2.2 2023.06.27 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Ik wilde graag een vraag stellen aan mevrouw Schnabel over die bestemmingsreserve omdat, maar misschien kan de wethouder daar dadelijk ook iets over zeggen. Volgens mij heeft de jeugdzorg een openeindregeling, dus als er iets nodig is dan moet er ergens geld vandaan komen. En om dit bedrag, wat we niet weten of dat echt voor jeugdzorg nodig is nu al te reserveren, terwijl we op heel veel andere terreinen ook financiën nodig hebben. Vragen wij ons af wat nu het slimste is om te doen. Gewoon te begrijpen dat er een openeindregeling is en dit geld ook mogelijk voor andere zaken binnen misschien de zorg te bestemmen, of specifiek te oormerken voor jeugdzorg. De voorzitter: De wethouder die heeft aandachtig meegeluisterd en heldert het straks vast op ingaan. Maar mevrouw Schnabel denk ik eerst of de heer Safranti die heeft een aanvullende vraag? Anders lijkt me dat het verstandiger is dat mevrouw Schnabel hem eerst beantwoord. De heer Safranti: Ik ben totaal mee eens met mevrouw Kruger. Ook dat was dus onze twijfel is dat niet landelijk geregeld of krijgen we daar niet van het landelijk? Moeten we dat nu al gaan oormerken die 1,1 miljoen uit mijn hoofd. Dat was dus ook onze punt in dit geval. De voorzitter: Prima steun voor mevrouw Kruger, maar mevrouw Schnabel die heeft een andere gedachte over. Mijnheer Stam u wilt ook nog iets aanvullends?
41
De heer Stam: Ik volg de lijn van mevrouw Schnabel, ik bedoel landelijk gezien in jeugdzorg zie je niks anders als hervormingsagenda’s. We kunnen natuurlijk zeggen het is openeindregeling er alle middelen onbeperkt instoppen. We hebben daar in de gemeenteraad ook al een kleine discussie over gehad met de wethouder. Wij zijn van mening dat je die 1,1 miljoen die nu eigenlijk op ons pad terechtkomt door alle laat maar zeggen taakstellingen die vanuit het Rijk zijn uitgevoerd en nu in een potje komen. Om dat binnen jeugdzorg te reserveren, maar wel voor andere doellijnen dan in de grote hoop te laten verzuipen. Volgens mij is het niet echt een openeinderegeling maar gewoon echt gebudgetteerd. Alleen door de groeiende vraag is het langzamerhand een openeinderegeling geworden. De voorzitter: Mevrouw Schnabel u heeft in ieder geval een medestander, maar u moet de vraag beantwoorden van mevrouw Kruger denk ik. Mevrouw Schnabel: Want mevrouw Kruger gaf inderdaad aan het is een openeindregeling. Wij denken dat het financieel handig is om daar alvast op te anticiperen en een soort deur aan te brengen. Waardoor dat we zelf de middelen zeg maar tot beschikking hebben om te kunnen reageren wanneer dat er iets misgaat. Dus dat is de reden dat wij denken dat dit een handig idee is. Dan was er nog een vraag van de heer Safranti maar volgens mij was die in de strekking van deze vraag.
Klopt dat? De voorzitter: De heer Safranti was het helemaal eens met de vraagsteller, maar inmiddels is er iemand die ook weer een vraag heeft en dat is de heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter dank u wel. Ik heb vorige keer ook goed geluisterd naar de beantwoording van de vragen die werden gesteld over het amendement. Tegelijkertijd begreep ik ook dat als dit bedrag wordt geoormerkt of apart wordt gehouden voor, dat er dan ook weer een nieuwe dekking moet worden bedacht. Zou PvdA daarop willen reageren? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Zeker. Wat de wethouder inderdaad aangaf is dat er dan een gat wordt geschoten in de begroting, maar wij denken er komen ook middelen vanuit gasbron vrij en wij denken misschien kunnen we die daarmee dekken. Ik zie de heer Heijkoop, maar wij denken inderdaad dat het goed is op die middelen daarvoor en anders om met elkaar te kijken wat we daarvoor kunnen gebruiken. De voorzitter: U heeft uw antwoord mijnheer De Heer? Dan mag u verdergaan met uw verhaal mevrouw Schnabel of gaat de heer Stam verder? De heer Stam: Nog één kleine vraag en die is ook richting de heer De Heer. Er liggen nu 25 moties voor twee amendementen waar eigenlijk nog geen geld voor gereserveerd is.
De kadernota is zo dichtgetimmerd, is eigenlijk de vraag aan de wethouder op het moment dat je 25 moties wel zou toekennen dan hebben we toch ook een financieel probleem. Dus ik vind het argument omdat het nu een gat in de begroting schiet vind ik niet echt van dien dat ik daarvan ondersteboven ben.
42
De voorzitter: Maar dat is eigenlijk een vraag aan de wethouder Financiën. Die gaat daar straks op in dat gaan we nu niet doen. Mevrouw Schnabel gaat u verder. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Daarnaast willen wij graag op het jongerenperspectieffonds dat hebben we ingediend. We zijn blij dat de wethouder daar enthousiast over was. Dat het ook al wat langere tijd bij de ambtenaren ligt die hiermee bezig zijn. We denken dat dit een uniek fonds is omdat het juist inspeelt op jongeren die eigenlijk vastlopen en een perspectief nodig hebben. Dus er wordt een perspectiefplan gemaakt en er staat een maatschappelijke bijdrage tegenover. Juist die dubbeling maakt dat het goed werkt en dat het ook heel veel positieve resultaten heeft opgeleverd. Daarnaast is voor jongeren vaak het inkomen te laag om in een schuldhulpverleningstraject te gaan. De voorzitter: De heer Van Ballegooijen heeft ondertussen een vraag voor u. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel voorzitter. Allereerst wij zijn heel enthousiast over het idee en dus de vraag is misschien ook wel weer richting de wethouder gericht. Delen waar we wat vragen bij hebben zo moet ik het zeggen. Is dus één inderdaad is dit geld inderdaad beschikbaar via deze weg? Dat is wel een belangrijke dat we niet geld uitgeven dat al voor andere doelen beoogd is.
Twee is eigenlijk in hoeverre dus dit al via deze weg of via een andere weg dezelfde doelen gepoogd worden bereikt te worden, zodat we niet ook dubbel werk doen zullen we maar zeggen. Dus ik denk dat het een hele nuttige aanvulling is, maar ik denk wat de wethouder ook al eerder heeft aangegeven. We moeten even kijken hoe het inpast. Dus daar zou ik wel benieuwd naar zijn ook van de reactie van zowel mevrouw Schnabel als de wethouder. De voorzitter: Die van de wethouder zult u even geduld voor moeten hebben, maar mevrouw Schnabel die mag er nu nog wel op ingaan. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter daar ga ik graag op in. Want het is zo de wethouder die gaf vorige week aan er zijn dus al inderdaad projecten die lopen zoals vroeger Op Af en MatchMakers. Wat dit nou onderscheidt van andere projecten is dat je door zeg maar de maatschappelijke meerwaarde die het creëert of de maatschappelijke iets dat je doet als jongere, kan je bijvoorbeeld je startkwalificatie halen of vrijwilligerswerk doen. Op die manier kun je heel makkelijk weer terug in de maatschappij komen. Door dat perspectiefplan word je ook een soort van op de rit gezet. Nu is het zo dat in veel gemeenten dat ook echt positieve effecten heeft opgeleverd en ook jongeren heeft geholpen om echt verder te komen. De voorzitter: De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter daar had ik een beetje een vraag over.
Dat is misschien ook mijn onbekendheid met dit fonds. Eentje is hoe verschilt het van schuldhulpverlening aan andere groeperingen, want dit richt zich echt op 18 tot 27 jaar. Bij het hele verhaal over maatschappelijke tegenprestatie et cetera dacht ik maar moeten de jongeren dan niet gewoon aan het werk geholpen worden volwaardig werk? Waarom specifiek zeg maar via de weg van een maatschappelijke tegenprestatie? De voorzitter: Mevrouw Schnabel.
43
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Kijk jongeren die verdienen te weinig om in een schuldhulpverleningtraject terecht te komen. Op het moment dat er alleen naar de financiën gekeken wordt, dan wordt dus niet de persoonlijke situatie meegenomen. Dat maakt het voor veel jongeren lastig om het überhaupt aan te kaarten en om ergens in terecht te komen waar ze ook echt daadwerkelijk werken aan hun toekomst en daar is dat perspectiefplan voor. Dan heb ik volgens mij beantwoord wat u vroeg of is er dan nog een vraag die … De voorzitter: De heer Portier heeft het nog niet helemaal begrepen denk ik. De heer Portier: Het ging ook specifiek over waarom die maatschappelijke tegenprestatie en niet jongeren gewoon aan werk helpen. Mevrouw Schnabel: Die maatschappelijke tegenprestatie kan ook zijn aan het werk geholpen worden. Want daar zit vaak ook een hobbel om aan het werk te gaan. Soms is het ook het feit dat er nog geen startkwalificatie gehaald is. Dan blijf je natuurlijk op een bepaalde manier een goedkope arbeidskracht. Door die schulden, je creëert natuurlijk ook omdat je die schulden een soort van maatschappelijk afbetaalt, dat je daarmee ook de samenleving een soort van veilige plek maakt. Dus die maatschappelijke tegenprestatie die is meer dan alleen weer aan het werk komen. Dat is ook terugbetalen eigenlijk wat afgekocht is.
De voorzitter: Voldoende mijnheer Portier? De heer Portier: Ik zal in de wandelgangen nog wel meer informatie vragen. De voorzitter: Daar kun je heel veel informatie krijgen. De heer Stam die heeft een vraag of hij gaat u ook weer een keer helpen mevrouw Schnabel. De heer Stam: Ik heb nog wel een vraag die in het verlengde daarvan zit, in de gemeenteraad ook al gesteld maar die heeft de wethouder nog niet beantwoord. Er zijn nu een heleboel jongeren die gaan in die mooie nieuwe woningen wonen daar op het Leerpark ongeveer driehonderd. We hebben al signalen ontvangen dat een aantal jongeren gewoon die huur niet kan betalen. Wat voor oplossing is daarvoor? Er schijnt een toezegging te zijn van de wethouder dat ze mogen aankloppen, maar aankloppen is nog niet geregeld. Als ik dat in het verlengde trek van hetgeen wat de PvdA nu voorstelt, sluit het daarop aan of heeft u daar andere middelen voor en staan die dan in de kadernota of gaat het uit een ander potje? De voorzitter: Daar komt de wethouder denk ik straks wel op terug. Mevrouw Schnabel u gaat nog verder? Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ja graag als dat kan. Dus dat is over het jongerenperspectieffonds. Motie M22 Witgoedregeling vanuit Bijzondere Bijstand. Daar waren we in de vorige vergadering misschien wat fel over maar we vinden het een hele sympathieke motie, dus dat willen we graag benadrukken.
Het is alleen dat we er wel vragen nog bij hebben omdat energiehulp er al is. En omdat die continuïteit gewaarborgd moet worden en omdat we denken dat dat eigenlijk misschien, maar dat weten we natuurlijk niet, dus dat is ook een vraag. Dat we denken dat het misschien
44
daar nog het meeste in zit. Om ervoor te zorgen dat die witgoedregeling die er eigenlijk op een bepaalde manier al is, om die te continueren en om daar ook genoeg personeel voor te vinden. Want dat is wat nu een probleem lijkt. Dus dat is onze aanvulling op die motie. Dan willen we graag nog kort over Inclusie in Dordrecht is nou een illusie. We vinden het een ook een super sympathieke motie. We denken dat het goed zou zijn om in het evenementenbeleid mee te nemen. Tegelijkertijd kunnen we ons nog niet helemaal vinden in aparte evenementen voor doelgroepen. Maar we vinden het wel een hele goede aanvulling om op festivalterreinen mogelijkheden te creëren waar mensen gewoon gebruik van kunnen maken als ze dat nodig hebben. Dus daar zijn we benieuwd naar. Even kijken, dat dat was het voor nu eventjes. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat straks de heer Safranti of iemand van de fractie van Waardhuizen op die andere moties wel in zal gaan. Dan ga ik naar GroenLinks. Mevrouw Kruger heeft gezegd dat zij zou starten. Klopt dat mevrouw Kruger? Of wordt u nu zenuwachtig? Mevrouw Kruger: Nee hoor ik word niet zenuwachtig. De voorzitter: Ik wil u er even aan herinneren wat we afgesproken hebben. Mevrouw Kruger: Ga ik starten. De voorzitter: Ik herinner u nog even we hebben afgesproken … Mevrouw Kruger: Ja we houden het kort.
Ik kom zo even op onze eigen motie over kunst in de openbare ruimte. Kort wil ik ingaan op de witgoedregeling dat is een mooi initiatief om dat inderdaad in Dordrecht ook aan de gang te zetten. Daarbij willen we aan de wethouder vragen om ook toch eens even te kijken naar Thomas Rau, ondernemer, architect en visionair van de circulaire economie. Die had onder andere ook ideeën over het verstrekken van bijvoorbeeld een wasmachine die je dan niet koopt, maar die je dan huurt of least. Waardoor je vrij goedkoop kunt wassen zeg maar. Maar dat je niet een dure machine hoeft te kopen. Dat is even een opmerking erbij. Verder even kijken hoor want eentje die komt straks pas. Kom ik op de motie voor kunst in de openbare ruimte. Ik denk dat zoals het beschreven is, het eigenlijk wel voor zelf spreekt. Het is voor iedereen bereikbaar. Iedereen kan ernaar kijken, iedereen kan zich verbazen, iedereen kan er soms ook troost in vinden in kunst in de openbare ruimte. Voorheen hadden we daar een hele mooie regeling voor. Wij vragen dus om eens te kijken om die regeling weer in het leven te roepen zodat niet op het moment dat er ergens een kunstenaar is, of dat we het idee hebben om een kunstwerk ergens te plaatsen. Of dat nou een beeld is, een muurschildering, een gedichtregel of wat dan ook.
Dat we dan weer moeten gaan zoeken naar hoe gaan we dat dan doen, zijn er allerlei vergunningen voor nodig, maar dat dat gewoon in een regeling geplaatst is. De voorzitter: De heer Portier die wil hier iets over vragen. De heer Portier: Voorzitter wat ik me afvraag dreigt niet het gevaren, want vroeger waren er inderdaad regelingen zoveel procent moet besteed worden aan kunst in de
45
openbare ruimte. Dan zag ik een hoop golvend oudroest voor een politiebureau. Of er was, we hebben hier wat bolletjes die Albert Cuyp voor moeten stellen of er werd een paaltje gekleurd en dat kostte dan 10.000 gulden want anders kom je niet aan het percentage. Bent u niet bang dat heel veel van dat soort kunst tussen aanhalingstekens geplaatst gaat worden als je een vast percentage uitgeeft in plaats van te kijken wat willen we nou echt? De voorzitter: Mevrouw Kruger u heeft denk ik een andere visie op kunst? Mevrouw Kruger: Sowieso. Kijk ik vind het soms ook roest en dan heb ik er geen bijvoorbeeld een bepaald gevoel of wat dan ook bij. Dat is met iedere kunst. Dat is ook in een museum waar prachtige dure schilderijen hangen. De één spreekt het aan en de andere denkt bij mijn oma hangt ook zoiets op de schoorsteen alleen dat is dan niet door een bekende kunstenaar geschilderd. Dat is best lastig om daarover te twisten. Ik ben er zeker niet bang voor want juist zoals die regelingen nu bestaan met allerlei ook criteria en uitwerkingen waaraan voldaan moet worden, dan kan je dat voorkomen. Wij vragen ook niet om bijvoorbeeld één procent van een bouwsom of wat dan ook, maar gewoon eens te kijken op wat voor manier kan je dat gaan opzetten en hoe kan je dat gaan organiseren. De voorzitter: Voor u verder gaat, mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel.
Wat wij ons afvroegen is hoe ziet u de samenwerking zeg maar met buurtbewoners in wijken en de kunstregeling? Want wat wij ons voor konden stellen is dat buurtbewoners daar natuurlijk ook veel over te zeggen hebben. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank voor uw vraag. Want als je gaat kijken hoe die regelingen zijn opgesteld, wordt er juist ook de nadruk op gelegd dat niet bijvoorbeeld dat er met kunstenaars gesproken wordt over wat er in de openbare ruimte moet komen, maar ook inderdaad met andere belanghebbenden zoals inwoners. Ik kan me voorstellen dat als je in een kinderrijke buurt woont en dat je op een bepaald plein of in een bepaald veld iets wil hebben, dat je dan een kunstvoorwerp wil waar kinderen bijvoorbeeld op kunnen klimmen of wat mee kunnen doen. Dus buurtinwoners hebben zeker ook in die criteria hebben daar zeker inspraak in. De voorzitter: Een vervolgvraag. Mevrouw Schnabel: Een kleine aanvullende vraag. Is er dan bijvoorbeeld ook ruimte dat buurtbewoners dan samen met de kunstenaar daarin kunnen optrekken? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Zeker en dat is juist zo mooi van kunstenaars die staan altijd open voor allerlei initiatieven. Met elkaar kan je tot iets nog veel mooier komen als dat één iemand iets verzint. De voorzitter: Voor u verder gaat de heer Van Ballegooijen heeft ook een vraag.
46
De heer Van Ballegooijen: Dank u voorzitter. Eén ding is mij minder duidelijk geworden eigenlijk door deze beantwoording. In eerste instantie gaf mevrouw Kruger aan dat ze graag wilden onderzoeken of ze terug kon naar de procentregeling zoals die bestond. Mijn weten is dat een procentregeling van de bouwsom. Zojuist zei mevrouw Kruger dat ze niet per se een procentregeling van de bouwsom. Dus dan vraag ik me af, waar dan een percentage van? bovendien vraag ik me dan af maken we hierdoor niet direct bouwen dat toch al duur is, gewoon per definitie op elke locatie duurder? Is het daarmee niet logischer om per project te kijken wat een logische invulling van straatkunst is? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank voor de aanvullingen. De officiële percentageregeling bestaat inderdaad eigenlijk een Rijksregeling. Eén procent was dat toen geloof ik, of één komma zoveel van een bouwsom die dan gebruikt werd voor kunst in de openbare ruimte. Maar als je gaat kijken hoe het nu zich verder uitwerkt, kan het een percentage zijn van een bouwsom maar het kan ook zijn van de inrichting van een openbare ruimte waar dan een bepaald bedrag voor vrijgemaakt wordt om die kunst te doen. Maar ook daar zitten weer maxima en minimale bedragen aan. Dus het is niet zo als je een, ik noem maar wat een project hebt wat twintig miljoen kost, dat je daar dan één procent doet.
Ik ben zo slecht in rekenen jongens. 200.000 dat je per se voor 200.000 euro een kunstwerk moet neerzetten, dat kan ook goedkoper zijn. Daar zijn weer ook allerlei maatstaven voor die dat ook juist kunnen beteugelen. De voorzitter: De heer De Heer die heeft er ook nog een opmerking over of een vraag. De heer De Heer: Voorzitter dank u wel. Even een vraag over de financiering. Dat was me nog niet helemaal duidelijk, sympathiek voorstel. Is dit neutraal, moet er extra geld bij vanuit een ander potje, of gaat dit vanuit kunst en cultuur en zou er iets anders dan voor moeten wijken om dit te realiseren? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik zit even te denken, want het is niet specifiek uit kunst en cultuur juist niet. Het gaat erom dat je gaat kijken of er andere middelen beschikbaar zijn om dit te bekostigen. De voorzitter: Helder mijnheer De Heer? De heer De Heer: Dan misschien de vraag daarbij voorzitter wat het voorstel zou zijn waar het dan vandaan zou komen. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dat is om juist te gaan kijken wat de mogelijkheden zijn hoe je dat kan gaan regelen. Ik kan er allerlei ideeën bij hebben, maar het gaat erom dat we met elkaar gaan kijken om die regeling weer vorm te gaan geven en daar dan ook de financiën bij te zoeken.
47
De voorzitter: Ik zou zeggen ga verder met uw betoog of geef het stokje door. Mevrouw Kruger: Ik ben klaar. Ik geef het stokje over aan Nick, de heer Bootsman. De voorzitter: De heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel voorzitter. Ik wacht even tot het wat stiller is. De voorzitter: Eén moment. Beste mensen graag aandacht voor de heer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel voorzitter. Ik ga beginnen met motie 14. Wij zijn het helemaal eens met de strekking van deze motie. Wij zijn wel van mening dat we dit echt integraal moeten bekijken. Of het ook in bestaande programma's ingepast kan worden, zoals het ook in het dictum van de motie genoemd wordt. Graag wachten wij hier ook het debat over af. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: U zei net fijn dat u het er helemaal mee eens bent, maar dat u benieuwd bent naar hoe het in bestaande projecten past. Klopt dat? Wil ik een kleine toevoeging maken. Het is juist krachtig op zichzelf, omdat het juist gaat over dat hele traject dat afgelopen wordt. Andere projecten die bedekken daar wel een deel van, maar die hebben niet die effectiviteit als het over jongeren met schulden gaat. De voorzitter: De heer Bootsman. De heer Bootsman: Bedankt voor deze aanvulling. Dat nemen wij zeker mee in onze overwegingen. Want wij we wilden bij deze motie ook graag het debat in de commissie even afwachten.
Dan gaat ik nu door als dat mag naar motie M16. Ons inziens is deze motie overbodig omdat er een toezegging is gedaan dat er een nieuwe voedselvisie naar de raad komt na het reces. Voorzitter en dan de laatste motie M24 is inclusie een illusie. Met deze motie is ons inziens inclusie een illusie. Door het organiseren van speciale avonden voor de doelgroep creëer je geen inclusie. Wij vinden het beter om te kijken naar het toegankelijk maken van het bestaande uitgaansleven zodat mensen met een beperking echt inclusief midden in de samenleving mee kunnen doen in plaats van apart van het reageren uitgaansleven. Wij zijn het echter natuurlijk wel mee eens dat er bij evenementen goede wc's moeten zijn zodat mensen met een beperking naar de wc kunnen en eventueel zich kunnen verzorgen als dat nodig is. Voorzitter dan geef ik het woord aan de heer Burakçin. De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter ik kan daar heel kort over zijn. Ik heb geen woordvoering, maar ik wil wel reageren zo meteen als de moties van andere partijen ingebracht worden. Dus wil wel graag ruimte voor interruptie. De voorzitter: Dus die gaat u doen in plaats van mevrouw Kruger.
48
De heer Burakçin: Op specifieke moties. De voorzitter: Als het op één motie gaat oké, maar niet twee op dezelfde motie denk ik. De heer Portier dan bent u aan de beurt. De heer Portier: Voorzitter eerst een algemene opmerking, ik ga natuurlijk niet de algemene beschouwingen over doen. Ergens was er een reflectie van ‘…’ op de kadernota waarin ze zeggen dat ze wat vragen hebben over de uitvoeringskracht van de organisatie en kan de organisatie de stapeling van investering en gestelde ambities wel aan? Dat is ook een beetje een leidraad hoe ik naar verschillende moties en voorstellen kijk. Willen we niet te veel, terwijl we eigenlijk voor een periode van grote bezuinigingen staan. In dat kader heb ik ook altijd grote twijfel bij het creëren van allerlei potjes met bepaalde doeleinden. Dan kom ik gelijk bij amendement A1 de reservering voor de jeugdhulp. Zoals mevrouw Kruger ook al zei jeugdhulp is gewoon een voorziening die geregeld moet worden. Als het nodig is, moet het geld ervoor op tafel komen. Dus een apart potje daarvoor creëren lijkt me niet heel zinvol. Ik heb ook al de nodige vraagtekens gezet bij het speciale evenementenfonds voor topsportevenementen. Dan is er een motie van de VVD over grip op het sociale domein waarin al gepleit wordt eigenlijk voor bezuinigingen en al dat soort zaken. Zonder nog te vertellen waar dat dan heen moet.
Daar zijn we sowieso niet op die manier voor. Als je al iets concreet wil bezuinigen vertel dan waarop. Ook wat de consequenties daarvan zijn. Voor de rest wordt in deze motie met de haren er een platformontwikkeling voor bouwprojecten bijgesleept waarvan ik het niet helemaal het verband met de rest van de motie. Dus dat vond ik ook niet heel logisch. Dan kom ik bij het jongerenperspectieffonds. Zoals het uitgelegd is in ieder geval met de uitleg die ik tot nu toe gehoord heb, ben ik wel tevreden en denk ik dat we dit gaan ondersteunen. Wat betreft de witgoedregeling, dat was natuurlijk onze eigen motie. Dat richt zich ook met name op de mensen die een beetje buiten het bijstandsbeleid vallen. Maar gewoon de lagere inkomens, ook de werkenden. Ik begrijp dat daar inderdaad al een voorziening voor is, uit de discussie wat we hebben gehad bij de algemene beschouwingen. Maar waarschijnlijk nog niet algemeen genoeg bekend et cetera. Dus ik denk misschien dat de motie wat aangepast moet, ook met DENK overleggen. Maar ik denk dat het nog steeds wel iets is wat echt aandacht goed kan gebruiken. Inclusie een illusie, sluit ik me gewoon aan bij de woordvoering van GroenLinks daarover. Motie van Waardhuizen over een gemeentelijke zorgadviseur. De zorg is al ingewikkeld en nog een aparte functionaris daarvoor aanstellen lijkt het me niet eenvoudiger te maken.
Dus vooralsnog niet heel enthousiast hierover. Wat betreft het voedselbeleid, ik heb nog twee moties te gaan, over het voedselbeleid. Voedselbeleid het feit dat mensen met voedsel aan de gang gaan en het voedsel is heel erg belangrijk. De vraag is moet de gemeente daarmee aan de slag? De Partij van de Dieren zegt er zijn allemaal organisaties die enthousiast in de startblokken staan om aan de gang te gaan. Ik zeg ga je gang. Ga ermee aan de slag. Maar wat moet de rol van de gemeente hierin zijn dat is mij niet helemaal duidelijk. Dus ook de toezegging die al gedaan is door de wethouder vraag ik me af is dat eigenlijk wel nodig? Maar misschien dat ik me kan laten overtuigen ik hoor het graag. Ten slotte de kunst in de openbare ruimte. Sluit ik me ook een beetje aan bij de vragen die mevrouw Schnabel erover stelde. Want op zich vind ik het goed dat er kunst in de openbare ruimte komt. Maar dat moet inderdaad wel iets zijn wat aan de ene kant natuurlijk kunstzinnig is, maar waar aan de andere kant ook bewoners blij mee worden.
49
Kijk vroeger had je bijvoorbeeld van die Chileense schilderbrigades die inderdaad muurschilderingen aanbrachten met sociale thema's en dergelijke. Daarvan dacht ik echt dat is mooi. Dat zegt wat dat enthousiasmeert mensen. Natuurlijk ga ik er niet over wat er in de ‘…’ komt, maar het moet bij bewoners besproken worden. Maar ik kan me voorstellen dat je een bepaald bedrag ter beschikking stelt voor kunst in de wijken en dat dat daarvoor gebruikt kan worden. Daar wou ik het even bij laten dank u wel. De voorzitter: Dank u wel dan ga ik naar de heer Venderbos. De heer Venderbos-Lambinon: Dank u wel voorzitter. Ik heb twee moties waar ik het over wil hebben. Motie M24 Fractie van Waardhuizen over inclusie in Dordrecht. Wij gaan helemaal mee met de woordvoering van GroenLinks daarin. Die steunen wij. Dan onze eigen motie, de heer Portier hoeft niet bevreesd te zijn. Want GroenLinks is ons al voor geweest met betrekking tot die toezegging en omdat die toezegging gedaan is, zullen wij de motie intrekken. De voorzitter: M16 wordt dus ingetrokken. Mevrouw Wepster: Dat kan pas in de raadsvergadering. De voorzitter: Maar goed dan weten we het vast dan hoeven ze er ook niet meer op in te gaan. Dus dat is wel handig dat ze het weten denk ik. Mevrouw van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel voorzitter. Ik ga ze ook even bij langs. Amendement 1.
Het CDA is voor ontschotten en daar zit ons probleem een beetje met dit overigens sympathieke idee. Dus we zien hier op dit moment de noodzaak nog niet echt van in. Ook vanwege die openeinderegeling enzovoort. Dan motie M5. Ik heb daar al wat vragen gesteld over breedtesport dat houdt ons nog wel even bezig. Dan M6 de titel daar voel ik me niet helemaal gelukkig bij, weer grip. Als het nu meer grip is dan wordt het misschien anders. Maar weer grip dat veronderstelt dat die grip er helemaal niet is. Waarom dan specifiek alleen op dit onderdeel. Het is wat ongedefinieerd. Dus het is een beetje onduidelijk waar dit dan heen moet op dit moment. Dus misschien kan daar straks nog even op gereageerd. Dan M14. Heel sympathiek ook en ik ben eigenlijk hier ook wel heel erg benieuwd naar de verdere reactie vanuit het college om gewoon even goede afweging te kunnen maken wat willen we hiermee. Dan de witgoedregeling die vinden we overbodig. Dan inclusie. Dit is volgens ons niet de oplossing M24. M25 daar sluit ik me aan bij de woordvoering van SP. Dan M16 hebben we het niet meer over. M8 daar ga ik opnieuw naar kijken want wij hadden op geschreven we willen gewoon laagdrempelige kunst. Maar dat hoor ik nu wel wat terugkomen in de beantwoording. Dat was ons uit de motie niet echt duidelijk dus we gaan er gewoon goed naar luisteren wat er allemaal over volgt. Dat was het.
De voorzitter: Dank u wel mevrouw van Vught. Dan ga ik naar de heer Safranti. Of wilde u nog een vraag stellen aan mevrouw van Vugt? De heer Safranti: Ik wilde eigenlijk wat vragen. De voorzitter: Dat mag doe maar.
50
De heer Safranti: Ik hoorde mevrouw van Vugt zeggen over motie 22 dat het overbodig is. De vraag is natuurlijk waarom? De voorzitter: Mevrouw Van Vugt legt u het even uit? Mevrouw Van Vugt-Roose: Omdat er al verschillende instanties zijn die hiervoor zorgen dat witgoed goedkoop kan worden aangeschaft of dat erin ondersteund wordt. Dus de aanvulling op wat er al is, zien we op dit moment te weinig. Dat is kort het antwoord. De voorzitter: Mijnheer Safranti u bent gelijk aan de beurt dus u kunt nog even reclame maken voor uw motie en wat uitvoerige uitleg geven. De heer Safranti: Dat zal ik zeker proberen te doen. Ik zal ook het lijstje even doorlopen. Die waar wij dus sowieso voor zijn dat is motie M6 van de VVD. Daar willen wij zeker mee instemmen. Motie 14 daar willen wij ook mee instemmen. De rest daar zal ik vanavond natuurlijk heel goed gaan luisteren en kritische vraag stellen. Ik ben natuurlijk ook benieuwd naar ook de reactie van de wethouder, van het college om dus volgende week een juiste beslissing hierover te nemen. Maar deze twee moties waren sowieso voor ons heel duidelijk dat we dus ja zouden stemmen. Voorzitter ik wil natuurlijk wel één en ander ook over onze motie natuurlijk wel benoemen. Tijdens de raadsvergadering heeft een aantal collega's ook aangeven dat dit al bestaat, dat dit heeft bestaan. Nogmaals dat heeft bestaan de witgoedregeling.
Dus ik wil eigenlijk de wethouder vragen of dit op dit moment ook bestaat. Want ik heb in november 2022 gevraagd of de wethouder in het kader van armoedebeleid dit ook wilde meenemen. Dus als dit al bestaat in de vorm die wij dus eigenlijk willen benoemen, dat is dat we dus niet 120 procent wat toen dus ooit bestond, maar verruimen naar 130 procent. Waarom? Ik heb dat ook tijdens de raad ook proberen aan te geven. Dat wij nu op dit moment kampen met crisissen, inflatie, oorlogen. Waardoor mensen verder in de armoede belanden. Dan gaat het echt met name om niet alleen mensen in de bijstand leven, maar ook net buiten de boot vallen. Dan heb ik het echt over mensen die een AOW hebben met een klein pensioen. Mensen met een WAO, mensen met een WIA, mensen met een WW. Dus mensen die dus net buiten de boot vallen en nergens in aanmerking komen. De voorzitter: Helder de heer Van Ballegooijen die wil graag nog iets aan u vragen. Daarna de heer Stam. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel voorzitter. Even om het misschien heel duidelijk te krijgen. De heer Safranti die scherpt nu zijn motie wat aan heb ik het idee. Maakt specifiek wat de doelgroep is. Begrijp ik goed dat u graag zou willen dat de bijzondere bijstand verruimd wordt van 120 procent naar 130 procent wettelijk sociaal minimum alleen voor witgoed? De voorzitter: De heer Safranti.
De heer Safranti: Inderdaad alleen voor het witgoed, want daar gaat deze motie over. Waarom voor deze witgoed? Wat ik net aangaf, witgoedregeling bestond al, maar die is natuurlijk toentertijd afgeschaft in het kader van de bezuinigingen en misschien ook wel door minder geld vanuit het Rijk. Wat wij dus in dit geval willen doen ook in het kader van de verduurzaming, want er is een onderzoek geweest vanuit gemeente Amsterdam.
51
Daar is uitgekomen dat er 110 euro per jaar bespaard wordt op de nieuwe producten als ze dus dit gaan aanschaffen. Kijk, je kan natuurlijk altijd tweedehands iets gaan halen, maar heb je hetzelfde effect? Bij de sociale dienst zeggen wij altijd het moet wel de kostenbesparend zijn. Dus het moet wel waard zijn zeg maar. De voorzitter: De heer Van Ballegooijen is nog niet helemaal tevredengesteld. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel voorzitter. Eigenlijk twee aanvullende vragen daarbij voorzitter. De één zou zijn meer richting de wethouder misschien voor straks is het überhaupt mogelijk om de bijzondere bijstand op die manier uit te splitsen per onderwerp? Dit is natuurlijk veel breder dan alleen witgoed, dus kan dat überhaupt? Vraag twee zou zijn richting de heer Safranti, er zijn natuurlijk ook wat andere initiatieven. PvdA bij monde van mevrouw Schnabel heeft in de raad die ook benoemd, onder andere Stichting Urgente Noden. Zijn die afdoende voor deze doelgroep of waarom volgens u zouden die mensen niet via die weg het witgoed kunnen bereiken? De voorzitter: Mijnheer Safranti op de tweede vraag mag u antwoord geven en de eerste gaat de wethouder straks doen. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Inderdaad die vraag is tijdens de raadsvergadering ook gesteld en die heb ik proberen uit te leggen. Toen ook aangegeven dat ik vanuit mijn dagelijkse werkzaamheden dit ook doe.
Dat deze doelgroep daar niet voor in aanmerking komt. Dat kan de wethouder natuurlijk ook beamen. Dat is dus voor deze doelgroep niet ter sprake, dus er is geen alternatief. De voorzitter: Heeft u nog een korte vraag? De heer Van Ballegooijen: Ik hoor het de wethouder graag beamen als het zo is. De voorzitter: Prima horen we straks. De heer Stam. De heer Stam: Dank u wel voorzitter. Ik heb al eerder in de gemeenteraad aangegeven dat onderscheid tussen de onderkant van de werkende mensen en de mensen die in sociale domein zitten eigenlijk aan het vervagen is. Daarop heeft de wethouder ook een antwoord gegeven destijds. Ik heb een vraag aan de heer Safranti. Enerzijds waarom 130 procent en waarom bijvoorbeeld niet 140 niet 150, hoe komt u tot die 130 procent? De tweede vraag die daar nog boven ligt. Als ik gewoon de landelijke pers lees, dan lees ik enerzijds en die heb ik ook in mijn woordvoering gedaan waar de wethouder wellicht nog op terugkomt, hoor ik niks anders als aan de ene kant we hebben de beste economie gaat supergoed in ons land allemaal klasse. Aan de andere kant zie ik allerlei voorstellen komen die toch de onderkant van onze maatschappij moeten helpen. Waar ligt nu ergens die grens en waar gaat het dan mis in die beeldvorming? Tegelijkertijd zie ik, daar kom ik straks op bij mijn woordvoering over die andere moties.
Maar de vraag is dus inderdaad waarom 130 en niet hoger? En hoe zit dan landelijk dat verschil tussen gaat fantastisch hier en het gaat eigenlijk niet fantastisch hier. De voorzitter: De heer Safranti kort een reactie hierop.
52
De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Bedankt voor de vragen trouwens. Inderdaad waarom 130 procent? Dat is heel simpel, omdat wij ook gezegd hebben wat ik net zei, dat zijn dus mensen die dus net buiten de boot vallen met een klein pensioen draagkracht hebben. Dat is een term die bij de sociale dienst is. Als je draagkracht hebt, dan kom je dus niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Wie zijn dat dan? Dat zijn juist de mensen waar we het over hebben die 130 procent. Dus wij willen niet dat de hele stad dat krijgt, maar gewoon die mensen die dus net die tien, twintig euro, 50 euro draagkracht hebben op jaarbasis. Dat die mensen dus toch in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand in dit geval. Vraag twee waarom of u begrijpt niet omdat het landelijk allemaal goed naar ons weergelegd wordt dat het allemaal goed gaat en hoe wij dus daarmee komen. Dat heb ik ook tijdens de raadsvergadering proberen aan te geven. Wij zijn inderdaad een rijke stad, alleen zien wij dus dat in onze stad juist de kloof enorm groot worden. Vorige keer ook aangegeven dat zestig procent van onze Dordtse bevolking onder een bepaalde grens leven qua inkomsten. Dat maakt dat dat hier in Dordrecht dus het verschil. De voorzitter: Dat heeft u volgens mij inderdaad in de raad ook heel duidelijk gemaakt.
Bent u klaar met uw verhaal? De heer Safranti: Buiten dat ik dit wil aangeven dat het door het hele land een trend is op dit moment, ook in het kader van verduurzaming en dat heel veel gemeentes dit al ons voor zijn zeg maar. De voorzitter: Helder. De heer Stam gaat u namens uw fractie spreken? Want dan bent u nu aan de beurt. Of wilt u nog een vervolgvraag stellen. De heer Stam: Op ons Eiland zit nog voor ons. De voorzitter: Nee maar die heeft aangegeven niet te willen. De heer Stam: Misschien kan ik dan gelijk mijn punten doen. De heer Burakçin: Voorzitter? De voorzitter: De heer Burakçin. De heer Burakçin: Voorzitter toch nog heel eventjes een korte vraag aan de heer Safranti. Want hij triggerde mij toch met een stelling die hij aanneemt. Hij zegt namelijk dat de armoede in onze stad eigenlijk nog erger wordt gezien de landelijke trend. Dan ben ik toch wel heel erg benieuwd hoe hij aan die cijfers komt en waarom hij dan die nu die noodzaak ziet om inderdaad dat te gaan verruimen. Want ik heb dat namelijk nergens gelezen maar misschien kan de heer Safranti mij daarmee helpen. De voorzitter: Heldere vraag. Mijnheer Safranti waar komt die zestig procent vandaan en onder welke grens zitten die mensen precies. De heer Safranti: Ik wil deze vraag sowieso beantwoorden. Alleen ik sta er nog steeds op dat ik het jammer vind dat een partij met drie woordvoerders hiermee komt.
Geen probleem. Ik heb mijn punt in het begin al gedaan. Hoe ik aan die cijfers kom dat is van
53
de heer die tegenover mij zit en dat is de wethouder. Daar heb ik deze cijfers ooit van gekregen. De voorzitter: Goed daar zal de wethouder misschien straks zelf ook nog op reflecteren. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Zou ik nog een hele korte vraag mogen stellen? De voorzitter: Moet wel heel kort want de klok die gaat ook gewoon door. Mevrouw Schnabel: Snap ik. Wat ik me afvroeg, als blijkt volgens ook wat de wethouder misschien ook gaat vertellen dat die witgoedregeling er eigenlijk al is via Energiehulp. Zou u er dan voor openstaan om daarvan te zeggen oké dat willen we dan continueren. Dan willen we in ieder geval inzetten op dat personeelstekort. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Helemaal mee eens. Desnoods als ik dus hoor van de wethouder dat dit bestaat of dat dit gaat komen, dan ben ik desnoods bereid om de motie zelfs in te trekken. Natuurlijk met goedkeuring van de ingediende partij. De voorzitter: Goed dank u wel. Mijnheer Stam dan bent u nu echt aan de beurt. De heer Stam: Dank u wel voorzitter. Over amendement A1 hebben we het al gehad. Het evenementenfonds daar twijfelen we nog omdat daar die breedtesport lijkt te verzuipen. Meer grip op de financiële ontwikkelingen die staat wat ons treft wat haaks op jongerenperspectief en de witgoedregeling.
Want enerzijds zie je dan het landelijke beeld we moeten meer grip krijgen op die financiële ontwikkelingen. Dus met andere woorden een tandje minder op sociaal domein mag wel. Op andere fronten zien we dat juist weer toenemen met die witgoedregeling nog wel één opvallend ding. De heer Safranti die zegt ongeveer zestig procent van onze inwoners die onder een bestaansminimum komen. Daaruit haalt hij dan een heel klein groepje die gepensioneerd zijn om dan zeg maar witgoed te geven. Dan heb je het misschien over tien procent, blijft er nog vijftig procent over. Ik wil van de week nog wel even verder met u discussiëren hoe u dan die brede groep ziet. De voorzitter: Ik kan me herinneren dat de heer Safranti een heleboel afkortingen heeft gebruikt van WW, WAO, WIA … De heer Safranti: WIA, Wajong, WAO. Ik heb echt een hele reeks afkortingen genoemd. De voorzitter: Ik had bijna het idee dat hij bij mij in de klas gezeten was echt een mooi rijtje. De heer Stam: Dan zeg ik NBMK nu breekt mijn klomp, maar vooruit. Maar goed daar zoek ik nog wel even naar hoe ga je dan een complete doelgroep bedienen omdat we het probleem wel zien. Als we kijken naar onze eigen motie, inclusie is nog een illusie. Ik
54
snap de opmerking die gemaakt zijn, zeker met betrekking tot festivals. Alleen die inclusie zoals we hem nu genoemd hebben feesten, dat is eigenlijk meer een proefperiode. Ik snap best wel dat er gezegd wordt dat je dan het reguliere uitgaanscircuit zou moeten regelen, maar waarom zou je in het reguliere uitgaanscircuit nu ondernemers op kosten jagen, terwijl we niet eens zeker weten of die behoefte, die wel mondeling wordt geuit, of die in de praktijk ook goed tot uiting komt. Wij waren eigenlijk voornemens om daar een proefperiode van een jaar aan te hangen om te kijken of dat animo wel hoog genoeg is. Zodat ondernemers in positie kunnen worden gebracht om zeg maar die kosten te gaan maken. Maar om duidelijkheid te verschaffen en de motie met betrekking tot festivals zeg maar goed te kunnen organiseren, zullen wij deze motie gaan splitsen. Kunst in de openbare ruimte ... Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik zou graag van de heer Stam nog iets meer duiding willen hebben op dat splitsen van die motie. Want de heer Stam heeft het over ondernemers op kosten jagen. Er zijn natuurlijk inderdaad ondernemers of bepaalde restaurants waar absoluut onmogelijk is om een lift neer te zetten of wat dan ook.
Volgens mij gaat het ook om dat het bekend is of er wel of geen toegang is voor mensen die een beperking hebben die dus niet naar het toilet kunnen als dat niet bereikbaar is. Dat is ook belangrijk. Maar daarnaast denk ik dat we best mogen stimuleren dat daar aandacht voor is. Dat het in alle breedte wordt opgenomen, dat het gewoon normaal is dat zaken, bedrijven toegankelijk zijn voor mensen met een beperking en niet alleen op evenementen. De voorzitter: De heer Stam. De heer Stam: Dat ben ik het helemaal met u eens alleen echter om zeg maar de motie toch op een goede manier voor te kunnen leggen lijkt het ons beter om dan in twee delen te knippen. Want stel op basis van de antwoorden die ik hier heb gehoord en je kijkt naar het organiseren van ‘…’, dan zou daar negatief op gereageerd gaan worden wellicht. Terwijl die op festivals wel positief is. Dus dan moet je wel een keuze maken dan, dus wij gaan nadenken of we die motie gaan splitsen. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog.
De heer Stam: Dan heb ik nog een motie over groen in de openbare ruimte, op zich sympathiek. Wij vinden het alleen als je kijkt naar de financiële situatie in Dordrecht en naar alle problemen die op andere fronten spelen, vinden wij het nu het moment om dit te doen vinden we nog iets te voorbarig. De voorzitter: U bedoelde kunst in de openbare ruimte waarschijnlijk. De heer Stam: Ja sorry. Dan de zorgmakelaar die gaat mijn collega toelichten want die heeft er veel meer kennis van als ik.
55
De voorzitter: Mevrouw Van Waardhuizen gaat u verder. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Dank voorzitter. Op papier staat heel veel woord. Hopelijk volgt daar daad bij het aannemen van de motie. Ik verzoek eigenlijk de commissie om als daar vragen zijn, deze nu voor te leggen. Want ik kan een heel betoog gaan houden over wat de gemeentelijk zorgadviseur zou kunnen betekenen. Maar in principe gaat het erom dat we eigenlijk de zorg zoals deze nu is opgedeeld in domeinen, juist wat ontzorgd wordt door juist die domeinen te overstijgen middels een functionaris aan te stellen als voorgesteld in de motie. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor een vraag mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Wij waren benieuwd, hebben jullie ook input opgehaald bij de Wmoadviesraad en zo ja wat hebben zij hierover meegegeven? De voorzitter: Mevrouw Van Waardhuizen. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Dank voorzitter. Daar hebben we geen input opgehaald. Wat ons in ieder geval bekend is, is dat wat ik al aangaf dat de zorg heel erg in silo's georganiseerd is. Het ophalen van input bij de Wmo-raad zou alleen vanuit die silo, om het maar heel plat gezegd te hebben, daaruit een beeld schetsen. In die zin dat heel veel zorgvraag van cliënten waar het hier betreft, niet zeg maar de silootjes volgt zoals de zorg is georganiseerd, maar juist hetgeen overstijgt.
Daarvan zeggen wij in de motie een gemeentelijk zorgadviseur kan dan juist zeg maar beslissingen nemen op basis van de zorgvraag van een client waar zeg maar normaal de financiering ophoudt. In die zin hopelijk ook wat domeinen kan doorbreken. De voorzitter: Mevrouw Kruger wil ook nog iets vragen. Mevrouw Kruger: Voorzitter ik vind het echt moeilijk om die gemeentelijke zorgadviseur beeld daarbij te krijgen. Want we hebben sociaal-mariniers, we hebben weet ik veel wat we allemaal niet hebben aan mensen die doorzettingsmacht krijgen omdat er kennelijk iets niet goed in het systeem werkt. Als ik denk aan de Wlz- en de Wmo-instroom, daar hebben we vanuit de gemeente al Wmo-adviseurs voor, Wlz wordt overige door het CIZ bepaald dus daar heeft de gemeente niet eens invloed op. Dus dit lijkt mij weer een persoon erbij, weer een laag erbij die dat moet gaan bepalen. Terwijl we juist die mensen al in dienst hebben. Onze persoonlijke mening is waarom moeten er allerlei mensen gaan adviseren of iemand wel ergens recht op heeft of iets graag zou willen. Terwijl mensen zelf goed kunnen aangeven wat ze nodig hebben. Maar goed dat is een andere discussie. De voorzitter: Mevrouw Van Waardhuizen wil daar nog wel even op reageren. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Dank voorzitter.
Of mensen voor zichzelf kunnen beslissen wat goed voor hen is dat durf ik in sommige gevallen echt wel te betwijfelen. De vraag is op het moment dat ze een advies krijgen, of het dan ook het advies is wat bij
56
hen past. Juist die gemeentelijk zorgadviseur in drietal gemeentes is een pilot gedraaid met een dergelijke functionaris. De resultaten daarvan zijn positief. In die zin is het een nieuw fenomeen laat ik het dan maar even zo verwoorden. Ik zie wat reacties vanuit de commissie. De voorzitter: Mevrouw Van Vugt. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel voorzitter. Bij het CDA vroegen we ons eigenlijk af wat het verschil is met de casemanagers die ook in Dordrecht actief zijn. Want die leveren ook best wel waardevol werk. De voorzitter: Mevrouw Van Waardhuizen. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Dank voorzitter. Eens dat casemanagers zeer waardevol werk leveren getuige ook onze technische vragen die we nog gesteld hebben en het antwoord daarop. De insteek vanuit het gemeentelijk zorgadviseur is toch net even iets anders als een casemanager. Dat is toch rondom een ziektebeeld of bepaalde zorgvraag georganiseerd. Terwijl juist die gemeentelijk zorgadviseur daarboven staat om het maar even zo te zeggen en niet zozeer vanuit domeinen denkt, maar echt vanuit de cliëntvraag. Sorry ik ga slaan. In die zin ook kijkt wat pas binnen deze zorgvraag van de client en op het moment dat dan even iets niet meer past ook kan zeggen zo werkt het dus even niet, dus we gaan opschalen, afschalen ...
De voorzitter: Goed denk het voldoende is want er zijn nog een paar woordvoerders en ook nog wat wethouders in de wachtkamer. Dus ik wilde echt verzoeken om nu echt heel kort nog eventueel iets te vragen. De heer Safranti en ik zag de heer De Heer. De heer Kwaak volgens mij ook nog. Maar probeer het echt heel kort. De heer Safranti: Dank u wel voorzitter. Ik zal het ook heel kort proberen te houden. Ik ben helemaal mee eens nog niet met de motie, maar wel met de woordvoering van mevrouw Waardhuizen. Je moet ook mensen hebben die dus op dat moment kunnen doorpakken. Inderdaad wat mevrouw Kruger en mevrouw Van Vugt aangeven, er zijn natuurlijk mensen die dus ook dit werk doen of dergelijke werkzaamheden doen maar allemaal binnen kaders. Wat ik nu hoor en begrijp, is dat je dus juist wanneer je dus vast komt te liggen of vast komt te zitten in zo’n casus dat het doorgepakt moet worden. De vraag van mij zal zijn in dit geval richting mevrouw Van Waardhuizen is, zou een bestaande casemanager of hoe je het ook wil noemen, met een opleiding of wat dan ook, dat je dat dan verder kan verruimen. De voorzitter: Mevrouw Van Waardhuizen. Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Voorzitter dank. Dank u voor deze vraag. Of dat middels een opleiding zou moeten geschieden daar onthoud ik me even van. Ik denk wel dat er gekeken moet worden binnen bestaande mogelijkheden.
Ik denk dat er genoeg kennis en kunde beschikbaar is om daar een goede vorm en inhoud aan te kunnen geven. De voorzitter: Dank u. Dan ga ik de heer Kwaak nog even de gelegenheid geven.
57
De heer Kwaak: Mijn vraag is al beantwoord. De voorzitter: Goed de heer De Heer uw vraag ook? De heer De Heer: Voorzitter nee dank u wel voor het woord. Even een korte vraag omdat een deel van de onderbouwing van de motie ook gaat over een besparing van kosten. Maar tegelijkertijd en misschien is het vraag aan de wethouder, maar misschien dat mevrouw Van Waardhuizen er ook op kan reflecteren. Want wat ik begrijp in de reactie van het college als de kosten mogelijk aan de kant van de Wlz dalen, dat aan de kosten aan de Wmo-kant ook weer kunnen stijgen. Dus de vraag is dan komen we dan wel verder? De voorzitter: Mevrouw Van Waardhuizen kunt u daar antwoord op geven? Mevrouw Simon-Van Waardhuizen: Voorzitter ik zal proberen een schot voor de boeg te nemen. In die zin zeker als je de zorg goed organiseert en afstemt op de zorgvraag dan zou je daar in theorie zeg maar in ieder geval kostenbaten zeg maar neutraal kunnen opereren. Wat dat dan betekent in een individuele casus dat laat zich op dat moment zeg maar dan doorvertalen. Ik denk in alle eerlijkheid dat überhaupt als je kijkt hoe het zorgsysteem georganiseerd is, daar nog echt wel een hele wereld binnenvalt. Of daar echt onder de streep heel veel geld bespaard zal worden, weet ik niet.
Ik denk wel dat als je kijkt wat is dan het doel van de motie en dat is uiteindelijk de langdurige en chronische zorg zeg maar beschikbaar houden voor de mensen die daar echt een omvattende zorgvraag hebben dat die beschikbaar blijft. Daar zie je nu in de huidige praktijk toch wat van afgesnoept worden door mensen die wél zeg maar die zorgvraag hebben, maar misschien met goede wijkverpleging of thuiszorg zeg maar ook afkunnen dat daar zeg maar de allermeerwaarde zit. De voorzitter: Ik stel voor dat we het hier even bij laten en dat mensen die nog vragen hebben die eventueel straks in de wandelgangen gaan stellen want anders krijgen we het niet rond. Want halftien moeten we echt klaar zijn. De VVD en de ChristenUnie SGP willen ook nog eventjes wat zeggen. Mochten we na de wethouder nog tijd over hebben dan kunnen we alsnog eventjes doen, maar de klok die gaat door dus ik ga de heer Van Ballegooijen denk ik het woord geven. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel voorzitter. Ik zou inderdaad graag willen beginnen en dan geef ik het straks door aan mijn collega. Laat ik beginnen met onze eigen motie om daar wat misschien wat meer duiding aan te geven. Wij maken ons best wel zorgen over de toekomst van het sociaal domein in het algemeen.
We zien dat de kosten stijgen en dat is door allerlei factoren, onder andere door bevolkingssamenstelling, een verandering daarvan zien we die kosten zien we oplopen. Dat betekent dat we naar de toekomst toe meer en meer geld zullen moeten gaan uitgeven. Dat is ook helemaal niet erg, maar dat betekent wel dat we daarin bewuste keuzes ook in zullen moeten maken. De effecten daarvan zien we dit jaar bij de kadernota … Mevrouw Stolk: Voorzitter? De voorzitter: Ik hoor mevrouw Stolk.
58
Mevrouw Stolk: Ik denk hoor ik het nu goed of hoor ik het nu niet goed. Maar u geeft aan door de bevolkingssamenstelling dat de kosten van de zorg oplopen. Kunt u dat duiden? De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel voorzitter. Dat kan ik duiden. We zien dat een vergrijzing plaatsvindt in Nederland op dit moment. Dat er een grote groep mensen is die ouder zullen worden en die zullen een groter beroep doen op de zorg. Terwijl het aandeel mensen wat in de werkende levensfase zit, in de belastingbetalende levensfase relatief kleiner wordt. De voorzitter: Voldoende mevrouw Stolk? Dan mag u nog een vraag stellen. Mevrouw Stolk: Aanvullend daarop. Maar waar doelt u nu eigenlijk op? Want u zegt de samenstelling van, dat betekent eigenlijk dat u bang bent dat de ouderen meer gebruik gaan maken van zorg. Hoor ik u dat goed zeggen? De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Ik ben niet bang dat ouderen meer gebruik gaan maken van zorg. Wij zijn bang dat doordat er relatief meer ouderen ten opzichte van jongeren zullen zijn in de toekomst gezien de cijfers die we op dit moment hebben. Dat de draagkracht om de kosten van die zorg te betalen, dat die relatief kleiner wordt.
Dat we dus op tijd zullen moeten kijken welke keus we maken in het sociaal domein om te zorgen dat we alle zorg die we willen leveren, ook naar de toekomst kunnen blijven leveren.
Dus het is juist vanuit het perspectief om alle zorg die nodig is voor alle mensen, niet alleen voor ouderen, maar voor iedereen die dat nodig is, dat we die kunnen blijven garanderen. Maar daarvoor moeten we wel zorgen dat het financiële plaatje naar de toekomst toe ook blijft kloppen. De voorzitter: Laatste vraag mevrouw Stolk want er zijn er nog een paar. Mevrouw Stolk: Wat stelt u dan voor? Stel nou dat daar uitkomt dat de meeste zorg, ik noem maar wat uit Y of uit X maar stel dat dat nou bijvoorbeeld de ouderen zijn, wat gaat u daar dan aan doen? Wat gaat u daar dan op beknibbelen? De heer Van Ballegooijen: Het hele punt is wij vragen nu nog niet zozeer en de heer Portier van de SP refereerde daar ook al, wij vragen nu niet om een specifieke beknibbeling zoals u dat noemt. We vragen juist om in de komende herijking ook wel in het integraal beleidsplan en verordening van het sociaal domein, om daarin mee te nemen deze financiële ontwikkeling naar de toekomst toe en met een voorstel te komen. Idealiter met scenario's waar we het als raad het vervolgens over kunnen hebben. Dus we proberen absoluut niet te zeggen we gaan nu al op bepaalde zaak beknibbelen. Het lijkt ons goed om deze discussie te hebben. Met specifieke voorbeelden en steeds specifiek voorstel.
Dat lijkt ons goed omdat al bij die herijking, bij dat integrale beleidsplan te doen en niet pas op het moment dat we richting kadernota 2025 zitten.
59
Omdat we dan net een half jaar ongeveer dat integrale beleidsplan zullen hebben vastgesteld. Dan is het heel gek om daarop terug te komen. Juist omdat nu we dat integrale beleidsplan gaan behandelen, lijkt het ons logisch om ook de financiële ontwikkelingen op lange termijn goed te bekijken en te kijken hoe kunnen we … De voorzitter: Ik denk dat dit antwoord uitgebreid genoeg is. En om herhalingen te voorkomen. Mevrouw Schnabel heeft u nog een vraagje? Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Het klinkt ons en ik sluit me ook graag aan bij de woordvoering van mevrouw Stolk, maar het klinkt ons als een bezuinigingsvoorstel. Het klinkt ons ook en ik hoop dat u dat ook wil duiden. Ook een beetje als een soort motie van wantrouwen richting de ambtenaren, de wethouder omdat zijn zij niet in staat om ons daarover te rapporteren. In uw motie geeft u ook aan dat u een platform wilt instellen. Wie worden dan onderdeel van het platform? Hoe gaat dat dan bekeken worden? De voorzitter: Helder en probeer het mijnheer Van Ballegooijen kort te doen en ook het vervolg, want we zitten echt krap. De heer Van Ballegooijen: Het is zeker geen motie van wantrouwen. Maar uiteindelijk is de raad is het instrument wat kaders stelt en ambtenaren voeren dat zeer goed overigens uit. Dat betekent dat er inderdaad gerapporteerd zal worden. Wij zien ook in de rapportage dat het financieel lastig wordt.
Dus het lijkt ons goed om daar in ieder geval een voorstel te vragen hoe we dat mogelijk zouden kunnen ombuigen. Dat is absoluut niet gezegd dat dat moet, dat kunnen wij als raad kunnen we dat beslissen. Zeker niet gezegd in welke mate dat zou moeten, dat staat ook niet in het dictum. Maar het lijkt ons goed om daar wel over te hebben en niet om zo recht ons kop in het zand te steken. Want hoe langer we dat uitstellen, hoe groter een eventuele knip die we zouden moeten maken zal zijn. De voorzitter: Maakt u uw betoog verder af? De heer Van Ballegooijen: Mijn betoog over onze motie was eigenlijk hiermee ook met de punten die ik in de vragen heb benoemd zo'n beetje klaar. Ik zou nog wel richting mevrouw Van Vugt willen zeggen als één letter in de titel van de motie als dat hetgeen is waarop u hangt, dan pas ik die met liefde aan. Voor ons is de inhoud uiteindelijk het belangrijkste en de titel die is tweede punt daarbij. Ik zal een korte reactie geven op een aantal van de amendementen en moties. Amendement A1 volgen wij eigenlijk de woordvoering die ook onder andere GroenLinks, SP en CDA hebben gedaan. Wij zien op dit moment niet de meerwaarde om daar een stelpost op te nemen, bestemmingsreserve jeugdzorg. Motie M5 evenementenfonds voor breedte- en topsport.
In de sportvisie wordt daar ook naar gerefereerd, sportvisie 2030 en het college komt in 2024 met een voorstel dus dat wachten wij af. Wij zien niet zo goed wat hier dan de toegevoegde waarde van precies zou zijn. Jongerenperspectieffonds heb ik het over gehad. Zijn wij positief over. Nog een aantal vragen hoor ik graag straks van de wethouder ook nog een aantal dingen over. Witgoedregeling hebben we eigenlijk ook in de vragen gevraagd wat we willen vragen. Op dit moment zien wij nog niet als noodzakelijk en zien we als overbodig. Dan geef ik hem graag door aan mijn collega.
60
De voorzitter: De heer Kwaak. De heer Kwaak: Dank voorzitter. Motie M8 kunst. Ik heb de woordvoering van mevrouw Kruger goed begrepen. De motie 24 van de groep Waardhuizen van de evenementen. Ik wacht de splitsing graag af, ben benieuwd hoe het dan wordt. Motie 25 ga ik graag in gesprek met mevrouw Van Waardhuizen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaat het laatste de heer De Heer nog even kort wat eieren leggen. De heer De Heer: Voorzitter dank u wel. Er is al veel gezegd dus Is voor ons nog een korte reflectie op de moties en het amendement die volgens ons nog aandacht verdienen. Amendement A1 bestemmingsreserve jeugdzorg. Wij hebben als fractie ook echt nagedacht moeten we nu een motie of amendement op dit onderdeel hebben? We kwamen ook tot de conclusie dat deze meevaller nodig is om de lopende investering in de jeugdzorg ook mogelijk te maken. Ook de reactie van de wethouder onderstreepte dit. Om die reden gaan we vooralsnog mee in dat advies. Wel blijven we er echt scherp op dat de middelen en ook de meevallers bestemd voor jeugd ook worden geïnvesteerd in jeugd. Motie M6 grip sociaal domein. Zoals eerder genoemd in de commissie snappen we ook de zorgen over de financiën en tegelijkertijd zijn we geen fan van de verwoording in deze motie. De motie doet de suggestie dat het bijstellen van de ambitie meer grip oplevert. Daar zijn we niet per se van overtuigd.
Daarnaast kan zoals de wethouder inderdaad ook noemde de ambitie zowel omhoog als omlaag worden bijgesteld. Een verdiepend gesprek in de commissie lijkt ons zoals voorgesteld wel echt een uitstekende start richting die meer grip die we allemaal ook echt zoeken. Motie M14 jongerenperspectieffonds. Zijn ook wel benieuwd hoe de wethouder überhaupt tegen dit mooie voorstel aankijkt. Niet alleen inhoudelijk, maar ook gewoon die financiële ruimte die de PvdA met deze motie aanspreekt. Of die dan ook echt beschikbaar zou zijn? Motie 24 inclusiviteit. Is ook al veel over gezegd. Sluiten ons grotendeels aan bij de woordvoering van GroenLinks. Als we apart evenementen gaan organiseren, ook als het experimenten zijn neemt dat ook weer een kans op inclusie weg. Tot slot motie 25 de zorgadviseur. Hebben we net ook al over gesproken. We horen graag vooral van de wethouder dan nu graag iets meer over die besparing. Is die er nu wel of niet? Als het aan de ene kant daalt en aan de andere kant stijgt, dan zijn we financieel in ieder geval niet heel veel verder. Tot zover onze opmerkingen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Stam en daarna kom ik nog bij u en daarna gaan we naar de wethouder. De heer Stam had nog een vraag aan de heer Van Ballegooijen of aan de heer Kwaak. De heer Stam: Dat klopt over de motie van de VVD.
Ik snap wat u bedoelt, alleen ik begrijp niet zo goed waarom u hem niet breder trekt, want u richt zich nu op het sociaal domein. Als ik de kadernota lees, dan zijn die problemen veel verder dan eigenlijk het sociaal domein. Waarom trekt u hem dan niet breder? Waarom maakt u dan een motie waarin u het college vraagt om met een bezuinigingsvoorstel te komen om de begroting weer sluitend te maken. Want nu lijkt het erop alsof u zegt tegen het sociaal domein. We hebben allerlei kaders met elkaar verzonnen maar het mag van ons wel een tandje minder.