CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2023.11.08 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.docx .pdf

Gemeenteraad Dordrecht 19 december 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 7 en 8 november en de Dordtse Dinsdag van 24, 31 oktober, 14 en 28 november 2023 Vergaderzalen 1, 3, 546.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Maar wat lees ik dan vooral in de begroting over sport? We werken aan. We zetten in op. We verstevigen het fundament. We onderzoeken. We streven naar. Kom op, college, wij zijn Dordrecht. Als we tot die top tien willen gaan behoren, dan moeten we overgaan op actie. En de wethouder gaat straks vast allemaal dingen opnoemen die al gebeuren, maar daarmee laat hij precies zien wat zo hard nodig is: die routekaart, zodat we samen kunnen sturen. Ik ben ook de beroerdste niet, en dan rond ik af, voorzitter, want ik denk graag met het college mee. Even sporten zorgt er ook voor dat er ruimte in dat brein komt voor wat creativiteit. Dus ik wil de wethouder sport vragen om op korte termijn de uitdaging aan te gaan om een potje te gaan padellen of misschien een keertje basketballen tegen mij en een collega-raadslid.

40

En dan brengt u iemand mee uit het college en dan denken we daarna samen even na hoe we op sportgebied nu eindelijk eens echt samen gaan sturen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Stam. De heer Stam: Toch nog wel een vraag want ik heb mijnheer Van der Spoel zo'n beetje de hele sportvisie horen voorlezen, maar dan is ook gelijk de vraag daaraan gekoppeld: hoe veel geld heeft u daar dan voor over om de wethouder mee te geven van, ga hiermee aan de slag en hoe ziet u dat dan in de verhouding tot de 30, 40 miljoen die we over twee jaar moeten bezuinigen? Dan snap ik de wethouder wel dat hij evengoed gaat rekenen, kijken van, wat kan ik eigenlijk besteden? Maar u zegt hier eigenlijk, blanco cheque, ga je gang. De heer Van der Spoel: Dan heb ik mij blijkbaar niet goed verwoord, voorzitter, want blanco cheque heb ik niet genoemd. Volgens mij hebben wij een sportvisie vastgesteld. Wij hadden er ook wat centen aan gekoppeld en waar ik naar vraag is: laten we nu eens gaan kijken hoe we dat dan gaan uitgeven, want dat is ons ook toegezegd. Dus vandaar mijn opmerkingen over dat ik zoiets heb, bespreekt dat nu eens met de raad, want dan kunnen we keuzes gaan maken voor dat bedrag dat daarvoor is vastgesteld, hoe we dat dan uiteindelijk gaan uitgeven en waar we het eventueel misschien niet gaan uitgeven.

Maar geef die duidelijkheid? Dat is waar ik om vraag. De heer Stam: Ja, ik snap uw … Sorry, voorzitter … opmerking wel, maar alles is toch aan geld gekoppeld en wat ik eigenlijk ook in onze woordvoering heb gezegd: dat geld is er eigenlijk bijna niet meer. Dus hoe kijkt u daar dan naar? Want ik vroeg ook in mijn eerste vraag: hoe ziet u dan dat in verhouding tot de forse bezuinigingen die we moeten doorvoeren? De heer Van der Spoel: Volgens mij hebben wij, voorzitter, met de sportvisie al een bedrag vastgesteld wat daaraan wordt uitgegeven, wat daar gereserveerd voor is, toch? Dus ik zie niet in dat ik meer geld uitgeef of minder geld uitgeef. Dus daar laat ik het even bij, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties. Dan hebben we daarmee de eerste termijn van de raad gehad en gaan we door naar het college. De wethouder financiën gaat zoals gebruikelijk eerst het woord voeren en daarna de overige wethouders. Ik zal afsluiten met een korte bijdrage. Wethouder Heijkoop heeft het woord. De heer Heijkoop: Voorzitter, dank u wel en dank aan de leden van de raad voor de inbreng in de eerste termijn, waarin ook door verschillende partijen de waardering is uitgesproken richting de ambtelijke organisatie. Dank daarvoor.

Die zijn ook in goede orde ontvangen en er is ook weer heel erg hard gewerkt vanuit de organisatie om tot een goede en ook leesbare, degelijke begroting te komen. Waarbij wij ons ook realiseren dat het altijd nog wat beter kan, dus ook waar het gaat over de leesbaarheid, de omvang, de structuur.

41

Dus daarover blijven we ook altijd graag met u in gesprek via de auditcommissie en deze begroting is, en dat heeft een aantal van u ook opgemerkt, een echte vertaling van de kadernota. Er zit niet veel nieuw beleid in en dat is ook niet de bedoeling. Het is de bedoeling dat dit een duidelijke weergave is van de hoofdlijnen die we in de kadernota met elkaar hebben vastgelegd. Ik wil in mijn bijdrage eerste termijn, die heb ik eigenlijk even opgedeeld in drie blokken: het blok over de financiën, een blok over bestaanszekerheid en een blok over wonen. Want dat zijn eigenlijk de drie thema's die ik in mijn portefeuille meermaals uit fracties heb terug gehoord. Op die manier weet u dat daar enige structuur in zit, dus ook in het licht van interrupties weet u dat er altijd nog wat zit aan te komen als u nog niet uw eigen onderwerp hebt gehoord? Allereerste financiën. De begroting die voorligt is degelijk. Die sluit voor volgend jaar en ook voor het jaar daarop ziet het er niet heel problematisch uit. Meerdere van u hebben ook met elkaar gedeeld dat het perspectief op de verdere toekomst is moeilijk. Net als de rest van gemeenteland wordt ook Dordrecht fors geraakt door de korting op het gemeentefonds en hebben wij ook nog een aantal aanvullende uitdagingen waar het gaat over toekomstige kapitaallasten.

Het is niet zo dat het in het verleden is misgegaan of zo -daar hoorde ik wat opmerkingen over- nee, het zijn gewoon keuzes die zijn gemaakt in het verleden om incidenteel te financieren, maar dat zijn niet per se foute keuzes, maar we kunnen het ook op een andere manier doen. En we hadden destijds nog veel incidentele ruimte en nu ook nog wel, maar dat wordt wel steeds minder en we hebben ook keuzes gemaakt om ons vermogen in te zetten voor die agenda 2030. Investering vanuit het verleden gaan ook weer leiden tot nieuwe investeringen in onderhoud, de welbekende sportvoorzieningen, culturele voorzieningen, schoolgebouwen, u kent ze wel. Dus daar moeten we naar de toekomst toe ons toe verhouden. Als we dan kijken naar hoe we dat gaan doen, dat gaan we samen doen. Ik ben niet zo goed in de metaforen als de heer Van der Spoel, maar ik ben het wel van harte met hem eens dat we dat echt samen moeten doen. Het college heeft u ook een raadsvoorstel gestuurd van hoe we dat traject willen lopen, begin oktober, en ik heb wel begrepen dat u daar via de auditcommissie pas in het nieuwe jaar over zou willen spreken. Ik hoop eigenlijk dat wij al eerder met elkaar kunnen spreken over die route naar de kadernota 2025, maar dat staat uw raad natuurlijk vrij om de eigen agendering te bepalen, maar ik heb ook meerdere partijen gehoord van, we willen daar graag snel wij betrokken worden.

Dat staat u natuurlijk vrij. Het college gaat heel graag met u in gesprek daarover. Als we kijken naar het traject, dan gaat het ook over de jaarrekening. Daar is ook het een en ander over gezegd. Veel incidenteel. We krijgen veel incidentele middelen. Hebben we ook bij de kadernota wel over gesproken maar we gaan er nog eens heel goed doorheen, of we nog wat strakker, nog wat realistischer kunnen begroten. Maar dat gaat absoluut ons probleem niet oplossen. Alleen we kijken naar meerdere onderdelen en dit is er daar wel een van, als het gaat over de bestemming van de jaarrekening, en dan kom ik ook bij motie 12 om de raad daarbij bij te betrekken; ja, de raad wordt daarbij betrokken. Dat is conform onze eigen financiële verordening. Het college doet een voorstel, uw raad heeft budgetrecht. Uw raad bepaalt uiteindelijk wat er gaat gebeuren. Dat is ook hoe we dat altijd met elkaar doen en wat er nu in een motie wordt gevraagd. Daar zijn we vanuit het college ook gewoon echt geen voorstander van. Uw raad is altijd in staat om over de bestemming te spreken.

42

En als u raadt het anders wil, dan kan dat. En daar treden wij ook niet in, maar u krijgt vanuit het college natuurlijk wel een voorstel hoe we met die bestemming om willen gaan. Voorzitter, de motie 15 van de VVD, dat gaat over het betrekken van het bedrijfsleven. Precies het dictum, zeiden we vanuit het college, kunnen we eigenlijk niet helemaal in mee. Maar de strekking van de motie vind ik eigenlijk wel terecht, want we staan voor een grote opgave en participatie vanuit de stad is daar heel belangrijk. En we zijn altijd snel, we richten ons op bewoners, maatschappelijke organisaties. U als raad bent natuurlijk goed in positie. Het is heel belangrijk, denk ik, en dat is waar de VVD om vraagt, om het bedrijfsleven daar ook bij te betrekken. Ik zal dat ook in verbinding doen met mijn collega's economie om te kijken op welke manier we dat kunnen doen. Alleen op de wijze waarop het nu in het dictum is verwoord vinden we net iets te ver gaan. Eerst willen we de ambtelijke organisatie goed in positie brengen en daarna willen we ook de stad erbij betrekken. Ik ga met de collega's daarover praten hoe we dat zouden kunnen doen, maar ik hoop dat de VVD met deze toezegging op deze vorm niet door wil zetten. Voorzitter, de lokale lasten. Er zijn ook een aantal opmerkingen over gemaakt over de indexering. Dat doen we elk jaar bij de kadernota, de CPI-index.

We proberen de lokale lasten laag te houden. De huizenbezitter is in Dordrecht relatief goed af. Vanuit de raad werd wel gezegd van, de mensen worden op kosten gejaagd. Nou, 90 procent van huizenbezittend Nederland betaalt echt meer lokale lasten dan de mensen in Dordrecht. Waarmee ik niet zeg dat we er dan zijn, want het is een hele grote uitdaging om dat ook zo te houden. En dat willen we ook graag zo houden. Bovendien hebben we een bovengemiddeld goed voorzieningenniveau in deze stad. Dus in die zin hebben we best wel een mooie balans maar het is misschien zelfs de vraag of dat ook in de toekomst zo te handhaven is, maar daar gaan we wel onze best voor doen. In dit licht ontraden we ook amendement A3: de 40 euro. De berekening klopt overigens. We hebben een surplus op de risicoreserve: 1.1. En die 0,1 is 2,4 miljoen en als je dat deelt door het aantal huishoudens komt dat redelijk uit, maar u zult van mij als wethouder financiën ook verwachten enige behoedzaamheid en het is tenminste 1.0 en dat betekent niet dat je bij 1.1 gelijk moet zeggen: alles wat daarboven is, kunnen we teruggeven aan de stad. Hebben we vorig jaar wel gedaan. Alleen de tijden zijn weer wat onzekerder geworden, dus wij maken nu echt daar een andere keuze in, dus die ontraden we met deze argumentatie. Dan, voorzitter, ga ik naar het blok over bestaanszekerheid … De heer Katif: Voorzitter.

De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Bij interruptie. Onder welke voorwaarden zou u dat wel niet ontraden? Want u zegt, we hebben inderdaad met elkaar afgesproken in de financiële verordening dat onze ratio op factor 1.1 en wij doen een voorstel om de 0,1-factor daaruit te kunnen financieren. Vorig jaar had u 75 euro. Die hebt uit de hoge hoed getoverd en het is keurig netjes uitgekeerd. Nu vragen wij gewoon 40 euro, wat eigenlijk een hele goeie compensering van de kosten, want als je kijkt naar het totale plaatje vanaf 2022 tot nu toe, dan ziet u iedere keer een verhoging en tussen ‘23 en ‘24 zit er een gemiddelde tussen de 40 en de 55 euro.

43

Die 40 euro zou fantastisch zijn om enigszins het leed of enig soelaas voor het leed wat er is binnen Dordrecht. Het is maar een klein bijdrage, weliswaar generiek, maar het is wel een bijdrage die heel belangrijk zou kunnen zijn voor de inwoners van de stad Dordrecht. Maar de vraag was … Volgens mij heb ik hem al gesteld. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik begrijp de vraag van de heer Katif, maar het is een politieke keuze en zoals de heer Stam in zijn bijdrage ook aangaf: we moeten scherp aan de wind gaan varen. We hebben een financieel groot vraagstuk dat voor ons opdoemt en in tegenstelling tot vorig jaar vinden we het nu dus ook echt niet opportuun om dat kleine beetje reserve bovenop het minimale wat we moeten hebben in die ratio nu hierop in te zetten. In de toekomst hoop ik van harte met u dat wij de lokale lasten laag kunnen houden en dat er ook financieel weer ruimte ontstaat om dat ook daadwerkelijk te doen. Maar wij vinden het wel gepast om nu eerst het traject met u als raad te lopen, richting die kadernota 2025 en verder en van daaruit te kijken of er in de toekomst meer mogelijk is. Op dit moment maken we deze keuze niet. Maar het is uiteindelijk een politieke keuze, maar dat ontraden we om deze reden. Voorzitter, de bestaanszekerheid … De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel.

Als de wethouder graag een aanvulling wil hebben, dan houden we even op over de weerstandsvermogen. Maar we hebben ook nog namelijk een klein bedrag van 10 miljoen wat we nog niet gealloceerd hebben. En degenen die de begroting hebben gelezen zien precies waar ik het over heb. Dus als het alleen om geld gaat op dit moment voor de Dordtenaren, zou ik best even aan u en aan de raad willen voorstellen om die 10 miljoen die nooit gealloceerd is, daaruit te kunnen betalen. Dus qua financiën zou het het probleem niet kunnen zijn. De heer Heijkoop: Voorzitter, incidenteel kunnen wij als stad best wel wat hebben, dus de financiën dat is best wel in de techniek op te lossen. Alleen ik vind in deze tijd behoedzaamheid nog meer een kwaliteit dan dat het normaal al zou moeten zijn. En ik vind op dit moment gewoon niet opportuun en eigenlijk niet verantwoord om geld terug te geven aan de huishoudens. Hoezeer we het ze ook gunnen. We hebben natuurlijk een aantal regelingen voor huishoudens in de meest kwetsbare positie, maar voor zo'n grote generieke maatregel zie ik op dit moment geen ruimte. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag aan de wethouder.

Ik heb gelezen in de begroting wat u ons heeft aangeboden, dat de onderhoudsinvesteringen waar u het zojuist ook even over had, dat die voor de komende 20 jaar wel eens zouden kunnen oplopen naar 200 miljoen euro. Er is een bepaald systematiek en dat is een politieke keuze geweest vanuit het verleden. Dat baart ons zorgen naar de toekomst toe.

44

Gaat u ook in het gesprek wat u met de raad wilt voeren ook over deze onderhoudsinvestering en wellicht daar extra investering voor in de komende jaren wel opnemen in de begroting, althans een voorstel daartoe doen, want dat doet u voor volgend jaar niet, maar is dat ook een van uw overwegingen? De heer Heijkoop: Voorstel, dat is het geval. Dat hebben wij ook opgenomen in het raadsvoorstel dat we u hebben doen toekomen begin oktober en eigenlijk geeft u ook precies aan, waarom ik graag dat gesprek met u op redelijk korte termijn zou willen voeren. Dit is een van de bestanddelen waar we het over moeten hebben. Je hebt daar iets mee te doen, met die kademuren, met die onderhoudsinvesteringen, met die schoolgebouwen, het integraal huisvestingsplan. De wijze waarop je dat doet, daar kun je nog over van mening verschillen. Je kan elk jaar als het ware een reserve op gaan bouwen, je kan begin van een collegeperiode een bedrag reserveren, je kan incidenteel heel veel doen. Dat zijn allemaal mogelijkheden. Maar het is wel belangrijk om dat gesprek te voeren, om ons bewust te zijn dat we daar met elkaar een opdracht hebben en we hebben dat zeker nadrukkelijk ook in het vizier en we hebben dat ook opgenomen in het voorstel dat we u hebben toegestuurd. De voorzitter: De heer Den Heijer, bij interruptie. De heer Den Heijer: Dan bedanken we de wethouder voor de toezegging.

Bij ons speelt nog wel een beetje de vraag hoe we die toezegging nou precies moeten begrijpen. Als we de toezegging moeten begrijpen dat er een sessie plaatsvindt met de knappe koppen uit het bedrijfsleven waar onze ambtenaren en die mensen met elkaar adviezen uitwisselen hoe wij dat het beste structureel in onze begroting kunnen ombuigen en dat u daarover rapporteert aan de raad, dan zijn wij gewoon bereid onze motie in te trekken, voorzitter. De heer Heijkoop: Voorzitter, het bedrijfsleven kun je op meerdere manieren betrekken. Wat we al doen is soms ook gewoon expertise inhuren op bepaalde specifieke onderdelen om je ambtelijke organisatie te versterken. Wat je ook kan doen, is op het moment dat ’…’ het bedrijfsleven betrekken in de zin van als belangrijke partner in de stad van, je wil ook de impact van je ombuigingen graag toetsen aan het bedrijfsleven van, zijn dit de goede dingen, zijn dit effectieve dingen, in welke mate zien jullie alternatieven? We moeten daar echt even met elkaar over nadenken en ik zou deze motie heel graag betrekken bij dat debat, dat gesprek over die route naar kadernota 2025, want dan kunnen we met elkaar even finetunen van, waar gaat dat over? Op welke manier zouden we deze partijen kunnen betrekken? Want participatie staat daar ook heel nadrukkelijk in.

Dus ik zou eigenlijk de toezegging willen doen om dat gesprek met elkaar snel te voeren en daar dan met elkaar af te spreken op welke manier we het bedrijfsleven ook goed in positie kunnen brengen. De heer Den Heijer: Dat vind ik eerlijk gezegd een mindere toezegging dan u hiervoor heeft gedaan, dus die verleiding weersta ik op dit moment.

45

Maar we zitten nu het gesprek hier met elkaar te voeren en ik wil best met u meebewegen als u de toezegging ervan maakt dat het gewoon een specifieke sessie is, waarin ook gewoon de ruimte is om met elkaar die ideeënuitwisseling te doen. Dan zijn wij gewoon bereid om die motie in te trekken. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik wil daar ook echt even met mijn collega's in het college over spreken. Ook hoe zij … Welk bedrijfsleven wordt daar dan aan gedacht? Gaat dan over de financieel specialisten, gaat het over alleen maar een bedrijfsvoeringsoptimalisatie binnen de begroting? Vind ik eigenlijk relatief wat minder interessant. Vind ik ook bijna een beetje apolitiek. Die kennis en kunde moet je altijd aanboren om je rekening deelstaten goed te analyseren om je begroting strak te maken. Ik heb hem ook wel begrepen in de zin van: vergeet het bedrijfsleven als een belangrijke kennispartner in dat traject en op die manier wil ik hem overnemen en voor de rest vind ik hem eigenlijk op dit moment wat ontijdig, omdat ik hem graag bij dat raadsvoorstel zou willen bespreken. De voorzitter: De heer Den Heijer. De heer Den Heijer: Voorzitter, dan concludeer ik dat we in de tweede termijn dan van het college een nieuwe beoordeling krijgen op deze motie. Dan hadden we nog een openstaande vraag over het CPI.

Het CPI was eerst boven de zeven procent bij de kadernota en daar is geen correctie plaatsgevonden richting de begroting. En dat is niet heel erg gek want dat is gebruikelijk. De ene keer valt het mee de andere keer valt het tegen. Probleem nu is dat het best wel vies tegenvalt: het is ruim twee procent. In hoeverre neemt het college die tegenvallen nou mee in haar beoordeling in de kadernota 2025 bij de vaststelling van de OZB, de tarieven? De heer Heijkoop: Voorzitter, elk jaar bij de kadernota op een vast moment bepalen we dat percentage. Daarmee heb je ook geborgd dat het altijd een vergelijkbaar percentage is ten opzichte van het jaar daarvoor en dat er geen rare verrekeningen in zitten. Dus dat gaan we volgend jaar weer hetzelfde doen, dus dan zal als het goed is weer enigszins corrigeren wat er afgelopen half jaar, wat u schetst, wat dan de ontwikkeling is geweest en dat is dan eigenlijk het beleidsarme deel, maar onderdeel van het bredere gesprek zal ook zijn van, hoe ga je überhaupt om met je lokale lasten? En dan kan het zijn dat je van die CPI afwijkt. Dat zou natuurlijk wel kunnen, maar in beginsel pakken we elke keer die index bij de kadernota en dat is het vaste moment. Mevrouw Van Vugt-Roose: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Even over die motie.

We hebben liever dat er geen toezegging wordt gedaan op dit moment, dat de motie gewoon in stemming wordt gebracht. We betwijfelen zeer of de motie het haalt. Dus vandaar.

46

De heer Heijkoop: Voorzitter, dat is politiek, daar doe ik niet aan. Dat is aan uw raad, maar nee, ik geef alleen vanuit het college de overwegingen mee en ik denk dat de terechte oproep om betrokkenheid van het bedrijfsleven vanuit de VVD dat dat meer recht gedaan wordt, als we echt dit onderwerp meer in de diepte bespreken en dat we dat niet in een rij van 20 moties even mee moeten nemen tijdens de begroting, maar goed, ik heb de appreciatie van het college gegeven en daar houd ik het voor nu even ... De voorzitter: Gaat u verder. Nog 3 minuut 13. De heer Heijkoop: Voorzitter, de bestaanszekerheid. Meerdere fracties hebben hun zorgen geuit. Landelijk natuurlijk ook een groot thema. De gemeente is daar ook voor een deel nadrukkelijk bij betrokken. Sociaal domein, drie grote wetten. Collega's zullen straks wellicht stilstaan bij de Jeugdwet en de WMO. De participatiewet valt om mijn hoede. Het is goed om ons te realiseren dat er relatief beperkte beleidsvrijheid in zit, bijvoorbeeld het verstrekken van uitkeringen, is echt een uitvoeringstaak. Wat wel problematisch is, is dat die uitkering ontoereikend is. U heeft daar uitgebreid met elkaar over gedebatteerd. Is niet zozeer mijn politieke mening, want politiek dat doe ik niet aan, maar het blijkt wel uit een onderzoek van het door het kabinet ingestelde commissie sociaal minimum.

En als gemeente rijden we eigenlijk als een soort van bezemwagen -toch een soort van metafoor, zeg ik richting de heer Van der Spoelachter dat kabinetsbeleid aan en dat kabinetsbeleid schiet tekort en ja, daar past ruimhartig minimabeleid bij. Dat hebben wij in de stad. Dat hebben we een paar jaar geleden al met elkaar uitgebreid en ik ben heel blij, vanuit het college, dat we dat minimabeleid zo goed met elkaar op orde hebben gebracht met steun vanuit uw raad, omdat in deze tijd daar natuurlijk veel behoefte aan is en het voorkomt heel veel ellende in gezinnen. Ee zien ook steeds meer dat de bestaanszekerheid echt bepalend is in belangrijke mate voor ook zorgen rondom jeugd, een dak boven het hoofd, dus het is goed dat we daar met elkaar ook nou echt de focus op houden. Er werd even ingezoomd op de giftgrens. Ik heb inderdaad … De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti, bij interruptie. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Wethouder, bedankt voor de minima. Ik had net ook in mijn woordvoering aangeven over de witgoedregeling. Daar heeft u vorige keer natuurlijk over gesproken en als het goed is heb ik ook in de laatste commissie van mevrouw De Jonge aangehoord dat het vervolg zou krijgen.

Nu is de vraag vanuit DENK: hoe ziet die toezegging eruit, hoe gaat dat straks vervolg krijgen? De heer Heijkoop: Voorzitter, collega De Jonge en ik hebben allebei met witgoed te maken. De vraag die u stelt, daar zal collega De Jonge, denk ik, straks nog even op ingaan. Vanuit sociale dienst gaat het vooral over de bijzondere bijstand, waarbij we ook de inzet van witgoed stimuleren, omdat energiekosten is een belangrijke drijver van de kosten en goedkoper witgoed in het verbruik draagt daar ook in bij. Collega De Jonge zal nog wat meer ingaan ook op de transitie waar het gaat over de verduurzaming. De giftgrens.

47

Ik heb inderdaad richting mevrouw Schnabel van de Partij van de Arbeid aangegeven dat ik even na zou gaan hoe dat werkt in Dordt. We hebben daar relatief recent een grens in bepaald en die werkt eigenlijk heel goed. De voorzitter: Was het niet de heer Uysal die dat … De heer Heijkoop: De heer Uysal? Ja, GroenLinks, Partij van de Arbeid is voor mij … De voorzitter: Ja, ik haal ze wel eens door elkaar, die twee. De heer …: Ja, voorzitter, de … De heer Heijkoop: Het was de heer Uysal, dat klopt helemaal. De heer …: De wethouder doet niet aan politiek, maar hij heeft wel heel goed in de gaten hoe de hazen lopen. Dus dat is mooi om te merken. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik kom nog bij mevrouw Schnabel. Dit was inderdaad een vraag vanuit GroenLinks, de heer Uysal. Ik ben even nagegaan van, gaat dit goed? Er worden regelmatig meldingen gedaan en eigenlijk is de grens altijd toereikend. Er zijn inderdaad steden die minder doen, dat kwam ook in uw debat naar voren. 1200 in bijvoorbeeld Rotterdam. Er zijn ook steden die ietsje meer doen: Tilburg 1800. Dit werkt goed. We gaan wel binnenkort vanuit de regio een startnotitie rondom de participatiewet sturen en wellicht kunnen we in dat hele debat over die participatiewet hier nog eens over doorspreken maar voor dit moment geen signalen dat het niet goed gaat.

Als u die signalen wel krijgt, houd ik mij aanbevolen om daarover geïnformeerd te worden. Voorzitter, even kijken, ik ga naar het blok. O nee, ik neem ook motie 17 even mee. Dat gaat over de maatschappelijke tegenprestatie jongeren. De motie stelt dat er veel jongeren zijn die weinig tijd hebben, druk met school, druk met huistaken, druk met taalverwerving. Tegelijkertijd wordt er ook in de motie aangegeven dat die wellicht een verplichte tegenprestatie kunnen doen. Voelt voor ons een beetje op gespannen voet, want die jongeren hebben het al druk zat. Maar we zijn er ook niet zo positief over in de zin dat … we hebben natuurlijk de maatschappelijke diensttijd waarbij jongeren mee kunnen doen op een maatschappelijk betrokken manier en we hebben vanuit onze uitvoeringspartners dus denk aan de sociale dienst, denk aan het jongerenwerk, ook wel gehoord dat eigenlijk men daar niet zo zit te wachten op dit instrument. Jongeren op de rit is gaat ook heel erg uit van wat hebben jongeren nodig? Een hele open vraag en niet zozeer in de zin van, dit zou je als jongeren kunnen doen. Dus motie 17 ontraden we met deze argumentatie. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel.

48

Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wat wij juist eigenlijk uit het werkveld gehoord hebben, en ook vanuit Dordrecht is dat daar heel positief naar gekeken wordt, want volgens ons hoeft het helemaal namelijk niet op gespannen voet staan. Die jongeren komen in een schuldhulpverleningstraject terecht en die moeten dus hun schuld afbetalen en dat gaat dan dus nu in 18 maanden, maar het geeft heel veel spanning en stress, vooral wanneer er heel complexe schulden aan de hand zijn om zowel je schuld terug te betalen, als dan ook nog te werken en te leren. In heel veel andere steden wordt dit gedaan en daar is dat ook heel erg succesvol. Het is juist voor deze jongeren dan een enorme verlichting om via school of via werk indirect hun schuld af te betalen, zodat ze zich volledig kunnen toespitsen op de toekomst, in plaats van zich ook nog zorgen te maken over of het allemaal wel lukt. De heer Heijkoop: Voorzitter, mooi om de enorme bevlogenheid bij mevrouw Schnabel te zien, want ik ben er echt van overtuigd dat u hetzelfde wil als het college en dat is jongeren zo snel mogelijk weer op de benen krijgen, hen perspectief te bieden en in die zin ook een kansrijke toekomst te gunnen. We hebben inderdaad de verkorting van de schuldsaneringstraject. 18 maanden is in die zin al redelijk te overzien. We hebben ook nog een aantal andere instrumenten.

We nemen ook geregeld schulden over van jongeren en dan kunnen ze dat op hun gemakje afbetalen. Wij krijgen vanuit de praktijk, vanuit de uitvoering echt het signaal dat de huidige instrumentaria echt toereikend is, dat ze goed uit de voeten hiermee kunnen. Daarmee bagatelliseer ik het probleem nadrukkelijk niet, want wij zien dat veel jongeren het best wel moeilijk hebben. Maar wij zien er op dit moment weinig in om dit nog toe te voegen. Ik heb eerder met u daarover gesproken tijdens de kadernotabehandeling eerder dit jaar. En toen heb ik ook aangegeven, ook rondom dat jongerenperspectieffonds, hoe we daarmee om willen gaan en welke elementen we ook in ons eigen beleidsuitvoering een plek hebben gegeven en voor dit voor deze motie geldt ook dat we die ontraden, omdat we … We vinden hem in die zin niet helpen bij waar we allebei wel voor staan. De voorzitter: Gaat u verder. Heeft u nog lang nodig trouwens? Want de tijd is wel bijna op. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, de klok is net doorgelopen, dus we hebben nog twee seconden om over de volkshuisvesting te spreken. Als de raad nog meer wil weten, kunnen ze me er al te vragen over stellen. De voorzitter: Mag wel ietsje langer, maar hou het kort, zou ik zeggen. De heer Heijkoop: Voorzitter, het wonen. Dat is natuurlijk een heel heikel punt. Het laatste deel van mijn woordvoering.

We hebben met elkaar de afspraak gemaakt in politiek akkoord en met u als raad 30 procent van de nieuw te bouwen woningen dat dat sociale huurwoningen moeten zijn. Die ambities hebben we ook vastgelegd in de routekaart wonen. Wij hebben ook met elkaar toen afgesproken dat we extra sociale huurwoningen door corporaties laten programmeren. Binnenkort zullen we daar u nader over informeren. Afgelopen dinsdag heb ik in de commissie aangegeven dat er een bouwmonitor volgt begin volgend jaar. En collega Burggraaf zal daar nog wat verder op ingaan.

49

Er werd ook een vraag gesteld over de doelgroepenverordening. Die hebben we gisteren in het college vastgesteld. Dus die komt uw kant op. De heer Uysal gaf al aan van, dat is ook bedoeld om verschillende categorieën te onderscheiden en daarin geven we ook aan dat bijvoorbeeld woningen van 30, 55 vierkante meter met verschillende huurregimes, dat je op die manier kan sturen op wat je gebouwd wil hebben. En die 70 vierkante meter, waar het gaat over woningsplitsing en dergelijke, gaan we ook meenemen in de gesprekken over de nieuwe huisvestingsverordening. Vooralsnog zijn we wat terughoudend om daar andere keuzes in te maken, omdat we krijgen nu al dat soort verzoeken langs en soms geven we een ontheffing, soms zeggen we ook, dit is niet de kwaliteit die we nastreven en wijzen we zo'n verzoek af en vinden het eigenlijk wel fijn dat we als college dat instrument in handen hebben. Maar dat gaat ook zeker terugkomen in de gesprekken over het wonen. Hoe staan we er nu voor? De heer Van der Spoel gaf terecht aan dat ik heb aangegeven dat de omstandigheden heel uitdagend zijn, maar we houden onze ambities wel overeind. In de vorige periode waren die omstandigheden op onderdelen minder uitdagend, lagere rente en dergelijke. Toen hebben we 2800 woningen van de geambieerde 4000 gerealiseerd.

Dus het is niet gek om te onderstellen dat we die 4000 misschien niet halen, maar het blijft wel onze ambitie. We blijven daar wel aan werken. En waar het gaat over de sociale huurwoningen willen we vooral dat corporaties daar aan de slag gaan en de komende tijd wordt er echt heel veel gebouwd. In Krispijn 121 woningen waarvan ook 18 goedkope kleine woningen voor senioren die levensloopbestendig zijn, zodat daar ook wel doorstroom komt. De Vogelbuurt gaan we binnenkort flink bouwen. U kent allemaal die plek wel. In Crabbehof gaan we het nodige doen. De Van der Goesstraat, 140 woningen. Colijnstraat zijn we bijna uit met Woonbron. Er is echt veel gaande. 1000 corporatiewoningen, nog zo'n 640 jongerenwoningen. Leerpark is vorig jaar gerealiseerd, Thureborgh zit nog in de pijplijn, hebben we een woningbouwimpuls voor aangevraagd. Dus ik durf te stellen dat waar het gaat over het toevoegen van betaalbare huurwoningen, met name corporatiewoningen, dat we daar echt, echt nog heel veel meters gaan maken de komende tijd en we gaan u daar ook gewoon heel goed van op de hoogte houden via de tweejaarlijkse monitor en ook via de gesprekken rondom volkshuisvesting en wonen. De heer Safranti: Voorzitter. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter.

Voorzitter, mijnheer Heijkoop heeft tijdens de commissie aangeven dat er in praktijk toch wel problemen waren rondom bijvoorbeeld aanvraag van vergunningen en andere praktische zaken. En gisteren werd volgens mij door een van mijn collega's aangeven of wij dat niet kunnen versoepelen of anders kunnen inrichten om deze ambitie te realiseren. Want naar aanleiding van het verhaal had ik idee van, ik geloof er niet meer in. Maar als ik de wethouder nu hoor, dan word ik daar juist optimist over, dus misschien dat de wethouder daar iets meer over kan vertellen.

50

De heer Heijkoop: Voorzitter, daar zijn we vanuit het college van harte toe bereid. Vergunningstraject heb ik inderdaad geschetst, tot de raad van State toe. Complexiteit rondom de wet natuurbescherming. Dat zijn allemaal vertragende factoren. Omgevingsdiensten. Ik heb daar vorige week het nodige met u over gedeeld. Collega Burggraaf zat toen in het debat over de Weeskinderendijk, dus ik heb toen ook de honneurs vanuit bouwen waargenomen. Maar het gaat over de vergunningsdoorlooptijd en dergelijke. Dat zit meer in de portefeuille van collega Burggraaf. Dus die kan daar straks uw vraag op beantwoorden. Dan laat ik hem nu even liggen, ook omwille van de tijd. De voorzitter: Wat mij betreft nu maxi nog een interruptie. De heer Schalken. Gaat uw gang. De heer …: Voorzitter. De heer Schalken-Den Hartog: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor een andere heer Schalken maar … De voorzitter: Er is maar één heer Schalken. Gaat uw gang. De heer Schalken-Den Hartog: Oké. Ik hoor de wethouder twee keer de bouwmonitor noemen maar niet in relatie tot de door ons ingediende motie. Volgens ons in de vorige periode werden we veel regelmatiger via de bouwmonitor, volgens mij zelfs ieder kwartaal, op de hoogte gehouden en is dat de afgelopen periode niet zo geweest. De heer Heijkoop: Voorzitter, collega Burggraaf gaat daar straks op in.

Ik verwees naar die bouwmonitor in de zin van, daar gaan we ook de getallen van die sociale huurwoningen niet zozeer op uw motie. Dus daar komt straks collega Burggraaf op terug. Op welke moties ik wel inga, dat zijn de moties M14 en M16 en nog even de vraag vanuit de Partij van de Arbeid over de Troelstraweg: ik ben daar echt in stevig gesprek, durf ik te zeggen, met De Rivieren. Ik vind echt dat we daar fors moeten gaan slopen. En dat is omdat die kwaliteit niet goed is, het heeft een slecht label het is wat hokkerige en je moet echt goed nadenken, als je gaat renoveren, bereik je dan de kwaliteit die je wilt? We zijn daar echt op zoek naar een soort hybridevariant, dus van beide wat, en dan gaan we binnenkort echt met elkaar knopen over doorhakken en daar gaan we uitkomen, maar wij vinden dat Crabbehof echt verdient dat we daar een enorme impuls aan geven. In die zin lopen die gesprekken nog een hopen daar binnenkort de knoop over door te hakken. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, mag ik? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Bedoelt de wethouder daar ook mee dat die woningen dan ook echt gesloopt gaan worden en dat het dus niet zo is dat er in de tussentijd, voor het slopen, mogelijk is om daar jongeren in te huisvesten?

51

Omdat het namelijk zo is dat in andere steden, en ik weet niet of hier ook raadsleden zitten die dat ook hebben meegemaakt, maar ik heb in woningen gewoond in Amsterdam en in Utrecht die bijna gesloopt zouden gaan worden, waar de situatie niet optimaal was, maar waar je prima wonen kon en waar wat aanpassingen in gedaan werden en dat wordt hier bijna niet gedaan, dus eigenlijk daarom de vraag: is dat mogelijk volgens de wethouder? De heer Heijkoop: Voorzitter, de tijd dat mevrouw Schnabel in Amsterdam woonde waren, denk ik, de energieprijzen ook nog van een ander niveau. Dit zijn relatief slecht geïsoleerde woningen. Het zijn woningen op etages zonder een lift, dus in die zin voldoen ze niet meer aan deze tijd. Eigenlijk is mijn ambitie om deze woningen slopen en gelijk nieuw bouwen, dus wat mij betreft, zodra we het besluit genomen hebben daar ook gelijk door te pakken. Mochten de woningen even leeg blijven staan dan komt wel een soort van leegstand, tijdelijke verhuur, maar dat spitst zich niet per definitie op jongeren. Dan kijken we gewoon heel goed, de corporatie ook, wat is hier passend en dat zou heel goed jongeren kunnen zijn. Ik wil u toezeggen dat als wij besluiten dat die woningen nog even overeind blijven staan, dat dat voor jongeren … misschien wel dat dat een doelgroep zou kunnen zijn, ook omdat het voor ouderen niet zo geschikt is.

Dus in die zin wil ik hem meenemen, maar mijn belangrijkste wens is eigenlijk, dat we zo snel mogelijk daar nieuwe woningen neerzetten, want dat is het allerbeste. Met een goed energielabel. De voorzitter: Oké. Mevrouw Schnabel, was u klaar met uw interrupties? Mevrouw Schnabel: Dank, voorzitter. Ik had nog een hele kleine vraag, want het is natuurlijk niet bekend wanneer de jongeren die in de Thureborgh wonen daar weggaan en op het moment dat zij daar uit moeten dan hebben ze natuurlijk geen plek om te wonen. Is deze toezegging dan ook gericht op bijvoorbeeld deze jongeren, die dus hier weg moeten gaan en dan eventueel daar naartoe zouden kunnen? De heer Heijkoop: Voorzitter, daar kan ik echt geen toezegging op doen. Dat gesprek zou ik echt met de corporatie moeten voeren. Die jongeren bij Thureborgh, via een andere weg huren die daar tijdelijk. Ze kunnen inderdaad nu nog eventjes blijven, omdat het project wat vertraagd is. Ik gaf net al aan dat we proberen dat weer vlot te trekken met een extra subsidieaanvraag bij BZK. We gaan het niet voor al die jongeren bij Thureborgh oplossen. Daar ben ik gewoon heel eerlijk in. Een aantal jongeren zullen gelukkig ook zelf een andere plek vinden, sommige zullen doorstromen.

Misschien dat ook nog een aantal jongeren bijvoorbeeld zouden kunnen verhuizen naar Leerpark, waar we nog enkele studio's leeg hebben staan die nog gevuld mogen worden. Er zijn nog een paar plekken waar jongeren terechtkomen. Maar ik kan u echt niet beloven dat alle jongeren daar … Vanuit de gemeente in ieder geval kunnen we daar niet helpen aan passende vervolghuisvesting. Daar moeten ze ook vooral zelf nu ook energie in steken. Maar in theorie zou het kunnen dat die jongeren ook bij leegstaande woningen van het Rivieren terecht kunnen. De voorzitter: De heer Gündogdu. Graag kort door die interrupties mensen, want het is 11 uur bijna. We hebben nog wat te gaan.

52

De heer Gündogdu: Voorzitter, net als de wethouder zijn wij ook begaan met mensen die een woning zouden willen. Ik heb een vraag gesteld over erfpacht, voorzitter. Wij zijn van mening, en wij hopen dat ook in een document te kunnen zien, dat erfpacht wel eens voor die mensen die moeilijk een nieuwe woning kunnen financieren, wel eens een doorbraak zou kunnen creëren. Is het college bereid voor- dan wel nadelen van een dergelijk instrument als erfpacht met ons te delen? De heer Heijkoop: Voorzitter, collega Burggraaf zal deze vraag ingaan. Dit raakt ook echt wel de bouwende stad. Ik ga nog heel kort … De voorzitter: Ik zag nog heel even de heer Van der Net, volgens mij. Klopt dat? De heer Van der Net: Ik vroeg me alleen af, ook in aanvulling van de wethouder, dat die flats met name geschikt zijn op dit moment om champignons te kweken, dus ik zou daar het liefst helemaal geen mensen meer in hebben. Ook richting mevrouw Schnabel. De voorzitter: Als het maar bij champignons blijft, anders dan kom ik weer in actie. Mijnheer Heijkoop. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik vind het wel een terechte toevoeging. De woningnood is heel erg hoog, maar we moeten ook wel naar de langere termijn kijken en we willen uiteindelijk ook nog een goede woningvoorraad naar de toekomst toe in voor- en tegenspoed en dan zijn bepaalde woningen … daar moet je gewoon eigenlijk echt van af willen.

En een aantal van de woningen in Crabbehof vallen wat mij betreft in die categorie en dan is het misschien even pijnlijk om de sloophamer erin te zien gaan, maar die emotie zal plaatsmaken voor toch ook wel enige blijdschap als daar duurzame, goede woningen voor terugkomen. Voorzitter even reactie … De voorzitter: De heer Stam nog even. Gaat uw gang. De heer Stam: Ik heb meer een algemene vraag: heeft het college of de wethouder nog overwogen om het advies van de VNG te volgen? Om geen sluitende begroting in te dienen, om zo de druk op het Rijk op te voeren om wat meer financiële middelen beschikbaar te stellen? En daarbij een hele kleine opmerking: met betrekking tot de Troelstraweg heeft u het schitterende instrument van erfpacht al in handen. De heer Heijkoop: Voorzitter, daar ga ik verder niet op in, maar het klopt dat daar de gemeente een deel in erfpacht heeft. De sluitende begroting. Wij hebben er voor gekozen om in een meerjarenreeks niet sluitend te maken en vooralsnog zijn wij ook niet van plan om dat te gaan doen.

We zitten eigenlijk ook … dat gaat over 2026, want ‘24, ‘25 dan zijn de problemen echt nog niet van die orde dat we moeten bezuinigen, maar wat wij wel willen is dat we klaarstaan om uiteindelijk te kunnen besturen, besluiten te kunnen nemen, om te kunnen buigen als dat nodig is vanaf 2026, want de VNG gaat in gesprek, is op dit moment in gesprek via de bestuurlijke overleggen financiële verhoudingen met het Rijk. En dat zal ook dat overleg nadrukkelijk vervolgen met een nieuw kabinet. En dan gaat daar iets uitkomen. En ik durf wel te stellen: daar gaat niet uitkomen dat wij geen problemen meer hebben vanaf 2026.

53

Dus we maken ons nu gewoon klaar om straks op een zorgvuldige manier onze begroting op orde te houden. Maar zeker tot die tijd, als de toch wat onvriendelijke relatie tussen VNG en het Rijk zo blijft, dan zullen wij, denk ik, vanuit de gemeente ook daarin meegaan en onze begroting daar tekorten gewoon te laten zien die echt rechtstreeks vanuit Rijksbeleid terug te leiden zijn. Tot slot, voorzitter, twee moties heel kort. Motie M14: de doorstroommakelaar vanuit de VVD. Er wordt gememoreerd aan de positieve ervaringen vanuit De Rivieren. Gaat natuurlijk over sociale huurwoningen. We kunnen daar best wel naar kijken. Ik vind het best interessant om daar bijvoorbeeld eens even met makelaars over te spreken. We proberen nu kopers te verleiden tot doorstroming met een goed aanbod, met nieuwbouwwoningen. Dus dat mensen dan denken van, hé, ik wil die stap zetten. Richt zich vaak op ouderen, maar het is natuurlijk randje bemoeizucht, als je naar mensen toe gaat van, wordt het niet tijd voor een andere woning? En passend? Wat is een passende woning? Dan kun je het hebben over de omvang van de woning. Je kunt het ook hebben over de prijs van een woning.

Ik durf de stelling aan dat ook in deze raadszaal heel veel mensen misschien niet helemaal passend wonen, waarvan je eigenlijk zegt, die zouden kleiner of groter, gezinsuitbreiding, gezinsinkrimping, een dagje ouder, minder geld, meer geld. Die hele woningmarkt is gewoon heel ingewikkeld, maar we kunnen best eens met de makelaar praten, van zijn er ergens nog prikkels aan te brengen om toch ook op die koopmarkt wellicht mensen tot een bepaalde doorstroming te verleiden. Dus dat is eigenlijk de interpretatie vanuit het college op die motie en in die zin wil ik hem volledig omarmen vanuit het college. Niet half omarmen, volledig omarmen. Wel met de opmerking: het is dan dat gesprek. Als daar ook kosten uit voortkomen, vind ik wel dat we daar enigszins terughoudend kunnen zijn en onderdeel moeten maken … De voorzitter: Oké. U heeft dus tien minuten voor het geheel eigenlijk en niet per motie dus. De heer Heijkoop: M16: Jongerenhuisvesting. Daar heb ik eigenlijk al van gezegd in het debat, net mevrouw Schnabel, dat we daar gewoon echt wel wat terughoudend in zijn. Ja, als woningen leeg staan en ze zijn van voldoende niveau, zeg ik ook richting de heer Van de Net, is het prima om daar mensen in onder te brengen. Dan kijk je gewoon ook wat passend is. Dat kunnen soms jongeren zijn. Over het algemeen zijn dat ook wel jongeren. Soms kunnen dat ook spoedzoekers zijn.

Wat ik wel wil meegeven, en dat heb ik ook een keer eerder in de raad met u gedeeld: die tijdelijke huisvesting, ook aan de Noordendijk, heeft wel heel veel gedoe opgeleverd. Dat weet u allemaal nog wel. Corporaties hebben wel eens tegen mij gezegd van, wij overwegen soms wel om het maar een poosje leeg te laten staan, want als wij het tijdelijk beschikbaar stellen aan jongeren en vervolgens komt daar een soort claim uit voort van, nu moeten wij ook een nieuwe woning krijgen, daar moeten we dan wel gewoon eerlijk in zijn aan de voorkant. Ja, we kunnen tijdelijk iets beschikbaar stellen, maar uiteindelijk gaat het wel plat en komen er nieuwe woningen en dan kunnen we niet altijd de garantie geven dat de nieuwe woningen voor de jongeren die daar dan gehuisvest zijn. Dus die opmerking wil ik wel maken. En voor de rest is mijn advies namens college denk ik helder om het op deze manier niet te doen deze motie. Dank, voorzitter. De heer Uysal: Voorzitter?

54

De voorzitter: Wie geeft de heer Heijkoop nog wat spreektijd? De heer Uysal. De heer Uysal: Voorzitter, de wethouder refereerde naar lopende projecten wat betreft sociale huurwoning. En daar zijn we heel erg blij mee, maar dat betekent nog niet dat we er zijn. En ik ben nog wel heel erg benieuwd hoe de wethouder kijkt naar de ambitie van 1200 sociale huurwoningen. Ook als we kijken naar de harde planvoorraad, dan zien we dat we er gewoon nog niet zijn. Dus hoe verhoudt dat zich tot onze ambitie? De heer Heijkoop: Voorzitter, nee, we zijn er nog niet. Bij de start van deze coalitieperiode hadden we het over sociale huurwoningen en dan was nog vaak de definitie gewoon goedkope woningen in de huur. Als ik nu zo door de oogharen heen kijk en alles optel, dan komen we daar ruim over de 1200 heen. Maar we hebben ook gezegd van, nee, we willen ons vooral richten op die corporatiewoningen. Daar zetten we dus nu ook een plus op. We hopen dat de corporaties door blijven bouwen. Ik heb daar eigenlijk wel vertrouwen in. Die zijn net iets minder gevoelig voor de markt dan projectontwikkelaars. In de afgelopen anderhalf jaar zijn er ook wat meer woningen gebouwd dan in de jaren daarvoor. Dus je ziet ook wel dat daar de boel op stoom aan het komen is. Ook in de vorige periode zijn er echt wel wat voorbereidende plannen in gang gezet, waar we nu ook de realisatie van zien.

Dus ik heb er vertrouwen in op dit moment dat we die woningen echt gerealiseerd gaan krijgen in deze periode en ieder geval die 30 procent die we met elkaar hebben afgesproken van het totaal. De voorzitter: Dank. Dank, wethouder Heijkoop. Ja, het was hem al en de andere wethouders hebben maar de helft van de tijd, dus dat wordt spannend. Wethouder Burggraaf, gaat uw gang. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een minuut, of halve minuut na de tijd van de heer Heijkoop, maar dat scheelt, want ik heb ook maar twee moties, dus dat gaat gewoon helemaal goed komen. De eerste motie was motie 9 over de woningbouwmonitor waar de achterliggende vraag is: ook in deze moeilijke tijd doen we er voldoende aan om te blijven programmeren en snelheid te houden in het kunnen realiseren van woningen in Dordrecht? Voorzitter, even ongeacht de marktomstandigheden zorgen wij dat we continu werken aan eigenlijk een soort orderportefeuille zou je bijna kunnen zeggen aan woningen van 1000 per jaar. Dat je continu zorgt dat je daar ook programma voor toevoegt. We zitten nu op ruim 4000 woningen in de harde planvoorraad. We hebben de procedures daar ook echt wel goed op orde. In de regioschouw hebben we een bouwtafel georganiseerd, waarin we ook samen met alle bouwende partijen zitten.

We zitten in een versnellingstafel rondom de ontwikkeling van Maasterras, wat echt een hele complexe is. Op die manier zoeken we naar allerlei maatregelen om te zorgen dat we ook dingen kunnen versnellen. Dan over de … o ja, dat was het wat ik wilde zeggen: we zoeken daarin ook naar de aspecten in de markt die nu moeizaam zijn. Dus een start bouwimpuls vanuit het Rijk, wat je nu hebt, daar hebben we 6 miljoen subsidie op aangevraagd om op die manier projecten die het nu lastig hebben vanwege hoge bouwkosten en dergelijke ook een steuntje in de rug te geven om toch de bouw vlot te trekken.

55

Dan de woningbouwmonitor waar u om vraagt. Terecht dat u om dat inzicht vraagt. Die discussie hebben we ook al bij de kadernota gehad. Een motie van ChristenUnie/SGP en VSP was dat. Toen heb ik u ook al toegezegd dat we die woningbouwmonitor twee keer per jaar zullen presenteren. Die is toen vlak voor de zomer ook gepresenteerd vanaf Q1 volgend jaar, omdat u ook vroeg, doe een versie die ook echt voor de stad goed te lezen is en inzichtelijk is. Dus dat kost veel capaciteit en die kunnen we dan goed inzetten als we er twee per jaar doen, dus die krijgt u ook vanaf volgend jaar. Ik zou dus gewoon deze motie willen ontraden en gewoon vast blijven houden aan hetgeen wat we toen bij de kadernota hebben toegezegd. En dan krijgt u ook, en de rest van de stad, het inzicht waar u om vraagt, als het gaat om de vorderingen op de planvoorraad sloop, netto toename, et cetera. De heer Schalken-Den Hartog: Voorzitter. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-Den Hartog: In een reactie op de uitleg van de wethouder met betrekking tot de motie bouwmonitor: in de motie staat ook een onderdeel dat we graag ook willen zien: hoe het zit met het slopen het gerealiseer en het geplan en dat soort dingen allemaal. Zit dat er ook bij die bouwmonitor die er dan weer zou komen? De heer Burggraaf: Voorzitter, we zorgen dat in die in die monitoring ook gewoon netto aantallen zichtbaar zijn.

Want dat is waar u om vraagt, u wil, tenminste, zo lees ik hem, laat ik dat even ter checkvraag stellen. Je hebt wat je programmeert, een harde planvoorraad, wat je aan zachte planvoorraad hebt, wat er uiteindelijk echt daadwerkelijk gebouwd wordt en sleuteloplevering in de periode en wat die woningvoorraad in absoluut aantal in je stad doet. Dus dat is het sommetje bouwen en wat onttrokken is aan woningvoorraad binnen je stad door sloop of een andere onttrekking van een woning. Daar zullen we in voorzien in die monitor. Maar daarmee ontraden we wel deze moties zoals die nu voorligt, omdat we graag verder gaan op het pad zoals we dat hebben toegezegd bij de kadernota. Dan, voorzitter, was er een vraag vanuit Partij voor de Dieren met betrekking tot hondenspeelvelden in de in de binnenstad. Wij herkennen het signaal die u hier aangeeft dat daar behoefte aan is, aan hondenvoorzieningen in de binnenstad. Tegelijkertijd hebben we ook wel echt een schaarse ruimte in die binnenstad en zijn het ook wel flinke investeringen. U refereert naar het groenplan van de binnenstad. Die krijgt u deze maand met een heel veel andere stukken die ook over die schaarse ruimteverdeling in de binnenstad gaan en u krijgt aan het eind van het jaar een startnotitie over het hondenuitlaatbeleid en de voorzieningen erop.

Ik wil u toezeggen dat wij dit noteren als een actiepunt, dat wij bij elke ontwikkeling die we in de binnenstad doen ook kijken of er meekoppelkansen liggen op hondenspeelvoorzieningen. Dus dat wil niet zeggen dat het er altijd mogelijk is, maar we zullen dat wel als standaard check op het moment dat we iets doen. U noemde al zelf als voorbeeld Grote Markt. Daar gaan we nog een hele studie doen wat we daar precies mee willen, maar dan zullen we daar ook zo'n aspect meenemen om te kijken, zou het daar kunnen? En als het niet kan, dan niet, maar zo zullen we al die projecten meegaan en dan heb je ook kans dat je budgetten die daarbinnen zitten kan benutten om zo'n voorziening aan te leggen.

56

Want het kost natuurlijk wel geld en daar hebben we niet apart middelen voor gereserveerd. Dan de motie van denk en Beter Voor Dordt en VSP en de SP, geloof ik, met betrekking tot speelplekken in de binnenstad. Het past bij de visie die u heeft vastgesteld voor toekomstbeeld binnenstad. Wat zal het zijn, één twee jaar geleden? Daar wordt ook benoemd, dat we in de binnenstad kijken daar waar we naar een nieuwe ontwikkeling doen, of daar ook een meekoppelkans zit op een speelplek. Maar ook daar zijn geen budgetten voor en is het erg veel wat u nu vraagt om daar een heel groot plan voor te gaan maken. Daar moet je toch weer veel ambtelijke tijd in steken en zou ik willen voorstellen om deze motie niet zo aan te nemen, maar zou ik willen toezeggen dat wij, nogmaals, ook bij projecten die we doen in de stad, kijken of daar meekoppelkans zitten op speelplekken. Die zitten dan met name bij grote projecten en nieuwe ontwikkelingen waar ook in de begroting wat geld voor gereserveerd is, maar dat zal niet in hele grote getale zijn. Dat is ook het eerlijke verhaal. Maar als er een mooie kans zich voordoet in de binnenstad, je zegt van, maar als we dit heel anders inrichten voor groen en daar hoort eigenlijk een speelplek bij, dan nemen we die mee. Hopelijk is dat voldoende comfort voor u om deze motie niet ter stemming … De heer Safranti: Voorzitter.

De voorzitter: U had mij toegezegd om het binnen de tijd te doen. Maar die is nu voorbij. De heer Burggraaf: Nou ja, voorzitter, dit was ook de laatste. De voorzitter: Nog één vraag. De heer Safranti. Toch nog wat spreektijd. De heer Safranti: Ik had nog één vraag. Op zich prima, hoor, als ik de wethouder zo aanhoor. Alleen, wat ik ook wel zie is dat bijvoorbeeld juist op de plekken waar nu op dit moment speeltoestellen zijn, dat die toestellen zelfs weggehaald worden. Denk aan plek achter het museum, Lastige Eendplek heet dat geloof ik uit mijn hoofd, daar worden juist toestellen weggehaald, dus het zou fijn zijn, juist de plekken waar we het nu al hebben, dat daar toestellen komen of niet weggehaald worden. De heer Burggraaf: We zullen het alert in de gaten houden, voorzitter. Uiteindelijk zitten daar ook afwegingen van beheer en onderhoudsmiddelen in, maar nogmaals, het is wel echt een uitgangspunt die we in het toekomstbeeld van binnenstad hebben vastgelegd, dat we speelplekken belangrijk vinden in de binnenstad. Dus laten we dat als toezegging ook opschrijven. Daar heeft u een lijstje van. Daar kunt u me ook op toetsen of wij voldoende daar de vinger aan de pols houden. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu: Voorzitter. De voorzitter: Toch nog een vraag. De heer Gündogdu. Gaat uw gang.

57

De heer Gündogdu: Volgens mijnheer Heijkoop zou mijnheer Van de … Burggraaf, pardon, nog een vraag antwoorden over erfpacht. De heer Burggraaf: O ja, de vraag over de erfpacht, voorzitter. Met uw veronderstelling dat als je een woning met erfpacht uitgeeft, dat je dan aan een betaalbaardere woning zou komen. Dat was uw vraag, of …? De heer Gündogdu: Mag ik dat even kort toelichten, voorzitter, met uw permissie? Ons idee is dat op het moment dat je een huis verkoopt, waarbij de gemeente de eigenaar blijft, middels een erfpachtconstructie, dat die woning wat meer toegankelijker kan worden qua prijs voor de mensen die het nu juist niet kunnen kopen. We weten niet of die veronderstelling klopt, maar zou u dat in een voorstel, dan wel een raadsinformatie brief ons kunnen toekomen? Wellicht dat u uw antwoord paraat heeft en dat u dat met ons nu wilt delen. De heer Burggraaf: Voorzitter, dat heb ik wel en dat is dat de grondprijs niet zozeer de prijs van de woning bepaalt, omdat uiteindelijk de grondprijs op residuele waarde wordt vastgesteld. Dus je kijkt naar wat is de uiteindelijk vrij-op-naamprijs en wat zijn de stichtingskosten? Wat kost het om een woning te bouwen? En dan hou je de prijs van de grond over.

Dus daarmee heeft het niet zo'n grote invloed op de prijs van de woning en in de praktijk zijn er veel bezwaren om een huis met een erfpacht te kopen, want het biedt de koper minder zekerheid, omdat hij geen eigenaar van de grond is, particulieren vaak juist geen huizen willen met erfpacht, omdat ze bang zijn voor verhoging van de kosten van de canon en het kan ook bij het verstrekken van de hypotheek tot beperkingen leiden. Dus ik vind het een hele logische vraag en het klinkt ook iets dat je denkt, dan hoef je een stukje van de grondprijs niet te doen, dat doe je in huur, maar als je dit zo op een rijtje zet, dan is mijn conclusie dat het helaas niet hetgeen brengt, waar u naar op zoek bent om te kijken van, hoe kan je een betaalbare woning realiseren? Dat doen we dan vooral op twee manieren: één is dat we goed kijken daar waar we rijkssubsidies binnen kunnen halen, zodat we via de woningbouwimpuls daarmee een stukje onrendabele top kunnen nemen om een betaalbare woning neer te kunnen zetten. We hebben doelgroepenverordening zo meteen, waar je ook wat kan sturen in de ontwikkeling dat die er is en er ook voor een wat langere termijn kan garanderen dat het zo is. En dan, voorzitter, maak ik ook maar gebruik om nog even een vraag die nu me te binnenschiet ook nog werd gesteld: waar gaan we die betaalbare woningen dan realiseren? Die vragen werd door de VVD gesteld.

Die gaan we de komende tijd programmeren. Onder andere op Spuiboulevard. We zijn ernaar aan het kijken. Er was een eerdere motie in de vorige periode van de raad om dat in de laatste fase van Amstelwijck te doen, Amstelwijck Spoorzone, om dat te realiseren en dat zal ook absoluut weer terugkomen in een maatstafontwikkeling, ook waar we woningbouwimpulsmiddelen voor hebben. Dus ook op de betaalbare koop gaan we hard aan de slag en resultaten boeken de komende tijd voor het maken van harde planvoorraad daarvan. De voorzitter: Dank. Dan gaan we nu door naar wethouder Van Benschop en die heeft beloofd het echt kort te houden.

58

Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Ik zie hier nog allemaal heel frisse, fruitige raadsleden zitten, dus ik dacht, ik ga gewoon ieder begrotingsprogramma nog even nalopen. Nee, dat is flauw. Ik ga het echt proberen kort te houden. Binnen mijn portefeuille zijn er twee moties ingediend. Eén was van de PvdA, dat is motie M18. Dat ging over de jongerenontmoetingsplekken. We hebben vooral gekeken, hoe kunnen we de strekking van deze motie, dus waar om gevraagd wordt, want de vraag begrijpen we; is er voldoende ruimte voor jongeren om een plek te hebben waar ze kunnen ontmoeten en waar ze met elkaar dingen kunnen ondernemen? Hoe kunnen we deze strekking overnemen zonder dat we weer nieuwe dingen gaan ontwikkelen? Want we hebben gewoon openbare ontmoetingsplekken, dus dat zijn dan de huiskamers van de wijk onder andere, maar voor jongeren vraagt dat een andere invulling dan dat dat vraagt voor andere doelgroepen. Daar zijn we ons van bewust, dus die gesprekken gaan we zeker voeren om te kijken of er voldoende aanbod is, doen we de juiste dingen in programmering. Dat wordt niet gedaan door alleen Dordrecht Sociaal, wat dan de partij is die zowel jongerenwerk als buurtwerk doet, maar dat gaat ook in samenspraak met de gebruikers, dus onder andere in dit geval de jongeren.

Daarbij kunnen we wel toezeggen om het onderzoek waar om gevraagd wordt, of jongeren tevreden zijn om dat mee te nemen in de wijk- en gebiedsplannen die er gaan komen, de wijkplannen van Dordrecht Sociaal en de gebiedsplannen van onszelf. In de voorzieningenmonitor zullen we ook opnemen hoe jongeren kijken naar de voorzieningen in de wijk en of ze daar tevreden mee zijn. Dus ik hoop dat dat in ieder geval voldoende omarmt wat in de motie gevraagd wordt. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Bedankt, want ik begrijp hieruit dat er een toezegging wordt gedaan om op inderdaad verschillende punten die we in de motie benoemen, dus voorzieningenmonitor, jongeren mee te nemen als het gaat over plekken in hun wijk, dat dat inderdaad is toegezegd, he? Mevrouw Van Benschop: Als het gaat over de programmering van die plekken die er al zijn, ja. Dus we gaan geen nieuwe locaties openen, maar op de locaties die er zijn om daar mogelijk te maken voor jongeren om de programmering zo te hebben dat het voor hen een prettige plek is om te verblijven. Dan was er nog een motie M23 van Gewoon Dort. Ik vond het eigenlijk heel leuk dat daar nu bij deze begroting nog extra aandacht voor gevraagd wordt.

We doen altijd ons best om, en dan gaat iedereen heel hard lachen, dat begrijp ik, maar we doen ons best om het zo begrijpelijk mogelijk te maken, maar wij zien ook wel dat dat niet altijd slaagt. We proberen dat onder andere door niet alleen in tekst te communiceren, maar ook met afbeeldingen of filmpjes, maar we hebben daar gewoon echt verbeteringen te maken. Dus ik wil eigenlijk deze motie omarmen, waarin gevraagd wordt om te onderzoeken of het mogelijk is om een taalpanel in te richten, noem ik het dan maar even, aan te stellen. Die motie wil ik omarmen en ik kom erover bij u terug. En dan heb ik het gered in tweeënhalve minuut.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/590/documents/28766