2.10 2024.04.16 Notulen Dordtse Dinsdag - Vergaderzaal 5 - concept.pdf
Tekst van het document
De heer Den Hartog: Paul den Hartog, GroenLinks Dordrecht. De heer De Vries: André de Vries, VSP Dordrecht. (2.04) De heer Gündogdu: Aydin Gündogdu, Op ons Eiland.
42
Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. De heer Kokiliç: Masum Kokiliç, DENK. De heer Van der Kruijff: Wim van der Kruijff, CDA. Mevrouw van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Laban: Vincent Laban, ChristenUnie/SGP. De heer Wringer: Jan-Willem Wringer, Beter voor Dordt. Mevrouw Jager: Ineke Jager, Beter voor Dordt. De heer Kramer: Peter Kramer, gebiedsproject manager Maasterras. De heer Buitenhek: Ronald Buitenhek, programmadirecteur Stadsas. De heer Burggraaf: Maarten Burggraaf, wethouder. De voorzitter: En mijn naam is Leen Struijk en ik ben u voorzitter vanavond. Hele korte toelichting waarom deze vergadering? Wederom een moment om u te laten weten, bij te praten, over de stand van zaken rondom het Maasterras. Vorige keer is gebleken dat een halfuurtje wel erg krap was, daarom hebben we vanavond een uur ingepland, wat overigens niet betekent dat het uur per se volgemaakt hoeft te worden, dat ligt aan u, maar er is een uur beschikbaar. Vanavond staat het adviesrapport van de commissie voor de MER centraal. Ik heb begin van de avond er al op gewezen en vol verwachting klopt het hart van sommigen, denk ik. Ik ga het woord geven allereerst aan de heer Buitenhek, die gaat presentatie geven samen met de heer Kramer.
Het zijn volgens mij drie blokken en na elk blokje is er gelegenheid om vragen te stellen. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan u vandaag meenemen in ieder geval uiteindelijk naar het advies van de commissie MER. Voordat we dat doen nog heel even kort een terugblik naar waar we zijn begonnen met de MER, dus het startdocument, de notitie reikwijdte en van een detail, en vervolgens ook het eerdere advies wat we hebben gekregen van de commissie MER en nog een klein stukje ook over de opzet van hoe wij deze MER hebben opgebouwd. We zijn begonnen in het vierde kwartaal van 2022. Daarin eigenlijk de beschrijving van hoe we de OER willen vormgeven en daarbij ook weer centraal die zeven doelstellingen die we vanuit de omgevingsvisie hebben gehaald en die we in het OER toetsen. Daarvan hebben we een eerste advies ontvangen in januari 2023. Een aantal punten die daarin terug zijn gekomen: hoe we omgaan met de fasering in het plan, transparant maken hoe scores tot stand komen, dat zijn die balkjes waar we het eerder deze avond ook over hebben gehad, voor de verschillende deelonderwerpen, onderbouwde programma en ook hoe de stedenbouwkundige opzet van het plan tot
43
stand is gekomen. Vanaf daarvan hebben wij een volgende slag gemaakt, daar wil ik u zo meteen meer over vertellen. Als er nu al vragen zijn, dan kan die nu gesteld worden. De voorzitter: Zijn die er? Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, nu is er in januari 2023 al een adviesrapport geweest van de adviescommissie en de adviezen die er vorige week zijn meegeven aan het college, zijn dat nieuwe adviezen of aanvullend op datgene wat ze eerder hebben geadviseerd? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Dat zijn nieuwe adviezen. De voorzitter: Kort, maar krachtig. Ik zie verder geen vragen, dus ik zou zeggen gaat u verder met de presentatie. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Hier heb ik eerder op deze avond ook even kort stil bij gestaan, denk ik voor nu ook wel even goed om dat even uit de lijnen. Hoe is die OER uiteindelijk tot stand gekomen? Momenteel zitten we relatief onderaan. Dit is het laatste toetsingsadvies van de commissie MER waar we nu inmiddels zitten.
In het begin van de hele procedure zijn we gestart met die drie documenten naast elkaar, het stedenbouwkundig masterplan, het bestemmingsplan de rol van de OER die daarin heeft gespeeld, dus niet alleen onderzoekend, maar dus ook het sturen daarin van wat hebben die effecten van de verschillende varianten uiteindelijk voor een effect op het stedenbouwkundig masterplan en hoe moet dat vertaald worden naar het bestemmingsplan. Het eerdere advies wat we ook hebben gekregen, waar ik net naar verwees in januari, en de drie varianten die eerder zijn doorgerekend, behoudend, groen en gezond en hoog stedelijk, daarvan is eerder ook op de avond gezegd: die zijn allemaal niet optimaal. Ook geconstateerd dat daar veel knelpunten in verschillende varianten zitten en om tot een optimale variant te komen is die voorkeursvariant opgesteld. Die is aan de hand van de OER doorgerekend en de zogenoemde voorkeursvariant die is dus getoetst en daarvan zijn ook al die schuifjes, die ik eerder op de avond ook heb toegelicht voor de verschillende deelonderwerpen, dat maakt daar onderdeel vanuit, die toetsing scores komen uit de voorkeursvariant. Nu zijn we dus aanbeland bij het laatste advies van de commissie MER, als onderdeel van het ontwerp bestemmingsplan wat ter inzage heeft gelegen en samen met het stedenbouwkundig masterplan.
Voor de mensen die eerder op de avond niet aanwezig waren nog even kort, deze balkjes geeft de toetsing aan van de verschillende onderwerpen. Links helemaal de minimale kwaliteit, rechts de optimale kwaliteit. Het rode stippellijntje wat hier zichtbaar is, is dus de minimale kwaliteit getoetst aan de zeven doelstellingen die van de omgevingsvisie mee zijn gegeven. Dus als het aan de rode stippellijn voldoet, wil niet zeggen dat minimale kwaliteit is, maar dat het voldoet aan de eisen of aan de ambities die gesteld zijn in de omgevingsvisie, zoals door u is vastgesteld. Hoe verder naar rechts toe het schuifje gaat, het blauwe schuifje, hoe beter de kwaliteit, waarbij dus grijs ook aangeeft van hoe verder je kan optimaliseren en blauw geeft aan wat de score is zoals die is behaald door de voorkeursvariant. Hier alle schuifjes inzichtelijk, even kort kennis denk ik van nemen, denk ik niet de moeite waard om er nu uitgebreid stilstaan. Meerdere zijn ook eerder op
44
de avond besproken. Als er nog vragen over zijn kan het zo meteen nog, maar dit zijn de verschillende deelonderwerpen die getoetst zijn. Aan links ziet u dus ook weer vanuit die omgevingsvisie die verschillende deelonderwerpen waar deze onderdeel van uitmaken, hoe wij dus ook aan die doelstellingen komen daarvoor. De voorzitter: Mijnheer Portier. De heer Portier: Voorzitter, wij hebben nu al verschillende malen de diverse schuifbalkjes voorbij zien komen waarmee getoetst wordt of aan de uitgangspunten voldaan wordt en in hoeverre daaraan voldaan wordt. Wat ik mij afvraag zijn de onderliggende berekeningen en puntentellingen waarmee tot een positionering op die schuifbalken gekomen is. Zijn die ergens voor ons inzichtelijk? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Er liggen meerdere onderzoeken aan ten grondslag inderdaad voor de verschillende deelonderwerpen. Die kunt u enerzijds uit het OER halen en daarnaast ter optimalisaties is ook elke keer opgegeven in het OER per deelonderwerp van welke maatregelen zou je nou kunnen nemen waardoor je een optimale kwaliteit krijgt dan nu aan de hand van die blauwe schuifjes is gehaald. Dus als het goed is kunt u dat uit de OER halen. De heer Portier: Staan daar echt de berekening in of is het gewoon een kwalitatieve inschatting van wij denken dat het ergens daar zit? De voorzitter: Mijnheer Kramer.
De heer Kramer: Dank u wel. Het OER zelf is kwalitatief, maar daaronder liggen wel onderzoeken, dus inderdaad geluidsberekeningen of ten aanzien van berekeningen van luchtkwaliteit of stikstof of wat dan ook. Dus die zijn wel als onderlegger gebruikt van de kwalitatieve toetsen die in het OER opgenomen zijn. De voorzitter: Mijnheer Portier, nog een vraagje. De heer Portier: Voor de duidelijkheid, de plek op het balkje is dus eigenlijk een beetje nattevingerwerk. Mag ik het zo zeggen? De voorzitter: Mijnheer Kramer, nattevingerwerk? De heer Kramer: Nee, dat kunt u niet zo zeggen, echt niet. De voorzitter: Duidelijk antwoord. Meer vragen? Dan zou ik zeggen: gaat u verder met de presentatie. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij de laatste sheet al en die gaat in op het advies van de commissie MER wat we hebben gekregen. Dat naar aanleiding van de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan in combinatie met het OER en het stedenbouwkundig masterplan, daarop heeft commissie MER dit advies gegeven. Aantal hoofdonderwerpen, of tenminste highlights, haal ik er even uit. Ze hebben gevraagd in
45
het advies van de commissie MER om beter toe te lichten waarom er voor deze locatie van het Maasterras is gekozen, om tot verdichting over te gaan en woningbouw toe te voegen in het gebied. Ook omdat het een vrij milieu belaste locatie is, is er gevraagd: licht dat nog een keer toe, waarom het Maasterras de locatie is, waarom hier verdicht moet worden? Dat gaan wij ook doen, kunnen we ook doen aan de hand van de omgevingsvisie die eerder is opgesteld. Er is ook al een lijn ingezet om dit soort locaties juist te bebouwen. Wordt ook ingegaan op dat er nog maar weinig locaties in Dordrecht aanwezig zijn binnenstedelijk waarin woningbouw toegevoegd kan worden, maar ook de locatie bezien vanuit de twee ov-punten die dichtbij liggen, van Zwijndrecht en van Dordrecht, locatie dicht bij de binnenstad, dus dat wordt meer toegelicht in het bestemmingsplan ook en het OER om daar te verduidelijken. Daarnaast werd er gevraagd, ook vanuit het commissie MER ook in het gesprek wat we hebben gehad, om beter toe te lichten waarom er 2200 woningen bijvoorbeeld in het stedenbouwkundig masterplan worden mogelijk gemaakt en er 3000 woningen worden genoemd bijvoorbeeld ook in het bestemmingsplan als maximum voor fase 1. Daarvan is gezegd: dat is niet helemaal navolgbaar voor de commissie MER.
Wat nu precies onderzocht is, dat zal ook worden toegelicht waar die 800 woningen of dat onderzocht is of niet. Dat is wel degelijk gedaan, alleen ze vonden dat in het OER minder goed te volgen, terwijl in het bestemmingsplan dat al wel is opgenomen is. Dat gaan we ook gelijkstellen met elkaar, dat kunnen we op een goede manier aanvullen. Daarnaast wordt er aandacht gevraagd vanuit de commissie MER, die zegt: er zijn best wel veel afhankelijkheden in het plan met een onzekere ontwikkeling, de stamlijn, het rangeerterrein, de stadsbrug. Daarvan wordt ook gevraagd: hoe gaan wij daar als gemeente mee om en hoe verhoudt zich dat ook tot de planvorming die nu voorligt? Daarnaast, tenslotte het laatste punt, die gaat eigenlijk ook over dat zij zeggen: we willen graag dat de cumulatieve effecten van de verschillende onderwerpen, dat die ook in beeld worden gebracht. Dus niet alleen afzonderlijk, zoals nu met die schuifjes, maar ook wat is het totale effect van bijvoorbeeld geluid, luchtkwaliteit op bepaalde aspecten? Dat is ook gevraagd om dat nader toe te lichten. Wat hebben wij gedaan? Antea heeft die OER samen met ons opgesteld. We hebben hen inmiddels opdracht gegeven ook om aan de hand van het advies van de commissie MER te vragen of zij in beeld kunnen brengen hoe wij deze aanvullingen ook een plek kunnen geven in het OER. Dat even voor nu.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kramer. Mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Dank u wel. Wordt de reactie op dit advies ook teruggekoppeld naar de Raad? Want ik merk toch wel dat als ik dat advies van de commissie MER lees, dat ik heel veel herken in de reacties die wij als Raad al hebben aangegeven over die risico's en onzekerheden die in het plan kan voortkomen. Dus ik ben echt heel erg benieuwd hoe jullie reageren, hoe het college reageert, op de punten die de adviescommissie aan heeft gehaald. De voorzitter: Mijnheer Kramer. Komt dat ook terug naar de Raad? Hoe jullie reageren? De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Wat ik al zei, is dat het OER ter inzage heeft gelegen samen met het bestemmingsplan en stedenbouwkundig masterplan. Daar zijn zienswijze op ingediend, maar ook dus dit advies van de commissie MER. Die zullen gezamenlijk en ook in gezamenlijkheid worden beantwoord en daarvan komt dan een
46
voorstel vanuit het college naar de Raad toe van hoe de beantwoording kan zijn. Als er om aanvulling in het rapport worden gevraagd dan doen wij die nu al ambtelijk in gang zetten, zodat wij gewoon wel die volledigheid in die OER krijgen en dat wordt ook weer via het college naar u toegezonden. De voorzitter: Vervolgvraag mevrouw Van Herwijnen. Mevrouw Van Herwijnen: Krijgen we het stuk dan pas als een soort zienswijzenota bij de vaststelling van het bestemmingsplan of krijgen we dit al eerder tot ons? De voorzitter: Welk moment krijgen we het stuk? De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Het voorstel is om dat in de lijn van de beantwoording van de zienswijze te doen. Dus dat ze dan ook de beantwoording op het advies van de commissie MER komt. De voorzitter: Mijnheer Bootsman. De heer Bootsman: Dank u wel. Ik had twee vragen, maar de eerste is al beantwoord, dat was dezelfde vraag als die mevrouw Van Herwijnen had. De tweede vraag is: ik zie daar staan dat de gemeente insteek geeft invulling te geven, dan wel punten te verduidelijken. Kunnen we er dan van uitgaan dat alle punten die de commissie MER aangeeft dan gewoon opgelost, casu quo verduidelijkt worden of is dat nog niet duidelijk? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter.
Wij denken aan de hand van het advies wat we hebben ontvangen en ook het gesprek met de leden van de commissie MER, dat wij het OER kunnen aanvullen zoals zij dat aangeven op de punten ook die ze aangeven, dus dat wij daar volledig in kunnen zijn. Die uiteindelijke beoordeling is natuurlijk aan u, want wij gaan via het college de zienswijze beantwoorden, maar dus ook dit advies van de commissie MER. Dan kunt u beoordelen of u zegt: dat is in lijn met het advies of wij willen nog aanvullende verduidelijking of wat dan ook. Dat is uiteindelijk aan u. De voorzitter: U knikt enthousiast, de vraag is beantwoord. Mijnheer Gündogdu. De heer Gündogdu: Voorzitter, dank u wel. Ik ben toch even aan het zoeken. In die zin, er komt een reactie op rapport van deze commissie. Is dit nou meer een adviesorgaan of is het dat zij een toetsing doen? Hoe moet ik dit advies zien in het licht van het naderende bestemmingsplan? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Dit is een advies van de commissie MER, maar zij toetsen uitgebreid. Het zijn ook allemaal vakspecialisten die in de commissie zitten, we hebben mensen van geluid aan tafel gehad, water, klimaat, dus dat zijn kundige mensen die goed dit MER, of het OER in dit geval, doorlezen en dan met een advies
47
komen en dat is uiteindelijk aan ons hoe wij daar invulling aan geven, maar het is een advies. De voorzitter: Ik kijk rond. Niemand meer met een vraag? Prima, dat hoeft ook niet hoor. Dan plannen we volgende keer anderhalf uur in, dan zijn we nog eerder klaar. Maar waarschijnlijk was het een heldere presentatie en is het voor de commissie ook helder. Mevrouw Pichel, voor u nog niet helemaal. Mevrouw Pichel: Wel hoor, voorzitter, het is wel helder, maar inderdaad heeft met het oog op volgende keer, want ik vind dit is heel mooi en dit gaat heel diep, maar wat ik wel ook merk aan de beantwoording is eigenlijk, er wordt natuurlijk afgestemd en daar komt een advies en in principe gaan we ervan uit dat als alles goed kan worden beantwoord of alles goed kan worden ingevuld, dat we daar ook niet zoveel meer mee hoeven. Maar waar mijn behoefte ook ligt voor een volgende keer is, en misschien is dat helemaal niet van toepassing, maar stel je voor dat er iets is waar het niet aansluit, dat er wat dingen zijn waarvan we zeggen: daar kunnen we eigenlijk niet aan tegemoet komen. Dan zijn dat natuurlijk interessante dingetjes om weer te geven, want dan moeten we daar waarschijnlijk wat mee. Hier heb ik op zich wel vertrouwen in, dat wordt zorgvuldig gedaan en daar wordt natuurlijk beantwoord waar dat beantwoord moet worden, maar dat stukje zou ik dat wel fijn vinden, even hoog over.
Waar lopen we mogelijk tegenaan of waar kunnen we mogelijk niet aan beantwoorden of waar zou mogelijk een negatief advies komen? Ik weet niet of dat zo kan hoor, maar daar zou mijn behoefte liggen. De voorzitter: Mijnheer Kramer, zou u aan die wens kunnen voldoen, dat misschien wat eerder aandacht aan de knelpunten besteed wordt. Mevrouw Pichel: Als het van toepassing is. De voorzitter: Als het van toepassing is, want misschien zijn ze er helemaal niet. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik denk voor het overgrote deel, wat ik zeg, dat wij het goed kunnen aanvullen en dat wij het volledig kunnen maken. Als ik dan één punt eruit mag halen, dan is het stikstof. Er komt een nieuwe AERIUS-berekening en, heb ik eerder op de avond ook al gezegd, die wordt jaarlijks geactualiseerd. Wij hebben de berekeningen van dit plan gedaan aan de hand van de AERIUS-berekening die toen aanwezig was. Deze is nu geactualiseerd, daarvan zegt de commissie ook: doe die actualiseren. Ik weet natuurlijk niet wat daar uitkomt, maar als daar knelpunten uitkomen, dan lijkt het me verstandig inderdaad dat we dat in vroeg stadium bij u signaleren van daar lopen we echt tegenaan. De voorzitter: Mijnheer Damen is geïnspireerd. De heer Damen: Ik vind het heel duidelijk wat gezegd wordt, maar ik mis nog iets in het hele verhaal.
Ik vind dat wel een tamelijk essentieel onderdeel van het plan dat er dadelijk moet liggen, namelijk een groot aantal mensen moet het gevoel hebben: ik wil graag in die wijk wonen, dat lijkt me zo tof. Dat zal niet iedereen zijn, want sommige mensen willen huisje, tuintje, boompje, beestje. We bouwen hier een hoog stedelijke wijk
48
en dan zul je ook flink aandacht moeten besteden aan het voorzieningenniveau, maar ook het bijzondere voorzieningenniveau. Dan gaat het niet alleen maar om een huisarts of een apotheek of een kinderdagverblijf, dan gaat het ook om, ik noem maar wat, een zwembad of een gymzaal of tennisbanen of God mag weten wat. Zaken waardoor mensen zeggen: ik hoef niet in die binnenstad, dat is veel te popperig met die oude zooi, ik hoef niet in een buitenwijk, want dat is veel te saai, maar dit is wat ik zoek. De voorzitter: Of dit het moment is weet ik niet, maar ik begrijp u wel. De heer Kramer: Ik ben even op zoek, voorzitter, naar de vraag naar mij, want die heb ik even niet gehoord. De heer Damen: Wanneer komt dat beeld, het aantrekkelijk maken van het gebied, voor een deel van de bevolking, want niet iedereen wil er wonen, voor een deel van de bevolking, wanneer komt dat aan de orde? Hoe is dat in de procedure verwerkt? Gaan we daar iemand voor zoeken, gaan we ergens kijken waar dat leuk uitgevoerd is? De voorzitter: Zegt u het maar, mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Kijk, daar hebben we verschillende aspecten bij deze gebiedsontwikkeling en we raken heel veel. We zitten nu heel erg in de fase van ontwerpen, het kijken van past het allemaal, wat voor een effecten heeft het allemaal qua verkeer en mobiliteit en noem maar op.
Daarnaast is natuurlijk al een voorzet gedaan, het stedenbouwkundig masterplan, van wat voor wijk zou dat kunnen worden, dus wat voor type woningen wat dan ook. Maar ik ben het met u eens, dat verhaal wat we willen gaan vertellen wat voor wijk het wordt, welke doelgroepen ga je aanspreken, wat voor een typologieën, et cetera, dat dat nog verder aangescherpt moet worden en dat het nog in latere fase nog terug moet komen. Ja, dat ben ik met u eens. Ik denk dat daar ook bijvoorbeeld een tijdelijkheid, de tijdelijke invulling, want zo'n gebiedsontwikkeling gaat jaren overheen, daar kan je ook een begin mee maken. Dus dat momentum moet goed naar gekeken worden, maar dat dat verhaal aangevuld moet worden en dat dat nog moet leven, ja, dat ben ik met u eens en dat moeten we nog aanvullen. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, u heeft toch nog wat. De heer Gündogdu: Voorzitter, toch even een vraag over het rapport. We hebben in 2023 ook al een rapport van deze adviescommissie gekregen en nu vorige week ook en ik neem aan dat alle collega's dit rapport hebben gelezen. Maar ik maak me toch zorgen over een aantal ferme uitspraken die deze commissie maakt.
Als ik lees dat het OER onderbouwd de keuze voor het Maasterras als woningbouwlocatie niet, terwijl dat belangrijk is vanwege de slechte levenskwaliteit, ik ben dan even benieuwd: hebben ze dan in de adviesrapportage van 2023 iets dergelijks opgenomen? Is dat toen niet gevraagd aan het college? Is dat toen niet onderbouwd, dat ze nu zo redelijk ver in het proces richting het bestemmingsplan met zo'n ferme uitspraak komen? De voorzitter: Mijnheer Kramer, begrijpt u de ferme uitspraak?
49
De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik waag me niet aan een waardeoordeel over het advies van de commissie MER en de uitspraken daarin. Wat ik er wel over kan zeggen, is dat dit wel nieuwe punten zijn, maar dat dit punt wij wel goed kunnen onderbouwen en goed kunnen vertellen. Het specifieke verhaal van locatiekeuze, dat komt rechtstreeks uit de omgevingsvisie waarom we dit willen. Dat dat misschien niet goed of onvoldoende staat volgens de commissie MER, dat is wel iets wat we oplosbaar achten, dat moeten we gewoon beter onderbouwen. Maar het staat er heel ferm, maar wat ons betreft niet onoverkomelijk om dat gewoon goed op te schrijven. De voorzitter: Goed, tevredengesteld met het antwoord. Kijk ik nogmaals rond. Concludeer ik dat er nu geen vragen meer zijn. De voorzitter: Ga ik de vergadering sluiten en verzoek ik, na de heren bedankt te hebben voor uw presentatie en de wethouder voor de aanwezigheid, verzoek ik u allemaal om uw emballage en dergelijke mee te nemen, zodat hier straks schone tafel te zien is. Dank u wel en nog een fijne avond. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van …… 2024.
De griffier,
De voorzitter,
A.E.T. Wepster
A.W. Kolff
50