CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.12 2024.04.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 525.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar dan denk ik ook van, ja, zo’n cliëntmeting, 24 metingen dat hoort wel vind ik, nou ja, het klinkt misschien raar maar dat had eigenlijk gewoon een veel lager getal moeten zijn. Dat hebben ze ook toegezegd, daar gaan ze ook in cliëntenraad verband over praten van, hé, doen we dat wel op een goede manier? We hebben ook afgesproken dat ze me altijd kunnen bellen en ambtenaren kunnen bellen en dat we proactief willen helpen waar nodig, ook in de contacten dus met Woonbron. Als het gaat over wat er nu al kan gebeuren, en dan pak ik gewoon even de brief vanuit de cliëntenraad erbij. Die onveilige ramen, de tuin op orde, de schutting netjes maken, vieze kamers, schimmel, versleten terrassen. Ja, mensen, dat moet gewoon nu opgepakt worden. Dat is de vieze kamers, dat werd overigens niet herkend vanuit de Safegroup. Daar hebben trouwens ook de mensen die daar verblijven zelf een verantwoordelijkheid in natuurlijk. Maar er moet daar gewoon een flinke opfrisbeurt plaatsvinden. Ik ben het met mevrouw Kamphuis en met heel de commissie eens dat het daar moet eindigen maar voor de time being moet het daar echt veel en veel beter. Het moet, zoals u dat zei, we moeten het veiliger en vrolijker maken. Ik denk dat dat een hele mooie omschrijving is, ook gezien de vrouwen met kinderen. En nogmaals, dat is vrijdag bevestigd, geld speelt echt voor hen, is niet een punt van discussie.

Mocht dat wel zo zijn, dan hoor ik dat gewoon graag. Dan gaan we daarover in gesprek maar dat speelt op dit moment niet. Ja, voorzitter, volgens mij ben ik daarmee ingegaan op de vragen vanuit de commissie. Als er aanvullende vragen zijn dan beantwoord ik die van harte. Misschien nog even … Ja, nee goed, ja. De voorzitter: Ja, een aantal aanvullende vragen. U heeft inderdaad heel veel bent u langsgelopen. De heer Van Dam Timmers, aanvullende vraag. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Een deel van de vraag is beantwoord van welke rol heeft de stichting ten opzichte van de gemeente? Maar een andere vraag van, ja, als we nog naar een alternatieve locatie zouden kijken ook in onze omliggende gemeenten, dan waren er maar, werden er twee gemeenten genoemd. En het sluit natuurlijk niet uit dat je ook meerdere locaties op meerdere plekken zou kunnen hebben.

21

Ook kleinschaliger misschien in een leuk dorp, wat meer rust om het zo maar te zeggen. Is dat ook een overweging of is dat al uitgesloten? De voorzitter: Ja, volgens mij twee vliegen in één klap want dat was ook de vraag van mevrouw Stevens. Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, goed dat dit nog even naar voren wordt gebracht. Heb ik inderdaad niet beantwoord. Er is op dit moment ook een kleinschalige voorziening in Gorinchem, daar wordt ook wel gebruik van gemaakt.

Waarom ik de collega's uit Zwijndrecht en Gorinchem uitgenodigd heb is omdat zij ook in het kader van de visie van opvang naar wonen en waar het gaat over het totale vraagstuk, dat ik hen nadrukkelijk benaderd heb om daar gezamenlijk met Dordrecht verantwoordelijkheid in te nemen. Het is ook meer stedelijk gebied, zij hebben ook meer voorzieningen dus daarom heb ik hen gevraagd. Maar het is zeker niet uitgesloten om ook andere gemeenten daarbij te betrekken maar dit was even de eerste snelle slag. En ja, het is zeker ook een optie om meerdere locaties te bekijken, om het misschien wat kleinschaliger nog te organiseren. Waarbij we wel, en dat is vaker het gesprek met zorgaanbieders, dan komt de exploitatie soms wat onder druk te staan. Want ja, het is natuurlijk, ja, het klinkt een beetje flauw in dit verband maar efficiënt om het allemaal bij elkaar te hebben. Maar het is voor ons zeker niet uitgesloten dat je meerdere locaties zou kunnen vinden. Dat zou wat ons betreft een prima optie zijn. De voorzitter: Helder. De heer Heijkoop: Daarmee heb je ook nog eens, tot slot, voorzitter, dat mocht een vrouw zich melden en de gewelddadige ex-partner verblijft ook in deze stad, dan kan het ook een goede reden zijn om juist even ergens anders tot rust te komen. En omgekeerd dus ook om die reden vinden we het geen gekke gedachte.

We hebben zo'n soort samenwerking overigens ook al met Breda. De voorzitter: Maatwerk hoor ik hier doorheen sijpelen. De heer Kuhlmann, per interruptie. De heer Kuhlmann: Ja, dank u wel, voorzitter. Er zijn twee punten, vragen die de wethouder van ons nog niet heeft beantwoord. Beide hebben te maken met de huidige locatie van de vrouwenopvang in wat de wethouder noemt, probleemmagneet. Wat we hadden gevraagd is of wanneer we de resultaten kunnen verwachten van het onderzoek naar de uitbreiding van het alcoholverbod wat het college heeft toegezegd? Daar ben ik benieuwd naar. Het tweede is … De voorzitter: Als dat binnen deze portefeuille valt, wethouder? Hij heeft overal verstand van, dan heeft u geluk. Gaat niet over de vrouwenopvang maar hij heeft overal verstand van. De heer Kuhlmann: Ja. Nee, dat raakt natuurlijk rechtstreeks de veiligheid van de huidige locatie. Het andere is, daar ben ik wel benieuwd naar, of de wethouder ook wel bereid is

22

om bij wanneer er sprake is van overlastgevers die gewoon meermaals in de fout gaan, om dan in zijn rol als gesprekspartner van Woonbron en natuurlijk ook subsidiegever van veel van de andere organisaties die daar zitten, zeggen van, ja, als je over de schreef gaat, er zit een einde aan. Op een gegeven moment dan word je eruit gezet om het voor alle andere groepen en de vrouwenopvang die daar nu zit veilig en prettig te houden. Die twee vragen. De voorzitter: We gaan kijken of de gemeente daar een rol in heeft. Wethouder Heijkoop. De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, dank. Ja, waar het gaat over de leefbaarheid, veiligheid in de buurt, daar heeft u ook al een debat over gevoerd met collega Merx en de burgemeester denk ik. Zij zijn zeer kundig waar het gaat over een alcoholverbod en het handhaven van de leefbaarheid. De extra inzet, de extra rondjes ook vanuit de politie. Ik kan u toezeggen dat mocht u een afspraak hebben gemaakt met het college over het alcoholverbod, dat collega Merx of de burgemeester daarop terugkomt. Want voorzitter, het was een kleine bluf, ik heb niet overal verstand van. Alcoholverbod, schoenmaker, hou je bij je leest, dat zit bij collega Merx en de burgemeester. Waar mijn verantwoordelijkheid zich wel, en dat raakt dit punt van de heer Kuhlmann ook wel, dat we kijken naar de samenstelling van de bewonerspopulatie.

Dat je wel met partijen bespreekt van, joh, is die balans nog op orde, moeten we toch eens even kijken naar een iets andere instroom? Als er notoire overlastgevers zijn dan kijken we ook naar, nou ja, dan moeten mensen soms ook gewoon verhuizen en dan moeten ze vertrekken want de veiligheid van het complex is gewoon heel erg van belang. De leefbaarheid voor andere bewoners mag niet onder druk komen te staan doordat een enkeling zich zwaar misdraagt en met Woonbron hebben we daar ook afspraken over. De heer Kuhlmann: Goed, dank u. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan is … O, per interruptie, mevrouw De Groot. Mevrouw De Groot: Yes, dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag aan de wethouder over eigenlijk dat vrouwen met meer kinderen dan één of twee ook even makkelijk opgevangen kunnen worden als dus vrouwen met minder kinderen, of daar gekeken gaat worden voor het nieuwe pand in ieder geval? Want ik weet niet of het in het huidige pand natuurlijk mogelijk is, dat gok ik niet, maar voor het nieuwe pand of de wethouder daar iets over kan zeggen? De voorzitter: Zorg voor de kinderen in een betere zin verantwoord maar echt het groot aantal kinderen per gezin. Gaat uw gang. De heer Heijkoop: Nou, voorzitter, ik vind dit wel een goed punt. Ik denk dat het goed is om bij het nieuwe pand goed te kijken dat je enige differentiatie hebt in het aanbod.

Dus dat op het moment dat een alleenstaande vrouw, daar kun je, daar past andere huisvesting bij dan bijvoorbeeld een vrouw met meerdere kinderen. Dus het lijkt mij, ik kijk ook even naar de ambtelijke organisatie, dat het goed is om dat ook onderwerp van gesprek te laten zijn. Dat je daarmee ook, nou ja, die gezinnen recht kunt doen en dat we niet in de one size fits all achtige constructie waar we nu in zitten terechtkomen.

23

De voorzitter: Dank u wel. Dan was dat ook de termijn van de wethouder. Voordat we verder gaan, veel neuzen van de commissie stonden al dezelfde kant op, wijken hier en daar wat af. Ik heb de portefeuillehouder net ook dingen horen zeggen zoals, nou, de eisen van de commissie of de wensen van de commissie komen eigenlijk heel erg overeen met de eisen van de Safegroup. Alle punten die zijn ingebracht, heeft de wethouder aangegeven, nou, of dat neem ik nog mee in een gesprek of daar wordt al over gesproken. Dus we staan zelfs een beetje met de neus dezelfde kant als het college op, wat natuurlijk niet vaak gebeurt in de politiek. Dus daarom wil ik aan jullie vragen, is er behoefte aan een tweede termijn? Is dat nodig? Nee. Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, ik heb hooguit nog één vraag aangezien ik denk dat er inderdaad geen grote tweede termijn komt. Zou de wethouder al iets van een tipje van de sluier kunnen oplichten over wanneer er zicht wordt op deze nieuwe locatie of wanneer er misschien een rib komt met wat meer informatie hierover? De voorzitter: Wethouder Heijkoop, wanneer kunnen we meer informatie verwachten? De heer Heijkoop: Ja, voorzitter, ik zal even mijn collega De Jonge opzoeken om te kijken waar we nu zitten in de planvorming waar het gaat over de betreffende locatie.

Ik zeg u toe dat ik u daar zo snel mogelijk over informeer als daar meer over bekend is. Als de locatie nog niet gedeeld kan worden dan zou ik dat misschien zelfs eventjes kabinet kunnen doen. Maar ik denk eigenlijk dat die locatie wel binnenkort naar buiten gaat. Het zit nu nog puur in de transactiefase. We zijn er al wat langere tijd mee bezig. Vanuit beschermd wonen hebben we daar ook nadrukkelijk een aandeel in omdat daar, nou ja, de businesscase was best wel uitdagend om het zo maar te zeggen. Dus we hebben even goed gekeken waar, hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen. Nou, dat is een delicaat proces en ik zeg u toe dat ik, ja, het zou mooi zijn als ik u rond de zomer daarover kan informeren dat u weet waar het naartoe gaat. Zullen we dat afspreken? De voorzitter: Zeker. Dan mevrouw Stevens van de PvdA nog. Mevrouw Stevens: Ja, nog een korte vraag die schiet me net te binnen. In het verleden heb ik vanuit mijn werk, toen ik nog aan het werk was, vrouwen op een locatie moeten plaatsen die zeg maar met openbaar vervoer niet bereikbaar waren. Die echt ver buiten alles lagen en de vrouwen daar dan gewoon, ja, heel alleen in isolement. Mijn vraag is als die nieuwe locatie, waar ik heel erg blij mee ben, of daarnaar gekeken wordt dat er ook goede verbindingen zijn? De voorzitter: Nog een laatste vraag over de bereikbaarheid. Wethouder Heijkoop.

De heer Heijkoop: Ja, qua OV en verbindingen zou ik durven zeggen dat dit, een meer Alocatie dan deze krijg je niet maar ik hou het nog een beetje cryptisch, ja. De voorzitter: Kijk, dat is fijn. Commissie, ik ga jullie een voorstel doen voor een conclusie. Als je het er niet mee eens bent, zeg het vooral. We hebben net al een toezegging gekregen op een raadsinformatiebrief die gaat komen zodat er meer informatie is over de locatie en hoe dat ingevuld gaat worden. Kunnen we dan de

24

stukken die voor ons liggen ter kennisgeving aannemen en zeggen we, we wachten op de rib die eraan komt? Of is er nog behoefte aan een andere voortzetting, bijvoorbeeld nogmaals oordeelsvormend? Ter kennisgeving aannemen en een raadsinformatiebrief … De heer Kuhlmann: Ter kennisgeving, wij kunnen dat volgens mij niet maar de raad wel. Dus hij kan dan ter kennisgeving naar de raad, dat lijkt me het juiste proces. De voorzitter: Ter kennisgeving naar de raad. Zeker, ja, dank je wel. Dan doen we het zo. We zien de rib graag tegemoet. Commissie bedankt en ook wethouder bedankt. Fijne avond. 4. Vaststellen Lokale nota publieke gezondheid 2024-2027 - Startnotitie Voorzitter: De heer Van der Net Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Dhr. Van Ballegooijen (VVD) Mevr. Boom (VVD) Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Dhr. Gorter (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU/SGP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Van Pelt (Forum voor Democratie) Mevr. Schnabel (PvdA) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden De voorzitter: Dames en heren, welkom allemaal. Het is drie minuten over negen en wij gaan een commissie starten over het vaststellen van de startnotitie lokale nota publieke gezondheid.

Ik wilde eerst maar even snel het rondje maken, dan weten we in ieder geval wie we aan tafel hebben en dan wilde ik rechts beginnen. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer De Heer: Robert De Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP.

25

De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. De heer Van Pelt: Dirk Van Pelt, Forum voor Democratie. Mevrouw Boom: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Van Ballegooijen: Luca Van Ballegooijen, Dordtse VVD. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Gorter: Wouter Gorter, Op Ons Eiland. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos, Partij voor de Dieren. De heer Van Dam Timmers: Jan Van Dam Timmers, CDA Dordrecht. De heer Van der Linden: Rik Van der Linden, wethouder voor publieke gezondheid. De voorzitter: Moeten we dan er wel bijzetten, onder andere toch? Onder andere dan, ja, ja, ja. Als we alleen maar een wethouder zouden hebben voor dit onderwerp dan … De heer Van der Linden: Dan zit er jaarlijks op. De voorzitter: Ja, en dat is ook veel te duur betaald dan. De heer Van der Linden: Dat staat in de notulen nu. De voorzitter: Ja, dat staat in de notulen inderdaad. Waar gaan we het over hebben, dames en heren. De startnotitie lokale nota publieke gezondheid is eerder al twee keer beeldvormend aan de orde geweest. Op 19 maart vond een technische sessie plaats en vorige week dinsdag was er een werkbezoek aan het consultatiebureau en het Lab Positieve Gezondheid.

Aan het einde van het werkbezoek besloot de commissie de startnotitie oordeelsvormend te agenderen met als politieke vraag, wat vindt de raad van de uitgangspunten van de lokale nota publieke gezondheid 2024-2027? Met daarbij als specifieke aandachtspunten prioritering en gezondheidsbevordering. Nou, dat is in ieder geval een aardige tekst. Ik ga gewoon eventjes kijken wie daar wat over wil zeggen. Volgens mij had ik mijn naam al gezegd, kijk ik even naar de griffie, nog niet hè? De heer Den Boer: Nu je het zegt, nee. De voorzitter: Nee, nee. Mijn naam is John Van der Net, ik ben uw voorzitter gedurende deze anderhalf uur. Ik zie dan gelijk een aantal … Mevrouw Koene, u wilde al wat zeggen of nog niet? Nee? De heer Katif was het als eerste opeens in mijn blikveld en dan wilde ik u in ieder geval het woord geven hierover.

26

De heer Katif: Ja. Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, we zijn vorige week op bezoek ... Hij is in het Polygoonjournaal, kijk maar eens goed. Wij zijn inderdaad vorige week op bezoek geweest. Dat was voor ons in ieder geval voor mij dan een leerervaring waar ik met een aantal dingen geconfronteerd ben waar ik toch tot min of meer de volgende woordvoering gekomen ben. Een voorgesteld besluit van de lokale nota publieke gezondheid 20242027 getuigt van een goede analyse van de gezondheidsuitdagingen waar onze stad mee wordt geconfronteerd. Het biedt in ieder geval een gedegen raamwerk om deze uitdagingen aan te pakken en de gezondheid en welzijn van onze inwoners te bevorderen. Beter Voor Dordt vindt dat een van de meest veelbelovende aspecten van dit voorstel, de nadruk op bestaanszekerheid als basis voor de gezondheid. We erkennen dat een stabiele financiële situatie en een gezonde woonomgeving en een veilige thuissituatie essentieel zijn voor een goede gezondheid en levensstijl. Door te focussen op het bevorderen van gezond opgroeien en het terugdringen van gezondheidsachterstanden legt dat voorstel terecht de nadruk op preventie en het creëren van gelijke kansen voor alle inwoners. De voorgestelde speerpunten zoals gezonde leefstijl, gezonde leefomgeving, het tegengaan van eenzaamheid onder ouderen zijn van cruciaal belang voor het welzijn van onze inwoners.

Voorzitter, oud worden betekent niet afgeschreven zijn. Een waardig bestaan voor ouderen is een must. Naar hen om blijven kijken en zorg voor hen dragen is niet meer dan een vorm van beschaving. En ik zeg het nogmaals, een vorm van beschaving. De collectieve verantwoordelijkheid preventie positieve gezondheid prioriteit te geven biedt dit voorstel een veelbelovend kader voor het bevorderen van een gezondere samenleving. Voorzitter, en ik rond af, hoewel het belangrijk is om de beschikbare middelen effectief in te zetten binnen de financiële kaders van de meerjarenbegroting en de Kadernota 2024 benadrukken we als Beter Voor Dordt de noodzaak van een doelgerichte investering om de doelstellingen van de nota te realiseren. Een laatste zin, voorzitter. Beter Voor Dordt ondersteunt dit voorstel met speciale aandacht voor prioritering en van de politieke punten van de heer Van Ballegooijen van de VVD en gezondheidsbevordering als kerntaak van gezondheidsbeleid. En heel simpel, voorzitter, u had geconstateerd dat ik voor de ouderen in dit geval, ja, voor mij een heel belangrijk onderwerp op een of andere manier. Daar werd ik eigenlijk mee geconfronteerd en daarom gaf ik er iets meer aandacht voor. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Nou, dat mag. Nou, goed, als iedereen zo positief is dan zijn we snel klaar denk ik. Dat zou kunnen natuurlijk. Ja, de heer De Heer.

De heer De Heer: Ja, voorzitter, dank u wel. Een nota van een paar pagina’s hebben betrekking op een gigantisch deel van de uitvoering in onze gemeente. Wat heeft er tegenwoordig namelijk geen relatie met gezondheid? Dus aan de ene kant een beknopt en een redelijk voorstel en tegelijkertijd een voorstel met een verstrekkend effect. Wat betreft de politieke vraag, volgens mij heeft de gemeente met deze nota de prioriteiten in algemene zin prima op orde. En tegelijkertijd een paar opmerkingen. In eerste instantie, we missen concrete aandacht voor het terugdringen van eenzaamheid. Mensen van alle leeftijden voelen zich in een individualistische samenleving steeds vaker alleen. En dat in een stad die steeds verder verdicht raakt, een schrijnend gegeven. De eenzaamheidscijfers liggen in Dordrecht ruim boven het landelijk gemiddelde.

27

In de nota zien we op dit onderwerp slechts alleen aandacht voor ouderen, heel belangrijk natuurlijk, maar de eenzaamheidscijfers van iedereen onder de 65 zijn in onze stad zelfs nog stukken hoger. We vragen de wethouder dan ook hoe bestrijden van eenzaamheid voor alle Dordtenaren een prioriteit heeft de komende jaren? Aangezien het momenteel op deze manier niet is meegenomen in de speerpunten. Het tweede punt is dat we in het raadsvoorstel en in raadsvoorstellen in algemene zin ook steeds vaker over normaliseren lezen. Heel vaak ook heel redelijk om het daarover te hebben maar ook een risico wat ons betreft. Soms lijkt het dat we het normaliseren noemen, simpelweg omdat het een noodzakelijk gevolg is van het tekort aan mensen en uitvoeringskracht, middelen. Hoe ziet de wethouder dit en hoe kunnen we voorkomen dat we deze vrij populaire beleidsterm niet te makkelijk gebruiken om achter te verschuilen? Al met al, even los van de opmerkingen en de vragen, een heel redelijk voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Ja, ja, ik ga eerst naar rechts en dan ga ik naar links, als ik dat dan eventjes zo mag. Ja, dat is een afwijking van mij, sorry. De heer Den Hartog: Dank u, voorzitter. Ja, u zei net al van, als iedereen zo positief is kunnen we kort zijn.

Nou ja, over de politieke vraag kan ik inderdaad heel kort zijn, die is zo geformuleerd dat je daar moeilijk mee oneens kan zijn. Bestaanszekerheid, gezond opgroeien, gezonde leefstijl, gezonde leefomgeving, gezond oud worden, bescherming tegen ziekte, wie wil dat nou niet? Tegelijkertijd kan je met die uitgangspunten in de uitvoeringsfase nog alle kanten op. Dat roept dus ook vragen op. Vragen van, wat kan er straks daadwerkelijk gedaan worden? Want zoals in de nota gesteld wordt, financiën groeien niet mee met de zorg. Wat betekent dat concreet? Gaan we dan alles hetzelfde houden maar een stapje minder, gaan we iets schrappen? Er wordt gevraagd ook om prioritering maar wat mij betreft werkt dat zo niet bij gezondheid. Gezondheid is een allesomvattend begrip, geen multiple choice vraag. Een gezonde leefstijl betekent zoveel meer dan bijvoorbeeld actie tegen roken waar nu de nota, de brief over ging. Het vergt ook actie tegen alcoholmisbruik, gokverslaving, tegen obesitas, luchtvervuiling, tegen vervuild drinkwater of tegen eenzaamheid. GroenLinks ziet graag actie op al deze gebieden en wil dan ook wat reflectie van de wethouder. Tot slot, wie A zegt die moet ook B zeggen. Als we ons als raad uitspreken voor de gezondheid van onze inwoners en deze uitgangspunten, dan is dat inclusief dat wat ervoor nodig is.

Dus willen we bijvoorbeeld minder hart- en vaatziekten, ja, dan zullen we roken moeten tegengaan. Dat kan bijvoorbeeld door een striktere regulering van de tabaksverkoop. Willen we schoon drinkwater? Nou, dan zullen we actie moeten ondernemen tegen Chemours om de lozingen op het water PFAS-vrij te maken. Willen we schone lucht? Ja, daar hoort dan ook bij het vuurwerk aan banden leggen. Willen we gezonde voeding? Ja, dan moeten we het Voedingscentrum volgen. Minder zout, vet, suiker, alcohol, vlees gaan reguleren. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Ballegooijen, mijnheer Den Hartog. De heer Van Ballegooijen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het gaat over iets wat de heer Den Hartog iets terug zei. Hij gaf eigenlijk aan niet te willen kiezen als het gaat om gezondheid, als ik dat parafraseer.

28

Wat ik snap want alle aspecten van gezondheid zijn heel belangrijk. Tegelijkertijd zien we natuurlijk wel het personeelstekort en ook financiële tekorten opdoemen. Dus ik vroeg me af hoe de heer Den Hartog dat rijmt? De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Ja, dank u, voorzitter. Dank ook voor de vraag. Ik zou het even apart bekijken. Ik heb net aan de wethouder ook gevraagd om te reflecteren op, er is minder geld, dat groeit niet mee met de zorg, hoe dan? Vervolgens zeg ik wat ik en vanuit GroenLinks belangrijk vind en wat wij belangrijk vinden is, alles moet gedaan worden. De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: Alles moet weer … De heer Katif. De heer Katif: Ja, aansluitend op de heer Van Ballegooijen. We hebben met elkaar een politieke vraag geformuleerd ten aanzien van prioriteiten en ik hoor in uw pleidooi geen enkele prioriteit vanuit GroenLinks. Welke prioriteiten stelt GroenLinks ten aanzien van datgene wat in de nota komt te staan? Wat is de prioriteit van GroenLinks in deze? De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u. Nou ja, dat ligt eraan hoe je het woord prioriteit opvat.

Zoals ik al net zei, gezondheid, dat is geen multiple choice vraag van, we hebben hier nu een aantal mogelijkheden, welke van deze gaan we doen? Dus de prioriteit die wij stellen, dat gaat om een integrale publieke gezondheid waarbij alle aspecten een rol daarin moeten krijgen. Kan ik verder met mijn … De voorzitter: U kunt … De heer Katif: Ja, zeker. De voorzitter: Ja, ik zie geen verdere … De heer Den Hartog: Ik was al bij mijn slotzin, voorzitter. De voorzitter: Mooi, mooi. De heer Den Hartog: Als afsluiting kan ik mededelen dat GroenLinks van plan is een amendement in te dienen over roken, alcoholgebruik en gokverslaving. De voorzitter: Nou, dat is duidelijk. Mevrouw Koene: Voorzitter? De voorzitter: Bij deze. De heer De Heer dan nog even daarop of niet?

29

De heer De Heer: Ja, voorzitter, toch een vraag aan de heer Den Hartog. Dan lijkt dat toch te klinken als een soort prioritering, als er een amendement wordt aangekondigd waarin hij iets mist wat er toch bij moet. Of zie ik dat verkeerd? De heer Den Hartog: Ja, dank u. De voorzitter: Gaat uw gang. Ja, ja, zeker. De heer Den Hartog: Nou, als er iets mist wil dat nog niet zeggen dat je dat per se dus belangrijker in een soort hiërarchische volgorde ziet. Het is alleen iets wat we missen naast heel veel dingen die erin staan die we natuurlijk onderschrijven. Ik begon niet voor niks met, ja, wie kan het hier niet mee eens zijn? De uitgangspunten zijn oké en wat erin staat, daar kunnen we ook achterstaan. Daarnaast willen we nog meer dan dat. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers wilde daar ook nog op reageren. De heer Van Dam Timmers: Ja, voorzitter, dank. Ik hoorde inderdaad de heer Den Hartog een aantal hele interessante dingen zeggen en onderwerpen in zijn amendement die inderdaad grote factoren zijn op het gebied van beïnvloedbare gezondheidsellende. Maar mijn vraag daarbij zat, ik miste daar ook wel één en dat is namelijk het roken van verdovende middelen, drugs. Is er een bewuste reden waarom die niet als onderwerp in dat amendement voorkomt? De voorzitter: De heer Den Hartog.

We weten trouwens nog niet precies wat erin staat, we hebben hem nog niet gezien dus … De heer Den Hartog: Zeker, zeker, dat is zo. Dank voor de vraag. Ik kan u denk ik geruststellen, dat vinden we net zo goed ook belangrijk. Dit was geen uitputtende uiteenzetting dus het waren een aantal voorbeelden om het aan te geven dat wij eigenlijk elk aspect belangrijk vinden. Dus ook, nou, bijvoorbeeld drugsverslaving. De voorzitter: Als reactie of als woordvoering, mevrouw Koene? Mevrouw Koene: Nou, voorzitter, ik probeer al diverse malen in beeld te komen om een reactie te geven op mijnheer Den Hartog. De voorzitter: Is dat dam een blinde vlek van mij? Excuses, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Zeker. Wij hadden hier al geconstateerd dat uw blik naar links altijd wat vertroebeld is dus. De voorzitter: Maar dat was u wel bekend, mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, zeker. De voorzitter: Maar u heeft even het woord. Mevrouw Koene: Fijn, dank u wel, voorzitter. Want ik ben namelijk heel erg nieuwsgierig, als de heer Den Hartog en alles belangrijk vindt en constateert dat er minder geld is, dat er dan toch, en dan kan je een amendement indienen maar goed, dat maakt dan op zich

30

niet zoveel uit, hoe ga je dat dan fiksen? Dus stel nou voor, er is honderd euro nodig en er zijn er tachtig. Ergens zal je dus dan keuzes moeten gaan maken. Hoe wil hij dat dan oplossen? De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Ja, dank u. Nou, zeker, dat zal je dus, je zal daarin keuzes moeten maken. Maar wat wij, dat heb ik ook net gevraagd als reflectie aan de wethouder, hoe wordt daarmee omgegaan? Het mag duidelijk zijn dat voor GroenLinks het niet zo, wij kiezen er niet voor om bijvoorbeeld een van de genoemde aspecten dan maar niet te doen. Wij vinden dat er voor alles wat genoemd is, dus dat hele rijtje van gezond drinkwater, gezonde lucht, gokverslaving, obesitas, noem maar op, dat daar overal aandacht en dus acties op moeten worden genomen. Mevrouw Koene: Ja, dat is prachtig, voorzitter. Ik vind het ook prachtig dat mijnheer Den Hartog vraagt wat de wethouder daarvan vindt. Ik vind het eigenlijk veel interessanter toch wat mijnheer Den Hartog daar zelf als oplossing voor heeft. De voorzitter: De heer Den Hartog. De heer Den Hartog: Nou ja, je zal altijd moeten roeien met de riemen die je hebt dus het ... Mevrouw Koene: Ja, maar wat gaat, voorzitter, wat gaat mijnheer Den Hartog dan niet meer doen? De heer Den Hartog: Ja, als ik mijn … De voorzitter: Via de voorzitter inderdaad. De heer Den Hartog: Ik was bezig met een antwoord.

De voorzitter: De heer Den Hartog was even bezig, zo meteen even weer. De heer Den Hartog: Dus het mag duidelijk zijn, ja, volgens mij is het al duidelijk wanneer ik zeg dat er wat ons betreft geen aspecten geschrapt dienen te worden en er is minder geld, dan kom je toe aan dat er per aspect wellicht minder geld is. Vervolgens moet je natuurlijk kijken van, hoe kan je dat zo slim mogelijk benutten? Niet elke interventie kost natuurlijk hetzelfde dus dat zal nader bezien moeten worden. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Ja, ik constateer een beetje, voorzitter, dat het een vrij zinloze actie is die ik probeer te ondernemen. Dus ik denk dat ik het hier maar even bij laat. De voorzitter: Nog? U was klaar. Iemand nog, richting de heer Van Ballegooijen? Dan gaan wij de heer Van Dam Timmers naar de woordvoering als eerste volgens mij uit mijn hoofd. Dat klopt hè?

31

De heer Van Dam Timmers: Klopt. Ja, dank, voorzitter. Dat klopt inderdaad. Ja, wat vinden wij van de uitgangspunten van de nota publieke gezondheid? Een hele goede vraag. Het zijn natuurlijk geweldige uitgangspunten, gezond oud worden, gezonde leefstijl, bestaanszekerheid als eigenlijk de basis. Staat ook niet voor niets als eerste. Dan komen er natuurlijk ook een aantal vragen op die we ook moeten beantwoorden en dan gaat het over de prioritering. Nou, om die vraag te kunnen beantwoorden gaat het natuurlijk ook over van waar kun je nou grote gezondheidswinst behalen? Waar willen we ook vanuit de gemeente samen het verschil maken en welke partners hebben we daarvoor nodig? Waar start en waar stopt ook onze gemeentelijke rol? Daar kom je dan ook op de financiën uit want niet alles als gemeente hoef je natuurlijk ook zelf te doen. We hebben gewoon een goed gezondheidssysteem in Nederland dus de gemeente hoeft niet op elk vlak alles te doen maar kan wel op het gebied van de collectieve maatregelen veel verantwoordelijkheid nemen. Dat is dan ook een van de leidende principes en dat lijkt me heel belangrijk. Als je kijkt naar deze gezondheidsbevorderende of als ik kijk naar het hele stuk dan kun je eigenlijk ook zien dat er niet zo heel veel beleidsruimte eigenlijk is.

Heel veel is wettelijk vastgelegd in de Wet op publieke gezondheid en dat moeten wij als gemeente dus ook netjes uitvoeren omdat dat zaken zijn die van groot belang zijn, zoals bijvoorbeeld de pandemische bereidheid. Nou, wellicht niet onbekend inmiddels na de afgelopen jaren. Vanuit het CDA Dordrecht zijn er een aantal punten die we over het voetlicht willen brengen waarvan we denken dat die hier ook onderdeel van moeten zijn. Hij is al genoemd ook door de heer De Heer, eenzaamheid onder alle bevolkingsgroepen. En daarmee dus ook, ja, dat ontmoeting tussen mensen, dat dat eigenlijk cruciaal is. De aanpak van armoede zit weliswaar niet in dit stuk denk ik maar het komt natuurlijk wel terug omdat dat wel een belangrijke factor is in gezondheid. En ja, ook nog als derde actie ook voor zingeving. Tijdens het werkbezoek vorige week bleek ook, als je kijkt naar mensen op leeftijd, dat niet zozeer of hun huisartsbezoek belangrijk is voor de gezondheid maar met name of ze het idee hebben dat ze ertoe doen, dat ze er mogen zijn en dat ze onderdeel zijn van de samenleving. Vanuit het CDA Dordrecht zouden we ook meer willen inzetten op de preventie van ziekte en op gezond leven. De gemeente kan daar een rol in spelen door ook een verbindende factor te zijn door zorgverleners en zorgorganisaties ook met elkaar te verbinden en samen te laten werken en daarin te faciliteren.

We kunnen activiteiten organiseren vanuit de gemeente maar het lijkt mij zaak dat we vooral verenigingen en organisaties in onze stad vragen om dat te gaan doen omdat we onze rol als gemeente op zoveel vlakken spelen dat we ook moeten kijken van wat we aan anderen kunnen overlaten. Uitbreiding van rookvrije zones zou een goed voorbeeld kunnen zijn wat hier uiteindelijk in terecht zou moeten komen. Het geven van gezond leven lessen op scholen voor gezond leven dus en dus ook tegen de ongezonde dingen die mensen beter niet kunnen doen, zoals de heer Den Hartog ook aangeeft. Een aantal andere zaken die hier van belang zijn worden ook wel vanuit andere programma’s gerealiseerd. Dus als je het hebt over gezond leven en preventie, dan heb je het ook over sport. Maar ik denk dat dat hier geen onderdeel van moet zijn want in feite hebben we dat in het sportprogramma al voldoende verwerkt. Wel zou het stimuleren van gezonde voeding nog onderdeel kunnen zijn van dit plan. Als je het hebt over de prioritering, want dat was ook een van de vragen, dan denk ik dat het armoedebeleid eigenlijk het belangrijkste is maar daar gaat dit stuk niet over. En als tweede gaat het om de gezonde leefstijl en dan zouden we toch nog wel iets meer ons best kunnen doen op het gebied van alcohol, roken en daarnaast een beweegvriendelijke omgeving. Het CDA Dordrecht steunt die dingen uiteraard.

En ja, wij hopen op een

32

waaier aan gerichte programma's en initiatieven om zowel fysieke als geestelijke gezondheid te ondersteunen. En daar met name ook te richten, niet al om dat allemaal professioneel te doen maar juist ook vanuit de samenleving en vanuit verenigingen, kerken, moskeeën, et cetera. De voorzitter: De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ja, voor woordvoering. De voorzitter: Ja, zeker. De heer Hartmeijer: Ja. Ja, dank, voorzitter. Goed dat er in de notitie … O, je had een vraag misschien? Of niet? O, sorry. De voorzitter: Nee, nee, nee, dat was een vingertje voor woordvoering. U bent aan het woord, mijnheer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Excuus, ik dacht dat mevrouw Schnabel een vraag aan de heer Van Dam had maar nee. De voorzitter: Nee, nee, nee, ik regel het allemaal hier, komt goed. De heer Hartmeijer: Ja. Een nieuw voorstel. Ons voorstel zou zijn om in onze gemeente alcoholreclame in de openbare ruimte te verbieden. Ik vond het heel goed dat collega De Heer een tijdje geleden alweer aandacht vroeg voor die bierreclames in een aantal bushokjes rondom scholen. Dus dan gaat het eigenlijk om dit soort locaties. Diverse gemeenten hebben dit recent al ingevoerd of zijn voornemens dat te doen. Bijvoorbeeld Almere, Deventer, Zaanstad en ook een aantal grotere gemeenten zoals Utrecht en Groningen recent. Dus er is sinds eind vorig jaar toch wel een zekere trend zeg maar.

Als je het vergelijkt met het verbod op reclame voor tabak zie je toch dat het wellicht heeft bijgedragen aan minder gebruik. Reclame werkt nou eenmaal. Aan dat verbod was ook iedereen binnen de kortste keren gewend. Nou, we gaan er nu niet al een motie voor opstellen want het betreft hier een startnotitie. Wij zouden graag eerst willen weten wat nu de stand van zaken is rond alcoholreclame? Ik lees betreft reclame in de openbare ruimte over zaken als doelmatigheid, context. Het is nou ook niet zo dat ik, als ik op straat loop, ik constant bierreclames tegenkom. Dat valt erg mee. Maar hoe gaan we daar op dit moment mee om? Dat klinkt als een technische vraag, voorzitter, en dat is het ook. Maar wat ons betreft zou die ook dan schriftelijk beantwoord kunnen worden maar we zijn er wel benieuwd naar voordat we allerlei moties gaan opstellen. De voorzitter: Hij is duidelijk. Dan mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, om heel kort in te leiden, de afgelopen twee weken hebben we gesproken met professionals en vrijwilligers binnen het sociaal domein. Zij vertelden bevlogen over wijkinitiatieven en over gezond en veilig opgroeien en ouder worden. Deze gesprekken hebben voor ons de rib tot leven gebracht.

We zijn blij dat met betrekking het uitvoeringsprogramma is aangegeven dat er een monitor in overleg met onder andere de Wmo Adviesraad tot stand zal komen. Dan hebben wij nog twee aandachtspunten. In de rib lezen we, en dat hebben een aantal

33

andere partijen ook aangegeven, een opsomming aan waardevolle informatie. We lezen alleen niet duidelijk terug wat er eerder is gedaan en hoe we op basis daarvan reflecteren en evalueren naar de toekomst toe. We kunnen ons voor een groot deel vinden in de uitgangspunten. De vraag die hierin van belang is voor ons en waar we zelf op kunnen sturen, op welk niveau gaan we de gezondheidsbevordering in onze stad uitvoeren? En biedt de bestaande begroting ook voldoende ruimte om de gezondheidsbevordering op een zo hoogwaardig mogelijk niveau uit te voeren? We hoorden afgelopen dinsdag dat ongeacht in welke wijk mensen wonen of opgroeien het overgewicht aankomende jaren naar 100 procent zal stijgen. Ja. De voorzitter: Excuses, ja, Nick. Ja, dat … Mevrouw Schnabel: Ja, dat werd ons … De voorzitter: Ja, nee, ik hoor 100 procent. Ik dacht van, nou, kan dat wel? Maar ongetwijfeld heeft u dat gehoord. Mevrouw Schnabel: Ja, het werd ons medegedeeld tijdens de consultatie. Ja. De heer Katif: Ik was ook bij die consultatie maar mij is het helemaal ontgaan. Als je zegt, ik zie het voor me, 50 ... Ja, sorry, voorzitter. De voorzitter: Ja, nee, ga … De heer Katif: 50 kilo, 100 procent. De voorzitter: Nou, misschien kan de wethouder zo meteen daar ook nog een reactie op geven op hetgeen wat mevrouw Schnabel zegt. Gaat u door, mevrouw Schnabel.

Mevrouw Schnabel: Nou, ik wil heel even kort toelichten. Het was natuurlijk een loop verder gesprek dus je kon zelf uitmaken met wie je het gesprek voerde. Een van de mensen die ging over gezonde voeding gaf aan dat het naar 100 procent stijgt. Dus misschien ook daar een reflectie inderdaad van de wethouder op. De voorzitter: En anders wordt het een technische vraag die later wordt beantwoord. Gaat u door. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Nou ja, goed, op basis daarvan ook, we moeten ervoor zorgen dat we die mensen in beeld hebben waarop ingezet moet worden, ongeacht uit welke wijk ze komen. Dan denken we bijvoorbeeld aan schoolzwemmen. De VSP is hier volgens mij nu niet aanwezig maar die heeft zich daar natuurlijk hard voor ingezet. Maar misschien via de registratie terug te kijken. Wij vragen ons af, is dat nu ook mogelijk via alle scholen? Want dat is ons niet helemaal duidelijk. Dan als laatste punt. We lezen dat we integraal naar gezondheid kijken, daar zijn we blij mee. Maar toch lijkt het proces zich voornamelijk binnen de sociaal medische domein hoek af te spelen. We zijn ook heel benieuwd en we denken ook dat het goed is om naar de kwaliteit van huisvesting te kijken omdat we denken dat dat ook een belangrijke rol speelt in het bevorderen van gezondheid. Daarom zouden we dit binnen de uitgangspunten ook wat

34

meer nog willen aanscherpen zodat we daar uiteindelijk ook nog wat meer integraliteit in zien. Dat was het voor nu even. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gorter. De heer Gorter: Ja, voorzitter, indrukwekkende presentaties van verschillende partners. Op Ons Eiland kan zich in grote lijnen vinden in deze lokale nota publieke gezondheid die voor ons ligt. Het college heeft een aantal uitgangspunten meegenomen in deze nota. Bestaanszekerheid als basis van gezondheid. Er moet genoeg geld zijn om gezond te kunnen leven, een gezonde werkplek, woonplek en een stabiele thuissituatie moet er zijn. We missen, en die vraag hebben wij in de technische sessie ook al gesteld, de mogelijke rol van het bedrijfsleven. Bedrijven zijn een essentieel onderdeel in de bestaanszekerheid van onze inwoners. Hoe denkt de wethouder over de rol van het bedrijfsleven in deze nota? Gezond en kansrijk opgroeien, naar mening van Op Ons Eiland begint dat al vroeg. Kan het onderwijs hier een voorname rol spelen of is de AVGwetgeving hier een belemmering? Gezond ouder worden, het college legt nadrukkelijk een ondersteunende rol bij de mantelzorgers en het tegengaan van de eenzaamheid. Familie vindt het over het algemeen geen probleem om ondersteuner te zijn aan hun ouders of andere familieleden. Dit te doen voor anderen wordt al lastiger.

De vraag, hoe kunnen wij dat voor deze mantelzorgers nog nadrukkelijker ondersteunen of aantrekkelijker maken? En dat is een mooi bruggetje naar de rib terugblik mantelzorg beleid 2023. Dan de ernstige eenzaamheid voor ouderen en jongeren. We weten inmiddels dat eenzaamheid de grootste pandemie in Nederland is. Zouden wij niet het voortouw moeten nemen om hierop beleid te schrijven? U moet toch ook van mening zijn dat de cijfers veel te hoog zijn. 17 procent is eenzaam in de leeftijdscategorie 19- tot 65jarigen en 11 procent boven de 65 is eenzaam en de percentages zijn nog steeds groeiende. Tijdens de Coronaperiode is een goede weg ingeslagen, echter is het nu twee jaar na Corona nagenoeg uit beeld. Het vorige college had nog aandacht voor eenzaamheid in het programma tot en met 2022. Kan de wethouder toezeggen dat de gemeente Dordrecht serieus werk gaat maken van eenzaamheid? Tot zover. De voorzitter: Dat is duidelijk. De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik zal heel simpel beginnen, de uitgangspunten zijn helemaal prima, daar gaan we mee akkoord. Een aantal puntjes om mee te nemen wellicht. Voor ons is de normalisering heel belangrijk. Wij zien al een tekort aan personeel en we zien ook, zoals al een aantal keer genoemd is, een komend tekort aan financiële middelen.

Daarin is het heel belangrijk denken wij om te zorgen dat de mensen die het het hardst nodig hebben wel toegang houden tot specialistische zorg en dergelijke. Daarbij dus ook is het goed wat ons betreft om naar te kijken, wie heeft daar toegang toe en wie kan eventueel af met algemene voorzieningen? Over die financiële tekorten vinden wij het ook belangrijk dat we minimaal binnen de huidige financiële kaders blijven bij de verdere uitwerking van de uitgangspunten. Het programma moet wat ons betreft namelijk ook meedraaien binnen de komende bezuinigingsvoorstellen want alleen op die manier heeft de gemeente ook zelf financiële bestaanszekerheid. Dat is ook belangrijk want eindelijk willen we wel, wat ik al eerder noemde, voor de mensen die het echt nodig hebben dit kunnen blijven bekostigen. Daarom kunnen we niet afwachten en het op een

35

beloop laten. Tot slot willen we aandacht vragen voor de monitoring. U bent het misschien inmiddels van ons gewend. De leidende principes moeten wat ons betreft worden uitgewerkt naar SMART geformuleerde doelstellingen, zoals ook eerder unaniem is aangenomen in de motie. Die moet wat ons betreft het volledige programma dekken en vervolgens ook met correcte indicatoren succesmeting daarvan gedaan worden. En denken wij bijvoorbeeld als het gaat over normaliseren en doelstelling op bijvoorbeeld duurzame teruggeleiden van specialistische hulp naar algemene voorzieningen. Of als het gaat om preventie per programmaonderdeel, wat is de verwachte gezondheidswinst of wat is de verwachte winst op andere vlakken? Nou, we vinden het belangrijk om dat goed te meten zodat we naar de toekomst toe ook kunnen zien welke programma's succesvol zijn, welke niet, zodat we op een hele gerichte manier kunnen investeren ook in de toekomst. Dus ik hoop dat de wethouder kan toezeggen dat in de uitwerking die hieraan volgt, dat dat ook meegenomen gaat worden. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik of er nog iemand een woordvoering heeft. De heer Van Pelt, gaat uw gang. De heer Van Pelt: Dank u wel, voorzitter. Ik mis eigenlijk in deze nota in zijn geheel de notie van de vrije autonome burger.

Er lijkt een soort onuitgesproken vooronderstelling in deze visie te liggen dat gezondheid een soort absolute waarde is die alle andere waarden terzijde dringt en ik heb daar wel zorgen over. Met name ook omdat we kennelijk ook van mening zijn dat we van overheidswege daar sturing aan moeten geven. Ik denk dat we in een vrij land levend, dat ieder mens zijn of haar leven mag vormgeven op de manier die hij of zij goeddunkt en daarbij gestuurd wordt door individuele waarden. Gezondheid is daarbij denk ik voor veel mensen een belangrijke waarde maar niet altijd. Veel mensen zullen ook een afweging maken met andere waarden. Ik denk dat dat een fundamenteel punt is dat de burger daar dus de vrijheid toe behoudt. Er zijn bijvoorbeeld mensen die houden van bergbeklimmen. Dat is een activiteit met een gezondheidsrisico. Als je dat wat dichter bij huis brengt dan zie je wat je veel vaker ziet dus dat mensen hardlopen. Dat is volgens mij ook een ongezonde gewoonte. Ik heb een aantal hardlopers in mijn omgeving en die zie ik regelmatig toch mank gaan en dan hebben ze weer wat te wild gedaan met dat gedraaf. Ik vind niet dat we die mensen moeten gaan aanmanen om daarmee te stoppen of dat we een maximumsnelheid voor hardlopen moeten gaan invoeren. De voorzitter: Mevrouw Schnabel met een interruptie. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Ja, ik was, dank u wel, voorzitter.

Ik was benieuwd, er zit toch ook in deze hele nota niet enige verplichting die we opleggen? Hoe ziet u dat? De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Nee, maar er staan volgens mij ook niet zo heel veel concrete dingen in maar dat gaat dan natuurlijk komen. Maar ik heb dus zorg over de strekking van de nota, van het voorstel, dat we er kennelijk met elkaar van uitgaan dat gezondheid zo'n cruciale absolute waarde is dat we dat inderdaad ook, dat we daar mensen toch in kunnen gaan sturen. Je hebt natuurlijk een heel continuüm tussen verplichtingen aangaan en aan de andere kant allerlei subtiele vormen van beïnvloeding. Ik ben wel een beetje bang dat we daar in een hellend vlak in terecht gaan komen. Ik vind dus dat de

36

wezenlijke vraag die hier dus aan ten grondslag ligt is, hoe verhoudt zich nou het beleid tot de vrijheid van de burger? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Pelt: Wat mij betreft heeft een burger ook dus de vrijheid om een ongezond leven te leiden. Ik denk toch dat het juist heel principieel zou, wat je er ook van vindt verder, maar dit gaat volgens mij over iets essentieels waar individuele burgers gewoon hun eigen keuzes in moeten kunnen blijven maken. De voorzitter: Interruptie door de heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ik denk dat de heer Van Pelt een heel goed punt aanhaalt. Dus dat je altijd ook keerzijdes hebt aan alle maatregelen die je ook neemt en dat dat invloed heeft op de persoonlijke levenssfeer van mensen en dat je daar ook recht aan moet doen. Ik heb een vraag wel daarover. Als je nou bijvoorbeeld kijkt naar de preventiemaatregelen die we nu doen, bijvoorbeeld op het gebied van roken of alcohol, hoe zou de heer Van Pelt van Forum voor Democratie die dan inrichten? Of zou die zeggen in zijn algehele, ja, dat doen we überhaupt niet want mensen zijn gewoon vrij om te kiezen wat ze willen. De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Nou, ik zou voor dat laatste gaan waarbij ik denk dat een overheid een informerende taak heeft. Dus burgers moeten voorzien worden van de juiste informatie.

Nou, dat gebeurt ruimschoots. Maar wat mij betreft zou het daarmee moeten stoppen en breekt daarna dus de verantwoordelijkheid van de burger aan. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers nog met een vraag. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Hoewel ik op zich het een heel mooi ideaal zou vinden wat de heer Van Pelt zegt, via u voorzitter, neer had moeten we ook realiseren dat als het gaat over bepaalde middelen, dat die ook verslavend zijn. Dus dat mensen feitelijk gezien tot slaaf gemaakt zijn van die middelen en daarmee dus ook niet geheel vrij. Dus het zou ook kunnen als de heer Van Pelt voor vrijheid zou pleiten dat die juist zou pleiten voor dit soort maatregelen omdat mensen dan juist vrijgezet worden van de dingen waar ze slaaf van zijn. Tot zover. De voorzitter: Dan wordt het aardig … De heer Van Dam Timmer: Ik ben benieuwd naar de reflectie. De voorzitter: Nee, maar we worden aardig filosofisch maar ik begrijp wel de ingang. De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Filosofisch is ook het leukste. Dat is ook denk ik wat hier … Ik denk dat we een heel spectrum hebben en ik ben het met de heer Van Dam Timmers eens. Maar ik zeg dit ook omdat de nota juist heel erg vind ik eenzijdig geformuleerd is vanuit het idee dat ziekte iets is wat mensen overkomt. Dat heeft met allemaal externe factoren te

37

maken. Ik ben juist ook wel een beetje op zoek naar het moment van vrijheid, de keuzevrijheid die mensen ook hebben. Mensen zijn gedetermineerd en vrij, dat is natuurlijk ook weer een paradox. Maar ik denk dat je die twee dingen wel naast elkaar moet laten bestaan. Op het moment dat we eigenlijk gaan doen alsof iedereen, alsof gezondheidsproblemen eigenlijk alleen maar een gevolg zijn van omstandigheden, dan zijn we burgers aan het verkleuteren en aan het bevoogden en dat lijkt mij ongewenst. De voorzitter: Een mooi woord, verkleuteren. De heer Van Dam Timmers nogmaals. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Tot slot, ik denk als ik de heer Van Pelt zeg ik via u goed hoor dan ben ik het daar wel heel erg mee eens. Je kunt niet zeg maar actie op gezondheidsbevorderende maatregel of tegen roken, alcohol en andere ongezonde dingen zien als dat dat de oplossing is. Je hebt, heel veel ziektes ontstaan gewoon omdat wij mens zijn, verouderen en uiteindelijk komen te overlijden. Door te doen alsof als dat je dat niet doet, dat het dan allemaal goed komt is natuurlijk onzin. Plus dat je dan ook nog eens een soort van een schuldgevoel bij mensen kan oproepen dat ze daardoor ziek zijn geworden en dat lijkt me niet weg om te gaan. Maar ik ben benieuwd naar hoe de heer Van Pelt dan kijkt naar alcohol, als je daarnaar kijkt.

Als je een soort samenleving hebt waarin dat heel gebruikelijk is, vindt u dan principieel dat je daar eigenlijk niets aan moet doen? Ook al heeft het tot gevolg dat het heel veel maatschappelijke schade geeft. De voorzitter: De heer Van Pelt. De heer Van Pelt: Nou ja, ik denk dus dat gezondheid, in dit geval het op een verantwoorde wijze omgaan met alcohol, dat dat een primaire aangelegenheid is voor ouders die hun kinderen opvoeden. Dat daar volgens mij ook veel meer invloedsmogelijkheden zijn, dat er dan, dat je er veel dichter op zit. Dus ik zou daar veel meer het gewicht bij willen leggen en de taak of de rol van de overheid niet al te groot willen maken. De voorzitter: Nou, is een duidelijk antwoord. Ik zag nog mensen die eventueel nog een interruptie hadden. Nee, de heer De Heer en dan, ja, dan mevrouw Koene. Ik ben heel eerlijk, de heer De Heer was eerder. Neem me niet kwalijk, mevrouw Koene. De heer De Heer had nog een interruptie volgens mij. De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. Ook ik kan de filosofische inslag van de heer Van Pelt wel waarderen dus dank daarvoor, via de voorzitter. Ik denk hem te horen zeggen dat hij het belangrijk vindt dat er ook ruimte moet zijn voor het kiezen voor een ongezonde levensstijl.

Tegelijkertijd weten we natuurlijk ook dat het gevolg van een ongezonde levensstijl vaak is dat mensen naar de dokter gaan of zorg nodig hebben en dat daar ook een prijskaartje aan hangt. En dat we niet alles in cijfers hoeven te vertalen maar tegelijkertijd leven we wel in een situatie waarin de middelen vaak ook schaars zijn. Dus aan de ene kant kan ik het heel erg waarderen wat de heer Van Pelt zegt, aan de andere kant heeft dat natuurlijk ook gevolgen waarbij diezelfde burgers ook toch zich vaak bepleiten op het recht op zorg. Hoe ziet de heer Van Pelt dat? De voorzitter: De heer Van Pelt.

38

De heer Van Pelt: Nou, het principiële antwoord is dat dat wat mij betreft niet ten koste moet gaan van de individuele vrijheid. Dat dat ook een kwestie is van solidariteit als het gaat over het zorgstelsel. Het meer cynische antwoord is de rekensom dat mensen met een ongezonde levensstijl veel goedkoper zijn voor de schatkist, over het algemeen. Ja, lange termijn. Maar goed, dat is niet denk ik de manier waarop je ernaar wil kijken. Ik geloof dat roken, roken dat levert de schatkist netto 8 miljard per jaar op heb ik wel eens begrepen. De voorzitter: Ja, ik werk bij die dienst die dat int dus dat zit volgens mij wel redelijk goed. Mevrouw Koene, u bent volgens mij aan de beurt voor de woordvoering. Mevrouw Koene: Ja, nou, dan is dat nog eens mooi, voorzitter. Even kijken, de uitgangspunten, nou, daar hebben een aantal mensen al van gezegd dat, daar kan je dus bijna niet tegen zijn. Ik wil nog wel een paar opmerkingen maken en dat gaat onder andere over dat ik zag staan dat we differentiëren in beleid, dat dat betekent dat er in sommige wijken extra inzet zal zijn. Waar ik echt voor wil waarschuwen is dat we niet altijd op dezelfde wijken focussen want er draaien hier en daar al programma's. Dus laten we echt goed in kaart brengen van tevoren welke wijken er dan iets nodig is.

Daarnaast zeg maar dat er soms beperkingen zijn omdat er, we hadden het er net al even over, dat er minder geld beschikbaar is. Dat zou misschien ook wel eens een keer juist goed kunnen zijn. Ik heb dat pasgeleden in een commissie gezegd over de perspectiefnota, dat was een heel ander onderwerp natuurlijk. Dat het ook voor de raad wel eens een keer interessant kan zijn om een echte keuze te kunnen maken in dingen die je wel of niet meer doet. Of bijvoorbeeld als er een afdeling is die heel goed is in de uitvoering en dat draait allemaal goed, waarom er dan zoveel management op moet zitten? Dus misschien dat je dan een hele managementlaag zou kunnen schrappen bijvoorbeeld. Even heel makkelijk gezegd want zo makkelijk is dat niet. Maar dat je gewoon daadwerkelijk ook eens een keer gaat kijken of zorg en alles wat erbij hoort niet al veel te veel geld kost qua overhead en dat soort dingen. Dus als je daar eens wat in gaat bekijken en misschien snijden, dan hou je wellicht ook wat meer geld over voor binnen de uitvoering. Wat ook winst op kan leveren, voorzitter, dat is ook om dingen te combineren. Wat ik bijvoorbeeld mis hier in het verhaal is de combinatie met laaggeletterdheid bijvoorbeeld. Als je laaggeletterd bent dan ben je over het algemeen ook ongezonder omdat je, ja, dat is nou eenmaal zo, omdat je dingen niet goed kan lezen, begrijpt, enzovoort.

Dus dat zijn dingen die ik dan mis. Dat hoeft voor mij niet per se in zo'n startnotitie te staan maar ik vind het wel heel belangrijk dat we toch met de dingen waar we hier beleid op hebben binnen de gemeente die met elkaar te maken hebben, dat we dat ook eens, met zo’n rotwoord, integraal ook oppakken. Dat gebeurt veel te weinig. Dus het is veel te veel, de portefeuille van mijnheer Van der Linden, de portefeuille van mijnheer Heijkoop, de portefeuille van mevrouw Van Benschop. Dat is allemaal hartstikke leuk en ze vinden elkaar superaardig, dat weet ik zeker, maar het zou ook wel fijn zijn als die portefeuilles net iets meer in elkaar verweven zouden zijn. Omdat dat dus naast misschien geldelijke winst ook gewoon enorm kan helpen om efficiënter te werken. De voorzitter: Dank u. Dan kijk ik om mij heen en dan is het misschien tijd. Ik bedoel, ik moet even oefenen nog op de naam altijd.

39

De heer Ayverdi: Ayverdi. De voorzitter: Ayverdi hè? Toch, ja, nee, maar ik vind, ik spreek soms namen verkeerd uit en dan wordt er boos naar me gekeken. De heer Ayverdi. De heer Ayverdi: Nee, helemaal geen probleem hoor. Kan ik terug reflecteren naar hetgeen waar de heer Van Pelt het over had? Is dat mogelijk? De voorzitter: Natuurlijk. Ja, ja. De heer Ayverdi: Oké. Want ik ben het er niet mee eens dat de gemeente of een overheid wordt gezien als iets wat alleen maar een informerende rol heeft. Ik denk dat wij hier ook een bepaalde inspiratiebron moeten leveren want wij zitten hier met bepaalde disciplinaire kaders en wij maken hier beslissingen maar daarbuiten heb je dat niet. De reden waarom je hier de gemeenteraad hebt is omdat je bepaalde disciplinaire kaders, dingen moet regelen of verzinnen voor het welzijn van je burgers want dat heb je buiten niet. Daarom denk ik dus dat we buiten het informerende kader ook een rolmodel moeten vormen in ieder geval voor onze eigen achterban maar ook voor de hele bevolking der Dordtenaren. Dit vind ik erg belangrijk dus want veel vrijheid dat is, als ideaal is het oké maar als je dan diep ingaat in veel vrijheid. Ja, als je dan eenmaal een deur opent voor bijvoorbeeld vrijheid, in alles vrijheid, in roken et cetera, waar gaat dat naartoe? Dat vind ik filosofisch gevaarlijk, voorzitter. Ja. De voorzitter: Ja.

Nou, goed, zie ik, ik mag als liberaal dan zeggen, geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid natuurlijk. Ja, ik ben uw voorzitter, ja dus ... Nee, maar daarvoor heb ik het dus ook niet gezegd. Ik kon het niet laten. Ja, nee, dan, ja, ik heb heel veel geschreven, de wethouder heeft ook heel veel geschreven. Dus ja, ik stel voor dat we gewoon beginnen en ik ga gewoon ook afvinken of we gezondheid … De heer Van der Linden: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, er is heel veel gezegd. Een aantal van u heeft dingen gezegd die ook goed op elkaar aansluiten. Ik probeer alles te benoemen. Ik doe dat wel ook met het oog op waar we hiervoor met elkaar zitten. We stellen een startnotitie vast, dit is nog niet de nota. Dus een aantal dingen die u aanreikt zullen we sowieso op terugkomen. Misschien begin ik dan toch even met, nou ja, het half filosofisch debat. Kijk, wat je met publieke gezondheid hoopt te bereiken is dat veel mensen gezonde keuzes maken. We hebben in dit land een aantal randen van het zwembad. De ene rand is, ja, we hebben een aantal ge- en verboden. Ik denk niet dat iemand in deze ruimte denkt, weet je wat, ik wil wel van die regel rechtshouden in het verkeer is een goed idee, daar wil ik wel vanaf. Iedereen zegt, ja, nee, dat is gewoon verstandig en het is ook voor andere mensen fijn, het geeft voorspelbaarheid.

Het is trouwens ook gewoon waar we ons aan houden, het is een afspraak. Nou, helemaal de andere kant uit kun je natuurlijk constateren dat iedereen wel vrij is om te eten wat die wil. Natuurlijk ook weer binnen bepaalde grenzen. Wij gaan niet voorschrijven, daar wees de heer Van Pelt op, wat iemand in de winkel wel of niet koopt aan groenten of wel of niet koopt aan vlees. We hebben wel regels over alcohol, we hebben ook regels over wat bepaalde lezerscategorieën mogen kopen maar daar ben je verder vrij in. Nou, binnen die context van, nou, een aantal ge- en verboden en de context van, ja, we hebben hier een samenleving die is ingericht op van alles en nog wat kunnen doen binnen die

40

grenzen. Doen we het ook, doen we ook een aantal dingen op publieke gezondheid. Nu zien we wel een aantal trends die helpend zijn maar ook wel een aantal trends die helemaal niet helpend zijn. Het gaat heel goed in Nederland in economische zin de afgelopen jaren maar elk jaar zien we dat de kosten die we maken aan zorg in brede zin nog sneller stijgen dan het bruto nationaal product. Dat is op zich iets dat gewoon gebeurt. We worden ook steeds ouder met elkaar en de techniek is ook verder geschreden en er is meer geld voor gezondheidszorg. Dat zijn dingen die niet per se negatief zijn. Maar je constateert wel, op een gegeven moment geven we zoveel uit aan zorg, dat is niet meer te doen. Niet qua arbeidsmarkt, niet qua hoe de samenleving in elkaar zit. Dus ergens moet je ook constateren, wat kunnen we nou doen om te stimuleren, te informeren, maar ook te stimuleren dat mensen iets doen aan hun gedrag als dat passend is. Dan kan het gaan om hele jonge mensen. Daar hebben we heel veel organisaties voor, daar zijn we vorige week ook langs geweest. Maar natuurlijk de samenleving wordt ouder en mensen worden ook, blijven ook steeds langer behoorlijk gezond en actief. Ook oude mensen hechten meer aan gezondheid dan vroeger wellicht. Hebben ook meer mogelijkheden om daaraan te werken. Daar kun je op allerlei manieren iets aan doen en dat willen we ook.

Want daar is de samenleving mee gebaat, daar is ook de begroting van Nederland bij gebaat en dus ook onze samenleving. Nou, dat zijn een heleboel dingen die pikken we zo mee. We hebben bijvoorbeeld mobiliteitsbeleid waarin de fiets en het lopen wordt gestimuleerd omdat dat ruimtelijk ook allerlei effecten heeft. We stimuleren groen in de stad, we hechten eraan dat er voldoende speelplekken zijn en we vinden het ook fijn dat je op allerlei manieren in parken of op andere plekken fijn kan bewegen en elkaar kan ontmoeten, enzovoorts. Dat heeft allerlei doelstellingen maar het draagt ook bij aan een samenleving die fijner in elkaar zit en ook aan betere individuele gezondheid. Is dat nou met een gezondheidsdoel gedaan? Niet per se maar het heeft wel dat effect. Zo zijn er nog veel meer van dat soort beleidsterreinen. Zoomen we even iets in. Een aantal van u heeft dingen gezegd over armoede, over onderwijs, over sport. Daar zijn natuurlijk, en mevrouw Koene heeft daar best een goede reflectie op, we vinden elkaar heel aardig als wethouders die allemaal actief zijn in of rond het sociaal domein maar we proberen ook wel dat zo goed mogelijk af te stemmen. Een paar maanden geleden hebben we een integrale visie sociaal domein opgesteld waar we alle vier de wethouders die iets met sociaal domein deden ook wel ons werk in terugzagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/32237