2.12 2024.04.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 3 - concept.pdf
Tekst van het document
Natuurlijk zijn er altijd domeinen die tegen elkaar aanliggen maar wel van elkaar te onderscheiden zijn. Zoals u weet heb ik portefeuille jeugd waarin het heel veel gaat over jeugdzorg, kosten maken om mensen beschikking te geven of een programma te laten draaien of een interventie te doen waardoor het weer beter gaat. Een deel van de doelgroep zit ook op school en soms is jeugdhulp op school een veel beter idee dan jeugdhulp buiten school. Nou, dat proberen we goed af te stemmen. Maar al die andere domeinen, armoede, onderwijs, sport ga ik nu even niet specifiek op in, daar is beleid voor en er zijn ook stukken voor vastgesteld. Publieke gezondheid richt zich op een aantal andere terreinen, deels vanuit de wet, deels vanuit de keuzes. Daar gaat het hier over. Een van de dingen die iedereen wel benoemd heeft is ook die eenzaamheid. Eenzaamheid heeft natuurlijk, ja, zit voor een deel wel in de portefeuille van collega Van Benschop. Is natuurlijk wel iets wat in elke leeftijdsgroep optreedt. Wat je ook wel denkt meer te zien sinds Corona. In ieder geval bij jongeren schijnt dat een grotere groep jongeren te zijn die eenzaam is. Vanuit de initiatieven die in het Rijk zijn opgesteld, het
41
GALA en het ISA, die afkortingen die heeft u al af en toe horen langskomen, zijn er middelen voor. Ook binnen de GGD-programma’s hebben we daar inzet op. Er zit ook iets bij de jeugd en er zit ook iets bij scholen. Maar op eenzaamheid zullen we zeker terugkomen in de nota. Een ander thema wat een aantal van u noemt is monitoring. U heeft in de presentatie die vanuit de DG&J is gehouden hier een paar weken terug een aantal staatjes gezien, bijvoorbeeld over obesitas en ook over eenzaamheid en over hoe gezond mensen zich voelen. Dat zijn allemaal data die we verzamelen op regioniveau. Je kunt ze uitsplitsen naar gemeentes maar we gaan ze niet zelf maken, dat wordt gedaan voor ons door de DG&J. Dus in de richting van de heer Van Ballegooijen, ik kan me voorstellen dat er allerlei andere verdiepingsvragen kunnen zijn op deelterreinen. Als je die ook wil monitoren dan gaat dat natuurlijk eigen inzet vergen en daarmee ook meer kosten met zich meebrengen. Ik stel voor, en dan haal ik even adem, dat we daar, dat we ons in de nota wel gaan verhouden tot, wat kunnen we nou zelf weten en wat willen we graag weten over de programma's die we draaien? De heer Van Ballegooijen: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Ja, wat de wethouder aandraagt is op zich heel mooi, dat er al heel veel informatie wordt bijgehouden.
Dat is inderdaad ook waar maar dat was niet helemaal waar ik naar doelde. Ik wilde graag, de vraag die ik stelde ging meer over het opstellen van doelstellingen die gelinkt zijn aan de uitgangspunten die nu, nou ja, waarschijnlijk als ik het zo eens hoor worden aangenomen. Dat dus eigenlijk dat we gaan van uitgangspunten naar concrete SMART-geformuleerde doelstellingen. Die mogelijk best al meetbaar zijn met de gegevens die we hebben maar waarvan we wel van tevoren zeggen, met het beleid zoals het nu staat verwachten we bepaalde effecten. Dat moet uiteraard ook allemaal weer terugleiden naar die originele uitgangspunt om netjes een vloeiende lijn te krijgen van de gegevens naar de algemene doelstellingen die we hebben. De heer Van der Linden: Ja. Dan snap ik hem iets beter. Als je dan, en ik denk dat we dat kunnen, met een bepaald soort reserve altijd. Als je bijvoorbeeld kijkt naar gezond en kansrijk opgroeien, je kan allerlei interventies hebben, je gezondheidszorg. Halen mensen hun vaccinatie zelf niet, hoe gaat het met school, dat zijn allemaal indicatoren die kun je goed bijhouden. We weten ook dat er een relatie is tussen leefomgeving, wijken, plekken, gevoeligheid voor milieuomgeving of milieufactoren die meer of minder helpend of juist belemmerend is ten aanzien van de gezondheid. Dat rapporteren we niet allemaal dan.
Dus er zit wel een relatie tussen waar we op inzetten en wat we dan meten maar je kan nooit alles meenemen denk ik. Maar dat oordeel kunt u geven als we de nota voorleggen denk ik, ja? Dan zijn er nog een paar specifieke dingen gevraagd, bijvoorbeeld over de rol van bedrijven. Dat vind ik best een ingewikkelde vraag. Kijk, er zijn heel veel bedrijven die hebben natuurlijk bewust werk gemaakt van bijvoorbeeld hun eigen mobiliteitsbeleid. Stimuleren dat mensen gezond gedrag vertonen in het woonwerkverkeer of juist ook in de organisatie een hele gezonde lunch aanbieden of aandacht hebben voor de werkomstandigheden, enzovoort. Dat is een vorm van inzet die bedrijven plegen. Als u het heeft over, kan het bedrijfsleven een grotere rol krijgen bij het uitvoeren van gezondheidsbeleid? Daar heb ik zo gauw geen aanvullende ideeën over. Dus als u daar suggesties op heeft hoor ik ze graag.
42
De voorzitter: De heer Van Dam Timmers heeft een suggestie denk ik, of niet? De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, werkgevers hebben natuurlijk sowieso een taak vanuit preventief medisch onderzoek. Dus in die zin kun je als gemeente, zou je natuurlijk wel de aandacht daarvoor kunnen vragen en zou dat een rol kunnen zijn. En dan met name ook het belang voor werkgevers het benadrukken van duurzame inzetbaarheid, het niet uitvallen. Dat is zowel financieel als samenleving technisch heel belangrijk. Met name in sommige seizoenen zie je dat er op sommige werk, ja, ook bij de gemeente zoveel mensen uitvallen dat dat tot problemen in de operatie leidt. Dus dat heeft wel degelijk zin. De voorzitter: Mevrouw Schnabel nog als aanvulling neem ik aan of niet? Mevrouw Schnabel: Ja, heel kort want vorige week ging het, dat is dan natuurlijk een ander onderwerp, over mantelzorg. Daar in de nota stond heel duidelijk dat er ook overleg is met werkgeversverenigingen om secundaire arbeidsvoorwaarden zo aan te passen. Dus bijvoorbeeld om mantelzorg op te nemen in de secundaire arbeidsvoorwaarden. Dus dat is een heel praktisch iets wat wellicht ook in combinatie met dit zou kunnen. De voorzitter: Nou, u heeft uw tips nu.
De heer Van der Linden: Ja, dank. Ja, dat zit natuurlijk meestal in cao's of andere afspraken in sectoren. Daar richten we ons in het kader van gezondheidsbeleid zeker niet zo op. Maar goed, het punt is gemaakt. Nog iemand, ik weet niet meer wie het was, o ja, ik denk dat de heer Hartmeijer het was en nog twee andere mensen ook, die maakten opmerkingen over reclamebeleid. Ik weet dat we daar in de laatste APVwijziging iets over hebben opgenomen. Dat, maar ik beschouw hem even als technische vraag. Ik weet ook dat er meerdere gemeenten zijn die ofwel op alcohol ofwel op bijvoorbeeld suikerhoudende frisdranken of nog weer andere voedingsmiddelen belemmeringen hebben opgeworpen om niet overal reclame voor te kunnen maken. Laten we de vraag nu technisch oppakken en dan wachten we wel even af of daar een motie of een ander initiatief op komt. Dat is dat. Dan is er ook nog gevraagd naar normaliseren. Ja, dat is een beetje dat soms lijkt het een beetje het toverwoord achter elke discussie die een beetje ingewikkeld wordt en veel geld kost. Toch is dat ook wel gewoon een gegeven. Als je kijkt naar de arbeidsmarkt, als je kijkt naar wat zorg in het land ons kost en als je kijkt naar wat we onderling ook van elkaar zijn gaan verwachten, dan wordt er op inzet vanuit de overheid ook een soort idee verwacht van, oké, hier is mijn probleem, maak er maar weer een negen van.
Ja, dat kunnen we als samenleving niet overal op leveren denk ik. Je kan je ook de vraag stellen of dat moet, gezien alle andere thema's die er spelen. Ik denk dat bij gezondheid die individuele verantwoordelijkheid ook altijd behoorlijk groot blijft. Wat je ook vindt van gezond leven of bewust gaan sporten of niet of wel of niet roken of alcohol drinken. Die individuele gezondheid blijft heel groot. Die wettelijke rol van de gemeente is ook beperkt. Bij jeugd hebben we een aantal grote verantwoordelijkheden, dat gaat om vaccinaties aanbieden en jeugdgezondheidszorg organiseren. Maar hoe u zich allemaal gedraagt, daar gaan we maar in zeer beperkte zin over. Normaliseren gaat er dan ook over dat je goed in beeld
43
hebt waar je wel en waar je niet van bent en ook waar die verantwoordelijkheid stopt. Dan kom ik bij het laatste punt waar de heer Den Hartog had daar het meest expliciet op. Je mag best stevig focussen op dingen waar je meer of minder op inzet. U noemt dan bijvoorbeeld roken, alcohol en drugs en gokken. Nou, dat zijn natuurlijk voor de hand liggende thema's om op terug te komen. Daar zijn ook relatief best veel programma's al beschikbaar bij de Dienst Gezondheid en Jeugd. Daar gaan we ieder geval ons goed toe verhouden in de nota. Als u dan denkt, het is te weinig, dan kan u altijd een amendement doen. Ik zou willen suggereren dat u, als u hier nu wat mee wilt, dat u het doet in de vorm van een motie. Die ons oproept om, als we die nota uitwerken, daar nadrukkelijk aandacht voor te geven. Om deze hele beknopte startnotitie te amenderen is dan misschien iets minder voor de hand liggend. Ik geef het natuurlijk maar in overweging. Ik denk dat ik alles heb benoemd, voorzitter. De heer Gorter: Voorzitter? De heer Van der Linden: Maar het is niet zo want ik zie ook vingers. De heer Gorter: Voorzitter? De voorzitter: De heer Gorter en dan mevrouw Schnabel. De heer Gorter: Ja, dank je wel. Wij hadden nog de vraag gesteld in hoeverre de AVGwetgeving een belemmering is voor deze nota? De voorzitter: De AVG. Wethouder. De heer Van der Linden: Die is voor de nota niet belemmerend.
Wat je soms wel merkt, en dat meet je bijvoorbeeld als je allerlei monitoringsgegevens verzamelt op regioniveau en probeert om aan te geven, nou, bijvoorbeeld weer eventjes, in wat voor delen van je gemeente is extra aandacht op bijvoorbeeld vaccineren of gezond leven nodig? Dan kan je maar tot een bepaald niveau dingen verzamelen. Mensen moeten ook toestemming geven soms. Nou, dat kun je als belemmering zien. Ik merk niet dat dat belemmerend werkt tot nu toe want het is ook heel gezond dat we niet alles weten tot achter de voordeur. Dus nee, ik kan me zo gauw in het kader van deze nota geen echte belemmering voorstellen. Nee. Ik kijk even naar rechts. Als dat wel zo is wordt er nu heel boos gekeken maar dat gebeurt niet. Nee, nee. De voorzitter: Geen boze blikken, dat scheelt weer. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Mijn vraag was nog niet beantwoord in de zin, op welk niveau gaan we de gezondheidsbevordering in onze stad uitvoeren? Want het wordt in de startnotitie meer als vraag meegegeven maar ik zou ook benieuwd zijn naar wat de reflectie van de wethouder daarover is en of het ook lukt om dat op een hoogwaardig niveau uit te voeren? Ten tweede, de kwaliteit van huisvesting en dan is het bijvoorbeeld schimmel, al dat soort dingen. Dan is het ook in het verlengde van integraal kijken naar de problemen. De heer Van der Linden: Oké.
Nou, misschien om bij dat laatste te beginnen. In die integrale beleidsvisie hebben we natuurlijk wel een en ander gezegd over de samenhang
44
die hier is tussen opleidingsniveau, beschikbaarheid van werk, wonen, leefomgeving, enzovoorts. We weten ook dat een deel van onze inzet op alle sociaal domein vraagstukken landt steeds op dezelfde adressen. Er zijn adressen die hebben maar één of twee aanspraken op een zorgdomein, bijvoorbeeld alleen maar jeugd of alleen maar Wmo, maar er zijn ook adressen waar wel vier, vijf, zes hulpverleningsstromen samenkomen. Nou, dat heeft ook vaak met wonen te maken. Wonen zelf zit natuurlijk meer in de Huisvestingsverordening dus daar zit niet zo heel veel nadrukkelijke aandacht in de gezondheidsnota. De voorzitter: Mevrouw Schnabel, u denkt na en u heeft toch nog een vraag. Mevrouw Schnabel: Nou ja, we hebben het natuurlijk over bestaanszekerheid als de basis. De kwaliteit van je woning, dat vormt natuurlijk ook, ja, zeg maar de basis van je leven dus in die zin zou dat ook daar onder te scharen zijn. En buiten dat gezonde leefomgeving, milieu en andere zaken, die gaan daar ook mee gepaard. Dus in principe zou er wel een plek kunnen zijn ook voor dit. De voorzitter: Wat vindt de wethouder daarvan? De heer Van der Linden: Ja, ik heb daar zo gauw geen antwoord op moet ik zeggen. De Dienst Gezondheid en Jeugd doet heel veel of werkt heel veel samen met bijvoorbeeld de Omgevingsdienst en ook met onze eigen gemeentelijke organisatie.
Maar ik heb zo gauw geen gedachtegang die leidt tot, we doen ook veel rond veilig wonen. Ik kijk even naar rechts, hebben we daar … Zullen we het even als technische vraag beschouwen? De voorzitter: Dit gaat nu buiten de microfoon om natuurlijk. Misschien kan de wethouder daar ook nog eventjes ... De heer Van der Linden: Nou, er wordt eigenlijk geraakt aan dingen die we net al even een beetje bespraken, medische milieukunde is dan het vakgebied waar het om gaat. Nou, daar zit wel een link in. Ja, en bij woningtoezicht. En als je het hebt over hoe mensen wonen in bijvoorbeeld een huurwoning waar het niet zo goed gaat, ja, dan heb je sowieso al wel met de Dienst Gezondheid Jeugd te maken. Bijvoorbeeld als het gaat om GGZ, daar zit vaak ook wel een gezondheidsaspect aan. Ja, concreter dan dit kan ik het nu even niet maken. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. O, ja. Mevrouw Schnabel, u had twee vragen. Mevrouw Schnabel: Ik heb twee vragen gesteld. De voorzitter: Ja, dat wist ik niet. Nee. Gaat uw gang. Mevrouw Schnabel: Nee, de eerste vraag zou, de wethouder gaf aan dat die de tweede vraag als eerste zou beantwoorden. Maar de eerste vraag is dus ... De heer Van der Linden: Nou, ik ben achter de komma op de eerste vraag ook ingegaan want die ging over wonen toch? Dan moet u de eerste vraag nog … De voorzitter: Over het niveau van gezondheid toch?
45
De heer Van der Linden: O ja. Mevrouw Schnabel: Nee, dit ging over op welk niveau gaan we de gezondheidsbevordering in onze de stad uitvoeren? De heer Van der Linden: Op welk niveau? Nou, ik denk ongeveer het niveau wat we nu hebben, met extra nadruk op een aantal uitgangspunten. Nou ja, goed, dan is even de wedervraag, wat zou u verwachten? Bedoelt u dat, kijk, we kunnen niet, ik vind het moeilijk om nu bijvoorbeeld af te spreken met u van, nou, 100 procent van de adressen weet 100 procent van alle tijd alle informatie tot zich te nemen of zo. Dat is een ingewikkelde indicator. Wat zou u hierin verwachten van de dienst of van ons als gemeente? Mevrouw Schnabel: Nou ja, wij waren eigenlijk meer benieuwd wat de wethouder daar zelf van verwacht maar dat … De heer Van der Linden: Nou ja, wat ik verwacht en zoals het ook werkt is dat de dienst goed in staat is om de eigen expertise op alle niveaus in te zetten, zowel richting gemeentes als soms richting woningcorporaties als ook soms op scholen. Soms ook in samenwerking met de Omgevingsdienst. Dus alle kennis die de dienst in huis heeft is beschikbaar. Daarmee halen we niet alleen rond gezondheid maar ook rond alle andere werkzaamheden van de dienst bereiken we de goede doelgroepen. Alleen wat je wel merkt, bijvoorbeeld rond Veilig Thuis merk je dat we heel veel capaciteit nodig hebben om alle vragen goed te kunnen oppakken.
Rond GGZ merk je dat ook wel eigenlijk. Dus ik denk dat we goed in staat zijn om alle vragen op inhoud te beantwoorden maar capaciteit is soms een aandachtspunt. Ik hoor onrust bij de voorzitter. De voorzitter: Ik weet niet wat u hoort, of u stemmen hoort maar ik ben geen, ik heb geen last van onrust in ieder geval. Ja. Mevrouw Schnabel toch nog want volgens mij is het een moeilijk gesprek dit maar … Mevrouw Schnabel: Nou ja, kan er misschien dan wat meer duidelijkheid in komen in het uitvoeringsprogramma? De heer Van der Linden: Die nemen we mee, die vraag. Ja? De heer Katif: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Dam Timmers was eerst en dan bent u, mijnheer Katif. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, ook in onze eerdere oordeelsvormende woordvoering heb ik er wel dat over opgemerkt, dat er natuurlijk veel verbondenheid is met de verschillende programma's. We hebben het nu natuurlijk specifiek over de nota publieke gezondheid. Misschien is het wel goed om in de uitwerking ook wel even aan te geven wat publieke gezondheid en waar dit nou specifiek niet over gaat. Zodat we ook wel de grenzen van deze nota bewaken omdat we natuurlijk niet in gezondheid ook alles van zorg kunnen beïnvloeden, dit gaat echt wel over een heel specifiek gebied. Ik denk dat dat wel van belang is voor ons allemaal om
46
ook wel de beperking daarin te zien. Als je dan een focus moet leggen, dan moet je natuurlijk kijken van wat je als gemeente kan beïnvloeden en dat is een mening. De voorzitter: Dus de duidelijkheid van, waar zijn we wel van, wat doen we wel en wat doen we niet. Wethouder. De heer Van der Linden: Nou ja, ik dacht even dat u ging zeggen, alles is gezondheid want dat is namelijk zo. Maar ik denk ook dat we ons moeten begrenzen, dat klopt. En ik heb al gewezen op die samenhang met al die andere thema's waar we ook beleid op hebben. Ja, punt. De voorzitter: De heer Katif. De heer Katif: Ja, voorzitter, dank je wel. Ik heb in mijn woordvoering weliswaar een beetje, ja, hoe moet ik het zeggen, niet helemaal zichtbaar. Maar het ging namelijk om ouderen en met name ouderen in onze stad. Ik hoorde namelijk de wethouder niks over ouderen zeggen. Als we het hebben over eenzaamheid is het ook een prioritering, dan heb ik, dat is een van de prioriteiten die ik, nou ja, wij als Beter Voor Dordt wel inzien. Daar heb ik u niet over gehoord. De voorzitter: Ouderen en eenzaamheid. De heer Van der Linden: Ja, maar die staat wel in de startnotitie hè? Het was zelfs zoveel over ouderen dat sommige van u zeiden, gaat het ook nog over jongeren? Dus daar ben ik op ingegaan en het staat onder het kopje gezond oud worden staat een en ander. Punt. Dank. De voorzitter: De commissie.
De heer Van Ballegooijen toch nog. Gaat uw gang. De heer Van Ballegooijen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wilde toch nog één laatste noem het een tip meegeven aan de wethouder als het gaat om die monitoring, om die doelstellingen. Recent is de Rekenkamer met een rapport gekomen, armoede is niet niks. Daar is een van de aanbevelingen was ook om doelstellingen te formuleren en om dat eens te linken aan de uitgangspunten. Daar is dat heel goed beschreven wat mij betreft hoe dat zou kunnen. Dat is natuurlijk een ander onderwerp maar ik denk dat dit deel relevant kan zijn dus daar kunt u wellicht vinden wat ik er in ieder geval mee bedoelde. De voorzitter: Dan ga ik weer even kijken of ik het goed heb, Ayverdi. Ja, het komt een keer goed, mijnheer Ayverdi. Gaat uw gang. De heer Ayverdi: Dat komt goed, voorzitter. Ik vind de inhoudelijke uitgangspunten als ik een conclusie moet trekken vind ik wel oké. Vooral de aanwezigheid van sociale inclusie als onder context preventief werken. Want het is een feit dat er duizenden Dordtenaren in Dordrecht zijn die verschillende culturele achtergronden hebben en daarom vind ik het belangrijk dat sociaal inclusie er ook bij staat. Want ik vind en ik denk ook of ik steun de studies die betogen dat sociaal inclusieve en cultuursensitieve zorg eigenlijk een stimulans zijn voor mensen met verschillende culturele achtergronden bij het herstellen
47
of het sneller herstellen van deze mensen. Dan heb ik het over mensen die niet zijn geboren in Dordrecht maar wel Dordtenaren zijn. Die uit het buitenland komen eerste generatie of de kinderen daarvan. Ik vind dat dus heel erg belangrijk dat het hier ook direct staat en ja, ik wil dat even toevoegen, voorzitter. De voorzitter: Nou, dat is in ieder geval een compliment richting de wethouder op dat punt denk ik. En dan is het stil en dan ga ik de commissie natuurlijk even vragen, ik heb in ieder geval gehoord van GroenLinks dat ze een amendement overwegen waarbij dan wordt aangegeven door de wethouder van, maak daar dan een motie van. Dat is correct neem ik aan? De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Wij overwegen ook nog een motie. De voorzitter: Oké, waarvan akte. De heer Van Ballegooijen. De heer Van Ballegooijen: Voorzitter, als ik gewoon een voorstel mag doen. Volgens mij heb ik hier heel veel positiefs gehoord dus ik denk dat dit een hamerstuk kan zijn waarin eventueel gesproken wordt over moties en amendementen, twee minuten spreektijd, zijn we klaar toch? De voorzitter: Nou ja, dit, ik denk even … Ik zeg al, ik denk dat dat inderdaad wel een juiste conclusie is. De heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Ja, voorzitter, daar sluit ik me bij aan. Dit kan gehamerd worden maar we wachten natuurlijk op de echte nota.
Ik zou eigenlijk willen zeggen van, laten we dan moties en amendementen daar plaatsen, dat vind ik iets zuiverder. Laten we eerst gewoon afwachten wat er in de nota staat. Maar goed, dat ben ik dan, maar goed dat ... De voorzitter: Ja, dat is een mening. De heer Katif. De heer Katif: Nou, voorzitter, ik sluit me echt volledig aan bij de SP want in principe weten we nog niet wat er in de nota komt te staan inhoudelijk. Kijk, natuurlijk, het staat voor iedereen vrij om een amendement en motie in te dienen maar zolang die inhoudelijk niet weet wat in … Dat snap ik even niet. Ik zou bijna zeggen, doe een beroep op de beide partijen om gewoon even te wachten totdat de notitie gewoon klaar is. En dan kunnen we het hameren. De voorzitter: Nou loop ik natuurlijk ook wel een tijdje mee, mevrouw Koene misschien nog net iets langer. Maar inderdaad, op een startnotitie inderdaad amenderen en moties indienen moet je je altijd wel de vraag stellen of dat inderdaad nuttig is? Maar nogmaals, ik ga er niet over. Het is aan de partijen zelf om dat te bepalen. En ja, dan horen wij of vooralsnog zijn er twee moties nu in ieder geval die waarschijnlijk worden ingediend. En dan blijkt, dan komt het in ieder geval op de agenda. Worden er geen moties ingediend, dan wordt het een hamerstuk. Mevrouw Koene, u wilde nog wat zeggen.
Mevrouw Koene: Nou ja, kijk, als u mij gaat beschuldigen van dat ik nog langer, dat klopt overigens. Nee hoor, maar ik bedoel, het is inderdaad, laat ik het dan heel netjes zeggen, ik denk dat we het vertrouwen moeten geven aan de wethouder om eerst eens aan de
48
slag te gaan met wat die gehoord heeft. En in die zin steun ik de heer Hartmeijer, die ook overigens zo de raad in kan. Ja, ik wou net zeggen. Nee, dus hè, laten we dat nou eerst zijn beloop laten en dan daarna gaan kijken of er nog iets gered moet worden. De voorzitter: Nou, goed, dat in ieder geval daarvan ook akte. De partijen die hebben gezegd van, nou, wij overwegen een motie, daar horen we dat nog van. Ik moet toch wel even aangeven dat er een toezegging is met betrekking tot de alcoholreclame. Een technische vraag die ook nog beantwoord zal worden. En dan sluit ik deze vergadering en dan wens ik u nog een prettige avond.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
49