2.2 2023.03.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf
Tekst van het document
Maar wat zijn de alternatieven en hoe doen andere gemeentes dit, die het niet doen volgens het VHP-model? De heer De Vries: Andere gemeenten? Kijk, op zich, ik zeg een verenigingshal is niet uniek. Er zijn zat gemeenten waar een stichting, gelieerd aan een vereniging, een hal exploiteert. Alleen de omvang in Dordrecht is wel uniek. Vijf stichtingen, zeven hallen. Wat zijn de belangrijkste exploitatiemodellen? Of de gemeente exploiteert of een exploitant exploiteert. Het zijn er eigenlijk maar twee. Optisport en Sportfondsen zijn de twee groten in Nederland. Er zijn nog een paar lokale. Dat is het andere alternatief. Daar hebben we ook een duiding van gegeven. Als je die kant op gaat, ben je veel meer kwijt. De verenigingen verliezen ook wat, namelijk je kan die capaciteit onmogelijk in die omvang houden, de zaalcapaciteit. Ook die eigen home hebben ze niet meer. De voorzitter: Tevreden over de beantwoording? Ja? We gaan naar het volgende onderdeel van deze avond. Dan is de beurt aan mevrouw Thecla Van Dijk en de heer Rens van Kleij. De heer Van Kleij: Dank je wel, voorzitter. Fijn om vanavond bij u te mogen zijn, voor u zich gaat buigen over die ... Mijn persoonlijke mening, een prachtige Sportnota die er ligt. Ik vind de titel pakkend. Ik vind de ambitie zeer aansprekend.
Maar ik vind het met name mooi als het gaat over de Vitale Sportparken en de buitenruimte die je ook daarvoor onder de aandacht wil brengen. Daar wil ik graag vanavond met u op inzoomen. Mijn naam is Rens van Kleij. Ik ben de man in het midden. Ik ben van huis uit echt een bewegingswetenschapper. Ik ben van bureau Sport en Ruimte, maar ik ben echt de sportman. Ik ben hier vanavond samen met mijn collega Thecla Van Dijk. Die zo meteen mijn verhaal over gaat nemen. Thecla is de ruimtelijk vormgever, landschapsarchitect die heel in ieder geval ervaring en kennis van het doorontwikkelen
20
en inrichten van buitenruimtes. Tenslotte mijn collega Wouter Stuive. Dat is ook erg handig. Die is civiel technicus. Die weet alles van duurzaamheid, van grondverzettingen, van kunstgras en wat ook echt nodig is om een goede, sportieve buitenruimte te maken. Wij zijn hier afgelopen maanden ook betrokken geweest met het verkennen van de mogelijkheden om ook de sportparken in Dordrecht een doorontwikkeling te mogen maken. Ik heb hier nog even iets kort over ons bureau Sport en Ruimte. Het zit met name op het snijvlak van ruimte en sport, wat de naam ook daadwerkelijk zegt. We komen vaak bij opgaven om de hoek kijken wanneer er meer verbinding moet worden gevonden met de omliggende wijken, door meer een integrale en gezonde leven omgeving te maken, of wanneer het dan om gaat om meer het vergroenen en het stimuleren van het informele gebruik. Net ging het al even over verenigingssport en ongeorganiseerde sport. Ook voor allebei de takken van sport is er echt ook ruimte nodig. Soms vergt dat ook, dat ziet u aan de rechterkant, hele specifieke technische opgaven, waarbij we misschien softbalvelden moeten inpassen in een atletiekbaan. Eigenlijk is altijd de onderligger het optimaal gebruik van de ruimte die wij hebben, om te gebruiken voor sport. Sport en bewegen en gezonde leefomgeving. Dat is eigenlijk de kern waar wij als bureau ons hard voor maken.
Dat doen wij hier gelukkig voor Dordrecht, maar ook voor andere gemeenten in Nederland. Deze komt vaak terug, Vitaal Sportpark. Ik heb er genoeg in om te zeggen dat wij eigenlijk daar wel mee zijn begonnen een paar, dat is denk ik een jaar of vier geleden al. Dat was op basis van een verkennend onderzoek onder zestien gemeenten in de provincie Gelderland. De hoofdvraag was we eigenlijk bij van, hoe kunnen we de ruimte die we hebben voor sport, sportief en maatschappelijk optimaal gebruiken? Op basis van het onderzoek zijn we toch gekomen tot het concert Vitaal Sportpark, waarbij je sportparken langs een vijftal lijnen kan doorontwikkelen om daar meer rendement uit te halen. Je ziet ze hier staan. Functiemenging, na sport ook ruimte voor andere functies. Meer voor de hand liggend is kinderopvang. Maar als je even door gaat graven, verder gaat kijken, dan zijn er veel meer mogelijkheden, ook wanneer je gaat kijken overdag, wanneer de sportparken toch minder intensief gebruikt worden door de gebruikelijke sportverenigingen, biedt dat mogelijkheden. Ruimtelijke integratie. Ik ben inmiddels een man van boven de vijftig. Als ik vroeger naar school fietste, mijn school stond aan de andere kant van het sportpark, dan moest ik er echt omheen, want er zat een groot hek omheen. Als het een beetje tegenzat ook nog een slotgracht. Tegenwoordig is het anders.
Een sportpark maakt onderdeel uit, integraal onderdeel van de buitenruimte. Je kunt er doorheen fietsen. U kunt erover wandelen. U kunt uw hond uitlaten. Het is één geheel van de leefomgeving. Een goede benutting. Dat is wel de goede benutting. U hoorde net mijn collega, Rob de Vries, praten over sporthallen, geldt net zo goed voor sportparken. U bent bekend natuurlijk met de verhalen dat wanneer een voetbalvereniging meer teams gaat krijgen, dat u dan graag kunstgras wil. Die bezetting is één. Wij willen graag kijken ook naar de maatschappelijke bezetting. De benutting overdag. Wat gebeurt er op die sportparken wanneer de sportverenigingen niet actief zijn? Wat gebeurt er overdag in de kantines en clubhuizen? Vierde is altijd een heel mooi onderwerp, openheid. Wij willen graag een open sportpark. Een open sportpark, laat ik die maar gelijk wegkapen, betekent niet dat alle hekken weg moeten. Maar een open sportpark staat wel open voor meerdere gebruikersgroepen dan sportverenigingen alleen. Dat is altijd wel een interessante. Dat zal ongetwijfeld nog wel even terugkomen. Niet in de laatste plaats bestuurlijk vitaal. Dat is ook zeker belangrijke, want je kunt nog zo'n mooi sportpark maken, laten we maar
21
even ambitieus zijn, u kunt het mooiste sportpark van Europa maken, als er niks georganiseerd wordt, of dat nu is door sportparkmanagers, verenigingen of andere aanbieders en er is niks te doen, dan is het nog hond in de pot. Er moet echt iets van aanbod zijn, organisatie, om te komen tot een Vitaal Sportpark. Een vraag. De heer Uysal: Voorzitter, mag ik hierover nog een vraag stellen, voordat de microfoon wordt doorgegeven? De voorzitter: Dat mag, mijnheer Uysal. De heer Uysal: Een mooi plaatje. Net kwam het ook aan bod dat we steeds meer gaan van georganiseerde vormen van sport naar ongeorganiseerde vormen van sport. Vorige week tijdens de presentatie zagen we ook dat mensen niet meer verplichtingen willen aangaan en eigenlijk willen sporten op tijden wanneer zij zelf willen. Dat is volkomen duidelijk, die ontwikkeling. Maar over die open sportparken. Ik zie daar ook een persoon met een hondje lopen. We willen natuurlijk niet dat de sportparken, dan hebben we het voetbalverenigingen of voetbalvelden, maar ook hockeyvelden en andere sportaccommodaties, dat die vervuild worden. Aan de andere kant weten we ook dat de sportparken een onderdeel moeten zijn van openbare ruimte. Hoe gaan die twee dingen samen? Hoe kijkt u daarnaar? De heer Van Kleij: Door juist die verschillende gebruikersgroepen goed van elkaar te scheiden.
Als u gaat bootcampen met een leuk groepje op het sportpark, maar je rolt door een hondendrol, dan is de lol er snel af. Maar iemand die zijn hond uit wel laten, die wil graag ook een rondje met zijn hond kunnen maken. Dan ga je toch hebben door scheiden met groene hagen of met hekken om die gebruikersgroepen wel allemaal mogelijk en uit te nodigen op het sportpark, maar wel dat ze goed ook naast elkaar kunnen opereren en daar plezier kunnen beleven van hetzelfde park. De voorzitter: Dan kunnen we weer verder. De heer Van der Kleij: Dan geef ik graag het woord aan mijn collega. Mevrouw Van Dijk: Yes. Dank je wel. Jullie zien natuurlijk ... Net zagen jullie vijf bullets. Er ontbreekt natuurlijk nog een hele belangrijke, vanuit landschap, vanuit het groene wil ik die graag benadrukken. Dat is ook de laatste vier bolletjes. Is eigenlijk het vergroenen van een sportpark. Het is grappig dat het eigenlijk de laatste jaren pas veel bekender is geworden. Vaak was het zo op een sportpark, dan is er een stukje over en dan wordt dat door de voetbal vaak als keepershoek geclaimd. Alles voor de sportruimte. Maar eigenlijk is het heel mooi, is het een mooie opgave die we nu ook op heel veel sportparken doen, maar we heel veel kansen zien om ook het vergroenen van het sportpark, juist die hoeken, geef die een mooie groene inrichting. Ik heb daar straks nog een mooi beeld van.
Dan krijg je eigenlijk een heel mooi palet van en het vergroenen, het integreren met de omgeving, het contact leggen met de mensen die om het sportpark ... De voorzitter: Maar u was toch goed verstaanbaar hier hoor. Weer stilte. Gelukkig hebben we het hier allemaal goed kunnen volgen. We gaan weer zo verder.
22
Mevrouw Van Dijk: We hadden het over urban sport. Dat urban sport eigenlijk veel meer is dan alleen een skatepark. Dat kennen mensen altijd, maar er zitten heel veel verschillende disciplines in. Dat is ook zo leuk, dat je daar echt mee kan spelen. Als je gaat kijken naar een sportpark, je kijkt waar het in een wijk ligt, je kijkt waar behoefte aan is, je gaat met de omgeving in gesprek, dan kun je gewoon heel specifiek daarop aansluiten en kun je toch van elk sportpark een uniek sportpark maken, andere functies toevoegen, die daar wel heel goed gebruikt worden en door de buurt en een versteviging zijn, versterking zijn van verenigingen die op zo'n sportpark zitten. Dit is even een voorbeeld van een sportpark in Elst, in de Betuwe. Dit is eigenlijk wel een soort voorbeeld waarvan alle verschillende facetten samenkomen. U ziet het vergroenen van het sportpark. Er staat calisthenics voor de buurt bij. Daarachter ligt een multicourt, wat openbaar toegankelijk is. Daarnaast liggen ook nog allemaal formele sportvelden. Toen we begonnen met dit sportpark was het eigenlijk uit twee voetbalverenigingen, hockeyverenigingen, loopvereniging was er. Het lag aan de kant waar ook een nieuwe woonwijk gepland werd, een nieuwbouwlocatie, Er was een boer in die omgeving, die had een boomgaard en die wilde hij verkopen aan de gemeente.
De voetbalvereniging die zei van, mooi daar kunnen wij wel even een nieuw voetbalveld neerleggen. Is altijd handig, een extra veld. We gaan alle bomen kappen en we hebben extra sportruimte. Door met elkaar in gesprek te gaan en ook de buurt erbij te betrekken, andere verenigingen erbij betrekken, is uiteindelijk een plan ontstaan waarbij die boomgaard is behouden. Dat is een hele speelplek geworden. Tussen de fruitbomen door, in het goede seizoen kun je daarnaartoe om fruit te plukken en voor de rest van jaar kun je daar heerlijk tussendoor spelen. Heb je een extra functie aan het sportpark gekoppeld. Dit calisthenicspark en er zit ook nog een jongerenontmoetingsplek bij. Dat is echt voor de buurt. Het hele voetbalveld, wat het eerst was, is een half voetbalveld geworden met kunstgras, wat enerzijds door de vereniging wordt gebruikt en anderzijds ook door de jongeren uit de buurt als voetbalplek wordt gebruikt. Dit is wel een hele mooie manier waarop je eigenlijk al die verschillende facetten integreert, zonder dat het ten koste gaat van sport. Want dat wordt altijd snel gedacht van, wij als sportverenigingen worden weggedrukt. Wij moeten allemaal maar inkrimpen. Wij vragen te veel ruimte. Dat is niet zo. Je kunt de sport op een goede toekomstbestendige manier neerzetten en tegelijkertijd ook al die andere functies toevoegen.
Het vergroenen en al die recreatieve functies en die spelfuncties, die je juist voor de buurt zo belangrijk zijn, kan toevoegen. Dan gaan we nu eventjes naar de sportparken in Dordrecht. Rens zei het al, wij zijn gevraagd om naar de wijksportparken te kijken. In het midden zien jullie natuurlijk de vier grote sportparken liggen. Wij kijken naar de hele leuke, kleine wijksportparken. Ik wil daar eigenlijk ook wel even een lans voor breken, want dat zijn echt stuk voor stuk prachtige plekken, die echt een hele belangrijke rol vervullen in het gebied waarin ze liggen, de wijk waarin ze liggen. Het is natuurlijk heel rommelig, maar jullie zien echt die paar kleine groene puntjes zitten. Dan zie je ook dat ze eigenlijk in best wel stenige wijken liggen. De recreatieve ruimte staat best wel op sommige plekken een beetje onder druk. Een paar sportparken liggen al prachtig. Bijvoorbeeld de Vorrinklaan, de heeft al een heel mooi park daar aanliggen. Daar zou je heel makkelijk zo'n verbinding kunnen maken tussen sportpark en het recreatieve park wat ernaast ligt. Patersweg, is een pareltje. Die is natuurlijk helemaal zo’n binnentuin eigenlijk, waar een sportvereniging zit. Ook daar zou je weer dat stukje kunnen vergroenen, want daar smacht de buurt ook zo naar, juist op die plek. Die recreatieve waarde toevoegen en
23
tegelijkertijd door kunnen groeien dat ook die vereniging daar goed kan zitten en dat die ook de activiteiten daar kan ontwikkelen. Hebben we de Smitsweg. Dat is in principe een prachtig sportpark. Goede vereniging die daar zit en heel veel doet. Maar als je stedenbouwkundig kijkt, dan is het wel een beetje een knelpunt. Er is nooit een goede ontsluiting gedaan. Er is een soort weeffout ontstaan in de loop van de jaren, Zo'n weeffout is natuurlijk wel een beetje lastig om dat nu nog te herstellen, want dan moet je echt grote stappen gaan zetten. Aan de andere kant biedt het wel weer kansen om ook de verbinding te zoeken met de buurt, om daar juist een beweegpark te maken, als een soort lint wat door de wijk gaat, waardoor je juist de mensen die meer ongeorganiseerd gaan sporten ook naar zo'n sportpark toetrekt. Zeehavenlaan is wel echt een apart wijksportpark wat er ligt, met sport en een sportschool en een voetbalveld, wat er ligt. Heeft ook een grote dynamiek met de omgeving, met veel mensen uit de buurt die daar komen sporten. Dat vraagt ook zeker een antwoord. Dan hebben we nog aan de andere kant Gravensingel. Ook een prachtig sportpark. Eigenlijk het sportpark met de meeste verschillende functies, als je naar wijksportparken kijkt, die daar allemaal bij elkaar zitten.
We hebben daar eigenlijk wel, even als voorbeeld van hoe we het nu er nu aanpakken, met die verenigingen ook om tafel gezeten. Het werkt nooit als je iets gaat verzinnen om te zeggen van, zo moet het en we gaan jullie zo neerzetten en dit is het. Je moet ze altijd meenemen in het verhaal. Het grappige is dat je eigenlijk ook vaak niet zo heel veel hoeft aan te geven, dat ze het zelf ook wel oppakken. Zoals ook bij Gravensingel hadden die verenigingen zelf wel door van, dit zou kunnen helpen. We hebben die ijsbaan liggen. Dat is de grootste vereniging eigenlijk van sportpark, ondanks dat er eigenlijk maar heel weinig geschaatst wordt. Maar het sentiment van die ijsbaan, hoe dat leeft in de wijk, dat is wel een hele belangrijke drager. Eigenlijk zou je dat gevoel wat mensen bij die ijsbaan hebben eigenlijk bij het hele sportpark willen hebben. Hoe kunnen wij zo het sportpark gaan inrichten, hoe kunnen we die verbinding naar de buurt gaan maken dat die verbondenheid meer wordt dan alleen als er ijs ligt? Dat zijn hele leuke gesprekken die je met elkaar kan voeren. Daar komen dan ook hele leuke ideeën uit. We hebben het plan nog niet af, maar daar zijn we druk mee bezig. Maar in de basis zij het in ieder geval hele leuke gesprekken die we hebben gevoerd en zijn er heel veel aanknopingspunten vanuit de vereniging zelf gegeven om mee verder te gaan.
Dan als laatste, mag jij je microfoon aanzetten. De heer Van Kleij: Misschien als laatste toevoeging nog even inzoomen op die duurzaamheid. Thecla gaf net al aan dat het ook gaat om vergroening. Dat is het belangrijkste van duurzaamheid. Daarvan krijgen ook die biodiversiteit. Daarvan krijgen we ook meer natuurlijk leven op een sportpark. Ik wil graag ook even het beeld kantelen van kunstgras. Kunstgras, er zit al een spanning op tussen intensiteit van beoefening van velden en het gebruik van natuurgras. Dan heerst nogal eens een oud beeld van kunstgras, dat is plastic met gemalen autobanden. Dat moet je niet willen. Maar dat is echt wel geschiedenis vandaag de dag. Als je gaat kijken naar de ontwikkelingen van kunstgras, die we echt nodig hebben ook om intensief te kunnen sporten, is daar heel veel mogelijk. Ik heb hier een paar plaatjes meegenomen. Het gaat over waterberging onder kunstgrasvelden. Dat je dan een bijdrage kan leveren aan de wateropgave die we hebben. Er bestaat ook mogelijkheid om te komen tot koele kunstgrasvelden. Ik weet nog wel als je op het sportveld komt van, het zijn echt van traditioneel in de zomer en dan stonken naar rubberen en dat was echt heet. Het leek wel een barbecue. Dat is niet
24
meer. We hebben nu met koeling. Dat je ook een natuurlijk temperatuurverloop krijgt. Daar sluit ik mee af. Als u gaat kijken naar het onderste grafiekje, dan ziet u eigenlijk die rode uitschieters. Dat zijn die temperatuurverschillen bij traditionele kunstgrasvelden. Als u die blauwe en dat groene lijntje ziet, dat zijn de nieuwe kunstgrasvelden vergeleken met natuurgrasvelden. We kunnen gewoon ook het temperatuurverloop met kunstgrasvelden bijna gelijkschakelen met natuurgrasvelden. Ter afsluiting, een kunstgrasveld betekent niet daadwerkelijk een aanslag op de klimaatopgave, het kan zelfs een bijdrage leveren aan de klimaatopgave. De voorzitter: Allebei heel veel dank voor deze presentatie. Ook over de motorische ontwikkelingen en hoe dat allemaal geïntegreerd kan worden op de sportvelden en dat dat de sportverenigingen niet tekortdoet. Zijn er nog vragen over deze presentatie? De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik had nog wel even een vraag. U had het ook even over de speeltuin, zal ik maar zeggen, in de sportparken. Dat het ook belangrijk is voor met name ook de kinderen om daar ook wat meer te gaan bewegen. Maar dan vraag ik me tegelijkertijd af, ga je dan ook kijken naar locaties in de wijken. Want daar is natuurlijk heel veel van die speelplaatsen ... Zijn daar eigenlijk in het verleden wegbezuinigd.
Die sportparken liggen toch over het algemeen even net iets verder, zeker voor de kleine kinderen denk ik, om daar heen te gaan, terwijl het juist vanaf jonge leeftijd belangrijk is om te gaan bewegen. Mevrouw Van Dijk: Ik denk dat juist bij die wijksportparken een grote kans ligt om toch die spelfunctie wel te behouden voor de wijk. Want inderdaad, we krijgen het ook wel terug dat er heel veel behoefte is aan spelen. Het is ook wel anders spelen wat je op zo'n sportpark kan doen dan wat je in een wijk doet. Een wijk is gewoon een beetje vermaak spelen. Dat is ook bewegen, maar dat is anders spelen. Dat is de wat meer standaardtoestellen die je daar ziet, terwijl het spelen wat je bij zo'n wijksportpark kan doen of bij een groot sportpark, dat is veel meer onderricht, dat gaat veel verder met die motorische ontwikkeling. Daar kun je ook gewoon trainers aan koppelen, die ook die extra motorische ontwikkeling nog stimuleren. Wat je krijgt, is dat je het spelen in de wijk, dat is heel vrijblijvend. Maar doordat te trekken naar die sportparken is het veel makkelijker voor kinderen om ook mee te gaan met een buurtsportcoach om daar te spelen, aansluiting te vinden bij een sportvereniging. Dat ze worden opgepakt en dat ze langer blijven doorspelen, langer blijven door bewegen en misschien ook wel lid worden van zo’n club.
Daar zit wel een grote winst in om het spelen ook naar zo'n wijksportpark te halen. Maar het moet niet dubbelop zijn, het moet wel aanvullend op elkaar zijn. Dat is heel belangrijk door ook goed naar de wijk te kijken, wat zit er al, waar is behoefte aan en daarop in te spelen. De voorzitter: De heer Van Dam, de volgende vraag. De heer Van Dam Timmers: Eigenlijk een klein beetje aanvullend daarbij. Ik vroeg mij af, in Dordrecht hebben we een heel aantal speeltuinverenigingen, ook in verschillende buurten zitten. Ik vroeg me af, hebben jullie die ook meegenomen in dit verhaal? Want eigenlijk vertellen jullie een beetje het verhaal wat zij natuurlijk ook doen. Komen die eigenlijk hierin terug en ook in de adviezen die jullie hebben?
25
Die ongetwijfeld natuurlijk verwerkt zijn in die Sportvisie. Komt dat daarin terug of zijn die daarin niet meegenomen? Mevrouw Van Dijk: Voor nu hebben we specifiek naar de wijksportparken gekeken. We hebben daar een ... We zijn nog volop in een ontwerpfase daarin. Het is een algemeen advies wat er nu ligt. We gaan kijken hoe we dat wijksportpark kunnen aansluiten op de behoefte uit de wijk. Daar zullen natuurlijk ook het spelen en het recreëren, wat in omgeving zit, worden meegenomen. We hebben daar nu nog niet specifiek naar gekeken, maar het sluit wel aan bij het locatie specifiek inrichten van een wijksportpark. De voorzitter: Aanvullend vraag zie ik. De heer Van Dam Timmers: Heel kort. Misschien is dat meer een vraag voor de ambtelijke ondersteuning en de wethouder, misschien ook later. Waar zitten de speeltuinverenigingen in dit sportparkvisieverhaal? Vallen dien er wel onder of niet? Ik vind het soms lastig om die in te schalen in ons totale beleid. De voorzitter: Die pakken we dan zo mee. Zijn er nog specifieke vragen over de presentatie die zojuist gegeven is? Dan gaan we nu eerst naar de beantwoording van de vragen van de VSP nog en van de heer Van Dam ook nog over de dilemma's. Dan gaan we daarna het gesprek weer opnieuw starten. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Even op de vraag ook van VSP, maar ook van het CDA als het gaat over de DASH en de DLTC.
Vorige week hebben we het er ook even kort over gehad. Er is kennelijk een beeld ontstaan alsof dit college met deze Sportvisie voorstelt beide verenigingen te fuseren op het Sportpark Krommedijk. Niets is minder waar. Ik merkte die commotie. Ik heb gebeld ook met beide voorzitters. Beiden overigens worden ook betrokken in allerlei gesprekken als het gaat over de Spoorzone. Maar vanuit de Sportvisie zijn wij niet van plan op dit moment om die beweging in te zetten. Ze zitten waar ze zitten en ze zitten er goed. Desalniettemin hebben we wel op moeten schrijven dat we niet blind mogen zijn, want we weten ook allemaal in deze raad dat we met de Spoorzone ontwikkeling bezig zijn. Dan kan het zijn dat juist op dat punt deze belangen elkaar gaan kruisen. Als dat het geval is en als die plannen wat meer werkelijkheid worden en wat meer uit de verf gaan komen, dan moeten we ook met elkaar verder in gesprek over, hoe gaan wij zorgen dat beide belangen gelijkwaardig worden gediend? Dat betekent dat we op een andere plek in de Sportvisie hebben staan dat het aantal vierkante meters dat we nu hebben voor de sport in ieder geval in zijn totaliteit, wat mij betreft en wat het college betreft, gelijk blijft. Dat als die belangen gaan botsen er niet een belang is wat veel zwaarder weegt dan dat andere belang, bijvoorbeeld het belang van wonen.
Stel dat daar woontorens zouden komen of zo, of dat dat plan er was dat dat per definitie veel zwaarder geldt als sport, tenzij u als raad daar heel anders over denkt. Want die plannen, als dat ooit zover komt, dan worden die uiteraard aan de raad voorgelegd. Dan is het ook aan de raad om te beslissen of de belangen op juiste wijze zijn afgewogen en of die plannen zo ook door kunnen of dat dat er misschien anders uit moet zien. Vooralsnog is daar geen sprake van. Er zijn wel gesprekken. De verenigingen worden ook meegenomen daar in die gesprekken. Ze worden op de hoogte gehouden. Dat beamen ze ook.
26
Alleen de onduidelijkheid is ontstaan over een woordje in onze Sportvisie. Dat is het woordje samen. Samen op de Krommedijk. Dat is in ieder geval wat ik terug heb gekregen. De voorzitter: Wacht even. U mag even interrumperen. De heer In ’t Veld: Ik denk niet dat het fuseren nu alle alarmbellen heeft af laten gaan bij de verenigingen. Ik denk, fuseren is er een van, maar ook zeker het clusteren. Ik bedoel, het is ook het clusteren om drie tennisverenigingen bij elkaar op een park. Dan krijg je gewoon een megalomaan tennisgeheel met 20, 25 tennisbanen, 10 padelbanen. Kannibalisme kan ook nog ontstaan tussen de verenigingen. Het is niet alleen fuseren, het is ook het clusteren. De heer Merx: Goed, ik kreeg in ieder geval uit een van de gesprekken terug, met een van de voorzitters, dat hij in ieder geval dacht hieruit te moeten lezen dat er gefuseerd moet worden. Dat is in ieder geval niet ter sprake. We moeten wel op zoek naar een locatie. U heeft net het kaartje gezien met de groene vlekken waar op dit moment de sport zit, waar overigens deze twee verenigingen niet, maar dat is omdat dat geen sportparken zijn maar enkel verenigingen, dan zie je gewoon dat er ook in die hoek echt wel behoefte is aan sport en sportvoorzieningen. Vooralsnog is er geen sprake van fusie of clustering.
We moeten gewoon afwachten, wat dat betreft, waar de sportzone mee, of de sportzone, de Dordwijkzone en de ... Nou haal ik ze allemaal door elkaar. Die zone mee gaat komen. Dan gaan we handelen naar bevind van zaken, waarbij, nogmaals, ook in deze visie staat dat de belangen gelijkwaardig zijn en niet de één zwaarder is dan de ander. Hoe dat dan eruit komt te zien, dat moeten we op dat moment bekijken. De voorzitter: Ik denk dat we hier inmiddels ook gewoon aan de algemene bespreekronde toekomen. Ik zie dat mijnheer Van Dam al een vraag heeft. Zijn er nog meer vragen? Die sluit hier nog op aan? Die eerst. De heer Van Dam Timmers: Dan heb ik nog een aanvullende, technische vraag. Ik hoor inderdaad zeggen dat er natuurlijk nog niks is. Maar als je scenario’s schetst, dan betekent dat dat er meer is dat niks, want anders zou je niet een scenarioschets hebben staan. We hebben ook niet staan dat we op de Krommedijk flats bouwen. Of Krommedijk? Ja, bijvoorbeeld. Of op de Schenkeldijk. Daar komt denk ik niet op zich verwarring vandaan, maar dat is gewoon, het staat er op die manier. Mijn technische vraag daarover gaat eigenlijk van, hoe verhouden scenario's die dan beschreven worden zich tot die bredere uitgangspunten, in feite? Dat is een vraag. Tweede vraag is van, wat is dan die status van dit soort plannen? Ik ken schetsjes uit 2019, 2020, 2021.
Ik heb een mooi boek thuis liggen waar een aantal schetsjes in staan. Dan is mijn vraag van, ik ben een simpel raadslid, ik probeer te kijken van, waar zit het moment dat de raad hier iets van vindt? Dan vraag ik me af, is dat moment dan nu, als er hele vage ideeën zijn en schetsjes, of ligt dat moment later? Daar probeer ik een weg in te vinden. Dat is ook de reden dat ik die technische vragen zo stel, omdat het over een dilemma gaat wat over de Spoorzone gaat, maar het gaat ook over de sport in Dordt-West en 1.200 tennissers die graag willen weten of ze over een paar jaar daar ook nog zitten. Aan de ene kant is er niks, maar aan de andere kant is er ook veel.
27
De voorzitter: Hoe verhouden de scenario's zich tot de brede uitgangspunten? Waar zit het moment dat de raad er iets van kan vinden? Die vragen zijn vooral gericht aan de wethouder? Of mag ook aan ... De heer Merx. De heer Merx: In het komende jaar, twee jaren wordt hier verder op doorgestudeerd. Dat staat ook volgens mij in de Sportvisie, eind 2024 of in 2024 moet hier meer duidelijkheid over komen. Er wordt op dit moment ook gesproken, niet wekelijks, niet dagelijks, maar er is contact tussen de verenigingen en de ontwikkelaars van de Spoorzone. Nou zeg ik het goed. Of ze concreet worden, is nog vrij vroeg. We weten gewoon allemaal dat we in Dordrecht voor enorme opgaven staan. Dat heeft te maken met groen, dat heeft te maken met biodiversiteit, dat heeft te maken met wonen, dat heeft te maken met sport. Zijn allemaal belangen die op een vrij klein oppervlakte behartigd moeten gaan worden. Als het concreet gaat worden, dan komt het ... Echt in de komende twee jaar gaat dit concreet worden. Maar daar wordt u ook bij betrokken als de plannen voor de Spoorzone wat meer concreet worden en ook meer zicht gaat ontstaan op deze ontwikkeling. Dan is het zeker ook voor u heel belangrijk, maar ook voor mij in het voortraject, om te zorgen dat ook de belangen van de sport op een goede manier worden behartigd.
Alleen het is nu nog een beetje koffiedik kijken hoe dat precies eruit komt te zien. We hebben twee scenario's geschetst. Het zou best kunnen zijn dat er nog een scenario drie of een scenario vier uit komt rollen, volgend jaar, omdat misschien in die tijd de situatie heel erg veranderd is. Die algemene uitgangspunten blijven bestaan. Dat noem ik dan even, de algemene uitgangspunten is dat het aantal vierkante meter voor de sport in zijn totaliteit niet omlaag mag gaan, om de simpele reden dat we willen groeien naar een stad met 140.000 inwoners, omdat we willen dat de sportdeelname groeit naar tachtig procent, één keer in de week. Dan zou het gek zijn als we zeggen, we kunnen met minder af. Vandaar dat ik die belangen ... Die zullen we ook te vuur en te zwaard verdedigen. Als ik zo om me heen kijk dan denk ik dat ik daar niet in alleen sta. De voorzitter: Bedankt, mijnheer Merx. Ik weet dat er daar nog vraag is. Wie heeft er allemaal nog vragen? Dat ik het even kan inschatten hoeveel tijd we nodig hebben. Op dit moment, mijnheer Uysal. De heer Uysal: Dank, voorzitter. Ik had een vraag aan het bureau. U liet net een kaart zien van waar die sportparken dan gevestigd zijn in Dordrecht. We hebben vijf grote sportparken en vier wijksportparken. We willen ook met deze huidige visie iedereen, iedere Dordtenaar aan het sporten en bewegen krijgen.
Hoe beoordeelt u de verhouding tussen sportparken en het aantal inwoners? Kijk, het liefst zou ik heel graag willen dat bijna in iedere wijk een sportpark is. Dat is niet zo. Maar hoe ziet u die verhouding tussen de sportparken en de gebieden en de wijken in Dordrecht? De heer De Vries: Een hele interessante vraag. Ook omdat als je alleen gaat kijken naar de omvang van de sportparken en de functie die ze hebben, geen twee sportparken zijn hetzelfde. Het is een beetje moeilijk om te zeggen van, met zoveel inwoners heb je zoveel sportparken nodig. Wat we wel zien, is dat je gaat kijken naar, dat gebeurt hier ook, de vierkante meter sportarea die je hebt. Dat vind ik wel een goede. Dat je gaat kijken van, hoeveel ruimte hebben we als inwoner van Dordt nodig om goed te kunnen sporten en bewegen? Als je eenmaal die claim hebt, is dat de basis. Dan ga je kijken hoe je die buitenruimte zo goed mogelijk tot zijn recht kan laten komen. Dan is het
28
aan de ene kant een gegeven dat je een aantal grote sportparken hebt en je hebt een aantal kleine sportparken. Zoals wij ook de opdracht van de gemeente Dordrecht interpreteren, gaan we kijken bij die kleinere sportparken hoe we daar het maximale rendement uit kunnen halen, ook in relatie tot die wijk, tot het spelen, bewegen en anders gebruik. Bij die de grotere sportparken zal het toch iets anders zijn. Daar zitten ook grotere verenigingen. Daar zitten meer grotere sportaanbieders. Dan heb je een andere dynamiek, die een aanvullende waarde daarop hebben. Het gaat niet zozeer om de exacte ligging. Ik ben wel blij dat ze niet allemaal aan de contouren liggen. Ik ben wel blij ook dat ze ook in die wijken liggen. Dat is mooi. Maar het is ook niet zo dat we zeggen van, je had er tien moet hebben of zo. Daar zit het verschil niet in. Het gaat om er het goede rendement uit te halen en dat de basis de voldoende buitenruimte is om te kunnen sporten en bewegen. De voorzitter: De heer Katif, aanvullend. De heer Katif: Voorzitter, een aanvullende vraag even. Ik werd getriggerd door mijnheer ... Ik wilde even de voornaam zeggen. Ik ben meer geïnteresseerd in de groei die wij eigenlijk al de hele tijd noemen. 140.000 inwoners, hoe kijkt u daar tegenaan? U hebt gezegd, we hebben voldoende faciliteiten om het huidige aantal inwoners te accommoderen.
Hoe zit dat naar de toekomst toe? Hebben we genoeg areaal om die 140.000 te kunnen accommoderen, zeg ik dan maar nog een keer? De heer De Vries: Laat ik vooropstellen, dat is niet een onderzoeksvraag die wij onderzocht hebben. Ik kan hier in algemene zin daar een antwoord op geven, maar ik heb daar niet specifiek voor Dordrecht het antwoord op. Als we kijken naar de opdrachten die we ook doen voor andere gemeenten, wordt er op verschillende wijzen tegenaan gekeken. Hier wordt het standpunt gehanteerd van, we behouden wat we hebben tot we ieder geval voldoende ... Suggererend dat je daarmee voldoende ruimte hebt. Dat wordt moeilijk, omdat je ook sportontwikkeling hebt. Sportontwikkelingen, in die zin dat vandaag de dag is van de ... Iedereen die wekelijks sport doet ongeveer de helft dat bij een sportvereniging en de helft doet het op eigen gelegenheid. Met name in de hoek van die sporters op eigen gelegenheid, leidt dat ook tot een andere ruimtevraag. Die is minder geformaliseerd. Voetballen doe je op een veld van 100 bij 64 meter. Dat kan niet anders dan voor een kleine wedstrijd. Skaten, hardlopen, dat is een veel vrijere vorm. Het is ook niet zo dat je des te meer vierkante meter voor buitensport hebt, des te beter is dat voor uw gemeente. Ik ga het nog lastiger voor u maken. Er is recent een onderzoek geweest, ook naar de sportiefste gemeente van Nederland.
U wilde tiende worden, volgens mij, of in ieder geval die top tien ambitie. Ik ga niemand op de tenen staan. Wat ik u wilde vertellen, is dat de gemeente die bovenaan geëindigd is, dat is niet de gemeente die de grootste dichtheid van sport verdienen en sportaccommodaties heeft. Juist niet. Dat is interessant. Die vertaling gaat ook niet eenop-een. Dat is zoveel vierkante meter, des te beter is het voor de sport. De voorzitter: Ik zie dat het afdoende beantwoord is. Dan gaan we over ... Of is er nog een vraag? Ja? Mag. De heer Uysal: Dat laatste wat u zei, dat vind ik best wel interessant. Want ik ben ook heel erg benieuwd, als u de situatie vergelijkt van ons, van de huidige kaart, met het
29
aantal sportparken en het sportareaal. Als je dat gaat afzetten tegen de top tien gemeenten, hoe ziet dat eruit bij die gemeenten? De heer De Vries: Dan moet u mij verontschuldigen. Hier reikt de grens van mijn kennis. Ik heb die top tien gemeenten niet op een rijtje staan van, zo doen zij dat. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat des te meer vierkante meter buitensporten niet automatisch leidt tot meer sportdeelname. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat er met veranderingen van sport, van meer en minder georganiseerd meer naar anders georganiseerd, er ook andere ruimtevragen ontstaan. Dat is ook duidelijk. Je hebt een bepaald uitgangspunt waarvan je vertrekt. Dat is hier dan het handhaven van het sportareaal, ook naar de toekomst toe. Daarin ligt wel een keus. Maar dan krijgt u mijn persoonlijke mening. Er wordt ook weleens gekeken naar normen en dat u zegt van, we hebben per inwoner of per huishouden zoveel vierkante meter buitensport nodig. Dat zijn ook modellen die gehanteerd worden. De voorzitter: Qua vragen houden het echt even hierbij, want er liggen nog twee vragen over, over de speeltuinverenigingen. Mevrouw Bokel kan ook iets zeggen over de andere gemeentes, waar net over gevraagd werd. Heel misschien is er nog tijd.
Mevrouw Bokel: Daar wilde ik toch nog even iets verder op ingaan, dat het niet alleen maar afhankelijk is van het sportareaal in de stad, maar natuurlijk ook afhankelijk van sportstimulering. Vandaar dat we in onze Sportvisie ook niet alleen maar willen kijken naar de hardware, we het inderdaad vandaag over hebben, maar ook aan de manier waarop we de inwoners daadwerkelijk aan het sporten en sportief bewegen krijgen. Daar ga ik dan meteen over naar de tweede vraag over de speeltuinverenigingen. We vonden het al heel moeilijk om de scheiding te maken tussen bewegen en sportief bewegen. Nog moeilijker is het om dan te kijken naar de speeltuinverenigingen en wat daar het effect is op sporten en bewegen verder in de levensloop. Ik weet dat daar landelijke onderzoeken naar gaan komen, naar het bewegende levensloop. Uiteraard is het heel erg belangrijk voor kinderen om te spelen en in zo'n speeltuin. We weten alleen nog niet wat het effect is om later daadwerkelijk meer te gaan sporten en bewegen. Vandaar dat we dat in onze visie vooralsnog niet erbij hebben betrokken. Gewoon ook omdat we ergens de grenzen moesten stellen aan de Sportvisie, hoe integraal we het ook graag zouden willen maken. De heer Van Dam Timmers: Een hele korte vraag daarover.
Is het dan ook zo dat zij bijvoorbeeld geen aanspraak kunnen doen op zo'n lening als ze accommodatie veranderen of zo, omdat ze hier dan niet in terugkomen, of is dat dan weer wel zo? Dat vroeg ik me nog even af. Mevrouw Bokel: Volgens mij moeten we dat bij iedere lening goed beoordelen en kijken ... Wij kijken naar verenigingen en ... Nee? Ik krijg hier al nee van de wethouder. Ik wil graag de politieke vraag doorspelen. De heer Merx: De speeltuinverenigingen maken geen deel uit van deze Sportvisie. Daar gelden weer andere dingen voor. Ik vond het wel een interessante vraag, omdat ik bezig ook ben met een speelnotitie, een raadsinformatiebrief die naar u toe komt. Ik heb ze juist gemaild met de vraag, die speeltuinverenigingen moeten we daar ook in gaan meenemen. Dat. Maar niet hierin, want anders wordt het te groots en meeslepend en ...’
30
De voorzitter: Juist, dat. Dan gaan we weer even terug naar mevrouw Bokel. Klaar. Is het een hele dringende vraag, mijnheer Tutupoly? Ik hoop dat hij kort beantwoord kan worden, want we moeten nog een paar dingetjes afhechten. Maar stel uw vraag maar. De heer Tutupoly: Het ging mij eigenlijk erom, de hele tijd wordt die tachtig procent eigenlijk genoemd. Dat je tachtig procent van de Dordtse bevolking aan het sporten of bewegen wil krijgen. Ik vroeg me alleen af, hoe gaan we dat meten? Omdat er heel veel ongeorganiseerde sporters ook tussen zitten? De voorzitter: Ik denk dat dat voor mevrouw Bokel is. Mevrouw Bokel: We hebben verschillende meetinstrumenten. De Sportdeelname Index. Daar kunnen we daadwerkelijk door middel van panels het meten. We zijn daar al mee bezig. We hebben al een basismeting de afgelopen jaren, twee keer per jaar geloof ik, gedaan. Daarmee gaan we door. Daarmee kunnen we daadwerkelijk wel meten en ook vergelijken met landelijke cijfers en ook met cijfers van anderen gemeenten. De voorzitter: Dan moeten we nu even goed bedenken of we genoeg informatie verzameld hebben om hierover een politiek standpunt in te kunnen nemen. Met andere woorden, zijn de beeldvormende sessies afgerond, ja of nee? Wie heeft er nog wel meer beeldvorming nodig? Zo niet, dan moeten we naar de oordeelsvormende vergadering, volgende vergadering.
Maar dan moeten we nu wel bepalen waar we het dan onder andere over zullen hebben. Welke vragen spelen er? Het kan eventueel ook gelijk naar de raad. Daar zit weinig licht tussen. Het is of nog bespreken, maar dan moeten we wel weten waarover, of het gaat naar de raad. De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Goed, het enige wat ik me eigenlijk afvroeg als ik even kijk naar die vier miljoen, daar wordt ongeveer anderhalf miljoen voor uitgetrokken voor die subsidieregeling voor accommodaties. Daar ben ik eigenlijk ook benieuwd naar wat er dan eigenlijk inzit, want als ik dan kijk naar sportaccommodaties zoals ze er nu liggen en ook wat de renovatiebehoefte daarbij is, dan lijkt anderhalf miljoen mijn vrij weinig. Zeker als we ook kijken dat bijvoorbeeld Voetbalvereniging Dubbeldam een veelvoud daarvan al gehad heeft. Dan denk ik van, gaan we daar dan mee rondkomen. Dat is wel een vraag waar eigenlijk mee zit.
De voorzitter: Dan gaat het natuurlijk ook om de afweging hoe we onze keuzes daarin willen maken, want dan wordt het daarmee een politieke vraag. Het is een politieke afweging die je moet maken. Het is wel een politieke vraag. Zijn er nog meer politieke vragen? De heer Noldus. De heer Noldus: Niet een hele concrete, maar ik denk wel als we hem bespreken dat toch ook wel de commissie de ambitie en de doelstellingen onderschrijft zoals geformuleerd in de Sportvisie, in algemene zin. De voorzitter: Wat is dan precies de vraag? Ik probeer het even hier op te schrijven.
31
De heer Noldus: Of inderdaad de commissie als zodanig de ambities als beschreven onderschrijft en de doelstellingen? De voorzitter: Dank u wel. Of de commissie de ambities en doelstellingen onderschrijft? Ik probeer ook uw vraag nog even goed te duiden. Welke afwegingen we als commissie willen maken in de subsidieregelingen? Of we daarmee kunnen instemmen, zoals ze nu zijn voorgesteld? Of we kunnen instemmen met de subsidieregeling, zoals nu voorgesteld? Zijn er nog meer vragen die volgende keer aan de orde moeten komen? De heer Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Ik denk, we hebben het er ook beeldvormend natuurlijk over gehad. Ik denk dat we ook de vraag moeten beantwoorden, als je het in brede zin hebt over deze Sportvisie in relatie tot andere thema's, wat vinden we dan als commissie op dit moment van het opofferen van sportparken voor woningbouw? Tegen welke condities vinden we dat dat wel of niet geoorloofd is? De voorzitter: De vraag is dan of we al bepaalde kaders willen meegeven als commissie om de keuze te zijner tijd kunnen maken wat we belangrijker vinden als raad? Dat wil j nu al bespreken? Ja. Ik zie de heer Noldus nog twijfelen. Nee? Zijn er nog meer vragen? Dan gaan we over de volgende keer naar een oordeelsvormende vergadering. We hebben nu ook drie fracties tegelijk. Dat is ook voldaan.
Dan kunnen volgende keer natuurlijk eventuele moties en amendementen al worden aangekondigd. Ik wil ook iedereen bedanken die hier vanavond een bijdrage heeft geleverd. Ik zie de heer De Vries al achterin zitten. Maar alsnog dank. Mevrouw Van Dijk en mijnheer Van Kleij ook bedankt en alle aanwezigen ook bedankt voor de morele support, zullen we maar zeggen. Hier ook iedereen dank. Claudia, sorry, mevrouw Bokel. 4. Vaststellen Startnotitie opgave Human Capital en Arbeidsmarkt – Startnotitie De agendapunten 4 en 5 worden gezamenlijk besproken onder agendapunt 5. 5. Inzet gereserveerde middelen Programma Glansrijke Toekomst van de Dordtse jeugd 12-27 jaar (Agenda 2023) – raadsvoorstel
Voorzitter: De heer Van der Net raadsgriffier: Mevrouw Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Doeze Jager (CDA) Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kolkiliç (DENK) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Schilt (PvdA)
32
Mevr. Simon-van Waardhuizen (Fractie van Waardhuizen) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Tutupoly (Op Ons Eiland) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop Ambtelijke ondersteuning: dhr. Bomius, dhr. Boer, mevr. Van Zimmeren De voorzitter: Dames en heren, waar zijn wij hier voor bij elkaar op dit moment? Er liggen volgens mij twee besluiten op tafel. Vaststellen van de Startnotitie en een besluit over de gereserveerde middelen. Iedereen in ieder geval welkom en iedereen die in de wereld meekijkt ook welkom bij deze commissie. Ik wilde dan als eerste eventjes ... Daar is de wethouder. Net op tijd natuurlijk. Uiteraard. Eigenlijk vier minuten te laat. Ik wilde eerst eventjes de mensen die hier als ambtelijke ondersteuning zijn welkom heten. Ik wil gewoon even de ronde maken dat iedereen kan zeggen wie hij is. Dan nemen we natuurlijk ook gelijk de ambtelijke ondersteuning mee. Dan beginnen we links. Mevrouw Wepster: Anneloes Wepster, raadsgriffier. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. Mevrouw Van Zimmeren: Ingrid van Zimmeren, opgavemanager Human Capital & Arbeidsmarkt. De heer Boer: Erwin Boer, strategisch adviseur arbeidsmarkt. De heer Bomius: Serge Bomius, strategisch adviseur onderwijs en jeugd. Mevrouw Doeze Jager: Sandra Doeze Jager, CDA.
Mevrouw Simon-van Waardhuizen: Claudia Simon van Waardhuizen, Fractie van Waardhuizen. De heer Venderbos-Lambinon: Chris Venderbos, Partij voor de Dieren. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Schilt: Ruben Schilt, PvdA.
33
De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De voorzitter: Mijn naam is John van der Net. Ik mag deze commissie op dit moment voor u begeleiden. Wij gaan het hebben inderdaad over de Startnotitie Human Capital & Arbeidsmarkt, die zich richt op het arbeidspotentieel van de Dordtse beroepsbevolking. Het Programma van de Glansrijke Toekomst draait om onze jonge bewoners. Dit Programma Glansrijke Toekomst voor de Dordtse jeugd van 12 tot 27 jaar maakt onderdeel uit van de reservering Agenda Dordrecht 2030. Goed, de besluiten heb ik net eventjes toegelicht. Er staat hier dat ik het woord mag geven aan mevrouw Van Zimmeren, die een toelichting gaat geven op de startnotitie Human Capital & Arbeidsmarkt. Mevrouw Koene: Voorzitter, ik hoop dat u eerst mij het woord nog wil geven. De voorzitter: Dat mag. Natuurlijk. Mevrouw Koene: Goed, ik wil natuurlijk nooit de feestvreugde verstoren, maar wat ik wel opvallend vind, is dat we het hier over Human Capital hebben. Dat heb ik al tegen de wethouder gezegd vorige week, dat wij van Gewoon Dordt, ik begrijp hier ook een aantal collega's naast me, het best wel prettig zouden vinden als we daar gewoon een normale Nederlandse term voor vinden De voorzitter: Eigenlijk ben ik dat ook, ondanks dat ik hier natuurlijk onpartijdig ben, het wel met u eens.
Maar goed, dat is eventjes richting de wethouder en de ambtenaren om die tip even mee te nemen en inderdaad gewoon onze mooie Nederlandse taal daarvoor te gebruiken. De wethouder wil daar even op reageren, neem ik aan. Mevrouw Van Benschop: Ja hoor. De Nederlandse vertaling, ik begrijp namelijk het punt, ik had hem ook al doorgegeven intern, is menselijk kapitaal en de arbeidsmarkt. De voorzitter: Waarvan akte. Niemand meer even tussentijds? Dan gaan we toch weer over ... Mevrouw Kruger: Voorzitten, even een vraag nog. We krijgen nu van alles verteld. Is het de bedoeling dat we wachten tot de inleiders klaar zijn of mogen we tussendoor vragen stellen? De voorzitter: Ik laat het altijd aan de mensen die zelf een toelichting geven vrij om te bepalen of zij tussendoor of aan het einde van hun betoog vragen willen beantwoorden. Dat vind ik altijd persoonlijk. Mevrouw Van Zimmeren: Er was aan ons gevraagd om eerst een korte presentatie van een kwartier te houden samen en dan de vragen. Maar als u zegt, we hebben de voorkeur om tussendoor vragen te stellen, dan vinden wij dat prima.
34
De voorzitter: De vragen kunnen ook even op worden geschreven tussendoor natuurlijk en dan worden bewaard aan het einde. Kan ook. Maar goed, laten we dat gewoon flexibel met elkaar doen. Dan heeft u het woord. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zimmeren: Even kijken hoe dat ... Want u zei, het wordt geregeld met de presentatie. De voorzitter: Hij is er. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zimmeren: Dank u wel. De opgave Human Capital & Arbeidsmarkt. Vanaf vandaag de opgave menselijk kapitaal en arbeidsmarkt. Eém van de prioriteiten uit het politiek akkoord, wat vorig jaar gesloten is. Is focus op groei van de economie en een gezonde arbeidsmarkt. Die aanvulling en een gezonde arbeidsmarkt, dat we niet alleen meer banen willen, zoals we eerder hebben ... Wat vooral de inzet was, inzetten op meer banen. Nee, het gaat er juist om wat voor soort baan en kwaliteit van baan en dat die ook passen bij onze eigen beroepsbevolking hier in Dordrecht. Een gezonde arbeidsmarkt, dat betekent zoveel als van, we willen groeien juist door oog te hebben voor wat onze inwoners nodig hebben en wat bedrijven nodig hebben. Passende banen te bieden, voldoende opgeleid personeel voorhanden te hebben en geschikte bedrijfslocaties te bieden.
We vinden het fijn om dit ook beeldvormend met u te behandelen, omdat juist dit is echt de eerste uitwerking van een visie op, hoe willen we dat hier dan doen, die gezonde arbeidsmarkt creëren? Wat is er dan nodig in Dordrecht? Wat staat ons dan te doen? Heel fijn om daar met elkaar over te kunnen spreken vandaag. Ook de combinatie met Glansrijke Toekomst daarbij. Wat echt onder één van de uitwerkingslijnen valt, vonden we een hele logische in deze beeldvormende fase. Daar komen we zo direct op. Ik zal eerst een toelichting op de opgave geven. We zijn nu echt begonnen met het uitwerken, het opzetten van die opgave vanuit het politiek akkoord, de eerste aanzet daartoe. Vandaar ook de term Startnotitie. Volgende slide. Waarom dan deze opgave? Wat is dan eigenlijk de aanleiding en urgentie? Waarom is die nodig, deze opgave? Waarom is die belangrijk? We staan voor grote ambities en uitdagingen als stad, als regio, maar natuurlijk ook als Nederland en zelfs de hele wereld als het gaat om verduurzaming, als het gaat om bouwen, leefbaarheid, maar ook de veiligheid in onze stad waar te maken. Daar heb je mensen voor nodig. Voldoende beschikbaar en gekwalificeerd personeel om dat werk ook te kunnen doen. Een voorwaarde om de andere ambities die we hebben in deze stad ook waar te kunnen maken.
Ik hoef u niet te vertellen dat we met een hele krappe arbeidsmarkt te maken hebben, op verschillende fronten. Dat is ook in Dordrecht. Eén op de drie ondernemers daar inmiddels grote belemmeringen van ondervindt om geschikt personeel te vinden, zoals het nu gaat, zoals er nu geworven wordt, zoals er nu naar mensen gekeken wordt, naar het menselijk kapitaal gekeken wordt. Want daar is wel verschil te maken natuurlijk. Om het even in cijfers uit te drukken. Heb je het dan voor de Drechtsteden. Voor Dordrecht is het zo'n 10.000 mensen. Voor de Drechtsteden zo'n 20.000 mensen onderbenut arbeidspotentieel, zoals we dat dan noemen. Het zijn niet alleen mensen in de uitkering, want die cijfers kennen we natuurlijk. Het zijn de mensen die geregistreerd werkloos zijn, maar dat gaat ook om mensen die ... Bijvoorbeeld vrouwen met jonge kinderen die wel graag zouden willen werken, maar tijdens schooluren en waar dat niet lukt om maar aan het werk te komen. Dat gaat om jongeren die uit school uitgevallen zijn, uit beeld geraakt zijn. Dat gaat om migranten. Maar ook deeltijdwerkers. Er zijn heel
35
veel deeltijdwerkers die graag meer zouden willen werken, maar dat lukt niet bij de eigen werkgever en laten het dan maar zo, terwijl, weet je, elk uur telt, zeggen we dan maar. Deze mensen willen wel graag. Daar is ook onderzoek naar gedaan. Neem ik u zo direct ook even kort in mee. Krijgen jullie ook een flyer van mee van die onderzoeksresultaten. Onderzoek naar het onderbenut arbeidspotentieel. Om even een kort beeld te geven, waar je dan ook over spreekt is de bruto arbeidsparticipatie. Wie biedt zich aan op de arbeidsmarkt en wil en kan ook werken? Dan zie je dat dat beeld ... Dit is het beeld voor Dordrecht van de bruto arbeidsparticipatie, de Dordtse beroepsbevolking. Die is relatief laag, die arbeidsparticipatie als je het vergelijkt met de rest van de Drechtsteden, maar ook de rest van Nederland. We zitten ook onderaan in de G40. De 40 grootste steden zitten we ergens rond de 38 of zo. Dan zie je ook dat die sociaaleconomische status wordt daar ook heel erg door beïnvloed, onze positie daarin als stad. Dit gaat om de mensen die zich aanbieden. Je ziet daarin vooral ook lager opgeleiden. Vervelende term. Maar het zijn niet te praktisch opgeleiden, want dan heb je het al over mbo’ers. Dat zijn mensen die basisschoolopleiding hebben en geen middelbare schoolopleiding op startkwalificatieniveau gehaald hebben. Je ziet de participatie van die groep is erg laag.
Geldt ook voor vrouwen en ook voor migranten is dat het geval. Die zitten dan niet in dit staatje, maar daar zie je dat ook heel erg terug. We gaan al een beetje met dat percentage in de richting van Limburg. Texel is weer een voorbeeld wat nog een veel lager percentage, maar je gaat gewoon richting Limburg. Er is echt meer uit te halen, uit de beroepsbevolking van Dordrecht. De volgende slide. Dat is eventjes om jullie een beeld te geven. Een aantal van die onderzoeksresultaten uit dat onderzoek wat SEOR gedaan heeft. Daar zijn werkgevers bevraagd, hier in de Drechtsteden overigens. Dit is op Drechtsteden-niveau. Werkgevers bevraagd, werkzoekenden bevraagd. Daar zie je overigens, daling van het onbenut arbeidspotentieel, dat het wel zo is dat dat in de afgelopen jaren wel erg gedaald is. Dat is positief. Steeds meer mensen nemen deel. Eerst was het onbenut arbeidspotentieel 37.000 mensen in de Drechtsteden en dat is inmiddels naar 22.000 gedaald. Je ziet echt al dat daar een beweging in zit, onder invloed van een krapper wordende arbeidsmarkt. De groep die dan overblijft, dat is geen quick fix om die mensen aan het werk te krijgen. Het zijn vaak ook mensen die al best wel teleurgesteld zijn. Je ziet daar ook de profielen van de mensen.
Daar zit ook mensen tussen die willen een betere positie krijgen, maar er zitten zeker ook mensen die eigenlijk een beetje teleurgesteld zijn, omdat het telkens niet lukt, dat ze telkens afgewezen worden en omdat ze dan niet de juiste diploma's of achtergrond of werkervaring hebben. Terwijl we juist zeggen, ga steeds meer naar skills kijken werkgevers en niet per se naar diploma's. Je ziet daar ook een aantal redenen, persoonlijke, tussen haakjes, belemmeringen waarom mensen niet meer deelnemen of waarom het niet lukt om aan het werk te komen. Er zit ook een aantal interessante dingen tussen, ook bijvoorbeeld werkgeversgedrag. Wordt ook duidelijk aangegeven als reden, waarom word ik telkens afgewezen? Waarom word ik niet gewoon gezien om wie ik ben en krijg ik niet gewoon de kans om binnen te stappen en te laten zien wat ik kan en wil? Maar er staat bijvoorbeeld ook gezondheidsproblemen, wat dan vaak ook aangewend wordt dat mensen niet een kans krijgen, terwijl je vaak heel veel dingen ook nog wel kan. Het is vaak een beperkende gedachte die ervan uitgaat, ook die mensen zichzelf opleggen, maar ook vanuit onze werkgevers, waar we volgens mij echt kunnen helpen om dat te stimuleren. De groep heeft wel vaak een heel groot ...
36
Mevrouw Striebeck: Voorzitter. Mevrouw Van Zimmeren: Sorry. De voorzitter: Mevrouw Striebeck. Dank u. Ik vraag me wel af, ik zie daar geen leeftijdsdiscriminatie bij staan. Want er zijn heel veel mensen die vijftig zijn en die komen niet meer aan de slag. Zou dat ook in dat lijstje moeten staan? Mevrouw Van Zimmeren: Of het erin zou moeten staan. Dit is onderzoek wat gedaan is door SEOR, verbonden aan de Erasmus Universiteit. Ik ga hun onderzoeksresultaten natuurlijk niet in twijfel trekken, maar uit allerlei andere onderzoeken blijkt inderdaad dat 55plus, 50plus dat dat vaak lastiger wordt om aan het werk te komen. Het is blijkbaar niet genoemd door de deelnemers. De heer Boer: Aanvulling. Het zitten wel in het uitgebreide onderzoek, kan dat wel gedeeld worden. Ik heb hier de factsheet. Maar dat is een groep die ook kwetsbaar is op de arbeidsmarkt. Maar de focus ligt op de groep dames, om het zo te zeggen, moeders met kinderen en jongeren. Dat is de grootste groep die kwetsbaar is. De voorzitter: Gaat u door. Mevrouw Van Zimmeren: Wat werkzoekenden ook letterlijk aangeven, is dat een integrale ontmoetingsplek ze ook heel erg zal helpen.
Kijk, mensen in de bijstand weten waar ze moeten zijn, de sociale dienst, maar die mensen die niet ergens in een kaartenbak zitten, die kunnen eigenlijk nergens terecht als ze geholpen willen worden met aan het werk komen of een opleiding of iets dergelijks. Je bent niet op zoek naar flexwerk bijvoorbeeld. Waar kan ik dan terecht? U heeft het ook in de Startnotitie kunnen lezen, de ontwikkeling van zo'n Regionaal Werkcentrum sluit daar wel heel mooi bij aan, want het is voor iedereen drempelloos en daar kan iedereen terecht. Ik heb daar onderaan nog een zinnetje gezet van, maar ook de werkenden. Er zijn ook veel onderzoeken over werkenden, dat steeds meer werkenden niet meer lekker in hun werk zitten. TNO heeft daar ook onderzoek naar gedaan. Steeds meer, of meer dan een miljoen werknemers in Nederland hebben burn-outklachten. Ook daar zit een groot deel onderbenut arbeidspotentieel. We willen ook vanuit deze opgave van werk naar werk kijken. Hoe kan je ook een goede beweging van werk naar werk organiseren, waardoor je mensen behoudt voor je regio en de stad en zorgt dat mensen gewoon steeds meer gaan doen wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Dan heb je daar als gemeente ook het meeste aan. Gezien de tijd ga ik even door. Wat we eigenlijk willen zeggen, we hebben sociaal arbeidsmarktbeleid, waar het gaat over mensen in de uitkering aan het werk helpen.
Daar is de Sociale Dienst natuurlijk actief mee bezig, vanuit de participatiemiddelen. We hebben economische arbeidsmarktbeleid, waar het heel vaak ook gegaan is over meer banen creëren, de kenniswerkers ook onze kant ophalen, Career Boost, wat daar natuurlijk ook een mooi voorbeeld van is. We willen dat eigenlijk gaan samenvoegen in een ... Weet je, er moet echt een samenhang tussen sociaal en economie gaan komen. Niet een nieuw beleid, maar in een uitvoeringsprogramma waarbij we veel meer de verbinding gaan maken. Ook gewoon naar onze Dordtse beroepsbevolking gaan kijken, waar nog veel potentie inzit. Kwaliteit van banen en de eigen beroepsbevolking daar bij gaan pakken. Als laatste slide nog, dan
37
geef ik me over aan Erwin voor de verdieping op Glansrijke Toekomst, wat we met deze opgave willen bereiken, waar we op in willen zetten, is dat we het in Dordrecht aanwezige arbeidspotentieel beter gaan benutten, vergroten, ook helpen in de ontwikkeling, maar ook het behouden. Dat blijft een uitdaging, dat we ook mensen behouden voor onze regio. Jongeren, dat we die ook behouden voor onze regio. Hierdoor verbeteren we het ondernemersklimaat, kunnen we het verschil ook maken. Meer aanbod voor werkgevers. Maar goed, tegelijk verwachten we daar natuurlijk ook iets voor terug, dat werkgevers ook goed voor onze inwoners zorgen en voor hun werknemers zorgen en mensen ook perspectief bieden en investeren in de ontwikkeling van hun werknemers. Dat willen we via drie lijnen doen. U heeft ook kunnen zien, deze opgave is ook een paraplu voor al bestaande initiatieven. Alleen dat we ze ook willen richten en samenpakken onder deze opgave en willen verbinden aan een visie, aan een doelstelling. In die drie samenhangende lijnen ziet u ook al dingen terug die al lopen, maar ook gaten. We ontdekken daarmee ook gaten van waar we eigenlijk nog niet zo actief op inzetten. Het arbeidspotentieel, de eerste lijn, echt het aanpakken van het arbeidspotentieel. Dan gaan we bijvoorbeeld met dat Regionaal Werkcentrum actief mee aan de slag.
Echt gewoon een drempelloze toegang voor alle Dordtenaren die vragen hebben over werk, over leren en die daarbij ook geholpen worden met om- en bijscholing of iets anders wat ze nodig hebben. Dat is een landelijke ontwikkeling. Gaat in alle 35 arbeidsmarktregio’s ontstaan. Een voorkant voor de verschillende organisaties die er al zijn. Maar het verschil is dat je er ook terecht kan als je geen uitkering hebt en als je gewoon werkend bent en vragen hebt over werk. Ik kan daar dadelijk, als we in gesprek komen, ook nog meer voorbeelden bij geven, bij wat we daarop willen ondernemen op deze lijn. De tweede lijn, de toekomst voor de Dordtse jeugd. Daar gaat Erwin dadelijk meer op vertellen. De hoofdzaak daarin is de Glansrijke Toekomst, maar ook bijvoorbeeld Career Boost valt daaronder. De derde lijn, dat is ook al een hele interessante, want dat gaat echt over de verbinding met de werkgevers. Het samenwerken op banen met impact. We willen veel meer naar kwaliteit van, dat is ook weer Engels, sorry. Daar kunnen we niks aan doen. Zo heet het gewoon. Maar banen met impact, daar bedoelen we mee banen waarbij je ook echt goed werkgeverschap toont. Dat je als werkgever veel meer ook investeert in de ontwikkeling van je mensen, mensen perspectief biedt, ruimte geeft voor mantelzorg.