CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2023-05-09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 20 juni 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 16 mei en de Dordtse Dinsdag van 9, 23 en 30 mei 2023 Vergaderzalen 1,3,525.733 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

18

De voorzitter: Duidelijk. Zijn er nog aanvullende vragen? Ik kijk even rond. Wilt u nog misschien een reactie geven mijnheer Van der Linden? De heer Van der Linden: We hebben de collegereactie niet voor niks opgeschreven natuurlijk. Ik vond het heel inzichtrijk om te kijken hoe de Rekenkamercommissie naar de voorbije periode ging. Twee dingen vielen me op. Er stond heel centraal wat de regio wilde. Voor ons, is het altijd zo geweest die groeiagenda is heel bepalend, maar we hebben lokaal ook een stad. Die ligt er al achthonderd jaar. Dat brengt me dingen met zich mee die we misschien wel honderd jaar zo doen. Maar ook een aantal dingen die we steeds veranderen. Denk wel dat we deze periode die we nu aan het doormaken zijn. Vanaf het begin hebben gezegd we moeten nu echt eens met een visie komen op hoe wij naar mobiliteit kijken. Het is eigenlijk niet eens zozeer voor de mobiliteit, maar door de opdracht die we mekaar hebben gegeven binnen hetzelfde contour van de stad moeten wij 10.000 huizen bouwen, 15.000 extra inwoners. Punt. Denk als je dat uitrekent, vierkante meters per auto. Als we blijven doen wat we deden dan kan het niet. Dus dan moet je anders gaan nadenken. Dat is de impuls geweest om te denken we gaan nu eens vanaf een nulpunt anders denken over mobiliteit. Tweede opmerking. Ik merk heel erg dat ik wel een beetje getriggerd wordt door de regelkringgedachte.

De Rekenkamer doet dat natuurlijk een regelkring. Je hebt de beleids’…’ wat komt er uit en zo. Maar mobiliteit is één van die beleidsterreinen waar zo verschrikkelijk veel context gebeurtenissen plaatsvinden. Alleen al je mensen worden ouder. Dat bepaalt of er meer minder gefietst wordt. Of er meer elektrische fietsen worden gekocht. Of er meer of minder verkeersongevallen gebeuren. Alleen al demografie bepaalt het voor hun deel. Dus de afrekenbaarheid van wat we aan doen zijn is beperkt. Denk ik. Dank. De voorzitter: Dank u. De heer Stolk. De heer Stolk: Ik zit de hele tijd naar te kijken het rapport is helder en overzichtelijk. Toch twijfel ik eraan wat heeft dit nu opgeleverd en hoe kijken u er nou naar? Is het nou wel zo goed gegaan in de afgelopen tijd? Wat kan er nu verbeterd worden? We hebben natuurlijk wel aanbevelingen maar hoe kijkt de Rekenkamer daar naar? De voorzitter: Volgens mij is dat een vraag aan mevrouw Damen. Mevrouw Damen: Dank je wel. Even proberen te herhalen wat je nou allemaal vroeg. Heeft het nou wel geleid tot iets dit onderzoek? De heer Stolk: De inhoud daarvan vind ik, laat ik het dan zeggen wat negatief naar ons toe ook als raad. Dan denk ik waar hebben wij dat dan gemist? Wat doen wij dan verkeerd? Worden wij om de tuin geleid? Ik kan zoveel mogelijk dingen … ik worstel daarmee.

Als ik dat allemaal zie en ik begrijp Rick Van der Linden ook de wethouder wel. Er zijn zoveel factoren die meespelen. Maar dan denk ik dit rapport ligt er nou. Dan kijk ik ook bijvoorbeeld hier naar een rapport van 2019 over het openbaar vervoer 0. Dan klinkt het als positief en wij hebben juist zoveel problemen met het openbaar vervoer. Dan denk ik hoe moet ik dat nou matchen met elkaar? De voorzitter: Mevrouw Damen wilt u alsnog deze vraag beantwoorden? Mevrouw Damen: Het is vrij onmogelijk volgens mij om hier echt een rechtstreeks antwoord op te geven. Wat wij doen als Rekenkamer is in ieder geval onderzoek naar is het beleid effectief geweest? Dat hebben we geprobeerd helder te maken. Daar komen een aantal

19

dingen uit waarbij dus inderdaad duidelijk wordt dat de kaderstellende en de controlerende rol dat daar op sommige gebieden dat je daar nog wat meer mee zou kunnen doen. Er zijn bijvoorbeeld ook weinig SMART-afspraken gemaakt. Dat betekent dus dat er wel kwalitatieve afspraken zijn. Ik begrijp ook dat het mobiliteit wat lastig is, maar daar zou je misschien nog wat meer over kunnen denken als raad. Dat is geen aanklacht. Dat is alleen maar een soort suggestie en een mogelijkheid om nu bijvoorbeeld ook mee te kunnen nemen in het beleid dat in de maak is. Dat is eigenlijk de doelstelling die een Rekenkamer, in ieder geval wij ons Rekenkamercommissie hebben. Wat is er nou gebeurd? Wat kan je daar voor lessen uit trekken? Ik hoop dat dat een antwoord geeft. De voorzitter: De heer Stolk. De heer Stolk: Ik zie dus eigenlijk de ruimte voor de raad waar ligt die dus? Hoe scherp kan je zijn? Want uiteindelijk hebben we al debatten gehad die dan toch wel scherp zijn en 0 resultaat. Dan kijk ik niet naar de wethouder, maar dat is door de provincie bijvoorbeeld over het vervoer. Maar als raadslid denk ik waar liggen mijn kansen dan? Hij zei het al goed over de vergrijzing. Wij zijn ook een partij voor de ouderen, maar wat kunnen we eraan doen? De voorzitter: Mevrouw Damen.

Mevrouw Damen: Daarom worden er ook wat aanbevelingen gedaan, zodat je misschien toch zou kunnen kiezen om tussentijds inderdaad wel rapportages te hebben zodat je kunt sturen. Ik geef nu even dit antwoord maar vul mij aan. Dat is bijvoorbeeld een mogelijkheid waardoor je er scherper op zou kunnen zijn bijvoorbeeld. Het is natuurlijk ook een terugblik naar de afgelopen periode hoe het beleid is uitgevoerd. Het is een nieuwe raad dus ik zou zeggen mijnheer Stolk kansen genoeg om dat misschien … U vraagt heel specifiek om echt suggesties. Die staan in de aanbeveling als die niet helder genoeg zijn dan weet ik niet of daar nog aanvullingen van jullie kant op zijn. De voorzitter: U mag reageren. De heer Staartjes: Twee dingen die eigenlijk net ook al gezegd waren. Eén die geruststelling die ik net probeerde ook te geven. Het is inderdaad moeilijk ons om als raad grip te krijgen en die ruimte te vinden waar je kan doen. Dus dat begrijp ik ook heel goed hoe moeilijk dat is. Andere is wat ook net vanuit de Rekenkamercommissie gezegd werd, het is ook momentum waar het om gaat. Dat momentum is eigenlijk voor de raad nu aangebroken. Durf dan ook te vragen als dat langskomt. Want de raad wordt als het goed is, gaat heel erg meegenomen worden in het proces.

Durf ook te vragen wat zijn onze opties als het gaat om dit specifieke onderwerp? Waar ligt onze ruimte? Wat zijn de keuzes die gemaakt worden? Want de keuzes die u nu maakt die kunnen voor behoorlijk lang in het beleid vastgelegd worden. De voorzitter: Dank u wel voor deze toevoeging. Zijn er nog nabranders want we gaan wat conclusies trekken. Nee, geen vragen meer. Beste collega's, in ieder geval. Mevrouw Hilhorst en de heer Staartjes enorm bedankt voor uw toelichting. Uiteraard mevrouw Damen ook voor uw toelichting. Er komt binnenkort naar u een raadsvoorstel mobiliteit uitgangspunten voor mobiliteit 2040. Maar voor nu dit rapport is opgesteld en er zijn wat aanbevelingen. Ik wil u vragen, ik kan ze één voor één even gaan opnoemen. Maar ik ga er ook zonder meer vanuit dat u die aanbevelingen ook beslispunten ook heeft doorgenomen. Als dat niet het geval is ben ik wel bereid om dat even op te lezen voor u. Zal ik dat doen?

20

Zal ik dat doen of niet? De beslispunten. Nee oké. U heeft kennis genomen van de beslispunten. Nu aan u de vraag. Is er voldoende informatie voor u om tot een politiek standpunt te komen over dit voorstel? Ik kijk u aan. De heer Kleinpaste: Voorzitter ik zou dat het liefst opschorten tot we in samenhang met de te verwachten notitie kunnen gaan doen. Dus ik zou dat niet separaat willen doen eigenlijk. De voorzitter: Is een voorstel dank u wel. De heer Van der Net: Voorzitter ik ben het helemaal eens. Dit is niet politiek. De aanbevelingen zijn er en uiteindelijk nemen we die aanbevelingen mee natuurlijk na wat er nog komt. Dan wordt het inderdaad een politieke afweging wat we daarvan vinden en we dan ook uiteindelijk met de aanbevelingen doen. Die in het rapport staan. De voorzitter: Zijn er nog andere voorstellen? De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter als ik heel praktisch kijk. Ik vind de aanbevelingen 1 tot met 4 die zijn inhoudelijk en die hebben ook invloed op de notitie die we van het college krijgen die we gaan bespreken. Ik lees ook dat het college die allemaal omarmt op overneemt of hoe dat ook allemaal in jargon mag heten. Dus volgens mij kunnen we dan ook zonder risico denk ik met zijn allen gewoon overnemen. Mijn enige aarzeling zit, daar had ik net ook een paar vragen over.

Of je aparte rapportages in het leven moet gaan roepen of dat je dat in de P&C-cyclus oplost. Dat je met je vergaarde discipline op een andere manier misschien beter in kunt regelen. Dus daar zou ik het voorbehoud op willen maken. Maar dat gaat dan over de laatste twee aanbevelingen met name over die hele metingen en rapportage cyclus die je met mekaar gaat doen. Die zou ik wel mee willen nemen in de bespreking van het bredere kader. De voorzitter: Dat is een aanvullend voorstel van de heer Van der Kruijff. De heer Wringer. De heer Wringer: Dank voorzitter. Voor mij heeft het college de aanbeveling omarmd. Dit rapport gaat voornamelijk over het verleden. Dus ik kijk eigenlijk naar het mobiliteitsrapport 2040. Dus voor mij kunnen we dit aftikken. De voorzitter: Zijn er nog andere smaken? In ieder geval een aantal voorstellen. De heer Kleinpaste en de heer Van der Net doen het voorstel om dit rapport samen met de uitgangspunten voor mobiliteit 2040 om dat dan bij elkaar te behandelen. De heer Van der Kruijff die heeft ook in inhoudelijk wat vragen rondom dat voorstel wat nog aanstaande is. Ik heb net ook gehoord van onze griffier dat het geen beletsel heeft om dit dossier of dit voorstel af te hameren. Wel met de wetenschap dat we nog met elkaar in gesprek komen voor de mobiliteit 2040. Kan dat op uw steun rekenen dat we het … de heer Van der Kruijff.

De heer Van der Kruijff: Voorzitter misschien dat ik dan af en toe Pietje Lut ben. Maar als wij bij aanbeveling 5 en 6 het college opdracht geven om, dan geven we wel die opdracht. Dan kan je daarna niet meer zeggen dat je die niet hebt gegeven. Dat het alleen maar ‘…’ was. Dus dat vind ik een beetje een ingewikkelde conclusie. De voorzitter: De heer Van der Linden wil even reageren. De heer Van der Linden: Ik voel wel voor de tussen haakjes pietluttige manier waarop de heer Van der Kruijff er naar kijkt. Punt 1 tot en met 4 nemen we eigenlijk al mee in het proces dat we nu aan het doorlopen zijn. Startnotitie in maart, binnenkort krijg je een hoofdlijnnotitie en Q2 volgend jaar komt de mobiliteitsvisie. Bij 5 en 6 … kijk als u dit rapport

21

afhamert heeft u een rapport afgehamerd. Dan wil het niet zeggen dat wij dan ook twee keer per jaar doelstellingen gaan meten en jaarlijks een voortgangsnota gaan maken. Want we hebben nog geen integraal mobiliteitsbeleid. Ik weet zeker dat u volgend jaar bij de vaststelling van die mobiliteitsvisie zich wel gaat verhouden tot deze vragen. Hoe gaan we eigenlijk om met monitoring? Hoe gaan we om met het checken op de doelstellingen die we in Q2 volgend jaar gaan vaststellen? Van mij uit de toezegging daar gaan wij ons ook over buigen. Waar ik bang voor ben is dat we een soort monitoringfabriek op gang brengen die eigenlijk niks zegt. Maar wat ik ook wel ongemakkelijkste vindt is als we een heel mooi verhaal optuigen waarvan uw opvolgers en mijn opvolgers over zes jaar denken het was een mooi verhaal, maar de werkelijkheid ziet er echt totaal anders uit. We weten nergens hoe het gekomen is. Dus daar moeten we ergens in het midden iets zien te verzinnen. Dat gaan we gewoon bij die behandeling denk ik moeten doen. De voorzitter: Ergens iets in het midden zien te verzinnen. Een voorstel mijnheer Van der Kruijff ik kijk u … De heer Van der Linden: Uw voorstel was gegeven de opmerking van de griffier. Je kan dit rapport afhameren of voor kennisgeving aannemen en in dank aanvaarden neem ik aan. 1 tot en met 4 hebben wij op gereageerd nemen wij in proces.

5 en 6 gaan we dan op terugkomen op die punten. Rapportage, monitoring. Bij vaststelling of behandeling van de mobiliteit visie. Dat zou mijn leesopvatting zijn als ik constateer dat u straks een rapport voor kennisgeving aanneemt. De voorzitter: De heer Van der Kruijff uw reactie daarop. De heer Van der Kruijff: Voorzitter er zit een raadsvoorstel bij waarin je een besluit neemt. Daar staat in ieder geval het college van burgemeester wethouders op te dragen de aanbevelingen over te nemen. Daar kun je ook van maken de aanbeveling 1 tot en met 4 over te nemen en aanbeveling 5 en 6 mee te nemen bij de nota. Als je hem zo formuleert dan zijn we er volgens mij. De voorzitter: Dat is een heel mooi voorstel. Kijk even. Aanbeveling 1 tot met 4 overnemen. 5 en 6 … Mevrouw Wepster: (buiten de microfoon) terug laten komen bij de … dus we passen het dictum aan op deze manier en dan gaat hij als hamerstuk. De voorzitter: Kan dat deze commissie? Ja? Mooi. Mijnheer Kleinpaste u wilt volgens mij reageren. De heer Kleinpaste: Nee het was een instemmende reactie dan in dit geval. Dit was wel ongeveer de kern van wat ik ook in mijn hoofd had. Dus dank aan de heer Kruijff. De voorzitter: Kijk dat is mooi. Komt volgende week tijdens de gemeenteraad weer terug. Bedankt voor al uw input en vragen. Bedankt voor de onderzoekers. Wellicht tot een volgende keer. Dank u wel.

Mevrouw …: Voorzitter, komt toch als hamerstuk terug? De voorzitter: Ja.

22

5. Instemmen met Cultuurnota Dordrecht 2030 - Startnotitie Voorzitter: De heer M. Safranti Commissiegriffier: mevrouw A.E.T. Wepster Verslag: Notubiz Aanwezig: Dhr. Gündogdu (Op ons Eiland) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Portier (SP) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Stolk (VSP) Mevr. Vol-Van der Holst (PvdD) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouder: wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: J. van Walderveen De voorzitter: Goedenavond allemaal welkom. Welkom voor de commissiekamer raadsvoorstel instemmen met Cultuurnota Dordrecht 2030 Startnotitie oordeelvormend in dit geval. Omdat wij op 18 april al een commissie hebben gehad. Een technische toelichting gekregen over het raadsvoorstel en besloten het onderwerp oordeelvormend te bespreken. De volgende punten zijn de revue gepasseerd. In dit geval in hoeverre volstaan de uitgangspunten van de startnotitie? En 2. Volstaat het doorlopen van het participatieproces? Voordat ik daarover ga beginnen wil ik eerst een voorstelrondje gaan doen. Mensen die dus thuis naar ons aan het kijken zijn welkom heten. Mensen op de tribune welkom heten. Pers eventueel maar die zie ik vandaag niet. Toch wel of niet? Nee? Normaal zitten ze er wel.

Dan begin ik dit keer weer aan de linkerkant. Mevrouw Wepster: Anneloes Wepster, raadsgriffier. De heer Van der Linden: Rick Van der Linden, wethouder. Mevrouw Van Walderveen: Jeannette Van Walderveen, ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger GroenLinks, Dordrecht. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt.

23

De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. Mevrouw Vol-Van der Holst: Danielle Vol, Partij voor de Dieren. De heer Van der Kruijff: Wim Van der Kruijff, CDA. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer De Heer: Robert De Heer ChristenUnie, SGP. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw De Heer: Betsy De Heer, Forum voor Democratie. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De voorzitter: Dank u wel. Mijn naam is Safranti. De voorzitter voor … Mevrouw …: Voorzitter? Aan uw linkerhand. Nog even want wij hadden net voordat we begonnen ook al een beetje zo wat verwarring over dat het toch echt gaat om een startnotitie. Dat het niet gaat over de Cultuurnota. Want de titel brengt ons een beetje in verwarring. U begon zelf ook al met Cultuurnota en heel in het kort startnotitie. Dat dat voor mij ook duidelijk is. De voorzitter: Toevallig hadden we het daarnet samen ook over dus ik wilde dat net even toelichten. Maar voordat ik daar naartoe ga. Mevrouw Pichel en mevrouw De Heer, het is een oordeelvormend gesprek. Dus ik ga ja inderdaad dat is duidelijk dan. Mevrouw Pichel neemt het woord. Ik kreeg net een vraag van u of we dus in de eerste termijn ook onze woordvoering kunnen gaan doen. In principe akkoord. Alleen wel in een korte sessie. Dus ja eens.

Nee niet eens. De tweede termijn kunt u uw woordvoering verder toelichten. Ik zal even de spelregels in dit geval even aangeven. Wat ik net aangaf even in de eerste termijn reageren of je wel of niet mee eens bent. Je standpunt even benoemen. Vervolgens gaan de wethouder de vragen beantwoorden. Daarna gaan we echt het debat in met elkaar wat je politieke standpunt is in dit geval. Akkoord? Dan begin ik aan de rechterkant bij de heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Haal ik even mijn aantekeningen erbij voorzitter. Zover was ik nog niet. Voorzitter dank u wel. Ons oordeel om daarmee te beginnen vanuit Op ons Eiland. We hebben alle stukken bestudeerd en ook nog eens natuurlijk recent ook een commissievergadering bijgewoond. We kunnen instemmen met deze startnotitie. Ik heb straks nog wat aanbevelingen richting het college dan wel deze commissie. Maar neem aan dat we straks daar nog de gelegenheid voor krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Portier. De heer Portier: Ik kan het nog wat korter doen over het algemeen kunnen wij instemmen. Wat voor ons inderdaad belangrijk is inderdaad de aandacht voor brede cultuur. Dat het breed gedragen wordt, ook aandacht voor amateurkunst zonder professionele culturen te verwaarlozen. Wat ons betreft is dat prima geregeld of nou ja het is nog niet geregeld maar we zijn met een startnotitie, maar we kunnen ons erin vinden.

24

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel voorzitter. Ik hoef hier mijn aantekeningen niet voor op te zoeken. Ik denk dat wij kunnen aangeven dat we hier heel positief tegenover staan. De voorzitter: Keurig. De heer Stolk VSP. De heer Stolk: De VSP kijkt er ook positief tegenaan. De voorzitter: De heer De Heer van de ChristenUnie SGP. De heer De Heer: Voorzitter dank u wel. Afgelopen commissievergaderingen hebben we met veel interesse vooral geluisterd. Maar er was helaas weinig ruimte voor echt het gesprek. Is goed dat we hier het gesprek dan ook vervolgen. Wat betreft de uitgangspunten die kunnen we zeker omarmen. Dat cultuur voor en door iedereen moet zijn. Dat het de stad aantrekkelijker maakt. Dat het toekomstbestendig moet zijn en genoeg langetermijnperspectief moet hebben daar staan we achter. Wel een paar korte vragen voor de wethouder is het de bedoeling dat we die nu stellen of toch ook straks? De voorzitter: Zolang het niet technisch is, mag je ze stellen. De heer De Heer: Ja dan stel ik ze wel en dan mag u dat bepalen. We zien dat in de begroting een aantal hele grote bedragen staan. Waardoor het best wel moeilijk is voor ons om te bepalen hoe we dat kunnen waarderen.

Dus we hebben wel de vragen ook een oproep te kijken kan dat verder worden verduidelijkt? Hoe die grote happen die nu in de begroting staan, hoe we die beter kunnen waarderen. Omdat het nu een hele beknopte samenvatting is en het moeilijk is om daar nu een oordeel over te vellen. Het tweede is een vraag over het OCD-onderzoek waarover wordt gesproken. Wordt gezegd dat dat wordt herhaald en dat er ook nog een onderzoek een enquête onder jongeren volgt. We vragen eigenlijk de wethouder of dat z.s.m. ook met de raad kan worden gedeeld zodat we daar kennis van kunnen nemen. Dank u wel. De voorzitter: Inderdaad zijn allebei technische vragen. We gaan verder met de VVD mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Wij staan ook positief tegen deze nota. We willen de wethouder meegeven het zou onverstandig zijn om de programmering te veel te versnipperen maar juist centraal georganiseerd zodat zoveel mogelijk mensen kunnen genieten van onze cultuur. We geven de wethouder mee dat hij oog moet houden voor grote groepen inwoners die willen genieten van cultuur en niet te veel verzand in specifieke groepen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijff CDA. De heer Van der Kruijff: Dank u wel voorzitter. CDA kan ook instemmen met deze startnotitie. Die gaat vooral over de te nemen stappen en de foto's die je daarin hebt.

Natuurlijk mis je dan altijd inhoud maar dat hoort nou eenmaal zo bij een startnotitie dus dat komt dan later wel. Wat we wel vinden is dat de financiële kant een beetje boven de markt blijft hangen. Er wordt vooruit gewezen naar de kadernota. Dus wij vinden dat we het er bij de kadernota dan ook wel over moeten hebben. Anders maak je het voor jezelf wel heel ingewikkeld in 2024. We hebben nog een aanvullend verzoek. Als je naar de financiën kijkt om daar het onderscheid te maken. Wat ik in de beeldvormende sessie noemde tussen hardware en software, oftewel tussen wat gaat er nou

25

in stenen en in huisvesting en in alle faciliteiten zitten en wat gaat nou echt in de cultuurprogrammering zitten? Want het is een heel groot bedrag. Maar zouden wij graag wat meer voeling bij krijgen. We willen meegeven dat mocht het budgettair wat krap worden het wellicht een overweging is wat focus op cultuursectoren aan te brengen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Vol-Van der Holst dit zal uw laatste commissie denk ik zijn. Dat vind ik heel pijnlijk maar aan u het woord. Mevrouw Vol-Van der Holst: Dank je wel. Vind ik ook dus dat deel ik. Wij ondersteunen de startnotitie eigenlijk niet omdat wij vinden dat de inhoud fantastisch is, alleen het niet ondersteund wordt door de begroting. Dus daar heb ik wel wat vragen over, wij wel wat vragen over. We zouden heel graag zien dat begroting heroverwogen zou worden omdat ik zie dat in 2026 de amateurkunst de helft geminderd wordt. Dat vind ik heel pijnlijk omdat we juist lezen dat amateurkunst heel belangrijk is, vinden wij ook. Daarnaast heb ik nog een vraag over duurzaamheid. Want er wordt gesteld dat mensen duurzaamheid moeten gaan toepassen en dat ook moeten aanvragen. Alleen dat staat niet heel concreet beschreven. De vraag is of je dat ook duidelijker kan omschrijven. Of je ook advies kan geven aan het aanbieden van subsidiemogelijkheden voor inderdaad de amateurkunst en dergelijke zodat die beter weg kunnen gaan vinden.

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kleinpaste van Gewoon Dordt. De heer Kleinpaste: Dank u wel voorzitter. In hoofdlijnen vinden we dit een goeie startnotitie. Ik vond de uitgangspunten bij het proces wel algemeen geformuleerd maar dat heb je al vaker in startnotities en daar kunnen we best mee uit de voeten op zich. Ik vind de relatie tussen de begroting en de startnotitie net als mevrouw Vol wel een wat moeizame omdat ik verwacht dat de ambitie die er toch uitspreekt bij de startnotitie, nog niet heel erg terug te vinden is in de kille cijfers van de begroting. Dus dat is een lastige. Ik zou ook een warm pleidooi willen houden om vooral de cultuur is ook een innovatieve sector, om te zorgen dat die innovatie ook goed uiteindelijk zijn beslag krijgt in het proces wat we gaan lopen. Zodat we ons ook op cultureel gebied voortdurend blijven vernieuwen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wringer van Beter Voor Dordt. De heer Wringer: Dank voorzitter. Het is vooral belangrijk voor Beter Voor Dordt dat bij de uitwerking de betrokken partijen aan de voorkant worden meegenomen. Er was altijd veel kritiek op het Dordtse cultuurbeleid dat het mager was en de waarde van cultuur ondergewaardeerd werd. Wanneer je die stukken nu leest kan geconstateerd worden dat de afgelopen tien jaar veel goeds in gang is gezet en gerealiseerd waar we verder op door kunnen borduren.

De uitgangspunten zijn herkenbaar en dekken voldoende de lading voor de uitwerking van de nieuwe Cultuurnota. Het is goed om één en ander te verbinden met andere opgaves zoals een aantrekkelijke en levendige binnenstad. Maar ook zorg, welzijn, onderwijs, economische sector van de stad. We kunnen instemmen met deze startnotitie en voor de tweede termijn heb ik nog wat aanbevelingen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel duidelijk. Mevrouw Kruger van GroenLinks. Mevrouw Kruger: Voorzitter dank u wel. Allereerst ook wil ik complimenten geven aan al het werk dat verzet is en nog verzet gaat worden. Om zoveel mogelijk input op te halen bij allerlei groepen instellingen en noem maar op. Echt iedere, voor zover ik het kan nu beoordelen, worden makers en consumenten meegenomen. Complimenten daarvoor. De

26

opmerkingen die gemaakt zijn ten aanzien van de begroting de financiële kant die ondersteunen wij zeker. Die vragen hebben wij ook. In de tweede termijn zal ik zeker terugkomen met een aantal punten op de punten de nu genoemde uitgangspunten. Daar heb ik nog wel wat opmerkingen bij. Maar voor zover het is een startnotitie. Kunnen we van start wat ons betreft en zo snel mogelijk. De voorzitter: Dank voor uw lovende woorden. Mevrouw Schnabel van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Wij kunnen eigenlijk niet instemmen met de startnotitie. Ondanks dat het een startnotitie is wordt er toch een fundament gelegd voor cultuur. Waar wij tegenaan lopen is dat we vinden dat we eigenlijk geen ambitie erin terug kunnen vinden. Als we met deze startnotitie instemmen betekent dat dan ook dat we instemmen met de uitkomst van de evaluatie? Als we dan de bijgevoegde evaluatie bekijken, dan zien we eigenlijk dat er geen conclusies uit getrokken worden. Er is alleen gekeken naar is het opgepakt en door wie. Je kan aan deze evaluatie ook moeilijk conclusies verbinden met betrekking tot aard, deelname en kwaliteit van de activiteiten die erop staan. Voor veel activiteit is in 2024 ook geen budget meer. Dus als deze activiteiten worden gehonoreerd dan is het budget op lijkt ons.

We kunnen instemmen met het proces, maar het moet vooraf wel duidelijk zijn wat er met de uitkomsten gaat gebeuren. Het lijkt ons goed dat externen meegenomen worden en dat er ook apart het gesprek gevoerd wordt met de verschillende sectoren. Echt apart bij wijze van spreken dans, theater nou in ieder geval dat. Dus dat is voor de eerste termijn nu wat we daarvan vinden. De voorzitter: Dank u wel. Dat zijn duidelijke punten. Nog een reactie vanuit de wethouder? De heer Van der Linden: Dank. Ik zal het kort houden. Dank voor in ieder geval de overwegend heel positieve toonzetting van uw woordvoeringen. Ook als u zegt niet helemaal of nog niet in te kunnen stemmen met de startnotie als zodanig. Een paar punten. Een aantal van u geeft aan graag aandacht voor duurzaamheid en voor innovatie terug te zien natuurlijk in de uitwerking. Nou dat gaan we zeker doen. De bedoeling is inderdaad dit is een startnotitie. Je start een proces om te komen tot een voorstel voor een Cultuurnota. Belangrijker nog, of net zo belangrijk als de notitie zelf, is de planning die erbij hoort en alle regels die u ziet met te betrekken partijen. Daar hebben we tijd voor nodig. Daar willen we ook alle geluid goed ophalen, zowel van de amateurs als van de makers, als van een aantal mensen die daar wat omheen functioneren. Want dan kun je een gedragen stuk maken.

Dan ga je ook de ambitie die we hebben om cultuur voor iedereen waar te maken. Ga je ook laden. Dan komt ook een dilemma op gang. Want een paar van u geven ook aan zich zorgen te maken over de begroting. Een Cultuurnota of een beleidsstuk maak je voor een langere periode. De begroting vul je nooit al die jaren. Ook deze beleidsnota, die nu loopt, heeft op het eind van de periode wel wat minder geld dan dit jaar. Maar het is natuurlijk wel zo dat de ambitie die je kunt formuleren, die kun je formuleren los van het geld wat er is. Maar dat ga je, wil je een succesvolle notaperiode doormaken, natuurlijk nooit helemaal zo doen. Dus we moeten of bij kadernota of de komende tijd natuurlijk wel goed zien welke ambitie ze waar kunnen maken. Dat kan leiden tot een paar soort discussies. Je kan zeggen wil je ongeveer het zo houden zoals we het nu hebben dan is er wat meer geld nodig, alleen al vanwege inflatiecorrectie. Dat is misschien te doen. Je kan ook zeggen je wil een aantal dingen veel meer en nergens op inboeten. Dan is er veel meer geld nodig en dat is een lastige afweging want er komen best ingewikkelde tijden aan. Als we constateren met elkaar

27

niet nu maar bij kadernota, of bij begrotingsbehandeling, we moeten echt op allerlei manieren bezuinigen of kosten besparen. Dan moet u misschien ook iets aan de ambities doen. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik zou de wethouder daarbij willen vragen ik snap wat u zegt. Dat als je de ambitie opschroeft daar ook meer geld bij hoort. Betekent dat dat u uiteindelijk een aantal scenario's uitwerkt waarbij we de consequenties daarvan ook duidelijk in kaart hebben zodat we weloverwogen dan een keus kunnen maken of we dat geld eraan willen besteden of niet? De heer Van der Linden: Kijk dit is de eerste ronde dus ik rond even af. Maar kijk ik kan nu niet voorspellen hoe we eind van dit jaar in de centen zitten en hoe de ambities er precies uitzien. Ik wil een proces doorlopen waar alle ambitie ook in kan doorklinken. Maar ik zie natuurlijk wel op me afkomen, net als u allemaal, dat er best ingewikkelde tijden aankomen. Dus ik denk dat we wel, het emotioneert me nu al. We gaan natuurlijk wel met een stuk komen waarin ook nog wat te kiezen valt. Want anders dan kunt u uw rol niet goed invullen. Dus als we een Cultuurnota voorleggen, kunt u daar ook nog een aantal keuzes in maken die ofwel meer, ofwel hetzelfde, ofwel wat minder middelen met zich meebrengen uiteraard. Laatste opmerking. Eén van u vroeg ook de evaluatie.

Kijk dit is eigenlijk een soort halverwege evaluatie. Want de huidige nota loopt tot eind volgend jaar. Inderdaad, het is vooral om te kijken zijn de activiteiten opgepakt. Dat blijven we zo afvinken. Hoe we dan vervolgens vinden hoe al die activiteiten lopen nemen we mee in het proces wat nu loopt. Ik geloof dat de heer De Heer vroeg nog naar de peiling onder betrokkenheid van jongeren. Die wordt nog voor de zomer opgeleverd. Dit was mijn korte reflectie op de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger die heeft volgens mij nog een op- en aanmerking. Mevrouw Kruger: Voorzitter zeker dank u wel. Het gaat even over die financiën toch weer. De wethouder benadrukte dat het een mogelijk lastige afweging gaat worden want we krijgen zware tijden. In zware tijden is juist altijd cultuur zo belangrijk. Cultuur doet een hoop, geeft hoop, doet leven. Zoals ook in de startnotitie al aangegeven wordt kunnen we gaan zoeken naar allerlei andere fondsen en naar overlappingen van andere portefeuilles. Ik zou het zo mooi vinden als u toch meer gaat zoeken naar hoe de begroting in elkaar gaat zitten. Dat we inderdaad eens wat meer gaan op die ambitie. Gewoon op de visie van cultuur. Wat is nou eigenlijk cultuur? Wat willen we in Dordt en wat levert het op? Want het kost wel geld maar het levert op zoveel fronten ook zoveel meer op.

Wij hebben het al eens gehad over de zorg die het kan ontzorgen wat het oplevert. Noem alles maar op en zo kan ik een uur nog doorpraten. Zal ik u allen besparen. Ik vraag u oprecht om als u bezig gaat met de begroting om toch het een beetje los te durven laten wat het allemaal gaat kosten. Dan gaan wij wel eens kiezen wat het allemaal moet. Ik denk dat het wel eens mee kan gaan vallen. Juist de cultuursector is heel creatief in het zoeken naar oplossingen om toch waar te maken wat men wil. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder?

28

De heer Van der Linden: Dank u wel voorzitter. Nee klopt eens. We gaan natuurlijk ook zoeken naar manieren om cultuur te verbinden aan allerlei doelgroepen, maar ook aan andere beleidsterreinen. Daar zijn we ook mee bezig. Zoals u weet verbinden we ook het sociale domein ermee. Dat gaat niet om de grootste bedragen, maar het gaat wel om inspanningen om te kijken hoe kun je die koppeling goed leggen? Daarmee ook weer andere financiële bronnen ontsluiten. Dus dat nemen we mee in het proces en daar komen we ook in stuk op terug. Ja. De voorzitter: Mevrouw Schnabel heeft u nog steeds een vraag? Mevrouw Schnabel: Ja zeker. Ik heb er twee. De eerste vraag is stel er wordt een participatieproces aan verbonden en daaruit komt voort dat er allerlei dingen nodig zijn. Maar er is ook lid als in schaarste. Dus het lijkt een beetje in het participatieproces erover te gaan hoe gaan we met elkaar met de schaarste om? Terwijl we het eigenlijk toch zouden moeten hebben over hoe gaan we om met wat nodig is? Dus vervolgvraag daarin is eigenlijk mocht er meer nodig blijken te zijn, maakt u zich daar dan ook hard voor? Ondanks dat dat budget er misschien niet is? De heer Van der Linden: Ja dat mag u wel van een wethouder cultuur verwachten. Dat ga ik ook doen.

Tegelijk u gaat een begroting vaststellen en daar gaan dingen in aan de orde komen over sociaal domein, over bomen, over verkeersveiligheid en over cultuur. Die afweging gaat u met zijn allen maken. Je maakt een Cultuurnota voor ... we willen eigenlijk tot 2030 gaan. Dat is een lange periode, het gaat een paar jaar goed, het gaat een paar jaar wat minder, het gaat misschien weer goed. Je formuleert een Cultuurnota op de ambities die je hebt met de stad en met cultuur en wat dat voor iedereen in de stad kan betekenen. Dat moet je inderdaad voor zo'n lange periode ook een beetje los kunnen zien van de mogelijkheden die er zijn. Tegelijkertijd bij de begroting moet u wel keuzes maken en die ziet u bij de kadernota op zich afkomen. Dat is natuurlijk een ingewikkelde squeeze, dat snap ik ook. Maar de ambities die moeten we hier goed ophalen omdat we het wel voor een jaar of zes gaan beschrijven we gaan willen met elkaar. De voorzitter: Oké. Ik wil u voor het laatst nog even het woord geven. Waarom? Ik heb in het begin aangegeven even voorlopig de standpunten en vervolgens gaan we de discussie het debat aan. Ja u mag nog één vraag stellen en dan gaan we echt verder met het debat. Mevrouw Vol-Van der Holst: Dank u wel voorzitter. Ik blijf toch een beetje haken op die bedragen. Want u zegt ook we gaan een hele zware te tijd tegemoet.

Maar dan vind ik het gewoon heel gek om te zien dat de amateurkunst inderdaad moet inboeten. Maar dat het Dordrechts museum, Huis Van Gijn enzovoort die blijven allemaal op niveau of zelfs hoger bedragen krijgen. Ik kan dat gewoon niet rijmen. Het is een technische vraag vermoed ik. Maar wat vindt u daarvan? De heer Van der Linden: Wat vind ik daarvan? Dit is heel makkelijk, hier heb ik niks van te vinden. Dit is de begroting die u heeft vastgesteld punt. Ik kan zeggen was dat maar anders geweest. U heeft dit vastgesteld. Dit is de begroting hoe die er nu uitziet. Natuurlijk over twee, vier, acht maanden komt er weer een nieuwe regeling voor amateurkunst of niet. Er komt weer energieondersteuning of niet, enzovoort. Die gaat die begroting natuurlijk helpen opplussen of dat gaat tegenvallen. Wat er natuurlijk wel in zit en dat is ook wel het ingewikkelde aan deze begroting. Daar moet je ook die waardendriehoek bij betrekken. Kijk als u nadenkt over de amateurkunst die heeft veel minder geld nodig dan bijvoorbeeld Kunstmin of het museum. Amateurs maken gebruik voor een groot deel van de faciliteiten

29

die we hebben staan van de stenen en de organisatie erin. Maar hebben voor zichzelf wat minder geld nodig. Zelfs al zou je helemaal geen programmering hebben, dan hebben we nog wel een Energiehuis, een Kunstmin en een museum met een depot en een aantal locaties waar ook een enorme organisatie omheen hangt. Dat brengt een aantal kosten met zich mee. Natuurlijk die panden en die organisatie gebruiken we ook om programmering te maken. Er hoort nog iets bij. Want het museum brengt veel kosten met zich mee, maar heeft ook entree. 100.000 bezoekers per jaar, maal een entreeprijs dat is natuurlijk ook veel geld. Dus je kan dat niet helemaal met elkaar vergelijken. Een Energiehuis wat een kostbaar pand is. Er zijn dagen lopen er 2.000 kinderen en jongeren in het pand door de dag heen. Die hebben allemaal een cursus of een bijeenkomst of ze volgen een les. De waarde van die lessen is ook in geld uit te drukken. Maar de kosten van het Energiehuis zijn natuurlijk heel groot als gebouw al. Dus het is een beetje appels en peren vergelijken als je die bedragen puur naast elkaar zit. Natuurlijk wil je kunnen programmeren ziet u wel wat er vastgesteld is en op een gegeven moment lopen een aantal budgetten lopen ‘…’. De voorzitter: U bent duidelijk mijnheer de wethouder, zeer duidelijk. Graag de discussie nu. Wilt u in dit geval beginnen of is er iemand anders die dan denkt ...

Mevrouw Kruger: Ik zou willen voorstellen dat mevrouw Vol als eerste begint als u dat zou willen. Het is uw laatste commissie en dan kunt u tenminste een volledige woordvoering doen hoeft u niet aan te vullen enzovoort. Dus ik gun u graag de eerste woordvoering. De voorzitter: Maar liefst niet te emotioneel dan. Mevrouw Vol-Van der Holst: Jullie denken allemaal dat ik emotioneel ga worden. Nee hoor dat doe ik lekker thuis. De ambities die in de startnotitie staan die kunnen wij zeker ondersteunen. Maar het is alleen inderdaad een stukje geld waar ik nog steeds een beetje last van heb. De Cultuurnota. We vinden dus dat er te weinig wordt geïnvesteerd in de kleine kunsten. De subsidie wordt dus gehalveerd en dat doet zeer. Even kijken hoor want ik heb net het antwoord gekregen op het Dordrechts museum dus dat kan ik eruit laten. In de ambitie, beschreven in de keynote, de waarde van cultuur in de presentatie van 18 april waarbij beleving van cultuur als groot goed omschreven staat. Die komt daarmee dus echt onder druk te staan denken wij. We denken echt dat die begroting heel belangrijk is voor de kleinkunst. Die andere vragen heb ik al aan u gesteld. Dus bij deze nog een keer over de duurzaamheid en over de subsidie mogelijkheden maar daar had u al iets over gezegd. Even denken hoor. Nee dat was hem eigenlijk dank u wel. De voorzitter: Dank. Ik kijk even verder.

Mevrouw Kruger? Mevrouw Kruger: Oké dank u wel. Waarde van kunst en cultuur worden vaak tegen geld afgezet. Dat is een groot spanningsveld dat hoorden we net ook al. Je hebt geld nodig om het te laten maken. Tegelijkertijd is wat het ook geeft geluk, vrijheid, ontspanning, nieuwsgierigheid, verbinding en dat is niet altijd de geld uit te drukken. Wat voor visie hebben we nou nodig voor deze stad? Wat voor stad willen we zijn? Willen we een culturele stad zijn? Daarbij zijn uiteraard goede uitgangspunten belangrijk die nu aangegeven worden en waarbij wij enkele opmerkingen willen maken. Cultuur voor en door iedereen. Uiteraard is dat nodig. Maar eerste vraag kan iedereen er wel bij? We spreken over inclusie, maar is dit ook voor iedereen zo aantrekkelijk? Houden we rekening met mensen bijvoorbeeld die mindervalide zijn? Veilig naar een concert kunnen gaan of een evenement kunnen bijwonen. We vragen dan ook dat daar in het nieuwe cultuurbeleid rekening mee gehouden wordt. Even kort voorbeeld. In een regel voor evenementen staat dat een looppad 110 centimeter

30

moet zijn. Zelfs een eenvoudige rolstoel zal er al moeite hebben om daarin te keren. Bijvoorbeeld een nooduitgang bij een vluchtroute, 85 centimeter, een rolstoel is al vaak 90 centimeter. Dus het zou mooi zijn wanneer ons nieuwe cultuurbeleid getoetst wordt aan het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap. Of nog eenvoudiger, het boekje van Marianne Dijkshoorn Maak je evenement toegankelijk voor iedereen bestuderen. Daar staan hele handige tips in en nog beter vraag het de mensen met een beperking zelf wat ze nodig hebben ten aanzien van geluid, licht en beweegruimte. Dan het vergroten van de aantrekkelijkheid en levendigheid van de stad. Daar heb je een goeie culturele infrastructuur voor nodig. Aantrekkelijk voor de eigen inwoners. Van onze stad maar ook voor de bezoekers. In de ogen van GroenLinks moeten we gebruik maken van wat Dordrecht al te bieden heeft. Voor de geschiedenis en deze doortrekken naar het heden. Cultuur moet je ervaren, moet je proeven, moet je leven. De grote vraag is hoe we kunst en cultuur de ruimte kunnen geven om te ontstaan. Hoe kunnen we makers de ruimte geven zonder aan banden te leggen door beperkende regelgeving. Bijvoorbeeld muziek in de openbare ruimte. Er is beleid, vergunningen, optreden als straatmuzikant.

Maar mijn vraag is, onze vraag is kunnen we dit nog eens een keer tegen het licht houden? Mogelijk zijn die regels niet helemaal bekend. Of misschien te rigide, want veel straatmuziek kom ik sinds dat aan banden gelegd is niet meer tegen. Kunst in de openbare ruimte. Hiervoor hoorden we in het verleden de percentageregeling. Hoe gaan we bijvoorbeeld ervoor zorgen dat de gemeente en het bedrijfsleven samen een matchingsfonds voor cultuur ontwikkelen? Het zou mooi zijn wanneer we deze weer terug kunnen brengen. Een vraag aan het college is ook dan deze mee te nemen in de ontwikkeling naar de nieuwe nota. Wanneer de wethouder dit toezegt, hoeven we niet met een motie te komen. Tijdens corona hebben we via Teams een geweldige presentatie gehad van dokter Knol en mevrouw Marisa Monsanto, twee externe deskundigen. Zij gaven beiden aan dat we ons moeten richten op Dordrecht, maar vooral ook in de samenwerking in de regio. Samenwerken met bijvoorbeeld Rotterdam. Van elkaar leren. Zo heeft Rotterdam bijvoorbeeld een potje geld voor podiumkunsten waarvan professionele makers gebruik kunnen maken. We hoeven niet altijd zelf het wiel uit te vinden. Het is net als bij alle andere domeinen. Alleen ga je misschien sneller, maar met elkaar kom je verder. Deze vorm van samenwerking komt ons inziens nog niet goed uit de verf. Tot slot voorzitter, toekomstbestendige cultuursector.

Dit wordt mooi omschreven onder andere ook weer als wisselwerking tussen cultuur en andere gemeentelijke beleidsdoelstellingen. Door de budgetten uit andere beleidsterreinen in te zetten voor de maatschappelijke en economische waarde van cultuur, kan de cultuursector ook sterker worden. Hier komt bijvoorbeeld weer die percentregeling om de hoek kijken. Investeren in een cultureel programma. We hebben al aardig wat, waarbij we vooral oud en jong geschiedenis met heden met elkaar verbinden. Ik noem er een paar. Bijvoorbeeld het museum, Take pART, Popcentrale is een broedplaats voor de jeugd. Lucien Fort bijvoorbeeld de DJ die heeft zich daaraan verbonden. Big Rivers is voor de hele stad. We hadden de Boulevard of Dance voor jongeren. Daartegenover stond bijvoorbeeld de klassieke festivals als Cello. We hebben Wantijpop, de maandagavonden. Hoe gaan we dan ook nog bekendheid geven aan al de bestaande en de te ontwikkelen cultuurbelevingen. Gevestigde evenementen worden snel herkend en trekken redelijk vanzelf een groot publiek. Toch is er een grote behoefte aan een breder publiek, betere marketing. In het buitenland doen we het goed. Maar voor de eigen stad en regio kan er wat ons betreft best wat meer enthousiasme bij. De stad moet vanaf het station, als je met de trein komt, uitademen dat we een culturele stad zijn en dat er veel valt te beleven. Voor zover voorzitter.

31

De voorzitter: Dank u wel voor de tips en trucs, maar ook zeker feiten en cijfers die genoemd zijn. Wie kan ik het woord geven? Mevrouw Lammens van VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel voorzitter. De startnotie de kracht van cultuur benadrukt het belang van kunst en cultuur in de ontwikkeling en aantrekkelijkheid van de stad. Het is goed om te zien dat de startnotitie deze waarde erkent en blijft investeren in de culturele programmering. De tweeledige relatie tussen behoefte en aanbod is inderdaad cruciaal voor een boeiend culturele sector. Een sterke culturele infrastructuur en interessante programmering trekken niet alleen bewoners en bedrijven aan, maar maken de stad ook aantrekkelijker voor bezoekers van buitenaf. Dit kan op zijn beurt meer bijdragen aan de economie van de stad door het genereren van inkomsten van lokale bedrijven. Het is belangrijk om deze investeringen voort te zetten. Al met al is het stimuleren van de kunst en cultuur in de stad een waardevolle investering die niet alleen bijdraagt aan de esthetiek en levendigheid van de stad, maar ook aan haar economische en sociale ontwikkeling. Bij de programmering van cultuur is inclusief en diversiteit een belangrijk punt. Maar wat ons betreft mogen jongeren daar toch ook nog wat meer aandacht krijgen.

Door de cultuur nog meer te centraliseren, zoals bijvoorbeeld in het Energiehuis, zouden we de energiekosten beter kunnen beheren. Wat in hoeverre zijn de duurzaamheid en energiekosten meegenomen in deze notitie? Door de centralisering van meerdere culturele activiteiten kunnen deze met elkaar versterken en ook door meer mensen in het Energiehuis zou de horeca ook een stijgende lijn kunnen krijgen. Het zou onverstandig zijn om de programmering te veel te versnipperen maar juist centraal georganiseerd zodat zoveel mogelijk mensen kunnen genieten van onze cultuur. We geven de wethouder mee dan ook het oog te moeten houden voor deze groep inwoners die wil genieten van … De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Daar zat ik op te wachten. De heer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Ik zit even na te denken dat versnipperen waar u het over heeft en dat meer centraliseren. Daar hik ik een beetje tegenaan in die zin dat volgens mij de charme van de stad ook is dat je op tal van plekken culturele activiteiten en evenementjes vindt die passen bij de doelgroep en bij de mensen die daar juist heel graag naartoe willen komen. Dus waarom zou je die versnippering tegen willen gaan? De voorzitter: Mevrouw Lammens? Mevrouw Lammens-Oostdijk: We hebben momenteel best wat problemen met energie en als je dan overal verschillende panden moet hebben, dan kan je het misschien beter in één pand warm stoken dat je het overal kan hebben. Als je in het Energiehuis meer dingen doet, dan dat je overal panden hebt moet verwarmen. Daar veel kosten aan hebt. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Het gaat wat u betreft dus echt om de cultuur die in panden plaatsvinden. Dus in de buitenlucht is gelukkig versnipperd nog veel mogelijk. Dat stemt mij al een beetje tevreden. Ik weet verder niet of die centralisatie echt dat gaat opleveren wat u beoogt maar ik denk er even over na.

32

De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Het zou mooi zijn als ze elkaar kunnen versterken. Voorzitter het zou beter zijn als mensen ook elkaar kunnen versterken. Mevrouw Schnabel: Zou ik nog een vraag mogen stellen? U gaf net aan dat het handig zou zijn in verband met de stookkosten dat alles dan op één plek dus zoals bijvoorbeeld het Energiehuis. Nou is dat heel lastig want heel veel mensen willen, ook veel makers willen gebruik maken van het Energiehuis. Het Energiehuis staat heel vaak leeg. Maar de kosten vervolgens om van dat Energiehuis gebruik te maken zijn zo hoog dat dat niet kan. Hebben jullie daar als partij ook een visie op? De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Als een ruimte leegstaat, levert het ook geen geld op. Dus misschien is het toch beter dat het Energiehuis de directie daarvan daar eens goed naar gaat kijken. Het heeft natuurlijk geen zin om een pand te verwarmen wat leeg staat. Dus dan is het beter om het toch denk ik anders te verhuren. Ik denk dat de directie daar goed naar moet kijken. De voorzitter: Was u klaar met uw woordvoering? Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter mag ik nog één verduidelijkende vraag stellen aan mevrouw Lammens? Bedoelt u ook … want ik zit ook te praktiseren over dat centraliseren. Want ik kan daar de heer Kleinpaste wel gelijk in geven.

Er zijn meer plekken en niet alleen het Energiehuis hier in het centrum. Maar bedoelt u ook misschien dat er gewoon meer nog kan en moet gebeuren in het Energiehuis. Ik zit bijvoorbeeld ook wel eens te denken overdag zou je, dat verzin ik nu ter plekke hoor, eens een keer in de week een soort marktje kunnen houden in de gangen. Zodat het Energiehuis meer bekend wordt. Je kan van alles verzinnen, maar dat er dus meer gaat gebeuren. Dat het echt ook een Energiehuis wordt. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ja absoluut. Ook bijvoorbeeld dat de knutselclub die kan een decor maken voor de toneelvereniging. Dat soort dingen dat ze gewoon meer met elkaar gaan doen dat het echt gaat bruisen Het Energiehuis. Dat missen we nu gewoon. Als je 's avonds langskomt zit er bijna niemand in het restaurant. Maar als er gewoon veel meer georganiseerd wordt daar dan zou dat toch wel heel leuk zijn. De voorzitter: Duidelijk. Wie het woord? De heer Wringer van Beter Voor Dordt. De heer Wringer: Dank voorzitter. Ik maak het niet al te lang. In aanvulling van het eerste stuk waar we al hebben gezegd dat we het belangrijk vinden dat alle betrokken partijen aan de voorkant worden meegenomen. De evaluatie onder jongeren voor cultuur is volgens de wethouder voor de zomer afgerond. Maar als partij met het jongste commissielid had de wethouder ook bij ons kunnen aankloppen.

We hebben wat ideeën bij hen opgehaald en willen deze meegeven aan het college. Dus deze ideeën komen van jongeren. Zij willen graag meer cultuur en dans voor jongeren. Een betaalbaar Lepeltje Lepeltje festival want dat is best duur als je daar veel eten en drinken. Op jongeren gericht Street Art Festival.

33

Vaker evenementen zoals Wantijpop, misschien een speciale jongere editie die betaalbaarder is. Meer uitgaansplekken voor jongeren in de stad. Tijdens Koningsdag een compacte Big Rivers editie met livemuziek en podiums door de stad, of gewoon de Dance Tour terug. Meer feesten in locaties als Bibelot, Kazerne, Dolhuis et cetera voor dertien tot zeventien en achttien tot vijfentwintigjarige jongeren. Een dance vloer in de stad waar je kan oefenen met dansen en breakdansen Frankrijk stijl. Geen idee wat dat betekent maar blijkbaar doen ze dat in Frankrijk. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik gaf niet aan te willen interrumperen maar dat ik straks wel wilde reageren. De voorzitter: Mijn excuses dan. Gaat u verder hoor. De heer Wringer: Dat was het. De voorzitter: O dat was het oké. Mijnheer Kleinpaste dan kunt u uw woordvoering … De heer Kleinpaste: Dank u wel. Ik ga geen altijd uitgebreide bespiegelingen over de cultuur houden omdat we met een startnotitie te maken hebben en er ongetwijfeld heel veel in de stad gaat worden op gehaald. Ik ben wel blij met het pleidooi van de heer Wringer om vooral te kijken naar dat wat jongeren beweegt. Omdat ik echt vind dat jongeren er in deze stad wat bekaaid vanaf komen. Dus daar deel ik wel dat wat Beter Voor Dordt ook aangeeft.

Zelf hikt Gewoon Dordt er in ieder geval ook wel vaak tegenaan dat er ook cultuurevenementen zijn die relatief veel geld kosten waarbij we ons echt afvragen of de effecten daarvan voor het Dordtse dan wel zo heel erg groot zijn. Dan denken wij bijvoorbeeld aan het Bachfestival waar veel geld naartoe gaat voor volgens ons een niet al te breed publiek. Terwijl we eigenlijk heel erg ook zoeken naar mogelijkheden om heel veel bruisende activiteiten en goeie activiteiten te hebben voor iedereen die in Dordrecht leeft, woont, werkt en daar zijn vertier zoekt. De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter ik hoorde de heer Kleinpaste dat zo zeggen over het Bachfestival. Ik snap wel waar het vandaan komt, omdat je wat meer voor anderen wil. Tegelijkertijd geeft deze startnotitie aan dat cultuur voor iedereen is. Bachfestival bedient natuurlijk wel een heel andere bevolkingsgroep dan wat u alternatief voorstelt. Wij zouden het toch ook wel mooi vinden niet alleen te kijken naar de aantallen die je bedient, maar ook gewoon de breedte van de groepen die je daarin bedient. Dan vind ik een Bachfestival van dat soort festivals of evenementen hebben we niet heel veel in Dordrecht. Dus ik vind niet dat we ook vanuit de breedte daar toch wat zuinig op moeten zijn. De heer Kleinpaste: Voorzitter.

De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter als u mij in mijn hart kijkt. Ik bezoek met bijzonder veel genoeg en heel erg graag het Bachfestival. Ik zou dat ook doen als ik twee keer zoveel voor het kaartje zou moeten betalen. Dus ik vind nog steeds dat we qua overheidsbudget

34

behoorlijk wat geld uitgeven voor een relatief klein publiek waarvan ik vermoed dat ze zelf ook wel meer voor deze cultuurbeleving zouden om hebben. Dus dat is eigenlijk wat ik daarmee mee wil geven. Omdat ik vind dat, de wethouder zei ook we komen misschien ook in schaarsere tijden terecht, je iedere euro maar één keer kunt uitgeven. Je dat dan wil doen met een zo optimaal mogelijk effect voor zoveel mogelijk mensen in die stad. Daarin verhoudt het Bachfestival zich in mijn ogen wat anders dan bijvoorbeeld geld dat je uitgeeft aan Big Rivers ik noem maar een andere zijstraat. Dus dat is eigenlijk een beetje wat ik mee wou geven in dit aspect van kijken naar die cultuur. Verder hoop ik dat we heel veel verstandige dingen ook uit de sector zelf gaan ophalen om die kredietnota te vullen. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter ook nog even voortbordurend op het Bachfestival. De heer Van der Kruijff heeft het al enigszins aangegeven. Want dat staat ook in de startnotitie dat niet alles altijd voor iedereen hoeft te zijn. Dat er ook best specifieke dingen kunnen gebeuren. Maar ik wil toch aan de heer Kleinpaste vragen. Stel nou dat zo'n Bachfestival niet de prijzen kan vragen zodat de investering wat meer nog terug zou komen.

Zou u dan de keuze durven maken om te zeggen dan moeten we dat maar niet meer doen? Want ik bedoel het is toch aan een festival zelf ook hoe de toegangsprijzen zijn. Ook om mensen nog te laten komen. De voorzitter: De heer Kleinpaste.

De heer Kleinpaste: Dat is inderdaad aan het festival zelf aan de organisatie van dat Bachfestival. Ultimo zou ik me best kunnen voorstellen dat je uiteindelijk ook tot een besluit zou kunnen komen waarbij dat Bachfestival het niet redt omdat je ook geld wil uitgeven aan nieuwe cultuurdragers, aan nieuwe elementen en je het geld mee kunt uitgeven. Dus het is voor mij geen vanzelfsprekendheid dat we het Bachfestival altijd maar vrijwaren van het risico dat ze een keer met opheffen worden bedreigd. Je ziet andere dingen ook wel eens vertrekken uit de stad. Komen nieuwe dingen voor terug. Dus soms is het ook Kill Your Darlings. De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel voorzitter. Als aanvulling wil ik eigenlijk alleen heel kort onderstrepen wat de heer Wringer van Beter Voor Dordt zei. Dat als we verdergaan met deze startnotitie er aandacht mag zijn voor de jongeren. Dat horen we denk ik allemaal. Dus dat wil ik wel even aangeven dat wij dat ook heel graag onderstrepen en dat heel graag terugzien. Natuurlijk als beoefenaar van amateurkunst vind ik dat natuurlijk ook fantastisch en we moeten daar gewoon aandacht aan geven maar dat is gewoon persoonlijke voorkeur. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter dank in de eerste instantie voor de coulance van de technische vragen die zijn gesteld.

In dit geval waren ze door de heel beperkte tijd in de vorige commissie ook wel nodig om oordeel te vormen voor mij en een aantal collega-raadsleden. Dus dank daarvoor. Ik ga ervan uit dat ook het resultaat van de enquête dan ook wordt gedeeld met de raad. Wat betreft dit bespreekstuk. Goed om te horen van de wethouder zojuist ook dat er in de uiteindelijke Cultuurnota ook nog wat te kiezen valt qua scenario’s

35

en qua verschillende investeringen als ik dat goed heb begrepen. Dat wachten dan ook heel graag af. Wij zouden natuurlijk ook heel graag zien dat de zakken van cultuur net zo diep zijn als de wensen van deze raad. Maar we begrijpen dat er financiële keuzes en ook beperkingen zijn. We zijn echt heel trots als ChristenUnie SGP op ons culturele aanbod in onze stad. Zowel de grote als de kleine uitingen. We zien ook uit naar de uitwerking, zodat er van Wielwijk tot Stadspolders en van Krispijn tot Dubbeldam kan worden genoten van al die mooie cultuur in onze stad. Wat ons betreft laten we met dit financiële plaatje en deze uitgangspunten vooral aan de slag gaan en we zien uit naar het resultaat. Dank u wel. De voorzitter: Keurig dank u wel. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. We hebben net natuurlijk al aangegeven wat we ervan vonden. In de startnotitie staat dat we een sterke economische en maatschappelijke stad willen zijn. Dat we graag mensen van buitenaf aan willen trekken naar onze stad. Zeven miljoen op de begroting is dan ontzettend weinig. Zeker ook gezien het feit dat het budget voor projecten verminderd is zoals we vorige week ook aangaven. Dus dat betekent feitelijk dat veel makers in Dordrecht ook gewoon veel minder projecten kunnen maken en dat er dus feitelijk ook veel minder is om te zien. De voorzitter: De heer Van der Kruijff.

De heer Van der Kruijff: Even een vraag ik ben niet een kenner, maar in de beeldvormende sessie kwam de expert ons juist vertellen dat zeven miljoen voor de start van onze omvang behoorlijk veel is. Nu zegt u dat is weinig waar baseert u dat dan op? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. Dat baseer ik op bij de begroting die bij de stukken aanwezig zit, zit dat er bijvoorbeeld een ton is nu vanaf 2025 per jaar voor bijvoorbeeld de projecten. Er gaat natuurlijk ook een groot gedeelte naar andere dingen. Dat is heel fijn. Maar voor de projecten en dan hebben we het met name wat ik net aangaf over het aantrekken voor mensen van buitenaf ook makers. Is een ton heel weinig als je daar verschillende projecten mee wil subsidiëren. Dus in die zin wil ik aangeven dat het belangrijk zou zijn om gewoon meer te investeren. Ook omdat je het makersklimaat wil verstevigen en omdat het belangrijk is dat makers betaald worden. Dat ze ateliers kunnen betalen en daarnaast ook gebruik kunnen maken van leegstaande panden. Dus we hadden het net … De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Ik kan best eigenlijk meevoelen in het pleidooi van mevrouw Schnabel die hier houdt.

Mijn praktische vraag is dat of bij de kadernota vanuit de PvdA een voorstel komt om daar extra budget voor te gaan uittrekken? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel voorzitter. Gaan we inderdaad zeker over nadenken om daarnaar te kijken. Wat we graag nog mee willen geven als laatste is om lokale makers te blijven steunen en om te kijken naar hoe ze samen kunnen komen. Dus inderdaad ook steun bij elkaar te kunnen vinden in de zin van dat het ook gefaciliteerd kan worden door de gemeente. Dus dat is …

36

De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Nog even een kleine aanvullende vraag daarop. Want we hebben ook een organisatie als DOOR waar volgens mij heel veel kunstenaars juist ook elkaar kunnen treffen en met elkaar omgaan en elkaar ook heel erg positief inspireren. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schnabel: Dat is zeker zo. Dat is inderdaad niet zo'n grote groep. Er zijn natuurlijk veel meer verschillende makers. Indoor zitten toch veel beeldend kunstenaars. Als we kijken naar het hele veld dan zien we natuurlijk naast beeldende kunstenaars ook veel theatermakers, dansmakers. Die zitten natuurlijk niet allemaal in DOOR. DOOR vraagt ook natuurlijk geld voor ateliers en er is beperkt ruimte. Dus niet iedereen kan daar gewoon praktisch samenkomen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger, niet? Dan de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel voorzitter. Eén van de uitgangspunten die hebben we volgens mij allemaal onderschreven is dat er gewoon breed gekeken moet worden naar doelgroepen en aanbod. Dat gaat gedaan worden. We hebben al veel voorschotjes gehoord vanavond van de collega's hier in de zaal. Van jongeren sluiten we ons bij aan. Aandacht voor mensen met een handicap sluiten we ons bij aan. Of het nou gaat over Bach of over dance Franse stijl. We denken dat geeft de breedte goed aan die je zoekt met elkaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/570/documents/24254