2.10 Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 19 januari 2021.pdf
Tekst van het document
We willen ook, want dat wil iedereen, dat heeft u ook allemaal, of bijna allemaal horen zeggen, uiteindelijk wil je niet dat een kind in een ander bed komt op een locatie ver weg van thuis. Dat is eigenlijk nooit fijn. Maar soms is het wel het minst slechte, en soms is het dan ook beter voor een kind. Dat zul je, naar we verwachten, houden. Maar wel minder, veel minder dan tot nu toe. En ook, als het even kan, veel dichter bij huis en zo mogelijk veel ambulanter. Vorig jaar hebben we daar zelf natuurlijk als regio iets op gedaan, voor een iets andere doelgroep. Als het gaat om toen de Hoenderloo Groep werd gesloten, met hele andere soort kinderen vaak, hebben we daar natuurlijk dicht bij een locatie voor georganiseerd. Waar ook vanuit uw raad wel een aantal vragen over waren, goede inhoudelijke vragen ook. Waarvan we wel zeiden van, ja deze beweging willen we wel inzetten. Dichterbij is beter, kleinschalig is vaak beter, niet per se maar vaak wel. Nou, in die beweging zitten we. Ook in de sector
21
en ook aanbieder de Horizon maar ook alle andere aanbieders en ook GI’s zien dat heus. Dat is niet klaar, want we blijven zitten met een enorm complex veld waarin ook, en ik vond het wel mooi in het begin, schuld en verantwoordelijkheid. Ja, onze rol is daar anders dan onze rol die we hier lokaal hebben als het gaat om het organiseren van de toegang of een aantal andere aanbieders. Want hier zit er vaak een rechterlijke uitspraak achter, eigenlijk bijna altijd, en de GI’s hebben daar een grote rol in. Die inspectierapporten, die zijn er niet voor niks. De inspectie heeft hier een heel zwaar oordeel over deze locatie uitgesproken. Ten tijde van het opstellen van het rapport zaten er geen Dordtse kinderen in de Midgaard, inmiddels volgens mij is die al helemaal niet meer open. Dus er zitten daar geen Dordtse kinderen. Horizon doet meer dan alleen de Midgaard exploiteren. Hier ging het niet om Dordtse kinderen, dat is duidelijk. Welke acties moeten worden ingezet? Dat is het tweede deel van de eerste politieke vraag. Nou, daar bent u eigenlijk al een beetje mee bezig. Wij willen een beeld hebben maar we willen ook daar een vervolg aan geven. Ik hoorde suggesties, eigenlijk moet je veel meer dichterbij. Ik hoorde een deel van u ook zeggen, ja, je kan nooit naar nul. En je kan het ook niet nu afkappen, dat willen we ook niet.
Maar we hebben wel het gesprek over, hoe moet het anders? Mevrouw Stevens vroeg, hoe kijkt Horizon hier zelf naar? Nou, ik heb inderdaad een paar keer contact gehad met de directeur van de Horizon, zowel zelf als ook in samenhang met die andere JeugdzorgPlus regio’s. En hij is zelf heel graag bereid om een keer bij uw commissie op bezoek te komen om daar een toelichting op te geven. En dat lijkt mij een zinvolle suggestie, u gaat erover, maar het lijkt mij zinvol. Natuurlijk is ook Horizon in een traject bezig, mede naar aanleiding van de inspectierapporten, maar waarin ze ook heus wel zien dat een aantal dingen echt anders moet. Suggestie daarbij is ook nog, ik maak geen reclame hoor, maar de suggestie daarbij is ook nog om ervaringsdeskundigheid die daar is opgedaan, kinderen die daar hebben gezeten, die nu kunnen vertellen over, nou, wat ze fijn of helemaal niet fijn vonden over hun tijd bij Horizon. Ik zou suggereren dat dat een zinvolle bijdrage kan leveren aan dit gesprek, wat nu niet klaar is natuurlijk. Even kijken hoor, consequenties voor inkoop en eventuele uitsluiting van de zorgaanbieders. Nou, we hebben het daar natuurlijk wel over gehad, ook in het AB eventjes. Toen net duidelijk werd van, hé, dit speelt er.
We hebben ook gekeken van, wat vindt de inspectie nu? Natuurlijk, de inspectie heeft een stevig rapport geschreven over wat er gebeurd is, wat vindt de inspectie nu? Nou, de inspectie geeft nu aan dat er voor nu geen belemmeringen hoeven te zijn. Wij houden daar natuurlijk vanuit onze positie ook zo goed mogelijk zicht op. We hebben ook het gesprek samen met de andere JeugdzorgPlus regio’s over, nou, over kinderen die daar zitten en over wat er gebeurt, om dit voortaan zo goed mogelijk in beeld te hebben maar ook te voorkomen. En de laatste vraag is eigenlijk de meest interessante, ja niet de meest interessante maar wel de meest open vraag, hoe denkt de raad over het uitgeven van jeugdzorggeld naar het plaatsen van kinderen? Ik denk dat we allemaal het liefst geen kinderen zouden plaatsen. En om dat te voorkomen moet je zoveel mogelijk aan de voorkant, en zoveel mogelijk ambulant investeren. Nou, in die beweging zitten we. Ook veel meer lokaal. Nou, daar hou ik het voor nu even bij. Er zijn nog een paar, wat meer technisch inhoudelijke dingen. Die kan misschien zo meteen, ik zie twee gezichten zo nu al, maar zo meteen misschien is de mogelijkheid om daar de heer Ed Magnee het woord over te geven.
22
De voorzitter: Ik zie mevrouw Nijhof, ik zie mevrouw Stevens en ik zie de heer Van Dam Timmers. Mevrouw Nijhof sprong het eerst in beeld. Dus ga uw gang, u wil een vraag stellen. Uw microfoon. Mevrouw Nijhof, uw microfoon. Mevrouw Nijhof: Ja, sorry, mijnheer Van Verk. Voorzitter. Foutje. Nou, ik wil even reageren of in ieder geval toch een wedervraag aan de heer Van der Linden stellen want hij zegt, we hebben heel weinig invloed op de GI’s, dat zijn de plaatsers. We hebben geen invloed op de gerechtelijke uitspraken. Maar hij spreekt zichzelf enigszins tegen want het is ook niet zomaar zo dat een kind bij een GI terechtkomt. Er is een toegang en daar zijn wij wel verantwoordelijk voor, dat zegt de heer Van der Linden ook. Dus er is wel degelijk een verantwoordelijkheid bij ons ook, als het gaat om het triageren, zoals mevrouw Stevens dat steeds ook noemt, van over welke problematiek een kind heeft en of die wel op de juiste plaats terechtkomt. De meeste kinderen komen bij een GI terecht door medewerking van het wijkteam. Dus goed, ik wil graag dat de heer Van der Linden daar op reageert, hoe hij dit ziet? En verder hoorde ik mevrouw Rietstap zeggen, even over dat de inspectie, wat de heer Van der Linden nu zegt van, nou ja goed, de inspectie zegt nu dat je hier makkelijk kunt gaan plaatsen want de misstanden zijn voorbij. Dat is … Dat vind ik nogal een makkelijk antwoord.
Terwijl mevrouw Rietstap zegt van, nou ja, goed, Horizon is op dit moment alweer panden aan het aankopen in Noord-Holland, die ook nog niet af zijn. En, dus het gaat gewoon maar door. Dus weet de heer Van der Linden hiervan en is de heer Van der Linden bereid ook om gewoon naar dit soort zaken te kijken? En ja, en niet alleen, ja laten we zeggen met de bestuurder te praten, die ongelooflijk veel geld verdient aan, laten we zeggen, in de jeugdzorg. Goed, tot zover. De voorzitter: Dank u, mevrouw Nijhof. Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, dank u wel. Ik hoor de wethouder net aangeven van, nou ja, dat er nou een vinger aan de pols wordt gehouden om te kijken met hoe de jeugdzorg. Mijn vraag aan de wethouder is van, hoe kom je nou concreet tot actie over op het moment dat er misstanden zijn? Want ik denk dat dat veel meer een signaal zou kunnen zijn van ouders, of misschien ook zelfs van jongeren, en om daarmee aan de gang te gaan. Want ik denk op het moment dat je met jeugdzorgaanbieders zit, ja, die hebben ook wel wat te verhapstukken om te zorgen dat het allemaal goed gaat. Dus mijn vraag is concreet van, dat lijkt mij niet voldoende actie om te kijken van of het nu echt zo goed gaat. Bent u het met mij eens? De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank u, voorzitter. Ja, dank ook aan de wethouder voor de beantwoording van een aantal vragen.
Ik wilde eerst even ingaan op een interessant punt wat u noemde, dat u gesproken had met de directeur. Ik vroeg me af of u en passant ook dan gelijk aangifte heeft gedaan tegen deze directeur vanwege nalatigheid? Het is misschien een beetje gek maar kijk, als je uit rapporten leest is het best wel raar dat een organisatie kinderen krijgt vanuit een kwetsbare situatie terwijl de organisatie eigenlijk aan negen van de dertien punten niet voldoet, en deze heer is daar verantwoordelijk voor. En dat is niet op deze plek alleen maar dat is op heel veel plekken. Waarom wordt daar dan niet strafrechtelijk op ingezet? Niet dat ik daar nu naar
23
op zoek ben maar ik vraag me gewoon af, waarom is dat niet ook een weg die bewandeld wordt? Want zo is het wel heel makkelijk geld verdienen. Dat is één punt, daar ben ik benieuwd naar. Het tweede is, en dat gaat eigenlijk over de sturing die we wel hebben. Want u zegt van, nou, de verandering die is ingezet en we gaan de goede kant op en nou, dat lijkt me echt mooi en dat lijkt me ook een heel goed idee. Maar ik ben nou wel benieuwd van, ja, als we niet eens zicht hebben over wat er precies bij deze organisaties gebeurt, hoe is het dan überhaupt mogelijk om te sturen? En ja, dan kan er wel weer misschien een rapport volgen of een, ja, een nieuwe organisatie in de arm genomen worden. Maar is het niet zo dat we eigenlijk, ja, nood hebben aan daadkracht om, ja, daar een oordeel over te vellen of dit nog wel op deze manier kan? En als wij dit hebben ingekocht, dan moeten we het evalueren en dan, ja, dan moeten we ook evalueren om te kijken, kunnen we hier echt wel mee doorgaan? Nou, en wij vragen ons dat oprecht af. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers, mevrouw Nijhof heeft een interruptie. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Nou, ik wil de heer Van Dam Timmers bedanken voor de opmerking die die maakt over het strafrechtelijk stukje zeg maar. Want als je kijkt in het wetboek van strafrecht, dan is hier wel degelijk sprake van een strafbaar feit.
Meerdere strafbare feiten die gepleegd zijn. En dan zou ik ook graag het antwoord van de wethouder willen hebben op eventueel nadenken over, als er een gezinsvoogd of een GI, kinderen in zo’n voorziening plaatst en vervolgens die aan hun lot overlaat, want ik kan er niet anders van maken, dan zou ik ook bedenken van, is er daar ook niet op zijn plek dat daar ook over aangifte wordt gedacht, bijvoorbeeld? De voorzitter: Maar beste mensen, ik moet toch even iets van mijn hart. We gaan langzaam maar zeker afdrijven naar het functioneren van een instelling die niet aan tafel zit en dus ook geen weerwoord kan bieden. Daar heb ik best wel een beetje moeite mee. Of daar heb ik eigenlijk gewoon moeite mee. We zouden ons moeten beperken tot onze politieke vraag die we gesteld hebben van, nou, wat doen we nu als wij misstanden constateren bij een instelling, met dit als aanleiding of als voorbeeld, maar het zou even goed bij welke andere instelling kunnen zijn, hoe moeten we daarmee omgaan en hoe, ja, wat voor consequenties verbinden we daaraan? En ik zou een beetje willen wegblijven bij het voortdurend benoemen van deze instelling met alle toeters en bellen die erbij horen. Dus ik begrijp dat er na lezing van het rapport enige boosheid wellicht bij sommige mensen is, die zich op een beschaafde manier uitdrukken. Maar laten we het wel proberen zuiver te houden. Mevrouw Stevens.
Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, mijnheer, ik ben er, ik ben er. Nou ja, weet je, u haalt de woorden uit mijn mond want ik had zelf ook zoiets van, ja, weet je, ik snap de emotie hierbij als geen ander, maar dat betekent dat als ik kijk naar de inspectierapporten die er zijn over diverse instellingen, dan hebben we toch een hoop aangiftes te verwachten. Dus mijn vraag was ook van, ik vind het niet reëel als er zelf degene niet aan tafel zit, om daar zo op die manier over te praten. Dus ik herhaal eigenlijk u.
24
De voorzitter: Dank u. Mijnheer Van der Linden. O, mijnheer Kwaak, sorry. U had in de chat aangegeven nog iets willen zeggen. Mijnheer Kwaak. De heer Kwaak: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik vraag me af, wij vragen ons af als VVD, is het commercieel belang van de zorgaanbieder vaak niet te groot en doet het geen afbreuk aan de jeugdigen? Dat was mijn vraag. De voorzitter: Helder. Mijnheer Van der Linden, bent u zover dat u kunt antwoorden op een aantal vragen? De heer Van der Linden: Op een aantal vragen wel. Ik moet … Ik denk dat ik straks ook wel … Er zijn een paar half technische vragen bij. De voorzitter: Ja, ja, weet ik. De heer Van der Linden: Ja, precies. Misschien eerst even die laatste vraag van de heer Kwaak. Commercieel belang. Kijk, natuurlijk, en dat merken we vaker in ons gesprek, soms is het alsof groot niet goed is en klein wel. Of dat klein heel goed is en groot, of niet goed is want die verdienen soms ook heel veel geld, en groot niet. Dat vind ik altijd een beetje ongemakkelijke tegenstellingen. Ik constateer wel dat er aanbieders zijn die het zo regelen dat er veel verdiend wordt. Ja, vanuit een politieke overtuiging en mijn mens zijn vind ik dat het ook wel een keer genoeg moet zijn eigenlijk. Dus ik vind niet dat je nou naar hele grote conglomeraten moet gaan werken.
Ik snap wel, als je speciale types van zorg aanbiedt, daar hoort vaak heel veel expertise bij, en dan helpt het als je wat volume hebt zodat je die expertise niet iedere keer voor een uurtje moet langs laten komen. Dat snap ik en dat snappen we allemaal wel denk ik. Nou, we gaan hier niet op deze dinsdagavond het hele veld verbouwen, maar deze ontwikkelingen hebben natuurlijk niet geholpen. Net zoals de lappendeken die we hebben met 42 jeugdzorgregio’s, met ook nog weer verschillende specialties soms, als het gaat om inkoop, dat heeft natuurlijk ook niet geholpen. We zijn er ook wel blij mee want lokaal sturen is fijner dan in een anoniem heel groot gebeuren. Maar er zitten verschillende factoren die elkaar niet helpen, dat is helemaal helder. Nou, ik laat even de opmerkingen over aangiftes voorbijgaan. Ik constateer wel dat er veel klachten zijn gedaan ook af en toe, en dan helpt het natuurlijk als je belanghebbende bent. Nou, ik herhaal nog even, het ging hier niet om Dordtse kinderen, dus ik denk dat je vaak de klacht krijgt van minder positie. Maar de gesprekken die wij hebben gevoerd, en die zijn tot november door de portefeuillehouder Jeugd bijgewoond, daarna heb ik het eventjes waargenomen. Nou, dat waren geen gesprekken van, tsjonge, wat gaat het toch allemaal goed. Het was ook niet van, nou, hier is geld, regel het maar.
Het was van, je moet laten zien dat het verandert, want het zijn onze kinderen. Doe er nou eens een keer de goede dingen mee. Dus zo’n gesprek was het maar dan ietsje agressiever nog. En het was ook niet van, hoera, we gaan eventjes … De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Ik heb het gezien, mijnheer Van Dam. Ik zat op een punt te wachten van de heer Van der Linden.
25
De heer Van der Linden: Ja, ja, het was een punt komma. De voorzitter: Dat heeft hij nu automatisch. De heer Van Dam Timmers: Een punt komma, ja, nou dank in ieder geval voor het woord. Nou, ook dank voor uw opmerking. Ik snap dat u het niet fijn vindt dat we hier inderdaad praten over een organisatie die niet aan tafel zit, dat ben ik met u eens. Tegelijkertijd denk ik, we hebben het hier over hele grote misstanden waarbij de mensen zeg maar vrijheidsbeperkende maatregelen worden aangedaan, over dat professionals de jeugdigen niet met respect behandelen. Dus het gaat niet over een paar kleine dingen maar hele fundamentele rechten van mensen en rechten van kinderen die met voeten getreden worden. En dan vraag ik me af, niet over deze organisatie maar in het algemeen, als ik aan de wethouder vraag van, u komt misstanden tegen, in een hypothetische situatie in de nabije toekomst, bijvoorbeeld morgen, is het dan een overweging om ook het strafrechtelijke pad te bewandelen? Omdat, nou ja, de ervaring toch wel is, en ook uit de rapporten komt dat vaak dit soort situaties niet op zichzelf staan maar toch wel vaker voorkomen. Moet je dan niet ook, ja, eigenlijk in generieke zin constateren van, ja, als er misstanden zijn, dan moet je ook het strafrechtelijke pad op? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja.
Ik vind het wel … Ik snap de discussie en ik vind hem ook, hij is ook aantrekkelijk. Want het is fijn om de schuldige aan te wijzen of om jezelf tot een … Of om in zo’n positie te gaan zitten ergens. Maar ik wijs wel even naar het begin van het gesprek, mevrouw Rietstap begon ermee, en die zei van, het gaat nu even niet om schuld, het gaat wel om verantwoordelijkheid maar het gaat ook om een heel complex veld waarin veel gebeurt. Dat gezegd hebbend, ik heb wel geregeld, niet elke week maar wel elke twee maanden, situaties waarin ik denk, ja hier gaan dingen echt niet goed. En natuurlijk, het zijn vaak complexe dingen. Kinderen zijn niet maakbaar, situaties zijn niet maakbaar, soms gaat het gewoon niet goed. Sommige levens gaan niet goed. En daar kun je geld en aandacht en liefde in stoppen maar ze komen niet helemaal voor elkaar. Dat is een hard gegeven maar het is wel waar. Maar toch moet het beter, anders, sneller, deskundiger gewerkt worden, en soms is er nalatigheid. Soms is er, en dat hebben we een aantal jaren geleden wel eens gehad, een kind onder toezicht wat in een jaar tijd op vier plekken wordt ondergebracht. Nou, dat is gewoon niet goed voor een kind. Het is niet goed voor mijn kind, en voor de kinderen die wij zelf hebben waar het goed mee gaat misschien, maar het is zeker niet goed voor een kind waar het niet goed mee gaat.
En toch, soms doen die situaties zich voor. Dan helpt het niet om te beginnen met schuld en boete, dan helpt het om te beginnen met, waarom doe je dit nou? Wij stoppen er heel veel geld in en als het niet genoeg is, vraag meer, we storten er meer in. Doe dan beter je best of leg uit waarom het niet anders kan. Nou, vaak is die uitleg niet fijn maar hij helpt wel. … De voorzitter: Dank u, wethouder. De heer Van der Linden: Anders blijven we in deze cirkel. Ja.
26
De voorzitter: Mijnheer Boersma. Daarna mevrouw Nijhof en daarna mevrouw Stevens. De heer Boersma: Ja, voorzitter, ik wou ook een beetje wegblijven van de strafrechtelijke discussie want dat is best een heel moeilijk traject. Ik wou wel even nog verder gaan op de, laten we zeggen, even dan de privaatrechtelijke verantwoordelijkheid noemen. Want we hebben aanbestedingstrajecten en wij kopen zorg in. En wij verwachten voor dat geld wat wij daaraan besteden, plat gezegd, dat er een goed product geleverd wordt. Dat klinkt heel bedrijfsmatig, maar uiteindelijk verwachten we gewoon dat jongeren die wij toevertrouwen aan de zorg van zorgaanbieders, dat die op een goede verantwoorde manier de zorg krijgen die zij nodig hebben. En dan zit ik me even af te vragen hè, want terecht zegt de wethouder van, ja, weet je, groot, klein, dat maakt toch niet altijd zoveel uit. Maar als ik nou gewoon een uitspraak lees van een van de managers van Horizon die dan verklaart waarom zij zo groot geworden zijn. Die zeggen van, ja die schaalgrootte is eigenlijk nodig voor onze onderhandelingsmacht ten opzichte van gemeenten, omdat anders elke gemeente kan … Een citaat hè, want anders kan elke gemeente bepalen hoe ze het willen hebben, en omdat wij groter zijn hebben we een grotere stem in hoe we het precies samen, dan komt het woordje samen nog even, maar hoe we het samen inrichten.
En misschien, en ik zit er onvoldoende, ik zit niet bij een gesprek dus ik heb geen idee hoe dat gaat. Maar hebben wij nou als gemeente, of heeft een SOJ nou de mogelijkheid, voldoende power in huis om met dit soort grote organisaties dan ook echt het gesprek aan te gaan van, joh, dit is wat we willen hebben, dit betalen we ervoor. En dan niet automatisch want ik hoorde een beetje te snel van, nou ja, als het niet lukt, we willen desnoods wel meer betalen. Want je leest ook onderzoeken dat het niet alleen in geld zit, het zit ook in kwaliteit. En er zitten gewoon ook problemen voor die instellingen zelf, laten we het daar ook niet, het is niet alleen onwil maar het is soms ook gewoon dat ze de mensen niet kunnen krijgen. Maar hebben wij dan als gemeente voldoende power om onze verantwoordelijkheid ook in te vullen ten opzichte van dit soort organisaties? De voorzitter: Mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Even een … Ja, nou dus dat is een duidelijke vraag, kort antwoord, ja. Alleen als je het samen doet. Zoals net ook al even langsging, vaak gaat het bij ons om tien, vijftien kinderen uit onze regio. Soms minder, soms even iets meer. Dat is, als je wil praten over inkoopmacht, is dat weinig. Samen met de andere regio’s, de grote regio’s, waar wij dus een kleintje in zijn, dan helpt het natuurlijk wel. Want dan heb je meer leverage en ook een beter gesprek.
Want natuurlijk, het helpt ook een grote instelling als Horizon niet als je dertig keer hetzelfde gesprekje moet voeren. Je kan dan wel wat dingen uitspelen maar je moet wel iedere keer het gesprek voeren over wat contracteer je nou? Nou, dit soort dingen doe je samen. Het lijkt mij eigenlijk wel goed om nu even het woord te kunnen geven aan de heer Magnee die een paar wat meer technische onderdelen kan belichten, waaronder dit punt. Is dat zo? De voorzitter: Want dat … De heer …: Voorzitter?
27
De voorzitter: Ik begrijp uw suggestie maar dat gaan we nog even niet doen. De heer Magnee: Oké. De voorzitter: Sorry, mijnheer Magnee. Want mevrouw Nijhof en mevrouw Stevens hebben ook nog vragen. De heer Van der Linden: Ja. De voorzitter: Die geloof ik dan niet van technische aard zijn. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Nou ja, goed, ik wilde ook toch nog iets zeggen over die nalatigheid die de heer van Dam Timmers ook noemt zeg maar. Wat ik namelijk heel gek vind is dat, als je als burger zeg maar, als je als burger nalatig bent of je mishandelt je kind in ernstige mate. Je past, laten we zeggen, geweld toe, dan heb je de politie op je dak, zeg maar even. En dan zou het zo kunnen zijn dat je daarvoor vervolgd wordt. Ik blijf het gek vinden dat dat in dit soort situaties, waarin er aangetoonde misstanden zijn hè, in dit geval. Meerdere keren is daarover geschreven. Dat daar niet over nagedacht kan worden. En dat men daar angstig voor is, dat snap ik gewoon helemaal niet. Ja, goed, dus dat … En daar wil ik ook een reactie van, van de wethouder, daarover. Want als je het zo beziet, dan zou je zo, laten we zeggen, dan kun je zo’n instelling dus ook nooit stoppen. De voorzitter: Uw vraag is helder. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Mijnheer Van der Linden, kort. De heer Van der Linden: De vraag is helder. Op zich kun je natuurlijk in ultimo een instelling wel sluiten.
Hoenderloo is ook niet voor niks gesloten, een hele andere situatie, is ook niet voor niks gesloten. De aanleiding voor een vervolg op een onderzoek, kunt zich natuurlijk vaak al … Die wordt vaak genomen aan de hand van een rapport van een inspectie. We kennen ook andere rapporten van de inspectie, bijvoorbeeld als het gaat om kinderen die onder verdachte omstandigheden sterven, waarin de inspectie wel constateert, hier is zoveel gebeurd, natuurlijk, er is … Er zijn menselijke fouten gemaakt, dat kan, want dit blijft ook mensenwerk, maar hier zijn ook vermoedens van iets wat veel verder gaat, dus we overhandigen een dossier aan de officier van justitie. Daar is de inspectie dan heel goed toe in staat om dat te formuleren. Nou, ik constateer dat dat hier niet is gebeurd. Verder zit ik daar niet diep genoeg in om te constateren waarom niet. Maar ik ben met u eens, soms is vanuit je rechtvaardigheidsgevoel, zou dat een heel wenselijk soort uitkomst zijn. In dit geval, ik kan niet beoordelen waarom dat niet aan de orde is geweest. Maar daar hou ik het denk ik bij, voor nu. De voorzitter: Mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, dank u wel. Mijn vraag aan de wethouder is, bent u het dan ook wel met mij eens dat het daardoor juist zo van groot belang is dat mensen die met
28
jeugd te maken hebben of met jeugd werken, SKJ geregistreerd zijn? Want daar hebben namelijk het tuchtcollege voor. De heer Van der Linden: Ja. Mevrouw Stevens: En ik denk dan op het moment dat we er nog steeds sprake is van dat er mensen met kinderen werken en met jeugdigen die niet die SKJ-registratie hebben, nou ik vind dat zelf persoonlijk een hele kwalijke zaak. Maar ik zou graag van u willen horen van u hoe u daar dan tegenaan kijkt? De heer Van der Linden: Nou ja, dat ben ik met u eens. Mevrouw Stevens: Nou, dat is mooi. De voorzitter: Dat is een kort en krachtig antwoord, dank u wel. Dan wilde ik nu wel naar mijnheer Magnee overstappen, met uw goednemen wethouder. De heer Van der Linden: Ik vind het goed. De voorzitter: Zodat hij nog een aantal meer technische vragen zou kunnen beantwoorden. Mijnheer Magnee, ga uw gang. De heer Magnee: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb heel veel voorbij horen komen, ik probeer een aantal zaken er even uit te lichten in een wat logische volgorde. De eerste plaats werd er gerefereerd aan het inkoopkader en de vraag, moeten we het inkoopkader daar niet op aanpassen, op de situatie? Ik kan u verzekeren dat vanuit het inkoopkader, maar ook in de uitwerking van de inkoopstrategie, dit nou juist de onderdelen zijn die we heel goed bekijken. De wethouder schetste al de ontwikkeling van de afbouw van JeugdzorgPlus voorzieningen.
Die onderhandelingen daarover, die voeren wij niet alleen als regio Zuid-Holland Zuid zoals al gememoreerd, maar bovenregionaal met de hele provincie, en met ondersteuning van het ministerie van VWS en VNG. Dus we hebben de schaalgrootte met elkaar om die onderhandeling met Horizon te voeren, en dat is dan ook onderdeel van de inkoopstrategie om meer regionale voorzieningen te organiseren en minder van die grote instellingen daarvoor te contracteren. Dat geldt ook voor het stukje toegang via de gecertificeerde instellingen. In het kader van inkoopstrategie, de contractering, spreken wij met de gecertificeerde instellingen over het reduceren van het aantal uithuisplaatsingen. Juist ook weer met als doel om veel eerder de zorg in te kunnen zetten voordat die escaleert tot een uithuisplaatsing. En daar vindt zelfs deze week nog bestuurlijk overleg plaats om daar afspraken met elkaar over te maken. Dus het inkoopkader, de inkoopstrategie is er juist op gericht om dit soort grote voorzieningen af te bouwen en meer binnenregionaal te organiseren. De vraag over contractering, en ik noem het kwaliteitscontrole, ja, bij de contractering, en dat gold bij de contractering drie jaar geleden, en dat geldt bij de contractering die we dit jaar gaan doen voor de komende jaren, vindt er een controle plaats op kwaliteitsbeheer.
Aanbieders moeten verklaren dat alle medewerkers voldoende geregistreerd zijn, SKJ, VOG en dat soort zaken. Daar houden wij de bestuurders van die instellingen voor verantwoordelijk, zij zetten hun handtekening
29
onder die verklaring. Het is niet zo dat de gemeente, in casu de Serviceorganisatie of de Stichting Jeugddienst of anderszins, op locatie inspecties uitvoeren. En daar hebben we in Nederland de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voor die dat doen. Wel is het zo dat we, als we bij de Serviceorganisatie meldingen binnenkrijgen, en dat gebeurt, die kunnen komen vanuit jeugdprofessionals, die kunnen komen vanuit de Stichting Jeugdteams of de wijkteams, of vanuit medewerkers van een gecertificeerde instelling, dat wij die zaak ‘…’ maken. In eerste instantie met een gesprek met de betreffende jeugdhulp aanbieder. En als het ernstige zaken zijn in overleg met die betrokken mensen, met een melding of een aangifte bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd. En dat is ook het gremium, als we het over strafrechtelijke zaken hebben, waar dit soort dingen dan terecht moeten komen. En natuurlijk is het zo, en dat hebben we ook in het geval van Midgaard gezien, als daar door individuele zorgverleners misstanden worden gepleegd, seksueel misbruik, mishandeling of anderszins, ja, dan zal daar een strafrechtelijk vervolg aan gegeven worden. Of het dan aan de gemeente is om daarvan aangifte te doen, veeleer zal dat liggen in de sfeer van de Inspectie, dan wel de ouders of verzorgers van de betrokken personen.
Maar dat daar een gevolg aan gegeven wordt, dat hebben we in het verleden ook gezien. Afsluitend even specifiek over Horizon. Ik ben hier niet om Horizon te verdedigen, daarvoor moet u echt het advies van de heer Van der Linden zou ik willen onderschrijven, nodig ze uit voor een gesprek. Maar realiseert u zich wel dat Horizon een hele grote organisatie is met een heel breed palet aan jeugdhulpverlening. En we hebben het hier over de tak JeugdzorgPlus, de gesloten voorzieningen van Horizon. En ik hecht er toch aan om te wijzen dat ook in Zuid-Holland Zuid, Horizon veel meer diensten levert. Variërend van bijzonder onderwijs tot andere vormen van begeleiding en opvang van jongeren. Waar ze over het algemeen heel goed werk doen. En ik onderschrijf de problemen die er geconstateerd zijn in de JeugdzorgPlus, in de instellingen die genoemd zijn. Maar ik wil er ook op wijzen dat de Horizon in deze regio ook wel een aantal hele goede dingen doet en hele belangrijke dingen doet voor onze jeugd. Nou, daar wil ik het vooralsnog eventjes bij laten. De voorzitter: Dank u voor de heldere uitleg van een aantal zaken. Mevrouw Stevens, u wil reageren. Mevrouw Stevens: Nee, ik had net ook een vraag, dat had ik ook aan de wethouder gesteld maar ik kan hem nu ook wel stellen, wat u net noemde, dat betekent dat er ook weer een forse investering in zou moeten zijn.
Ik heb net al in de eerste termijn genoemd over die doorbraakmethode. En ik noem het nu ook zeg maar om te kijken van, hoe voorkom je nou dat kinderen een onder toezicht stelling krijgt. En dat betekent nogal een investering. En dat staat natuurlijk ook weer, en wat ik net ook al aangaf, ja in een spagaat op de bezuinigingen. Hoe kijkt u daar tegenaan? De voorzitter: Mijnheer Magnee. De heer Magnee: Ja, vooralsnog is dat vooral een investering in tijd met alle betrokken partijen. En ik merk nu al aan de overlegtafels die we daarvoor geopend hebben, zeker in deze coronatijd, dat het af en toe spannend is om iedereen beschikbaar te krijgen. En daar zijn we ook wel wat voorzichtig in vanuit de Serviceorganisatie. We realiseren ons dat organisaties onder hoge druk staan, medewerkers onder druk staan, ziekteverzuim
30
en dat soort zaken. Desondanks zitten alle partijen die we aan tafel willen hebben, die vinden het dermate belangrijk dat ze ook aan tafel zitten om met elkaar na te denken, en we noemen dat, met elkaar te dromen over hoe we dit kunnen realiseren. Dus vooralsnog gaat dat primair over tijd en inspanning en nadenken en vooral samenwerken met elkaar. En we zijn nog zeker niet in de fase waarin we het hebben over investeringen. Dat zou best eens zo kunnen zijn, maar ik denk dat we ook realistisch moeten zijn en moeten vaststellen, en daar ben ik heel blij om, dat het voorkomen van uithuisplaatsing, het meer preventief werken, het dichter bij de jeugdigen werken, dat dat ook leidt tot lagere kosten op langere termijn. Dus ik denk dat dat best een overweging waard is om op die manier er ook naar te kijken. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de heer Magnee voor de uitleg. Ik heb nog een aantal dingen eigenlijk niet gehoord.
Wij als CDA Dordrecht maken ons toch wel wat zorgen, vooral, wij zien hier nu een aantal misstanden en dan vragen wij ons ook af, het inkoopkader, is daar dan wat aan veranderd, hadden we dat dan anders kunnen doen? In hoeverre wordt dat nou echt geëvalueerd en komt daar nou concreet iets dan, ja iets anders uit eigenlijk, vraag ik me dan af? Of gaan we eigenlijk, nou ja, rot dat het gebeurd is, we bedekken het met de mantel der liefde en we gaan weer door of … Misschien is het een beetje gechargeerd gezegd maar ja, ik heb toch sterk het gevoel dat ik als, ja ik ben zelf arts en ik zou al bij het tuchtcollege zitten, en hier kunnen we gewoon doorgaan en gaan we heel veel goede woorden doen dat we het beter gaan doen. Dat geloof ik ook allemaal wel, en ik hoop dat ook, maar tegelijkertijd denk ik van, ja, hoe kunnen wij als raad nou eigenlijk weten, of hoe kunnen wij hier nou controleren of dat ook echt gebeurt, als we niet eens weten wat er bij die organisaties gebeurt? De voorzitter: Mevrouw Nijhof, heeft u een vervolgvraag of een andere vraag? Mevrouw Nijhof: Ja. Nee, ik heb wel een aanvullende vraag op deze vraag van de heer Van Dam Timmers. U sprak net, mijnheer Magnee, over de verklaring die door de bestuurder wordt getekend waarin hij tekent voor de kwaliteit. Waar die ook tekent bijvoorbeeld voor, nou ja, laten we zeggen dat er gekwalificeerd personeel is.
Nou ja, dan vraag ik mij dus af in dit geval, als we lezen eigenlijk in twee rapporten van de Inspectie, jaar na jaar, dat er geen gekwalificeerd personeel is, dat er, nou ja goed, misstanden zijn, hoe kan het dan zo zijn dat dat niet opgemerkt wordt? Moet daar niet op een andere manier op geacteerd worden? Als hij drie jaar geleden zeg maar, de bestuurder, het contract heeft getekend en die verklaring heeft afgelegd, hoe ga je dan uiteindelijk dat monitoren of dat nog wel zo is? Want in dit geval is dat dus flink misgegaan. Als we lezen wat daar is gebeurd en dat er ook inderdaad … De voorzitter: Ja, het is helder. Mevrouw Nijhof: Mensen waren die geen kwalificatie hadden. De voorzitter: Mijnheer Magnee?
31
De heer Magnee: Ik pak de twee vragen even apart want ik zie ze toch in een wat ander perspectief denk ik van elkaar. De eerste is de controle. Natuurlijk, als die bestuurder daarvoor tekent, dan is er ook sprake van bestuurdersaansprakelijkheid. Maar daarmee heb je het probleem in de praktijk niet opgelost, dat ben ik met mevrouw Nijhof volledig eens. Ik zei al, wij, vanuit de Serviceorganisatie, voeren geen inspecties uit op locatie. We zouden dan toe moeten naar een stramien dat we dat jaarlijks uitvragen of controleren of jaarlijks opnieuw laten tekenen. Uiteindelijk, en dat is ook in deze gevallen zo, is het de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd die bij hun locatieinspecties, die ze doen op melding maar ook doen op eigen initiatief, onaangekondigd zonder dat er iets aan de hand is. Die steekproefcontroles zijn er nou juist op gericht om dit soort zaken aan het licht te brengen. En ik heb in verschillende regio’s overleg gehad met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd, om af te stemmen, wat verwachten jullie nu dat een gemeente doet en wat doen jullie? En daarbij geven ze ook nadrukkelijk aan, het is onze taak om op locatie dit soort inspecties uit te voeren. En zij zullen dan ook acteren als zij vaststellen, en dat staat ook in die rapporten, als daar niet aan voldaan wordt. Dat is het antwoord op de vraag van mevrouw Nijhof.
Ik ga even door met het antwoord op de heer Van Dam. Sorry, ja, ik zie ook alleen Dam staan dus ik hoorde dat er nog wat achter moet maar ik weet het niet, excuses. Het inkoopkader, ik zei al, het inkoopkader is opgesteld met het oog op de toekomst. Met het oog op de contractering vanaf 1-1-2022. Dus we nemen dit soort dingen nadrukkelijk mee. Een heel technisch antwoord is, in een Europese aanbesteding mag je niet naar het verleden kijken maar moet je in de beoordeling kijken naar de stukken die worden ingediend. Wij gaan niet Europees aanbesteden, we gaan een andere procedure volgen waarin we wel kunnen kijken naar de ervaringen uit het verleden, dus dat zullen we mee laten spelen. Het belangrijkste is, en dat zit wel weer in de bovenregionale afspraken, waar de heer Van der Linden ook al naar refereerde, er is afgesproken voor Zuid-Holland, en dus ook voor Zuid-Holland Zuid, dat de JeugdzorgPlus bij Horizon volledig wordt afgebouwd. Daar krijgen zij een vergoeding voor van het ministerie van VWS. Zij hebben op dit moment, en dat is openbare informatie dus die kan ik geven, ze hebben op dit moment 235 plekken voor gesloten jeugdzorg en die zullen worden afgebouwd. Dus in die zin worden wij geholpen in ons inkoopkader door de bovenregionale afspraken die er gemaakt zijn.
Het is natuurlijk wel zaak, en daarom houden we daar ook rekening mee in de inkoopstrategie, dat we dan moeten zorgen dat er voldoende alternatieven voorhanden zijn. En die zijn er vanuit Schakenbosch in Leidschendam, maar we willen die heel graag juist ook kleinschalig binnenregionaal ontwikkelen. Dus dat zijn elementen waarvan we leren uit het verleden en die wen meenemen in de contractering voor de komende jaren. De voorzitter: Dank u, helder volgens mij. Volgens mij hebben we dan alle vragen, antwoorden en discussie gehad bij dit onderwerp. Het duurde iets langer als ik had verwacht. Mijnheer Boersma, die heeft op de valreep nog een vraag. Ga uw gang. De heer Boersma: Ja, ja voorzitter, nog één vraag eventjes als vervolg daarop want terecht wordt er verwezen naar de rol van de Inspectie door de heer Magnee. Maar wat ik nog een beetje mis, wij sluiten natuurlijk een contract af met zo’n zorgaanbieder. En er zitten een aantal voorwaarden aan, en daar zit waarschijnlijk ook een stukje
32
contractmanagement op. En hoe verhoudt zich dat dan zeg maar tot de uitkomst van zo’n inspectierapport en het gesprek van een SOJ of een gemeente als opdrachtgever richting zo’n organisatie? Kunt u daar nog iets over zeggen? De heer Magnee: Ja, dat wil ik graag doen. Het Follow the Money rapport, waar hier veelvuldig aan gerefereerd is en waar ook de brief van Anke-Elze Rietstap op gebaseerd is, geeft in één rapport een overzicht van heel veel calamiteiten door heel Nederland in de afgelopen jaren. Die zijn ieder op zich uitermate ernstig, maar als die niet betrekking hebben op jeugdigen uit deze regio, dan zal dat bij ons ook niet gemeld worden. Laten we dat vooropstellen. Als er, en dat is ook de afspraak die contractueel is vastgelegd met de aanbieders en ook met de Horizon, als er op een locatie een incident is, waar ofwel een jeugdige uit Zuid-Holland Zuid dan wel Dordrecht bij betrokken is, dan wel daar geplaatst is, dan zullen wij daar wel een melding van krijgen door de betreffende instelling. Ik refereerde net al aan het feit dat ook meldingen vanuit jeugdprofessionals en vanuit gecertificeerde instellingen binnenkomen bij de Serviceorganisatie. Die vormen de basis voor een gesprek daarover met die aanbieders in de contractbeheergesprekken, die vinden een aantal malen per jaar plaats en daar worden deze signalen besproken.
Nogmaals, als er sprake is van een calamiteit, of een heel ernstig incident, dan zullen wij met de betrokkenen direct spreken om te kijken of wij dat kunnen laten wachten tot een contractbeheergesprek of dat we daar direct actie in moeten nemen en melding van moeten maken. En dat gebeurt gelukkig niet heel vaak maar dat komt voor. Dus het contractbeheer die beoordeelt, maar niet alleen hoor maar met de betrokken professionals, de ernst van de zaak. We hebben in de contracten ook de calamiteitenhandreiking Zuid-Holland Zuid. Dat wil zeggen, als er inderdaad ernstige zaken aan de hand zijn, dan zullen wij maar ook de aanbieders, die handreiking moeten volgen en daarvan melding moeten doen bij de betreffende bestuurder, zodat dat ook gecommuniceerd kan worden naar de raad en naar de media. Ultieme consequentie, contract ontbinden. Ja, dat is een mogelijkheid. Als we tot het inzicht komen dat er echt onevenredige dingen gebeuren, dan zouden wij het contract kunnen ontbinden. Is in dit geval niet aan de orde geweest. Nogmaals, omdat ik zeg, dit heeft betrekking op een deel van de dienstverlening van Horizon. En Horizon heeft een veel breder palet aan dienstverlening dan alleen dit. De heer Boersma: Ja.
Maar ik mag wel hopen dat als zeg maar dit soort signalen er zijn en die niet direct betrekking hebben op een kind uit ons gebied, maar wel signaal van onveiligheid, onvoldoende gekwalificeerd personeel, zeg maar nog een aantal standaard eisen die waarschijnlijk gewoon bij ons in de contracten staan met zo’n zorgaanbieder, dat wel het gesprek eens aangegaan wordt van, joh, hoe verhoudt zich nou tot de afspraken die wij met jullie gemaakt hebben? Kun je die kwaliteit wel leveren en garanderen? De heer Magnee: Nou, ‘…’, ik heb het in de acht maanden dat ik hier nu in deze regio actief ben, nog niet in die ernstige mate meegemaakt. Maar in een andere regio waar ik gewerkt heb, daar is het in een drie jaar tijd, een contractperiode, echt een keer of vier, vijf voorgekomen dat we op deze gronden een contract hebben ontbonden en geen jeugdigen meer hebben verwezen naar zo’n aanbieder. Ja.
33
De voorzitter: Helder, dank u wel. Mevrouw Nijhof en de heer Van Dam Timmers. Ik wilde dit wel gaan afronden nu, dames en heren, want het is inmiddels bijna tien uur, dus ik vind dat het onderwerp meer dan voldoende belicht wordt. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Nou, ik wil even toch nog een vraag aan u stellen, mijnheer Magnee. Want u zegt zelf van, wij hebben niet over contractontbinding met Horizon nagedacht, omdat zij, laten we zeggen, een supergrote aanbieder zijn die volgens mij wel acht, als ik het goed heb, producten, andere producten aanbiedt, en daar zijn ze dan wel goed in. Maar is het dan zo dat de JeugdzorgPlus, is dat geen apart product? En moet je dat niet … Zou je dat ook niet apart moeten bezien, in dit soort gevallen? En als ik het even omdraai, maakt u eigenlijk de redeneringen van, nou ja goed, daar zijn misverstanden, die weten we, die kennen we inmiddels. Ze doen op ander werk, op ander vlak doen ze het goed, dus, nou ja goed, we gaan daar niet verder over ontbinding praten. En zou het dan ook bijvoorbeeld kunnen betekenen dat u zegt van, nou ja goed, ze gaan het afbouwen. Maar als er een soortgelijke voorziening, dus een kleinschalige voorziening daarvoor terugkomt, dan gaan we niet Horizon daarvoor contracteren omdat die in het verleden hebben laten zien dat ze, ook al was dat grootschalig, dit toch niet kwalitatief konden bieden.
Is dat niet, behoort dat niet tot de mogelijkheden? De heer Magnee: Dat behoort tot de mogelijkheden, maar ik zou dat graag willen beoordelen op het moment dat dat aan de orde is en aangeboden wordt. Want dan moet je toch ook gaan kijken naar de voorziening an sich, die ze dan inrichten. Dus ik ben huiverig, absoluut, maar ik wil ook niet op voorhand dat helemaal uitsluiten. En bedenk overigens wat verwijzingen JeugdzorgPlus betreft, en we kunnen het contract, dat onderdeel weliswaar misschien afsluiten, of sluiten, laat ik het zo zeggen. Maar er is nog een ander middel, en mevrouw Theunissen is ook aanwezig vanavond, en die gesprekken hebben wij ook met elkaar gevoerd rondom dit dossier, je kunt ook zeggen vanuit de toegang, we verwijzen geen jeugdigen meer naar deze voorziening toe. Dat kun je doen als het via de Jeugdteams gaat, dat wordt lastiger als het via de rechter gaat. En dat is ook wel een van de redenen dat je nog steeds, je bent als gemeente verplicht om bepaalde voorzieningen aan te bieden. En deze voorzieningen horen daar ook bij. Nou zijn er meer voorzieningen, er zijn meer aanbieders, absoluut. Maar als de rechter naar deze voorziening verwijst, ja, dan zullen wij dat toch moeten vergoeden. En, nou goed, dat zijn allemaal technische overwegingen.
Op kwaliteitsgebied en op veiligheidsgebied, dat moet altijd bovenaan staan en dat is de verantwoordelijkheid die we met elkaar dragen. De voorzitter: Mijnheer Van Dam Timmers, laatste vraag. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Excuses voor dat het langer duurt maar ja, ik denk dat de ernst van die situatie, dat die aanleiding ook wel geeft. Ik heb nog twee of eigenlijk drie korte dingen. Als eerste, u maakt net een opmerking over dat de organisatie gaat afbouwen. Even qua verhelderende vraag hè, dus als ik het heel goed begrijp dan krijgt de organisatie nu geld van het Rijk om te stoppen met delen van zorg die niet voldeden? Dat even ter controle. Dat is één. Het tweede was eigenlijk, u zegt van, ja er zaten geen kinderen uit Dordrecht dus dan gaat het ons op dat moment
34
niet aan. Maar als ik het goed begrijp, en als ik de wethouder goed luister, was het eigenlijk toevallig dat er op dat moment geen kinderen uit Dordrecht zaten omdat die daar op dat moment niet waren. Dat is eigenlijk twee, klopt dat of zie ik dat verkeerd? En dan eigenlijk als derde, als we nou kijken naar die inspectierapporten en die criteria die daar benoemd staan, kunnen die criteria dan ook toegevoegd worden aan het inkoopkader, zodat we ook daarop toetsen? Of is dat al het geval? Dank. De voorzitter: U heeft het woord, mijnheer Magnee. De heer Magnee: Ja, ik zal het proberen kort te houden, van achter naar voren. Het programma van eisen proberen we zoveel mogelijk van dit soort zaken in mee te nemen, en dat zijn de criteria waar de aanbieders aan moeten voldoen. Dus ik wil niet zeggen dat we alles meenemen maar dit zijn wel de dingen waar we naar kijken. Tweede was, heeft … Nee, ik weet niet, de eerste was, hebben ze geld gekregen? Ja. Het ministerie van VWS stelt geld beschikbaar, niet alleen aan Horizon maar in het kader van de transformatie van de jeugdhulp in Nederland, om de ombouw en afbouw van dit soort residentiële voorzieningen, wat wij zeggen altijd, met systeemplafonds, om te bouwen naar kleinschalige regionale voorzieningen in een huiskamersetting.
Ja, het ministerie van VWS, met ons allemaal, vindt dat belangrijk en om dat proces te bespoedigen hebben ze daar een compensatieregeling voor. Nou ben ik even het tweede punt kwijt, ‘…’. De heer Van Dam Timmers: Het tweede punt ging over of het nou eventueel toevallig was dat die kinderen daar niet zaten? Want u benoemde dat als een belangrijk punt om geen actie te ondernemen, er zitten geen Dordrechtse kinderen, of Dordtse kinderen. Ja. De heer Magnee: Ja. Dat wil niet zeggen dat we geen actie ondernemen. Ik had het over de communicatie naar gemeenten toe. En Horizon communiceert naar ons, maar ja, als het kinderen uit Noordoost-Groningen zijn, zullen ze niet naar de regio Zuid-Holland Zuid communiceren dat daar iets is. Evenzo, als er een geval of een jeugdige uit ZuidHolland Zuid, een van de gemeenten in Zuid-Holland Zuid betrokken zijn, zullen wij die betreffende gemeenten daarvan op de hoogte stellen. Het feit dat er nu geen kinderen uit Dordrecht zaten, betekent ook dat we dat niet aan de gemeente Dordrecht, aan de bestuurder, aan de wethouder van Dordrecht gemeld hebben. Dat is geen toeval, ja, dat is nou eenmaal de werkwijze die we hebben. Natuurlijk, als het ernstige zaken betreft, zal dat wel gedeeld worden onder de bestuurders.
En zullen wij, en dat hebben we in voorkomende gevallen ook gedaan, een raadsinformatiebrief voorbereiden zodat ook het college en de raden erover geïnformeerd worden. Ik refereer even aan de stukken die nu voor Jb west ook op de agenda staan. De voorzitter: Goed, helder, mijnheer Magnee. En ik wilde hiermee het punt afronden. Waarbij wij komen tot de conclusie voor de vervolgbehandeling van de brief. In ieder geval is er gesuggereerd om een keer een gesprek te hebben met de directeur van Horizon, eventueel aangevuld met ervaringsdeskundigen van Horizon zelf. Het lijkt mij een zinvolle bijeenkomst omdat er nogal wat gezegd is vanavond over de Horizon en dan kunnen we ze daar gewoon rechtstreeks mee confronteren en daar een heldere en zuivere discussie over voeren. Dus wat mij betreft zou dat in de planning worden gezet
35
maar ik weet niet hoe anderen erover denken? Als ik niks zie dan neem ik aan dat u instemt, u mag ook zeggen dat u ermee instemt, mijnheer Van Dam Timmers. Maar ik zie verder geen reactie dus ik ga ervan uit dat u dat een goede suggestie vindt. En ik kijk naar de griffie om dat op de to-do lijst te zetten. Het zal misschien wel enige tijd duren voordat we in de gelegenheid zijn om dat gesprek te voeren maar dat zien we dan wel. Dan verder, hoe moeten we verder met deze brief? In normale omstandigheden wordt deze brief ter hand gesteld aan het college om hem te laten beantwoorden en krijgen wij de beantwoording terug. We hebben er uitgebreid aandacht aan besteed en ik kan me dus ook voorstellen dat wij kennis hebben genomen van deze brief, dat wij onze opvattingen hebben gedeeld met het college en vertegenwoordigers van de SOJ, en dat we voor wat betreft de brief, de procedurele kant van de brief, het daarbij laten. Met dankzegging aan mevrouw Anke-Elze Rietstap De Jong, omdat zij met deze brief een belangrijk iets onder onze aandacht heeft gebracht. En wij in ieder geval ons daarover hebben kunnen uitspreken. Maar ik denk niet dat het platform zit te wachten op een formeel briefje van een wethouder of een college waarin staat, dank u wel voor de brief, wij hebben er kennis van genomen en zullen naar bevinden handelen. Maar misschien dat ik te kort door de bocht ben.
Ik zie de wethouder in ieder geval al verstoord opkijken. De heer Van der Linden: Verstoord? O, dit is mijn … De voorzitter: Nee hoor. De heer Van der Linden: Dit is mijn vriendelijke gezicht. Ja. Nou, ik weet toevallig, we hebben er natuurlijk ook even in het AB over gesproken en daar een aantal teksten gewisseld die de respectievelijke gemeentes kunnen gebruiken om eventueel een antwoord te dichten. Ik weet niet hoe de andere gemeentes dat doen. Ik weet toevallig dat mevrouw Rietstap het wel op prijs zou stellen om een antwoord te krijgen. De voorzitter: Oké. De heer Van der Linden: Nou, dus ik kan me voorstellen dat ik gewoon een, dat we een procesmatige brief terugsturen met een inhoudelijk antwoord, passend bij de toon van het gesprek van nu. En ook met het vervolg want we gaan natuurlijk meer doen. Ja. De voorzitter: Oké. Spreken we het zo af en dan krijgt de commissie die brief in afschrift en kunnen ze later nog iets ervan vinden. Mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dat vind ik een prima plan. Ik wil nog één opmerking maken, dat we hier een, wat mij betreft een goed debat met elkaar over gehouden hebben. Dat is ook wel … De voorzitter: Zeker. De heer Boersma: Nodig gezien de problematiek. Ja, ik ben blij dat we hier, nou, een stevig debat maar wel inhoudelijk goed en het ook duidelijk hebben gehad over
36
verantwoordelijkheden. Dus nou, laat ik een keer zeggen dat ik daar erg, nou, blij is misschien in dat geval niet het juiste woord, maar wel heel content mee ben. De voorzitter: Dank u, dat is zeker waar. Ik onderschrijf uw constatering volledig. Een goed debat over een pijnlijk onderwerp met een heldere aanbeveling richting het college hoe te handelen. Dan wilde ik overgaan naar de pauze want het is inmiddels vijf voor tien. Ik wilde tot vijf over tien pauzeren zodat iedereen even zijn handen kan gaan wassen, een verfrissing kan nemen of wat dan ook. Tot over negen minuten. De heer Van der Net: Nee, maar als je de camera aan hebt en je zit zo te praten, dan denk ik van, je hebt niet in de gaten. Maar oké, neem me niet kwalijk, voorzitter. De voorzitter: Nee hoor, geen punt, John. 5. Rapport van Advies en Meldpunt Jeugd Dordrecht Voor goede jeugdhulp De voorzitter: Dames en heren, wij gaan verder met punt 5, het rapport van Advies en meldpunt Jeugd Dordrecht voor goede jeugdhulp. Anke-Elze Rietstap De Jong is aanwezig om de eerste bevindingen kort toe te lichten. De heer Kees Rovers, het andere lid van dit Meldpunt is inmiddels ook aanwezig. Wij hadden de heer Van der Vlies uitgenodigd maar die is helaas ziek door de corona geveld. Daarvoor is mevrouw Theunissen aanwezig om eventueel nog zaken toe te lichten.
En ik denk dat het goed is om ook nog wel te vermelden dat dit een rapport is nog zonder aanbevelingen. De aanbevelingen, is mij verteld, komen een dezer weken vanuit het Meldpunt. En ik vind het wel belangrijk dat u dat weet want die aanbevelingen gaan dan uiteraard via de gebruikelijke routing. Dus komen binnen bij de commissie en gaan naar het college van B&W om commentaar, en dan terug ter bespreking naar de commissie. Dat even voor het beeld compleet te maken. Mevrouw Rietstap De Jong, zou u willen aftrappen? Ik neem aan dat u er gewoon nog bent? Anke-Elze? Er wordt een hand opgestoken. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Voorzitter, ik dacht dat de heer Rovers dit toe zou lichten, dit punt? De voorzitter: Is ook goed. Mijnheer Roovers … Mevrouw Nijhof: Dat staat volgens mij in de agenda. De voorzitter: Nou, bij mij niet in de agenda maar dat maakt niet uit. Wellicht dat we toen nog dachten dat we om voor negenen hiermee zouden beginnen. De heer Rovers, die is in ieder geval aanwezig want die heb ik gezien. Goedenavond. U zou een korte toelichting geven op het rapport van het Meldpunt, gaat uw gang. Uw microfoon moet u wel aanzetten. Mijnheer Rovers, uw microfoon. Ik weet niet wat er gebeurt, de microfoon is niet aan. En uw beeld is verstijfd. Mijnheer Rovers, kunt u even uw camera uitzetten? De heer Rovers: Ja. Ik … De voorzitter: Ah, daar bent u.
37
De heer Rovers: Ben ik te verstaan? De voorzitter: U bent nu in ieder geval te verstaan, en dat is misschien nog wel belangrijker dan om te zien. De heer Rovers: Oké. Nou, dank voor uw uitnodiging. Ik heb mij gehaast. Ik vervul meerdere rollen dan het Meldpunt, dus ik kom net bij de GGD vandaan als vaccinatiearts. Dit is een ander verhaal. De tekst die u gekregen hebt, die is grotendeels door Anke-Elze gemaakt, maar de bijdragen zijn ook vanuit mijn kant gekomen. Het belangrijke is eigenlijk vast te stellen dat wij een aantal conclusies hebben vastgesteld waar het hem wringt. En ja, het merendeel van de jeugdhulp gaat naar mijn gevoel goed. Dus we moeten niet de indruk wekken dat wij nu een topje van de ijsberg laten zien. Wij laten zien wat ons bereikt heeft en dat zijn een aantal meldingen op de punten die wij genoemd hebben. En daarbij hebben wij dus nu niet een advies gegeven maar wel eigenlijk een aantal vragen, zes vragen gesteld die, ja, waarvan wij denken dat we dat op het bordje van de politiek moeten leggen en dat dat niet een zaak alleen voor de uitvoering is. Dus de politiek zal zich moeten bezighouden met die zes vragen die wij gesteld hebben. En afhankelijk van wat ons verder nog toe komt, zullen wij misschien tot een advies komen.
Maar onze belangrijkste taak is denk ik toch het verzamelen van informatie zoals het door al dan niet wanhopige mensen tot ons komt, en dat hebben wij met u gedeeld door middel van dit rapport. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rovers: Anke-Elze heeft dit inderdaad aan mij overgelaten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rovers. En laat ik beginnen om in ieder geval dank te zeggen aan u en mevrouw Rietstap De Jong voor de inzet voor het Meldpunt en het resultaat wat u heeft neergelegd. Wij waarderen dat in ieder geval enorm, de vrijwillige inzet die daarvoor gepleegd is. Ik wilde het woord geven aan mevrouw Nijhof. Dan gaan we de volgorde af. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Oorspronkelijk is het Meldpunt voortgekomen uit een motie die unaniem is aangenomen in december 2017. Er waren toen al problemen en we wilden eind vorige periode, vorige raadsperiode, toen inzoomen hoe dat nou precies in Dordrecht zat. Vervolgens zijn we nu een aantal jaren verder en uiteindelijk komt de conclusie. Belangrijk is dat wij zelf als Dordrecht al besloten hebben om de financiële solidariteit en inkoop te stoppen zodat we zelf meer konden sturen. Al heel lang debatteren we over de toegang.
Vervolgens hebben we besloten om de toegang anders te organiseren, wat vervolgens uitmondde in een samenwerking tussen De Sociale Basis, de Stichting Jeugdteam en zo ook de aansluiting van de Wmo op de wijkteams. Het aantal meldingen en de aard van de meldingen geeft ons wel een onrustig gevoel. Want hebben we dit nu wel zo goed georganiseerd? Kortgeleden werden we geconfronteerd met hoe de toegang reageert op zorgmeldingen van Veilig Thuis, en het gebrek aan expertise om dit goed te onderzoeken. Er zijn ineens niet zoveel hulpverleners meer in een gezin maar er veel meer omheen. En dan ook nog partijen die eigenlijk in het vrijwillig kader niet thuishoren. Wij vinden dat zorgelijk. Erg jammer dat de heer Van der
38
Vlies niet toe kan lichten, want in onze ogen ligt de nadruk op de eerste ingang waar deze meldingen binnenkomen, en dat is niet het Jeugdteam wat ons betreft. Alhoewel we blij zijn dat mevrouw Theunissen natuurlijk bereid is om wat vragen toch wellicht te beantwoorden. Volgens ons wordt het Jeugdteam pas ingeschakeld wanneer een melding als zodanig wordt geduid. Zou mevrouw Theunissen wat kunnen vertellen over, nou ja, laten we zeggen, hoe een melding bij hun binnenkomt? En of het beeld klopt dat wij daarvan hebben? Wij denken dat het eerst gewoon in het wijkteam terechtkomt en vervolgens dat als er iets met kinderen is bijvoorbeeld, dat dat dan naar het Jeugdteam gaat. Goed, als wij de klachten en meldingen lezen valt ons ook op het aantal meldingen dat gaat over het tekort aan cliëntondersteuning. Dat we nu in een situatie zijn gekomen, die hebben we zelf gecreëerd, waar de bestuurder van MEE, die de cliëntondersteuning uitvoert, zoals we dat na heftig debat hebben besloten, ook bestuurder is geworden van De Sociale Basis De Toegang, leidt bij ons opnieuw tot vragen over de onafhankelijkheid van die cliëntondersteuning en de verstrengeling van de ondersteuning met De Toegang. We hebben in het verleden heftig gedebatteerd hierover. Nou, wat leidde tot het feit dat we dus dachten een onafhankelijke cliëntondersteuning te hebben.
En, nou ja, we vragen ons af, is dat nu wel zo, is dat nu niet zo? We zouden daar heel graag duiding over willen van de heer Van der Vlies. Verder valt ons op dat er toch in een aantal gevallen, als je kijkt naar de klachten die er zijn, de bereikbaarheid van het wijkteam, nou ja, laten we zeggen, in een aantal gevallen niet heel goed blijkt te zijn. En daar zouden we eigenlijk ook, wellicht kan mevrouw Theunissen ons daarover vertellen van hoe dat nou precies zit? En ook reageren op die klachten. Nou ja, en verder zien we eigenlijk best heel graag een advies vanuit de twee mensen die zich hiermee bezig hebben gehouden, tegemoet. Zij zijn in onze ogen wel veel verder gegaan als oorspronkelijk volgens ons de bedoeling was. Oorspronkelijk was het volgens mij een meldpunt waar alleen maar meldingen zouden binnenkomen en waar verder niets zou worden gedaan met de afwikkeling van die meldingen. Nou, als ik het lees, dan hebben mevrouw Rietstap en de heer Rovers dat toch wat anders opgepakt. En ja, hebben uiteindelijk toch al die 250 meldingen op een bepaalde manier afgehandeld. Nou, graag zou ik van de heer Rovers ook willen weten, waarom u dat op deze manier gedaan heeft? En of het niet toch mogelijk was op dat moment om het toch door te spelen naar de partij die dat eigenlijk op zou moeten lossen. Dus daar zou ik graag wat duiding over willen. En, nou ja, tot zover.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kwaak van de VVD, neem ik aan, of is het de heer Van der Net? De heer Kwaak: Ja, dank u, voorzitter. Wij kunnen heel blij zijn, we zijn heel blij met het Meldpunt van de heer Rovers en mevrouw Anke. Wij zien ook graag dat we binnenkort een uitstel krijgen dat we, wat er precies gebeurt, dat wij een duidelijker beeld krijgen ervan. Wij maken ook ons erge zorgen over de kwaliteit van de hulpverlening, en daar hadden wij vragen voor. En de wachttijden. Het ontbreken van passend onderwijs, is inmiddels ook een pre. We hadden graag de heer Van der Vlies ook gezien, net als mevrouw Nijhof aangaf. En we wachten de vragen en de antwoorden graag af. Dank u wel, voorzitter.
39
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kwaak. Mijnheer Van Dam Timmers of mevrouw Van der Ham. Als u de microfoon aanzet gaat het een stuk makkelijker. Er is geen geluid. En ik zie dat u de microfoon aan heeft. Ja? Mevrouw Van der Ham: Hoort u mij of niet? De voorzitter: Ja, nu dat helpt wel ja, een microfoon. Mevrouw Van der Ham: O. Gelukkig. Nou, tweede poging. Er worden een aantal terechte kanttekeningen geplaatst over verschillende budgetten bijvoorbeeld en de wijze waarop hiermee om moet worden gegaan. En er wordt bijvoorbeeld ook een aantekening gegeven dat er bij begeleiding bij echtscheidingen sprake is van budgettering vanuit jeugdhulp. Hoe zit dat dan precies, is mijn vraag daarbij? En bovendien wordt er eigenlijk door het Meldteam aangegeven, het Meldpunt, dat een aantal discussies politiek gevoerd zouden moeten worden. Ik kan niet uit de rapportage opmaken welke discussie we dan precies moeten voeren? Dus mijn vraag is enerzijds aan het Meldpunt zelf, wat moeten wij dan bespreken? En richting het college de vraag, en gaan we dat dan ook doen en hoe ziet het college dat dan? Dus dat was het voor nu, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Tiebosch. De heer Tiebosch: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dank u wel, beste mensen van het Meldpunt. Ik heb het met heel veel belangstelling en waardering gelezen.