CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.13 2023.11.28 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.docx .pdf

Gemeenteraad Dordrecht 19 december 2023, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 7 en 8 november en de Dordtse Dinsdag van 24, 31 oktober, 14 en 28 november 2023 Vergaderzalen 1, 3, 530.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dat gaat eigenlijk over alle dingen waar we tegenaan lopen überhaupt in Dordt. Die middelen zijn niet, in die zin, over.

20

Die zijn gewoon bestemd om die opvang goed te kunnen organiseren. Het feit dat we het met het COA goed geregeld hebben financieel, betekent niet dat we aan de voorkant zeggen, laten we daar extra middelen uit uitgeven. Omdat we ook gewoon willen zien, wil de raad misschien ook wel of de bewoners juist intensiveren op bepaalde maatregelen die we gaan nemen. De middelen die in de algemene uitkering komen, die extra middelen vanwege het azc, die dekken in ieder geval de kosten die we nu gemaakt hebben. Maar je wil daar ook nog iets ruimte houden, mocht je daar nog wat willen bijschaven of bijsturen, zoals we natuurlijk ook net te horen kregen dat je mogelijk wil inzetten op meer onderwijsassistenten, meer surveillance. Dat is eigenlijk de onderbouwing waarom we de afspraken die er nu liggen hier uit dekken. En dat krijgt de raad allemaal inzichtelijk, maar daar komt mevrouw Vergouwe zo meteen op, hoe de raad ook in de gaten kan houden, welke middelen blijven er dan nog over? De heer Stam: Een kleine aanvullende vraag, voorzitter. De voorzitter: Een hele kleine aanvullende vraag. De heer Stam: Die negen miljoen heeft uw collega wethouder financiën van aangegeven dat dat vrij besteedbare middelen zijn. Daar zou je zelfs lantaarnpalen voor kunnen kopen.

Blijft toch nog de vraag staan, bent u bereid om die bewoners daar enigszins in tegemoet te komen of moeten we dat dan via een motie regelen? Mevrouw Van Benschop: Zoals we het nu hebben gehoord... Ik denk dat ik dan vraag niet goed begrijp, want we komen de bewoners tegemoet in de omgeving met alle maatregelen die we gaan nemen. Ik snap niet wat dan de exacte vraag is als... De voorzitter: Ik kan er eventjes wel op reageren. Ik denk, voor zover ik als voorzitter kan reageren, dit is echt een hele duidelijke politieke vraag. Ik denk, ik laat hem toch even gaan, omdat de wethouder aan tafel zit. Maar het lijkt me goed om deze vraag eventjes vast te houden en daarop een later moment op terug te komen. Mevrouw Vergouwe: Ik denk overigens, want dat was ook de voorwaarde vanuit zowel de raad als het college, dat de middelen, zoals we die krijgen van het COA of van het Rijk, gewoon voldoende moeten zijn om alle maatregelen te treffen. En met de afspraken, zoals we ze nu hebben, zijn die middelen ook gewoon ruim voldoende. Als u vraag betrekking heeft op aanvullende uitgaven, dan zou dat kunnen. Maar wij gaan er eigenlijk vanuit dat de middelen gewoon echt ruim voldoende zijn. Eenmalige uitgave bijdrage infrastructuur.

Er is door de omwonenden nadrukkelijk gevraagd om juist ook in de omgeving van het azc, de tunnel onder de A16, de Wieldrechtse Zeedijk en de Rijksstraatweg, maatregelen te nemen, en op de Aquamarijnweg, om het veilig te maken. Dat komt niet alleen ten goede aan de bewoners van het azc, maar ook juist aan de omgeving. En wij hebben met het Rijk de afspraak gemaakt dat wij daar 1,3 miljoen euro voor krijgen. En wij gaan, ik schat in, begin 2024 aan uw raad een verzoek om krediet voor te leggen. En de dekking daarvoor vinden wij in die bijdrage vanuit het Rijk. En dan kunnen we daar denk ik goede dingen voor doen als het gaat om verkeersveiligheid in de omgeving. Als het gaat om de uitgaven, meedoen en werken, we gaan die pilot doen van twee jaar, zeiden wij u al.

21

En wij krijgen gedurende twee jaar drie ton van het COA om taallessen te geven, te organiseren, die Dordrecht balie en werktoeleiding. En op het moment dat het ons lukt om meer mensen aan de slag te krijgen en het COA meer bespaart, dan zeggen we, dan is de helft daarvoor voor de gemeente Dordrecht, wel bedoeld echt om mensen aan het werk te helpen, mensen aan taalonderwijs te helpen, enzovoorts. Ook daarmee denken wij dat we voor de bewoners van het azc goede dingen kunnen doen. En we hebben met het COA afgesproken dat we dat na twee jaar evalueren. De voorzitter: Mevrouw Lammens. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Dank u wel, voorzitter. U zei net van, ze krijgen lessen Nederlands en enzovoort. Dat is integratie, neem ik aan. Is er bij die integratie ook hoe ze met... Wat houden die integratielessen eigenlijk in? Is dat, hoe gaan we met elkaar om in Nederland? De voorzitter: Ik zit even te kijken, omdat we nog heel weinig tijd hebben. Dit is een hele gedetailleerde vraag. Mevrouw Vergouwe: Ik kan hem ook na afloop even beantwoorden, als u dat graag wilt? De voorzitter: Zullen we die even bewaren? Mevrouw Lammens-Oost: Ja. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik lees nergens over de IND. Komen er genoeg mensen van de IND op het centrum, zodat de mensen eerder weten of ze mogen blijven of teruggaan? Want dat scheelt zoveel met stress.

Ook de veiligheid. Mevrouw Vergouwe: Wij vragen daar heel nadrukkelijk aandacht voor. Is ook gerelateerd aan mogen werken. Want ze moeten een werkvergunning hebben. En daar is de IND de bottleneck. Rijk heeft afgesproken dat ze van vijf BRP-straten, de inschrijving bij het UWV en de IND naar zes gaan. Daarmee is het probleem, zo eerlijk moeten we ook zijn, nog steeds niet opgelost. Maar er wordt wel, dat is een beetje een landelijk vraagstuk, nadrukkelijk aandacht voor gevraagd om wel te zorgen dat dat zo goed mogelijk geregeld wordt. Alleen dat kunnen we niet in Dordrecht alleen oplossen. De voorzitter: U mag zo nog. Ik wil eventjes zo nu... Laten we even de presentatie afmaken. En als we nog tijd hebben, kunt u altijd nog de vragen stellen. En anders kunnen we achteraf nog zien hoe we dat gaan beantwoorden. Daar kunnen we het met elkaar over hebben. Gaat u verder. Mevrouw Vergouwe: Ik kom eigenlijk al bij het totaalbeeld. Uitgangspunt was tenminste budgettair. Dat is zo. En er zit denk ik op alle onderdelen voldoende ruimte, als er extra kosten zijn, om die ook echt nog wel op te kunnen vangen.

22

We gaan een eigen projectopzet maken met een eigen administratie. En we leggen elke keer in de reguliere Planning en Controlcyclus verantwoording af aan de raad, zoals u dat ook gevraagd heeft. En er zijn bijsturingsmogelijkheden, zeker vanuit die middelen die komen vanuit de algemene uitkering, om keuzes te maken als er het beeld is dat het inhoudelijk anders zou moeten. En daarmee zou ik ook mijn presentatie willen afsluiten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik eerst even mevrouw Kamphuis nog het woord geven. Mevrouw Kamphuis: Ik vroeg me ook af, komt de IOM en Dienst Terugkeer en Vertrek ook op het centrum? Mevrouw Vergouwe: Daar moeten nog afspraken over gemaakt worden. Vaak op een wat groter centrum is dat zo. Dordrecht is een wat groter centrum. Die afspraken moeten wij nog gaan maken. Maar zoals dat ook met de zorg is, ook daar geldt vijf dagen in de week is er zorg aanwezig. Gelet op de grootte van het centrum, verwacht ik dat wel, maar ik weet dat niet zeker. De voorzitter: Zijn er nog dringende vragen? We hebben nog vijf minuten. Daarin wil ik er drie gebruiken nog voor vragen stellen. Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Zonder dat ik dit heel kritisch bedoel, want ik bedoel het echt opbouwend, maar ik zie hier heel veel informatie. En over het algemeen heb ik zoiets van, ik geloof dat wel.

Ik geloof wel dat uw werk goed wordt gedaan en dat deze inzet echt wordt getoond. En dat dat ook echt wel goed komt. En ik maak me toch echt wel zorgen, want we zien allemaal informatie en het gaat allemaal om geld en alle details. En dat geloof ik allemaal wel. En dan denk ik, de vraag die ik net stelde, en dan zien we een één zinnetje, geestelijk welbevinden. En dan denk ik, wat kunnen mij al die procentjes en getalletjes en dingetjes... Ik geloof wel dat dat goedkomt, maar dit ding, dit punt om te kijken van, waar zit dat in? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pichel: Ik vind het zo onderbelicht. De voorzitter: Uw vraag is meer van, kunt u wat explicieter zijn over het welbevinden van de bewoners? Mevrouw Pichel: Ik hoef daar nu niet... Want dat kan misschien op een ander moment. En het gaat niet eens dat ik nu dat antwoord moet krijgen. Maar ik merk dat het zo onderbelicht is. En al dat andere, dat geloof ik wel. Mevrouw Vergouwe: Maar we kunnen, als u dat graag wil, daar best nog wel, maar op een andere manier gewoon een toelichting geven op, wat doet het COA daar precies aan? Want dat kan u misschien gewoon een reëel beeld geven. Zo doen?

23

De voorzitter: Dan kijk ik even rond. Ik zie niemand meer met zijn vinger naar de knoppen gaan. De heer Wringer: Voorzitter. De voorzitter: De heer Wringer. De heer Wringer: Een korte opmerking. De vraag van mevrouw Pichel en de vraag van mevrouw Boom, kunt u die ook gewoon schriftelijk beantwoorden en delen met de hele raad? Mevrouw Vergouwe: Ja hoor. De voorzitter: Dan rest mij nog één vraag. Dat is, bent u voldoende geïnformeerd om het zo hierbij te laten? Ik kijk rond. Dat is een speciale methodiek, heb ik geleerd. Ik zie iedereen knikken. Dan dank ik u allen voor deze bijeenkomst. Dank u wel. 4. RV Uitvoeringsprogramma Opgave Arbeidsmarkt & Menselijk kapitaal Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Dhr. Van den Berg (CDA) Dhr. Droog (CU/SGP) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Mevr. Kruger (GroenLinks) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. De Vries (VSP) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop Overige aanwezigen: Mevr. Van Zimmeren De voorzitter: Beste mensen, wij zijn vanavond bijeen voor het raadsvoorstel Uitvoeringsprogramma Opgave Arbeidsmarkt en Menselijk Kapitaal. Deze vergadering is oordeelsvormend. We hebben zojuist vastgesteld dat het quorum aanwezig is. We kunnen gewoon wettig vergaderen.

We beginnen traditioneel nadat ik iedereen hartelijk welkom heb geheten. Dat wil zeggen de griffier, dat wil zeggen de wethouder en daar mevrouw van de ambtelijke ondersteuning daarnaast, raads- en commissieleden en alle kijkers die in groten getale thuis voor de buis zitten.

24

En die willen graag weten wie jullie zijn. We gaan een voorstellingsrondje doen. En ik ga deze keer maar eens van links naar rechts. Ik begin bij de griffier. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. Mevrouw Van Zimmeren: Ingrid van Zimmeren, programmamanager Arbeidsmarkt en Menselijk Kapitaal. De heer De Vries: André de Vries, VSP. De heer Droog: André Droog, ChristenUnie/SGP. De heer Kleinpaste: Gert-Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Katif: Jacques Katif, Beter voor Dordt. De heer Van den Berg: Elco van den Berg, CDA Dordrecht. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Van Pelt: Dirk van Pelt, Forum voor Democratie. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk. En ik mag vanavond dit gezelschap voorzitten. Waarom hebben we deze vergadering? Dat is heel eenvoudig. Er is een politieke vraag. Wat vindt de commissie van de focus die door het college wordt gelegd binnen de drie programmalijnen? Die drie programmalijnen kent u natuurlijk uit uw hoofd. Maar de mensen die misschien meekijken weten dat niet. Ik zal ze heel kort even benoemen.

De eerste lijn is het arbeidspotentieel van de beroepsbevolking benutten, vergroten en behouden. De tweede lijn, toekomst voor de Dordtse jeugd. En de derde lijn, samenwerken op banen met impact. En nu komt de vraag, wie van de aanwezigen wil hierover het woord gaan voeren? Kijk, ik dacht al, ik ga de vergadering sluiten, maar dat gaan we toch niet doen. Gelukkig zie ik aardig wat vingers. En ik ben net van links naar rechts gegaan. Laat ik nu gewoon van rechts naar links gaan. En dat betekent dat mevrouw Kamphuis van de SP als eerste haar mening mag geven. Aan u het woord. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Beter benut en vergroot en behouden van het arbeidspotentieel van de Dordtse beroepsbevolking vinden wij in deze Startnotitie een goed idee. Daarom houden wij ons verhaal erg kort, vanwege de tijd.

25

Echter moeten wij niet vergeten dat gezondheid op één staat en blijft staan. Dat wil zeggen dat wij niet willen werken met bedrijven die PFAS uitstoten. Tevens vragen wij ons af waarom er voor deze wijken is gekozen en niet voor de rest van Dordrecht? Ook vinden wij dat er met het COA gesproken moet worden om te kijken of de bewoners aldaar ook aan het werk gesteld kunnen worden. Zo kunnen wij de verveling van deze mensen tegengaan en geven hun kansen in de toekomst, mochten ze blijven. Tevens vinden wij ook dat wij de leerlingen van de scholen niet moeten vergeten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kamphuis. Dan ga ik naar mevrouw Schnabel. En voor alle zekerheid zeg ik maar even, we mogen interrumperen. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. We lezen veel ambitie in het Uitvoeringsprogramma, op hoofdlijnen. En dat is goed, vinden we. We willen de opleidingspositie van mensen versterken, groenpluk voorkomen en bedrijven en werkgevers helpen personeel te vinden en tegemoet te komen in de opgave van verschillende sectoren. We missen wel een paar dingen. In lijn één, waarin het gaat over werken en wijken, lezen we dat onbenut arbeidspotentieel vooral terugkomt bij vrouwen, jongeren, migranten of inwoners zonder opleiding.

Wij vragen ons dan af, hoe zorgen we ervoor dat de mensen die nu bijvoorbeeld een uitkering hebben niet in een armoedeval terechtkomen door meer te gaan werken? Want meer salaris is ook minder toeslag. Daarnaast, over welke honderd mensen hebben we het? Honderd mensen zijn in principe zo gehaald in 2024. En als we het bijvoorbeeld hebben over mensen die al een baan zoeken, gaat dat meer dan gemakkelijk? De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kleinpaste heeft een interruptie voor u. De heer Kleinpaste: Ik hoorde dat we mochten interrumperen. Ik ben even nieuwsgierig, want inkomenspolitiek is toch over het algemeen de nationale politiek en niet lokaal. Hoeveel heeft mevrouw Schnabel van de PvdA er dan zelf voor over om iets te beïnvloeden als het gaat om dat gat wat kan ontstaan doordat toeslagen minder worden als je iets meer gaat verdienen? Want volgens mij gaan we er niet echt over, tenzij we er ook geld bij leveren. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, heeft u er iets voor over? Mevrouw Schnabel: Jazeker. Maar waar het ons om gaat, is, omdat we natuurlijk nu een focus kunnen aangeven en het voor ons een zorg is dat deze mensen, die beoogd worden nu aan het werk gaan, dat we er rekening mee moeten houden dat dit soort situaties ontstaan. En dat dat ook moet opgenomen worden in de notitie.

In ieder geval dat ervan uit wordt gegaan dat dit een probleem kan opleveren op langere termijn. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: Ik zie dat mijnheer Kleinpaste nog niet tevreden gesteld is.

26

De heer Kleinpaste: Natuurlijk ben ik het met mevrouw Schnabel eens dat het aandacht behoeft. Alleen als we het opnemen in een lokale notitie, ben ik altijd heel erg benieuwd wat er dan ook in die lokale notitie aan gaan doen. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, kunnen we er wat aan doen? Mevrouw Schnabel: Het is inderdaad vrij lastig, omdat het nationaal geregeld wordt. Maar desalniettemin is dit een integraal onderdeel van Dordt West en kun je in principe ook met de sociale dienst kijken hoe je dit kunt aanpakken. Maar ik ben ook benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop straks. Als ik dan verder ga. De voorzitter: Gaat u verder. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Er wordt gesproken over 100 mensen, maar er worden geen criteria meegegeven wie die 100 mensen dan precies zijn en over welke mensen dat dan gaat. We vinden het wel van waardevol belang dat dat ook wordt meegenomen. En we zijn benieuwd hoe... Want er staat, hoe gaan we in de wijk... Of we zijn benieuwd, hoe gaan we in de wijk gebruikmaken van de kracht van sociale structuur? We begrijpen niet helemaal wat dat inhoudt. Daar zijn we benieuwd naar. Als het over lijn twee gaat. Er wordt gesproken van een inschatting van 2.600 jongeren in Dordrecht die niet ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling, economisch niet zelfstandig zijn en wel beschikbaar. We zijn benieuwd waar die inschatting vandaan komt.

Of dat van een nulmeting is? En of ook bekend is wat de belangrijkste redenen zijn waarom dat deze jongeren zijn uitgevallen? We zouden graag deze groep nader gedefinieerd zien. En we maken ons een beetje zorgen over jongeren met een Wajong-uitkering, omdat die vaak extra kwetsbaar zijn. En we ook benieuwd zijn hoe daar dan op ingespeeld wordt. En als laatste lijn drie. We zien het UWV niet terugkomen. En we vragen ons af waarom dat dat zo is? We zijn ook benieuwd, omdat er wordt gesproken over een streepje voor, wie gaat dat streepje voor dan krijgen, als het over werkgevers gaat? En wat houdt dat in? En hoe kan je dat juridisch hardmaken? En in het schema staan bij een aantal punten over goed werkgeverschap, helemaal aan het einde, dat daar geen dekkingsbron op van toepassing is. En wat wij ons dan afvragen is, wordt dan niet geïnvesteerd in goed werkgeverschap? Want we leven in een kapitalistische samenleving. En tegelijkertijd streven we menswaardige doelen na. Maar we zien niet helemaal hoe dan die spanning opgelost gaat worden. Daarnaast als laatste, goed werkgeverschap is het vergroten van bestaanszekerheid. Hoe gaan we dat dan feitelijk doen? En we vragen ons af welke rol de FNV en de Arbeidsinspectie spelen in dit uitvoeringsplan. We denken eigenlijk met... Maar misschien is dat een beetje voorschot. Ik hou het hier eventjes bij.

De voorzitter: Ik denk dat u de wethouder al aardig wat werk bezorgd heeft. Maar misschien dat je het gras voor de voeten van wat collega's weggemaaid hebt. Dan scheelt dat. We gaan naar mevrouw Kruger, GroenLinks. Mevrouw Kruger: Dank u wel, voorzitter. Als GroenLinks kunnen we zeker positief reageren op de vraag of we binnen de drie programmalijnen van de opgave de juiste focus aanbrengen. Eigenlijk alles wat we wensen komt daar ook wel in voor.

27

We hebben wel een paar opmerkingen, die mogelijk op een andere manier geformuleerd kunnen worden. Nog steeds wordt er in dit stuk gesproken over hoog en laag opgeleid. En wij vinden dat de hiërarchie tussen mensen van de verschillende opleidingen, die moet nu eindelijk eens doorbroken worden. Wij hebben er ook niet echt een oplossing voor van hoe je het dan moet benoemen, maar laten we het er toch eens wat meer over hebben. En dan ook recht doen aan eenieder die een opleiding volgt. Want hoe leert iemand? Dat is voor iedereen zo verschillend. Ee één door na te doen, de ander door boeken te bestuderen en een derde weer om... Weet ik veel op wat voor manier. Hoe gaan we dat doen? Dan wordt er gesproken over inpassing van mensen met problemen. Bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting, schulden, psychische problemen, verslavingsproblemen. En dat vinden we ook nog iets te onderbelicht in dit stuk van, hoe ga je daarmee om? Want dat is ook weer waardoor mensen soms niet aan het werk kunnen. Hoe ga je dat begeleiden? En een derde zorg die we hebben is, er is nu een tekort aan arbeidskrachten. Die worden onder andere ook ingevuld door bijvoorbeeld mensen nu zonder diploma, maar die wel kunnen voldoen aan de eisen die gesteld worden om het werk te kunnen uitvoeren. Wat als de arbeidsmarkt straks weer aantrekt.

Is er dan weer een voorkeur voor mensen met een diploma of blijven dan de ervaringsjaren meetellen en kunnen mensen dan gewoon in het werk blijven? Dat zijn een aantal punten die wij hier nog uitgehaald hebben uit het grote geheel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kruger. Ik heb misschien een suggestie voor hoog en laag opgeleid. Als we dat nu voortaan divers opgeleid noemen. Dat moet GroenLinks wel aanspreken. Mevrouw Kruger: Dat woord divers vind ik uitstekend. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Voorzitter, dank u wel. Volgens mij is best wel een gangbare term tegenwoordig, praktische intelligentie en theoretische... Mevrouw Kruger: Voorzitter, mag ik daar heel even op reageren? De voorzitter: Ja, u mag daar kort op ingaan, maar ik denk dat ik weet wat u gaat zeggen. Maar doe uw ding. Mevrouw Kruger: Ik heb dat ook een tijd gebezigd, praktisch en theoretisch opgeleid. Maar er zijn ook mensen die theoretisch opgeleid zijn. De voorzitter: Mensen, even aandacht graag voor mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Er zijn mensen die bijvoorbeeld op een universiteit zitten en die kunnen heel praktisch worden opgeleid. Het zijn verwarrende woorden, want in elke laag ook weer heb je praktijk en heb je theorie. Daarom worstel ik zelf ook nog wel een beetje met die termen. Maar hoog en laag opgeleid, dat brengt zo'n hiërarchie met zich mee.

Daar kunnen wij als GroenLinks natuurlijk... Blijven we ons tegen verzetten.

28

De voorzitter: Ik kan me er wat bij voorstellen. Maar ik denk dat de juiste terminologie nooit iedereen tevreden zal stellen. Welke terminologie dan ook. Mijnheer Van den Berg. De heer Van den Berg: Dank u wel. Mooi stuk. Ik denk, het zoeken naar een baan die passend is bij je skills en talent ook zorgt voor werkplezier en bijdraagt aan het geluk. Op veel facetten kunnen we ons ook vinden, in de focus die wordt aangebracht. Wat ons wel opvalt in de programmalijn één, en dat willen we graag meegeven, is dat die focus op fulltime... Daarbij de vraag van, is dat het hoogst haalbare? Is dat echt het doel dat iedereen een veertigurige werkweek heeft? Als ik in mijn omgeving kijk en diverse vrienden juist zie eerder naar de 32 uur werk, soms zelfs minder. Ik hoor een werkgever Achmea, die de standaard werkweek naar 34 uur zet. Dat is de vraag aan de wethouder van, is dat het enige doel? Want vaak in de tijd dat mensen niet aan het werk zijn, is er ruimte voor hetzij gezin, vrijwilligerswerk, opleidingen. Volgens mij, een deel van de raadsleden werkt ook niet allemaal volledig fulltime. We doen veel goed werk ook hier in de raad voor Dordt. Dat is een aandachtspunt. Wat ons daar wel weer in aanspreekt, is het de wijk ingaan en mensen te luisteren van, waar heb je behoefte aan? Wat voor werk of baan zou bij jou passen? Ik denk dat dat echt een hele mooie is.

En als laatste heb ik nog wel een vraag. Dat ging eigenlijk over de programmalijn drie. Daar wordt gesproken over werken aan banen die om verschillende opleidingsniveaus vragen en tegelijkertijd passen bij de te ontwikkelen beroepsbevolking. En ik vroeg me af, gaan wij die te ontwikkelen beroepsbevolking ontwikkelen of hoe gaan we dat doen? Of is dat iets... Ik vond het een bijzondere stelling. Dit was het. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Berg. En mijnheer Katif van Beter voor Dordt. De heer Katif: Voorzitter, dank u wel. Ik zal even de drie lijnen op willen reageren met vier beschrijvingen. Uiteraard onderstrepen wij de drie programmalijnen. Daar is geen bezwaar tegen. En ik wil het wat algemener houden. Het beter benutten, vergroten en behouden van arbeidspotentieel in Dordrecht heeft verschillende voordelen. Allereerst draagt het bij aan de verbetering van het ondernemingsklimaat door de lokale arbeidskrachten optimaal in te zetten. Dat leidt tot een efficiëntere en een productievere werkomgeving. Staat ook in het stuk, maar dit is gewoon wat compacter. Daarnaast bevordert vragen van een maatschappelijke bijdrage van ondernemers in de stad de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven. Dat noem ik met name echt de verantwoordelijkheid van bedrijven. Dat kan leiden tot een positievere perceptie van de ondernemingen in de gemeenschap, oftewel in Dordrecht.

Het bieden van banen die aansluiten bij de vaardigheden van talenten van inwoners, stimuleert niet alleen individuele groei, maar draagt ook bij aan een duurzame, lokale werkgelegenheid. Dat spreekt natuurlijk even GroenLinks zonder meer aan. En het versterkt ook de binding tussen inwoners en de stad Dordrecht. De wederkerigheid, waar in het stuk over gesproken wordt, tussen de gemeente en de ondernemers, zorgt voor een, ik vond het een mooi woord, iemand anders zei, dat moet je niet doen, dat heet synergetische relatie. Oftewel, er zit een synergie in de relatie. Een beetje hoog opgeleid, volgens mij. Waarin beide partijen profiteren van een bloeiende economie en een sterk sociale structuur. Even terug naar de focus op de groei van de economie.

29

Vond ik wel een hele mooie om even aan te geven van, het stuk zitten best wat hele mooie dingen in. De beschrijving van het laatste stuk, met name als het gaat om de focus van de economie, benadrukt het belang van voldoende gekwalificeerd personeel om stedelijke ambitie te realiseren. Dan kom ik terug op die 140.000 inwoners. Of we die halen, dat weet ik niet, maar wij nemen het toch even mee. Met een directe link naar diverse opgaves, en daar kom ik weer, ik lijk bijna GroenLinks, zoals verduurzaming, bouwen, leefbaarheid en veiligheid. De uitdaging van een krappe arbeidsmarkt wordt geïllustreerd door belemmeringen die ondernemers ervaren en het risico van groenpluk, dat zegt dit stuk ook, waarbij jongeren vroegtijdig worden aangetrokken door werkgevers. Het benutten van onbenut arbeidspotentieel en het voorkomen van lange termijn risico's worden als belangrijke aspecten benoemd. Dat vind ik op zich een heel duidelijk punt. Even iets nog kaderstellend, zal ik maar zeggen. Het economische beleid legt de nadruk, dat staat in het stuk volgens mij heel kort en bondig, op de ondernemersvraag en high potentials. En mevrouw Koene zal dat niet zo leuk vinden. Terwijl het sociale beleid zich richt op het ondersteunen van kwetsbare inwoners en stimuleren van sociale werkgeverschap.

De integratie van de beide beleidsvelden bevordert alomvattend de visie op de werkgelegenheid en beroepsbevolking. Daarmee wilde ik eigenlijk, voorzitter, concluderend een mooi stuk. Er zijn nog wat dingetjes die ontbreken, maar ik probeer er eigenlijk in het algemeen dat even in woorden uit te drukken. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Katif. En namens de wethouder dank voor het compliment. Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik zal ook de programmalijnen kort even doorlopen. Allereerst zal ik me aansluiten bij het CDA wat betreft het deeltijdwerk tegenover fulltime werk. Ik denk dat het inderdaad goed is om te weten dat er veel mensen ook bewust kiezen voor deeltijdwerk. Dat we daar niet druk opleggen om dan maar fulltime te gaan werken, want dat lijkt me niet de bedoeling. Daarnaast wil ik ook wel opmerken, en dat was eigenlijk iets waar mevrouw Schnabel ook al op hintte, de armoedeval. Ik zal niet meteen gaan proberen daar een enorme gemeentelijk beleid op te leggen, maar we vragen ons wel af, hoe realistisch het is om te proberen heel veel mensen vanuit deeltijdwerk naar fulltime werken of naar een hogere arbeidsbenutting te krijgen op het moment dat we inderdaad weten dat die armoedeval bestaat en dat het daarmee best weleens financieel slecht uit kan pakken voor mensen om meer te gaan werken.

Is dat realistisch om daar heel erg op in te zetten? Tenminste, ik moet eigenlijk zeggen, is het realistisch om hoge resultaten te verwachten? Is eigenlijk wat ik probeer te vragen. Vervolgens, werd door mevrouw Schnabel ook al genoemd, honderd mensen die we in 2024 aan het werk willen krijgen. Mevrouw Kamphuis: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kamphuis. Mevrouw Kamphuis: Ik zat een beetje te denken van, die armoedeval. Hoe denken jullie daarover, via de voorzitter, sorry, over, laat die mensen dan voor dat jaar de toeslagen houden? Kijken hoe het dan verloopt? Hoe denken jullie daar tegenover?

30

De voorzitter: Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dat is een voorstel wat ik best wil bespreken, maar dat heb ik niet nu hier voorbereid, niet met mijn fractie. Daar zou ik eerst met u over willen spreken en ook de specifieke uitvoering daarvan, voordat ik daarop reageer. De voorzitter: Gaat u maar verder met uw betoog. De heer Van Ballegooijen: Als het gaat om de 100 mensen die aan het werk zouden moeten worden gebracht in programmalijn één, was ik ook wel benieuwd, er staat best een flink bedrag bij dat programma. Staat niet helemaal uitgesplitst bij programmalijn één, de tabel. Voor de wethouder. Als ik het totaal optel, is niet helemaal duidelijk welk deel daarvan bij de energietransitie hoort, welk deel hoort precies bij die 100 mensen aan het werk krijgen? Volgens mij is dat ook gedeeltelijk gemengd. Ik denk dat dat multipurpose is. Ook weer niet goed van mevrouw Koene natuurlijk. Meerdere doelen kan hebben. Maar wij vroegen ons hier af, het zijn best flinke bedragen. Als we dan kijken naar 100 mensen. We hebben, uit mijn hoofd, ruim 3.000 mensen nog in de bijstand in Dordrecht. Verbeter me als dat niet klopt. Betekent dat dat die mensen zo vast in de bijstand zitten dat het echt moeilijk gaat zijn om hen eruit te krijgen? Of hoe moet ik dat zien? Dat is eigenlijk een vraag waar wij een beetje mee worstelen. Vanuit dat perspectief.

Dan programmalijn twee zijn we eigenlijk heel positief over. Regionaal Werkcentrum, een scholingsfonds. Hartstikke goed. Enige vraag die we hebben is, is er al enig idee wanneer dat van start gaat? Dat zouden we graag weten. Laatste programmalijn. Samenwerken op banen met impact. De rol die de gemeente hier wil nemen in het stimuleren van goed werkgeverschap, die roept wat weerstand op. Niet dat de aspecten, goed werkgeverschap, die hier genoemd worden, weerstand oproepen. Het zijn hele goede. Bestaanszekerheid, inclusiviteit, diversiteit, duurzame inzetbaarheid. Maar in onze ervaring zijn dat aspecten waar werkgevers zelf ook naartoe werken. Zeker in deze huidige financiële situatie. Je wil mensen behouden om je zaak voort te kunnen zetten. Dat is al niet makkelijk. Heel snel ga je al kijken, hoe kan ik het aantrekkelijker maken om mensen binnen te halen? En hoe kan ik ervoor zorgen dat met mijn mensen binnen blijven? Onze vraag is daarbij eigenlijk, en misschien ook wel richting de rest van de raad, maar ook richting de wethouder, wat is dan de toegevoegde waarde precies van het opnemen van dit soort criteria in, de uitgiftecriteria in de gebiedsontwikkeling, inkoop- en aanstellingsbeleid? Wordt het daar niet heel bureaucratisch van, terwijl het eigenlijk al een natuurlijk proces zit? Maar dat is even een open vraag.

Dat het niet te veel onnodige inmenging wordt, om het zo maar te zeggen. Datzelfde geldt eigenlijk ook een beetje voor het label ondernemen met impact. Wat voegt de formalisatie van zo'n label toe aan dingen die toch al gebeuren in de stad? We zien al heel veel ondernemers die uit zichzelf daarmee bezig zijn. Wat voegt zo'n label daar precies aan toe? Dat waren eigenlijk de opmerkingen, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Ballegooijen. Dan gaan we naar mijnheer Groenewege van de Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Geen inbreng vanuit de Partij voor de Dieren op dit onderwerp.

31

De voorzitter: Dank u wel. Ik had niet in de gaten gehad dat u uw hand niet opstak. Excuus. Mijnheer Kleinpaste, Gewoon Dordt, die heb ik wel zien zwaaien. De heer Kleinpaste: Ik wil er best wel iets over zeggen, voorzitter. Om maar te beginnen, mevrouw Koene is er niet, maar we zijn als Gewoon Dordt natuurlijk heel blij dat het programma wordt geleid door een programmaleider, -manager Menselijk Kapitaal. Prachtig Nederlands woord. Maar dan is het een beetje jammer dat je daarna inderdaad dingen leest als high potentials, career boosts en allemaal van dat soort kreten. We kunnen nog ook in die taal iets doorontwikkelen, om het zo Nederlands mogelijk te maken. Ik sluit me graag aan bij de oproep van mevrouw Kruger, dat we het vooral niet te veel moeten hebben over hoger en lager opgeleiden. Misschien kunnen we gaan praten over adequaat vakgericht geschoolden, weet ik veel. Verzin een term. Maar laten we die hiërarchie er inderdaad eens een keer uitslepen, want mensen worden opgeleid voor een vak waar ze, als het goed is, heel gelukkig van worden en met plezier in aan de slag gaan. En dan maakt het helemaal niet uit of je vanuit wat voor een opleiding je daarnaartoe bent gegroeid. Lijkt me belangrijk om daar aandacht voor de vragen. Ik wilde ook nog een beetje inzoomen op de positie van jongeren.

Met name de vroeg of voortijdig schoolverlaters en hun positie, ook in relatie tot jeugdwerkloosheid. In een andere bijeenkomst heeft Gewoon Dordt zich wat kritischer geuit over het programma, wat we voor vroegtijdig schoolverlaters aan het ontwikkelen waren. Een beetje meer integratie in met name programmalijn twee, in dit stuk. En dat wat we willen doen voor, voor en vroegtijdig schoolverlaters zou wel mooi zijn. En nog prachtiger zou het volgens Gewoon Dordt zijn als je dan ook bij de twee ontwikkelprojecten, gericht op het terugdringen van de jeugdwerkloosheid, één van die ontwikkelprojecten heel erg specifiek inricht voor die voortijdig schoolverlaters. En er zijn in het land echt hele goede voorbeelden, waarin daar met heel veel succes aan wordt gewerkt. Ik noem er daar twee van, NUtrecht in Utrecht en WALHALLAb in Zutphen. En het zou best goed zijn als er ook in deze regio, in die context, op zo’n innovatieve wijze daarnaar zouden durven kijken. Ik ben benieuwd of de wethouder daar iets over zou kunnen zeggen of op zou kunnen reflecteren. Voor het overige, het zijn drie heldere programmalijnen, waar we ons goed in kunnen vinden. Wat dat betreft is het een goed stuk. Laten we het in uitvoering brengen. En het bij de uitvoering zoveel mogelijk in het Nederlands formuleren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kleinpaste. Dan gaan we naar mijnheer Droog, ChristenUnie/SGP.

De heer Droog: De ChristenUnie/SGP vindt de beleidsnota ambitieus. Kan zich vinden in de grote lijn en ook in de manier waarop die ingekleurd is. Ik wil me aansluiten bij de woordvoering van mijn buurman en ook bij de woordvoering van de heer Van den Berg van het CDA, met betrekking tot de bewuste keuze die er soms gemaakt wordt voor deeltijd. Wat een heel goede en passende keuze kan zijn. De lijnen nalopend, zijn er een aantal dingen die we echt bijzonder sterk vinden. Die wil ik dan ook even benoemen. Dat willen leren van initiatieven in andere gemeenten, vind ik duidelijk naar voren komen. Ook het stellen van specifieke doelen komt in het rapport naar voren. Krachtig.

32

Ten aanzien van de toekomst voor de Dordtse jeugd is het erg positief dat we de voorbije periode de monitoring en signalering versterkt hebben. En we nu een goed beeld hebben van een groep jongeren tussen de 16 en de 27 jaar die aandacht vraagt. Is toch een grote groep, circa 2.600 mensen. Personen die in een kwetsbare positie zitten. Extra aandacht en begeleiding nodig hebben. Goed om die ondersteuning te bieden. En daar waar nodig ook ter zake kundige vrijwilligers misschien voor in te zetten. Er gaat ook volop ingezet worden op het terugdringen van vroegtijdige schoolverlating. Schoolverlaters die aan de slag willen soms en ook dat kunnen in het bedrijfsleven, omdat het bedrijfsleven meer dan eens zit te springen om personeel. Van belang dat werkgevers in een dergelijk geval hun verantwoordelijkheid ook nemen en faciliteren dat de betreffende jonge werknemers hun mbo-opleiding afronden. En daarmee ook blijk geven ogen te hebben voor de ontwikkelkansen van medewerkers. En ook inhoud geven aan goed werkgeverschap. Als het gaat om de samenwerking op banen met impact, is het heel krachtig dat er inderdaad samenwerking is tussen opleiders, werkgevers en woningcorporaties. En wij zien ook als partij de grote kracht van die gebiedsgerichte benadering Heeft ook in andere gemeenten goede resultaten. Complimenten. Dank u wel. Mevrouw Kruger: Voorzitter.

De voorzitter: Mijnheer Droog, u dacht dat u klaar was, maar mevrouw Kruger denkt er anders over. Mevrouw Kruger: Misschien is het een algemene vraag, want ik hoor nu tot twee keer toe, ook het CDA heeft dat zo genoemd, het hebben over de parttime banen. Dat we niet volop inzetten op fulltimebanen. En ik worstel altijd met hoe we dat gaan doen. Als je nu ziet, op dit moment, dat er te weinig personeel is, dat er juist door werkgevers getracht wordt om ook vrouwen die parttime werken meer te laten werken, omdat er te weinig personeel is. En een baan moet ook wel parttime voldoende opleveren om te kunnen zeggen, ik ga mijn tijd ook anders verdelen. Want er zijn zelfs mensen met twee fulltimebanen, die dan het nog net niet redden allemaal. Ik vind wel, wij zijn ook voor die gedachte, zeker. Want het is niet alleen maar werken, werken, werken. Je moet ook je ontspanning hebben en tijd hebben om te studeren. Maar daar moeten we wel ook goed opletten dat er voldoende inkomsten zijn, want anders dan... De voorzitter: Maar wat vraagt u nu precies aan mijnheer Droog? Mevrouw Kruger: Dat is een hele goede. Het gaat heel erg hard in mijn hoofd om een vraag te stellen. Mijnheer Droog, hoe denkt u daarover? Moeten we daar rekening mee houden? Leuk is hij? De voorzitter: U krijgt hulp van mijnheer Katif.

De heer Katif: Voorzitter, bent u voor deeltijdbaan om bepaalde redenen of bent u tegen fulltime voor bepaalde redenen? Ik probeer het meer staccato te zeggen. Heeft het ergens mee te maken?

33

De voorzitter: Mijnheer Droog, gaat u maar gewoon vertellen waarom u vindt dat er ook ruimte moet zijn voor deeltijdbanen, want ik denk dat het daarom gaat. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Voorzitter, het ging mij echt niet over waarom dat je voor of tegen parttime banen bent. Maar meer van, is het ook mogelijk, is het haalbaar om parttime te kunnen werken? En ik denk dat het in veel gevallen niet mogelijk is. En daarom vraag ik aan de heer Droog hoe hij daarover denkt. De voorzitter: Ik denk dat de vraag wel duidelijk is. De heer Droog: En daar ben ik mee eens. Soms is het ook niet mogelijk. Het gaat altijd om de juiste balans. En die kan voor ieder weer heel anders liggen. En soms is er helemaal geen balans, maar moet er gewoon heel hard gewerkt worden. En zijn dat veertig uur in de week en misschien nog wel meer ook. Michiel voor meer. Mevrouw Kruger: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Er moet heel hard gewerkt worden. Ik denk dat iedereen heel hard werkt. Maar er moet gewoon voldoende gewerkt kunnen worden om dan ook de juiste inkomsten te kunnen hebben, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Schnabel heeft er ook nog iets aan toe te voegen. Mevrouw Schnabel: Iets kleins. Omdat het in het stuk gaat ook over het vergroten van de bestaanszekerheid. En dit lijkt me onder het vergroten van de bestaanszekerheid te vallen.

Dat je de keuze hebt om fulltime of deeltijd te werken. Als het niet mogelijk is, maar misschien is dat niet zo hoor... Maar ik kan me voorstellen dat dat onder bestaanszekerheid vallen kan. Maar is misschien ook meer een vraag richting de wethouder of dat dan zo is. De voorzitter: Daar gaat de wethouder misschien straks wel op in. Of mijnheer Droog, wilt u er nog iets over zeggen of genoeg wat u betreft? Genoeg? Mijnheer De Vries, had u een woordvoering? De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Het is wat jammer dat je zo'n beetje de laatste bent. Dan is het gras al behoorlijk gemaaid. Ik wil eigenlijk alleen even terugkomen min of meer op de suggestie op samenwerken op banen met impact. Er is een dringend tekort aan personeel in de onderwijssector. Zo zijn er te weinig leraren in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs. Probeer ouderen te stimuleren en andere zij-instromers om, om te scholen tot leerkracht basisonderwijs. Er zijn diverse leertrajecten wanneer je leraar wilt worden op latere leeftijd en kiest voor een baan in het onderwijs. Daar wilde ik het even bij houden.

34

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Vries. Dan hebben we iedereen die wilde spreken gehad. En mag de wethouder gaan reageren en antwoord geven op de stortvloed aan vragen. En ik zou aan iedereen willen verzoeken die vragen gesteld heeft, spits zelf uw oortjes of uw vragen allemaal beantwoord worden, want ik heb ze niet allemaal paraat. Mevrouw Van Benschop: Ik hoop ik wel, voorzitter. Laat ik beginnen met dat ik het eigenlijk wel leuk vind dat we een dergelijk stuk een keer in een commissie spreken. Dit is echt een Uitvoeringsprogramma, waarbij de kaders door de raad al waren vastgesteld en vaak dan een Uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld door het college en gewoon uit wordt gevoerd. En we hebben er hier heel bewust voor gekozen om het toch in de raad te bespreken, om te kijken, hebben we gevangen wat u allemaal heeft meegegeven toen het ging over de grotere opgave? Zitten we op de goede weg? Ik denk dat het een heel waardevol gesprek is, waar we hopelijk nu een heleboel antwoorden gaan geven op de vragen die gesteld zijn. En die dan ook het comfort biedt dat we de juiste dingen doen. Eentje is er nu echt heel vaak teruggekomen. Die ga ik gewoon even helemaal los tackelen, noemen we dat dan. Dat mag ook niet. Die gaan we gelijk even los vastpakken. Dat is deeltijd en het voltijd werken. Ik noem het ook geen fulltime. Nou wordt het flauw.

Het deeltijd en het voltijd werken. Waar het gaat over mensen die deeltijd werken die we willen helpen om voltijd te gaan werken, gaat het over mensen die zelf aangeven dat te willen. Het is niet zo dat wij de straat opgaan, bij mensen gaan aankloppen, werkt u deeltijd, dan is het nu tijd dat u dat veertig uur in de week gaat doen. Er zijn mensen die aangeven, ik zou dat wel willen. Maar het kan bijvoorbeeld niet bij een huidige werkgever of het kan niet, omdat er andere drempels zijn in de privésfeer. Misschien wel met inkomen. En daarom doen we zo'n wijkaanpak ook heel nadrukkelijk samen met die sociale structuur, met die sociale partners in de wijk. En dat zijn bijvoorbeeld het wijkteam, dat is Dordrecht Sociaal. Omdat we op die manier in contact komen met inwoners, waarbij een van de vragen is, heeft u er weleens aan gedacht om meer te werken? Zou u willen werken? Heeft u een baan? Wat voor type werk zou u dan leuk vinden? Waar zouden we u dan bij kunnen helpen? Het is een totaalpakket. Het is niet dat we alleen maar langs de deuren gaan om te vragen, wilt u werken? Het is juist een aanpak waarbij we alle samenpakken.

Waarbij je ook inzicht krijgt in, wat zijn dan nu de drempels voor iemand om aan het werk te gaan? Is dat omdat iemand geen diploma heeft of omdat iemand andere onderliggende of achterliggende redenen heeft, waar we misschien wel een oplossing voor zouden kunnen vinden, samen met die persoon. Even mijn lijstje, anders gaat het fout. Mevrouw Schnabel: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Je hoort dat er nu al best wel een drempel is om het Sociaal Wijkteam binnen te stappen. En ik begrijp inderdaad nu wat u zegt of wat de wethouder zegt over dat dat onderdeel is van die sociale structuur op te zetten. Is er dan ook al nagedacht over hoe je die drempel zou kunnen verlagen of hoe je dat anders zou kunnen aanpakken, waardoor je wel bij de mensen komt?

35

De voorzitter: Wethouder, hoe slijt u de drempel? Mevrouw Van Benschop: Het is niet zo dat we die mensen vragen om zelf naar het Sociaal Wijkteam te komen. Dit is nu een aanpak in een wijk waar we sowieso aan de gang gaan of aan de slag gaan ook met het verduurzamen van het corporatiebezit. Dit soort gesprekken worden al... Mensen worden thuis bezocht, zal ik maar even zeggen. Er wordt al bij mensen aangebeld van, hoe zit het hier in de woning? Dat is een aanpak van de corporatie zelf. En daar heeft Dordrecht Sociaal iets tegenaan gezet, omdat we weten dat er meerdere problematieken in die wijk spelen. En daar zetten we dit ook tegenaan. We hebben een toekomstmakelaar die dan mee gaat in die gesprekken, zodat mensen niet zestien keer door een andere partij benaderd worden. En we ook niet zeggen, u mag bij ons komen. Wij gaan actief met mensen in gesprek. Het is niet een drempel om naar ons toe te komen. Het gesprek wordt sowieso gevoerd, naar aanleiding van eigenlijk de hele ontwikkeling rondom hun woning. De voorzitter: Mevrouw Schnabel heeft nog een vervolgvraagje. Mevrouw Schnabel: Korte. Want ik kan me voorstellen, dan komt de energiecoach of, bij wijze van spreken, iemand van de verduurzaming van je sociale huurwoning komt langs. En dan komt er ook een toekomstmakelaar mee. Terwijl die ene persoon de woning aan het verduurzamen is, vraagt wat je voor...

Ik probeer het gewoon te begrijpen hoor. Vraagt of je een baan hebt, of je het leuk zou vinden om te werken. Hoe gaat dat dan in zijn werk? De voorzitter: Wethouder Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, natuurlijk niet. We gaan niet drie mensen langs sturen die allemaal een andere vraag stellen. Wat we doen, is eigenlijk het volledige gesprek voeren met een inwoner over, wat is op dat moment hoe iemands levenssituatie eruitziet. Dat doen we naar aanleiding van de corporatiewoningen die verduurzaamd moeten worden. Dat is een opgave die ligt bij de corporaties. Dat is de ingang waarmee je binnenkomt bij die mensen. Maar het is niet zo dat het allemaal verschillende mensen zijn die in gesprek gaan. We hebben alleen één aanpak om al die gebieden te bespreken met iemand. Zo’n toekomstmakelaar kan het over alle leefgebieden hebben. Wij hebben daar alleen ook een bijdrage aan geleverd, omdat we zeggen, wij willen daar graag werk aan toevoegen. Dordrecht Sociaal heeft daar een bijdrage aan geleverd, omdat ze niet alleen willen kijken naar de woning zelf en naar werk, maar zij willen weer kijken naar, is er armoede, zijn er complexe schulden. Weet ik wat er allemaal aan de hand kan zijn. Het is een samenwerking van verschillende partijen. Dordrecht Sociaal, de gemeente, de corporatie. En daar hebben we allemaal inzet op gepleegd.

Het is niet zo dat er drie verschillende mensen langs de deur gaan. Maar het is wel één aanpak, eigenlijk een integrale aanpak, rotwoord, een integrale aanpak om het gesprek aan te gaan met bewoners in die wijk. Ik hoop dat dat duidelijk is. De voorzitter: Ik denk dat het zo duidelijk is, mevrouw Schnabel.

36

Mevrouw Schnabel: Daarmee heb ik denk ik ook met de eerste opmerking... Toen ik vertelde over deeltijd en het voltijd werken. Wie zijn die honderd mensen? Dat zijn mensen die in deze wijk wonen, die of geen werk hebben of deeltijd werken, maar eigenlijk meer zouden willen werken of in een baan zitten waarvan ze zeggen, er zit eigenlijk geen perspectief in. Het gaat erom dat we honderd mensen via deze wijkaanpak toeleiden naar een duurzame plek op de arbeidsmarkt. En dat is totaal afhankelijk van wie je tegenkomt. Dat kan iemand uit een uitkeringssituatie zijn, maar dat hoeft niet. Dat is niet het uitgangspunt. We werken daarvoor ook samen met De Beroepentuin. Het ging namelijk ook over, ga ik wel een beetje door elkaar, maar het ging ook over, hoe voorkomen we bijvoorbeeld als het dadelijk economisch wat minder gaat? Want dan hebben mensen misschien geen diploma. Wat de hele reden is van deze wijkaanpak, is dat we mensen eigenlijk iets geven, een certificaat bijvoorbeeld via De Beroepentuin, om te kunnen laten zien van, ik krijg een praktijkverklaring voor dat wat ik kan. Mensen worden gecertificeerd voor wat ze kunnen en wat ze bereiken. En dat is de manier waarop wij vinden dat ook het bedrijfsleven, dan kom je gelijk bij dat banen met impact verhaal, zich zou moeten verhouden tot onze beroepsbevolking en tot onze inwoners.

Hartstikke fijn dat er nu een personeelstekort is en dat je iedereen kunt gebruiken, maar hoe gaan we ervoor zorgen dat die mensen een duurzame plek op de arbeidsmarkt hebben? Welke rol gaan bedrijven ook spelen om de ruimte te geven om hun personeel te laten ontwikkelen en zich te laten certificeren? Juist om die duurzaamheid daarin te waarborgen eigenlijk. De voorzitter: Stopt u even nog, want mevrouw Schnabel heeft nog een vraagje. Mevrouw Schnabel: Ik was wel getriggerd door wat de wethouder zei over dat die honderd mensen gewoon mensen zijn die je op straat tegenkomt. Want ik kan me voorstellen dat je juist de mensen die moeilijk aan het werk komen, zou willen helpen. Dan is dat heel random uiteindelijk wie je helpt. En dan is dat doel in principe zo gehaald. Of dat is meer een vraag. Je zou toch criteria op kunnen stellen om te kijken, wie willen we echt helpen, omdat diegenen het meest kwetsbaar zijn? De voorzitter: Wethouder, wie wilt u helpen? Mevrouw Van Benschop: Kijk, laten we even vooropstellen dat als je met een wijkaanpak aan de slag gaat, waarbij je in een hele kwetsbare wijk begint... Want je begint in Dordt West. Dat is een hele kwetsbare wijk. Waar j bij mensen binnenkomt om het gesprek te voeren. Dat ik niet verwacht dat daar mensen zullen zijn met een hele stabiele goede baan, een goedbetaalde baan, zeker zijn van hun bestaan.

Die zullen zeggen, laat mij via een traject van De Beroepentuin een baan krijgen. Het gaat ons er niet om dat we van tevoren helemaal vastleggen wie we aan het werk helpen. We willen hiermee een aanpak neerzetten, die we nu voor eerste instantie hebben ingezet op de energietransitie, maar waarvan we gaan kijken, kunnen we hem ook gaan toepassen op de zorg? Kunnen we hem ook gaan toepassen, we hebben er nog één, op bijvoorbeeld de kinderopvang of op het onderwijs? Kunnen we een aanpak realiseren, waarbij we heel erg geworteld in die wijk in gesprek met inwoners kunnen bijdragen aan het toeleiden naar een baan? En het is niet iedereen die we tegenkomen.

37

We gaan weldegelijk, in die zin, gericht op zoek, namelijk bij die mensen die in het corporatiebezit wonen waar een verduurzamingsslag plaats moet vinden. Je zou van tevoren kunnen zeggen, het moeten honderd mensen zijn die in de bijstand zitten. Maar volgens mij sla je daarmee een hele groep over, die weldegelijk ook heel erg gebaat kan zijn bij deze wijkaanpak. En er staat nergens dat het een soort van een limiet is, maximaal honderd mensen. Het doel is om bij deze aanpak honderd mensen, in ieder geval, aan het werken te krijgen. En ons doel is eigenlijk dat het dadelijk voor heel Dordt mogelijk is om een dergelijke wijkaanpak te gaan doen, zodat het steeds meer vanuit de wijk in direct contact mogelijk wordt om toe te leiden naar een baan. De voorzitter: Voldoende? Dan mag u verder. Mevrouw Van Benschop: Ik was eigenlijk van plan om ze allemaal via de programmalijnen te doen, maar ik merk dat ik dan vragen ga overslaan. Ik ga toch maar een beetje meer staccato de vragen langs. Waarom de wijken van Dordt West en niet de andere wijken, was een vraag. We beginnen in Dordt West, maar de bedoeling is dat... We hebben ook de wijk Oost en het centrum genoemd in het stuk. Wat ik net ook aangaf, de bedoeling is om dat verder uit te breiden. Maar je moet ergens beginnen.

En dit was een mooie ingang, omdat we hier met dat team aan de slag kunnen vanwege de verduurzaming van het corporatiebezit. Wat betekent het streepje voor, voor werkgevers met goed werkgeverschap? Als je bijvoorbeeld een aanbesteding doet, dan heb je altijd een balance scorecard. Je hebt bepaalde criteria. Daar schrijven bedrijven op in, op een opdracht. En daar geef je scores voor. En wat we eigenlijk zeggen is, we maken goed werkgeverschap één van die onderwerpen waar we de waarde wat meer aanhangen dan we in het verleden gedaan hebben. Als het gaat over aanbesteding, bijvoorbeeld. Als het gaat over onze uitgiftecriteria, dan gaat het er veel meer over dat we willen kunnen sturen op, wat voor type bedrijven halen we hiernaartoe? Dat hebben we ook in het programma Ruimte voor banen besproken. Dat we echt een ecosysteem hier willen hebben, waarbij bedrijven niet alleen hier komen om hier hun onderneming te hebben, maar ook iets bijdragen aan onze sociale doelstellingen, onze maatschappelijke doelstellingen en aan het leven van onze inwoners, door middel van goed werkgeverschap. Bijvoorbeeld door ze ontwikkelkansen te geven. Bijvoorbeeld door fatsoenlijke lonen te betalen. Door geen tachtig procent flexcontracten te hebben. Door je op een fatsoenlijke manier te verhouden tot de beroepsbevolking.

Dat is dat streepje voor als het gaat over banen met impact of werkgevers met goed werkgeverschap. Dan werd er nog genoemd dat daar geen geld voor gereserveerd is. We hebben hierin opgenomen, waar extra geld voor nodig is. Als het gaat over het label ondernemen met impact, daar hebben we extra geld voor uitgetrokken, omdat we daar een slag op wilden maken. Omdat we meer bedrijven de kans wilden geven om mee te gaan doen aan dat label. Die bedragen gaan ook afnemen. Naarmate het een groter netwerk wordt, gaan steeds meer bedrijven zelf een bijdrage leveren aan dat label en wordt dit bedrag steeds lager. En die andere dingen kosten geen extra geld. Die zitten in onze reguliere begroting. Die hebben we hier ook niet opgenomen. Hoog en laag opgeleid. Dat zal voorlopig nog wel een discussie blijven, denk ik. We moeten daar maar eens een keertje over doorpraten. Ik denk niet dat het in de commissie tot een oplossing gaat komen. Theoretisch en praktisch heb ik ook weleens gebruikt.

38

Werd ik ook op aangesproken. Want inderdaad, er zijn ook hbo-opleidingen die hartstikke praktisch ingericht zijn. Ben je dan theoretisch of praktisch opgeleid? Dat gesprek voeren we, denk ik, op een ander moment nog wel een keer. Even kijken hoor. Dan was er de vraag van het CDA over de te ontwikkelen beroepsbevolking. Kan ik even terugzoeken. Want het heeft te maken met de context. Waar stond hij ook alweer? Iets met lijn drie. Waar het daar eigenlijk om gaat, is dat we weten dat er op dit moment banen zijn die mogelijk gaan veranderen. Of niet mogelijk, dat weten we eigenlijk wel zeker. Er gaat een transitie komen in het type banen wat je hebt. En er zijn banen van de toekomst, er zijn banen van nu, maar er zijn ook banen waarvan je weet, in de nabije toekomst gaat dat een keer stoppen. Het gaat hier vooral over, hoe zorg je ervoor dat je het onderwijs biedt aan je inwoners dat nodig is om die banen te kunnen doen? Hoe zorg je ervoor dat de bedrijven die mogelijkheden ook weer bieden aan hun personeel om zich op die manier te kunnen ontwikkelen? En op die manier ontwikkelen wij mee aan een beroepsbevolking die passend is bij die toekomstige vraag op de arbeidsmarkt. Het grijpt eigenlijk in elkaar. Het is bijna triple helix. De drie O's. Ik vind dat ook echt een prachtig woord. Even kijken hoor.

Wat hadden we nog meer? We hadden nog de vraag van de VVD over wanneer we de uitwerking krijgen op programmalijn twee, volgens mij. De voorzitter: Mijnheer Van Ballegooijen, licht maar toe. De heer Van Ballegooijen: Ik heb daar een foutje in gemaakt. Wat ik noemde was het Regionaal Werkcentrum en het Scholingsfonds. Maar ik heb dat even scheef gezien. Dat hoort bij programmalijn één en niet bij programmalijn twee. De vraag staat, maar het hoort bij programmalijn één. Mevrouw Van Benschop: En dan was de vraag, wanneer dat daar een voorstel voor komt? De heer Van Ballegooijen: Of er enige indicatie is wanneer dat van start gaat? Mevrouw Van Benschop: Dat is een proces wat eigenlijk al min of meer gestart is. Het Regionaal Werkcentrum is vanuit de arbeidsmarktregio, vanuit de GR Sociaal en ook vanuit deze opgave dragen we daaraan bij. Plus de Bestuurlijke Werkgroep Werk en Economie uit de regio. Het is best wel een grote opgave. Daarom zijn we er ook snel mee gestart. De kaders vanuit het Rijk liggen nog niet helemaal vast. Het is nog niet helemaal duidelijk wat precies de invulling zou moeten zijn. Maar we hebben in ieder geval hier in de regio allemaal gezegd, alle partijen die erbij betrokken zijn, ga niet zitten wachten. Ga er gewoon mee van start. Want we hebben al heel veel.

De bedoeling is dat we dat allemaal bij elkaar gaan brengen, zodat we één plek hebben voor alle werkgevers- en werknemersvragen. Daar kunnen we gewoon al een start mee maken. Dat is gebeurd. Daar zijn we nu mee begonnen. Er zit een programmamanager op of een projectleider. Ik weet eigenlijk niet precies wat de functie is. Maar die is daarmee aan de slag om met al die partijen te kijken, hoe gaan we vormgeven aan dat Regionaal Werkcentrum? En dat Scholingsfonds hebben we een Regiodeal voor liggen. En als de Regiodeal valt, zullen we maar zeggen, dan krijgen we een Scholingsfonds, hopen we. Gaan we voor. Even kijken.

39

Dan hadden we nog, wat is de toegevoegde waarde van onder andere het label? Dat is wel een leuke vraag, omdat in het begin was het iets wat wij heel erg stimuleerden. Dat was al een tijd geleden. Al een jaar geleden denk ik dat we daar behoorlijk op... Dat we dachten, dit kan wat worden. Er waren al wat bedrijven aangesloten. De stichting was al actief. En in het afgelopen jaar hebben we echt een enorme toename gezien van bedrijven die dit zelf graag willen. En dat is eigenlijk ook direct de toegevoegde waarde. Waar het om ging is, hoe maak je een netwerk van bedrijven die intrinsiek gemotiveerd zijn om iets te doen met dat goed werkgeverschap, met die drie Drechtse doelen van de banen met impact? Hoe vinden die partijen elkaar? Sowieso bedrijven onderling, maar ook de connectie met de maatschappelijke organisaties in onze stad. Hoe kunnen ze van elkaar leren? En wat dat label doet, is dat in eerste instantie als een bedrijf zich aanmeldt, dan krijgen ze eerst een gesprek, wat doe je al? Het is een hele positieve insteek, want heel veel bedrijven doen al heel veel. Zijn zich daar helemaal niet van bewust, maar doen al heel veel. Daar wordt eerst een inventarisatie van gemaakt.

Vervolgens gaan ze met allerlei inspiratiesessies aan de slag om te kijken, hoe kunnen we tot een actieprogramma komen voor jouzelf, voor het bedrijf zelf om nog meer te doen op die gebieden binnen dat banen met impact verhaal? En vervolgens zit daar een prijs op. Eigenlijk een bekroning op het werk wat ze verricht hebben. En dat is het label. Het is meer een bevestiging van iets waar ze zelf mee bezig zijn, waar ze zelf de goede stappen inzetten en waarvan wij zeggen, dat moet je stimuleren. Voor ons wordt het, bijvoorbeeld als het gaat over die twee projecten die genoemd werden, als we daar bedrijven bij willen betrekken in Glansrijke toekomst, een hele logische stap om te kijken naar het netwerk waar bedrijven samenkomen op ondernemen met impact. Want dat zijn bedrijven die intrinsiek bezig zijn met een actieprogramma om stappen te zetten richting nog beter werkgeverschap. Dat is voor ons de toegevoegde waarde. En die wordt ook onderschreven door bedrijven. Het netwerk groeit echt extreem hard. Wil ik toch nog wat over zeggen. Ik had bijvoorbeeld vorige week de Maatschappelijke Beursvloer. Daar waren 60 bedrijven, 60 maatschappelijke organisaties. Allemaal van dat netwerk. Er zijn 361 matches met gesloten beurs gesloten. Dat zijn 361 dingen die bedrijven gaan doen voor maatschappelijke organisaties, zonder dat ze daar iets voor vragen. Dat is echt een prachtig resultaat.

De voorzitter: Dat klinkt heel mooi. Mijnheer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Dat klinkt inderdaad heel mooi. Dan klopt mijn vermoeden dat er vanuit bedrijven zelf heel veel initiatief is om dat op te pakken. En dan begrijp ik dat het voornamelijk vanuit de gemeente een stukje steun is om die doelen te realiseren. Dat leidt dan wel een soort van tot een andere vraag die ik had gesteld. Als er dan zoveel initiatief is vanuit die bedrijven om het zelf te doen, als er zo'n enorme groei is van bedrijven die dat allemaal uit zichzelf doen, waarom is het dan nodig om dat ook vast te leggen in inkoopbeleid en in uitgiftecriteria en dergelijke? De voorzitter: Wethouder. Mevrouw Van Benschop: Er zit wel een verschil tussen dat er zoveel bedrijven zijn die dat allemaal al heel goed geregeld hebben en het feit dat er veel bedrijven zijn in onze regio op dit moment die de intrinsieke motivatie hebben om het goed te doen.

40

En dat is wat we met het label en met de stichting stimuleren. Hoe kunnen mensen of bedrijven die die motivatie wel hebben, maar het nog niet helemaal tot in de puntjes geregeld hebben, hoe kunnen we die ondersteunen om dat goed te gaan doen, zodat wij daar ook voor onze beroepsbevolking en voor onze inwoners een beroep op kunnen doen? Dat het echt wederkerig wordt. En dat is waarom wij dat wel vastleggen in onze uitgiftecriteria en in ons inkoop- en aanbestedingsbeleid, omdat wij vinden dat je dat moet stimuleren. We zijn als gemeente nu zelf ook partner geworden. Wij gaan ook het traject in om het label te kunnen krijgen. Want wij doen ook veel dingen goed, maar er kunnen ook nog steeds dingen beter. Het is ook een stimulans voor bedrijven om te zeggen, hier staat een mooi netwerk. Want natuurlijk zijn het niet alle sectoren waar dit een vanzelfsprekendheid is. De voorzitter: Mijnheer Van Ballegooijen, voldoende zo? Dan ga ik naar mevrouw Schnabel, want die wilde er ook nog iets over vragen. Mevrouw Schnabel: Ik was eigenlijk benieuwd, maar volgens mij is het net al beantwoord, over hoeveel bedrijven dat het precies ging bij wie dit al van toepassing is? Mevrouw Van Benschop: Dat specifieke antwoord moet ik even verschuldigd blijven. Dat weet ik niet. Er zijn veertig partners. Mevrouw Schnabel: Veertig partners? Mevrouw Van Benschop: Ja.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/590/documents/28777