2.10 2025.02.11 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
39
Mevrouw Nieuwenhuis: Het wordt gemonitord. Daarom zetten we ook op dit moment ... Hebben we de focus op de eenzaamheidsspecialisten en ook een coalitie tegen de eenzaamheid van verschillende partijen, om dat ook te monitoren. En van daaruit dan ook te kijken hoe we het aanbod kunnen aanpassen, waar nodig. De voorzitter: Ik kijk even rond. Voor nu voldoende over Elkaar Helpen? Dan stel ik voor om drie minuten even op te staan, deuren open te maken, eventueel te plassen, water te pakken, want anders halen we het volgende uur niet. En dan moeten we elkaar inderdaad gaan helpen, maar anders. Met specialistische hulp. Het is weer tijd, de hoogste tijd om nog twee presentaties te krijgen. Ik kreeg net commentaar, of commentaar, een opmerking van de tribune dat als u aan het praten bent in de microfoon om iets dichter bij de microfoon te zitten. Het wordt niet goed verstaan. Snoertje is tekort. Wie weet lukt het. Zijn we allemaal zover? De heer De Koning, u kunt uw presentatie geven. De heer De Koning: Dank u wel. Mijn naam is Mart de Koning. En ik mag namens het college u meenemen in het uitvoeringsprogramma Algemene voorzieningen. Dit Algemene voorzieningen programma heeft vijf actielijnen, die u allemaal heeft kunnen lezen. Daarvan ga ik er eentje wat verder uitlichten. En de rest wordt wat meer zijdelings genoemd.
Mocht u daar wat meer over willen horen, dan is daar altijd de vragenronde. De actielijnen zijn allereerst keuzes maken. Wat betreft algemene voorzieningen is het misschien wel goed om even te noemen dat qua concreetheid dit een programma is wat misschien wel het minst concreet is van de uitvoeringsprogramma's. Dat heeft er ook mee te ... Dat zal ik zelf wel ... En dat heeft ermee te maken met dat algemene voorzieningen best wel een lastige definitie is. Wat is een algemene voorziening en wanneer hebben we er als gemeente invloed op en wanneer niet? Dat vraagt nou eenmaal iets meer tijd om daar uiteindelijk echt iets concreets over te vinden. Vandaar dat we eerst stilstaan bij keuzes maken. Hij mag naar keuzes. En daarin kijken we naar wat wij als gemeente voor lijnen hebben lopen richting organisaties, via dan wel subsidie of opdrachten en waarmee we kunnen sturen. Bij dat soort partijen gaan we dieper duiken in wat zij voor bereik hebben, wat voor vraag achter hun aanbod zit, of dat efficiënt wordt ingezet, waar deze voorzieningen überhaupt in de stad geplaatst zijn en of het een beetje een logische vindplaats is voor de plek in de stad? Dat zijn allemaal nog heel algemene vragen.
Tegelijkertijd denken we wel dat door deze vragen te beantwoorden er een eerste beeld ontstaat van, wat de vraag is naar welke voorziening en of daar voldoende aanbod op is of dat er nog iets bij moet en of de spreiding in de stad wel klopt met de vraag waar de voorziening het meest leeft? Dit zijn uiteindelijk data die ons stellen om keuzes te maken, op basis van datgene welke voorzieningen het meest efficiënt zijn. En daarmee hopen we uiteindelijk zoveel mogelijk voorzieningen tegen zo efficiënt mogelijke inzet in stand te houden in de stad en waar nodig uit te breiden en op andere plekken misschien wat minder. Dan kom ik bij de overige punten, actielijnen van de algemene voorzieningen. En die gaan meer in op het stuk samenwerking, bijvoorbeeld, tussen de partijen. We hebben binnen de stad behoorlijk wat organisaties waar we contact mee hebben. Dat zijn accountgesprekken als het gaat om subsidies of opdrachtgesprekken bij opdrachten. En de samenwerking daartussen kan soms wel verbeterd worden, vermoeden wij. En als gemeente hebben we daar het beste zicht op en kunnen we ook
40
het meest sturen om die samenwerking verder tot stand te brengen. Concreet willen we dat bijvoorbeeld doen door te kijken naar een aantal partijen die binnen hetzelfde veld of binnen dezelfde activiteiten uitvoering geven. Hen samen te laten werken, een subsidiepot te geven en hen dat te laten verdelen, om zoveel mogelijk de inzet te plegen die zij kunnen leveren voor dat budget. Een andere, die ook met subsidies te maken heeft, is het meerjarig subsidiëren. We hebben sinds kort een aantal subsidietrajecten lopen, waarin over meerdere jaren heen subsidie is afgegeven. Dat moet meer zekerheid brengen voor partners en ook voor onszelf als gemeente. Je weet waar je aan toe bent. Tegelijkertijd is het ook de vraag, levert dat datgene op wat we willen? Niet alleen de zekerheid speelt namelijk mee, ook een stukje efficiency. Ben je inderdaad minder tijd kwijt met verantwoorden en kunnen we nog wel genoeg sturen, omdat we niet meer elk jaar standaard een nieuwe subsidie, bijvoorbeeld, gesprek moeten voeren? Dat wordt binnenkort geëvalueerd. En tot slot hebben we ook inderdaad een onderzoek lopen naar de vraag, welke voorzieningen er momenteel zijn waar een eigen bijdrage voor gevraagd kan worden? En hier zit ook al een sneak preview in een naar specialistische voorzieningen paragraaf voor zo meteen.
Omdat er ook een aantal specialistische voorzieningen mogelijk als algemene voorziening kunnen worden ingezet, houdt dat in dat de voorzieningen die vanuit specialistische voorzieningen naar algemene voorzieningen komen hier ook onder kunnen vallen. Dat er ook een eigen bijdrage voor wordt geheven. Concreet kun je hierin denken aan een aantal Wmo-voorzieningen, huishoudelijke hulp, het vervoer. En dat zal dan een eigen bijdrage zijn in principe op basis van inkomen, inkomensafhankelijk. Dat is even heel kort het Algemene voorzieningen programma in een notendop. Zijn hierover vragen? De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Balorian. Mevrouw Balorian: Dank je wel voor de uitleg. Als ik kijk naar het uitvoeringsprogramma, zie ik staan op pagina 5, dan wordt er aangegeven, de administratieve lasten van subsidiepartners verlagen en op die manier ook bouwen aan vertrouwen. Wordt er aangegeven dat er binnen het Dordts Leerprogramma en het project maatschappelijke diensttijd is hiermee gestart. Kan ik wat meer uitleg krijgen over die maatschappelijke diensttijd? De heer De Koning: Toevallig ben ik er ook bij betrokken, maar dit is wel een heel ander onderwerp dan algemene voorzieningen of het uitvoeringsprogramma. Omdat de maatschappelijke diensttijd op zichzelf niet als onderdeel van het uitvoeringsprogramma staat.
Ik kan u met alle liefde vertellen wat de maatschappelijke diensttijd en projecten hier doen. Mevrouw Balorian: Maar wat is dan de koppeling? De heer De Koning: De koppeling is dat wij bij de maatschappelijke diensttijd al meerjarige subsidies hebben afgegeven, voor een aantal jaren. En dat is echt een puur stukje proces. Dat willen we evalueren. En geen inhoudelijke stuk verder inderdaad. Mevrouw Balorian: Op pagina 4 wordt er aangegeven dat ze willen de samenwerking bevorderen tussen zorg en het sociaal domein. En dan is het doel minder verwijzingen naar specialistische hulp. En de activiteiten die daarvoor plaats zullen vinden, zijn onder andere uitvoering geven aan bestaande programma's, zoals Kansrijke Start, Leefstijlzorg,
41
et cetera. Kan je wellicht een concreet voorbeeld geven hoe een van die programma's bijdraagt aan het doel? De voorzitter: Het stokje wordt even overgegeven. Gaat uw gang. Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Bijvoorbeeld Kansrijke Start, daar vindt echt een samenwerking plaats tussen ons, het sociaal domein, maar ook met verloskundigen, de kraamzorg, het ziekenhuis, gynaecologen. En daar proberen we dat die partners veel meer met elkaar samenwerken. Waar nu een verloskundige natuurlijk vrij snel al bekend is in een gezin en de kraamzorg komt ook nog een keer en er komt ook de jeugdgezondheidszorg. En zo zien we dat er heel veel partners of heel veel mensen in zo'n gezin komen. En al heel snel kan dat een medische hoek in gaan, gynaecoloog of een verloskundige, terwijl er ook redelijk vaak gewoon een sociale problematiek speelt. En door veel meer die samenwerking te verbinden met elkaar, proberen we dat er minder naar specialistische hulp of naar het ziekenhuis of wat dan ook verwezen wordt. En dat bijvoorbeeld gewoon een jeugdgezondheidsmedewerker, het consultatiebureau daarin kan ondersteunen. Bijvoorbeeld Kansrijke Start gaat echt over de eerste duizend dagen. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij was dat ook een van de laatste slides uit de presentatie, zoals we die hier bij de stukken hadden.
Over monitoring en financiën, daar wordt wat mij betreft niet geheel duidelijk hoe de voortgang daarin, in dat proces, eigenlijk wordt gemonitord. Er staan duidelijke acties in met oplevermomenten van wanneer bepaalde dingen gehaald moeten zijn, maar hoe gaat de organisatie monitoren of dat wel of niet haalbaar blijkt te zijn? Zodat je ook nog tijdig eventueel kunt bijsturen. De voorzitter: Heldere vraag. Wie mag ik vragen deze te beantwoorden? De heer De Koning: We hebben inderdaad de momenten gekoppeld aan de acties waarvan we denken op dit moment dat ze dan realistisch zijn om uit te voeren. En daar gaan we ook voor. Tegelijkertijd, voor heel veel van de acties die ook hierin staan, zal hetzelfde gelden als ook bij eerder genoemde acties al terugkwam. Namelijk dat als ze echt concreet worden dat het waarschijnlijk binnen een ander plan, een ander beleidsveld specifieker is uitgewerkt en dat daar ook een stuk monitoring zit. De heer Schalken-den Hartog: Voorzitter, nog een vervolgvraag. Het gaat mij vooral om hoe jullie dat gaan monitoren, zodat dat ook volgbaar voor ons is als we daar interesse in zouden hebben. De voorzitter: Waar kunnen we dat vinden, is eigenlijk de vraag. Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Je ziet dat in alle uitvoeringsprogramma's hebben we aan het eind een tabel met inderdaad de meer en de minder en de huidige situatie en de bronnen.
En heel vaak zijn het bronnen die maar eens in de twee jaar, soms vier jaar zelfs gemeten worden. Wat wel belangrijk is, is ook dat met alles wat we
42
doen, soms zijn acties heel concreet en is het wel heel makkelijk om af te vinken, maar uiteindelijk doen we het natuurlijk ergens voor. De output en de outcome. We willen natuurlijk uiteindelijk ervoor zorgen dat we inwoners kunnen helpen die het echt nodig hebben. En dat is niet van vandaag op morgen. Sowieso heeft de monitor ook echt een langere termijn. Dat merkten we hierbij ook. Het is best wel lastig om te monitoren. En daarnaast hebben we met heel veel andere ontwikkelingen te maken. We hebben natuurlijk een paar jaar geleden de coronacrisis gehad, die dan ineens de eenzaamheid weer ... Sowieso is meten heel lastig. Dat is één. Deze uitvoeringsprogramma’s lopen tot met 2027. Dat betekent dat we eind 2027 met een evaluatie komen en ook met nieuwe plannen voor ’28, ‘29 en ’30. Dat is sowieso een moment waarop we monitoren en evalueren. En tussentijds komen best wel een aantal maatregelen of acties terug in bestaande programma's. Zoals Leonie net vertelde over het programma Armoede tegen schulden. Dat komt regelmatig hier langs. Als we het hebben over jeugdhulp, daar gaan we natuurlijk een heel proces de komende maanden op ... Op de natuurlijke momenten en in de P&C-cyclus worden jullie ook op de hoogte gebracht.
De voorzitter: Een korte vervolgvraag? De heer Schalken-den Hartog: Als laatste misschien dan toch een oproep, hoe voor ons duidelijk wordt hoe wij dat kunnen monitoren? Je gaf net gelukkig aan bepaalde P&Cmomenten. Maar ik zou dat graag wat concreter willen hebben. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop had de vraag al voorzien. De heer Schalken-den Hartog: Heel goed. Mevrouw Van Benschop: Ik zit vooral gewoon even goed te luisteren naar wat precies de informatiebehoefte is. En die kan ik me eigenlijk best goed voorstellen. Vier uitvoeringsprogramma's heeft het college vastgesteld en die leggen we in de raad om dat te kunnen monitoren heel concreet op de KPI's, doelstellingen. Dat deel is denk ik lastig om dat te bundelen bij de uitvoeringsprogramma's. Wat ik wel toe kan zeggen, is dat we in ieder geval in Q4 dit jaar nog een RIB sturen naar de raad, waarin we toelichting geven op, wat is er gebeurd vanaf het moment nu tot einde van het jaar? Dan hebben we in ieder geval een tussenmoment om het gesprek te voeren, voorafgaand aan dat die evaluatie plaats gaat vinden en er weer nieuwe plannen gemaakt moeten worden. Ik hoop dat daarmee in ieder geval de informatiebehoefte voor een deel tegemoet wordt gekomen. De voorzitter: De heer Van Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Dank, voorzitter. Ik heb een vraag over het meerjarig subsidiëren, wat natuurlijk iets moois is.
Maar daar staat ook bij dat de administratieve lasten van subsidiepartners worden verlaagd. En tegelijkertijd lees ik verder in de stukken veel over KPI's. Betekent deze wens dat er dan ook KPI's juist worden geschrapt of dat de informatiebehoefte juist wordt verminderd die de gemeente heeft ten opzichte van vrijwilligersorganisaties en subsidiepartners of zorgorganisaties? Even duiding op dat punt.
43
De heer De Koning: Ja, dat is inderdaad een spagaat, die goed wordt gezien. Wanneer je meerjarig subsidieert, houdt het ook in dat je een stukje ijkmomenten daarin mogelijk inlevert, omdat je in ieder geval je beslissing over hoelang je iets subsidieert verlengt ten opzichte van wat je gewend was voor meestal een jaar. Over het algemeen worden daar wel ijkmomenten alsnog ingebracht om een keer per kwartaal, per halfjaar, per jaar, dat zijn een beetje de gangbare frequenties, een tussenevaluatie of een voortgangsverslag aan te leveren. De mate daarin kan van verschillen van een A4’tje tot een heel rapport. Dat zijn wel een beetje de punten waar je bij meerjarig subsidiëren veel meer je informatie vandaan moet halen, dan in de cyclus die we gewend zijn met jaarlijks subsidiëren, waarin je elk jaar je standaard gesprekken hebt en daar je informatiebehoefte uithaalt. Dat is een net iets andere manier van informatie ophalen. Wat er in ieder geval in vermindering zit in administratieve lasten is het stukje accountantscontrole. Dat kan een voordeel zijn. Maar inderdaad, het is wel een risico dat we vervolgens via de voortgangsrapportage nog zoveel gaan opvragen dat dan de administratieve lasten niet heel veel naar beneden gaan. De voorzitter: U heeft nog een korte vervolgvraag? De heer Van Dam Timmers: Ja. Dank, voorzitter.
Dan misschien meer een oproep, om daar wel rekening mee te houden. Als dit de wens is, dan kun je niet aan de andere kant elke informatie ook willen hebben. Mijn pleidooi is voor de uitvoering altijd. De voorzitter: Ik kijk nog even rond. Wie nog? Dan gaan we naar onze laatste sessie. En dan mag ik de heer Haksteeg het woord geven. De heer Haksteeg: Dank u wel, voorzitter. Het laatste uitvoeringsprogramma Specialistische hulp, daarmee willen we zorgen dat de specialistische hulp beschikbaar blijft voor de inwoners die het echt het hardst nodig hebben. We zien nu dat die vraag naar specialistische hulp toeneemt, terwijl de financiële middelen natuurlijk beperkt zijn. En we zien dat het maken van keuzes noodzakelijk is om te voorkomen dat het systeem vastloopt en de meest kwetsbare inwoners zonder hulp komen te zitten. De eerste maatregel is dat we de toegang tot hulp integraler en gerichter maken. En ik licht daar dan een paar maatregelen uit. Collega Lesley had het er net al heel kort over, de opdracht integrale toegang die wordt uitgevoerd door de Sociale Dienst en Dordrecht Sociaal. Ze hebben die opdracht gekregen om lokale integrale toegangspunten voor de inwoners te realiseren, waar zij terechtkunnen voor alle vragen, alle sociale onderwerpen die spelen.
We willen eigenlijk dat er in elk gebied, in elke wijk een laagdrempelige inloop ontstaat, waar inwoners terechtkunnen met hun vragen op alle onderwerpen. En daar moet je dan bijvoorbeeld aan denken dat waar nu het Sociaal Wijkteam zit, dat daar ook dan consulenten Wmo, inkomen, schulden aanwezig zijn en werkzaam zijn in deze punten. En die samenwerking is natuurlijk niet helemaal nieuw. De samenwerking tussen Dordrecht Sociaal en de Wmo-consulenten is er al. Maar we willen die nu wel gaan intensiveren. Het gaat om het anders organiseren en inrichten van die inloop en toegang door eigenlijk alle disciplines daar zoveel mogelijk toe te voegen, fysiek bij elkaar te zetten, zodat er met meer uren bij elkaar gewerkt wordt dan nu nog het geval is. Dan gaat het eigenlijk om een fysieke en een digitale toegang. Die integrale toegang heeft ook een relatie met het volgende punt, de opdracht Basishulp en Jeugdhulp naar Voren. Want het gaat in de kern in beide opdrachten ook om een verandering van de cultuur en een versterking van het vakmanschap van de professionals. Dordrecht Sociaal heeft
44
namelijk de opdracht gekregen om door te ontwikkelen naar een algemene voorziening, die vaker hulp en ondersteuning zelf gaat bieden. Ook vaker collectief en meer gericht op het hele gezin, in plaats van het steeds vaker verwijzen naar de regionaal gecontracteerde jeugdhulppartijen. En dat kwam een paar weken geleden ook in het rondetafelgesprek al aan de orde hier. We zien gewoon te vaak nog dat vragen binnenkomen als jeugdhulpvraag, terwijl er eigenlijk sprake is van andere problemen die eerst opgelost moeten worden. En dan kom je bijvoorbeeld weer op het stuk bestaanszekerheid. Dordrecht Sociaal gaf dit enkele weken geleden zelf ook al aan. Ze noemden toen ook de piramide van Maslow als voorbeeld. Zij willen ook kijken, hoe kunnen we werken aan duurzamere oplossingen, door vanuit het hele gezinssysteem te kijken en niet alleen vanuit de jeugdige. En dan kom je ook weer op het verhaal van, hoe versterk je dan de sociale cohesie binnen de wijken? De samenredzaamheid werd net volgens mij ook nog genoemd. Dat vraagt om een andere manier van werken. Echt wel ook een cultuuromslag in de houding en gedrag van medewerkers. Maar ook een andere samenwerking met jeugdhulpaanbieders, door expertise te verschuiven naar voren en aan te sluiten veel meer op het gezin en in de wijk. Het verschuiven van hulp alleen is niet voldoende. Het gaat echt om het toevoegen van die expertise.
Als het gaat om de toegang, die zit natuurlijk niet alleen bij Dordrecht Sociaal, maar loopt ook via de gecertificeerde instellingen en de huisartsen. Over die laatste gesproken, we willen eigenlijk ook dat huisartsen, praktijkondersteuning minder vaak doorverwijzen naar de regionaal gecontracteerde zorg. We zien dat dat nog steeds aan het toenemen is. We hebben nu ook de contacten met de huisartsen. Het is ook het plan om dit jaar een werkagenda op te stellen. Dat doen we dan met DrechtDokters, de koepelorganisatie. Dat is iets wat in ontwikkeling is. Naast de inzet van de huisarts gaat ... Ook de praktijkondersteuners ggz spelen natuurlijk een rol. Die dragen eigenlijk bij aan die beweging. We zien bijvoorbeeld dat ook een interventie, zoals Sociaal Recept, daaraan kan bijdragen. Mensen die met bijvoorbeeld een lichamelijke klacht naar de huisarts stappen, maar waar dan een heel ander probleem achter schuilt. Dan heeft een praktijkondersteuner, namens de huisarts, de mogelijkheid om ook door te sturen naar het Sociaal Recept, waar bijvoorbeeld een sociaal makelaar vanuit Dordrecht Sociaal met de inwoner kijkt, wat is eigenlijk de best passende hulp en zorg? Dat voor wat betreft de toegang. Dan ga ik door naar de tweede maatregel, de aanpassingen in het hulpaanbod. Ik spits dan ook weer even toe op met name de Jeugdhulp.
U weet dat we daarin als gemeente met andere gemeenten in de regio met een serviceorganisatie werken aan het bredere verbeterprogramma Beschikbare en Betaalbare Jeugdhulp. Inkoop is daar een onderdeel van. En we werken dit jaar toe naar nieuwe inkoopcontracten met de jeugdhulpaanbieders per 1 januari ’26. Met die nieuwe contracten willen we ook scherpere keuzes maken in de contractering van aanbieders en welke vormen van hulp we regionaal blijven inkopen, ook wat we niet meer willen inkopen, maar ook wat we meer lokaal zelf willen organiseren, bijvoorbeeld via Dordrecht Sociaal. Ook hierin ziet u eigenlijk weer die relatie terug met de opdracht Basishulp en Jeugdhulp naar Voren. Daar laat ik hem even bij. Ik ga door naar, de druk zit erop, de derde en laatste maatregel, de samenwerking. Ik licht daar ook twee belangrijke uit. De samenwerking met het onderwijs. We zien dat die natuurlijk ook een rol spelen in het beroep op Jeugdhulp. En zij hebben met het Samenwerkingsband Passend Onderwijs de opdracht om het verzuim en thuiszitters te voorkomen en terug te dringen, maar ook het realiseren van passend en inclusiever onderwijs. Dat is echt een opdracht die bij het
45
onderwijs ligt. Een goed voorbeeld hiervan is dat het Samenwerkingsband inmiddels een aanpak heeft die zich richt op een aantal onderdelen. Dat zijn onder andere afspraken met de schoolbesturen over een uniforme wijze van de registratie en analyse van het verzuim op scholen. Dan gaat het met name om de aan- en afwezigheid van leerlingen. Want we zien dat dat een indicator kan zijn voor uitval, beroep op Jeugdhulp, et cetera. Een ander onderdeel binnen die aanpak is het opzetten van een regietafel, waarbij je eigenlijk afdwingbare afspraken probeert te maken over de integrale ondersteuning aan leerlingen, aan jeugdigen bij wie die schooluitval eigenlijk al intensief en langdurig is. En naast het onderwijs spelen daar natuurlijk ook leerplicht en wederom Dordrecht Sociaal een belangrijke rol. En tot slot, binnen die aanpak richten zij zich ook op het onderzoek naar meer passende voorzieningen voor thuiszittende leerlingen. Dan kan u bijvoorbeeld denken aan veel meer time-in voorzieningen binnen bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs, waarbij je er eigenlijk voor zorgt dat kinderen juist binnen die klas of binnen die school blijven in plaats van dat zij thuis komen te zitten. Dat is waar het Samenwerkingsverband een belangrijke rol in heeft. Ik verwijs daarbij ook nog even naar een raadsinformatiebrief van afgelopen november over thuiszitters.
Daar staan nog meer details in over die aanpak, mocht u dat willen teruglezen. Tot slot licht ik de toegang rondom de cliëntondersteuning er nog uit. Ook een belangrijk onderdeel van die integrale toegang binnen het sociaal domein. Als gemeente zijn we verplicht vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning cliëntondersteuning aan te bieden aan inwoners die dat nodig hebben. Die richt zich nu met name op echt de kwetsbare inwoners die de weg naar zorg, via bijvoorbeeld Dordrecht Sociaal, Sociale Dienst, niet goed weten te vinden of niet op eigen kracht. Dan kunt u ook bijvoorbeeld denken aan inwoners met een licht verstandelijke beperking. Dat is vaak toch de groep die daar heel erg aanklopt. Belangrijk onderdeel van de integrale toegang binnen het sociaal domein. MEE Plus voert dat hier in Dordrecht uit en werkt daarvoor samen met het Ouderplatform, zodat eigenlijk op die manier ook de kennis zowel van de Wmo, Wlz, Jeugdhulp, passend onderwijs, maar ook ervaringsdeskundigheid bij elkaar komt. Daarmee voorkomen we eigenlijk dat problemen van inwoners verergeren en het versterkt, hopen we, ook de zelfredzaamheid van onze inwoners. Ik denk dat ik hem hierbij laat. Zijn er nog vragen? De voorzitter: Vragen? De heer Burakçin. De heer Burakçin: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraagje.
Als ik het zo lees en hoor, dan krijgt het Sociaal Wijkteam volgens mij aardig wat werk op hun dak. We weten natuurlijk dat het Sociaal Wijkteam het toch behoorlijk druk heeft met allerlei taken die ze is al hebben, wat leidt tot wachtlijsten. Mogen we aannemen dat dan de capaciteit van het Sociaal Wijkteam ook behoorlijk verhoogd wordt? De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Nee, dat kun je niet aannemen, omdat daar hebben we nu geen voorstel voor liggen om dat ook te doen. Ik denk dat het voor een deel klopt, dat het wijkteam er inderdaad meer taken bij krijgt. Maar het is wel een verschuiving die op meerdere plekken moet plaatsvinden. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat er alleen maar taken bij het wijkteam bijkomen. De hele reden voor de integrale opdracht aan Dordrecht Sociaal was om juist het wijkteam samen te laten werken met Buurtwerk en de
46
jeugdteams, omdat niet alles opgepakt moest worden door het Sociaal Wijkteam. Er vindt eigenlijk een verschuiving plaats van waarbij taken die voorheen en misschien soms nog wel te veel vanuit alle goede overwegingen opgepakt worden vanuit het Sociaal Wijkteam meer opgepakt kunnen worden vanuit het Buurtwerk. En waarbij er weer ruimte ontstaat voor het Sociaal Wijkteam om andersoortige laagdrempelige zorgvragen op te pakken. Het is meer een schuif die gaat, dan dat er echt extra taken bijkomen en er niks afgaat. Dat is overigens iets wat je overal ziet gebeuren op dit moment. We hebben het net heel kort gehad over het Integraal Zorgakkoord. Dat is zo'n zelfde exercitie eigenlijk. Vandaag heeft het college een RIB vastgesteld. Die ontvangt u binnenkort. Maar je ziet dat er steeds een beweging plaatsvindt van de meest zware zorg naar iets lichtere zorg, die dan weer iets moet loslaten om het naar nog lichtere zorg terug te brengen. En daar moet begeleiding op zitten. Dat kun je niet van de een op de andere dag doen. Daar werken we goed samen met Dordrecht Sociaal. Maar dat vraagt ook soms iets van middelen. Dit is wel een van de onderwerpen die onder andere ook in dat Integraal Zorgakkoord terugkomt. De heer Burakçin: Mag ik nog een kleine vervolgvraag? De voorzitter: Zeker. De heer Burakçin: Je kan erop wachten dat dan mogelijk de wachtlijsten nog groter gaan worden.
Ik neem aan dat dat ook gemonitord wordt en daarop geanticipeerd wordt. Dat mag ik wel aannemen, toch? Mevrouw Van Benschop: Zeker. Als we zien dat er effecten zijn waarbij mensen ineens heel lang op laagdrempelige hulp moeten wachten, dan schiet het zijn doel voorbij. Dat monitoren we zeker. De voorzitter: De heer Schalken. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Misschien in aansluiting op wat de heer Burakçin aangaf. Ik had ook een puntje met betrekking tot het wachtlijstenbeleid. Want de meest kwetsbaren moeten bovenaan de wachtlijst komen te staan. Dat wordt als een van de belangrijkste instrumenten ook ingezet. Maar toch zie je in de monitoring van dit plan het wachtlijstenbeleid niet terugkomen. Is dat niet iets wat in ieder geval toegevoegd moet worden, omdat dat juist zo belangrijk wordt gezien? En ik had hierna nog een vraag, maar deze kwam eigenlijk in aansluiting op de heer Burakçin. Mevrouw Van Benschop: Voor jeugd kan ik er geen antwoord op geven. Dat kan misschien iemand anders. En anders blijven we die vraag nog heel even schuldig. Maar als het gaat over onder andere de Wmo, dan hebben we wachtlijstbeheer bij de Sociale Dienst, omdat daar ook de indicaties worden afgegeven. En uiteraard wordt er ambtelijk vanuit de gemeente Dordrecht gesproken met de Sociale Dienst wat wij dan acceptabel vinden en hoe wij dat voor ons zien.
Maar dat is wel iets wat regionaal bij de GR Sociaal wordt ingezet. Wij hebben zelf geen wachtlijstbeheer. De heer Schalken-den Hartog: Dat snap ik. Maar omdat het ook in de stukken over monitoring gaat en dat juist op dat wachtlijstbeleid niet terugkomt qua monitoring. Of ik heb eroverheen gelezen.
47
Mevrouw Van Benschop: Qua monitoring. Dan begreep ik de vraag niet goed. Wat mij betreft kunnen we dat in de RIB, die we in Q4 verzenden, sowieso nog opnemen. We hebben natuurlijk wel reguliere momenten, waarin we ook rapportages sturen over hoe het staat met zorgaanvragen, indicaties en dergelijke. We zorgen in ieder geval dat u die informatie krijgt. Maar nogmaals, die komt niet via deze uitvoeringsprogramma's. De heer Schalken-den Hartog: Dank u wel. Mag ik gelijk mijn volgende vraag nog stellen, voorzitter? De voorzitter: Korte vraag nog, want we gaan zo meteen naar een afronding toe. En ik zie nog één, twee, drie vragen.
De heer Schalken-den Hartog: Het is een vraag naar aanleiding ook van de bijdrage die we zojuist hadden over de specialistische zorg. Er werd aangegeven, we gaan de Jeugdhulp anders inkopen. En we hebben net de bijdrage van mevrouw Rietstap gehoord. En we hebben het daarbij ook gehad over keuzevrijheid. En ik ben eigenlijk benieuwd naar de consequenties met betrekking tot de keuzevrijheid op dat anders inkopen. De voorzitter: Mevrouw Van Benschop. Mevrouw Van Benschop: Daar kan ik alleen maar een technisch antwoord op geven. Als je minder aanbieders hebt, dan heb je natuurlijk ook minder keuze bij welke aanbieder je uiteindelijk je zorg inkoopt. Maar ik kijk even naar de heer Van der Linden, want die is in de zaal. Die gooi ik nu even zo voor de bus. Die kan wellicht hier hartstikke goed antwoord op. De voorzitter: Het is mooi te zien hoe zo het college toch samenwerkt. De heer Van der Linden: Met één mond spreekt ook. De voorzitter: Graag met twee monden, maar wel wat eruit komt. De heer Schalken-den Hartog: Ik vind het fantastisch, voorzitter, maar graag inderdaad een antwoord. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van der Linden: Dit is natuurlijk een van de discussies die we eigenlijk al een aantal jaren voeren. Het doel is niet om het onmogelijk te maken dat je ergens zorg krijgt waar je het echt nodig hebt, enzovoorts.
Maar we zien een aantal hele grote problemen in de jeugdzorg. En die gaan we niet allemaal uitspelen vanavond. Maar een van de problemen is dat heel veel aanbieders ook zorgt voor heel veel afstemmingsbehoefte, heel veel administratieve last, heel veel heen en weer verkeer, allemaal uren die je nuttiger zou willen besteden. Wat we ook zien, is dat maatwerk heel belangrijk blijft, maar niet elke vraag moet met maatwerk opgelost worden. Wat ik ook heb gehoord in de bijdragen, en ik heb net niet geapplaudisseerd, maar dat is wel wat ik
48
ook vind, we moeten ook leren in jeugdzorglandschap dat niet elke vraag hulp nodig heeft in het formele kader. Voordat je daar bent, voordat je bij jeugdhulp bent, heb je al heel veel andere dingen kunnen doen of kunnen afwegen. En als je daar allemaal niet bij terechtkomt, als sport niet helpt en scouting niet en een klein beetje thuisondersteuning niet en school niet, want daar zit ook heel veel hulp natuurlijk, dan kom je misschien bij Jeugdhulp terecht. En die moeten wel er zijn. En ik ben me helemaal bewust dat juist de zware vragen of complexe vragen, dat je daar ook hele specifieke aanbieders voor nodig hebt. En daar zorgen we ook voor. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Linden. De heer Dam Timmers. De heer Van Dam Timmers: Daar staat wel nog Van voor natuurlijk, voorzitter. De voorzitter: Van Dam. De heer Van Dam Timmers: Maar het komt goed. Ik heb ook een vraag over dat laatste, over het scherper inkopen bij jeugdhulpaanbieders. Ik ben wel benieuwd, dan moeten er natuurlijk een heleboel jeugdhulpaanbieders sneuvelen in onze regio. En dan ben ik benieuwd, welke zijn dat? En vooral, hou je dan de grote beursgenoteerde internationale bedrijven over hier lokaal? Dat is een vraag. De voorzitter: Helder. De heer Van Dam Timmers: Ik heb een tweede vraag. Dan zijn we snel klaar.
En ik zie ook een voorkeur om de eigenlijk wettelijke toegang tot Jeugdhulp via de Jeugdwet via de huisartsen te beperken. Mijn vraag is, in hoeverre is dat eigenlijk wel wettelijk toegestaan? De heer Van der Linden: Dat zijn twee hele goede vragen. De afgelopen jaren hebben we gezien dat er meer jeugdhulpaanbieders kwamen. Meer. En het lijkt wel alsof het woord meer altijd toch opduikt. Meer jeugdhulpaanbieders, meer kinderen in zorg, meer wachtlijsten, enzovoorts. Dat is voor een deel ook aan een wetswijziging te danken, toen we het woonplaatsbeginsel kregen, waardoor heel veel kinderen in zorg opeens op onze rekening kwamen. Daar horen ook aanbieders bij. Het is niet zo ... Ik kan nog niet zeggen wie er afvalt en wie niet. Dat weten we nog niet, want zover zijn we nog niet. Het is ook niet per se een afvalrace of zo. We zorgen voor een adequaat aanbod wat alles dekt en waar ook keuzevrijheid in zit. Maar we zien wel de noodzaak om dat niet laten groeien en het liefst een beetje in te dikken. Wat ik niet zou willen, is dat we alle jeugdzorg bij, u noemt het woord, een paar beursgenoteerde bedrijven onderbrengen en daarmee op inhoudelijke basis ook een soort kaalslag teweegbrengen. Wat ik wel merk, is dat het helpt om veel van de ... En ik doe even zo, want elk kind is uniek, elke vraag is uniek. Maar er zitten wel heel veel dezelfde soort van vragen bij.
Dan helpt het soms wel als je grote aanbieders hebt waarmee je ook wel zeker weet dat je veel dingen kan afspreken. Tegelijk heb ik ook met die aanbieders de gesprekken soms. En één heb ik al eerder genoemd. Een aanbieder zei, natuurlijk, drie jaar terug zou ik gezegd hebben, stuur vooral meer geld. En nu zou ik meteen, als je dat geld over de tafel zou schuiven, het terugschuiven, want ik heb geen mensen meer. En dat is een fundamentele uitspraak. Als je constateert dat die hele sector mensen tekortkomt, dan kun je nog zoveel geld ter beschikking stellen of niet ... Het wordt niet, want het geld heeft ook een grens. Maar
49
dan moet je eigenlijk zorgen dat die handen die er zijn en die mensen die er zijn juist die hulpvraag kunnen beetpakken waar echt Jeugdhulp nodig is. En niet al die tijd, ik doe alweer even zo, verspillen aan handelingen die eigenlijk niet nodig zijn. Daar moeten we veel scherper in zijn. Dat moet. Anders redden we het niet. Er was nog een vraag, geloof ik, of niet? De huisartsroute staat in de wet. En wij houden ons, dat mag ook van wethouders verwachten, aan de wet. Maar daar hoort wel een opmerking bij. Want, en dat heeft u ook in de afgelopen jaren af en toe wel RIB’s over gekregen, we hebben gezien, en dat snap ik ook, bij een huisarts heb je natuurlijk best volle wachtkamers, die ook snel weer door moeten, enzovoorts. Soms zie je toekenningen van zorg waarvan je ook je de vraag kan stellen, als je iets meer gesprekstijd nodig hebt, bijvoorbeeld bij een POH’er, en die heeft drie kwartier in plaats van tien minuten, dan kom je misschien niet met een beschikking naar buiten. Misschien. Als het nodig is wel natuurlijk, want zo werken we. Maar misschien in die gevallen kan ook, we noemen het dan even een algemene voorziening of een voorliggende voorziening, voetballen of iets anders helpen. En we hebben gezien, juist bij de inzet van die POH’ers dat je goede vragen ook goed kan bespreken, tot goede hulp kan komen. Ik hou het ontzettend kort, voorzitter. Dank u.
Maar dat wordt dan niet formele Jeugdhulp. Dat wordt dan iets anders. En dat is ook, niet in de eerste plaats, maar ook financieel soms voordeliger. Wat fijn is. De voorzitter: Dank u wel. Ik zei niet één, twee, drie van opschieten, maar ik heb één, twee, drie nog mensen die wat willen vragen. De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, eigenlijk in aanvulling van wat er net is gezegd over huisartsen. En daar hebben we vorige keer bij een commissie over sturingsmogelijkheden Jeugdhulp open ook over gesproken. Toen hadden we het ook over huisartsen. Toen zeiden we, we hebben er eigenlijk niet zo heel veel invloed op of niet heel veel grip op de huisartsen. Maar er werd net wel een werkagenda genoemd. En daar ging ik even op aan. Zou daar iets van toelichting op kunnen worden gegeven? De voorzitter: Wie? De heer Haksteeg: Niet heel veel meer toelichting, maar meer dat we in contact zijn met de DrechtDokters. En dat we aan het kijken zijn van, welke onderdelen zouden op die agenda kunnen komen? Echt die samenwerking opzoeken met de koepel en met elkaar bekijken, wat zijn dan de onderwerpen waarop we die samenwerking kunnen intensiveren? Het is heel erg een proces antwoord, realiseer ik me, maar hij moet echt nog gevuld worden. De voorzitter: Een korte verduidelijkende vraag. De heer De Heer: Misschien een aanvullende vraag.
Is dit iets wat al bestaat en wordt dat verder geïntensiveerd, of is dat echt iets nieuws wat nu wordt opgestart, dit overleg? De heer Haksteeg: Ik kijk even naar de overkant, maar volgens mij is het echt een nieuwe agenda.
50
Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Volgens mij, we zijn al wel al langer in gesprek. En de wethouder heeft ook gesprekken met de DrechtDokters en zo. Volgens mij ligt er al wel een werkagenda, maar niet per se op het onderdeel Jeugdhulp. Met de IZA, het Integraal Zorgakkoord, hebben we ook inderdaad wel overeenkomsten en gesprekken. En bijvoorbeeld het Leefstijlloket, de GLI, de Gecombineerde Leefstijl Interventie. Er zijn al wel wat afspraken, maar op Jeugdhulp nog niet echt. En daar willen we echt afspraak over maken, omdat het vooral gaat over de samenwerking met huisartsen. Want zij mogen gewoon doorverwijzen. Wettelijk mogen ze dat. Het zou fijn zijn als we in de samenwerking wat kunnen bewerkstelligen. De voorzitter: Mevrouw Schnabel. Mevrouw Schnabel: Dank u wel. Mijn vraag hangt eigenlijk een beetje samen aan alle uitvoeringprogramma's en toch ... Ik zal ietsje dichterbij praten. En toch weet ik niet zeker of het precies hieronder valt. Maar deze integrale aanpak op suïcidepreventie is door de Tweede Kamer heen gekomen. En het is nu gemeente ... Of gemeenten die zijn daardoor verplicht om daar iets mee te doen, maar zij mogen daar wel zelf invulling aan geven. En ik ben benieuwd hoe dat hier invulling krijgt of hoe erover nagedacht wordt? Mevrouw Van Oostrom-van der Meijden: Er komt een nota publieke gezondheid aan, een nieuwe nota. Volgens mij is die ...
Is die al door het college? Ja. Die komt jullie kant op. En daar valt dit onder. Daar komt dit onderwerp ... En wat daar precies ook in staat over de suïcidepreventie weet ik niet, maar ik weet dat collega's daarmee bezig zijn, omdat het een nieuw wettelijk iets is. De voorzitter: De heer Ayverdi. De heer Ayverdi: Bedankt, voorzitter. Ik lees hier in een deel over kwetsbare inwoners dat in het beleid staat dat ook aandacht wordt besteed voor overbrugging tijdens het wachten, een waakvlamfunctie. Mijn vraag is dan, op welke manier wordt de waakvlamfunctie tijdens de wachttijden gemonitord en geëvalueerd? De voorzitter: De waakvlamfunctie, wie mag ik daarvoor het woord ... Het is een heel klein waakvlammetje, geloof ik. Dan mevrouw Van Benschop, bent u daar nog? Mevrouw Van Benschop: Nu wek ik wel heel erg de suggestie dat ik het antwoord heb. De voorzitter: Misschien een denkrichting. Dat mag ook. Mevrouw Van Benschop: Dat is altijd gevaarlijk. Ik ga daar later op terugkomen. Ik zit even na te denken. En er zijn wat meerdere kanten aan het verhaal. En voordat ik hier dingen zeg die niet kloppen, dat vind ik vervelend. Ik kom er even op terug. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen? Ik kijk even heel snel rond. Heb ik geleerd van mevrouw Van Vugt. En die had hier normaal gezeten, maar die was ziek. Ik pak haar methode. Ik zie geen vragen meer.
Dan nu de belangrijkste vraag vanavond, wilt u elkaar allemaal nog een keertje zien? En daar bedoel ik mee, wilt u nog meer informatie hebben, wilt u nog een beeldvormende sessie over dit onderwerp? Ik zie nee schudden. Dan kom ik op de volgende vraag. Is de second date, heet dat dan. Hebben we
51
voldoende informatie om deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de gemeenteraad te sturen of wilt u nog een oordeelsvormende bespreking? De heer De Heer. De heer De Heer: Voorzitter, wat ons betreft is dit echt voldoende. Het is heel veel informatie. Tegelijkertijd gaat het ook echt over ongelooflijk veel. Dank in ieder geval voor alle input. En tegelijkertijd is het onmogelijk om alles in een keer in je op te nemen. Maar goed, de kracht van herhaling zullen we dan maar zeggen. En wat mij betreft, als we ook horen dat er in Q4 een nieuwe RIB komt met voortgang over dit hele proces, dan gaan we die tegen die tijd weer met veel interesse lezen en misschien ook wel weer agenderen voor een bespreking. De voorzitter: Mevrouw Boom. Mevrouw Boom-Vos: Wij waren een van de aanstichters voor deze beeldvormende sessie. En dat was niet omdat de uitvoeringsprogramma's ... Dat we het niet eens waren of onduidelijk waren. Maar wij vonden het zo belangrijk, en dat is ook wel te zien, dat we het graag gewoon even wilden bespreken, want het is gewoon belangrijk voor de hele samenleving in Dordt. Maar wij zijn heel erg blij met de uitvoeringsprogramma’s n kunnen ook gewoon met het voorstel instemmen om het gelijk ter kennisnamen door te sturen. De voorzitter: Dan kijk ik even rond. Ik zie geknik overal. De heer Van Dam Timmers wil dat nog even bevestigen.
De heer Van Dam Timmers: Nee, dank, voorzitter, dat is niet het geval. Wij hebben technische vragen nog aanvullend gesteld, ook rondom bijvoorbeeld het voornemen om de huisartsen wat meer op de achtergrond te zetten. Ik wacht die zelf even nog in ieder geval af, voordat we verder bedenken of we hier nog iets anders mee gaan doen. De voorzitter: Maar de meerderheid van de commissie zie ik knikken dat dit ter kennisname naar de raad gaat. En mocht u er iets anders mee willen doen, dan zijn er instrumenten voor om dat aan te gaan. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, even voor de check toch. Ik hoor technische vragen zijn gesteld, maar die zijn ons niet bekend. Ik weet niet wanneer die vragen gesteld zijn, maar anders verzoek ik u om ze nog een keertje toe te sturen. De voorzitter: Een lange zit. Dank u allen. En zeker ook de mensen die allemaal ingesproken hebben. Zeer uitvoerig. En dank u wel. En voor nu wel thuis, morgen gezond weer op. En neemt u alstublieft uw glaswerk en dergelijke mee naar de counter. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 maart 2025.
De griffier,
De voorzitter,
52
A.E.T. Wepster
P.A.C.M. van der Velden
53