2.14 2023.11.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Ve rgaderzaal 3 - concept.docx .pdf
Tekst van het document
21
Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: ChristenUnie/SGP. De heer Roggekamp: En van Gewoon Dordt, Erik-Jan Roggekamp. Mevrouw Koene: En Irene Koene. De heer Portier: Ronald Portier, Socialistische Partij. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Stam: Marco Stam, Fractie van Waardhuizen. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA. De heer Kolkiliç: Masum Kolkiliç, DENK. De heer In ’t Veld: Richard in ’t Veld, VSP. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. De heer Van Oosterhout: Mark van Oosterhout, ambtenaar. Mevrouw De Graaf: Cora de Graaf, ambtelijke ondersteuning. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, namens het college van B&W. De voorzitter: Dank jullie wel. En mijn naam is Safranti, de voorzitter van vanavond. En het woord is nu aan Cora en Mark. Mevrouw De Graaf: Dank u wel, voorzitter. Raadsvoorstel doorlopen Route naar Kadernota 2025. Wat is het doel van het voorstel? Om u als gemeenteraad mee te nemen in de financiële uitdagingen waar de gemeente zich op korte en langere termijn voor gesteld ziet. En in het traject dat ons college voorstelt om tot een sluitende begroting te komen. Welke uitdagingen? Dat zijn er wel een aantal. We hebben namelijk een aantal zaken met een potentieel negatieve invloed op ons meerjarensaldo. U ziet hier het rijtje.
Ik zal ze even allemaal kort doorlopen. In het raadsvoorstel worden ze ook allemaal nog wat uitgebreider toegelicht. Als eerste hebben we de korting op het Gemeentefonds. U weet dat vanaf 2026 we minder geld gaan krijgen vanuit het Rijk. Het zogenaamde ravijnjaar. Het huidige demissionaire kabinet heeft ons alleen maar geld gegeven tot met 2025. En houdt aan het nieuwe kabinet voor van... Die dat maar moeten gaan regelen. We hebben dat in onze begroting ook helemaal verwerkt.
22
Een groot onderdeel van die korting is ook de zogenaamde opschalingskorting, die vanaf 2026 weer gaat gelden. Het is even de vraag wat het nieuwe kabinet gaat doen met die korting. Wij hopen natuurlijk dat die korting wordt teruggedraaid, maar wij verwachten niet dat dat volledig zal gebeuren. Maar we hopen wel voor een gedeelte. En we moeten dat gewoon afwachten, wat het nieuwe kabinet gaat doen. Als tweede de toekomstige onderhouds- en vervangingsinvesteringen. In het verleden zijn er veel voorzieningen gerealiseerd en die zijn betaald uit reserves, zoals bijvoorbeeld de Sportboulevard, Kunstmin en het Energiehuis. Toen is er niet gestart met alweer gaan sparen voor de vervangingsinvesteringen. Dat is een keus geweest. Daarnaast zijn er ook een aantal onderhoudsinvesteringen die niet in de begroting zijn opgenomen, onder andere bijvoorbeeld de kademuren. Maar ook de gymnastiekzalen, waar een bewuste keus is geweest om die niet volledig op te nemen, maar elke keer een partje. Daarbovenop komt nog de forse inflatie. Investeringen die nu wel in de begroting zijn opgenomen, zijn gebaseerd op historische kosten. Op de prijzen van toen. U weet allemaal dat de prijzen de afgelopen jaren enorm zijn gestegen. Als we die investeringen nu weer gaan vervangen, dan is het op basis van nieuwe prijzen. Maar dat stukje, die inflatie, die extra kosten zijn niet opgenomen in onze begroting.
Een andere zaak wat een potentieel negatieve invloed kan hebben, is de beleidswensen de autonome ontwikkelingen. Sorry, de incidentele financiering van de beleidswensen. Een politiek akkoord is nu tot 2026. Sommige maatregelen houden dan ook weer op, maar die hebben in de beeldvorming wellicht wel een structureel karakter. Daarnaast hebben we misschien nog nieuwe beleidswensen voor 2025. En ook de autonome ontwikkelingen, zoals de groei van de stad, areaaluitbreiding, maar ook de nieuwe cao voor de gemeenteambtenaren, die nu volgens mij in concept gered is. We hebben daar wel deels rekening mee gehouden in onze begroting. Maar de vraag is of dat voldoende is. De inflatie heeft ook betrekking op de Agenda 2030. Ook de uitvoering daarvan bekostigen we vanuit de reserves. Maar er is geen rekening gehouden met de indexering. De kosten lopen natuurlijk ook de komende jaren weer op. We realiseren niet nu alles voor de Agenda 2030 in één jaar. Dat is natuurlijk meerjarig. Maar ook dat gaat extra kosten meebrengen. En er is niet genoeg budget om dan alles te kunnen realiseren. De onderwijshuisvesting van Arcade. In 2016 is de onderwijshuisvesting doorgedecentraliseerd. Er zijn toen afspraken gemaakt om de bijdrage gefaseerd omhoog te gooien, richting Arcade. Maar ook de bouwkosten, komt weer die extra kosten, zijn ook toegenomen.
En de vraag is of de afspraak die toen gemaakt is nog wel houdbaar is met de huidige prijzen. Een ander mogelijk nadeel, waar we zeker rekening mee moeten houden, is de herverdeling van beschermd wonen. De afgelopen jaren zijn we altijd een voordeelgemeente geweest, met een gemiddeld jaarvoordeel van vijf miljoen euro. Dat is een behoorlijk bedrag. Maar wij zijn voordeelgemeente. Dan begrijpt u dat er ook een aantal gemeentes nadeelgemeente zijn. En het Rijk wil de koek, het budget anders gaan verdelen. Daar is nog allemaal geen besluit over genomen, maar we moeten er wel rekening mee houden dat dat voordeel van vijf miljoen gaat verminderen. Hoeveel weten we op dit moment nog niet. Net als dat de bouwkosten stijgen, zijn ook de rentelasten gaan stijgen. De tijden dat wij gratis geld konden lenen of zelfs nog geld erbij kregen, die is echt voorbij. We hebben nu nog wel genoeg geld in kas door de verkoop van de Eneco-aandelen om alles te kunnen bekostigen, maar in 2028 verwachten we wel dat we moeten gaan lenen.
23
Dat brengt weer rentelasten met zich mee, die we ook weer moeten begroten in onze begroting. Daar is op dit moment ook nog geen rekening mee gehouden. En als laatste de ontwikkelingen bij het grondbedrijf. De ontwikkelingen bij de woningbouw staan ook onder druk. Ook daar weer gestegen kosten. Toch ook wel een afname in interesse in nieuwbouwwoningen. Dat heeft een negatief effect op de lopende grondexploitatie. Het financiële effect daarvan weten we op dit moment nog niet. Dat zijn ze nog aan het doorrekenen. Naast deze zaken met potentieel negatieve invloed, het is een wat kleiner lijstje, maar hebben we ook zaken met een potentieel positieve invloed. Dat is de analyse van het jaarrekeningresultaat. De afgelopen jaren hebben we toch forse jaarrekeningresultaten gekend. Soms door aanwijsbare oorzaken. Bijvoorbeeld Oekraïne. Dat we meer geld hebben gekregen dan het ons heeft gekost. Dat is dan wel incidenteel natuurlijk. We analyseren en we hebben al een deel geanalyseerd, maar we gaan dieper analyseren om te bezien of sommige begrotingsposten ook daar ruimte in zit of wat lucht in de begroting is. De groei van de stad. Dat is ook een kans. Agenda 2030 is daar natuurlijk een heel belangrijk onderdeel van. We actualiseren wat dit betekent voor onze Gemeentefondsuitkering en onze belastingopbrengsten. En als laatste het Stedin-dividend.
Er was een tijdje lang onzekerheid over toekomstige dividenduitkeringen. In het kader van behoedzaamheid hebben we dat toen uit onze begroting gehaald. Maar we zien nu dat er toch weer mogelijkheden zijn dat we Stedindividend gaan krijgen. Dan gaan we dat ook weer in onze begroting verwerken, op een behoedzame manier. Dan geef ik nu het woord aan Mark van Oosterhout om wat te vertellen over de aanpak. De heer Van Oosterhout: Dank je wel, Cora. Met de beschrijving van Cora zojuist, zoals u ook heeft kunnen lezen in het raadsvoorstel. Met deze achtergrond erbij krijg je natuurlijk een behoorlijk scherp beeld van wat de enorme omvang is van de opdracht die voor ons ligt. De voorzitter: Mevrouw De Graaf, wilt u uw microfoon uitzetten? De heer Van Oosterhout: We hebben heel erg goed gekeken, hoe kunnen we dit proces zo handen en voeten geven dat uiteindelijk het college gewoon, zoals dat gebruikelijk is, in juni een voorstel doet aan de raad met de Kadernota, met alle afwegingen die daarin kunnen zitten om uiteindelijk te komen tot een sluitende begroting. Tegelijkertijd hebben we ons ook gerealiseerd dat daar natuurlijk een enorme tijdsdruk achter zit, als je dertig miljoen aan bezuinigingsvoorstellen op tafel wil weerleggen. Aan de andere kant realiseren we ons als ambtelijke organisatie daarin ook dat de noodzaak natuurlijk enorm hoog is om dat op een goede manier te doen.
Want op het moment dat je dat niet doet, heb je geen sluitend meerjarenperspectief, geen goedgekeurde begroting uiteindelijk door de provincie. En u kent die gevolgen daarvan misschien nog wel beter dan ik. Ik noemde de Kadernota al. Daar komen we in de volgende sheet op. Wat we ons daarin ook gerealiseerd hebben, is dat we enorm snel moesten starten met dit traject. Wij zijn vorige maand, eind september, in de loop van oktober, daar stevig mee aan de slag gegaan. En we hebben ook geconcludeerd dat een aantal dingen parallel moeten lopen.
24
Het formuleren wat u onder twee ziet, het zoeken en inventariseren van bezuinigingsvoorstellen, van ombuigingsvoorstellen doen we parallel aan de analyse van de huidige situatie. We gaan aanscherpen de dingen die Cora net heeft genoemd, verder uitzoeken. En een aantal dingen weten we gewoon ook nog niet, omdat simpelweg een nieuw kabinet zit er nog niet. Je weet ook nog niet in hoeverre zij gaan compenseren op het Gemeentefonds. Aantal dingen, bijvoorbeeld jaarrekeningresultaten, daar wordt nu een studie naar nagedaan. Dat zijn allemaal zaken die in de loop van dit jaar verder helder worden, ook voor ons. Maar op het moment dat je daarop wacht, voordat je begint met inventariseren wat de ombuigingsvoorstellen zijn, dat snapt u ook, dan ben je veel te laat op het moment dat je daar tijdig een voorstel aan uw raad in voor wil leggen. In die huidige analyse, we noemden het al, onderbesteding en de analyse van de rekeningresultaten. De vervangingsinvesteringen komen daarbij aan bod. Beleidswensen en autonome ontwikkelingen. En de doorrekening van de effecten op de groei van de stad. Zowel positieve als negatieve aspecten zitten daar dan in. En het zoeken en inventariseren doen in drie zoekrichtingen. Mogelijkheden zonder directe maatschappelijke effecten. Met maatschappelijke effect. Als je echt gewoon met voorzieningen gaat stoppen of kwaliteitsniveaus lager maakt.
En de relatie met verbonden partijen, waar we natuurlijk relatief veel werk aan uitbesteden. En wat heel erg belangrijk is, is dat we dan ook op tijd, nog voor dat we die ombuigingsvoorstellen aan de raad als input van de Kadernota aan kunnen leveren, ook beeldvormend en opiniërend in gesprek kunnen met u als gemeenteraad, maar natuurlijk ook met de stad. Dat moet ertoe leiden dat we voldoende input hebben om een raadsvoorstel te maken voor de Kadernota 2025, die natuurlijk uiteindelijk resulteert in de begroting 2025. Maar dat weet u allemaal. Alleen daarmee is het werk op zich niet af, want daarna hebben we de besluiten van wat wel en wat niet geëffectueerd gaat worden. En vervolgens gaan we dat dan implementeren en effectueren. Dat zal vanaf ’26, ’27, ‘28 steeds verder een ingroeimodel zijn. Kijkend naar die stappen die we gaan zetten om te komen tot dat zoeken en inventariseren, is morgen daarvan de eerste sessie. We hebben ervoor gekozen om dat met een hele brede ambtelijke vertegenwoordiging te doen, zodat we ook goed kunnen voorbereiden hoe dat die voorstellen in elkaar zitten. We hebben ervoor gekozen om dat op zo'n manier te doen dat mensen elkaar op ideeën kunnen brengen aan de ene kant en aan de andere kant ook aan kunnen scherpen. Want iedereen snapt ook, dertig miljoen is echt heel veel geld. En als je dat gewoon niet goed samen doet, dan lukt het niet.
En zit je uiteindelijk in de situatie dat bij de afdeling Control echt gekeken moet gaan worden van, dan moet het zo. En dan weet je één ding zeker, dan zijn het niet de voorstellen die je het liefst zou willen voorleggen. Dat is de reden waarom dat ik denk dat we aan de ene kant de druk groot genoeg hebben om te zorgen dat we, laten we zeggen, voor kerst ambtelijk voldoende voorstellen hebben. Morgen gaan we, onder leiding van externe begeleiders, maar ook met wisselwerkingen binnen de teams, elkaar op ideeën brengen om te komen tot een eerste stap in ieder geval in de aanpak om tot uiteindelijk een raadsvoorstel over de Kadernota te komen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Oosterhout. Zijn er vragen? Mijnheer Stam.
25
De heer Stam: Jazeker, we hebben er een aantal, voorzitter. Laat ik beginnen met Arcade. Net werd er een opmerking gemaakt door mevrouw De Graaf van, of die contracten nog wel houdbaar zijn. Wat wordt ermee bedoeld? Meer geld bij of helemaal terugdraaien? Een tweede vraag die ik heb is van, als je kijkt naar het opstellen van de begroting en bezuinigingsvoorstellen, stel dat we Arcade meer geld moeten geven, wat betekent dat voor lopende contracten? Onlangs heb ik ook een opmerking er over gemaakt in de gemeenteraad. Is een contract met HVC afgesloten, langdurig. Kan daar nog op bezuinigd worden? Want het heeft ook een forse omvang. De gemeenschappelijke regelingen die op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen toch wel een bijzondere positie hebben, waarmee het algemeen bestuur een besluit neemt. Zijn wij dan in staat om die te omzeilen en daar ook een forse bezuiniging neer te leggen? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Graaf. De heer Heijkoop: Die zijn echt te politiek, deze vragen. De ambtenaar kan niet op dit soort vragen ingaan. Dat ga ik haar niet aandoen. De voorzitter: Kunt u hem misschien wat technischer stellen, want dan kan de ambtenaar, mevrouw de Graaf, daar antwoord... De heer Stam: Jeetje, maar je zit me nu wel aan het denken, Arcade technisch gezien.
Is het bedrag wat nu overgeheveld is voldoende of niet om de opdracht te voltooien? Of moet daar dan geld bij? Wat was de strekking van de opmerking die werd gemaakt van, is dat nog houdbaar? En dan de gemeenschappelijke regelingen. Kunnen wij daar een bezuinigingstaakstelling op loslaten, buiten een algemeen bestuur om? Die is volgens mij ook redelijk technisch. En de derde is eigenlijk van, de contracten die wij nu hebben afgesloten, onlangs of langlopend, zijn die ook nog beïnvloedbaar? De voorzitter: Ik zie mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Ik kan voor een deel wel een poging wagen. En als het te politiek wordt, dan denk ik dat wethouder Heijkoop daar verder op reageert. Het voorstel van Arcade wat werd genoemd, dat is echt een illustratie van wat zou kunnen. Dat is iets wat we in die voorstellen verder uit moeten werken en uiteindelijk bij u iets wegleggen als raad. Gedetailleerder dan dit kan ik het op dit moment nog niet zeggen. Het is wel iets wat we meenemen en verder uitzoeken, want er zijn misschien ook wel verschillende oplossingsrichtingen voor. Voor wat betreft de GR-en geldt doorgaans dat wij als gemeente ook een bepaalde beleidsvrijheid hebben en we een bepaalde opdracht bij een gemeenschappelijke regeling weg kunnen leggen, die dat dan vervolgens verwerken. Die beleidsvrijheid is er wel.
Maar ook dat is iets wat we in die voorstellen verder meenemen om te kijken, wat zijn de consequenties en op welke manier zouden we het in kunnen voeren? De voorzitter: Mijnheer Damen.
26
De heer Damen: Mijn vraag is of de grote projecten of de Agenda 2030-projecten ook voor heroverweging in aanmerking komen? Want daar gaat een enorme bak geld naartoe. De voorzitter: Duidelijke vraag. Wie kan ik het woord geven? Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: In principe is het zo dat wij in de ambtelijke voorbereiding alles bekijken wat we voor zouden kunnen stellen om mee te nemen. En als dit daar een onderdeel van wordt, geldt ook weer eigenlijk net wat ik bij het antwoord van mijnheer Stam gebruikte, zullen we daar de voor- en de nadelen bij noemen en vervolgens voorleggen. De voorzitter: mijnheer Roggekamp. De heer Roggekamp: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, dertig miljoen bezuinigen is natuurlijk best wel veel. Ik ben ook blij dat de ambtenaren in eerste instantie willen kijken van, waar zitten mogelijkheden, waar zitten dingen? Maar ik denk toch dat een heel groot gedeelte de politieke keuzes moeten zijn. Wanneer hebben wij de ruimte om voor de Kadernota, waar het behoorlijk uitgewerkt is, al mee te kijken van wat politiek acceptabel of niet is in die bezuinigingen? En waar we de politieke keuzes willen maken om meer of minder op te bezuinigen. De heer Van Oosterhout: Ik vind het wel ingewikkeld, deze vraag.
De heer Roggekamp: Het is voor mij heel technisch van, waar zit er ruimte om dat te doen, om te voorkomen dat we in de Kadernota de discussie krijgen? Het is niet welke keuzes? Weet je, dat is echt politiek. Maar meer... Mevrouw Boom-Vos: Zal ik hem technisch stellen, want ik had dezelfde vraag. Want je zegt, dertig miljoen is ongeveer vijf procent van de begroting. Wat van onze begroting ligt al vast aan wettelijke taken en wat is daarnaast nog ombuigbaar? De voorzitter: Is deze nu duidelijk? Van mij mag het, want kijk, ik wil wel duidelijkheid hebben. Ik heb liever dat het gewoon duidelijk wordt, dan dat we met vragen blijven zien. Mevrouw Koene: Maar voorzitter, deze is ook gewoon heel technisch te beantwoorden. De voorzitter: Vind ik wel. Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Technische antwoord op de vraag van de heer Roggekamp is in ieder geval dat we dat in participatietrajecten doen wat we nu ook voorbereiden. En dat zal ongeveer februari, maart volgend jaar moeten zijn, zodat we een eerste gevoel hebben van de raad voordat het college dit bespreekt. Andere vraag, die kan ik niet beantwoorden. De voorzitter: Mevrouw De Graaf.
27
Mevrouw De Graaf: De andere vraag, wat precies wettelijk en niet-wettelijk is, dat kan ik niet beantwoorden. Maar wat ik wel kan beantwoorden is dat ongeveer 17 tot 20 procent van onze begroting beïnvloedbaar is. Dat is niet helemaal berekend, maar dat is op basis van benchmark van gemeentes van gelijke grootte. We hebben ongeveer een begroting van 685 miljoen. Zeg even afgerond 700 miljoen. Als je dan even van 20 procent uitgaat, dan is 140 miljoen beïnvloedbaar. De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Dan moet die dertig miljoen geen probleem zijn. Ik heb een paar vragen. Ik zal proberen het zo technisch mogelijk te houden. De voorzitter: Ik krijg nu een tip. Als u met hoe begint, dan wordt hij wel technisch. De heer Portier: Een flink deel van de bezuinigingen wordt noodzakelijk door te verwachte kortingen van het Rijk, waarvan we dan ook weer verwachten dat ze eigenlijk mee gaan vallen. In hoeverre is het juridisch houdbaar om gewoon een stelpost op de begroting op te nemen van, wij gaan er gewoon vanuit dat we uiteindelijk dit bedrag gaan krijgen, ook al is het nog niet toegezegd. Is dat wettelijk houdbaar? Dat is één vraag. Tweede vraag is van, een deel van de investeringen die we doen, is eigenlijk ten bate van commerciële partijen. Als ik even naar de Sportboulevard ga kijken. De gemeente heeft het gebouwd. Wordt geëxploiteerd door Optisport.
Wordt er ook gekeken naar de mogelijkheid dat dan die commerciële partijen hun eigen accommodaties exploiteren zelf gaan vervangen? Dat is het tweede punt. En het derde punt is van, als we straks een Kadernota krijgen en daarna weer de begroting, krijgen we eindelijk een inzicht in wat voor mensen bij de gemeente werken, in wat voor aantallen in en in wat voor functies? Misschien is dat laatst een politieke vraag. De voorzitter: Wie kan ik het woord geven? Mevrouw De Graaf. Mevrouw De Graaf: Ik zal een poging wagen. We hebben de korting van het Gemeentefonds volledig verwerkt in onze begroting. Dat is ook conform het VNG-advies, wat toen is aangenomen. Dat hebben ze ook gezegd van, begroot zo realistisch mogelijk. Daar is ook onze begroting op gebaseerd, dat het begrotingsjaar 2026 op die ongeveer afgerond min dertig miljoen uitkomt. Een stelpost opnemen, is dat realistisch? Wij hebben gewoon realistisch begroot, conform zoals het ook aan ons is opgelegd, conform met VNG-advies. Wij hopen niet, dat we verwachten, maar we hopen dat de nieuwe regering met wat verzachting gaat komen van die korting op het Gemeentefonds. Verwachten, dat weet ik niet. Als we de verkiezingsprogramma’s bekijken, dan heeft elke partij wel wat over gemeenten en het Gemeentefonds gezegd. Maar het is afhankelijk van de nieuwe coalitie waar er uitkomt. We volgen dat op de voet.
Meer kan ik er eigenlijk niet over zeggen. Dat van Optisport is meer een politieke vraag. De voorzitter: Is het duidelijk, mijnheer Portier, het antwoord?
28
De heer Portier: Ja, het is duidelijk. Ik had strikt genomen wel gevraagd van, is het wettelijk mogelijk om anders om te gaan? Maar gezien het feit dat het VNG-advies een advies is, ga ik ervan uit dat het inderdaad wettelijk mogelijk is om daar anders mee om te gaan. Dat is dan mijn conclusie. En de vraag of zaken als Optisport of daarnaar gekeken wordt, ik zie dat wel als een technische vraag. De vraag is gewoon, wordt ernaar gekeken, ja dan nee? De heer Van Oosterhout: Het antwoord is dat niet anders als wat ik net aan de PvdA heb gegeven. Kijk, er zijn in principe geen dingen die we niet gaan onderzoeken. Daar is ook de club morgen groot genoeg voor om dat ook echt te kunnen doen. Ik kan me voorstellen, kan me niet voorstellen, ik verwacht niet anders dan dat er ook over dit vraagstuk een aantal voorstellen zullen komen hoe we dat zouden kunnen doen. Maar ik kan er niet op vooruitlopen hoe dat ze eruitzien. De voorzitter: Volgens mij had mijnheer Portier nog een vraag. Hoeveel mensen werken bij de gemeente? Wat was de vraag, mijnheer Portier? De heer Portier: De vraag is van, krijgen we daar eindelijk inzicht in? Maar dat is misschien een vraag die ik een keer aan de wethouder zal moeten stellen. De voorzitter: Dan gaan we over naar mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Dank u wel. Ik ben het helemaal eens met dat jullie de korting al helemaal verwerken.
Maar er zitten, zoals je zegt, nog wel heel wat mitsen en maren aan. Demissionair kabinet is heel belangrijk of dat een opschalingskorting toch niet doorgegeven wordt. Ik was gister bij het VNG-congres. Daar waren ze heel positief dat die er afgaat, maar niet concreet. Wanneer is voor jullie de deadline om die zekerheid te hebben? Is dat in maart, is dat in april, om verder te kunnen? En dan hebben wij ook die zekerheid. De voorzitter: Duidelijke vraag. Wie het woord? Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Wat je sowieso zal merken, is dat wij een aantal zekerheden pas later zullen krijgen dan dat we graag zouden willen in dit traject. En daar zullen we op goede manier in de procedure... Sorry? De heer ...: Net het echte leven. De heer Van Oosterhout: Daar begint het wel op de lijken inderdaad. Daar zullen we mee om moeten gaan. En dat hangt in dit geval natuurlijk vooral af van wanneer er een nieuw kabinet is en hoe dat het demissionaire kabinet daar nog op reageert. We zullen constant momenten hebben waarop we meer zouden willen weten dan dat we daadwerkelijk weten. Maar dat is eigenlijk met alle circulaires normaal gesproken ook. Daar ga je op een gepaste manier mee om, zoals ze dat dan normaal doen. De voorzitter: Een vervolgvraag, neem ik aan. Mevrouw Boom.
29
Mevrouw Boom-Vos: Meer een verdiepingsvraag. Om de Kadernota rond te kunnen krijgen, wanneer moeten wij als gemeente een deadline stellen van, dan moeten we maar van een uitgangspunt uitgaan? De heer Van Oosterhout: Dat is de reden waarom dat we dit proces eigenlijk helemaal als aanloop willen doen voor de Kadernota 2025. En dan doen we het procedureel eigenlijk zo normaal mogelijk. Bij het vaststellen van de Kadernota is dat. En dan geldt weer, eigenlijk wat ik net ook zei, wat we dan al weten. Daar kan over geïnformeerd en over besloten worden. Kan het college voorstellen over doen. En wat we nog niet weten, daar zullen we dan op die manier mee om moeten gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolkiliç. Dan mevrouw Nieuwland. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Ik heb de vraag ook al een keer tijdens de Auditcommissie gesteld. Maar aangezien dit toch grotendeels herhaling is, breng ik hem hier ook nog weer een keer op. Hoe kan de raad input geven voor de ombuigingslijst? Als ik jullie presentatie zie, dan zie ik meer een plek voor de raad op het moment dat jullie als het ware met een lijst komen. Waar ik zelf bang voor ben, is dat je dan het direct terugkrijgt van, maar hebben jullie al aan dit gedacht en hebben jullie dat wel eens doorgerekend? Er zijn namelijk gewoon wensen, volgens mij, of mogelijkheden die de raad ziet. De voorzitter: U buigt naar een politieke vraag.
Maar hem alsjeblieft wat technisch. Mevrouw Nieuwland-van den Bosse: Dan toch, hoe kan de raad input geven voor de ombuigingslijst? De voorzitter: Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Daarbij geldt inderdaad weer het proces zoals we het hebben gedaan. In februari krijgt u het voorstel. En dan kunt je inderdaad ook aanvullingen doen als u dat wenst, aanvullende vragen stellen, zodat wij dan nog de periode hebben tot maart, april om dat verder uit te werken. Zodat we uiteindelijk het voorstel van het college richting de raad kunnen brengen voor de Kadernota. Dat is eigenlijk precies de reden waarom dat we in ongeveer maart de geluiden van de raad willen halen als reactie op de voorstellen die we dan hebben gedaan. De voorzitter: Dan mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Even over de tijdlijn. Want we hebben het hier over het ravijn 2026 van 30 miljoen, wat misschien nog een beetje aangepast wordt door het nieuwe kabinet. Hoeft ook geen probleem te zijn, want 2022 was het bedrijfsresultaat 38 miljoen positief. Voor 2024 en 2025 kunnen we natuurlijk in principe een normale begroting opstellen, zonder bezuinigingen. Het is hartstikke goed dat je allemaal gaat onderzoeken waarop je kan bezuinigen. Maar is het college van plan om die al in 2024 en 2025 te gaan invoeren?
30
Wat tegen het advies van het VNG. Die heeft gezegd, doe het nog niet. Want als je het eenmaal doet, dan is het lastig om terug te draaien. Dat wil ik graag weten. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Ik probeer het zo niet politiek mogelijk te doen. Kijk, er ligt nu een meerjarenperspectief wat negatief sluit in 2026, met 26 miljoen en 29 miljoen in 2027. In het voorstel wat het college aan de raad doet, zal een aantal maatregelen zitten die misschien niet gelijk voor ‘24 gelden, maar wel voor daarna. Het gaat erom dat er uiteindelijk weer een gezond meerjarenperspectief komt. En dan is het vervolgens aan het college en aan u raad om daar een besluit over te nemen wanneer wat ingaat en wat niet. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kolkiliç? Weer niet? Dan mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Eigenlijk even vanwege het antwoord wat net werd gegeven aan de heer Wringer, want dat raakte inderdaad vrij politiek, wat logisch is. Want als je denkt, we gaan keuzes maken over financiën, dan zijn dat ook vaak politieke keuzes. Maar ik denk dat zijn vraag voornamelijk was dat er een mogelijkheid is om te kijken naar politieke keuzes op een eerlijk moment. En dan de vraag is, wordt dat gedaan? Niet wat is de politieke keuze, maar zit dat in het spel, ja of nee? Het kan zijn nee, dat zit er nog niet in, maar we gaan het wel overwegen.
Of ja dat zit erin, wat we morgen gaan bespreken, daar wordt het in meegenomen. Het is natuurlijk wel een interessante tool om mee te spelen. De heer Van Oosterhout: Zeker. En dat is precies de reden waarom dat we qua procedure zo goed mogelijk aan willen haken aan het normale P&C-proces. Kadernota en begroting, daarin maakt u met elkaar de keuzes. En het enige wat wij nu doen, is meer input leveren, maatregelen catalogiseren, zodat die keuzes ook daadwerkelijk gemaakt kunnen worden. Maar het afwegingsproces waar u naar op zoek bent, dat is het Kadernota- en begrotingsproces. De voorzitter: Voordat ik het woord aan mijnheer Damen ga geven. Ik heb helemaal aan het begin natuurlijk aangegeven dat een technische sessie wordt. Alleen als er behoefte is dat jullie denken van, we zitten toch met wat politieke vragen, ik sta daar wel open voor aan de ene kant. Maar laten we het houden bij... Want ik wil wel dat er ook gewoon duidelijke antwoorden komen. En mochten we geen duidelijke antwoorden krijgen, daar hebben we natuurlijk ook niet veel aan. Inderdaad. Laten we met mijnheer Damen verdergaan. De heer Damen: Voorzitter, ik heb een vraag die een beetje aansluit op die vraag die de heer Portier net stelde. Dat is een vraag naar informatie die dadelijk moet worden opgenomen in de Kadernota. De heer Portier vroeg naar het personeelsbestand van de gemeente en diezelfde vraag heb ik.
Maar dan ook graag een historisch perspectief van, hoe heeft zich dat de afgelopen jaren ontwikkeld en in hoeverre zijn dat mensen die in vaste dienst zijn dan wel of dat inhuurkrachten zijn?
31
Tweede vraag of tweede informatie waar ik behoefte aan heb, is wat betreft de bezuinigingen die een direct maatschappelijk effect hebben. Dan wil ik graag geïnformeerd worden in de Kadernota over niet alleen welke voorzieningen er wegvallen, maar ook voor welke doelgroep die voorzieningen bedoeld waren. Zodat je kunt zien waar de bezuinigingen in de stad terechtkomen, bij welke mensen. De voorzitter: Mijnheer Van Oosterhout. De heer Van Oosterhout: Eerste vraag kan ik zo niet beantwoorden. Tweede vraag neem ik kennis van. Dat is denk ik een tip voor ons mee te nemen. Mevrouw Koene: Voorzitter, mag ik via u een vraag stellen aan de heer Damen? De voorzitter: Ja, zeker. Dat mag. Mevrouw Koene: Want ik ben wel heel erg nieuwsgierig. Als je alle gegevens op gaat vragen voor het personeelsbestand en inhuur, enzovoort. En wat ga je er dan als politicus mee doen? De heer Damen: Dat weet ik nog niet. Maar ik sluit niet uit dat daar onverwachte dingen uit kunnen komen die aanleiding kunnen zijn om te zeggen van, we moeten in het personeelsbeleid anders gaan sturen. De voorzitter: Verder nog technische vragen? Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: U moet maar ingrijpen als het niet... Het is geen technische vraag. Ik hoor hier de vraag over personeelsgegevens of niet over personen, functiegegevens. Daar worden twee vragen over gesteld.
Ik wil wel daar wat tegengewicht aangeven, want wij vinden dat je daar wat mee doet en mee stuurt. Dat kan heel snel fout gaan. Dat heeft ook redenen waarom het nu niet verstrekt wordt. Ik wil alleen even tegengas... Het gaat mij niet om... Functieschalen mag je zo. Dat staat allemaal bekend. Maar je moet niet met onze kennis eenzijdig gaan zeggen dat bepaalde functieschalen te veel of te weinig zijn. Daar hebben wij inhoudelijk geen verstand van. Ik wil alleen even tegengas geven dat deze vragen voor ons niet gelden. Dat het niet representatief zou zijn voor onze partij. De voorzitter: Duidelijk. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Er wordt natuurlijk verwacht dat we weer dividend van Stedin gaan krijgen. Stedin is natuurlijk een paar jaar geleden gestopt, omdat ze zeggen van, we hebben het geld nodig voor investeren. Het Rijk is ingestapt. En dat heeft ons aandeel van ruim negen procent naar iets onder de acht procent gebracht. Wat is de verwachting van het dividend? Komt dat weer op het niveau te liggen van toen ze nog wel dividend uitkeerden of is dat veel hoger, veel lager of iets anders? De voorzitter: Mevrouw De Graaf.
32
Mevrouw De Graaf: Er is recentelijk een raadsinformatiebrief naar de raad gestuurd waarin deze informatie staat. Ik heb het niet paraat. Ik wil graag verwijzen naar de raadsinformatiebrief. We gaan ongeveer uit van vier tot vijf miljoen per jaar, gemiddeld, maar de exacte cijfers weet ik niet. De heer Wringer: Sorry, voorzitter. Maar de exacte cijfers is natuurlijk afhankelijk van de prestatie van Stedin. Dat begrijpt iedereen denk ik wel. De voorzitter: Zijn er nog andere vragen? Zo niet, dan kunnen we richting een afsluiting. Is deze informatie voldoende om hiermee verder te gaan? Of zeggen wij nee, dit is niet voldoende, wij willen een oordeelsvormend overleg? Of kan dit als hamerstuk door naar raad? Het is een raadsvoorstel. Mijnheer Portier. De heer Portier: Wat mij betreft als hamerstuk, want politieke keuzes komen uiteindelijk bij de Kadernota. De voorzitter: Mijnheer Stam nog. De heer Stam: Daar sluit ik me wel bij aan. Maar dan toch nog een politieke vraag. Of het college bereid is om contracten die worden afgesloten onder bevoegdheden van het college zelf eerst met de raad te delen, voordat daar de financiën aan gekoppeld worden? En dan doel ik weer op een HVC. Kost tientallen miljoenen. En wij willen daar eigenlijk toch, zeker vanuit onze partij, goed naar kijken van wat daar de mogelijkheden in zijn om te bezuinigen.
Om niet achteraf geconfronteerd te worden met van, dit is nu afgeslote, ligt vast, kunnen we niks meer mee. De voorzitter: Maar ik denk niet dat we hier een antwoord op kunnen krijgen. De heer Stam: Waarom niet? De voorzitter: Volgens mij is het gewoon een politieke vraag die u stelt. De heer Stam: Ik ging naar het toilet. Daarvoor werd gezegd volgens mij dat we toch ook nog politieke vragen mochten stellen. Of heb ik dan in die drie minuten iets gemist? De voorzitter: Die optie ligt er niet meer hoor, want we zijn tot een eindoordeel gekomen nu. En mijn vraag is nu, kan dit door als hamerstuk? Ja? Want ik zie de meeste knikken. En mochten er nog vragen... Dan sluit ik de vergadering hierbij. De heer Heijkoop: Voorzitter, er is een paar keer gesproken over dat we dertig miljoen moeten bezuinigen. Een feitelijke correctie. We hebben een zoektocht naar dertig miljoen. De bezuinigingen zullen naar verwachting lager zijn. Dat is even voor de feitelijkheid voor het verslag. De voorzitter: Hier neem ik kennis van. Het stuk, raadsvoorstel, kan als hamerstuk door naar de raad. Ik wil jullie allemaal bedanken voor jullie komst. En fijn avond.
33
7. Agenderingsverzoek college over Bespreking Hoofdlijnennotitie inzake Uitvoeringsprogramma Nationaal Programma Dordt West 2024-2026 (consultatie) Voorzitter: De heer Portier Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. De Heer (CU/SGP) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Klerk (CDA) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Laban (CU/SGP) Mevr. Lammens-Oostdijk (VVD) Dhr. Roggekamp (Gewoon Dordt) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop, wethouder M. Merx Overige aanwezigen: mevr. Vermaat De voorzitter: Ik open deze vergadering. Wat betekent dat op dit moment alleen ik nog even aan het woord ben om jullie welkom te heten. Een consultatieve vergadering over het Uitvoeringsprogramma voor Dordt West. Consultatief wil zeggen dat het college ons wat vragen gesteld heeft. Dat ze een verhaal gaan houden. En dat we daarop kunnen reageren. Dat de fracties kunnen aangeven wat hun wensen zijn. Betekent niet dat er besluiten genomen worden. Het college kan er verder geen rechten aan ontlenen. Maar ze halen op wat we op dit moment vinden. Welkom allemaal welkom, ook onze wethouders de heer Heijkoop en de heer Merx. En welkom aan mevrouw Vermaat, die een presentatie zullen gaan geven. Voor we beginnen doe ik eerst even het bekende voorstellingsrondje.
En tegendraads als ik ben, ga ik dan tegen de klok in en begin ik aan mijn rechterhand. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lammens, Dordtse VVD. De heer Roggekamp: Erik-Jan Roggekamp, Gewoon Dordt.
34
Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA. Mevrouw Vermaat: Mirjam Vermaat, programmamanager. De heer Merx: Marc Merx, wethouder. De heer Heijkoop: Peter Heijkoop, wethouder. De heer Portier: En ik ben Ronald Portier. Ik mag vanavond uw voorzitter zijn. En bij deze geef ik dan het woord aan de heer Heijkoop. De heer Heijkoop: Dank, voorzitter. Voor enkele inleidende beschietingen, denk ik dan. Voorzitter, het mag bekend zijn, Dordrecht is toegetreden tot het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid met het gebied Dordt West, bestaande uit de wijken Krispijn, Crabbehof en Wielwijk. Daar zijn we ontzettend blij mee. Hebben we ook hard voor gelobbyd, omdat in dat Nationaal Programma wordt fors extra geïnvesteerd vanuit het kabinet in een aantal gebieden in de grote steden, 19 steden, 20 gebieden, waar je veel impact kan maken door langjarig structureel te investeren in een aantal pijlers, in een aantal onderdelen. En dan gaat over wonen, de fysieke leefomgeving, de gezondheid van mensen, het leren ontwikkelen, de bestaanszekerheid van mensen en ook de leefbaarheid, de veiligheid in de buurten en straten.
Want zeker in Dordt West hebben we daar meer met elkaar op te lossen dan in andere wijken in Dordrecht. Waarbij we wel gelijk erbij zeggen dat onze inzet voor de rest van de stad onverminderd door blijft gaan. Alleen we zien ook dat in Dordt West is nog net iets extra’s nodig. Burgemeester Kolff heeft in een vorige sessie met u dat al doorgenomen. En ook al die getallen laten zien, waarmee geïllustreerd werd dat we hier echt het nodige moeten doen. Dit hele programma staat niet onder aansturing van de overheid, van de gemeente. Dat is ook vorige keer al met u gedeeld. De gemeente is een belangrijke partner in het geheel. Voor de rest zijn daar ook een aantal andere partijen bij betrokken. En die hebben zich verenigd in een alliantie. En dat zijn partijen vanuit het onderwijs, welzijn, de politie, OM. En denk ook aan de corporaties, die natuurlijk zeer van belang zijn. En met elkaar vormen zij de alliantie. En zij geven langjarig sturing aan dit programma. Laat onverlet dat de gemeente daar een belangrijke partner in is en dat wij natuurlijk ook het belangrijk vinden om u als raad goed mee te nemen in de plannen die zijn gemaakt. Er is eerder al een mooi stuk tot stand gekomen. En dat is volgens mij ook destijds wel met u gedeeld. Dat is het programma.
35
In redelijk abstracte termen, maar ook al daarin staat duidelijk van wat we daar te doen hebben met elkaar. Ook een aantal facts en figures, maar nog wel op een bepaald abstractieniveau dat concretere doorvertaling verdient. En daar zijn we nu mee bezig. En uiteindelijk moet dat geconcretiseerd worden in een uitvoeringsprogramma. En daar willen we u ook graag bij betrekken. En daar is deze consultatiesessie voor bedoeld. Wij hebben een hoofdlijnennotitie met u gedeeld. En wij hopen eigenlijk dat u wilt reflecteren en zaken wil meegeven aan de hand van deze hoofdlijnen, die wij mee kunnen nemen, die wij in kunnen brengen in het overleg van de alliantie. En dat we op die manier dit ook verder kunnen uitwerken. En voorzitter, dan nog een paar laatste opmerkingen. Dat gaat ook over de programmapijlers. Want die alliantie, daaronder zitten vijf stuurgroepen. Daar zitten bestuurders in en daaronder zitten ook weer werkgroepen. En die pijlers staan ook in de hoofdlijnennotitie. En die staan ook onder leiding van leden van de alliantie. Bijvoorbeeld leefbaar en veilig staat onder leiding van collega Merx. Dat wist jij ook al, denk ik. Dat hebben we vorige week besproken. Dat vonden we allemaal een goed idee. Arbeidsmarkt, bestaanszekerheid zal ik voorzitten. Leren ontwikkelen, zal de bestuurder van Nestas doen. Gezonde samenleving vanuit de welzijnsorganisatie, meen ik.
En wonen en fysieke leefomgeving wordt getrokken door de bestuurder vanuit Trivire. Een deel van de andere stuurgroepleden bestaan dan ook uit mensen, voor een deel, buiten de alliantie. Ik zit zelf in drie van deze stuurgroepen, maar ook andere collega's uit het college zitten hier en daar in een stuurgroep, om op die manier breed te borgen. Uw opbrengst van vanavond, de opbrengst van die consultatie zal ook worden meegegeven aan de alliantie en aan die stuurgroepen om daarmee ook aan de slag te gaan. We hopen dat u ons wilt voeden om dit programma ook verder te brengen. En vorige keer hebben al met elkaar besproken dat we u ook regelmatig zullen informeren en dat we u zullen meenemen. En wij denken ook dat we dat op deze manier op een goede manier vorm kunnen geven. Maar misschien heeft u daar ook nog wel gedachtes over. Tot zover. De heer Portier: Dank u wel, wethouder. Hebben we toch weer een soort verbonden partijen erbij. Ik wil mevrouw Vermaat het woord geven, maar ik zag een vinger van mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Eigenlijk even de vraag waarom de heer Heijkoop in drie van de vijf stuurgroepen zit? Gewoon nieuwsgierigheid. De heer Heijkoop: Voorzitter, we hebben met elkaar besproken dat we vanuit het college in elke stuurgroep deel willen nemen. En we hebben gewoon gekeken naar de portefeuille. En wonen en fysieke leefomgeving kunt u zich denk ik voorstellen dat...
Er zitten trouwens in elke stuurgroep twee wethouders. Vanuit de portefeuille wonen en fysieke leefomgeving, leren en ontwikkelen en arbeidsmarkt en bestaanszekerheid. Zoals dat voor andere collega's voor andere stuurgroepen geldt. En voor de rest zit in die stuurgroepen ook mensen vanuit de wijk en vanuit de maatschappelijke organisaties. De heer Portier: Lijkt me duidelijk. Ik zag nog een vinger van de heren Damen. Daarna wil ik echt naar de presentatie van mevrouw Vermaat gaan.
36
De heer Damen: Er worden allerlei organisaties genoemd die in de verschillende stuurgroepen zitten. Ik heb de bewoners nergens horen noemen. Daar ben ik wel nieuwsgierig naar van, hoe die een positie krijgen in het hele verhaal? De heer Portier: Laten we eerst even naar de presentatie van mevrouw Vermaat... Misschien dat het dan aan de orde komt. En anders moet die vraag dan alsnog beantwoord worden. En anders is het waarschijnlijk het eerste deel van uw inbreng dat dat gewaarborgd moet worden. Mevrouw Vermaat, ik geef u het woord. Mevrouw Vermaat: Dank. Fijn om hier weer een keer aanwezig te mogen zijn. De laatste keer was in september inderdaad. Toen hadden ook consultatie over het twintigjarenplan. En dat heeft geresulteerd in een mooi boekje. Wij gaan nu aan de slag met ons eerste uitvoeringsprogramma. Die willen we in principe maken voor periodes van vier jaar. Maar we hebben nu een jaar geïnvesteerd in het opstellen van het twintigjarig programma. Vandaar dat het eerste uitvoeringsprogramma voor drie jaar zal zijn. Maar ook voor dit uitvoeringsprogramma geldt dat we het belangrijk vonden om u te consulteren. En dat is dan onderdeel van een groter geheel natuurlijk. We voeren ook veel gesprekken in de wijken met bewoners, met wijkprofessionals. Net als dat u dat denk ik ook regelmatig doet, met bewoners praten.
Ik ben benieuwd als we dat bij elkaar leggen of er dan nog verrassingen zijn of dat we veel herkenning zien. Ik heb een korte presentatie voorbereid. En hetzelfde geldt voor de presentaties voor de hoofdlijnennotitie, dat het eigenlijk vooral bedoeld is om de consultatie een beetje in te leiden, om misschien het gesprek, de discussie aan te zetten. Clark heeft mij een mooi apparaatje gegeven. Kijk. Nog eventjes de doelstelling van het landelijke programma. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid In twintig gebieden is dat actief. Wij zijn één van die twintig gebieden. De centrale doelstelling staat op de sheet. Het is het op orde brengen van de leefbaarheid en veiligheid de komende vijftien, twintig jaar en het verbeteren van perspectief. Daar hangen drie subdoelen onder. En die refereren zowel aan de fysieke omgeving als het sociaal aspect als het veiligheidsdomein. Deze zijn in al die gebieden hetzelfde. Er wordt ook een landelijke monitor met mooie kernindicatoren aan gekoppeld. En lokaal is het echt aan de gebieden om te kijken van, wat is er nu in jullie gebied nodig? Wat vraagt extra aandacht? En waar wil je in investeren? Dat resulteert voor ons in deze ambitie voor Dordt West. Wij hebben gezegd van, het is een programma voor twintig jaar, dan kunnen we ons ook echt erop richten dat het voor de volgende generatie beter is.
Eigenlijk het uitgangspunt van het programma is dat het nu zo is dat waar je wieg staat bepalend is voor hoe oud je wordt, hoeveel gezonde levensjaren je hebt, hoe je onderwijscarrière eruitziet en ook de baan die je later vindt. En dat zou niet zo mogen zijn. We willen echt die verschillen weghalen. Vandaar dat wij hebben gezegd van, we richten ons erop dat het voor de volgende generatie jeugd beter is dan dat dat nu is. En daarvoor investeren we uiteraard ook in het wonen, werken en leven van de overige bewoners. Een beetje in het kader van de it takes a village tot raise a child. We hebben iedereen nodig. Vandaar onze ambitie voor de komende twintig jaar. Ging het te snel? Ik zal geen Engelse termen meer gebruiken. De wethouder noemde het net al, we hebben vijf programmapijlers. Landelijk hebben ze het ook wel over wonen, gezondheid, onderwijs, werk en veilig. En wij hebben die iets om getuned... Dat weer een Engelse term.
37
Iets omgebogen naar een wat nadrukkelijkere benaming voor de pijlers, zoals wij daarmee aan de slag... En ze eindigen ook allemaal tweeledig. En dat vertaalt zich ook in de strategische doelen die we hebben geformuleerd. Bij de pijler wonen en fysieke leefomgeving zit dat zowel in de buitenruimte als in de stenen. Bij de pijler gezond en samen leven zitten ze in het wegwerken van gezondheidsachterstanden, of in ieder geval het verkleinen daarvan en de gemeenschapszin. Bij leren en ontwikkelen richt het zich zowel op de jeugd als ook op oudere mensen. We hadden net op de gang al even een gesprekje over aanpak van laaggeletterd, basisvaardigheden. Dat is ook iets waar je bij die pijler aan kunt denken. Het bieden van perspectief op betaald werk en een leven lang een stabiel inkomen hoort dan bij de pijler arbeidsmarkt, bestaanszekerheid. En uiteraard, niet te vergeten, het is het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, ook het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid is een doelstelling. Ik heb er een aantal uitgelicht op de sheets. Die zijn ook terug te lezen in de hoofdlijnennotitie. Preventie met Gezag is de eerste succesvolle aanvraag die we bij een van de betrokken ministeries hebben gedaan. Dat was het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Preventie met Gezag is een project dat zich richt op het weerbaarder maken van jongeren, maar ook voorkomen dat zij zich laten verleiden door het criminele circuit of aan- of doorgroeien in de criminaliteit. Wij hebben daar, kom ik zo nog op terug, de regeling Kansrijke Wijk. Onze vraag eigenlijk aan de ministeries was om hetzelfde te doen wat ze tegen ons zeggen, namelijk integraal werken en domein overstijgend. En het eerste wat de ministeries daar in ieder geval concreet ook in hebben gedaan, is om één specifieke uitkering samen te bundelen van verschillende budgetten bij diverse ministeries, waar wij één aanvraag voor konden doen in plaats van dat we iedere keer aparte aanvragen moeten doen. Wijkproject Werken in de energietransitie, dat is ook al gestart. Dat is ook een mooie verbinding, omdat het enerzijds gaat om de opgave die we hebben in de energietransitie en anderzijds gekoppeld wordt aan het onbenut arbeidspotentieel. Zijn best nog wel veel mensen in de wijken die wel willen werken, maar dat nog niet doen. Of meer zouden willen werken dan dat ze nu doen. En die worden nu benaderd en krijgen een opleiding ook aangeboden van maximaal tien weken, moet je dan aan denken, bij De Beroepentuin. En dat is eigenlijk een win-winsituatie. Want we hebben een opgave in de energietransitie. We hebben daar mensen voor nodig. En die komen we nu tekort.
Er zijn mensen die aan het werk willen. En je kunt een bijdrage leveren door in je eigen wijk aan de slag te gaan. De eerste enthousiastelingen hebben zich al gemeld. En het Volkshuisvestingsfonds, daarvoor hebben wij een aanvraag ingediend. Mij is van de week verteld dat de wethouder volgende week gebeld gaat worden. We wachten in spanning af wat de uitkomst is. Daar is fors overvraagd op het budget dat beschikbaar is. Het voordeel is wel dat, omdat wij een van die stedelijke focusgebieden zijn, wij een aantal punten cadeau kregen, als het ware. Volgens mij kon je bij wijze van speken maximaal 100 punten scoren en wij kregen er 12,5 cadeau bij de start. We staan al iets voor. En dan hopen we dat onze aanvraag voldoende is. Preventie met Gezag noemde ik net al. Dit is de ambitie en de doelstellingen die wij daarbij geformuleerd hebben. En het mooie hieraan is dat dit wel echt al is toegekend. We krijgen voor de komende periode, tot met medio 2026, 4,3 miljoen. En dat is echt wel een fors budget. Ook als je het vergelijkt met de andere budgetten die we lokaal hebben voor het veiligheidsbeleid. Het mooie hieraan om te noemen, is dat wij gestart zijn met een jeugdboa.
38
Die hadden wij nog niet in Dordrecht. Een jeugdboa voor Dordt West, die zich echt ook op de jonge doelgroep gaat richten en die wel samen oploopt met de wijkhandhavens die er al zijn. Maar zich wel echt op de jongeren gaat richten. Hele enthousiaste jongeman, die al druk bezig is om overal kennis te maken. Uitbreiding bij leerplicht. We hebben gezien dat het risico van schoolverzuim en schooluitval toch wel een belangrijke risicofactor is om op het verkeerde pad terecht te komen. Er is een extra leerplichtconsulent. En er staat een vacature open voor nog een leerplichtconsulent. Bij jongerenwerk komt er uitbreiding en ook een extra wijkagent. Dat zijn al een aantal stappen die gezet zijn, waar we mee aan de slag gegaan zijn. Dan de regeling Kansrijke Wijk, die ik net al even noem. Daar zitten meerdere onderdelen in. Dat is het integrale aspect, wat terugkomt doordat meerdere ministeries de krachten gebundeld hebben. Vanuit SZW zijn dat preventie van armoede en schulden, re-integratie arbeidsmarkt, veerkracht en weerbaarheid. Re-integratie arbeidsmarkt, dat budget wenden we onder andere aan om het wijkproject Werken in de energietransitie te financieren. Ontwikkeling jonge kind zit erin vanuit het ministerie van OCW. Stimulans gezonde leefomgeving vanuit het ministerie van VWS. En er komen ook nog middelen voor onze programmaorganisatie vanuit BZK.
En we hebben hier een aanvraag voor ingediend. En ik hoopte eigenlijk dat ik nu al kon vertellen dat wij daar uitsluitsel over hadden gekregen, maar dat zal waarschijnlijk ook volgende week worden. Dat is ook weer meer een mooi iets. In de wandelgangen werd gezegd dat het er goed uitzag. Dat is mooi. Volkshuisvestingsfonds, zijn we ook nog even in spanning. Overigens voor de Kansrijke Wijk, daar geld geen cofinancieringseis. Bij het Volkshuisvestingsfonds geldt dat wel. Bij Preventie met Gezag ook. Dat hebben we met name gehaald uit de inzet van mensen die nu al worden ingezet op jeugd en veiligheid. Bij het Volkshuisvestingsfonds geldt een cofinancieringseis van dertig procent. Op het moment dat wij weten of we wat krijgen en zo ja wat we krijgen, zal het college ook zo snel mogelijk bij de raad op de lijn komen hoe we dat gaan regelen. De heer Portier: Ik laat even de presentatie afmaken. En dan de vragen, als het kan. Mevrouw Vermaat: Over de cofinanciering? De heer Portier: Als het alleen maar verduidelijking is, dan kan het... De heer Klerk: Wat is de cofinancieringseis? Mevrouw Vermaat: Daar kan ik wel iets algemeens over zeggen. Het Rijk zegt eigenlijk van, wij gaan extra investeren in jullie stedelijk focusgebied, maar dan verwachten we ook gemeente en lokale partners dat jullie iets extra's daar doen.
Want als jullie niks extra’s doen, of juist dan gaan schuiven en het in andere wijken gaan investeren, dan halen we die ambities niet. Vandaar dat er op sommige onderdelen een cofinancieringseis geldt. En voor het Volkshuisvestingsfonds is hij, zoals gezegd, dertig procent. Deze keer richten ons met name op particuliere woningvoorraad in Crabbehof en de verduurzaming. En mogelijk een volgende tranche, als we daarvoor weer mee kunnen doen, ook kijken naar Krispijn. En dan tenslotte nog de planning, waarvan een deel van de data al gepasseerd zijn. Het college is geconsulteerd. We hebben afgelopen donderdag met de alliantie samen gezeten. Vanavond hier.
39
En dan hopen wij in het eerste kwartaal volgend jaar onze uitvoeringsprogramma gereed te hebben. En het voorstel zou dan ook zijn, omdat dat een uitvoeringsprogramma is waar echt op inspanningsniveau staat wat we gaan doen en hoe we dat gaan financieren, om dat dan ook weer bij u terug te leggen. Ook juist vanwege die eis van cofinanciering, hoe we dat goed kunnen vormgeven. En dan heb ik nog een afsluitende. En daar staat alleen maar einde op. En misschien nog een toevoeging ten aanzien van de hoofdlijnennotitie, die ook is meegestuurd. De hoofdlijnennotitie is echt als een soort tussenproduct bedoeld, om het gesprek te voeren. En eigenlijk gericht op drie elementen. Om te laten zien wat we nu nieuw gaan doen, welke nieuwe budgetten we ervoor aan kunnen vragen en ook om de verbinding en de integraliteit aan te tonen. Dat we met de andere opgaven van de gemeenten, maar ook andere programma's van andere partners de verbinding leggen om totaal te versterken. Bewonersbetrokkenheid moest ik nog iets over zeggen. Dat klopt. De heer Portier: Kunt u daar nu iets over zeggen? Mevrouw Vermaat: Zal ik dat nog even doen? De heer Portier: Neemt u dat gelijk even mee. Mevrouw Vermaat: Bewonersbetrokkenheid. Wij begonnen met het programma en toen was het ideaalplaatje een alliantie met allemaal bestuurders en daar zitten dan ook bewoners aan tafel.
En dat is in theorie heel leuk, maar in de praktijk hadden wij het idee, volgens mij is dat niet de beste oplossing en moeten we dat op een andere manier gaan organiseren. En willen we het ook vooral aan de bewoners vragen hoe zij dat voor zich zien en waar zij behoefte aan hebben. En dat kan dan ook verschillen per wijk. Ik heb zelf twee weken terug in Oud-Krispijn gezeten met een hele groep bewoners, om ook aan hen te vragen waar zij behoefte aan hebben. Of het iets moet zijn van een wijkberaad. En ook gevraagd, welke thema's willen jullie met ons het gesprek over aangaan en wat heb je daar dan voor nodig? Er zijn best wel wat thema's genoemd die zij belangrijk vinden en waar ze ook echt over willen meedenken, meepraten. Deels bekende thema's, denk ik. Afvalproblematiek, veiligheid, sociale cohesie in de wijk. En ze hebben nu de opdracht op zich genomen, ook zelf daar het initiatief toe genomen, om dat verder uit te werken. En dan komen ze weer bij ons op de lijn wat ze nodig hebben en hoe ze mee willen denken. En wij willen zo'n zelfde soort gesprek aangaan in de andere wijken. Waar eigenlijk het uitgangspunt is dat het op de agenda staat en dat we aan bewoners vragen, waar wil je over meedenken en hoe wil je erover meedenken? In dat plaats van dat ik bijvoorbeeld ga bepalen van, over een maandje wil ik het hebben met jullie over afval. En op die plek en op dat tijdstip.
En dat ik dan ook al een beetje weet wat er uit moet komen. Want dat is toch wel vaak wat er gebeurt. Dat willen we nu anders doen. En we denken dat we dan beter de energie te pakken krijgen dan dat we zeggen, er mag één bewoner aan de alliantietafel zitten. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie al een vinger. Zo direct is het woord aan u. Nog even ter herinnering, de vragen die hier voorliggen, die het college eigenlijk aan ons gesteld heeft zijn van, kunnen wij ons vinden in dit overzicht van deze inspanningen? Zijn er zaken die we missen of aandachtspunten die je mee wilt geven?
40
En kunnen we instemmen met het vervolgproces? Hoe toegewerkt gaat worden naar de uiteindelijke besluiten. En dan zag ik een vinger van de heersen Safranti. Zegt u het maar. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ik wil zeker wel wat tips meegeven. Ik vind het een prima idee trouwens dat we dit ook gaan investeren in onze, tussen haakjes, achterstandswijken. Hoe dan ook, dat is het wel. Want daarom krijgen we ook heel veel geld daarvoor. Vroeger heette dat Vogelaarwijken. En daar hebben wij in het verleden veel kennis en ervaring opgedaan. En wat ik wil meegeven is, maak daar alsjeblieft gebruik van, van de kennis en ervaring van de ambtenaren, maar ook van de initiatieven in de wijken die toen bestonden. Ik weet niet of ze nog steeds bestaan, maar ik weet wel dat Wijk voor Wijk volgens mij nog steeds wel bestaat in Wielwijk. Zo’n Buurtserviceteam, Crabbehof, inderdaad, die was er ook nog. Vroeger had je ook een wijkverpleegkundige, een werkmakelaar. Diverse initiatieven in de wijken die heel laagdrempelig toegankelijk waren, wat uiteindelijk ook heel veel effect had voor zo'n wijk. Mijn tip zou zijn, maak daar alsjeblieft gebruik van, van wat er was. Ga het wiel niet opnieuw uitvinden. We hebben heel veel geld kregen. Het enige wat ik wel mis, in dit geval, is de ESF-gelden.
Want we zien gelukkig wel veel dat er budgetten zijn aangevraagd en dat we afwachtend zijn op budgetten. Alleen mis ik, wat ik net zei, de Europees subsidiefondsen. Daar zijn volgens mij heel veel mogelijkheden in. Ook nog een tip richting u, om daar even naar te kijken. En waar ik wel bang voor ben, als ik dit allemaal zo zie, als wij die wijken levendig, fleurig op gaan zetten straks en op gaan tuigen, dat de Vogelbuurt, Staart de volgende achterstandswijken worden. Sterrenburg 1. Dat we nu ook aandacht moeten gaan schenken richting die wijken, dat zij niet achterblijven. Dat waren mijn punten, tips en adviezen zo'n beetje. De voorzitter: Dank u wel. EFS is Europees Sociaal Fonds. Ik zie mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Niet uit nieuwsgierigheid, maar ik vraag me af, hoe worden die groepen mensen geselecteerd, burgers, de bewoners van die wijk waarmee u in gesprek gaat? De heer Portier: Dat is een concrete vraag. Wie kan die beantwoorden? Mevrouw Vermaat. Mevrouw Vermaat: We selecteren ze niet. Iedereen mag komen. We hebben een bewonersbrief opgesteld, samen met De Buitenwacht overigens. Stond twee weken terug ook een mooi artikel van Riet Duykers van De Buitenwacht op het voorblad van het regiokatern van het AD. Daar noemde zij ook al de bewonersavond. We hebben het samen met haar georganiseerd. In principe kan iedereen deelnemen die dat wil. De voorzitter: Dank u wel.
Had u daar nog een vervolgvraag op? Mevrouw Jager: Ja, dat is toch in Oud-Krispijn niet overal even goed overgekomen. Er zijn heel veel mensen die hier niets van weten. Ik zou je toch aanbevelen om iets dergelijks breder bekend te maken. Want er zijn best mensen die ik ken, die dat... En ik heb er zelf ook verder nooit wat over gehoord. Ik heb dat artikel wel gelezen. Maar dan hebben de mensen vaak al afspraken.
41
En dan heb ik ook niemand meer gesproken daarna. Maar ik weet wel dat er een heleboel mensen waren die zoiets graag willen en die daar niets van wisten. Bredere bekendheid lijkt me wel aardig. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de vinger van de heer Damen. De heer Damen: Voorzitter, een paar punten. Wat betreft die bewonersbetrokkenheid, ik heb geleerd dat in sommige straten problemen zich extra concentreren. Het zou ook verstandig zijn om niet alleen per wijk of per buurt iets te organiseren, maar op een veel lager schaalniveau mensen heel direct te benaderen. Met name de meest kwetsbare straten, waar relatief veel mensen van buitenlandse afkomst zijn, waar veel werklozen zitten, waar veel alleenstaande ouders zitten. En zo zijn er nog een aantal gegevens waar je vrij makkelijk van kunt constateren van, die straat, dat stuk, daar zou je bijna huis-aan-huis mensen moeten gaan benaderen om te vragen van, waarmee kunnen we je helpen? Dat is één punt. Ik zit een beetje met een andere zaak. En dat is dat de lange termijndoelen, want het is een project voor twintig jaar, dat dan de positie van de wijken in Dordrecht West, dat de positie van de mensen in die wijken gelijk is in feite, of de kansen gelijk zijn, als ik noem maar wat Stadspolders of Dubbeldam. Je zit met het probleem dat op dit moment in deze wijken een grote concentratie sociale huurwoningen staat.