CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.10 2024.04.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 21 mei 2024, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de Gemeenteraad van 9 april 2024 en de Dordtse Dinsdag van 26 maart, 2, 16 en 23 april 2024 Vergaderzalen 1, 3, 524.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hogere scores kan je krijgen door eisen te stellen aan het materiaalgebruik, dus duurzame gebouwen neer te zetten en het hergebruik van aanwezige materialen stimuleren. Dat was het laatste blok. De voorzitter: Ik zie vier mensen. Ik begin bij mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Dank u. Ik had zo nog eens een vraag over duurzame energie, maar eerst bij de opening dia waarbij je vier schuifjes tegelijk hebt, daar staan vier onderwerpen en degene waarbij het schuifje het minst gunstig uitkomt, wordt vervolgens niet behandeld. Want na waterveiligheid gaan we naar grondwater en bodemzetting, dus ik vroeg me af waarom die niet in de presentatie zat. Daar zou ik graag iets over willen horen. Mijn tweede vraag gaat dus over de duurzame energie, waarvan wordt gesteld van op gebiedsniveau kan dat niet gehaald worden. Oké, dat is wellicht zo. Maar wordt er wel gestreefd naar zoveel mogelijkheden? Er wordt gedacht aan schaduwplekken, die kan je ook weer bijvoorbeeld combineren denk aan bushokjes of wat schaduw op waar dan ook met weer een zonnepaneel erop. Het zou kunnen zijn huizen met een standaard windwokkel, een Dordts product, verticale zonnepanelen enzovoort. Oftewel wat wordt gedaan, ook al kan je het niet halen, om daar zo dicht mogelijk daarbij te komen? De voorzitter: Ik zou zeggen begin met de laatste vraag over het energieneutraal op gebiedsniveau.

De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van inderdaad het optimaliseren van maatregelen, zoals ik dat maar even vertaal naar uw vraag, wordt inderdaad gekeken van zou je niet wat meer kunnen doen met groene gevels, groene daken uiteraard en inderdaad dan ook het creëren van meer schaduw. Maar dat is dan met name op buiten niveau, dus dat je zorgt dat het niveau op de pleinen, op straten, dat daar ook genoeg schaduwrijke omgeving is. Dus er wordt wel degelijk naar gekeken of de optimalisaties inderdaad mogelijk zijn. De eerste vraag ging volgens mij over het schuifje dat we niet hadden laten zien. Ik heb geprobeerd om dat terug te laten komen in de andere onderwerpen over water en dat het schuifje niet zichtbaar was wil niet zeggen

22

dat ik het niet heb willen bespreken, maar mogelijk dat het dan minder goed terug is gekomen. We proberen om water met al die schuifjes te bespreken. De voorzitter: Mijnheer Den Hartog. De heer Den Hartog: Oké, dat begrijp ik. Toch heb ik dat dan niet zo enorm terug gehoord als ik aan waterkwaliteit denk, er stroomt een riviertje langs en we hebben hier ook een fabriek die wel eens wat PFAS-stoffen enzovoort loodst, dus misschien dat u daar toch nog iets over kan zeggen. De voorzitter: Kan er nog iets over de waterkwaliteit gezegd worden?

De heer Kramer: Ik heb proberen met deze sheet dat toe te lichten hoe wij met de waterkwaliteit omgaan. Weliswaar gaat dat ook heel erg over het grondwater, maar wordt er volgens mij ook wel wat gezegd over hoe we met bredere aspecten omgaan dan alleen het grondwater. Maar als u zegt: ik heb daar nog vragen over of ik heb specifieke zaken die ik nu mis, stel ze vooral, dan gaan we die technisch beantwoorden, want dat is geen … De voorzitter: Mijnheer Den Hartog noteert ze. Ik dacht dat ik mijnheer Damen gezien had. De heer Damen: Wat ik niet zo goed begrijp is dat gebouwen allemaal energieneutraal kunnen worden, maar dat het gebied dan niet energieneutraal kan worden. Maar waar lekt dan de energie weg? De voorzitter: Waar blijft de energie? De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Er zit een verschil tussen het bouwen van een energieneutraal gebouw en het gebruik van een energieneutraal gebouw. Het gebruik hebben wij hier niet meegenomen, want daar komen wij niet aan de 100 procent energieneutraliteit, dus dat is het gebruik van de gebouwen en de omgeving die daar op het Maasterras plaatsvindt. De voorzitter: Dat was een helder antwoord. Mijnheer Safranti, die dacht ik dat nog een vraag had. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter.

Inderdaad, ik had meer over de bodemsanering, maar komt hij nog ter sprake of kunnen we het hier vragen? De heer Kramer: Vragen staat vrij, u kunt het vragen. De heer Safranti: Ik was eigenlijk benieuwd, omdat we natuurlijk over een gebied hebben waar dus heel veel industrie ook heeft gezeten, hoe dat nu er voorstaat en hoe dat straks aangepakt gaat worden. De voorzitter: Wat gaat er gebeuren met de bodem?

23

De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Nee, het klopt dat van oudsher, zoals van heel veel jaren terug, meer dan honderden jaren terug, dit altijd industrie is geweest dit gebied of heel veel industrie aanwezig is geweest. Dat heeft ook zijn effect inderdaad op de kwaliteit van de bodem, die is ook verontreinigd. Daarbij wordt elke keer naar maatwerk gekeken van welke kavels of welke gebieden ga je saneren, maar er is ook naar de mogelijkheid gekeken om het gebied op te hogen en daarmee doe je het zo aanzienlijk ophogen, het gebied, dat je niet die sanering hoeft aan te pakken of op een andere manier. Dus daar wordt echt naar maatwerk gekeken, hoe we daarmee omgaan, maar het klopt inderdaad dat die bodem grotendeels verontreinigd is in het gebied, met name waar de industrie vroeger heeft gestaan. De voorzitter: Mijnheer Portier, zag ik daarnet dat u ook een vraag had? De heer Portier: Ja, maar die is al deels beantwoord. Wat mij nog steeds niet helemaal duidelijk is over die gebouwen en die gebied energieneutraliteit, maar goed. De voorzitter: Dat wordt misschien later nog helder. Ik kijk rond. Laban, mijnheer Laban. De heer Laban: Dank, voorzitter.

Als ik goed begrijp uit de stukken dan gaan in de buitendijkse gebieden gebouwen functioneren als een soort veiligheid wanneer er hoogwater is, maar ik zou me toch best wel een beetje opgesloten voelen in zo'n gebouw als je daar rond omheen water ziet en hoe veilig is dan zo’n gebouw? De voorzitter: Mijnheer Buitenhek, heeft mijnheer Laban het goed begrepen? De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. We hebben meerdere zaken spelen hier. Het is inderdaad zo dat het een shelter locatie moet zijn, dus echt een vluchtlocatie voor de rest van Dordt, of in ieder geval een groot gedeelte van Dordt, om daarnaartoe te komen. Dat doe je enerzijds om het gebied op te hogen, dus dat is echt een aantal meters toe te voegen aan het gebied, circa twee meter wordt er nu aan gedacht, maar ook dat je kijkt dat de gebouwen die daar staan en die dus verhoogd zijn, dat je ervoor zorgt dat als er een dergelijke ramp gebeurt dat je die toegankelijk maakt naar hogere verdiepingen toe, zodat mensen daar kunnen schuilen. Dus toegang daartoe geeft of wat dan ook, wat ervoor zorgt dat grotere groepen mensen ook die gebouwen in kunnen gaan als dat water zo hoog komt, dat ze daar veilig zijn, dat is het idee daarachter. De voorzitter: De heer Safranti en daarna de heer Portier en dan de heer Stolk. Of u had een vervolgvraag? Dat mag ook.

De heer Laban: In hoeverre zijn die gebouwen dan veilig? Want er komen dus heel veel mensen op hogere verdieping in die gebouwen, meer mensen dan er normaal wonen, dat moet nog wel extra voorwaarden scheppen aan het gebouw zelf. De voorzitter: Extra stevig gebouw om al die mensen te dragen. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, daar moet in de constructie goed naar gekeken worden, zodat hij inderdaad kunnen volstaan. Daar wordt ook aantallen aan bepaald, dus daar moet u aan denken is dat niet hele grote groep in één keer daar

24

in dat gebouw kunnen, maar dat op een aantal inwoners zoveel mensen dan toegelaten worden tot het gebouw, zodat daar ook extra schuilvoorzieningen worden toegelaten. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Dank u wel, voorzitter. Even toch een aanvullende vraag naar aanleiding van de vraag die ik net had gesteld over bodemsanering. Mijn buurman attendeerde me terecht daarop: stel je voor dat we straks gaan heien palen onder de grond. Ook al gaan we hem ophogen, dat gaat toch effect krijgen. Is daarover nagedacht? De voorzitter: We gaan toch de grond in, ook al leggen we er een laag op. Mijnheer Buitenhek. De heer Buitenhek: We kijken in deze fase, want u doelt volgens mij op andere bouwzaken die nu in Dordrecht spelen, die maatregelen die moeten daar ook getroffen worden, in deze fase kijken wij nu alleen naar de doelstellingen die u ons meegegeven heeft, maar wij zijn nog niet zover dat wij hier operationeel aan het kijken zijn of we gaan heien of schroeven of andere faciliteiten van fundering erdoorheen, dus … De voorzitter: Mijnheer Safranti, duidelijk? De heer Safranti: Dat is duidelijk en wij stellen deze vraag niet voor niets natuurlijk, dus we gaan er wel vanuit dat u dit allemaal meeneemt straks. De voorzitter: Vast en zeker.

Mijnheer Stolk is daarmee uw vraag ook beantwoord, want u heeft uw buurman wat ingefluisterd? Dat is heel handig, doe het vooral vaker. Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, ik begrijp dat vijftig bio-based woningen een belangrijk aandeel hebben in de duurzaamheid, maar het gaat om tussen één op de veertig en één op de zestig van de woningen die gerealiseerd worden. Hoe kunnen die vijftig woningen daar zo'n groot effect op hebben of zo'n belangrijk aandeel aan uitmaken? De voorzitter: Is het een druppel op de gloeiende plaat of heeft het wel degelijk effect? De heer Kramer: Het is onderdeel van een aantal aspecten van duurzaamheid en deze scoort heel goed als je dat meeneemt, dat is bepaald vanuit die kaders die we mee hebben gekregen in het OER. Daar kunt u zelf wegen, maar zo is hij getoetst. De voorzitter: Goed. Ik denk dat de heer Portier niet helemaal bevredigd is, maar u zult er even mee moeten doen. Mevrouw Van Herwijnen. Het is ook een lastige. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Ik blijf ook een beetje hangen op dat gebouwniveau en dat gebiedsniveau. Dus op gebouwniveau, het gebruik, kunnen we in principe aardig richting energieneutraal. Maar nu is er ook gesteld: er wordt duurzaam gebouwd. Heeft dat duurzaam bouwen dan niet ook één op één effect op dat energieneutraal bouwen, dus waar we dus zo slecht scoren in dit gedeelte?

25

De voorzitter: Het bouwen zou toch een positief effect op de rest moeten hebben? De heer Buitenhek: Ja, dat klopt. Dank je wel, voorzitter. Waar we nu naar gekeken hebben wat wij vanuit de doelstelling meenemen, is dat we op gebouwniveau het maximale eruit halen om het energieneutraal te maken. Alleen het gebruik van het gebouw is niet hetzelfde als het gebouw zelf.

Dus waar wij naar kijken, wij hebben geconstateerd dat wij niet het gebruik van het gebouw voor 100 procent kunnen compenseren om energieneutraal te worden en daarom is er een splitsing gemaakt tussen op gebouwniveau een gebouw bouwen, dat kan 100 procent energieneutraal, maar het gebruik daarvan kunnen we dat in deze situatie niet voor elkaar krijgen en dat komt omdat wij veel hoogbouw moeten toepassen en daardoor weinig ruimte is om extra energieopwekking te organiseren. De voorzitter: Duidelijk, mevrouw Van Herwijnen? Mevrouw Van Herwijnen: Dus voor de goede orde, het gaat dus om de energiebehoefte voor het gebruik van die bebouwing en die kan dus niet voor een groot gedeelte duurzaam worden opgewekt, ondanks dat we waarschijnlijk met een warmtenet zitten? De voorzitter: Niet voor 100 procent, zegt u het maar. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Dat klopt, wat u zegt. De voorzitter: Dus niet voor 100 procent. Goed. Ik kijk rond, ik zie geen vingers meer. Dan heb ik ook nog twee vragen. De eerste vraag: heeft de commissie nu een goed beeld gekregen bij de thema's die we vanavond behandeld hebben, dus externe veiligheid, milieu, duurzaamheid en klimaat? Hoe die zijn verwerkt in het ontstemd ontwerp bestemmingsplan. Ik zie alleen maar geknik, dat is niet hetzelfde als knikkebollen. Mijnheer Damen.

De heer Damen: Voorzitter, we kunnen al die onderwerpen één voor één behandelen en kijken of we voldoende informatie hebben, maar op een gegeven moment komen een aantal verschillende terreinen bij elkaar en dan raken dingen verknoopt en dan wordt het ingewikkeld. Dus op zich over het onderwerp heb ik wel voldoende informatie, maar hoe dat inwerkt op andere zaken en hoe dat dan samen leidt tot het ontwerp bestemmingsplan … De voorzitter: Dat komt te zijner tijd, ik denk dat u daar helemaal gelijk in heeft, dat is wel ingewikkeld. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, voor nu wel, zou ik zeggen, genoeg informatie. Maar misschien komen we daar straks nog wel over te spreken, maar ik heb toch wel naar aanleiding van de milieueffectrapportage wat we hebben gekregen en in relatie tot de omgevingsveiligheid toch wel wat vragen. De voorzitter: Komt straks aan de orde. Mijnheer Portier.

26

De heer Portier: Voorzitter, aan de ene kant is het voor nu even genoeg, er is nog een vraag over de industrie aan de overkant, waar we nog een antwoord op krijg, maar ik denk dat er nog een aantal onduidelijkheden zijn die misschien met technische vragen schriftelijk beantwoord kunnen worden.

De voorzitter: Dat laatste zeker, de heer Den Hartog heeft dat net ook al te horen gekregen, je mag natuurlijk altijd nog schriftelijk vragen stellen als iets nog niet helemaal helder is. Misschien dat de heer Van der Spoel over het geluid ook nog steeds niet helemaal begrijpt, maar … Goed, het tweede, dat is iets heel anders. Heeft de commissie, net als bij wat we bij wonen en mobiliteit gehad hebben, behoefte aan een consultatie over externe veiligheid, milieu, duurzaamheid en klimaat en het adviesrapport van de commissie voor de MER wat bij de stukken zat. Dat staat namelijk niet op de rol, maar als u erom vraagt, kan het wel. Ik maak daar wel de volgende opmerking bij: de speelruimte is natuurlijk door allerlei wettelijke maatregelen heel beperkt. Stel dat GroenLinks zou zeggen, ik noem maar een voorbeeld: een onsje meer stikstof mag wat ons betreft wel. Dat gaat dan niet door, want daar zijn gewoon bovengrenzen. Dus als u een consultatie wil kan het, maar wees van tevoren ervan overtuigd dat er niet zo heel veel te halen valt. Ik zie niet heel veel verlangens. Wel? De heer Gündogdu heeft wel een verlangen. De heer Gündogdu: Voorzitter, graag zelfs. Want consultatie betekent dat we ook wat punten mee kunnen geven richting het college en ik zou juist in het kader van de omgevingsveiligheid zeker wel wat aandachtspunten willen meegeven.

De voorzitter: Ik zou nog een tweede kanttekening kunnen maken, niet dat ik wil gaan blokkeren, maar ook er zijn natuurlijk in het ontwerp bestemmingsplan nog een aantal onzekerheden, waar al een aantal keren naar verwezen is doordat mensen vragen wilden stellen over onderwerpen waar we het nu niet over hebben, maar die onzekerheden zijn er natuurlijk nog wel, dus we weten nog niet alles. Maar u zegt: toch maar een consultatie. Wie valt de heer Gündogdu bij? De heer … (VSP): Ik sluit me daarbij aan, VSP. De voorzitter: Dat is twee. Mevrouw …: Wij sluiten ons ook erbij aan. De voorzitter: Ik zie er al een stuk of vijf. Mijnheer Van der Kruijff ook? De heer Van der Kruijff: Ik wou net zeggen dat ik er geen behoefte aan heb, voorzitter, om eens een ander geluid te laten horen. De voorzitter: Geen behoefte? Prima, dat mag ook, een tegengeluid. De heer Van der Kruijff: Ook even beargumenteert, ik denk dat dat een vrij technisch geluid is en dat het ook goed onderbouwd is en dat we er ooit nog beeldvormende en

27

oordeelsvormend ook gewoon in het najaar over kunnen gaan praten en ik niet denk dat we nu halverwege veel kunnen gaan bijsturen hierop.

De voorzitter: Dat laatste probeer ik ook aan te geven, maar evengoed als de behoefte er vrij breed is, zijn we niet te beroerd om hem in te plannen. Alleen wees u ervan bewust A, wat ik gezegd heb, heel veel ruimte is er niet en B, wat de heer Van de Kruijff zei, later krijgen we hier natuurlijk ook wel gelegenheid voor. Mevrouw Van Herwijnen, u wilt nog wat toevoegen? Mevrouw Van Herwijnen: Er zijn natuurlijk een aantal dingen die zijn gewoon wettelijk bepaald, maar er zijn ook een aantal dingen die het zijn gewoon keuzes ook die gemaakt zijn en ik denk dat we over die keuzes die gemaakt zijn wel wat consultatie kunnen geven. De voorzitter: En dan wilt u daar wat meegeven. Mijnheer De Boer. Ik heb er vier, moeten we een meerderheid halen? Want die is er niet. Gaan we inplannen? Mijnheer Laban. De heer Laban: Misschien is beter dat alle fracties zich uitspreken en ik wil me graag aansluiten bij de woorden van de heer van der Kruijff, dat er geen behoefte aan is. De voorzitter: Dan ga ik nog een keer heel helder vragen van vinger omhoog als u zegt: ik wil graag wel een consultatie. Dan hebben we in ieder geval een beetje een idee. Het zijn vier fracties. De heer …: Ik vind dat het moet kunnen. Als zoveel fracties het willen, dan moet het gewoon kunnen. De voorzitter: Dan denk ik … De heer …: Als daar geen bezwaren tegen zijn.

De voorzitter: Nee en de heer Van der Kruijff hoeft niet te komen natuurlijk, als hij het niet zinvol vindt. Of het veel toegevoegde waarde heeft zal dan blijken. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, toch even een punt van orde. We hebben met elkaar afgesproken dat voor beeldvormende en consulterende dingen je de meerderheid van de fracties nodig hebben en die hebben we niet. Dus als we daarmee de hand gaan lichten heb ik ook nog wat onderwerpen die ik wil agenderen. De voorzitter: Mijnheer Safranti. De heer Safranti: Ik sluit me echt aan bij de heer Van der Kruijff.

28

De heer Portier: Qua procedure, ondanks dat het dan in mijn eigen nadeel werkt, sluit ik me aan bij de heer Van der Kruijff. Wij hebben inderdaad afgesproken dat er een meerderheid moet zijn voor een …

De voorzitter: Bij het vooroverleg juist het idee van laten we het deze keer niet al te formeel doen, maar goed als nu de meerderheid van de vergadering het wel formeel wil doen, de vergadering beslist uiteindelijk, dan denk ik dat we toch moeten besluiten om het niet te doen. Waarbij het iedereen vrij staat altijd om schriftelijk tips mee te geven, denk ik, dat kan wel. Helder zo? Dan is dat besloten en sluit ik deze sessie en gaan we om negen uur verder met de volgende sessie.

2. Stadsas: Ontwerp bestemmingsplan Maasterras - Thema Mobiliteit (consultatie) Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Buitenhek (Programmadirecteur Stadsas) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Mevr. De Heer (Forum voor Democratie) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf, wethouder H. van der Linden De voorzitter: Is de stoelendans bijna klaar? Dan kunnen we gaan beginnen. Fijn, mijnheer Gündogdu, dat u zo flexibel bent. Wederom op het programma de Stadsas, het ontwerp bestemmingsplan Maasterras, thema mobiliteit. Wij gaan krijgen een consultatie. Ik heet allereerst welkom de raads- en commissieleden, ook in het bijzonder wethouder Burggraaf en wethouder Van der Linden, waarbij ik nu alvast aankondig dat wethouder Van der Linden zo meteen ook wel weer eventjes naar zaal 1 gaat, want daar

29

is ook een belangrijk onderwerp waar hij bij moet zijn. Welkom, ook de mensen achter mij en de kijkers thuis. We gaan gewoon weer het voorstelling rondje doen, want er zitten ook niet dezelfde mensen als daarnet. Wethouder Burggraaf, ik ga met u beginnen, dus rechtsom. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder. De heer Van der Linden: Rik van der Linden, wethouder. De heer Buitenhek: Ronald Buitenhek, programmadirecteur Stadsas. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter Voor Dordt. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter Voor Dordt. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. Mevrouw De Heer: Elizabeth de Heer, Forum voor Democratie. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland. De heer Stolk: Leo Stolk, VSP Dordrecht. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks. De heer Portier: Ronald Portier, SP. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben vanavond uw voorzitter.

Toelichting waarom hebben we deze vergadering? Op 26 maart vond over het thema mobiliteit een

30

technische sessie plaats, waarbij onder andere het ging over de parkeernorm, de aanlanding van de stadsbrug en de tunnel naar de hoge Bakstraat. De consultatie van vanavond die is bedoeld om het college vrijblijvend dingen mee te geven, is dus niet een verlanglijstje waarvan u gegarandeerd weet dat u het krijgt. Het college kan dit vervolgens meenemen richting zienswijzennota en het definitieve bestemmingsplan. De consultatie van vanavond is geen oordeelsvorming. U zou dus zelfs iets mogen meegeven waarvan u zelf niet eens per se wil dat het gaat gebeuren. Het mag. De oordeelsvorming over het bestemmingsplan als geheel vindt pas na de zomer plaats als alle beeldvormende sessies zijn geweest, en daar is in de vorige vergadering al op gedoeld, dat wordt heel spannend want dan komt alles bij elkaar, als het college het definitieve bestemmingsplan ter vaststelling aan de Raad heeft voorgelegd. De vorige consultatie over het woningbouwprogramma, volgens mij ging dat best wel goed, behalve dan dat de wethouder gemist werd, maar daar kon hij ook niks aan doen. Daarom hebben we er deze keer twee. Anderhalf, vooruit, we zeggen niet wie die half is. Ik ga er eigenlijk van uit dat elke fractie wel iets wil zeggen en ik ga gewoon deze keer eens achteraan beginnen. Mevrouw Koene, heeft u iets om mee te geven en u mag natuurlijk nee zeggen.

Mevrouw Koene: Misschien heb ik wel wat om mee te geven, maar dat moment dat bepaal ik graag zelf. De voorzitter: Prima. Mijnheer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, dank u wel. Net als de vorige keer wilde ik niet het bestemmingsplan zelf al gaan beoordelen op mobiliteit en dergelijke, het ligt er en we gaan ooit het antwoord op de zienswijze zien en dan gaan we het allemaal wel beeldvormend en oordeelsvormend nog eens bespreken. Nu gaandeweg het proces hebben we er wel wat opmerking bij en dat is met name omdat we zien dat natuurlijk rondom een aantal vraagstukken al wat vraagtekens reizen hier en daar of dat allemaal haalbaar is, zonder nu al de handdoek in de ring te gooien, maar toch je hoeft die geluiden ook niet te negeren. Dan zouden wij het wel prettig vinden als op die aspecten, waarover echt discussies is, als wij dan de stukken vanuit het college krijgen aangeboden als Raad, ook eventueel alternatieven te horen van: als dat dan zo’n groot vraagstuk is, zijn er dan ook alternatieve oplossingen en wat zijn daar dan de consequenties van? Behalve dat we alleen maar een antwoord op een zienswijze krijgen.

Dat zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor de stadsbrug wel of niet autoluw, is dat haalbaar? Het antwoord weten we nog niet, maar stel dat dat niet zo is, waar zouden we dan uit kunnen kiezen, wat zijn andere scenario's? Hoef ik nu geen antwoord op, maar daar zouden we wel graag bij de bespreking te zijner tijd handvatten voor mee willen krijgen, zodat dat wat richting krijgt. De effecten ook op het totaalplan, bijvoorbeeld verkeer, geluid, luchtkwaliteit et cetera. Hetzelfde geldt voor hier en daar wat de infrastructuur. We weten dat er een hoop zienswijze zijn, ook vanuit de bewoners vanuit de Weeskinderendijk, die graag in hun huis willen blijven wonen. Stel dat die huizen nu zouden blijven staan, wat is dan het alternatief? Moet dan de busbaan alleen maar anders of moeten als er geen doorbraak is … We hebben er ooit wel een technisch verhaal over gehad, maar mochten we ooit over moeten besluiten, willen wij toch graag de consequenties en alternatieve oplossingen weten. Als laatste, voorzitter, geldt dat ook voor de parkeernorm.

31

We snappen dat het een hele belangrijke draaiknop is om het allemaal haalbaar te halen binnen de ambities die we gesteld hebben, maar ook daar horen we natuurlijk heel veel zorgen over. Wat zou het nu bijvoorbeeld betekenen als je die parkeernorm wat hoger stelt voor de financiën of voor het aantal woningen of voor het groen? Hoeven we nu geen antwoord op, maar het zal wel helpen als we dat krijgen te zijner tijd bij de bespreking in het najaar. Dat voor nu. De voorzitter: Denk dat dit duidelijk is. De behoefte aan welke alternatieven zijn er als bepaalde discutabele maatregelen, ik noem ze maar eventjes zo, niet door kunnen gaan om wat voor reden dan ook. Het antwoord hoeft vanavond niet gegeven worden, maar graag wil CDA daar een keer over spreken. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Er zijn best wel wat mobiliteits- en verkeersmaatregelen waar we ons als Partij voor de Dieren best in kunnen vinden, dus die onderdelen ga ik ook niet op in, maar het enige wat ik wel nog eventjes wil meegeven, en die heb ik al eerder benoemd, maar dat blijft ons toch een aandachtspunt en dat is die Dokweg.

Die Dokweg die zorgt voor een slechte verbinding van de wijk naar het water toe, maar nog veel belangrijker voor ons, die zorgt voor een blokkade in de ecologische verbinding en die was ook in de stukken meegegeven als een aandachtspunt, maar ook die willen wij toch nog eventjes extra benoemen. De voorzitter: Duidelijk. De Dokweg een blokkade als het gaat om ecologie. Mevrouw De Heer. Mevrouw De Heer: Zonder in herhaling te vervallen, ik heb niet echt specifieke nieuwe dingen, maar waarvan ik dan misschien in herhaling val vind ik de punten die de heer Van der Kruijff heeft genoemd. Daar sluit ik me heel graag bij aan. De voorzitter: Heel fijn dat u het in ieder geval niet allemaal herhaalt, dat scheelt tijd. Het is duidelijk. Mijnheer Laban. De heer Laban: Dank, voorzitter. Inderdaad, de bijdrage van de heer Van der Kruijff vond ik ook waardevol en daar wil ik me ook eigenlijk wel bij aansluiten. Maar daaraan toevoegend hebben we in die vergadering van 26 maart ook gesproken over de Hoge Bakstraat. De heren gaven het net al aan dat we daar waarschijnlijk nog even op terug zouden komen, maar wat onze fractie betreft is die doorgang richting de Hoge Bakstraat, ik denk dat die onnodig is en op de manier waarop nu aangegeven, zoals de heer Bootsman de vorige vergadering al aangaf, met trappen, dat is iets wat we afgesproken hebben met elkaar dat we dat niet meer zouden doen.

In die zin moet die óf aangepast worden, maar wat ons betreft eigenlijk helemaal geschrapt worden, omdat er voldoende ontsluitingen zijn in het gebied richting de stad. De parkeergarage die krijgt een bepaalde grote, uit mijn hoofd even een kleine 800 plaatsen, en mijn vraag is daarbij: kan die parkeergarage ook groter gemaakt worden om daarmee parkeergarages in de stad te ontlasten? Waardoor de parkeergarage in de stad mogelijk kunnen worden gebruikt voor binnenstadbewoners die daarin kunnen parkeren als we de auto's van straat af willen. De stadsbrug, de heer Van der Kruijff gaf het al even aan, daar is eigenlijk zoveel onduidelijkheid over en toch zo belangrijk voor het plan, dat dat wel heel belangrijk is dat

32

daar duidelijkheid overkomt en hetzelfde geldt eigenlijk ook voor het rangeerterrein en de stamlijn. De voorzitter: Dank u wel. Dus de nieuwe punten, met name dan de tunnel richting de Hoge Bakstraat overbodig en als die er wel komt dan anders dan volgens de plannen. Parkeergarage zou een tandje bij mogen, zodat in de stad wat meer ruimte komt voor bewoners om daar te parkeren en graag zo snel mogelijk duidelijkheid over de stadsbrug, zullen we maar zeggen. Mijnheer Wringer. De heer Wringer: Dank, voorzitter. Het plan valt natuurlijk inderdaad met het rangeerterrein, de stamlijn en de stadsbrug en die zijn natuurlijk alle drie heel belangrijk. We spreken hier over mobiliteit, maar we spreken over mobiliteit over een jaar of tien/vijftien in dat gebied en dat vinden we heel lastig, want dan rijden we waarschijnlijk misschien allemaal 100 procent elektrisch, misschien op waterstof, misschien allemaal op weet ik veel wat. In Parijs zetten ze nu drones taxi’s in, wie weet komt dat hier ook wel, dus bouw een beetje flexibiliteit in zou ik zeggen. Dat de plannen eventueel over twee, drie, vijf, tien jaar nog eventueel een beetje aangepast kan worden, dat wil ik even meegeven. En mijn collega heeft ook nog een puntje. De voorzitter: Mevrouw Jager. Mevrouw Jager: Dank u wel.

Wij zouden ook heel graag zien dat er een planning wordt opgenomen ten aanzien van parkeerplekken voor houders van parkeervergunningen, voor mindervaliden en in relatie daarmee de loopafstanden binnen het wijkgebeuren die dat tot gevolg heeft, samenhangend met de plaats van de parkeerplekken. De voorzitter: Helder. In ieder geval dus flexibiliteit, omdat in de toekomst het vervoer er waarschijnlijk heel anders uitziet dan nu. Beter voor Dordt ziet ze vliegen, zou ik bijna zeggen. Planning van parkeerplaatsen voor mindervaliden en ook denken aan de loopafstanden, dat dat toch wel hoge prioriteit moet hebben. Prima. Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD en dat zou mijnheer Noldus doen, dacht ik. De heer Noldus: Voorzitter, dank u wel. We hebben een aantal punten om in te brengen in deze consultatie over mobiliteit, belangrijk onderwerp binnen het plan waar we het over hebben. Allereerst een aantal positieve punten die we zien. We zien dat er ruimte is voor kwaliteit van de buitenruimte en dan vooral de binnenterreinen van de bebouwing door de gekozen voorgelegde inrichting. Het is een gebied dicht bij het spoor en enorm kansrijk voor verdichting, waarbij allerlei doelgroepen goed bediend kunnen worden met frequent OV.

Sterker nog, eigenlijk zien we dat dit gebied bijdraagt aan de verbetering en intensivering van personenvervoer over de oude lijn, dus dat zijn positieve zaken die we erin zien. Dan toch een aantal zorgen die we in deze consultatieronde willen meegeven op het drietal thema's. Allereerst, hij is al eerder genoemd, de parkeernorm van 0.3 vinden we een spannende. Sluit dit nu aan bij de beoogde doelgroepen voor de woningen die we zien en blijft dit dan ook aansluiten, ook als dadelijk de eerste groep bewoners verhuisd is in dit gebied? Dan komen we op, en die is ook al genoemd, de combinatie dubbel gebruik tussen P+R en bewoners parkeren. Uit de bijeenkomst van de vorige keer hebben we gehaald dat slechts 43 van 50 parkeerplekken exclusief voor bewoners zijn toegerekend. Dat wekt bij

33

ons wel de vraag op of het op de overige parkeerplekken op zaterdag dan wordt gevochten tussen bewoners en bezoekers op de piekdrukte op zaterdag richting de binnenstad, ook een beetje in lijn met wat de heer Laban daarover vroeg. Dus dat is een zorg die we daarin zien. Het derde punt wat daarbij de parkeernorm is, de parkeerregeling voor Krispijn, die daar natuurlijk mee samen zal hangen. Weegt er wat ons betreft mee dat dit proces wat anders tot stand komt dan het reguliere proces, want er volgt immers geen enquête. Bewoners zullen wellicht in mindere mate een keuze daarin zelf hebben en wat ons betreft weegt het mee in de vorm in de driestelling waarin het wordt toegepast. Dan het tweede punt, voorzitter, over de fietstunnel naar de Hoge Bakstraat, is net ook wat over gezegd, wij zijn daar nog niet helemaal van overtuigd. Het leidt tot veel extra fietsdrukte in een woonstraat. We gaan voor heel veel geld kwaliteit toevoegen aan de Achterhakkers route, de extra omweg lijkt ons beperkt, dus we zijn nog niet helemaal van overtuigd van die noodzaak. Dus daar geven we graag mee. Het derde punt, voorzitter, is natuurlijk de stadsbrug. In het voorkeursscenario wordt de Zwijndrechtse brug volledig afgesloten voor autoverkeer, waardoor de toekomstige bewoners weinig overlast zullen ervaren en er waarschijnlijk meer woningen gebouwd kunnen worden.

Die keuze, op zich begrijpen we die, maar het laatste onderzoek is uit 2007, zeventien jaar geleden, en we willen graag nader in gesprek met deskundigen over de mogelijkheden, een beetje in lijn met wat de heer Van der Kruijff daarover zei, de mogelijkheden om toch een fors aantal woningen te realiseren in combinatie met autoverkeer. Mogelijk is dit haalbaar in meer of mindere mate. Wat zijn bijvoorbeeld de mogelijkheden wanneer het autoverkeer langs de randen van het toekomstige Maaspark via een haarspeld teruggaan naar de Laan der Verenigde Naties. Kunnen dan minder woningen worden gebouwd, kunnen er helemaal geen woningen worden gebouwd, is dit een handjevol? Op die manier kunnen we meer rekening mee houden hoe we zo'n besluit hoe kunnen gaan nemen. Dat waren onze punten die we graag willen meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Dus de parkeernorm, 0,3, is dat ook toekomstbestendig? Dubbel gebruik van parkeerplaatsen, gaat dat vechtpartijen opleveren? En de parkeerregulering voor Krispijn graag op een bijzondere manier procesmatig gaan regelen van wegen. Fietsstraat, Hoge Bakstraat, een beetje in de lijn met ChristenUnie/SGP, niet helemaal overtuigd van het nut. En de stadsbrug, net als wat de heer van der Kruijff ook al zei, bij de keuze van … Het onderzoek was sowieso oud en zijn alternatieven mogelijk of denkbaar? We gaan daar straks wel wat op horen mogelijk.

Mijnheer Damen van de Partij van de Arbeid. De heer Damen: Is niet helemaal gebruikelijk, voorzitter, maar ik sluit mij graag aan bij de opmerking van mijn buurman, waar het gaat om de blijheid dat hier gewerkt wordt aan een zeer stedelijk gebied en dat er ook gepoogd wordt om daar een bijbehorend mobiliteitsplaatje neer te leggen, waarbij zeer beperkt gebruik wordt gemaakt van de auto, in tegenstelling tot andere gebieden in de stad die recent zijn uitgelicht. Er is net al gewezen op de blokkerende werking van de Dokweg. Ik ben heel nieuwsgierig of die blokkerende werking, in ieder geval vanuit de wijk richting rivier, beperkt kan worden. Dat heeft zijdelings met mobiliteit te maken. Een van de kwaliteiten van het gebied is dat je vlak bij de rivier zit, je hebt een prachtig uitzicht. We hebben een rivier waar, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Rotterdam, heel veel schepen over varen, waar je een treinbrug hebt, die heeft Rotterdam ook inmiddels niet meer, en waar je ook nog een

34

bus brug of een autobrug hebt, dat hangt dan nog even vanaf. Maar je hebt daar een prachtig uitzicht, er komt een soort geluidsdichte muur om het geluid van Dokweg te weren en ik hoop dat we daar toch in slagen om die kwaliteit van de rivier meer zichtbaar te maken in de wijk. Tweede punt, dat is al door de heer Van der Kruijff en anderen genoemd, de stadsbrug moet autoluw worden, maar ook als daar alleen een bus overheen rijdt, gaan op zijn minst vijf lijnen overheen, veel met halfuur dienst, dat betekent twintig bussen heen en terug samen per uur. Het is, ook als er geen auto's overheen rijden, is het een drukke weg. Die leiden wij nu volgens het plan via het vierkant door de wijk heen. Dat is geen fijn ding in de wijk, maar als er ook nog auto's overheen gaan, wordt het helemaal een lastig ding. Ik heb al eerder een pleidooi gehouden om te onderzoeken of de haarspeld mogelijk is, waarbij de afrit van de brug terugloopt via of langs de parkeergarage aan de Weeskinderendijk Noord. Mogelijk betekent dat mindere kwaliteit van het park, maar ik ben niet helemaal overtuigd van de mogelijke kwaliteit van het park. Ik vind het niet een van de sterkste onderdelen van het plan, het is meer een terrein dat overschiet, omdat er niet gebouwd mag worden.

Dus als daar de afrit van de brug overheen geleid kan worden, zou het mogelijk worden om de woning aan de Weeskinderendijk Oost te sparen, mits we op een andere plek in het plangebied voldoende ruimte vinden om meer woningen te bouwen. Voor mij mag je nog meer de lucht in en de hoogte in dan we nu al doen. Er is nog één andere ingewikkelde knoop, dat is de parkeergarage Weeskinderendijk. Ik hoor dat daar heel veel medewerkers van het stadskantoor parkeren. Nu schuiven we het stadskantoor een heel stuk op, waardoor de afstand ten opzichte van die parkeergarage groter wordt. Ik weet niet precies wie daar parkeren, ik denk dat het goed is om daar heel goed naar te kijken van wie maken daar gebruik van en wat willen die als natransport? Dat kan betekenen dat je misschien fietsenverhuur daar moet inschakelen, misschien gaan die mensen naar het station. Het kan zijn. Dan zou het prettig zijn als er een betere toegang aan de westzijde van het station komt, maar dat is een zeer ingrijpend ding, maar ik vind dat een veel betere investering dan het voetgangerstunneltje, zoals er nu gepland is. Dat doet mij heel erg denken aan het bruggetje dat hier bij de bouw van het stadskantoor en de parkeergarage achter het stadskantoor over de Spuihaven is neergelegd. Dat bruggetje wordt maar heel schaars gebruikt.

Ik heb het idee dat dat tunneltje evenmin erg populair zal worden, zeker als er een trap in zit. De afstand tussen de punt waar de parkeergarage aan de Dokweg komt naar de Prinsenstraat is even ver als de afstand via het tunneltje naar de Prinsenstraat, dat scheelt hooguit tien meter. Dat waren ze. De voorzitter: Dank u wel. Dus naast sympathie voor de VVD, noemde u de Dokweg. Naast de ongebruikelijke sympathie voor de VVD had u vier dingen. De Dokweg, de blokkade graag opheffen zodat van het fraaie uitzicht op de rivier ook optimaal genoten kan worden, de rivier moet goed zichtbaar worden. De stadsbrug autoluw, maar er rijden allemaal bussen over zodat hij toch druk blijft en dan wordt dat vierkant, waar het de vorige keer overging, toch een te drukke weg in de ogen van de Partij van de Arbeid, dus kijk nog eens naar de haarspeld. Twijfel aan de kwaliteit van het park. De afrit eroverheen zou mogelijk de huizen aan de Weeskinderendijk kunnen sparen, dus zoek dat nog eens een keer uit is het verzoek. En als laatste de parkeergarage Weeskinderendijk, grote afstand van het stadskantoor, dus ook nog maar eens onderzoeken wie gaan straks die parkeergarage gebruiken? Ook de

35

Partij van de Arbeid heeft dus wel zijn twijfels bij het tunneltje richting de Hoge Bakstraat. Zo vat ik het ongeveer samen. De heer Portier: Voorzitter, laat ik simpel beginnen. Schrap die doorgang bij de Hoge Bakstraat. Dan kom ik even op het cruciale onderdeel van het plan, dat ervan uitgaat dat het autoverkeer drastisch terug gaat lopen de komende jaren. Feit is dat als één op de tien autobezitters nu in Nederland over zou stappen op het openbaar vervoer, dat het openbaar vervoer het niet eens aan zou kunnen op dit moment. Dus de kans dat in de komende paar jaar zoveel mensen over gaan stappen van de auto naar het openbaar vervoer, hoe wenselijk ik dat op zichzelf ook zou vinden, is gewoon niet zo reëel. Dat betekent dat als je nu inderdaad de brug afsluit voor autoverkeer, dat er gigantische files gaan ontstaan op de A16, die vaak toch al vaststaat, dat heeft ook weer tot consequentie dat men andere routes gaan nemen, dat heeft ook tot gevolgen, zoals ook de Fietsersbond betoogd, dat er een heleboel autoverkeer bijvoorbeeld in oostelijke delen van Dordrecht dat dat enorm toe gaat nemen. Wat je in het hele plan ziet is dat er gewoon geen rekening gehouden wordt met de effecten op de rest van Dordrecht en eigenlijk, als je dan gaat kijken naar A16, op de rest op de van Nederland.

Sterker nog, over de extra drukte op de A16 wordt gezegd, er wordt niet letterlijk gezegd we halen onze schouders erover op, maar er wordt gezegd: het ligt buiten het plangebied, dus we hebben het daar niet over. Dat is natuurlijk geen manier om een reëel plan te gaan maken. De voorzitter: Het is geen oordeelsvormende vergaderingen, mijnheer Portier, maar u heeft uw punt gemaakt. De heer Portier: Ik ga dan meegeven wat naar mijn idee wel zou kunnen gebeuren. Er is in 2007 een plan gemaakt inderdaad voor een haarspeld pin, om de aanlanding van de brug direct terug te laten gaan naar de Laan der Verenigde Naties. Dat is gewoon goed onderzocht, dat is werkbaar, dat kan gecombineerd worden met parkeerruimte, het is ook verenigbaar met het handhaven van het werkspoor. Dus ik heb iets van: alsjeblieft, kijk daar gewoon goed naar. Wat je nu eigenlijk ziet, dat zie je ook aan de parkeernorm, van drie op de tien huishoudens, dat betekent dus anderhalf op de twintig volwassenen, maar moet je ook nog wat rekening houden met bezoekers, dus je gaat ervan uit dat één op de twintig volwassenen straks een auto in dit gebied heeft die daar wil parkeren. Gaat gewoon niet gebeuren, zeker niet met de hogere-inkomensgroepen waarvoor volgens de plannen gebouwd gaat worden. Met andere woorden: wat er in het gebied gepland gaat is, is gewoon te veel voor een te kleine ruimte.

Dus mijn pleidooi is echt: kom wat dat betreft, college, op je schreden terug. Kijk heel goed naar het handhaven van de auto's op de stadsbrug, in ieder geval voor de komende 20 jaar. Kijk en pas plannen daarop aan, zodat het realistisch wordt, want als we alles willen in dit gebied, wat dan uiteindelijk niet haalbaar is, heb je kans dat er de komende jaren niets gebeurt. Dat is wat ik hiermee betoog. De voorzitter: Dank u wel. Dus ook hier werd de tunnel de Hoge Bakstraat genoemd als overbodig. In de ogen van de SP blijven er ook in de toekomst veel auto’s rijden, dus de brug blijft noodzakelijk, want anders loopt de A16 vol en Dordrecht ook. Het oude onderzoek de haarspeld wordt genoemd, is al eerder genoemd, dat is ook een voorkeurswens van de SP. En minder woningen, want er wordt eigenlijk te veel gepland

36

in een te kleine ruimte, als ik het goed begrepen heb. Kom ik bij GroenLinks en dat gaat de heer Bootsman doen. De heer Bootsman: Dank u wel, voorzitter. Een wijk gebaseerd op het STOMP principe, dat vinden wij als GroenLinks Dordrecht een prachtig idee, maar de voorwaarden moeten daarbij dan wel goed zijn. Hoogwaardig openbaar vervoer en niet alleen per spoor, maar ook per bus. Dat is volgens ons een voorwaarde om een wijk op basis van het STOMP principe echt een succes te laten te zijn. Hetzelfde geldt voor de spelbepalende richtingen in het plan op gebied van mobiliteit, bijvoorbeeld de Zwijndrechtse brug. Het autovrij hiervan maken vinden wij een mooi idee, volledig in lijn met het STOMP principe, maar zoals met alle spelbepalende richtingen geldt, het is wel belangrijk wat mijnheer Van der Kruijff net zei, om goed na te denken over: wat als het niet lukt. Meerdere fracties spraken er net al over, maar in tegenstelling tot hen zien wij de tunnel in de Hoge Bakstraat niet als overbodig. Voor mensen die niet lang kunnen lopen en die vanuit de nieuwe wijk toch naar het centrum willen, kan de omweg over andere ontsluitingswegen misschien wel te ver zijn, maar dat maakt het volgende punt des te belangrijker. ’’Toegankelijkheid bij nieuw aangelegde infra de norm’’, dat is een citaat uit de unaniem aangenomen motie Dordrecht toegankelijk.

Dit is belangrijk, want toegankelijkheid gaat niet alleen een selecte groep mensen met een beperking aan, maar gezien de vergrijzing die eraan komt, steeds meer mensen gaan toegankelijkheid voorzieningen nodig hebben. GroenLinks Dordrecht vindt het aanleggen van een tunnel die niet voor iedereen toegankelijk is onacceptabel en wij willen het college daarin graag ook meegeven om ook met dit soort grote gebiedsontwikkeling het VN-verdrag handicap te volgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dus GroenLinks: prima dat STOMP principe, maar dan moeten wel aan de voorwaarde voldaan worden van een goed en hoogwaardig OV. Brug autovrij ook goed, maar wel: wat als het nu niet zou lukken, alternatieven. Tunnel Hoge Bakstraat vinden jullie wel een goed idee, maar moet hij wel ook toegankelijk zijn voor iedereen. Sowieso in heel de wijk moet gelden: de toegankelijkheid moet de norm zijn, ook met het oog op de vergrijzing, dus niet alleen mensen met een beperking. Ik dank u daarvoor en dan ga ik naar de VSP. De heer … (VSP): Voorzitter, dank u wel. We hebben een klein lijstje. Ieder geval wil ik toch aandacht vragen voor het openbaar vervoer.

Zeker in de tijd voor de mobiliteit en wat we allemaal met het STOMP-principe willen doen, denk ik dat er, zowel vanuit de wijken naar de stad, als van de nieuwe wijk naar de stad, een goed openbaar vervoer komt en wel voordat we met alle activiteiten gaan beginnen daar waar we gaan bouwen. Dan heb ik het over de Hoge Bakstraat, daar is de VSP ook niet voor. De stadsbrug, daar is over de haarspeldbocht gesproken, dat zou voor ons een hele aantrekkelijke situatie zijn, waardoor dus de Weeskinderendijk Oost ontzien wordt en misschien moet er wel aan gedacht worden om die huizen ook te laten staan. Dan kijk ik naar parkeren in de stad, maar ook in de wijk. Veel aandacht wil ik vragen voor de gehandicapten om de auto te plaatsen. Ik kom in diverse steden en daar zie je heel veel parkeerplaatsen voor invaliden en bij ons zie je dat eigenlijk niet. Ik wil dat toch eigenlijk op het hoofdmenu zetten, dat daar dus geen vijf of tien neergezet worden, maar vele malen meer, dat die mensen, die dus moeilijk ter been zijn, de auto in kunnen. Dat parkeernorm, wij als VSP zeggen toch: wij denken niet dat de auto verdwijnt, dus ik wil toch aandringen dat er

37

toch gekeken wordt naar voldoende parkeerplaatsen, ook voor de auto. Dat was het tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dus de VSP vraagt aandacht voor goed OV, zowel van de wijk naar de stad, als andersom. Hoge Bakstraat tunneltje, dat zagen jullie ook niet zo zitten. Stadsbrug graag de haarspeld, zodat de Weeskinderendijk en de huizen daar mogelijk ontzien kunnen worden. Parkeren, met name voor zoals u het noemt ook aandacht voor de invaliden, dus daar veel meer parkeerplaatsen dan nu gebruikelijk is. Dan is het natuurlijk logisch dat het volgende punt ook genoemd wordt, dan zal de parkeernorm vanzelfsprekend hoger moeten worden. Maar u gaf ook als argument omdat de auto tenslotte toch zal blijven. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Er is al heel veel gezegd, dat krijg je ervan als je als bijna een na laatste aan de beurt bent. Maar in ieder geval, wat ik wil zeggen is dat we in ieder geval een mooi gebied hebben om te ontwikkelen. Wij hebben de ambitie eerder uitgesproken dat we dit gebied tot een volwaardig stadsdeel willen ontwikkelen. Maar misschien is ook wel de vraag die we moeten stellen: willen we misschien te veel in een relatief moeilijk gebied om te ontwikkelen? We hebben het in de afgelopen technisch sessies allemaal gehad over de moeilijke onderdelen van dit gebied, in de praktijk komen we dat natuurlijk ook wel tegen.

Om een voorbeeld te geven: zojuist ook is gerefereerd aan de brug, wij hebben daar een standpunt in bepaald en dat gaat denk ik ook niet veranderen in de loop van de komende maanden, maar wij willen helemaal niet dat de brug dichtgaat voor het autoverkeer. Heeft een eenvoudige reden: de bereikbaarheid, de vervoerverbindingen van de twee belangrijke steden in deze regio en daarnaast ook dat op het moment dat de brug dichtgaat, hoeveel druk dat geeft op de A16, extra druk, plus de N3 en ook nog eens dat dichtslippen van de stad op andere delen dan de situatie zoals dat nu zich voordoet. Dus in ieder geval, wat we willen meegeven: we zouden van het college bijvoorbeeld willen verwachten van is er een studie ook om te kijken van dit niet, maar een alternatief van de aanlooproute van de brug. Er is een onderzoek vanuit 2007, er is een haarspeld constructie, die hebben we gezien, maar wellicht dat het college zegt: gezien de beraadslaging en de signalen vanuit Zwijndrecht en in ieder geval vanuit Dordrecht, nu wil ik daar nog eens even goed over nadenken of het alsnog haalbaar is om die brug wel open te laten voor het autoverkeer. Wij zullen er inderdaad in ieder geval nooit voorstemmen om die brug dicht te gooien. Ik kan er nog heel veel woorden aan wijden, maar dat ga ik bewust even niet doen, dat komt nog. De verkeersafhandeling.

Voorzitter, wij hebben een verkeerskundig rapport gekregen en in alle eerlijkheid moet ik bekennen: ik heb het rapport doorgenomen, maar ik zie door de bomen het bos niet meer op een gegeven moment. Er zijn zoveel alternatieven, zoveel keuzes en hoe gaan we daar nou een best practice keuze uit destilleren, met de wetenschap we kunt het één keer goed doen, want we gaan het gebied zo goed mogelijk in ieder geval aanleggen, waarbij dus zowel het autoverkeer, maar met name fietsers, als de voetgangers hun weg weten te vinden. Onze wens zou zijn: is het mogelijk om op basis van dit rapport één of twee verkeerskundige modellen te stimuleren, waarbij we dus inzage krijgen van als we de keuze hiervoor maken, wat betekent dat voor de direct omliggende straten, wijken en voor de hele stad? Dat zou een voorstel, althans een verzoek zijn richting het college. Een ander verzoek, voorzitter, parkeernorm is net even aan gerefereerd. Heel eerlijk gezegd als je kijkt naar de parkeernorm wat nu momenteel

38

wordt gehanteerd, van 0,3, dat vinden we echt wel aan de lage kant. Onze argumentatie daarbij is: ook al ondersteunen wij de STOMP principe, de realiteit is dat we de auto nodig hebben om bereikbaar te zijn, althans de locatie te bereiken waar we naartoe moeten gaan. Als je kijkt naar de mobiliteit überhaupt in Nederland, auto is een vast onderdeel van ons leven, werk. Je kan natuurlijk die 0,3 hanteren, maar dat heeft denk ik, of denken wij, echt wel effect op ook de verkoopbaarheid van woningen in het gebied, want dit is nogal rigide. Terwijl we wel het idee hebben, als je kijkt naar de parkeergarage, want er komt natuurlijk een parkeergarage, als we nu de keuze maken om wat innovatieve vorm van parkeren, want er zijn diverse voorbeelden her en der in het land, dan wel in de wereld, waarbij je dus wel die parkeergarage bouwt, maar wel op zo'n innovatieve manier dat dubbel gebruik of zelfs meerdere gebruiksmogelijkheid, is daarnaar gekeken? Is daar een mogelijkheid toe? Wat kost het? De kosten, daar krijgen we nog een overzicht van. Als laatste, voorzitter, het gebied moet wel goed bereikbaar zijn, uiteraard wandelend, fietsend, maar als je nu kijkt naar het aantal wegen wat mogelijk gepland is in het gebied, waarbij mensen naar hun woning kunnen gaan, dat vinden wij ook best beperkt. Ik weet niet wat daar de achterliggende idee bij is geweest.

Het is een groene, duurzame ruimte, maar het moet ook wel bereikbaar zijn, ook met de auto. Dat wil ik meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Dus als ik de krenten even uit de pap haal, dan niet te veel willen in een te moeilijk gebied. Ook hier wordt weer genoemd het alternatieve onderzoek uit 2007 met de haarspeld. De verkeersafhandeling, dat hele stuk vindt u erg ingewikkeld, graag één of twee verkeerskundige modellen onderzoeken en die ons voorleggen. Parkeernorm te laag, ondanks dat Op ons Eiland STOMP principe wel steunt, maar de auto is nu eenmaal een onderdeel van ons leven en anders zijn de huizen misschien niet eens verkoopbaar. Innovatie op gebied van parkeren werd genoemd en zorg over de bereikbaarheid die nu toch wel een beetje erg te beperkt is. Ik kijk nog even naar mevrouw Koene. Is dit misschien wel uw moment? Mevrouw Koene: Helemaal voorzitter. Ik zal heel kort zijn. Geen tunnel naar de Hoge Bakstraat, parkeernorm hoger, geef opdracht mee aan bouwers dat onderin appartementengebouwen gewoon parkeerplekken gecreëerd kunnen worden. Autobezit neemt alleen maar toe op dit moment, dus voorlopig nog niet af, en dat de bereikbaarheid ook met de auto zo hoog mogelijk moet zijn, ook in de nieuwe wijk. En u hoeft me niet te herhalen. De voorzitter: Wat jammer, had ik dat net willen doen, maar ik ga heel gehoorzaam naar uw luisteren.

U was zo duidelijk, dat behoeft geen herhaling. Goed. Ik ga richting degenen die hierop willen reageren. Wilt u … U kijkt zo glunderend mijnheer Van der Linden, wilt u als eerste? De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ik sta bekend om mijn korte woordvoering. Zo is het. De kortste woordvoering die ik kan doen is: u heeft uw zienswijze geuit op een aantal elementen waarvan u zegt: kom daar goed op terug in alle reacties, die dan tot een definitief bestemmingsplan gaan leiden. Want daar gaat u te zijner tijd ja tegen zeggen en wilt u alles terugzien wat u heeft benoemd. Dat kunnen we natuurlijk toezeggen. Of dat voldoende zal zijn om bijvoorbeeld de heer Gündogdu te verleiden tot een ander oordeel dan wat u nu al heeft uitgesproken, dat kan ik natuurlijk

39

niet voorspellen, maar we gaan ons verhouden tot elk element wat is genoemd. Afgaand op het turven, wat wordt het meeste genoemd? Natuurlijk wordt de brug heel vaak genoemd, ik heb bijna iedereen gehoord over de parkeernorm, ik heb een aantal mensen gehoord over de Hoge Bakstraat en daarna wordt het wat diffuser, maar ieder geval is er heel veel aandacht gevraagd voor OV, rangeerterrein, stamlijn. Dat gaat niet zozeer over onze mobiliteit dan, maar wel over de ingang van het hele plangebied. Dan kom je ook bij een aantal uitgangspunten. Natuurlijk is dit een complex gebied om zoiets te realiseren als dat we van plan zijn, maar we mogen ook ons realiseren dat we dit niet van het een op het andere moment gaan doen, we gaan dit in een aantal jaren doen, stapsgewijs, en natuurlijk wordt als je het STOMP-principe serieus wil nemen, en dat willen we in deze stad, en als je wil verdichten in de bestaande stad, dan kan dat alleen als je anders kijkt naar mobiliteit dan nu. Dan realiseer ik me heel goed dat dat voor sommige mensen betekent toch nog iets meer auto dan voor sommige andere mensen. Dat maken we inpasbaar op een manier waardoor we denken dat we alle doelen die we ons hebben gesteld gaan realiseren. Maar natuurlijk, het vergt ook keuzes. Als je die keuzes maakt, gaan ze ook leiden tot ander gedrag.

Dat ga je bijvoorbeeld ook zien als het gaat om, want daar vraagt onder andere de heer Damen aandacht voor, hoe ga je dan om met die parkeerbalans? Want een grote garage faciliteit bouwen aan de Weeskinderendijk en ook verderop, als je wat verder bent met de wijkontwikkeling, gaat natuurlijk ook zijn effect hebben op de benodigde garage capaciteit in het centrum. Daar willen we ook goed naar kijken. Elke parkeerplaats kost heel veel geld om te realiseren en om zestig tot tachtig jaar in bedrijf te houden. Dat kun je alleen laten renderen als je de goede keuze maakt voor zoveel mogelijk dubbel gebruiken, dat iemand die overdag aan het werk is op een andere plek en 's avonds die plek wel weer nodig heeft, dat die plekken overdag door een bezoeker van de stad kan worden gebruikt. Dan ga je zo'n dure faciliteit kunnen gebruiken. Dat vergt hele goeie analyse, daar zijn we mee bezig. Het vergt ook dat we de stad dan toegankelijk maken met heel veel ov-bereikbaarheid. Eigenlijk doen we dat nu ook al een beetje, parkeren Weeskinderendijk hebben we nu een pendelbusje voor, op een bepaald moment komt er om de paar minuten een bus langs. Dan ga je toen naar een dichtheid waarvan je zegt van dan wordt het ook een vanzelfsprekende asset om te kunnen zeggen: ja, natuurlijk ga ik daar parkeren, want ik ben zo in de binnenstad.

Gaat dus ook op dan voor het woon-werk verkeer van bijvoorbeeld die plek naar het nieuwe Dordthuis. Dit zijn een paar bespiegelingen na mijn eerste zin, die lekker kort was. We kunnen op alle elementen die u benoemd heeft goed terugkomen. Punt. De voorzitter: Dank u wel. Gaat niet verder, geen behoefte om te reageren. Goed. Dan zou ik nog kunnen vragen of iemand er op in wil gaan, maar ik denk dat ik beter kan gaan vragen: vindt de commissie dat ze genoeg input hebben kunnen geven aan het college? Ik zie geen schudden. Is het voor het college duidelijk wat voor wensen er allemaal liggen bij de commissie? Mijnheer Damen. De heer Damen: Er is nog één punt wat ik heel intrigerend vind. De Laan der Verenigde Naties gaat op een gegeven moment parallel lopen in de plannen met de A16, gaat ook onder het ecoduct dit door, maar moet vervolgens pijlsnel weer omhoog om over de

40

Deltadijk heen te gaan. Ik ben zo benieuwd of dat kan, of dat lukt? Het is geen politieke zaak, maar ik vind het heel intrigerend. De voorzitter: Technische vraag, die mag u even beantwoorden dan. De heer Buitenhek: Dank u wel, voorzitter. Ik kan daarop reageren dat we erg ons best gaan doen. De heer Damen: Dat vind ik mooi. De voorzitter: Dan is de heer Damen vast gerustgesteld. Goed. Ik concludeer dat de commissie zijn zegje heeft kunnen doen en dat het college heel wat te verstouwen heeft gekregen, input heeft gekregen, en daarmee misschien wat kan gaan doen. Wethouder Van der Linden wil toch nog even zijn welsprekendheid etaleren. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. U stelde nog een vraag: heeft u genoeg gehoord? We hebben alles gehoord wat u heeft willen inbrengen met wat ik erop gezegd heb. De heer Gündogu stelde eigenlijk nog een half technische vraag: kunnen we een model zien wat kunnen we te weten komen? De voorzitter: Liefst twee modellen, zodat hij kan kiezen. De heer Van der Linden: Kijk, we hebben natuurlijk gebruikgemaakt van verkeersmodellen om bijvoorbeeld de OER op te stellen, de omgeving effectrapportage, en om aantoonbaar te maken in het ontwerp, voor zover het overtuigend is, dat we de bereikbaarheid kunnen organiseren en al het verkeer binnen de stad, maar ook van buiten naar binnen en van binnen naar buiten, goed kunnen afhandelen.

Dat vereist natuurlijk een aantal keuzes, maar dat kunnen we aantoonbaar maken. Ik kan me voorstellen dat als we wat verder zijn, dat het interessant kan zijn om nog eens even door het model heen te praten, maar dat kan natuurlijk altijd een keer georganiseerd worden. Zo kan ik me voorstellen dat er te zijner tijd nog meer van dit soort technisch inhoudelijke vragen zijn, die kunnen helpen bij het verder verduidelijken van de plannen. De voorzitter: Dank u wel. Goed, dan denk ik dat wij kunnen afsluiten. Dan vraag ik in ieder geval degenen die hier weggaan en niet terugkomen, of ze al hun spulletjes mee willen nemen en netjes op willen ruimen, dan hoeft Clark dat straks niet te doen. Dan zie ik denk ik een groot deel om 22.00 uur hier weer voor de volgende sessie. Allen hartelijk dank voor de inbreng. 3. Stadsas: Ontwerp bestemmingsplan Maasterras - Bijpraatmoment over voortgang proces bestemmingsplan Voorzitter: De heer Struijk Raadsgriffier: De heer Den Boer Verslag: NotuBiz Aanwezig:

41

Dhr. Bootsman (GroenLinks) Dhr. Buitenhek (Programmadirecteur Stadsas) Dhr. Damen (PvdA) Dhr. Gündogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Mevr. Van Herwijnen (Partij voor de Dieren) Mevr. Jager (Beter voor Dordt) Mevr. Kamphuis (SP) Mevr. Koene (Gewoon Dordt) Dhr. Kokiliç (DENK) Dhr. Kramer (Gebiedsproject manager Maasterras) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Dhr. Kuhlmann (VVD) Dhr. Laban (CU/SGP) Dhr. Noldus (VVD) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Portier (SP) Dhr. De Vries (VSP) Dhr. Wringer (Beter Voor Dordt) Portefeuillehouders: wethouder M. Burggraaf De voorzitter: Goed, beste mensen, het is 22.00 uur. Wederom staat Stadsas Maasterras op het programma en deze keer een bijpraat moment voortgang proces bestemmingsplan. Het is een beeldvormende vergadering. Ik heet hartelijk welkom wethouder Burggraaf, ik heet wederom hartelijk welkom de twee heren van de ambtelijke ondersteuning en u als raads- en commissieleden en het publiek achter mij. We gaan weer een voorstelrondje doen. Heel snel, mijnheer Den Boer, wilt u beginnen? De heer Den Boer: Mark den Boer, commissiegriffier. De heer Kuhlmann: Alexander Kuhlmann, Dordtse VVD. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. De heer Damen: Leo Damen, Partij van de Arbeid. Mevrouw Kamphuis: Meta Kamphuis, SP Dordrecht. De heer Portier: Ronald Portier, SP. De heer Bootsman: Nick Bootsman, GroenLinks.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/751/documents/32052