CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.11 2024.04.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 532.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wat hebben we nog meer? In het bos. Die komen er ook niet goed vanaf. In hun auto wonen. En de groepen die op hun eigen manier hun huisvestingsproblematiek oplossen. Kraken valt er ook onder. Of een woning die bijvoorbeeld als recreatiewoning bestemd is, maar waarin niet mag worden gewoond.

42

De voorzitter: Ik denk dat we zo een aardig... Mevrouw Van den Hoek: En mensen die binnen een week of enkele weken zeker weten dakloos raken, omdat hun huurcontract afloopt en zij een tijdelijk huurcontract hebben wat niet gaat worden verlengd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, ik heb een vraag aan mevrouw Van den Hoek. Ik wil niet lullig doen, maar ik ben geen medicus. En over slagaderlijke bloedingen en pleisters heb ik niet zo heel veel verstand van. Maar om u even de gelegenheid te geven om goed uit te leggen wat dit betekent. Ik kan hem wel zelf invullen, maar dat wil ik niet. Want ik denk dat u dat veel beter uit kunt leggen wat iemand dan precies nodig heeft? Wat u bedoelt met die pleisters plakken. De voorzitter: Mevrouw Van den Hoek. Mevrouw Van den Hoek: Pleisters plakken is wat ik bedoel met symptoombestrijding. En er is echt vreselijk hard hulp nodig als je zo acuut woningzoekend bent dat je dakloos dreigt te worden. En dan kun je beter iemand een huis geven, via een voorrangsregeling of hoe dan ook, dan iemand opnemen in een zorgvoorziening. Dat is niet alleen duurder, als je iemand opneemt in een zorgvoorziening, maar het is ook veel ellendiger. Het maakt een groot trauma. En als je iemand direct van een woning voorziet, dan kun je een hoop ellende besparen. Direct levensreddend handelen. De voorzitter: Dank u wel.

De heer Safranti wilde nog een vraag stellen. En dan gaan we door naar de volgende insprekers. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Ook namens mij en mijn fractie dank voor het inspreken. Ik vind het zeer emotioneel dit. Waarom? Omdat ik dit dagelijks ook vanuit mijn werk mee moet maken. En heel veel mensen ook teleur moeten stellen. En alles wat u zegt, dat is zo herkenbaar. En als ik dit zo hoor, is het ook niet echt iets van Dordt, maar gewoon een landelijk probleem. U bent nog een aantal punten vergeten te benoemen. Bijvoorbeeld mensen die ook in bedrijfspanden slapen. Caravans heeft u genoemd. Bos heeft u genoemd. U gaf ook aan over het kostenplaatje, wat dat iemand kost om een... Als we kijken wat het kost... De voorzitter: Mijnheer Safranti, wat is uw vraag? De heer Safranti: Ik wil daarnaartoe gaan, voorzitter. Mijn vraag is, heeft u misschien een voorbeeld van andere gemeentes waar het juist beter geregeld is, anders geregeld is, waar wij eventueel kennis van kunnen nemen? Want uw probleem is zo herkenbaar. Alleen wij hebben volgens mij ook geen oplossing ervoor. De voorzitter: U vraag is helder, mijnheer Safranti. Kan iemand zeggen of in een andere gemeente het beter gaat?

43

Mevrouw Van den Hoek: Je zou bijvoorbeeld eens kunnen kijken naar Utrecht. Daar heeft een proef gedraaid. En het project heet Eerst een Thuis. De voorzitter: Dank u wel. U allen hartelijk bedankt voor uw openhartige en oprechte inspreken. Ik wilde graag nu naar de volgende inspreker gaan. De heer Moens, alstublieft. De heer Moens: Dank u voor het woord, mevrouw de voorzitter. Dank dat ik hier mag inspreken. Mijn naam is Lambert Moens. Ik wil het volgende onder jullie aandacht brengen. Anderhalf jaar geleden zijn we aan de Zuiddijk komen wonen, mijn gezin, vrouw en vijf kinderen. We hebben een mooie woning en een enorme tuin rond ons huis. We genieten nog elke dag van de rust en de vrijheid. En we dachten, wat mooi als we dit ook kunnen delen met andere mensen. We wilden dit maatschappelijk delen. We zijn op zoek gegaan. En waar we uitkwamen, was Kamers met Aandacht. Ik weet niet of u dat kent? Kamers met Aandacht is een non-profitorganisatie die jongeren begeleidt tussen de 18 en 23 jaar, die door omstandigheden niet zelfstandig kunnen wonen en nog niet aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen. Ze coachen die jongeren, maar ze zoeken ook woonruimte. En dat is vaak een kamer bij een particulier, onder de hospitaregeling. Alleen we hebben vijf kinderen. We hebben geen kamer over. Maar we hebben een enorme tuin. We dachten, wat mooi als we een woonvorm in de tuin zetten.

Dat kan zijn een Tiny House, een microwoning, verzin het. Toen heb ik tegen Kamers met Aandacht wat heen en weer gemaild en ook wat artikelen van hen gekregen. Toen heb ik de gemeente gebeld. Ik dacht, hoe gaat dat in zijn werk? Ik heb dit nog nooit bij de hand gehad. Toen werd ik wat minder enthousiast. Want degene die mij terugbelde zei, mijnheer Moens, beginnen we niet aan, want je krijgt er toch geen vergunning voor. Dat was een teleurstelling. Maar wat mooi als ik dan vanavond hier de notitie lees en dat ik in punt 11 zie staan dat er onder de mantelzorgregeling, onder strikte voorwaarden, misschien een uitzondering gemaakt kan worden. Dat zou heel mooi zijn. Wat wij graag zouden willen, is jongeren die het moeilijk hebben een steuntje in de goede rug geven. Ik heb totaal geen commercieel belang. Ik wil het niet uitbuiten. Maar ik zou het erg mooi vinden als ik een microwoning of een Tiny House of wat dan ook op mijn perceel neer kan zetten waar ik jongeren een dak kan geven, die ook een klein sociaal netwerk dan krijgt. Die mag meedoen met ons gezin. Het is een winwinsituatie. Ik zou graag voor zo'n jongere wat willen betekenen, of we als gezin. Maar in de huidige wet- en regelgeving is dat eigenlijk niet mogelijk. Er zijn al drie gemeentes waar Kamers met Aandacht vorderingen mee heeft gemaakt. Dat is met Utrecht, Lopik en Vijfheerenlanden.

En ik dacht, wat zou het mooi zijn als Dordrecht nummer vier was waarin dat gerealiseerd kan worden. Hoe ze dat gedaan hebben, was volgens mij dat ze in die gemeentes ook zeggen dat die mantelzorgwoningen onder die verordening valt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Moens: Dat wilde ik onder uw aandacht brengen.

44

De voorzitter: Dank u wel. Is er iemand van de commissie die een vraag wil stellen? Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Ook dank voor deze informatie. Ik kende het. Sowieso is het mooi, dat als je een grote ruimte hebt wat je zou willen delen en jongeren opvangen, laat ik dat even vooropstellen. Dat is een hele mooie gedachte. Maar is er ook verteld waarom u daar geen vergunning voor kreeg? Hebben ze dat er ook bij verteld? De heer Moens: Ja. De enige mogelijkheid is een mantelzorgunit in je tuin zetten. Maar dat moet familie zijn. Mensen uit je directe familie. En je mag wel mensen in je huis ontvangen. Gewoon een kamerverhuren. Daar zijn wel regelingen voor. Maar dit valt er buiten. Je gaat buiten je huidige huis, los op je perceel een woonvorm neerzetten voor iemand die niet tot jouw familie behoort. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Het plan wat u in gedachten heeft, om wat voor wooneenheden, om het zo maar even te noemen, had u in gedachten? En gaat het dan om tijdelijke bewoning of kunnen ze daar permanent blijven? De heer Moens: Kamers met Aandacht begeleidt jongeren maximaal twee jaar. En het doel is dat die jongeren doorstromen naar een reguliere woning of woonvorm. De voorzitter: Ik denk dat u geen reactie moet geven op wat er nu gezegd wordt. Dank u. De heer Moens: Het doel is tijdelijk.

Maar tijdelijk kan ook wat langer van aard zijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen: Een andere vraag was nog even, hoeveel had u in gedachten? Voor hoeveel personen op uw perceel. De heer Moens: Wij hebben een tuin van 1.000 vierkante meter. En een zijstrook is 6 bij 15 meter. Daar kan je 1 studio, 2. 1 à 2 jongeren, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. De heer Moens: En het zijn jongeren die eigenlijk in de jeugdzorg ook wel terechtkomen. Je haalt ze ook uit de zorg weg. De voorzitter: Dank u wel. De heer Portier. De heer Portier: Toch nog een beetje in aanvulling op mevrouw Stolk. Normaal gesproken als je een stuk grond bezit, kun je daar iets op laten bouwen, als dat binnen het bestemmingsplan past. Maar was dat het andere probleem? Want er worden een heleboel huizen gebouwd die niet onder mantelzorg vallen. Kon de gemeente echt precies aangeven waar het allemaal in zat?

45

De heer Moens: Nee. De volgende stap is dan concreet de aanvraag indienen. Dat was wel het advies. Maar de ambtenaar zei ook, de kans is heel klein dat dat gehonoreerd wordt. Maar het zou mij heel erg helpen als ik kaders kreeg. De voorzitter: Dank u wel. De heer Portier: Het was in ieder geval niet erg behulpzaam, maar bedankt voor uw antwoord. De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het geweldig wat u vertelt. Gezin, vijf kinderen. Dat is toch een groot gezin. En dan toch bereid zijn om tijd en energie te steken in kwetsbare jongeren en die op te vangen. De vraag die ik in eerste instantie had, is door mevrouw Stolk gesteld. Wat was precies de reden waarom het geweigerd werd? Maar u noemde net ook jeugdzorg. Bent u in gesprek geweest met jeugdzorg om te kijken of dat er via die route mogelijkheden zijn om het wel voor elkaar te krijgen? De heer Moens: Nee, zo concreet heb ik dat nog niet gedaan. De voorzitter: Duidelijk antwoord. De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. Ook dank voor het inspreken met dit verhaal. De vraag die lijkt op die van mevrouw Stolk en de heer Portier, maar toch iets anders. U gaf ook aan, in de Uitgangspuntennotitie staat opgenomen dat het onder strikte voorwaarden dan mogelijk zou worden.

Stel u zou die strikte voorwaarden zelf mogen schetsen, wat zou u dan nodig hebben om dit wel te kunnen realiseren? De heer Moens: Waar je bang voor bent, zijn uitwassen. Als ik heel duidelijk zeg dat het niet commercieel is, dat een non-profitorganisatie mij ondersteunt, dan zou dat denk ik wel helpend zijn. Ik snap als je regel- en wetgeving... En dat je bang bent voor uitwassen de verkeerde kant op. En je mag mij toetsen en je mag dingen vragen. Als ik van tevoren zeg, hier, hier en hier voldoe ik aan. Kom dat maar checken na een aantal jaar. Daar sta ik voor open. De voorzitter: Dank u. Ik zie de heer Noldus nog een aanvullende vraag hebben. De heer Noldus: Nog een vraag. Want u had het ook over, die hospitaregeling zou alleen gelden voor binnen hetzelfde huis. Maar ik dit geval, ik ken de situatie niet zo goed, maar lijkt het me een bijwoning op hetzelfde adres. Voldoet dat ook niet aan de... De heer Moens: Nee, het staat los van het huis. Ik zou wel een kamer aan mijn huis mogen bouwen, dat mag, maar niet één meter ertussen. De heer Noldus: Duidelijk. De voorzitter: Nederland met de regeltjes. Ik heb niks gezegd. Ik zie verder even geen vragen aan de heer Moens. En dan zou ik graag de heer Van den Berg het woord willen geven.

46

De heer Van den Berg: Dank u wel. Ik zal me voorstellen. Ik ben Michiel Van den Berg. Ik ben een zeventiger die al een 25 jaar in Dordrecht woont. En eigenlijk ben ik in contact gekomen of geïnteresseerd geraakt in de woningregels in Dordrecht, doordat ik een aanvraag deed om mijn huis te gaan splitsen. In plaats van 1 woonadres 2 huizen. Mijn huis is 166 vierkante meter. En je kan 2 appartementen van 80 of 90 vierkante meter maken. Eén voor mezelf op de begane grond en een soort maisonnette op de eerste verdieping. Een beetje jouw verhaal. Dan kom je in de regels. Dan ga je bellen. En dan kom je bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. En dan wordt er eigenlijk al gezegd, of dat had ik eerst gevraagd van, in Stadspolders, daar woon ik, mag het daar? Maar je daar woningsplitsen? Dat mag. Dan neem je een architect in de hand. En die gaat tekenen. En dan ga je een aanvraag indienen. En dan begint het eigenlijk dat je een brief krijgt, dat er regels zijn waar je aan moet voldoen. Nou ben ik natuurlijk een particulier die een huis gaat splitsen en geen iemand die 10 kamers aan arbeidsmigranten gaat verhuren, of zo. Ik denk, daar lijken dan ook die regels wel een beetje voor te gelden. Maar ik krijg op een gegeven moment een brief, na het indienen van mijn aanvraag, waarin staat, het gaat niet lukken.

Want het plan ziet er goed uit, maar de parkeernorm in Stadspolders is 2 auto's per huis. Ik heb 1 huis. Ik kan net 3 auto’s kwijt, maar geen 4. Helaas. Waarbij ik dan denk, en wij ook in een gesprek samen met de architect gezegd hebben, mijnheer, denkt u ook eens aan de woningnood. Dat is er toch. En een parkeerplek lijkt me eenvoudiger te realiseren dan een maisonnette van 85 vierkante meter. Maar in feite wordt daardoor gezegd of daar hoor je dan in, we beginnen er niet aan, want u heeft geen 4 parkeerplaatsen. Dan was er nog een aanmerking dat we buiten het bouwvak gingen. Dat bleek dan ook niet zo te zijn. Maar het gevoel wat me eigenlijk een beetje overvalt als ik dat verhaal lees, men wil het eigenlijk niet. Er staat eigenlijk gewoon, mijnheer, laten we het maar niet doen, want het geeft allemaal zoveel gedoe. En ik lees u een klein stukje voor uit een artikel dat vorige maand of zelfs 2 weken geleden in het Amsterdam stond. “Kan het splitsen van woningen helpen om de woningnood tegen te gaan? De vraag naar woningruimte is groot. De nadruk ligt nu op bouwen. Maar de ruimte in bestaande huizen beter benutten, kan ook nieuwe woningen opleveren. Uit onderzoek van de BLG Bank Wonen blijkt dat woningsplitsing in heel Nederland zo’n half miljoen extra woningen kan opleveren. Da zal dat half miljoen ook wel een beetje overtrokken zijn.

Maar er zijn natuurlijk wel mogelijkheden. Maar als je dan met de mensen van Zuid-Holland Zuid belt die over die vergunningen gaan, dan heb je het idee, ze willen het niet. Ze denken, op welke gronden kunnen we het afwijzen? Ze zouden ook kunnen denken, met een beetje hulp komen we er misschien wel uit. En dan kunnen we toch wat doen. En het is wel een huis wat je maakt, wat je erbij krijgt. Sommige gemeentes, die antimeren het splitsen van woningen. Ik las dat in Arnhem zelfs een woningsplitsingscoach werd aangesteld om mensen te begeleiden. En wij worden ook door de overheid in de, hoe heet dat, campagne met het motto, begin op tijd het gesprek over zorg, wonen en fit blijven. Volgens mij is die actie, dat reclame maken op dit gebied een week of 2, 3 geleden begonnen. En dan zie je dit of word je gevraagd, denk na over zorg, over wonen en over fit blijven. Begin daar op tijd mee over te denken. Ik had ook in mijn aanvraag naar Zuid-Holland Zuid toe gevraagd, als ik zo meteen nog ouder hoop te worden en misschien wat ga mankeren, zou daar een mooie plaats zijn om

47

een mantelzorger woonruimte te geven. En die ambtenaar belde op, op een gegeven moment. Die zegt, mijnheer, wat gaat u in die tussentijd doen, als u nog geen mantelzorger nodig heeft? Ik zeg, wellicht kan ik dat huis dan verhuren of gebruiken of wat ook of mijn kleindochter of wie er kan wonen. Er zijn zo meteen, of nu al, te weinig zorgwoningen, te weinig bejaardenwoningen. Er wordt gesproken over kangoeroewoningen, Knarrenhoven of Knarrenhof, mantelzorgwoningen, flexwoningen. Maar als je het wil doen, wat jij ook al zegt, dan is het wel heel moeilijk. Ik kan ook, als ik dat eventueel verhuur of daar iemand zit die een mantelzorger is, gewoon zeggen, je kan daar wonen, maar je mag maar 1 auto. Ik heb ook maar 1 auto. Ik heb er ook geen 2. Ik woon er alleen dan. Parkeerplaatsen in Stadspolders zijn ook wel aanwezig, maar doordat bewoners op publieke plaatsen gaan staan, die horen hun auto ook bij het huis neer te zetten. Daar zou ook, hoe heet dat, een handhaving op kunnen zijn. Maar nogmaals, ik vraag eigenlijk, denk eens na over de mogelijkheden en maak de regels wat minder streng. En als je dan, hoe heet dat, meer gaat toestaan, krijg je wel woningen erbij. Anders zou je nog kunnen zeggen, moet jij dan niet doorstromen naar een kleiner huis of wat ook? Want ik heb nu 6 slaapkamers en ik woon er alleen. Dat is ook een beetje overdreven.

Maar voor mij werkt het niet, omdat ik bang ben, als ik uit mijn wijk ga, dat ik mijn sociale contacten ga missen. En dat wil ik gewoon niet. Ik heb ook geen plannen om samen te gaan wonen. Ik woon daar naar mijn zin. En ik wil dat graag zo houden en daar blijven wonen en dan ook een beetje uit sociale overwegingen een tweede huis erbij maken. Dank u wel. De voorzitter: Wederom een helder verhaal. Dank u wel. Is er iemand van de commissie die een vraag wil stellen aan de heer? Mevrouw Stolk, een vraag. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. En ook dank voor het inspreken. Je krijgt toch wel verhelderende dingen te horen ook. Maar waar het mij eventjes om gaat, u zegt, ik heb gebeld en ik heb eigenlijk alleen maar het idee gevoeld, laat ik even erbuiten laten of dat ook daadwerkelijk zo is, maar u heeft het gevoeld dat u niet gehoord bent en ook niet geholpen bent. Klopt dat wat ik zeg? Heeft u het gevoel dat ze u verder hebben geholpen, laat ik het dan maar zo zeggen, dan alleen maar concreet een afwijzing te geven? De heer Van den Berg: Het is een beetje formeel wat je allemaal te horen krijgt. En dat is het eigenlijk. Ik heb niet zelf gesproken met die ambtenaar. Dat heeft een architect gedaan, omdat ik denk, die kan die vragen beantwoorden. En nogmaals, er staat in die afwijzingsbrief, dat er geen beroep mogelijk is over hun visie.

Ik denk dat je dan de officiële bouwvergunning in moet dienen. Je weet hier al genoeg uit. En die mensen zullen wel een switch moeten maken. Want die zeggen gewoon, geen vier parkeervakken, geen... Zij hadden dan dat we buiten het bouwvak hadden getekend. Maar ik denk dat ze de tekening niet goed hebben gelezen. En toen die architect ook zei, mijnheer, er is toch woningnood, dan hoor je niks meer. Dan zegt hij niks. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer.

48

De heer Van der Maar: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk aan de beide laatste insprekers dezelfde vraag. Eigenlijk gaat hun betoog, als ik het goed beluister, vooral over het creëren van woonruimte en niet over het toewijzen daarvan. Wij praten nu strikt genomen over de Huisvestingsverordening. Ik weet niet of u daar naar gekeken heeft. Maar zitten er in de Huisvestingsverordening elementen waarvan u zegt, daar kun je ook iets mee doen om dit soort dingen makkelijker te maken? Of is het gewoon eigenlijk meer een oproep om wat flexibeler om te gaan met het creëren van woongelegenheden voor wat voor doelgroepen dan ook? De voorzitter: Ik zie beide heren knikken. U heeft een vraag gesteld en uw eigen antwoord gecreëerd. Fantastisch. De heer Van der Meer: Kijk eens. Dan snap ik het in elk geval. De voorzitter: Is er iemand anders nog die een vraag heeft aan de laatste inspreker? Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: U gaf aan dat u zich een beetje had ingelezen over de Huisvestingsverordening. En dan specifiek natuurlijk vanwege de situatie die u had over de splitsing van uw woning. U heeft een redelijk ruime woning. Als het gaat splitsen, dan heeft u ook twee redelijke appartementen. Wat zou voor u, in uw ogen, een redelijk aantal vierkante meters zijn per appartement? De heer Van den Berg: Daar heb ik eerlijk gezegd niet zo over nagedacht.

Maar in het kadaster staat dat mijn woning 166 vierkante meter groot is. En ik heb zelf uitgerekend dat ik ongeveer 80, 85 vierkante meter heb. Dat hangt er een beetje vanaf hoe groot de berging van de maisonnette moet zijn. Dus zoiets. Maar dat zal voor de rest aan de bewoner natuurlijk zijn. Die zegt, dat is mij groot genoeg of niet groot genoeg. En of dat er één persoon of misschien wel twee personen kunnen wonen. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Ik zie niet dat er nog iemand een vraag wil stellen. Ik dank u hartelijk voor uw inspraak. En dan wilde ik het woord geven aan de heer Weber. De heer Weber: Ik heb een kleine samenvatting gemaakt van de Uitgangspuntennotitie en de punten die daaraan voorbijkomen. Ook de technische vragen die er zijn gesteld, had ik wel beantwoord, maar door een systeemfout of iets dergelijks heeft u die waarschijnlijk nog niet gekregen. Was het niet mogelijk om die verzenden. De voorzitter: Sorry, ik onderbreek eventjes, want ik was ook even in discussie. Ik dacht even nog dat u een aparte inspraak had, maar dit wordt het tweede gedeelte van de commissie. Ik hoop dat u eventjes het zo meteen nog een keer kunt herhalen. Want dan wilde ik even alle insprekers bedanken voor uw inspraak. U kunt weer op de tribune plaatsnemen, want u mag nu niks meer zeggen en wij mogen ook niks meer aan jullie vragen.

Hartelijk dank, nogmaals, voor alle inspanningen die u geleverd heeft. En aan de commissie, twee minuutjes eventjes benen strekken en ademhalen. Echt twee minuten. Dan kan alles ingezet worden. Mag ik dan toch even de aandacht? Lieve mensen allemaal, wij gaan weer starten. Mevrouw Stolk. Ik zei mevrouw Stolk. Het is dezelfde achternaam, maar toch iets anders. Helemaal goed. Ik wil vragen iedereen weer even te gaan zitten die deel wil nemen aan de technische sessie. Er zijn, even ter introductie,

49

aardig wat technische vragen gesteld. En die zijn gisteravond pas aan de stukken toegevoegd. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen ze gelezen heeft, bekeken heeft, besproken heeft. En daarom worden we nu aan de hand meegenomen om een gedeelte van die vragen te bespreken. Mochten we niet helemaal eruit komen vanavond, we hebben nu nog ongeveer een uurtje, dan kunnen we altijd nog een sessie beleggen om dit uitgebreid te bespreken. Want ik denk, we horen toch wel interessante dingen vanavond. Wil ik nu u het woord geven. De heer Weber: Dank u wel. Ik neem jullie toch nog even mee in de Uitgangspuntennotitie en de onderwerpen die daarin zijn opgenomen. En ik moet dan even schakelen om te kijken over welke onderwerpen dan ook de vragen zijn gesteld. En misschien dat we dat kunnen combineren. En dat we er op die manier doorheen lopen. In de Uitgangspuntennotitie zijn een aantal bestaande regelingen. Zijn er voorstellen om bestaande regelingen aan te passen of te wijzigen. Bij hoofdstuk twee van de Huisvestingverordening, die heet woonruimteverdeling, is dat de voorrangsregeling, waar we net al de insprekers over hebben gehoord. Die nieuwe regeling, verlaat de instelling, is het voorstel om die te gaan maken. En de categorie van mensen die instellingen verlaten uit de voorrangsregeling, eigenlijk de Huisvestingsverordening, te halen.

En een soort van contingent regeling af te spreken regionaal. Daarnaast hebben we ook een voorstel om te kijken hoe we de kansen voor jongeren in Dordrecht kunnen verbeteren. Eén van de voorstellen is meer loting. Maar ik kan me ook voorstellen dat daar wellicht nog meer andere voorstellen uit voort zouden kunnen komen. Hoofdstuk 3, de Wet bijzondere maatregelen, die is aangevraagd... Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Mogen wij nu vragen stellen of het liefst aan het einde? De voorzitter: Ik kijk even naar links. Wat heeft u zelf het liefste? De heer Weber: Van mij mag je gewoon vragen stellen. De voorzitter: Iedereen gaat gelijk rechtop zitten. En ik wil u wel vragen om duidelijk een vraag te stellen en niet een heel verhaal eromheen, want we hebben al genoeg inleidingen gehad. Mevrouw Stolk, u mag de eerste poging wagen. Mevrouw Stolk: Heel concreet, hebben wij een leegstandsverordening? Zo nee, waarom niet? De heer Weber: Heeft die met dit onderwerp te maken, die leegstandsverordening? Mevrouw Stolk: Voorzitter, we hebben het over woonruimteverdeling. En als we het over woonruimteverdeling hebben, en we hebben net ook de insprekers gehoord, want we zijn nu toch bezig met een beeldvormende vergadering, we hebben heel veel leegstand in

50

Dordrecht. Waar wij al jaren mee worstelen, hoe we dat op kunnen lossen, met dwangsommen of... Maar de vraag is concreet, hebben wij die? De heer Weber: Het antwoord is inderdaad nee. Mevrouw Stolk: Dan de vervolgvraag, waarom hebben wij die niet? De voorzitter: Het is een politieke vraag. En we zijn nu aan het beeld vormen. Er worden nu technische vragen gesteld. Het waarom komt een ander keertje. Maar we hebben hem niet. De heer Damen: Daarbij hoort wel de technische vraag of zo'n leegstandsverordening elders wel werkt. Want daar hoor ik veel negatieve berichten over. De voorzitter: Kunt u daar antwoord op geven? De heer Weber: Ik heb me daar niet in verdiept. Ik denk dat we daarop terug kunnen komen en daarop kunnen reageren, op die vraag. De voorzitter: Dat lijkt me een hele goede. We houden die gewoon vast en daar gaan we later op reageren. De heer Damen: Kansen voor jongeren, meer loting. Nou kunnen jongeren tot, ik dacht 23, maar voor een beperkte huur in aanmerking komen, omdat ze beperkt huurtoeslag krijgen. En wij hebben die woningen met dat maximum huurbedrag bijna niet. Betekent het dat meer kansen voor jongeren door loting geen betrekking heeft op jongeren onder de 24? De heer Weber: Nee. U moet het begrip jongeren wat ruimer zien hier. Het gaat om de leeftijdscategorie tot 34.

Dat betekent, als je naar de beschikbaarheidsmonitor kijkt, ik weet niet of jullie die ook wel hebben gezien en gelezen, zie je dat in de leeftijdscategorie tot 34 die groep ontzettend groot is en dat die heel moeilijk aan een sociale huurwoning komt. Via het normale toewijzingsmodel komen ze bijna niet in aanmerking, omdat ze te weinig inschrijftijd hebben. De voorzitter: De heer Damen, korte vervolgvraag. De heer Damen: Vervolgvraag. Is het dan dat loting betekent dat er één snel aan een woning komt, maar de ander gewoon langer moet wachten? Je krijgt er geen woning extra bij. Is het dan niet eerlijker om te kijken of je een contingent woningen kunt reserveren voor deze groep, om ze op die manier sneller aan de bak te helpen? De heer Weber: Wij zijn ook in gesprek met de corporaties om te kijken... Want één van de andere oplossingen is natuurlijk inderdaad meer woningen labelen, waar alleen jongeren op kunnen reageren. Maar dat is weer in het nadeel van ouderen of andere mensen. Als je die schaarste moet verdelen en je geeft één groep wat meer kansen, dat betekent dat een andere groep wat minder kansen krijgt.

51

De voorzitter: En dat is een politieke keuze. En die gaan we nu niet beantwoorden. Ik wil echt dat u goed let op uw technische vragen en geen politieke vragen, want de heer Weber kan hier geen antwoord op geven. Dat ligt straks aan ons, welke keuzes dat we gaan maken. De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, nog even over het eerste punt, die voorrangsregeling voor verlaters van instellingen. Het wordt uit de voorrangsregeling gehaald, is het voorstel, als ik het goed begrijp. Maar er wordt wel voor hun huisvesting gezorgd. Ik begrijp van u dat er een regionaal contingent van woningen voor die groep komt. Maar hoe bepaalt u dan de omvang die dat moet hebben? De heer Weber: Die omvang bepalen we door ervoor te zorgen dat we in de hele regio afspraken maken over, hoeveel woningen zijn er dan nodig voor die groep? En we weten vanuit de oude voorrangsregeling hoeveel mensen er zijn geplaatst. Het precieze aantal kan ik nu nog niet melden. Maar dat zal wel, als je het over contingent hebt, meer dan honderd zijn. In ieder geval moet je kijken hoeveel woningen er nodig zijn. En je moet met een aantal beginnen. En kom je tekort, dan zit je natuurlijk weer met de regio aan tafel om ervoor te zorgen dat er meer woningen komen. En heb je er over, dan zou je kunnen denken aan, misschien kan het wat lager. Maar we moeten ergens mee beginnen.

De heer Van der Meer: Mag ik nog een vervolgvraag stellen? De voorzitter: Helder. Een hele korte vervolgvraag, want we hebben meer sheets. En anders blijven we hangen bij de eerste pagina. De heer Van der Meer: De korte vervolgvraag is deze. Is het streven ernaar om voor instellingsverlaters een soort garantie te hebben dat zij een woning krijgen? En wat betekent dat dan voor andere groepen die een urgente woning dan... De heer Weber: Het is niet expliciet het streven. Dat is niet het geval. Wat we eigenlijk willen, is ook een eerlijke verdeling over de regio van de uitstromers. En dat is op dit moment niet het geval of veel minder het geval. Er zijn ook geen afspraken over. We willen vooral ook, als mensen uitstromen, als ze uit Papendrecht komen, dat ze ook weer teruggaan naar Papendrecht en niet in Dordrecht blijven. Het belangrijkste punt is eigenlijk dat er regionaal goede afspraken komen over de uitstroom van mensen die in een instelling zitten. De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Over die voorrangsregeling. U zat er net ook bij, mijnheer Weber, toen de insprekers daarover spraken. Zij gaven aan dat er een groot deel van de mensen waar zij voor staan, waarvoor zij ingesproken hebben vanavond, niet meegenomen zijn in de verordening.

Kunt u daar wat meer over vertellen? Is het wel een idee om dat te gaan doen? Is er niet aan gedacht? Kunt daar iets meer over vertellen?

52

De heer Weber: Ja. We hebben met de Verandergroep Woonregels gesproken. En we hebben ook alle verhalen goed aangehoord. Maar we hebben ook al gezegd dat we waarschijnlijk niet alles kunnen toekennen wat gevraagd wordt. Want we hebben nog geen goed inzicht in de echte dakloosheid in Dordrecht. We hebben nog geen inzicht in aantallen. En als je beleid moet maken, dan zul je daar inzicht in moeten hebben. De voorzitter: Korte vervolgvraag. De heer Laban: Inderdaad, korte vervolgvraag. Ik stelde de vraag aan de insprekers, wat is die ETHOS-regeling en wordt die ETHOS-regeling ook voorgesteld of gebruikt in Dordrecht? De voorzitter: De ETHOS-regeling, wordt die in Dordrecht gebruikt? De heer Weber: Nee, tot nu toe niet. De voorzitter: Duidelijk antwoord. De heer Noldus. De heer Noldus: Voorzitter, dank. Vraag over de kansen voor jongeren. Er wordt gesteld, ook met loting bieden we daar meer kansen in. De Partij van de Arbeid vroeg al iets over contingent.

Ik ben benieuwd of je binnen de Huisvestingsverordening ook de puntentoewijzingssystematiek en het sparen van de punten, dat is natuurlijk een heel belangrijke graadmeter voor welke woningzoekende uiteindelijk ook via het reguliere verdeelsysteem aan de orde komt, is dit iets wat we binnen de Huisvestingsverordening kunnen aanpassen en waar we ook eventuele successen van kennen in andere gebieden of regio's? De heer Weber: We kunnen dat niet in de Huisvestingsverordening aanpassen, want dit soort dingen is niet geregeld in de Huisvestingsverordening. Dit soort dingen is geregeld in de onderlinge afspraken van de corporaties in de regio. De richtlijnen voor toewijzing van woonruimte. En wat we kunnen doen, is daarin vragen of zij aan die richtlijnen iets willen doen. De voorzitter: De heer Damen. De heer Noldus: Een technische vervolgvraag, als dat mag? De voorzitter: Korte vervolgvraag. De heer Noldus: Wie dan uiteindelijk die regeling vaststelt, zijn dat dan de gezamenlijke colleges? Of hoe worden die dan vastgesteld in de regio? De heer Weber: Die richtlijnen zijn onderlinge afspraken van de corporaties, die gelinkt zijn aan Woonkeus, het woonruimteverdeelsysteem. En daar worden die afspraken over loting en toewijzing vastgelegd. Die worden niet vastgelegd in de Huisvestingsverordening. In sommige gemeentes wel.

Daar staat het hele woonruimteverdeelsysteem erin, maar in de Drechtsteden is dat nog nooit gebeurd.

53

De heer Noldus: Maar het kan wel? De heer Weber: Maar het zou wel kunnen, ja. De voorzitter: De heer Damen, pas als u het woord krijgt. De heer Damen: Andere gemeenten doen het wel. De gemeenten in de Drechtsteden hebben gezegd, de corporaties voeren dat puntensysteem correct en netjes uit. Daarom doen wij het niet. Want waarom zouden wij als gemeente regelen dat de corporaties het op zich goed doen? De voorzitter: Wat is uw vraag. De heer Damen: Mijn vraag gaat over, verlaten instelling. We hebben hier in Dordrecht de instelling De Hoop. Dat is een bedrijf dat mensen begeleidt bij het afkicken, onder andere, en andere geestelijke gezondheidszorg verleent. Maar dat doen ze voor cliënten uit het hele land. Betekent het dat de voorgestelde nieuwe regeling, dat we ook klanten die uit Groningen naar De Hoop komen, dat we die dan hier voortaan gaan huisvesten? Want dat betekent dan extra druk op onze lokale woningmarkt. De voorzitter: Gaan we mensen die hier terechtkomen, doordat ze in een instelling verblijven, ook aan huisvesting helpen? Dat is de vraag die u stelt. De heer Weber: Van buiten de regio? Het kan wel, maar op dit moment is er nog sprake van dat iemand regiobinding moet hebben.

Maar het kan zijn dat het een voorbeeld is wat net genoemd werd van iemand die naar Groningen verhuist, het huwelijk loopt mis en komt weer terug en heeft heel zijn leven in Dordrecht gewoond, maar voldoet niet aan de regels van regiobinding. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Bij regiobinding, als je hier de afgelopen tien jaar zes jaar gewoond hebt, dan voldoe je volgens mij aan de regiobinding. De heer Weber: De definitie van regiobinding is anders geformuleerd in de Huisvestingsverordening. De voorzitter: Dat is anders geformuleerd. Duidelijk. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. In deze Uitgangspuntennotitie staat ook bij punt 2.3.2, met name de woonruimteverdeling en de loting, pardon, dat er een wens is dat de corporaties met de gedachte van verdeelsleutel, verloting daarmee instemmen. Daar ook ruchtbaarheid aan geven. Maar kunt u ons meenemen in hoeverre een wens vanuit het college nu al wordt omarmd of is het meer zo van, we gaan ons best doen en we zien wel wat er uitkomt? De heer Weber: Ik weet dat het de wens is om meer kansen te geven aan jongeren. En loting is een van de dingen die je daarvoor kunt gebruiken, maar er zijn wellicht nog meer mogelijkheden om die kansen te vergroten. Ik denk wel dat we vinden, ik mag

54

eigenlijk niks vinden, maar ik zeg het toch, dat jongeren gewoon echt veel te weinig kansen hebben op de woningmarkt. En dat we ervoor moeten zorgen dat de jongeren ook daadwerkelijk meer kansen krijgen. En hoe je dat precies doet, via loting of via extra labeling of wat dan ook. Maar dat is volgens mij de wens, dat we jongeren meer kansen willen geven. De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Klein vraagje. Stel dat we nog meer woningen gaan verloten om de kansen voor jongeren te vergroten. Hoeveel blijft er dan nog over wat in het normale systeem verdeeld kan worden? Want we komen al veel te veel te kort. Wordt het daar beter van? De heer Weber: De verdeling is anders. Het wordt er niet beter van. Alleen je geeft een bepaalde groep iets meer kansen. De woningen worden anders verdeeld. En uiteraard willen we natuurlijk ook dat er meer gebouwd wordt en meer woningen bij komen. Dat zou beter helpen. Maar we weten ook allemaal wat daar de stand van zaken van is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, toch nog een vraag naar aanleiding van een antwoord wat u eerder gaf. Toen ging het over de regeling van de verlaten instelling. En toen zei u, we weten eigenlijk niet precies hoe groot de dakloosheid in Dordrecht is.

Oftewel, in de voorbeelden van de insprekers, hoeveel mensen in caravans, bosjes en weet ik wat voor plekken verblijven. Begrijp ik dan goed dat u zegt, we zouden het misschien wel willen, maar we overzien het niet en daarom doen we het niet? Of loopt er toch een project om daar wel inzicht in te krijgen? De heer Weber: Ik ben erg blij met die met die ETHOS-telling. Ik denk dat we eerst inzicht moeten krijgen in, wat is er precies aan de hand en om hoeveel mensen gaat dat? Je moet wel die gegevens hebben om daar beleid op te kunnen maken, uiteindelijk. Het is niet zo dat we het niet willen, omdat we het niet weten, maar we moeten het weten om te kunnen weten wat we willen. De voorzitter: Ik moest ook even nadenken. Het was wel heel veel willen weten, weten om te willen en te willen om te weten. De heer Weber: Sorry. Willens en wetens. De voorzitter: Kunnen we naar de volgende sheet? Ik kijk even zo rond. We gaan door. Mijnheer Heijkoop wil een punt van orde maken. De heer Heijkoop: Voorzitter, ik vind het wat lastig. Er komen echt heel veel politieke vragen langs. En ik vind het stuk voor stuk allemaal hele terechte vragen. Alleen ik wil in die zin ook even mijn ambtenaar enigszins in bescherming nemen. Ik ben van harte bereid om al deze vragen te beantwoorden, maar ik vind het wat ongemakkelijk, merk ik.

Dat wil ik toch maar even met u delen, zeker omdat we nu ook verder gaan. Nogmaals, ik doe niks af aan de vragen hoor, want die zijn terecht. Maar ik vind het een beetje...

55

De voorzitter: U heeft zeker een punt. En ik heb er al een paar keer op gewezen. Ik dacht dat sommigen nog gingen, maar het zit wel steeds tegen het randje aan. En ik snap, het is ons vakgebied ook om altijd te vragen, waarom en hoezo en waarom kan het niet anders en dit en dat? Maar het gaat nu puur even om de gegevens, om te snappen waar het over gaat, te willen, kunnen, weten, willen, kunnen, enzovoort. Gaat u verder. De heer Weber: Als ik kijk naar de onderwerpen, bestaande regelingen die aangepast worden, dan hebben we het bijvoorbeeld over de quotering van de kamerverhuur. Daar waar het zou kunnen en daar waar het ook verantwoord is om die te verhogen van twee procent naar drie procent. Zo meteen. De voorzitter: Zo moet het inderdaad en u leert snel. U weet al meteen wie er aan tafel zitten bij wie u iets moet doen. De heer Weber: Maar ik had mijn zin nog niet afgemaakt. De voorzitter: Precies. Mijnheer Damen, ik wil echt aan uw verzoeken, dat meen ik serieus, wacht even af wat iemand gezegd heeft en ga dan uw vraag stellen. De heer Weber: En het tweede deel waar een wijziging voorkomt, dat is wonen boven winkels. En daarvoor willen we het gebied waar dat geldt beter kunnen specificeren. Nu geldt het voor een heel groot gebied. En daar zitten bijvoorbeeld ook nieuwbouwpanden bij van grote winkelketens. We willen dat echt beperken tot een kleiner gebied.

En dat was de tweede zin die ik nog wilde uitspreken. De voorzitter: En nu heeft mijnheer Damen een vraag over wat u gezegd heeft. We zijn benieuwd naar de vraag. De heer Damen: Het gaat over de quotering kamerverhuur van twee naar drie procent. Nou zegt u, dat wil u mogelijk maken. Maar in het stuk staat dat u dat alleen mogelijk wil maken in bepaalde wijken en andere wijken niet. Met name de 19de-eeuwse Schil, Oud en Nieuw Krispijn. Als ik het goed heb het gebied bij Brakkastraat. De voorzitter: mijnheer Damen, ik vind het vervelend, maar dit is ook weer richting politieke afweging. De heer Damen: Nee, dit is helemaal niet... Dat is onzin wat u nu zegt. De voorzitter: Ik bepaal denk ik gewoon wat politiek is en wat niet politiek is. De heer Damen: Wat is er politiek aan? De voorzitter: Stelt u uw vraag.

De heer Damen: Naar mijn indruk zijn juist in die wijken die u wil uitzonderen van deze regeling, de wijken waar per kamer verhuurd wordt. Wat levert dit dan op? Heeft u nagegaan waar nu per kamer verhuurd wordt, waar een vergunning voor onzelfstandige verhuur gegeven is en zitten die niet juist in de uitzondering die u wil maken?

56

De heer Weber: We hebben gekeken en we hebben ook gevraagd. En er is ook specifiek steeds bij gezegd, we willen in principe die twee procent handhaven overal. Maar daar waar het kan en waar het wenselijk is en waar het verantwoord is, daar zouden we het eventueel kunnen verhogen naar drie procent. En welke wijken dat precies zijn, die heb ik ook niet in mijn hoofd zitten. De voorzitter: Helder. Iemand nog een vraag? De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Alleen die zit al bij woningdelen. Zijn we daar al aan toe? Maar hij staat wel op deze sheet. Mijn vraag is, welke criteria u heeft aangelegd om heel goed te kijken naar alle ruimten en mogelijkheden die we zouden kunnen benutten om aan woningdelen te gaan doen? De heer Weber: Het is in principe al mogelijk, ook in de huidige Huisvestingsverordening. We hebben er alleen geen reclame voor gemaakt, tot nu toe. De heer Kleinpaste: Voorzitter, als ik kort mag doorvragen. De voorzitter: Zeker. De heer Kleinpaste: Want ik vraag het natuurlijk specifiek, omdat we bij de insprekers ook een voorbeeld hadden van een particulier die aan woningdeling wil doen. Die zich in ieder geval ontmoedigd voelt. Of dat terecht is, laat ik in het midden. Maar dat maakt mij juist benieuwd naar de criteria. Want ik weet dat corporaties ook over onderbenutting voor woningen lopen na te denken.

Ik kan me heel goed voorstellen dat heel veel ouderen in grote woningen diezelfde ambitie of diezelfde behoefte hebben. Vandaar dat ik naar de criteria vraag. De heer Weber: Die criteria liggen nu gewoon vast in de Huisvestingsverordening. Ook die weet ik nu niet uit mijn hoofd. Maar ik heb het verhaal aangehoord en natuurlijk gaan we kijken naar, waar is deze mijnheer dan precies tegenaan gelopen en wat zou er moeten veranderen aan de criteria om dat misschien soepeler te kunnen laten verlopen? Maar meer kan ik daar nu niet over vertellen. De voorzitter: Helder. De heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, toch aansluitende vraag daarop. Want het gaat inderdaad over die mijnheer, mijnheer Moens was dat, die graag één of twee huisjes aan de Zuiderdijk erbij wilde plaatsen en die andere mijnheer Van den Berg die zijn woning zou willen splitsen.

Zijn dit wel zaken die je in de Huisvestingsverordening zou kunnen regelen en oplossen als we dat willen? Of zegt u nee, we moeten ook bestemmingsplannen aanpassen of andere ruimtelijke kaders aanpassen? Kortom, we moeten in andere regelgeving zijn om dat op te lossen?

57

De heer Weber: Die vraag moet ik even goed over nadenken, want die kan ik niet zo direct beantwoorden. De voorzitter: We houden die vraag vast. Die zetten we neer en die kunnen altijd nog schriftelijk ook beantwoord worden. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Wij hadden een technische vraag gesteld over studentenhuisvesting. Maar dat klopt toch dat wij die beantwoording nog niet hadden? De voorzitter: Ze zitten nu bij de stukken, maar die zijn pas laat toegevoegd. Als u opnieuw ververst, dan komen ze tevoorschijn. Mevrouw Van Herwijnen: Moet ik even verversen inderdaad. Ik dacht het al. De voorzitter: Maar ik bedoel, u heeft nog geen tijd gehad om die te lezen of tot u te nemen. Maar stelt u de vraag. Mevrouw Van Herwijnen: Maar dan toch eventjes de vraag over de term studentenhuisvesting. Kan ik die scharen onder de term kamerverhuur of is dat echt een aparte categorie onder de Huisvestingsverordening? Of hebben wij die categorie misschien niet eens in onze Huisvestingsverordening? De heer Weber: We hebben geen categorie studentenhuisvesting in de Huisvestingsverordening. En studenten kun je op verschillende manieren huisvesten. Dat kan in een kamer zijn of in een appartement of in een gewone woning. En al die categorieën zitten wel in de Huisvestingsverordening. De voorzitter: De heer Noldus.

De heer Noldus: Voorzitter, een vraag over de, ik moet altijd even kijken naar de afkorting, WBMGP. Daar hebben we ook vragen over gesteld. En in het antwoord op de technische vraag, heb ik net even kunnen lezen, wordt gezegd dat de aanvraag in 2026 opnieuw gedaan kan worden. Ben ik even benieuwd naar. We gaan nu een Huisvestingsverordening vaststellen. Daar wordt in geregeld welke straten, meer specifiek, op welke adressen je die regeling van toepassing verklaart. Zouden we dan bij een nieuwe aanvraag de Huisvestingsverordening t.z.t. moeten aanpassen daarvoor of kunnen we daar nu binnen de huidige toegewezen capaciteit andere keuzes maken qua gebied in deze Huisvestingsverordening? De heer Weber: Het punt is dat die aanvraag gaat via de provincie. Die aanvraag kan je één keer doen. En daar moet je ook daadwerkelijk tot op woningniveau, adresniveau aangeven voor welk gebied die aanvraag geldt. Als je dat nu zou willen wijzigen, dat kan je alleen doen met een totaal nieuwe aanvraag. Maar dat is ook een beetje aan jullie als raad om daar iets over te vinden. Vooralsnog zeggen we nu, we gaan het gewoon voortzetten zoals het twee jaar geleden is aangevraagd. En mocht je het willen uitbreiden qua gebied, dan ligt het voor de hand om

58

dat eind 2025 te doen, zodat het in 2026 voor een groter gebied of een ander gebied, zodat die wijzigingen op dat moment doorgang kunnen vinden. De voorzitter: Mooi. Iemand anders nog? Dan gaan we door met het volgende. De heer Weber: De opkoopbescherming. Die hebben we opgenomen in de vorige Huisvestingsverordening al. Het voorstel is om dat ook gewoon voort te zetten. En ik weet dat er is beloofd dat er een evaluatie zou komen van de opkoopbescherming. Die vraag had ik wel verwacht. Vanmiddag heb ik de cijfers gekregen. Maar die evaluatie komt er heel binnenkort aan. Ik kan wel heel in het kort schetsen wat er aan de hand is. Er worden heel veel woningen niet verkocht aan beleggers en pandjesbazen. Er worden juist heel veel woningen gekocht door mensen die er ook daadwerkelijk zelf gaan wonen. En het aantal waarschuwingen, het aantal handhavingen wat er wordt gedaan, dat zien we in de loop van de tijd ook afnemen. We zien wel een duidelijk effect, maar dit is vooruitlopend op de echte evaluatie. Maar even in het kort is dat het effect. De voorzitter: De heer Laban. De heer Laban: Voorzitter, dank u wel. Een vraag over die opkoopbescherming. Ik denk dat het een goede zaak is dat dat gebeurt. Juist de pandjesbazen en dergelijke, wat u noemt, dat het voorkomen wordt dat zij die panden kopen en daarmee gaan verhuren.

Maar welke mogelijkheden zijn er voor kopers om een woning te kopen en die dan bijvoorbeeld te verhuren aan een kind of een partner of ex-partner of familie of vrienden? Zijn daar mogelijkheden voor? De heer Weber: Ja, die staan gewoon ook in de regels voor de opkoopbescherming. Je mag aan familie in de eerste en tweede graad een woning verhuren. De voorzitter: Iemand anders nog over de opkoopbescherming? Nee. Dan gaan we nog even naar de woonwagenstandplaatsen. De heer Weber: Eigenlijk staat in de Huisvestingsverordening alleen regels over toewijzing van woonwagenstandplaatsen. Die willen we voortzetten en bijstellen in overleg met vertegenwoordiging van de woonwagenbewoners. Daar gaan we gewoon over in gesprek. De voorzitter: Geen vragen of opmerkingen hierover? Ik denk dat moet komen. Daarom vraag ik er ook expliciet naar. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Die kan ik niet voorbij laten gaan. Ik zat even een appje te lezen. Maar waarvoor wordt dat niet opgenomen in de Huisvestingsverordening? De heer Weber: Wat niet opgenomen? Mevrouw Stolk: U heeft nu de voorwaarden, plaatsen kleine woningen op... Ik moet even een stukje terug. De heer Weber: Eentje terug. Sorry.

59

Mevrouw Stolk: Het voortzetten van het huidige beleid en bijstellen in overleg met vertegenwoordiging bewoners. Wat bedoel je daar precies mee? De heer Weber: Wat daarmee bedoeld wordt, is dat de afspraken over toewijzing van woonwagenstandplaatsen wordt gewoon voortgezet. Alleen aan de voorwaarden zouden we wat kunnen doen, maar wel in overleg met die bewoners. Voordat die Huisvestingsverordening daadwerkelijk wordt ingevuld, hebben we overleg gehad met de bewoners om te kijken, zijn dit dan de criteria waaraan je moet voldoen om in aanmerking te komen voor een woonwagenstandplaats? De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dat is niet helemaal correct wat wij hebben aangegeven in ons initiatiefvoorstel. Wat wij hebben gevraagd, is om in overleg te gaan met de woonwagenbewoners om te kijken naar uitbreiding op de bestaande locaties. De heer Weber: Dat heeft niks met de Huisvestingsverordening te maken. In de Huisvestingsverordening staan alleen afspraken over toewijzing van woonwagenstandplaatsen. Eigenlijk de woonkeus voor de woonwagenbewoners. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop. De heer Van der Meer: Voorzitter. De heer Heijkoop: Excuus, voorzitter, om dit gewoon heel helder te verwoorden. Het gaat om de afspraak die we met elkaar hebben gemaakt. Het college met de raad. Dat ziet op twee dingen.

Uitbreiding van het aantal plekken door verdichting en de afspraak om met een vertegenwoordiging van de woonwagenbewoners te kijken naar de huidige toewijzing van woningen. Dat zijn de twee zaken die u heeft meegegeven vanuit die motie. Daar hebben we ook middelen voor gereserveerd. Daar gaat een extern mee aan de slag. En dit gaat hierover. En toen hebben we ook met elkaar besproken, zodra dat klaar is die veranderde toewijzing van woningen, dan zullen we dat verwerken in de Huisvestingsverordening. En als dat niet in deze lukt, dan wordt het een amendement op de nieuwe verordening. De voorzitter: Meer helder? De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Voorzitter, ik raak toch enigszins in verwarring. Er wordt net gezegd, dit gaat over toewijzing van woningen en niet over het creëren voor woningen. Maar als ik daar zie, de quotering van kamerhuur kan in bepaalde gebieden van twee naar drie procent, dan worden daar wel meer woonruimtes gecreëerd. Waar ligt precies de grens van wat wel en wat niet in de Huisvestingsverordening wordt geregeld? De heer Weber: Wat in hoofdstuk 4 staat, dat gaat over onttrekking, omzetting, samenvoeging, splitsing en woningvorming. Daar zijn dan bepaalde regels voor opgesteld. Maar als je het hebt over hoofdstuk 6, over de woonwagenstandplaatsen, dan gaat het bij de woonwagenstandplaatsen alleen over toewijzing en niet over creëren.

60

De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Van der Meer: Dat betekent, als ik het goed begrijp, dat we bij punt 4 kunnen spreken over de vraag, hoe meer woonruimtes gecreëerd kunnen worden? De voorzitter: Volgens mij niet. De heer Van der Meer: U zegt toch, dat gaat over splitsing, dat gaat over kamerverhuur en dat soort dingen. Dat zijn toch manieren om woning... De heer Weber: Maar het is geen manier om woningen te creëren. Het gaat hier vooral om, welke regels hanteren we voor bijvoorbeeld splitsing van een woning? En als je een woning splitst, dan krijg je meer woningen. Maar het doel is niet het creëren van woningen. Het doel is om regels vast te stellen om het mogelijk te maken. De voorzitter: De heer Damen. De heer Damen: Bij woningvorming gaat het om het splitsen van woningen. En dan wordt als criterium gehanteerd dat de nieuwe woningen niet kleiner mogen zijn dan zeventig vierkante meter. Dat is best groot. Dat is groter dan gemiddeld een woning in Dordrecht. Dat betekent dat je daar grote huishoudens wil huisvesten. Gezinnen wordt er gezegd. Maar waarom wordt er niet gezegd, we zetten volop in op jongeren en op alleenstaanden om... De voorzitter: De heer Damen, dit is ook weer een politieke keuze. En daar kunnen we later genoeg over debatteren, maar niet nu in deze sessie. De heer Damen: U heeft gelijk. De voorzitter: Fijn. Dat ik dat nog vanavond mag meemaken.

Dank u. Zo komen toch af en toe tot elkaar. Dan gaan we verder naar de tweede uitgangspunten. De heer Weber: En dat betreft de uitgangspunten. En dat betreft nieuwe regelingen die nu niet in de Huisvestingsverordening staan of waar nog geen regelingen voor zijn. Dan hebben we het allereerst over de Wet goed verhuurderschap. Die moet geïmplementeerd worden. Een onderdeel van die Wet goed verhuurderschap is het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag, wat we in Dordrecht inmiddels al een tijdje hebben. De wet geeft ook de mogelijkheid om met een verhuurverordening te werken, waarin je bepaalde regels kunt vaststellen ten aanzien van verhuurders. En het voorstel wat er nu in de Uitgangspuntennotitie staat, is om met een verhuurvergunning te gaan werken in Dordt-West, Vogelbuurt en de Staart. En om voor de hele stad met een verhuurvergunning te gaan werken voor huisvesting van arbeidsmigranten. Dat is het voorstel. Want het is een hele nieuwe regeling. We hebben nog geen verhuurverordening in Dordrecht, maar we willen wel uiteindelijk ook vooral de excessen tegengaan. De voorzitter: Mevrouw Pichel, u had een vraag.

61

Mevrouw Pichel: Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk wel twee vragen. En ik zat ook even naar de tijd te kijken. Ik denk het tikt al aardig door. In het raadsvoorstel staat ook dat de Huisvestingsverordening is een middel om actiever in te grijpen op de verdeling, kwaliteit en beschikbaarheid van de bestaande woningen. Dat is logisch. U geeft ook eigenlijk allerlei knoppen aan waaraan gedraaid kan worden. Maar mijn vraag daarover is eigenlijk, als we dit volgen en die knoppen waaraan gedraaid wordt, wat is dan daarbij de verwachting wat dan de verbetering is? Want uiteindelijk willen we natuurlijk inderdaad meer beschikbaarheid en een betere kwaliteit. Ik heb het nog niet heel helder teruggevonden. Dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag, en dat is ook eigenlijk een verzoek in het raadsvoorstel, dat we uiteindelijk ook voor de Perspectiefnota een keuze moeten gaan maken. En dan wordt hier eigenlijk gesproken over de kosten voor de actieve handhaving van de woonregels. Mijn vraag daarover is ook inderdaad, kunt u daar wat meer informatie over geven? Want volgens mij zijn dat twee verschillende dingen. We maken ergens een financiële beslissing, gebaseerd op iets. Aan de andere kant ben ik benieuwd naar een bepaald resultaat, wat u voor ogen heeft.

De heer Weber: Als je het hebt over de Wet goed verhuurderschap, daarin kunnen we straks regelen dat bijvoorbeeld geen woekerhuren meer worden gevraagd, maar dat woningen gewoon moeten voldoen aan het puntensysteem. Als je het hebt over arbeidsmigranten, kunnen we ervoor zorgen dat er geen gekoppelde huurcontracten aan het arbeidscontract meer zijn. Want als een arbeidsmigrant zijn baan kwijt is, dat hij dan ook zijn huis uit moet. Dat er ook een fatsoenlijke huurcontracten en fatsoenlijke woonruimte wordt geregeld voor die... Dat kunnen we allemaal regelen. En dat betekent een verbetering van de woonsituatie van behoorlijk wat mensen. Daartegenover staat, als je dat wil gaan handhaven, dan brengt dat kosten met zich mee. En ga je bijvoorbeeld met een verhuurvergunning werken in heel Dordrecht, we kunnen zien wat er bijvoorbeeld in Rotterdam is gebeurd met Carnisse, daar lopen twee, drie ambtenaren dagelijks rond om te handhaven. De kosten kunnen best oplopen, maar ik denk dat het resultaat veel belangrijker is dat we gewoon voor goede huisvesting gaan zorgen en de excessen uit de woningmarkt halen. Mevrouw Pichel: Mag ik nog een kleine vervolgvraag stellen, voorzitter? De voorzitter: Nee, want ik heb nog twee andere mensen die ook... Mevrouw Pichel: Maar het was niet helemaal een antwoord op mijn vraag, want ik vroeg juist naar het resultaat.

De voorzitter: Een kleine vervolgvraag. Mevrouw Pichel: Mijn vraag was inderdaad, het laatste stukje wat u zei over het resultaat. De voorzitter: U heeft gelijk.

62

Mevrouw Pichel: Maar die zou ik graag iets concreter willen zien. Wat verwacht u dan van dat resultaat een snelheid van beschikbaarheid van woningen of hoeveelheid woningen? Zoiets De heer Weber: Ik denk dat ik daar dan even goed over moet nadenken en dat we deze vraag ook even noteren en dat we daar schriftelijk op terugkomen. De voorzitter: De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Voorzitter, de nieuwe regelingen. En bij nieuwe regelingen verzand je waarschijnlijk heel snel in politiek. Ik ga proberen dat voorkomen. De voorzitter: Graag. De heer Kleinpaste: Maar hebben we die regelingen opgenomen in deze conceptverordening omdat de wet die ruimte gaat bieden of omdat we ergens in dit huis bepaalde wenselijkheden hebben bedacht? De voorzitter: Dat is denk ik niet een vraag aan de heer Weber. Dat zou eerder de heer Heijkoop moeten beantwoorden. De heer Kleinpaste: Het eerste gedeelte van die vraag is denk ik heel goed te beantwoorden de heer Weber. De voorzitter: Ik zal zo even vijf minuten nog voor de heer Heijkoop reserveren, zodat hij nog wat kan reflecteren op het geheel. Kunt u op dat eerste stukje een antwoord geven? Kort, want we gaan wel heel erg uitwijden op deze manier. De heer Weber: De wet geeft de mogelijkheden. En we weten dat er in Dordrecht ook panden zijn die verhuurd worden met woekerhuren.

We weten dat sommige arbeidsmigranten op een erbarmelijke manier worden gehuisvest. Om daar grip op te krijgen en om daar ook een verbeterslag in te maken, willen we dit gewoon gaan invoeren. De voorzitter: Helder. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Nog eventjes aanhakend op wat de heer Kleinpaste heeft gevraagd. De Wet goed verhuurderschap geeft volgens mij ook verplichtingen aan de gemeente. Niet alleen de gemeente kan daarmee iets, met die wet, maar volgens mij geeft het ook verplichtingen om er iets mee te doen. En de andere vraag is, die wet is alleen bedoeld voor particuliere verhuur en niet voor de woningbouwcorporaties? De heer Weber: Dat klopt, dat laatste. En de eerste vraag was ik even kwijt. Mevrouw Van Herwijnen: De eerste vraag was, de heer Kleinpaste... De heer Weber: Verplichting?

63

Mevrouw Van Herwijnen: Ja, over de verplichtingen die de wet... De heer Weber: De gemeente moet bijvoorbeeld verplicht een meldpunt hebben, waar huurders terechtkunnen die klachten hebben over het gedrag van hun verhuurder. Dat is de verplichting. En dat meldpunt hebben we. De voorzitter: De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, kunnen wij ook inzien wat een verhuurdersvergunning precies exact inhoudt? De voorwaarden die dan worden gesteld aan een potentiële verhuurder. De voorzitter: U hoeft is alleen maar ja of nee te zeggen, want als het ja is, kunnen we het aanleveren. De heer Weber: Dan zeg ik nee. Maar het wordt wel duidelijker. Er staat ook heel duidelijk in die wet wat je mag regelen en welke voorwaarden je mag stellen aan een verhuurder. Dat komt ook heel duidelijk in die tekst te staan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Noldus. De heer Noldus: Ik twijfelde even, omdat het bijna de vraag is van de heer Gündogdu en bijna helemaal het antwoord van de heer Weber, maar nog net een helemaal. De voorzitter: Dan hoeft u hem niet... De heer Noldus: Net niet helemaal. De voorzitter: Jammer. De heer Noldus: Jammer.

Deze Wet goed verhuurderschap, is dat een kwestie van volledig toepassen of niet toepassen, of kun je daar ook, net als bijvoorbeeld de WBMPG Rotterdam, kiezen om een aantal artikelen uit die wet, die voor ons lokaal van toepassing zijn of die ons interessant lijken, toe te passen? De heer Weber: Die verhuurvergunning is niet verplicht. Die verhuurverordening is ook niet verplicht voor een gemeente. Maar ik denk dat het wel zeer wenselijk is om het toch in te voeren. Maar je kunt in principe kiezen uit een aantal. De voorzitter: Helder. Ik wil even een ordevoorstel doen. De heer Heijkoop heeft het net al aangegeven. We hebben nog een negen, tien, elf en twaalf vragen of opmerkingen en dingen die eronder staan. Daarnaast hebben we op de mail gekregen heel veel technische vragen met antwoorden. Mijn voorstel zou zijn om deze anderen in een tweede beeldvormende sessie op 14 mei één uur te behandelen. En dan kan de heer Heijkoop nu nog even reflecteren op wat we hier gedaan hebben en ons misschien nog wat meegeven. Dan wil ik de heer Weber in ieder geval hartelijk danken voor de toch soms wel pittige vragen die gesteld. De heer Weber: Graag gedaan.

64

De heer Heijkoop: Dank u wel, voorzitter. En ik herhaal de woorden van mevrouw Stolk nog even, en met humor. Heel veel dank Günter. Günter is een echte volkshuisvestingsman, met een kleurrijke loopbaan in die sector. En hij vindt dingen. Günter vindt dingen. En de voorzitter merkt terecht op, hij moest zich af en toe ook inhouden. Maar dat is ook de reden waarom ik fan ben van Günter. Maar dat is ook weleens waarom technische sessies wat spannend kunnen zijn. Voorzitter, wat we hier voor hebben liggen, dat is even goed ook in het proces, dit zijn de uitgangspunten voor een Huisvestingsverordening. Als we dit debat met elkaar hebben afgerond, dan gaan wij aan het werk met een Huisvestingsverordening. En dat wordt ook de inzet naar de regio en de corporaties, om daar bepaalde afspraken in te maken. Dat doen we eigenlijk voor het eerst. En dat is omdat we het beleid gewoon stevig willen wijzigen. Wij willen echt een aantal bakens verzetten. En u heeft denk ik vanavond vanuit de insprekers al gehoord waarom wij dat nodig achten. En er is veel wetgeving. We hebben een minister van Volkshuisvesting, er kan hem veel verweten worden, maar niet ijver. En hij komt met heel veel wetgeving. Wet regie volkshuisvesting, Wet betaalbare huur, Wet goed verhuurderschap. Ze zijn allemaal de revue gepasseerd. Daar kun je wat van vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/32344