CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.11 2024.04.23 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 1 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 532.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De heer Noordam: Ik vind het eigenlijk een bijzondere situatie dat het Leger zegt, we werken samen met Yulius. Die doet voor ons de verslaafden. Ze verblijven en wonen in het Leger des Heils, de kamers of in het gebouw. Waarom zitten ze dan daar? Waarom zitten ze dan niet bij Yulius? En mijn tweede vraag is, als dat mag... Ik word helemaal enthousiast van De Binnenvest. Zijn er geen mogelijkheden voor de gemeente om in de toekomst te kijken of er zo een partij in Dordrecht zou komen. De voorzitter: Die laatste vraag is niet voor nu, denk ik. Maar de eerste vraag, aan wie kan ik die... Sorry, ik ben hem even kwijt nu, de eerste vraag. De heer Noordam: Er is een samenwerking met Yulius. Waarom verblijven de verslaafden in het gebouw van het Leger des Heils, waar geen voorzieningen voor zijn. De voorzitter: De heer Freeke kan daar antwoord op geven. De heer Freeke: Hier zit het goede knopje. Dat doen we overal. Bijvoorbeeld, de mevrouw van Antes vertelde net netjes, in Rotterdam hebben wij ook op heel veel plekken opvangvoorzieningen. En de verslavingszorg doen we samen met Antes, want dat is ook wat ons betreft de specialist op dit onderdeel. En nogmaals, in heel veel steden doen we dat. Met heel veel verschillende zaken en problematieken werken we met elkaar op een goede manier samen. Eenieder heeft daar zo zijn eigen expertise in.

22

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Gumbs. Mevrouw Gumbs: En ik denk ook, als ik nog even mag aanvullen, het verschil met Yulius ook, die behandelen primair. Die vangen niet op. Wij vangen op. Daarmee voldoen we aan een deel van die maatschappelijke opdracht. En Yulius behandelt. Vandaar dat we op dat gebied dan de samenwerking opzoeken, mocht het nodig zijn. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mag het? De voorzitter: Mijnheer Bootsman vroeg ook om een vraag te stellen. Mevrouw Stolk: Gaat daarover? De heer Bootsman: Jazeker. Heb ik het goed begrepen dat de mensen bij De Binnenvest... Dat daar een spreekuur is van Brijder. En Brijder is volgens mij gewoon GGZ via de Parnassia Groep. En dat jullie dat dan niet zelf doen. En dan vraag ik mezelf ook weer af, is zo'n intense samenwerking bij het Leger des Heils dan ook niet gewoon mogelijk? Want in De Binnenvest gebeurt het ook. De voorzitter: Aan wie stelt u de vraag? Mevrouw Klooster. Mevrouw Klooster: Dank u wel. Ik wilde dat eigenlijk net al opmerken. Zelfs voor mij voelt het een beetje alsof het verschil is tussen het Leger des Heils en De Binnenvest, dat voor ons de verslaving en de psychische problematiek horen bij die cliënt. En die zijn onderdeel van wat er met die cliënt aan de hand is.

En zijn ook integraal onderdeel van de afspraken die wij maken, de begeleiding die we bieden, specialistische zorg die we er ook bij halen, om ervoor te zorgen dat daar iets goeds gebeurt. Wij zeggen niet van onze cliënten, de verslaving is iets waar wij niks mee doen. Dat is dan voor de Brijder. Het is gewoon, het hoort bij die cliënt. Het wordt meegepakt in het hele traject en in die begeleiding. De Brijder is denk ik vergelijkbaar met Parnassia, maar is gespecialiseerd in verslavingszorg. En bij ons Rivierduinen, dat is de GGZ, doet eigenlijk niet zoveel met verslaving, maar behandelt, diagnosticeert wat er op psychisch gebied aan de hand is. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ik wil toch nog even inhaken. We zitten nu hier aan tafel. Ik wil nu toch wel van de gelegenheid gebruikmaken. De voorzitter: Jazeker. Grijp uw kans. Mevrouw Stolk: Zitten de mensen... Laat ik even iets anders zeggen. Alles wat jullie hier doen, de instanties die aan tafel zitten, want anders komt dat zo over, en dat wil ik toch even gezegd, die doen allemaal heel goed werk. Laat dat helder zijn. Alleen er wordt al jarenlang overlast ervaren op het Kromhout. En volgens mij is wat het Leger des Heils doet heel goed werk. Maar horen die verslaafden niet op het Kromhout thuis. En dat zou

23

een discussiepunt moeten worden hier in deze raad, denk ik. Want het is mij nu heel helder wat iedereen doet en hoe het in elkaar zit. Maar volgens mij tackelen we met elkaar heel veel dingen, als we de... Want als ik die mevrouw van het Leger des Heils even mag citeren, hoor ik u zeggen dat er meer gewone mensen zitten, tussen aanhalingstekens. Want ieder mens is gewoon. Laat ik dat vooropstellen. Alleen de één heeft een beetje last van dit en de andere is verslaafd. Maar dat we juist die problematiek van verslaafden, want die geven ook de meeste overlast in dat gebied, dat we die proberen bij het Leger des Heils weg te halen. Maar dan ga ik even richting de wethouder. De voorzitter: Mijnheer Merx, kunt u hier iets technisch over zeggen? De heer Merx: Het is een interessante discussie, laat ik dat voorop stellen. Je leert elke dag weer een hoop meer. Kun je de verslaafden weghalen bij het Leger des Heils? Dat lijkt mij een enorme klus. Niets is onmogelijk, denk ik. Maar het lijkt me wel heel erg ingewikkeld, omdat het Leger des Heils mensen opvangt, ook in de dag- en de nachtopvang die een verslavingsproblematiek hebben, maar niet een GGZ-instelling zijn die daar verder behandelingen voor geven. Dan zou je moeten zeggen, u bent hier niet welkom. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Merx: U heeft wel opvang nodig, maar u mag hier niet, want u bent verslaafd.

Bij sommige mensen zul je dat misschien zien. Andere mensen zul je dat misschien niet zien. Ik heb daar niet meteen een antwoord op in de zin van, lijkt me een goed plan, gaan we doen of nee, het kan echt niet. Het lijkt me in ieder geval echt ingewikkeld. En hier kunnen we ook niet vanavond even zomaar in een paar minuten over beslissen. Dit vraagt echt wat meer nadenkwerk, overleg, voordat je hier verstandige dingen mee kan doen. Maar het is wel een hele hoop goede informatie die we hier krijgen. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het is ook wel even buiten de scoop van deze vergadering. Die gaat over de wenselijkheid van de gebruikersruimte. U heeft nog een vervolgvraag. Mevrouw Stolk: Ik denk wel dat als we het puur over deze discussie hebben... Want we hebben een rondetafelgesprek over het Kasperspad met partijen die aan tafel zitten, maar ook met het Leger des Heils. Want nogmaals, het Leger des Heils doet ook heel veel goede dingen. Alleen moeten we niet eens met elkaar die discussie gaan voeren? Laten we die verslaafden die daar zitten... En ik begrijp echt wel dat dat niet van de één op de andere dag geregeld is... Maar volgens mij zitten we hier al tien jaar over te steggelen. En het is nog steeds niet geregeld. En het is nog steeds overlast op het Kasperspad.

En wat volgens mij iedere keer terugkomt, is de verslavingsproblematiek die tussen de gewone mensen zit. En dat wil ik toch wel even gezegd hebben. De voorzitter: Punt. Geen vraagteken, begrijp ik. Helder. Dan zag ik de handen van mevrouw Van Vugt, de heeft Portier en mevrouw Van Herwijnen. In die volgorde. Mevrouw Van Vugt. En daarna mevrouw Pichel.

24

Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Dan maak ik er meer een vraag van, denk ik. We hebben vanuit de bewoners eigenlijk ook wel begrepen dat de problematiek breder is dan alleen wel of geen gebruikersruimtes. En dan wil ik ook eigenlijk straks van de wethouder graag weten, welke plannen zijn er op dit moment om camera's weer te herstellen, om samenwerking met politie te intensiveren? Want ik heb ook begrepen als er meldingen gedaan werden, dan komt er de volgende dag iemand en wordt er gezegd, op dit moment wordt er niet gedeald. Die blijven daar niet 24 uur staan. Suswachten bleek niet zo te werken. Was men niet enthousiast over. En het schrijven van het welbevinden is ook niet omhoog, bleek pas uit dat OCD-onderzoek. Wat kan er op dit moment gewoon meteen gedaan worden om het daar voor de bewoners prettiger wonen te maken? De voorzitter: Dit is een vraag aan de heer Merx? Het gaat niet helemaal over de gebruikersruimte, maar toch. De heer Merx: Het gaat helemaal niet over gebruikersruimte. Mevrouw Stolk: Het maakt misschien de gebruikersruimte overbodig. De heer Merx: We hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het gebied. We hebben een buurtkamer, we hebben een politiepost, we hebben de Suswachten gehad, die op zichzelf op een gegeven moment niet echt meer nodig waren.

We hebben een paar handhavers, die daar inmiddels weer elke dag over straat lopen, als het goed is. En u vraagt, hoe kunnen we de problemen morgen opgelost hebben? Als dat zou kunnen, dan hadden we dat vier jaar geleden al gedaan. Dan hadden we een miljoen minder uit hoeven geven. Dat is het antwoord op die vraag, hoe kunnen we het morgen opgelost hebben? Dat moet ik u schuldig blijven. Ik denk dat niemand dat antwoord heeft. Het blijft een gebied waar we de nodige aandacht hebben. We hebben regelmatig overleg ook met de bewoners, een bewonerscomité. Ik heb de stellige overtuiging, ook op basis van het rapport, dat het echt een stuk beter gaat. Het is nog lang niet conform de wensen die u destijds heeft uitgesproken, 7,6. Ik denk ook dat ik die verwachting hier maar meteen moet weghalen, dat we die 7,6 nooit en te nimmer gaan halen. Tenzij we het hele gebied plat maken en helemaal opnieuw gaan opbouwen en allerlei voorzieningen ergens anders gaan zetten. Anders gaat het dat niet worden. Bovendien wordt het ook vergeleken met een gebied waar een andere situatie is. Wij blijven voorlopig doorzetten. Aan het eind van het jaar komen we met een evaluatie over, wat hebben we de afgelopen jaren allemaal gedaan en wat denken we nog verder te moeten doen? Ik ben er namelijk van overtuigd dat aan het eind van dit jaar het probleem niet is opgelost. Het geld is ook nog niet op.

We hebben nog wat over. Er zijn nog wat dingetjes die moeten gebeuren. Zo'n speeltuin die ingericht gaat worden op het moment dat ook de verbouwingen klaar zijn. We hebben nog wat geld in de pocket zitten. En we moeten ook nog eens met elkaar goed nadenken over, hoe gaan we verder? We zijn inmiddels in goed overleg, al een paar jaren eigenlijk, ook met het Leger des Heils over hoe we samen die buurt leuker kunnen maken. Er worden ook regelmatig, en die komt nu toevallige weer ten goede aan het bewonerscomité, jaarlijks in ieder geval een barbecue georganiseerd. Ook de sociale cohesie wordt aan gewerkt. En ook de verloedering in de straat. En dat zal best echt nog wel regelmatig voorkomen dat er weer een voorbeeld is van, zie je wel, het is weer misgegaan, er ligt weer menselijke ontlasting of er ligt een

25

spuit, wat natuurlijk echt vreselijk is als je dat voor je deur hebt liggen. Maar de verloedering op straat is al echt beter geworden. Is het top? Is het vergelijkbaar met De Hoven? Nee. Dat moeten we ook met elkaar niet verwachten. Ik zou eigenlijk u willen vragen, wacht met de totale aanpak tot het eind van het jaar dat we met de evaluatie komen en een plan of en op welke manier we verder gaan. En over de gebruikersruimte, waar het vanavond over gaat, daar moet u met elkaar nog verder over praten wat u daarmee wil en of u vindt dat dat bij het Leger des Heils moet. En het Leger des Heils zegt, dat wil ik eigenlijk helemaal niet. Past niet bij onze doelstellingen. Bovendien hebben we de experts niet. En we horen positieve verhalen over gebruikersruimte. Wie dan en waar dan? En hebben we de illusie dat als wij een gebruikersruimte situeren bij het Biesbosch Centrum dat dan alle verslaafden daar gaan vertoeven? Ik denk het niet. We moeten daar echt wel even wat fundamenteler over nadenken. En makkelijke oplossingen zijn er niet, want anders had ik ze zelf wel bedacht. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Makkelijke oplossingen bestaan niet, in dit geval. De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, even een paar voorafgaande opmerkingen.

Voor er komt dan een vraag in de vorm van, is de wethouder bereid om na te denken over? Ik ben eigenlijk vrij open naar deze sessie gegaan, zonder voorafgaand standpunt of wat dan ook. Maar ik ben inmiddels, gehoord de discussie, ervan overtuigd dat de gebruikersruimte een heel goed idee is. Dat is één. En ten tweede, dat dat niet bij het Leger des Heils tot stand gaat komen. Je kan ook geen melk uit een stier halen. Hoe hard je er ook aan trekt of klappen geeft of wat dan ook, dat gaat gewoon niet gebeuren. Het gaat ook niet bij Yulius gebeuren, in combinatie met maatschappelijke opvang. Want daar zijn ze ook niet op ingericht. Kortom, is de wethouder bereid om na te denken over hoe we kunnen komen tot een instantie, een plek in Dordrecht, uiteraard niet midden in de Biesbosch, waar ruimte is voor opvang van verslaafden met een gebruikersruimte? Wat dan tevens als voordeel heeft dat de verslaafden die opgevangen moeten worden, gescheiden worden van de gewone mensen die opgevangen worden bij het Leger des Heils. Dank u wel. De heer Van der Net: Voorzitter. De voorzitter: Dat was een hele lange vraag. De heer Van der Net: Voorzitter, ik begrijp wel de vraag, maar het lijkt mij dat wij aan het einde van deze commissie tot een conclusie komen. En als het aan mij ligt, komt er inderdaad een oordeelsvormende commissie over dit onderwerp.

En om dan gelijk ook al de wethouder, die hier ook alleen maar geïnformeerd wordt, met deze vragen te confronteren, lijkt mij een stap te ver, eerlijk gezegd. De voorzitter: Ik deel die mening. Ik ga toch uit beleefdheid even vragen of de heer Merx erop kan reageren. En dan zeg ik altijd maar wat ik tegen mijn dochter zeg, nee is ook een antwoord. De heer Merx: Dat zou nee zijn op een antwoord, willen jullie nadenken? Weet je, dat zou een heel raar antwoord zijn. Nadenken doen we altijd. Of daar de uitkomst uitkomt wat u misschien wil horen, dat weet ik niet. We moeten er echt nog wat fundamenteler... De

26

vragen waren, is het Leger des Heils bereid om een gebruikersruimte in te richten? Daar heeft u antwoord op gehad. Vanavond heeft u een heel aantal insprekers gehoord. En ik heb het met mijn collega Heijkoop, die hier vanavond helaas niet aanwezig kan zijn, omdat hij nu over vrouwenopvang zit te spreken, hier van tevoren al over gehad. Want hier gaat het natuurlijk ook over de maatschappelijke opvang in deze stad. Wel van tevoren over gehad van, wat gaat hier gebeuren? Wij zijn op zich bereid na te denken over, wat zijn de mogelijkheden, wat zijn de onmogelijkheden en wat gaat het ook kosten? Want aan alles zit een kostenplaatje. Daar moeten we ook met elkaar even goed bij stilstaan. Om te verkennen met elkaar van, wat is er, wat zijn de mogelijkheden, wat zijn onmogelijkheden, wat zijn de voorwaarden? We hebben er vanavond een aantal gehoord. Die zijn hier over tafel gegaan. Die moeten we ook even met elkaar goed op een rijtje zetten. Tot dat punt nadenken altijd, maar of daar iets uitkomt wat u wil, dat is maar de vraag. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Fijn om de bereidheid om na te denken te horen. Ik zou toch even willen vragen, richt u zich vooral op de insprekers vandaag, want zij zijn hier nu en de wethouder is hier vaker. Ik zag een vraag bij mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel.

In ieder geval eerst eventjes een vraag aan de bewoners, aan de heer Prins en, even kijken hoor, nog een andere, Noordam. Hebben jullie inzicht over de overlast die er is, welk percentage daarvan vanuit de verslaafden komt en welk percentage er van de andere cliënten van het Leger des Heils komt? Is daar iets over te zeggen? De voorzitter: Heldere vraag. De heer Noordam. De heer Noordam: Dat is wel een heldere vraag, maar ook een moeilijke vraag, want ik heb geen inzicht in hoeveel mensen er verblijven in het Leger des Heils. Wat wij zien, is dat er best wel een flinke groep normale mensen zijn die echt de opvang nodig hebben. En die zijn keurig beleefd. Die lopen langs. Die werken hoofdzakelijk ook. Daar merk je niks van. Maar waar wij vooral echt last van hebben, is een gedeelte cliënten. En dat is vooral het laatste halfjaar weer toegenomen. En dat is vooral dan die drank, drugs rondhangen op straat. Percentages kan ik niet noemen, maar je merkt wel dat het laatste half jaar het toegenomen is. En we hebben daar trouwens ook een peiling over uitgezet in de wijk. Dan zeg ik het evenals Beheergroep. Daar kwam uit dat bijna iedereen vond dat het... Want er zitten 52 bewoners in een Buurtplugroep. En daarvan vonden 34 mensen dat het toegenomen was, zowel drankgebruik als drugsgebruik. De voorzitter: Helder. Dank u wel.

Voordat ik de heer Prins het woord geef, wijs ik er nog even op dat er een RIB is gepubliceerd over de voortgang van het plan van aanpak Kromhout/Kasperspad, die op 21 mei ook naar de raad komt. Daar staat ook heel veel informatie in omtrent deze wijk. Kan ik de prins op deze vraag nog het woord geven? De heer Prins: Ja. Daar kan ik duidelijk over zijn. Het grootste deel komt gewoon bij het Leger des Heils vandaan. Dat zie je daar ook gewoon naar binnen lopen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Herwijnen.

27

Mevrouw Van Herwijnen: Dan had ik eigenlijk gewoon mijn vervolgvraag aan het Leger des Heils. Want ze gaven eigenlijk aan dat maar een klein percentage van hun deelnemers is verslaafd. En die blijken waarschijnlijk voor het grootste gedeelte aan overlast te geven voor de omgeving. Zien zij in dat er een betere of een andere plek geschikter zou zijn voor deze mensen, waar eventueel wel zo’n gebruikersruimte bij gerealiseerd zou kunnen worden? Hoe staan jullie daarin? De voorzitter: Wie van het Leger des Heils kan ik daarvoor het woord geven? De heer Freeke. De heer Freeke: Een aantal aspecten hebben we natuurlijk al eerder genoemd van, hoe wij in zijn algemeenheid als organisatie tegen gebruikersruimtes aankijken en ook waar onze expertise wel en niet ligt. Dat maakt qua locatie niet uit. We hebben de afgelopen jaren wel op het pand bij ons aan het Kromhout, en dat is ook een van de aspecten ervan om de overlast te verlagen, is ook een deconcentratie geweest. Het aantal mensen wat daar slaapt, is de afgelopen jaren gewoon fors afgenomen. En dat is heel bewust gedaan. Dat is ook in overleg met iedereen gegaan. En dat ondersteunen wij van harte. Om een onderscheid te maken over wie wel, wie niet, in the end overigens daar gaat de gemeente over. Want die bepaalt wie bij ons mag slapen en wie niet.

Maar om daar een onderscheid in te maken op het gebied van verslaving en wat is dan precies verslaving, wie is verslaafd, volgens mij is dat best wel ingewikkeld. Maar dat gesprek heeft nog nooit plaatsgevonden. De voorzitter: Dank u wel. Er was nog een vraag bij mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel, voorzitter. Ik schat in dat mijn vraag het beste beantwoord kan worden door mevrouw Kerpel. Maar misschien als iemand anders zegt, ik kan hem beter beantwoorden... Maar ik zal mijn vraag even inleiden. En ik denk dat hij ook wel inhaakt op wat mevrouw Stolk eigenlijk al aan het vragen was. Laat ik beginnen met te zeggen, de noodoproep van de bewoners neem ik heel erg serieus. Ik kan me ook echt voorstellen dat hier behoorlijk wat aan de hand is. Er wordt wel vrij snel gekeken naar dat de gebruikersruimte een oplossing zou zijn. En daar heb ik persoonlijk mijn twijfels bij. Als we het hebben over verschuiven van problemen, dan denk ik dat dat het is. Ik snap ook heel erg de oproep van het Leger des Heils om te zeggen, we hebben gewoon niet de capaciteit, we hebben de mensen niet, dat gaat niet passen. Maar wat ik niet hoor, waar heel de discussie nog niet over gaat, wat is uiteindelijk een effectieve benadering om die verslaving echt aan te pakken? En vandaar mijn vraag ook naar mevrouw Kerpel.

Wat voor soort methodieken zijn er onderzocht of worden er onderzocht om uiteindelijk die effectiviteit ook aan te pakken of die effectiviteit te bereiken en de verslaving echt aan te pakken? Want daar zijn natuurlijk ook verschillende manieren voor. En dat is dan natuurlijk nu niet deze vergadering, want daar zouden we dan verder over moeten te praten. Want nu willen we natuurlijk besluiten over wel of geen gebruikersruimte. Uiteindelijk wil je natuurlijk het probleem bij de bron aanpakken. En mijn vraag aan u is, kunt u daar ons ook wat meer over vertellen, welke richtingen we zouden kunnen kijken? De voorzitter: Mevrouw Kerpel.

28

Mevrouw Kerpel: Ik denk dat de mijnheer van het Trimbos veel beter uit kan leggen dan ik dat verslaving is een ziekte. En die kan effectief behandeld worden als de cliënt daarin mee wil werken. Maar een gebruikersruimte is er niet om mensen van hun verslaving af te helpen. Die is er eigenlijk om de overlast in de stad te verminderen. En ik denk dat de mijnheer van het Trimbos het veel beter uit kan leggen. Ik ben niet inhoudelijk opgeleid. De heer Van der Gouwe: Ik wil daar best op aanvullen. De voorzitter: De heer Van der Gouwe. De heer Van der Gouwe: Gebruikersruimtes en sowieso die laagdrempelige voorzieningen zijn er niet op gericht om mensen te laten stoppen met gebruik. Het is alleen zorgen dat je voorkomt dat ze nog verder afglijden. Die gebruikersruimte is ook bedoeld voor de hele specifieke groep die nergens anders terecht kan. Die vaak niet gemotiveerd is of nog niet gemotiveerd is om te stoppen met gebruiken. Het is een hele kleine groep. In die gebruikersruimtes zit het overgrote deel van de mensen die drugs gebruiken en ervan af willen. Er zijn tientallen verschillende vormen van behandeling. De één is wat meer effectiever dan de andere. Maar mensen die willen stoppen met gebruiken en daar goed gemotiveerd voor zijn, die kunnen stoppen met gebruiken. Ook al ben je verslaafd en bij vijftig jaar verslaafd. Als je dat echt wil en je hebt de goede tools, dan kan dat.

En die zorg is er in Nederland. Die verslavingszorg in Nederland is gewoon heel goed. En er heel groot scala aan verschillende zorginstellingen, met verschillende zorgvormen, van online, van alles en nog wat. Gebruikersruimtes zijn per definitie niet gericht op het stoppen met gebruiken. Maar ik moet wel zeggen dat ook de ervaring uitwijst dat het voor veel mensen een eerste stap is naar behandeling, omdat zij uit het niets komen. Ze hebben alleen maar gebruikt. Ze hebben een leven gehad op straat. Je wil niet weten hoe erg dat is, op straat geleefd. Een gebruikersruimte is het eerste contact ook met de zorgverlening, in een gebruikersruimte. En het kan een opstapje zijn dat je mensen motiveert van... Sowieso, het gebruik neemt vaak ook af als ze gebruikmaken van een gebruikersruimte, omdat ze kunnen gebruiken wanneer ze dat nodig hebben. En niet dat ze moeten gebruiken, omdat ze anders weggejaagd worden. Een heel verhaal eromheen. Het is vaak een eerste opstap tot zorg. Zo moet je het ook zien. En het is niet dat je mensen afschrijft van, zoek het maar uit. Hier heb je je drugs en veel plezier ermee. Het is vaak een eerste stapje naar toch zorg. De voorzitter: Dank u wel. En mevrouw Kerpel wil daar nog wat op aanvullen.

Mevrouw Kerpel: Wat ik net niet gezegd heb, bij de gebruikersruimte is ook mogelijkheid om je was te doen, om te douchen, om activering te doen, om uitleg te krijgen over veilig gebruik. Het is niet alleen, je gaat de gebruikersruimte in en je gaat je ding doen en je bent weer weg, maar je kan ook in gesprek met begeleiders, net wat de mijnheer van het Trimbos zegt. En dat kan de eerste stap zijn naar beschermd wonen, behandeling, noem maar op. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een vervolgvraag, mevrouw Pichel? Mevrouw Pichel: Ja, een vervolgvraag, maar ook even diepgang van de vraag die ik al had gesteld. Want mijn vraag ging met name ook over... Ik snap het punt dat natuurlijk een gebruikersruimte een onderdeel is van, een toepassing van een veel groter

29

probleem. Maar vandaar ook mijn vraag. Waar de discussie veel beter over moet gaan, is dat stukje van, wat is de effectiviteit van de verschillende toepassingen? En ik kan me heel goed voorstellen dat u waarschijnlijk heel veel ervaring heeft om ook te kijken van, dit heeft heel goed gewerkt. En wat ik wil voorkomen, is dat we blijven hangen bij een soort oplossing, wel of geen gebruikersruimte, terwijl er natuurlijk veel meer speelt. En ik persoonlijk heb ook wel ervaring met dit soort dingen, om verslavingsproblemen aan te pakken. Dat vind ik eigenlijk veel interessanter om daar experts ook even wat richting aan te laten geven van, daar kunnen jullie als commissie ook gewoon aan denken, zonder dat we te veel blijven hangen op wel of geen gebruikersruimte. Want dat geeft denk ik niet de diepgang weer. De voorzitter: Maar de vraag die hier toch voorligt, is over wel of geen gebruikersruimte. Ik wil graag wel de scoop op dat onderwerp houden, in deze vergadering. Mevrouw Pichel: Die begrijp ik. En daarom denk ik, daar moet het ook wel over gaan. Maar we moeten ook vooral niet vergeten dat er natuurlijk een groter geheel is. En als dit maar een klein stukje is van een groter plaatje, dan moeten we wel dat grotere plaatje zien voordat je hier een klap op gaat geven, lijkt mij. De voorzitter: Dat zouden we in een gevolgsessie wellicht kunnen doen.

En daar komen we straks nog wel over te spreken. Mevrouw Van Vugt had een vraag. Mevrouw Van Vugt-Roose: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag gaat eigenlijk wel over de overlast, die er mogelijk nog is. Het is natuurlijk heel mooi als mensen veilig kunnen gebruiken in gebruikersruimtes. Vervolgens lopen ze naar buiten, bedwelmd of minder bedwelmd, maar wel in een bepaalde staat. Ik wil graag even weten, in welke mate geven ze dan alsnog overlast? En kun je het dan effectief noemen voor de omgeving? De voorzitter: Aan wie stelt u de vraag? Dat miste ik even. Sorry. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik denk aan de mensen uit Leiden. De voorzitter: Mevrouw America. Mevrouw America: Daar kan ik kort over zijn. Mensen maken gebruik van de gebruikersruimte en gaan dan ergens rustig zitten. En dat kan ook in de opvang zijn. Dat is vaak in de opvang. Zeker als het bijvoorbeeld in het gebied druk is bij ons, doordat er iets bijzonders is, 4 oktober of zo, dan zien wij juist dat onze cliënten binnen blijven. Die willen gewoon niet geconfronteerd worden met druk verkeer of mensen die langslopen. Die willen zich kunnen terugtrekken. Wij zien gewoon dat de mensen die dan gebruik hebben gemaakt van de gebruikersruimte, die gaan dan vaak in de centrale ruimte op een stoel zitten even. En wij hebben ze wel in beeld dan. Dat is voor ons heel belangrijk. De voorzitter: Dank u wel.

En 4 oktober is het Leidens Ontzet, denk ik? Ja. Mevrouw Van Vugt, u heeft nog een korte vervolgvraag? Want we moeten ook naar een afronding toe voor nu. Mevrouw Van Vugt-Roose: Een kort vervolgvraag inderdaad. De meeste drugs word je inderdaad heel rustig van, dat je je wil terugtrekken. Maar er zijn natuurlijk ook drugs

30

waar je gewoon behoorlijk gewelddadig van wordt en waar je gewoon wil bewegen. We hadden het net al even over GHB. Dat wordt misschien dan ook wel gebruikt, maar is minder geschikt. Flakka, snus, ik noem maar wat. De voorzitter: Mijn mond valt open. Mevrouw Van Vugt-Roose: Ik werk op een school. De voorzitter: Ik word hier even stil van. Mevrouw America: U bent goed op de hoogte. De voorzitter: Ik geef mevrouw America nog een keer kort het woord hierop. Mevrouw America: Nogmaals, het probleem is er. Ik kan niet zeggen dat er nooit een incident is of nooit iets gebeurt. Maar wij zorgen wel dat we de overlast wel kunnen controleren. We hebben een time in. Dan geven we iemand even een plekje waar hij rustig een beetje kan uitrazen, mocht dat zijn. En als het echt de spuigaten uitloopt, dan hebben we uiteraard beveiliging en volgen er andere maatregelen. Maar dat is gelukkig niet dagelijks. En nogmaals, we willen dat gewoon niet in de openbare ruimte. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel voor dat we naar een afronding gaan van deze sessie. De vraag die voorlag, ging omtrent de wenselijkheid van een gebruikersruimte bij het Leger des Heils op het Kromhout/Kasperspad.

Nu is de vraag, heeft deze sessie u voldoende beeld opgeleverd om hiermee aan de slag te gaan of is er nog niet voldoende informatie en willen we nog een volgende beeldvormende sessie? En ik zie mijnheer Van der Net, die wil daar graag wat over zeggen. De heer Van der Net: Volgens mij is er al wat oordeel over de tafel heen gegaan. En ik wil dan ook wel voorstellen om een oordeelsvormende commissie inderdaad hierover te hebben. En dan daarbij de politieke vraag of een gebruikersruimte in Dordrecht, en wel of niet bij het Leger des Heils, inderdaad nodig is? Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Ik probeerde even mee te schrijven. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Aanvullend daarop, want volgens mij heeft het Leger des Heils heel duidelijk gezegd dat het niet bij de scoop hoort en bij de doelstellingen die zij hebben. En ik zou toch ook de discussie graag aan willen gaan. Als er een gebruikersruimte komt, waar? En waar slapen die mensen dan? Want dat vind ik ook een hele belangrijke. Zoiets als wat De Binnenvest is, zouden we zoiets hier in Dordrecht kunnen krijgen of over nadenken? En dan heb ik het nog niet zozeer over nadenken, want de wethouder gaf heel netjes aan, ik weet niet of ik u wel blij daarmee kan maken. Maar volgens mij zijn wij het hoogste orgaan hier binnen deze raad.

En als wij willen dat zoiets weggehaald wordt bij het Leger des Heils gaan wij daar volgens mij over. En die discussie zou ik graag met deze commissie aangaan.

31

De voorzitter: Dank u wel. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: In aanvulling op wat al aangegeven is, aangegeven werd door het Leger des Heils dat ze eigenlijk niet de expertise hebben om de verslaafde daklozen op te vangen. Wellicht moeten we ook verder nadenken over... De heer Freeke: Dat heb ik niet gezegd, voor de helderheid. De heer Schalken-den Hartog: Sorry, dat? De voorzitter: De heer Freeke. De heer Freeke: Dat ik dat niet heb gezegd. De heer Schalken-den Hartog: Maar duidelijk is dat ze de expertise niet in huis hebben om de verslaafde daklozen op te vangen. Toch? De heer Freeke: Nee. Wij hebben gezegd, we hebben niet de expertise om een gebruikersruimte, die heel erg medisch geoutilleerd is, te... De heer Schalken-den Hartog: Maar ik wil er eigenlijk naartoe dat wij het denk ik als commissie er ook met elkaar over moeten hebben of we kunnen kijken of die groepen meer kunnen scheiden. Dat de verslaafden inderdaad zonder opgevangen worden. Als dat een aanvulling op... De voorzitter: Dank u wel. De heer Schalken-den Hartog: Sorry, heb ik het even gemist. De voorzitter: Geen probleem. De heer Damen. De heer Damen: Dit lijken mij tot nu toe allemaal goede ideeën. Maar ik heb daarbij ook wel behoefte aan inzicht in kosten en de omvang van de doelgroep. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Stolk: Dat is een hele goede vraag, maar dat is ook een technische vraag. Maar misschien dat we die als commissie, voordat we oordeelsvormend gaan oordelen daarover, of we dan ook inzicht kunnen krijgen als commissie zijnde dat als we het niet meer bij het Leger des Heils laten slapen, wat dat dan aan kosten overhoudt en wat we eventueel anders in kunnen zetten. De voorzitter: Dit is een technische vraag. Mevrouw Stolk: Zei ik ook.

32

De voorzitter: Ik herhaal het even. Kan de commissie voorafgaand aan een eventuele oordeelsvormende commissie, want daarvoor hebben we nog geen meerderheid, daarover van tevoren geïnformeerd worden? Ik kijk heel even naar de wethouder. De heer Merx: Ik kan u alleen beloven dat we ons best doen om zoveel mogelijk in beeld te brengen. Maar geef ons ook even de tijd dan. Ik bedoel, niet volgende week. De heer Kleinpaste: Voorzitter. De voorzitter: De heer Kleinpaste. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De heer Kleinpaste: Ik heb ook wel behoefte, als we alle politieke vragen toch gaan stellen, dat we met elkaar in deze commissie nadenken over de kaders en criteria die wij, we zijn immers het hoogste orgaan, zouden willen meegeven aan het college. We kunnen hier niet over praten als we niet ook nadenken over de kaders en de criteria. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoor zes fracties die een oordeelsvormende vergadering willen. We hebben er nog één nodig. En zes politieke vragen inmiddels. Wie wil er een oordeelvormende vergadering? Dan is daar duidelijk voldoende animo voor. Dan stel ik voor dat aan de hand van de zes politieke vragen, en ik ben heel blij dat de commissiegriffier die heel zorgvuldig heeft opgeschreven, hij plaats gaat vinden. En dan dank ik voor nu... Sorry, nog een woord van de wethouder. De heer Merx: Even om ook de verwachtingen te managen.

Ik stel voor dat wij met de griffie contact houden over op wat voor termijn wij dingen in beeld kunnen brengen. En dat we dan pas die oordeelsvormende vergadering gaan houden. En dat zal niet 2027 zijn. Mevrouw Stolk: Voorzitter. De voorzitter: Helder. Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Even aanvullend daarop. De voorzitter: Graag nog heel even centraal. De vergadering is nog niet afgelopen. Mevrouw Stolk: Ik heb liever dat het iets langer duurt en dat we de goede informatie hebben, zodat we ook een goed oordeel kunnen vellen en welke keuzes we ook maken. De voorzitter: Exact. We laten ons als commissie goed informeren. En pas als de informatie waar om gevraagd is verspreid is, dan zal de oordeelsvormende vergadering worden ingepland. Ik dank alle insprekers voor hun komst en voor hun bijdrage aan deze commissie. En ook alle commissieleden. En ik wens u een fijne avond verder. 4. Vaststellen uitgangspunten aanpassing Huisvestingsverordening (insprekers)

33

5. RV Vaststellen uitgangspunten aanpassing Huisvestingsverordening – Raadsvoorstel (technische sessie)

Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: Mevrouw Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Dhr. Kleinpaste (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Van der Spoel (Fractie van der Spoel) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop Overige aanwezigen: dhr. Weber, mevr. Van den Hoek, mevr. Bolk, dhr. Schotel, dhr. Koolmees, dhr. Moens, dhr. Van den Berg De voorzitter: Ik kan het toch niet laten om even het belletje te laten rinkelen, ten teken dat we gaan beginnen. Goedenavond allemaal. Dank u wel. We hebben een volle bak vanavond, met heel veel insprekers. Ook nog mensen op de tribune. Iedereen van harte welkom. Het is aardig warm vanavond. Niet alleen vanavond. Van mij mag er een deur open, zolang dat geen hinder heeft op de vergadering. Voor de zuurstof is dat denk ik wel aangenaam. Voor degenen die het nog niet weten, frisdrank of water of koffie of thee kan gewoon verkregen worden bij de counter in de gang. Voor degenen die nu niet echt actief iets hoeven te zeggen, kunnen dat nog pakken als ze willen. En zeker als het zo warm is, is dat wel lekker om af en toe een slokje water te hebben. Wij gaan het vanavond hebben...

We hebben een raadsvoorstel. Het vaststellen uitgangspunten voor een aanpassing Huisvestingsverordening. Deze commissie is beeldvormend. We hebben de insprekers. Die krijgen ieder vijf minuten om hun verhaal te doen. U kunt dan vragen stellen. En dan zodra de insprekers klaar zijn met hun verhaal, gaan we daarna in het tweede gedeelte als commissie daarover debatteren. Ik wil eerst even een rondje doen dat iedereen zich voorstelt voor de notulen. Begin ik hier aan mijn linkerkant. Mevrouw Van Poppel: Dank u. Mijn naam is Denise van Poppel. Ik ben commissiegriffier. De heer Heijkoop: Mijn naam is Peter Heijkoop en ik zit hier namens het college.

34

De heer Weber: Ik ben Günter Weber en ik doe de ambtelijke ondersteuning vandaag. Mevrouw Van den Hoek: Mijn naam is Miriam van den Hoek. Mevrouw Bolk: Mijn naam is Jessica Bolk. De heer Schotel: Mijn naam is Vincent Schotel en ik ben hier namens de Verandergroep Woonregels. De heer Koolmees: Mijn naam is Thomas Koolmees en ik ben hier ook voor dezelfde groep. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Portier: Ronald Portier, Socialistische Partij. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Kleinpaste: Gert Jan Kleinpaste, Gewoon Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Stolk: Margret Stolk, VSP Dordrecht. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Van der Spoel: Wouter van der Spoel, Fractie van der Spoel. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Van der Meer: Frans Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Moens: Ik ben Lammert Moens. Ik mag inspreken vanavond. De heer Van den Berg: Michiel van den Berg, ik mag ook inspreken vanavond. De voorzitter: En ik ben Kitty Kruger, uw voorzitter. En er werd al gewezen op, zitten er mogelijk op de tweede ring nog mensen die iets willen gaan zeggen? Die mag zich dan ook even voorstellen.

De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt.

35

De voorzitter: Dan kunnen we van start gaan, denk ik. We hebben nog een plekje aan tafel. Ik denk dat de heer Wringer zich prima vermaakt daar op die tweede... Als ik u mis, dan moet u maar even heel hard zwaaien. Ik heb begrepen van de Verandergroep Woonregels, die willen graag na elkaar inspreken. En dan beginnen we met mevrouw Bolk, dan de heer Schotel, de heer Koolmees en uiteindelijk mevrouw Van den Hoek. En graag nadat ze ingesproken hebben pas vragen stellen. Dat is het verzoek van u geweest. Heeft u vragen, schrijf ze even op of hou even vast. Mevrouw Bolk, mag ik u als eerste het woord geven? Mevrouw Bolk: Goedenavond, ik ben Jessica. Ik wil graag het perspectief inbrengen van de mensen die steeds van het ene naar het andere logeeradres verplaatsen. In het bijzonder ouders met kinderen. Ook al lijkt er in de huidige regels een speciale aandacht voor ouders met minderjarige kinderen, als het erop aankomt, worden ze in de praktijk toch afgewezen voor urgentie. Dat komt door alle weigeringsgronden en voorwaarden. Daar komt bij dat de aanvraagprocedure voor een voorrangsverklaring zo complex is dat aanvragers in schrijnende omstandigheden er niet doorheen komen. Zo ontstaat er een vals beeld over het aantal mensen in acute woningnood in Dordrecht.

Alle ouders met kinderen in onze groep hebben uit eigen ervaring ondervonden dat er in de aanvraagprocedure veel hindernissen moeten worden overwonnen. Daardoor heeft de procedure een ontmoedigend effect. Daardoor komen de mensen waar het voor bedoeld is er juist niet doorheen. Bij de invulvelden op urgentiewijzer online en bij het adviesgesprek voorafgaand aan een officiële aanvraag wordt de aanvrager vaak al afgewezen. Ook de kosten van een officiële aanvraag van 72 euro zijn voor veel aanvragers bezwaarlijk. De aanvrager kan een officiële aanvraag doorzetten, ondanks de onofficiële afwijzing van urgentiewijzer of van het adviesgesprek. Bijvoorbeeld als de situatie schrijnend is en vraagt om uitzonderingen. Maar dat is bij de aanvrager, en vaak ook bij de hulpverleners, onbekend. Duidelijke informatie daarover in de communicatie van de gemeente ontbreekt. Deze ouders gaan steeds bij verschillende personen uit hun sociale netwerk logeren. Zij raken niet alleen zelf uitgeput daardoor, maar de mensen waar ze logeren ook. De rek is er op een gegeven moment uit. Er is geen vangnet meer. Dat is niet goed voor acuut woningzoekenden, maar ook niet voor de veerkracht van onze Dordtse gemeenschap. Het vertrouwen dat er hulp beschikbaar is, als het nodig is, neemt af. Het vertrouwen in de overheid neemt af.

Er ontstaan heftige psychische problemen door veel stress, waardoor functioneren in een baan vaak moeizaam is. Er is een ondersteuning nodig van de huisarts en veel hulpverleners. De overlevingsmodus waarin dakloze mensen verkeren, werkt verlammend. De juridische positie van deze ouders is zwak, omdat er pas bezwaar kan worden gemaakt op een officiële beslissing, namelijk op de officiële afwijzing van de officiële aanvraag. Maar de aanvrager is vaak al in een eerder stadium afgewezen en heeft de officiële aanvraag niet gedaan. In de Uitgangspuntennotitie staat nu het voorstel om enkel de mensen uit de opvanginstelling via de speciale voorrangsregeling een sociale huurwoning te geven. Als dat doorgaat, dan is er nog steeds een grote groep die daar niet door geholpen wordt. Nog afgezien van het feit dat er voor ouders met kinderen er weinig opvangplekken zijn. En krijgen de ouders met kinderen uit de opvang dan wel een sociale huurwoning, en andere ouders voor wie er geen plek was in de opvang niet. Tenslotte nog iets over het behouden van punten,

36

waarvan in de Huisvestingsverordening staat dat bij een verhuizing naar een tijdelijk adres de punten niet mogen vervallen. Door een extra regeltje dat is opgesteld bij de verandering van het puntensysteem in het verleden zijn er op dit moment mensen dakloos die dat niet zouden zijn als het puntensysteem van Woonkeus niet zou zijn aangepast. De compensatie die zij bij aanpassing hebben gekregen, is vervallen door het vele verhuizen van logeerplek naar logeerplek. Zij zouden met een soort pardonregeling alsnog hun punten moeten kunnen terugkijken. U kunt de situatie van naar schatting zeker honderd dakloze kinderen in Dordrecht verbeteren door de aanbevelingen uit ons betoog over te nemen. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Schotel. De heer Schotel: Dank u wel. Goedenavond, geachte raadsleden en aanwezigen. Mijn naam is Vincent. Ik woon al vanaf mijn geboorte in Dordrecht. De stad waar ik van hou. Vandaag ga ik jullie vertellen over het belang van een eerlijke Huisvestingsverordening. Ik ben me bewust van de woningnood in ons land. En ik zie die ook in Dordrecht. Juist daarom is het belangrijk dat we woningen eerlijk verdelen. De bestaande voorrangsregeling zou hier een goed instrument voor moeten zijn. Maar helaas zie ik hier tekortkomingen in. Daarom wil ik, nu deze geagendeerd staat, een belangrijk verbeterpunt met u delen.

De categorieën die in aanmerking komen voor een voorrangsbeleid, omvatten niet alle groepen met huisvestingsproblematiek. Ik doel op de groep die hun eigen huisvestingsprobleem oplost. Dat doen zij door noodgedwongen bij vrienden of familie te logeren, in een auto, garage of tent te wonen, tijdelijk te gaan huren of een onzelfstandige woonruimte te huren. Ze zijn in eerste instantie blij dat ze niet op straat staan, maar realiseren zich vaak niet dat ze op deze manier zichzelf tegenwerken. Deze woonvormen zijn tijdelijk van aard voor deze groep mensen. Vaak van het ene tijdelijke adres naar het andere tijdelijke adres verhuizen. Dit is een zware mentale belasting en zorgt vaak voor relatieconflicten, minder arbeidsdeelname, hogere ziektekosten en het afglijden richting reguliere dakloosheid. Daarnaast komen zij in de huidige Huisvestingsverordening niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring. Zo worden ze gestraft voor het oplossen van hun eigen huisvestingsproblematiek. Is er een betere manier wellicht? De Europese federatie van organisaties die met daklozen werken, de FEANTSA, heeft een classificatie voor dakloosheid en sociale uitsluiting ontwikkeld, genaamd ETHOS. Hierbij wordt naast dakloosheid en thuisloosheid ook rekening gehouden met instabiele en onzekere huisvesting.

Daarom roep ik de gemeenteraad op de waardevolle kennis van de ETHOS-classificatie mee te nemen bij de herziening van de Huisvestingsverordening. Op deze manier wordt huisvesting daadwerkelijk een recht en staat niemand meer op straat. Ik bedank u graag voor de aandacht en de inzet voor een betere Huisvestingsverordening voor onze stad. Laten we samenwerken om een rechtvaardige verdeling van woningen te realiseren. Bedankt. De voorzitter: Dank u, mijnheer Schotel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Koolmees.

37

De heer Koolmees: Goedenavond. Bedankt voor jullie aandacht en tijd. Ik spring maar gewoon in het diepe. Ik zal niet om de feiten heen draaien, om slechts de gemoedstoestand te sparen. Ik geloof sterk dat een directe aanpak nodig is. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Want het kan gewoonweg niet zo zijn dat in een stad zoals Dordrecht het vandaag de dag nog tot de mogelijkheden behoort dat de Dordrechtse kinderen, jongeren en hun ouders via communicatief houterige kanalen op min of meer apathische wijze van het Dordtse kastje naar de Dordtse muur worden gestuurd, om uiteindelijk in een Armada, procedures, wachtlijsten, formulieren, afwijzingen, teleurstellingen, onzekerheden, tranen en verdriet noodgedwongen met kinderen weer van thuis naar thuis, van oma naar buurvrouw, papa, mama, oma, zus en tante, et cetera. U kunt wellicht een poging doen om een beeld te vormen of een voorstelling proberen te maken van hoe onmogelijk en daarnaast hartverscheurend het is voor een ouder om aan een kind uit te moeten leggen dat de zekerheid van gisteren uiteindelijk maar één dag houdbaar was. En een huis in een andere gemeente voldoet gewoonweg niet.

In deze, wie denkt dat bestaan zonder zekerheid opgelost is door een alleenstaande ouder met een kind of kinderen naar een gemeente buiten Dordrecht te sturen, heeft klaarblijkelijk geen idee van hoeveel impact het heeft op de belevingswereld en de ontwikkeling van kinderen ergo de toekomst van onze stad. En wie denkt dat die boemerang niet terugkomt, heeft nog nooit een put gedempt na het verdrinken van een kalf. Ik heb zelf geen kinderen. Ik weet niet wat het is om een ouder te zijn. Ik ken echter wel genoeg ouders en kinderen, om met zekerheid te kunnen concluderen dat er hier iets flink mis aan het gaan is. Als ik zo vrij mag zijn om namens die collectief opgroeiende toekomst van Dordrecht te spreken, volgens mij was het toch echt de bedoeling dat de kinderen de toekomst hebben in onze stad. En nogmaals, het gaat niet om mij. Ik zit prima waar ik zit op het Kromhout. Ik geef schilderles aan kinderen en jongvolwassenen met een beperking bij Gemiva. Ik geef schilderles bij het Leger des Heils. En ook al weet ik dat ik daar uiteindelijk weg moet waar ik woon op het Kromhout, ik ga pas weg als er voldaan is aan het grondwettelijke recht van ieder kind om een huis thuis te kunnen noemen. Daarnaast help bij het Leger des Heils, waar ik kan. Tijdens de open dagen en de burendagen in de wijk. En daar zijn ze blij mee.

Want het wordt er niet bepaald minder druk op in de nachtopvang. En ook daar heeft het Leger des Heils meer dan eens aan de spreekwoordelijke bel getrokken en alarm geslagen. De uitstroom is minimaal en de wachtlijst groeit met de dag, letterlijk en figuurlijk. Er heerst een algehele tendens dat het woningtekort met een passieve houding wordt gadegeslagen. Er wordt geen perspectief of toekomstvisie geboden. En onzekerheid en een gebrek aan overzicht overheerst op alle flanken. Er is geen rigoureus ambitieus plan om dakloosheid uit te bannen. Als we met zijn allen maar blijven afwachten tot het landelijk probleem zichzelf oplost, wat zijn we dan eigenlijk waard als oudste stad van Holland? Als oudste stad van Holland hebben we een verantwoordelijkheid om voorop te lopen in het aanpakken van deze problemen. We moeten ergens beginnen. En dat begint met ons huisvestingsplan voor Dordrecht. Dordrecht, geloof het of niet, ik was ooit ook klein in de Koldeweystraat, jaren 80 in Krispijn. In de koelte van de brandpoort zat de vierjarige ik met een glas limonade en wegdromende blik. Door get glas in lood boven de keukendeur brak het zonlicht door het raam. Nu was alles groen, nu weer geel, nu oranje. Ik had mijn Danoontje op als een groot mensen glas champagne. Zo hoog hoort het zorgplafond in het leven van een kind zijn. En dat is niet onhaalbaar met ons plan voor huisvesting.

Het gaat ons erom dat onze

38

stad Dordrecht met daadkrachtig oplossen begint. Pardon voor mijn spraakgebrek. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw verhaal. Nu wil ik als laatste van de Verandergroep Woonregels mevrouw Van den Hoek het woord geven. Mevrouw Van den Hoek: Ik ga u in vijf minuten vertellen hoe u vanavond een cruciale stap kunt zetten om Dordrecht echt sterk te maken. Ik citeer het coalitieakkoord: “Tot een stad waar iedereen gelijke kansen heeft. Waar mensen sneller een passende woning kunnen vinden en prettig wonen en werken. U kunt Dordt veilig maken, zodat iedereen kan meebouwen aan een levendige stad die groeit en waar bedrijven zich vestigen.” Mijn naam is Mirjam van den Hoek. En ik spreek vanavond in op basis van mijn waarnemingen en ervaringen als mede-initiatiefnemer van de Verandergroep Woonregels. Deze groep is ontstaan naar aanleiding van een oproep van Platform tegen Armoede en Kunstmin op de Wereldarmoededag. Laat ik met de deur in huis vallen. Ik heb een huis, als enige van de insprekers vanavond. Ik heb een deur om mee in huis te vallen. De Huisvestingsverordening maakt Dordtenaren dakloos en houdt dakloosheid in stand. En helaas gaan de voorstellen in de Uitgangspuntennotitie, zoals die nu op tafel ligt, dat niet veranderen.

Als hier niets aan verandert, draagt Dordrecht er met de nieuwe Huisvestingsverordening straks actief aan bij dat mensen dakloos worden en dakloos blijven. De Uitgangspuntennotitie is nu een verzameling van goede bedoelingen. Maar goede symptoombestrijding kan verhullen dat oorzaken niet worden aangepakt. Kent u dat? Het hart op de goede plek, goede intenties? Er wordt echt hard gewerkt, maar toch. De oorzaak van de klachten wordt niet aangepakt. Zoals sommige medicijnen wel de gevolgen bestrijden, maar de oorzaak van klachten niet aanpakken. Soms wordt zelfs zonder de juiste diagnose te stellen alvast een behandeling opgestart. Misschien herkent u het zelfs wel bij uzelf. Helemaal in beslag genomen door de ellende die er op je afkomt, ben je aan het puinruimen. En op een goed moment zie je het. Je hebt een probleem in stand gehouden. Ken je dat? Ik weet persoonlijk wat het is om pleisters te plakken met goede bedoelingen. Ik werk ruim twintig jaar in het sociaal domein. In goed Nederlands hebben we daar een spreekwoord voor. Weet je wat dat is, dat spreekwoord voor symptoombestrijding? Dat noem je dweilen met de kraan open. Dat is nu precies wat de voorstellen in de Uitgangspuntennotitie doen, wel dweilen, maar de kraan niet dichtdraaien.

En ik doel dan natuurlijk op het voorstel om met een speciale regeling mensen uit de opvanginstellingen aan een sociale huurwoning te helpen. Het zou heel verstandig zijn om je af te vragen hoe die mensen in de opvanginstellingen terechtkomen. En hoe dat zit, ik leg dat even uit. Om maar in het thema van de deur te blijven, het is een open deur. Let op, daar komt hij. Weet u hoe het komt? Weet u wat eraan voorafgaat, aan dakloosheid? Dat is acute woningnood. En mensen met acute woningnood, die geen woning kunnen vinden, raken dakloos. Daar heeft Dordrecht het volgende op gevonden. Die mensen laat je dakloos worden. En dan kunnen ze worden opgevangen. Deze oplossing kost ongeveer 60.000 euro per persoon per jaar. Doe dat voor het gemak maal 200 en je weet ongeveer wat de gemeente Dordrecht jaarlijks kwijt is. En ten slotte kunnen deze mensen als instellingsverlater, via een voorrangsregeling,

39

een sociale huurwoning betrekken. Niet allemaal trouwens. Daarom is Thomas nog steeds op het Kromhout. Wat er moet gebeuren, is dat alle mensen die volgens de Europese definitie dak- of thuisloos zijn, een beroep moeten kunnen doen op de urgentieregeling. Het gaat om mensen die nog geen gebruik maken van die opvangvoorzieningen. Vincent heeft het al toegelicht. Laat ik nog een ding toevoegen. Als u dit probleem voor u uitschuift, komt het via de achterdeur, we blijven in het thema deur, weer bij u binnen. Want negeer de nood van acuut woningzoekenden, dan worden de problemen gegarandeerd groter. Het gaat hier om slagaderlijke bloedingen. Denk aan de drama's die ontstaan als ouders met kinderen dakloos raken, waarover Jessica heeft gesproken. Laat het morele kompas in onze beschaving u aansturen om behoorlijke huisvesting te realiseren voor alle Dordtenaren. Het gaat hier om een mensenrecht. Maar zelfs als je daar niet gevoelig voor zou zijn, mensen worden ook niet goedkoper voor de gemeenschap als hun acute nood blijft bestaan. Kortom, houd een ETHOS-telling en maak een voorrangsregeling voor alle acuut woningzoekenden die volgens de Europese definitie dakloos zijn. Niet enkel voor hen die in een instelling verblijven. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Wij willen graag betrokken blijven bij uw oordeelsvorming en besluitvorming. Dank u wel voor uw aandacht.

De voorzitter: En dank u wel. Wie van de commissie heeft er vragen aan deze insprekers, ter verduidelijking? Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank aan de insprekers voor deze toch wel indringende woorden, zou ik zomaar willen zeggen. Zou iemand specifiek aan kunnen geven wat er nu niet goed is in deze Huisvestingsverordening? Waar verbetering op plaats zou moeten vinden? De voorzitter: Mevrouw Van den Hoek. Mevrouw Van den Hoek: Heeft u even? Wij hebben een top drie gemaakt. Misschien is die inmiddels wel bekend. En wat er nu niet goed gaat, is dat er te veel weigeringsgronden en voorwaarden zijn, waardoor het eigenlijk een soort Kafka is waarin je terechtkomt als je een urgentie-aanvraag wil doen. We hebben in detail uitgewerkt in ons betoog wat daar dan aan moet veranderen. Het heeft te maken met bijvoorbeeld dat je drie jaar ingeschreven zou moeten staan als Dordtenaar, voordat je urgentie aan kan vragen. Sommige mensen zijn aantoonbaar hun hele leven Dordtenaar geweest, maar hebben drie jaar op een schip gezeten of in het buitenland verkeerd. Komen dan terug. Ze zijn geen drie jaar meer Dordtenaar en moeten dan drie jaar hun tijd uitzitten in een opvanginstelling. Dat soort dingen.

En ook als je bijvoorbeeld geen vaste woon- of verblijfplaats hebt, bijvoorbeeld geregistreerd bent op een postadres, dan kun je geen urgentie aanvragen, want dan heb je geen vaste woon- of verblijfplaats. Terwijl ik denk, als er iemand is die een urgentie nodig heeft, dan zijn het de mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Zo staat eigenlijk de lijst met voorwaarden en hindernissen vol De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Kruijff.

40

De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, op zich is het een heel helder betoog en herkennen wij de problematiek wat we natuurlijk hier in de raad, ik ben benieuwd hoe u daar tegenaan kijkt, ook wel vaak horen, is dat er natuurlijk heel veel mensen zijn die een huis zoeken. Ook jongeren die nog thuis wonen en op zichzelf willen gaan wonen. Die wil je niet dakloos maken, maar die wil je ook niet kansloos maken. En als u het heeft over een rechtvaardige verdeling, hoe ziet u het dan voor zich dat ook zij gewoon op een eerlijk moment aan de beurt komen ten opzichte van alle problematiek en de doelgroepen die u beschrijft? De voorzitter: Mevrouw Van den Hoek weer? Ja. Mevrouw Van den Hoek: Hier was ik op voorbereid, want dat is natuurlijk het eerste waar je aan denkt. Ten eerste is het niet zo dat de woningen er niet zijn. Ze worden alleen nu anders verdeeld. En verder is uw vraag een bijzondere reflex, die ik regelmatig meemaak. Die hebben we ook regelmatig naar ons toe gekregen. En wat er dan gebeurt, is eigenlijk dat de aandacht verlegd wordt van het thema rechtvaardigheid in de voorrangsregeling naar het thema schaarste in de voorraad. Voorrang en voorraad, die woorden lijken wel op elkaar, maar dat zijn toch echt twee verschillende dingen. Wij hebben gepleit voor een rechtvaardige voorrangsregeling. En wij geloven in eerlijke kansen.

En niet iedereen heeft daarvoor dezelfde voorraad nodig. Sommige starters zonder huis hebben zelfs nog meer kansen dan een acuut woningzoekende die je voorrang verleent met een voorrangsregeling. Het zit zo. Je hebt bloedingen en je hebt slagaderlijke bloedingen en je hebt pleisters en je hebt ambulances. En niet iedereen heeft dezelfde voorraad aan pleister en ambulance nodig om toch dezelfde kansen te maken om in leven te blijven. En je kunt de Huisvestingsverordening gebruiken om een rechtvaardige verdeling te realiseren. Je kunt hem ook gebruiken om meer voorraad aan te leggen. Dat moet u ook zeker doen. U moet ook zeker de ideeën van ondernemers en dergelijke goed naar luisteren en geen strobreed in de weg leggen. Maar een voorrangsregeling zorgt niet voor voorraad. En kom ik graag nog een keer inspreken over voorraad. Maar het ging ons nu om eerlijke voorrang. De voorzitter: Helder. De heer Portier. De heer Portier: Voorzitter, misschien toch even over de relatie tussen voorraad en voorrang. De Huisvestingsverordening is natuurlijk uitgegaan van het feit dat er veel te weinig woningen zijn. Blijf je maar net zolang regels en uitzonderingen en voorwaarden bedenken tot er bijna niemand meer voor in aanmerking komt. En dat is waar jullie tegenaanlopen. En ik kan me heel goed voorstellen dat u inderdaad zegt, dit moet gewoon anders.

We moeten gewoon de Europese criteria volgen. Maar hoeveel mensen zijn er dan straks inderdaad die er een beroep op doen? En zullen er dan inderdaad voldoende woningen zijn? Zoals het nu in Dordrecht geregeld is voor dan... Dan kunt u een inschatting maken bijvoorbeeld van hoeveel mensen inderdaad gebruik zullen maken, kunnen maken van de voorrangsregeling als hij inderdaad ingevoerd wordt, zoals u en wij dat graag zouden willen. De voorzitter: Mevrouw Van den Hoek.

41

Mevrouw Van den Hoek: Die aantallen hebben we niet. Daarom zou het goed zijn als er een ETHOS-telling plaatsvindt. Maar die mensen zijn er nu ook. Ook al weten we het niet. En straks doen ze allemaal een aanvraag en worden ze daar allemaal bij toegelaten. En dan drukt het probleem waar het moet drukken. Dan komt er namelijk hier een vergadering over de verschrikkelijke tekorten. En dan ga je andere beslissingen nemen, om bestaande leegstand en dat soort dingen beter te benutten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Laban. U moet even wachten, want voor u bent, is er nog iemand anders. De heer Laban: Dank u wel, voorzitter. Dank voor het inspreken. Erg verhelderend en emotioneel ook soms. Twee keer hoorde ik een inspreker de term ETHOS-telling... Kunt mij er iets meer over vertellen? De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? U. De heer Schotel: Jazeker. De ETHOS-telling is een manier van classificeren van dakloosheid en sociale uitsluiting, waarin er een onderscheid wordt gemaakt in vier categorieën, dakloosheid, thuisloosheid, instabiele huisvesting en ontoereikende huisvesting. Dakloosheid en thuisloosheid zal iedereen wel bekend mee zijn. Maar met mensen die bijvoorbeeld onder de instabiele woonvorm vallen, zijn mensen die tijdelijk bij vrienden of familie verblijven. Begeleid wonen voor mensen die dakloos zijn, bijvoorbeeld.

En een voorbeeld van ontoereikende huisvesting is mensen die in een ongeschikte woning wonen of mensen in tijdelijk niet conventionele woonvormen. En zo zijn er in totaal dertien categorieën in de bovengenoemde onderscheidingen. Ik heb hier een kopie voor u liggen, als u hem in wilt zien. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, uiteraard ook namens mijn fractie dank voor uw bijdrage van vanavond. Ik heb een concrete vraag. En mevrouw Van den Hoek en mijnheer Koolmees refereerden er even aan. Maar er is blijkbaar een Europese regel of voorrangsregeling. En in dat kader is mijn vraag... U geeft aan, als dat de leidraad zou zijn voor deze voorrangsregeling in deze Huisvestingsverordening, dan hebben we al een slag gemaakt. En kunt u met een aantal punten aangeven wat u wel terugvindt in de Europese voorrangsregeling, wat niet is opgenomen in de verordening, zoals wij dat hier bespreken met elkaar? Mevrouw Van den Hoek: Er bestaat niet zoiets als een Europese voorrangsregeling, maar er is wel een Europese definitie van dakloosheid. En dat is de ETHOS definitie, die Vincent net heeft toegelicht. En mensen die er bijvoorbeeld nu in de huidige Huisvestingsverordening in Dordrecht niet goed vanaf komen, dat zijn die mensen die tijdelijk bij familie op de bank slapen, die illegaal onderhuren, die in een caravan op een camping wonen. Even kijken hoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/32344