2.10 Dordrecht Commissie Sociale Leefomgeving 19 januari 2021.pdf
Tekst van het document
Ik heb de zes vragen die net werden benoemd door het CDA, die heb ik ook gezien. Maar volgens mij, maar de heer Rovers moet dat maar corrigeren, heeft D66 eigenlijk de vraag zo gelezen dat wij als gemeente Dordrecht eigenlijk de vraag moeten beantwoorden, wat mogen nou de Dordtse inwoners van de gemeenteraad van Dordrecht verwachten op het gebied van jeugdhulp en ondersteuning? En ik denk, dat is dan ook iets richting onze commissie, dat dat ook een vraag is waar wij best wel vaak in beleidsverband of bij definitiekwesties, maar dat we daar ook met elkaar jaarlijks over zouden moeten praten. Dus dat is los even van de functionele aanbevelingen die dan nog gaan komen en waar het college een reactie op geeft. Maar D66 wil ook graag aan deze commissie Sociaal meegeven, dat wij het belangrijk vinden om juist ook bij een Kadernota, bij een begroting ook in commissieverband dan deze vraag na te lopen, ook op basis van zoals het dan in Dordrecht ook gaat.
En eigenlijk gaat het er dan ook om van, misschien wel voor de hele gemeenteraad, wat hebben wij als gemeenteraad van Dordrecht er ook voor over, en dan in relatie met alle andere voorzieningen? Want zolang het Rijk en de VNG, die hebben nu aangekondigd dat ze opnieuw naar aanleiding van het AEF-rapport in gesprek met elkaar zullen gaan, om ook te zorgen dat de financiën beter zullen gaan aansluiten bij wat de gemeentes nodig hebben. Maar de verwachting is dat dat pas in 2023 of zo, dat dat pas wordt geregeld. Maar tot die tijd mogen wij ons niet verschuilen, zeker niet met dit rapport. Nou, de zin die me misschien wel het meest getroffen heeft in het stuk wat we kregen, en dan kijk ik ook even naar mijnheer Rovers. Hij gaf aan, eigenlijk gaat het best wel goed in Dordrecht. Maar toch dan deze zin, in deze periode werd goed zichtbaar hoe star, op een bijna meedogenloze wijze, deze wereld met zijn cliënten aangaat, en bij iedere kwestie diende het cliëntbelang onder het mom van veiligheid te wijten, ten gunste van het belang van de aanbieder. Nou, dat is wel een zin
40
die mij behoorlijk heeft getroffen. En als u dat in het perspectief, zoals u net aangeeft, het gaat eigenlijk best wel goed, maar deze zin is bij mij wel erg blijven hangen. Dus misschien dat u, voordat het college daar dan antwoord op geeft, of u dat nog even wat verder zou kunnen uitleggen? En verder, ja, zouden wij eigenlijk ook aan het college willen vragen om binnen die zes vragen die daar nu staan, om ons straks als raad te helpen, om die discussie die we echt nodig vinden, om die goed te kunnen voeren. Want ook dat begeleiden van gescheiden ouders, is dat nu eigenlijk wel jeugdhulp? Nou, ik zou zeggen van, wat hier staat, daarvan zou ik zo zeggen van, nou, ik ben het helemaal eens met dat we dat vanuit handhaving of ondersteuning vanuit het sociaal domein breed en ouders, dat dat beter via de Zorgverzekeringswet zouden kunnen doen. Ik ondersteun dat van harte. Maar voor hetzelfde geld is dat in die Jeugdwet, is dat zo geregeld en dan zeg ik iets wat nergens op slaat. Dus ik probeer ook een beetje bij de specialisten dan hulp te zoeken om de discussie dan echt ook goed te kunnen voeren en een standpunt in te nemen voor Dordrecht. En wat betreft kindermishandeling, huiselijk geweld. Nou, jullie hebben specifiek in de coronatijd, hebben jullie eigenlijk de meeste meldingen binnengekregen.
En ik vroeg me af, en u bent misschien daar ook wat meer in gespecialiseerd, mijnheer Rovers, ziet u nou ten opzichte van buiten corona, of in deze coronatijd, dat daar ook veel meer meldingen binnenkomen op het gebied van kindermishandeling? Of misschien moet ik het ook, schuine streep, sociale verwaarlozing noemen, dat is misschien ook een vorm van kindermishandeling, ziet u dat nou veel meer in Dordrecht dan voor de coronatijd? Dat waren mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Tiebosch. De ChristenUnie-SGP, mijnheer Boersma. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, ook van onze kant bedankt voor deze eerste rapportage. Fijn dat het Meldpunt actief is en ook op een hele actieve manier aan de slag gegaan is. Ik ben wel blij met het eerste rapport wat er nu ligt. Ik ben ook heel benieuwd naar de aanbevelingen die nog volgen, want wat er nu ligt, merk je ook een beetje, is lastig om daar gewoon de punten uit te halen. En voor je het weet haal je er een paar punten uit en blijven andere punten liggen. Misschien wel aardig even voor de rode draad. Ik heb zelf nog eventjes gekeken of ik een rode draad kon ontdekken. Nou, die zal ik eventjes met jullie delen want dat is misschien wel aardig. Misschien ook voor de heer Rovers straks voor de aanbevelingen. Nou, ik heb punten zeven punten uitgehaald, wat mij opviel zeg maar in al die meldingen.
Het eerste punt was onvoldoende duidelijkheid in informatie. Tweede punt was, onvoldoende zorg of een niet passend aanbod. Derde punt had te maken met bejegening, en dan hebben we de bejegening, niet serieus genomen worden, niets van zich laten horen, niet bereikbaar, tot en met uiteindelijk vormen van druk zetten op cliënten of op ouders. Het vierde punt, informatiedeling en privacy. Dan heb je nog wat administratief gedoe, dan gaat het over facturen, dan gaat het over contracten, dan gaat het over het beleid van het SOJ. Nou, dan krijgen we het punt waar mevrouw Nijhof het ook al over had, cliëntondersteuning zit er prominent in, en de wijze van indiceren. Nou, dat zijn een beetje zeg maar de zeven lijnen die ik eruit haal. En waarvan het volgens mij ook best goed is om op basis van de aanbevelingen van de commissies die nog komen, om daar eens uitgebreid over door te praten. Dat ten eerste. En het tweede is, ik was ook wel blij met de vragen die de commissie of die het Meldpunt aan ons stelt, want dat geeft
41
volgens mij ons wel de mogelijkheid om op basis daarvan misschien nog een slagje dieper te gaan. Want er zitten natuurlijk best wel een aantal punten in waar wij in deze commissie ook wel eens met elkaar over gesproken hebben. En ik ben het helemaal eens met de heer Tiebosch, dat dat, nou, graag een goede voorbereiding op die punten. En misschien ook wel een stukje duidelijkheid of een stukje ondersteuning noemde hij dat vanuit het college, hoe we dat gesprek kunnen voeren. En misschien mag ik vast even een voorschotje geven op twee punten dan. Het eerste punt wat mij opviel, dat had te maken met de bovengebruikelijke zorg. Een begrip wat eigenlijk ontwikkeld is nadat we een hele discussie hadden gehad over de PGB’s en de inkomenstoets die we gelukkig geschrapt hebben omdat we daar eigenlijk als voltallige raad problemen mee hadden. En het lijkt er nu een beetje op dat het begrip bovengebruikelijke zorg tot uiteindelijk dezelfde nadelige gevolgen voor gezinnen gaat leiden. En ik zou heel graag in de commissie nog eens een keer, of het debat willen voeren met elkaar over, wat is nou die bovengebruikelijke zorg, wat verstaan we daar nou onder en hoe passen we dat nou toe? Want dat is dat best wel een punt wat de nodige zorg geeft.
En het tweede punt is inderdaad, en wat de heer Tiebosch ook al noemde, wat anderen ook al noemden, het punt van de nadelige gevolgen van echtscheidingen die ontaarden in vechtscheidingen, een hele nare manier hoe ouders uit elkaar gaan waarvan uiteindelijk de kinderen de dupe worden. En ja, waar je dan ziet dat de jeugdzorg eraan te pas moet komen om dan de kinderen te helpen om dat allemaal te verwerken. Waarbij terecht wat ons betreft wel opgemerkt wordt van, ja, jongens, laten we het ook eens hebben over de verantwoordelijkheid van de ouders die op deze manier uit elkaar gaan. En laat die ook hun verantwoordelijkheid nemen, laten we ook eens kijken naar andere manieren om op dat punt aan te pakken. In plaats van, nou ja, dat we uiteindelijk aan het eind constateren dat die kinderen dermate, ja, daardoor nadelig beïnvloed zijn dat daar jeugdzorg voor nodig is. Dus laten we al in die eerdere fase alsjeblieft daar iets aan doen. Dan hebben we vast twee schoten voor de boeg om het zomaar te zeggen. Dus blij met wat er nu ligt en benieuwd naar het vervolg. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Striebeck, VSP. Mevrouw Striebeck: Ja, de VSP is heel blij met het Meldpunt en deze rapportage. Inmiddels is er al veel gezegd. Wij zijn wel bezorgd om het tekort aan cliëntenondersteuning. Wij zijn ook wel benieuwd naar de discussie die de politiek zou moeten voeren.
Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stevens, PvdA. Uw microfoon, mevrouw Stevens. Mevrouw Stevens: Ja, het ging even mis, dank u wel. Nou goed, en allereerst de dank voor deze rapportage. Ik denk dat dat heel erg goed is. En wat de heer Rovers ook al in het begin aangaf van, het gaat nog niet zo heel slecht met die hele jeugdzorg, naar zaken die we hebben gekeken. Voorheen was er ook de vraag van, nu in deze tijd, in de coronatijd, is het natuurlijk wel een stuk lastiger. Een van de zaken is bijvoorbeeld dat vanuit de sociale wijkteams, niet zoals ik dat nu outreachend, men zit achter een bureau, heeft spreekuren, wat het natuurlijk wel heel hoogdrempelig maakt voor iemand om hulp te vragen. Het tweede stuk waar ik ook vragen bij had, en dat wil ik ook wel meegeven, is met name ook weer die cliëntondersteuning. Mevrouw Nijhof noemde het
42
al, we hebben daar felle discussies over gehad, met name over die onafhankelijkheid. Het laatste wat ik ook nog wel meegeef is over de meldcode. In mijn optiek is de meldcode, is een goed begrip. Het enige wat er wel bij moet gebeuren is dat er veel meer voorlichting moet komen, veel meer uitleg moet komen over wat houdt die meldcode in? En dat dat niet betekent dat er bij een melding kinderen gelijk uit huis gerukt worden. Betekent ook dat professionals veel meer die ondersteuning nodig hebben om met ouders of met degene aan wie of waar de melding over gaat, in gesprek te gaan dat ze een melding willen doen. Dus dat wil ik eigenlijk wel meegeven, en dat dat voor ons wel hele belangrijke dingen zijn. Verder kan ik me heel goed aansluiten bij de vorige sprekers, en met name bij de heer Boersma. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Dan wil ik nu eerst even kort het woord geven aan de heer Van der Linden, die in één zin gaat toelichten wat de formele positie van de onafhankelijke cliëntenondersteuning betekent is. Eén zin, mijnheer Van der Linden. De heer Van der Linden: Ja. Dat kan ik heel goed. De voorzitter: Eén zin. De heer Van der Linden: Ja, een zin duurt soms heel lang. Maar ik probeer het even in één zin te doen. En dat doe ik omdat het passender lijkt dat ik dat doe, dan dat Kees of An dat doen. De voorzitter: ‘…’.
De heer Van der Linden: Zoals we het hebben besproken, en we is dan waarschijnlijk uw commissie met collega Heijkoop, we hebben inderdaad de sociale wijkteams, die worden gevoed door de Stichting Jeugdteams en door de andere partijen, door de Stichting De Basis. Onafhankelijke cliëntondersteuning ligt bij MEE Plus. De Sociale Basis heeft de aansturing van de sociale wijkteams. En daarmee is het formeel wel onafhankelijk. Daar is indertijd een lang debat over gevoerd, daar refereerden enkelen van u aan, maar zo is het geregeld. De voorzitter: Oké. En ik zie tot mijn schande dat ik mevrouw Rutten vergeten ben. Mijn excuus, mevrouw Rutten. Maar ik begrijp dat u zich kan aansluiten bij de vorige sprekers. Wilt u dat nog zelf bevestigen of zegt u van, daarmee vind ik dat ik voldoende aandacht heb gehad? Mevrouw Rutten-Alberts: Nee, ja, ik wil even bevestigen dat ik me kan aansluiten bij de vorige sprekers. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutten-Alberts: En, ja het kan altijd gebeuren dat je even iemand over het hoofd ziet hè. Het is best wel onoverzichtelijk vind ik zo, dat digitaal. De voorzitter: Dat klopt en ik had een puntje gezet bij uw partij. Het is gebeurd, niks aan te doen. De heer Van der Linden heeft uitleg gegeven van de cliëntondersteuning.
43
Er zijn een aantal vragen gesteld die toch vooral gericht waren aan, en terecht, aan de leden van Meldpunt. En ik wou de heer Rovers het woord geven, die vragen te beantwoorden. Uw microfoon, mijnheer Rovers? De heer Rovers: Ik ben er weer. De voorzitter: U bent er weer. De heer Rovers: Dank voor het platform dat u ons biedt. Ja, ik zal proberen de vragen te beantwoorden in opeenvolging van de sprekers. De meest prangende vraag van mevrouw Nijhof in het begin, voorzitter, was waarom we ertoe overgegaan zijn om toch af en toe hulp te bieden. Ja, dat is in elk geval in mijn geval een beetje inherent aan mijn beroepsneigingen. Dus ik kan het dan niet laten als iemand met een probleem komt, naar een oplossing te gaan zoeken. En ja, dat is soms lastig en soms is het heel simpel. Er hebben mij ook mensen gebeld die niet wisten, waar moet ik heen? Die alleen maar de vraag hadden, mijn kind is, heeft die of die aandoening. En dan kon ik alleen zeggen, nou, u kunt dus naar het wijkteam. Dus dat is een hele snelle verwijzing. Maar soms was het ingewikkelder. Ik heb iemand van het Leger des Heils aan de telefoon gehad die dus woonruimte zocht voor een combinatie van moeder en kinderen, die in Zwijndrecht de moeder in short stay facility. En daar wilde ik dus … Ja, ik zeg van, nou, kan het sociaal team dan mee.
Maar als het Leger des Heils erbij betrokken is, dan trekt het sociaal team zich terug. Dus nou ja, daar is zeg maar de sociaal marinier uit Zwijndrecht, dus die kon ik dan daar op zetten. Dus dat zijn op zich, ja, hulptrajecten die niet zo ingewikkeld zijn. We hebben niet mensen in therapie genomen maar wel de weg gewezen, dat is het eigenlijk. En ja, dat is een neiging die ik niet kon beheersen. Ja, ten aanzien van de cliëntondersteuning zijn natuurlijk meerdere mensen aan het woord geweest. En dat was ook wel zeker in het begin van de coronatijd een probleem, dat ook eigenlijk MEE dicht was, en niet bereikbaar. En ja, dat ook allerlei bezoekregelingen niet mogelijk waren. Dus ik heb inderdaad een radeloze vader aan de telefoon gehad die dus eigenlijk zijn zoon wat wilde aan gaan doen. En die niet ontlast werd door de mogelijkheid om bij de moeder, van wie die gescheiden was, de zoon ook af en toe te plaatsen. Dus dat soort dingen. En, ja dan is het gewoon een verhaal aanhoren, en dat is vaak eigenlijk het belangrijkste wat we doen. Ik denk dat Anke-Elze Rietstap veel meer, omdat die zo’n groot netwerk heeft, op andere manieren natuurlijk ermee te maken heeft gehad. En die heeft misschien ook iets meer, wat Tiebosch zei, waargenomen dat mensen kwamen met het probleem van, ja de hulpverlener wil iets doordrukken en ik wil dat niet.
Dus dat verhaal van een belang zetten van de hulpverlener bovenaan, dat heb ik iets minder zelf meegemaakt. Maar dat is wel iets wat denk ik bij Anke-Elze meer aan de orde is geweest. De vraag van mevrouw Van der Ham is, ja, wat is er nou politiek te bespreken? Nou, ik denk dat dat eigenlijk al aangegeven is in ons verhaal, die vragen, welke professionele vrijheid, enzovoorts. Dus daar zijn toch een aantal dingen, ja, die dus uitstijgen boven het niveau van de doeners en de uitvoering. Wat betreft de vraag van de heer Tiebosch, de kindermishandeling en meldingen, was dat nou vroeger minder? Nou ja, zo’n voorbeeld wat ik noemde van deze radeloze vader in die coronatijd, geeft aan dat dat wel een situatie was waardoor het gewoon moeilijker was voor ouders, voor mensen in de omgeving om te dealen met
44
de toestand. Dus ik heb dat niet gekwantificeerd, ik heb geen statistiek van hoe het in 2019 versus 2020 was. Maar, nou ja goed, er is nu ook landelijk wel aandacht vanuit het OMT, de kinderarts Illy die waarneemt dat er meer problemen zijn met eetstoornissen en eventueel meer suïcides bij jongeren, dus dat is wel een punt. Ja, de rode draden van de heer Boersma. Ja, dat komt eigenlijk een beetje overeen met die samenvatting die we gegeven hebben met de punten waar de meldingen kwamen. En dan nogmaals zeg ik, dat zijn dus meldingen, dus het zijn eigenlijk incidenten. Dus nogmaals wil ik benadrukken, ook ten aanzien van de opmerking van de heer Kwaak, dat het in het merendeel van de gevallen, ongetwijfeld wel goed gaat en dat mensen zich geholpen voelen. Dus laten we alsjeblieft niet een grote vette letter koppen Telegraafachtig idee erop na gaan houden dat het helemaal mis is. Nee, er gaan dingen niet goed en dat horen wij dan, maar dat is dus een minderheid van de gevallen. Eens even kijken, wat hebben wij nog meer? De politieke vragen, Tiebosch, ja, ik denk dat ik dus wel een aantal antwoorden gegeven heb. En ja, ik denk dat u ook niet van ons moet verwachten dat we nu met een soort oplossing komen waardoor het in de toekomst helemaal niet meer mis kan gaan. Die zeg maar, overmoedige houding hebben wij niet.
En ja, het is me ook wel opgevallen, dat is iets minder dus aan bod gekomen, dat er mij hulpverleners bellen die dus als psycholoog bijvoorbeeld een contract willen hebben met de SOJ, en dat die zich zorgen maken over Europese aanbesteding enzovoorts, en doen we nog, kunnen we nog wel meedoen? En, dus ja, dus het is een uiteenlopend verhaal. Ik ben ook door een ondernemer gebeld, dat was dus zo’n wachttijdprobleem, die dus een jongetje in zijn zaak had die daar de tent verbouwde. En ja, hij sprak de moeder aan en de moeder zei, hij staat op een wachtlijst voor een cursus hoe je netjes omgaat met de medemens, maar dat duurde nog vier maanden. Dus ja, merkwaardig dat je dus in het Meldpunt zelfs een ondernemer Dubbeldam aan de telefoon krijgt. Dus, nou ja, ik lach erbij, misschien is dat de definitie van Godfried Bomans die zei dat humor overwonnen droefheid is. De voorzitter: Ja. Mooi, Kees. De heer Rovers: Tot zover. De voorzitter: Dank u, mijnheer Rovers, voor de heldere en prettige uiteenzetting. Volgens mij zijn alle vragen door de heer Rovers al beantwoord, op één na. Die ik toch wel nog aan hem wil voorleggen.
De heer Tiebosch die zei, die vatte de zes vragen van het Meldpunt samen in de zin, en ik heb hem maar even ingekort, wat mogen nou de inwoners van de gemeenteraad Dordrecht verwachten op het gebied van jeugdhulp? Is dat nu een correcte samenvatting van die zes punten? Mijnheer Rovers. De heer Rovers: Ja, laat ik zo zeggen, dat is inderdaad wat u zult moeten formuleren. En dat is dus een gemeenschappelijk taak, die dus niet alleen voor het college maar ook voor de raad is. Dus daar zal u moeten aangeven, ja, inderdaad, ook bijvoorbeeld ten aanzien van die gescheiden ouders, is dat iets wat de gemeente op moet lossen, is dat iets wat die Zorgverzekeringswet. Nou, Tiebosch die is het met ons eens dat dat misschien beter niet via het budget van de jeugdhulp gaat. Ja, het is natuurlijk een taak van de overheid in het kader van deze nieuwe wet om goede jeugdzorg dicht bij de
45
mensen te realiseren. En dat is vrij breed geformuleerd, maar goed, u moet dat dan op detail wat in gaan vullen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rovers: Dat is het. De voorzitter: Dank u. Er waren een paar vragen voor mevrouw Theunissen, is die nog aanwezig? Ik hoop het wel. Ja. Het is laat, mijn excuus, maar gelukkig is iedereen thuis dus u hoeft niet ver … Mevrouw Theunissen: Gelukkig wel, ja. De voorzitter: We hoeven niet ver te reizen. Er zijn een drietal vragen, of een tweetal vragen gesteld aan u met betrekking tot de toegang en de bereikbaarheid. Mevrouw Theunissen: Yes. De voorzitter: Zou u daar kort op in kunnen gaan? Mevrouw Theunissen: Ja. Nou, allereerst dank u dat ik er ook bij kan zijn en deze toelichting ook kan geven. Het is fijn als er met mensen gesproken wordt en niet over mensen, zoals we de vorige keer, vorige stuk ook hebben geconstateerd. Ik zou echt willen aansluiten met jullie gevoel maar ook het Ouderplatform, dat we er alles aan doen om ieder kind ook echt, nou, de juiste ondersteuning te bieden. En als je kijkt naar de eerste vraag, volgens mij gaf mevrouw Nijhof die mee, over de integratie van De Sociale Basis en Stichting Jeugdteams, en hoe gaat dat nu aan de voorkant, als er een aanmelding komt? Dan is het zo dat wij op basis van die vraagverhelderingsteams eigenlijk ook integraler naar de vraag ook gezamenlijk kijken.
Dus het is niet per se zo dat, die vraag werd gesteld, dat het eerst via het sociale wijkteam komt, om dan de jeugdprofessional te activeren. Er wordt ook gezamenlijk gekeken naar wat voor aanmelding komt er binnen en wat voor expertise, is ook in de vraag nodig om naar voren te stoppen. Dat vinden wij ook belangrijk dat wij onze eigen verantwoordelijkheid daar ook in nemen. Verder ten aanzien van de bereikbaarheid. Nou, dat baart me echt zorgen, de constateringen dat de wijkteams onvoldoende bereikbaar zijn. Technisch is het zo dat wij ingeregeld hebben dat er teamondersteuners aanwezig zijn voor de telefonische bereikbaarheid van negen tot vijf, en dat we ook inloopspreekuren hebben. Dus dat moeten we denk ik ook nader onderzoeken, daarover heb ik ook met Anke-Elze ook wel contact gehad, ten aanzien van alle meldingen die in het onderdeel sociale wijkteams staat. Of er niet een extra aanbeveling aan ons ook kan gedaan worden, ten aanzien van al deze punten, omdat het best een groot aantal punten zijn. En misschien ook aan jullie de vraag, ik weet niet in hoeverre dat dat ook bij jullie bevoegdheid hoort als raad, maar om ook aan ons mee te geven, ja, waar willen jullie, waar moeten wij ons nu ook op focussen in de komende periode? Want corona heerst helaas wel, en het geeft ook een extra uitdaging om alles ook goed vorm te geven.
Wij blijven er ook op uitgaan, want wij vinden ook, dat is, wij zijn een cruciaal beroep dus het kan niet zo zijn dat we alleen maar met beeldbellen mensen te woord staan. Een groot deel vindt daar wel in
46
plaats, maar daar waar het nodig is, gaan we zeker ook nog naar de gezinnen toe en is het ook onze verantwoordelijkheid. Dus als we dat … Als die meldingen blijven komen, dat daar toch iets in fout loopt, dan hebben we dat toch nader te bestuderen om te kijken hoe we dat dan kunnen tackelen. En dat vind ik ook mijn verantwoordelijkheid vanuit het bestuur van sociaal wijkteam, om dat op te pakken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Theunissen. Ik heb nog één vraag voor mevrouw Anke-Elze Rietstap De Jong, is die er nog? Ik dacht dat ze weer binnen was. Maar het blijft stil. Mevrouw De Jong Rietstap: Ik ben er. Ik ben weer binnengelaten door de griffier, ik was er eerst uit, op de een of andere manier. De voorzitter: Oké. D66 vroeg duiding op een nogal prikkelende en eigenlijk wel, ik geloof zelfs dat de heer Tiebosch het woord schokkend gebruikte, schokkende zin in het rapport. Zou u die wat verder kunnen toelichten? Hebt u gehoord welk het was? Mevrouw De Jong Rietstap: Ja, ik heb het zeker gehoord. En Kees en ik hebben ook van tevoren erover gesproken of ik het erin mocht zetten. Ik wilde het er zelf heel graag in zetten. En ja, het is gewoon, het had ook eigenlijk te maken met Kees zijn achtergrond. De heer Rover zijn achtergrond.
Kijk, de heer Rovers is arts geweest en zijn beroepsgroep zeg maar, die lopen zeg maar in de, ja hoe noem je dat, de frontlinie eigenlijk sinds de hele coronacrisis. En ook het Ouderplatform heeft gewoon, dat is wel een soort van gelieerd aan het Meldpunt omdat heel veel meldingen ook via het Ouderplatform zeg maar zijn gemeld aan het Advies en Meldpunt Jeugd. Zeg maar, waar ik moeite mee had, dat is gewoon een persoonlijk probleem, is dat met name, en nu weer hè. Ik, ja ik wilde het liefst eigenlijk zo snel mogelijk de heer Heijkoop ook daarvoor aan zijn jasje gaan trekken de komende weken, maar ik moet zeggen dat de ambtenaren zeer gepassioneerd zijn. Dus daar doe ik het ook heel graag mee. Dat is dat heel veel kinderen zeg maar, in kwetsbare wijken, in kwetsbare gezinnen, want we spreken steeds over kwetsbare kinderen maar het gaat ook om kwetsbare gezinnen, vergeet dat niet. Dus het is niet zo dat kinderen per definitie kwetsbaar zijn. Het gaat ook om kinderen die gewoon heel normaal zijn en die gewoon in een kwetsbaar gezin zitten of in een kwetsbare wijk, of waar geen devices beschikbaar zijn of noem maar op. En wat ik stuitend vond zeg maar in het begin van de coronacrisis was dat het allemaal dicht ging, dagbesteding, noem maar op. Terwijl ik zeg maar, in nauw contact met OCW en VWS sta zelf, ook als Ouderplatform.
En duidelijk in de richtlijnen mogelijkheden voor het Ouderplatform zag om gewoon zijn werk te continueren. En dat is tot op de dag van vandaag, onze activiteiten gaan gewoon elke dag opnieuw door. De enige activiteit die op dit moment niet doorgang heeft, is het Stoom Uit Je Oor Koor omdat het inderdaad wel heel erg risicovol is om te gaan zingen met zijn allen in een ruimte. Maar die gaan wel online ook in ieder geval door. En ja, ik vond het dus heel moeilijk. Nu gaat het beter in de tweede periode. Nu zie ik, en ook mevrouw Theunissen zeg maar is eerder begonnen met de Stichting Jeugdteams om het werk door te laten gaan dan bijvoorbeeld de aanbieders. En zeg maar deze zin, ja, die komt gewoon in het kader van dat mensen als de heer Rovers gewoon hun werk blijven doen. En …
47
De voorzitter: Ik snap hem. Mevrouw De Jong Rietstap: Nou, dat is het. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Theunissen, u wilde hier nog iets verder aan toelichten? Mevrouw Teunissen: Ja, kijk, ik kan echt oprecht ook, ja, erkennen wat Anke-Elze ook meegeeft, dat in de eerste golf het echt ingewikkelder was om zorg te laten doorlopen. Iedereen was in feite ook wel verrast en er waren toen ook nog een soort van discussies over, nou, wie is nu eigenlijk cruciaal in de sector en wie niet, zullen we maar zeggen. Dus dat is ook door ons naar de, via de Associatie Wijkteams op de ministerie tafel neergelegd om daar ook helderheid over te verschaffen in de cruciale beroepsgroep. Je ziet dat dat nu beter loopt maar nu worden we geconfronteerd met, nou coronabesmettingen in bepaalde groepen of kinderen met besmetting, of gezinnen met besmetting. Waardoor, nou ja, er ook wel weer een zorg heerst van, ja, als je die dan in andere groepen moet gaan zorg verlenen, in hoeverre is dat dan op dat moment mogelijk en wat is dan het gevolg daarover? Ja. Ik wil nog één aanvulling doen ten aanzien van de politieke discussie. Het is niet per se mijn tafel maar ik wil graag aanbieden om ook inbreng te hebben ten aanzien van wat wij in de praktijk tegenkomen op de onderwerpen die genoemd zijn door het Meldpunt.
Want er zitten echt wel relevante onderwerpen tussen waar we ook een discussie over moeten voeren, om onze uitvoering, wat meer richtlijnen vanuit jullie als raad, ook mee te geven in hun handen. Dat zij dat ook in hun broekzak hebben zitten. De voorzitter: Heel erg bedankt voor het aanbod. En ik weet niet hoe we dit nu verder gaan invullen maar daar gaan we het nu zo’n beetje over hebben. Want iedereen heeft zijn zegje kunnen doen, jullie hebben toelichting kunnen geven. En ik wilde eigenlijk gezien de tijd ook het onderwerp gaan afronden. Heeft iemand een suggestie hoe wij verdergaan met dit rapport? En anders heb ik er zelf wel een maar … Nou, er kom niets op de app. Ik stel voor dat wij dit rapport, de zes vragen die … O ja, daar komen ze. Nee maar de heer Boersma zegt, ga. Nou, dan … Mijnheer Tiebosch, heeft u een vraag of een … De heer Tiebosch: Nou ja, voorzitter, mijn suggestie zou zijn om de functionele aanbevelingen af te wachten en daar ook het commentaar door het college op te laten voorzien. En ook de zes vragen die door het Meldpunt zijn genoemd, om die even wat uit te leggen aan de raad zodat wij daar een goede discussie over kunnen voeren. De voorzitter: Ja. En de heer Boersma. Die niet wilde gaan maar voorzitter. De heer Boersma: Nee, dat krijg je met die spellingscontrole, dan wil je voorzitter en dan maakt die er ga van. Maar ga vooral gerust uw gang.
Nee, ik ben het helemaal eens met de heer Tiebosch, dat het goed is dat we dit op een ander moment terug kunnen we dan nu ik dit rapport voor kennisgeving aannemen. En dan straks gewoon voorbereid op basis van de aanbevelingen nog een keer ook inhoudelijk en dieper op het onderwerp door te gaan.
48
De voorzitter: U was even slecht verstaanbaar maar u sluit zich eigenlijk aan bij de heer Tiebosch. Dus ik vat dat maar samen als dat u zegt van, nou, laat het Meldpunt de aanbevelingen wat meer inhoud geven, laat ze de aanbevelingen doen. En leg die met de zes vragen voor bij het college zodat zij daar iets van kunnen vinden, om het vervolgens in een gesprek met de commissie verder uit te diepen en richting te geven. Alvorens ik vaststel dat dat de richting is die we doen, wilde ik eerst de heer Rovers vragen of dit een procedure is waar hij iets mee kan? Of zegt u van, nee, beste raad, jullie zijn eerst aan zet want we hebben zes vragen gesteld en buig je daar nu eens over, al dan niet met inhoudelijk ondersteuning vanuit het college. Mijnheer Rovers. De heer Rovers: Ja, eigenlijk vind ik dat de vragen al een voldoende aanzet moeten vormen voor uw besluitvorming. En ik heb niet de verwachting, maar ik weet niet misschien dat Anke-Elze daar anders over denkt, dat wij met een hele nieuwe zienswijze komen waar hele bijzondere aanbevelingen uit voortkomen. In eerste instantie denk ik dat dit is wat het is, en dat u met die vragen uit de voeten zou kunnen. En het zou me verdrieten als het, laat ik zeggen, op de lange baan geschoven wordt, in afwachting van een gedegen rapport. Ik heb … Ja, eventueel een A4’tje. De voorzitter: Ja, ik snap hem. De heer Rovers: Geen dikke rapporten.
De voorzitter: Anke-Elze, heb jij daar nog aanvullingen op of zeg je van nou? Mevrouw De Jong Rietstap: Nou, ik wil echt onderstrepen dat ik het geheel met Kees eens ben. Het zou mij ook heel veel verdriet doen want Kees en ik hebben in principe best veel moeite ervoor gedaan. De voorzitter: Zeker. Mevrouw De Jong Rietstap: En wij vinden inderdaad dat de raad eerst aan zet is. En het is natuurlijk logisch dat de raad ook wil weten of we eventueel wat meer inhoudelijke adviezen zouden kunnen hebben. Maar ik vind dat we daar dan pas in een veel en veel later stadium zeg maar over zouden kunnen hebben. En dan vind ik ook dat er een herformulering van de opdracht. Want ik wil niet plotseling op de formele tour gaan, maar ik vind dat wel heel belangrijk dat we weten waar we het over hebben. De voorzitter: Nee, dat is belangrijk. Toetsen bij jullie of wij de goede richting uit denken of niet, en je onderstreept de woorden van de heer Rovers dus dat is helder. De heer Van der Linden steekt zijn vinger op maar die moet heel even wachten want mevrouw Loudy heeft haar handje en dat is groter. Dank u wel. Mevrouw Nijhof: Mevrouw Loudy word ik nu al. De voorzitter: Ja. Mevrouw Nijhof: Nou goed, haha.
49
De voorzitter: Sorry, het wordt laat. Mevrouw Nijhof: Ja. Nee, nou ik zou in ieder geval daar nog op willen zeggen, op het voorgaande, want ik ben het daar natuurlijk helemaal mee eens, als we een laagje dieper gaan, zeg maar, dan om in ieder geval ook aanbod van mevrouw Theunissen aan te nemen. En de volgende keer, ook echt de heer Van der Vlies aan tafel te hebben. Want voor een aantal onderwerpen, onder andere die cliëntondersteuning en die toegang, en ook wat we gehoord hebben met betrekking tot huiselijk geweld en dat soort zaken, is de heer Van der Vlies echt noodzakelijk om daar, ja goed, zijn reactie op te geven. Zodat wij ook weten of wij het wel goed georganiseerd hebben. De voorzitter: Helder, helder. De heer Boersma meldt zich op de app. Ik zou eerst de heer Boersma willen vragen, beste wethouder. Dan bent u ‘…’ wethouder. De heer Boersma: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja. Ieder op zijn plek, zullen we maar zeggen dan. Nee, het is zeker niet de bedoeling om dit op de lange baan te schuiven hoor, laat ik bij de opsteller van het stuk geruststellen want daar hebben wij veel te veel urgentie op dit hele verhaal. Ik dacht dat er nog een functionele aanbeveling zou komen, en dat noemt het stuk zelf ook. Maar laten we dan vooral, en dat ben ik met mevrouw Nijhof eens, die zes politieke vragen bespreken en dan daar ook de hoofdrolspelers vanuit de uitvoering bij betrekken.
De voorzitter: Helder. Mijnheer Van der Linden, u wilde daar nog iets aan toevoegen? De heer Van der Linden: Ja, nou, een minuut geleden was het nog niet zover dat we deze kant uitgingen, maar het lijkt mij heel zinvol. En we kunnen best op basis van het stuk wat er ligt en het gesprek wat nu gevoerd is, met een collegereactie komen. Dat doen we dan in de vorm van een rib denk ik. En laten we zeggen, binnen zes weken moet haalbaar zijn, dat is echt geen lange baan. En daarmee kunnen we denk ik het vervolggesprek voeren met de vormgeving die je in de commissie wil hebben. Ja. De voorzitter: Goed. Helder. Dan stel ik voor dat we inderdaad vaststellen dat het college de zes vragen wat verder uitdiepen, voorziet van. Dan laat ik maar in het midden wat dat is. En dat we aan de hand van die zes punten binnen de commissie een discussie voeren die we misschien op een wat andere manier vormgeven dan dat we die altijd gewend zijn. Maar laten we daar even afwachten hoe de zaken zich in dit land ontwikkelen. Want het maakt nogal uit of we fysiek bij elkaar kunnen komen of dat we nog steeds via die verschrikkelijke beeldschermpjes moeten zien te praten met elkaar. Dus ik stel voor dat u binnen, met een week of zes de beantwoording verzorgt, en dat dan de commissie zich buigt over inhoud en vorm van het gesprek. Dat is vastgelegd door de griffier. Yes. Dan hebben we daarover een besluit. 6.
Raadsvoorstel Zienswijze begrotingswijziging Serviceorganisatie Jeugd ZHZ 2021 – Raadsvoorstel De voorzitter: Dan gaan wij, ondanks dat het één minuut voor elf is, moeten we nog één punt behandelen, dat is namelijk het raadsvoorstel zienswijze begrotingswijziging
50
Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid 2021. Dit is vorige week in de rondvraag aangekondigd en ter bespreking toegevoegd aan deze themabespreking. Politieke vragen zijn niet door de werkgroep voorbereid, ondanks dat het hier wel staat. De simpele vraag is, kan de commissie instemmen met deze zienswijze op de begrotingswijziging? Of heeft u behoefte aan een debat daarover? Of zegt u van, wij zijn het er niet helemaal mee eens en wij willen daar volgende week dinsdag tijdens de raad wat wijzigingen op aanbrengen middels moties of amendementen? Zal ik de vraag wat gaan toespitsen. Kunt u instemmen met het afhameren van deze zienswijze? Of zegt u van, ja … Mevrouw Nijhof. Uw microfoon. Microfoon, mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: O jee, ja. De voorzitter: Microfoon. Mevrouw Nijhof: Ja, ja het is laat, sorry. Nee, ik zou toch voor uw derde optie die u net noemde, volgende week in de raad en dan, ja, kijken of we een motie of een amendement in moeten dienen. De voorzitter: Oké, dan stel ik voor dat we … O, ik zie dat mevrouw Van der Ham zich ook meldt. Mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Ja, voorzitter, gaan we dan nu geen woordvoering doen op dit onderwerp meer? De voorzitter: Dan gaan we nu geen woordvoering meer doen wat mij betreft.
Mevrouw Van der Ham: Doen we het gelijk in de raad? De voorzitter: Dan doen we het eigenlijk in de raad, maar dan besluiten we daar met zijn allen toe. Mevrouw Van der Ham: Ja. Maar dan is het misschien wel goed om even te inventariseren wie wat wil qua zienswijze? Om dat te organiseren. De voorzitter: Of er überhaupt moties of amendementen zijn, zegt u? Mevrouw Van der Ham: Ja, ik wil wel amenderen. De voorzitter: U wilt amenderen. Mevrouw Van der Ham: Ja. De voorzitter: Nou, dan is het al duidelijk, dan wordt het gewoon per definitie een bespreekpunt. Toch? Laten we dat dan … Ik wil gerust nog een uur hier zitten en daar aandacht aan besteden maar ik denk niet dat dat tot veel meer inzichten leidt. En dat we beter volgende week het stuk kunnen bespreken in de raad waarbij wij ons de heilige plicht op ons nemen om dat te doen aan de hand van de amendementen en moties. Is dat een afspraak die we kunnen maken?
51
De heer Van der Net: Voorzitter? De voorzitter: John. Mijnheer Van der Net, sorry. De heer Van der Net: Ja, nou ja, kijk, even over het proces. We hebben dus helemaal nog niet over de inhoud gesproken in de commissie. En nu schuiven we het gelijk weer door naar de raad. Ik vind dat niet de meest zuivere methode. De voorzitter: Nee, ik ben het … De heer Van der Net: Dus ja, ik bedoel van, we moeten als commissie ook wel in de gaten houden dat we toch zoveel mogelijk gewoon inhoudelijk eerst in de commissie praten over wat er politiek speelt en niet zo doorschuiven. Dat wilde ik even kwijt nog. De voorzitter: Ik ben het … Ik begrijp volledig uw standpunt en uw opmerking. Ware het, en ik zou dat ook graag willen, ware het niet dat er een fatale beslisdatum zit. De zienswijze moet voor 12 februari ingediend worden bij de Dienst Gezondheid en Jeugd. En wij hebben alleen 26 januari als vergaderdatum voor de gemeenteraad om daar iets van mee te doen. Dus ja, we zitten een beetje in een tijdsklem. De heer Van der Net: Maar goed, laten we het dan wel inderdaad wel echt puur dan houden op motie of amendement op dit punt. Want anders dan, ja, als we dit al vaker zou doen … De voorzitter: Nee, dat weet ik … De heer Van der Net: Dan denk ik dat we toch wat missen. Maar goed, dit is prima, voorzitter. De voorzitter: Nee hoor, daar heeft u gelijk in.
En gelukkig is er geloof ik niet veel op de agenda volgende week, dus het is ook niet dat we nou gelijk de agenda vol zitten te smeren. De heer Van der Net: Nee, nee, nee. Mevrouw Van der Ham: Mevrouw: Maar, voorzitter? De voorzitter: Ja. Mevrouw Van der Ham: Want de heer Van der Net geeft nu aan, dan gaan we het alleen over moties of amendementen hebben, maar we hebben nog helemaal geen gelegenheid gehad om woorden te wijden aan dit stuk. Dus ik denk dan, ik begrijp dat we het direct moeten bespreken in de raad, of nu doorgaan of in de raad bespreken. Maar het gaat hoe dan ook, gaat het anderhalf uur bespreektijd vergen, of dat nu in de commissie is of in de raad, dat maakt mij dan in dit geval niet uit, maar daar gaat wel even tijd overheen.
52
De voorzitter: Ja, dat zit erin. Maar dat, nou ja goed, democratie mag wat kosten, dus ook wel wat tijd. Mevrouw Nijhof, wilt u nog wat toevoegen? Niet. Mevrouw Nijhof zit geloof ik al een beetje te slapen. Ja, of haar beeld is. De heer Van der Net: Het beeld zit vast hoor, voorzitter. De voorzitter: Dat denk ik ook. Ik begrijp dat mevrouw Van der Ham maakt terecht de opmerking, we hebben daar nog niet over gesproken dus ja, dat is dan lastig. Maar laten we proberen het zo compact mogelijk te doen, waarbij je moties en amendementen de leidraad vormen tot het gesprek. Ja, en dat gaat wel anderhalf uur duren. Nou, dan weet de griffie dat maar en dan kunnen ze daar rekening mee houden. Ik stel voor dat we het dus agenderen in de raad met een spreektijd van twee minuten? Of moeten het er vijf zijn? Ik zie dat de heer Bosman zich nu meldt op de app om ook nog iets te zeggen. Eerst mevrouw Van der Ham. Mevrouw Van der Ham: Ja, ik heb vijf minuten nodig. De voorzitter: U heeft vijf minuten nodig. Nou, dan worden het er vijf. De heer Bosman merkt terecht op, de vraag op, of die merkt terecht op dat de amendementen op tijd moeten worden ingediend. En iedereen zegt van, graag natuurlijk, dat willen we allemaal. Tijdig is in ieder geval voor de fractievergadering van maandag.
En als het eerder kan, dan is het fijn als het eerder is want dan kan je misschien ook nog kijken of je op elkaar kan aansluiten. Binnen deze commissie over het algemeen de goede gewoonte dat we redelijk op één lijn zitten in een aantal zaken. Ik weet niet of dat nu weer zo is maar dat hoop ik dan maar. Ik zag net nog even het handje van mevrouw Nijhof maar dat is weer weg. Ik denk dat we daarmee aan het eind … O. Daarmee aan het eind komen van deze vergadering zo langzamerhand. Er liggen nog twee punten ter behandeling, de reactie van de SOJ op de definitieve begrotingswijziging 2020 en het inkoopkader jeugdhulp. Ja, daar komen we door tijdnood niet meer aan toe. En dat schuift dus door naar een volgende vergadering. Nou, ik denk dat iedereen daar wel mee kan instemmen. Dan rest ons nog een drietal dingen uit mijn hoofd. Dat is namelijk de nieuwe behandelvoorstellen. 9. Raadsinformatiebrief van het Service Organisatie Jeugd inzake Follow The Money publicatie en tussenrapportage Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd De voorzitter: Punt 9. O, punt 9, dat is de brief van … De raadsinformatie van de Serviceorganisatie Jeugd inzake Follow the Money publicatie en tussenrapportage Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
Ik weet het niet zeker maar volgens mij zijn dit bij de brieven of een pakketje wat vooral hoorde bij de bespreking van punt 4, de zogenaamde misstanden bij de jeugdzorgaanbieders. Dus wilde ik dat verder maar ter kennisgeving aannemen. Daar hoeft volgens mij niks meer aan gedaan te worden. Agendadeel: Nieuwe behandelvoorstellen De voorzitter: Agendadeel, nieuwe behandelvoorstellen.
53
11.Raadsvoorstel Vaststellen Beleidsnotitie Ontmoetingsplekken – Raadsvoorstel De voorzitter: Raadsvoorstel vaststellen beleidsnotitie ontmoetingsplekken. Voorstel is om dat als hamerstuk te agenderen. De heer Van der Net: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Van der Net. De heer Van der Net: Wij wilden dit toch bespreken, en ik heb een aantal politieke vragen opgesteld. Ik zal … De eerste vraag is, waarom wordt er gekozen voor een zelfstandige exploitatie in plaats van beheerd door vrijwilligers? Dan ook dan daarnaast de vraag van, hoeveel mensen maken nu gebruik van de al bestaande plekken? Wat zijn de redenen dat men gebruikmaakt van wat ik dan eigenlijk al noem, de buurthuizen? En als derde vraag nog, er zijn al veel ontmoetingsplekken zoals parken, speeltuinen, horeca maar ook verenigingen, sportverenigingen, en waarom wordt er toch dan vanuit de overheid nog meer plekken gecreëerd? En we willen graag daar een gesprek over, over dubbelfuncties dan. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Oké, drie vragen geformuleerd. Mijnheer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Ja, dank, voorzitter. Ja, ook wij van het CDA willen deze vraag graag bespreken. En dan sluiten we eigenlijk ook aan bij de vragen van de VVD.
Daarnaast, ja vragen wij ons ook af van, ja, als je teruggaat naar zeg maar de ontmoetingscentra in wijken, is dat niet heel erg hetzelfde als wat we in het verleden hebben gehad met de Dordtse Welzijnsorganisatie, wat wij eigenlijk niet weer zouden willen. Dus dat is eigenlijk onze belangrijkste vraag. De voorzitter: Oké. Twee partijen willen dit bespreken. Zijn er nog andere partijen die zich hierbij aansluiten? Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, wij sluiten ons aan. De voorzitter: Dan hebben we drie partijen en daarmee is het een bespreekstuk voor de commissie. 12. Raadsinformatiebrief Rookverbod overheidsgebouwen – Raadsinformatiebrief De voorzitter: Raadsinformatie rookverbod overheidsgebouwen. Voorgesteld ter kennisgeving aan te nemen. 13. Afschrift reactie aan Platform tegen Armoede Drechtsteden De voorzitter: Afschrift reactie Platform tegen Armoede Drechtsteden. Voor kennisgeving aannemen. Brief van het Regionaal Netwerk Cliëntenparticipatie inzake vijf prioriteiten vanuit perspectief van jongeren en ouderbetrokkenheid. Mijnheer Boersma, ik hoor u brommen.
54
De heer Boersma: Ja, voorzitter, u was een beetje te snel. De voorzitter: O, sorry. De heer Boersma: Nog even bij het vorige punt, op zich prima om kennis te nemen van de reactie aan het Platform tegen Armoede Drechtsteden. Ik zou wel graag van wethouder Heijkoop een terugkoppeling horen op het gesprek wat hij nog gaat voeren met het Platform. Ik ben benieuwd hoe dat gesprek dan gelopen is. De voorzitter: Ik heb inmiddels begrepen dat dat gevoerd is. Misschien … De heer Boersma: Oké. De voorzitter: Nee, dat gaan we niet doen. Dat mag die de volgende keer doen. Vindt u niet, want anders gaan we erg uit de tijd lopen. De heer Boersma: Eens. 14. Brief van Regionaal Netwerk Cliëntenparticipatie inzake vijf prioriteiten vanuit perspectief van jongeren en ouderbetrokkenheid De voorzitter: Regionaal Netwerk Cliëntenparticipatie. Ter kennisgeving aannemen en de inhoud betrekken bij de bespreking van jeugdhulp. Dat heeft u zojuist kunnen doen. Brief aan de gemeenteraad inzake niet werkend systeem jeugd … Mevrouw Nijhof: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Voorzitter? Ja, nou ja, goed, ik stak mijn handje op maar u zag me niet. Sorry. Even over die cliëntenparticipatie. Zou het niet een idee zijn om dat bij te voegen bij hetgeen wat we nu hebben afgesproken rondom … De voorzitter: Meldpunt. Mevrouw Nijhof: Het Meldpunt, zeg maar. De voorzitter: Goed.
Mevrouw Nijhof: Omdat we daar heel erg het cliëntperspectief missen. We zitten daar weer met, laten we zeggen, bestuurders aan tafel. En hier worden ook heel erg dingen genoemd die, nou ja goed, die ouders heel erg zorgen baren. En die we, waar we nog niet in voorzien hebben. De voorzitter: Oké. Mevrouw Nijhof: Dus zou dat een idee zijn?
55
De voorzitter: Ik vind het een goed idee. Ik weet niet wat de anderen, eens met Loudy wordt er al gezegd in de chat van de heer Boersma. Ik denk dat het nooit erg is om stukken toe te voegen aan dergelijke belangrijke onderdelen dus ik stel voor dat we dat toevoegen. En het is genoteerd. 15. Brief aan gemeenteraad inzake niet werkend systeem jeugd, zorg en wonen De voorzitter: En misschien geldt dat ook wel voor de volgende brief aan de gemeenteraad inzake niet werkend systeem jeugd, zorg en wonen. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Die wordt doorgeleid naar het college ter beantwoording. Die kan mee worden genomen bij die brief van het Meldpunt. Mevrouw Nijhof: Ja. Nou ja, wel eerst graag beantwoording denk ik, want het is wel belangrijk. De voorzitter: Oké. Dan stel ik voor dat die beantwoord wordt. En dat geheel, zo mogelijk, wordt toegevoegd aan de bespreking van het Meldpunt. Laten we wel blijven focussen daarbij op het Meldpunt. 16. Brief aan gemeenteraad inzake onbehoorlijk bestuur wethouder P. Sleeking ToBe-drama De voorzitter: En dan tot slot een brief aan de gemeenteraad inzake onbehoorlijk bestuur wethouder Sleeking bij het ToBe-drama. Voorgesteld om de brief door te geleiden naar het college ter beantwoording. Lijkt mij voor zich spreken. De heer Van Dam Timmers: Ja, voorzitter, daar toch even een kleine vraag bij. Het lijkt me inderdaad ook vanzelfsprekend.
Ik had nog wel even een vraag hierover. Ik kan helemaal niet maken waar deze brief over gaat, dus ik was wel benieuwd als we hier uiteindelijk een afschrift van het antwoord ook krijgen, ben ik wel benieuwd waar dat nou uiteindelijk precies om ging? Want ik heb heel erg mijn best gedaan om deze brief te begrijpen maar ik kom er niet uit. De voorzitter: Een tip, misschien moet u op het nieuwe raadsinformatiesysteem de letters To Be eens intoetsen, dan krijgt u ongetwijfeld een heel dik dossier naar boven. De heer Van Dam Timmers: Van het drama dus, ja. De voorzitter: Van dat drama. Ik denk niet dat u echt een volledig verhaal wil hebben over dat drama want daar wordt u echt niet vrolijker van. Maar als u daar prijs op stelt, kijk even naar het dossier en maak vragen richting griffie zodat ze u van de juiste en volledige informatie kunnen voorzien. De heer Van Dam Timmers: Dank, dan ga ik daar eens naar kijken of ik daar gelukkig van ga worden. Dank voor de toelichting.
56
De voorzitter: Oké. Overig Agendadeel 17. Termijnagenda commissie Sociaal De voorzitter: Dan zijn wij op dit moment toe aan de Termijnagenda commissie Sociaal. En die heb ik tussen mijn papieren liggen. O ja. Voor volgende week staat er een gemeenteraad op de agenda, daar hebben we net een stuk aan toegevoegd vanuit deze commissie. Op 2 februari staat de presentatie van het OCD, rapportage data en duiding sociaal domein, alsmede de raadsinformatiebrief stand van zaken opgave Zorgzame Stad. Dan staat er op 9 februari een avond sport, bestaande uit de raadsvoorstel noodkrediet Wantijbad en het raadsvoorstel WK shorttrack, indien dat gereed is, en het raadsvoorstel woningbouw Dordwijkzone ten behoeve van stadionontwikkeling Krommedijk. Wat wij gezamenlijk met Fysiek zullen doen vanaf tien uur ‘s avonds. En voor wat betreft het raadsvoorstel shorttrack, niet indien gereed, het moet gewoon gereed zijn. Anders is het veel te laat. 16 februari hebben we gemeenteraad en dan 3 maart zijn de gesprekken gaande van sportparkenprogramma. Daar hebben we vanavond in ieder geval één punt aan toegevoegd, dat is het raadsvoorstel met betrekking tot de ontmoetingsplekken. En dat zou op negen maart samen met de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid, het Kromhout, Kasperspad besproken kunnen worden.
Dan zal ook het integraal plan van aanpak van de heer Kolff klaar moeten zijn zodat we een, nou ja, best wel een pittig pakket hebben voor die avond, maar goed. Is dat een goede opbouw van de Termijnagenda? Ik zie geen commentaar dus ik neem aan dat jullie daarmee instemmen. De griffier heeft nog commentaar. De themabijeenkomst gecertificeerde instellingen, jeugd en Jeugdbescherming west. Die zou op 16 maart kunnen. Daar staat nog niks op de agenda. Ja? Mevrouw Nijhof knikte ook instemmend dus … Mevrouw Nijhof: Ja, ik miste hem al namelijk. Ja. Ja. De voorzitter: Dan doen we het op 16 maart. Goed. 18. Overzicht stand van zaken Moties 19. Overzicht stand van zaken Toezeggingen De voorzitter: Dan zijn wij toegekomen aan, volgens mij zo langzamer… O, het overzicht stand van zaken moties en toezeggingen. Ik heb een voorstel aan u, een voorstel van orde voor dat punt. Elke week staan ze er trouwhartig op, elke week besteden we er dan ook weer trouwhartig geen aandacht aan. En mijn voorstel zou zijn om voortaan in de vergadering, na de gemeenteraad, dat opent dan een nieuwe cyclus, om dan dit onderwerp te agenderen. En daarvoor ook minimaal een half uur tijd te reserveren want we lopen elke keer uit de tijd. We behandelen het niet maar ondertussen worden dingen soms dingen wel afgevoerd, dat is mijn idee. Ik weet niet of dat waar is maar dat gevoel heb ik wel eens.
Dus laten we dit gewoon wat structureler gaan aanpakken maar dan één keer per maand, of één keer per cyclus behandelen. Na de gemeenteraad, omdat er
57
in de gemeenteraad soms nog toezeggingen worden gedaan die dan soms niet helemaal goed verwerkt zijn. Denk even aan de shorttrack, dan kunnen we dat gelijk corrigeren als we dat signaleren. Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja, dat lijkt me heel goed idee van u. De voorzitter: Oké. Gaan we dat voortaan zo doen. De heer Boersma is het met mij eens, ik weet niet of er nog mensen zijn die het niet met mij eens zijn? Dat is dan, niet. Nou, dan gaan we dat voortaan zo doen en hebben we dat hierbij afgesproken. Ja? Dan zijn we nu volgens mij wel toe aan de rondvraag. En ik ga maar even het … Ik hoef niet het lijstje af. Heeft iemand iets voor de rondvraag? Mevrouw Nijhof. Mevrouw Nijhof: Ja. Nou, ik wil toch even terug naar het vorige punt, naar de agendering. Want wij hadden net op deze agenda nog twee stukken staan, en die hebben we volgens mij niet verder geagendeerd. De voorzitter: Ja, u hebt gelijk. Mevrouw Nijhof: Ja, ik wil niet vervelend zijn maar … De voorzitter: Nee, dat is niet … Nee, u bent niet vervelend, je hebt gewoon gelijk. Waar moeten we die nog eens even tussen zien te … Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Ik … Mevrouw Nijhof: Want daar zit geen behandeltermijn aan toch, aan die stukken? De voorzitter: Nee. Nee, eigenlijk, dat … Mevrouw Nijhof: Dat is het inkoopkader. De voorzitter: Hè? Mevrouw Nijhof: Ja. Het inkoopkader is dat.
De voorzitter: Nou ja, wat we willen doen, kijk, dat zijn besluiten die genomen zijn. En wat we feitelijk willen bespreken is de reactie van de SOJ op onze zienswijze, om nu eens vast te stellen op welke manier er met onze zienswijzen wordt omgegaan. Dat is één. En twee, hoe acteren onze vertegenwoordigers daarin? Zijn die te vuur en te zwaard bezig met het verdedigen van onze vastgestelde zienswijzen? Of zijn ze aan het polderen om te kijken dat er toch vooral geen, ik chargeer uiteraard want anders heb wethouder Van der Linden of Heijkoop dalijk in mijn nek, maar of zijn ze voortdurend het compromis aan het zoeken waardoor zo’n zienswijze aan kracht kan inboeten? Dat is niet aan een termijn verbonden, maar ik vind wel dat we dat wel een keer moeten doen. Het is meer een soort evaluatief moment over datgene waar in de gemeenschappelijke regelingen, hoe daar gewerkt wordt. Niet het meest sexy onderwerp, of niet het meest
58
spannende maar wel een keer noodzakelijk. 16 maart hadden we net al bestemd voor de …? Hebben die de hele avond nodig? Zou 16 maart een idee zijn om ze daaraan toe te voegen of denken jullie dat ze de hele avond nodig hebben voor de GI? We kunnen dat ook natuurlijk de eerst helft van de avond doen en de tweede helft besteden aan dit verhaal. Mevrouw Nijhof: En ik hoorde net 3 maart noemen, dan hebben we samen met Fysiek die bespreking vanaf tien uur. Kan het daar niet voor? O. De voorzitter: Dat is 9 februari maar daar zit een noodkrediet Wantijbad voor en de shorttrack. En geloof me, dat gaat gedoe geven. Mevrouw Nijhof: O ja, nou. Ja. De voorzitter: En 3 maart hebben we de gesprekstafels. Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: 9 maart hebben we net vol gezet dus 16 maart is de eerste gelegenheid. Ja, het is niet op zijn vroegst maar … Mevrouw Nijhof: Nee. Ja, goed, ik laat anderen maar daar iets over zeggen. Ja, ook. Ja, ik … De voorzitter: Ja, nee. Mevrouw Nijhof: Ikzelf heb nogal wat te bespreken met de GI’s heb ik het gevoel. Dus ja, ik weet niet of dat weer in de verdringing komt straks als we eerst die andere twee stukken gaan bespreken. Dat bedoel ik een beetje. De voorzitter: Nee, dan moeten we eerst de GI’s. Mevrouw Nijhof: Ja, oké. De voorzitter: Of het risico dat … Met het risico dat we er weer niet aan toekomen, maar dat is dan maar zo.
Mevrouw Nijhof: Ja, dan lijkt het me een goed idee. De voorzitter: Ja? Mevrouw Nijhof: Ja. De voorzitter: Kan iedereen daar … Zijn er mensen die het daar niet mee eens zijn? Ik zie niemand meer op de chat bewegen. Tenslotte Nieuwe behandelvoorstellen
59
20. Rondvraag De voorzitter: Dan gaan we nu wel naar de rondvraag. Zijn er mensen die iets hebben voor de rondvraag? Niemand heeft iets voor de rondvraag. 21. Sluiting De voorzitter: Nou, dan valt het toch nog mee, vijf voor half twaalf ronden we deze vergadering af. Met dankzegging aan ieders aanwezigheid en speciaal de mensen die ingelogd hebben om ons te voorzien van de nodige informatie, maar die zijn denk ik al naar bed. Iedereen tot volgende week, welterusten. De heer Kwaak: Welterusten. De heer Van Dam Timmers: Fijne avond allemaal. Mevrouw Van der Ham: Welterusten.
60