CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2024.03.26 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 527.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarbij ook weer zichtbaar het verhaal waar we net over gesproken hebben. Hier de Dokweg en het verleggen van de Dokweg langs de A16, rode stippellijn, laat zien dat hij verwijderd wordt. Het verwijderen van de Brugweg. Het doortrekken van het ov en het calamiteitenverkeer over de Brugweg heen naar de op te richten mobiliteitshub toe, waardoor de bus zo de Weeskinderendijk aftakt. En hier in zuidelijke richting weer terug

38

het centrum in gaat. Daarnaast de mobiliteitshubs en onder andere ook de afritten van de A16, die voorgesteld worden om die aan te passen. Dit allemaal ook met het oog op een parkeernorm van 0,3. Die effecten zijn daar ook in meegenomen. Dat leidt tot de volgende verkeersstructuur eigenlijk nog eventjes. Aan de linkerkant ziet u voornamelijk het langzame verkeer. Speciale aandacht voor uiteraard de brug en het busverkeer wat hier overheen gaat, maar ook de fiets over de op te richten mobiliteitshub hier. Die is de eerste zogenoemde mobiliteitshub van M1. Kom ik zo meteen nog op terug. Wat vooral opvalt, is dat binnen het plangebied vooral langzame verkeersroutes aanwezig zijn voor de voetganger en voor de fiets. Dit allemaal in lijn ook met het principe van STOMP. En dan hier ziet u ook de tweede mobiliteitshub in M5 voor fase 1. Dit is fase 2. En hier dan nog even zichtbaar ook wat het betekent voor het ov, welke routes daarbij komen. Ziet u ook de inzet die we hebben voor het Maasterras, is om dit gebied, het binnengebied, eigenlijk vrij te houden voor het autoverkeer. Wil niet zeggen dat er helemaal geen auto's mogen komen. Maar wel erop gericht om dat zoveel mogelijk te beperken en de auto naar de rand toe te krijgen, zodat hier ook de verschillende bushaltes zichtbaar zijn. Nogmaals hier die nadruk op het ov. Dit plaatje is als het goed is u bekend.

Zogenoemde voorkeursvariant, met daarin de proefkaveling. Hier ook even zichtbaar in wat dat betekent, de verwijdering van de Stadsbrug. Vorige keer is ook een vraag gesteld, wat gebeurt hier dan? Dit moet vooral ook een uitkijkpunt zijn over dat hele gebied. En daarnaast wordt hier de wokkel geïntroduceerd voor het fietsverkeer, om zowel vanuit de binnenstad naar Zwijndrecht toe en andersom, maar ook om die aansluiting hier te maken over de zogenoemde snelfietsroute. De inzet is om snel over de Stadsbrug naar het station toe te komen en vice versa. Hier ook zichtbaar wat dat betekent als het verlengde van de Dokweg, de Laan van de Verenigde Naties wordt omgelegd langs de A16. En hier ook zichtbaar het park, de langzame verkeersroutes en minder goed zichtbaar, maar hier is de busroute die dan hier komt te rijden. Hier de zogenoemde mobiliteitshub. De andere mobiliteitshub is voor u niet zichtbaar. Daar kom ik zo nog even op terug. Maar dat heeft te maken met de ligging en de geluidsafschermende werking, die hier ook een rol in speelt. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik heb een vraag, die mijn collega mij heeft aangedragen. Hij zei dat er in de omgevingseffectrapportage met andere aantallen woningen wordt gerekend als in de verkeersstudie, ook gezien de verkeersafhandeling en dat soort dingen.

Klopt dat of is dat een foutje wat erin geslopen is? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: We hebben meerdere documenten. We hebben de OER, het bestemmingsplan en verkeersstudies. Daarbij kijken we elke keer voor elk aspect wat de maximale invulling is. En dat kan zijn dat die cijfers afwijken. Bijvoorbeeld ook bij woningaantallen, zeggen we 2.200 tot 3.000 woningen. Dat geldt ook voor het verkeer dat we kijken naar de maximale invulling van dingen. De voorzitter: Mijnheer Wringer.

39

De heer Wringer: Dank, voorzitter. Ik stel mijn vraag even bij dit blok, maar hij gaat eigenlijk nog over het vorige blokje. Het is meer een mededeling. Beter voor Dordt heeft eind vorige week een agenderingsverzoek ingediend over het verwijderen van de stamlijn. De gevolgen zijn voor de vier, vijf bedrijven die er gebruik van maken. En dat in combinatie met de milieuvergunning en de geluidsnormen. Ik hoop dat jullie die hier allemaal volgende week zullen ondersteunen. En dan willen we de technisch sessie graag hebben voordat de antwoorden op de zienswijzen binnenkomen, zodat we weten hoe we die moeten interpreteren. De voorzitter: Dit was de reclame. Dan gaan we nu weer verder met het nieuws. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, vraag over de slide met de uitgangspunten voor de omgevingseffectrapportage. Daar staat de parkeernorm van 0,3 per woning. Dat is 0,2 voor bewoners en 0,1 voor de bezoekers. Ik ga er even vanuit dat de bezoekers de bezoekers van de woningen zijn, niet de bezoekers van de binnenstad. Is aan te geven hoeveel van die parkeerplekken gereserveerd zijn dan voor de P&R-functie voor de binnenstadlocatie en de bereikbaarheid van onze binnenstad daarin? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. U haalt de hele presentatie door de war, want daar wilden we het later over hebben. Maar ik kan er wel wat over zeggen hoor.

De eerste, uw vraag over het parkeren. In M1, de zogenoemde parkeerhub tegen het spoor aan, daar zijn ook parkeerplaatsen opgenomen inderdaad voor de binnenstad. Circa 850, zeg ik uit mijn hoofd. De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Wat ik in de presentatie zag, is dat er staat dat er met betrekking tot die parkeernorm, dat het vraagt om flankerend parkeerbeleid voor de omgeving Krispijn. Kunt u uitleggen wat u daar precies mee bedoelt? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Het flankerend beleid houdt eigenlijk in dat het effect van die 0,2 plus 0,1, die parkeernorm van 0,3, dat heeft een effect voor de omgeving. Als de parkeerregulering daardoor wordt ingevuld in het Maasterras, die heeft eigenlijk zogenoemd waterbedeffect dat mensen steeds verder weg de auto gaan zetten of in de wijken daarom liggend. Om die mensen in Krispijn ook ervoor zorgen dat zij nog steeds voor de deur kunnen parkeren, komt daar flankerend beleid. Hoe dat nader wordt ingevuld en wanneer, dat moeten we nog verder bekijken. Maar het houdt inderdaad wel in een soort van parkeerregulering, zodat dat niet ten koste gaat van de mensen die in Krispijn een woning hebben en willen parkeren. De heer Van der Spoel: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoor mijnheer Van der Spoel.

40

De heer Van der Spoel: Even kort daarop. In normale mensentaal betekent dat dat er gewoon betaald parkeren komt in Krispijn? De voorzitter: Ik denk dat hij het begrijpt. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dat hoeft niet. De voorzitter: Mevrouw Jager, ik vraag het aan mijnheer Kramer, niet aan mevrouw Jager. De heer Kramer: Dat hoeft niet per se. Maar wel een vorm van regulering. De nadere invulling moeten we bekijken. De voorzitter: Ik denk dat we naar het volgende blokje kunnen. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Wat we wilden doen, is even ingaan ook op een variant die hier is gepasseerd. Die wij ook hebben aangereikt gekregen van de griffie. De zogenoemde hairpin variant. Die is hier voor u zichtbaar. Ik neem u even mee inde oriëntatie. Hier is de spoorlijn en de Stadsbrug. Deze variant zit nu als voorkeursalternatief in de OER en het bestemmingsplan. Dat noemen wij het zogenoemde vierkant. Spreekt denk ik voor zicht waarom. De hairpin is in het verleden weleens voorgedragen in verschillende onderzoeken, in 2007 en in 2019 onder andere, als variant. Die is in de OER niet meegenomen, om een aantal redenen. Zoals u in het vorige plaatje heeft kunnen zien, willen wij de Weeskinderendijk, de parkeerplaatsen die er nu zitten, inrichten als park. Daarnaast is in deze variant ook niet gerekend met het aantal woningen wat wij nu in het Maasterras als opgave hebben meegekregen.

Zat maar 600 woningen in ten opzichte van de 2.000 die we nu willen realiseren. Ook een aspect van de verdichting heeft dat mee te maken. En daarnaast, we gingen hier nog vanuit van autoverkeer, waarbij wij uitgaan van geen autoverkeer meer over de Stadsbrug heen. Dat heeft effecten, zowel voor het ruimtebeslag, hoeveelheid woningen die je kan realiseren, de inrichting van het park en de ruimtelijke kwaliteit. En daarnaast ook milieukundige effecten als de hairpin wordt toegepast. Dat eventjes voor deze variant. De voorzitter: Mijnheer Portier en daarna mijnheer Noldus. De heer Portier: Voorzitter, als ik kijk naar het verschil tussen de hairpin en het vierkant, dan lijkt het me bijna evident dat het vierkant meer ruimte in beslag neemt dan de hairpin. En bovendien ook nog het autoverkeer over de brug mogelijk maakt. En als je in het rondje van die hairpin de parkeergarage zou realiseren, dan zie ik niet in hoe dat een verschil op zou kunnen leveren tussen 600 en 2.000 woningen. Wat ik wel heb gezien, is dat in die andere doorgerekende varianten met een heel andere parkeernorm gerekend werd. Dat verklaart dan misschien eerder het verschil dan het ruimtebeslag van de hairpin. Kunt u verklaren waarom die hairpin zo’n enorm effect zou hebben op het aantal woningen? De voorzitter: Mijnheer Kramer.

41

De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, ik ga er zo wat meer over vertellen. Maar hier hebben we de parkeerhub gepositioneerd, langs het spoor. Ook als geluidsbuffer. Die heeft een bepaalde maat, omdat wij een flink aantal parkeerplaatsen moeten realiseren, ondanks de lage parkeernorm. Het is efficiënt om op die manier, op een langvormige manier die mobiliteitshub te realiseren. Als je dat hier wil doen met die hairpin, dan moet je eigenlijk een soort van ronde parkeergarage realiseren. Dat is vrij lastig om daar goede parkeerplaatsen in te maken. Daar zit al een punt. Daarnaast, ten aanzien van het ruimtebeslag, die bus gaat over bestaande structuren heen, de Weeskinderendijk. Dit is opnieuw aan te leggen wegen. Daarnaast gaan deze ook door het park heen. En deze heeft ook effect voor milieukundige effecten. Zogenoemd bijvoorbeeld voor luchtkwaliteit, maar ook voor geluid. Omdat hier autoverkeer over gaat, geldt hier een bepaald geluidsregime wat je mee moet nemen in geluidsonderzoeken. En dat heeft effect op de woningen die hier en hier worden gerealiseerd dan. De heer Damen: Dat snap ik. De voorzitter: Aanvullende vraag, mijnheer Damen? De heer Damen: Ja, met name met betrekking tot dat laatste. Bij de hairpin gaan er auto's over. Dat heeft milieu consequenties. Maar dan zou er ook over het vierkant auto's moeten kunnen rijden.

En dat heeft ook milieu consequenties. Die vergelijking begrijp ik niet. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Daarom hebben wij in het vierkant ook geen autoverkeer over de brug heen en over de route. De heer Damen: Maar dan kun je hetzelfde doen bij de hairpin. Ook geen auto's. De heer Kramer: Dat zou kunnen, maar dat heeft wel effecten voor de uitgangspunten die we eerder hebben besproken met elkaar. Met name effecten voor het park wat we realiseren willen met elkaar, de efficiëntie van de parkeerhub die we willen realiseren en daarnaast ook voor milieukundige effecten nog verder. De voorzitter: Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank. Een vraag een beetje in het verlengde, maar misschien toch nog niet helemaal beantwoord, denk ik. Begrijp ik dat goed dat de variant met het vierkantje zonder autoverkeer dan 2.000 woningen zal opleveren in dat gebied en tegelijkertijd als je die hairpin zou kiezen dat je de ontsluiting met autoverkeer kunt behouden en dat je dan nog 600 zoveel woningen kunt realiseren in het gebied met behoud van de auto bereikbaarheid? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Ten aanzien van de hairpin geldt dat er een andere programmering was dan waar wij van uitgingen. Bij de hairpin was er maar sprake van 600 woningen en heel

42

veel kantoorprogramma. Wat ook weer een ander effect heeft, ook ten aanzien van je milieukundige onderzoeken. Kantoor heeft weer een ander geluidsregime dan voor woningen. Woningen worden weer extra beschermd. Daar zit een effect. Je zou hier ook wel woningen kunnen realiseren, maar dat is op een kleiner oppervlakte dan wat je nu kan binnen de vierkantvariant. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb hem vorige keer ook proberen uit te leggen, met name over die brug, de gezamenlijke brug die wij hebben met onze buurstad. Welke discussies zijn daar gevoerd en welke afspraken hebben wij daarin kunnen maken, zodat wij allerlei plannen kunnen maken om het autoluw te maken, terwijl het wel een brug is? De voorzitter: Mijnheer Safranti, ik ga u even onderbreken. De brug komt apart. Daar komt een aparte sessie over. Ik denk niet dat we dat nu moeten doen. De heer Safranti: Ik zie duidelijk dat het toch om een brug gaat. De voorzitter: Jawel, maar dan gaat het meer over als we al over de brug heen zijn. Er komt een aparte sessie over de Zwijndrechtse brug. Om daar nu de discussie over wat voor discussie er gevoerd heeft, heeft denk ik niet zoveel zin. De heer Safranti: Misschien dat de ambtenaar toch daar een antwoord op heeft. De voorzitter: Hij mag heel kort antwoord geven.

De heer Safranti: Vorige keer heeft u mij ook hierover het woord ontnomen. De voorzitter: Klopt. De heer Safranti: En vandaag doet u het weer. Dat vind ik een beetje jammer voorzitter. De voorzitter: Maar het heeft wel met de agendering te maken. De heer Safranti: Maar het gaat toch over die brug. En nu zegt u dat er... Laat maar gaan. De voorzitter: Maar wat u wil, is eigenlijk een soort politieke discussie over de brug. De heer Safranti: Ik wil helemaal geen politieke discussie. Ik wil gewoon vragen hoe dat tot stand is komen. Verder niet. De voorzitter: Als een ambtenaar daar kort antwoord op kan geven, mag het. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Het tot stand komen van dit bestemmingsplan en de inspraakprocedure, die we nu hebben, de inzichten die daaruit naar voren komen, hebben wij, zoals ik net in de vorige sheets heb laten zien, hebben wij de inspraak gezien. De zienswijze die daarop is. En die gaan wij nu gewoon behandelen. Wij lopen gewoon het formele proces uit. En onder andere is er van Zwijndrecht ook een

43

zienswijze ingediend. En die zullen wij ook netjes behandelen. Aan u terug melden. En daar ook een voorstel voor doen hoe we dat implementeren in het bestemmingsplan. De heer Safranti: Keurig. Dank u wel. Dit had toch gekund, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Safranti. Maar ik herhaal nog even wat ik gezegd heb aan het begin van de vergadering, dat op verzoek van de raad zelf op 16 april een consultatie over hetzelfde thema gepland en dan met name over de Zwijndrechtse brug. Dan krijgen de fracties de gelegenheid hierover hun aandachtspunten, wensen en bedenking aan het college mee te geven. Dat was mijn gedachtegang. Ik ga verder. Nog iemand een vraag? Mijnheer Gündogdu.

De heer Gündogdu: Voorzitter, we hebben het zojuist gehad over milieukundige aspecten. Ik kan me iets voorstellen bij geluidsoverlast bij nieuwe woningen. Naar welke andere aspecten wordt er überhaupt gekeken? Want even een inkijk wat mijn bedoeling is met deze vraag. Er vaart natuurlijk ook wel wat over het water met ook uitstoot. Wordt daar ook bijvoorbeeld naar gekeken? De voorzitter: Zegt u het maar, mijnheer Buitenhek deze keer. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter, zoals wij in de vorige presentatie aangegeven hebben, als je kijkt naar de onderzoeken die gedaan zijn voor de omgevingseffectrapportage, dan heb ik de vorige keer en sheet laten zien en een presentatie laten zien dat we eigenlijk op wel tientallen onderzoeksrichtingen onderzoek hebben gedaan. Die hebben we toen aangegeven met een schuifje van waar ze het beste scoren in de verschillende varianten. En in de variant hoogstedelijk, waar nu voor gekozen is, hebben wij een afweging gemaakt in al die segmenten. Dan gaat het over bereikbaarheid. Dan gaat het over fijnstof. Eigenlijk in alle onderzoeksrapporten die in de OER staan, en die staan ook mooi gerubriceerd, kunt u terugkijken welke onderzoeken daar allemaal aan ten grondslag liggen. Maar dat zijn er echt heel veel. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Gündogdu? Ik kijk rond. Ik zie geen vingers. Jawel, mijnheer Portier.

De heer Portier: Een verzoek, voorzitter. Of wij het onderzoek uit 2007 toegestuurd kunnen krijgen dan wel toegevoegd bij de stukken? De voorzitter: Het zit al bij de stukken. De heer Portier: Dan heb ik dat even niet gezien. De voorzitter: Ik stel voor dat we naar het volgende blokje gaan. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Net even over de hairpin. De mobiliteitsvraagstukken waar we voor staan bij het Maasterras nog even opgesomd, ook in relatie tot de omgevingsvisie die er al ligt. Voor het Maasterras geldt die autobereikbaarheid, hoe gaan we daarmee om? Verkeersafwikkeling ook voor de

44

omgeving. Inzet daarbij is STOMP. Stappen, trappen, ov, Maas dan wel de auto en parkeren. Hoe gaan we dat op een goede manier organiseren voor het Maasterras? Daar hoort ook een innovatieve verkeersoplossing bij, om dat te realiseren met elkaar. En inzetten vooral op hoogwaardig ov-vervoer. Hierbij nog even overzichtelijk vanuit het stedenbouwkundig masterplan welke barrières er eigenlijk waren in het gebied, momenteel aanwezig zijn. Hier nogmaals huidige ligging van het parkeerterrein van NS en het spooremplacement, de stamlijn en de Stadsbrug die nog door het gebied heen lopen. En hier dan ook het voorstel vanuit het stedenbouwkundig masterplan, hoe daarmee om te gaan. De vergroening van het park wat wordt aangelegd. Hier ook weer even zichtbaar de zichtlijnen en de verbinding naar het water toe vanuit de nieuw te maken woonwijk. En ook de verbinding naar de omliggende wijken. Onder andere ook naar Krispijn toe. Ook aandacht voor de verbindingen naar de binnenstad. Hier zo meteen komen we ook nog even te spreken over de Hoge Bakstraat. Een extra verbinding om te zorgen dat het Maasterras ook goed verbonden is met die zogenoemde binnenstad. Hier ook even inzichtelijk van wat dat betekent nu vanuit het huidige autoverkeer. En ook de inzet die we hebben met het OER, het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig masterplan ten aanzien van de langzame verkeersroutes.

Nogmaals zichtbaar de bus vanuit de Stadsbrug. Veel fijnmazig netwerk binnen het gebied, waardoor die voetganger en de fietser optimaal benut kan worden. Goed ruimtegebruik daar ook in heeft. En hier dan nog ook de locaties van de hub daarin zichtbaar. Vervolgens inzoomend op het verhaal van het parkeren. Zoals al gezegd, we hanteren hier het STOMP-principe uit. Wij als gemeente langs de oude lijn passen dat hier toe. Dat zie je ook terug in de parkeernorm. Voor fase 1 die van 0,3. Het parkeren proberen we zoveel mogelijk aan de zijkant te organiseren in die mobiliteitshubs. Voor fase 1 is dat een mobiliteitshub in M1 en in M5. En daarbij kijken we ook naar het flankerende beleid voor de omliggende omgeving, zodat daar de overlast beperkt kan worden. Net al wel een vraag gesteld over de parkeerhubs. Circa 1.000 voor M1. Die kom ik zo meteen nog laten zien hoe die gesitueerd is dan ook. En voor M5 circa 600 parkeerplaatsen. Daarbij kijken we ook elke keer naar dubbel gebruik en de behoefte die daarvoor is. Er wordt ook nog een opgave meegenomen vanuit de binnenstad. En die wordt georganiseerd in de parkeerhub van de M1. Hier nog een keer de locatie van de hubs. En de hubs zijn nadrukkelijk ook echt iets anders als parkeergarages. De bedoeling is ook dat die een ontmoetingsfunctie krijgen. Meerdere functies daar bij die hub, waardoor dat ook echt een plek kan zijn in het gebied.

Hier even een situering van die zogenoemde hub in M1. Hier die fietsroute vanaf de Stadsbrug eroverheen. Je ziet dat die hub is opgehoogd in M1, tegen de spoorlijn aan. De bus komt hierachter te liggen, waardoor het geluid eigenlijk aan één kant komt naar de wijk toe. Die worden gebundeld. Dat was eigenlijk ook in Delft, waar we het net over hadden, waarin die Schieweg wordt omgelegd. Hier de wokkel voor het fietsverkeer. En hier het gesitueerd tegen het park aan, waardoor die ontsluiting vanuit de hub zo via de Laan van de Verenigde Naties en de Dokweg wordt georganiseerd. De voorzitter: Mijnheer Damen, er komt zo een vragenrondje. Is goed? De heer Damen: Ik was even in een soort... Omdat het plaatje... De voorzitter: Dat komt zo terug hoor.

45

De heer Kramer: Hier enkele referenties van de hubs. Hoe zo'n dergelijke hub dan in den lande en omgeving eruit komt te zien. Hier ook weer aandacht voor die groene inpassing. Even een dwarsdoorsnede om te laten zien, hoeveel lagen ongeveer die hub heeft en welke hoogte dat heeft. Hier het spoor. Het bundelen van die geluidsbronnen van de bus en het spoor aan één kant. Die verhoging om ook ervoor te zorgen dat dat een geluidsbarrière heeft naar de op te richten woningen toe. Mooie ligging tegen het park aan. En hier ook de snelfietsverbinding als onderdeel van het mobiliteitsplan om Zwijndrecht en Dordrecht ook via de fiets op een snelle manier te verbinden en die twee ov-knopen aan elkaar te verbinden. Hier van bovenaf nog eventjes zichtbaar van hoe die structuren dan uit komen te zien. De voorzitter: Mijnheer Damen, u mag uw vraag stellen. U weet het antwoord al? Dan kan je zien dat het soms beter is te wachten met een vraag. Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Even over parkeren. Ik heb gezien, het heeft altijd mijn speciale belangstelling, dat de algemene invalidenparkeerplaats op de hubs komen. En ik heb gezien dat er een heleboel plaatsen aan te lopen zijn. En dan worden er afstanden gehanteerd van 200 tot 500 meter. Ik heb ook gezien dat mensen die in het bezit zijn van een mindervalideparkeerkaart nog steeds een plaats aan kunnen vragen.

Daar ook een eigen parkeerplaats aan kunnen vragen. Mijn vraag is, mijn vragen zijn, die parkeerplaatsen die ze aan kunnen vragen, is die gewoon bij de woning of kan die ook verder weg liggen? Want die mensen die krijgen die kaart namelijk, omdat ze niet meer dan 100 meter kunnen lopen. Dat zou binnen die marge moeten gebeuren. Dat is een aandachtspuntjes. Dat wil ik gewoon even meegeven. En even zien hoor. En er stond ook dat houders van mindervalideparkeerkaarten op maaiveld mogen parkeren. En dan zou ik graag willen weten wat maaiveld is. Ik denk dat dat gewoon begane grond op de straat is. Maar waarom staat dat dat er dan niet gewoon? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u, voorzitter. Dat is een wat technische term om precies te omschrijven wat u zei. De voorzitter: Die eerste vraag, de aandacht die ze vroeg voor binnen de 100 meter, kunt u daar nog iets over zeggen? De heer Kramer: Wat u zegt, klopt inderdaad, dat er regels voor zijn. Dat nemen we mee. De voorzitter: Gerustgesteld, mevrouw Jager? Mevrouw Jager: Ja hoor. De voorzitter: Fijn. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Toch nog even een vraag over de parkeerhubs, over de slide die erbij hoort. Ik zie op een van de slides werd over parkeerhub M1 over circa 1.000 plaatsen gesproken. Op de slide hiervoor, op deze slide zien we 893 beoogde plaatsen bij het hub Maaspark.

Maar als we dan daaronder lezen, zien we dat daarvan 850 plekken bestemd zijn voor de bezoekers van de binnenstad en eigenlijk maar 43

46

plekken exclusief zijn voor de bewoners van het Maasterras. Klopt dat dan of halen wij dan dingen door elkaar? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u, voorzitter. Nee, we halen zeker niet dingen door elkaar. Maar er is wel een verschil tussen de behoefte die er is en daarnaast van hoeveel daadwerkelijk parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. En dat heeft ook weer te maken met het dubbel gebruik. De behoefte die er is, hoeft niet per se een-op-een vertaald te worden. Dat kan zijn door dubbel gebruik dat er minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. De voorzitter: Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Met het plaatje van de hoogte waar de parkeergarage in de hub is gezien. In een vorige presentatie, die net voorbijkwam, werd gesproken over de shelterfunctie van de wijk. Dan zou ik denken dat die wijk al hoger komt. En als ik dit plaatje bekijk, dan lijkt het mij dat de wijk op dit punt op dezelfde hoogte zit als nu en dan die verhoging richting het spoor. Klopt dat of zit daar dan nog hoogteverschil in? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Daar zit zeker hoogteverschil in. Tenminste, dat is wel de inzet. Als die shelterlocatie en die ophoging daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden, dan moet deze hub ook hoger gemaakt worden. Want je wil die geluidsafschermende werking juist realiseren. De voorzitter: Mijnheer Safranti.

De heer Laban: Wij hadden een vervolgvraag. De voorzitter: Dat is dan denk ik handiger even in die volgorde. De heer Laban: Dan moet die hub hoger gemaakt. Die begrijp ik niet helemaal, want het spoor blijft op dezelfde hoogte liggen natuurlijk en de bus ook. Alleen de wijk komt hoger te liggen. Daarmee moet hij ook hoger worden voor het geluid... De voorzitter: Mijnheer Safranti, alsnog. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Even een vraag ook rondom het parkeren. Op dit moment parkeren heel veel ambtenaren bijvoorbeeld van de gemeente Dordrecht op de Weeskinderendijk. Hoe gaat dat straks? Als ik dit zo zie, dan weet ik niet of daar al rekening mee is gehouden. De vraag is, hoe gaat dat straks voor de ambtenaren eruitzien en ook voor bezoekers die daar ook lang parkeren? De voorzitter: Mijnheer Kramer, kunt u in de toekomst kijken wat dat betreft?

47

De heer Kramer: Nee, ik word al gesouffleerd, maar daar kunnen we op dit moment nog geen antwoord over geven inderdaad. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Safranti, een vervolgvraag. Dat zit er dik in.

De heer Safranti: Dat vind ik dan wel een beetje zorgelijk, want op dit moment parkeren heel veel collega's van de gemeente Dordrecht daar natuurlijk. Daar moeten toch nu wel al plannen zijn gemaakt, neem ik aan. En ook een overzicht zijn hoeveel mensen dat dat het er zijn. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek gaat het verlossende woord spreken. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Vanuit ons onderzoek hebben we dat onderzoek nog niet gedaan naar parkerende ambtenaren. Maar we hebben hier wel voorgesteld dat het een parkeerregime wordt. En er was net eigenlijk ook al de vraag, of je dat betaald of onbetaald doet. In dat parkeerregime zal er dan ook een voorstel gedaan worden, denk ik, ook voor parkerende ambtenaren. De voorzitter: Dat wordt nog spannend. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, nog een vraag als vervolg op net. Het ging over dubbel gebruik voor parkeren. Maar dat is natuurlijk dat je voor een belangrijk deel de parkeervoorzieningen toch ook realiseert voor de piek op verschillende dagen, vooral op de zaterdag. Ik ben benieuwd, als we dan exclusief 43 plekken voor de bewoners reserveren en de rest in dubbel gebruik, of dan op een drukke zaterdag voor kerst de mensen verzocht worden hun auto uit de garage te halen voor de bezoekers of dat bij voorbaat de garage vol is door bewoners waardoor de bezoekers toch weer ergens anders in de rij kunnen aansluiten.

Dat is mij toch nog niet helemaal duidelijk. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Wij hebben inzichtelijk proberen te maken met betrekking tot het dubbel gebruik welke parkeerplaatsen er zijn. Maar als u als raad Dordrecht zo populair maakt dat er zoveel mensen naartoe willen komen, dan zou ik u aanraden om vooral te kijken naar ov. Want de parkeerplaatsen die wij hier maken, dat is een afgestemd geheel met betrekking tot wat er nodig is en hoe we dat dubbel gebruik doen. Maar daar zit een bepaalde rek in. Maar daar zit niet de rek in als Dordrecht zo populair wordt op zaterdag dat we hier extra parkeerplaatsen voor gaan bouwen. De voorzitter: Dan kunnen we naar de Hoge Bakstraat. De heer Kramer: Afsluitend, dank u, voorzitter, nog even een plaatje van de Hoge Bakstraat. Even ter situering weer hier het spoor van bovenaf gezien. Wordt het voorstel om hier de tunnel te realiseren. De eerste onderzoeken zijn gedaan om een extra verbinding naar de binnenstad te realiseren. En daar zijn even dwarsdoorsnedes van

48

gemaakt. Het is nadrukkelijk de bedoeling om die tunnel zowel voor de fietser als voor de voetganger... Waarbij we wel aandacht hebben dat aan deze kant dit door middel van een trap gebeurt en die niet doorloopt met een helling. Dat is even het voorlopig ontwerp waar nu vanuit wordt gegaan als onderdeel van het hele mobiliteitspakket voor het Maasterras. De voorzitter: De volgende sheet komen, maar daar staat vragen waarschijnlijk. Mijnheer Noldus zag het al aankomen en mijnheer Bootsman en mijnheer Laban. We zien wel. Mijnheer Noldus. De heer Noldus: Toch een vraag hierover. Want voor ons gevoel is deze later toegevoegd aan het beeld. En toch ontbreekt hier nog een beetje de duidelijkheid over wat daar precies het beoogde gebruik is. Wie is de doelgroep voor het gebruik van deze tunnel? In zijn algemeenheid is het toevoegen van ondertunneling van infrastructuur interessant. We zijn heel druk bezig met de Achterhakkers verbredingen als toerit naar de Spuiboulevard maken vanuit dat project. Er komt een F16 fietsroute richting het station, waar een overkluizing moet komen. Ik ben benieuwd wat deze specifieke doorgang dan gaat betekenen, ook gezien de straat waar je uitkomt niet bepaald een straat is die heel erg gericht is op het doorvoeren van grote aantal fietsers als woonstraat zijnde. Ik ben benieuwd waar die vandaan komt. De voorzitter: Mijnheer Kramer.

De heer Kramer: Dank u, voorzitter. Het idee is om vanuit die verbindingen, vanuit het Maasterras om dat goed te verbinden naar de omliggende wijken. Enerzijds naar Krispijn en andere omliggende wijken. Maar er is ook die verbinding naar de binnenstad via deze manier. En ook de verbinding van de binnenstad via deze manier. En op die manier de binnenstad ook op een goede manier te verbinden vanuit het Maasterras. En dat is ook vanuit een stedenbouwkundige opzet gewenst, dat je goede verbindingen hebt naar die binnenstad toe. Daar zit ook een afweging in. De voorzitter: Helder. Mijnheer Noldus, u heeft nog een vervolgvraag. De heer Noldus: Niet helemaal, want ik snap dat er verbinding gewenst is. Maar de route die je wint, is volgens mij best gering. En de impact die je hebt op een woonstraat is natuurlijk best fors. Zullen we later misschien ook nog wel op komen, denk ik. Is er zicht op het aantal gebruikers wat dan gebruik gaat maken van deze route door de Hoge Bakstraat en Sluisweg? Als ik het goed zeg uit mijn hoofd. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Die getallen heb ik zo niet praat hoeveel dan de gebruikers zijn. Daar zullen we op terug moeten komen, schriftelijk. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik heb twee vragen. Vraag één gaat over de tunnel, de Hoge Bakstraat.

Gaat die echt door de dijk heen? En zo ja, wat heeft dat voor consequenties voor de waterveiligheid? Punt twee gaat over wat we net in de sheet

49

zagen, dat er een trap zou komen bij die tunnel. Daar schrik ik nogal van. Want dat betekent dat de tunnel niet toegankelijk is voor mensen die geen gebruik kunnen maken van een trap. En dat zou ik jammer vinden. Vandaar de vraag erover. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Wat we hebben gedaan, is een eerste schets gemaakt inderdaad van hoe zo'n ontwerp eruit zou kunnen zien. Het klopt inderdaad wel dat dat via een trap is. Dat is een aandachtspunt inderdaad. Maar dat is ook wel bewuste de ontwerpkeuze, want als je het met een helling doet, dan kom je veel later in de Hoge Bakstraat weer aan. Dat heeft weer andere gevolgen. Dat is inderdaad een keuze die bij u ligt dan. En de eerste vraag ben ik even kwijt. De voorzitter: Door de dijk heen waterveiligheid en zo. De heer Kramer: Dat zal onderdeel moeten zijn van de nadere uitwerking inderdaad. Dit is eerst een schets van wat mogelijk zou kunnen zijn. Maar dat soort aspecten inderdaad zouden ook meegenomen moeten worden, nog even los van de afspraken met ProRail uiteraard en de omgeving. De voorzitter: Mijnheer Laban. En daarna mijnheer Gündogdu. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik zit toch een beetje mee met die doorsteek richting de Hoge Bakstraat. Hoge Bakstraat, ik fiets er ook regelmatig. En ik moet eerlijk zeggen dat de Hoge Bakstraat niet de meest prettige weg is om te fietsen.

Ook vanaf de Albert Heijn bijvoorbeeld, het Maasplaza richting de binnenstad. Het is een route, maar niet mijn voorkeur, om het dan zo maar te zeggen. En als er dan heel veel fietsers vanuit het Maasterras die kant op gaan, mijnheer Noldus zei het ook al, ik vraag me af of dat die straat geschikt is om die aantallen fietsers te kunnen verwerken. En is er ook gekeken naar andere mogelijkheden van straten, die wellicht een betere ontsluiting hebben, om daar die tunnel te faciliteren? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Het eerste deel van uw vraag sluit volgens mij een beetje aan op wat mijnheer Noldus zei. Dat gaat over die aantallen. Die heb ik zo niet voor u paraat. Daar zullen we schriftelijk op terug moeten komen. En dat geldt ook in dit geval over de alternatieven die in beeld zijn gebracht. De heer Laban: Het ging me niet zozeer om de aantallen. De voorzitter: Om de geschiktheid van de straat. De heer Laban: Precies. De geschiktheid van de straat voor meer aantallen dan nu het geval is. De voorzitter: Maar je fietst rammelt uit elkaar als je daar fietst. U blijft het antwoord maar even schuldig en daar komt u op terug later? Prima. De geschiktheid, de aantallen, dat willen we graag horen. Nog één ding en daarna ga ik daarheen en dan daar.

50

De heer Laban: Ik heb niet gehoord of dat er onderzoek is gedaan naar andere ontsluitingsmogelijkheden dan de Hoge Bakstraat. De voorzitter: Daar kwam u ook op terug, toch? De heer Kramer: Ja, klopt. Correct, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Dat zou ook mijn vraag zijn geweest. Plus, kunt u een indicatie geven van de kosten van zo’n ondertunneling? Heeft u daar nu al enig beeld van? De voorzitter: Kunt u dat, mijnheer Kramer? Mijnheer Buitenhek is daar misschien meer in gespecialiseerd. Ik weet het niet. De heer Kramer: Wij hebben, wat ik zei, een eerste schets gemaakt ten aanzien van de kosten. Dat is denk ik sowieso een algemeen antwoord wat de heer Buitenhek en ik vaker hebben gegeven. Lijkt het me goed om dat in een andere sessie een keer goed met elkaar te bespreken. Daarmee ook de afweging voor u inzichtelijk te maken wat dat betekent. De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Toch ook nog even over de behoefte aan de Bakstraat. Want relatief dichtbij heb je gewoon gelijk op maaiveldniveau dat je de mogelijkheid om als fietsen naar de binnenstad te gaan of van de Laan van de Verenigde Naties naar de Achterhakkers. En ietsje verderop aan de andere kant heb je op de Krispijnseweg dat je in ieder geval echt met een helling door kan fiets. Waar je ook met een scootmobiel er doorheen zou kunnen.

Waar komt dit idee van die Bakstraat toch vandaan dat daar überhaupt behoefte aan zou zijn? De voorzitter: Is er behoefte aan een extra ontsluiting? De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. De behoefte zit hem daarin en ook die, wat ik eerder zei, de stedenbouwkundige opzet. Dat is een van de reden om ernaar te kijken. En dat heeft dan in gelegen dat het Maasterras tegen het spoor aan ligt. En dat wordt als barrière gezien naar de binnenstad toe. Daar is weliswaar een ontsluiting, maar je wil om de paar honderd meter een ontsluiting hebben daarnaartoe. Daar is die in gelegen. En het tweede deel van uw vraag ben ik even kwijt. Sorry. De heer Portier: Wat ik zeg, hij ligt eigenlijk al tussen twee ontsluitingen in. Relatief dichterbij liggen en die veel prettiger zijn, omdat je niet een trap op hoeft. Dat was inderdaad de vraag, is er echt behoefte aan die Bakstraat? Ik denk dat je daar vraagtekens bij kan zetten, of niet? De voorzitter: Zegt u het maar, mijnheer Kramer.

51

De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Daar kunt u inderdaad vragen wij stellen. Dat is ook inderdaad een keuze die wij u voorleggen. Het enige wat ik kan toelichten, is enerzijds dat het een stedenbouwkundig aspect heeft. En dat heeft ook te maken met die ontsluitingen die je van het Maasterras wil realiseren naar de wijken eromheen, ook voor de binnenstad. Daar hebben we er eentje onder de spoorlijn door naar de binnenstad toe. Maar daarvan is vanuit stedenbouwkundige opzet ook gewenst dat je er nog één na een paar honderd meter maakt. Dat is dan in dit geval het voorstel voor de Hoge Bakstraat. En dat is er ook weer gelegen in de mobiliteitsvisie die er ligt. En te zorgen dat als je het ov, fiets, et cetera wil stimuleren, dat je ervoor zorgt dat er goede ontsluitingen zijn dat die fietser ook makkelijker naar de omliggende wijken, binnenstad, voorzieningen kan. De voorzitter: Ik kijk rond. Mijnheer Noldus de vragen nog niet gesteld? Dan mag u hem stellen. De heer Kuhlmann: Over die tunnel. We hebben het net al gehad over nut en noodzaak van deze tunnel. Maar nog even een andere kant daarvan. Want er zijn natuurlijk wat alternatieven voor de toekomstige bewoners, waaronder ook de Krispijntunnel, die natuurlijk nu al veel gebruikt wordt. Waar dat niet de prettigste tunnel van Nederland is. En dan druk ik het nog een beetje zacht uit.

In die MIRT, waar we het eerder vanavond over hadden, zit natuurlijk ook wel de optie om die tunnel wat te verbeteren. Dat is mijn vraag. Heeft u ernaar gekeken om in plaats van deze nieuwe tunnel aan te leggen dit budget te gebruiken om die toch deels probleemtunnel van de Krispijntunnel te verbeteren? Dat we daar echt iets moois van kunnen maken. De voorzitter: Mijnheer Kramer of mijnheer Buitenhek of geen van beiden? De heer Buitenhek: Vanuit het stedenbouwkundig plan hebben we gekeken naar deze tunnel. Als u als raad zegt, wij ruilen deze tunnel in met het budget om daar de Krispijntunnel voor op te knappen, dan is dat aan u om daar een besluit over te nemen. Laat zeggen, het budget wat er nu vrijkomt, is uw eigen budget. Deze tunnel zit nergens anders in dan in dit plan, wat u gewoon voor een groot deel zelf moet financieren. Op het moment dat u keuzes maakt, en daarom leggen wij dat straks in het ontwerp bestemmingsplan voor, dan kunt u afvinken en aanstrepen wat u wel graag wil en wat u niet graag wil. Wij adviseren namens het college om dit soort dingen te doen, om de bereikbaarheid van de binnenstad, die voor u ook op nummer één stond met betrekking tot het STOMP-principe. En daarom zitten die hierin. De voorzitter: Duidelijk. Dan heb ik een vraag.

Heeft de commissie voldoende informatie verzameld om op 16 april de consultatie over mobiliteit en de Zwijndrechtse brug te kunnen doen? En daarop is het antwoord nee of ja. Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Wat mij betreft is het antwoord ja. Maar nog wel even een verduidelijkende vraag. Is de consultatie alleen over de brug of ook het gedeelte wat we vandaag hebben gezien, de mobiliteit? De voorzitter: Over beiden. Ik heb één ja. Ik heb nog geen nee. Het is één-nul. Zit er ook nog een nee tussen? Mijnheer Damen misschien?

52

De heer Damen: Ja, een nee. De voorzitter: Mijnheer Damen heeft een nee. Dat is één. Heeft mijnheer Damen fans? De heer Damen: Ik wil met name meer informatie over het alternatief van de hairpin. En met name een hairpin die een beetje platgeslagen is richting de spoorlijn. De voorzitter: Mijnheer Damen heeft meer informatie nodig over de hairpin. Wellicht kan daar nog antwoord op gegeven worden, schriftelijk of nu. De heer Damen: Misschien is het goed als ik zelfs die vraag nog eens een keer schriftelijk toelicht aan de heren. De voorzitter: Misschien is dat wel het wijste, denk ik. Want de vraag is net natuurlijk ook mondeling gesteld. En mondeling is er ook wel een beetje antwoord op gegeven, waarom er voor het vierkant gekozen is. Ik denk dat er wat meer achter zit bij mijnheer Damen. En dat dat wat uitvoeriger... Maar u mag best even reageren, mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Laten we proberen te kijken of ik er een goed antwoord op geef. Als ik deze sheet hiervoor zet en u ziet de doorsnede van de parkeervoorzieningen. En u wil de Hairpin, dat is inclusief auto's, want daar heeft u het over... De heer Damen: Dat hoeft niet per se. Dat hangt af van de overleggen die volgen. De voorzitter: Mijnheer Damen wil ook gerust een hairpin zonder auto’s.

De heer Buitenhek: Maar wat is dan het verzoek wat u nu doet aan de ambtelijke organisatie, om dat uit te zoeken voor de 16e? De heer Damen: Ik wil graag weten wat de mogelijkheid is om die hairpin parallel aan waar nu de afrit zit meteen daarnaast een terugweg naar beneden aan te leggen. En wat daar de consequenties van zijn voor de parkeergarage. De voorzitter: Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: Ik probeer het toch even aan te wijzen dan. Bedoelt u dat u hem aan deze kant hier wil of aan deze kant? Maar daar zitten we op een hoogte die even hoog is als de brug nu. En als ik daar naar beneden moet, want dan moet ik hem even hier doen... U wil een hap uit de parkeergarage nemen, waar eigenlijk het talud... Wat we hier nodig hebben om op hoogte te komen vanuit de brug, wilt u hier in de parkeergarage organiseren dat er een verbinding komt voor de bussen die dan dwars eigenlijk door de parkeergarage heen rijden? Ik probeer het even te doen. Hier kom ik op hoogte aan. Ik keer hier om en ik ga op deze plek een talud maken in de parkeergarage voor een bus voorziening. De voorzitter: Dan komen we wel in de krant. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Dan is het voor mij helder.

53

De voorzitter: Mijnheer Damen zou nog behoefte hebben. De rest proef ik dat voldoende informatie heeft. Dan stel ik voor dat we de 16e die consultatie gaan houden. Mijnheer Kuhlmann zou op die 16e dan ook bijvoorbeeld kunnen inbrengen over die tunnel, als een suggestie om dat mee te nemen. En vast en zeker, als ik afga op de consultatie die we daarnet hebben gehad, zullen er nog veel meer briljante ideeën komen. Ik dank de heren hartelijk voor de presentatie, wethouder Van der Linden voor zijn aanwezigheid en jullie voor de betrokkenheid. En ik wens u nog een fijne avond. Wilt u uw flesjes, kopjes, bekertjes, alles meenemen, zodat Clark een vrije avond heeft verder. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.

De griffier,

De voorzitter,

A.E.T. Wepster

A.W. Kolff

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/31826