CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 2023.03.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 16 mei 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad 11 april en de Dordtse Dinsdag 28 maart, 4 april en 18 april 2023 Vergaderzalen 1,3,530.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Goed, dat zijn we in ieder geval aan het uitwerken, samen met Stichting Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, jullie welbekend, vermoed ik. Van, wat is dat dan? Dan willen we het ook aan het label van de stichting toe gaan voegen, dat goed werkgeverschap. Dat willen we vervolgens weer aan het vestigingsbeleid en het inkoop-aanbestedingsbeleid van de gemeente gaan koppelen. Dat we echt werkgevers ... De werkgevers die we hiernaartoe halen, dat die ook banen bieden die passen bij onze beroepsbevolking en die juist ook ... Werkgevers die goed zijn voor onze beroepsbevolking. Daarmee willen we juist dat stimuleren, inspireren, maar er ook bij helpen. Want ook MKB’ers, daar kan je heel veel van verwachten, maar dan moet je ze ook helpen om dat goed werkgeverschap dan waar te maken. Hoe doe je dat dan? Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Volgens mij zat u aan het einde. Voordat de heer Boer verder gaat, een vraag door mevrouw Kruger.

38

Mevrouw Kruger: Dank u wel. Net werden er persoonlijke belemmeringen genoemd, onder andere ook de zorg voor kinderen. Ik begrijp wel nu in het laatste wat u zei dat er nagedacht wordt en geïnventariseerd voor de beide ondernemers hoe zij banen met, ik probeer nu ook een ander woord te verzinnen, met ... Mevrouw Van Zimmeren: Kwaliteit van banen. Mevrouw Kruger: Kwaliteit van banen. Mevrouw Van Zimmeren: Kwaliteit van goede banen. Mevrouw Kruger: Kan ik daar ook van uitgaan dat er bijvoorbeeld ook zorg voor kinderen ... Dat er gekeken wordt naar kinderopvang? Het is natuurlijk niet alles wat de bedrijven zelf of de werkgevers zelf moeten investeren. We kunnen ook als gemeente daarin nog iets doen. Maar onder andere de kinderopvang, als je denkt aan jonge moeders met kinderen. Gaat dat daar ook onder vallen? Wordt dat ook goed geïnventariseerd? Mevrouw Van Zimmeren: Omdat dat zo'n grote groep is, zoals Erwin ook aangaf, is de vraag inderdaad, wat hebben deze moeders nodig om wel te kunnen gaan werken? Want werkgevers kunnen natuurlijk ook flexibeler zijn in werktijden. Dat zal ook een discussie en een gesprek zijn van, kunnen deze moeders dan tijdens schooltijd aan het werk gaan? Als de kinderen nog jonger zijn inderdaad, dan moet je ook naar kinderopvang gaan. Mevrouw Kruger: Precies. Ik dacht al, tussen het kolven door even nog wat werken. Dat is precies het omgekeerde.

Maar het is wel mooi als daar ... Mevrouw Van Zimmeren: Naar oplossingsrichtingen kijken. Ook dat. Ook daar in de kinderopvang is natuurlijk heel veel vraag naar personeel. Dat is meteen ook een interessante om mensen in aan het werk te helpen. Kijk, ik denk ook dat we meer naar wijkgerichte oplossingen moeten gaan kijken, als het gaat om het onbenut arbeidspotentieel meer benutten en aan het werk te helpen. Want rondom zorg heb je natuurlijk in een wijk heel veel taken. Kunnen we deze jonge moeders dan ook niet in de wijk bijvoorbeeld aan het werk krijgen, in de zorg zelf? Kunnen we daar iets met kinderopvang organiseren in de wijk? Ik denk dat we nog veel meer van de kracht van de wijk hier in Dordrecht duidelijk te maken. Mevrouw Kruger: Helder. Daar mag voor mij ook jonge vaders bijzitten hoor, het hoeft niet in alleen jonge moeders te zijn. Mevrouw Van Zimmeren: Daar heeft u helemaal gelijk in. De voorzitter: Waarvan in ieder geval akte dan, mevrouw Kruger. Laten we geen verschil maken. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik heb deze opmerking speciaal voor u gemaakt.

39

De voorzitter: Dank u. De heer Van Ballegooijen en dan de heer Tutupoly. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een aanvullende vraag als het gaat om banen met impact. Begrijp ik goed dat dit afspraken zijn, maar ook bij uitgifte, zoals ik las, mogelijk eisen kunnen zijn als het gaat om dat twee, als ik me niet vergis? Dat zeg ik even uit mijn hoofd. Ik zou het terug moeten zoeken in het document. Die ook bijvoorbeeld dan bovenop de bestaande cao's mogelijk liggen? Ik begrijp goed dat die eisen die daarbij gesteld worden, worden samengesteld met Stichting MBO. Komen die nog langs de raad of hoe moet ik dat zien? De voorzitter: Uw vraag is duidelijk. Mevrouw Van Benschop: Mag ik daar antwoord op geven? De voorzitter: Ik zou niet weten waarom niet. De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Er zitten een heleboel vragen in, maar om het even kort te beantwoorden, eigenlijk heeft u of heeft de raad de criteria die we onder andere toekennen aan het goed werkgeverschapsprincipe vastgesteld bij het programma Ruimte voor banen. We hebben er toen over gesproken. Ook daarin staat benoemd, wat zij kenmerken van goed werkgeverschap? De Stichting MBO werkt met het label Ondernemen met impact. Met impact, dat is gewoon een woord, ondanks dat het Engels is. Dat hangt samen met drie Drechtse doelen.

Dat gaat over inclusiviteit, het gaat over duurzaamheid en het gaat over bestaanszekerheid. Overkoepelend daaraan heb je natuurlijk het begrip goed werkgeverschap. Hoe gaan bedrijven met onze inwoners om, feitelijk? Dat zijn hun werknemers, maar het zijn onze inwoners. Dat is het deel over goed werkgeverschap. Het andere deel, we kunnen het niet als eis stellen bij de uitgifte. We kunnen wel zorgen dat we het gebruiken als een extra punt waar je op kunt scoren als het gaat om de uitgifte, of als het gaat om het aanbesteden, of als het gaat om inkopen. Het is geen eis. Het is wel iets waar extra punten op gescoord kunnen worden en waar je een streepje voor krijgt. De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel. Dat verheldert inderdaad. Ik vroeg me inderdaad al af of het gelinkt was aan die, maar dan heb ik misschien de term of niet goed onthouden of zijn ze anders in de verschillende documenten. Maar dan begrijp ik nu wat ermee bedoeld wordt. Dank u wel. De voorzitter: De heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik had eigenlijk nog even een vraag over de drie samenhangende leidingen ziet.

Ik vroeg me eigenlijk af of wonen daar eigenlijk ook niet bij tussen hoort? Want als je je jeugd wil behouden, want we hebben het daar over toekomst van de Dordtse jeugd en het behouden van arbeidspotentieel, maar dan zou je natuurlijk ook woningen moet kunnen aanbieden.

40

De voorzitter: Ik hoor weer dat de wethouder ... Dat is eigenlijk wel een politieke vraag natuurlijk, als ik hem wel .... Het is beeldvormende natuurlijk, dat is ook wel technisch natuurlijk. Maakt het deel uit ook van dit geheel. De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Het maakt geen deel uit van het arbeidsmarktbeleid, maar het is natuurlijk wel zo, kijk, bijvoorbeeld naar 2F op het Leerpark, dat er weldegelijk gekeken wordt wat onze Dordtse jongeren nodig hebben om hier te kunnen blijven tijdens studie, maar ook tijdens het werkzame leven. Maakt het deel uit van Glansrijke Toekomst en het arbeidsmarktbeleid? Nee. Maar hangt het samen met de bredere opgave, hoe behoud je jongeren in onze regio, dan ja. De voorzitter: Simpele vraag, simpel antwoord, toch? Ja. In het kort. Ik kijk even rond en als er niemand ... Dan gaan we daar de heer Boer voor het vervolg op de presentatie. Gaat uw gang. De heer Boer: Dank u wel, voorzitter. Mag ik van jou de ... Als start, de maatschappelijke opgave vanuit de Agenda 2030 Glansrijke Toekomt Dordtse jeugd. Als het goed is een bekend plaatje wat we de komende jaren ook gaan hanteren boven. Even terug zoomen, waar hebben we het dan over en waarvoor doen we het? Het heeft te maken dat we in verhouding heel veel jongeren hebben die op dat gebied, laten we zeggen, onvoldoende kansen hebben om zich te ontwikkelen en economisch zelfstandig zijn.

Dat blijkt uit de data die we hebben. Komt hier ook even in terug, dat je ziet in het pijltje daar de groep van 15 tot 25 jaar, in verhouding veel werkloosheid hebben. Ook met een lager opleidingsniveau, met daarbij ook nog een aantal met een migratieachtergrond. Daar zijn we gewoon heel kwetsbaar in als stad. U ziet daaronder twee andere plaatjes, een mooi bloemenveld en een mooie boom die water krijgt. Even terugkijkend, wat hebben we de afgelopen jaren gedaan vanuit de gemeente met alle partners? Ik zeg het altijd in de beeldvorming, de duizend bloemen bloei methode. Ieder jaar kochten we plantjes bij een tuincentrum en ieder jaar gingen we opnieuw weer naar de raad of hadden we programma's dat we ieder jaar weer een programma opzetten voor jongeren. Dat hebben we doorbroken vorig jaar in 2021 en 2022 door dit mee te nemen in de maatschappelijke opgave door langdurig te gaan investeren in jongeren met onze partners. Eigenlijk komt het erop neer, zoals u in het plaatje ziet, we geven ze water en het wordt een boom, zodat we daarin eigenlijk toekomstige jongeren hebben die daarin toegevoegde waarde creëren voor onze stad en daarin ook niet meer afhankelijk zijn ieder jaar van wisselende programma's. We hebben heel veel gedaan in het verleden met allerlei partners.

De gang die we nu ingezet hebben, is daarin om gewoon de komende jaren met elkaar daarin duurzaam op te trekken of te gaan monitoren. Dat is even terugblikkend de basis. Het belangrijkste doel, we willen eigenlijk het aantal jongeren in de leeftijdscategorie, hier staat 16 tot 27, maar we hebben het hier over de groep eigenlijk ook van 12 tot 27 die buitenboord vallen of dreigen buiten boten vallen, het is niet alleen dat ze al buitenboord vallen, maar ook dreigen, die ook arbeidspotentieel hebben, dat kwam ook naar voren in het verhaal van mijn collega hiernaast, dat is een grote groep die ook onder het potentieel is en ook perspectief biedt voor onze stad. Daarnaast, als je kijkt naar de arbeidsmarkt, het gaat enerzijds om diploma's, maar wat van belang is ook gewoon vaardigheden en skills en competenties. Eigenlijk gewoon dat we onze talenten kunnen benutten. Dat heeft ook te maken, de arbeidsmarkt verandert steeds. Dat betekent ook dat de vraag van bedrijven verandert

41

ook steeds. Daarom, hoe kunnen we daar ook beter op inspelen? Het gaat niet alleen om jongeren die buiten de boot vallen, maar ook jongeren die gewoon al een diploma hebben en met een diploma vanuit het mbo niet aan het werk komen. Het is breder. Daarnaast, de koppeling was zonet als met de Onderwijsvisie van het voortgezet onderwijs, vanaf 12 jaar. Het belangrijkste wat we willen doen, we willen het ook meetbaar maken en ook merkbaar. Dat is de aanleiding en de urgentie. Hier even een plaatje zoals u kijkt naar de huidige positie en waar we naartoe willen, met daarin ook de koppeling aan het Dordtse Leerprogramma, gericht op de kinderen van 4 tot 12. Dan de groep van 12 tot 16-plus, waar we op inzetten. Dan inderdaad waar we hiervoor zitten ook de grootste groep van 16 tot 27. Waar hebben we het dan over? Als je het over de aantallen hebt, als we kijken naar de Dordtse jeugd, dan hebben we het over 8.000 jongeren in de leeftijdscategorie van 12 tot 18. Als we het hebben over de groep van 16 tot 27, dan hebben we het over 17.000 jongeren. Als je dan kijkt op basis van data, dan blijkt dat van die groep van die 17.000 er ongeveer 2.500 jongeren zijn die gewoon echt een stukje ondersteuning nodig hebben om goed te landen op de arbeidsmarkt of op de arbeidsmarkt actief te blijven. Dan praat je best over een grote groep.

Waar we mee bezig zijn? Dat ook in het raadsvoorstel stond, met een aantal oplossingsrichtingen, is dat we de werkwijze die we in het verleden hadden en de interventies die we hadden, dat we daarmee verder gaan met het samenwerkingspartner, maar ook dat we daarin de jongeren veel mee betrekken. Jongeren krijgen daarin ook ... Die zijn ook betrokken in de participatie. De jongeren maken ook onderdeel uit van deze maatschappelijke opgave met wat zij nodig hebben, wat hun behoefte is. Niet dat, laten we zeggen, allerlei organisaties die geld verdienen over de rug van jongeren daar beter van worden. Het moet toegevoegde waarde hebben voor de jongeren zelf. De jongeren moeten zelf daar ook meer regie op krijgen. Dat hangt ermee samen ook het belangrijkste waar we het voor doen, is dat ze daarmee bestaanszekerheid op kunnen bouwen. Daarnaast, zoals ik aangeef, met oplossingsrichting ook naar de gemeente toe dat wij als gemeente veel meer de regie daarop kunnen gaan voeren. We hebben als gemeente met veel organisaties te maken, veel met jongerenorganisaties. Maar als je kijkt in dat landschap van jongerenorganisaties, dan zie je door de bomen het bos af en toe niet meer. Met de aanpak die we nu hebben, gaan we dat monitoren en hebben we ook weer als gemeente zelf de regie op. Daar moeten we wel op investeren. Vandaar dat het ook in dat investeringsvoorstel zit.

Dit even op hoofdlijnen de oplossingsrichtingen. Staat ook nader in het raadsvoorstel. Ik ga daar even niet te diep op in. Dat komt zo meteen misschien nog aan bod. Hier het overzicht vanuit de gemeente als regisseur, met daaromheen het speelveld met de jongeren, scholen, werkgevers, zorg, veiligheid. Alles wat daarmee zit, om daar even ook te visualiseren. Achter de schermen zijn we al druk bezig. We hebben al een aantal stappen gezet. Dit is niet helemaal up-to-date, maar dat is even om u mee te nemen in de fases waar we inzitten op bestuurlijk niveau, op beleidsmatig niveau en ook operationeel met de fases die we hebben van voorbereiding, het inrichten en ook het evalueren. Om even te zien ook transparant de stappen die we zetten en die we gaan zetten. Hopelijk komt dat even terug in dit plaatje, zodat u daar ook een goed beeld van heeft. Volgens mij ben ik dan al door mijn dia’s heen, voorzitter.

42

De voorzitter: Volgens mij ook. Ik heb er ook niet meer. Dan komen wij op de technische vragenronde van de commissie op deze dossiers. Dan kijk ik rond wie van de commissieleden daar vragen over heeft. Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Dank, voorzitter. Ik vroeg me even af hoe die leeftijdscategorie van 15 tot 25 met betrekking tot ... Tenminste naar verhouding met arbeidspotentieel ... Dat zeg ik niet goed. Hoe zich dat verhoudt tot arbeidspotentieel, gezien dat de meeste jongeren tot 18 in ieder geval startkwalificatieplichtig zijn en de meesten nog op school zitten? In welke mate ... Waarom is voor die leeftijdscategorie zo gekozen? Wie zijn dat die dan geld verdienen over de rug van jongeren? De heer Boer: Misschien niet helemaal goed uitgedrukt, maar dat heeft te maken dat we in het verleden heel veel interventies gedaan hebben met allerlei partners. Dat wij daarin interventies opgetuigd hebben. Dat we niet goed konden monitoren, had dat ook ... Leidde dat dat ertoe dat de jongeren daar tevreden over waren met de interventie die ingezet werden? Dat had te maken met leerwerktrajecten met een ESF-spoor die we in de vorige ESF-tranche hebben ingezet vanaf 2014 tot 2018, 2020. Antwoord op uw andere vraag. Waar we een verschil gemaakt hebben, heeft te maken met cijfers van het CBS, zoals die registreert.

Maar de cijfers of de leeftijdscategorie die wij hanteren vanuit 16 tot 27 heeft te maken enerzijds met dat je leerplichtig bent tot 16. Anderzijds dat je vanaf je 18e jaar ook, laten we zeggen, een bijstandsuitkering kan aanvragen. Als je kijkt dan naar de cijfers die wij registreren heeft het te maken natuurlijk, als je kijkt welke jongeren een uitkering kunnen aanvragen, kan pas vanaf je 18e. Anderzijds vanuit jongeren die buiten de boot vallen die leerplichtig zijn, is tot en met hun 16e. Daar zit een verschil in met wat je volgt. Dat heeft ook weer te maken met de vroegtijdig schoolverlater, die dan ook weer actief is. Want op moment dat je, laten we zeggen, geen startkwalificatie hebt, dan zijn er weer matchmakers die met jou aan de slag gaan om te kijken of je een startkwalificatie kan halen. Dat is even kort mijn antwoord. De voorzitter: Ik zie aan de ogen van mevrouw Koene dat dat voldoende beantwoord is. Dan de heer Schilt. De heer Schilt: Dank u wel, voorzitter. Ik had een paar vragen, ook specifiek gericht op jongeren. Dat gaat voornamelijk met dat wanneer jongeren vaak uitvallen bij school of tegen instanties lopen of bijvoorbeeld ook de moeilijke gevallen zijn in deze cases, heeft dat ook volgens mij vrij vaak te maken met dat zij tegen die instanties zich niet helemaal gehoord voelen.

Hoe gaan deze instanties zich dan uiten, dat die jongeren niet weer zeggen, rot op, ik wil gewoon met rust gelaten worden. Maar dat ze juist weer een soort van die ... Hoe zeg je dat, zich er weer in kunnen vinden dat ze mee willen werken. De voorzitter: Wie? De heer Boer. De heer Boer: We hebben natuurlijk in Dordrecht veel organisaties die jongeren ondersteunen. We hebben daarin sociaal wijkteams, R-Newt, de scholen. Naast de school allerlei andere organisaties. Voor jongeren is het vaak niet duidelijk, bij wie moet ik zijn? Je hebt het Leerwerkloket, het Jongerenloket, een Sociale Dienst. Eigenlijk, als je jongere bent, is niet duidelijk van, waar moet ik zijn of bij wie kan ik zijn? Moet ik aankloppen op

43

school? Als je op school zit, zou school zijn. Maar op het moment dat je werkt en je bent achttien en je raakt je baan kwijt, bij wie moet je dan aankloppen? Dat willen we voorkomen door met elkaar, wat we nu hebben, een integraal kwaliteitskader, zodat voor iedereen duidelijk is, met de partners waarmee we samenwerken. Dat voor jongeren dat nu onduidelijk is waar ze moeten zijn, zodat we kunnen monitoren. Dat jongeren zelf weten, ik meld me gewoon heel simpel bij het Jongerenloket hier bij de gemeente. Punt. De voorzitter: Nog een keer de wethouder, wat toevoegen? Ja, natuurlijk. Mevrouw Van Benschop: Ik wil graag wat toevoegen. Dat is natuurlijk de ene kant van het verhaal. De andere kant van het verhaal is dat we bij dat kwaliteitskader en het tot stand komen van het kwaliteitskader, daar stopt het niet. Vervolgens worden er nu vijf casussen van jongeren met, laten we het complexe situaties noemen, geanalyseerd, omdat wat we ook weten is niet alleen dat jongeren niet weten waar ze heen moeten, maar dat er soms ook 36 instanties betrokken zijn en dat dat natuurlijk ook niet de boel heel veel overzichtelijker maakt.

Als de een A zegt en de ander zegt B en de ander zegt Z, dat het voor een jongere ook niet meer duidelijk is van, wat gaat er nu precies met mij gebeuren? Er worden vijf casussen nu geanalyseerd om te kijken, waar zijn de contactmomenten, wie heeft contact met wie? Om echt dat hele netwerk in beeld te brengen, om vervolgens ook te kijken hoe we dat beter kunnen doen. Waar moeten we zorgen dat de regie ligt? Waar moeten we zorgen dat we moeten ingrijpen? Op welk moment hoor je dat te doen of zou je dat kunnen doen? Op welk moment ga je de ondersteuning bieden? Wanneer moet een bepaalde organisatie zich er ook gewoon buiten houden, omdat iemand anders de regie heeft? Die slag wordt nu nog gemaakt. Maar dat is in ieder geval wat ik ook vaak terug hoor, dat het soms zo complex, is dat er zoveel bij betrokken is dat het bijna een soort netwerk is van hulpverlening en niet meer echt om de jongeren draait. De voorzitter: Is dat duidelijk? Nog een vraag, de heer Schilt? De heer Schilt: Ja. Dat is om eigenlijk weer een beetje terug te vallen op waar ik het debat mee volg, want het jargon, de Human Capital, dat is ook waar jongeren tegenaan lopen, dat die geen flauw idee hebben wat dat is. Wordt er dan ook ...

Als het nu een probleem is om het al te vertalen, is dat dan ook nog een probleem als het zo meteen op jongeren gericht gaat zijn? De voorzitter: Dat er inderdaad gewoon een taal wordt gesproken die ook jongeren begrijpen en niet afstoten. Dat is eigenlijk de vraag. Ik zie al iemand die klaar zit om die vraag te beantwoorden. De heer Bomius: Dan zeg ik ook nog wat deze avond. Ik was alleen voor de vragen aangeschoven. Goede vraag. Het begint eerder. Daarom hebben wij ook gezegd, vanaf twaalf jaar en eigenlijk nog jonger. Al vroeg investeren in het leerpotentieel van de kinderen en van de jongeren. Dat is ook even benoemd, koppeling met de onderwijsvisie die in ontwikkeling is vanaf 12 jaar. Dan ga je eigenlijk al eerder inzetten op basisvaardigheden, brede vaardigheden. Ik weet niet of dat het antwoord is wat u zocht? De heer Schilt: Nee.

44

De voorzitter: Zo te zien, non-verbaal, niet. Zal ik hem nog een keer ... Je mag het nog wel een keer proberen. Mijnheer Schilt, probeer het nog maar een keer. De heer Schilt: De kwaliteitskaders heb ik niet per se een vraag over. Het gaat mij meer van, hoe zorgt u ervoor dat deze jongeren die buiten de boot vallen, die vaak eigenlijk een afkeer tegen instanties hebben, uit voorbeelden, dat je ervoor zorgt dat zij niet dezelfde connotatie met de instanties trekken als daarvoor, zodat ze juist weer mee kunnen doen door onder andere ook de taal? De voorzitter: De verbinding inderdaad met de jongeren. Ik ga niet tussen de wethouder en de ambtelijke staf zitten. De heer Boer: Vandaar dat we ook jongeren hebben aangesloten bij ons als stakeholder, die daarin ook aangeven en input geven wat jongeren nodig hebben. Niet dat wij het gaan verzinnen, maar dat we de jongeren ook aan tafel hebben en dat we de jongen ook mee laten denken met de oplossingsrichting. Antwoord op uw vraag, daar zit een groot deel van de oplossing om jongeren daarin zelf ook erbij te betrekken en ook zelf te zeggen wat zij nodig hebben. De jongeren zijn daar echt op aangesloten. Als jongeren zeggen, we willen een app, omdat we op die manier makkelijker communiceren. Heel even een voorbeeld. Als je jongeren belt, ik heb zelf jongere kinderen, als ik mijn dochter bel, die neemt nooit op.

Op het moment dat ik mijn dochter app, dan krijg ik antwoord. Dat kan ook misschien, maar TikTokken mag ik niet straks meer als ambtenaar. Mijn dochter zit ook op TikTok. De wijze waarop wij communiceren passen we aan, voor een groot gedeelte, aan jongeren. Want je merkt gewoon, als je ze appt of op een andere manier daarin benadert, dan krijg je wel contact. Omdat jongeren het niet prettig vinden om op de ouderwetse manier misschien hiernaartoe te komen of te bellen. De voorzitter: Dat noemen we belangst. Ik heb ook die kinderen. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank u wel. Er werd net genoemd, 21e-eeuwse vaardigheden. Goed, in ieder geval vaardigheden die bij de 21e eeuw horen, laat ik het zo zeggen. Wat moet ik daar precies onder verstaan? Bedoelen we daarmee inderdaad die telefoon met appen? Bedoelen we daarmee dat ze zonnepanelen kunnen leggen? Wat bedoelen we daarmee? De voorzitter: Wat bedoelen we daarmee? De heer Bomius: Goed, dat gaat wat verder dan de basisvaardigheden, taal, rekenen, digitale vaardigheden. Kritisch denken is zo’n vaardigheid. Onderzoeken, controleren, samenwerken dat zijn dat soort ... Er is een mooi rondje, als ik het had geweten, had ik hem op het scherm gezet, waarin ze allemaal staan. Dat zijn dat soort vaardigheden. Dat is eigenlijk een onderwijsterm, waarin die vergaarbak zit.

Maar dat zijn voorbeelden van 21e-eeuwse vaardigheden, die hier heel belangrijk zijn richting arbeidsmarkt, maar ook richting volwaardig meedoen in de samenleving. De voorzitter: Ik zie mevrouw Kruger nog steeds kijken dat ze het nog niet … Mevrouw Kruger: Ik heb wat moeite met dat kritisch denken. Graag zelfs, kritisch denken. Maar ik heb zelfs het idee dat bijna alle mensen een beetje dood gestompt worden om kritisch te denken, omdat je alles voorgeschoteld krijgt noem alles maar op.

45

Ik ben heel benieuwd hoe zich dat gaat ontwikkelen. Ga ik zeker volgen. Heb ik nog een korte vraag, als dat mag. Ik hoor ook zeggen, jongerenorganisaties monitoren. We hebben er zoveel en er moet regie ... Ik krijg dan een beetje jeugdzorgsyndroom met één loket, één regisseur en dat. Ik zie de wethouder nee knikken. Dat is niet de bedoeling, denk ik. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Waar het veel meer om gaat, is dat niet alle partners altijd op de hoogte blijken zijn van wie er allemaal betrokken is bij een casus. Het gaat er niet zozeer om dat je gaat schrappen of ... Dat is het niet eens. Het gaat zelfs ook over contactmomenten. Dat blijkt dat binnen dezelfde organisatie vijf mensen contact hebben met een gezin waar een dergelijke jongeren woont. Dat maakt het zo onoverzichtelijk en ook heel vermoeiend voor degene die de hulp en zorg of de begeleiding ontvangt. We hebben gezegd, laten we zo’n casus ... We hebben hem ook niet op papier nu. Maar er is door Optimale Samenwerking, waar we mee samenwerken om het kwaliteitskader voor Glansrijke Toekomst verder uit te werken, een keer zo'n analyse gemaakt van een casus in Groningen. Dan zie je dat er zeshonderd, geloof ik, waren het er zeshonderd, zeshonderd contactmomenten over één jongere in een korte periode zijn geweest.

Of dat binnen een organisatie is of met andere organisaties of met het gezin, dat maakt het wel heel vermoeiend als je daar middenin zit. We hebben gezegd, dat moeten we analyseren en kijken hoe we dat beter kunnen doen. Mevrouw Kruger: Ik hoor het woord analyseren. Dat lijkt me heel goed, want het doet me toch heel sterk denken aan hoe het ook in de zorg geregeld is. Dan heb je ook al die honderden contactmomenten en dergelijke. Daar zijn we al jaren mee bezig om dat allemaal bij elkaar te krijgen. Goed, ik bied me ook aan om een denktank te zijn daarvoor, want het is echt wel een complex stukje. De voorzitter: Denktank. Mevrouw Kruger: Ja, denktank. De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen. De eerste is eigenlijk ook weer een definitievraag wellicht. Gaat over Maatschappelijk Betrokken Ondernemen. Mag ik ervan uitgaan dat dat in dit geval dezelfde criteria hanteert als Ondernemen met impact of is dat toch verschillend aan elkaar? Ik zie het wellicht door elkaar heen gebruikt worden en wellicht toch bedoeld dat hetzelfde. Dat is me niet helemaal duidelijk.

Andere vraag is, ik hoorde eerder ook zeggen jongeren of überhaupt mensen zonder startkwalificatie gaan we kijken, hoe kunnen we die toch aan een startkwalificatie helpen? Maar ik heb ook eerder, helemaal aan het begin van de presentatie horen zeggen, we gaan proberen ondernemers zover te krijgen dat ze wat minder naar startkwalificatie kijken en wat meer naar skills of vaardigheden, zal ik het zal ik het noemen. Zit dat ook in de programma's, om te kijken van, hoe krijgen we meer op die skills, op die vaardigheden de focus? Want dat vind ik niet helemaal terug, moet ik eerlijk zijn.

46

De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van Zimmeren: Uw eerste vraag, Ondernemen met impact is dat hetzelfde als het Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, wat we met Stichting MBO aan het oppakken zijn? Ja, dat is hetzelfde. De drie Drechtse doelen die net ook al genoemd werden. Het gaat echt over bestaanszekerheid versterken, de duurzaamheid en inclusie. Inclusie is heel breed, maar dat gaat ook gewoon dat iedereen mee kan doen en dat gaat ook over goed werkgeverschap. Ook gewoon goed voor je werknemers. Inclusief ondernemen betekent ook dat je gewoon oog hebt voor je werknemers, voor elk individu. Daar gaat het eigenlijk om. Natuurlijk, je kan speciale aandacht voor jongeren hebben in je personeelsbeleid, maar kijk je ook voldoende naar ouderen, wat u net ook zegt. De 55plus-groep, hoe ga je om met je werving, hoe ga je om het behoud van personeel, hoe ga je om met de ontwikkeling van je personeel? Dat gaat over hetzelfde inderdaad. Dat zijn dezelfde termen. Uw tweede vraag, kijk, uiteindelijk natuurlijk ... Daarnet zijn die 21 eeeuwse vaardigheden ook toegelicht. Die skills komen wel heel erg terug ook in de Glansrijke Toekomst hoor, dat we jongeren gewoon een goede basis van skills meegeven. Maar qua onderwijs, zolang je nog op school zit zoveel mogelijk eruit halen wat erin zit. Een startkwalificatie halen is wel een belangrijke basis in onze samenleving.

Als je jongeren zo lang mogelijk op school kunt houden om die basis mee te geven, dan is dat natuurlijk wel het mooiste als start op de arbeidsmarkt. Maar van de andere kant, inderdaad willen we werkgevers ook wel bewegen om steeds meer naar skills te kijken. Dat heeft met de mismatch ook op de arbeidsmarkt te maken, dat we gewoon zien dat daar waar mensen voor opgeleid zijn of werkervaring in hebben dat dat vaak wat anders is dan waar de arbeidsmarkt nu om vraagt van de mensen die aan de kant staan. Dan is het belangrijk dat je juist ook naar skills kijkt, naar vaardigheden en naar persoonlijkheid van mensen. Dat je dat belangrijker maakt dan werkervaring en het diploma. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter, een aanvullende vraag daarop. Is dat ook dan deel van dat Ondernemen met impact? Mag ik dat zien als onderdeel daarvan dat er ook wordt gezegd van, kijk niet alleen maar die startkwalificatie, maar ook naar die skills? Mevrouw Van Zimmeren: Ja, zeker. We zijn dat nu aan definiëren, samen met Stichting MBO. Wat is dat dan, goed werkgeverschap? Wat is het dan, dat onderdeel van inclusie, dat goed werkgeverschap? Dat gaat inderdaad over het aantrekken van mensen.

Het gaat over, hoe zorg je goed voor de duurzame inzetbaarheid van je eigen personeel? Hoe zorgen we voor het behoud van mensen voor onze stad, niet zozeer voor een organisatie, maar voor onze stad en regio? Omdat dat ook een grote uitdaging is. Dat zijn we aan het definiëren. Wat kan je dan doen als ondernemer om dat voor elkaar te krijgen? Aan die kant van werving gaat het ook heel erg over naar skills kijken en veel meer naar open hiring constructies en zet je deur maar open. Sorry, dat is ook weer zo'n term open werven constructies. Gewoon, zet je deur open constructie en kijk wie er binnenkomt lopen, want dan gaat het om motivatie. Ik wil graag bij jou werken, want je bent een ondernemer die onderneemt met impact. Weet je wel? Als ik bij jou ga werken, dan kan ik echt van betekenis zijn voor de stad. Die zit daar wel heel duidelijk in, omdat het gewoon een hele belangrijk is om meer mensen uit onze beroepsbevolking een kans te geven. Dat is het eigenlijk. De voorzitter: De heer Boer wilde ook nog wat aanvullen, geloof ik?

47

De heer Boer: Ja graag, op de vraag van de heer Van Ballegooijen. Dan met betrekking tot skills met jongeren, wat je mist, ze leren veel op school, maar laten we zeggen, werknemersvaardigheden krijgen ze op school niet mee. Op het moment dat jongeren, laten we zeggen, beginnen met een bijbaan en ze komen bij een werkgever, dan moeten ze in ieder geval een geldig ID-bewijs hebben, ze moeten een bankpas hebben. Als je zegt, jongere, zoek dan een bijbaan, weten ze vaak niet van, hoe ziet een arbeidscontract eruit, de basis. Dat krijgen ze niet op school mee. Wat wij nu doen vanuit onze maatschappelijke opgave, met wat wij nu aan te investeren zijn, ook een pilot draaien nu, is het project Bijbaan, dat we ook jongeren op vmbo-school daarin ... Hen ondersteunen met werknemersvaardigheden. Dan geef je ze skills mee hoe ze bij zo'n werkgevers zich moeten presenteren. Dat zit allemaal aan elkaar gekoppeld. De voorzitter: De heer Tutupoly had een vraag ook. De heer Tutupoly: Even los van die jongeren, we hebben natuurlijk ook een grote groep mensen die misschien al jaren in de bijstand zitten.

In hoeverre wordt daar actief naar gekeken om hen meer te betrekken bij het arbeidsproces? In hoeverre wordt het eigenlijk werkgevers aantrekkelijk gemaakt om te zorgen dat zij ook naar deze groep omkijken, omdat ze vaak toch als misschien ongemotiveerde gezien worden? Mevrouw Van Benschop: Dan had u het over de doelgroep die nu in de bijstand zit toch, begreep ik? We weten dat een heel groot deel van de mensen die in de bijstand zat inmiddels aan het werk is. We hebben nu nog een doelgroep in de bijstand over die extra begeleiding nodig heeft, om ook werkfit, noem ik het dan maar even, te worden. Uiteraard gaat dat via PERSPCT, Baanbrekend, het WerkgeversServicepunt. Via Baanbrekend proberen we mensen die in de bijstand zitten aan het werk te laten gaan bij bedrijven waar weer contacten mee zijn. Die gesprekken worden gewoon echt een-opeen gevoerd, want dat is maatwerk. Dat ligt totaal aan wat voor bedrijf je aan de andere kant hebt. Dat ligt aan wat iemand kan. Maar daar zit nog een proces voor, via PERSPCT, waar mensen weer, de skills, mag ik niet zeggen, de vaardigheden leren om weer naar werk toe te gaan. Het is echt een heel treintje. Over het algemeen loopt dat ook goed. Maar we weten ook dat de doelgroep die nu nog in de bijstand zit, is wel de doelgroep die het meeste bemiddeling nodig heeft om weer te kunnen gaan werken.

De voorzitter: Mevrouw Pichel is nog niet aan het woord geweest. Die heeft een vraag. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik moet zeggen dat ik de Startnotitie er eigenlijk heel netjes uit vind zien. Hij is heel uitgebreid en ik heb ook het idee dat we echt wel de knelpunten goed in kaart hebben gebracht. Ik had wel even een vraag. Want we spraken net ook over vaardigheden, skills. Natuurlijk een heel belangrijk punt. Iets wat ik ook heb meegenomen uit het bedrijfsleven, is dat het ook heel erg voor kan komen dat mensen, even afhankelijk vanuit welk milieu ze komen of welke opvoeding ze hebben gehad, dat ze zich ook kunnen laten tegenhouden doordat ze bijvoorbeeld niet geloven dat ze iets kunnen doen. Wie komt uit een bepaald milieu? Dit kan ik niet bereiken. Of bepaalde onzekerheden of beperkende overtuigingen, waardoor ze niet verder komen, terwijl ze wellicht wel gewoon de skills hebben. Daar zit een bepaalde onzekerheid aan ten grondslag. Ik was even benieuwd of jullie daar al wat verder naar keken of dat dat iets is

48

voor natuurlijk de verdere ontwikkeling van deze Startnotitie om daar ook aandacht aan te geven. De voorzitter: Wie? Niet allemaal tegelijk. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zimmeren: Graag. Dank u. Dat is inderdaad een belangrijk punt. Dat is ook uit het onderzoek gekomen voor onbenut arbeidspotentieel, waar we zo ook de flyer van uit zullen reiken, dat de onzekerheid, als het telkens maar niet lukt, dat je dan ook je zelfvertrouwen steeds meer gaat verliezen. Dat er ook op een gegeven moment een vorm van schaamte bij komt kijken. Dat hebben we nu geconstateerd uit het onderzoek. Dat schreef ik ook in de Startnotitie van, we wachten eerst even die onderzoeksresultaten af. Inmiddels, nadat deze Startnotitie gepubliceerd is, zijn die onderzoeksresultaten gekomen. Wij gaan inderdaad op basis van deze onderzoeksresultaten ook kijken, welke invloed heeft dat op het uitvoeringsprogramma, wat eigenlijk de volgende stap is na deze Startnotitie. Het zal ook een onderwerp zijn. Ik weet niet of u het Regionaal Mobiliteitsteam kent, KICKSTART, hier in de Drechtsteden? Is ontstaan in tijden van de coronacrisis, om mensen van werk naar werk te begeleiden. Zelfstandige ondernemers die werk verliezen naar een baan te begeleiden. We hebben daar ook gezien, in die tijd, dat dit ook veel voorkomt.

Dat dit vaak het punt is en dat daar ook vaak dan de extra begeleiding op nodig is die dan door het Regionaal Mobiliteitsteam, nu nog steeds overigens wordt gegeven, om juist te werken aan dat zelfvertrouwen en iemand te helpen en op weg te helpen en weer te geloven in, wie ben ik en wat kan ik en wat wil ik en dat ook te kunnen vertellen naar een werkgever. Die kracht van die Regionale Mobiliteitsteams, daar zijn er ook 35 van in het land, die gaan nu omgevormd worden naar die Regionale Werkcentra, zoals u in de Startnotitie heeft kunnen lezen. Die zijn eigenlijk de basis, dat wat we daar doen binnen KICKSTART, binnen dat Regionaal Mobiliteitsteam, dat gaan we nu eigenlijk uitbreiden in dat Regionaal Werkcentrum, maar dan voor iedereen. Ook voor werkenden die niet meer lekker in hun werk zitten. Ook een plek waar jongeren altijd terecht zullen kunnen met hun vragen. Daar zal het vooral gaan om iemand weer te helpen inzien, wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik en hoe kan ik dat ook weer krachtig over de bühne brengen? Dat is eigenlijk vaak het belangrijkste. Mevrouw Pichel: Mag ik nog een vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Natuurlijk mag dat. Gaat uw gang. Mevrouw Pichel: Dat is heel goed om te horen.

Die teams waar u het net over had, zijn daar ook al de resultaten van bekend? Dat we weten dat het goed werkt, dat het effect heeft? Een Nederlands spreekwoord is natuurlijk heel erg, een dubbeltje wordt nooit een kwartje. Dat kennen we allemaal. Maar als we dat ook echt gaan geloven, dan gaat dat natuurlijk realiteit worden. Ik ben wel benieuwd naar resultaten van dit soort teams. Mevrouw Van Zimmeren: Daar zijn inderdaad resultaten van bekend. Die heb ik hier nu niet bij de hand. In de arbeidsmarktregio wordt dat gemonitord door de verschillende partijen die in het bestuur van de arbeidsmarktregio zitten hier. KICKSTART, al sinds het ontstaan in de coronacrisis wordt dat gewoon gemonitord. Dat wordt ook door het ministerie van Sociale Zaken gemonitord. Zij hebben ook de conclusie getrokken,

49

eigenlijk landelijk, van we hebben hiermee goud in handen. Er is eindelijk een plek waar iedereen terecht kan. Weet je, waarom hebben we het ooit zo georganiseerd dat alleen als je een uitkering hebt dat je die hulp kan krijgen, want er zijn veel meer mensen. Willen we echt het potentieel wat er in de beroepsbevolking zit goed benutten, moet je een plek hebben waar iedereen terecht kan en waarbij je gewoon mogelijkheden voor om- en bijscholing kan krijgen naar sectoren waar krapte is. Op basis eigenlijk van die landelijke resultaten van die Regionale Mobiliteitsteams is gezegd, we gaan naar een nieuwe structuur voor de arbeidsmarktregio's toe. Namelijk een drempelloze toegang voor iedereen die vragen heeft over werk en opleiden. Is echt een besluit vanuit het ministerie. Dat gaat vanaf volgend jaar geïmplementeerd worden. De voorzitter: Het antwoord is ja. Mevrouw Pichel: Ja, kort gezegd. Dank u voor deze samenvatting. De voorzitter: Ik ben altijd wat korter van stof, maar ik bedoel van, uiteindelijk de samenvatting is van ja, de resultaten zijn er. Dat maakt het wel makkelijk. De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Katif, u wilde ook nog wat vragen stellen. De heer Katif: Dank je wel. Ik heb eigenlijk een korte vraag. De hele notitie gaat vanuit een krappe arbeidsmarkt. Zoals we nu zien, dat ziet iedereen, de markt is langzaam wat aan het stagneren.

Dit is een Startnotitie voor de volgende drie jaar. Ik was benieuwd hoe dat gezien zou kunnen worden vanuit niet de arbeidskrapte, maar meer uit als er te veel mensen zijn. Als de economie eigenlijk stagneert. Dat zou ik eerder willen zien. De voorzitter: Dat is een hypothetische vraag natuurlijk. De heer Katif: In die zin, nee, want de economie in niet ... De voorzitter: Ik heb altijd ... De heer Katif: Die loopt niet zo hard zoals wij de afgelopen drie, vier jaar. Ik heb ooit weleens geleerd dat de term varkenscyclus, heet dat. Leid ze op. De voorzitter: Dat is correct, mijnheer Katif. De heer Katif: Maar zodra dat je ... De voorzitter: Maar het blijft een hypothetische vraag, maar u mag hem stellen natuurlijk. De heer Katif: Het is geen hypothetische vraag. Echt niet. De voorzitter: De zeven vette en magere jaren.

50

De heer Katif: Maar goed, ik denk dat ... Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, ik beantwoord hem graag. De heer Katif: Dank u. De voorzitter: Ik hoor dat de wethouder de vraag wil beantwoorden. Mevrouw Van Benschop: Zeker. Kijk, wij hebben het nu over een krappe arbeidsmarkt, omdat dat nu aan de gang is. Maar de drie samenhangende lijnen die wij hebben benoemd, die gaan over het arbeidspotentieel van de beroepsbevolking benutten. In dit geval ook vergroten, maar ook behouden. Dat geldt ook op het moment dat het economisch minder gaat. Dat geldt ook voor de toekomst van de Dordtse jeugd. Daarom is die laatste zo belangrijk, in onze optiek. Dat is samenwerken op banen met impact. Die banen met impact vragen namelijk om werkgevers naar de regio te halen die niet alleen iets komen halen, maar ook iets komen brengen. Vanuit die banen met impact, werkgevers die het voorbeeldgedrag laten zien, die goed omgaan met onze inwoners, via die weg willen we ook aan preventie doen. Om juist te voorkomen dat op het moment dat het economisch minder gaat iedereen ontslagen wordt en zich vervolgens bij het UWV of bij de Sociale Dienst kan gaan melden, omdat er geen werk meer is. Dat is het belang van banen met impact. Daar heeft de Stichting MBO ook een belangrijke rol in. Dat is een netwerkpartner. Die verbindt bedrijven aan elkaar.

Daar wordt ook zeker gekeken, nu is het vanuit krapte, hoe gaan we misschien wel kijken naar delen van personeel. Als je daar niet meer uur kan werken, kun je daar misschien meer uur werken. Maar hebben we dadelijk een overschot, om het zo maar te noemen, omdat het economisch minder gaat, werkt natuurlijk datzelfde principe door. Als je bij de ene te veel uren hebt, kun je ze dan inzetten bij een andere werkgever. Dat is echt waarom we nu hebben gezegd, we brengen sociaal en economisch samen, want heel vaak is het zo als het economisch goed gaat, dan is het economisch arbeidsmarktbeleid ineens leidend, want die sociale kant, die mensen kunnen we dan overal wel kwijt. Op het moment dat het economisch minder goed gaat, dan zie je eigenlijk een omslag en dan gaat dat sociale arbeidsmarktbeleid veel belangrijker worden, want dan zitten er veel meer mensen in de kaartenbak bij de Sociale Dienst en het UWV. Daarom willen we het juist samenbrengen. Nu vanuit krapte en als het nodig is in de toekomst vanuit het overschot. De voorzitter: Het antwoord in ieder geval. Goed, ik wil niet beginnen over of ... De heer Katif: Dat was geen hypothetische vraag. De wethouder heeft daar een antwoord op gegeven. De voorzitter: Ik heb het ook weleens mis, mijnheer Katif. Niet vaak, maar af en toe wel. De heer Schilt had een vraag.

De heer Schilt: Nog eigenlijk best wel aansluitend op de vraag van Katif en ook het antwoord van mevrouw Van Benschop. Met het Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, het moet er niet van uitgaan dat ... Kijk, maatschappelijke betrokken ondernemers zijn de meeste ondernemers natuurlijk.

51

Maar het is niet dat zij dan hun maatschappelijke betrokkenheid opeens verliezen als het een moeilijke casus is. Hoe wordt er gekeken naar als er gewoon een moeilijk geval van iemand die zich probeert te integreren, iemand met bijvoorbeeld verslaving, iemand met andere problemen, mentale gezondheid, wat dan ook. Is er een mediation daartussen, een tussenkoppeling met een professional of ligt dat allemaal bij de verantwoordelijkheid van de ondernemer? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Zeker niet. Dat ligt niet allemaal bij de werkgever en ook niet alleen bij de werknemer. Daar hebben we bijvoorbeeld, wat ik net al benoemde, Baanbrekend voor, om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te bemiddelen richting de arbeidsmarkt. Maar we weten ook dat het voor een deel van de doelgroep gewoon niet haalbaar is om regulier werk, een reguliere plek op de arbeidsmarkt vast te houden vooral ook. Daarom hebben we de Participatiewet, waar we vanuit participatieplekken werken om mensen deel te laten nemen aan het arbeidsproces en deel te laten nemen aan de samenleving. Er zijn echt meerdere structuren denkbaar en al, hoe zeg je dat netjes, ik wilde zeggen opgetuigd, dat klinkt heel negatief, maar er zijn al meerdere structuren neergezet om mensen daar die begeleiding te geven die ze nodig hebben.

Het betekent trouwens niet dat we niet kijken of we dat nog kunnen verbeteren of dat er nog meer nodig is of dat we dingen te veel doen, aar die structuren zijn er wel. De voorzitter: Ik zie nog een klein vingertje van mevrouw Kruger. Het was een voorzichtig vingertje. Mevrouw Kruger: Ik zat ook nog na te denken eigenlijk. Het is eigenlijk aanvullend op wat de heer Schilt aangeeft en wat de wethouder ook aangeeft. Over dat er zijn zoveel mensen die toch ook bepaalde andere kwaliteiten hebben, die niet precies in de structuur passen van de werkgever of van het werk wat gevraagd wordt, maar weldegelijk een hele goede bijdrage kunnen leveren aan de zingeving in de maatschappij of wat dan ook. Ik denk ook dat daar inderdaad nog meer gekeken moet gaan worden naar, ik heb geen vraag, maar een mededeling ook weer, meekijken over of er ... Een technische tip. Dan kom ik toch weer op die denktank uit, om te gaan kijken van wat er allemaal eigenlijk ook al bekend is. Want ik ben ietsje ouder aan het worden en dan merk je ook dat vraagstukken weer terugkomen en al geweest zijn enzovoort. Dit ook. Alleen we zijn nu wel een stapje verder, heb ik het gevoel. De voorzitter: Dat was geen vraag, maar eventjes een mededeling inderdaad nog. Mevrouw Kruger: Even nog een ... De voorzitter: Maar daar heb ik dan ook even ruimte voor gegeven. Mevrouw Koene wil ook nog een vraag of een mededeling ...

Mevrouw Koene: Ik heb echt een vraag. De voorzitter: Een vraag.

52

Mevrouw Koene: Goed, ik weet het een en ander af van voortijdig schoolverlaten en dat soort dingen. Ik weet ook dat er een startkwalificatieplicht is en noem allemaal maar op. Maar wat ik me afvraag, er is nou eenmaal startkwalificatieplicht. Het is ook als je niet die startkwalificatie hebt, officieel kan je dan ook nog een boete krijgen en van alles en nog wat. In welke mate kan er binnen het programma inzet zijn richting werkgevers, dat iemand zonder startkwalificatie eventueel aan die eisen gaat voldoen door een soort werkleertraject ... Want er zijn werkleertrajecten. Alleen volgens mij niet voor zo jong. Maar dat is eigenlijk even van, hoe kan je daarmee omgaan? De voorzitter: De heer Boer knikt. Die gaat hem beantwoorden. De heer Boer: Eigenlijk is er voor iedereen ook al daarin een mogelijkheid. Dat noemen we dat praktijkleren. Op het moment dat je dan gaat werken en je bent bij een werkgever in dienst, dat je aan de hand daarvan de vaardigheden ... Of eigenlijk het werk wat je uitoefent, dat er iemand anders kan toetsen van, doordat je dit werk doet, heb je deze startkwalificatie. Van daaruit ga je gewoon ook weer doorgroeien naar zelfs universitair. Eigenlijk ieder die talent heeft, kan doorgroeien. Mevrouw Koene: Dat er wel een officieel iets komt, jij hebt nu je startkwalificatie? De heer Boer: Ja, dat is praktijk. Dat is er al.

De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Iets waar ik ook heel blij mee ben in deze Startnotitie is ook dat er eigenlijk nu al wordt genoemd wanneer een stukje monitoren en een stukje update gaat worden gegeven. Mensen die mij eerder hebben horen spreken, weten ook dat ik heel blij word van metingen en dat het beleid meetbaar is uiteindelijk. Ik ben heel blij ook om te zien bij de Glansrijke Toekomst, op de laatste slide, dat daar al nulmetingen, éénmetingen, tweemetingen zijn ingetekend en ook stukje dingen als businesscase onderbouwd, meetbaar en merkbaar verschil. Mag ik ervan uitgaan, is dan de vraag, dat dat betekent dat er ook SMART geformuleerde doelstellingen op die metingen worden gebaseerd? Of andersom, dat er metingen komen waarop ... Of sorry, dat er doelstellingen komen waar vervolgens de metingen invulling aan moeten gaan geven. Aansluitende vraag, geldt dat ook voor de rest van de opgave Human Capital? Want ik zie het nu dan specifiek bij de Glansrijke Toekomst Dordtse jeugd staan. Misschien een laatste vraag, als dat mag, wanneer zouden we eventueel dat kunnen verwachten? Is dat al bij de Human Capital Agenda Smart Delta Drechtsteden die in Q2 gepland staat of moet ik dat pas later verwachten? De voorzitter: Gaat uw gang.

De heer Boer: Voor de Glansrijke Toekomst hebben we prestatie-indicatoren afgesproken met onze partners. Een aantal van die prestatie-indicatoren vanuit het Integraal Kwaliteitskader gaan we die nulmeting doen. Dat zijn vooraf vastgestelde prestatie-indicatoren, die we ook eigenlijk de komende tien jaar willen gaan volgen. Dat is wel van belang om te meten daarin. Met betrekking tot de eerste nulmeting en wanneer het terugkomt in de raad, zal dat in de loop van Q4 zijn

53

van dit jaar, wanneer we ook weer terugkomen om te vragen voor meerdere financiering op de maatwerktrajecten. Dan hebben we ook al de eerste nulmeting, om ook jullie daarin mee te nemen. Mevrouw Van Zimmeren: In relatie tot de brede opgave, dat was uw tweede vraag, de Human Capital Agenda voor de Smart Delta die u noemt, daar zijn we eigenlijk nu mee bezig. Kijk, wat we graag willen, we hebben deze opgave nu opgezet voor de centrumstad. Maar arbeidsmarkt, dat gaat natuurlijk breder dan alleen de stad Dordrecht. We zijn nu ook, of de wethouder is met de economie collega's van andere Drechtsteden gemeentes in gesprek om ook te kijken van, kunnen we de strekking van deze opgave breder trekken? Kunnen we dat naar de hele Drechtsteden ook toe gaan trekken? Dat is dat punt Human Capital Agenda. Dat is geen monitoring van deze opgave. Daarnaast zijn we ook met een nieuwe Regio Deal aanvraag bezig. Willen we ook de opgave als basis voor gaan pakken. Het laatste punt in het schemaatje, op pagina 11, de monitoring update van de opgave zal in Q1 2024 gepland staan. Maar dan is inderdaad de vraag, wat ga je dan precies meten? Wat zijn dan de concrete doelstellingen bij deze opgave? Daar wilde ik eigenlijk ook deze sessie voor gebruiken van, hoe kijkt u ertegenaan? Want zoals het nu geformuleerd is, staat er natuurlijk ook van, het vergroten van het arbeidspotentieel.

Even kijken hoor, de doelstellingen die geformuleerd staan, bijvoorbeeld op pagina 3, door talentontwikkeling van onze inwoner centraal te zetten, vergroten we het beschikbare en benutte arbeidspotentieel van onze Dordtse beroepsbevolking. Maar we zeggen niet van, dat moet met zoveel procent meer. We kunnen stellen van, die bruto participatiegraad daar moet eigenlijk een procent bij. Natuurlijk wel kijken wat realistisch is. Hoe concreet? Wat willen we ook echt nastreven daarin? Ik wilde eerst ook bij u toetsen van, is dit inderdaad ... Past dit in uw visie op wat een gezonde arbeidsmarkt hier in Dordrecht zou moeten zijn? Wat willen we daar dan ook echt op ... Welke stap vooruit willen we daar dan ook echt in deze periode, in deze vier jaar gaan zetten? Dat geldt ook voor de ondernemers die maatschappelijk betrokken ... Sorry. De voorzitter: Terecht wordt hier nu gesteld van, er wordt opgehaald, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling van deze commissie. Dan is wel weer de vraag natuurlijk van, als er wat moet worden opgehaald of we dat dan niet een keer op een andere keer moeten gaan inplannen? Kijk ik ook eventjes naar de wethouder. Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat bij de volgende sessie krijgen we natuurlijk een oordeelsvormende sessie. Dan gaat de commissie, als dat tenminste zo wordt gedaan ... De voorzitter: Dat moeten we nog afwachten.

Mevrouw Van Benschop: Maar goed, ik kan me voorstellen dat als er dit soort vragen zijn ... Kijk, in dit verhaal staan doelstellingen die kwalitatief eigenlijk geformuleerd zijn. Er staan geen kwantitatieve doelstellingen in met procenten. Ik wil wel eerlijk zeggen dat ik dat ook lastig vind in dit verband, omdat precies wat de heer Katif net zei, je hebt altijd een golfbeweging in de economie. Dus is het heel erg meetbaar over een langere periode hoeveel mensen er precies aan het werk zijn. Of zou je veel meer moeten kijken of je je structuur wel goed ingericht hebt, of je de mensen weet te bereiken, of je de werkgevers weet te bereiken? Dat is de vraag die uiteindelijk beantwoord moet worden in de uitwerking na de Startnotitie. Er staan hier nu geen concrete kwantitatieve

54

doelstellingen in. Maar goed, dat is ... We kunnen dat nu ophalen, maar het is uiteindelijk de uitwerking. De voorzitter: Maar dat begrijp ik. Het is natuurlijk een Startnotitie, maar ik begrijp ook wel de ... Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Momentje. Behoefte vanuit de commissie natuurlijk om dan inderdaad toch wel te gaan kijken van wat we eventueel meetbaar krijgen. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, ik ben eigenlijk juist zo blij dat er eens een keer niet allemaal precies van die SMART meetbare toestanden in staan, omdat we zeggen, we gaan kijken hoe gaan we iedereen bereiken? Wat is daarvoor nodig, wat hebben jongeren nodig, wat hebben ouderen nodig om mee te kunnen gaan doen aan de samenleving? De voorzitter: Maar misschien is dat iets voor de oordeelsvormende commissie. Mevrouw Kruger: Precies. De voorzitter: Om in ieder geval ook dat soort standpunten dan te gaan uitwisselen, want ik ga ervan uit dat niet iedereen het met u eens is op dat punt. Mevrouw Kruger: Wat is daarvoor nodig om mijn argumenten kracht bij te zetten? Maar ik denk ...

De voorzitter: Met andere woorden van, als de commissie inderdaad nog wat mee wil geven, dan lijkt me op dit moment al dat daar een oordeelsvormende commissie voor moet komen, waardoor inderdaad de commissie richting de wethouder kan aangeven wat zij hiervan vinden en wat zij er nog eventueel extra in willen hebben. Dat lijkt mij dan wel het meest logisch. Ik bedoel van, op het moment dat hier nog geen besluit genomen is, is er nog veel mogelijk. Ik bedoel van, op dit moment liggen er twee besluiten voor. Die besluiten, daar moet een oordeel over komen. Het kan zo natuurlijk zijn dat dat uiteindelijk leidt tot een amendering, een toevoeging in de stukken. Dat zou kunnen. Dat is natuurlijk uiteindelijk dan afwachten tot de oordeelsvormende commissie is geweest, om dan te kijken of die behoefte bestaat of dat men toch uiteindelijk akkoord gaat met wat hier voorligt. Ik probeer u te helpen.

Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, mag ik een vraag stellen. Of we ze wel apart kunnen voorleggen aan de commissie? Want ik kan me voorstellen bij de Startnotitie menselijk kapitaal en arbeidsmarkt dat daar mogelijk nog zaken meegegeven moeten worden of dat we daar nog oordeelsvormend over gaan hebben. Maar Glansrijke Toekomst gaat echt voor nu ... We hebben hier toegelicht waar gaan we naartoe werken? Maar voor nu vragen we een bijdrage, een krediet om de lopende maatwerkvoorzieningen of

55

maatwerktrajecten wel in stand te kunnen houden. Ik vraag me af of we daar dan nog een oordeelvormende commissie voor nodig hebben, want het is blijven doen wat we nu al doen. De voorzitter: We hebben op dit moment twee besluiten die voorliggen. Het is aan de commissie om te bepalen of er voor beide of voor één van de besluiten een oordeelsvormende commissie nodig is. Dat is dan eigenlijk nu ook, omdat ik al zie dat de vragen zijn opgedroogd op dit moment, toch? Toch nog niet. De heer Schilt. De heer Schilt: Meer over opheldering, omdat de vraag werd gesteld van dat er nu bij ons werden er een soort van kaders en dergelijk gevraagd. Toch? De voorzitter: Dat wordt nu even weergegeven, maar dat is, uiteindelijk in een oordeelsvormende commissie kan dat inderdaad dan worden betoogd. Dan is het uiteindelijk aan de commissie om te bepalen of de toezeggingen van de wethouder voldoende zijn of dat er eventueel nog een amendering moet gaan plaatsvinden. Op dit moment ligt dat volgens mij hier op tafel. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, wat zijn de risico's als we nu nog een oordeelsvormende commissie gaan hebben? Deadlines, weet ik veel wat. De voorzitter: Deadlines. Ik ben niet van de deadlines. Dan kijk ik naast me naar de wethouder weer. Mevrouw Van Benschop: Voor de Startnotitie, voor menselijk kapitaal en arbeidsmarkt, dat kan prima als we dat oordeelsvormend gaan doen.

Ik hecht er juist aan dat het een gedragen voorstel is. Als we dat nog in de commissie brengen om dat oordeelsvormend te bespreken, lijkt me dat prima. Als het gaat over Glansrijke Toekomst, dit is echt alleen doorzetten wat we nu hebben om de continuïteit voor de huidige jongeren, die gebruik maken van de maatwerktrajecten, dat we dat ook kunnen blijven bieden voor dit jaar en voor komend jaar. Maar dit is ook een deel wat we inzetten. Vervolgens komen we gewoon weer met een nieuw voorstel bij u om Glansrijke Toekomst verder uit te werken, om te kijken naar de andere oplossingsrichtingen die we nu nog niet hebben ingezet. Dit is echt doorzetten wat we al hebben. De voorzitter: Ik hoor in ieder geval dat de wethouder aangeeft dat voor Glansrijke Toekomst aan de commissie wordt verzocht om dit te hameren eigenlijk en geen oordeelsvormende commissie daarvoor dan te beleggen. Maar voor de Startnotitie menselijk kapitaal en arbeidsmarkt, ik kijk even aan mevrouw Koene ... De vraag aan de commissie inderdaad is van, Glansrijke Toekomst, gaat u akkoord om dat besluit te hameren met dan ook datgene wat de wethouder daarover gezegd heeft. Mevrouw Kruger: Juist, dat wilde ik nog even zien. Met de toezegging van de wethouder van dat dat later ook nog verder uitgewerkt wordt. De voorzitter: Komt goed, mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ik wil het alleen maar duidelijk hebben.

56

De heer Katif: Voorzitter. De voorzitter: Ik hoor de heer Katif. De heer Katif: Een verhelderde vraag aan de wethouder. De middelen die hiervoor gereserveerd zijn, zijn die bij deze eigenlijk als het ware gefiltreerd of hebben we dat al eerder ... Ik zit me af te vragen, ik bedoel, ik heb het niet helder voor ogen. Mevrouw Van Benschop: Bedoelt u de volledige reservering Glansrijke Toekomst of bedoelt u het bedrag wat nu voorgesteld ... De heer Katif: Maar ook partieel. Oftewel waar we het nu over hebben. Mevrouw Van Benschop: Waar we het nu over hebben ... De heer Katif: Ik had het niet helder ... Ik kon het niet een tweede keer zien. De voorzitter: Het besluit wordt natuurlijk duidelijk weergegeven wat voor middelen er worden ingezet. Met andere woorden, als dit wordt gehamerd, dan gaat u akkoord inderdaad met het inzetten van die middelen. Mevrouw Van Benschop: Niet van de volledige reservering Glansrijke Toekomst. Voor dit deel van de reservering. De voorzitter: Dit deel. Ik hoor naast mij de griffier in mijn oren fluisteren, hameren. Dat vind ik altijd heel aardig, maar ik wilde toch even keer zien of dat dat wordt bevestigd. Dat wordt in ieder geval bevestigd. Dan spreken we af dat voor de Startnotitie er nog een oordeelsvormende commissie wordt belegd. Dan kunnen wij deze commissie beëindigen denk ik. De politieke vraag. U heeft helemaal gelijk. De politieke vraag.

Ik kijk naar de heer Van Ballegooijen. Die kijkt mij al aan van, ik weet er één. De heer Van Ballegooijen: Dan zou ik in ieder geval, voorzitter, dank u voor het woord, willen voorstellen om in ieder geval onszelf af te vragen of en zo ja welke kwalitatieve doelstellingen we kwantitatief meetbaar willen maken en eventueel op welke manier? Maar dan zou ik ook richting de wethouder en wellicht ook de ambtenaren willen kijken en te vragen, als er al ideeën zijn over welke metingen er gedaan gaan worden, op welke indicatoren, om dat met ons te delen. Dan kunnen wij daar ook uit kijken, één, wat wordt er al gemeten, zodat we niet om dingen gaan vragen per se. Of tenminste, dat kan natuurlijk wel, maar dat we in geval weten, wat is er al en waar zouden ze eventueel gestuurd op kunnen worden? Dat we daar een idee over hebben zonder ... Dat we ook weten, wanneer vragen we om iets wat meer metingen vereist dan al gepland of gedaan wordt? De voorzitter: Om hem even plat te slaan, is dan de politieke vraag of wij inderdaad in deze Startnotitie SMART geformuleerde doelstellingen willen hebben. De heer Van Ballegooijen: Dat is ... De voorzitter: Dat is dan vraag één.

57

De heer Van Ballegooijen: Dat is vraag één. De voorzitter: En dan daarna? De heer Van Ballegooijen: Vraag twee is, zo ja, welke? De voorzitter: Zo, welke? Gewoon even platgeslagen dan is dat dan uiteindelijk inderdaad datgene waar we in de oordeelsvormende commissie over gaan praten. De heer Katif. De heer Katif: Soms, voorzitter, zijn er kwantitatieve of kwalitatieve dingen die te kwantificeren zijn. Dat zou ik eigenlijk ook willen zien. De kwalitatieve meting. Kwaliteit kun je kwantificeren en soms kun je dat gewoon niet. Dan zou ook eigenlijk die kwaliteit wel willen zien, want dan hecht ik ... Daar kan ik wel een waarde aan hechten in de zin van, en een goede fles wijn hoeft niet altijd duur te kosten. De voorzitter: Ik probeer ook even duidelijk het voor mezelf te maken, maar ik geloof dat het wel doorkomt bij de wethouder. Dan komt dat in ieder geval goed. Dan kijk ik eventjes naast mij of dit dan de lading dekt. Mevrouw Koene: Mag ik er ook nog één aan toevoegen? De voorzitter: Ja, dat mag. Zeg het eens, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Hoever we gaan, dat is iets wat mij bezighoudt, met het beïnvloeden van werkgevers op wat ze wel of niet moeten doen om nog aardig gevonden te worden? Dan in een mooie politieke zin. De voorzitter: Hier wordt mijn liberale hart wel weer warm van natuurlijk, voor deze vraag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/550/documents/23473