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Ik had er bij de opening geen opmerking over gemaakt, maar ik kan wel voor een belangrijk deel aansluiten bij de heer Damen zijn openingsopmerking. En ook mijn eerdere opmerking dat ik wel wat zoekende ben, wat

18

ongemak heb over de vergadervorm waar we in zitten. En dat heeft ook te maken met dat we gaan het nu hebben over het woningbouwprogramma. Ik heb er de vorige keer wat over gezegd. Die moeten we, wat ons betreft, ook vooral in samenhang met de rest van de onderwerpen wegen, terwijl er uiteindelijk een haalbaar en realiseerbaar iets ligt. We geven invulling aan de consultatieronde, maar de echte afweging zien we toch echt wel voor later. Dat gezegd hebbende is wel dit plan een plan waar we echt gaan bouwen voor een brede doelgroep. En we voegen veel woningen toe ook aan de planvoorraad. En ook voor een belangrijk deel voor de realisatie na deze raadsperiode. En het daarbij globaal aanhouden van de uitgangspunten van de woonvisie is voor ons een logisch uitgangspunt, gezien de breedte aan vraag die er is. De ruimte voor starters, werkenden en empty nesters in het gebied als primaire doelgroep die we hebben gezien, is voor ons een duidelijke keuze. Voor ons is het ook belangrijk om voor de starters en jonge gezinnen in het segment goedkope koop juist heel veel toe te voegen. Dat is ook een duidelijke ambitie die we hebben gemaakt in het politiek akkoord. Ik hoorde heel veel over 30 procent sociaal. Dat is in de realisatie, deze periode. We hebben ook een ambitie gezet om 1.500 betaalbare koopwoningen toe te voegen aan de programmering.

Dat vinden we belangrijk voor het gebied Maasterras. En daarbij is het ook zo, en daar zit een zorg, dat voor een deel de kosten voor het ontwikkelen van grote aantallen sociale huur mogelijk gecompenseerd moeten worden met duurdere koopwoningen, om de ontwikkeling ook financieel dekkend te krijgen. En bij een plan dat niet in balans is, wordt juist die middengroep mogelijk uit de plannen geduwd. En dat is voor ons echt onwenselijk. We kijken dan ook liever naar de doelgroepen, in plaats van sec de prijssegmenten. En als we kiezen voor een hoog stedelijk milieu, met de nodige kwaliteitsaspecten, we zien groen, we zien duurzaam en andere aspecten die mogelijk prijsopdrijvend werken, dan is het voor ons, voorzitter, echt van de hoogste urgentie dat er met marktpartijen scherp wordt gekeken naar woontypen, woonklassen, prijzen en woonconcepten die ook bij elkaar aansluiten, zodat duidelijk een doelgroep bediend wordt. Niet dat we dadelijk kiezen voor, ik noem even wat, seniorenwoningen gecombineerd worden met een parkeernorm die juist zou werken voor jongeren. Wel ruimte voor scholen, maar geen supermarkt. Waardoor je misschien een doelgroep krijgt die niet bestaat. Dat is een zorg die wij hebben. Die markttoets vinden wij heel belangrijk. De keuze voor een lage parkeernorm, ik ga er iets over zeggen, voorzitter, is voor ons echt eentje met impact.

Is dit ook haalbaar voor de beoogde doelgroepen? En gaat het dan ook nog goed als die wijk er dadelijk tien jaar staat? De eerste bewoners kiezen daar misschien bewust voor. Als we kijken naar Oudelandshoek, is dat bij de tweede, derde generatie bewoners toch echt wel anders. Daar ligt voor ons echt wel een serieuze zorg. Maar daar volgende keer ook meer over. Volgende. De marktconsultatie en de gesprekken met de markt volgen laten. En we verwachten daar echt een duiding op de haalbaarheid en marktconformiteit van de plannen, zoals ze liggen. En daarover gesproken, missen we op dit moment nog goed inzicht in de knop om aan te draaien. Wat is de impact van de keuzes die we gaan maken? Die moeten namelijk gewoon nog blijken uit de ronde met de marktpartijen. En hoe zorgen we dat we dan tot een invulling komen, waar we over dit grote en meerjarige project flexibel door de tijd heen blijven, maar ook ruimte houden om bij te kunnen sturen? Dat vinden wij belangrijk, want zo kom je tot een realistische programmering waar er met veel marktpartijen voldoende vertrouwen is om echt die woningen te gaan realiseren. Want voor ons is in ieder geval

19

heel erg duidelijk, daar is heel erg hard behoefte aan en daar liggen ook kansen in dit gebied. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noldus. In ieder geval wat ik gehoord heb, is dat u het belangrijk vindt, belangrijk voor de VVD dat we ons houden aan de woonvisie. Wel het liefst kijken in doelgroepen. Starters, empty nesters heb ik gehoord. Vervolgens zag u een gevaar in te veel sociaal, want dat moet gecompenseerd worden met dure koop. En de Dordtse VVD kijkt heel graag juist naar goedkope koop. Met marktpartij kijken naar het geheel. We missen inzicht aan de knoppen waar we aan moeten draaien, op dit moment. Parkeernorm was belangrijk. Begrijpelijk. En als laatste, er moet ook mogelijkheid blijven om bij te sturen. Dan denk ik dat ik het meeste gehad heb. Dan ga ik naar mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Voor ons staat voorop eigenlijk dat er gebouwd moet worden naar behoefte. Daar zul je eerst naar moeten kijken. En waar nu behoefte aan is, dat is logischerwijs natuurlijk waar de langste wachttijden zijn. Daar is de grootste behoefte. En dat betekent dat je vanzelf toch komt bij de betaalbare woningen. En dan wil ik dat eigenlijk niet opsplitsen. Ik denk zowel sociale huur als ook goedkope koopwoningen. En wat ik daar nog wil meegeven, is iets dat ik iets zie wat ik wellicht niet begrijp of misschien ook wel een rekenfout is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/31826