CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2024.01.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 12 maart 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 6 februari 2024 en de Dordtse Dinsdag van 12 december 2023, 23 januari, 13 februari en 27 februari 2024 Vergaderzalen 1, 3, 548.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Verzameling van gelijkwaardige horecazaken. Zaken die elkaar versterken. Wat ons betreft kiezen we als raad nu voor horecaconcentratiegebieden die potentie hebben en waar we een duidelijke ambitie voor hebben. Hierbij past mogelijk een visie of invulling per gebied bij. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie. Mijnheer Kleinpaste, gaat uw gang.

58

De heer Kleinpaste: Ik ben even benieuwd, even doorredenerend op wat ik net hoorde, wat dat dan zou betekenen, als je op die manier aan die clustering zou gaan werken, voor bestaande zaken op een aantal locaties in Dordrecht die buiten zo'n gebied vallen. De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Zoals dat volgens mij ook in de nota wordt beschreven, blijft daar de mogelijkheid om horeca te voeren. Wordt dat geen uitsterfconstructie, maar wordt daar niet in die gebieden ingezet op nog meer horeca. Daar kunnen wij ons ook in vinden. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. De heer Van den Berg: Hierbij past ook een verschillende visie misschien wel per gebied. Denk aan het Scheffersplein met terrassen daar meer vrijheden krijgen als het gaat om de terrasopenstellingen dan in andere concentratiegebieden. Wij willen per gebied een duidelijk eigen profiel met daarbij behorende regels en afspraken. Zo scheppen we duidelijkheid voor ondernemers en bewoners en zorgen we voor aantrekkelijke horecaconcentratie. Echter hebben we ook een zorg, dat in het aanwijzen van nieuwe horecaconcentratiegebieden de bewoners onvoldoende betrokken zijn. En dat bovendien de visie vanuit Slijpen aan een diamant wordt vergeten.

Als er wordt gekozen om een bepaald gebied aan te duiden als nieuw horecaconcentratiegebied, dan lijkt ons dat je hier een duidelijk doel of plan mee hebt. En daarom begrijpen wij de keuze voor de Lijnbaan en Energiehuis en de waterkant Johan de Wittbrug. Hier staan grootschalige ontwikkelingen op stapel en hebben we ambities liggen. Denk aan Wantij-West. Echter zien wij dit niet terug in het nieuwe gebied Voorstraat-Noord. Het ontwikkelperspectief is hiervoor consolideren, vasthouden wat je hebt, en geen nieuwe horeca ontwikkelen. En als we naar die bestemmingsplannen kijken van de binnenstad, zien dat er in horecaconcentratiegebieden juist de bestemming primair horeca is en dat de woonbestemming wordt afgebouwd. Dit betekent dat de leefbaarheid in deze gebieden zeker onder druk komt te staan, terwijl in Slijpen aan een diamant dit gebied juist wordt aangewezen als een overloop, een transformatiegebied met meer focus op wonen en flexibiliteit van invullingen. Dit is volgens ons een tegenstrijdigheid. En verder geven de gesprekken met bewoners en de ingezonden stukken ons onvoldoende zekerheid dat het participatietraject voor zo'n ingrijpende beslissing goed is verlopen.

En in aansluiting op wat we aangeven over de gewenste duidelijkheid, zien we graag een kaartje tegemoet met daarop heel duidelijk de horecaconcentratiegebieden, waar echt duidelijk de grens ligt, en ook van de horecaschakelpunten, met daarbij de bijpassende regels en afspraken. Niet een stippenkaart, waarbij we zelf moeten uitzoeken hoe dik die stip is, maar een kaart met duidelijke grenzen. Dit geeft ondernemers en inwoners meer helderheid. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Van Engelen. Gaat uw gang. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, misschien een beetje laat, want we zijn al een paar zinnen verder. Maar ik moest even nadenken. Hoe ziet het CDA zo'n overloopgebied wel voor zich? Wat zou daar moeten zitten en wat zou daar niet moeten zitten?

59

De voorzitter: Dank u wel. Heel kort, mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik kan mij vinden in de beschrijving dat er creativiteit en ruimte is voor een diverse invulling. Dat kan ondersteunende horeca zijn, maar dat is niet de hoofdfocus in zo'n gebied. En als je dat aanwijst als horecaconcentratiegebied, dan ga je de focus leggen om daar meer horeca te willen laten toestaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, nog een verhelderende vraag. Omdat in de nota... Tenminste zo is hij bij mij heel duidelijk geworden. Het wordt aangewezen als horecaconcentratiegebied, want er zit al veel horeca bij elkaar. Door het een concentratiegebied te maken, schep je ook duidelijkheid en geef je mogelijkheden aan de horeca die er al zit. Maar er staat ook heel duidelijk consolideren met de wens dat er niet meer horeca komt. Wat is precies nu de wens van het CDA met Voorstraat-Noord? De voorzitter: Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Bij ons bestaat dan juist de angst, dat een horecaconcentratiegebied komen beleidskaders bij, en dat geeft ruimte aan ondernemers om te zeggen, ik wil daar een nieuwe horecazaak beginnen. En dan kun je wel zeggen van, we willen consolideren, maar dat is dan ons inziens te weinig geborgd om daar te zeggen van, we willen dat niet toestaan. De voorzitter: Daar mag u het mee doen. We gaan niet verder.

Ik wil graag dat hij afrondt. Want ik zie dat het alweer 21 uur 22 is. We hebben nog 38 minuten in totaal. Bewaar de vragen voor de tweede termijn, zou ik zeggen. En dan kunt u nog even doorgaan. Rondt u ook even af, alstublieft. De heer Van den Berg: Ik wil verder aansluiten bij de VVD, met de mening dat we de verlaatjes niet moeten laten opstapelen. Maar ik kan me voorstellen dat we dat maximeren per gebied. Ik hoorde dat daar ook in. Mijn interpretatie. En wat betreft het amendement van Partij voor de Dieren daarin, dat steunen wij niet. Ook omdat je volgens mij juist in de horeca ziet dat de trend heel erg is dat er wordt ingezet op vegetarisch en gezonde alternatieven. En ik denk dat dat ook aan de horecaondernemers zelf is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Groenewege, uw woordvoering. De heer Groenewege: Dank u. Voorzitter, ik begin met onze hoofdboodschap. De Horecanota is een prachtige kans om het voedsel in de stad gezonder te maken. Dit is niet alleen een gemeentelijke ambitie uit de startnotitie voedselbeleid, maar ook een wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente, zo blijkt uit een analyse van de Universiteit van Amsterdam. De realiteit staat daarmee in schril contrast. Daarmee moet ik de heer Van den Berg teleurstellen. 91 procent van het horeca-aanbod voldoet niet aan de Schijf van Vijf en kan ongezond genoemd worden.

Dit betreft een landelijk gemiddelde, zeg ik in de richting van mevrouw Van Engelen. De heer Kleinpaste: Voorzitter.

60

De heer Groenewege: Het aanbod is op dit moment niet divers, wat ten koste gaat van de keuzevrijheid. De voorzitter: Ik zie een interruptie. Mijnheer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, toch even over die 91 procent dan maar. Ik kan me dat getal namelijk nauwelijks voorstellen. Ik zou het me kunnen voorstellen als het alleen over kroegen gaat. Maar als ook de restaurants worden meegewogen, kom je volgens mij echt op een ander percentage. Ik zou daar toch helderheid in willen hebben. De voorzitter: Heren, ik vind het heel gezellig, maar ik kan de heer Kleinpaste niet volgen. U heeft de vraag wel gehoord, mijnheer Groenewege? De heer Groenewege: Ja. De 91 procent komt uit een bron die gelinkt staat in het concept amendement. De heer Kleinpaste kan dat zelf checken. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Groenewege: En voor de heer Kleinpaste kan het natuurlijk misschien makkelijk zijn om iets gezonds te kiezen, maar voor veel mensen is dat niet zo makkelijk. Onze hele leefomgeving, waaronder het merendeel van de horeca, stimuleert ons voortdurend om ongezond te eten. Met als effect dat overgewicht de afgelopen decennia gestaag toeneemt. In de jaren 90 had nog 35 procent van de Nederlanders overgewicht.

Maar vorig jaar is een kantelpunt bereikt, waarbij tegenwoordig meer dan de helft van de Nederlanders overgewicht heeft, met alle bijkomende ziektebeelden, zoals diabetes, hart- en vaatziekten en kanker. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Korte vraag. Is mijnheer Groenewege zich er ook van bewust dat goedkoop voedsel vaak ongezond voedsel is en dat veel jongeren gebruik maken van dat voedsel? En hoe de heer Groenewege dan voor zich ziet om dat voor iedereen toegankelijk te maken, aangezien het toch wel vaak wat duurder is? De heer Groenewege: Dat is iets waarvan ik vrees dat ik het alleen had kunnen regelen als onze Tweede Kamer uitslag wat succesvoller was geweest, want daarvoor moeten we de btw op gezond voedsel verlagen en die op ongezond voedsel verhogen bijvoorbeeld. Maar dat kunnen we als gemeente niet zo makkelijk doen. Maar we hebben wel degelijk handvatten als gemeente. En dat is ook een van de bronnen die we in ons amendement aanhalen, om te sturen op een gezondere voedselomgeving, met meer aanbod van gezond voedsel. Of dat fastfood is of goedkoop of duur, je kan wel sturen op gezond. De voorzitter: Nee, mevrouw Schnabel, we gaan de discussie over gezond voedsel niet verderzetten. Ik wil dat mijnheer Groenewege verdergaat, omdat het 21 uur 26 is. We hebben 34 minuten voor de termijn van een wethouder nog.

En ik wil jullie allemaal adviseren, een half A4’tje is ongeveer 2,5 minuut. Neem dat mee voor de volgende keer. Gaat u verder, mijnheer Groenewege. Mevrouw Pichel: Voorzitter. Hallo. Interruptie op de heer Groenewege.

61

De voorzitter: Ja. Mevrouw Pichel: Dank, de heer Groenewege, voor het amendement. En ik had nog wel even een vraag. Want hij benoemt in het amendement het stimuleren ook van de Schijf van Vijf. Maar begrijp ik het dan goed dat de Partij voor de Dieren nu de mensen ook stimuleert om vlees te eten? De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Groenewege. De heer Groenewege: Af en toe moet je als partij een afweging maken tussen wat wenselijk is of wat je wenselijk vindt en wat haalbaar is. Zo'n vergelijkbaar betoog heb ik mevrouw Stolk vorige week ook horen houden. En als Partij voor de Dieren zijn we niet enthousiast over de Schijf van Vijf, maar we erkennen wel dat die beter is dan het aanbod wat we nu op straat zien. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Dit was het voor nu? De heer Groenewege: Zeker niet. Nee. De wettelijke verantwoordelijkheid om deze handschoen op te pakken, ligt bij ons, bij de gemeente. En ook, en misschien wel met name waar het de horeca betreft. En de Partij voor de Dieren neemt deze verantwoordelijkheid heel serieus. Vandaar ons uitgebreide concept amendement over gezonde horeca. Voorzitter, de Partij voor de Dieren snapt de roep om meer reuring, maar we willen ook even reflecteren op de leefbaarheid. En we willen daarom een vraag aan de commissie stellen.

Als je dertien horecaconcentratiegebieden in de binnenstad definieert, waarvan de grenzen niet duidelijk vastliggen, en die alle dertien verruimingen krijgen van de openingstijden, is er dan echt nog sprake van een visie op waar we horeca willen in de binnenstad? Of heb je dan op een tamelijk visieloze manier horeca uitgesmeerd over de hele binnenstad? Onze fractie denkt het laatste. En we vrezen dat die verdunning slecht is voor de horeca zelf en voor de balans tussen levendigheid en leefbaarheid. We sluiten ons daarom graag aan bij de oproep van het CDA voor een duidelijke kaart van de horecaconcentratiegebieden. Dat is het minste wat het college kan aanleveren. En we sluiten ons ook graag aan bij het punt van mevrouw Schnabel over horeca in de wijken. Want horeca in de binnenstad moet geen doel op zich zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Groenewege. Dan gaan we gelijk naar uw buurman, de heer Katif. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Om even gelijk te beginnen met een compliment dat ik graag zou willen uitdelen aan het ambtelijk apparaat, aangaande de vragen die zijn gesteld in combinatie met de binnenstad Horecanota en Marktvisie en -verordening. Want ze hebben echt ontiegelijk veel werk moeten verzetten om de vragen binnen een dag te kunnen beantwoorden. Dit gezegd hebbende, de inbreng van Beter voor Dordt zal bestaan uit twee delen.

En ik zal het heel snel even doen, voorzitter, in verband met de tijd. Het voorstel, de eerste vraag, lijkt een gedegen aanpak te bieden voor het ontwikkelen van een beleidskader voor horeca in Dordrecht, met aandacht voor diverse belangen en de ambities van de binnenstad te verlevendigen. Twee, het lijkt erop dat het voorstel een evenwicht probeert te vinden tussen leefbaarheid en levendigheid,

62

waarbij verschillende belangen, zoals die van de bewoners, ondernemers, bezoekers worden afgewogen. Helaas is het participatieproces enigszins tekortgeschoten. De derde politieke vraag. Dit voorstel lijkt aan te sluiten bij de ambities ter verlevendiging van de binnenstad, zoals eerder vastgesteld in het Toekomstbeeld Binnenstad. De focus op horecaconcentratiegebieden en gebiedsprofielen kunnen of kan bijdragen aan een doordachte ontwikkeling van de binnenstad, zoals het CDA dat gezegd heeft. De laatste is, toont de Horecanota ambitie op het gebied van gezond voedsel? Dat kwam mij eigenlijk verrassend genoeg, hoe zeg je dat, verrassend, want het werd eigenlijk nooit tijdens onze laatste commissievergaderingen aangegeven. In één keer zag ik dat en toen dacht ik, laat ik er toch maar even een antwoord op geven. Het voorstel, mijnheer Groenewege, geeft geen expliciete vermelding van de ambities op het gebied van gezond voedsel. Op pagina 19 van de nota wordt gewezen op de huidige trend in de horeca, als gaat om voedsel. Daar moet u het waarschijnlijk mee doen. Wellicht, en dat geef ik even mee aan het college, kan in de uitvoeringsfase nog worden overwogen hoe de gezondheidsaspecten in het horecabeleid geïntegreerd kunnen worden om een bredere welzijn te bevorderen.

Zeg ik het goed? En voorzitter, ik had vijf kritische opmerkingen voor de actualisatie van de nota, want het is geen nota die... Die wordt alleen maar geactualiseerd overigens. Het wordt opnieuw geschreven. Hoewel het budget van 200.000 euro voor ‘24 is vermeld, zou meer transparantie over de specifieke kostenposten en het verwachte resultaat van deze financiële inzet wenselijk zijn, plus de verheldering. En dat is een vraag die wij al gesteld hebben, maar er is geen antwoord op gekomen. De verheldering van de financiële gevolgen van dit besluit, is geen antwoord op gekomen. De nota benoemt de balans tussen verschillende belangen, maar zou ook dieper gang kunnen zijn in hoeveel conflicten tussen belangen worden opgelost en hoe de tevredenheid van alle betrokken partijen wordt gewaarborgd. Met name gewaarborgd. Kritisch gezien lijkt er een spanningsveld te zijn tussen groeiambitie en de balans met wonen in de binnenstad. En ik ga niet op de uitdagingen, want daar zijn andere collega's op ingegaan. Maar ik ga wel nog een stukje over het raadsvoorstel. Die biedt over het algemeen een goed kader, maar het zou meer concrete actiepunten aangeven met specifieke deadlines om ervoor te zorgen dat gestelde doelen binnen een redelijk tijdsbestek ook worden bereikt. Je kan wel een nota schrijven, maar het moet ook natuurlijk een doelstelling hebben.

En die doelstelling moet natuurlijk wel op korte termijn, niet op een lange termijn. Voorzitter, het laatste, dat zijn drie zinnen. De kritische punten benadrukken de behoefte van meer specifiek, gedetailleerd, transparant en meetbaarheid in de Horecanota. Na de inspreekronde blijkt dat de bewoners van de binnenstad, met name Voorstraat-Noord, nauwelijks inspraak hebben gehad in de totstandkoming van deze nota. Een ander punt is dat de locatie van het Dolhuis, Merz in de nota niet aangemerkt wordt als horecaconcentratiegebieden. En het verbaast me enorm. En ik vind het ook een opmerkelijk punt overigens dat je het Dolhuis, Merz, Lachende Monnik en Poolcafé Cozmic in dit geheel eigenlijk ontbreken als horecaconcentratiegebied. Waarom zijn deze horecagelegenheden niet opgenomen? Want uiteindelijk zijn dat toch redelijk uitgaansleven punten, noem ik dat, in de stad. Die zijn niet meegenomen. De voorzitter: Dat waren de drie langste zinnen die ik ooit heb gehoord, mijnheer Katif.

63

De heer Katif: Ik wil het toch... Want ik kom waarschijnlijk met een amendement. Als u mij toestaat, voorzitter, wil ik toch even zeggen... Want ik ben aan het knippen en plakken. U hoort het ook aan mijn woordvoering. Een inclusieve benadering van het horecabeleid zal moeten overwegen het Dolhuis, Metz, Lachende Monnik, en Poolcafé Cozmic bijdragen aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van het gebied. Mocht de wethouder daar geen antwoord op hebben, komen wij waarschijnlijk met een amendement waar we dat wel willen toewijzen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Tutupoly. En dan kom ik naar de rechterkant hoor. Ik ben u niet vergeten. De heer Tutupoly: Ook wat Op Ons Eiland betreft zien we graag meer levendigheid in onze stad, met daarbij goede horeca. We vroegen ons alleen even af, we zien heel veel dingen ook terugkomen uit het verleden. En we zijn ook eigenlijk benieuwd wat het college anders gaat doen om zich hard te maken voor de horeca, om het nu goed van grond te krijgen? Een voorbeeld daarbij is, het Statenplein wordt gezien als een potentieel gebied. Dat delen wij. Maar dan zal er geld in gestopt moeten worden. Wij zouden wel daar geld in willen stoppen. En wij vroegen ons eigenlijk af of het college ook bereid is om een actiever beleid daarbij te voeren. Er werd ook gesproken in de Horecanota over geen horeca-uitbreiding in de wijken.

Juist ten aanzien van eenzaamheid, wat de afgelopen periode een hot item geweest is, en ook als ontmoetingsplaats kan dienen en de bewoners in wijken meer samen kan brengen, vraag ik me eigenlijk af waarvoor hiervoor gekozen is? We hebben het er net even over gehad, over de samenhang met andere onderwerpen, zoals bijvoorbeeld studenten in de binnenstad, openbaar vervoer. Ik vraag me eigenlijk af hoe we dat in elkaar laten overlopen? En ook misschien bepaalde gebieden met elkaar kunnen verbinden, bijvoorbeeld richting watertaxi? Is er nagedacht over dat soort zaken? Ook, net als veel andere partijen, zijn we er verbaasd over dat zaken als Dolhuis en Merz niet aangemerkt worden als horecaconcentratiegebieden. En dan hadden we nog ook een ander punt. Dat is het gebied met de bioscoop. In de Horecanota hebben we ook kunnen lezen dat er eigenlijk niet gesproken wordt over uitbreiding van fastfood. Juist in een gebied met een bioscoop zien we dat vaak terugkomen in andere steden, waar ook voor jongeren het nodige te halen valt. Het is een avondje uit en je kan het nodige halen. Dit missen we hier eigenlijk in dit gebied. Maar tegelijkertijd lezen we in de nota dat er eigenlijk ten aanzien van fastfood afhoudend, terughoudend beleid is. En we vroegen ons eigenlijk af hoe men daar tegenaan kijkt ten opzichte van het gebied rond de bioscoop. De heer Kleinpaste: Voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Even een kleine verduidelijking. We hebben twee bioscopen namelijk in Dordrecht. Welke bioscoop heeft Op Ons Eiland het over? De voorzitter: Mijnheer Tutupoly. De heer Tutupoly: Bij het Energiehuis.

64

De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de overkant. Mevrouw Stolk, gaat uw gang. Mevrouw Stolk: Voorzitter, er is al heel veel gezegd. En ik moet eventjes graven, want wij sluiten ons aan, zowel bij de woorden van het CDA als Partij voor de Dieren als mevrouw Schnabel en mevrouw Pichel. En ik zal even aangeven waar hem dat in zit. Wat wij een beetje missen, is de visie. Want hoe ga je dit allemaal realiseren? Hoe gaan we dit voor elkaar krijgen? En dan kom ik bij de woorden van mevrouw Pichel. Je moet de horeca en ondernemers faciliteren in de stad. Wij zijn niet van de horeca. Wij zijn gemeenteraad. En wat je moet doen, is proberen je ondernemers te binden aan je stad. En dat geldt ook voor de horecaondernemers. Hoe ga je bepaalde gebieden aanwijzen? Als we dan even komen op die gebieden. Iedereen maakt zich zorgen. We missen ook die routekaart, de duidelijke kaders die niet aangegeven zijn. Ik sluit me aan bij het CDA om te kijken van, kunnen we daar niet een kaart van maken? We hebben het ook gehad over Merz, het Dolhuis. Het Dolhuis, ik hoor net van mijn collega in mijn oor fluisteren, dat zit er al vijftig jaar. Moet je dat gaan veranderen? Als we daar geen harde toezeggingen op krijgen, maar dat heb ik al meerdere partijen horen zeggen, komen we daar eventueel met een amendement. Dan hebben we het over de participatie.

Eigenlijk bedroevend als je dan hoort hoe de participatie op alle gebieden is verlopen, in alle drie de commissies vorige week dinsdag. Dat is eigenlijk wel treurig. Ik ben het met de heer Den Heijer trouwens eens dat we moeten proberen... Want de heer Kleinpaste gaf aan, ik ben in Maastricht geboren, Deventer, neem me niet kwalijk. Maar dat zijn, weet je, net zoals Maastricht, Breda, Rotterdam, allemaal studentensteden. Dat zijn wij niet. Laten we eens kijken waar wij goed in zijn. Waar onze kracht ligt vanuit Dordrecht. Laten we dat nu eens gaan uitdiepen. Want wij kunnen niet altijd concurreren met steden als Rotterdam en Breda. Maar laten we eens uitgaan van onze eigen kracht wat we hebben en dat uitbreiden. En daarbij proberen onze jongeren aan de stad weten te binden. Daarbij gezegd hebbende, ben ik blij dat, ik ben met iedereen vrienden vandaag, GroenLinks aangaf de ouderen. De ouderen in dit gebied missen we toch wel. Als je het ook hebt van, wat hebben we voor onze ouderen in de stad op het gebied van uitgaan, horeca? En natuurlijk kunnen ze een hapje gaan eten. Over de wijken, specifiek wijken, missen wij ook, in het kader van het bestrijden van eenzaamheid, juist concentratie in die wijken. Ga eens een keer met elkaar om de tafel zitten.

Waar wil je met je stad naartoe? Wat is die stip op de horizon? Wanneer ben je tevreden? En wat voor stad wil je zijn? Daar hoeven we nu niet een beslissing over te nemen, maar dat zijn wel dingen die je met elkaar af moet stemmen. Ik hoor mevrouw Van Engelen vanavond zeggen van, weet je, ik wil eigenlijk wel een autoluwe binnenstad. Dat is allemaal prima. Maar voorlopig is die auto nog niet uit het straatbeeld verdwenen. We zijn nu begonnen met het STOMP-principe. Ik heb ooit een collega horen zeggen, het STOM-principe. Daar sta ik volledig achter, want we zijn nog niet zover. Je moet dingen op elkaar afstemmen. Voordat je ergens aan gaat beginnen, ga dan eerst eens kijken, wat voor consequenties gaat dat hebben als je zo'n binnenstad autoluw gaat maken? Dat even gezegd hebbende, de balans tussen leefbaarheid en levendigheid hebben we besproken. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Van Engelen, mevrouw Stolk. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde mijn naam. Dan word ik natuurlijk even wakker. Nee hoor, ik luister de hele tijd heel goed mee. Ik hoorde mevrouw Stolk net zeggen, we moeten nadenken over wat voor stad we willen zijn. En

65

dat hoeft niet per se nu. En daar moeten we dan plannen voor maken en bedenken. Maar voor mijn gevoel zitten we juist nu midden in die uitvoering met Slijpen aan een diamant. Het hele parapluprincipe wat we nu aan het doen zijn met die binnenstad. Dat we zorgen dat alles samenvalt. Ik ben benieuwd, hoe ziet de VSP het voor zich? Zijn ze het met ons eens dat we nu midden in dat proces zitten? Of is dat een heel ander proces waar ik nog nooit over na heb gedacht? En hoe ziet dat er dan uit? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Dat weet ik niet of u daar ooit weleens over nagedacht hebt. Maar wij hebben weleens geopperd, ga eens kijken of je je kernwinkelgebied compacter kan maken. Als je kijkt bijvoorbeeld naar steden als Breda, Den Bosch, daar heb je hele compacte... De voorzitter: Ik ga heel even inbreken, mevrouw Stolk, want er werd een hele... Maar de vraag ging erover hoe u er tegenaan keek of wij midden in dat proces zitten of dat we misschien dat op een ander moment moeten doen, als ik het goed heb geïnterpreteerd. Mevrouw Stolk: Dat is een hele goede vraag. Daar kan ik toch niet zomaar één, twee, drie een antwoord op geven. De voorzitter: Dan wil ik u vragen om gewoon met uw woordvoering verder te doen. Mevrouw Stolk: Nee, moet je luisteren, ik zit hier gewoon om met elkaar in debat te gaan. Er wordt een vraag aan mij gesteld.

Dan mag ik daar volgens mij ook antwoord op geven. Het gesprek wat ik graag zou willen voeren met deze commissie of met deze raad is van, wat voor stad willen we nu zijn? En hoe gaan we dat vormgeven? En hoe gaan we dat bereiken? En dat mis ik een beetje. Ik heb af en toe het gevoel dat we een beetje hapsnap doen van, we gaan nu iets aanwijzen waarvan we de gevolgen nog niet echt kunnen overzien. Want nogmaals, als we het hebben over horeca en ondernemers, dat is niet aan ons. Het enige wat wij kunnen doen is zeggen van, daar mag een horecaondernemer zich vestigen en hij mag tot zo laat open. We moeten maar zien of daar die horecaondernemers naartoe komen. En hoe gaan we dat dan met elkaar doen? En hoe gaan we die jongeren aan onze stad binden? Ik hoor mevrouw Schnabel, of ik weet niet wie dat was vanavond, over studenten. Hoe gaan we studenten aan onze stad binden? Daar moet je over nadenken. We hebben niet veel intercityverbindingen meer. Die zijn we verloren. Wij zijn het hoger beroepsonderwijs verloren. Hoe gaan we die stad, weer zorgen dat die niet meer vergrijst, maar dat we ook meer jongeren aan onze stad weten te binden? Want voor mijn partij is het van belang dat jong en oud met elkaar... Dat we die moeten verbinden. En dat er een plaats is in die stad voor iedereen. De voorzitter: Dank u wel.

Dit was ook gelijk het einde van uw woordvoering? Mevrouw Stolk: Dan ga ik even kijken wat ik nog op mijn briefje heb staan. Ik wil nog even een compliment maken aan de heer Groenewege, doordat hij met iets komt waar wij zes jaar geleden... Ik kan me nog herinneren dat ik een motie ingediend heb over gezond eten met ouderen. En daar heb ik een filmpje over laten zien om even aan te geven van, hoe is dat om ouderen gezond te laten eten? Want dan hebben we het over fastfood en geld. Heel veel mensen die geen geld hebben, zijn heel vaak genoodzaakt

66

om ongezonder te eten. In het verleden hebben we gezond eten met jongeren, verzuip je je toekomst, over obesitas hebben we het gehad. En als je het dan over gezond eten hebt met ouderen. We hebben veel ouderen in de stad. Als u, laat maar zeggen, daar iets aan toe zou willen voegen, aan uw amendement over gezond eten voor ouderen, maar dat ook dat gezonde eten betaalbaar wordt voor onze ouderen, en niet alleen voor de ouderen, maar het is voor alle inwoners van onze stad belangrijk, dan vindt u ons aan uw zijde. Ik wil niet opdringen van, we moeten mensen gezond laten eten, want dat vind ik een beetje betuttelen. Maar je moet eten gewoon wat je waar je zin in hebt en waar je trek in hebt. Maar het moet voor iedereen wel toegankelijk zijn en betaalbaar. De eenzaamheid heb ik het ook over gehad. Het missen van de ouderen die een plek hebben in deze visie. En daar wilde ik het even nu voor de eerste termijn bij laten. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar de heer Safranti. We hebben het beste voor het laatste bewaard. Gaat uw gang. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik durf niet meer. Maar ik zal het puntsgewijs dan even doorlopen. Want nogmaals, ik ben de laatste, heel veel is al gezegd. Uiteraard zijn wij natuurlijk ook voor een levendige en leefbare binnenstad. Hier moet wel een evenwicht in gevonden worden.

Dat is ook door een aantal collega's al gezegd vanavond. De burgers moeten serieus genomen worden. Dan heb ik het puur over het participatieproces dat juist en goed verlopen moet worden. We sluiten in grote lijnen aan bij de woordvoering van PvdA. Trouwens, ik heb vanavond heel veel vrienden gemaakt, want ik was het eigenlijk ook met heel veel mensen eens. De Voorstraat-West is ook een paar keer genoemd. Zeker de angst ook van de ondernemers. Maar mijn buurvrouw heeft dat ook aangegeven over, toch maar namen noemen, Dolhuis, Merz. Volgens mij noemde mijnheer Katif ook een aantal namen. Daar zit onze angst eigenlijk ook wel, of de zorgen dan. Laten we het daarbij houden. Stimuleren in de wijken, puur in het kader van eenzaamheid, om mensen uit het isolement te halen. Want hoe dan ook, zo'n kroeg werkt toch wel stimulerend. Elkaar opzoeken. Bioscoop, Energiehuis gebied. Nogmaals, ik doe het allemaal puntsgewijs. Sorry, voorzitter. Dat gebied heeft ons alle aandacht. Het was ook volgens mij ooit bedoeld om daar juist dit soort gelegenheden te realiseren. En als daar naar gekeken kan worden, heel fijn. En tot slot richting het amendement van de heer Groenewege, zeker met de aanvulling van mijn buurvrouw zijn wij, als dat opgenomen kan worden, daar ook positief over. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Safranti. De heer Safranti: Heel snel gedaan.

De voorzitter: Zeker. Dan zie ik dat het nu 21 uur 47 is. Dat wij 13 minuten hebben. En ik heb ook naar rechts gekeken, dat onze wethouder zijn dagboek helemaal vol heeft geschreven. Dat betekent dat wij in 13 minuten alles moeten behandelen. Klein momentje, mevrouw Schnabel. Dat zie ik als onmogelijk. Dan kunnen wij straks een beginnetje maken met de beantwoording door de wethouder. En dan moeten we straks even gaan kiezen of we dit door willen laten gaan met nog een oordeelsvormende sessie of dat we dit meenemen naar de gemeenteraad en dat iedereen wat meer spreektijd

67

krijgt en dat we niet alleen over de amendementen gaan hebben. En ik zie een punt van orde. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, wilt u er wel rekening mee houden dat kiezen vaak ook best lang duurt in de commissie. Een deel van de beantwoording plus kiezen, dan hebben we misschien net een half antwoord en dan moeten we gaan kiezen. Misschien is met elkaar overleggen wat we gaan doen nu het handigst. De voorzitter: Dat is niet waar. Het klopt wat mevrouw Van Engelen zei van, ik zei inderdaad, we kunnen een beginnetje maken misschien met de beantwoording. Heel even centraal hier, mijnheer Van den Berg. Ik krijg net inderdaad ingefluisterd, en dat was me even ontschoten, het terrassenseizoen gaat beginnen in april. En we moeten het voor die tijd wel vaststellen. Ik zie dat mevrouw Van Engelen iets wil zeggen, want ik zie een vinger. Mevrouw Van Engelen: Eén ding, voorzitter. Maart. De voorzitter: Maar dan is wel de vraag, gaan wij dit in de gemeenteraad doen of gaan we dit bij een commissievergadering doen? Want een commissievergadering, op 13 februari wordt het volgens mij wat lastiger inplannen. En ik zie de heer Den Heijer, een vinger. De heer Den Heijer: Volgens mij zijn de verschillen van inzichten op het groenplan wat minder nadrukkelijk aanwezig dan bij dit plan. Zou het een voorstel kunnen zijn om iets uitloop te pakken? Of dat we dat groen op een ander moment doen.

De voorzitter: Ik snap wat u zegt, maar het punt is, dat is voor u misschien zo het geval, maar je weet niet hoe dat voor andere partijen is. Dat lijkt me geen goede oplossing. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voor wanneer moet dit beslist worden? Graag. Want op basis daarvan kunnen we een beslissing nemen. De voorzitter: Wethouder, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Voorzitter, ik zal even toelichten wat ik u net toefluister, als het gaat om de fatale beslistermijn. 1 april begint het nieuwe terrasseizoen. U stelt hier een visie vast die uitgangspunten vaststelt, die vervolgens door het college moeten worden doorvertaald in de terrassenverordening. Vervolgens moeten we die uitwerken en in het college vaststellen. Volgens mij is de volgende gemeenteraad, als hij niet 8 februari is, 12 maart. Dat zou dan betekenen dat je nog maar twee weken de tijd hebt. En dat is gewoon te kort om dan volgens het terrassenbeleid vast te stellen. Daarom zeg ik, als u wilt dat we dat voor het nieuwe terrassenseizoen voor ondernemers op een zorgvuldige manier kunnen doen, dan is 8 februari de fatale beslistermijn voor de Horecanota.

68

Mevrouw Van Engelen: Voorzitter. De voorzitter: Heel eventjes centraal. Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Begrijp ik goed van de wethouder dat als we het niet op tijd vaststellen, dan geldt in ieder geval voor de eerste maanden van het terrassenseizoen, totdat we dit hebben vaststelt en het door is verwerkt door het college, gewoon de oude regels? De heer Burggraaf: Ja, dat klopt. Maar ik wilde wel benadrukken, daar zitten echt aspecten in als bijvoorbeeld met corona waarvan u heeft gezegd, we gaan een tijdelijke terrassenverruiming toestaan. Waarvan bewoners terecht zeggen, we zitten nu inmiddels twee jaar na coronatijd, wordt het niet eens een keer tijd om dat fundamenteel en structureel in je beleid vast te leggen? Dat dat soort dingen nog langer voortduren. De voorzitter: Ik begrijp het, wethouder. In het stuk staat duidelijk wel wenselijk en niet een fataal termijn. We kunnen er inderdaad als... Althans, de commissie kan ervoor kiezen om daar toch wat langer de tijd voor te nemen, wat niet wenselijk is, wat u duidelijk aangeeft. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik wilde maar gelijk een voorstel doen. Want volgens mij, we hebben elkaars geluiden gehoord, maar ik voel een beetje aan dat als we het nu een bespreekpunt maken in de raad, dan wordt het best wel rommelig.

We hebben nog wat meer tijd met elkaar nodig en ook eventjes met de wethouder in een tweede oordeelsvormende sessie. Maar wij kunnen natuurlijk wel als commissie duidelijk het signaal meegeven dat dit nu wel een prioriteit op de agenda heeft. En dat we met zijn allen ernaar streven om het in ieder geval in maart af te ronden. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dat was ook ons voorstel, voorzitter. De voorzitter: Dan zie ik drie mensen, vier mensen die daar blij van worden. Vijf, zes, zeven, fracties moet ik zeggen, acht. En een meerderheid is negen. En de negende. Dan gaan we het op die manier doen. Dat wij inderdaad het terugzetten naar de Agendacommissie, die snel een plekje gaat zoeken op de agenda. En inderdaad nog wat langer. Wat is ruime tijd? We hebben nu anderhalf uur gepakt. Wordt dat twee? Tweeënhalfuur hoor ik. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik hoor de heer Den Heijer twee zeggen. Niet door de microfoon, maar het is duidelijk geworden, dit onderwerp leeft en het leeft ook serieus, want het was geen rommeltje vanavond. Het ging heel netjes, maar we komen er niet uit. Twee uur lijkt me schappelijk. De voorzitter: Hier vooraan. Even centraal. Twee uur? Mevrouw Van Engelen: Ja. De voorzitter: Dan hak ik nu de knoop door. Mevrouw Pichel.

69

Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van den Berg, kan het alstublieft wat zachter, want ik vind het bloedirritant. Mevrouw Pichel: Ik snap wel de behoefte lang genoeg. Dat begrijp ik. Maar we hebben nu heel veel besproken. Volgens mij zijn er behoorlijk wat overeenkomsten. En misschien liggen er nog gewoon wat vragen, zodat we veel gerichter naar iets toe kunnen werken. Ik snap ook wel de behoefte dat men meer wil. Maar ik vraag me een beetje af, hoe kunnen we constructief de volgende vergadering doen, zodat hij goed wordt benut en dat we er ook gewoon goed in door kunnen pakken? Ik weet niet wanneer hij moet gaan plaatsvinden. Maar anders komt er weer zo'n hele vergadering. Ik denk dat we hem echt moeten richten. De voorzitter: Ik hoor wat u zegt. En wij gaan dit terugkoppelen naar de Agendacommissie en de griffie. En we plannen twee uur in. De heer Tutupoly: Voorzitter. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik vroeg me even wat af hoor. Mijn buurman heeft net ook al geholpen ten aanzien van die Groennota. Als daar de druk nu niet op ligt, kan je dat dan niet even doorschuiven? De voorzitter: Sorry, ik zit niet te luisteren. De heer Tutupoly: Ik gaf aan, mijn buurman gaf het net ook al aan over die Groennota.

Als daar geen druk op ligt en op dit onderdeel wel, kan je die dan niet doorschuiven en dat je nu gewoon verdergaat? De heer Kleinpaste: Voorzitter, er zijn ook mensen die naar een andere vergadering moeten. De voorzitter: Daarom. Dat gaat hem niet worden. De heer Portier. En dan rond ik hem af. De heer Portier: Het enige wat ik aan wil geven, wat mij betreft is twee uur gewoon veel te lang, want we hebben nu al een hele ronde gehad. Er komt nog een beantwoording van de wethouder dan de volgende keer en nog een ronde. Dat moeten we toch gewoon in een uur kunnen doen. De voorzitter: Helder. Dan ga ik hem nu in stemming brengen. Wie stemt voor twee uur? Eén, twee, drie. Twee uur. Dan zie ik een meerderheid voor twee uur. Hamer ik hem nu af dat we twee uur... De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Mij is nu even niet duidelijk of we nu mikken op aankomende week? Want er zijn natuurlijk ook...

70

De voorzitter: Aankomende week hebben we een regiobijeenkomst. Dan wordt het de week daarna. De heer Den Heijer: Maar mikken we daar dan op nu? De voorzitter: 13 februari wordt het dan waarschijnlijk. Die staat al helemaal vol. Lange termijn agenda staat er nog niet op. Heren, dames, nog even centraal. Hij blijft nu ook lekker gaan. Dat wordt de vergadering van 13 februari waar de Agendacommissie op gaat mikken, om dan een twee uur durende vergadering in te plannen, oordeelsvormende vergadering. Dank u wel. Einde vergadering. 5. Vaststellen Aanpak Vergroening Binnenstad – Raadsvoorstel Voorzitter: mevrouw Pichel Raadsgriffier: mevrouw Vermeulen Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Droog (CU/SGP) Mevr. Van Engelen (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf Ambtelijke ondersteuning: Dhr. Naaktgeboren De voorzitter: Een hele goedenavond, dames en heren. Laten we gaan starten. Het is een paar minuten over tien. We hebben een uur de tijd voor deze vergadering. Ik stel voor dat we snel gaan beginnen.

Aan iedereen welkom, raads- en commissieleden, wethouder, ambtelijke organisatie, mensen op de tribune en de mensen thuis hopelijk. En ik ga even een rondje doen voor het verslag. En dan begin ik rechts van mij. De heer Naaktgeboren: Rick Naaktgeboren, ambtelijke organisatie. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder binnenstad. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP.

71

De heer De Vries: André de Vries, VSP. Mevrouw Van Engelen: Yara van Engelen, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Vermeulen: Laurette Vermeulen, commissiegriffier. De voorzitter: En ik zie de heer Safranti van DENK nog aanschuiven. En mijn naam is Ruby Pichel. En ik ben uw voorzitter. We zijn hier om het raadsvoorstel Aanpak Vergroening Binnenstad te bespreken. Een week geleden hebben we daarover een beeldvormende sessie gehad. Er waren niet veel technische vragen. Vandaar dat we deze nu hebben doorgestuurd naar een oordeelsvormende vergadering, met de volgende politieke vragen. In hoeverre waarborgt dit groenplan parkeerfaciliteiten in de binnenstad? En voldoet dit raadsvoorstel aan onze ambitie om een groene, leefbare en klimaatbestendig binnenstad? Zeg ik dat goed? Ja. Ik ga even kijken. Want we hebben natuurlijk nu de fracties die het woord kunnen gaan voeren.

En daarna bieden we wat ruimte voor de wethouder om reactie te geven. Mogelijk nog een tweede termijn en een afronding. Daar hebben we een uur voor. Laten we daar rekening mee houden. Wie zou graag hier debat willen voeren? Ik zie een hand van de heer Katif. En dan even kijken hoor. Ik zie een aantal vingers. Ik ga ze proberen te onthouden. En anders moet u straks nog even uw vinger opsteken. Ik begin bij de heer Katif, Beter voor Dordt. Gaat uw gang. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Ik zal even iets rustiger praten dan net, want het was een beetje hectisch. Ik begin met een oprechte waardering voor het raadsvoorstel, omtrent de vergroening van onze binnenstad. Het plan omarmt niet alleen een esthetisch aspect van onze stad, maar belooft ook een duurzaam en veerkrachtig karakter. Om een oordeel te kunnen vellen en meer diepgang te geven aan dit voorstel, wil ik graag een aantal verhelderende vragen aan het college stellen. Tevens ook oordeelsvormend. Dat komt eraan. Komt goed. Allereerst, een tienjarenplan voor de vergroening wordt ondersteund door een budget van 550.000 euro uit Agenda 2030,

72

reserve binnenstad ontwikkeling. Ik zou graag willen zien dat de wethouder ingaat op de specifieke samenstelling van dit budget. Welke kostenposten zijn hierin opgenomen en hoe deze vastgesteld zijn in relatie tot de beoogde vergroeningsdoelen. Ik zie u kijken. Moet ik het nog een keer herhalen? Verder ben ik benieuwd naar het participatieproces dat aan dit voorstel voorafging. In hoeverre zijn bewoners, ondernemers en andere stakeholders betrokken bij het vormgeven van deze vergroeningsplannen? Uit de woorden van de inspreker van vorige keer blijkt dit summier te zijn geweest. Welke waardevolle inzichten en suggesties zijn voortgekomen uit het participatietraject? En hoe hebben deze bijgedragen aan de uiteindelijke voorstellen die nu voorliggen? Daarnaast bij de prioriteiten wordt gesproken over specifieke locaties, zoals de Grote Markt en de Aardappelmarkt. Ik zou graag hier wat concreet aangegeven willen zien welke doelen het college nastreeft van deze stadsprojecten en hoe het succes van deze vergroeningsinitiatieven zullen gemeten worden. Zijn er specifieke indicatoren en benchmarks vastgesteld om de impact op de stad te evalueren? Een belangrijk aspect betreft ook de financiële kaders en de rol van cofinanciering.

Hoe wordt bijgedragen vanuit POBD, de ontwikkeling van brasserie De Witt, bewoners en andere stakeholders ingezet in het vergroeningsproces? Ik zou graag een toelichting willen hebben over deze cofinanciering in de voortgang van het project, dat beïnvloed kan worden door deze financiële stromen en hoe die gemonitord kunnen worden. Tot slot, voorzitter. Met het oog op mogelijke kanttekeningen, risico’s, met name de relatie tot medewerking van de bewoners en de ondernemers, hoe denkt het college deze uitdagingen aan te gaan? Zijn er specifieke strategieën en plannen om ervoor te zorgen dat het vergroeningsinitiatief breed wordt gedragen binnen onze mooie stad Dordrecht? Ik rond af. Wat is opgehaald uit de stad in hoeverre de gemeente particuliere initiatieven meeneemt en ondersteunt in deze ambitie van vergroening. Eerder werd ook makkelijk gezegd dat bijvoorbeeld parkeerplekken vergroend worden. Het kan wat mij betreft of wat Beter voor Dordt betreft niet zo zijn dat parkeerplekken verdwijnen, zodat er alternatieve locaties zijn voor parkeren. Vergroening mag nooit, nee ik zeg nooit, nee mag niet ten koste gaan van bijvoorbeeld parkeren en woongenot van de mensen die in de directe omgeving wonen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank, heer Katif. Ik hoorde wel een paar vragen, die ook wel wat technisch raakten, maar ik laat het ook even aan de wethouder.

Misschien dat die daar gewoon heel makkelijk en snel antwoord op kan geven. De heer Katif: Mag. De voorzitter: Ga ik naar de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel, voorzitter. Bij de behandeling van de begroting van dit jaar diende de Partij voor de Dieren een motie in om het college zich aan een belofte te laten houden. Het groen werkelijk van de Biesbosch tot de voordeur brengen, zoals in het coalitieakkoord staat. Alle bestaande wijken, en dan vooral de meest versteende wijken, vergroenen met de 3-30-300-regel uit de vastgestelde Sportvisie. 3 bomen in het zicht van iedere woning, 30 procent boomkroonbedekking en 300 meter van het dichtstbijzijnde park. Een meerderheid van steen minnende partijen stemde helaas tegen. Maar de binnenstad krijgt, zoals altijd, een voorkeursbehandeling. Alle wijken zijn gelijk, maar sommige wijken zijn wat gelijker dan anderen, zou George Orwell zeggen.

73

Een vergroeningsplan, enkel en alleen voor de binnenstad. Stelt dat wat voor? De 3-30300-regel zien we in ieder geval nergens meer terug. Zelfs niet een streven daarnaar. Groen van de Biesbosch tot de voordeur dan misschien? Die andere belofte uit het coalitieakkoord. Een klein beetje, want groene verbindingen worden wel genoemd. Maar een daadkrachtig plan met tussendoelen, om ze ook daadwerkelijk aan te leggen, is deze nota niet. Voor geen enkel project wordt bijvoorbeeld een streefdatum vastgelegd. Hiermee is de voortgang niet controleerbaar. De deadline van dit plan kan daarmee samengevat worden als, we zien wel. De verantwoording van het college wordt hiermee lastig. Voorzitter, de Partij voor de Dieren verwacht een concreet tijdspad met tussen- en einddoelen, als uitwerking van dit raadsvoorstel. In ieder geval voor de periode tot en met 2026, wanneer dit college er de brui aan geeft. Wij stellen een amendement voor om dit vast te leggen, dat u in de stukken kunt vinden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Groenewege. En de heer Groenewege kondigt ook een amendement aan. Dank u wel. De heer Kuhlmann, gaat uw gang. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. De Dordtse VVD is voor meer gezellig groen in onze binnenstad. Een aantrekkelijk gezicht. De belevingswaarde staat daarbij voorop.

Waarbij in het groen in het buitengebied de natuurwaarden en biodiversiteit een beslissende rol speelt, gaat het bij het groen in de binnenstad in de eerste plaats om een aantrekkelijk en bloemrijk groen voor bewoners en bezoekers. En een bloemrijk plantsoen ziet er wat ons betreft ook mooier uit dan een parkeerterrein. Toch zijn er, en de heer Katif zei dat natuurlijk ook al namens Beter voor Dordt, simpelweg ook parkeerplekken nodig voor de bewoners van de binnenstad. En ik weet dat dat voor hen een belangrijk onderwerp is. Ze hebben een brief geschreven. En ik zie ze ook hier op de tribune zitten. En in het experiment met het wandelend bos, waar we natuurlijk ook allemaal bekend mee zijn, gaat het steeds om een beperkt aantal parkeerplaatsen die dan vervangen worden door plantenbakken. Maar andere parkeerplaatsen blijven tijdens dat de experiment natuurlijk wel beschikbaar, waardoor mensen kunnen uitwijken. Als het bos verschuift, komen andere parkeerplekken vrij. En het vergroenen van al die verschillende plekken tegelijkertijd, als je al die zones bij elkaar optelt in dit plan, kan alleen op voorwaarde dat er voldoende alternatieve parkeerplekken beschikbaar zijn voor bewoners in bestaande en nieuwe parkeergarages en door de natuurlijke afname van die tweede parkeervergunningen. Dat is een belangrijk punt, dat we dat op de juiste manier doen.

Vergroenen waar dat kan, waar er ruimte is en mensen ook alternatieven hebben om ergens anders te gaan parkeren. En daarnaast wil ik nog even aandacht vragen voor twee andere punten. Waar het gaat om speelgelegenheden is het natuurlijk belangrijk dat die goed beschikbaar blijven. Ik zie de heer Safranti ook al knikken natuurlijk. En dan moet je even goed kijken waar het gaat om een vergroening in een speeltuin, als het dan bijvoorbeeld gaat om kunstgras vervangen door gewoon gras, als dat heel schaduwrijk is, dan is de vraag of het daarmee heel toegankelijk blijft. Dat is een punt van aandacht. En dat is het voor nu. De voorzitter: Dank u wel, heer Kuhlmann. Dan ga ik naar de heer Roggekamp van Gewoon Dordt. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, voldoet dit plan aan de ambities van de binnenstad? Het plan wat voorligt heeft de status definitief. Maar is daar volgens ons nog helemaal niet aan toe. In het plan staat dat er een meewerkgroep is geweest,

74

waarvan wij niet kunnen zien wie of wat voor mensen erin hebben gezeten. Ook is er al twee dagen met voorbijgangers gesproken in de binnenstad. Naar onze mening is dit veel te weinig en geen borging voor de bewoners van Dordrecht. Sterker nog, wij ontvangen geluiden uit de stad, en vooral uit de binnenstad zelf, dat men het helemaal niet eens is met de gemaakte keuzes. Voorzitter, vier jaar geleden hebben we al een besluit genomen in de raad om verticaal groen toe te gaan passen in Dordrecht. Nu wordt aangegeven dat dit eigenlijk helemaal niet goed te doen is en geen meerwaarde zou hebben. Vier jaar geleden is het al besloten en nooit uitgevoerd. Onze vraag dan ook voor dit plan, of dit plan dan ook de la ingaat vier jaar? We hebben wel het idee dat het achter het bureau gemaakt is. Volgens ons om dit plan wel te kunnen laten slagen, denken we dat de wethouder in ieder geval extra momenten moet gaan inplannen om met de bewoners en de bedrijven in de stad te gaan praten. Ook luisteren naar de raad. Wat er opgehaald wordt, wordt niet de input van het plan. Dat wordt de input voor de discussie hier in de raad voor de volksvertegenwoordigers. En moet er ruimte zijn om dit plan te wijzigen. En niet al een definitieve status nu te hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Roggekamp. Even voor de duidelijkheid, want u gaf een aantal aan.

Vooral de haalbaarheid van het plan was iets wat u als punt ook aangaf? De heer Roggekamp: Vooral de participatie ook, die er is geweest. Het is niet goed gedaan met de bewoners in de stad. We kunnen niet zien wie er in zo'n meewerkgroep heeft gezeten. Met wat voor mensen er gesproken is. En wij horen andere signalen uit de stad. De voorzitter: Ik zie een vraag van de heer Kuhlmann. Kom ik daarna bij u. De heer Kuhlmann: Dank, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Katif, uw microfoon. De heer Kuhlmann: Ik denk dat de heer Roggekamp van Gewoon Dordt een goed punt raakt, waar het gaat om participatie, dat dat heel belangrijk is. Ik ben benieuwd, voorzitter, of de heer Roggekamp het met me eens is dat waar het gaat om wat voor type groen er gaat komen op die verschillende locaties, wanneer die op een zeker moment aan de beurt zijn, dat het belangrijk is om dat inderdaad met burgerparticipatie te doen en daar de voorkeur van de meerderheid van bewoners in een straat op een belangrijke manier te laten meewegen. Of het een hondenuitlaatveld wordt of juist een leuk plantsoen? Wat er gaat komen, dat bewoners daar een belangrijke stem in hebben. De voorzitter: En uw vraag is of de heer Roggekamp het daarmee eens? De heer Kuhlmann: Of hij het ermee is dat dat een goede aanpak zou zijn? De voorzitter: De heer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter.

Ik begrijp wat mijnheer Kuhlmann zegt, maar ik denk uiteindelijk nog dat wij de volksvertegenwoordigers zijn. En wel degelijk al die input willen hebben voordat wij een goede keuze kunnen maken. En dat niet de

75

keuzes voor ons afgewogen worden, zonder dat we weten van, hoe is het goed bij elkaar gekomen? De heer Kuhlmann: Mag ik een vervolg stellen, voorzitter? De voorzitter: De heer Kuhlmann, ja. De heer Kuhlmann: Ik heb het nu echt over het detailniveau. Ik kan me voorstellen dat dat niet per se bij de gemeenteraad komt, of het ene type bloem of het andere ding. Maar dat dat wel iets is waar je, als je daar tegenover woont en daar dagelijks naar kijkt, natuurlijk wel ideeën over hebt. Dat bedoelde ik eigenlijk meer. De heer Roggekamp: Daar kan ik mijnheer Kuhlmann in vinden. De voorzitter: Dan komt er een vraag van de heer Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: De Partij voor de Dieren onderschrijft ook het belang van participatie. Maar we moeten denk ik wel realistische eisen neerleggen bij het college. En de eis dat het college aanlevert wie er allemaal aan een participatietraject heeft deelgenomen, lijkt mij nogal in tegenspraak te zijn met de privacy van die deelnemers. Dat is toch helemaal geen wenselijke eis om bij het college neer te leggen? Maar de heer Roggekamp suggereerde dat net wel. De voorzitter: De heer Roggekamp, heeft u daar een antwoord op? De heer Roggekamp: Ja. Ik hoef echt geen namen en rugnummers te hebben. Maar op dit moment lijken het bepaalde groepen te zijn geweest die, naar ons idee, één kant op hebben gekeken.

Omdat er heel veel bewoners die wij spreken en bedrijven die we spreken die zeggen, wij willen wat heel anders. En daarom hebben wij het idee dat niet gewoon de hele groep mensen waar het om gaat in Dordrecht geraadpleegd is. En aangezien we niet kunnen zien wie er in een meedenkgroep, die heel nadrukkelijk genoemd wordt, zitten, kunnen we ook niet zien welke groeperingen er wel of niet aangesloten hebben en of dit de waarde is, zoals wij denken dat het zou moeten zijn voor de stad. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik even kijken. De volgende op mijn lijstje is mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. We waren blij met de inbreng vorige week van Stichting DE STAD en Platform Duurzaam. En we sluiten ons heel erg graag aan bij de woordvoering van de Partij voor de Dieren. Want ook wij vinden dat de focus ligt te veel op de binnenstad. En we zijn blij. En we vinden het een goed idee om de binnenstad te vergroenen. En als we kijken naar de pleinen in de binnenstad, zoals het Scheffersplein, is dat ook nodig. Maar deze aanpak vinden wij nog te vaag geformuleerd. En daarom ook nog niet voldragen op dit moment. En we sluiten ons aan bij Gewoon Dordt, als het gaat over de participatiemogelijkheden. We vinden het, jammer is eigenlijk niet het juiste woord... Het geeft niet zoveel vertrouwen dat de inbreng van experts niet is meegenomen.

En dat gaven zij afgelopen vergaderingen heel duidelijk aan. En we begrijpen niet helemaal waarom dat deze deskundige inbreng... Of dat er zo om is

76

gegaan met deze deskundige inbreng. We zijn benieuwd naar wat daar de reden van is. En naast het tijdspad dat is aangevraagd, denken we ook dat het goed is om een stedenbouwkundige visie mee te nemen in het voorstel, om te kijken wat waar mogelijk is, naast de toolbox die wat breed en vaag geformuleerd is. En juist met een stedenbouwkundige visie wat concreter gemaakt zou kunnen worden. De voorzitter: Dank, mevrouw Schnabel. Ik snap natuurlijk ook de behoefte om te denken aan meer vergroening verder dan de binnenstad, maar dit gaat natuurlijk wel om de aanpak van de vergroening van de binnenstad. Is daar dan specifiek een vraag over van u? Mevrouw Schnabel: Nee. Dank u wel. Ik vond het gewoon een heel goed punt van de Partij voor de Dieren dat er inderdaad te veel focus ligt op de binnenstad. En dat we dat graag ook in de wijken zouden zien. Dat is wat ik wilde zeggen. De voorzitter: Mevrouw Van Engelen van GroenLinks. Mevrouw Van Engelen: Dank u wel, voorzitter. We hebben het vanavond over onze binnenstad. En ik hoor de teleurstelling bij mijn collega commissie- en raadsleden dat er nooit genoeg groen is. En die mening deel ik helemaal. Maar gelukkig hebben we het vanavond wel over groen.

En niet zomaar groen, want je ziet heel vaak als het gaat over groen in de binnenstad, hebben we het niet alleen over Dordt, dan hebben we het over mooi groen en groen waar we leuk naar kunnen kijken. Maar dit gaat gelukkig verder dan mooi groen. In het raadsvoorstel worden ook belangrijke punten genoemd. Naast de hogere belevingswaarde, het beperken van hittestress en wateroverlast, het versterken van de biodiversiteit en het ondersteunen van een gezonde leefstijl. Zeker het beperken van de hittestress en de wateroverlast zijn hier volgens mij erg belangrijk. En daarom hebben deze plannen ook wel degelijk haast. Onze interpretatie van het stuk is dat het bureau waarmee gaan werken, Terra, duidelijk goede ideeën heeft en expertise. Wij zien het positief in dat zij aan de slag kunnen in de stad. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Heer Safranti. De heer Safranti: Even een vraag aan mevrouw Van Engelen. Ook wij zijn natuurlijk voor groen. Alleen onze collega, mijnheer Kuhlmann, gaf natuurlijk ook aan, groen, prima, maar het moet niet ten koste gaan van de parkeerplaatsen. Hoe dan ook, er zijn mensen in de binnenstad die gebruik maken van een parkeerplaats. Hoe denkt u of GroenLinks hierin? Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, ik krijg een beetje een déjà vu, want volgens mij heeft de heer Safranti deze vraag gesteld over een ander onderwerp vanavond.

Maar ik zal hem opnieuw beantwoorden ten aanzien van het groen. En daar komen een paar dingen bij kijken. Ik wil nog eventjes nadruk leggen op het probleem van de hittestress. Dat is een gigantisch probleem. En elke zomer is het gewoon een feit, dit gebeurt, dat er zwakkere mensen in onze samenleving, waaronder veel ouderen, sterven door de hittestress. Het is te warm en we moeten de binnenstad verkoelen. Betekent dit dat we mensen die niet in staat zijn om een stukje te lopen van hun parkeerplek naar hun huis

77

gaan dwingen om aan de buitenrand van de stad helemaal te gaan parkeren? Nee. Daar moeten passende oplossingen voor gezorgd worden. Maar we hebben de taak om voor iedereen in onze stad te zorgen, ook voor die oudere en die zwakkere mensen die het in de zomer niet meer trekken, omdat het te warm is. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: Een vervolgvraag, de heer Safranti? De heer Safranti: Ja, een vervolgvraag. Totaal met u eens hoor. Daar gaat het ook allemaal niet om. Ik ben het hier ook mee eens. Alleen aan de andere kant, u weet ook dat wij, buiten de hittestress, enorme parkeerproblemen hebben in de binnenstad. Heeft u ook aan alternatieven gedacht? De voorzitter: Mevrouw Van Engelen. Mevrouw Van Engelen: Voorzitter, deze binnenstadportefeuille is natuurlijk veel breder. We hebben het hier ook over een paraplu. Tegelijkertijd spelen er ook dingen, zoals Spoorzone, Maasterras. En daar hoor ik ook een heleboel over het parkeren. En daar zitten ook allemaal plannen in. Nu ben ik niet woordvoerder op al die plannen. Ik ben samen met mijn collega, mevrouw Kruger, woordvoerder voor de binnenstad.

Ik kan u niet precies die verdeling meegeven van, hoe zit het in de toekomst met parkeertorens daar en plekken hier? Het is alleen wel duidelijk dat de raad het met elkaar eens is, en dit is ook altijd de lijn van GroenLinks geweest, dat we moeten zorgen voor een groene stad, zonder dat het onze inwoners... Zonder dat we het hun onmogelijk maken om fijn en goed te kunnen leven. De voorzitter: Dank u wel. Was u klaar met uw woordvoering of had u nog wat? Mevrouw Van Engelen: Nog niet helemaal. Ik stond klaar om nog eventjes aansluiten bij een aantal partijen. Beter voor Dordt gaf het al eventjes aan, het risico dat wordt genoemd is, en dan wil ik het even goed zeggen, ik ga hem er even bij pakken, hij is maar heel kort, de medewerking van bewoners en ondernemers en vastgoedeigenaren. Wij zijn inderdaad ook wel benieuwd, hoe gaat het college dat aanpakken? En ik wil me graag aansluiten bij Partij voor de Dieren als het gaat om het tijdspad. Want het is inderdaad een mooi plan, maar wij willen dat natuurlijk ook in de gaten kunnen houden. Zeker ook omdat er... Ik probeer net al de nadruk te leggen over waarom het zo belangrijk is dat we juist ook die binnenstad, die zo versteend is, zo snel moet gaan vergroenen. Daar wil ik nog even als laatste afsluiten met een compliment. En dat is het plan van de POBD.

Of in ieder geval misschien is dat gestimuleerd door het college is het compliment voor de wethouder. Weet ik niet. Om zo snel mogelijk te kijken, wat voor groen kunnen zij toevoegen aan de straten? Want we zijn wel op het punt dat alle kleine beetjes helpen. De voorzitter: Dank voor uw inbreng. Ik ga naar de heer Droog van ChristenUnie/SGP. De heer Droog: Dank u wel, voorzitter. Het integrale groenplan voor de binnenstad is een plan dat aansluit bij de ambitie van een duurzame en groene stad. En ook goed past bij

78

de verschuiving naar een openbare ruimte met meer groen, waarin het comfortabel toeven en aangenaam verblijven is. Er zijn een aantal fracties die het punt genoemd hebben rondom de burgerparticipatie. Sluiten we ons bij aan. Wij zijn heel benieuwd naar het amendement van de Partij voor de Dieren, rondom de noodzaak van een concreet tijdspad met ijkdoelen. Of motie? De voorzitter: De heer Groenewege wil daar wat op zeggen. De heer Groenewege: Ik kan de nieuwsgierigheid van de heer Droog vrij snel vervullen, want hij staat al bij de stukken. De heer Droog: Geweldig. De voorzitter: Prachtig. De heer Droog: Zodra ik thuis ben, ga ik hem bekijken. Ten aanzien van wat nieuwe input. De bevolking wil visie van de stad als het gaat om ruimtelijke kwaliteit. Een stad die duidelijke en stevige keuzes maakt. En in het Terra rapport worden dingen aangestipt, maar niet uitgewerkt. Daarnaast, veel mensen zijn blij dat de gemeente bezig is met vergroenen, maar het gaat ook om het daadkrachtig vervolg. Om realisatie van de plannen. Het is goed om ervoor te zorgen dat ook al op de wat kortere termijn projecten opgeleverd worden waarin zichtbaar wordt wat het vergroenen van de binnenstap betekent, concreet. Daarnaast punt rondom de expertise. Daar vraagt de definitieve uitwerking om.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/735/documents/30326