2.2 2023-05-09 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Tegelijkertijd voel je natuurlijk wel ergens de budgettaire druk die erachter zit. Kunnen we ons dat allemaal wel veroorloven? Die voelen we allemaal. Tegelijkertijd denk ik, ik draai al een tijdje mee in de raad en ik weet bij cultuur dat er niet altijd evenveel structureel geld is. Maar dat een heel aantal projecten vooral, waar mevrouw Schnabel het over had, steeds incidenteel gefinancierd wordt. Als je in de begroting kijkt zie je dus die bedragen heel hard naar beneden gaan. Tegelijkertijd heb ik de afgelopen jaren steeds gezien dat het incidentele geld er vaak wel komt. Misschien soms iets meer dan je wil, dat niet zo vaak, meestal ietsje minder dan je wil. Maar het komt er vaak wel. Ook de afgelopen jaren voor de mijlpalenprogramma's die we hebben gehad. Voor alle speciale evenementen die we hebben gedaan ook de afgelopen periode. Dus dat geld is er wel steeds gekomen. Dat is denk ik een opdracht aan ons allen omdat bij de kadernota gewoon goed af te wegen met alle andere dingen ook. Ik wil me wel aansluiten bij het pleidooi ook van mevrouw Vol voor amateurkunst. Die zijn natuurlijk minder georganiseerd. Al hebben we wel een platform met elkaar georganiseerd, als het goed is daarin vertegenwoordigd zijn. Maar het is wel heel belangrijk. Ik zou ook graag zien dat zij ook in de participatie ook wel goed meegenomen kunnen worden.
Vooral wat ik de wethouder net in zijn beantwoording ook hoorde zeggen hoe we ook amateurkunst kunnen laten gebruikmaken en voordeel hebben van de voorzieningen die we in deze stad hebben. Ook in de stenen en in de ruimtes en wellicht ook in het personeel wat af en toe wat kan helpen de mensen. Daar dan toch ook nog een laatste vraag bij want voor je weet hebben we het alleen maar over geld. Als in de participatie de gesprekken aangegaan wordt en dat gaat allemaal gaan gebeuren. Om ook aan alle participanten te vragen niet alleen van wat heb je nodig aan geld, want subsidie zal iedereen ongetwijfeld helpen. Maar wellicht ook aan faciliteiten aan hulp. Hoe je dingen makkelijker kunt maken of hoe je ruimte ter beschikking kunnen kunt stellen die we al hebben en die wellicht voor hen ook bruikbaar zijn. Ik denk als je op die manier de
37
participatie ingaat, hoeven wij nu niet heel veel kaders extra mee te geven. Zijn we vooral heel erg benieuwd naar wat daar uitkomt en dat komt later. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu van Op ons Eiland. Volgens mij ben ik de enige die uw naam goed uitspreekt. De heer Gündogdu: Bijna. Voorzitter dank u wel. Grapje. Voorzitter dank u wel. Ik heb zojuist mijn reactie gegeven namens Op ons Eiland. We zijn zeker positief over deze startnotitie. Wel even een aandachtspunt. Dat is mede naar aanleiding ook van de commissie hiervoor voorzitter. We weten allemaal dat ze in het verleden en misschien nog steeds zeg maar het idee ontstaan is dat cultuur en cultuuruitingen voor een aantal of een happy few is. Terwijl dat zeker niet het geval is, maar dat beeld is er nog steeds. Waar ik de aandacht voor wil vestigen zowel van het college als deze commissie, is dat heel veel cultuuruitingen die kunnen mede mogelijk gemaakt worden door subsidies. We zien dat ook en we lezen dat ook weer terug. In dat kader is het natuurlijk een intrinsieke motivatie om juist die mensen die culturele uitingen willen verzorgen, om hen juist die talent te laten zien. Dat hoeft niet altijd in geld uitgedrukt te worden. Natuurlijk we smijten er heel veel miljoenen tegenaan en daar is niks mis mee.
Waar ik wel de aandacht voor wil vestigen van het college ook in de uitwerking van deze van deze startnotitie is hoe maken wij nou inzichtelijk wat voor doelstelling wij initieel hadden en wat er nou uit die Cultuurnota naar voren is gekomen? Dus concreet wil niet zeggen dat het SMART geformuleerd zou moeten zijn de doelstelling, want dat is heel moeilijk, denk ik te meten. Maar er is natuurlijk wel aan ons gelegen om die miljoenen die wij besteden wel goed achteraf te kunnen controleren of dat goed is besteed en of daar onze stad zijn voordeel aan heeft gehad. Dus dat is wat ik zeker wil meegeven aan het college. Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Het voordeel wat een stad eraan heeft dat vind ik ook. Hoe ziet u dat voordeel wat een stad eraan heeft. Is dat de bekende spin-off zoals we dat altijd noemen? Of hoe ziet u het voordeel van de stad? De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter ik kan er heel uitgebreid op ingaan, laat ik het proberen kort te houden. We kennen bijvoorbeeld zoiets als maatschappelijke business cases waarvan je eigenlijk op voorhand niet weet of dat nou heel SMART te formuleren is. Maar wat ik probeer te zeggen is we hebben zojuist bijvoorbeeld input van jongeren gehoord.
In hoeverre is het mogelijk met de huidige begroting of huidige budget met de kanttekening dat het best spannend wordt de komende jaren met deze cultuurbegroting. Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat juist datgene wat we nu nog niet aanbieden, dat we daar die mogelijkheid voor creëren. Dus een stukje spin-off en dat we kunnen zeggen van hé luister eens, wij hebben ondanks de moeilijke tijden en de financiële beperkingen erin geslaagd om goeie dingen te doen in deze stad. Maar die goeie dingen hoe formuleren we dat? Hoe controleren we dat? Dat is even zeg maar waar ik naar aan het zoeken ben. Want een groot deel van ons budget is al gelabeld en is niet vrij besteedbaar. De voorzitter: Mevrouw Lammens.
38
Mevrouw Lammens-Oostdijk: Momenteel komen er in Dordrecht zijn er heel weinig dingen voor jongeren. Onze jongeren trekken heel veel weg naar Breda en Rotterdam. Ze verhuizen dus ook naar Rotterdam en Breda. Ze blijven ook vaak in andere steden, dus ze komen ook niet snel terug. Dus zodra we deze jongeren kwijt zijn, zijn we ze vaak kwijt. Als we meer dingen in de stad hebben zoals evenementen, beter uitgaansgelegenheid. Blijven de jongeren beter in de stad en hebben wij dus heel veel voordelen aan jongeren. De voorzitter: De heer Gündogdu.
De heer Gündogdu: Mevrouw Lammens heeft mij volledig aan haar zijde. Helemaal mee eens. Maar wat ik wilde zeggen is ik zou toch wel willen meten op enig moment en ik weet niet of dat kan, maar dat is de rol die ik wil opnemen. Dat ik zeg oké die jongeren die we zo belangrijk vinden voor de toekomst van dit eiland, die hebben we met deze programmering weten te behouden voor deze stad. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Ik zou graag een antwoord willen geven op zijn vraag. Er zijn momenteel komen meer huisvesting mogelijkheden voor jongeren. Dus het zou fijn zijn dat ze dan ook uit kunnen gaan in Dordrecht. Er komen 450 woningen aan de achterkant van het station. Er zijn meer woningen bij Leerpark. Dus we moeten die jongeren gewoon een kans geven hier in Dordrecht om ook hier zich te kunnen vermaken. Daar kunnen de ondernemers zich ook van profijt trekken. De heer Gündogdu: Ik ben het volledig mee eens. Zeker. De voorzitter: Oké dank u wel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter ik was zo eager om wat te zeggen. Ik bedoel we kunnen het allemaal meten in één en één is twee of drie of vier of vijf. Maar wat dacht u van gewoon heel veel blije gezichtjes. Door de stad heel veel gelukkige mensen in de stad en minder straatvuil, omdat we het allemaal meer naar ons zin hebben. Dat kan je ook meten.
Ik denk dat dat nog veel belangrijker is als één en één is vijf. De heer Gündogdu: Mevrouw Kruger helemaal mee eens ook gevoel is te meten. Daar is op zich niks mis mee. De voorzitter: Hebben wij een nieuwe voorzitter? De heer Gündogdu: Sorry. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter. Mevrouw Schnabel: Voorzitter mag ik nog …? De voorzitter: Mevrouw Kruger die vroeg wat, u geeft daar reactie op. Daarna mevrouw Schnabel.
39
De heer Gündogdu: Ik wilde alleen maar aangeven richting mevrouw Kruger dat inderdaad gevoel is ook zeker te meten. Maar het is met name zeg maar ook in het kader we hebben beperkt middelen. We hebben heel veel vraag naar subsidies. We moeten dus keuzes maken. Welke keuzes maken we waarvan we denken dit is nou die eigenheid van de stad en de vraag vanuit deze stad daar hebben we nou kunnen inspelen. De voorzitter: Top dank u wel. Mevrouw Schnabel.
Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Vaak is cultuur natuurlijk wel gewoon te meten als in het is een ambacht. Er wordt vaak over gedacht … en dat is natuurlijk ook wat mevrouw Kruger zegt, je kunt het meten aan het gevoel dat het losmaakt. Wat zowel positief als negatief kan zijn. Het kan alle twee kwalitatief goed zijn, maar misschien is het goed om daar wel gewoon criteria voor te ontwikkelen. Het is een ambacht mensen die volgen daar een opleiding voor. Mensen krijgen daar les in. Dus dat wil ik ook aangeven dat dat wel te meten is. De voorzitter: Oké dank u wel. De heer De Heer: Voorzitter. De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren mijnheer Gündogdu? Is het aanvullend mijnheer De Heer? De heer De Heer: Een vraag eigenlijk aan de heer Gündogdu. De voorzitter: Nee maar mevrouw Schnabel die vroeg wat. De heer Gündogdu: Zal ik daar nog op reageren? Mevrouw Schnabel helemaal mee eens. Kijk waar ik me zorgen om maak is dat bijvoorbeeld op het moment dat er een incidenteel aanvraag komt voor een misschien wel heel interessant evenement, daar is dan bijna bijvoorbeeld geen ruimte voor. Dat wil ik er ook mee proberen te zeggen hoe meten we nou iets wat succesvol is? Ik ben ook zeer zeker cultureel geëngageerd, maar ik wil op enig moment ook kunnen vergelijken. Van dit is nou wat Dordts eigenheid weerspiegelt en heeft die meerwaarde. Dat is waar ik probeer naar te zoeken.
De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij hebben we een nieuwe volksdanser binnenkort. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter dank u wel. Een vraag aan de heer Gündogdu u had het ook over de meetbaarheid van dat succes van cultuur, ook in deze stad, ook waar mevrouw Kruger het over had. Tegelijkertijd is één van de uitgangspunten het vergroten van de aantrekkelijkheid en de levendigheid in de stad. Dat is volgens mij ook waar we succes wel aan kunnen ophangen. Dan wordt er een heel duidelijke aantal cijfers gedeeld dat we in de afgelopen jaren van plaats 30 naar plaats 7 zijn gedaald, maar in dit geval dus gestegen. Dus we doen het heel goed. Zou dat niet een maatstaf zijn waar de heer Gündogdu ook naar kan kijken en hoe ziet hij dat voor de komende jaren? De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Bedankt voor deze vraag. Nu weet ik vanuit het verleden dat er heel veel is geïnvesteerd de afgelopen jaren in cultuur. Dat heeft mede ertoe geleid dat we juist
40
lager zijn gekomen of hoger hoe je het maar wil interpreteren. Maar het wordt nu pas spannend. Als ik ook de wethouder goed heb beluisterd en dit document goed heb gelezen. We hebben te maken met redelijk beperkte middelen waar weinig speelruimte in zit. Vandaar dat ik dus ook dit inbreng en graag jullie ook aankijk. Misschien ook straks de wethouder wil reageren. Met daarbij de vraag wanneer zijn we eigenlijk tevreden met dat aanbod? Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Even de vraag aan de heer Gündogdu. Hoe komt u erbij dat we de laatste jaren zo veel geïnvesteerd hebben in cultuur en kunst? Heel veel tijd geleden heel veel in stenen. Maar we zouden de beweging gaan maken naar meer investeren in gewoon de programmering. En wordt wel gezegd zeven miljoen is hartstikke veel vergeleken bij sommige andere steden. Wat hebben we daarmee te maken? Wij willen gewoon een goeie cultuur neerzetten, kunst en cultuur en dan als er tien miljoen moet zijn dan moeten we dat gewoon gaan vinden. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Van harte zou ik zeggen mevrouw Kruger. Maar cultuur bestaat uit twee hele belangrijke facetten. Dat is de hardware en de software. We hebben de afgelopen jaren heel veel geïnvesteerd in hardware en in wat mindere mate in de software.
Dus wat mij betreft zou er zoveel mogelijk geld richting cultuur moeten gaan want dat geeft ook een stukje ontwikkeling aan jongeren, ouderen, senioren noem maar op, in de wijken zeker belangrijk. Maar ja dit wil niet zeggen dat we zeg maar de afgelopen jaren bijna niks hebben gedaan. We hebben behoorlijk veel geïnvesteerd. Mevrouw Kruger: We hebben zevenduizend euro uitgegeven aan een stadsdichter. De voorzitter: Dank u wel. Gezien de tijd. Ik zie nog twee partijen die dus nog geen woordvoering hebben gehad. U wilt … De heer Portier die stak eerder de vinger dus de heer Portier. De heer Portier: Er is al heel veel gezegd onder andere over het feit dat we gewoon moeten begroten wat nodig is. Ik wil één opmerking maken of dat cultuur zo ontspannen moet zijn, blije gezichten op moeten leveren, iedereen vrolijk moet maken. Ik denk dat er ook ruimte moet zijn en ook letterlijk ruimtes beschikbaar moeten zijn voor cultuur die controverse oproept boos maakt. Mensen tot nadenken aanzet. Waarbij ook de programma's en de thema's niet van bovenaf bedacht worden, maar van onderop en daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter even kleine vraag aan de heer Portier. Een hele mooie aanvulling. Want juist ook dat, de ontlading die het kan geven door je eens boos te maken, te verwonderen en dat soort dingen.
Die werken toch volgens mij ook erg ontspannend. De voorzitter: Dank u wel. De heer Portier. De heer Portier: Op deze ontspannen noot zal ik maar zeggen zal ik dan dit willen beëindigen.
41
De voorzitter: De heer Stolk VSP. De heer Stolk: Voorzitter als laatste de nota die kunnen wij omarmen. Het is een verlengstuk van de nota die er al is van 2022 tot 2026. Wat duidelijk is dat wij ook de VSP dus veel aandacht vraagt voor de jongeren. Dat lijkt ons heel verstandig. Voor de rest cultuur voor en door iedereen. Ik denk dat dat ook een hele belangrijk onderdeel is. Dan ook weer naar de ouderen gekeken. Dan was er eigenlijk ook een opmerking over het Energiehuis. Kosten waren hoog. Ik zou haast willen vragen aan de wethouder of er een mogelijkheid is om de leegstand waar over gepraat wordt omdat dan op een andere manier te gaan gebruiken, waardoor er misschien meer geld voor cultuur vrijkomt. Het is in het verleden al eens een keer besproken of ieder geval op tafel gekomen. Ik leg het nu weer neer. Ik zou graag willen weten we hebben het over stenen en cultuur. Ik zou best wel eens willen zien hoeveel geld van dit geheel, hoe heet dat, naar de stenen gaat en wat er dan ook echt overblijft. Dan nog over de begroting. Ik maak mij net zoals anderen eigenlijk toch wel zorgen. Want uiteindelijk de projecten wat mevrouw Schnabel ook zegt 1,2 miljoen gaat volgend jaar naar 452.000. Dat wil zeggen dat de subsidie eigenlijk de inzet van de restant van de coronamiddelen zijn. Dus het is wel degelijk een vermindering en daar komt dus niets voor terug.
Als derde, maar dat denk ik dat dat voor iedereen begrijpelijk is, dat de begroting 24, 25, 26, 27 allemaal dezelfde bedragen zijn. Ik heb toch wel geleerd dat je de inflatie mee moet nemen en dan heb je ook een reëel beeld. Dit was het. De voorzitter: Dank u wel. We hebben precies een kwartier tijd voor het einde. Ik zou de wethouder max tien minuten willen geven om de op- en aanmerkingen te kunnen beantwoorden of toch een reactie op te kunnen geven. De heer Van der Linden: Dank u wel. Ik probeer mij dan te focussen op wat u mee wil geven in het proces om te komen tot een Cultuurnota. Want daar heeft u een aantal dingen over gezegd en een aantal andere dingen laat ik dan denk ik liggen voor zover dat niet van belang is om dat proces verder te vullen. Dan begin ik toch eventjes bij het korte gesprekje over hoe meet je nou wat je aan het doen bent? Dat is juist bij cultuur natuurlijk niet zozeer ingewikkeld, want je kan van alles meten. Inderdaad als je bij cultuureducatie kijkt, dan let je op blije gezichtjes. Hoera mijn dochter heeft een tekening gemaakt, of mijn zoon is op ballet geweest, of iemand heeft leren muziek maken enzovoorts. De voorzitter: Mevrouw Schnabel? Mevrouw Schnabel: Voorzitter als aanvulling je kunt natuurlijk cultuureducatie ook meten aan het feit dat kinderen beter zijn gaan lezen en beter zijn gaan rekenen. De heer Van der Linden: Kan ook precies.
Maar om verder te gaan. Dat is wat anders dan meten wat we bijvoorbeeld ook hebben gehad vorig jaar, rivier, boot stad is een heel totaal ander project dan wat je met cultuureducatie doet. Het is niet eens fruit wat je dan vergelijkt. Het zijn totaal verschillende dingen die allebei hun waarde hebben in hun eigen segment. Ik heb niet eerder Dordt op het Zuid-Duitse journaal gezien met een item van zes minuten. Dat is niet gelukt met onze cultuureducatie maar wel met rivier, boot, stad. Zo breed kun je cultuur waarderen. Blije gezichtjes, beter leren lezen, of je stad ook vermarkten. Dat gaan we allemaal afwegen in het proces dat we nu aan het doorlopen zijn. Wij hebben natuurlijk ook heel verschillende groepen gaan spreken. Want we gaan inderdaad, de heer Van der Kruijff vroeg daarnaar, ook de amateurs spreken. In juni is daar een bijeenkomst mee. We gaan ook mensen horen uit het veld hoe kijken jullie naar Dordt?
42
Inderdaad we zijn natuurlijk niet de grootste stad van het land ook niet de kleinste. We staan hoog op de woonaantrekkelijkheidsindex. Dat is deels te danken aan cultuur. Maar ook aan het woningaanbod aan de stadsmarketing, aan wat je hier kan eten enzovoorts. Dus ook dat is een optelsom. Kortom het is heel moeilijk om er een thermometer bij te houden, er zijn er wel dertig of veertig te verzinnen. Maar die moeten we allemaal wel in beeld houden om iets te kunnen zeggen over wat we met cultuur nastreven. Ook hoe we dat dan ongeveer in beeld brengen. Bedienen we alle doelgroepen? Bedienen de doelgroepen in relatie tot het aanbod en tot de kosten die we dan maken met elkaar? Want ik zie ook een aantal kleinere kosten voor instellingen die we al heel lang subsidiëren waar niet zo heel veel mensen op afkomen. Waarvan we wél zeggen fijn dat ze er zijn. Want ook een kleinere doelgroep verdient aandacht. Inderdaad ook een aantal doelgroepen die heel veel mensen trekken, maar waar ook wel veel kosten mee gemoeid zijn. Kortom die afweging is best moeilijk, maar die gaan we wel zo compleet mogelijk maken. Ik heb een aantal dingen onderstreept. Duurzaamheid. Daar wordt aandacht aan besteed in de nota. Mevrouw Kruger vroeg aandacht voor inclusie. U richt het vooral toegankelijkheid.
Dan vind je de toegankelijkheid van een concertpodium bijvoorbeeld Bibelot, is natuurlijk van een andere orde als bijvoorbeeld museum het Hof. Wat een heel ingewikkeld gebouw is met heel veel trappetjes enzovoorts. Dan kun je niet overal zomaar komen. Maar natuurlijk wordt dit wel meegenomen in de nota. De voorzitter: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Uiteraard is alles verschillend. Grote kerk zal ook niet gauw kunnen, want er zit geen lift in en zal er ook niet komen. Maar waar het meer om gaat is ook de veiligheid. Ook dat kunt u in dat boekje lezen van Dijkshoorn. Geef dan in vredesnaam aan als er geen toegankelijkheid mogelijk is. Dat zijn van die kleine dingetjes. Wat gewoon fijn is voor mensen met een bepaalde beperking. Dat je weet waar je aan toe bent en dat je niet altijd eerst hoeft te bellen van kan het wel, kan het niet en kan het er dit geregeld worden. Laten we er rekening mee houden. Zeker de veiligheid op evenemententerreinen. Dat is echt belangrijk. De heer Van der Linden: Punt is helder dank u wel. Mevrouw Vol-Van der Holst: Voorzitter? Mag ik nog vraag stellen? De voorzitter: Mevrouw Vol. Mevrouw Vol-Van der Holst: Ik had nog even een vraag over duurzaam want u zegt het wordt benoemd in de nota. Maar mijn vraag was ook of u dat nog kan duidelijker kan maken voor alle mensen die daar zich druk over moeten gaan maken.
Want die worden nu verwacht dat zij dus duurzaam gaan opereren zeg maar al die culturele instellingen en dergelijke. Maar wat zijn de eisen dan voor hun dat moet wel duidelijk zijn denk ik. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: Dit is wel een breed soort vraagstelling. Ik heb met Bibelot een gesprek gehad die zelf aangeven wij willen meer gaan letten in hoe we bijvoorbeeld drank serveren of met horeca omgaan op duurzaamheid. Dat gesprek heb ik ook wel met anderen
43
gehad, maar niet met alle instellingen. Dus duurzaamheid krijgt een plek, maar hoe concreet precies dat moeten we nog bekijken. Mevrouw Vol-Van der Holst: Dat is ook precies mijn vraag dus dank daarvoor. De heer Van der Linden: Ik ga even door met het lijstje van begin af aan. Mevrouw Kruger vroeg ook aandacht voor kunst in de openbare ruimte en vroeg om een toezegging. Ik zeg wel toe dat het onderwerp het komende jaar aan de orde komt. Ofwel we komen er al bij de kadernota op terug, dat zou kunnen. Ofwel ergens onderweg in het proces en dus in de nota komt het aan de orde. Een aantal van u vroeg ook om de connectie tussen hoe doe je nou aan cultuur in relatie tot de stadsmarketing, tot evenementen, samenwerking met bedrijfsleven. We snappen allemaal dat zeker als de middelen niet oneindig zijn, dat je juist ook op die connectie heel scherp moet letten. Dus daar gaan we ook aandacht aan besteden. Verder is al veel gezegd. Even kijken. Evenementen zelf staan natuurlijk niet in de Cultuurnota benoemd want er komt nog een nieuw evenementenbeleid. Maar dat loopt natuurlijk wel samen op. Mevrouw Schnabel gaf een voorbeeld over de lokale makers daar moeten we voor blijven staan. Dat doen we natuurlijk ook. U gaf aan er is maar een ton voor, voor de makers. We hebben een aantal subsidietrajecten. Een apart traject voor amateurkunst, aparte voor producties en daar gaat die ton over.
Maar er is dus wel meer geld dan die ton. Ook in relatie met een eerste opmerking van de heer De Heer. Onderweg zullen we wel even zorgen voor iets meer inzicht in de optelsom en ook de onderscheiden bedragen. Want natuurlijk de stenen heb je wel nodig. Zonder die stenen komt er geen amateurkunst. Komen er ook geen kindjes cursus volgen enzovoort. Dus die hebben we gewoon hard nodig. Maar natuurlijk zijn stenen niet voldoende. Dus daar gaan we wel even het scherpere onderscheid in maken. Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Wel kort alstublieft. Mevrouw Schnabel: Excuus. Wat in de sheet staat is dat voor projecten? Dat daar dus een ton voor begroot is. Dat gaat dan waarschijnlijk echt over dat waar makers gebruik van kunnen maken. Het gaat niet alleen over amateurkunst zelf. De voorzitter: De heer de wethouder. De heer Van der Linden: Dan heb ik nu even niet de goede sheet voor me. Nou goed laten we nu niet de tabelletjes erbij pakken. Kijk we snappen allemaal en de heer Van der Kruijff gaf het ook al aan. De stenen die staan er en die worden beheerd. Daar zijn beheerlasten voor die we ook afschrijven of dan weer te weinig soms, maar die schrijf ik wel af. Programmeergeld is vaak incidenteel. Ik verwacht heus wel dat er weer nieuwe regelingen komen waar we aanspraak op maken.
We zoeken ook de samenwerking met andere middelgrote steden om te kijken kunnen we samen optrekken daarbij. Maar goed ook het Rijk heeft natuurlijk op- en neergaande begrotingen. Ook het Rijk geeft wel het signaal af dat de ruimte beperkter gaat worden nu de coronatijd voorbij is enzovoorts. Dat houden we scherp in de gaten. Ik denk dat de kadernotadiscussie de goeie plek is om te kijken of je daar de eerste uitspraken van de raad op zou willen hebben. Het gaat nu om het proces om te komen tot een nieuwe Cultuurnota. De heer Stolk: Voorzitter. De voorzitter: De heer Stolk.
44
De heer Stolk: Mag ik nog even een vraag stellen over dit. In punt 4 horizon 2030 staat dat er rust en zekerheid gegeven moet worden voor de culturele sector. We praten steeds op incidentele bedragen die dan eventueel erbij komen. Dat is helemaal niet zeker. Maar als we dus nu naar die horizon van 2030 kijken dan blijf ik op 114.000 zitten even in een ton. Ik denk dat dat verhoogd moet worden en dat daar dus ruimte voor moet komen en niet moet wachten totdat er ergens een potje komt. De heer Van der Linden: Dat ben ik helemaal met u eens. Maar u gaat erover want u bent de raad van Dordrecht. U stelt begrotingen vast. Dit heeft u vastgesteld. Gefeliciteerd ben ik blij mee. Maar daar mag best wat bij zeg ik als portefeuillehouder Cultuur. Succes met uw afwegingen. Natuurlijk wij gaan voorstellen doen in die Cultuurnota die u ook wel zo makkelijk verleiden tot te zeggen ja daar mag meer bij, dat u die rol ook met genoegen gaat invullen. Maar ik kan dat niet veranderen voor u. Ik kan alleen zorgen voor een goeie nota. Waar een goeie afweging in kan worden gemaakt. Want ik snap ook, u houdt ook van heel veel andere dingen die we in de stad willen doen. Tot zover mijn pleidooi voor een correctie op de begroting. Want we gaan nu niet over de begroting praten, we praten over het proces om te komen tot een nota. Even kijken hoor. Amateurs zijn benoemd.
Daar komt dus ook nog een aparte bijeenkomst voor. Een aantal van u geeft ook aan de aandacht voor jongeren mag heel centraal staan. Het gaat niet alleen om de jongeren. Bachfestival is genoemd als voorbeeld van een festival dat enerzijds een hele aparte doelgroep trekt. Ik heb gezien afgelopen keer dat daar ook ontzettend veel jongeren waren. Dus het is niet per se alleen maar ouderen die daar op afkomen. Maar goed dat hangt ook af van de analyse die we maken op doelgroepen en de ‘…’ van het aanbod. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Keurig binnen de tijd. Ik wil eigenlijk richting een afronding. De heer Kleinpaste: Ik heb nog één vraag aan de wethouder. De voorzitter: Is het echt brandend? De heer Kleinpaste: Ik vind van wel want ik heb van een paar partijen hier aan tafel gehoord dat ze zich zorgen maken over leegstand in het Energiehuis. Ik hoor de wethouder tegelijkertijd zeggen dat er soms 2.000 mensen per dag door dat pand heen trekken. Is er zicht op hoe ernstig het nou echt gesteld is met eventuele leegstand in dat Energiehuis? De heer Van der Linden: Dat is een logische maar ook best een beetje een ingewikkelde vraag. We hebben het er wel eens over gehad met de gebruikers. Soms zeggen ze ook wel eens dat is best gek. Je weet op dit moment lopen er inderdaad meer dan 1.000 mensen in het gebouw. Maar als ik de deur opendoe zie ik helemaal niemand.
Een eigenschap van het gebouw is dat is opgebouwd uit allerlei segmenten. Soms denk je wel eens het zou lekker zijn als je moest wringen. Als het heel vol was. Maar goed soms is het gebouw echt heel vol en dan zijn de grote ruimtes vol en de kleine ruimtes vol. In het trappenhuis lopen ook mensen. Dat is een eigenschap van het gebouw. Dan kunnen we niet weghalen? Het gebouw wordt goed gebruikt door de huurders. Er is ook ruimte voor verhuringen aan niet iedereen die … Mevrouw Schnabel: Voorzitter? De heer Van der Linden: Mag ik even mijn zin afmaken? Dat helpt denk ik. Dus hij wordt ook verhuurd. Onder andere u vroeg kan er niet meer aan gebeuren? Daar kunnen we wel eens naar kijken of dat helpt. Maar zelfs als er niks gebeurt of als het heel vol zit, je houdt altijd
45
een hele grote structurele last natuurlijk op het gebouw zelf. In de instandhouding daarvan. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Schnabel ik moet echt gaan afronden. Sorry. Het is bijna tijd. Dan komt weer een andere vraag dus ik moet ergens een grens trekken. Goed? Desnoods kunt u het altijd schriftelijk indienen als dan toch denkt ik heb nog een vraag. Dat kan dat altijd richting de wethouder. Maar in dit geval zie ik dat we drie minuten hebben en ik wil echt tot een afronding nu jongens. Inderdaad iedereen heeft genoeg tijd gehad. Wat doen we. Kan dit als hamerstuk door? Want ik hoorde juist heel veel positieve punten. De heer …: Volgens mij kan het gewoon als hamerstuk naar de raad. De voorzitter: Oké dan … Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Wij gaan nadenken inderdaad of we iets van een amendement kunnen maken voor het budget. De heer Van der Linden: Daar wil ik iets over zeggen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Linden: Het raadsvoorstel gaat over het proces om te komen tot een Cultuurnota. Of we nou nul, één of 100.000 uitgeven, je hebt een Cultuurnota nodig. Ik snap heel goed dat u zich zorgen maakt over het budget. Die zorg delen we allemaal denk ik. Maar ik denk bij het vaststellen van het proces, ga je niet een amendement doen op de begroting. Want dat komt later. Maar goed u moet natuurlijk zelf weten hoe u dat doet. Dus ik bemoei me nergens mee.
De voorzitter: Wat ik daaruit begrijp is eerste de inhoud, daarna het budget. Het kan door als hamerstuk. Fijne avond, bedankt voor uw inbreng.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ………. 2023.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
46