CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.10 2025.02.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 11 maart 2025, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 4 februari 2025 en de Dordtse Dinsdag van 21 en 28 januari en van 11 en 18 februari 2025 Vergaderzalen 1, 3 en 527.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En laten we daarbij gewoon weer dezelfde volgorde aanhouden als in de eerste termijn. Dan beginnen we weer bij de heer Kuhlmann van de VVD. De heer Kuhlmann: Mooi. Dank, voorzitter, dat ik op de eerste rij mag. Kort. Laat ik weer de waardering uitspreken dat er iets meer helderheid is gekomen rondom die leerprogramma's. We moeten daar misschien nog even een beetje op malen. Die tijd is er denk ik ook, want het is nog geen 11 maart. Maar in elk geval waardering dat we daar wat meer beeld bij hebben. Laat ik daar een slotopmerking specifiek over maken rondom inwoners. En hen te helpen rondom de participatie geldt denk ik, denken wij dat in de eerste plaats je participatie zo moet organiseren dat het zo laagdrempelig mogelijk is. Dat je zonder voorkennis zoveel mogelijk dingen kunt doen. Waar het gaat om ... Tegelijkertijd zien we ook wel de meerwaarde om mensen, waar dat kan, waar dat past, wat toe te rusten. Maar dan zouden we graag, uiteindelijk zijn het beperkte middelen, om die zoveel mogelijk in te zetten op de breedst mogelijke groep. En ik snap dat er fijnproevers zijn die graag daar, als het kan, misschien wel zo diep mogelijk in willen gaan. En op zichzelf niet verkeerd, zeker als er toch al programma's worden gemaakt ook voor andere groepen, om mensen daarin mee te nemen.

Maar onze oproep is om daar niet alle tijd en energie in te steken, omdat we het liefst een zo breed mogelijk bereik willen hebben. Dan over die raadswerkgroep. Als er raadsleden zijn die heel graag die raadswerkgroep binnen laten ontstaan, dan willen wij daar niet voorliggen. En op het moment dat die ontstaat, dan beraden we ons even of we daaraan mee willen doen. En zo ja, dan laten we dat aan de griffie weten. De voorzitter: Helder. Dank. De heer Van Dam Timmers, CDA.

20

De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dank ook voor de verhelderende antwoorden. Ik kan grotendeels wel vinden in wat de heer Kuhlmann ook zegt rondom de wenselijkheid van bijvoorbeeld die leerprogramma's. Ik denk dat de sleutel is toch inderdaad ook het simpel houden en dat de praatplaat een hele mooie aanleiding biedt om met mensen in gesprek te zijn. En mijn oproep zou vooral zijn om het laagdrempelig en simpel te houden en geen uitgebreide, grote dingen te gaan doen, omdat je daarmee uiteindelijk misschien alleen de hele intensieve betrokken burger bereikt. Maar die mensen zou ik vooral adviseren om lid te worden van een politieke partij en om mee te denken in de verkiezingsprogramma's richting de verkiezingen van 2026. En in mijn partij kan dat op een hele leuke manier. Ik adviseer de andere mensen dat ook. En voor de rest denk ik, zo’n afwegingskader, dan ben je al echt een heel eind en dan neem je mensen al heel erg mee. En mensen die echt heel veel verder willen, denk ik dat we daar onze beperking moeten kennen, ook in mensen en budget. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Feijter, ChristenUnie/SGP. De heer De Feijter: Dank u wel, voorzitter. Bedankt ook voor alle antwoorden weer en de verheldering die er denk ik inderdaad ook voor een deel weer is gekomen. Ik denk dat leerprogramma's toch nog wel voor wat spraakverwarring zorgt.

Misschien ook nog een beetje op zoek naar een andere term ervoor. Verder sluit ik me ook grotendeels aan bij voorgaande sprekers. Wat ons betreft moet je zowel zonder als met leerprogramma kunnen meedoen met participatie en moet het vooral laagdrempelig vormgegeven zijn. En die verwachtingen, dat vind ik toch dat dat nog niet ver genoeg naar boven is gekomen. De heer Safranti heeft het gelukkig wel een aantal keren genoemd. Maar wat ons betreft mag daar echt nog wel wat nadruk op liggen in de uitwerking van, hoe zorgen we ervoor dat inwoners passende verwachtingen hebben bij het juiste participatieniveau? Even kijken. En nogmaals, die bureaucratische opsmuk, daar willen we echt voor waken. Hij wordt inderdaad gewoon klein. En ten aanzien van de raadswerkgroep is het standpunt niet veranderd. Zijn wij op zich nog steeds voor. Juist ook om ervoor te zorgen dat het een beetje kleinschalig blijft. De voorzitter: De heer Schalken, Beter voor Dordt. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, ik heb ook niet zoveel tekst meer nodig. Eigenlijk eens met wat de vorige partijen hebben aangegeven, doe het vooral zo praktisch mogelijk. En wat ik al in mijn eerste woordvoering aangaf, wel gericht ook op het participatieproces wat op dat moment loopt, waar mensen zich bij aansluiten, omdat het ook verschillend is per onderwerp hoe participatie vormgegeven wordt.

En met betrekking tot de raadswerkgroep, prima. En daar wil Beter voor Dordt ook een bijdrage leveren, als het nodig is. De voorzitter: Dank. De heer Hartmeijer, SP. De heer Hartmeijer: Dank. Ik had net in mijn vorige betoog al iets gezegd over die werkgroep. Ik denk dat een werkgroep wel nuttig kan zijn, in die zin dat ze inderdaad een keer zo'n commissie gaan organiseren, waar we dan casussen uit het verleden gaan bekijken om te kijken, wat miste hier in de participatietrajecten waar het niet zo goed ging? Maar ook daar in ieder geval lering uit te trekken. Inderdaad wat de heer De Feijter

21

ook aangaf, we moeten waken voor die bureaucratie. Ik ben niet overtuigd dat al die organisaties aan de voorkant ... Dat we dat zomaar moeten gaan opstarten. Ik zou het gewoon in die volgorde willen houden van, eerst met die raadswerkgroep en dan die vergadering plannen en kijken wat daar dan miste in het verleden. Wat hebben we eigenlijk echt nodig? En niet zomaar aan de voorkant al meteen allerlei organisaties op gaan zetten met de vraag, wat gaan die dan precies allemaal doen? De voorzitter: En betekent dat dat u met een amendement komt of met een motie of iets anders? De heer Hartmeijer: Een amendement is zeker mogelijk. De voorzitter: Een amendement is mogelijk. De heer Gündogdu, Op Ons Eiland. De heer Gündogdu: Voorzitter, wederom onze dank richting het college. Met de toelichting die zojuist is gegeven over het leerprogramma, maar ook de werkgroep, daar zijn we heel content mee. Met name dat straks er een verordening kan komen van de raad lijkt het ons voor de hand liggend dat überhaupt raadsleden ook een bijdrage leveren in de voorbereiding daarvan. En heel veel succes met de uitwerking, maar dat geldt ook voor deze raad natuurlijk. Niet alleen bij het college. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter.

De ondersteuning, zo noem ik het dan toch maar even, van zowel raad als burgers op een passende wijze, is natuurlijk heel gewenst. Dat vraagt wat investeringen aan de voorkant. De wethouder heeft toegelicht dat dat aan de achterkant juist ook weer gedoe kan besparen. En, denk ik, en passant bijdragen aan betere besluiten en ook beter bijdragen aan betere betrokkenheid van burgers bij bestuur en de overheid. Ik denk dat een beetje investeren aan de voorkant, natuurlijk moet je dat beperkt houden, niet meer dan nodig is, geen onnodige bureaucratie. Maar een beetje investeren aan de voorkant is denk ik nodig om dit goed te kunnen laten slagen. En dat lijkt mij heel goed om ... Ik denk graag mee in die werkgroep. De voorzitter: Dank u wel. De heer Safranti, DENK. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk had ik geen extra toelichting. Alleen ik ben blij met de toelichting die we vanuit de wethouder hebben gekregen. En ook zeker wat collega-raadsleden hebben gezegd. Die beaam ik natuurlijk. Zeker als het gaat om de teleurstelling eventueel te voorkomen, maar ook het goed bij betrekken van de burgers in dit geval. Wat ik net zei, ik wil niet in herhaling vallen, maar bureaucratie zo laagdrempelig mogelijk houden. En de andere punten zijn eerder al genoemd. Ik ben zeker tevreden. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Pelt, Forum voor Democratie.

De heer Van Pelt: Dank u wel. Ik zal even mijn zin afmaken. Wij vinden het geen verkeerd plan. Tegelijkertijd hebben wij wel een beetje de vrees dat het probleem waar dit plan een oplossing voor poogt te zijn wel heel taai is en diep geworteld is. Een

22

afgenomen politieke betrokkenheid bij de burger. Volgens mij een proces wat zich echt over decennialang heeft voltrokken. Het is niet verkeerd om iets te pogen. Tegelijkertijd hebben wij wel een beetje een aarzeling of dit inderdaad iets teweeg gaat brengen. Niet geschoten is altijd mis. Maar wij denken zelf dat iets wat meer kans van slagen heeft om echt een beweging te creëren, dat zou een systeem van referenda zijn. Dat is natuurlijk veel spannender, maar ik denk dat je daar wel meer beweging en ook meer betrokkenheid van de burger op het grondvlak mee kan creëren. Dank u. De voorzitter: En betekent dat dat u met een amendement komt of met een motie? De heer Van Pelt: Dat weet ik nog niet. De voorzitter: Mogelijk. Dan constateer ik dat er in ieder geval breed draagvlak is voor de raadswerkgroep. Dat is ongetwijfeld ook zo genoteerd. Ook wel breed draagvlak voor het raadsvoorstel. Maar een mogelijk amendement vanuit de SP. Voor het vervolg wil ik dan voorstellen om hem door te sturen als hamerstuk naar de raad. En dan wordt hij onthamerd als de SP met een amendement komt, waarbij dan alleen over dat amendement gesproken wordt. En als Forum voor Democratie met een amendement komt, geldt natuurlijk exact hetzelfde. Kunt u daarmee instemmen? Ja. Twee minuten spreektijd? Ja. Dan wil ik u danken. Dan wil ik u vragen om uw glazen en flesjes en zo op te ruimen.

En dan sluit ik de vergadering. 2. Raadsinformatiebrief over Uitvoeringsprogramma’s Visie sociaal domein Dordrecht 2030 – Raadsinformatiebrief (inclusief inspreker) Voorzitter: Mevrouw Kruger Raadsgriffier: De heer Boogaard Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Ayverdi (DENK) Mevr. Balorian (VVD) Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Burakçin (GroenLinks) Dhr. Van Dam Timmers (CDA) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. De Heer (ChristenUnie/SGP) Mevr. Kamphuis (SP) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter voor Dordt) Mevr. Schnabel (Partij van de Arbeid) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Venderbos-Lambinon (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder C. van Benschop, wethouder R. van der Linden Ambtelijke ondersteuning: mevr. Van Oostrom, dhr. Haksteeg, mevr. De Lange, dhr. Holstein, mevr. Dekkers, mevr. Nieuwenhuis, dhr. De Koning Inspreker: mevr. Rietstap

23

De voorzitter: Goedenavond allemaal, welkom bij de commissie over de uitvoeringsprogramma’s Visie sociaal domein 2030. Ik dacht dat het één uitvoeringsprogramma is, maar het zijn er meerdere. Vier zelfs, zie ik nu. Welkom aan alle raadsleden, aan de wethouder. We hebben zo ook nog een inspreker, mevrouw Rietstap. En welkom alle mensen hier op de tribune. Die kan ik nu zien, omdat de camera op me gericht is. Uiteraard alle mensen thuis. Er zullen velen aan onze lippen hangen. Ik zou eerst graag zo meteen het woord geven aan mevrouw Rietstap. Maar voordat we dat doen, gaan we even met zijn allen een rondje doen wie we zijn, namens wie we zijn. Ik moet weer even omschakelen. Ik kom net uit een andere commissie. Wie we zijn en waarvoor we hier zitten. Begin ik even aan mijn linkerkant. De heer Boogaard: André Boogaard, commissiegriffier. Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Susan van Oostrom, strateeg sociaal domein. De heer Haksteeg: Stephan Haksteeg, senior adviseur social domein. Mevrouw De Lange: Deborah de Lange, strateeg sociaal domein. De heer Venderbos-Lambinon: Cees Venderbos-Lambinon, Partij voor de Dieren. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken-den Hartog, Beter voor Dordt. De heer Van Dam Timmers: Jan van Dam Timmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Burakçin: Necdet Burakçin, GroenLinks.

De heer Ayverdi: Emin Ayverdi, DENK Dordrecht. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. Mevrouw De Heer: Betsie de Heer, Forum voor Democratie. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. Mevrouw Balorian: Mailys Balorian, Dordtse VVD. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie/SGP. De heer Holstein: Lesley Holstein, ambtelijke ondersteuning strateeg sociaal domein. Mevrouw Dekkers-Kamp: Leonie Dekkers, ambtelijke ondersteuning beleidsadviseur armoede en schulden. Inspreker: Anke-Elze Rietstap, inspreker.

24

Mevrouw Van Benschop: Chris van Benschop, wethouder. De voorzitter: Dat zijn heel veel mensen aan tafel. Ik wil nog even een korte toelichting geven waarom we hier eigenlijk allemaal om de tafel zitten. De gemeenteraad heeft vorig jaar de Visie sociaal domein Dordrecht 2030 vastgesteld. En die visie is door het college uitgewerkt in vier uitvoeringsprogramma's. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief van het college. En de Agendacommissie heeft besloten om hiervoor een beeldvormende vergadering te houden. Namens het college zal een technische toelichting worden gegeven op de vier uitvoeringsprogramma's. En per programma is er de gelegenheid voor het stellen van verduidelijkende vragen. Maar we beginnen eerst met een inspraakbijdrage van mevrouw Rietstap. En als mevrouw Rietstap die heeft gedaan, kunt u ook nog korte vragen eventueel ter verduidelijking aan haar stellen. Mevrouw Rietstap, mag ik u het woord geven? Inspreker: Dank u wel, voorzitter. Geachte leden van de beeld- en oordeelsvormende commissie, griffier, mevrouw Van Benschop, tafelgenoten, ambtenaren en mensen op de tribune, ik ben Anke-Elze Rietstap, bestuurder van Stichting Ouderplatform Zuid-Holland Zuid, inwoner van onze schitterende stad en moeder van 2 prachtige kinderen met een neurodiverse ontwikkeling.

Vandaag ligt de RIB over de 4 uitvoeringsprogramma's van de Visie sociaal domein Dordrecht 2030 voor. We zijn blij met de reactie van het college op ons advies en alle tijd en aandacht die mede door de ambtenaren in dit onderwerp is gestoken. Toch voel ik vanavond de noodzaak om in te spreken. Ik maak me ernstig zorgen over de gevolgen van de verschraling van het aantal jeugdhulpaanbieders. Het idee is dat minder aanbieders leidt tot meer efficiëntie en lagere kosten. Maar de praktijk laat iets anders zien. De zorg verslechtert, de kosten stijgen en steeds meer kinderen dreigen tussen wal en schip te vallen. Waarom? Omdat minder aanbieders betekent minder maatwerk. Jeugdhulp is geen one size fits all oplossing. Kinderen met complexe problemen, zoals trauma, autisme of hechtingsproblematiek hebben gespecialiseerde hulp nodig. Het leidt tot misdiagnoses, ineffectieve behandelingen en uiteindelijk nog grotere problemen. Langere wachttijden. Hoe minder aanbieders, hoe groter de druk op de overblijvende organisaties. Wachttijden lopen op en in de tussentijd escaleren problemen. Een kind dat nu lichte ondersteuning nodig heeft, heeft na maanden wachten misschien crisiszorg nodig. Grote aanbieders krijgen een monopolypositie en kunnen daardoor de tarieven opdrijven, zonder dat dit leidt tot betere zorg.

Ondertussen verdwijnen kleinschalige flexibele initiatieven die wel maatwerk en snelle hulp bieden. Artikel 2.3 vijfde lid van de Jeugdwet bepaalt dat de jeugdige en zijn ouders zoveel mogelijk keuzevrijheid moeten hebben in de zorg die zij ontvangen. Door aanbieders te schrappen, wordt de keuzevrijheid sterk ingeperkt. Gezinnen worden gedwongen zorg af te nemen die niet aansluit bij hun specifieke behoefte, met alle gevolgen van dien. Om nog maar te zwijgen over de onvrede die zal ontstaan omtrent identiteitsgebonden zorg. De mastodonten, grote uitgestorven dieren, worden gedwongen om toch specialistische zorg aan te bieden, terwijl ze die expertise niet in huis hebben. En dit betekent dat ze extreem dure externe specialisten moeten inhuren om hun aanbod te completeren. Deze specialisten werken vaak via freelance of bemiddelingsbureaus tegen torenhoge tarieven.

25

Zichzelf een bocht te wringen om expertise op te zetten die niet in de oorspronkelijke visie pasten, wat leidt tot bureaucratie, inefficiëntie en een gebrek aan kwaliteit. Ondermaatse zorg leveren tegen een hogere prijs, omdat ze niet de juiste kennis en ervaring hebben. Het resultaat, een nog duurder en inefficiënter zorgsysteem. En laten we eerlijk zijn, we kunnen feitelijk vrij eenvoudig constateren dat wij als Ouderplatform het gelijk aan onze zijde hebben. De kosten zijn namelijk al explosief gestegen toen we van een kleine 500 jeugdhulpaanbieders naar zo'n 120 gingen. Ik zie u denken. Mijn cijfers zijn juist. Raadsleden die mij kennen, weten dat ook. Ik heb nog even navraag gedaan bij het voormalig contractmanagement en de voormalige directie van de Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid. Ondanks onze niet aflatende waarschuwingen aan deze regio en de toenmalige wethouder van Rotterdam, Hugo de Jonge, later minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, werd er niet naar ons geluisterd. De gevolgen zijn inmiddels zichtbaar. Ondanks een exponentiële toename van het jeugdhulpbudget vallen steeds meer kinderen en jongeren tussen wal en schip. We zien nu al dat gezinnen vastlopen en professionals afhaken door de hoge werkdruk. Als we het tij niet keren, blijft er straks alleen nog peperdure crisiszorg over.

Daarom roep ik u op om te kiezen voor een divers en toegankelijk zorglandschap, waarin elk kind de hulp krijgt die het nodig heeft en waarin de keuzevrijheid, zoals vastgelegd in de Jeugdwet, wordt gewaarborgd. Alleen zo voorkomen we dat problemen escaleren, respecteren we het recht van gezinnen om de zorg te kiezen die bij hen past en kunnen we eindelijk eens gaan besparen. Ik wil u, commissieleden, voorzitter, griffier, mevrouw Van Benschop, tafelgenoten, ambtenaren en de mensen op de tribune hartelijk bedanken voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Rietstap. Heeft iemand van de commissie een vraag aan mevrouw Rietstap? De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dank ook voor het vlammende betoog eigenlijk van mevrouw Rietstap. Interessante gedachte die u ook deelt over die verschraling. Ik ben wel benieuwd, u heeft het inderdaad ook over die stijgende kosten, wat zouden uw aanbevelingen daarop dan zijn? Want het aantal kinderen dat jeugdzorg nodig lijkt te hebben, stijgt natuurlijk wel door die huidige ontwikkeling. Wat is daar volgens u dan ook de oplossing voor? Inspreker: Wat ik eigenlijk al vanaf het begin zeg, al voor de decentralisatie, dat we een keer met zijn allen normaal gaan doen. Kijk, wat we nu zien, is dat er relatief lichte problemen opgeblazen worden tot grote problemen. We zien dat in de praktijk.

We beheren natuurlijk nog steeds het meldpunt. En bij zo'n ongeveer 100 casussen op jaarbasis zien wij dat mensen die heel goed weten welke zorg zij nodig hebben op een wachtlijst komen of dat ze geen besluit krijgen. Ik heb daar ook bij het beleid een melding van gemaakt dat van de 100 zorgvragen er 98 waren zonder indicatie en al bij de telefoon werden afgewimpeld, terwijl het om hele complexe gevallen gaat. Wat we ook zien, is dat van die 100 kinderen uiteindelijk zo'n 50 terechtgekomen zijn in een vorm van drang- of dwangzorg. Op een gegeven moment zijn die 69 jeugdigen, waar Rik van der Linden het de vorige keer over had bij het rondetafelgesprek, ik voorspel dat het er volgend jaar 169 zijn. En als het niet volgend jaar is misschien over 2 jaar. Want ik heb toen ook gezegd, we hadden toen maar 20 complexe zorgkinderen, waarbij soms het budget een half miljoen bedroeg. En ik heb toen ook gezegd, als we zo

26

doorgaan, toen we al die aanbieders in gingen krimpen, dan wordt dat weer hetzelfde. Want we doen niks meer met pgb-zorg. Waar het bij complexe gezinnen vaak om gaat, is om ontlasting. En die ontlasting wordt niet meer geboden, omdat het pgb wordt afgewezen. Meisjes van de waterpolo of van de roei- en zeilvereniging die gewoon even buiten gaan voetballen of zo tegen hele lage kosten, 15, 20 euro per uur. En dat is mijns inziens het grote probleem. Want zaken zijn in het begin niet complex. Ze worden complex. De heer Van Dam Timmers: Dank voor de antwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Heeft er nog iemand een vraag aan mevrouw Rietstap? Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik hoorde u zeggen .... Ten eerste bedankt voor de inbreng. Ik ben er best wel stil van. Ik ben er ook van geschrokken. Ik hoor u zeggen, vijftig kinderen die onder dwang worden verzorgd. Wat moeten we daar specifiek onder verstaan? Inspreker: Ik bedoelde drang en dwang. Wat wij zien bij bijvoorbeeld steungroepen voor ouders en voor moeders, voor kinderen met complexe problematiek ... En ik doe dat al twintig jaar. En twintig jaar geleden kreeg bijna niemand te maken met, dat heette toen nog het AMK, dat heet nu Veilig Thuis. En we zien nu dat bijna alle moeders daarmee te maken krijgen. En dat leidt gelukkig niet altijd tot dwangzorg, verplicht opgelegde zorg, jeugdbescherming, maar het leidt wel ook tot drang.

Allerlei bemoeienissen, waardoor de stress in die gezinnen enorm oploopt. De voorzitter: Nog een korte vervolgvraag. Mevrouw Kamphuis: Heel kort. En komen deze mensen dan ook ... Die kinderen in aanraking met politie of is dat klein? Inspreker: Bij jonge kinderen zie je dat gelukkig niet zo vaak, heel zelden, maar dat kan wel. Ze raken bijvoorbeeld heel snel hun rijbewijs kwijt of ze passen niet binnen het schoolsysteem of ze krijgen te maken met Bureau Halt of ze zijn heel erg zwaar depressief of suïcidaal of ze hebben problemen met agressieregulatie, omdat ze te weinig hebben gesport, omdat sportclubs ze niet accepteren. En die meisjes, waar ik het net over had, van het roeien en zeilen en de waterpolo niet meer ingehuurd kunnen worden. De voorzitter: Ik kijk even snel rond. Volgens mij kunnen we het hierbij laten. Dank u wel voor uw inspraak. En dan wordt uw plaats, denk ik, ingenomen door, ben ik even de naam kwijt, mevrouw Van Oostrom. En dan wil ik zo even vragen of mevrouw Van Benschop of mevrouw Van Oostrum die dan de inleiding geeft. En vervolgens gaan we de vier programma's, bestaanszekerheid, elkaar helpen, algemene voorzieningen en specialistische hulp door de andere aanwezigen ... De heer Holstein, mevrouw Nieuwenhuis de heer De Koning en de heer Haksteeg gaan die besproken worden. En u kunt vragen stellen na ieder programma. Ik wil even het woord geven ...

Ik zie mevrouw Van Benschop bij de knoppen. Gaat uw gang.

27

Mevrouw Van Benschop: Dank u wel, voorzitter. Er wordt nog even wat afgestemd. We hebben een tijd geleden bij elkaar gezeten, zijn we in groepjes uit elkaar gegaan om het te hebben over, wat wil de raad ook vooral inbrengen? Hoe kijkt de raad naar de programma's waar wij mee aan de slag willen? En wat kunnen we daarvan ook verwerken in de vier uitvoeringsprogramma's die nu voorliggen? Er werd eigenlijk al een goede toelichting gegeven, volgens mij. We hebben een integrale visie sociaal domein vastgesteld. En dat is op papier natuurlijk interessant. Dat moet je vervolgens dan gaan uitwerken in uitvoeringsprogramma's, om te kijken hoe je de haakjes kunt maken en hoe je ook die verbinding daadwerkelijk tot stand brengt. U heeft een flinke presentatie gekregen. Dat is niet omdat we graag veel aan het woord zijn, maar omdat het gewoon een groot en belangrijk onderwerp is. Volgens mij hebben we tot 23.00 uur, toch? De voorzitter: We hebben tot 23.00 uur. Hoeft niet per se. Mevrouw Van Benschop: Ik dacht, ik pak even het podium. De voorzitter: Gaat u vooral uw gang. Het is een belangrijk onderwerp en er zijn veel programma’s om te bespreken. Mevrouw Van Benschop: Ik vind het minstens twee uur waard. Nee hoor. De uitvoeringsprogramma's zijn ook al genoemd, waarbij bestaanszekerheid is de basis, zoals ook in de visie verwoord.

Dan hebben we elkaar helpen, algemene voorzieningen en specialistische hulp. De inbreng van net gaat met name over de specialistische hulp. We zullen het programma doorlopen. Geef ik het woord aan de voorzitter. De voorzitter: Ik ben nooit zo heel erg streng in die zin van, ik wil gewoon dat u het programma gaat presenteren. En na ieder presentatieonderdeel, hebben we al gezegd, kunt u vragen stellen. Dan zal ik weer inbreken. Gaat uw gang, de heer Holstein. De heer Holstein: Ik had al het idee dat ik aan de beurt was inderdaad. Nogmaals, ik ben Lesley Holstein. Ik ben strategische beleidsadviseur in het sociaal domein. Werkzaam binnen het team Zorg en Ondersteuning van de gemeente. En hou me daarbinnen onder andere bezig met het thema bestaanszekerheid. En ik ga u meenemen in het gelijknamige uitvoeringsprogramma. En dat is wel een uitdaging, want dat is best een uitgebreid en een breed programma, omdat dat ook gaat over 5 onderliggende fundamenten die uw raad heeft vastgesteld bij de vaststelling van de integrale visie sociaal domein. U heeft het uitvoeringsprogramma ook als document ontvangen. Daar staan eigenlijk alle acties in. En ik ga die nu niet allemaal nalopen, want dan redden we het echt niet binnen 2 uur. En dit wordt al, nogmaals, een uitdaging. Het eerste fundament gaat over inkomen, over het hebben van voldoende en voorspelbaar inkomen.

Een groot deel wordt vanuit Den Haag bepaald, als we het hebben over inkomen. Die gaan over het minimumloon, over de normen in de bijstand, over toeslagenstelsel, over het belastingstelsel. Daar hebben wij als gemeente natuurlijk weinig invloed op en mee van doen. Als gemeente zetten we vooral in op armoedebestrijding, tegengaan van schulden en het stimuleren van arbeidsparticipatie binnen dit fundament. Als we kijken naar armoedebestrijding, dan willen we dat meer Dordtenaren kunnen rondkomen met behulp van de minimaregelingen die we hebben. Die zijn de afgelopen jaren ook uitgebreid. Dat

28

gaat over het persoonlijk minimabudget of het kindtegoed of de zorgpolis voor de minima. Dat type regelingen. Die zijn vanuit het politiek akkoord de afgelopen periode uitgebreid door ofwel een bredere doelgroep formulering of een hoger bedrag waar iemand aanspraak op kon maken. En de focus ligt nu vooral, en de afgelopen periode ook, op met name het toeleiden van mensen die daar recht op hebben om die daar ook te krijgen. Omdat dat gewoon belangrijk is om die doelstelling van het rondkomen ook te kunnen realiseren. Dat doen we onder andere via een communicatiestrategie, Geldpraatje, die vooral focust op het doorbreken van taboe om te praten over schulden of je financiële problemen, in combinatie met allerlei zichtbare punten in de wijk waar iemand dan ook terechtkan om dat praatje te hebben of het gesprek over zijn problemen en financiële problemen te hebben. En dat zijn ook weer de schakels dan richting die minimaregelingen. Er zitten deskundigen mensen die ook weet hebben van die regelingen. Een andere actie hierbinnen is de bestaanszekerheidscheck van de Sociale Dienst Drechtsteden. Vooral gericht op de doelgroep die gebruikmaakt van de bijstand, waar ze gericht het gesprek mee voeren vanuit de individuele situatie. En de check of iemand voldoende gebruikmaakt van de voorzieningen waar iemand recht op kan hebben. En daar ook actief en proactief het gesprek op te hebben.

En heel die aanpak toetsen we in principe een keer in de 2 jaar of hetgeen er staat, onze eigen minimaregelingen, in combinatie ook met de toeslagen op landelijk niveau, of dat nog steeds voldoende soelaas biedt in de financiële positie van de minima. En dat doen we dan via de MER, de Minimaeffectrapportage van het Nibud. Een andere lijn binnen dit fundament is die focus op terugbrengen van schulden van de inwoners. Een belangrijk deel is natuurlijk georganiseerd bij de Sociale Dienst met de schuldhulpverlening en ook wel bij een aantal organisaties die in de vrijwillige schuldhulpverlening actief zijn. Ik heb hier even twee acties neergezet vanuit het programma. En het is de voorlichting rond allerlei life-events, allerlei gebeurtenissen in iemands leven die van invloed kunnen zijn op de financiële situatie. Dat zijn ook de momenten om daar eigenlijk bij te zijn als je het hebt over voorlichting en proberen mensen daarop goed toe te rusten. Dat kan over van alles gaan. Als je je baan verliest of je gaat met pensioen of ... Er zijn allerlei van dat soort life-events. En we hebben hier dan rond het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, waar ook het een en ander gaat veranderen voor jongeren. Jongeren moeten dan zelf een zorgverzekering hebben, kunnen daar ook zorgtoeslag voor aanvragen.

Dat gaat dan via een kaart die gestuurd wordt naar jongeren, waar ze zich ook gratis kunnen inschrijven bij Woonkeus. Ook een belangrijk element voor de toekomst natuurlijk, het kunnen wonen. Daar kun je tegenwoordig niet vroeg genoeg natuurlijk bij zijn. Op zo'n manier proberen we daar dan aandacht aan te geven. En een andere actie die ik hier even neer heb gezet, is doorontwikkeling van de aanpak Vroeger Eropaf. Dat is een aanpak die al langer loopt, ook in het kader is van onze wettelijke taak vroegsignalering, waarbij we signalen van betaalachterstanden gebruiken om er toch zo snel mogelijk bij te zijn. Dat kan gaan om betaalachterstanden van de huur of de zorgpremie die je moet betalen, als daar een stukje achterstand op staat. Dat is een signaal om toch te kijken van, is er meer aan de hand? Kunnen we je ergens mee helpen? En die aanpak wordt doorontwikkeld door daar wat nieuwe communicatiemiddelen op te zetten en ook de aanpak wat meer buiten kantoortijden in te zetten. De volgende mag. Doe jij dat? Werkende minima is een groep die ook in financieel zwaar weer kan zitten, maar wel minder zichtbaar is voor ons allemaal, omdat die gewoon niet bijvoorbeeld in een kaartenbak van de Sociale Dienst

29

zitten. Terwijl ze wel recht kunnen hebben op met name ook die minimaregelingen. En voor hen ook belangrijk is om daar gebruik van te kunnen maken. Daarvoor hebben we een aanpak Geldzorgen op de werkvloer, waarbij we werkgevers ondersteunen in het kunnen signaleren van financiële problemen bij hun medewerkers. Ook tools krijgen om daar het gesprek over te voeren. En dat in combinatie bij een contactpunt bij de Sociale Dienst, waar werkgevers, maar ook werknemers terecht kunnen met allerlei vragen op het gebied van financiën, schulden is een aanpak waar nu zo'n 75 werkgevers actief in meedoen. Voor dit fundament even een laatste lijn. En dat gaat over dat we ook meer inwoners aan het werk willen helpen en houden. Dat kan een opmaat zijn natuurlijk naar financiële vooruitgang. Aantal acties in dat kader zijn de ontwikkeling van de regionale werkcentra, die vanaf 1 januari ook fysiek operationeel zijn op 2 punten in de stad. Dat is op het Leerpark en op het SamenWerkplein bij de Sociale Dienst. En dat is een plek waar kennis en deskundigheid is samengebracht op het gebied van werk. En daar kunnen werkgevers, maar ook alle inwoners terecht met allerhande vragen op dat gebied.

Dat kan gaan om jongeren die uitstromen van school richting werk of mensen vanuit de bijstand die naar werk willen, maar ook mensen die de beweging meer zijwaarts willen maken, die het niet meer helemaal prettig vinden op de huidige werkplek, die eigenlijk wel op zoek zijn naar iets anders. Dat is de mogelijkheid om daar in dat centrum allemaal vragen over te stellen en informatie over te krijgen. De tweede actie die daar staat, is het maken van een transformatieplan voor de sociale werkvoorziening. Dat is nu vooral een werkvoorziening, maar die willen we wat meer ontwikkelen naar ook een werk- en ontwikkelvoorziening. Dat gaat dan met name over Drechtwerk. En die infrastructuur die we daar hebben, willen we ook meer benutten voor andere doelgroepen dan de klassieke doelgroep van de sociale werkvoorziening. Dat is niet alleen iets wat hier in deze regio speelt, maar die transformatieplannen komen ook middelen op vanuit het Rijk. En overal zie je dat dit soort plannen gemaakt gaan worden. En dat gaat uiteraard ook in cocreatie met de Sociale Dienst, waar Drechtwerk onderdeel van is. En een derde, even binnen dit fundament nog en binnen de lijn, het mensen helpen aan werk zit in de regionaal verbinder statushouders. Dat is ook een Rijksfinanciering waaruit we deze verbinder kunnen financieren. We weten allemaal dat de asielinstroom de afgelopen jaren vrij stevig is.

En dat zien we ook lokaal terug in huisvesting, maar ook in de bijstand. Dat is een steeds groter wordende groep ook binnen de bijstand. Deze groep moet inburgeren, maar willen we het liefst ook dat die gaan meedoen en participeren. Tegelijkertijd het liefst naast inburgering, omdat die twee lijnen elkaar ook kunnen versterken. Daar is met name die regionaal verbinder op actief, om dat soort trajecten ook in gang te zetten, daar gesprekken over te voeren met werkgevers, gebruik te maken van subsidiemogelijkheden die er zijn op landelijk niveau hiervoor en om goede voorbeelden van elders hiernaartoe te halen, want we hoeven het natuurlijk niet allemaal zelf te verzinnen. De voorzitter: Mijnheer Holstein, mag ik vragen hoeveel sheets u nog heeft? De heer Holstein: Dit is wel de meest uitgebreide, denk ik, mevrouw Kruger. De voorzitter: Want ik vind heel fijn hoe u echt ook alles goed uitlegt en zo. Maar we willen ook nog ruimte hebben om wat vragen te stellen. En er zijn er nog drie na u. We hebben de tijd, maar ik wil u toch vragen ietsje de versnelling in.

30

De heer Holstein: Ik ga het proberen. Dit was wel de langste hoor, denk ik. Ik ga proberen daar wat sneller doorheen te gaan. Ik kom bij het tweede fundament. Dat gaat over het kunnen meedoen in de samenleving en het belang van basisvaardigheden en het tegengaan van kansenongelijkheid. Het grotere verhaal staat natuurlijk in de onderwijsvisies en het Dordts Leerprogramma en Glansrijke Toekomst. Enkele actualiteiten in het uitvoeringsprogramma staan hier aangestipt. En het gaat onder andere ook om het stimuleren van leerlingen van die scholen om mee te doen aan Wijkavontuur. Dat is een initiatief op wijkniveau waar gericht op talentontwikkeling en ontmoeting voor kinderen. Veel in samenspraak ook met partijen die actief zijn al in de wijk. De deelname aan de schoolmaaltijden. De regeling die gaat over dat er toch nog te veel kinderen zonder ontbijt en lunch naar school komen. Het is ons alles aan gelegen dat met name ook die Dordtse leerprogrammascholen meedoen aan die regeling. Daar zetten we continu ook op in. Een derde. Ik hoef niet alles te behandelen anders hoor. We kunnen ook wat overslaan. De voorzitter: U bent de professional. U weet welke kunt overslaan. De heer Holstein: Ga maar even naar boven. Klik maar door. Een soort afstandsbediening. Wonen. Dit fundament onder bestaanszekerheid gaat natuurlijk over de betaalbaarheid van woonruimte en woonruimte an sich.

De schaarste is natuurlijk groot. Bouwen is de opgave. En we voeren dan ook het bouwprogramma uit. Maar aanvullend daarop zoeken we ook naar ... Want dat vergt natuurlijk ook meer tijd, bouwen. En aanvullend daarop zoeken we naar mogelijkheden om vanuit de bestaande voorraad ook te kijken naar kansen voor wonen. Hier staan er een aantal genoemd. Die zal ik dan niet te veel op ingaan. Ik liep zelf dit weekend over de Voorstraat. Toen zag ik de Wibra. En ik weet dat dat is omgebouwd, of omgebouwd gaat worden naar allerlei mooie appartementen. Dat is even een voorbeeld hoe er ook gekeken wordt naar dat soort transformaties in de stad. En ik vond zelf bij die laatste allerlei arrangementen ook om het samenwonen te stimuleren. We hebben vorig jaar een raadsconsultatie gehad. Daar noemden we het al even ook als voorbeeld. Twee mensen in de bijstand die ieder als eenling in het leven staan, maar elkaar hebben gevonden en de vonk is overgeslagen, maar toch niet de stap durven te maken om te gaan samenwonen, omdat dat nogal wat financiële consequenties heeft en je niet goed weet waar je dan instapt. En dreigt de vonk dan toch weer weg te gaan, dan zit je wel ergens aan vast. Daar is de mogelijkheid, ook vanuit de Participatiewet, om dat toch op proef te proberen, een half jaar, onder dezelfde financiële condities.

En te kijken of na dat half jaar die vonk er nog steeds is en dan alsnog te gaan samenwonen, waardoor er toch zo'n woning vrij kan vallen. Dat soort voorbeelden zoeken we natuurlijk. Dan gaan we naar het vierde fundament. Dat is het hebben van toegang tot zorg. Voor een deel ook grotendeels wel landelijk bepaald met het zorgstelsel in het land. De verplichte eigen risico's natuurlijk en zorgtoeslagen. Dat soort, daar hebben we weinig invloed op. We hebben vooral ingezet in het uitvoeringsprogramma op integrale dienstverlening en de vraag van de inwoner centraal. Er ligt een opdracht bij de Sociale Dienst Drechtsteden en Dordt Sociaal om te kijken met elkaar naar een integrale toegang. Misschien dat een collega daar straks nog wat meer over vertelt. Een ander element gaat over ... Wellicht. Ik weet het niet precies. En anders kunnen we er nog iets over vertellen. Stress hebben we de nodige ervaring mee opgedaan de afgelopen jaren, met

31

name bij de Sociale Dienst en Dordt Sociaal. En dan bedoel ik stress van inwoners. Ik hoor het mezelf zeggen. Ik denk, daar moet ik even iets meer bij zeggen. En dat is gewoon belangrijk om daar een goede dienstverlening op te hebben. Die ervaring hebben we wel opgedaan. Is ook omarmd door beide organisaties en breed ingezet binnen de eigen organisatie. En we verwachten ook in hun contactnetwerk dat dat ook door gaat sijpelen naar andere organisaties. Voor inwoners met een laag inkomen in relatie tot zorg communiceren we actief natuurlijk over de minimaregeling die we daarop hebben, die minimapolis, maar ook de mogelijkheid via bijzondere bijstand om iets te doen met tandartskosten. Ik zou zeggen, doe maar even de volgende. Vertrouwen. Het hebben van vertrouwen in de overheid is ook als fundament onder bestaanszekerheid geplaatst. Dat gaat over heel veel dingen eigenlijk. Dat gaat over het kunnen meepraten met beleidsontwikkelingen of gebiedsontwikkelingen in je stad. Dat gaat over bereikbaarheid van de overheid. Toegankelijkheid van de overheid. Het gaat over kwaliteit van medewerkers bij de overheid en integriteit van medewerkers bij de overheid. Ik denk dat dat allemaal elementen zijn die iets betekenen in het kunnen hebben van vertrouwen in de overheid. En daar gebeurt eigenlijk al best wel veel op natuurlijk.

Volgens mij was er net, ik weet niet of dat ook in deze ruimte was, een bijeenkomst ook, als onderwerp de visie op burgerparticipatie. Als je het hebt over vertrouwen, is dat wel een ding natuurlijk. Maar er zijn ook allerlei variaties om de gemeente gewoon te bereiken natuurlijk. Allerlei verschillende mogelijkheden. We nemen de ambtseed af sinds een aantal jaren weer, als je het hebt over integriteit. Het brede verhaal, daar is wel natuurlijk aandacht voor in het uitvoeringsprogramma. Dat zijn relatief wat kleinere dingen die we dan aanstippen. Dat gaat om nog eens goed te kijken naar brieven die wij versturen in bijvoorbeeld de armoedeaanpak of in onze aanpak van Vroeg Eropaf, om dat weer eens goed tegen het licht te houden en ook samen met inwoners daar goed naar te kijken. We gaan ook onderzoeken of we in onze ASV, Algemene Subsidieverordening, richting onze subsidiepartners daar iets op kunnen meegeven. Dat we ook van hen verwachten om begrijpelijk te communiceren. Ik denk dat ik het hier maar even bij laat, als het goed is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Holstein. Mevrouw Kamphuis had net een vraag bij het onderdeel wonen. Mevrouw Kamphuis: Dank u wel. Ik zie staan, meer kamerverhuur mogelijk maken. Hoe hadden ze dat bedacht? Want nu hebben we last van meerdere mensen in een huis, waardoor arbeidsmigranten allemaal bij elkaar komen. En dat geeft problemen.

Hoe hadden jullie dat in gedachten? De heer Holstein: Ik zit even te kijken of mijn collega vanuit het fysieke domein er is, maar zo te zien niet. Die hadden we gevraagd om ook even aan te sluiten. Het zit hem vooral in die ... Het gaat niet over de hospitaregeling? Bedoelt u niet? Mevrouw Kamphuis: Nee, meer kamerverhuur mogelijk. De heer Holstein: Dat is een mogelijkheid om te kijken naar meer gebruik van eenzelfde ruimte door meerdere mensen. Maar ik begrijp dat het wel nodig is om goed te kijken waar je dat dan precies gaat doen.

32

De voorzitter: Uw collega van fysiek is niet aanwezig, maar mevrouw Van Benschop wil heel graag iets zeggen. Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat het belangrijk is om even op te merken dat dit soort dingen, daar gaan we uiteraard ook gewoon met de raad nog over spreken. En dat gaat via de Huisvestingsverordening. Het is niet zo dat alles wat nu in een verkennende fase is in het uitvoeringsprogramma op die manier ook uitgevoerd wordt, want uiteindelijk stelt de raad de Huisvestingsverordening vast. We hebben er nu geen inhoudelijk antwoord op, maar het komt zeker terug om nog met de raad te bespreken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van ... Venderbos. Sorry, krijg je als je een heel druk hoofd krijgt, dan kan je opeens geen namen ... Ik denk alleen maar Cees. De heer Venderbos-Lambinon: Ik werd ook even getriggerd door kamerverhuur, naar aanleiding van wat mevrouw Kamphuis vroeg. Kamerverhuur moeten we denk ik niet verwarren met verkamering. En verkamering is iets wat mevrouw Kamphuis denk ik bedoelt. Terwijl kamerverhuur, ik heb een kamer die kan ik verhuren als een soort hospita. De voorzitter: Ik denk, mijnheer Venderbos, dat we dat ook weer bij die woonverordening allemaal terugkomt. En daar kunnen ze nu geen antwoord op geven. Maar het is wel een goede opmerking overigens. Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel, voorzitter. Er werd net zojuist ...

Dank u wel trouwens voor de presentatie. Er werd net aangegeven, natuurlijk als het echt gaat over inkomen, daar hebben we geen invloed op als gemeente. Maar we krijgen, gezien de toeslagen, de brede ondersteuning als gemeente. En dat is dan een geldbedrag dat we krijgen. En gemeenten kunnen dat zelf inrichten. Ik ben benieuwd, met het oog op de Toeslagenaffaire, hoe wij dat hier als gemeente inrichten en waar we het voor inzetten? En daarnaast was ik nog benieuwd, ons doel is om de schulden te verminderen. En in Arnhem hebben ze een Arnhems schuldenaanpak, waarbij ze de schulden van inwoners opkopen. En dat geeft heel veel positieve resultaten. Ik ben benieuwd of daar weleens over na is gedacht en hoe daartegenaan gekeken wordt. De voorzitter: Wie heeft het antwoord? Mevrouw Dekkers-Kamp: De eerste vraag ging over de Toeslagenaffaire compensatie. Dat wordt uitgevoerd bij ons door de Sociale Dienst. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik het technische antwoord op hoe dat helemaal uitgevoerd wordt, schuldig moet blijven. Als u daar meer over zou willen weten, dan kan ik dat eventueel nog wel nazenden hoe dat wordt aangepakt. Binnenkort ontvangt u ook het Beleidsplan Schuldhulpverlening. Dat wordt waarschijnlijk begin maart via het college naar de raad gestuurd. Echt het opkopen van schulden, dat zit daar nog niet in.

We hebben de curatieve schuldhulpverlening bij de Sociale Dienst eigenlijk. Dat gaat ook vaak met een saneringskrediet en een aflostermijn. Maar we volgen uiteraard ook alle landelijke ontwikkelingen. En daar kijken we ook naar. En als het effectief iets oplevert, dan zullen we dat altijd in overweging nemen.

33

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Balorian. Mevrouw Schnabel, kunt u uw lampje uitzetten? Mevrouw Schnabel: Is goed. De voorzitter: Mevrouw Balorian. Mevrouw Balorian: Allereerst fijn dat we hierbij stil kunnen staan. Ik zie dat er ontzettend veel werk is verricht als het gaat om die uitvoeringsprogramma's. En ook als je ziet, op de tribune zitten er veel mensen, dit heeft veel belangstelling. Mijn eerste vraag die ik eigenlijk had is, hoe zit het met ondernemers met schulden? In hoeverre zijn daar initiatieven voor die hierin zijn meegenomen? Mevrouw Dekkers-Kamp: Voor ondernemers met schulden, daar werkt de Sociale Dienst samen met het Regionaal Bureau Zelfstandigen. Dat is een bureau in Rotterdam wat echt specifieke expertise heeft op het gebied van ondernemers. In principe kunnen ondernemers ook gewoon in aanmerking komen voor schuldhulpverlening. En zij zullen daar altijd de expertise van dat bureau bij vragen. Mevrouw Balorian: Nog even een vervolgvraag, voorzitter. Maar zijn er geen specifieke dingen opgenomen in dit uitvoeringsprogramma daarop? Mevrouw Dekkers-Kamp: Nee dat wordt dan meer ... In het Beleidsplan Schuldhulpverlening zal dat een plek hebben. De voorzitter: Wie heeft er nog een vraag, want anders gaan we door naar de tweede in ... Inspreker wilde ik zeggen. De tweede presentatie wordt ook toch wel ingesproken. Mevrouw Nieuwenhuis, met Elkaar Helpen.

Gaat uw gang. Mevrouw Nieuwenhuis: Dank u wel. Moet ik me nog even introduceren of ... De voorzitter: Wat u wil. Mevrouw Nieuwenhuis: Iris Nieuwenhuis, beleidsadviseur sociaal domein. Elkaar Helpen is eigenlijk het tweede plan wat we hebben. Dit plan behelst 3 programmaonderdelen, namelijk sociale cohesie, vrijwillige inzet en mantelzorg. En met dit uitvoeringsprogramma zorgen we eigenlijk door de concrete acties en keuzes die we maken dat de sociale cohesie kan groeien en dat de Dordtenaren de ruimte voelen om elkaar meer te helpen, waardoor het eigenlijk makkelijker wordt om je vrijwillig in te zetten of als mantelzorger in te zetten. En het doel daarbij is om de algemene voorzieningen en de specialistische hulp in te zetten voor wie het het hardst nodig heeft. Sociale cohesie. Daarbij hebben we eigenlijk 3 actielijnen meegenomen. We willen meer sociale cohesie in Dordrecht. Dat doen we door het bevorderen van sociale netwerken. Eigenlijk ervoor zorgen dat er grotere sociale netwerken voor inwoners zijn om op terug te kunnen vallen voor hulp. Daarnaast ook het matchen van hulpvraag en aanbod. Daarvoor kijken we vooral lokaal in wijken, praten we over sociale netwerken en maken we ook de koppeling met gebiedsprogramma's, zoals het Nationaal Programma of Programma Dordt West, onder andere. Daarnaast willen we ook dat inwoners elkaar

34

meer ontmoeten. Daarbij werken we samen met Dordt Sociaal en is er specifieke aandacht voor doelgroepen, zoals jongeren en ouderen. We willen dat daarbij de ontmoetingsplekken meer aansluiten bij de behoefte van inwoners en vinden het ook belangrijk dat het aanbod daarop aangepast kan worden, naar gelang de behoefte. De derde actielijn is, we willen dat inwoners zich minder eenzaam voelen. Daarbij hebben we de focus met een plan van aanpak, in samenwerking met Dordrecht Sociaal. We zetten in op eenzaamheidsspecialisten en we kijken naar een coalitie tegen de eenzaamheid, met verschillende partijen en partners. Vrijwillige inzet. Daarbij hebben we eigenlijk 2 actielijnen bepaald in het programma. We willen ervoor zorgen dat vrijwillige inzet eigenlijk beschikbaar blijft voor iedereen. Op dit moment hebben we 335 participatieplekken in Dordrecht. En participatieplekken zetten we ook regionaal met de Drechtsteden in. We hebben hierin een stimulerende en faciliterende rol. Vrijwillige inzet is namelijk niet afdwingbaar. We willen kijken of er mogelijkheden zijn voor meer participatieplekken en meer kijken en aansluiten op de behoeften van leerwerkbedrijven en ook mensen in een kwetsbare positie die wel heel graag vrijwilligerswerk willen doen, onder begeleiding, onder andere.

De tweede actielijn heeft te maken met de vrijwillige energie van inwoners voor het vasthouden en aanboren daarvan. Daarbij hebben we al een heel sterk fundament staan op het gebied van vrijwilligersbeleid, samen met INZET078! als expertisecentrum. Waar de focus vooral op het ondersteunen, het stimuleren, het waarderen en het matchen zit. Daarbij zien we ook een hele belangrijke kans bij ouderen, namelijk de gouden golf noemen we dat eigenlijk. Dat willen wij ook heel graag samen met het expertisecentrum stimuleren en de vrijwillige energie daarin opzoeken. Hiernaast doen we heel erg ook de focus op de zelfredzaamheid van vrijwilligersorganisaties, met onder andere trainingen, et cetera. Dan hebben we als laatste nog de mantelzorg. En vanuit mantelzorg hebben we eigenlijk ook 3 actielijnen bepaald. Daarin hebben we ook een faciliterende en een ondersteunende rol. Naast het waarderen en het ondersteunen van onze mantelzorgers hebben we de focus ook op wonen en werken. Eigenlijk gaat het erom dat de basis op orde is. Dat betekent ook dat basisvoorzieningen optimaal worden. Woonvoorzieningen sluiten aan bij de behoefte van mantelzorgers. En we kijken ernaar om actief samen te werken met onze Dordtse werkgevers, zodat in het HR-beleid mantelzorgers gefaciliteerd worden. De tweede actielijn is, mantelzorgers krijgen meer regie.

Daarin kijken we vooral naar balans en kijken we naar de voorliggende vrijwillige initiatieven en voorzieningen waar mantelzorgers mee geholpen zijn. Hiernaast is het heel erg belangrijk dat mantelzorgers meer regie krijgen. Meer regie op de zorg en ook op het traject van hun naasten. Daarbij is de samenwerking tussen mantelzorg en professional erg belangrijk. De derde actielijn heeft vooral te maken met de domeinoverstijgende samenwerking verbeteren. Minder regeldruk is daarbij met verlichting heel erg belangrijk. We nemen daarbij mee ons kenniscentrum MEE Mantelzorg, die vooral ook focus zet op een regionale academie voor zelfzorg. Waarbij mantelzorgers ook de kans krijgen om vaardigheden te oefenen, waardoor ze weer meer regie over de zorg en het traject van hun naaste kunnen pakken. Informatie, advies en scholing is hierbij heel erg belangrijk. Het tweede punt is het Integraal Zorgakkoord, de IZA. Die is ook gewaarborgd in het Regioplan Waardelanden bij het thema mantelzorg. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Nieuwenhuis. Wie mag ik een vraag laten stellen? De heer De Heer.

35

De heer De Heer: Voorzitter, dank u wel. En dank voor alle informatie. Ik ging even aan op het thema eenzaamheid. En ik lees daar ook in het uitvoeringsprogramma het beoogde doel, minder inwoners voelen zich eenzaam en er zijn meer eenzaamheidsmeldingen bij professionals. Ik dacht, dat zou elkaar een beetje in de wielen kunnen rijden natuurlijk. Als we meer meldingen krijgen, hoe weten dan dat ook minder inwoners zich eenzaam voelen? Ik was überhaupt benieuwd, hoe gaan we dat meten? Mevrouw Nieuwenhuis: Sowieso vinden we het belangrijk dat als er meer eenzaamheidsmeldingen zijn, dan hebben we het ook in kaart. Dat betekent dat mensen zich ook vrij voelen om te melden en aan te geven dat het er is. We hebben verschillende manieren om te meten. Ik zit even te kijken, ik weet ze niet allemaal uit mijn hoofd. Die staan ook in het plan, de manier waarop we dingen ‘mixen’. Ik ga even kijken. Ik zie hier dat we via het RIVM, inzicht op wijken, dat we die eigenlijk gebruiken om dat te bekijken. Op dit moment is, 56 procent voelt zich eenzaam binnen Dordt. En het is de insteek om dat te verminderen. De voorzitter: U heeft nog een aanvullende vraag? De heer De Heer: Ja, nog een kleine aanvullende vraag, ook over hetzelfde thema. Er wordt gesproken over een plan in wording.

Is dat een plan wat ook gaandeweg dan onze kant op komt, of is dat onderdeel van een ander integraal plan? Even in de verwachting van, wanneer kunnen we dat onze kant op zien komen? Mevrouw Nieuwenhuis: Mag ik naar jou kijken daarvoor? Want dat is geïntegreerd in Dordt Sociaal. De voorzitter: Er wordt nee geschud. U mag niet daarnaartoe kijken. Mevrouw Van Benschop, daar mag u naar kijken. Mevrouw Van Benschop: Ik denk dat hier een beetje verwarring ontstaat over dat er een nieuw beleidsstuk zou komen of zo. Dat is niet het idee. We werken samen met Dordrecht Sociaal. Dat zijn onze wijkteams, het jongerenwerk en Buurtwerk. Buurtwerk kan hier natuurlijk een belangrijke rol in spelen, maar ook de sociale wijkteams. We hebben regelmatig, zowel ambtelijke als bestuurlijke overleggen. En we proberen juist dat aspect eenzaamheid in te brengen in die integrale opdracht van Dordrecht Sociaal, omdat dat de mensen zijn die vaak onze inwoners in de wijk spreken. Daar wordt het plan gemaakt. Dat is niet iets waar wij met een nieuw beleidsstuk mee komen. De heer De Heer: Kleine aanvullende vraag. Omdat er inderdaad staat, we stellen een integraal plan van aanpak eenzaamheid op. Daar ging ik even op aan. Het lijkt me gewoon bijzonder interessant om dat t.z.t. dan ook niet te missen, laat ik het zo zeggen, omdat er heel veel onze kant op komt. Vandaar even de verduidelijkende vraag.

Mevrouw Van Benschop: Volgens mij kunnen we wethouder Van der Kruijff prima vragen om dat ook gewoon met de raad te delen. Maar dat komt in samenwerking met

36

Dordrecht Sociaal tot stand. In hoeverre daar dan nog besluitvorming plaatsvindt in de raad, dat kan ik nu niet zeggen. De heer De Heer: Heel graag, als die vraag wethouder Van der Kruijff kan bereiken, want die behoefte is er. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Ik was benieuwd naar het kopje, mantelzorgers krijgen meer regie. Hoe zorgen we ervoor dat we alle mantelzorgers bereiken? En een interessevraag. Er staat, vrijwilligers koppelen aan mantelzorgers. Hoe zorgen we ervoor dat we dan die mantelzorgers juist niet belasten door er vrijwilligers bij in te zetten? Mevrouw Nieuwenhuis: Wat bedoelt u precies met belasten? Mevrouw Schnabel: Ik bedoel eigenlijk daarmee, op het moment dat een mantelzorger zich meldt en aangeeft hulp nodig te hebben, dan wordt daar een vrijwilliger bij ingezet. Hoe ziet dat er dan eigenlijk uit? Dat is meer waar het op neerkomt. Mevrouw Nieuwenhuis: We hebben verschillende manieren. Wat we aangeven, is dat de focus ligt op voorliggende vrijwillige initiatieven. Die hebben we zeker. Kijk naar bijvoorbeeld Helpende Handen. Kijk naar de Hulplijn Dordt. Dat zijn allemaal manieren die op vrijwillig initiatief ... Dat er bijvoorbeeld respijtzorg kan worden geleverd voor onze mantelzorgers. Dat is wat we bedoelen met koppeling met vrijwillige inzet. De voorzitter: Nog een kleine aanvullende vraag. Even je lampje aan.

Mevrouw Schnabel: Ik had gedrukt. Dank. Hoe zorgen we ervoor dat we mantelzorgers bereiken, of eigenlijk nog meer bereiken dan dat we ... Mevrouw Nieuwenhuis: Dat doen we op heel veel verschillende manieren. We werken natuurlijk heel nauw samen met MEE Mantelzorg, ons kenniscentrum. En die doet heel veel op het gebied van communicatie en alles op het gebied van mantelzorg en hoe we ze ook bereiken. We focussen ook dit jaar, of volgend jaar ook op het aanboren van verschillende doelgroepen ook binnen de mantelzorg. Ook jongere mantelzorgers. En daarmee proberen we zoveel mogelijk bereik te creëren. De voorzitter: Een heel klein dingetje aan toevoegen dan. Mevrouw Van Benschop: Ik vind het toch wel belangrijk om even te noemen dat heel veel mantelzorgers zien zichzelf niet per definitie als mantelzorger. En dat is volgens mij waar de vraag vandaan komt. Tenminste, zo hoor ik hem. En daar kun je natuurlijk heel veel communicatie op loslaten en ongelooflijk veel campagnes, maar mijn mening is dat je ook veel meer zou moeten focussen op het gesprek voeren überhaupt onderling. Omdat je vaak ziet dat mensen op het moment dat het eigenlijk al veel te veel is, zich gaan realiseren, misschien moet ik ergens aan de bel trekken. Dit is niet iets wat je met allerlei campagnes en communicatie gaat oplossen. Dat doen we wel, zodat mensen in

37

ieder geval weten wat voor voorzieningen we hebben. Maar het is ook iets waar we gewoon continu het gesprek over aan moeten blijven gaan. Niet alleen als overheid, maar ook onderling. Om mensen bewust te maken van het feit dat als je zorgt voor een naaste, dat daar ook mogelijkheden zijn om ondersteuning te krijgen. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ook een vraag of misschien ook een opmerking op het gebied van de sociale cohesie en de vrijwillige inzet. Ik zie dat er heel veel woorden gaan ook daaruit naar registratie en registratie bij professionals. Maar zou het niet juist ook een doelstelling moeten zijn om zoveel mogelijk van deze mensen richting vrijwilligersorganisaties te krijgen of kerken of andere maatschappelijke organisaties, zodat je als gemeente eigenlijk juist daar niet het zicht op probeert te hebben. Omdat uiteindelijk sociale cohesie is juist niet dat de gemeente het doet. De voorzitter: Mevrouw Nieuwenhuis. Mevrouw Nieuwenhuis: Uiteindelijk is sociale ... Sorry? De voorzitter: We zitten even van, dit is eigenlijk wel een beetje een politieke vraag. En daar kan natuurlijk mevrouw Nieuwenhuis geen politiek antwoord op geven. Ik wil hem eigenlijk even parkeren. De heer Van Dam Timmers: Dan verander ik mijn vraag. De voorzitter: Daar bent u altijd heel handig in. Maak er een technische vraag van.

De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Dan is de vraag, welke rol hebben vrijwillige professionals in het bevorderen van deze sociale cohesie? De voorzitter: Welke rol hebben ...

De heer Van Dam Timmers: Voorzitter, als we het hebben over eenzaamheid, hebben we natuurlijk heel veel mensen die professional zijn op dat gebied, maar zichzelf niet zien als professional op dat gebied, omdat ze vrijwilliger zijn. En mijn vraag was, welke rol hebben vrijwilligers dan op het bevorderen van deze sociale cohesie binnen dit beleidsstuk? Ik kom dat niet heel duidelijk tegen, vandaar mijn vraag. De voorzitter: Doet u een poging, want ik moet hem nog bedenken hoe die in elkaar zit, die vraag. Mevrouw Nieuwenhuis: Ik geef eerlijk toe, ik vind hem lastig om te beantwoorden. De voorzitter: U mag zeker een technisch antwoord geven, maar geen politieke. Mevrouw Van Benschop: Ik laat de politiek er helemaal buiten. Als het gaat over sociale cohesie, dan is in de eerste plaats natuurlijk belangrijk dat er netwerken in de wijk zijn. En dat zijn heel vaak vrijwillige organisaties of vrijwilligers die überhaupt een rol spelen

38

in de wijk. Ik zie er hier ook een aantal op de publieke tribune zitten. En die waarderen we natuurlijk enorm, want dat is wel wat in de wijken geworteld is. Dat is ook echt wel het uitgangspunt, dat je zo dicht mogelijk bij de inwoner ... Als dat er vrijwillig is, fantastisch. Maar we zien wel dat als dat niet voldoende is, dat wij ook een rol hebben om mensen daarnaartoe te leiden of om extra inzet te plegen. Want het begrip is al vaker teruggekomen, maar samenredzaam is wel wat ons gaat helpen om ook met alle uitdagingen die op ons afkomen de komende jaren of vele jaren het hoofd te kunnen bieden. Hier gaat het vooral ook over, welke rol nemen wij als overheid om mensen toe te leiden naar deze vrijwillige initiatieven? En waar is er dan een extra inzet gevraagd vanuit ons of vanuit een professionele partner, zoals Dordrecht Sociaal? De voorzitter: Dat was he? Fijn. De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Ook namens Beter voor Dordt natuurlijk bedankt voor de mensen die allemaal hebben ingesproken ook en een toelichting hebben gegeven. Eigenlijk in het algemeen, en misschien is dat wel een vraag ook richting de wethouder, we zien hier heel veel doelstellingen staan van, we willen meer mensen bereiken, we willen minder mensen in armoede.

Dadelijk als we meer tot de uitvoering komen, gaan we dat dan ook nog concreter maken in percentages van, waar gaan we naartoe werken? Zodat we duidelijk ook kunnen meten waar we binnen een bepaalde tijd graag proberen te komen. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop, zijn er meetmomenten, meetinstrumenten, KPI’s, daar zocht ik naar, heel goed, waarnaar gevraagd wordt? De heer Schalken-den Hartog: Ik wil het wat eenvoudiger. De voorzitter: Het heet KPI.

Mevrouw Van Benschop: Maar ik snap de vraag. Er zijn natuurlijk verschillende, KPI's is inderdaad een rotwoord, maar verschillende meetmogelijkheden om de doelstellingen te monitoren. Dat vindt niet allemaal plaats in deze uitvoeringsprogramma's. Dat is voor een deel ook gewoon op de beleidsterreinen waar het beleid gemaakt wordt. Ik kan zelf iets zeggen over werk en inkomen bijvoorbeeld. Als wij bezig zijn met mensen toeleiden naar werk vanuit de bijstand, dan wordt dat eigenlijk vanuit de Sociale Dienst, in combinatie met de gemeente, gemonitord. Dat zal niet plaatsvinden in het uitvoeringsprogramma. Maar ik versta de vraag ook een beetje zo dat er gezocht wordt naar, kunnen we dat dan in een soort samenhang nog terugvinden in relatie tot wat er in de uitvoeringsprogramma’s staat? En die neem ik gewoon even mee terug, voordat ik hier uitspraken doe die ambtelijk heel veel vragen. Maar daar komen we op terug. De voorzitter: Wie nog? De heer Ayverdi. De heer Ayverdi: Dank u, voorzitter. Zijn de oorzaken van eenzaamheidsproblematiek bekend in de meldingen? Heeft het te maken met bijvoorbeeld discriminatie op school, op de arbeidsmarkt of heeft het andere sociale componenten, economische misschien of religieuze? Zo ja, heeft het ook een weerspiegeling in de aanpak?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/896/documents/38202